2.10 2023.11.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 NOVEMBER 2023 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-Den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Kolff (Burgemeester) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Stolk Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx. Opening De voorzitter: Beste mensen. Het is zeven uur. We gaan starten met het Vragenhalfuurtje van dinsdag 14 november. Welkom allemaal. We hebben vandaag een drietal vragen en ik wou eigenlijk naar de eerste vraag en die is van GroenLinks en de heer Bootsman die kan de vraag kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Bootsman: Jazeker voorzitter, dank u wel. Gisteren konden we in een artikel op Binnenlands Bestuur lezen dat bij de vorige verkiezingen 80 procent van de stemlokalen niet goed genoeg toegankelijk was voor mensen met een beperking. Demissionair Minister van Binnenlandse Zaken De Jonge doet een dringende oproep aan gemeenten om dit voor de komende verkiezingen, zowel op 22 november als op 6 juni te verbeteren, zodat de democratie toegankelijk is voor iedereen. Denk hierbij niet alleen aan complete ontoegankelijkheid, maar ook aan gedeeltelijke ontoegankelijkheid, zoals zware deuren die dichtzitten.
In het kader hiervan hebben wij de volgende vragen: hoe staat het met de toegankelijkheid van de stemlokalen in Dordrecht? Er staan er twee officieel als ontoegankelijk te boek, is de rest volledig zelfstandig toegankelijk? Zo nee, waarom niet? Twee: is deze toegankelijkheid nu of eerder getest door representatieve organisaties van ervaringsdeskundigen om de toegankelijkheid ook echt te kunnen waarborgen? Drie: hoe zit het met de beschikbaarheid van een stemmal ten behoeve van slechtzienden, is deze nog steeds alleen maar op het stadskantoor aanwezig? En zo ja, waarom is dat? Vier: is het College bereid om, als deze toegankelijkheid nog niet goed genoeg bereikt, deze zo snel mogelijk op te pakken, zodat onze democratie voor iedereen toegankelijk is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Ik ga naar de burgemeester.
1
Burgemeester Kolff: Dank. Nou allereerst dank voor de vraag. Buitengewoon belangrijk dat bij het feest ‘de democratie’, laten we het zo maar even noemen, de verkiezingen die ook binnenkort, volgende week, weer gehouden worden, de toegankelijkheid tot stembureaus zo groot mogelijk is en dat iedereen die dat wil in staat is om zijn of haar stem uit te brengen. In Dordrecht hebben we, dat heb ik vorige week in de raadsvergadering ook gezegd, ruim 60 stemlokalen ter beschikking en dat is voor een stad van onze omvang ongeveer anderhalf keer het gemiddelde in Nederland. En dat doen we expres om te zorgen dat er zo dichtbij mogelijk bij iedereen een stemlokaal is. En dan is het inderdaad nog van belang dat die stemlokalen worden bemenst en dat ze toegankelijk zijn. Als het gaat om vraag één, hoe staat het met de toegankelijkheid, er staan twee inderdaad als ontoegankelijk te boek, is de rest volledig zelfstandig toegankelijk, dan klopt dat precies. De stemlokalen Inter Amicos en het stadhuis zijn gezien de aard van het gebouw wat lastiger toegankelijk voor mensen met bijvoorbeeld een beperking. Het stadhuis is wel met een lift zoals u weet toegankelijk, maar die route is wat minder gebruiksvriendelijk, via de fietsenkelder.
De overige stembureaus zijn allemaal volledig zelfstandig toegankelijk, de deuren staan in principe allemaal ook open en de stembureaus met hogere drempels worden voor zien van een zogeheten drempelhulp. Als het gaat om de test die door een eventuele representatieve organisatie gedaan is of door een ervaringsdeskundige, dat is ook gebeurd. Eerder is de toegankelijkheid van alle stembureaus getest door Ongehinderd. Daar bent u ongetwijfeld mee bekend. De aanbevelingen die Ongehinderd heeft gegeven, zijn ook zoveel mogelijk doorgevoerd in de stembureaus. Er zijn wel wat stembureaus daardoor ook afgevallen in de huidige situatie en er zijn ook weer nieuwe toegevoegd. En voor alle stembureaus die we op dit moment gebruiken geldt dat we die toetsen aan de richtlijnen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en dat ze daar ook aan voldoen. Dan de stemmal voor slechtzienden, ook belangrijk dat die mensen hun stem kunnen uitbrengen. Die is inderdaad alleen op het stadskantoor aanwezig. En dat heeft eigenlijk puur te maken met de hoge kosten. Hij wordt zeer sporadisch gebruikt, maar het is wel belangrijk dat in onze stad zo'n voorziening er is. Maar de kosten van een stemmal zijn 3500 euro per verkiezing.
En gezien het feit dat we ook nu meer verkiezingen hebben eigenlijk dan gepland, hebben we ervoor gekozen om die op een plek centraal in de stad ter beschikking te stellen en die locatie, die wordt ook vooraf aan alle kiezers gecommuniceerd. En dan tot slot zijn we bereid als de toegankelijkheid niet goed genoeg is, om dat te verbeteren, dat is altijd het geval. Elke verkiezingen wordt weer opnieuw geëvalueerd en gekeken of we het de volgende verkiezingen nog weer beter kunnen doen. Maar op dit moment lijkt het er dus op dat het in onze stad aardig op orde is en wij dus niet behoren tot die 80 procent die u net noemde, voorzitter, of die de heer Bootsman noemde. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende beantwoord? Nou, volgens mij wordt er alles aan gedaan dat iedereen kan gaan stemmen volgende week woensdag. De tweede vraag is de vraag van de VVD en die gaat over de short stay facility, de heer Van der Net, die kan hem kort toelichten.
2
De heer Van der Net: Wij hebben gelezen dat er een woning in de short stay een maand is gesloten, omdat er wapens en drugs waren gevonden. Maar wij hebben daar ook in de buurt, hebben wij straatbezoeken afgelegd en de mensen geven gewoon aan dat ze daar gewoon ernstige overlast hebben van wat zij zeggen mensen zijn van de short stay facility, die hangen in portieken, maar soms gaan ze zelfs ook langs de deur om daar te bedelen en ook bij het winkelcentrum. Nou, wij maken ons wat dat betreft als VVD ernstig zorgen om de veiligheid en de leefbaarheid in de genoemde buurt, ook omdat we toch een tweede situatie Kasperspad Kromhout willen voorkomen. En vandaar ook deze vraag ook met name ook van, nou waarom maar een maand met betrekking tot een ernstige vondst, maar ook wel van of dat het College bekend is met de ernstige overlast en of dat daar al maatregelen zijn genomen. Dat is hem, voorzitter. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Ik ga weer naar burgemeester. Burgemeester Kolff: Ja. Dank ook voor deze vraag. Want het is natuurlijk een vervelende situatie iedere keer als er in Dordrecht handelshoeveelheden drugs worden gevonden in een huis of in een bedrijfslocaties of in dit geval in de short stay facility. Aan de andere kant kun je het ook zo zien.
Het is goed dat het wordt ontdekt en dat er meer mensen zijn die dat melden, dat erop wordt geacteerd, dat de politie erop handelt en dat we vervolgens aan de hand van de bestuurlijke rapportage een besluit nemen om daar ook de openbare orde te herstellen, want dat is het doel van zo’n sluiting, het herstellen van de openbare orde. Het is vaak zo dat als er meer dan een kleine hoeveelheid wordt gevonden en andere hoeveelheid, dat er ook loop is in zo'n pand. En dat willen we natuurlijk voorkomen en ook een duidelijk signaal afgeven dat het in onze stad niet wordt getolereerd. Nou ik heb daar als burgemeester een zogeheten handhavingsmatrix voor die ik hanteer. Dus afhankelijk van de omstandigheden is de basis dat we drie maanden sluiten om de openbare orde te herstellen. Maar iedere keer opnieuw als zich zoiets voordoet, dan is dat een afweging en dan wordt er ook gekeken naar allerlei andere omstandigheden. Kan bijvoorbeeld zijn dat er een woonhuis is waar een gezin woont, dat er kinderen in het spel zijn, dat er bijvoorbeeld een senior, een oudere nog in de woning woont. Dat zijn allemaal aspecten waar we rekening mee houden als het gaat om een sluiting, alhoewel wel blijft staan dat herstel van de openbare orde van groot belang wordt geacht. In dit geval heb ik ervoor gekozen om van die drie maanden maar een maand te sluiten.
