2.10 2023.11.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar het is altijd een en-en, want je kan dit project hebben, maar als het onderwijs, het VO op dat moment niet een goed lesprogramma heeft om daar verder op door te borduren of om bijvoorbeeld ook snuffelstages te doen of eens ergens heen te gaan, dat je het ziet, ruikt, voelt enzovoort, dat moet echt samenkomen. Die ervaring moet echt samenkomen. Wat er nu vaak gebeurt is, er wordt heel veel LOB gedaan op het mbo-onderwijs. Ja grappig, maar dan heb je bijna al gekozen toch en ga je dan naar het mbo. Maar dat moet daarvoor gebeuren. De beleving en het praten over de ervaring, dat kan nog beter. En we mogen ook wem moeten ook niet bang zijn om te veranderen, dus jongeren moeten dat ook leren. Je kan ergens beginnen en je kan ergens anders eindigen. De voorzitter: Ik wil het woord geven aan mevrouw Van Vugt en daarna wil ik eigenlijk voorstellen om ook nog naar de presentatie te gaan, want ik heb het idee dat daar ook wel wat informatie van komt en dan kunnen we weer wat vragen aannemen. Mevrouw van Vugt. Mevrouw Van Vugt: Dank u wel. Het LOB-verhaal verbaast me echt heel erg wat ik hier hoor. Ik werk niet in Dordt op VO, maar de meeste scholen hebben echt LOB vanaf de brugklas tot en met examenklas en ook echt buiten school en in school enzovoort. Dus het komt niet helemaal overeen met wat ik hier dan hoor uit Dordt zeg maar.
Mevrouw Oprel: Ik bedoelde het niet onaardig te zeggen, nee maar meer dat er in het VO en ze doen allemaal dingen inderdaad LOB-gericht maar misschien toch nog meer zoeken naar de ervaring en het praten over de ervaring. Zo moet ik hem benoemen. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bomius wil nog even een aanvulling doen. De heer Bomius: Ik wil even aanvullen dat ik later daar nog iets over gaan zeggen over de LOB en de doorstroming vmbo-mbo. Dus dan kunnen we denk ik voor nu echt wel even verder parkeren.
21
De voorzitter: Heel goed. Dank u wel. Dan wil ik nu eigenlijk gaan naar mevrouw Terweij, ik heb 10 minuten staan voor een eigenlijk een gecombineerde presentatie van u en mevrouw Oprel, klopt dat? Mevrouw Terweij: Ja dat klopt. Dank u wel allemaal. We beginnen hier achter. De kwaliteitsagenda. Dat heeft u denk ik allemaal gevolgd in het nieuws, de minister die geeft een keer in de zoveel jaar kwaliteitsagenda uit met een aantal aandachtspunten. Nou, deze nieuwe minister die heeft heel goed gekeken vinden wij naar wat gebeurt er nou allemaal in het mbo en daar zitten... Hij mag door naar de volgende. Daar zitten deze drie hoofdthema’s onder: kansengelijkheid, verbetering, aansluiting onderwijsarbeidsmarkt en onderwijs van de toekomst en daaronder zitten weer een aantal subthema's die u allemaal kunt lezen. En degenen waarvan ik dacht van nou, die hebben toch echt wel te maken en daar geven wij als mbo Yuverta ook extra aandacht aan, die heb ik even geel gemaakt dus daar ga ik even wat verder op in. Nou even een hele korte schets van mbo Yuverta Dordrecht, want dat geeft meteen al een stukje inkijk ook in ons VSV. De meeste van onze studenten komen voor Dierverzorging. En dat zijn nou toevallig ook de extra kwetsbare studenten. Nou weten we, de werkgelegenheid voor de dierverzorging is wat slechter. En we hebben ook lagere succespercentages en zeker als het gaat om niveau 2.
Als je dan kijkt van wat zien we hier op de arbeidsmarkt voor de komende jaren, dan zit de arbeidsmarkt in de toekomst zit in groen, in de groene sector, de hoveniers, de leefbare stad, er zijn klimaatprojecten die zorgen voor een betere balans mens-milieu. En zeker heeft het dier daar een plek in, maar het gaat over water, klimaat, biodiversiteit. Nou, dit soort thematiek die u daar allemaal zelf kunt lezen. Dus wij zitten al in een soort van paradox van en dan kun je zeggen heeft de student verkeerd gekozen, nee, dat denk ik niet. We lichten hem ook echt goed voor, maar we zitten in de paradox dat wij 75% diergerelateerde studenten hebben en maar 25% die eigenlijk aan de goede kant van de arbeidsmarkt zitten. We zien ook 20% niveau 1, niveau 2 met een hogere uitval en dat is dan die paradox van dat opleiden want waar wil je eigenlijk naartoe, die lieve konijntjes die die student komt knuffelen en denkt van nou ik ga die verzorgen. Wat wij toch proberen en dat maakt het best wel lastig is dat wij die 21ste-eeuwse vaardigheden die student proberen aan te leren, van hoe kun je samenwerken, hoe kan je wat creatief denken, dat soort dingen. En dan zeggen wij dan desnoods maar met die konijnen, we hebben trouwens veel meer, we hebben een heel mooi dierverblijf wat de wethouder juist geopend heeft, maar wij zien wel dat de werkgelegenheid daar wat minder op is.
En dat is echt wel onze paradox. Nou wat zie je hier dan als je het hebt over kansengelijkheid, wij zien ook onze VSVcijfers omhoog gaan, wat ruim net verteld werd. Dat herkennen wij. Dat zit vooral op niveau 1 en niveau 2 en uit ons eigen onderzoek binnen Yuverta komt ook dat ruim 20% van de studenten een slechte mentale gezondheid ervaart en het typische van het groene onderwijs is dan ook nog dat er veel studenten met autisme, depressie en angststoornissen zitten. Ik werkte hiervoor op een grijs ROC en het is echt een groot verschil kan ik u zeggen. Nou wat doen wij dan? Wij proberen in te zetten op die kwaliteit van die begeleiding, dat doen wij met een stukje VSV-gelden ook. Extra tijd inzetten. Nou om even een getalletje te geven, een reguliere mentor die heeft vijf uur per jaar per student tijd aan begeleiding. Nou, u kunt zich voorstellen als wij een
22
student met depressie, angststoornis, autisme, die redt het daar echt niet mee. Dus we proberen dat wat uit te breiden, wat op te krikken. We zijn heel hard aan het werk om goede zorgstructuur binnen de school neer te zetten. We investeren op die loopbaanbegeleiding en we zijn ook buiten de school bezig. Ik vind dan ook het Initiatief Glansrijke Toekomst een heel mooie initiatief waar wij heel van harte aan meewerken, want wij kunnen het echt niet alleen als school. We moeten dat samen ook met de netwerken doen, projecten als Matchmakers. Nou wat doen we dan nu specifiek bij Yuverta mbo Dordrecht, wij zijn ook zelf in onze eigen locatie een onderzoekje gestart naar de oorzaken van voortijdig schoolverlaten. Eerst maar eens even ophalen wat speelt er allemaal in de regio. Maar we zijn ook via de teams en de studenten van de afgelopen drie jaar die hebben we in beeld, zijn we gaan bellen van nou wat hoe, wat is er nou aan de hand? We starten in januari een onderzoekje naar studentenwelzijn, ook omdat we zien dat dat echt wel schrikbarend is. Dat is trouwens niet alleen binnen mbo Yuverta, dat heeft u denk ik ook gelezen. Dat geldt voor al onze Nederlandse jongeren, die hebben het op dit moment niet zo makkelijk en wat wij willen is, we zien dat hè onze mentoren, de zorgstructuur, het onderwijs, iedereen doet zijn stinkende best om de jongeren weer een stukje op weg te krijgen.
