CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Dordrecht Raad 26 januari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 6, 13 en 19 januari, de raadsvergadering van 26 januari en de Auditcommissie van 27 januari 2021.45.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In de zin ook van faciliteren van bouwvolumes en bouwplekken. Dus wat dat betreft zijn we niet afhankelijk van het alleen maar de vrije markt volgen. Nee, we hebben ook hier zelf een eigen rol in. Het tweede aspect wat ik daarbij genoemd heb is de aandacht voor woonconcepten voor ouderen in de relatie wonen en zorg. Dat blijft voor ons aandacht en daar zien we nog onvoldoende ontwikkelingen in. Dan meteen maar even het cultuurverhaal. Ja, ik heb dat genoemd, omdat we hebben het over een perspectiefnota. En die beoogt perspectief te bieden tot 2030. En dan is het opvallend dat ook dit thema, evenals de andere thema’s zoals duurzaamheid en een aantal andere zaken, niet in de perspectiefnota staat. Dat vind ik vreemd. En ik weet dat laten we zeggen cultuurmanagement tot in de hoogste boom. Maar daarom is het des te

23

opvallender dat er niets staat, niets vermeldenswaardigs in staat in de perspectiefnota. De nota wil toch perspectief bieden? Daar vraag ik om. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, ik snap dat punt van meneer Oostenrijk wel. Maar nogmaals: ik denk dat wij vrij recent met elkaar het beleid voor de komende jaren hebben vastgelegd in het cultuurbeleid. Dus leek het mij ook een beetje overbodig om dat vervolgens een paar maanden later weer te herhalen in de perspectiefnota, die vooral aangeeft hoe wij halverwege gevorderd zijn en wat voor de komende jaren aan de orde is. En niet tot 2030, want volgens mij gaat daar de perspectiefnota niet over, betreft dat het coalitieakkoord en de plannen die daaronder liggen, als het gaat om de woningbouwplannen en de plannen met betrekking tot werkgelegenheid. Dat zijn de grote speerpunten die ook in de groeiagenda zijn vastgelegd en geborgd. En die zijn daarin ook koersbepalend, omdat we de komende jaren ook op het gebied van cultuur wel de nodige veranderingen kunnen verwachten. Dat denk ik ook, daar helpt deze tijd ook zeker aan mee. Aan de ene kant zorgen, aan de andere kant zie je ook veel creativiteit en innovatie en ligt daar natuurlijk ook de uitdrukkelijke wens en de opdracht om tot meer veelkleurigheid, tot meer differentiatie, in het cultuuraanbod te komen. Van grote activiteiten tot klein. De voorzitter: Dank u zeer.

Even kijken, was dat ook uw inbreng, wethouder Sleeking? De heer Sleeking: Nee voorzitter, ik ben er bijna. De voorzitter: Ja, graag. De heer Sleeking: D66 eigenlijk over diezelfde ambitie richting het bouwen. Nou ja, de spoorzone biedt ons daar, en het boekwerk van Mercanoo, biedt ons denk ik een mooie gelegenheid om daar nog eens verder uitgebreid met elkaar over van gedachten te wisselen de komende periode. En in ieder geval maken de beelden, die spreekt iedereen echt heel erg tot zijn verbeelding, en komt het straks ook wel aan op uitvoering. Dus we zullen daar met elkaar ook een uitvoeringsprogramma aan moeten verbinden. De lobbydossiers, daar geeft ongetwijfeld collega Van der Linden nog wel wat input op, de lightrail en dergelijke. En college Stam nog op het aspect van de sociale woningbouw, voorzie ik. PVV ziet het denk ik goed dat wij werken aan het versterken van draagvlak van onze voorzieningen, dat wij deze woningen ook nodig hebben. Maar de VSP, de Verenigde Seniorenpartij, voorzitter, dat moet ik toch echt weerspreken. Dat wij bouwen voor mensen van buiten. Tot nu toe, de woningen die wij hebben gebouwd in Dordrecht die worden met name bezet door Dordtenaren. En daarmee komt de doorstroming in de stad ook op gang.

Dat wij voor de beoogde groei en de ambitie die wij hebben ook graag zien dat mensen van buitenaf naar Dordrecht komen, in een stad die op dit moment op nummer 12 van woonaantrekkelijke steden staat, ja, dat zal ik niet ontkennen. Maar daarmee zal de stad ook veerkrachtiger worden naar de toekomst, dus dat moeten we ook zeker niet loslaten. We bouwen dus niet uitsluitend en alleen gericht op mensen van buiten, maar wel degelijk komen onze bouwprogramma’s ten goede aan de mensen van onze eigen stad, voorzitter. Een paar opmerkingen nog op de woorden van meneer Van Verk. Ja, voorzitter, wij hebben met elkaar het programma vastgesteld, het coalitieakkoord. En we staan ook met elkaar aan de lat om daar een succes van te

24

maken. En dat lukt op sommige onderdelen al beter dan op de andere. Daar zit soms het huidige tij ook wat tegen. Ik ben wel heel dankbaar, moet ik zeggen, dat de bouwprogramma’s tot nu toe gewoon doorlopen. Dat is geen reden om maar zorgeloos in je luie stoel te gaan zitten, want we moeten wel alert blijven op signalen uit de samenleving, omdat de gevolgen van de huidige crisis op langere termijn nog wel eens wat heftiger kunnen gaan worden dan wij nu voorzien. Maar tot nu toe gaat het met de woningbouw in ieder geval goed en willen we die ambities ook echt gaan waarmaken. En tenslotte voorzitter, over de opmerkingen van meneer Van Verk over de zorgen over de servicegemeente. Ja, wij zouden de motie van de PvdA toch eigenlijk wel echt willen ontraden. Nog maar heel recent hebben we de uitgangspunten vastgesteld waaronder Dordrecht zich als servicegemeente wil gaan functioneren. Het is recent door het college vastgesteld en aan de raad aangeboden. De commissiebehandeling is al voorzien, volgens mij. En ja, die uitgangspunten zitten ook de nodige financiële waarborgen. Daar zit met name ook het ontwikkelen van vernieuwing van de bedrijfsvoering, intern maar ook naar andere gemeenten. Overigens niet alle punten, want veel gaat ook gewoon goed.

En in die uitgangspunten is ook aandacht voor de risico’s, zoals meneer Van Verk die aangeeft, en de aandacht voor de ‘…’ over de aanwezige kwaliteit die hier en daar moet worden aangevuld. Ja, en in het komende jaar na goedkeuring van de uitgangspunten door alle raden, gaan wij ons samen met de GAD beraden naar de nieuwe servicegemeente. Waarbij de realisering van de inhoudelijke opgave voor de stad en de bedrijfsvoering tot zijn recht moeten komen. Daar staan thema’s als verzakelijking en de vernieuwing, innovatie van groot belang. En wij gaan er ook van uit dat hier de kosten wel voor de baat uitgaan en dat we ook bereid moeten zijn om daar waar het nodig is extra inzet te plegen en extra mensen aan het roer te hebben om ook die opgave tot een goed einde te brengen. En ook daarvoor zullen voorstellen naar de raad komen. En kijk ik straks of mijn andere collega hier ook nog een aanvulling op wil geven. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie nog een interruptie van meneer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Ja, dank u, voorzitter. Naar aanleiding van het betoog van meneer Sleeking ben ik in ieder geval blij dat hij ook aangeeft dat er een versterking van het ambtelijk apparaat, in ieder geval voor de toekomst, aan de orde is.