Dat heb ik ook afgestemd met mensen van Team Veiligheid en de politie. Die zeiden ook van ja, in deze omstandigheid is een maand echt voldoende om de openbare orde te herstellen. De hulpverlenende instantie heeft ook zelf allerlei maatregelen genomen om dit in de toekomst daar te voorkomen. Ja en we hebben natuurlijk ook te maken, dat speelt ook mee in de afweging, met schaarste van dit soort woonunits, als het gaat om de mensen die daar worden opgevangen. Dat zijn toch hele bijzondere doelgroepen die daar samen worden gebracht, daar hebben we schaarste in. Dat telt ook mee. Uiteindelijk leek ons een sluiting van een maand hier afdoende voor het herstel van de openbare orde. Meestal is het dus overigens drie maanden en soms is het zes maanden afhankelijk van de ernst van de situatie. Dan de vraag of wij bekend zijn met ernstige overlast. Nou voor zover ons bekend en de signalen die u heeft, die ontvang ik ook graag op een bureau dat we daar, zodat wethouder Merx en ook wethouder Heijkoop, die
3
verantwoordelijk is voor de short stay facility en ik daarnaar kunnen kijken. Maar grootschalige problematiek lijkt, gezien het aantal signalen dat wij ontvangen, niet aan de orde. Het is natuurlijk wel zo dat daar kwetsbare, bijzonder doelgroepen worden opgevangen en dat dat tot overlast kan leiden. Nou, ik zou die signalen heel graag krijgen. Het is ook van belang dat mensen die overlast ervaren dat echt melden, ofwel via Fixi, ofwel bij handhaving, of rechtstreeks bij ons of bijvoorbeeld bij de politie. En dan kunnen we er ook maatregelen opzetten met aanleiding van uw signaal. In ieder geval gaan we het gesprek aan. Dat zal de heer Heijkoop doen met de leiding, met de uitbater van de short stay facility, dus dat eventjes ten aanzien van die vragen voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Het aanbod om in ieder geval daar gebruik van te maken om aan te geven wat er aan de hand is, dat doen we graag. We hebben donderdagavond een avond gepland in Wielwijk waar mensen voor uitgenodigd zijn en we hebben via de mail ook al wat reacties gehad, die zullen we verzamelen en dat komt dan weer richting het College, voorzitter.
De voorzitter: Nog een vraag… Burgemeester Kolff: Nog even een aanvulling dan ook op dit signaal, altijd goed natuurlijk als u als raadslid ook als volksvertegenwoordiger u laat zien in de wijk en signalen oppakt en ook aan ons doorgeeft. Maar het is ook echt van belang dat de mensen zelf met een aanduiding zich ook melden bij de daartoe bevoegde instanties, zodat die worden geregistreerd en dat we dat ook kunnen afwegen in alle andere signalen die we binnenkrijgen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog even een korte aanvulling erop, want ik onderschrijf het pleidooi van de heer Van der Net, alleen de klachten die van bepaalde bewoners komen, zijn ook vaak kwetsbare ouderen die daar in de wijk zitten en die hebben toch een beetje een aversie tegen het melden bij de politie, al is het al maar uit angst. Dus ik hoop dat u dat ook mee wil nemen in uw onderzoek. Burgemeester Kolff: Ja dank. Ik herken dat wel hoor, dat sommige groepen terughoudend zijn bij het melden bij de politie. Toch is dat van belang. Ik blijf het benadrukken. Tegelijkertijd is er daarom ook zoiets als Meld Misdaad Anoniem, waarbij het volstrekt anoniem gemeld kan worden, zonder dat het ook herleidbaar is naar van wie het komt.
Maar het is wel van belang dat we, als er signalen uitwijken, die zijn in dit geval rondom die short stay facility, dat dat ook echt via die instanties binnenkomt, omdat daar gewoon een registratiesysteem achter zit.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik denk voldoende over dit punt. Dan hebben we de derde vraag. Dat is een vraag over de verlichting in het Weizigtpark, daar hebben we
4
eerder andere vragen over gehad. Deze komt van de kant van de PvdA en de heer Damen, die kan hem kort toelichten. De heer Damen: Dank u voorzitter. Het gaat om het pad tussen de hoofdingang van het Weizigtpark bij de Nassauvijvers en de toegang tot Turboflat, daar zijn de laatste dagen de lantaarnpalen verwijderd. Er zijn meer lantaarnpalen verwijderd in het Weizigtpark, maar die zijn vervangen. Ik begreep van een bezoeker van Weizigtpark dat hier de lantaarnpalen niet zouden worden vervangen en daar zou een reden voor zijn, namelijk dat de bedoeling was dat wanneer het donker is de mensen die het station verlaten of anderszins in Weizigtpark moeten zijn, de hoofdroute zouden nemen van de achterkant van het station naar de hoofduitgang van Weizigtpark en niet dit pad zouden bewandelen. Nou, dat vond ik heel bevreemdend. Ik heb dat nog nagevraagd bij de uitvoerder van de werkzaamheden in het Weizigtpark op dat moment en die zei van ja, we moesten die lantaarnpalen weghalen, ik weet niks van het nieuw plaatsen van lantaarnpalen. Dus daar leid ik uit af dat het niet de bedoeling is dat daar lantaarnpalen terugkomen. Het pad is 's avonds donker, maar naar mijn idee kan het niet de bedoeling zijn dat je lantaarnpalen op een bepaalde plek weghaalt. De voorzitter: Mijnheer Damen, ik denk dat uw vragen duidelijk zijn, u heeft een korte toelichting kunnen geven.
Het is nu bijna anderhalve minuut en ik wou eigenlijk overgaan naar de beantwoording, want de heer Van der Linden heeft ook al kennis kunnen nemen van uw vragen. Dank u wel. De heer Van der Linden: Dank u wel voorzitter en dank voor de vraag. Het klopt. De betreffende lantaarnpalen op dat parallelle pad zeg maar, die worden niet teruggeplaatst. We hebben op de hoofdroutes van het park zes meter breed nieuwe lantaarnpalen geplaatst, die ook inmiddels zijn geplaatst en werken. En voorzitter, u gaf aan, ja heeft dat in de stukken gestaan destijds. Dat heeft in de stukken gestaan, maakt ook deel uit van de beraadslagingen in de besluitvorming 21. Ik kan de bijlage erbij noemen, zal ik dat doen, hoeft niet hè, dacht ik al. Is een speciaal nagezocht bijlagenummer, maar dat gaan we niet doen. Derde vraag is van, waarom is dit nou? De voornaamste reden was dat we hebben besloten, licht waar het moet. Sociale veiligheid was heel belangrijk in dit dossier, maar ook donker waar het kan, want er zit ook een hoop fauna zoals vleermuizen, dus niet op elk paadje verlichting, maar op de hoofdroute dus wel. En de vierde vraag zou zijn geweest of het College niet met ons, de PvdA dus, van mening was zou zijn dat een dergelijke handelwijze bizar en extreem volgend is. Gelukkig hoeven we op die vraag niet in te gaan want dat is dus niet de reden geweest. Tot zo ver. De voorzitter: Dank u wel.
U heeft nog een vervolgvraag, mijnheer Damen. De heer Damen: Ja. Het is nu tamelijk donker op de pad. Dat was blijkbaar de bedoeling. Dat dat de bedoeling was, dat stond mij niet meer helden voor de geest. Maar mocht het nou aanleiding zijn om te zeggen van nou, dat geeft toch een onveilige situatie ter plekke, dan lijkt het me raadzaam dat men zich bezint op het terugplaatsen van die lantaarnpalen.
