CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Dordrecht Raad 26 januari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 6, 13 en 19 januari, de raadsvergadering van 26 januari en de Auditcommissie van 27 januari 2021.45.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In zijn algemeenheid stellen wij vast dat alle signalen in deze coronatijd erop wijzen dat de problemen in de gezinnen alleen maar zullen oplopen. Ook mijnheer Burakçin heeft er al iets over gezegd, spanning en leerachterstand, kindermishandeling en toenemende werkeloosheid zijn de ingrediënten voor een komende golf aan zorg voor onze jeugd. In plaats van bezuinigen zal in de komende jaren veel meer geld nodig zijn dan we thans voorzien. Er is in deze jeugdzorgbegroting geen rekening gehouden met de gevolgen van een nog steeds aanhoudende coronapandemie. En de Verenigde Seniorenpartij zou graag een begroting willen zien, voor zover dat mogelijk is, die inclusief de coronaeffecten is. Dan weet elke gemeente in Zuid-Holland Zuid waar ze de komende jaren rekening mee kan houden. Een punt van zorg zijn de indicaties, en dan met name de uitvoering ervan. Er blijkt uit de notitie dat er een achterstand is op de controle. De VSP herkent hierin een gelijk probleem als bij de toeslagenaffaire kinderopvang. Als er door gebrekkig controle vanuit de serviceorganisatie mensen fouten maken, dan moet dat door cliënten worden terugbetaalt. Ik zou graag van de wethouder willen horen of onze zorg hierover wel of net terecht is. Tot slot een fikse extra reservering voor dit dossier voor de komende jaren lijkt reëler dan de verwachting dat er kan worden bespaard op deze begroting.

Ook hierop graag een reactie van de wethouder. Tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan de Partij van de Arbeid. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Uiteraard kunnen wij ons naadloos aansluiten bij de woorden van mevrouw Van der Ham. Ik had het niet beter gekund, dus mijn complimenten daarvoor. Twee punten van aandacht die ik toch nog wel even wil aanstippen. In de eerste plaats stellen wij vast dat het realistisch begroten nog steeds niet volledig is doorgedrongen. Terecht dat mevrouw Van der Ham daar ook weer op aandringt. Daar waar de 124 miljoen dit jaar uitgeven of vorig jaar uitgaven, is de verwachting dit jaar nog hoger. En toch gaan we vijf miljoen korter zitten dan gepland,

42

zonder dat ik lees hoe we die vijf miljoen dan zouden kunnen realiseren. Iets wat we al meerdere keren hebben meegemaakt in dit dossier. Dat is een. Twee, ik hoor mensen vragen om meer grip op deze ontwikkelingen. Vanaf 2023 is de solidariteit definitief afgeschaft en is elke gemeente zelf verantwoordelijk voor de besteding van de gelden voor de jeugdhulp. Dat doe je dan weliswaar in gezamenlijkheid door gezamenlijk in te kopen, maar elke gemeente zelf kan tot op zekere hoogte of tot op grote hoogte bepalen wat hij inkoopt. En daarmee gaat de grip vanzelf versterkt worden van de lokale overheid. En voor Dordrecht zou dit ook betekenen dat we een voordeelgemeente zijn, een voordeel wat zelfs kan oplopen tot 3-4 miljoen. En dat geld zou je snel voor in de verleiding komen om dat wel te sluizen naar de algemene middelen. Wij zouden daar niet voor willen pleiten. Wij zouden ervoor willen pleiten dat mocht er in de komende jaren geld overblijven dat we reserveren op tekorten op het sociaal domein. Desnoods door middel van een fondsvorming, zodat we niet bij de eerste de beste tegenvaller, want die kan zomaar ontstaan in dit dossier, gelijk weer allerlei maatregelen moeten nemen. Maar dat je dan de tijd en de ruimte hebt om goed na te denken over de maatregelen die je wel gaat nemen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank, mijnheer Van Verk.

Dan gaan we naar Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, dank. Nou, ik heb niet zo heel veel te zeggen op dit thema. Ik denk zelfs dat als dat amendement zo wordt ingediend en er van de wethouder niet een reactie op komt waarmee ik vertrouwen heb dat we daar niet iets raars mee doen, dat we dan toch maar gewoon tegen stemmen. Wij vinden het helemaal niet zo erg dat er vijf miljoen taakstelling staat. En daar zal ik mezelf niet populair mee maken, maar dat maakt me niet zo veel uit. Er zijn gewoon dingen die nog steeds aangepakt moeten worden binnen de jeugdzorg, en dat los je niet op met het opplussen van budget. En daar wil ik het even bij laten, dank u wel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de kant van meneer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Ja, voorzitter. Ik hoor mevrouw Koene zeggen dat zij het niet zo erg vindt om niet populair te worden door te roepen dat vijf miljoen wel bezuinigd kan worden. Dan zou ik de handschoen bij mevrouw Koene willen leggen waarop ze dan wil bezuinigen. Want zo lang je daar geen uitspraak over doet kan je je ook geen oordeel vormen of die bezuiniging realistisch is, ja of nee. Mevrouw Koene: Nou, voorzitter. Ik heb in het verleden wel eens een poging gedaan om wel bij de commissie sociaal aanwezig te zijn.

En daar heb ik dan ook wel eens een keer ene poging gedaan om aan te geven dat we werken met een heleboel organisaties die geen enkele trigger krijgen om op een andere manier te gaan werken en goedkoper te gaan werken. Dus zo lang we dus dat soort dingen laten gebeuren, denk ik niet dat we realistisch beeld kunnen hebben voor de totale uitgaven. En denk ik dus ook dat het nog steeds mogelijk is om, nou ja, een taakstelling te hebben. In ieder geval niet om op te plussen, hoe schrijnend sommige dingen ook zijn. Ik bedoel, ik ontken niet de problematiek, voordat iemand dat denkt. Maar ik heb wel echt nog steeds het

43

vermoeden dat er een aantal organisaties zijn die vele malen meer geld kosten dan dat noodzakelijk zou zijn. De heer Van Verk: Voorzitter, ik stel daaruit vast dat mevrouw Koene in algemeenheden blijft praten. Misschien dat ze een keer bij de commissie zou moeten aanschuiven om dan haar visie op de bezuinigingen eens te geven. Misschien dat we allemaal daar ons voordeel mee kunnen doen. Want ik ben het in de aard van de zaak best wel met haar eens dat je wellicht moet bezuinigen op het dossier jeugdhulp, en dat voortdurend opplussen niet de adequate weg is. Maar dan wil ik dar ook gewoon concrete maatregelen bij zien, zodat je kan beoordelen of dat wel of niet bijdraagt tot een structurele bezuiniging, zonder dat daar de belangen van de jeugd mee geschaad worden. Dat hoorde ik nog niet, maar laten we daar in de commissie over praten. Mevrouw Koene: Voorzitter, dat begrijp ik dat meneer Van Verk dat zegt. En ik wil best wel eens een keer met meneer Van Verk daarover praten. Wellicht dat ik het nog niet red tot de commissie op dat thema. Maar daarnaast vind ik het ook nog wel zaak dat er niet alleen vanuit onze portefeuillehouder, maar ook vanuit het hele AB.

En ik meen dat meneer Van Verk zelf diverse malen bij het AB aanwezig is geweest, dat er toch bij de mensen die in het AB vertegenwoordigt zijn een andere drijfveer zou moeten zijn om dit soort dingen ook op te willen pakken, en daar mee voorstellen te doen aan de raad. En ik heb het idee dat dat te weinig gebeurt. Dus nou ja, we gaan het erover hebben, meneer Van Verk. De voorzitter: Mooie afspraak, dank u wel. Dat was ook de termijn van mevrouw Koene volgens mij. Dan gaan we tot slot naar mevrouw Jager, Fractie Jager. Mevrouw Jager: Ja, dank u wel, voorzitter. Je kunt niet overal verstand van hebben, zeggen ze wel eens. En ik heb niet zo vreselijk veel verstand van jeugdzorg, zeg ik eerlijk. Maar wat ik wel snap is wat mevrouw Van der Ham gezegd heeft en de anderen in het amendement, en ik sta daar volledig achter. Ik vond het ook een hele goede uitleg die mevrouw Van der Ham daarbij gaf. En wat ik ook wel snap is dat je dus een verschil van 580% tussen 40 duizend of 232 duizend bezuiniging of constructie, dat dat niet kan. Dat dat gewoon veel te veel is en veel te grote range geeft om te kunnen accepteren. Ik ken geen enkele organisatie die dat zou zo accepteren. Dus ik sta volledig achter het amendement en ik zal het zeker steunen. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan gaan we snel door naar het college. Het woord is aan wethouder Van der Linden. Gaat uw gang.