Maar wat werkt? Welke aanpak werkt nou? Daar kunnen we nog wel in verbeteren met elkaar. Dus we willen een aanpak gaan ontwikkelen die lijdt naar vroegsignalering, maar ook naar betere begeleiding. Onze ene docent doet het zus, de ander doet het zo, daar kunnen we echt nog in verbeteren. Wat we ook proberen is een wat meer integralere projecten, schoolweken en dat is 3 en 4 een beetje gelijk. We hebben vanmorgen net een studiedag gehad waarbij we ook het breder opleiden van niveau 2 willen zetten. In Den Bosch hebben ze daar een heel mooi voorbeeld van, die studenten die komen allemaal voor dierverzorging, maar in de groene handel en logistiek daar is wel werk voor niveau 2-studenten, dus wat ze daar doen is die student eigenlijk een beetje verleiden. Prima. Ja komt hier je dierverzorging doen want dat is je passie, die willen we ook niet afpakken, haal daar je startkwalificatie maar op, want die student die kan niet op een ander stukje zijn startkwalificatie halen. Maar we proberen je dan kennis te laten maken met andere branches. Nou, dat stukje zouden wij binnen mbo Dordrecht ook heel graag op willen pakken. Ja en ik eindig dan met helpen jullie mee? En we doen het hier ook met elkaar, maar de school kan het echt niet alleen. We hebben daar een heel groot netwerk bij nodig. Wat Carla ook al meerdere malen benadrukt heeft. Daar wilde ik het even bij laten.
De voorzitter: Hartelijk dank. De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. Op het laatste werden een heel aantal vragen voor mij die ik had tussendoor al wel beantwoord, omdat ik het toch best wel ja best wel schrijnend vond klinken, van aan de ene kant komen heel veel jongeren voor dierengerelateerde onderwijs en ook een opleiding straks. Wij weten met elkaar van tevoren al dat de kans heel klein is dat je daar straks een baan in gaat vinden. Hoe goed kunnen die jongeren het nou echt zelf inschatten dat dat straks ook echt een probleem gaat worden? Dus ja, ik dacht moet je dan wel aanbieden. Is dat wel eerlijk voor die groep? Tegelijkertijd hoor ik, ja we doen het wel, want we verleiden ze gaandeweg om toch iets anders op te pakken en op een ander niveau of op een andere plek gaan ze die startkwalificatie niet halen. Dus ik was vooral op dat laatste punt benieuwd. Hoe weten
23
we, hoe zeker weten we dat dat inderdaad onmogelijk is dat die groep op een ander punt dan dierengerelateerd niet die startkwalificatie kan halen, want dat zou nog een hoop verschil maken? Mevrouw Terweij: Ja, dat weten we niet zeker. Wat we wel doen is de jongere heel duidelijk voorlichten al op de voorlichtingsavonden tijdens de intake, we laten ze ook kennis maken met, dus wij weten niet zeker of ze niet op voorhand al te verleiden zouden zijn naar een andere opleiding. Wat wij wel zien bij ons en niveau 2-studenten en dier en dierverzorging, heb het over een heel klein groepje hoor, maar dat daar echt bijna alleen maar multiproblematiek in de klas zit. Die studenten die durven niet naar een andere opleiding. Die denken nou maar met die dieren, dan hoef je niet met die mensen te praten. Dus ja een collega van mij die verwoordt het ook heel mooi. We helpen ze toch naar een startkwalificatie over de rug van de konijnen, zegt zij altijd. De voorzitter: Nog een vervolgvraag? De heer De Heer: Nog een korte vervolgvraag van die groep wordt verleid, dat klinkt als een begrijpelijke aanpak. Is er iets over te zeggen in hoeverre dat dat lukt om die groep dan te verleiden, want het klinkt heel logisch, maar lukt het ook? Mevrouw Terweij: Nou, op dit moment lukt het nog onvoldoende om ze naar een bredere aanpak te krijgen.
We zijn daar zelf over aan het nadenken en ja, net vanochtend hebben we daar wat mooie voorbeelden van gezien. Het leek daar in Den Bosch, waar ze daarnet dit jaar mee begonnen, het leek wel enig effect te hebben, maar we zien ook echt in de niveau 2 en dat zie je bij Da Vinci ook, daar vind je ook gewoon nog wel veel uitval, veel vroegtijdig schoolverlaters, ook studenten die met zodanige multiproblemen binnenkomen, dat je ze ook bijna niet binnen kunt houden. Ik moet soms drie keer in de week een vergadering uit omdat er een student weer in paniek is en het gewoon niet redt. De voorzitter: De heer Katif, Beter Voor Dordt. De heer Katif: Dank u voorzitter. Ik had een nieuwsgierigheidsvraag, u had het over een integrale aanpak en ik was benieuwd in hoeverre sport- en sportverenigingen een rol spelen binnen uw integrale aanpak. Mevrouw Terweij: Ja wat een mooie vraag. Sport doen we niet op het mbo, wordt ook niet gefinancierd. Maar wij merken wel dat studenten, onze studentenraad heeft daar ook om gevraagd. Van kunnen jullie niet wat meer met sport en bewegen gaan doen. Dus we zijn wel aan het kijken hoe dan, maar het zit gewoon niet meer in de financiering, dus het is allemaal een kwestie ook van middelen.
Weet dat Da Vince wel een mooi sportrek ergens heeft staan, maar het is wel iets waarvan de studenten zeggen en wij hebben nu een hele mooie buitenruimte ook, van kijk van zouden we daar kleine elementen kunnen invoegen? Maar ja ik weet dat het wel helpt. En het mbo beweegt niet veel.
24
De heer Katif: Dat is jammer. Voorzitter, nog een andere verdiepingsvraag, want ik zie namelijk een aantal dingen zoals angststoornissen, autisme, depressie. Als u gewoon even, behoorlijk wat onderzoeken gedaan naar wat sporten eigenlijk kan betekenen voor mensen in dat soort situaties. En ik vind aan school moet je niet zeggen, ja ik heb geen middelen, nou zorg ervoor dat u die middelen krijgt zorgen. Ja. Is prima, maar het moet wel aangekaart worden. Ik bedoel zolang u het niet aankaart, weten we het ook niet. Maar u wilde nog, sorry voorzitter, maar mevrouw … De voorzitter: Ja wie zou hier een antwoord op willen geven? Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: We hebben een aantal gemeenteraadsvergaderingen terug een motie ingediend over die brede ontwikkelingsmogelijkheden voor mbo-studenten. En dat was juist hierop geënt, dat sport en beweging inderdaad dat dat niet in mbo-onderwijs valt en dat dat dus inderdaad wel specifiek voor juist die doelgroep goed zou zijn. De voorzitter: En die was verworpen. Mevrouw Schnabel: Hij is weg of is afgestemd als in, er was niet genoeg steun. De voorzitter: Oké. Nou ik zeg, idee voor de ideeënbox. Nee geen vraag? Ik zou zeggen hij is best prikkelend nu, is er nu niemand die hier een hele leuke vervolgvraag op heeft? Ja, ik noem het niet voor niets prikkelend.
We hebben hier een hand-out liggen voor wie daar behoefte aan heeft. Ik ga even kijken. In het kader van tijd, zijn er nog vragen aan mevrouw Terweij of aan de andere insprekers op dit moment van de commissie? Niet, dan ga ik het woord geven aan de ambtelijke ondersteuning, die mevrouw… U gaat beginnen? Gaat uw gang. Mevrouw Benamu: Goedenavond. Even in aanvulling op wat al mijn voorgangers hebben besproken, wil ik heel even nog aanvullen dat behalve de matchmakers natuurlijk nog een heel ander scala aan interventies, programma's en projecten zijn, die ervoor moeten zorgen dat jongeren niet van school gaan of als ze op school dreigen uit te vallen daar interventies op worden gezet. In de memo die u allemaal heeft gekregen staat daar een heel aantal van genoemd. Die zijn bijna allemaal onderdeel van het regionaal programma voortijdig schoolverlaten, waarover Carla Oprel eerder heeft gesproken. En daarbij wil ik ook aangeven dat zaken als bijvoorbeeld het informele leren bij maatschappelijke diensttijdprojecten zijn ondergebracht. Dus stel dat jongeren uitvallen en een tussenjaar nodig hebben of op een andere manier zich willen ontwikkelen, dan kunnen zij terecht bij een maatschappelijke diensttijdproject. Ook die worden ingezet in Dordrecht voor deze jongeren.