Tegelijkertijd heeft die mijn keuze niet weggenomen als ik kijk naar de kwaliteit van de voorstellen die het college in het afgelopen jaar tot twee jaar heeft gedaan. Dan zie ik daar een zekere daling in. En daar maak ik mij zorgen over, want het betekent namelijk dat wanneer die voorbereiding van het college niet goed gaat, dat we eigenlijk soms ook besluiten nemen die ook niet goed zijn. Hoe zou de wethouder kunnen waarborgen dat de voorstellen die richting de raad komen beter voorbereidt worden? Wat zou hij daarvoor kunnen doen? De heer Sleeking: Voorzitter, daar zijn wij natuurlijk altijd allemaal bij aanwezig vanuit het college bij de voorbereiding. Als je stukken voorgelegd krijgt als portefeuillehouder en je vindt het onvoldoende kwaliteit of onvolledig, dan moeten die terug en dan moeten die worden verbeterd. Je kan natuurlijk daar ook zelf suggesties bij geven. Als die zorgen van meneer Van Verk echt wat breder leeft, voorzitter, dan stel ik toch voor om

25

daar eens met elkaar desnoods op een paar voorbeelden eens met elkaar te kijken van: waar schort het nou eigenlijk aan? Hadden we hier alerter op moeten zijn voor het naar de raad ging, om dit soort ongelukken te voorkomen. En is denk ik dit ook een signaal dat wij ons ter harte moeten nemen om als voorstellen, en dat gaat in deze tijd natuurlijk ook allemaal veel meer digitaal, het werkt echt heel anders dan wanneer je met elkaar rond de tafel zit en die stukken met elkaar bespreekt, dan dat een voor een mensen aan het woord komen. Dat is echt wel een beetje de handicap van deze periode, dat zeg ik er toch dan wel eerlijk bij. Maar het gebeurt inderdaad, voorzitter, dat voor dat voorstellen teruggaan, 1 keer teruggaan, 2 keer teruggaan, tot de portefeuillehouder ook tevreden is. Dan gaat het niet om elke tik- of spelfout, want die nemen we dan soms maar op de koop toe. Maar we zijn er allemaal bij gebaat denk ik dat er kwalitatief goede voorstellen op de collegetafel en vervolgens naar de raad doorgeleiden. Dus ik wil de handschoen van meneer Van Verk best eens oppakken en daar met een paar mensen van de organisaties naar kijken op basis van een paar voorbeelden, van: hoe heeft dit nou zo kunnen lopen en hoe kunnen we dit nou verbeteren in het proces? De heer Van Verk: Dank u, voorzitter, als ik even mag reageren.

Dank voor de uitnodiging om daar vanuit de raad ook aan mee te denken. Wellicht dat een paar collega’s van mij daar ook aan mee willen en kunnen doen, zodat we inderdaad de zaken kunnen verbeteren. Dat gehoord hebbende kan ik u mededelen dat ik in ieder geval de motie voor dit moment intrek. De voorzitter: Hartelijk dank daarvoor. De heer Sleeking: En wij gaan een afspraak inplannen, voorzitter. De voorzitter: Prima, wat een mooie samenwerking ontstaat hier. Dan zie ik nog een vraag van de kant van meneer Polat, of een interruptie. Gaat uw gang. De heer Polat: Ik heb een vraag aan wethouder Sleeking, want hij is verantwoordelijk voor het ambtenarenapparaat. We hebben een motie ingediend over diverse gemeenteorganisaties. Kan hij daar iets meer over vertellen hoe de stand van zaken is op dit moment met betrekking tot die motie? De heer Sleeking: Dan zou ik hem er echt even bij moeten pakken, voorzitter. Want het was zo’n hele stapel papier die ik vanmiddag ook kreeg. En staat u mij anders toe dat ik daar in tweede termijn … De voorzitter: Dat is een motie van een andere vergadering hoor, mensen. Dat gaat niet over een motie die vandaag voorligt. Dus daar moeten we even niet verschillende vergaderingen door elkaar halen. Dus dat komt op een ander moment, zeg ik tegen meneer Polat. Dan gaan we naar meneer Oostenrijk, die heeft nog een interruptie.

De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Dat gaat over de discussie welke reikwijdte deze perspectiefnota heeft. Ik heb zelf het getal 2030 genoemd. De wethouder reageerde van: nee, dat is niet zo. Maar dan toch, als ik bij de inleiding die begint bij: de reis naar 2030 leidende principes. En daar worden in al die hoofdstukken wordt er wel degelijk op

26

bepaalde plekken het perspectief aangegeven richting 2030. En dat geldt zeker op pagina 75 als het gaat om de groeiagenda naar 2030 toe. Dus ik begrijp even niet de reactie van de wethouder dat dit klaarblijkelijk in zijn ogen een perspectief is tot over een jaar. Terwijl ik hem lees als een weergave wat dan op dit moment het college voor ogen heeft richting 2030. Als dat niet zo is, ja, dan kunnen we al die bladzijden richting 2030 wat dat betreft weer uit het dossier halen. De voorzitter: Mijnheer Sleeking, kunt u daar kort op reageren? De heer Sleeking: Ja, voorzitter. Wij hebben natuurlijk de ambitie met elkaar geformuleerd, zowel regionaal als lokaal. En nogmaals, wat ik in mijn eerste termijn ook al zei: de groeiagenda, de woningbouwopgave en de versterking van het sociaaleconomisch beleid en de werkgelegenheid staan daarbij centraal om deze regio sterker en weerbaarder te worden. En wat hogerop te komen dan plaats 47 of 48 was het geloof ik in de Atlas van de Nederlandse gemeenten als het gaat om sociaaleconomische structuur. De cultuuragenda, zoals wij die hebben vastgesteld, de cultuurnota en het cultuurbeleid, die reikt niet tot 2030. Dat zou ook wel vrij hoogwaardig zijn denk ik, als wij nu al zouden voorzien wat er de komende decennia op dat gebied allemaal gaat gebeuren.

Wij geven perspectief aan met elkaar hoe we daar de komende 4-5 jaar het cultuurbeleid met name willen invullen en verder willen uitwerken. En is het vanzelfsprekend ook aan volgende raden en de volgende colleges om weer nieuwe accenten te zetten. Zo bescheiden ben ik wel, voorzitter, dat wij niet de intentie hebben om nu alles vast te leggen tot 2030. Dat zou denk ik door u ook niet worden geaccepteerd. De voorzitter: Prima, dank u wel. Dan is dat nog een toelichting op de al eerder gestelde vragen van meneer Oostenrijk. Dan wil ik graag naar de volgende portefeuillehouder, dat is meneer Burggraaf. Ik heb gevraagd aan de wethouders of ze het verder allemaal kort en krachtig willen houden en vooral op vragen willen ingaan. Wethouder Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb van Beter voor Dordt, Partij van de Arbeid en D66 vragen rondom de banenambitie genoteerd. Die voor deze periode op vier duizend is gesteld en waarvan we inderdaad ook in de perspectiefnota zeg maar die banen bij de gemeente actieve betrokkenheid aan heeft gehad, bij de toe begeleiding van bedrijven. De teller daar nog op 1600 stond, vanmorgen in het college hebben we de recente banenmonitor vastgesteld die uw kant op gaat. En we kunnen vaststellen dat dat nu op 2500 banen zit. Dus daarmee zitten we op koers naar de vier duizend voor deze periode.

Maar is het natuurlijk ook zo dat we inderdaad een ongewisse periode nog tegemoet gaan met de onverwachte coronaomstandigheden die er zijn. Daar werd gevraagd door D66: wat doen we nou om die omstandigheden op banenperspectief wel zo goed mogelijk een voedingsbodem in de stad te geven? Nou ja, dat is toch vooral door te kijken naar een toekomstbestendig vestigingsklimaat. Daar komt ook een voorstel uw kant op met betrekking tot de innovatieagenda die we daarin lopen. Het is vooral gericht op zorgen dat je een vestigingsklimaat hebt voor bedrijven met een businessmodel van de toekomst. Om te zorgen dat we ook die arbeidsmarkt voor de toekomst sterk op ons eiland hebben staan. Dat kan ook door de aanpak van de

27

realisering van bedrijventerreinen. En nou ja, zoals ik al zei: op innovatiebeleid op de transitie van de economie daarin zoveel te begeleiden. Want inderdaad, zoals de Partij van de Arbeid ook al zei: we scoren goed op de woonatlas als het gaat om de woonaantrekkelijkheid. Maar voor die sociaaleconomische positie, ja, daar moeten we echt dezelfde sprongen gaan maken als dat gelukt is op de woonaantrekkelijkheid van onze stad. En dat vergt een lange adem en daar werken we elke dag aan. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Wat ziet u er keurig uit ineens. Een heel ander pak aan. Ja, gaat uw gang. De heer Heijkoop: Ja, ik hoor mezelf terug. Nee, zo gaat die goed. Ja, voorzitter, ik neem even het stokje over van collega Burggraaf waar het gaat om de sociaaleconomische positie van de stad. Mijnheer Van Verk uit terecht zijn zorgen over de armoede en dat is ook een terechte zorg. Ook als je kijkt naar de Atlas voor gemeenten. En u heeft enkele jaren terug een ambitieus programma vastgesteld, samen tegen armoede. U heeft daar recent ook nog een schep bovenop gedaan, ook vanuit de middelen vanuit het Rijk, die ook kon zien dat de corona-impact ook juist de kwetsbare gezinnen raakt. Maar het is wel iets van een lange adem.