De heer Van der Linden: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben in beeld, ja. Dank voor de opmerkingen en, er zijn niet echt vragen gesteld, maar in ieder geval het amendement daar wel even contact over gehad ook met de indiener. Het lijkt me een prima toevoeging aan onze zienswijze om dit ook te verhelderen. En inderdaad, en enkelen zeiden het al, jammer dat we geen commissiebehandeling hebben kunnen hebben. Want daarin hadden we natuurlijk wat meer uitwisseling kunnen krijgen, ook over de positie van de raad en over het vroegtijdig positioneren. Ik denk dat we het afgelopen jaar inderdaad onder andere door veel vooroverleg er in zijn geslaagd om dat zo veel

44

mogelijk wel te doen. En u had ook denk ik wel met wat meer commissietijd een aantal van de vragen die nu heel gemarkeerd staan benoemd op een, nou ja, dan hadden we die in een gesprek kunnen behandelen en ook als technische vraag kunnen zien. Nu worden ze verwerkt in een amendement, wat ik kan onderschrijven, prima. Misschien even een paar algemene opmerkingen over de feiten. Ik hoor een aantal van u zeggen: ja, de SOJ, even in mijn vertaling, doet maar. De SOJ doet alleen wat het AB wil. En dan ook echt alleen wat het AB wil. En dat maakt het ook wel ingewikkeld. Want zoals u weet hebben wij geregeld AB-vergaderingen en dan heb je een lijn waarbij de een zegt: laat het afgelopen zijn, we moeten bezuinigen. En de ander zegt: dat zal best, maar we beginnen bij de vraag die zich aandient. En daar zit natuurlijk een soort spanning op. En net zag u al een heel kleine uitwisseling tussen meneer Van Verk en mevrouw Koene. Nou, dat lijkt me dus heel interessant om hier in een lokale raad het gesprek te hebben over: wat wil je nou? Wil je nou echt op het geld zitten, geen cent erbij. Prima uitgangspunt, maar ga je dat redden? Versus, begin nou bij de vraag die zich aandient en geef daar de gelegenheid voor. En constateer dan inderdaad of je dat lukt of niet helemaal lukt om met de Rijksmiddelen uit te kunnen.

In algemene zin weet u dat er vorige maand een rapport is verschenen waaruit blijkt dat gemeenten pakweg 1,6 tot 1,8 miljard per jaar te kort komen. U weet ook dat we er in Dordrecht in zijn geslaagd om min of meer, want het is nooit precies, min of meer uit te kunnen. Echt voordeelgemeente zijn, ik weet niet zeker of dat klopt. Want je kan altijd een klein beetje dingen door me heen zien, maar wij slagen er behoorlijk in om en goede jeugdzorg te leveren en binnen de marges te opereren. Ik sluit me dan ook aan bij de opmerking van zowel meneer Boersma als die van meneer Van Verk. De GR-regeling wordt aangepast, maar ook de financiële solidariteit wordt afgebouwd. En daarmee is er alle reden om dat gesprek ook meer lokaal te trekken. Want de financiële consequenties van wat je wil als raad zullen ook meer lokaal landen. Dat is de ene opmerking. De tweede opmerking, die sluit een beetje aan bij wat mevrouw Nijhof zegt. De SOJ groeit, ja, ik betwijfel dat. Kijk, 80 miljoen aan zorggeld wegzetten per jaar, daar heb je een organisatie voor nodig. En die telt in het geval van de SOJ 20 tot 22 SEE. Ik wil best eens eventjes op een rij zetten hoeveel die van 2014 tot nu is gegroeid of niet gegroeid. Er zit natuurlijk een fluctuatie in, maar zoiets als een inkooptraject.

Ja, los van wat je allemaal aan stukken hebt aan het organiseren van die inkoop die loopt en het regelen van de beschikkingen enzovoorts, dat is extra werk. En we hebben steeds gepleit voor een kleine SOJ, dit is een kleine organisatie. Als je het afzet tegen al het werk dat gepaard gaat met de 80 miljoen ongeveer aan zorggeld, nog los van de 16 miljoen aan jeugdteams enzovoorts wat erbij komt. Maar dat zou ik dus best even op een rij kunnen zetten en dan kunnen we het gesprek verder voeren. Even kijken. Ik denk dat ik daarmee eigenlijk alles heb gezegd wat ik in kort beslag had willen zeggen. Nogmaals, het lijkt mij heel goed om het gesprek over wat je inhoudelijk wil, om dat in de commissie te voeren. En inderdaad, het is zo, de zienswijze die we nu vaststellen sluit aan bij de zienswijze die wij vorig voorjaar hebben ingediend ten aanzien van de begroting. Nu hebben we ook al gezegd: als je niet kiest voor het streng zijn naar financiën, maar wel kiest voor het royale beleid ten aanzien van jeugdhulp, en dat willen we met zijn allen, dan is het niet realistisch om zo krap te gaan zitten. Dus in die zin krijgen we nu gelijk met wat we destijds hebben gezegd. Daar moet ik het mee doen, want destijds hadden wij daar een vrij eenzame positie in. En het is altijd fijn om gelijk

45

te krijgen, maar op dit punt is het natuurlijk ook een beetje wrang, want dan geef je extra geld uit in collectief verband. Daarmee denk ik ook dat ik eventjes nog als laatste opmerking, voorzitter. Mijnheer Van der Net vraagt zich af: wat gebeurt er nou met die amendementen in relatie tot het goedkeuren van die begrotingswijziging? Zoals ik hem lees en opvat en ook heb afgestemd met mevrouw Van der Ham, u vraagt twee toelichtingen, nadere onderbouwingen. Als die gegeven worden, dan is dat voldoende basis om te zeggen: we accorderen de begrotingswijziging. Als die niet gegeven wordt niet. Nou, we gaan dit natuurlijk nader onderbouwen. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan zijn er twee interrupties. Als eerste mevrouw Nijhof, gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Ja, voorzitter. Zes jaar geleden hebben wij, dat is een vraag aan de portefeuillehouder natuurlijk naar aanleiding van wat die nu zegt. Want volgens mij heeft die een antwoord niet gegeven. Ik heb in mijn woordvoering gezegd dat wij erachter zijn gekomen dat er inmiddels dan wel geen begrotingsverstrengelingen in smet de dienst gezondheid en jeugd en met Veilig Thuis. Want we hebben volgens mij zes jaar geleden echt afgesproken dat dat niet zou gebeuren. Is er nu wel inmiddels een verstrengeling van functies van de bestuurder van de SO.

En daar zou ik toch nadere duiding op willen en ook een reactie op willen. Omdat dat, kijk, u gaat maar steeds op het geld zitten en op die financiën. En ja, laten we zeggen, er wordt steeds te weinig over de inhoud gesproken, daar hebben wij het ook al heel vaak over gehad. Ik vind het een beetje gek dat dit nu toegestaan wordt. En ik ga ervanuit, u vertegenwoordigt ons in het AB. Hoe kan dat dat zo’n verstrengeling ontstaat? De voorzitter: Mevrouw Nijhof, u stelt een vraag aan de wethouder, maar de wethouder komt niet in beeld. Ik denk dat het wel verstandig is dat we ook eventjes voorzichtig blijven als we het over individuen en over personen hebben. Ondanks dat er ongetwijfeld van alles aan de hand zou kunnen zijn. Maar ik stel voor dat we daar dan toch even voorzichtig mee blijven in de openbare raadsvergadering. Wethouder, kunt u er iets over zeggen wat binnen dit kader past? De heer Van der Linden: Ja hoor, dat kan. Het is vrij simpel. Kijk, we hebben in 2014 gezegd: we richten een SOJ, daar hoort een budget bij. We hebben volgens mij, dat weet ik niet uit mijn hoofd precies, maar in 2016 of 2017, misschien 2017, vastgesteld dat dat functioneren langer moest dan drie jaar. Daar hebben we toen ook afspraken over gemaakt. U weet ook dat de vorige directeur vorig jaar weg is gegaan, met pensioen is gegaan.