Dan heb ik daarna nog een stukje voorbereid over wetgeving die de programma's en de interventies die genoemd zijn, ondersteunen. Het grote voordeel is dat er een wet aankomt, die ervoor moet zorgen dat jongeren van school naar
25
duurzaam werk worden geleid. Het is een wetsvoorstel van OCW en SZW samen en dat wetsvoorstel dat gaat de mbo's, ons als gemeente en de doorstroompunten tot afspraken dwingen, samen met de arbeidsmarktregio. En het is dan de bedoeling dat het regionale programma dat daar dan uit voortkomt een vangnet vormt voor jongeren, zodat zij echt richting een startkwalificatie of richting werk geleid worden. En dat betekent ook dat er meer middelen onze kant opkomen, waarmee die interventies kunnen worden betaald. Dus dan moet u denken aan mbo's, die studenten gaan voorbereiden op vervolgonderwijs of werk door intensievere begeleiding, de gemeenten, zoals bijvoorbeeld diensten van werk en inkomen, die een belangrijke rol gaan spelen, de participatiewet heeft daar een rol in, maar ook jongeren die bijvoorbeeld wel een startkwalificatie hebben, bijvoorbeeld met een vwo-diploma of hoger onderwijs, kunnen van die ondersteuning gebruik gaan maken. En tenslotte is het zo dat de doorstroompunten jongeren gaan helpen tot en met 27 jaar. Dat was nu tot 23 jaar, dus er gaat een grotere groep van mensen geholpen worden door die nieuwe wetgeving. En die zou er halverwege augustus aan moeten komen. Dat wordt aangevuld met een Actieplan Voortijdig Schoolverlaten, daarin zit een heel pakket aan maatregelen voor jongeren die echt voortijdig dreigen uit te vallen.
Dat betekent een aanwezigheidsaanpak op scholen voor jongeren die ouder zijn de 18, zodat de scholen daar een verzuimaanpak op kunnen maken. De hulp in school die dan ook moet plaatsvinden, dus dat wil zeggen laagdrempelig en toegankelijk, zodat waar u het eerder over had als jongeren op het moment dat zij in school dreigen uit te vallen gewoon makkelijk en toegankelijk hulp of ondersteuning kunnen krijgen. En verder is het denk ik belangrijk om te melden dat ook aan praktijkleren gedacht wordt. Niet alle jongeren die gedijen goed op school, ze zijn niet allemaal genegen in de schoolbanken te zitten, dus wordt er ook aandacht besteed aan praktijkcertificaten halen. En wordt er heel veel aandacht besteed aan de overgang van vmbo naar het mbo en zelfs meerdere instroommomenten bij het mbo worden op dit moment onderzocht. Nou en daarmee sluiten dus deze wet en het actieplan aan op alle programma's die we al in gang hebben gezet met het regionale programma. Tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank. Zijn er vragen van de commissie? De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik sluit toch even aan op het informeel leren, omdat ik heel erg benieuwd ben of het informeel leren zoals u dat net verwoordde wel echt informeel leren is of dat het een informele poging tot leren is in de formele setting? Maar misschien moeten we daar eens een keer over doorpraten.
De voorzitter: Zou u daar een reactie op willen geven? Mevrouw Benamu: Ja, ik denk, dat is goed. Laten we daar later over doorpraten. De voorzitter: Dat vind ik dan een mooie reactie. Ik zag een vinger bij mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt: Dank u wel. Het ging me even over dat preventieve gedeelte, maar waar ik eigenlijk wel ontzettend blij mee ben dat dat ook echt in de aandacht staat. Het is wel zo dat je vaak op een middelbare school inderdaad dan merkt dat een kind dreigt
26
uit te vallen. Dan meld je dat bij de Leerplicht, worden lessen verzuimd, ook verzuim dat gedekt wordt door ouders en dat gaat dan vaak heel lang door voordat Leerplicht daar echt iets mee doet. Want het is vaak allemaal niet ernstig, niet urgent genoeg en we voelen eigenlijk op ons klompen aan dat we die leerling aan het kwijtraken zijn. Hoelang duurt het in Dordt doorgaans voordat een leerplichtambtenaar in actie komt, gewoon aan gaat bellen bij de leerling thuis van wat is hier aan de hand? Mevrouw Benamu: Ik moet het antwoord schuldig blijven. Dit is echt heel technisch leerplichtambtenaren-info. Heel snel onze leerplichtambtenaren door... Mevrouw Terweij: Heel snel, onze leerplichtambtenaren in Dordt. Mevrouw Benamu: Daar ben ik echt heel blij bij ons op school. Mevrouw Terweij: Ze zitten elke maandag bij ons op school. Heel erg snel en in vergelijking, want we hebben ook veel studenten uit omliggende gemeenten, dus wij werken niet alleen met de leerplicht van Dordrecht, maar die van Dordrecht is het snelste van allemaal. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bomius, nog een stukje. De heer Bomius: Nou, dat wordt iets langer dan, wel iets langer dan net. Maar goed, we hebben nog de tijd dus dank u wel voorzitter. Ja. Van alles gehoord over met name de regionale aanpak. Wel lokaal vertaald hè.
Heel veel Dordtse jongeren zitten op school bij Yuverta of bij Da Vinci, worden behandeld door de matchmakers, maar ook door allerlei andere initiatieven die er zijn en die al goed werken. Gaan we even doorzetten. Maar veelal regionaal geregeld en dat is heel belangrijk om dat ook te doen. We kunnen veel met elkaar samenwerken en daarin ook echt een keten vormen, maar we willen ook wel ja, toch kijken naar wat kan er nou lokaal en nou ja, daarvan heeft de vorige Raad al gezegd binnen Glansrijke Toekomst zien we dan mogelijkheden. Ik ga niet in 5 of 10 minuten het hele programma Glansrijke Toekomst toelichten. Dat lijkt me prima om dat wel te gaan doen en de opzet is om dat in het eerste kwartaal van 2024 te gaan doen. Maar ga toch alvast weer even wat zaken ophalen hè? Want wat staat er ook weer centraal? Dat is de groep kwetsbare jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Nou daar hebben we het nu ook over gehad. Wat ook centraal staat in het programma, is zoveel mogelijk gebruik maken van wat er al is of wat er komt hè, bijvoorbeeld wat mijn collega net zei actieplan, wat er aankomt om dat verder vorm te geven. Kijk dat hoeven we allemaal niet te organiseren, dat gaat georganiseerd worden of dat is al georganiseerd.
Maar we kunnen wel kijken hoe kunnen we nou gebruikmaken van die regionale aanpak en die lokaal gaan vertalen? En ook kijken van ja, is het niet systemisch, is het niet systematisch ingericht of moet je ook hier en daar kijken welk maatwerk is er nou specifiek nodig voor deze leerling, dit groepje, deze jongeren, dus daar willen we ook naar kijken. Nou gaan we ook doen, we gaan ook starten. Even nog die uitgangspunten in vijf puntjes uitgewerkt. Ziet u daar bij die vijf laatste bolletjes, wat hebben dan ook alweer in Glansrijke Toekomst gezegd? Nou, gemeente als regisseur, die zorgt ervoor dat de keten regelmatig bij elkaar komt. Superbelangrijk,
27
onderwijs, onderwijspartners, gemeente, dat ze het over hetzelfde blijven hebben en dat we de energie erin houden. Dus dat is de eerste. Monitoring is de standaard. Ga ik dadelijk nog eventjes iets over zeggen. Want heel blij dat bepaalde interventies werken, maar waarom is dat dan zo en hoe kunnen we dat dan gebruiken voor andere zaken? Nou life coaching is meer preventief gericht, meer groepsgericht, maatwerk is al een voorbeeld van genoeg, natuurlijk life coaching. Maar ik kan me zo voorstellen dat er ook alternatieve routes onder kunnen vallen, zoals informeel leren, waar we het nog verder over gaan hebben in een andere setting met de heer Kleinpaste, zeer toe bereid. Maar ook: er is nog wel meer nodig, want er werden net al vragen gesteld van ja, maar wat gebeurt er daarvoor hè op het VO, of misschien nog wel op de basisschool. Hoe zit dat met die leerplichtambtenaar? Waarom is die zo laat betrokken? Want ik ken ook wel die verhalen en dit is een voorbeeld waar het goed gaat, maar ja er zijn ook situaties waarin een leerplichtambtenaar pas later in actie kan komen omdat die ook een werkwijze heeft. Als die te laat wordt ingevlogen, dan start je eigenlijk opnieuw terwijl je al heel veel informatie hebt verzameld. Nou dat zijn zaken die we dicht bij elkaar brengen en met zijn allen beter gaan organiseren. Volgens mij heb ik dan dat wel verteld.