5
De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank. In de overwegingen die we hebben gedaan destijds, een paar jaar geleden, het element sociale veiligheid speelde een grote rol, bereikbaar speelde een grote rol. Daarom brede toegangspaden met behoorlijk veel felle verlichting en een andere overweging was ook, dit park is ook bedoeld voor niet alleen voor de mensen, maar ook voor de dieren. Dus daarom is een afweging gemaakt in stukken heel, heel goed verlichten en andere stukken juist niet verlichten. Natuurlijk, naarmate het werk bijna klaar is en het in gebruik wordt genomen, kan het altijd zo zijn dat mensen reden zien om deze vraag nog eens te stellen. En daar zijn we natuurlijk ook ontvankelijk voor. De voorzitter: Dank u wel. Ik merk dat de heer Merx nog iets wil toevoegen. De heer Merx: Ja heel kort, want vanavond spreken we toevallig over het verlichtingsbeleid, dat wat de heer Van der Linden zegt, wat in het wijkgebouw gebeurt, is ook inmiddels in het beleid vormgegeven. Dus als u daar wensen enzovoorts bij heeft, kunt u dat vanavond ook gewoon meegeven. Dan kunnen we daar nog eens naar kijken. Maar dan meer in zijn algemene beleidsvorming. De voorzitter: Dank u wel. Dit waren de vragen voor vanavond, dank voor uw aandacht, dank voor de vragen, dank voor de beantwoording en prettige avond. 3.
Themabijeenkomst vroegtijdige schoolverlaters MBO met Da Vinci en Aanpak Match Voorzitter: Mevrouw Pichel Commissiegriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie-SGP) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Simon-Van Waardhuizen (Fractie Van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Mevr. Van Vugt (CDA) Dhr. Venderbos (Partij voor de Dieren) Inspreker: Mevr. Oprel (Inspreker, ROC Da Vinci College)
6
Mevr. Terweij (Inspreker, MBO Yuverta Dordrecht) Mevr. Willemze (Inspreker, coördinator De Matchmakers) Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Benamu (ondersteunend ambtenaar) Dhr. Bomius (ambtenaar) Portefeuillehouder: wethouder C. van Benschop Opening De voorzitter: Een hele goedenavond, dames en heren en welkom bij deze, is het een beeldvormende vergadering, een beeldvormende vergadering. Ja, het staat hier. Ik zat even in kleuren te denken. Voordat we beginnen wil ik eigenlijk graag voor het verslag even een rondje doen van de aanwezigen en dan ga ik vandaag links van mij beginnen. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. De heer Bomius: Serge Bomius, ambtenaar. Mevrouw Benamu: Lieske Benamu, ondersteunend ambtenaar. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie-SGP. Mevrouw Boom: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Van Vugt: Franciske van Vugt, CDA. De heer Venderbos: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks.
De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland.
7
De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. Mevrouw Oprel: Carla Oprel, ROC Da Vinci College. Mevrouw Willemze: Reimke Willemze, coördinator van De Matchmakers. Mevrouw Terweij: Marjan Terweij, MBO Yuverta Dordrecht. De voorzitter: En mijn naam is Ruby Pichel en ik ben uw voorzitter vanavond. Volgens mij zit er verder niemand meer omheen die ik niet heb genoemd, nee. Oké welkom en speciaal welkom aan onze bezoekers, insprekers, ondersteuning. We hebben vandaag de beeldvormende vergadering, een Themabijeenkomst Vroegtijdige Schoolverlaters MBO met Da Vinci en Aanpak Match. Waarom hebben we deze vergadering? Op 27 juni heeft fractie Partij van de Arbeid bij de agendering van Raadsvoorstel Startnotitie Visie Voortgezet Onderwijs de suggestie gedaan om mede in navolging op de twee themabijeenkomsten over thuiszitters op 6 juni en 23 mei ook een beeldvormende commissievergadering in te plannen over vroegtijdige schoolverlaters op het mbo en Da Vinci College en Aanpak Matchmakers uit te nodigen. Het onderwerp van dit gesprek is: wat is er nodig aan maatregelen en interventies om deze jongeren op school te houden? En dit voorstel werd dus gesteund door Partij van de Dieren, CDA, Beter voor Dordt, Gewoon Dordt en Fractie Van Waardhuizen. Ik heb best wel veel insprekers hier vanavond.
Er komen best wel veel mensen aanbod, wat in zijn totaliteit als we alle tijden bij elkaar optellen een uur is. We hebben anderhalf uur de tijd voor deze vergadering, dus ik wil ook de insprekers vragen om zich zoveel mogelijk aan de tijd te houden, zodat we de commissie de gelegenheid kunnen geven voor vragen. We zullen er redelijk strak op zijn. We hebben mevrouw… Nee ik zeg dat verkeerd, de heer Bomius die gaat zo beginnen. Dan hebben we mevrouw Willemze en dan hebben we mevrouw Oprel. Vervolgens zou mevrouw Willemze nog wat gaan vertellen bij afwezigheid van mevrouw Van der Wouden. Dan hebben we mevrouw Oprel en mevrouw Terweij en aan het eind wil de ambtelijke ondersteuning ook nog even een bepaalde toelichting geven. Dus dat zal de volgorde zijn van de sprekers en je hebt met betrekking tot vragen, kijk ook even naar de sprekers omdat de tijd kort is, ik heb vijf minuten per persoon. Zou ik het eigenlijk even dat willen doen en dan na afloop de vragen stellen. Ga ik eerst even naar links naar de heer Bomius. De heer Bomius: Ja dank u wel voorzitter en goedenavond. Nou, introductie is eigenlijk al helemaal gebeurd, staat ook hier op deze slide. Aanleiding is bekend met de toevoeging dat eerder dit jaar ook nog een raadsvoorstel Glansrijke Toekomst is behandeld.
Alles valt een beetje ineen met al die informatie die u al heeft gehad en we gaan proberen u binnen anderhalf uur deskundig te maken in een complex onderwerp en daarvoor hebben wij ook een aantal deskundigen voor u uitgenodigd. De vraag van u op een gegeven moment is ook van, waar bent u als Raad voor en waar bent u als Raad van natuurlijk. Ja goed. Een aantal zaken die worden besproken, zijn regionaal geregeld en ik eindig op een gegeven moment met het stukje lokaal, dus dat wil ik op de voorhand meegeven aan u en dan was dat mijn stukje.
8
De voorzitter: Nou dat was heel snel. Ja, heel goed. Mooi begin. Zijn hier nog vragen over, verder duidelijk. Dan gaan we naar mevrouw Willemze, zit aan mijn rechterkant. Gaat uw gang mevrouw Willemze. Mevrouw Willemze: Dank u wel. Ik ga proberen het record van Serge te verbreken, het ook kort te houden. Ik heb u net allemaal een hand-out gegeven. Mij was namelijk gevraagd allereerst wat te vertellen over de cijfers. En ja, als je dat doet zonder er op terug te kunnen grijpen, dan gaat het al gauw duizelen dus vandaar de hand-out. Even nog een toelichting op de aanpak, er staat dat Micaela van der Wouden het feitelijk Aanpak Matchmaker zou vertellen, maar zij is vannacht ziek geworden, dus ook dat onderdeel zal ik op mij nemen. Dan even: waar hebben we het over als we het hebben over voortijdig schoolverlaten? Als eerste wil ik zeggen dat dat een landelijk probleem is. Het is niet iets specifiek voor deze regio en niet specifiek voor deze stad. Maar als u met mij meekijkt naar de cijfers, dan zal u wel opvallen dat waar de regio Zuid-Holland-Zuid ongeveer gelijk is aan het gemiddelde van Nederland, dat voor Dordt helaas wel in negatieve zin afwijst. Dus in Dordrecht zijn relatief meer voortijdig schoolverlaters. Waar vallen jongeren dan uit het onderwijs? Dat is met name in het mbo.
U ziet in het laatste staatje op de eerste pagina dat qua percentage in het volwassenonderwijs verreweg de meeste uitvallen, maar dat is een heel kleine groep. Kijk je naar de aantallen en dat zien we op de tweede pagina, dan zijn de aantallen in het mbo verreweg de grootste. Dus het is niet voor niks dat u het mbo als onderwerp hebt geagendeerd vandaag. Kijken we dan, zoomen we dan in, wat gebeurt er op het mbo? Waar vallen ze uit? Dan zie je eigenlijk weer eenzelfde verhaal. In percentages is het percentage op het entree, dus het mbo-1 onderwijs, het hoogst, daarna op het mbo-2 en in aantallen is juist in het mbo-4 de uitval het grootste, maar dat komt gewoon omdat die groep het grootst is en die uitval is trouwens meestal minder zorgelijk dan bij de lagere, de kortere mboopleidingen. Nou de grafieken op pagina twee gaan over de landelijke cijfers dan wel op Zuid-Holland-Zuid-niveau. Ik heb voor u een beetje ingezoomd, want u bent de Raad van Dordt, toch op de Dordtse cijfers en dan ziet u op pagina 3 en 4 de aantallen jongeren die op het mbo starten in enig jaar en vervolgens de uitval-aantallen in de jaren in de grafiek daaronder. Op pagina 3 is dat voor Dordrecht in zijn totaliteit en op pagina 4 is dat specifiek voor Dordrecht-West. Dus dan hebt u ook daar een beeld van de aantallen waarover u spreekt.
