2.1 Concept Notulen Gemeenteraad Gemeente Dordrecht 22 juni 2021.pdf
Tekst van het document
Dus als daar over een paar jaar voortschrijdend inzicht komt in de zin van hé het Rijk financiert heel veel mee op het thema woningbouwontwikkeling, bij wijze van spreken en daarmee betekent het dat je voor die opgave minder geld nodig hebt, dan kunt u gewoon zelf zeggen nou die reserve daar gaan we nu minder geld voor reserveren, want die opgave kunnen we ook voor dit bedrag realiseren, maar die andere opgave binnen dit thema van zeven, die heeft nu die extra zet nodig, dan kunt u daar altijd toe besluiten. Maar nogmaals, ik begin bij mijn eerste punt, het is essentieel dat je met breed draagvlak zegt dit is onze visie voor die Agenda 2030, dit zijn daar de speerpunten van en daar zetten we commitment op voor die investering, want alleen op die manier krijgt u andere partijen mee en kan je ook geen zwabberbeleid gaan voeren maar ook echt fundamenteel een koers varen waar je ook echt successen mee gaat halen, dus dat kan ik niet vaak genoeg onderstrepen en benadrukken. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel.
Ja, ik wilde toch nog even op twee punten inhaken, want ik begrijp wat u zegt dat derden die mee willen investeren die willen graag iets zien, een bepaalde financiering die wij dan geven waarop zij kunnen aansluiten, maar daar hebben we met z’n allen ook wel vaker om gevraagd en ik heb u al gezegd er is één programma wat een degelijke businesscase heeft, maar de rest … Daar krijg je toch het gevoel het is gewoon een soort uit de lucht gegrepen bedrag wat er dan gereserveerd wordt en ik wil met alle liefde bedragen reserveren, maar dan wel dat ik weet waarvoor het is. Dat is één. En het tweede is van tijdens de technische sessie werd er continu ook gezegd op moment dat er geld over is van een bepaald programma gaat dat terug naar de algemene middelen. Heb ik dat nu goed gehoord? Of is er toch ook een mogelijkheid dat we zeggen we hebben nu een bepaald fonds waar dat dan uitgehaald wordt, dat dat teruggestort wordt in datzelfde fonds, zodat dat dan inderdaad bij andere programma’s geïnvesteerd kan worden.
61
De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik zal het kort houden in die zin, omdat we anders de volgende maand niet meer met elkaar hoeven te discussiëren. Het is nadrukkelijk geld wat u doet voor Agenda 2030, voor die lange termijn horizon. Dus ook als je daarin uiteindelijk geld overhoudt, dan blijf je dat op de ambitie inzitten totdat je zegt op een gegeven moment van we zijn 10 jaar verder en de tijd verandert ook en dit wordt onze nieuwe lange termijn horizon. En als laatste zou ik u echt willen oproepen durf ook iets vast te leggen zonder dat je hem helemaal 100% hebt dichtgerekend, want als we iets geleerd hebben deze periode, vind ik wat goed is gegaan, is dat we aan het begin ook hebben gedurfd bijvoorbeeld op de bouwenontwikkeling 10 miljoen te reserveren, wat echt enorm veel opgang heeft gebracht in deze periode en echt cruciaal was om uiteindelijk die bouwopgave richting die 4000 ook te halen. Dat was niet gelukt als u aan de voorkant had gezegd we reserveren daar 10 miljoen voor, zonder dat we precies weten waar we het aan uitgeven en met diezelfde mind set zou ik u willen oproepen om ook die durf ten toon te spreiden zo meteen met de reservering van de Agenda 2030middelen. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Dank. Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Ja, toch is het de voorbereiding van de discussie, want we zullen denk ik toch nog wel heel veel met elkaar erover moeten spreken, dat gaan we nu echt niet halen. U zegt door durf iets vast te leggen. Dat durven we allemaal wel, maar we willen toch ook wel een richting hebben. Hoeft niet voor 100% dichtgerekend te zijn, want zelfs dat ene programma waar ik net op wees, waar een goede businesscase of een redelijke businesscase onder ligt, is ook niet voor 100% dichtgetimmerd, maar bij heel veel andere programma’s is helemaal niks uitgelegd, dus in die zin zeg ik van nou kom dan toch, als we het erover gaan hebben, met een ietwat meer richting geven waar de bedragen aan gereserveerd worden. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, daar moeten we het volgende maand goed met elkaar over hebben, want mijn beeld, het beeld wat mevrouw Kruger schetst, dat herken ik echt niet in de wijze waarop we de reserveringen aan u hebben voorgesteld, waarbij ik wel erkennen dat de ene een verder uitgewerkte businesscase heeft dan het andere, maar ik zie geen enkel van die zeven reserveringen waar totaal geen richting inzicht of duiding in welke kant dat opgaat en bij bijna alle is gewoon een kosten-batenanalyse al toegevoegd.
