2.1 Notulen Dordrecht Raad 16 februari 2021.pdf
Tekst van het document
Wij vragen ons wel af of een vervroegde evaluatie het juiste beeld weergeeft van een project of sommige projecten die tijd nodig hebben om de resultaten goed te kunnen meten. Maar voorzitter, tot slot, om een goede afweging te kunnen maken of wij voor of tegen deze motie zullen stemmen, wachten we eerst de reactie van de wethouder af en vragen dan ook aan de wethouder welke consequenties een vervroegde evaluatie heeft op sommige van deze projecten.
75
De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Mag ik de heer Burakçin een vraag stellen? Ik heb de motie hier voor me en ik zit hem te lezen en ja, waar staat dan in deze motie van dat er bij voorbaat al een toon in zit dat er projecten zijn die niet gaan voldoen? Want ik lees het niet hoor. Kijk, u mag mij wel op mijn woordvoering vangen, maar u stelt dat u de motie niet gaat steunen vanwege de toon die daarin staat. Ja, ik zie het niet en misschien kunt u dat mij uitleggen. De heer Burakçin: Nou ja, voorzitter, even voor de helderheid. Als je bijvoorbeeld de opbouw van de motie ziet, dan is alles zeg maar echt gericht op snel, snel, snel. Bijvoorbeeld dat er haast geboden is met de evaluatie. En uiteindelijk dat we dat zo snel mogelijk moeten heroverwegen. En in combinatie met uw woordvoering ook zeg maar tijdens de commissie, dan mis ik toch een beetje de oprechtheid. Heeft u nou wel of niet zeg maar steun voor die plannen? Dus kennelijk niet. De heer Van der Net: Ja maar goed, ik bedoel van: ik lees wat anders dan u daarin leest. En nogmaals, ik heb in mijn woordvoering wel aangegeven dat ik kritisch ben, maar ik ben wel zo eerlijk om pas een echt oordeel te geven als die evaluatie er is.
En u heeft net ook van het CDA ook wel gehoord dat zij eigenlijk ook akkoord gaan met het feit om gewoon twee maanden iets eerder een evaluatie te gaan toepassen. Dus laten wij gewoon even afwachten wat de wethouder hierover zegt in een evaluatie. En misschien kan ik u dan toch nog daarin meenemen. De heer Burakçin: Nou ja, zeker. Maar goed, met name zeg maar ook over uw motie, waarin u voortdurend over dat gemeenschapsgeld heeft, of dat zeg maar niet besteed wordt aan de gemeenschap die dat nodig heeft. Dat is toch misplaatst. De heer Van der Net: Maar ik bedoel van: ik weet niet wat er misplaatst is, dat wij gewoon aangeven dat dit veel geld is. En dat wij gewoon willen vaststellen of dat binnen de kaders die wij hebben gesteld wordt uitgegeven. En terecht heb ik daarbij opgemerkt van: het hoeft niet op en wij hebben ook geld nodig voor andere zaken. U heeft het net over, uw fractievoorzitter, over duurzaamheid gehad, maar ook over andere zaken. Dus ja, dat is hoe wij als Dordtse VVD tegen gemeenschapsgeld aankijken. En GroenLinks iets anders blijkbaar. De heer Burakçin: Nee hoor, wij kijken daar zeker wel heel goed naar gemeenschapsgeld. Alleen ook het feit dat u ook zeg maar bepaalde woorden gebruikt, als bijvoorbeeld: overheid is geen geluksmachine, het is een projectencircus vanuit ambtenarij. Nou ja, allemaal dat soort termen.
Dus dan denk ik: ja, dat is dan nodig, dan mis ik een beetje de oprechtheid in uw verhaal. De heer Van der Net: Dat spijt me dan, maar ik hoop misschien dat de wethouder daar wat over kan zeggen in ieder geval.
76
De voorzitter: Nou, ik ga ervanuit dat de wethouder een heel stuk duidelijkheid kan bieden. Dan hebben we daarmee de termijn van meneer Burakçin gehad en dan gaan we door naar de ChristenUnie/SGP. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, het is al gezegd: 5 miljoen is veel geld. Het is terecht dat we daar ook kritisch op zijn hoe dat geld besteed wordt. Dus ik kan me de motie ook voorstellen, ik kan me ook heel goed inleven in de argumentatie en de overwegingen die daarin gesteld worden. Waar ik op dit moment nog een beetje moeite mee heb is de termijn. En er wordt nu even makkelijk gezegd van: dan halen we de evaluatie even twee maanden naar voren. Eerste opmerking daarbij: mijn ervaring is als het college zegt begin 2022, dat wil niet automatisch zeggen dat dat januari is. Begin 2022, nou ja, dat lijkt over het algemeen drie maanden te hebben om het zo maar te zeggen. Dus ik ben heel benieuwd naar ook de reactie van de wethouder en de planning. En het tweede is, als wij in november met elkaar voor de begrotingsbehandeling een evaluatie besproken willen hebben, dan zouden we eigenlijk de evaluatie in oktober moeten bespreken in de commissie en in de raad. Nou, dan kan ik me voorstellen dat het college wil daar nog iets van tevoren over zeggen en dat voorbereiden.
Daar moet een evaluatie komen en daar moet ambtelijk advies komen, en dan even gauw uitgerekend zitten we dan op een evaluatiemoment rond de zomer. Als ik dan kijk naar de doorlooptijden van een aantal projecten die nog op stapel staat, en ik noemde net het project Flitshal, wat nog een behoorlijke doorlooptijd heeft, en zo zijn er meer. Dan maak ik mij zorgen of we in die termijn al voldoende duidelijkheid hebben over hoe die pilots en projecten werken en of het echt wat oplevert. Nou ja, dus wat dat betreft zou ik ook graag nog wel een reactie van de wethouder willen horen hoe hij daar tegenaan kijkt, of wethouders eigenlijk, want er zijn twee portefeuillehouders volgens mij op het sociaal domein. En de tweede is, en meneer Van der Net die hintte daar al een beetje op helemaal aan het begin bij het indienen. Nou ja, dan gaan we toch kijken welke projecten we al kunnen evalueren. Dus mijn tweede vraag aan de wethouder is van: nou, is er misschien ook nog een tweedeling te maken, is er al een aantal projecten waarvan de wethouders zeggen: nou, daar zijn we al best mee een eind op streek, daar zijn we al 1,5 en tegen die tijd twee jaar mee bezig, die kunnen we best evalueren. Nou, daar zou ik dan graag een reactie op willen hebben. En tot slot over de intenties en woorden, daar twijfel ik eigenlijk geen moment aan. Ik ken meneer Van der Net en ik ken zijn gebruik van woorden.
Nou, ik vind het altijd heerlijk als er een beetje geprikkeld wordt en daar kunnen we elkaar ook goed en kritisch op bevragen. Dus ik twijfel ook niet aan de toon van de motie, ook niet aan vooringenomenheid. Waar we wel voor uit moeten kijken, en dat merk ik wel een beetje in de reactie. Er zitten een aantal pilots en projecten zijn waar een aantal van onze raadsleden en fracties kritisch op zijn. Maar laten we dan ook wel pilots, ook wel als ze daar kritisch op zijn, tijd geven om nou ja door te laten gaan. Omdat als we te vroeg evalueren, als we niet uitkijken, ook het eigen falen van dit soort projecten kunnen organiseren. En dat is iets wat we met zijn allen niet willen. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de PVV-fractie. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Rutten.