We zien dat we best even de vraag kunnen stellen: zijn er nou twee directeuren nodig binnen de DG&J, als het gaat om het werk. Daarom hebben wij gezegd: we gaan niet nu een nieuwe directeur aannemen, we gaan interim-oplossingen kiezen. En dat doen we nu. En in de loop van dit jaar gaan we kijken: wat is er nou in definitieve vorm nodig? Want we willen het klein en efficiënt houden en we gaan niet zomaar iemand aannemen, als we eigenlijk constateren: we willen geen twee directeuren. Ten aanzien van het gegeven dat de huidige functionaris, die u allemaal kent, meneer Ed Majé, zowel interim-directeur is bij SOJ als nu ook een aantal managementtaken doet bij Veilig Thuis. Veilig Thuis koopt geen producten bij SOJ, dus dat zijn echt twee gescheiden werkeenheden. Dat is zo en dat blijft ook zo. We hebben

46

destijds, en dat is toch ook vanwege het geld, dat weet u ook nog, ergens in 2015 gezegd: we zetten daar een Berlijnse muur tussen. Tussen de verschillende programma’s die binnen de DG&J worden uitgevoerd. En dat doen we nog steeds, dat ziet u elk jaar terug in de begroting en elk jaar terug in de verantwoording daarover. Ik hou het hier nu even bij, u heeft mij inmiddels ook wat technische vragen gesteld. Dan kunnen we daar nog wat uitgebreider over wisselen, denk ik. Maar daar komen we dus op terug. De voorzitter: Dank. Dan zie ik nog een interruptie van de kant van mevrouw Van der Ham. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk twee punten ten aanzien van de woordvoering van de wethouder. De eerste is, hij refereert naar een gesprek wat we zouden moeten gaan hebben, van: wat willen we dan in Dordrecht? En aan welke knoppen gaan we draaien? Gaan we aan de knop van geld of aan de kwaliteit van zorg draaien? Ik zit nu drie jaar in deze raad bijna en dat hoor ik al vanaf het begin. Dus ik zou heel graag van de wethouder dan horen wanneer dan en hoe dan. En wat is daarin mijn rol? En daar komt dan bij, de wethouder geeft zelf ook aan: wij hadden een vrij eenzame positie in het AB de vorige keer met onze zienswijze.

Dus wat als wij dat gesprek nu voeren en u gaat naar het AB en u vertegenwoordigt dat enorm goede gesprek wat wij in Dordrecht voeren, maar het kan niet gerealiseerd worden omdat wij dan weer eenzaam zijn in het AB zelf. Dus ik voel daar een iets machteloos aan. En ik wil dat veranderen voor onze stad, heel graag. Maar u moet mij daar wel bij helpen. Dus hoe gaan we da dan doen? Dat is vraag 1. En de tweede vraag is iets simpeler, dat is dat het amendement wel degelijk ook vraagt om een aanpassing. Dus niet alleen een toelichting, maar ook een aanpassing op het deel waar het gaat over de niet te realiseren kostenreductie vanwege de uittreding van Leerdam en Cedric. Daarvan vragen we echt een aanpassing naar een bepaald bedrag. Dat was het. De heer Van der Linden: Oké, dan ga ik eerst in op die tweede vraag. Kijk, dit is natuurlijk een ingewikkelde. En daar had meneer Van der Net gelijk in. Stel dat wij zeggen: ja hoor, dat willen we aanpassen. Dan hebben we wel tien gemeentes nodig. En als we met zijn tienen, ondanks het standpunt van Dordrecht of andere gemeenten geen reden zien tot aanpassing, dan gaan we dus tegen stemmen. En dan enerzijds wil je wat je eigenlijk al halverwege vorig jaar wilde. Maar omdat die aanpassing dan niet lukt, om wat voor reden dan ook, dan ga je toch tegen stemmen. Dat is een beetje ongemakkelijk.

Dus zoals ik hem zie, maar corrigeer me als dat niet klopt, vraagt u een toelichting. En als het nodig is, een aanpassing. Ik denk dat we kunnen toelichten waarom dit nodig is en waarom dit zo werkt. En dat gaan we ook gewoon royaal doen. Dat kan zelfs voorafgaand aan het AB, want het AB is pas de derde week van februari meen ik. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter. Ik denk dat het handig om dit punt nu eerst af te maken. U geeft aan: dat wordt dan een beetje ongemakkelijk. Maar ik vraag me dan af: wij worden om een zienswijze gevraagd. En wij zeggen: als dit niet goed genoeg gaat, dus als er geen aanpassing op dat bedrag komt. Mevrouw Jager geeft het al aan, het is 500% ertussen zo ongeveer. Dan is het misschien inderdaad reden om te zeggen: ik

47

stem niet in met de ophoging van de begroting. Waarom is het ongemakkelijk om in een GR, met negen andere gemeenten, te vertegenwoordigen wat Dordrecht zegt, namelijk: wij vinden het wel goed geweest zo, wij willen dit niet. De heer Van der Linden: Nee, maar dat is het ongemak niet. Het ongemak is dat wij eigenlijk kunnen zeggen: beste AB, kijk toch eens even aan, wij hebben gelijk. 5,5 jaar terug ook al, hier is het. Wij hebben gewoon voor de 17 e keer gelijk. U mag ons feliciteren, hoeft niet, we constateren opnieuw: we hebben gelijk. Overigens stemmen we tegen, want u voldoet misschien wel of niet, dat gaan we kijken, aan een vraag van de raad van Dordt ten aanzien van een van de punten. Dat is natuurlijk een beetje ongemakkelijk. Dat je enerzijds gelijk krijgt met je begrotingswijziging, en anderzijds als de rest van het AB niet zegt: op dit punt passen we hem aan. En ik weet niet of dat gebeurt, dat weet ik gewoon niet, dan ga je toch tegenstemmen. En dat we wel of niet een minderheidspositie innemen, dat maakt natuurlijk op zich niet uit. Materieel gaan we dus bereiken wat we een halfjaar terug ook al hebben willen bereiken. Namelijk ophoging van de begroting. En toch zou ik, als we op dit procedurele punt geen medestanders krijgen, dan zouden we tegen gaan stemmen. En dat gaan we gewoon doen, want zoals altijd doen we wat de raad van Dordt vaststelt.

Dat hebben we altijd gedaan de afgelopen zes jaar, dat weet u, dus dat gaan we nu ook doen. Maar dat geeft natuurlijk een beetje een vreemde situatie. Maar goed, dan moeten we gewoon een goede afweging maken ten aanzien van de stelling van het amendement. De eerste vraag over het gesprek, ja dat gesprek voeren we. Alleen zoals een aantal van u heeft geconstateerd, en daar reageerde ik op: tot nu toe voeren we dat gesprek meestal langs de lijn van het geld. Terwijl het ook interessant zou zijn, en meneer Van Verk en mevrouw Koene gaven daar de eerste intenties op en daar kwam ook wat verschil van opvatting over, dat gesprek zou je vaker willen voeren. Nou, ik ben heel benieuwd of bereid om dat te doen. Tot zover. De voorzitter: Dank. Dan zie ik nog een interruptie van de kant van mevrouw Nijhof. Die ik wil vragen om het kort te houden, omdat zij al is geweest. Mevrouw Nijhof: Ja. Ik wil even benadrukken, de wethouder heeft op mijn vragen over de overhead, dus de grootte van de SO, heeft die een antwoord gegeven hoor ik net. Maar ik wil wel benadrukken dat ik wel graag uitgewerkt zou willen zien, zoals hij ook nu stelt. Want ik heb hier eerder vragen over gesteld hoe die ontwikkeling eruitziet met betrekking tot het aantal SO-medewerkers vanaf 2014 tot nu. Want wij beschikken echt over andere informatie, de SO is aanmerkelijk kleiner geweest in het begin als nu.