Al deze aantallen, dat op pagina 4, gaat over jongeren die in dat jaar zijn uitgevallen. Wat van belang is om ons te beseffen, is dat het als jongeren na een jaar nog steeds niet aan het werk zijn of opnieuw naar school, dat ze in die problematiek blijven. Dus het is ook belangrijk om naar de zogenaamde oud-VSV’ers te kijken en daar gaat pagina 5 over. En dan zien we wel een op zich een heel mooi iets waar Dordrecht in positieve zin afwijkt van het land, namelijk de VSV'ers in Dordrecht en Zuid-Holland-Zuid zijn aanmerkelijk vaker, echt aanmerkelijk vaker aan het werk na de uitval. Waar dat mee te maken heeft? Misschien met onze Matchmaker-aanpak waar ik straks wat over ga zeggen. Maar ja, de eerlijkheid gebiedt biedt ook te zeggen dat het wellicht gewoon met de arbeidsmarkt hier en de ja, het karakter van de arbeidsmarkt te maken heeft. Ik heb er wel bij aangetekend dat het dus heel erg belangrijk is dat werkgevers hier in de regio zich inspannen om die jongeren die zonder diploma bij hen aan de slag gaan, alsnog
9
bijvoorbeeld via deelcertificaten, of doordat ze zich een erkend leer-werkbedrijf laten worden, alsnog die jongeren aan een diploma helpen. Nou daar gaat dus pagina 5 vooral over, dat beeld van die en het laatste is, u hebt voortijdig schoolverlaters geagendeerd, maar er is een groep jongeren die niet voortijdig schoolverlater heet, maar die wel degelijk heel kwetsbaar is in onderwijs en arbeidsmarkt en dat zijn de jongeren die uit het praktijkonderwijs komen in het voortgezet speciaal onderwijs. Het is puur een definitiekwestie, die tellen niet mee in het de cijfers voortijdig schoolverlaters, maar zijn wel kwetsbaar in deze problematiek en vragen wel om begeleiding en daarom heb ik op de laatste pagina, laatste twee pagina's daar nog aandacht voor gevraagd en ook daar u wat cijfers voor laten zien. Dat is, ik heb niet het record van Serge verbroken, maar is toch wel in een korte vogelvlucht waar we het hier over hebben. De voorzitter: Wel heel netjes in vijf minuten en twee seconden dus perfect. Alsof het getimed is. Zijn er vragen van de commissie? De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Even een vraag informatief bij de laatste groep waar u eigenlijk een landsbelang voor zou ik bijna zeggen. Die kwetsbare jongeren.
Als we nou gaan kijken naar de mate waarin onze gemeenteraad overgaat, is dat echt iets wat je lokaal kunt in regelen of is dat iets wat ook meer bij de regionaal aanpak hoort? De voorzitter: Mevrouw Willemze. Mevrouw Willemze: Mijn antwoord daarop is en-en. Het is goed om dat regionaal te doen, omdat je dan kennis bundelt en ook werkgevers bijvoorbeeld die voor deze jongeren mogelijkheden bieden breder hebt, maar je kunt altijd lokaal daar wat extra's nog voor doen. Dus het is en-en wat mij betreft. De voorzitter: De heer De Heer, ChristenUnie-SGP, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Inderdaad ook over die laatste groep die werd genoemd, de jongeren in die kwetsbare positie, is de aanpak van Matchmakers daar ook voor? Juist omdat er werd gezegd die vallen onder een andere categorie en is die aanpak dan heel anders of is dat redelijk hetzelfde voor deze groep? Mevrouw Willemze: Nee, de Matchmakers zijn ook voor die groep zetten ze zich in en daar ga ik straks ook nog wat op in, maar wij hebben een team van acht matchmakers waarvan een afkomstig is van MEE. Dus de kennis voor jongeren met een licht verstandelijke beperking is in het team aanwezig. De voorzitter: Mevrouw van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had dezelfde vraag, maar ik kom maar meteen met een vervolgvraag.
Die ene matchmaker, is dat ook ongeveer de verhouding van die VSV-groep ten opzichte van de VSV-groep, één op zeven? Mevrouw Willemze: Daar moet ik u het antwoord op schuldig blijven. Dat weet ik niet.
10
De voorzitter: Als er verder geen vragen meer zijn van de commissie, dan stel ik voordat we naar onze volgende spreker gaan. Dat is mevrouw Oprel. Regionale aanpak voortijdig schoolverlater gaat u het over hebben. Mevrouw Oprel: Klopt. Goedenavond allemaal. Ik zal gelijk even aanhaken bij wat Reimke zojuist ook heeft verteld. De groep waar we het zojuist over hadden, de kwetsbare groep, de PRO-studenten en de VSO-studenten, die vinden we niet terug in de VSV-cijfers en dus we kunnen ook heel moeilijk dat gelijk maken, hoeveel procent daar dan weer van hè. Ja, jullie hebben waarschijnlijk allemaal ontvangen ons onderzoek dat wij twee jaar geleden hebben gedaan. Dat vind ik een heel fijn rapport, want als je dat leest dan heb je eigenlijk gelijk al een goed beeld van wat is dan een VSV’er, maar waarom willen we hier dan ook op inzetten? Dat is natuurlijk ook een goede vraag en dat onderzoek beantwoordt daar eigenlijk heel veel vragen ook in. Het belangrijkste van als we het over voortijdig schoolverlaters hebben, is eigenlijk vanuit Europees beleid dat mensen met een diploma en dan op zijn minst een startkwalificatie, als iemand denkt van hé wat is dat, een vinger, want dan blijf ik alles uitleggen. Ja.
Die hebben meer kans op een zelfstandig bestaan, dus daar is ook allerlei onderzoek gedaan en berekeningen erop losgelaten en toen heeft men in Europa gezegd, het is als we ook naar de financiën kijken, veel verstandiger om vooraf al te helpen aan mensen aan een diploma, zodat achteraf repareren, dat veel duurder is, mensen dan ja, alsnog die in een bijstand komen of anderszins. Dus vandaar dat we allemaal heel erg inzetten toch op het behalen van een diploma, van de startkwalificatie. Nou dat vooropgesteld. De overheid in Nederland heeft denk vanaf een jaar of 2010 ongeveer zijn ze begonnen met een regionaal VSV-programma, daar ben ik voor deze regio dan de programmamanager voor samen met Reimke, die dan vanuit contactschool dat doet. Ik doe het vanuit de contactgemeente, ik vind ook contactschool. En Nederland is opgedeeld in een aantal regio's. Wij zijn regio Zuid-Holland-Zuid en we krijgen elke vier jaar een bepaald budget aan de hand van een regeling en in die regeling staan er een aantal dingen waar we dat budget dan aan zouden moeten kunnen besteden. Dit is eigenlijk het laatste jaar van onze regeling 2024, maar de overheid is nog niet klaar met de nieuwe regeling, dus we hebben een tussenjaar. Dat tussenjaar kunnen we nu mooi gebruiken samen met Reimke en nou ja alle andere partners, om ons voor te bereiden op een nieuw regionaal plan.
Nou, wat dan heel belangrijk daarin is, is dat we in dat regionaal plan natuurlijk niet alleen de regeling uitvoeren van maatregelen die de overheid vooropstelt, maar ook aansluiting zoeken in die regio bij al bestaande zaken. Want een ja, een jongere die uitvalt, dat is vaak, dat is eigenlijk altijd op meerdere gebieden en dat betekent dat op die meerdere gebieden je ook die aansluiting zoekt, anders ben je een los stukje en dat waait zo weg.