77
Mevrouw Rutten: Ja, voorzitter, dat ben ik. Wij kunnen de gedachtegang van meneer Van der Net ondersteunen en neigen om voor de motie te stemmen. Maar we wachten toch nog eventjes de woorden van de wethouder af. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de SP, meneer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter. We hebben het over een aantal lopende projecten, investeringsplan, wat sowieso al geëvalueerd gaat worden. Ik denk dat we de uitvoering van een aantal projecten gewoon de kans moeten geven om zichzelf te bewijzen. Dus wat ons betreft hoeft de evaluatie niet fors vervroegd te worden. Daarbij wil ik wel opgemerkt hebben dat als ik naar de plannen kijk en de projecten die uitgevoerd worden, ik ook bij een aantal daarvan wel de nodige vraagtekens wil plaatsen. Het is wel heel veel, er zijn een aantal dingen die heel praktisch zijn. Maar ik zie ook wel heel veel welzijnsorganisaties die betaald met elkaar vergaderen en beleidslijnen opstellen en praatgroepjes vormen, et cetera. Ook lees ik dat we in samenwerking met de huisartsen een project op gaan zetten om te kijken van hoe het werkt als ze mensen lastig gaan vallen, die toch al in een moeilijke positie zitten met e-health en technologische innovaties. Dan denk ik: ja, vijf jaar geleden hebben wij als SP voorgesteld om te zorgen voor groente en vers vlees bij de Voedselbank.
Praktisch misschien niet innovatief, maar wel heel makkelijk door te voeren en met direct resultaat. Iedereen vond toen dat gezondheid geen zaak van de gemeente was. Ik kreeg alleen steun van de VSP toen. Want de gemeente hoefde niets aan gezondheid te doen. Maar ja, voor dit soort projecten waar nauwelijks resultaat van te verwachten is, daar hebben we dan wel geld voor over. Dus ik begrijp best wel de twijfel aan een aantal projecten en zaken die er in zitten, in het hele plan. Maar laten we nu het loopt afwachten hoe het loopt en dat gewoon op de vastgestelde tijd gaan evalueren. Dus wat ons betreft vooralsnog geen ondersteuning voor de motie. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de VSP-fractie. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Al het geld gaat naar jeugdzorg. Maar wat wij toch wel even van het hart moet is dat de ouderen, de doelgroep, vrijwel in deze notitie zorgzame stad niet genoemd worden. En dat doet geen recht aan deze doelgroep. Wij willen dan ook voorstellen om bij de evaluatie, want daar hebben we het over, evaluaties, een plan wat ook onderzoekt de eenzaamheid in coronatijd en de geestelijke gezondheid van ouderen. En wij willen niet, zoals Jort Kelder dat zo mooi noemt, door hout, die oude mensen. Maar dat het college deze mensen ook gewoon meeneemt in dit plan.
En vraag aan het college is ook: doen we niets meer voor ouderen in de plannen voor zorg in Dordrecht? Meer dan 30% van de bevolking is aan het groeien. Of investeren wij niet meer in doorhout? Ik kan me dat niet voorstellen, maar voorzitter, mogelijk dat er volgend jaar een andere wethouder zit op dit dossier. En ik vertrouw wethouder Heijkoop toch echt wel vaak op zijn bruinblauwe ogen, dus ik zou graag van de wethouder toch nog wel even willen horen of hij dit mee kan nemen in deze notitie. Tot zover. De voorzitter: Oké. Bij interruptie meneer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, voorzitter. Grappig om vast te stellen dat mevrouw Stolk de kleur van de ogen van de wethouder niet weet.
78
De voorzitter: Nou, dat weet toch iedereen. De heer Van Verk: Ik begrijp haar inbreng niet zo goed, want ze pleit ervoor om de eenzaamheid van ouderen tijdens de coronatijd te onderzoeken. Op zich zeker een zeer relevante vraag, maar volgens mij wordt er al erg veel onderzoek naar gedaan op dit moment door allerlei wetenschappelijke bureaus en kan je dadelijk een bibliotheek volschrijven met boeken die daarover gaan. Dus ik weet niet wat daar de directe meerwaarde van is om dat ook nog een keer te doen. Maar wat heeft dat nou voor relatie met het voorstel van deze evaluatie? Want deze projecten, die hebben we twee jaar geleden vastgesteld, en die lopen en die moeten gewoon een tijd uitlopen. En uw vraag is eigenlijk een nieuw project, waarbij ik zou zeggen van: nou, laten we aan de hand van de reeds bekende aanbevelingen vooral projecten opstarten die de eenzaamheid gaan bestrijden. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daar nog even op mag reageren. Eens hoor, voorzitter, met meneer Van Verk. Alleen we leven nu geen twee jaar terug. We zitten in een hele andere situatie, daarbij geef ik wel aan dat het woordje ouderen, en ik herhaal het nog maar een keertje, nul keer in deze notitie genoemd wordt. En ik wil de wethouder alleen maar uitdagen, want ik weet dat hij alles in het werk stelt om daar iets mee te doen, maar noem dat dan ook. En noem niet alleen de jeugd.
Dat is eigenlijk het pleidooi wat ik een beetje wil houden. De voorzitter: Ik zie dat u het eens bent. Dank u wel, dan schakelen we bijna naadloos over naar de inbreng van meneer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Voorzitter, dan ga ik maar gelijk door ja. Voorzitter, wij spreken ons in ieder geval uit tegen de ingediende motie. Wij willen in de eerste plaats onze waardering uitspreken voor het college, dat ook in deze lastige tijden het aandurft om zaken uit te proberen in het sociaal domein. En uitproberen wil in ieder geval zeggen dat er ook zaken soms minder of helemaal niet van de grond komen. Zeker in deze tijd met corona. Tussentijds evalueren moet daarbij mogelijk zijn en tussentijds bijsturen ook. Nou, deze stand van zaken gaf inzicht in en wij hebben daar een aantal kanttekening bij geplaatst. Die zijn bevredigend beantwoord door de wethouder en die is zich bewust van hetgeen dat daar wellicht nu of in de toekomst op bijgestuurd moet worden. Voorzitter, de projecten die werkelijk niet lopen, die zouden nu gestopt kunnen worden. En daar had ik een voorstel van de VVD voor verwacht, dan hadden we daar een oordeel over kunnen vellen. Maar de motie van de VVD wil noch het een noch het anderen. De motie beoogt eigenlijk de gehele evaluatie met minstens een half jaar naar voren te halen. Meneer Boersma refereerde daar ook al aan.
Als wij in november een evaluatie willen hebben, dan moeten we voor de zomervakantie al gaan interrumperen. De voorzitter: Bij interruptie, meneer Van der Net. Ik ga ervanuit dat u mij aansprak, maar dat maakt niet uit. Meneer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Zeker, voorzitter. Ik ben de hele tijd al bezig met autocorrect en zo, dus dat werkt niet perfect. Ja, nee, ik hoorde meneer Van Verk aangeven van: nou ja, misschien had ik dan al voor een aantal projecten dan daar een motie voor moeten indienen. Maar ja, zo zijn wij als VVD niet getrouwd. Want wij kijken naar de resultaten. En wij kunnen best wel kritisch zijn, maar op dit moment kan ik nog niet beoordelen of
79
er projecten zijn waarvan ik op dit moment wel denk misschien dat daar misschien iets meer aan de hand is en wat misschien niet binnen de kaders valt. Maar op dit moment kan ik dat oordeel nog niet geven. Vandaar dat wij hebben gezegd van: laat ze nog even draaien en dan kijken we in de agenda. De heer Van Verk: Laat ik het zo zeggen, meneer Van der Net. Ik deel de opvatting van meneer Boersma dat ik u ken als een eerlijk, maar recht door zee man. Maar in dit geval heb ik u toch in de commissie in ieder geval duidelijk horen zeggen dat 18 duizend euro, en u herhaalde dat gebaar, om zes jongeren te helpen, dat u dat toch eigenlijk wel een beetje gek vindt. En eigenlijk zei u daarmee min of meer van: zoiets moeten we vooral niet doen, dat is gekkenwerk. De heer Van der Net: Nee, voorzitter, ik heb dat niet gezegd. Ik heb het als voorbeeld gegeven. En ik heb ook aangegeven dat in de stukken wordt aangegeven dat daar een bepaald percentage aan slagingskans in zit, maar dat dat niet zeker is. Nou, dat wil ik gewoon in november wel meer zien. De heer Van Verk: Oké, nou, laten we dat verder maar in het midden laten. Ik blijf erbij dat in ieder geval de evaluatie naar voren wordt gehaald. De voorzitter: Mijnheer Van Verk, nog 40 seconden. De heer Van Verk: Een tweede reden is dat het ruw afbreken van de evaluatie ertoe zal leiden dat je onvoldoende beeld krijgt.