Kunnen we naar de laatste hè? Want wat gaan we nou doen? Dat is nog wel even onder voorbehoud van uw knikje straks als er een raadsvoorstel komt. Maar goed, we kunnen al wel iets gaan doen, dus dat gaan we ook zeker doen. We zetten zoals u weet in op een langdurig programma. Dat gaan we wel doen met projecten en die projecten zijn echt bedoeld van niet zozeer met een start en een eind, maar wel met een start om het te pluggen in een goed programma. Belangrijk daarvoor te vertellen, is dat de partners die betrokken zijn bij de jongeren daar ook allemaal hun knikje ook al op hebben gegeven, dus er is veel draagvlak voor, want ja veel dingen werken, veel dingen gaan goed. En toch zien we dat het probleem niet opgelost is, dus er moet nog iets. Wat gaan we doen? We gaan 50 jongeren volgen, 50 Dordtse jongeren volgen. Er loopt al van alles, er gaat al van alles, van alles werkt al, we gaan ze wel volgen. Nou hoe we dat gaan doen, dat weten we ook al wel. Welke jongeren we gaan volgen, we hebben een soort profielbeschrijving. Die heeft u vast ook al een keertje gezien en anders gaan we die gewoon in kwartaal 1 nog eens een keertje laten zien. Dus we hebben daar wel een beeld van: jongeren die dreigen uit te vallen of jongeren die gaan uitvallen. Allerlei obstakels. Zeker AVG, ingewikkeldheden met systemen.
Nou dat zullen we gelijk toegeven, dat is lastig, maar toch om een beperkte groep, 50 jongeren, te gaan volgen, dat moet gaan lukken. En dan moeten we ook gaan kijken hoe gaan we dat dan doen? En in principe lijkt het me ook netjes en handig dat de jongere daar zelf ook van weet. Nou op die manier willen we kijken van wat leren we hier nou gezamenlijk uit? Welke leerpunten hebben we, wat kunnen we hiervan opsteken als het gaat om de interventies en hoe gaan we hiermee verder? Wat voor witte gaten of blinde vlekken legt dit nou eigenlijk open voor ons? Als je het niet gaat doen en je gaat het hoogoven blijven aanvliegen, dan kom je er waarschijnlijk niet, dus vandaar dat we ook praktisch insteken. Dat is een, wat voor jongeren zijn dat dan? Nou, ik denk wel dat het de jongeren zijn waar we het vanavond over gehad hebben. Twee gaan we ook doen, dat zei ik net al. Ik ga daar nog even later op door. Dat is van vmbo naar mbo, daar is ook een leuk of een interessant onderzoekje van geweest. Langdurig gevolgd, wat werkt, wat werkt nou niet, dus ook wat te vinden van het SOR, ook afstemming over gehad,
28
LOB gaat al heel veel goed. Hoe kunnen nou dat setje verder maken dat het nog beter gaat? Dat die loopbaantrajecten of die begeleiding daarin, dat dat nog beter gaat. Nou dat is inderdaad zo vroeg mogelijk starten, fris maken, in aanraking laten komen met allerlei interessante arbeidsmarktsectoren, maar ook kansrijke keuzes. Dat is ook iets wat in die advisering van het onderzoek heel erg naar voren komt. En ja, wat bij Yuverta ook wel naar voren kwam, van ja wat zijn ook kansrijke keuzes voor onze regio, voor onze arbeidsmarktregio? Welke sectoren zijn nou wel goed om op in te zetten en waar moeten we ze misschien wat minder enthousiast vol gaan maken? Nou en hoe doe je dat dan, met allerlei acties, stages, bezoeken, dat soort zaken en natuurlijk interesses, talenten spelen hier zeker een belangrijke rol, dat heeft het altijd gespeeld in LOB, maar het is ook echt wel goed om die kansrijke sectoren mee te gaan nemen, die voor u bekend zijn. En even aanvullend kijken we dan ook nog eens naar de ondernemers die kansrijk zijn in de regio. Dat komt vast in een andere sessie ook alweer naar voren. Maar ook die ondernemers die perspectief kunnen bieden en die bereid zijn om een kwetsbare jongere ook een stapje verder te helpen, die bekend staan om hun goed werkgeverschap, die zullen we hier nadrukkelijk in gaan betrekken. En het derde jaar kunt u hier ook zien.
Warme overdracht is hier ook al wel genoemd. Met alle belemmeringen van dien wordt het door de professionals echt aangegeven, hier willen we werk van maken, we willen werk maken van die warme overdracht vmbo-mbo. Wij zien dat in sommige gevallen te veel informatie verloren gaat en ja, dat is zonde. Toch kijken hoe we dat wel kunnen doen. En verder de aanvulling dat eventueel overige projecten nog verder afgestemd moeten worden, maar deze twee zijn in ieder geval afgestemd en de overige projecten is het ook verstandig om die afstemming nadrukkelijk ook met u dan weer te gaan zoeken. Wat ter zake staat, heb ik al gezegd, dus dat hoef ik niet nog een keer te doen. Planning is om dat in kwartaal 1 te gaan doen in 2024, dus dat even kort over Glansrijke Toekomst. Valt nog veel meer over te vertellen, maar niet in 5 of 10 minuten, dus daar wilde ik het graag wel bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bomius. Hij dacht we hebben nog tijd over, dus ik pak ook lekker die tijd en ja ik vond ergens een mooie opmerking, want u zei als je het niet gaat doen, dan kom je er waarschijnlijk niet. Nou ik denk dat we wel weten, dan kom je er echt niet, dus dat we het moeten gaan doen, dat is wel duidelijk. Ik zag twee vingers, de heer Kleinpaste, dan kom ik bij mevrouw Van Vugt en mevrouw Schnabel.
De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik sluit me aan bij de opmerking die u net maakte, dat sowieso. Ik ben blij dat u ook vertelde dat de ketenpartners ook heel veel draagvlak hebben voor de plannen die volop in ontwikkeling zijn. Dat is hartstikke fijn. Mijn vraag is of u met ketenpartners ook het gevoel heeft dat u een beetje bij de voorkant van het probleem bent aangeland met de plannen die u nu aan het maken bent. En ik ben ook heel erg benieuwd, want we hadden het ook even over jongeren, ik heb vanavond nog niet heel erg veel het gevoel dat we het echt over jongeren hadden, ik zou veel liever met jongeren praten, maar of die jongeren ook datzelfde draagvlak zullen hebben en zullen omarmen.
29
De voorzitter: De wethouder wilde antwoord geven? Mevrouw Benschop: Nou, misschien gezien het proces wat we doorlopen hebben om tot deze twee projecten te komen, is mede ingegeven ook door de belangstelling en echte zorg die vanuit deze Raad is uitgesproken. Die voelden we zelf al, maar dat heeft ook weer geholpen om partijen echt te enthousiasmeren om met elkaar aan de slag te gaan. En als het gaat over dat eerste project, de 50 Dordtse jongeren, wat daar eigenlijk de bedoeling is. Want ik denk dat de heer Bomius al heel goed heeft uitgelegd wat het idee is van het project, maar wat echt in de praktijk moet gaan werken, is dat als we het hebben over een jongere die dreigt uit te vallen, dan is dat vaak niet alleen school die bij die jongere betrokken is. Dat kan het jongerenwerk zijn. Dat kan allerlei andere interventies zijn die ouders, die rondom die jongere georganiseerd zijn, die allemaal contactmomenten hebben met de jongere, maar die door problemen met de AVG of het gewoon niet weten van elkaar die gegevens niet kunnen delen.