Terwijl als we de keten hebben, dan zijn we veel sterker, zijn we ook veel efficiënter en dat is denk ik ook de kracht in onze regio om in die keten met elkaar, met die partners die verbinding te zoeken en daar ook onze maatregelen op te gaan schrijven. Nou, de maatregelen zullen denk ik niet heel erg veel anders gaan worden dan dat ze nu al zijn. We hebben vier maatregelen in dat programma, want dat stukje moest ik even nog vertellen en dat is dat is altijd ja toch wel gericht op uitval wat uit onderzoek komt, waar
11
de meeste impact wordt verwacht en dat is de overstap van VO naar mbo, dat is een kwetsbare periode. Dan de begeleiding op school, de begeleiding bij de entree en naar werk en de plusvoorziening. En de plusvoorziening moet je zien als een soort, dat werd vroeger vertaald naar de overbelaste jongere, dus een jongere die niet direct misschien een probleem heeft, maar letterlijk overbelast is door bepaalde situaties. Denk aan bijvoorbeeld een zieke ouder die moet worden verzorgd, zodat school in de knel gaat komen. Nou dat zijn vier maatregelen. Daar hebben wij als regio projecten opgezet en die projecten worden uitgevoerd door onze ketenpartners. Zijn mijn minuten al om of niet? De voorzitter: Ze zijn om, maar ik laat u even afronden. Mevrouw Oprel: Wij wachten nu op de nieuwe regeling en dat betekent dat wij met de partners en wie zitten dan in die samenwerking? Dat zijn de VO-scholen middels samenwerkingsverbanden, gemeenten met wethouders die dat in portefeuille hebben, onderwijs, werkbegeleiding, dat soort zaken, het mbo en ROC, Leerplicht zit in de keten. Wij hebben twee overlegorganen: een stuurgroep bestaande uit coördinatoren, leidinggevenden, die bereiden zaken voor. Dan praten we ook over zaken die ja, die we met elkaar moeten gaan doen en ook over onze eigen projecten.
En we hebben dan twee, drie keer per jaar een bestuurlijk overleg, daar zit onder andere onze wethouder Chris Benschop in, de beslissers die bepaalde zaken op een gegeven moment voor de hele regio dan kunnen besluiten in het programma. Dat is het stukje programma van het voortijdig schoolverlaten. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen? De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Ik was even nieuwsgierig want u noemde net al de ketenpartners, de manier waarop het overleg allemaal gaat en het klinkt mij vrij ambtelijk als ik eerlijk ben. Zijn er ook contacten en wordt er ook samengewerkt met kleinschalige initiatieven voor informeel leren om daar ook vooral heel veel kennis vandaan te halen? Mevrouw Oprel: Ja. Goeie vraag. Dat proberen we inmiddels de projecten bijvoorbeeld te doen. Informeel leren, wij hebben met een project jonge moeders bijvoorbeeld, die gaan dan bij de bibliotheek waar informeel leren ook een thema op een gegeven moment is geworden, met elkaar daar rond de tafel om te kijken van nou, hoe kunnen we dan dat stukje overdragen naar bijvoorbeeld onze jonge moeders. De voorzitter: Is uw vraag beantwoord, de heer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ja, in die zin is die vraag beantwoord. Ik heb er nog 1000 vragen over, maar dat doe ik oordeelsvormend.
Mevrouw Oprel: Maar dit onderwerp vergt ook meer tijd dan vijf minuten en ik nodig u allen uit, mocht u nog meer vragen hebben of anderszins, wij zijn altijd bereid om die vragen te beantwoorden. Je kunt ook altijd naar scholen komen of naar een van ons vragen sowieso en dan kunnen we alle vragen beantwoorden.
12
De voorzitter: Kijk, dat is nog een mooie uitnodiging. Mevrouw van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt: Dank u wel. Ik vroeg me nog even af, ik heb die vier maatregelen gehoord waar dan al die programma's op gemaakt worden, met die in het achterhoofd, is er bewust voor gekozen om eigenlijk niet in te zetten op ouders? Mevrouw Oprel: Bewust, u moet zich voorstellen dat de regelingen daar, dat is punt 1, daar ga je op een gegeven moment je projecten op zetten en je gaat de projecten ook richten naar de grootste groep die die aandacht nodig heeft, dus die grootste groep VSV’ers en dat zijn de 18+’ers op het mbo. En ja, dan zijn de ouders helaas niet meer in beeld. Natuurlijk zijn ze in beeld, want het is nog steeds een hele belangrijke groep, juist voor jongeren die kwetsbaar zijn waar we iets mee willen enzovoort. Maar we zijn ook een beetje aan handen en voeten gebonden, omdat we heel veel dingen niet mogen. Als een jongere 16 is namelijk, mag die bij ons al zeggen, niet omdat wij dat willen, maar dat is de wet, ik wil niet dat mijn ouders iets weten van een studievoortgang of wat dan ook, neem geen contact op, mogen we het ook niet doen. Dus dat is een lastige. We proberen het wel.
Zeker in het eerste jaar zie je dat SOB’ers, dat zijn de mentoren, die nodigen wel altijd nog ouders uit en dan zie je ook daar zijn de jongeren nog vaak jonger en zo'n eerste stap zijn het ook gewend dat ouders meegaan en dan zie je daar nog de ouderavonden bezocht worden door ouders. Wat we ook proberen en dat kan nog veel meer, is dat ouders, dat hebben we een keer gedaan met een vereniging. Ja ik weet niet of het een vereniging was, maar in ieder geval mensen die Turkse ondernemingen hadden, mensen van Turkse afkomst die onderneming hadden en die kwamen bij ons daarover praten, met andere ouders ook, zodat je ook meer samenhorigheid krijgt, maar ook het belang van stage van nou, dat soort zaken allemaal, dus elkaar zien en kennen. Dus die initiatieven zijn er, maar nogmaals zou veel beter, nee niet beter want dat kunnen we niet, maar ja je zou nog eens naar kunnen kijken van hoe zou het anders kunnen? Ja. De voorzitter: Ik dacht te zien dat u nog een vervolgvraag wilde stellen. Of is het zo. Mevrouw Van Vugt: Ja. Het verbaast me wat, omdat er zit natuurlijk een hele grote stap bij of een hele grote groep bij die overstappers van VO naar mbo. Ik heb daar vanaf de andere kant mee te maken dagelijks en ja dan zijn ze vaak nog maar 16, dus je hebt nog twee jaar te gaan voordat ze 18 zijn, dus maak alsjeblieft gebruik van ja.
Mevrouw Oprel: Nee, heeft u gelijk hoor en maar nogmaals als iemand 16 is, mogen ze ook al zelf kiezen. Ja ja. Maar wij willen ook, dat noemen de warme overdracht, zijn we ook al 80 jaar over aan het debatteren. Ook de AVG belet ons een aantal zaken, maar wat wij willen is dat, dat hebben we ook gedaan, een vooruitgeschoven post dus is een naam en een e-mailadres. Dan kan iedereen altijd, ouders of mensen van de VO scholen, decanen of anderszins contact opnemen om en mogen we nooit gelijk antwoord geven natuurlijk, moeten we altijd eerst vragen van weten de ouders het of wil de jongere? Maar in ieder geval we proberen die openheid wel in de marge die we hebben uit te zetten. Ja. En ik weet hoe moeilijk het is, maar helaas zijn wij daaraan wel heel erg gebonden.
13
De voorzitter: Ja dank u wel. Zijn er nog vragen aan mevrouw Oprel? Ook in het kader van tijd dan gaan we door, als alles qua tijd gewoon doorloopt, dan hebben we ook aan het eind nog wel ruimte voor vragen hoor. Dus we hebben we hebben nog even. Dan gaan we naar de aanpak van de Matchmakers en mevrouw Willemze die gaat dat nu bij afwezigheid van mevrouw Van der Wouden presenteren. Gaat uw gang. Daar hebben we ook vijf minuten voor staan. Is dat genoeg? Mevrouw Willemze: Ja. De aanpak Matchmakers, dat was een aanpak die, ik weet niet exact hoe lang geleden een jaar of zes denk ik geleden, is gestart in regio, echt wel specifiek voor Zuid-Holland-Zuid, dus iets waar deze regio trots op mag zijn en ook de gemeente Dordrecht mag daar trots op zijn want de ESF-subsidie van de gemeente Dordrecht was het begin daarmee van. Dus die heeft dat mogelijk gemaakt. Wat is de Matchmaker-aanpak? Dat is een aanpak die enerzijds outreachend is. We gaan naar de jongeren toe, niet jongeren uitnodigen bij ons op kantoor, maar wij gaan naar meestal de voordeur van de jongere, maar soms ook naar wijkcentra, andere plekken waar jongeren zijn. En het tweede specifieke ervan is dat het maatwerk is en dan ook echt maatwerk. Dus heeft iemand een klein setje nodig en is hij hier in een paar weken geholpen, dan is dat genoeg.