Daarbij komt dat de focus van de motie eenzijdig ligt op beheersing van de kosten, terwijl de zorg sneller en passender zou moeten zijn naast betaalbaarheid. En daarbij wil ik nadrukkelijk de kanttekening plaatsen, dan rond ik af voorzitter, dat snelheid en passendheid niet altijd leidt tot lagere kosten, maar wel tot meer adequate hulp aan de klanten en minder lange wachtlijsten. En dat doel streven wij vooral naar. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan gaan we snel door naar mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, die 5 miljoen die was om te versnellen. Letterlijk staat er in de tekst volgens mij: sneller passender en betaalbaarder te maken. Ongeacht om welk onderdeel het in feite gaat, want er worden meerdere dingen genoemd. Dus het is helemaal niet onredelijk om met elkaar te kijken of het geld goed besteed wordt. En waarvan je je kan afvragen of je wel met alles verder moet gaan. En gezien dat we inderdaad anders in januari een evaluatie hadden gehad, dan haal je dat iets naar voren en dan kan je dat, zoals meneer Tiebosch dat ook netjes zei, keurig in de begroting en in alle andere dingen richting de verkiezingen meenemen. Dat is gewoon verstandig om dat op die manier te doen. En wij horen daarom graag van de wethouder of dat een haalbare kaart is. En als dat zo is, volgens mij kan niemand daar dan tegen zijn. Dank u.
De voorzitter: Hartelijk dank. Tot slot mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel. Het allerbelangrijkste is wat de wethouder er straks van gaat zeggen. Evaluatie versnellen zou kunnen, maar dan moet die wel een eind naar
80
voren. Het is natuurlijk erg fijn als op een gegeven moment de evaluatie geweest zou zijn en in de begroting meegenomen, zodat de nieuwe raad op een gegeven moment daar niet direct mee geconfronteerd wordt. En aan de andere kant, elke nieuwe raad wordt met bepaalde zaken geconfronteerd, dus dat maakt ook weer niet zo veel uit. Het allerbelangrijkste is voor mij, ja, ik hoorde mevrouw Stolk zeggen over de eenzaamheidsbestrijding bij ouderen. Ja, dat is natuurlijk een prima plan, en ik begrijp ook waarom ze het noemde, want er waren mensen die dat niet snapten, maar het gaat om een lokaal iets. En dat heeft lokaal nog wel wat extra aanjagen nodig, heb ik het idee. Want bestrijden is natuurlijk prachtig, maar je moet ze wel eerst allemaal kunnen vinden. En daar valt echt nog wel wat aan te verbeteren. Ik vind de motie eigenlijk een kwestie van toch wel een beetje voortijdig aan de bel trekken hierover. Maar ik denk dat je de periode die daarvoor genomen is, dat je die gewoon moet gebruiken. Maar de wethouder zou me kunnen verrassen en zeggen van: dat is helemaal geen punt. En dat wacht ik gewoon graag even af, wat hij erover te melden heeft. Dank u wel. De voorzitter: Nou, dank u zeer. Zo langzamerhand zijn we allen zeer nieuwsgierig naar wat de wethouder te zeggen heeft, dus daar gaan we snel naartoe. Wethouder Heijkoop, gaat uw gang. Wethouder Heijkoop.
Goed, nou, 1 seconde hoor. De heer Heijkoop: Doet die het nu? Ben ik in beeld? De voorzitter: Ja, u had een minuut geleden het woord gekregen, gaat uw gang. De heer Heijkoop: Excuus. Ja, mijn apparaatje was volledig vastgelopen. Dus ik zat al op knopjes te drukken, excuus voorzitter. De voorzitter: Ik begrijp dat u kort en krachtig de vragen kon beantwoorden en duidelijkheid kan verschaffen aan de raad. De heer Heijkoop: Ja, er zijn wat vragen gesteld. Ik ga proberen om een reactie te geven. Kijk, voorzitter, ik laat de ronkende woorden van meneer Van der Net even voor wat het is. Maar als de raad twee maanden eerder wil evalueren, dat is eigenlijk wat het dictum vraagt, dan willen wij daar echt welwillend naar kijken. Meneer Van Verk gaf al terecht aan dat we een andere afspraak hadden gemaakt, die hebben we ook nog een paar weken terug in de commissie aan de orde gehad. Namelijk januari 2021. Maar als uw raad het graag eerder wil en uw raad spreekt dat uit, dan willen we daar echt wel serieus naar kijken. Het punt blijft wel, zoals ook al besproken in de commissie, dat nog niet alle projecten afgerond zijn. Corona heeft ook een nadrukkelijk effect op de uitvoering. En bij eerder evalueren speelt dat natuurlijk wel mee. Dus ik zou wel met u willen afspreken dat als het echt te vroeg is om een bepaald project te evalueren, dat ik dan even bij u terugkom.
Want we doen die evaluatie echt wel heel serieus met business cases en we willen geen halve evaluatie. Want ja, dan heb je uiteindelijk niet de uitkosten op basis waarvan je echt conclusies kan trekken. En dat wil meneer Van der Net en uw raad wil dat natuurlijk wel, want die pilots doe je als opmaat naar de toekomst. Bij die evaluatie zal er aandacht zijn voor het effect op onze kwetsbare Dordtenaren en ook zeker de ouderen, zeg ik richting mevrouw Stolk. Projecten als de vervangende mantelzorg, welzijn op recept en ook de projecten rondom eenzaamheid, die komen al in belangrijke mate en ten goede. En dat zal dus ook een plek krijgen in die evaluatie. Dus we gaan eraan werken om zo veel mogelijk geëvalueerd te hebben in
81
november. Maar mocht er een project bij zijn waarvan ook ambtelijk wordt aangegeven van: dat zou echt wel zonde zijn, want dan kan je nog geen conclusies trekken. Dan komen we even bij u terug, want dat zou toch niet gewenst zijn. Maar met deze op- en aanmerkingen staan wij op zich positief tegenover het verzoek van de raad om te kijken of er iets eerder geëvalueerd kan worden. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie een interruptie van meneer Boersma nog. Gaat uw gang. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u. Dank aan de wethouder ook voor de beantwoording. De boodschap is nu iets anders dan tijdens de commissie, want toen heb ik toch echt begrepen dat de wethouder zei van: het is eigenlijk nog te vroeg om te evalueren. Als de wethouder aangeeft van: we gaan ons best doen om eerder te evalueren. Prima, dan heb ik nog wel een vraag, want er wordt nog gekeken van welke projecten dan misschien nog niet evaluatiewaardig zijn, om het zo maar even te zeggen, of wat te vroeg is. Ik heb al twee keer het project Flits genoemd, dat vind ik nou typisch zo’n project wat eigenlijk gewoon ook later gestart is, pas vanaf oktober 2020 is gestart. Een project waar veel geld in omgaat, 1,4 miljoen, dat is toch een groot deel van die 5 miljoen die we voor innovatie beschikbaar hebben gesteld.