En ook als je kijkt naar die atlas voor gemeenten, dan zie je bijvoorbeeld dat waar het gaat over bijstand zitten wij redelijk gemiddeld. Maar als het gaat over de grootte van de beroepsbevolking, waar het gaat over de werkgelegenheid, dat soort zaken, ja, daar scoren we gewoon nog niet goed. En daarom is het ook heel goed dat we onder aanvoering van collega Burggraaf heel erg hard werken om die werkgelegenheid groter te krijgen. Meer bedrijven naar de stad en regio te halen. Dat is uiteindelijk de belangrijkste stap die je kan zetten om de armoede in onze gemeente te verminderen. Het armoedeprogramma richt zich met name op: kun je mensen die in armoede leven sneller helpen? Zeker met schulden, dat is een hele belangrijke. En ook: hoe kan je de negatieve effecten van armoede ook enigszins verlichten? En dan gaat het met name ook over kinderen, bijvoorbeeld waar het gaat over meedoen en isolement en dergelijke. Dus het is allebei nodig voor de korte termijn en voor de langere termijn. En wij hopen daar echt, u had het net over de agenda richting 2030, ja, dat onze gemeente zich sterk zal ontwikkelen. Ook door die grote agenda die gaat over fysiek, maar ook over sociaal, bijvoorbeeld het aantal laagopgeleiden, daar scoren wij ook gewoon nog niet goed. Dat voor wat betreft dat punt. De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, voorzitter.

Ik weet niet of ik zichtbaar ben, maar een vraag aan meneer Heijkoop. We hebben een regionale groeiagenda vastgesteld. Hoe is de samenwerking in de regio op dat punt? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Waar het gaat over de regionale groeiagenda, daar kan collega Burggraaf meer over zeggen. Die trekt dat ook in de regio. Ik heb begrepen, ik sluit daar wel vaak aan waar het ook gaat over de werkgelegenheidsvragen, waar het

28

gaat over bijvoorbeeld mobiliteitsteams, die nu ook vanuit SZW worden opgezet. Maar collega Burggraaf kan meer vertellen over de economische samenwerking. Waar het gaat over bestaanszekerheid en over de aandacht voor armoede, we doen een deel in de regio. Maar ik durf wel te stellen dat Dordrecht daar wel veel meer in doet. En wellicht is dat ook te verklaren uit de kwetsbaarheid van onze bevolking, maar ook wel de keuzes die u als raad maakt. En die wij vanuit het college met u ook, nou ja, die wij aan u voorleggen en waar wij uiteindelijk ook met elkaar besluiten over nemen. De voorzitter: Misschien goed in aanvulling op wat wethouder Heijkoop net zegt, om nog even aan te geven over die regionale groeiagenda in de richting van meneer Van Verk. Want we hebben afgesproken dat we twee keer per jaar een monitoringsoverleg plaatsvindt, waarin de portefeuillehouders die bij elkaar zitten op verschillende thema’s door middel van hun tracker laten zien wat de voortgang is. En dat monitoringsoverleg staat voor volgende week gepland. Dus binnen enkele weken komt er ook weer een verslag van dat monitoringsoverleg richting alle gemeenteraden, zodat u kunt zien wat de voortgang op de groeiagenda is. Wethouder Heijkoop, u had volgens mij nog een kort betoog. Maar ik zie dat meneer Oostenrijk ook nog een vraag heeft. Gaat uw gang.

De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, dat betreft een zin in de perspectiefnota, vooruitblik groeiagenda 2030. En ik citeer even een zin: meer werk betekent ook minder armoede, minder laaggeletterdheid en minder eenzaamheid. Ik herken die zin, maar voor mij is die niet een op een vanzelfsprekend. Want we moeten niet het risico lopen dat meer werk automatisch betekent dat mindergeletterden geletterd worden. Dat minderopgeleiden opgeleid worden. Daar staat elders in de nota staat er best iets bemoedigends over geschreven, maar ik wil toch even stilstaan bij deze zin met als punt dat we ons blijven moeten inspannen. En de wethouder doet dat voltreffelijk, om ook deze zin ook daadwerkelijk waar te maken. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Meneer Oostenrijk geeft heel goed aan dat dat dus eigenlijk allemaal hand in hand met elkaar moet gaan. Als je kijkt naar, nog even refererend aan de Atlas voor gemeenten, het aantal laagopgeleiden in onze stad is echt veel hoger dan de gemiddelde grote steden. En ook het aantal laaggeletterden. En dat betekent dat als je daarop inzet, dan gaat het hand in hand ook met een versterking van de werkgelegenheid. Want het is vaak ook een soort van arbeidshandicap richting werk. Dus dat moet echt hand in hand gaan en daarom is het ook zo goed na te spreken, later dit jaar spreken we ook over de business case Enecomiddelen.

En daar heeft u als raad en als college op gezegd: dan moet je investeren in de fysieke doorontwikkeling van de stad. Nou, spoorzone, daar gaan we nog veel met elkaar over spreken. Maar ook, je moet wel kijken naar ook kwetsbare wijken of je daar ook een impuls aan kan geven. Want het gaat allemaal hand in hand met elkaar. En volgens mij zijn we op de goede weg, maar het is wel een verhaal van de lange adem. De voorzitter: Dank u wel. Maakt u uw betoog af. De heer Heijkoop: Ja, nog een kort punt richting meneer Polat. Dat ging over diversiteit. De voorzitter: Ik zie toch nog een interruptie van mevrouw Koene, gaat uw gang.

29

Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, even tussendoor. Want ik hoor meneer Heijkoop zeggen: kwetsbare wijken. Mensen die laaggeletterd zijn die zitten overal. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat is een uitstekende aanvulling van mevrouw Koene. Er zit een verschil tussen de wijken, maar ze zitten zeker overal. En vaak ook op plekken waar je het niet direct zou verwachten, dus we moeten daar breed aandacht voor hebben. Daar ben ik het direct mee eens. Excuus voor mijn onzorgvuldige formulering in deze. Zeker op dit onderwerp laat ik me graag terecht wijzen door mevrouw Koene. Ja, het punt van diversiteit van meneer Polat. U stelt daar een vraag over, dat doet u met enige regelmaat. Ik weet dat uw partij dat belangrijk vindt en dat is ook terecht. En ik stel eigenlijk voor dat we binnenkort in de commissie hier weer even over spreken. Dat hebben we in het verleden ook gedaan, alleen in de coronatijd is dat er nog niet van gekomen. Dat is volgens mij voor zowel raad als college altijd goed bevallen. En dan zal ik daar nou ja even wat uitgebreider bij stil staan hoe we ervoor staan als stad, welke inzet er is gepleegd. En dan kunt u ook in de commissievergadering eventueel nog wat richting meegeven. Dan doen we denk ik meer recht dan als we het nu tijdens de perspectiefnota bespreking uitgebreid debatteren. De voorzitter: Heel goed.