Dus ik zou heel graag aan de portefeuillehouder willen vragen om, nou, die informatie te leveren. De heer Van der Linden: Nou, dat wil ik ook graag. En waarom wil ik dat graag? Deels omdat u die vraag gewoon stelt omdat u daarom vraagt. Maar ik wil het ook graag, omdat ik soms een beetje merk dat er een soort onderhoudswantrouwen zit ten aanzien van: ja, de SO doet het maar een beetje. En dat vind ik jammer, want de SOJ, net als alle ambtenaren die we hebben, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als bij onze verbonden partijen, die werken gewoon hard voor ons. Het zijn onze mensen. En ik vind het fijn om te constateren dat er met een beperkte organisatie zoveel zorg kan worden

48

verleend. Samen met de jeugdteams, samen met zorgpartijen, En het kan best zijn dat wij in plaats van 20 wel 100 mensen nodig hebben, dat zou kunnen. Of in plaats van 20 maar 10, dat zou ook kunnen. Nou, en dan is het goed om het gesprek te voeren over wat je nou van elkaar verwacht in relatie tot: wat lever je. En de verwachtingen ten aanzien van de SOJ zijn in de loop van de tijd wel wat veranderd. Want we willen nu wat meer controle op dingen. We hebben in het verleden ook wat andere dingen juist meer gedaan die we wat minder zijn gaan doen. Nou, dat gaat ongetwijfeld een fluctuatie laten zien in het aantal mensen wat bij de organisatie werkt. Maar door dat inzicht te geven hoop ik ook dat we de helderheid hebben over wat er geleverd wordt. En ook de waardering kunnen uitspreken voor wat er geleverd wordt. En als u er problemen mee heeft met wat er gebeurt, dan moet zich dat richten op de AB en niet op de SOJ. Tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan tot slot meneer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, twee dingen. Voor wat betreft het laatste wat meneer Van der Linden zegt, de ontwikkeling van het SOJ die in kaart zal worden gebracht. Dan zou ik daar graag in meegenomen willen zien wat het aandeel aan inhuur bij de SOJ is. Want ook daarover hoor ik in toenemende mate dat er veel mensen worden ingehuurd en weinig vast personeel is overgebleven.

En ik weet niet of het waar is, maar ik zie het graag terug in de cijfers. Tweede waar ik meneer Van der Linden toe zou willen uitnodigen is dat die in een korte RIB of een memo mag dat zelfs voor dit keer zijn, schrijft waarin hij aangeeft wat de positie van Dordrecht is binnen het AB. Wat de positie van onze verschillende vertegenwoordigers is. Want meneer Van der Linden is voorzitter, meneer Heijkoop zit daar ook in. Wie neemt nou welke rol op zich? En daarbij ook de vraag beantwoordt: wanneer heeft nou een opvatting van de gemeente Dordrecht effect? En daadwerkelijk effect. En ik zou hem niet alleen willen uitnodigen om dat nou eens te doen op zo’n begrotingswijziging, maar ik wil in herinnering roepen dat wij een aantal jaar geleden de notitie hebben afgewezen als gemeente Dordrecht. Heel nadrukkelijk hebben gezegd: dat willen wij niet doen, dat willen wij niet. Maar ondertussen gaat de trein gewoon door en lijkt het effect daarvan niet of nauwelijks aanwezig. Terwijl je ook zou kunnen zeggen van: nou, als Dordrecht dat niet wil, best, maar dan zullen ze zelf daar de vruchten van moeten plukken in de zin dat dat misschien kostenverhogend voor Dordrecht werkt. Maar gewoon: hoe zit die positie van Dordrecht bestuurlijk in dat AB? Dat waren mijn vragen. Die hoeven niet nu beantwoordt te worden, maar graag schriftelijk.

De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, is dat verder oké? De heer Van der Linden: Ik vind het hele goede vragen en ik kan daar ook wel een korte opmerking over maken. Alles wat de raad van Dordt wil, en dat zijn drie dingen. U wil geen kind tussen wal en schip, u wil financieel in controle en u wil het lokaal. Alles wat de raad van Dordt wil wat we als gemeente hebben geformuleerd een paar jaar geleden, mede naar aanleiding van die interessante maar ook rare discussie laten we zeggen eind vorige periode, over die meerjarenbegroting. Alles wat wij hebben geformuleerd van: dat willen wij, dat bereiken we. We zijn van de financiële solidariteit af. We zijn ongeveer binnen budget. En we hebben een lokaal beleidsplan vastgesteld 2,5 jaar

49

geleden, waarin we onze ambities hebben uitgewerkt voor Dordrecht. En natuurlijk, die lijken heel erg op wat we met zijn allen willen. En daarmee zijn we op koers. Dus ik ga graag in op uw vraag, dat lijkt me goed om daar een RIB van te maken. Want een memo is niet te doen, een RIB. En daar kunnen we even over nadenken en dat gaan we dan doen. De voorzitter: Er wordt wel eens naar de raad geluisterd, meneer Van Verk. Heel goed, hartelijk dank. Dan gaan we nog naar meneer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, dus eigenlijk heeft de wethouder mijn vraag al beantwoord, want ik wilde inderdaad aangeven dat we geen memo’s meer zouden doen en dat mijn voorkeur uitgaat naar een RIB. Maar de wethouder heeft inderdaad goed geluisterd. En meneer Van Verk is ook weer scherp, zullen we maar zeggen. De voorzitter: Aan uw verzoek is voldaan zullen we maar zeggen. Hartelijk dank. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van raad en college gehad. Ik kijk even of er behoefte is aan een tweede termijn of dat we zo wel uitvoerig genoeg dit thema hebben behandeld. Als dat zo is, dan kunnen we overgaan tot stemming. En dan beginnen we zoals gebruikelijk bij het amendement, dus amendement A1, ophogen begroting SOJbasis op orde. Ik kijk even rond of er behoefte is aan stemverklaringen. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter.

Nou eigenlijk meer om een statement te maken stemt Gewoon Dordt tegen het amendement. Omdat we dit niet de juiste manier vinden. De voorzitter: Andere stemverklaringen? Zo, heeft iemand de microfoon aanstaan terwijl die in de metro zit, denk ik. Meneer De Looze? Ja, dank u. Dat is weer weg dat geluid. Ik zie verder geen stemverklaringen. Meneer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Voorzitter. Nou ja, goed, ik heb al aangegeven dat ik het effect van dit amendement toch discutabel vind. Maar ik vind de woordvoering van mevrouw Van der Ham wel plausibel en wij zullen dus voorstemmen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Anderen nog? Zo niet, dan gaan we stemmen. En zoals gebruikelijk doen we dat hoofdelijk in digitale tijdperk. Ik begin bij mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel. Zoals ik al had aangekondigd steun ik het amendement en ik stem dus voor. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar de fractie Beter voor Dordt. Mijnheer Soy. De heer Soy: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Voor. De voorzitter: Mevrouw Van Eck.

50

Mevrouw Van Eck: Voor. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Voor. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voor. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voor. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Voor. De voorzitter: De ChristenUnie/SGP-fractie. Mijnheer De Looze. De heer De Looze: Voor. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voor. De voorzitter: Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Voor. De voorzitter: En mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Voor. De voorzitter: Dank. Dan de fractie Gewoon Dordt. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Tegen. De voorzitter: Tegen. Dan meneer Portier van de SP-fractie. De heer Portier: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van Verk van de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Voor. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Voor.

51

De voorzitter: Mijnheer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Voor. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voor. De voorzitter: Mijnheer Merx. De heer Merx: Voor. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voor. De voorzitter: En meneer Kwaak. De heer Kwaak: Voor. De voorzitter: Van de PVV, mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voor. De voorzitter: En meneer Helweg. De heer Helweg: Voor. De voorzitter: Dan GroenLinks, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Voor. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voor. De voorzitter: Mijnheer De Lijster. Meneer De Lijster was voor, ga ik even vanuit. Want uw microfoon was uit. De heer De Lijster: Voor. De voorzitter: Voor, ja. En meneer Burakçin. De heer Burakçin: Voor.