Heeft de wethouder het idee dat dat project uiteindelijk ook dan wel, zeg maar dan hebben we het over nog geen jaar, dat het project dan al geschikt zou zijn voor evaluatie. Of is dit er al een waarvan u op voorhand zegt van: nou, dat zou ik nog niet doen. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat is zo’n project inderdaad waarvan ik zou zeggen: ik weet het niet inderdaad, wat meneer Boersma ook aangeeft. Kijk, wat je niet wil is dat zo’n project op het moment dat het volle bak loopt, om het dan te onderbreken voor een evaluatie. Kijk, we willen ook geen bureaucratisch gebeuren ervan maken, dat zal meneer Van der Net ook zeker met het college eens zijn. Dus je wil het ook evalueren op een moment dat het een gepast moment is, en niet als de professionals nog volop in de activiteiten zitten. En Flits is wel zo’n project, dat ben ik met meneer Boersma eens, waarvan ik zou denken van: misschien is daar toch net iets meer tijd voor nodig. Maar het college wil in alle zorgvuldigheid dat aan u berichten, dus ik ga dat toch eventjes na om die projecten met collega Van der Linden. En als wij zeggen van: nou, die projecten dat gaat hem toch echt niet worden. Dan kom ik hier bij de start van de commissievergadering, dat hoeft echt niet al te ingewikkeld, dat we daar bij u op terugkomen.
En dan hopen we ook dat u daar begripvol mee om zult gaan, want ja, u heeft ook uiteindelijk niets aan een evaluatie op basis waarvan u niet de conclusies kunt trekken die u toch wil trekken als raad. De heer Boersma: Voorzitter, misschien nog een opmerking daarover, want ik snap de reactie van de wethouder hoor. Alleen mijn bezwaar tegen de motie die er ligt is dat het risico aanwezig is dat we een aantal projecten te vroeg gaan evalueren. En ik heb nu eigenlijk van de wethouder nog niet de garantie gehoord dat deze motie gewoon goed uit te voeren is. Ik hoor de wethouder zeggen: als de raad eerder wil, dan doen we het een paar maanden eerder. Dan hou ik wel even mijn handen vrij om aan te geven dat er misschien een aantal projecten zijn die we toch maar beter niet kunnen evalueren. Dus op voorhand is eigenlijk dan niet duidelijk hoe die evaluatie er straks uit gaat zien en of dat betekent dat we de helft van het aantal projecten kunnen evalueren, of dat we maar een klein deel kunnen evalueren.
82
De heer Heijkoop: Voorzitter, ik ben hier ook wel nuchter in. Uw raad heeft een forse investering gedaan in het sociaal domein. En die investering is erop gericht om met innovatie goede projecten uiteindelijk de zorg en ondersteuning effectiever te laten zijn en ook doelmatig. Dus ook in die zin wat we met elkaar wensen, dat de kosten eigenlijk ook naar beneden gaan, zonder dat het ten koste gaat van de ondersteuning. Als uw raad en de motie indieners, dat is al ongeveer de helft van de raad, aangeeft van: wij zouden daar toch om redenen iets eerder over willen spreken. Dan vind ik dat wij vanuit het college ook ons best moeten doen om even te kijken van: nou, een deel van de projecten kunnen we al misschien wat eerder met u delen. Nogmaals, hoeveel projecten dat zijn dat weet ik nog niet precies. Dan willen wij daar gewoon welwillend tegemoet aan komen. Dus dat is eigenlijk de kern van ons antwoord. Maar u heeft absoluut gelijk als u zou zeggen van: nou, sommige projecten zou dat misschien lastig voor kunnen zijn. Dus dan heb je het inderdaad over misschien wel een evaluatie in twee fases. Dat zou zomaar kunnen, ja. Of een evaluatie bestaande uit twee delen. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie verder geen vragen. Wel een vraag nog van mevrouw Jager, gaat uw gang. Mevrouw Jager: Ja, dank u wel, voorzitter.
Een klein vraagje aan de wethouder, want de toezeggingen die de wethouder nu doet, die komen niet overeen met wat er in de motie staat. In ieder geval voor een deel niet. Dat houdt dus in dat ook al ben je het eens met de wethouder, dat je eigenlijk niet voor de motie kunt stemmen. Daar wou ik wel even wat meer helderheid op hebben. Dank u wel. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik weet niet of dit direct een vraag aan mij is. De voorzitter: Nou ja, het is een vraag natuurlijk ook indirect over als de motie wordt aangenomen, of u dan die motie ook gewoon zult uitvoeren. Dat is denk ik de vraag die mevrouw Jager eigenlijk stelt. De heer Heijkoop: Nou ja, meneer Van der Net komt al in beeld en ik hoop eigenlijk een reactie van de motie indieners, meneer Van der Net voorop, dat die aangeeft van: nou, evalueer wat mogelijk is. Dan zijn wij in positie. Mocht er een evaluatie op onderdelen nog niet kunnen plaatsvinden, dan geven we u ruimte om die iets later aan ons toe te doen komen. En dan zouden we op die manier de motie uit kunnen voeren. De voorzitter: Meneer Van der Net. De heer Van der Net: Ja, voorzitter. Het woord evaluatie wil zeggen dat wij inderdaad op dat moment inderdaad even prikken en even kijken wat dan de stand van zaken is.
En dat zou inhouden dat misschien een aantal projecten al klaar zijn, of dat het een tussentijdse evaluatie is, of wat de wethouder ook aangeeft dat er een aantal projecten zijn die nog hopen dat daar gewoon een soort tussentijdse evaluatie voor komt. Ik kan niet verwachten van de wethouder dat die een project wat eindigt ergens in 2022 in november 2021 gaat evalueren al. De voorzitter: Oké, dank, meneer Van der Net. Dan ga ik nog even naar mevrouw Jager.
83
Mevrouw Jager: Dan is mijn volgende vraag: moet de motie dan niet een beetje aangepast worden? Want als die op deze manier in stemming wordt gebracht en op deze manier wordt aangenomen, dat is in het verleden maar al te vaak gebeurd, dat dan op een gegeven moment de motie ook op deze manier zou moeten worden uitgevoerd. En dat klopt dan niet helemaal met de afspraken, daar gaat het mij maar een beetje om. Meneer Van der Net, wat vindt u? De voorzitter: De uitgesproken teksten tijdens een raadsvergadering die tellen natuurlijk ook mee, voor wat betreft afspraken inhouden. Dus als er een kleuring aan wordt gegeven, de wethouder en indiener komen nader tot elkaar, dan is dat natuurlijk onderdeel van de beraadslagingen. Mevrouw Jager: Oké, dan is het dus geen punt om voor of tegen te stemmen? De heer Van der Net: Voorzitter, ik heb het volste vertrouwen in de wethouder en in zijn woordvoering. En dat we eigenlijk precies het zelfde noemen. Dus dat gaan we dan in november hopelijk zien. De voorzitter: Als er verder geen vragen aan de wethouder zijn, dan denk ik dat we de eerste termijn van het college kunnen beëindigen. Dank, wethouder Heijkoop. Dan kijk ik nog eventjes in de chat of er behoefte is aan een tweede termijn vanuit de raad. Een korte tweede termijn van meneer Van der Kruijff. Anderen nog? Zo niet, dan geef ik meneer Van der Kruijff graag het woord.
De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter. Onze eerste termijn hadden we gezegd het antwoord van de wethouder eerst te willen horen voor we concludeerden. Vandaar dat ik nu toch terugkom in de tweede termijn. En daar hoor ik twee dingen, dat de wethouder eventueel kleinere scope mogelijk acht, maar dat wel toezegt. Dus ik wil de VVD dan toch en andere indieners in overweging geven hun motie in te trekken en genoegen te nemen met de toezegging die de wethouder heeft gedaan, juist om te voorkomen wat mevrouw Jager net bedoelde. En een ander punt, een aantal woordvoerders hoorde je eigenlijk impliciet al zeggen van: ja, eigenlijk moet het al in september en oktober allemaal beschikbaar komen om het in november te willen bespreken. Laat een ding duidelijk zijn, het dictum van de motie is echt dat de evaluatie in november door het college beschikbaar wordt gesteld. Dus hoe dat kan, de handeling, wordt een uitdaging. Maar dat is dan wel waar we mee instemmen, en niet eerder. De voorzitter: Ja, daar hoeft de wethouder denk ik niet op te antwoorden. Mijnheer Van Verk. U wil ook een tweede termijn? De heer Van Verk: Nou, ik wil even reageren op meneer Van der Kruijff. De voorzitter: Dat mag, gaat uw gang. De heer Van Verk: Want hij zegt heel nadrukkelijk: dan moet er ook in november pas geëvalueerd worden en moet het ter beschikking komen.