Dus ja, we hebben daar een ander beeld, of tenminste dat beeld wat mevrouw Kruger schetst herken ik niet, en laten we daar dan nog eens even goed met elkaar ook in de commissie over spreken en te kijken waar dat dan zit en of ik dat dan nog nader, of wij dan nog nader kunnen toelichten om dat beeld meer in lijn te brengen met het beeld dat wij in ieder geval hebben bij de wijze waarop we nu die reservering aan u hebben voorgesteld. De voorzitter: Dank. Ik zie verder geen vragen voor u in uw richting, wethouder. Dan wil ik u danken en vragen of wethouder Sleeking uw plaats kan innemen. En daar is wethouder Sleeking al, welkom. Hier staat een prachtige fruitmand voor u, die heeft u
62
zojuist van D66 ontvangen. Dus wellicht dat u daar ook nog een paar woordjes aan kan wijden. De heer Sleeking: Voorzitter. Dat zal ik zeker doen. En dank, niet alleen voor de waardering die D66 heeft uitgesproken voor onze medewerkers en overigens voor iedereen, denk ik, die zich heel hard heeft ingezet om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. Wij spreken die waardering vanuit het college, vanuit de ambtelijke organisatie, vanzelfsprekend ook regelmatig uit naar onze medewerkers en proberen ze ook af en toe met iets te verwennen om de waardering te laten blijken. Maar ik heb al net met de gemeentesecretaris afgesproken dat wij een goede bestemming zoeken voor deze fruitmand, dat we even kijken wie daar op dit moment het meest voor in aanmerking komt en dat ie anders misschien aan de afdeling beschikbaar komt, maar u kunt ervan verzekerd zijn dat ie op de goede plaats terechtkomt. Dus hartelijk dank voor de manier waarop u daar aandacht voor heeft gegeven. Voorzitter, een onderdeel van mijn portefeuille, de Binnenstad, met name de heer Merx heeft dat in de commissie ook besproken en daar is al toegezegd dat wij in september met de nieuwe Visie Binnenstad komen.
We hebben daar nog deze week een uitgebreide bijeenkomst over gehad met ontwikkelaars, met investeerders, met vastgoedeigenaren, waar en die binnen de organisatie met de POPB vanzelfsprekend daar een stevige rol inneemt, waar werkgroepen mee bezig zijn en ik heb er alle vertrouwen in dat er straks ook een mooie visie ligt waar u ook uw mening weer over kunt geven. Komt er dus aan. Ik denk ook dat er aanspraak moet zijn van wat korte maatregelen, maatregelen op korte termijn, om hier en daar de nood te ledigen, maar dat we ook zeker onze ogen niet moeten sluiten voor maatregelen op langere termijn, omdat wij almaar moeten blijven werken aan een vitale binnenstad waarin zeker in deze tijd echt de nodige aandacht naar moet uitgaan. Voorzitter, er is vanuit verschillende fracties aandacht gevraagd voor de viering van de eerste vrije Statenvergadering. Voor Dordrecht denk ik een gebeurtenis met een grote impact, historisch bezien. Wij hebben daar intussen dat voorbereidingskrediet van vorig jaar van de raad beschikbaar gekregen, daar wordt natuurlijk mee gewerkt en deze keer wordt er nog een budget van 4 ton gevraagd om dat verder uit te gaan werken en uit te gaan voeren. Dat zal een wat breder programma zijn, dat is intussen in grote lijnen wel beschikbaar.