Maar heeft hij misschien wel anderhalf, twee jaar begeleiding nodig, dan is dat wat we bieden. Dus echt maatwerk en echt bij de jongeren. Welke groep is daarvan afhankelijk? Dat is wel echt de groep die eigenlijk altijd een stapeling van problemen heeft en daar kunt u van alles bij denken. Kan ja, op de motivatiekant, verkeerde schoolkeuze, maar bijvoorbeeld ook ja, nare situatie thuis, schulden, dakloosheid, psychische problemen, het kan heel breed zijn. De matchmaker komt aan de deur dan wel bij de jongerencentra et cetera en zal eerst investeren in vertrouwen, een vertrouwensband opbouwen, zal nooit druk opleggen. Dus zegt een jongere bijvoorbeeld, ik heb geen probleem en ik heb geen hulp nodig, dan zal de matchmaker dat ook respecteren. Maar alle matchmakers die wij hebben, hebben een duidelijke achtergrond uit het sociaalpedagogisch werkveld, dus die kunnen wel inschatten van is dit echt zo, is dit een jongere die eigenlijk ja per ongeluk door ons benaderd wordt, maar is bijvoorbeeld zzp'er met een goed inkomen? Ja dan laat je dat natuurlijk ook, maar als je ziet van ja deze jongere zegt ik heb geen hulp nodig, maar eigenlijk heeft hij heel erg hulp nodig, maar gewoon totaal geen vertrouwen in diegene die tegenover hem staat, dan zal die matchmaker steeds terugkomen.
In het onderzoek wat mevrouw Oprel, Carla, heeft gedeeld met u ziet u ook een aantal quotes van jongeren terugkomen, dat ze dat zo waarderen, die vasthoudendheid en continu aandacht geven. Het is ook echt letterlijk zo dat matchmakers ook ’s avonds, ook in het weekend benaderd kunnen worden. Met name via WhatsApp is er laagdrempelig, veelvuldig contact mogelijk. Ja. Wat doet hij? De matchmaker die zorgt dus vooral voor die vertrouwensband en die kijkt met de jongere, ja echt en ook de echte jongeren in regie houden, kijkt die wat die jongere nodig heeft. Vervolgens kan dat natuurlijk heel goed zijn dat die matchmaker niet zelf degene is die dat kan bieden, maar is er bijvoorbeeld nog een werkervaringsplaats, zoals die bij de Drechtwerk zijn nodig, of is er een ja weet ik eens een zorgtraject nodig, misschien wel in de GGZ of, nou er kan van alles en nog wat nodig zijn. Dan vindt wel een overdracht naar die partij plaats die dat kan bieden, maar
14
zal de matchmaker nog wel contact houden, dus die blijft dan volgen van hoe gaat het nu met je? En dat is denk ik echt ja de kern en het succes van deze aanpak. En ja nogmaals, u mag er trots op zijn als stad en als regio dat u dit hebt want ja, het wordt zelfs op het ministerie gezien. Vorig jaar is er een Kamerbrief verschenen waarin de Matchmaker-aanpak landelijk werd gepromoot als een goeie aanpak. Dus ja en tegelijkertijd als u kijkt naar onze uitstroom, die is niet erg hoog, want dit zijn echt jongeren die veel nodig hebben. Dus wij hebben ons dit jaar, 2023, tot doel gesteld om 175 jongeren te helpen terug naar het onderwijs of naar een werkplek of echt naar een passende zorgplek. En ik hoop dat we die 175 gaan halen, maar het zou zomaar kunnen dat we zelfs dat resultaat niet halen en dan hebben we wel een team van maar liefst acht matchmakers. Dus daarmee krijgt u wel een gevoel van het is echt een intensieve aanpak, maar zou u het berekenen wat het zou kosten als gemeenschap wanneer al deze jongeren bijvoorbeeld langdurig van uitkering afhankelijk zijn, dan wel weet ik het in de criminaliteit, in het middelengebruik terechtkomen, dan zijn de kosten nog vele malen hoger. Dus ik denk dat ondanks dat het een forse investering is, dat het de investering en dan heb ik het nu kijk ik er economisch naar, maar elk mensenleven is zoveel waard.
Dus ik zou heel erg willen bepleiten om dit. vooral deze trots door te zetten de komende jaren en het mooie nieuws is wel, maar dat is meer dan de wethouder, er komt een wetgeving aan. Carla Oprel noemde dat ook al, vanaf schooljaar 2025-2026 die dit soort maatregelen meer verplicht gaat stellen. Dus en ook met structurele middelen erbij. Dus er zijn echt wel kansen om dit ook te waarborgen. Ik denk dat ik daarmee genoeg gezegd heb. De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, je kon erop wachten bijna. Ook bij de matchmakers, en of ik er trots op ben, daar ga ik rustig over nadenken. Ik ben daar echt nog niet uit. Ben ik benieuwd of in het netwerk van die matchmakers, dan wel die kleinschalige meestal niet-bekostigde initiatieven zitten voor informeel leren, omdat ik denk dat daar echt de sleutel ligt tussen kolommen die elkaar heel moeilijk lijken te bereiken in onze samenleving. Dus is daar iets over te vertellen? Mevrouw Willemze: Nou, zo specifiek dan mis ik toch wel Micaela. Maar ik moet wel zeggen dat ons netwerk gigantisch is, dat er heel veel partijen en initiatieven, wat maar passend kan zijn voor een jongere in dat netwerk zit, dus ik kan me zomaar voorstellen dat dat zo is. Maar het exacte antwoord moet ik later op terugkomen. De voorzitter: Ja ik had u gezien. Ik ga even naar mevrouw Schnabel, de heer De Heer en dan kom ik bij u.
Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter, dank voor uw verhaal, voor alle verhalen natuurlijk. Via welke wegen komen nou jongeren het meeste bij de Matchmaker-aanpak terecht? En daarnaast, u geeft aan er zijn nu acht matchmakers, ik kan me voorstellen dat dat misschien, dat zou misschien meer kunnen zijn maar goed, zijn er nog andere obstakels waar jullie even, waar de aanpak eventueel tegenaan loopt?
15
Mevrouw Willemze: Dank voor uw zinvolle vragen. Het eerste is wel een specifiek kenmerk van doorstroompunten. Of ja aanpak voor VSV die bij gemeenten zit. Wij zijn namelijk op basis van wetgeving hebben wij de beschikking over een combinatie van cijfers over school-inschrijvingen en cijfers van SuWi en die combinatie van cijfers kun je dus zien van welke jongeren hebben en geen diploma en geen inkomen, waarbij geen inkomen boven de 300 euro is hè, dus al alles boven 300 wordt inkomen gezegd genoemd. Daaronder wordt gezegd van ze hebben geen inkomen. Die groep, die kunnen wij proactief benaderen, dus daar krijgen wij gewoon namen en rugnummers van. Maar daarnaast krijgen we dus jongeren aangereikt vanuit het netwerk, vanuit het jongerenwerk vanuit nou, alle organisaties die zeggen van deze jongere heeft hulp nodig, dus dat zijn de twee aanvliegroutes en zo nu en dan melden jongeren zichzelf. Maar dat dat is heel beperkt. Uw tweede vraag was? Mevrouw Schnabel: Of er nog andere obstakels zijn waar jullie tegenaan lopen. Mevrouw Willemze: Obstakels. Ja die zitten in, wat Carla ook noemde, de privacywetgeving dat je geen gegevens mag delen en ja soms toch ook wel dat wij zijn een heel erg goed georganiseerd land, maar we hebben wel heel veel regels en ja er zijn zoveel loketten, dus dat is met name voor de jongeren is dat wel eens lastig.