Ik zie ook dat meneer Polat daar in de chat dank voor zegt. Dus dat is mooi. Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de volgende portefeuillehouder. Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ja, er zijn geen expliciete vragen gesteld ten aanzien van de onderwerpen in mijn portefeuille. Wel een paar opmerkingen gemaakt over onder andere mobiliteit en duurzaamheid. Daar ga ik even kort op in. Enkelen van u geven aan het element duurzaamheid expliciet te missen in de perspectiefnota. Nou, hij is opgesteld aan de hand van de opgaves die we hebben geformuleerd in het coalitieakkoord. En overal in de tekst zie je wel dingen terugkomen. Bijvoorbeeld ten aanzien van wonen, maar ook ten aanzien van mobiliteit. We hebben ook het opgaveplan duurzaamheid en energie op gebaseerd. En de komende maand zal onder andere ten aanzien van laadpalen en ten aanzien van bijvoorbeeld binnenstadlogistiek nog het een en ander langs gaan komen bij de raad. U weet ook dat we afspraken maken met woningbouwcorporaties ten aanzien van het warmtenet, wat zich goed ontwikkelt. Nou, we zijn sinds de start van het college ook enkele zonneweides bijgekomen enzovoort, dus dat is helemaal in uitvoering. Ik hoor onder andere mevrouw, even kijken, ik hoorde in ieder geval GroenLinks het een en ander zeggen over groene daken.

En dat is een onderwerp, dat vindt u niet expliciet in het coalitieakkoord terug. Misschien moeten we een aanleiding vinden om daar nog eens over te praten. Want ik hoor dat een aantal jaren nu terugkomen. Het zit een beetje tussen collega Stam en mijn portefeuille in, die twee portefeuilles. Dus als u daar reden voorziet om daar nog eens op terug te komen, dan moeten we dat gewoon eens doen. Ten aanzien van mobiliteit een aantal opmerkingen gemaakt, onder andere door meneer Oostenrijk over het programma fiets, verkeersonveilige plekken enzovoorts. Ja, u weet: daar hebben we een programma voor vastgesteld, een uitvoeringsprogramma ook. Ook u heeft al eerder aandacht gevraagd voor het programma en ook om meer ambitie. Nou, als u meer ambitie nodig vindt, dan gaat u daar als raad wel over. Want we hebben daar

30

een budget voor, we hebben een inventarisatie gemaakt. En alle projecten die daarin staan, die worden in uitvoering genomen of zijn dat al. Natuurlijk aan de hand van een slimme planning, niet alles tegelijk. Een dezer maanden, voor de zomer in ieder geval, komen we nog een keer terug volgens de afspraken met een stand van zaken. En misschien is dat aanleiding om te zeggen: hé, er moet nog wat bij, prima idee. Ik hou het hier even bij, voorzitter. Dank. De voorzitter: Ja, maar u krijgt toch nog een interruptie en die komt van meneer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Als ik de wethouder zo beluister, dan kom ik tot de conclusie dat die eigenlijk best tevreden is met dit budget. En dat verbaast me. Want als we kijken naar dit budget, dan halen we onze levensdagen niet de beoogde doelstellingen. Nog los van mijn slotopmerking als het gaat over de ambities die allemaal verscholen zitten in de spoorzone. En daar moeten we wat mij betreft zo snel mogelijk een weergave van krijgen wat dat ook voor de lopende panden betekent. Want verkeerd geld uitgeven is nog slechter dan geen geld uitgeven. Dus wat onze fractie betreft zullen we toch, hoe summier ook we iets kunnen vinden over die spoorzone nota, om er toch iets mee te doen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ik kan daar nog even kort op reageren.

We hebben aan het begin van de periode een aantal miljoenen extra voor verkeersveiligheid en voor fiets geregeld met elkaar. Dat is hartstikke fijn, daar kunnen we acute punten mee oplossen in heel de stad. Spoorzone heeft natuurlijk een andere budgettering, ook een andere planningszone. Er zitten een aantal projecten in, die kunnen we financieren. Ik denk bijvoorbeeld aan een fietsenstalling aan het zuideinde van het station, die met heel veel partijen is georganiseerd die ook eind dit jaar in de uitvoering zou gaan. Natuurlijk zijn er nog heel veel plekken die niet van een project en ook nog niet van een budget zijn voorzien. En u bent aan zet als het gaat om het ter beschikking stellen van de middelen. Ik stel voor dat we daar later onder andere bij de behandeling van het spoorzonedocument, of andere stukken rond fysieke omgeving, nog over verder praten. Bemoedigend in ieder geval om te zien dat u dit net als wij een wezenlijk onderwerp vinden. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk nog een keer. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Bij herhaling, ook bij andere onderwerpen zegt de wethouder: ja, u bent aan zet. Nee, ik verwacht van een college dat ze met voorstellen komt. En daar kunnen we wat van vinden. Ik word niet betaald als wethouder en ik hoef ook niet mijn werk te doen als wethouder. Dus wat dat betreft draai ik de zaak om. Wethouder, kom met voorstellen.

En dan zullen wij iets van die voorstellen gaan vinden. De heer Van der Linden: Dank u wel. Ik ga nog even kort reageren als het mag, voorzitter.

31

De voorzitter: Ja, zeker. De heer Van der Linden: U heeft een begroting vastgesteld. Daar is ruim bemeten een aantal projecten en onderwerpen benoemd voor de fysieke omgeving. Dat gaat om fietsen, het gaat om parkeren, het gaat om een aantal ov-ontwikkelingen. Ik vind dat we dat goed hebben beetgepakt. Natuurlijk, als u zegt: er moet meer gebeuren. Heel graag, maar dat gaat wel ten koste van iets anders. En dat is een debat dat voer je bij de begroting. En natuurlijk bij de besteding van de Enecomiddelen. Nou, in allebei komen de fysieke onderwerpen, waaronder die ten aanzien van mobiliteit, goed terug. En inderdaad hoor, graag, als uw raad zegt: we willen meer. Dan moet je natuurlijk ook aangeven wat er minder moet of anders moet. Maar dan is er zeker op mobiliteit veel meer te doen dan wat we nu hebben kunnen organiseren met zijn allen. En dat zal ook moeten. Want als we weer een groeiende stad willen zijn met meer inwoners binnen dezelfde contour, dan kan het alleen door ook goed te investeren in mobiliteit. De voorzitter: Dank u wel. Dan een interruptie van mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou is meneer Van der Linden, dank voor de aandacht voor de groene daken. Daar gaat deze motie die we ooit hebben ingediend, zeer recent geloof ik nog, voor een zoveelste keer uitgevoerd worden. Of in ieder geval krijgt meer aandacht.

Maar ik wil eigenlijk nog iets vragen over de integrale aanpak. Want u noemt dan mobiliteit. Kijk, ik heb de perspectiefnota met belangstelling doorgeworsteld op mobiliteit. Omdat dan wordt het openbaar vervoer genoemd, de treinen en zo, en dan zocht ik ook naar de busverbindingen. En dan echt, ik heb het op dat zoekdingetje, drie keer komt het woordje bus terug, heel klein. En we missen dus de busverbinding. Ik ben ook zeer dankbaar aan de VSP, die daar hele kritische vragen weer over heeft gesteld, over de busverbindingen. En ja, ik zou toch graag willen dat als we het toch hebben over mobiliteit, er nog vele dingen gaan komen, dat we meer alert zijn op de eisen die we kunnen stellen en de criteria die we echt nodig hebben voor goede verbindingen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Wethouder. De heer Van der Linden: Ja, dank. Nou, goed idee. Kijk, we hebben elk jaar het gesprek met de busmaatschappij Kubus over de lijnvoering. En daar wordt goed naar onze suggesties geluisterd en goed naar onze wensen geluisterd. Natuurlijk binnen de mogelijkheden die er zijn. Maar elk jaar zijn er ook aanpassingen in de dienstverlening. En natuurlijk is het afgelopen jaar ontzettend moeilijk geweest voor heel ov-land, inclusief Kubus. Want je ziet een sterk teruglopende vraag en er zijn gewoon eisen ten aanzien van wat je aan afstand kan realiseren in de bussen.