Maar hoe ziet hij dit zelf voor zich? November is begrotingsmaand. Als we dat op een adequate wijze willen beantwoorden, dan moet dat eerder beschikbaar komen. Dat is dus ook ons bezwaar tegen deze motie. Maar ik weet niet of meneer Van der Kruijff daar een escape in ziet.
84
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, daar voel ik me niet helemaal toe geroepen. Ik doe dezelfde conclusie als u, ik zie dat het dictum is: draagt het college op in november te komen met een evaluatie. Dus ja, dan kan je verwachten dat het college in november komt met een evaluatie. En dat we vervolgens als raad een uitdaging hebben, dat ben ik met u eens. Maar ik neem aan dat de indieners zich daarvan bewust zijn. De heer Van Verk: Nou, dan ben ik benieuwd wat de indieners daar nog van zeggen, meneer Van der Net. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Voorzitter, ik ben mij constant bewust van de dingen die ik zeg en die ik schrijf. Dus wat dat betreft geen enkele twijfel. En ja, dat is kort dag, maar het gaat ook om veel geld. En vandaar dat ik wel deze uitdaging in de motie heb verwoord. En ja, dat is dan ook weer uiteindelijk in de stemming vast te stellen of ik daar voldoende steun voor krijg. Ik ga het niet intrekken, meneer Van der Kruijff. De voorzitter: Nou, dat zou nog mijn vraag zijn geweest, dat is dus niet zo. Dan gaan we denk ik langzamerhand over naar stemming. En dan kijk ik even of er nog behoefte is aan stemverklaringen. Dat is het geval, in elk geval meneer Boersma. Gaat uw gang. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u. We hebben de reactie van de wethouder gehoord. Ook de reactie van meneer Van der Net daarop gehoord.
Nou, dat geeft dus ruimte om bij de evaluatie te kijken wat er op dat moment te evalueren is. Maar ook ruimte om de projecten die op dat moment nog niet te evalueren zijn op te schuiven. En met die uitleg en de toezegging van de wethouder kunnen wij toch met deze motie instemmen. De voorzitter: Oké, ik zie dat er tijdens de stemverklaringen nu ook wordt gevraagd om een schorsing. Ja, dat is dan maar even zo. Even, doen we eerst de stemverklaringen wel? Dan gaan we daarna even een minuutje schorsen en dan kijken we daarna of er nog meer stemverklaringen zijn. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Juist de uitleg van de wethouder die aangeeft dat het smaller zal zijn als het dictum van de motie. En het feit dat de VVD toch de motie onveranderd wenst te handhaven, dat leidt er bij mij toe dat ik niet tot andere inzichten ben gekomen en zullen wij dus tegen stemmen. De voorzitter: Dank u zeer. Even kijken, dan zijn we bij meneer Portier. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u krijgt zo het woord. Meneer Portier. De heer Portier: Voorzitter. Ook zoals meneer Van der Kruijff net al aangaf is het dictum van de motie in strijd met de toezegging vanuit de wethouder. Dus ik blijf erbij om tegen de motie te stemmen. De voorzitter: Hartelijk dank. En dan mevrouw Stolk.
85
Mevrouw Stolk: Voorzitter, volgens mij is er even schorsing gevraagd. De voorzitter: Dat heb ik ook al even gezegd. Ik heb gezegd: laten we even de stemverklaringen doen die nu vast kunnen. En er zijn ook leden die nog even willen schorsen, dan kijken we daarna nog of er nog andere stemverklaringen zijn. Mevrouw Stolk: Maar dat kan toch van invloed zijn die schorsing of je voor of tegen deze motie gaat stemmen. De voorzitter: Ja, mensen. Het is een digitale vergadering, ik stap over naar de stemverklaringen. Er zijn ook leden die tijdens de stemverklaring ineens willen schorsen. Ik wil daar graag gelegenheid voor geven, maar als er al leden zijn die nu een stemverklaring willen geven, dan kan dat. Dus daar heb ik ook ruimte voor gegeven. Als er verder nu geen stemverklaringen zijn, dan stel ik voor dat we even schorsen. Dan zien we elkaar over twee minuten terug. De vergadering is geschorst. De vergadering is heropend. Ik kijk even in de chat wie er nog aanvullende stemverklaringen willen geven. Meneer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik moest even overleggen met de fractie. Maar wij hebben geconcludeerd dat er toch wel wat licht zit tussen het dictum van de motie en wat de wethouder toezegt. En volgens ons is wat hij toezegt ook wel het maximaal haalbare.
Dus wij willen ons vasthouden en nemen ook genoegen met de toezegging van de wethouder dat we dat met elkaar gaan doen. En daarmee vinden we de motie overbodig en ook licht in strijd. En die verwarring willen we niet, dus daarom zullen we ook tegen stemmen. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan meneer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. De wethouder heeft aangegeven dat hij geen problemen ziet in eerder evalueren op projecten waarbij het mogelijk is en hier welwillend tegenover staat. Dus met deze toezegging van de wethouder kunnen wij de motie steunen. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank. Wij zullen deze motie niet steunen met de toezeggingen van de wethouder. Want de motie moet wel uitvoerbaar zijn voor de wethouder. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Voorzitter, ik wil nog even aangeven dat ik de motie niet zal steunen. De toezeggingen van de wethouder vind ik prima en dan vind ik de motie overbodig. De voorzitter: Hartelijk dank. Anderen nog? Zo niet, dan gaan we stemmen. En dan beginnen we zoals te doen gebruikelijk bij mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Ik stem tegen de motie.
86
De voorzitter: Dank. Mijnheer Soy. De heer Soy: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Voor. De voorzitter: Mevrouw Van Eck. Mevrouw Van Eck: Voor. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Voor. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voor. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voor. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Voor. De voorzitter: Dan meneer De Looze. De heer De Looze: Voor. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voor. De voorzitter: Meneer Boersma. De heer Boersma: Voor. De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Voor. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voor. De voorzitter: En meneer Van der Klaauw. De heer Van der Klaauw: Voor.
87
De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Voor. De voorzitter: Meneer Noldus. De heer Noldus: Voor. De voorzitter: Meneer Merx. De heer Merx: Voor. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voor. De voorzitter: Meneer Kwaak. De heer Kwaak: Voor. De voorzitter: Mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten: Voor. De voorzitter: Meneer Helweg. De heer Helweg: Voor. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Voor. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voor. De voorzitter: Mijnheer De Lijster. De heer De Lijster: Voor.
88
De voorzitter: Meneer Burakçin. De heer Burakçin: Voor. De voorzitter: Dan mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Tegen. De voorzitter: Meneer Chapel. De heer Chapel: Tegen. De voorzitter: Meneer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Wisker. De heer Wisker: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Bosuguy. De heer Bosuguy: Voor. De voorzitter: Meneer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voor. De voorzitter: Mijnheer Polat. De heer Polat: Voor. De voorzitter: Meneer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Voor. De voorzitter: Dank. De motie is aangenomen, 28 stemmen voor en 10 stemmen tegen. Over het voorstel zelf wordt niet gestemd, want dat is een raadsinformatiebrief. Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 15. 15. Raadsinformatiebrief Revitalisering Stadspolderring – Raadsinformatiebrief
89
De voorzitter: Het is nu 9 minuten voor 6. Ik stel voor dat we met agendapunten 15 en 26, die nog open staan, vanavond verder gaan. Dus dan zien we elkaar weer om 8 uur. De vergadering is geschorst. College, mensen die meekijken met deze live vergadering, hartelijk welkom terug. De raadsvergadering van 16 februari van de gemeente Dordrecht is hierbij heropend. We gaan straks nog twee punten behandelen. Agendapunt 15, de raadsinformatiebrief revitalisering stadspolderring. En agendapunt 26, twee moties vreemd van de Partij van de Arbeid, naar aanleiding van de situatie rondom rioolkast Hazelaarlaan. Voordat we naar agendapunt 15 gaan misschien goed om even kort te zeggen, in verband met de ontwikkelingen rondom de avondklok, waar nu nog een rechtszaak over bezig is op dit moment. Heb ik zojuist een vergadering gehad van het veiligheidsberaad, dat viel mooi in de schorsing. Maar mogelijk heb ik vanavond rond een uur of 9, of eerder of later, dat weet ik nog niet precies, nog een extra vergadering van het veiligheidsberaad. En meneer Schalken staat dan paraat om het voorzitterschap van deze vergadering tijdelijk over te nemen. Waarvoor alvast dank, maar dan weet u dat. We gaan door naar agendapunt 15, zogezegd de raadsinformatiebrief revitalisering stadspolderring. Hierover is in de commissie fysieke leefomgeving van 3 februari gesproken.