Maar ik denk dat de matchmakers ze daar ook weer best wel heel goed kunnen helpen. Ja. Waar moet je zijn? En wat is voor jou nou passend? De voorzitter: Is uw vraag zo beantwoord? Dan ga ik naar de heer De Heer van ChristenUnie-SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. De eerste vraag is, ik hoor net wel het woord zeg maar jongerenwerk, hoe werken jullie samen met het jongerenwerk, kunnen hun jullie benaderen of gaan jullie ook actief naar hun toe, trekken jullie met ze op in de activiteiten? Dat was de eerste vraag. Dat ik dat in een memo in ieder geval niet direct teruglas. En het tweede was, ik hoorde u erg enthousiast over de aanpak, tegelijkertijd ook voorzichtig over de resultaten op dit moment ten opzichte van de doelen die waren gesteld. Waar zit de kans op ontwikkeling? Is dit een aanpak die nu zo is en dan ook volgend jaar en het jaar daarop zo is, omdat hij zo is ontwikkeld of zitten er ook kansen op ontwikkeling? En zo ja, hoe ziet dat eruit? Mevrouw Willemze: De eerste vraag is makkelijk te beantwoorden. Van die acht matchmakers is er een van het jongerenwerk afkomstig, dus net als met MEE. De anderen zijn trouwens, drie daarvan zijn vanuit Leerplicht voor vroegtijdig schoolverlaten en drie zijn vanuit sociale diensten. Dus dan hebt u de acht helemaal in beeld. En de doorontwikkelingsmogelijkheden.
Ja die zie ik heel erg toch wel in de richting die de minister ook aangeeft in de wetgeving die eraan gaat komen, een veel sterkere samenwerking met de drie arbeidsmarktregio's die in deze regio zitten, ja voor u is dat dan gewoon de arbeidsmarktregio Dordrecht, waar die natuurlijk bezig zijn met werkcentra te ontwikkelen. Nou ik denk dat het enorm helpend gaat worden om als mbo, werkcentrum en doorstroompunt heel goed op elkaar aan te sluiten, dus ik denk dat daar echt een kans zit. En ik begrijp voorzichtig dat de
16
gegevensuitwisseling ook beter gaat worden, dus daar zie ik wel kansen. Een derde wat ik zou willen noemen, de financiering gaat stabieler worden. Wij hebben nu een team, u hoort het, detacheringsovereenkomsten die gekoppeld zijn aan de duur van de Europese subsidies, dus het team is niet echt stabiel en daarmee is ook het netwerk niet echt stabiel. Als wij langduriger mensen in het team kunnen houden, dan kunnen we ook beter investeren in het netwerk. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar mevrouw De Jager van Beter voor Dordt. Mevrouw De Jager: Goedenavond, allereerst complimenten voor de projecten, voor de pogingen om voortijdige schoolverlaters toch of aan het werk of aan het diploma te krijgen. Maar ik vroeg mij af, zowel 20 jaar geleden als nu hoor ik veel verhalen over lesuitval en zo waardoor jongeren in de vakken waarin ze het moeilijk hebben te weinig les krijgen of geen les krijgen en tentamens wel doorgaan, terwijl andere dingen van les niet doorgegaan waren. Dat is ook niet erg motiverend natuurlijk. In hoeverre wordt die kant ook bekeken met de matchmakers? Want ik hoor allerlei problemen die dus bij de jongeren liggen, maar daar zit natuurlijk ook een aspect in wat bij de school ligt gewoon qua lesgeven. Dus ik vroeg me af.
Ik hoor van alles over wat er met de jongeren, allemaal hoe hun omstandigheden allemaal kunnen zijn, zodat ze het moeilijk hebben, voortijdig schoolverlaten. Maar in hoeverre wordt het aspect school ook meegenomen daarin? Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Mevrouw Oprel gaat antwoord geven. Ik zie u naar de microfoon bewegen, gaat uw gang hoor. Mevrouw Oprel: Ik kan dat samen met mijn collega Marjan, zij haakt zo aan. Ja. Wat heel mooi is in dat onderzoek wat u heeft gekregen, ziet u de theorie van Eimers en Bekhuis. Die zegt eigenlijk met voortijdig schoolverlaten, het heeft met verschillende factoren te maken en vaak niet met een factor, maar uit die verschillende factoren komen al die zaken voort, omgevingsgebonden factoren, schoolgebonden factoren, persoonsgebonden factoren. Nou en dus we doen allemaal natuurlijk ons best waar we onze invloed op kunnen uitoefenen op schoolgebonden factoren, wel wetende wat er leeft in die omgevingsgebonden factoren en de persoonsgebonden factoren. Want daar moet je op acteren, als je dat niet doet van nou net als de vreselijkheden wat er nu allemaal in de wereld nu gebeurd en we doen er lekker niks mee op school, gaat het ook niet goed komen, want je hebt die relatie met die student. Nou dus dat dat vind ik echt een heel fijne theorie. Daar kan je echt van alles aanplakken.
Maar terugkomend op uw vraag wat bij ons op school dan de Da Vinci College, jij gaat zo van Yuverta vertellen, wat lastig is als de uitval is, want u noemde net uitval, iemand is ziek, bedoelt u dat? Docent is ziek of... Mevrouw De Jager: Docent is ziek of er is een vergaderdag of een andere dag waardoor er geen les is. Simpelweg terwijl dus bijvoorbeeld vandaag een extra les zou zijn in verband met een tentamen dat morgen is, gaat die les niet door, maar het tentamen wel. Dat zijn dingen dat als je toch al een kwetsbare jongere waar je een hele hoop narigheid van kunt krijgen. En inderdaad wat een van de factoren kan zijn om op een gegeven moment de pijp aan te geven. Zeker.
17
De voorzitter: Mevrouw Oprel. Mag ik u even vragen proberen beknopt antwoord te geven. Ik heb nog een vraag en we hebben zo meteen nog de presentatie en we zitten met de tijd. Mevrouw Oprel: Schoolmanagement. Dus inderdaad wat u net noemt van lesdagen of examendagen of anderszins, dat kan je omroosteren, daar hoeft geen uitval van te komen. Wat wel uitval kan opleveren, zijn mensen die ziek worden, die niet worden vervangen. Dat is een probleem en dat is ook een geldkwestie. School heeft vaak geen extra pot geld om vervangend personeel in te schakelen, dus is er geen les of een collega moet het opvangen. Dat proberen we natuurlijk ook, maar dat zijn de struikelblokken inderdaad van lesuitval of we hebben geen docenten rekenen bijvoorbeeld, dan hebben we wat personeelstekort. De voorzitter: Ik geef het woord aan mevrouw Boom van de VVD. Mevrouw Boom: Ja misschien een domme vraag maar ik ga hem toch stellen. Voor mij is het onduidelijk of dat de matchmakers zich nu inzetten op mensen die uitgevallen zijn, school hebben verlaten of die dreigen uit te vallen.
Mevrouw Willemze: U ziet mij al knikken en schudden, de matchmakers zijn voor jongeren die uitgevallen zijn en met als doel of ze terug te geleiden naar het onderwijs of als daar geen mogelijkheid toe bestaat bij de jongeren om naar het werk toe te begeleiden en soms is ook alleen maar een zorgtraject of alleen maar dat is dat zeg ik fout, maar is een zorgtraject het best passende. De voorzitter: Uw vraag zo beantwoord? Mevrouw Boom: Ik wacht nog even verder de presentatie af voor vragen. De voorzitter: Ik zou graag het woord willen geven aan mevrouw Terweij… De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: Interruptie. De heer Burakçin: Ja ik heb nog een vraagje over de matchmakers, u heeft het over een zorgtraject. Maar nou zijn er natuurlijk ook schoolverlaters die dus minderjarig zijn bij wijze van, worden die ook actief benaderd? En vanaf welke leeftijd worden ze benaderd? Dat is misschien een duidelijkere vraag. Mevrouw Willemze: Voortijdig schoolverlaten heeft gewoon qua definitie in wettelijke termen minimaal 16 jaar en wordt dus ook zo benaderd. Ja en dan ja dat met die groep is natuurlijk primaire inzet op terug naar school. Dan ga je niet richting arbeidsmarkt. De voorzitter: In het kader van de tijd mevrouw Kamphuis, zou ik even door willen gaan met de presentatie, want we hebben nog kwartier, maar aan het eind zorgen we dat u als eerste aan bod komt.
Is dat goed? Even kijken. Ja mevrouw Terweij over kwaliteitsagenda's en wat doen de mbo's zelf aan het probleem VSV.