En het hele idee van dit project is dus om vanaf de voorkant op het moment dat er iets gaat gebeuren met die jongere, al die partijen toegang geven tot dezelfde informatie, dus iedereen moet gaan werken vanuit een plek, zodat voor alle partijen die betrokken worden of zijn bij deze jongere inzicht hebben in wat gebeurt er met dit kind? Ik noem het even kind. Maar wat gebeurt er met deze individu eigenlijk? Want we zien nu nog best vaak, dat werd net ook al aangegeven, als het gaat over de AVG gegevensdeling dat dat niet altijd, ook niet in de keten altijd bekend is. Dus het is eigenlijk een wijde optimalisatieslag door samen te werken rondom een jongere om vervolgens te kunnen zien, doen we nou de juiste dingen, hebben we dan de juiste interventies of hebben we inderdaad die blinde vlekken waar we meer op zouden moeten inzetten? Daar hebben we de handen voor op elkaar gelukkig vanuit alle partijen, het is best een lang proces geweest, want we zijn inmiddels al een jaar bezig om te komen tot iedereen bereid vinden om op deze manier te gaan samenwerken, want het vraagt best wel iets, het is een andere manier van samenwerken. Dus hebben we dan de mensen aan de voorkant? Nou ja, we hebben in ieder geval, als het gaat over deze 50 Dordtse jongeren zodanig aan de voorkant, dat we alle samenwerkende partijen ook daadwerkelijk laten samenwerken.
Die tweede lijn is natuurlijk meer gericht op meer op de preventie kant. De voorzitter: Dank wethouder. Ik zag nog twee vragen. We hebben nog vier minuten, drie minuten de tijd. Mevrouw van Vugt, gaat uw gang.
Mevrouw Van Vugt: Dank u wel. Misschien nog hele korte gewoon in de verdere ontwikkeling. Is het ook een overweging waard om die Glansrijke Toekomst wat meer te verzekeren door bijvoorbeeld het aanbod in opleidingen gewoon te halveren? Of misschien zelfs nog meer dan halveren, want er zijn nu wel 300 opleidingen. De voorzitter: Ik zie dat de wethouder daar heel graag wat op wil zeggen. Mevrouw Benschop: Nou ja, ik wil daar eigenlijk vooral op zeggen dat ik begrijp waar de vraag vandaan komt, maar dat we daar vanuit Glansrijke Toekomst niet op gaan sturen. Ik weet wel dat het ROC is in ieder geval zelf bezig met de kwaliteitsagenda om ook te
30
kijken van nou ja, is nou het aantal opleidingen en als daar heel transparant over wordt gedaan, dat een heel groot deel van de leerlingen in een heel klein deel van het opleidingsaanbod zit. Dus daar wordt wel degelijk naar gekeken om daar ook meer toekomstbestendigheid te realiseren. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. De heer Bomius, die vertelde net kort over de begeleiding van jongeren naar bij een ondernemer of een werkplek en ik kan me voorstellen, jongeren an sich dat is al best wel lastig, maar zeker ook als het gaat over die jongeren in extra kwetsbare positie dan is dat, kan me voorstellen, helemaal heel ingewikkeld. Hoe gaat dat vorm krijgen? En vervolgvraag is eigenlijk kort, er zit ook een haakje in als ik het goed begrijp naar arbeidsmarkt en menselijk kapitaal en dat komt volgens mij begin in het nieuwe jaar. Is het niet ook een idee om de mensen die bijvoorbeeld nu aan tafel zitten, daar dan bij dat uitvoeringsprogramma ook te betrekken of niet? Ik weet niet, maar ik wil het gewoon even op tafel leggen. De voorzitter: Mevrouw Benschop. Mevrouw Benschop: Dat is niet per se zo, denk ik. Dat is niet meest logische keuze.
Wat eigenlijk net bedoeld werd of wat we gaan doen is als het gaat over 50 Dordtse jongeren of over die loopbaanoriëntatie waarbij je eigenlijk jongeren, kwetsbare jongeren of nietkwetsbare jongeren binnen bedrijven wil brengen, dat je zicht wil hebben op wat zijn dit voor bedrijven en als je meewerkt vanuit het bedrijfsleven aan het project 50 Dordtse jongeren, dan heb je ook gewoon een verantwoordelijkheid. Het is niet zo dat wij daar met iemand aankomen en zeggen nou, hier heb je een extra paar handjes. Nee, als bedrijf moet je je ook willen committeren aan het verder brengen van deze jongeren, want het is iemand die extra ondersteuning en begeleiding nodig heeft. Wat we dan kunnen doen vanuit menselijk kapitaal en arbeidsmarkt is dat we dat bedrijf daar weer in begeleiden. Dus het is een soort dubbelslag waarin wij ook weer leren van wat heeft een bedrijf dan nodig om een dergelijke jongeren op deze manier te kunnen begeleiden? En daar kunnen we vanuit het andere programma weer op inzetten, dus het is een soort twee, aanvullend op elkaar. Maar het is niet zo dat dit uiteindelijk weer vanuit de arbeidsmarkt, vanuit banen met impact dan ingegeven wordt. Het is meer dat we de koppeling maken, omdat we zien dat we met een kwetsbare doelgroep te maken hebben. Ze willen goede werkgevers. De voorzitter: Geachte commissieleden, we moeten dit gaan afsluiten. De tijd is voorbij.
Ik wil mevrouw Schnabel van Partij voor de Arbeid bedanken voor dit initiatief. Er waren meerdere die er ja op hadden gezegd, maar u was degene die dat als eerste had genoemd. Nou, de heer Bomius heeft net uitgebreid uitgelegd dat dit nog gaat komen, dat er een planning is voor Q1 2024, dus er gaat nog genoeg gebeuren. Ja. Dan dank ik u voor uw input en aanwezigheid en dank natuurlijk aan onze insprekers, gasten en ambtelijke ondersteuning. 4. RV Vaststellen bestemmingsplan '15e herziening bestemmingsplan Dubbeldam, locatie Prunuslaan 25'
31
Voorzitter: De heer Groenewege Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. De Feijter (ChristenUnie-SGP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Los (gebiedsmanager Gemeente Dordrecht) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-Den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Simon-Van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Mevr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Opening De voorzitter: Nou, onze griffie sluit aan dus we kunnen beginnen. Welkom allemaal, raads- en commissieleden zie ik, de wethouder, wethouder Burggraaf en ondersteuning, niet in het allerminst alle omwonenden die opnieuw zijn aangesloten, van harte welkom. Voor het verslag wil ik eerst alle raads- en commissieleden even vragen om zich kort voorstellen en ik begin aan mijn rechterkant. Dat bent u. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland.
De heer Schalken-Den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP.
32
De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De voorzitter: Vanwege wat defecte microfoons hebben we even een stoelendans gedaan en ik wil toch even vragen om een nieuw voorstelrondje, want dat is toch wel even handig denk ik. En dan beginnen we even achterin daar, want daar zijn ook commissieleden gaan zitten. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer van de Dordtse VVD. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De voorzitter: En dan naar mijn rechterzijde. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. Mevrouw Los: Saskia Los, gebiedsmanager gemeente Dordrecht. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. De heer Schalken: David Schalken, Beter Voor Dordt. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht.
De voorzitter: En we zijn vergezeld door Nick Bootsman van GroenLinks Dordrecht met een defecte microfoon en Mark den Boer, commissiegriffier, met een defecte microfoon. We hebben het vandaag over het bestemmingsplan op de locatie Prunuslaan 25 in Dubbeldam. Daar staat nu een wijkcentrale van KPN, maar daar zijn plannen voor woningbouw en daarvoor moet het bestemmingsplan gewijzigd worden. We hebben al
33
een beeldvormende commissie hierover achter de rug. Toen hebben een aantal omwonenden hun visie daarop gegeven. Inmiddels is het oordeelsvormend geagendeerd met de volgende politieke vragen. Een: wat vindt de commissie van hoe het participatieproces is verlopen? Een vraag van de VSP. Twee: in hoeverre wordt er voldoende gedaan met de inspraakreacties? Een vraag van Beter Voor Dordt. Drie: is de beantwoording van de zienswijze afdoende? Een vraag van GroenLinks. Vier: wat vinden we van de voorgenomen hoogte, de massiviteit van het plan en de vervuiling? Vraag van CDA. En vijf: vinden we het bouwplan passend in het gebied of zijn er alternatieven? Een vraag van de SP. Nou na 24 oktober, dus na de eerste commissievergadering, zijn er nog schriftelijke reacties binnengekomen. Een brief van Samen Leuk Ouder Worden, SLOW, en een brief van projectontwikkelaar Oltburg en die zitten bij de stukken voor vanavond en die zaten ook bij de agendacommissie van vanavond en er is ook gelegenheid geweest om technische vragen te stellen en daar heeft een fractie gebruik van gemaakt. Die technische vragen zijn ook beantwoord, staat ook bij de stukken en het College heeft ook al een voorlopige reactie gegeven op de politieke vragen in diezelfde beantwoording. Ik wil eerst een inventarisatie maken van welke fracties het woord willen voeren. Mag ik wat handen zien? Ja.