De commissie heeft hier geconcludeerd dat het stuk ter kennisname door kon naar de raad. D66 heeft echter twee moties die ze graag bij het onderwerp wil indienen. En daarom bespreken we het onderwerp nu en beperken we ons bij de bespreking echt alleen tot die moties. Ik geef graag het woord aan D66 om de moties toe te lichten. En ik kijk even wie van D66 het woord gaat voeren, dat is meneer Loekemeijer. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Klopt, voorzitter. Ja, we hebben twee moties ingediend. De ene motie gaat over 30 kilometer invoeren op de stadspolderring. We hebben het idee, we zien hier kansen als we dit gaan doen om alle verschillende belangen te combineren. Op een betere manier dan in het huidige voorstel eigenlijk staat. Dus wij hopen dat het college bereid is om daar nog eens naar te kijken. Er zijn een aantal dingen die spelen, parkeren, bomen en de veiligheid daar. En we denken dat we met deze oplossing daar wat meer en wat beter vorm aan kunnen geven. Verder een tweede motie ingediend over het compenseren van bomen. Wij zien bij meerdere projecten dat er minder bomen worden teruggeplaatst en dat die dan elders worden gecompenseerd. En zo staat het dan, deze worden elders gecompenseerd. Maar dat kan dus in principe overal zijn. Wij hebben het idee dat de wijken daar niet groener van worden.
Dus wij zouden graag zien dat de bomen die weggehaald worden, dat er dan ook in ieder geval in dezelfde wijk weer bomen gecompenseerd worden, wellicht op een andere plek. En verder zouden we dan ook, om daar wat meer beeld bij te krijgen als raad, zouden wij het een goed voorstel vinden om dat ook expliciet te benoemen waar en wanneer deze bomen dan gecompenseerd worden. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Die moties zijn of die worden nu verspreid. Dat zijn de motienummers 4 en 5. En die geef ik graag in bespreking. Dan kijk ik even rond wie daar het woord over wil voeren. Ik denk dat ik maar gewoon het lijstje afloop. Dan begin ik zoals gebruikelijk bij Beter voor Dordt. Mijnheer Soy, gaat uw gang. De heer Soy: Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Even kort ingaand op de moties. Ik begin allereerst met die 30 kilometer op de ring. Dit onderwerp hebben we al in de commissie besproken. Er zijn ook mensen die hebben ingesproken namens de
90
bewoners, maar ook namens mensen die heel graag willen dat die bomen daar blijven staan. Na de bespreking eigenlijk ook nadat de bewoners kennis hebben genomen van de motie die er aan kwam op dit gebied, hebben de bewoners opnieuw een handtekeningenactie op touw gezet. Waarin ze aangeven dat zij liever zien dat er bomen weggaan, dat de problemen echt het probleem zijn in dit geval. En zeg maar de optie om 30 kilometer in te voeren en om daarmee de bomen proberen te sparen, dat heeft geen draagvlak daar in de bewuste straat. En het gaat juist om de beleving ook van die mensen daar, die hebben er dagelijks last van. En ook alles wat we in de commissie hebben besproken met de verhoging van de straat en de noodzaak neigen wij ernaar om deze motie niet te steunen. De andere motie … De voorzitter: Even voordat u doorgaat een interruptie van meneer Loekemeijer. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Ja, dank voorzitter. Ik wil Beter voor Dordt en meneer Soy even vragen. Ik heb die nieuwe handtekeningenlijst heb ik ook gezien, ik heb ook die mail gekregen van de bewoners daar. Daar zijn wel een aantal kanttekeningen op, vind ik. 1, vond ik het bijzonder dat het op deze manier gevraagd is aan de bewoners. Omdat echt de keuze werd gegeven tussen of 30 kilometer of de bomen. Sowieso denken wij ook niet dat alle bomen gered kunnen worden, maar misschien een paar meer.
Dus dat is wat wij wel belangrijk vinden om erbij te vermelden. Verder die bewoonster die ingesproken heeft die kwam zelf met het idee om haaks te parkeren en daarmee meer parkeerruimte te creëren daar op dat smalle stuk. En door op die weg 30 kilometer, door het een 30 kilometer weg te maken is het mogelijk om daar haaks parkeerplaatsen te realiseren. Dus daarmee voldoe je eigenlijk aan de wens van de bewoners zelf. Die kwamen daarmee met het idee van: is het dan niet mogelijk om zo te parkeren? De heer Soy: Gedeeltelijk, als het mag voorzitter. Parkeren is een van de problemen, maar de mensen hebben ook echt last van die bomen zelf. Van de wortels en het trottoir en noem het maar op. Dus al met al hebben de mensen gewoon last ook van die bomen, dat ze dat elke dag ervaren. Dus dat weegt ook mee in onze overweging. Daarnaast heb ik ook even navraag gedaan in hoeverre het wenselijk is om die weg om daar een 30 kilometer weg van te maken. Ik hoop dat de wethouder verkeer daar straks ook op zal reageren. Maar vanuit verkeerstechnische redenen denk ik dat de wethouder dat zou afraden, omdat het een doorgaande route is. Dus ook met die informatie die wij als fractie al tot ons hebben genomen, want we hebben daar ook vragen over gesteld van in hoeverre dat verstandig zal zijn om op dat deel 30 kilometer in te stellen.
Plus al hetgeen wat we in de commissie hebben besproken, dat wil ik niet overdoen. Maar ook de noodzaak om daar zeg maar de weg te verhogen en de revitalisering daar te laten doorgaan. Als we alles bij elkaar optellen, dan blijft er eigenlijk weinig over om te zeggen van: ja, we gaan het toch op een andere boeg proberen. Wel gezegd hebbende dat we blij zijn dat er toch is gekeken in tweede instantie zeg maar om toch een aantal bomen te behouden. Dat moge dan de winst zijn van de commissiebespreking. Dat verzoek hadden wij als Beter voor Dordt ook ondersteund, om te kijken in hoeverre het nog mogelijk is. 8 of 11, of hoeveel dan ook zeg maar. En dat wordt nu wel zo gedaan, dus dat vinden wij dan de winst van de commissiebespreking van de vorige keer. En verder dan dat, als je verder wil gaan, dan gaat dat ten koste van iets anders. En dat willen wij niet.
91
De voorzitter: Oké, dank u wel. Dit was ook uw termijn, meneer Soy? De heer Soy: Ja, heel kort over die andere motie. De voorzitter: Ja, motie M5. De heer Soy: Die over bomen her-planten. Ja, wij zijn benieuwd in hoeverre dat uitvoerbaar is. Dus wij wachten even de reactie van de wethouder af op deze motie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de VVD. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, bij de moties die voorliggen zullen we kort reageren. Er is al veel gesproken over deze raadsinformatiebrief en over de situatie daar ter plaatse in de commissie. Dus wij zullen daar wat korter doorheen gaan. Er is ook in de commissie toegelicht door mijn fractiegenoot Alexander Kuhlmann, begrijpen wij dat bij bestaande werken of situaties het niet mogelijk is om alle bomen te behouden. Wel zien wij een organisatie die op een behouden manier omgaat met het kappen van bomen. En waar bovendien de groene stad met een focus op het bij planten van bomen hoog in het vaandel staat. Dat is voor ons een belangrijk uitgangspunt daarbij. En zowel bestuurlijk als ambtelijk merken we dat hier over het algemeen zorgvuldig mee omgegaan wordt. En de noodzaak voor de motie omtrent de compensatie, zoals door D66 ingediend, die ontgaat ons dan vooralsnog nog even.