Dus ik zal er ook voor zorgen dat het ook bij de Raad terechtkomt, dan kunt u ook kennisnemen in ieder geval voor de begroting waar aan welke activiteit u moet denken, waarbij altijd het uitgangspunt is dat het geld niet op hoeft, maar als er geen budget beschikbaar is, dan kun je natuurlijk ook heel weinig doen. Vanaf de fractie van de ChristenUnie/SGP werd ook nog gevraagd om alle kennis en ervaring die is opgedaan bij alle mijlpalenprogramma’s en belangrijke gebeurtenissen die we met elkaar hebben gevierd en die Dordt natuurlijk op een hele positieve manier op de kaart hebben gezet, omdat ergens te borgen. Die netwerken worden natuurlijk elke keer weer opnieuw ingezet en gebruikt en die zijn de afgelopen jaren behoorlijk versterkt, soms is dat wel persoonsgebonden en moet je er inderdaad voor zorgen dat die kennis, kunde en ervaring ook ergens in de organisatie wordt vastgelegd en daar is zeker oog en oor voor en daar maken we ook weer bij elke nieuwe mijlpaal, voor elke nieuwe belangrijke gebeurtenis, maximaal gebruik van. Voor een deel zit dat natuurlijk ook bij de culturele organisaties. Bij het evenementenbureau met mensen die daarmee belast zijn en wat dat betreft heeft Dordrecht denk ik een enorme staat van dienst
63
opgebouwd waar de stad in de toekomst nog echt zijn voordeel mee kan doen. De ChristenUnie/SGP heeft ook gevraagd ook ter herdenking van de coronacrisis, nu die bijna is afgerond, om daar nog, ik weet niet of de burgemeester daar iets over wilde zeggen, daar wordt in ieder geval gewerkt aan een monumentje dat straks geplaatst zal gaan worden en waarvoor vanzelfsprekend ook de raad zal worden uitgenodigd als dat geplaatst gaat worden. Dat geldt, ja, we proberen dat natuurlijk ook altijd bij de andere evenementen die we hebben gehad. Ik heb me laten weten dat ook naar aanleiding van de synodeviering, werd ook gevraagd van ja kan daar niet iets meer voor komen? Iets van een plaquette wordt nog naar gekeken. De Straatnamencommissie heeft onlangs besloten dat de Kerkstraat waar geen adressen aan liggen, moet overigens nog door het college bevestigd worden, dat er een voorstel ligt om dat om te dopen tot de Synodestraat met een mooi onderbord ter herinnering aan de Synode van Dordrecht. Ja, voorzitter, er is heel veel gesproken over woningbouw. Voor een deel is dat ook denk ik een onderwerp wat al heel vaak in commissies behandeld is. Voor een deel ook herhaling van zetten. Ik wil toch nog een keer proberen om dat beeld uit de wereld te helpen dat wij bouwen voor mensen van buiten Dordt.
Ik heb wel keer op keer gezegd, onlangs bij de oplevering van het Wantijhof naast de bioscoop heb ik daar nog eens expliciet naar gevraagd. 70 tot 80% van de woningen die daar zijn gebouwd, zijn opgeleverd, worden verworven door mensen uit Dordt. Dat zijn dus allemaal mensen die elders weer een woning achterlaten en dat leidt inderdaad tot de verhuisbewegingen die volgens mij de heer Merx vanmiddag ook nog een keer heeft benadrukt, dus die komen echt aan bod. Wij moeten er juist nog een schepje bovenop gooien als we onze groeiambitie willen waarmaken met een gerichter marketingprogramma om te laten zien wat Dordrecht allemaal te bieden heeft. De gemiddelde woning in Dordrecht is altijd nog wel goedkoper, je krijgt nog meer meters voor je geld dan elders in de Randstad, dus dat maakt Dordrecht denk ik ook extra aantrekkelijk als het gaat om je hier te vestigen en dat zal alleen maar versterkt gaan worden door de groei van het onderwijs, de aandacht die wij hebben voor onder andere onze binnenstad, voor onze monumentale binnenstad en de natuur. Ja, voorzitter het CDA die verwees nog naar een kettingbeding.