52

De voorzitter: Ook voor. Dan het CDA, mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voor. De voorzitter: Mijnheer Chapel. De heer Chapel: Voor. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voor. De voorzitter: Dan de VSP-fractie. Ik kijk even of mevrouw Stolk alweer terug is, maar dat denk ik niet. Nee. Dan meneer Wisker. De heer Wisker: Voor. De voorzitter: En dan D66. Mijnheer Bosuguy. De heer Bosuguy: Voor. De voorzitter: Mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voor. De voorzitter: Mijnheer Polat. De heer Polat: Voor. De voorzitter: En meneer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Voor. De voorzitter: Daarmee is het amendement aangenomen. 36 stemmen voor en een stem tegen. Dan gaan we op het voorstel zelf nog hetzelfde stemrondje doen. Zijn er nog stemverklaringen op het voorstel? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Voor. De voorzitter: Mijnheer Soy. De heer Soy: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van der Graaf.

53

De heer Van der Graaf: Voor. De voorzitter: Mevrouw Van Eck. Mevrouw Van Eck: Voor. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Voor. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voor. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voor. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Voor. De voorzitter: De ChristenUnie/SGP. Mijnheer De Looze. De heer De Looze: Voor. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voor. De voorzitter: Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Voor. De voorzitter: En mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Voor. De voorzitter: Dan Gewoon Dordt. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voor. De voorzitter: Dan meneer Portier van de SP-fractie. De heer Portier: Voor. De voorzitter: Partij van de Arbeid. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Voor.

54

De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Voor. De voorzitter: VVD-fractie. Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Voor. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voor. De voorzitter: Mijnheer Merx. De heer Merx: Voor. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voor. De voorzitter: En meneer Kwaak. De heer Kwaak: Voor. De voorzitter: PVV, mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voor. De voorzitter: En meneer Helweg. De heer Helweg: Voor. De voorzitter: GroenLinks, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Voor. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voor. De voorzitter: Mijnheer De Lijster. De heer De Lijster: Voor. De voorzitter: En meneer Burakçin.

55

De heer Burakçin: Voor. De voorzitter: CDA, mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voor. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voor. De voorzitter: Mijnheer Chapel. De heer Chapel: Voor. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voor. De voorzitter: Dan VSP. Meneer Wisker. De heer Wisker: Voor. De voorzitter: D66. Mijnheer Bosuguy. De heer Bosuguy: Voor. De voorzitter: Mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voor. De voorzitter: Mijnheer Polat. De heer Polat: Voor. De voorzitter: En meneer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Voor. De voorzitter: Het voorstel is daarmee unaniem aangenomen. 37 tegen 0. 30. Vaststellen geactualiseerde Welstandsnota Dordrecht – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt op de agenda. Punt 30, het vaststellen van de geactualiseerde welstandsnota Dordrecht. Die is vorige week op 19 januari besproken in de commissie fysieke leefomgeving onder voorzitterschap van meneer Soy. Er zijn enkele amendementen aangekondigd en afgesproken is in de gemeenteraad alleen nog over deze amendementen te spreken. Ik heb een tweetal amendementen gezien en een motie. Een amendement waar de logo’s van alle fracties op staan en een van uit de Partij van de Arbeid. En een motie vanuit de Partij van de

56

Arbeid en GroenLinks. En ik geef graag de gelegenheid aan de indieners van het amendement om dat kort toe te lichten. En daarna gaan we in gebruikelijke volgorde daarop reageren. Ik heb begrepen dat mevrouw Klein-Hendriks van de ChristenUnie/SGP het eerste amendement toelicht. Klopt dat? Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Misschien ook goed om aan te geven namens welke fracties dat is, want daar is een beetje onduidelijkheid over. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik heb voor aanvang van de vergadering heb ik de getekende versies aan de griffier toe gemaild. En daar waren de logo’s die in dat format staan ook op getoond. Het wordt ingediend namens de fracties ChristenUnie/SGP, SP en GroenLinks. De voorzitter: ChristenUnie/SGP, en verder? Mevrouw Klein-Hendriks: SP en GroenLinks. De voorzitter: ChristenUnie/SGP, SP en GroenLinks. Ja, dat is dus niet namens alle fracties. Oké, mevrouw Klein-Hendriks, graag kort toelichten. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, korte toelichting daarop is het volgende. We hebben de welstandsnota gelezen, waarbij in een tweetal gebieden natuur inclusieve gevelontwerpen worden aanbevolen. Dat zijn gebieden, het buitengebied en groene parken. We hebben gelezen ook het bericht van de wethouder om voor nieuwe criteria ook de nieuwe situatie onder de omgevingswet af te wachten. Om die reden hebben wij ook geen nieuw criterium opgesteld.

Een nieuw criterium zou uitgaan van klimaatadaptatie, groenblauwe opgave. Dat hebben we dus niet gedaan. Maar we hebben het bestaande criterium, zoals dat letterlijk nu in de welstandsnota al staat, gepakt en gekopieerd naar andere delen van de stad. En op die manier en alleen ook op deze manier kan de welstandscommissie alvast aan de slag met dit criterium in die andere delen van de stad. De ontwikkelingsgebieden zijn er ook buiten gebleven. En dat hebben we bewust ook gedaan omdat, inderdaad zoals de wethouder ook toegelicht heeft in de tekst, dat in die ontwikkelingsgebieden een andere aanpak volgt. Namelijk via beeldkwaliteitsplannen. Nou, dus dat even als korte toelichting. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan wil ik graag even naar meneer Van Verk namens de Partij van de Arbeid om het amendement toe te lichten en ook de motie. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Wij hebben inderdaad een amendement en een motie. Dat amendement betreft de mogelijkheid om zonne-energiecellen op daken te leggen, daar waar er sprake is van een beschermd stadsgezicht. Op dit moment zijn die mogelijkheden eigenlijk niet aanwezig als je de huidige tekst leest. Want van welke hoek je het ook bekijkt, altijd is er wel een stukje van het dak te zien, waardoor de mogelijkheden heel erg beperkt zo niet onmogelijk gemaakt wordt.

En wij zouden ervoor willen pleiten dat met name in het gedeelte van de Dordtse Schil de mensen de

57

mogelijkheid krijgen wel zonnecellenvlakken neer te leggen. Enerzijds heeft dat een voordeel voor de mensen die dat kunnen doen of gaan doen. Anderzijds brengt dat het bereiken van onze klimaatdoelen dichterbij. Nadrukkelijk sluiten we daarbij uit de woningen die in het register van de rijksmonumenten zitten. De reden daarvoor is dat daar op dit moment die mogelijkheid niet voor bestaat. Maar er bij de Rijksmonumenten wel een beweging waarneembaar is om ook te onderzoeken welke mogelijkheden die mensen zouden moeten kunnen krijgen om meer gebruik te maken van energiebesparende maatregelen. Dat voor wat betreft het amendement. Het tweede is een motie met betrekking tot de welstandstijl. Daar gaat het, ik hoor een echo, die niet bij mij kan zijn. Welstand nieuwe stijl. Velen weten dat de welstandscommissie bij ons niet op veel enthousiasme kan rekenen, zeker niet na gezien een aantal bizarre adviezen die zij de afgelopen tijd hebben gegeven is dat enthousiasme nog verder afgenomen. Inmiddels is wel duidelijk dat de welstandscommissie naar een eind van zijn tijd gaat, want de omgevingswet maakt de welstandscommissie overbodig. Wij zouden dan ook er eigenlijk voor willen pleiten om dit jaar te gebruiken om met de stad te discussiëren over op welke wijze de advisering rondom openbare ruimte en de kwaliteit ervan vorm zou moeten krijgen in een nieuw adviesorgaan.