Drie, vier… Nou bijna eigenlijk iedereen denk ik, dus dan gaan we iedereen gewoon mooi af. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Voordat we gaan beginnen, mag ik dan even een vraag stellen? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Stolk: Voordat we deze oordeelsvormende commissie gaan beginnen, zou ik toch graag een antwoord willen van de wethouder op of er een asbestsanering of sloopvergunning is op het PTT-gebouw. De voorzitter: Ik geef dat wethouder kort gelegenheid om te antwoorden. De heer Burggraaf: Voorzitter, we hebben het nu eerst over een bestemmingsplanwijziging. Op moment dat de bestemmingsplan is vastgesteld, dan komt pas de fase van uitvoeringswerkzaamheden en dan wordt daar een aparte vergunning voor aangevraagd. En dat is het moment dat er getoetst wordt op de zaken die u benoemt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Dan wil ik daar nog even op reageren. Het klopt inderdaad dat er nog geen asbestsanering is aangevraagd, maar er is al wel begonnen met slopen. En er is ook asbest. En die zit in, voor degenen voor de kennis die hier zitten, die zit in klasse 2.2A. Dat betekent nogal wat. En waarom is dat niet gecommuniceerd met de omwoners? Want dat is nogal gevaarlijk en wat betekent dat nu voor het proces wat we nu ingaan bij deze oordeelsvormende vergadering? De voorzitter: De wethouder.
34
De heer Burggraaf: Die laatste vraag vind ik lastig te beantwoorden, anders dan dat ik hier nog even apart schriftelijk op terug kan komen, want ik weet niet precies wat nu de verschillende activiteiten daar zijn, hoe dat zit met vergunningverlening en dergelijke, dus dat moet ik even los van deze vergadering apart beantwoorden, maar ik denk dat dat losstaat van de inhoudelijke vraag voor wat betreft hetgeen hier nu voorligt voor een wijziging van het bestemmingsplan. De voorzitter: Even vragen, heeft u een agendavoorstel nu of een ordevoorstel? Mevrouw Stolk: Nou ja, ik zou heel graag willen dat dit voorstel teruggaat en dat we eerst eens gaan kijken wat er nu aan de hand is en hoe de procedures lopen, want volgens mij heeft de projectontwikkelaar niet de procedure gelopen zoals die gelopen moet worden.
Dus ik zou graag dit aan willen houden voordat wij hier een oordeel over gaan geven en tegelijkertijd zou ik ook aan willen geven, omdat we allemaal gezien hebben hoe het participatietraject is doorlopen, ik heb geen bewoners gehoord die tegen het bouwen zijn in hun wijk, maar willen we dat er iets gebouwd gaat worden in die wijk, hebben we daar ook de bewoners bij nodig en zou het ons voorstel zijn om dit terug te nemen, dit raadsvoorstel en dat participatietraject nog een keer, maar dan ook goed te doorlopen met de omwonenden, projectontwikkelaar en alle andere partijen die daar nog in bij zitten. De voorzitter: Ik hoor twee dingen. U heeft nu een ordevoorstel voor deze vergadering en u heeft een oordeel over het raadsvoorstel, namelijk tegen en dan een nieuw participatietraject als ik het goed begrijp en ik zag een hand van de VVD. Die wil denk ik ook dat ordevoorstel het woord geven. De heer Den Heijer: Jazeker, ik wil op dat ordevoorstel reageren.
Ik denk dat de toezegging nu gedaan is om daar schriftelijk op terug te komen en dit is een oordeelsvormende vergadering, betekent dat we uiteindelijk ook nog een besluit in de Raad daarover zullen nemen en ik denk dat het ook goed zou zijn als we, voordat dat we dat besluit nemen in de gemeenteraad, dat we die informatie dan van het College krijgen, maar dat hoeft ons nu niet te beletten om überhaupt een bestemmingsplanwijziging te bespreken. Dan zijn we onnodig de boel denk ik aan vertragen terwijl dit twee gescheiden punten zijn die mevrouw Stolk maakt. De voorzitter: Dank. Ik zie nog de heer Schalken-Den Hartog van Beter voor Dordt. De heer Schalken: Voorzitter, ik ben het niet helemaal eens met de heer Den Heijer van de VVD. Want als we gaan kijken naar de politieke vragen die hier aan de orde staan en zijn dat ook onder andere hoe vindt de commissie dat het participatieproces is verlopen? Met deze nieuwe informatie vind ik daar wel wat van en kan ik me ook zo voorstellen dat het wellicht slimmer is om eerst alles goed in beeld te krijgen voordat we een goede oordeelsvormende vergadering hebben en door gaan sturen naar de raadsvergadering. De voorzitter: Helder. Ik zie de heer Damen, PvdA.
35
De heer Damen: Voorzitter, ik vind dat als er gesloopt wordt zonder dat er een vereiste asbestvergunning of verwijderingsvergunning ligt, dan moet daarop worden ingegrepen, dan moet de sloop worden stilgelegd. Dat staat los van de beslissing die nu voorligt. Wat je nu kunt constateren, maar dat gaan we bespreken, is of het participatieproces voldoende is geweest, maar dat is nog een punt dat we moeten bespreken. De voorzitter: Ook helder. De heer Van der Kruijff, CDA. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik wil aansluiten bij de opvatting van de heer Damen. Een bestemmingsplan is iets anders dan een bouwvergunning en een sloopvergunning en als we dit bestemmingsplan vaststellen en of we dat gaan doen, wat er allemaal van vinden, moeten we vanavond gaan beoordelen met elkaar, maar dat betekent nog niet dat het allemaal gesloopt mag worden of gebouwd zonder vergunning maar dat zie ik wel los van elkaar. De voorzitter: Oké. Ik heb van de wethouder het verzoek om nog even daarop te reageren. Met uw welnemen geef ik daar gelegenheid voor. De heer Burggraaf: Ja dank u wel voorzitter. Ik was even niet op de hoogte van de werkzaamheden die werden genoemd en ik ben dus inmiddels, mijn collega’s naast me wel, dus daar ben ik op bijgepraat. Er hebben geen sloopwerkzaamheden plaatsgevonden, er is wel asbest in het gebouw verwijderd. Dat is vooraf aan de omgevingsdienst kenbaar gemaakt.
Dat is met alle zorgvuldigheid gebeurd en dat is niet onderhevig aan vergunningsplicht. Dat is vervolgens ook niet daadwerkelijke sloop. Dat is wat ik net zei, daar heb je weer een aparte vergunningsaanvraag voor en als het gaat over de informatie daarover, dat is vooraf gedeeld met alle mensen die zich hebben aangemeld voor de nieuwsbrief rondom de ontwikkeling. De voorzitter: Nou we hebben nu meerdere visies gehoord op dit ordevoorstel, de visies van de Raad en reactie van de wethouder. Ik wil eigenlijk voorstellen dat we over dit ordevoorstel stemmen zodat we oftewel snel door kunnen met de vergadering, oftewel duidelijkheid hebben. Wie is er voor het voorstel van mevrouw Stolk van de VSP om nu dit onderwerp aan te houden? In afwachting van antwoord op technische vragen. Beter Voor Dordt, Fractie van Waardhuizen, Op ons Eiland en de VSP zelf neem ik aan, overige fracties niet, dan constateer ik dat er geen meerderheid voor is en dat we toch verder gaan met deze oordeelsvormende vergadering. En gezien de belangstelling om aan het woord te komen denk ik dat het wijs is om gewoon het rijtje af te gaan en iedere fractie het woord te laten voeren. En wellicht is het dan handig om te beginnen bij bijvoorbeeld GroenLinks en dan de rest. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, deze casus laat heel goed zien met welke uitdagingen je te maken krijgt bij binnenstedelijk bouwen.