Maar dit is natuurlijk een onderdeel waar wij alle wensen die we hebben ook goed kunnen neerleggen. De voorzitter: Dank. Nog kort, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Mag ik daar nog even op reageren. Ja, kijk, het is mooi dat meneer Van der Linden zegt van: ja, goed idee. Maar we hebben inderdaad al vaker met busmaatschappij om de tafel gezeten. En het zou mooi zijn als er dan van tevoren wordt

32

aangegeven van: we redden het niet meer, of wat dan ook. En dan aan ons gevraagd wordt, of dat u met een voorstel komt en dat wij kijken hoe het dan opgelost kan worden. Maar we worden iedere keer voor de feiten gesteld dat er opeens weer een bepaalde busverbinding ontbreken. En wat we nog steeds willen er niet bij komt. Dus in plaats van dat we met elkaar kijken hoe het kan verbeteren, verslechtert het opeens. Of opeens, gaat het voortdurend slechter. En dan kan er van alles aan ten grondslag liggen, we kunnen corona weer erbij gooien. Maar ik bedoel: dan moeten we ook daar wat bij passen, bij plussen. In ieder geval, het klopt nu niet hoe het allemaal is ingericht. De heer Van der Linden: Nou, dat ben ik niet helemaal met u eens. Maar laten we afspreken, net als vorig jaar. Vorig jaar hebben we een sessie gehad met Kubus aan tafel. En daar kon u alle goede, maar ook voor de maatschappij soms wel vervelende, vragen stellen en die zijn volgens mij in een goed gesprek ook beantwoord. Maar laten we dan afspreken dat we dat nog een keer proberen te doen. Als het weer kan, aan een tafel. Ruim ook voor de behandeling van het nieuwe vervoersplan, dan kunnen we kijken welke prioriteiten er mogelijk zijn. Mevrouw Kruger: Dat lijkt me een goed plan, dank u. De voorzitter: Goed. En dan tot slot meneer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter, dank u wel.

In aansluiting op de ov-bereikbaarheid waar mevrouw Kruger het al over had. Ze had ook aangegeven met betrekking tot die bereikbaarheid, dat ook de bedrijventerreinen goed bereikbaar moeten blijven. En eind december is de dienstregeling aangepast, versoberd, waarbij we tal van mailtjes toch van bedrijven hebben gekregen, die ook in de knel komen met medewerkers die niet op tijd kunnen komen op hun werk. Zeker ook ‘…’ zaken moesten worden geregeld. In hoeverre heeft dit zin gehad en heeft het nog invloed gehad op die aanpassing van die dienstregeling? Want u geeft aan, wethouder, dat u aan tafel heeft gezeten voor die aanpassing. De heer Van der Linden: Nou, deze aanpassing, ja, corona wordt niet goed gebruik gemaakt, dat heeft hier natuurlijk wel mee te maken. Als je de keuze moet maken bij een zo’n sterk teruglopend vervoersaantal, om een aantal lijnen wel en een aantal lijnen niet op gang te houden, dan is de keuze uitgevallen op de lijnen waar de meeste mensen in zitten. Waar ook gedurende de dag de meeste dikte op zit qua vervoersstroom. Een aantal lijnen is daarbij of in frequentie verlaagd, of ze rijden op minder plekken. En daarbij is deze keuze gemaakt en die kan ik begrijpen. Als het gaat om zo’n gigantische teruggang in het reizigersaantal, wat ook enorme omzet consequenties heeft, dan moet er een keuze gemaakt worden.

Natuurlijk hebben we wel aandacht gevraagd voor het feit dat die bereikbaarheid van belang is en dat zo snel als weer kan we ook weer verwachten dat die weer terugkomen. Maar goed, u weet hoe de pandemie zich ontwikkelt. Voorlopig zit het er niet in dat we weer helemaal terug naar normaal gaan.

33

De heer Schalken: Voorzitter, in aansluiting daarop. Wat voor effecten heeft dit voor de ontwikkeling van de nieuwe bedrijventerreinen? Zijn het dadelijk nieuwe bedrijven die gaan opstarten? Hoe kunnen de medewerkers daar nog komen wanneer ze aan zijn gewezen op openbaar vervoer? De heer Van der Linden: Nou, we hebben natuurlijk een aantal jaren geleden samen met het bedrijfsleven overigens en de provincie, en ook de busmaatschappij heeft daaraan bijgedragen, nieuwe lijnontwikkeling gehad richting de bestaande terreinen en we zien dat het goed werkt. Want ov-bereikbaarheid is van belang, ook voor de bedrijventerreinen waar je tot een aantal jaren geleden vooral vond dat je die alleen per auto moest bereiken. We zien de nieuwe terreinen ook de fietsbereikbaarheid verbeteren. Ook het ov speelt daar een grote rol in, want we zien echt dat die vraag er is. Nou, voorlopig zal Q4 nog niet zo ver zijn dat je daar al bedrijven in operatie hebt. Maar ik reken er wel op dat zodra het kan, dat we de bestaande laan ook door kunnen trekken. En die gesprekken gaan we ook zo snel mogelijk voeren als het nodig is. De voorzitter: Oké, dank. We gaan voorkomen dat het hier verder een algemene beschouwing wordt, dus we gaan snel door naar de volgende portefeuillehouder. En dat is wethouder Stam. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ook ik heb niet echt specifieke vragen gekregen.

Wel met betrekking tot sociale woningbouw zijn er wat opmerkingen gemaakt. Ik zou graag aansluiten bij de woorden van collega Sleeking met betrekking tot bouwplannen tussen planvorming en realisatie. Binnenkort komen wij nog uitgebreid te spreken over het RIGO-rapport, daar krijgt u nog een technische uitleg over. Het enige wat ik eigenlijk nu zou kunnen zeggen, is van: als ik ga kijken hoe we met de sociale woningbouw er nu voorstaan, we hebben twee afspraken gemaakt. 1, stand still. Dat is vanuit 2013 teruggebouwd, wat in 2016 besloten is. En 2, hebben wij de afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties dat de huidige woning niet eerder gesloten worden, voordat wij plannen hadden tot nieuwbouw. Inmiddels zijn we in die planvorming ver. Ik begrijp uw zorg dat er nog niet voldoende gebouw wordt. Er wordt inmiddels wel volop gebouwd. Ik blijf dan toch verwijzen naar de plannen die nu allemaal gerealiseerd gaan worden waar nu gesloopt wordt, als je in Dordt-West kijkt wordt er volop gesloopt. Dat betekent dat er gebouwd gaat worden. En dan noem ik bijvoorbeeld het Leerpark waar nu toch een ontwikkeling is. Voor bepaalde doelgroepen, wel sociaal. Het Witte Dorp waar we gaan slopen en bouwen. Dordt-West, Mevrouw Van der Goesstraat waar we nu gaan slopen en gaan bouwen. De Van Kindsbergenstraat dus. Er gaat nu echt schot komen in die sociale woningbouw.

En voor de rest zou ik de discussie eigenlijk met u graag verder willen voeren in de commissie en in de gemeenteraad met betrekking tot het RIGO-rapport. De voorzitter: Helder, dank u wel. Ik zie verder ook geen interrupties uw kant op, dus dat was kort en krachtig. Dan wil ik eigenlijk vragen aan de raad of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Als iemand daar behoefte aan heeft, dan graag even in de chat. Ik zie een heleboel … O, wacht even, nu ga ik uit de vergadering. Ja, daar ben ik weer. Even kijken. Alleen mevrouw Kruger, gaat uw gang.

34

Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ben blij dat u de tweede termijn doet, omdat ik had naar aanleiding op wat meneer Sleeking zei over het cultuurbeleid toch nog wel een algemene opmerking. Want als ik iedere wethouder hoor, die noemt de lange adem hebben door de jaren heen. Maar juist op het cultuurbeleid noemt meneer Sleeking de korte termijn. Zo van: volgende periode, volgend college. Daar willen we niet nu over beslissen, die hebben weer hun eigen ideeën daarover. Terwijl ik denk: juist op het gebied van het cultuurbeleid kunnen we een bepaling neerleggen die ook door alle portefeuilles heen gaat. Ten aanzien van werk, ten aanzien van scholing, ten aanzien van ontspanning, noem alles maar op. Dus ik denk dat we, dat wil ik toch nog even meegeven dat we juist voor dat vlak, dat op cultuurbeleid zou ik toch ook het laatste jaar toch nog wat meer actie willen zien. Ook naar de volgende jaren toe. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog andere opmerkingen zijn. Ik zie heel veel nee, nee, nee, nee, nee. Misschien dat meneer Sleeking nog in een zin kan reageren op de opmerking van mevrouw Kruger. De heer Sleeking: Ja, voorzitter. Mevrouw Kruger weet ook dat de cultuursector toch wel een van de enorm getroffen sectoren is tijdens het afgelopen jaar en nu ook nog.