En de welstandscommissie daarmee op te heffen voor per 1 januari 2022. En wel een monumentencommissie behouden, die als dat nodig is zelfs zo stevig mogelijk, en deze mee te nemen in het raadsvoorstel. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik ga gewoon deze twee amendementen en deze motie ter bespreking voorleggen aan de raad. Ik zie een vraag van meneer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Ja, voorzitter, dank u wel. Als ik een vraag mag stellen aan meneer Van Verk. Hij geeft zojuist aan dat de welstandscommissie in de huidige vorm niet zo veel op sympathie kan rekenen van de Partij van de Arbeid. Nou ja, dat is de mening van de Partij van de Arbeid. Maar met name de positie van de welstandscommissie, zij voeren op basis van bijvoorbeeld een bestemmingsplan een bepaalde toets uit. En er zijn in het recente verleden inderdaad wat toetsen die niet voor veel begrip in de stad hebben gezorgd. Maar gezien de positie die de welstandscommissie inneemt in de huidige structuur, wat zou er dan in uw ogen anders moeten zijn dan nu het geval is? Als u daar enige toelichting op kunt geven, dan kunnen we daar allicht wat meer over nadenken. De heer Van Verk: Wat er anders zou kunnen zijn, dat is nou juist het onderwerp van gesprek wat met de stad gevoerd moet worden. De onvrede met de huidige welstandscommissie, die is niet alleen bij ons aanwezig, maar die wordt in de raad breder gedeeld.

Mede door de wat bizarre adviezen die er zijn geweest. En het zou goed zijn als, dat moet uw partij toch zeker aanspreken, als er het komend jaar in gesprek gaan met de stad en dan met verschillende mensen en sleutelfiguren om eens te kijken hoe je nu tot een adviescommissie kan komen over de omgevingsvisie en de omgevingsplannen. Er komt nieuw beleid aan, in het voorstel wordt daar gewacht tot 1 januari 2029, dat is nog bijna 10 jaar ver. En wij zouden dat eigenlijk willen versnellen, dat gesprek aangaan. En op basis van de resultaten van dat gesprek te komen tot een

58

nieuwe adviescommissie die meer draagvlak geeft binnen de samenleving dan de huidige welstandscommissie. De voorzitter: Ik stel voor dat we nu dat debat niet meteen gaan voeren, want dit was nog maar het indienen van de amendementen en de moties. Dus we gaan gewoon nu de motie en de amendementen in bespreking geven. En dan begin ik bij Beter voor Dordt om hierop te reageren. En ik denk dat dat ook meneer Gündogdu is dan. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Nou, even dan van de gelegenheid gebruik makend om te reflecteren op wat meneer Van Verk aangeeft. Uiteraard, wij waren ook degenen die ook de huidige positie en de samenstelling van de welstandscommissie onder de aandacht hebben gebracht. En ook met name vanuit wat wij noemen het DNA van Dordt hoe we de welstandscommissie in zijn nieuwe vorm in 2021 met de komst van de omgevingswet nog meer kunnen versterken en nog meer aan de voorkant van bouwprocessen kunnen betrekken. Althans, daar willen wij voor pleiten. Dat proces gaat de portefeuillehouder ook starten, dat heeft die toegezegd. Nou, als reactie op de motie van de Partij van de Arbeid denken wij dat het nog veel te vroeg is om nu al te zeggen van: 2021 moeten we de welstandscommissie vaarwel zeggen. Want we moeten nog zien of die wet überhaupt dan in werking treedt, dat is een ambitie. En het zal niet tot 2029 duren, meneer Van Verk.

Een reactie op het amendement van de ChristenUnie/SGP, dat is heel sympathiek. Zij hebben ook op basis van het antwoord van het college het amendement zodanig vorm te geven dat het voor ons wel behapbaar zou zijn. Maar we wachten nog even de reactie van het college af. En als we het hebben over het amendement van de Partij van de Arbeid rondom zonnepanelen. We hebben in het verleden natuurlijk de discussie gehad als casus de woning op de singel. Wat ons betreft blijft nog steeds dat juist zeg maar als je kijkt naar onze prachtig mooie binnenstad en de historische bebouwing, dat die zichtbaarheid van die zonnepanelen, waarvan je natuurlijk een oordeel kunt hebben of die nou mooi of niet mooi zijn, maar je zou dat eigenlijk niet moeten willen aantasten. En da is zeg maar onze grootste zorg. En wat dat betreft zijn we het eens met alle maatregelen die er genomen kunnen worden om juist duurzaam woningen te verduurzamen. Maar zonnepanelen zichtbaar vanaf de straat, dat geniet echt niet onze voorkeur. De voorzitter: Dank u wel. Uw tijd zit erop. Dus ik weet niet of u nog heel veel wilde zeggen, maar u krijgt van mij nog een paar zinnen dan. De heer Gündogdu: Nou, in een aantal zinnen. Voorzitter, we moeten met name onze historische binnenstad echt koesteren.

Als je kijkt naar onze binnenstad dat als toneel fungeert voor zoveel initiatieven, dat komt weer terug ook in dit welstandsdocument, maar ook onze buitengebieden, dat is zo van cultureel erfgoed dat we daar echt trots op mogen zijn. En volgens ons is dat goed verankerd in deze nieuwe welstandsnota. Maar het proces ook richting de omgevingsvisie, dat geeft ons nog genoeg gelegenheid om de nodige input te geven. De voorzitter: Dank u zeer. Dan is er nog een interruptie van meneer Van Verk.

59

De heer Van Verk: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb even afgewacht wat meneer Gündogdu allemaal zou zeggen. Dat leidt bij mij in ieder geval tot twee vragen en wellicht een opmerking. Hij geeft aan dat de welstandscommissie nu nog niet per 1 januari 2022 zou moeten worden afgeschaft, maar dat zeker niet zou moeten duren tot 2029. Maar heeft die dan wel een idee op welk jaartal hij ongeveer mikt? De heer Gündogdu: Als ik daarop mag reageren, voorzitter. Per 2022, althans dat is het streven, komt de nieuwe omgevingswet. Waarbij dus de huidige wettelijke kader van de welstandscommissie heel anders wordt. Dat geeft überhaupt de ruimte om een andere vorm in te richten. En onze voorkeur, en dat heeft de portefeuillehouder ook toegezegd, om in de loop van dit jaar met een aantal voorstellen te komen ook in conclaaf in de raad, maar wat ons betreft ook zeker met de stad, om te komen tot een commissie mogelijk versterkt met nog een aantal leden, burgerraadsleden. Maar dat is zeg maar ook afhankelijk van de discussie die we met elkaar gaan voeren. Maar het zal zeker niet tot 2029 moeten gaan voeren. Wat ons betreft gelijktijdig met de invoering van de omgevingswet. En of dat nou 2022 wordt, daar gaan we nu vooralsnog van uit, maar dat moeten we nog afwachten. Maar de discussie starten, dat gaan we zeker dit jaar nog doen. De voorzitter: Dank.

De heer Van Verk: Voorzitter, ik heb nog een vraag. Maar even hierop reagerend, dus eigenlijk bent u het materieel wel eens met de motie. Alleen zegt u van: ja, dat regelt misschien wel te veel vooraf. Nou, dat is dan, daar neem ik even kennis van. Wat betreft de zonnepanelen hoor ik u een pleidooi houden om die vooral niet in de binnenstad te leggen. Nou, die hebben we ook nadrukkelijk buiten besloten, want het amendement heeft betrekking op de schil, de 19e eeuwse schil. Ook een historisch stukje van de stad, maar dan toch aanmerkelijk later als de binnenstad. We sluiten Rijksmonumenten uit en we sluiten allerlei gebouwen waar bedrijvigheid is sluiten we uit van dit soort dingen. We maken eigenlijk het alleen mogelijk voor woningen met het oog op de voordelen die de mensen daarbij kunnen hebben. En met het oog op de klimaatdoelstellingen, waarbij ik wil opmerken dat de 19e eeuwse schil toch een wezenlijk ander karakter heeft in deze stad als de historische binnenstad. Dat is 1. En 2, ik hoor u inderdaad pleiten om zuinig te zijn op onze historische monumenten. Dat deel ik met u. tegelijkertijd wil ik toch ook de waarschuwing uit laten gaan dat al te veel historisch vastzetten van allerlei zaken, dadelijk krijgen we ook nog monumentale bomen, dat dat ook belemmerend kan gaan werken op de ontwikkelingen van je stad. Ook in duurzaamheid.