Aan de ene kant is er grote behoefte aan betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen en om tegemoet te komen aan die behoefte hebben we met zijn allen afgesproken om binnen de bestaande stad en de dorpsgrenzen te bouwen. En aan de andere kant dient ook rekening te gehouden worden met het leef- en woonklimaat van het betreffende gebied. En dat is
36
gewoon een heel bijzonder ingewikkelde procedure, dat gaat gepaard met veel discussies met belanghebbenden en omwonenden. Vaak leidt het ook tot aanpassingen van plannen. En dat is ook wat we hier zien, wat er hier is gebeurd. Het oorspronkelijke plan is op onderdelen aangepast om tegemoet te komen aan de wensen en de behoeften van de omwonenden, maar toch merken wij dat het participatieproces niet helemaal soepel is verlopen, waar de omwonenden nu met een vervelend gevoel terugkijken naar de gang van zaken en ook dit project in het algemeen. Nou dat werd net ook al genoemd, asbestsaneringswerkzaamheden. Op een gegeven moment werden de bewoners geconfronteerd met mannen in witte pakken. Die dachten wel wat gaat er gebeuren? Begint de sloop nu al? Maar dat was dus, dat ging dus om asbestsanering en nou ja de bewoners, dat werd gecommuniceerd via de nieuwsbrief en de bewoners die moesten zich dus aanmelden voor de nieuwsbrief of die moesten de ontwikkelingen in de gaten houden via de website en anno 2023 snap ik wel dat we alles digitaal proberen te organiseren, maar er zijn nog steeds mensen voor wie dit gewoon ontoegankelijk is. En hoe moeilijk is het dan om per post of per brief mensen, bewoners, omwonenden, belanghebbenden op de hoogte brengen van wat er allemaal gaat gebeuren in je wijk. Verder constateren wij ook dat de omwonenden over grofweg drie zaken nog zorgen hebben.
Het gaat om de positionering van de vuilcontainers, de zorgen over privacy, maar met name ook de zorgen ook over schade aan de eigen woning bij het bouwen van het nieuwe complex. Veel huizen zijn gebouwd op staal, dus die zijn heel erg gevoelig voor trillingen en bouwwerkzaamheden. En ja, ik zou daarvan willen zeggen, maak een inventarisatie van de huidige staat van de woningen. En kijk vooral, hou het heel goed in de gaten wat er gaat gebeuren naar aanleiding van de bouwwerkzaamheden. Tot slot voorzitter, GroenLinks stemt in met het plan, maar we willen eigenlijk wel ook het College verzoeken, ga nog een keer in gesprek met de bewoners over de zorgen die ik net zojuist heb genoemd. We merken dat daar nog ongenoegen zit bij de bewoners en wij snappen ook wel dat niet volledig tegemoet kan gekomen kan worden aan de wensen van de inwoners, maar het is wel belangrijk dat de omwonenden worden meegenomen bij dit kleinschalig nieuwbouwproject, waar wij volledig achter staan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door met de bijdrage van het CDA. Mijnheer Van der Kruijff.
De heer Van der Kruijff: Dank u wel voorzitter. Het betreft hier de aanpassing voor het bestemmingsplan voor een inpassing van een initiatief van de stichting, ik geloof tenminste dat het een stichting is. Samen Leuk Ouder Worden, SLOW, voor ouderenwoningen in Dubbeldam, betaalbare ouderenwoningen en daar is grote vraag naar en daar heeft onze fractie, maar ik weet ook vele fracties met ons voor geijverd en enthousiast op gereageerd en ook mooi dat het plaats kan vinden. Onze conclusie is als je kijkt qua participatie dat er wel voldoende is overlegd, geluisterd en bekeken wat er van de wensen van de omwonenden inpasbaar zou zijn, maar dat je daar natuurlijk wel tegen grenzen aanloopt van wat inpasbaar is en dat is dus deels wel gehonoreerd en deels niet gehonoreerd. In de nagezonden brief lezen wij ook dat dat ook mede is ingegeven, zou het wat kleiner kunnen, dat dat wel zou kunnen, maar dat het dan leidt
37
tot duurdere woningen. En wij vragen als Raad nu altijd juist om betaalbare woningen, dus dat vinden wij ook wel een doorslaggevend argument om met deze schaal van dit appartementengebouw in te stemmen, omdat er dan ouderenwoningen ontstaan op een manier die we graag zien met collectiviteit, sociale samenhang, iets willen betekenen voor de omgeving, allemaal mooi in Dubbeldam. Ook voor ouderen die er echt om vragen om te kunnen wonen in Dubbeldam. Dus als je dat allemaal tegen elkaar afweegt, zijn we daarvoor. Past dat in Dubbeldam? Dat was een van de vragen van zo'n appartementsgebouw. Wij vinden op deze schaal, geloof dat het maximaal negen meter hoog wordt, dat is lager dan nu. Het wordt wel wat massiever, wat langer, breder, zeg maar. Maar als je het vergelijkt met andere appartementengebouwen die ook in Dubbeldam staan, is dat ook niet overdreven anders. En ik denk dat iedere Dubbeldammer ook wel de voorbeelden weet van waar elders in Dubbeldam ook zulk soort complexen zijn gerealiseerd. Wat betreft de overlast, die zal er tijdens de bouw vast zijn. Dat moeten we ook allemaal erkennen en dat geeft ook wel een opdracht aan de gemeente om toezicht te houden op wat de uitvoerder allemaal gaat doen om dat te beperken.
En er moet ook een goede, als je het weer over communicatie hebt, daar hebben we het veel over de laatste tijd, een goede lijn naar de gemeente en naar de uitvoerder moet er zijn, dat als daar dingen gaan die mensen zorgen baren dat ze dat kunnen uiten en dat daar wat mee gedaan wordt. En wij vinden het ook belangrijk dat voordat dat gedaan wordt, de omliggende huizen, want die zijn inderdaad niet onderheid, dus die lopen inderdaad risico als je allemaal aan het werk gaat en als er trillingen komen, dat dat van tevoren goed geschouwd wordt en in beeld gebracht wordt en als daar schade ontstaat, dat is eigenlijk nog wel een vraag die een beetje beeldvormend is, maar ik stel ik hem toch maar stiekem erbij, dat daar dan ook mogelijkheid bestaat om die schade te verhalen. En dan was de vraag eigenlijk, die stiekem beeldvormend erbij is, komt die schade dan voor rekening van de gemeente of komt die schade dan voor rekening van de projectontwikkelaar in dit geval? Ik vermoed dat laatste, maar ik heb het nergens zo expliciet gevonden. Misschien staat het er wel en ligt het aan mij dat ik het niet gevonden heb. De voorzitter: Mag ik vragen of het CDA hier een voorkeur in heeft, want dan kunnen we het misschien als politiek voorkeur, politieke vraag noteren. De heer Van der Kruijff: Ik kan er ook meteen mijn gewenste antwoord wel bij vertellen.