Dus ik denk dat wij alle zeilen met elkaar moeten bijzetten om in ieder geval alles wat wij hadden opgebouwd voor deze crisis, om dat ook in stand te houden. En het veld is volop bezig om die samenwerking te zoeken, we kijken of dat nog tot mooiere resultaten kan leiden. En zo zijn ook mijn verwachtingen voor het platform wat we straks in het leven gaan roepen. Ook daar verwacht ik suggesties en initiatieven om te kijken hoe wij in de stad nog tot meer verbinding kunnen komen tussen het sociaal domein, het cultuurdomein en werkgelegenheid. We hebben dit beleid met elkaar voor een beperkte periode vastgesteld en er moet ook elke keer weer naar zo’n periode ruimte zijn om tot bijstelling te komen. Zo heb ik dat bedoeld. Dat betekent niet dat wij ervanuit gaan dat na 2021 de wereld ineens stil staat en dat alles weer opnieuw gaat beginnen. We hebben ook de afgelopen 20 jaar gezien wat de investeringen voor onze stad hebben betekend en hebben opgeleverd. Dat was ook een kwestie van volhouden. En als je ergens voor gaat, en je hebt daar voldoende draagvlak voor, dan moet je dat ook zeker blijven inzetten op die manier. De voorzitter: Dank. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Want ik schrok er een beetje van, van: oké, laat het dan maar aan anderen over. Of misschien zit uw partij nog steeds in het college dan, je weet het niet. Je weet niet hoe het allemaal kan gaan.

Maar fijn dat u de samenhang ook ziet en daarop voort wil borduren. Dank u wel. De voorzitter: Mooi, u bent het eens begrijp ik hieruit. Hartelijk dank. Dan hebben we daarmee denk ik agendapunt 28 gehad. De motie M6 is ingetrokken door meneer Van Verk. En dat betekent dat we normaal gesproken alleen over het voorstel zouden stemmen, maar dat is niet aan de orde. Want het is een RIB, een raadsinformatiebrief, dus daar wordt alleen kennis van genomen. En dat betekent dat we agendapunt 28 hiermee kunnen afsluiten. Ik stel voor dat we voordat we naar agendapunt 29 gaan, de zienswijze begrotingswijziging serviceorganisatie jeugd Zuid-Holland Zuid, we even kort

35

pauzeren vanwege de digitale vergadering. Misschien dat meneer Van Verk in die pauze ook even kan kijken naar motie M4 en M5 wat die al heeft aangekondigd. En mijn voorstel is om 15 uur 50 de vergadering weer voort te zetten. Tot straks. 29. Raadsvoorstel Zienswijze begrotingswijziging Serviceorganisatie Jeugd ZHZ 2021 – Raadsvoorstel De voorzitter: Ja, beste leden van de raad, college, mensen die meekijken, welkom terug. Het is 15 uur 50, we gaan verder met de vergadering. Agendapunt 29, raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging serviceorganisatie jeugd Zuid-Holland Zuid 2021. De concept zienswijze op de begrotingswijziging van de serviceorganisatie jeugd stond vorige week 19 januari op de agenda van de commissie sociale leefomgeving. De commissie is niet aan bespreking toegekomen. En gezien de deadline van 12 februari aanstaande en het feit dat de CDA-fractie in de commissie heeft aangegeven een amendement te willen indienen, heeft de commissie besloten het onderwerp rechtstreeks naar de raad te sturen. En hierbij is afgesproken dat de bespreking zich richt op het amendement. Klopt het dat alleen de CDA-fractie, ik heb begrepen samen met Beter voor Dordt, D66, GroenLinks en Partij van de Arbeid, een amendement wil indienen? Ik zie geknik van mevrouw Nijhof. Mevrouw Van der Ham, gaat uw gang. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter.

Wij willen inderdaad een amendement indienen. Die heb ik ook verstrekt aan de raadsgriffie. En ook de PVV dient het mede namens ons in. De voorzitter: Ook mede de PVV, oké, dan schrijf ik die erbij. Dan wil ik u graag, dat is amendement A1 in ieder geval. En dan wil ik u graag de gelegenheid geven om het amendement kort toe te lichten. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, dank u wel. We hebben een amendement opgesteld wat dus mede ondertekent wordt door de andere vijf partijen die net genoemd zijn. En het amendement ziet op een aanpassing van de zienswijze. De aanpassing heeft betrekking op de ondersteuning die gevraagd wordt bij het inkooptraject zelf. Dit willen we amenderen, omdat de SOJ eigenlijk als bijna enige taak op papier het begeleiden van inkoop heeft. Dus waarom kan dat dan niet binnen bestaande bezetting? En de tweede is de onderbouwing van de post ten aanzien van kostenreductie als het gaat om de uittreding van Leerdam en Cedric, waarvan we uit de situatie komen waarvan gedacht werd dat het kostenbesparing zou opleveren. En dat we een jaar later zien dat dit ons geld gaat kosten, waarvan ook nog niet eens duidelijk is hoeveel dat dan precies is. Dus daarvan vinden wij het nodig dat dat nader onderbouwt wordt. De voorzitter: Hartelijk dank. En daarvoor dit amendement. Ik zie mevrouw Koene.

U heeft een vraag over het amendement? Mevrouw Koene: Nou ja, ik heb een vraag aan mevrouw Van der Ham over het amendement. Omdat de vragen die zij stelt technische vragen zijn en ik niet inzie waarom dat in een amendement zou moeten staan. Ik zie haar al nee schudden, maar ik schud dus ja zeg maar.

36

Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, ik ben dat niet eens met mevrouw Koene om de volgende reden. Dat is dat er wordt gevraagd om aanpassing van de begroting op deze punten. En in de zienswijze wordt nu met een amendement gevraagd om dat aan te passen in de begroting. En als dat niet wordt aangepast in de begroting, dan worden wij geacht niet te hebben ingestemd met de begroting. Mevrouw Koene: Dat zou kunnen natuurlijk, voorzitter. De voorzitter: Dank. En u krijgt uiteraard nog straks een woordvoering om nog uw beschouwing over dit amendement te geven. Dank aan mevrouw Van der Ham voor het indienen. Daarmee is het amendement in ieder geval onderdeel van de beraadslagingen. Ik ga gewoon de fracties af en ik wil u verzoeken, ondanks dat er officieel vijf minuten spreektijd per fractie voor staat, omdat het niet eerder is besproken in de commissie om het toch proberen zo compact mogelijk te doen. Ik ga naar de fractie Beter voor Dordt. Mevrouw Nijhof, vermoed ik. Mevrouw Nijhof: Klopt. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Beter voor Dordt dient mede dit amendement in, omdat we vinden dat er na al die jaren genoeg is met de groei van het budget en zijn takenpakket. De SO zou een kleine organisatie blijven en jaar na jaar zijn ze zelfs groter. Terwijl hun rol kleiner dient te worden.

En nu er opnieuw weer wordt gesteld, zoals al die jaren ervoor ook gebeurde, de SO is een soort rupsje nooit genoeg. Kijken binnen de eigen organisatie naar overhead, controlekosten, et cetera, het gebeurt maar niet. We hebben dit heel vaak aangekaart en vinden nu echt: genoeg is genoeg. Ook weer is daar die niet realistische begroting. Inmiddels geven we bij elkaar in de GR al 122 miljoen euro uit en ieder jaar wordt er gebedeld bij ons en het Rijk om geld. Wie maakt hier nou eigenlijk de jeugd veel duurder? De jeugdigen met haar zorgvraag, of het bestuur dat alleen maar bezig lijkt te zijn om zijn eigen gecreëerde systeem in stand te houden en gewoon groter te maken. En een SO die inkoopt, maar vervolgens de uitvoerders niet of nauwelijks aan zijn contractvoorwaarden houdt, zich niet geroepen voelt om ook daadwerkelijk te controleren op de daadwerkelijke uitvoering, maar zegt dat anderen ervoor verantwoordelijk zijn. En een SO die het ook niet lukt, zo zegt de begroting in deze, om de uitgaven van bijvoorbeeld de PGB’s goed te controleren. Want daar is weer een achterstand in. We hebben ons mandaat afgegeven aan onze portefeuillehouder om op een zorgvuldige manier het beleid te maken met de juiste inachtneming van het budget. Dat hebben we steeds weer meegegeven dat er geen verstrengeling van belangen mag zijn. Financieel niet en ook inhoudelijk niet.