18
Mevrouw Terweij: Dank u wel. De voorzitter: Excuus. Sorry. Ja nee maar het is toch ook kwart over, ben ik, het spijt me. Ik ga hartstikke, in mijn hoofd gaat de tijd heel snel. Dus vindt u het goed, dan geef ik mevrouw Kamphuis toch even het woord. We hebben heel veel tijd jongens. Mevrouw Kamphuis: Dank je wel voorzitter. Ik wilde mijn vraag aansluiten aan deze mijnheer van GroenLinks, wat gaan jullie doen als de minderjarige jongeren echt niet willen naar school want ze zijn wel leerplichtig? Wat dan? Mevrouw Oprel: Dat is meer een vraag voor Leerplicht voortijdig schoolverlaten dan voor Matchmakers. Mevrouw Terweij: Nou wat wij wil doen als wij inderdaad echt jongeren te pakken hebben die echt niet meer aan kunnen, niet meer zien zitten. Vaak is er inderdaad, bij ons zijn veel psychische problemen ook, dus dan kijken we of we tijdelijk ziek kunnen melden, dan wel uitschrijven. Maar wij verwijzen ook wel direct door naar Matchmakers. Dat doen wij regelmatig als wij denken ja, hier op school lukt het niet. Het lukt echt niet, maar deze jongere kan misschien wel via een andere route aan het werk komen of een plekje vinden, verwijzen we naar Matchmakers. De voorzitter: Ik zie een vraag van de heer Tutupoly van Op ons Eiland.
De heer Tutupoly: Ja, ik begreep in ieder geval die matchmakers, die komen pas eigenlijk aan bod op het moment dat er sprake is van schoolverlaten, vroegtijdige schoolverlaters. Maar zit natuurlijk een traject daarvoor en jullie noemen al wat oorzaken: thuissituatie, verkeerde opleiding gekozen en dergelijke. Maar het liefst komen ze natuurlijk niet in een traject te zitten waarbij je uiteindelijk vroegtijdig schoolverlater bent. In hoeverre, want ik hoor je allerlei oorzaken noemen, hier zijn in gesprek met die jongeren, maar in hoeverre vind daar een terugkoppeling plaats met het onderwijs zelf om te voorkomen dat die mensen, dat die kinderen eigenlijk vroegtijdig schoolverlater worden? Want in je stuk had ik al kunnen lezen, vaak zie je al signalen dat men vaak spijbelt, de thuissituatie, nou 18 jaar kan je de thuissituatie kennelijk niet meer zomaar bij betrekken.
Dus dat gaat eigenlijk om in hoeverre ook op basis van jullie ervaring vindt die terugkoppeling plaats op de scholen en wordt daar ook echt iets mee gedaan zodat ja die kinderen eigenlijk niet vroegtijdig schoolverlaters zijn? De voorzitter: Wie mag ik daarvoor het woord geven, mevrouw Oprel? Mevrouw Oprel: Dat is een enorme moeilijke opgave en dat doen we met elkaar met verschillende projecten waar we dan op inzetten en u noemt een terugkoppeling, de terugkoppeling is om het samen met school en andere instellingen te doen, dus op die manier probeer je je activiteiten eigenlijk vorm te geven, maar we zijn ook heel erg afhankelijk juist in die keten, de school is heel erg afhankelijk in die keten, omdat je op school heb je niet bijvoorbeeld een arts of een psycholoog of wat dan ook lopen om jongeren die dat stukje dan nodig zouden hebben verder te kunnen helpen. Dan kan je wel doorverwijzen, maar ja als er hele lange wachtlijsten zijn, houdt het ook al op. Dus
19
het is een hele lastige om… Het is gewoon heel lastig. Er is niet één ding waarvan je zegt, nou zo gaan we het doen en dan gaat het goed, dat kan niet. Maar de kracht zit hem in en daar doen wij allemaal enorm ons best voor, in die regionale aanpak om steeds meer ketens er aan te binden en ketens noem ik daarbij instellingen bijvoorbeeld inderdaad die werkcentra. Dat is bijvoorbeeld heel belangrijk dat wij met die jongeren een plek kunnen vinden, die hen verder kan helpen, want er zijn heel veel in instituten die kunnen helpen, maar ja vindt ze eens zo. Dus het is heel belangrijk om echt die verbinding met elkaar te maken en terug te brengen, nou ja niet terug te brengen, maar samen met school dat vorm te geven. De voorzitter: Ja ik krijg even… Ik zie dat sowieso de heer Bomius even een aanvulling heeft want die zet net een microfoon naam en de wethouder wil een hele korte toelichting geven wat er ook hier wordt gezegd. En dan geef ik u vervolgvraag. Mevrouw Benschop: Ja. Het is eigenlijk een zin maar ik hoor nu een paar keer het Regionaal Werkcentrum terugkomen.
Volgens mij is de Raad daar nog niet uitgebreid over geïnformeerd, maar het Regionaal Werkcentrum wordt de samenwerking in de arbeidsmarktregio waar alle initiatieven die zich richten op van werk naar werk, van school naar werk en van uitkering naar werk ondergebracht worden in een loket, dus wordt een samenwerking van alle partners die actief zijn op die arbeidsmarktregio met een loket. Als je daar aanklopt met je arbeidsmarktvraagstuk, dan zit je altijd op de goede plek, zowel werkgever als werknemer. Daar wordt naar verwezen. Ik dacht is misschien handig voor de toelichting om even te weten wat is dat dan? De voorzitter: Dank u wel wethouder. Mijnheer Bomius. De heer Bomius: Zeer terechte vraag van de heer Tutupoly, maar dat gaat eigenlijk ook over thuiszitters en thuiszitters hebben we in een eerdere sessie al of twee sessies eigenlijk al best wel uitvoerig besproken. Zeer ernstig onderwerp, maar ja het is wel heel ingewikkeld als we het helemaal door elkaar heen gaan halen, dus ik zou wat dat betreft wel een beetje willen kaderen. De voorzitter: Dank u wel. U had nog een vervolgvraag, mijnheer Tutupoly? De heer Tutupoly: Nou goed.
Ik heb niet alleen over thuiszitters hoor, ik heb het over een situatie als ik dit dan hoor dat bijvoorbeeld schoolverlaters een verkeerde opleiding kiezen en dat zie je vaak natuurlijk bij jongeren van 18 jaar, die niet weten wat ze willen worden en dus eigenlijk een opleiding kiezen. Ik kan me voorstellen als dit probleem daar dus heel vaak zich voor gaat doen bij schoolverlaters, dat je daar dus in contact kon treden met scholen van dit en dit zien we in de praktijk, zodat daar misschien meer op gestuurd kan gaan worden. Niet alleen maar een gesprek met een decaan voor een vakkenpakket, maar ook wat meer qua beroepen, zodat je dat onderdeel eigenlijk al beet kan pakken. En dat soort zaken gaat het mij om, zodat je kan voorkomen dat wanneer sprake is van schoolverlaters, zodat mensen ja eigenlijk ongemotiveerd een opleiding gaan volgen. En vervolgens dan zeggen, ik geef het op.
20
De voorzitter: En uw vraag is, is daar voldoende aandacht voor? Mevrouw Oprel: Nou ik kan wel heel kort daarop ingaan. Wij hebben vanuit het regionaal programma een project noemen we Windroos en dan gaan het mbo en het VO samenwerken precies aan deze vraag. Ik ga het nu niet uitleggen hoe het precies gaat, maar het is een vrij bijzondere manier van omgaan met loopbaanadviezen. En wat het meest belangrijke is, is dat een jongere feeling krijgt met het beroep. Dus de eerste vraag is wat wil je later worden, is natuurlijk de meest foute vraag. Ja. Je zegt vaak wat je ouders doen of nou ja wat hip is of anderszins. Maar stel je voor je noemt kapper, mijn moeder is kapper, dan gaan ze in dat project ook met studenten uit het mbo gaat de jongere onderzoeken, wat houdt dat nou in? Dat houdt in de hele dag op je benen moeten staan, nou noem het allemaal maar op, zaterdag moet werken, van dan krijg je een wat realistischer beeld van dat beroep, van dat is niet meer zo leuk. Nou en op dat moment gaan ze dat oppakken en weer verder naar onderzoeken naar ook kwaliteiten die je hebt, talenten die je hebt, want dat is ook vaak heel belangrijk, kan je daarop doorborduren. Dus op die manier proberen we die projecten vorm te geven en daarmee de jongeren te helpen.