En het uitgangspunten om de bomen zo dicht mogelijk bij de locatie waar ze gekapt worden te compenseren, wellicht een goed uitgangspunt, maar volgens mij lang niet altijd passend. We zijn ook benieuwd, we wachten ook de reactie van het college hierop af. Maar vooralsnog staan we hier niet om te springen. En dan verder de verlaging van de snelheid. En het gaat ons ook hier een beetje waarom dit hier nu wordt geopperd. Het is een raadsinformatiebrief over het kappen van bomen. En halverwege een lopend project wordt een ander plan voorgesteld. En verkeersveiligheid is volgens mij normaal gesproken een prioriteit, net als het aanvullen van extra parkeerplaatsen natuurlijk een speerpunt voor ons is. Maar we denken dat met het verlagen van de snelheid dit niet wordt opgelost. Het is een hoofd ontsluitingsweg voor de hele wijk, handhaving zal lastig worden. Er zijn al genoeg 30 kilometer gebieden in de stad waarin ook te hard wordt gereden en waar ook slecht gehandhaafd kan worden. En door dit dan aan te passen naar 30 kilometer wordt er eigenlijk alleen maar meer onveiligheid gecreëerd. En bovendien is er ook vanuit omwonenden geen steun voor dit plan. Maar goed, u zal in ieder geval D66 gevoelig voor moeten zijn. Dus ook hiervoor geldt dat wij deze motie waarschijnlijk niet zullen steunen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de CDA fractie.
Dan geef ik het woord aan meneer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, we kunnen redelijk kort zijn. Want in feite gaat de motie in noodzaak over de wens om dat stuk van de stadspolderring 30 kilometer te laten zijn. En ik pas er ook voor om het hele bomenonderwerp weer de revue te laten passeren. Dat hebben we uitgebreid in de commissie behandeld en af gekaart. En op voorstel van het CDA heeft de wethouder al toegezegd dat er acht bomen kunnen blijven staan en dat vinden we prachtig. De 30 kilometer zone lost het
92
probleem niet op, sterker nog, het dient nergens voor. Want we hebben het dan over een traject van misschien 75 of 100 meter waarin er 30 kilometer zou moeten worden gereden. En de hele stadspolderring die is misschien wel twee kilometer lang en daar kan vrolijk 50 worden gereden. Dat is een onwenselijke situatie, ook de verkeerskundige heeft heel duidelijk aangegeven dat dat het probleem niet oplost. Ook niet in combinatie met zeker, wat meneer Loekemeijer aangaf, het haaks parkeren. Nee, niet doen zegt de verkeerskundige. En daar luisteren wij graag naar, zoals we vaker graag naar de deskundige luisteren. Dus in feite, ik maak het niet breder dan het is, voorzitter. Wij zien geen heil in de motie rond het smalle stukje van de stadspolderring. Als ik nog kijk naar de andere motie, die oogt wel sympathiek. Maar in hoge mate is dit vigerend beleid door de wethouder. Er is vigerend beleid dat waar bomen gekapt worden, dat die elders worden teruggeplaatst. Niet diezelfde bomen, maar dan andere bomen. En wat in het dictum van de motie van D66 met zoveel woorden staat van: je moet administreren. Op het moment dat er een boom gekapt wordt, dan moet met titel en plek aangegeven worden waar dan de vervangende boom komt te staan. Dat lijkt ons een bureaucratie in de hoogste orde.
Wel kunnen wij ons vinden in een jaarlijkse rapportage van een aantal gesneuvelde bomen versus de aantal her-plantte bomen. Dat vinden we werkzaam, maar niet per boom een registratie gaan optuigen van hoe dan die boom ergens anders wordt geplaatst. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar D66 zelf. Kijken of u toch nog een termijn wil gebruiken, behalve dat u natuurlijk de moties al zelf heeft ingediend. Mijnheer Loekemeijer. Het is duidelijk wat u wil in elk geval. Maar mocht u toch nog een termijn willen gebruiken, dan kan ik u dat niet ontzeggen. De heer Loekemeijer: Nee, misschien wellicht nog reageren op andere reacties, maar ik wil het voor nu even hierbij laten. De voorzitter: Oké, prima, dank u wel. U kunt natuurlijk altijd interrumperen, mocht u dat willen. GroenLinks, het woord is aan mevrouw Kruger. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ten aanzien van de motie compensatie bomen vinden wij net als het CDA het een zeer sympathieke motie. Maar zeer waarschijnlijk is het ook een overbodige motie, omdat er zeer binnenkort een bomenvisie op tafel ligt. Waarbij wij ervanuit gaan dat het gedachtegoed van het verzoek in deze motie wordt meegenomen. En mocht dit niet het geval zijn, nou, de wethouder is nu aanwezig, laat het dan een waarschuwing zijn. En dat hij dat zeker mee gaat nemen in die visie.
Maar dat gaan we zo waarschijnlijk wel horen. Dan de motie 30 voor veiligheid, leefbaarheid en behoud van de bomen. Ja, de tegenstelling die deze motie aangeeft, met 30 kilometer blijven alle bomen staan. En dan de brief van de bewoners, die ervanuit gaan: met 50 kilometer, dan gaan de bomen weg. Nou, ik denk dat beide gevallen niet helemaal klopt. Als GroenLinks zijn we natuurlijk voor de 30 kilometer op de stadspolderring, zoals wij al bepleit hebben in onze aangenomen motie bij de raad van 10 november 2020. 30 in zijn 3. 30 kilometer waar het kan. En waarom zou je op deze ring sowieso 50 willen rijden? Ik bedoel, aangrenzend zijn er allemaal woonerven waar 30 kilometer wordt gereden. Daar komen fietsers, kinderen en auto’s uit. Dus als je dan ook die stadspolderring 30 kilometer maakt, nou, dan heb je gewoon een grote woonwijk of een groot woonerf. En wat GroenLinks betreft treffen we bij de
93
voorgenomen revitalisering, ik vind dat zo’n moeilijk woord om uit te spreken, maar goed, revitalisering inderdaad maatregelen. Zoals deze 30 kilometer wordt ingericht. De voorzitter: Sorry, bij interruptie. Mijnheer Loekemeijer stond al een tijdje. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Ja, ik wil wel even rechtzetten dat wij niet beogen zeg maar met de 30 kilometer zone alle bomen te redden. Ik denk niet dat dat haalbaar is. Daarom hebben we ook in de motie gezegd van: nou, zo veel mogelijk. Kijk, even ter illustratie. Een boom weghalen is twee zonnepanelen. Dus elke boom die daar weggehaald wordt, daar moet je om op nul uit te komen twee zonnepanelen voor neerleggen. Er waren natuurlijk een hoop vurige betogen voor de zonnepanelen, maar als we de bomen op die ring weghalen, dan is het hele project waar we het net over hadden op dat dak van die sporthal, dat hebben we dan gecompenseerd. Dus dan komen we uiteindelijk onderaan de streep op nul uit. Mevrouw Kruger: Ik ben me daar volledig van bewust, meneer Loekemeijer. Want wat ons betreft komen er veel bomen en is het echt gewoon heel jammer, ik heb dat hele stuk ook door geploeterd en alles overgedragen gekregen van mijn collega’s die in de commissie hebben gezeten. En is er op aandringen ook van de commissie duidelijk naar gekeken, er is een rapport verschenen, waardoor er zo veel mogelijk bomen nu behouden worden.