Ook dat zien we op dit moment weer gebeuren. Inmiddels blijkt de ad interim bestuurder van de SO immers en secretaris van de dienst gezondheid en jeugd te zijn, en clustermanagement bij Veilig Thuis. Hoe kan dit, vragen wij ons opnieuw af. Hoe verhoudt zich dit tot de roep die we steeds weer deden om duidelijkheid over de overhead en over de uitvoerings- en controlekosten binnen dit domein. Dus ook binnen de eigen organisatie. Hoe verhoudt zich dit tot de controle op de normering topinkomens bijvoorbeeld, waar het bestuur zelf voor zorgaanbieders prioriteit aan wil geven in zijn eigen toekomstplannen. Wij vinden

37

ook de afbouw naar lokale sturing om tegenspraak met dit soort ontwikkelingen. De rol van de SO dient kleiner te zijn en te worden, daarvoor heb je ook minder management nodig. Vooralsnog lopen wij nog steeds achter de feiten aan na al die jaren. Wat voor zienswijze we ook maken als raad. Ook met het oog op corona en wat dit gaat betekenen voor de zorgvraag, waarover in deze begroting weer niets terugkomt, hoe realistisch is dat eigenlijk? Binnenkort komen wij hier vast nog over te spreken. Voor dit moment zien wij de ontwikkeling met lede ogen aan en kunnen alleen maar kritisch zijn. Portefeuillehouder, wij roepen u hierbij op om duidelijker stelling te nemen in deze en onze zienswijze serieus te nemen. En niet alleen maar toe te kijken, maar ook echt te doen en door te pakken. Tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank, mevrouw Nijhof. Dan ga ik naar de VVD-fractie. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Ik neem het woord, voorzitter, dank u wel. Ja, ik hoor vanuit het amendement van mevrouw Van der Ham en ook vanuit Beter voor Dordt van mevrouw Nijhof allemaal punten die zeker van belang zijn. Maar dan al die grote woorden leiden ertoe dan dat we misschien niet instemmen met de begroting.

En dan zeg ik: ja, en dan? Ik bedoel van: wat bereiken we daar uiteindelijk mee? Ik kan best wel inzien dat met betrekking tot de technische punten er inderdaad terechte vragen zijn vanuit het amendement. Maar ik zeg wel: ik vraag me af wat het praktisch nut is van het wel of niet steunen van dit amendement. En of we nu wel of niet de begroting wel accepteren. En ik wacht eventjes een antwoord van de wethouder af, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Mevrouw Van der Ham, u heeft natuurlijk het amendement ingediend en daar al wat over gezegd. Maar wellicht wil u toch nog wat extra’s zeggen. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, dank u wel. Dat komt ook omdat we het niet hebben besproken hiervoor. Dus dit is de eerste keer. En ik herken wel wat meneer Van der Net zegt: wat heeft het voor zin? En juist dat gevoel van wat heeft het nog voor zin om überhaupt iets te zeggen, dat is nou precies waarom we het amendement hebben gemaakt. En vandaag bespreken we dus de aanpassing van de begroting van de SOJ voor dit jaar. We worstelen ons een enorme berg stukken door en we zijn op zicht naar overzichten, knoppen waaraan we kunnen of zouden willen draaien. Maar we zijn een lekenbestuur en we zitten hier niet omdat we heel veel verstand hebben van jeugdhulp.

Wat me echter keer op keer opvalt is hoe slecht we in positie zijn, hoe slecht we in positie gebracht worden en hoe weinig we gefaciliteerd worden om in dit domein de stappen te kunnen zetten die nodig zijn voor onze stad. En dan nu naar de inhoud. De aanpassing van de begroting frustreert ons uitermate. De zienswijze die we vorig jaar als Dordrecht hebben ingebracht is volledig waarheid geworden. Wederom wordt de begroting aan alle kanten overschreden. We hebben het AB niet voor niets verzocht om een realistische begroting en gewezen op het feit dat realistisch begroten voor ons in ieder geval op een aantal punten een ophoging van de begroting inhield. Waarom hoogt men dan maar met de helft op, om ons vervolgens een paar maanden later te rapporteren dat eigenlijk de hele ophoging nodig is. In de reactie op de destijds ingediende zienswijze geeft de SOJ aan dat er sprake is van tegenstrijdige doelen.

38

Namelijk realistisch begroten en de drang naar bezuiniging zouden tegenstrijdig zijn aan elkaar. Maar dat het een uit het ander voortvloeit lijkt hun te ontgaan. Het beeld wat de SOJ niet in controle is wordt hierdoor alleen maar versterkt. Want wij begrijpen wel dat betrokken gemeente, dat wanneer je blijft overschrijden en toenames van 15% rapporteert, bang zijn dat de bodem van hun zakken snel bereikt wordt. In tegenstelling tot de uitspraak van mijn partijgenoot Hoekstra en de landelijke coronasteun zijn de zakken van gemeente Dordrecht op een gegeven moment wel een keer leeg. Over de volgende begrotingsophogingen willen wij graag wel wat kwijt. Die twee ton aan incidentele ophoging ten behoeve van ondersteuning bij het inkooptraject. Die SOJ is een inkooporganisatie, maar kan blijkbaar niet zelfstandig een inkooptraject organiseren. Stuitend. De post ten aanzien van een niet verder te realiseren kostenreductie, vanwege de uittreding van Leerdam en Cedric. Is dit een kwestie van: we weten niet waar het heen gaat? Want er staat dat deze post kan oplopen tot 232 duizend euro per jaar, structureel dus. In dat geval is het zoeken naar een oplossing urgent.

De controle van het PGB en de verwachte reductie als gevolg van controles, hebben wij dan totaal geen controles uitgevoerd over het inzetten van PGB’s? En zo nee, waarom dan niet en waarom dan nu wel? Het door het college voorgestelde concept voor de zienswijze kan vooralsnog niet op onze steun rekenen. Wat ons betreft is het niet voldoende om enkel te benoemen dat we een realistische begroting willen zien, want die taal mag inmiddels echt wel steviger. De voorzitter: Bij interruptie, meneer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Ja, ik hoor een heleboel punten waar ik het eigenlijk best mee eens ben. Maar dan is de volgende vraag van: wat is nou het effect van dit amendement? Dat is eventjes de vraag, voorzitter, aan mevrouw Van der Ham. Want wij steunen dan niet de begrotingswijziging, en dan? Mevrouw Van der Ham: Op dit moment wordt ons gevraagd als Dordrecht wat wij vinden van die begrotingswijziging. Ik ben het daar niet mee eens. En dit is de enige manier waarop ik kan laten zien, als CDA Dordrecht: ik ben het niet eens met deze wijziging van de begroting. Als ik omdat tot op heden het SOJ het beleid niet aanpast en er nog steeds geen realistische begrotingen komen, dan maar stop met zeggen dat ik het er niet mee eens ben, dan gaat het sowieso niet veranderen. Dus ik ben het met u eens dat het soms misschien zinloos voelt.