Hoe kijkt u daar tegenaan en hoe kan je dat nu voorkomen? De heer Gündogdu: Nou, meneer Van Verk, dat is nou denk ik ook een dilemma wat ons allen aangaat. We hebben een prachtig mooi open daken landschap. Ik heb dat zojuist ook even genoemd dat we natuurlijk geprezen zijn met een aantal mooie tentoonstellingen, voorstellingen in onze stad, bewust gekozen voor onze stad. Mede ook door, nou ja, de architectuur en het erfgoed. En daar moet je zuinig op zijn. En volgens mij zijn we het daarmee eens. En wij zijn van mening, ook in het kader van al onze duurzaamheidsambities: kijk zeg maar nu wat laaghangend fruit is, om juist die panden te verduurzamen. En er zijn zoveel technieken op dit moment ook gaande of aan

60

het ontwikkelen dat op enig moment, en dat zal echt niet lang duren, dat die zonnepanelen waarvan wij betwisten of dat nou het juiste instrument zou moeten zijn om huizen te verduurzamen, om dat nu niet te gaan beslissen. Er is al genoeg mogelijkheid als het gaat om die innovatieve, dat hoef ik natuurlijk u niet te vertellen, maar er zijn genoeg mogelijkheden. Maar die zonnepanelen, dat is echt wat ons betreft, dat hoort niet op die prachtig mooie daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Laten we daar echt voor waken. En juist ook probeer te investeren en de bewoners te adviseren en te ondersteunen voor andersoortige maatregelen. De heer Van Verk: Goed, ik merk op dat we daar in mening van blijven verschillen. Maar goed. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dat was ook uw termijn, meneer Gündogdu. Dan gaan we door naar de VVD-fractie. Het woord is aan mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ga het kort proberen te houden, ik weet niet of dat gaat lukken. We hebben in de commissie zelf al het nodige meegekregen hoe wij zitten in het onderwerp. En we worstelen met een optimale invulling van de welstandscommissie en de welstandsnota. En nou goed, volledig zonder welstandscommissie is voor ons op dit moment een stap te ver. We zijn van mening dat we meer ruimte kunnen en moeten geven voor initiatieven.

We zijn ook blij met de mogelijkheden die er zijn om bewoners hun eigen buurt welstandsvrij te kunnen laten maken, als een groot deel van de buurtbewoners dit ook wil. Helaas is dat niet breed bekend in de stad. En is dit voor ons dus een belangrijke taak voor de gemeente, die denk ik voor een groot deel ook voor de discussie van zojuist wat ons betreft zou kunnen wegnemen. Verder zitten we zowel op de gemeenteraad als de welstandscommissie in een rol om dingen voor onze inwoners mogelijk te maken. En nou goed, ik denk dat een belangrijk aandachtspunt ligt ook hoe de welstandscommissie overkomt bij burgers en initiatiefnemers. En er ligt wat ons betreft een belangrijke taak voor de welstandscommissie om te werken aan klantgerichtheid en het bestrijden van op zijn minst ook de perceptie van willekeur, waar nog van alles over gesproken wordt natuurlijk. Dus ik denk dat daar een actieve rol gevraagd wordt. Dan nog even over de moties en amendementen die zijn ingediend. Het amendement zonne-energie dienen wij samen met de Partij van de Arbeid in om meer ruimte te geven aan de realisatie van zonnepanelen in het schilgebied, zoals zojuist ook door de Partij van de Arbeid toegelicht. En het is niet uit te leggen dat zowel landelijk als lokaal een belangrijke rol op de agenda heeft als energietransitie, dat we de welstandscommissie zulke stijve normen laten hanteren.

Met dit amendement geven we ruimte voor de initiatiefnemers hier. En dan de motie van de Partij van de Arbeid over het afschaffen van de welstandscommissie. Nou, daar hebben we zojuist al even wat over gezegd. Het is ons niet direct helder wat exact de bedoeling daarbij gaat zijn. Want als de welstandscommissie ten einde komt, dan wordt die vervangen door een andere commissie of groep. Wat levert het dan precies op? Want de welstandsnota blijft en moet getoetst worden. In ieder geval tot de omgevingswet ingaat. En dat lijkt me ook het moment om met elkaar te bespreken en te bediscussiëren. De voorzitter: Bij interruptie, meneer Gündogdu, gaat uw gang.

61

De heer Gündogdu: Ja. Voorzitter, dank u wel. Interruptie naar aanleiding van ook de motie die de VVD mede in stemming gaat brengen straks over zonnepanelen. Meneer Noldus, wij hebben ook in deze stad natuurlijk diverse initiatieven, bijvoorbeeld van het HVC waarbij je dus aandelen kunt kopen in een zonnepark. En voor zover ik weet loopt dat heel goed. En het idee achter zonnepanelen is dat je je huist verduurzaamt. En is het alternatief wat nu wordt geboden, bijvoorbeeld door HVC, echt niet iets waarvan u zegt: nou, we beschermen het dakenlandschap van onze binnenstad, de schil, en als alternatief bieden wij iets anders aan waar ook bewoners gebruik van kunnen maken. Dus wij hebben natuurlijk ook een prachtig mooi alternatief wat dus ook van toepassing zou kunnen komen voor heel veel binnenstadbewoners. Ik ben even benieuwd naar uw mening daarover. De heer Noldus: Dat is een alternatief, dat is een amendement, nog even als aanvulling. Een mooie gelegenheid wat mensen kunnen doen, die kunnen investeren in zonnepanelen elders. Toch, en ik heb een aantal mensen gesproken, die zien het toch meer als economisch interessante investering. Op een complexe manier, vanuit hun eigen huis voelen ze toch wat meer betrokkenheid om zo panelen op het eigen dak te hebben en daar een directe vorm van zelfstandigheid en de investering in te zien. En dat herken ik wel.

En ik denk ook de discussie die we een paar maanden geleden hebben gehad over zon in restruimtes. Dat gaat ook binnen de RES dadelijk nog wel een discussie worden. Ook die ruimte is beperkt. Dus waarom zouden we niet extra ruimte geven juist aan het schilgebied voor particulieren die hun eigen huis willen verduurzamen en daar zonnepanelen willen neerleggen. Wat ons betreft moet dat ook in dit deel van de stad prima passen. En we hebben, nog over de binnenstad, wat meneer Van Verk al zei: dat is niet het gebied waar het hier op dit moment betrekking op heeft. De voorzitter: Dank u zeer. Gaat u verder met uw betoog. En die graag snel afronden, want uw termijn zit erop. De heer Noldus: Ik was er bijna, jazeker. De motie van de Partij van de Arbeid eigenlijk om de veranderende rol van de welstandscommissie te spreken. Die discussie voeren we graag in de commissie, maar de motie gaat wat ons betreft iets te ver en is iets te vroeg wat dat geldt. Op het amendement van de ChristenUnie/SGP gaan we niet steunen. Dat gaat vooral ook over de esthetiek, de bouwnormen gaan steeds verder en de markt wil steeds sneller. Toch verwachten wij dat het opnemen een extra anker gaat zijn in de realisatie van verdere ontwikkelingen. Dus daar zijn we verder terughoudend in. Tot zover, dank voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. CDA-fractie, meneer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja.