En te meer belangrijk dat die bomenvisie gaat komen en er een goed beleid gaat komen, zodat nieuwe bomen die geplant gaan worden waar dan ook, dat daar eens van tevoren over nagedacht wordt: hoe is het over 10 jaar? Als die bomen dan groeien, kunnen ze daar dan nog blijven staan of gaan ze dan weer een probleem opleveren? Dus ik sta volledig achter uw visie over de bomen. Een boom weghalen, twee zonnepanelen. Of twee bomen, ik weet niet hoe u die verhouding noemde. Daar ben ik me volledig van bewust. Dus wat ons betreft is het gewoon zo veel mogelijk bomen laten staan en zijn we ook heel blij als die 30 kilometer zone, als die er zou komen, dat dat wat extra meer bomen kunnen blijven staan. Dus vandaar. Goed, de voorzitter heeft genoeg van mij gehoord, dus ik ga mijn betoog stoppen. De voorzitter: Nee, helemaal niet. Er is nog een interruptie. U krijgt allemaal het podium. Meneer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Ik hoor net meneer Loekemeijer met zoveel woorden erkennen dat het invoeren van de 30 kilometer zone op dat stukje, en we hebben het over pakweg 100 meter, het verwijderen van die bomen niet teniet doet. Dus in feite hebben we het over een non-discussie als het gaat om het wel of niet verwijderen van bomen. Nee, die bomen die hebben we ooit in commissieverband veroordeeld. Die zullen op die plek weg moeten.
En dan blijft over, en daar gaat de motie van D66 over: willen we over 100 meter 30 kilometer? Ondanks het feit dat dan de wegprofilering niets verandert. De voorzitter: Is dit een opmerking of een vraag richting mevrouw Kruger? De heer Oostenrijk: Ja, dat is een vraagstelling. En dan zeg ik: dat is een schijnveiligheid. Dat zeg ik er maar meteen achteraan.
94
De voorzitter: Nou, mevrouw Kruger, bent u het daarmee eens. Dat is de vraag, denk ik. Mevrouw Kruger: Nou, nee. Volgens mij hebben wij ook al een keer een motie ingediend om zo veel mogelijk wegen, en daar valt ook de stadspolderring volgens ons onder, om die 30 kilometer te maken waar het kan. En dat is wat ik bepleit. En niet alleen dat kleine stukje, wat ons betreft is het de hele stadspolderring zo veel mogelijk 30 kilometer. De heer Oostenrijk: Maar in dat opzicht, voorzitter, zou mevrouw Kruger tegen dit voorstel moeten zijn. Want dit voorstel gaat over 100 meter 30 kilometer. Mevrouw Kruger: Nou, ik heb me toch ook nog niet uitgesproken of ik voor of tegen het voorstel ben. We hebben het nu over de motie, meneer Oostenrijk. En daar geef ik dus een bepaald woord op. En of ik voor of tegen het voorstel ben, dat gaan we later nog even bekijken. De heer Oostenrijk: Ik ben benieuwd. De voorzitter: Voorlopig ligt er nog geen voorstel, want er ligt alleen een RIB. Was dat ook uw termijn, mevrouw Kruger, of had u ook andere punten? Mevrouw Kruger: Nee, zo is het op hoor. Ja, dank u wel. De voorzitter: Zo is het goed. Dank u zeer. Dan gaan we naar de ChristenUnie/SGP fractie. En dan geef ik graag het woord aan mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, op voorstel van de ChristenUnie/SGP is het inderdaad besproken de RIB in de commissievergadering. En zoals meneer Soy ook al aangaf heeft dat gewoon wel wat opgeleverd. In elk geval over die acht bomen minder gekapt worden. Wel wil ik toch nog in reactie op hetgeen meneer Soy aangaf benadrukken dat zoals de wethouder ook in die commissievergadering naar voren heeft gebracht dit echt het onderwerp revitalisering stadspolderring was. Het ging er niet om dat er een verzoek lag om bomen te kappen, vanwege overlast. Dus de insteek is heel anders. Overigens hebben wij wel vraagtekens gehouden bij de insteek, die revitalisering. En of het nou echt zo nodig is om de weg op te hogen tot de drempel van de huizen. Ik denk dat wij daar als Dordrecht in Nederland nogal enige in zijn. Dus als het niet opgehoogd hoeft te worden, dan behouden we sowieso de bomen. Maar ten aanzien van de moties. De 30 kilometer, ja, het zou een overzichtelijk geheel zijn als we wat minder snelheden in de stad hebben. Ik snap het voorstel, omdat de verkeerskundige tijdens de commissievergadering heeft aangegeven dat haaks parkeren niet mogelijk is bij 50 kilometer. Dus dan is dit een logisch. Maar goed, ik ben benieuwd ook wel naar de reactie van de wethouder hierop, de wethouder voor wat betreft verkeer, of dit ook een na te volgen idee is. De motie ten aanzien van de compensatie.
Eind 2018 hebben we hierover ook al vragen gesteld aan het college en daar een reactie op gekregen. Namelijk dat het niet bekend is of er voldoende wordt gecompenseerd of her-plant. En dat het ook niet bekend is hoeveel er nog moest worden gecompenseerd of waar dat zou moeten gebeuren. Dus het principe van herplanten, dat mag wel wat nadrukkelijker onder de aandacht. Dus dat vinden we een sympathieke motie, dank u wel.
95
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de PVV fractie. Mijnheer Helweg. De heer Helweg: Voorzitter, goedenavond. De PVV kan beide moties niet honoreren en we zullen tegenstemmen. De wens van de inwoners is voor ons zwaarwegend geweest. Die zijn in de laatste brief heel duidelijk voor kap bomen en tegen 30 kilometer. Voor wat betreft de bomenkap heeft volgens mij ooit de wethouder aangegeven dat voor elke boom die weggaat er twee ongeveer terugkomen. Dus ja, we zouden graag ook van de wethouder willen horen of dat zijn stelling nog steeds is. En de zienswijze van meneer Oostenrijk die kunnen wij ook onderschrijven. En daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u zeer. Dan gaan we naar de SP-fractie. Meneer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik hoop dat het dit keer allemaal goed gaat. De voorzitter: Ja, dat is niet verkeerd. Gaat u verder. De heer Portier: In principe heeft iedere poging om bomen te redden mijn sympathie. Ik heb ook, ja, veel waardering voor het werk wat meneer Oostenrijk gestoken heeft in het onderzoeken van alle mogelijkheden. Waardoor er toch een aantal bomen behouden kunnen blijven. Als ik dan kijk naar de moties nu van D66, die een beetje na de commissiebehandelingen voor deze vergaderingen als een duveltje uit een doosje komen.
Dan lijkt het toch een beetje op een poging om het groene gezicht van D66 te redden met voorstellen waarvan ze eigenlijk zelf al weten dat het totaal niet realistisch is. Laat ik beginnen met het voorstel voor een 30 kilometer zone op een minuscuul klein stukje van de stadspolderring. Ja, dat is natuurlijk levensgevaarlijk. Als je gewoon rond kan rijden en ineens zou je af moeten gaan remmen tot 30 kilometer per uur. Daar gaat natuurlijk niemand zich aan houden. Het zou nog realistisch of overtuigender zijn geweest zoals GroenLinks bepleit, als we de hele stadspolderring hadden voorgesteld als 30 kilometer. Maar ja, dan moet je ook de hele stadspolderring gaan herinrichten, want anders kan hier niet gehandhaafd worden. De voorzitter: Bij interruptie, meneer Loekemeijer. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Ja, voorzitter. Ik zou meneer Portier willen vragen: is hij dan niet van mening dat dat stuk van de stadspolderring heel anders is dan de rest? Omdat grote delen van de stadspolderring, dat is echt een beetje een doorgaande weg met veel ruimte. En dit stuk is ook een stuk wat iets smaller is en wat gedeeld wordt met fietsers, en waar geparkeerde auto’s staan waar kinderen achter vandaan kunnen komen rennen. En die zie je niet, dus die springen ineens voor je auto dan.