Mijn gewenste antwoord is dat dit risico voor de projectontwikkelaar is. De voorzitter: Dan vatten we hem op die manier als politieke vraag op en dan kan de wethouder daar op die manier op. De heer Van der Kruijff: Nou dat is heel vindingrijk van u, voorzitter. Dank u wel. Dan doen we het zo. En hetzelfde geldt voor wat betreft vervuiling van asbest, dat had ik nog niet gehoord, maar is ook een vorm van vervuiling. Dat was natuurlijk al een zorg bij de omwonenden, ook dat er olievervuiling in de grond zit. Het is allemaal onderzocht, het zou allemaal niet zo zijn. Maar ook daarbij het verzoek om tijdens het traject van als het ooit tot bouwen komt, daar heel goed op te monitoren en dat in de gaten houden, want wellicht dat toch de historische kennis van omwonenden ergens wel op gestoeld is en dat er toch iets gevonden wordt wat bij het onderzoek vooraf toch niet naar boven is
38
gekomen en dat we dat extra goed in de gaten houden. En al met al, dat is dan het conclusie-oordeel van CDA, dat we kunnen instemmen met dit ontwerp bestemmingsplan. De voorzitter: Dit bestemmingsplan. Dank u wel. Dan gaan we naar de ChristenUnieSGP, de heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Kort over een nota van beantwoording van een zienswijze, die mocht wat ons betreft wat uitgebreider en wat invoelender worden geschreven, zo wordt er in zienswijze 1 onderwerp 2 een vraag over privacy terugverwezen naar onderwerp 1, waar helemaal niet gerept wordt over privacy en zorgen met betrekking tot privacy in alle overige zienswijzen, die worden steevast terugverwezen naar zienswijze 1, onderwerp 1 en die zijn in de tussentijd nog steeds niet veranderd en gaan nog steeds niet over privacy. Dit is weer een punt over de gemeentelijke communicatie, waar we laatst rond een ander thema ook al even bij stil hebben gestaan. Mensen die de tijd hebben genomen om bezwaar in te dienen, verdienen ook een antwoord waar de tijd voor is genomen. En wij verwachten dat de wethouder ook nota's van beantwoording meeneemt in zijn hernieuwde communicatieambities. Dan verder over het voorliggende bestemmingsplan. Daar zijn wij enthousiast over. We hebben het idee dat de initiatiefnemer veel rekening heeft gehouden met de buurt.
Betekent dat dat alle wensen zijn ingewilligd? Nee, dat constateren wij ook. Maar er is wel zoveel mogelijk geluisterd en ook daadwerkelijk aanpassingen gemaakt naar aanleiding van gesprekken met de gemeente en ook naar aanleiding van gesprekken met omwonenden, waardoor nu een mooi passend plan voorligt, een plan dat ook voorziet in een vraag van veel oudere Dordtenaren om samen te wonen in een hofje, in deze collectieve woonvorm. We zullen dan ook voor dit plan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Beter Voor Dordt, de heer Schalken-Den Hartog. De heer Schalken-Den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Allereerst vindt Beter Voor Dordt, net als de meeste bewoners, dat we zeker niet tegen dit bouwplan zijn, want we weten ook dat de consequenties van het feit dat wij belangrijk vinden dat onze polders groen blijven, betekent dat we de bouwopgave binnenstedelijk moeten zien in te vullen.
Waar we vanuit Beter Voor Dordt wel moeite mee hebben, is het feit dat we ook nu weer worden geconfronteerd met het feit dat gewoon participatie weer niet goed wordt opgepakt, het feit dat inderdaad niet gewoon is geprobeerd of gewoon echt een uiterste poging is gedaan om alle bewoners te informeren over de activiteiten zoals die de afgelopen dagen er zijn geweest, dat vinden we echt gewoon onzorgvuldig en zeker met participatie wat we allemaal hoog in het vaandel hebben staan. Met betrekking tot de wensen van de omwonenden, we hebben inderdaad gezien dat er is gekeken naar in hoeverre daaraan tegemoetgekomen zou kunnen worden, vinden we het eigenlijk wel jammer, omdat wij het idee hebben dat wanneer je als projectontwikkelaar nog net ietsje verder zou gaan, net ietsje meer ook met gevoel voor de huidige bewoners, dat je ook veel meer medewerking en een andere houding vanuit de huidige bewoners krijgt,
39
ook in het vervolgtraject en zeker met wat nu dan ook nu weer speelt, vinden we eigenlijk vanuit Beter Voor Dordt dat we het liefst zouden zien dat het voorstel wat er nu ligt voor de aanpassing van het bestemmingsplan eigenlijk nog even op de tafel blijft liggen en er nog gewoon een actieve poging wordt gedaan om ook met die bewoners om de tafel te gaan zitten om te kijken in hoeverre je wellicht wel nog op sommige zaken tegemoet zou kunnen komen en ook om aan die bewoners te laten zien dat je wel je best gaat doen om de goede participatie van de grond te krijgen. Ook gewoon om in het verdere traject ervoor te zorgen dat er meer draagvlak komt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Tutupoly van Op ons Eiland. De heer Tutupoly: Ik wacht nog even een momentje tot de volgende beurt. De voorzitter: D’accord. Mevrouw Stolk, VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Voor het grootste gedeelte sluit ik aan bij de woorden van de heer Van Der Kruijff, want ook wij willen dat daar seniorenwoningen gebouwd worden. We hebben samen met CDA juist een initiatiefvoorstel juist voor knarrenhofjes en woonvormen voor ouderen. Alleen, en daar komen we weer op het woord communicatie, de communicatie van dit College, laat ik het dan maar heel voorzichtig zeggen, is niet sterk. Volgens mij gaf mijnheer De Feijter dat net ook al aan. Daar zijn slagen te maken.
En als je kijkt hoelang dit al duurt met deze omwonenden en laat ik de wethouder meegeven, er zit heel veel kennis en kunde bij deze bewoners en ik zou u adviseren, ga eens met deze bewoners echt goed in gesprek, dan denk ik dat jullie er allemaal wel uitkomen. Alleen je moet bereid zijn om naar elkaar te luisteren en niet alleen horen, maar ook er iets mee doen. Dus mijn advies zou zijn: organiseer nog iets met deze bewoners, probeer te kijken of er tot compromissen gekomen kunnen worden, want we moeten bouwen in deze stad en dat weten we allemaal. En dan even ook op de opmerking van de heer Van der Kruijff. Volgens mij de projectontwikkelaar, die is voor de planschade volgens mij, maar dat weet ik niet helemaal zeker, maar die vraag die stel ik daar dan even bij en ook hier zou ons voorstel zijn om een nulmeting te doen. Een nulmeting om te kijken van is er nou schade, want die huizen zijn inderdaad gebouwd op staal, dus ik wacht heel eventjes de tweede termijn af en het antwoord van de wethouder voordat wij daar een klap opgeven. De voorzitter: De heer Damen met een interruptie. De heer Damen: Ja. Mevrouw Stolk heeft het over een compromis, maar dan ben ik benieuwd op welk punt zij dan een compromis zoekt, want de heer Van der Kruijff geeft net aan, van voor de betaalbaarheid heb je een bepaald volume, een bepaalde hoogte nodig, dat heeft consequenties voor de privacy.
Is daar dan een compromis op te creëren, dat zeg maar zowel de betaalbaarheid als zeg maar minder of meer privacy en minder volume met zich mee brengt. De voorzitter: Mevrouw Stolk.
40
Mevrouw Stolk: Ja voorzitter. Of dat dan in het volume zit, dat weet ik ook niet. Ik ben geen bouwdeskundige, maar probeer er in ieder geval met de omwonenden eruit te komen zodat je fijn in deze mooie wijk, want laten we allemaal, we zijn allemaal een beetje trots op ons Dubbeldam zou ik maar zeggen, dat je gezamenlijk in een mooie wijk met elkaar op een fijne manier kan gaan wonen en niet een slechte start maken, dat bewoners en de nieuwe bewoners dadelijk tegenover elkaar komen te staan. Ga nou eens die verbinding zoeken en maak gebruik van de kennis en kunde die er in die wijk zit. De voorzitter: Ik had zelf ook nog een vraag, gek genoeg, voor de helderheid van het vervolg van de vergadering. Want u had het over een nulmeting, bedoelt u dan een nulmeting van de woningwaarde of bedoelt u een nulmeting van de bouwkundige staat van de woning? Mevrouw Stolk: Nou ja voorzitter, wel een goeie vraag die u stelt. Kijk als je gaat slopen bij dit soort huizen, dan heb je kans dat er scheuren in je huizen… Dus in de bouwkundige staat, dat zou dat zou mijn voorstel zijn maar daarvoor zeg ik ook, ik wacht even de beantwoording van de wethouder af. De voorzitter: Dank voor de verduidelijking. Dan gaan we naar mevrouw Van Waardhuizen van Fractie Van Waardhuizen. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank voorzitter.