De CDA-fractie die herkent wel enige zaken rond hetgeen wat de ChristenUnie/SGP heeft beoogd. Alleen, en dat is de kernvraag, past deze toevoeging wel binnen de kaders van de welstandsnota? We zijn er op het eerste gezicht niet van overtuigd. Dit gekoppeld aan de vraag of deze toetsing wel past binnen de doelstellingen van de welstandscommissie. Het lijkt ons passender om zo’n criterium een plek te geven in het bestemmingsplan, een bouwenvelop of andere denkbare kaders. Deze vraag willen we dan allereerst voorleggen aan de wethouder voor zijn reflectie. Het tweede

62

amendement, dat geeft aan, dat suggereert spanningen tussen het belang van het verduurzamen en het beschermen van panden in het beschermd stadsgezicht. De vraag is, of hiervan sprake is bij het inmiddels toegepaste vrijer beleid van het college, als het gaat om het toestaan van het aanbrengen van zonnecollectoren en panelen. Onze waarneming is dat de huidige toepassing van de beleidsregels niet tot fricties leidt, maar dan ook de vraag aan de wethouder hoe hij dit ziet, ook in het licht van dit voorliggende amendement? Dit als eerste reactie in deze termijn. En als laatste, de motie Welstand Nieuwe Stijl, deze motie betoogd kort door de bocht het afschaffen van de Welstandscommissie. Wij vinden dat een slecht plan, niet doordacht, dus niet doen. De Partij van de Arbeid die wil een nieuw te vormen adviesorgaan gaan optuigen, maar verzuimt daarbij het idee te voorzien van enige inhoud. En zeker van belang als zij voorstelt om uiterlijk per 1 januari afscheid te nemen van de Welstandscommissie. Dat wil niet zeggen dat we geen kanttekeningen plaatsen bij het functioneren van de Welstandscommissie, integendeel. In de commissie Fysieke Leefomgeving heb ik er al het nodige over gezegd.

De wethouder gaf toen aan zich daarin te herkennen, dit nu met de vraag aan hem, gaat u het door mij en andere gemaakte opmerkingen ook daadwerkelijk met de leden van de Welstandscommissie aankaarten? Dit vooral om ook het draagvlak voor het doel en functie van de Welstandscommissie te versterken. De voorzitter: Oké. Bij interruptie, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, dank u, voorzitter. Ik hoor de heer Oostenrijk nogal kritisch reageren op onze mening dat de Welstandscommissie tot een einde moet komen. Maar dat mag natuurlijk. Alleen waar ik het niet met hem eens ben is dat hij zegt van, ja, daar heeft de Partij van de Arbeid geen enkel idee bij of wat dan ook. We zouden natuurlijk een beleidsnota kunnen voorleggen aan u waarin wij vinden hoe de Welstand Nieuwe Stijl eruit zou moeten zien. Maar dan zal u zeggen, ja dat is veel te veel, dat zijn veel te veel letters, die ga ik niet allemaal lezen. We proberen in een kort tijdsbestek onze positie duidelijk te maken en pleiten wij ervoor om in het komend jaar in overleg met mensen, te komen tot een nieuwe adviescommissie. Dus ik vind uw opmerking dat wij daar geen enkel idee bij hebben, misplaatst. Alleen, het is hier nog niet de plaats om dat te doen. Dus wat wilt u daar dan mee zeggen eigenlijk, mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Voorzitter, heel simpel, wij gooien geen oude schoenen weg voordat we nieuwe hebben.

Dus wij blijven van mening dat het instrument van een Welstandscommissie wel degelijk een functie heeft, een waardevolle functie. Daarbij toegevoegd, onze kanttekeningen die wij daarbij hebben, de wethouder gaat er mee aan de slag heb ik begrepen. Dus ik vraag aan de wethouder hoe hij daarop reflecteert? Maar het kernpunt is wel duidelijk, afschaffen van de Welstandscommissie is voor ons geen optie. De voorzitter: Oké. Nou, dat is dan een punt wat u kennelijk, waar u van mening over verschilt. Mijnheer Oostenrijk, uw tijd zit erop dus als u het kort wilt afronden uw betoog, dan gaan we daarna door naar de volgende fractie. De heer Oostenrijk: Nou, voorzitter, ik heb alle drie de moties, de twee amendementen en de motie behandeld.

63

De voorzitter: Prima. Heel goed, dank u zeer. Gaan we naar D66. Wie? Mijnheer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Ja. Goedemiddag, voorzitter. Ja, wat betreft het amendement hierover van de ChristenUnie/SGP, kunnen we ons eigenlijk aansluiten bij de woordvoering van mevrouw Klein-Hendriks. En wij zullen dit amendement dan ook steunen. Verder als het gaat over het amendement over de zonnepanelen, vinden wij het een sympathieke gedachte om inderdaad meer ruimte te geven voor zonnepanelen. Maar zijn wij ook bang dat er een soort wildgroei aan zonnepanelen ontstaat als we dit verder uit gaan breiden dan dat het nu is. Wij zijn het met het CDA eens dat de huidige mogelijkheden best ruim zijn en dat daar veel in mogelijk is. Ook gaan de ontwikkelingen snel en gaan we waarschijnlijk binnenkort ook naar daken waaraan je niet meer ziet dat het zonnepanelen zijn, dus dakpannen die in de vorm van zonnepanelen. Wij zouden het zonde vinden om het straatbeeld of het dakenlandschap heftig op de schop te gooien nu met veel grote zwarte panelen terwijl over een paar jaar waarschijnlijk dakpannen verkrijgbaar zijn die ook zonnepanelen bevatten, en die je eigenlijk niet ziet. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, de uitspraak van D66 in deze verbaasde me nogal.

Juist de partij die wij altijd aan onze zijde vinden als het gaat over verduurzaming, duurzaamheid van gebouwen en dergelijke, die nu pleit voor, nou ja, dit maar niet te doen voor een wildgroei van zonnepanelen. En ja, ik vraag me dan toch af, als duurzaamheid niet een van de leidende criteria mag zijn in ons stadsgezicht zelfs, dus dat je het niet zou mogen zien, hoe komen we dan ooit in 2050 aan die energietransitie? Hoe gaan we dan zorgen dat we energieneutraal worden? Want we kunnen nog wel jaren gaan wachten, ja, over dertig jaar is er misschien wel weer een hele nieuwe manier om energie op te wekken en dan hebben we het ook allemaal voor niks gedaan. Maar er moet toch ergens een keer een omslagpunt zijn dat je zegt, en nu kiezen we voor duurzaam? De heer Loekemeijer: Ja, ik denk dat dat in alle … Dit is gewoon een enorm spanningsveld, die twee dingen. Maar ja, we kunnen niet de hele stad vol met zonnepanelen gaan leggen denk ik, ik denk dat we dat ook niet moeten willen. En zeker Dordrecht moet het heel erg hebben van zijn uiterlijk schoon, gewoon als stad. En dan moeten we daar voorzichtig mee zijn denk ik. Ja. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter? Mag ik daar nog op reageren? Oké, ja ik hoor u niet maar ik zie uw mond bewegen. Ik denk dat u ja zegt. De voorzitter: O, excuus. Ja, ik had hem uitgezet omdat er anders weer een echo is, dus vandaar. Mevrouw Van Benschop: Oké.

De voorzitter: Maar gaat uw gang. Ja.

64

Mevrouw Van Benschop: Nou ja, dank u wel. Nou ja, kijk, ik … Die voorzichtigheid, die vind ik eigenlijk een beetje misplaatst als het gaat over duurzaamheidseisen. We proberen met elkaar ervoor te zorgen dat we verduurzamen, dat we energieneutraal worden, dat we ervoor gaan dat we die aarde leefbaar houden, daar hebben we elkaar altijd gevonden. En ik voorzie echt geen problemen met de hele stad die vol gelegd wordt met zonnepanelen, juist omdat die ontwikkelingen er zijn en er ook steeds nieuwe ontwikkelingen zijn. Maar om het nu tegen te houden op voorhand uit angst voor juist wat we willen dat mensen gaan verduurzamen, dan vindt … Is wat mij betreft haaks op wat ik altijd van D66 gehoord heb. De voorzitter: Oké. De heer Loekemeijer: Nou ja, kijk, wij vinden dan de huidige mogelijkheden eigenlijk ruim voldoende. En wij denken dat er heel veel mogelijk is, binnen de huidige kaders. Dus, nou ja, wij zien daarom geen reden om dat nog verder te verruimen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan heeft u nog een … De heer Loekemeijer: Maar wij … De voorzitter: Interruptie van mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Nou ja, ik ben ook wel een beetje verbaasd over de opvatting van D66, temeer omdat ze zeggen van, ja, we moeten niet de hele stad vol leggen met zonnepanelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7537