Maar als we stoppen met zeggen dat we dit echt niet meer willen, dan zijn we denk ik ook niet bezig. Dus ik denk dat we juist moeten aangeven dat het klaar moet zijn met dat niet realistisch begroten, dat wij verandering willen en dat wij aan het stuur willen staan. De heer Van der Net: Voorzitter. Ik begrijp de frustratie, die deel ik ook. Maar vanuit mijn praktische insteek denk ik: ja, hoe krijgen we nu echt ook grip hierop? En ja, dit kan een boodschap zijn, dat ben ik helemaal met u eens. Dat wij aangeven van hoe wij hier inzitten. Maar ja, ik denk dat ik toch nog steeds op zoek ben van: hoe kunnen we nu meer grip hierop krijgen? En ik hoop omdat die solidariteitseis nu komt te vervallen, dat we op dat punt in ieder geval via de wethouder veel meer grip krijgen. Dat was hem, voorzitter.

39

De voorzitter: Ja, dank, mevrouw Van der Ham. Gaat u verder. Mevrouw Van der Ham: Dit sluit precies aan bij mijn volgende punt. Wij horen heel graag van het college hoe we nou beter in positie kunnen worden gebracht, wat het beeld is van het college bij realistisch begroten en hoe zij denken dat er een einde kan worden gebracht aan al die ophogingen die worden gebracht als incidenten. Maar ondertussen het patroon van begroten van de SOJ kenmerken. Tenslotte, we hebben op basis van de bevindingen van de taskforce jeugd de financiële solidariteit losgelaten. Maar er is meer nodig, wat gebeurt er met de knoppennotitie? Wanneer en hoe gaan we op inhoud en financieel de Dordtse jeugdhulp managen? En vraagt dit proces niet een aanpak van het type crisismanagement? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar D66. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Tiebosch. Ik zie dat de camera van meneer Bosuguy ook aan staat met een donker beeld. Die mag uitgezet worden. Dus het woord is aan meneer Tiebosch. Gaat uw gang. De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wat moet je nog vertellen na zo’n mooi betoog van mevrouw Van der Ham. Daar sluit D66 zich helemaal bij aan. Wij steunen ook dit amendement en we doen een oproep aan het college om de zienswijzeprocedure, om die toch al eerder op te trekken met de commissie met de raad.

We hebben daar in het nog niet zo, in 2020 hebben we een paar keer zitten stoeien met hoe het anders zou kunnen. Daar hebben we afgelopen jaar een paar voorbeelden van gezien, dat de betreffende ambtenaar al sneller met een aantal commissieleden vanuit de commissie sociaal hier een verbetertraject op zou kunnen zetten, zodat het ook sneller gaat denken wij voordat uiteindelijk die zienswijze weer bij de commissie is en dat je deze hele amendementprocedure zou kunnen voorkomen. Dus dat is een beroep op het college om daarin ook mee te denken. En verder heb ik niets toe te voegen aan mevrouw Van der Ham. D66 stemt mee in. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar GroenLinks. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Burakçin, gaat uw gang. We zien alleen uw voorhoofd in beeld. Dus als u uw camera iets wil verlagen. Ja, perfect, gaat uw gang. De heer Burakçin: Ja, voorzitter. Wij kunnen in ieder geval ons aansluiten bij de woordvoering van de CDA. Dat was glashelder. En voorzitter, deze begrotingswijziging komt natuurlijk niet als een verrassing. Hier hebben wij ons als commissie eerder over uitgelaten door in te stemmen met de zienswijze van de werkgroep jeugd. Waarin helder werd verwoord dat het niet realiseren van de ingeboekte bezuiniging niet verrassend was, omdat inhoudelijke onderbouwing om binnen het niveau van de Rijksbijdrage te kunnen blijven gemist werd.

Voorzitter, wij benadrukken het belang om realistisch te blijven in de gestelde doelen. Tegelijkertijd willen we benadrukken dat geen enkel kind slachtoffer dient te worden van een tekortschietend budget. Ieder kind moet de zorg en ondersteuning blijven krijgen die hij of zij nodig heeft. Voorzitter, het mag duidelijk zijn. Door de gevolgen van de coronacrisis komen steeds meer jongeren in de knel. Hetgeen de komende tijd zal betekenen dat zij meer aanspraak zullen maken op jeugdhulp. Nu al hebben we te maken met een enorme druk op de jeugd GGZ. Dat wil dus zeggen over

40

een van de duurste vormen van jeugdhulp. Recentelijk heeft de woordvoerder van GGZ Nederland nog aangegeven een forse toename te zien in het aantal crisisaanmeldingen en opnames, waardoor sommige praktijken het zelfs niet meer aankonden. Kortom, voorzitter, dat belooft niet veel goeds voor wellicht de komende jaren. Ja, voorzitter, afrondend. Om te voorkomen dat we dus binnenkort weer met elkaar dat vervelende gesprek over de opkomende kosten te moeten voeren, is het dus van cruciaal belang om realistisch te blijven in de gestelde financiële doelen. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar mijnheer Boersma namens ChristenUnie/SGP. Gaat uw gang. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: U heeft wat tegenlicht. De heer Boersma: Even de zonwering. Voorzitter, dank u wel. Ik begrijp de vragen die mevrouw Van der Ham heeft over de grip die we willen krijgen op de SOJ. Ik begrijp ook de opmerking van meneer Van der Net over: als we dit nou doen, wat heeft het dan voor zin? Ja, ik constateer op dit moment dat onze enige formele rol als raad die we nu hebben ten opzichte van deze begrotingswijziging, en überhaupt de begroting van de SOJ, de zienswijze is. Dus dit is dan ook het moment om daar even met elkaar over te praten en die zienswijze ook op een goede manier vast te stellen.

Voorzitter, wij kunnen ook instemmen met het amendement wat nu is ingediend. Het scherpt de huidige tekst nog verder aan en vraagt terecht om een nadere onderbouwing van de al eerder twee genoemde punten. En we gaan er ook van uit dat het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regelingen goede kennis zal nemen van de zienswijze van onze raad. En dit ook nadrukkelijk bij haar besluitvorming zal betrekken. En dan is het altijd even afwachten wat daaruit komt. Maar zoals ik al zei: dit is op dit moment even onze enige formele mogelijkheid om daar grip op uit te oefenen. En waar ik nog wel op wil wijzen, er komt een wetswijziging aan op de gemeenschappelijke regelingen, waarvoor zover ik heb kunnen zien mogelijk een iets stevigere positie van de raad in komt. Ook ten aanzien van de zienswijze en consultatie. Dus laten we hopen dat we in de toekomst ook wat meer grip gaan krijgen op de gemeenschappelijke regelingen. Maar voorlopig even via dit amendement, waar onze fractie mee in kan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan ga ik door naar de PVV-fractie, mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Rutten: Mevrouw Rutten-Alberts. De voorzitter: O, mijnheer Van Leeuwen zette zijn camera aan, dus vandaar dat ik hem het woord gaf. Maar mevrouw Rutten mag ook, gaat uw gang. Mevrouw Rutten: Ja, wij dienen mede dit amendement in.

En wij kunnen ons dus volledig aansluiten bij de woordvoering van Beter voor Dordt en CDA. En verder wachten wij de woorden van de wethouder af.

41

De voorzitter: Heel goed, dank u zeer. Dan gaan we naar de SP-fractie. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter. Om te beginnen sluit ik me aan bij de woorden van mevrouw Van der Ham en van mevrouw Nijhof, van de VVD en het CDA. Wat je wel ziet is dat het lukt jaar op jaar op jaar niet om enige grip te krijgen op deze gemeenschappelijke regeling. En de vraag die op zou moeten werpen is wat ons betreft ook van: wanneer is er een keer genoeg decentralisatie, die doorgevoerd werden. Als achtergrond idee van: gemeenten kunnen het beter regelen. Dan kan je de nodige vraagtekens daarbij zetten, maar op dit moment kunnen we eigenlijk helemaal niks regelen, want we zijn overgeleverd aan een organisatie waar we niets over te zeggen hebben. In feite niks over te zeggen hebben, en die ook onbeheersbaar blijkt. Dus de vraag is van: moet je niet een keer na gaan denken om eruit te stappen en het toch als gemeente, of desnoods met de gemeenten in de Drechtsteden, in het kader van de sociale dienst zelf het te gaan regelen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank aan meneer Portier. Dan gaan we naar de VSP, mijnheer Wisker. De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ook namens de VSP-bewondering voor de wijze waarop mevrouw Van der Ham dit heeft aangekaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7537