Ja, ik weet dat dat in het verleden wel actueel was als het gaat om woningbouw en het voorkomen dat daarmee wordt gespeculeerd, maar de gemeente bouwt natuurlijk zelf geen woningen en dat was indertijd volgens mij dat corporaties die woningen bouwden of premie-A- of premie-B-woningen, het is al heel lang geleden, dus ik weet niet meer precies, maar daaraan was in de meeste gevallen wel een kettingbeding verbonden, dat je een aantal jaren daar tenminste moest blijven wonen voordat je het weer kon verkopen en dan was er ook nog het systeem van maatschappelijk gebonden eigendom en dat was een soortgelijke regeling, waarbij dus een deel van de winst dan weer terugvloeide. Volgens mij was dat naar de corporaties, maar nooit naar de gemeente. De voorzitter: Uw tijd zit er eigenlijk al een tijdje op, dus ik wou vragen tot een afronding … De heer Sleeking: Ja, voorzitter, dat ga ik doen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, mag ik één vraag daarover stellen?
64
De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Meneer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Hoe ik het zie hoeft nu niet in detail door te spreken, hoor. Dat kan wel in de commissie, omdat ik zie dat vele andere gemeenten wel met verordeningen komen die daar blijkbaar effect hebben. Dus het kan blijkbaar nog en ik heb me daar niet verder in verdiept, maar wellicht dat we met elkaar toch eens even kunnen gaan doen. De heer Sleeking: Het is het uitzoeken waard, voorzitter, dat wil ik graag toezeggen. Ja, voorzitter, tenslotte merk ik toch enige inconsistentie bij de fractie van de Partij van de Arbeid, die verwijten dat dit college met zo weinig ambitie aan het werk is gegaan. Ik kan me nog de keren herinneren dat de Partij van de Arbeid zich één op één heeft aangesloten bij de grote ambities die dit college en deze coalitie met elkaar hebben gevormd als het gaat om de woningbouwambitie, de werkgelegenheidsambitie en zo meteen alle ambities die vastliggen in de investeringsprogramma’s voor de komende periode. Ik heb ook geen enkel moment waargenomen dat de Partij van de Arbeid nog een schepje bovenop al die ambities voor het huidige college wilde doen en daarbij moesten ook heel veel problemen uit het verleden worden opgelost. Overigens ook nog iets rechtzetten.
Als het gaat om de formatie van dit college weet u allemaal denk ik nog dat de informateur door de raad gekozen is, de formateur door de raad gekozen is met instemming van de Partij van de Arbeid en dat die persoon ook iemand was van oorspronkelijk PvdA-huize, onze voormalige burgemeester Van de Velde. De voorzitter: Die zoals u weet van alle partijen is. De heer Sleeking: Die is van alle partijen. De voorzitter: De heer Van Verk, gaat u gang. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, de heer Sleeking nodigt mij natuurlijk uit om te reageren, dat begrijpt u. Laat ik helder en duidelijk zijn, de ambities hebben wij vanaf 2018 van harte ondersteund en als u goed geluisterd heeft dan ondersteunen wij die nog, maar er zit wel enige teleurstelling, want we zien dat vooral de woningbouw enorm achter blijft. We zouden 4000 woningen moeten hebben dit jaar, die hebben we niet gebouwd. Dat is misschien niet te verwijten, maar het is wel een constatering en dat stelt mij teleur. We zien wel prachtige plannen, tegelijkertijd zien we allerlei beperkingen die we onszelf opleggen. We mogen niet de hoogte in, we mogen niet daar bouwen, mogen niet zus bouwen, mogen niet zo bouwen en daarmee komt die hele ambitie ook sterk onder druk te staan.
U heeft prachtige plannen bij de Spoorzone, maar bouwen rondom de Weeskinderendijk wordt een probleem, dat weet u ook en het is nog maar de vraag of dat de komende jaren gerealiseerd kan worden. Onze intentie is om de ambitie niet alleen ambitie te laten blijven, maar ook uit te voeren tot in het detail, tot de 10.000 en daar wilde ik u toe aanzetten en klaarblijkelijk heb ik in ieder geval een snaar geraakt, want u zegt van ja u heeft die ambitie gesteund. Ja, klopt, doen we nog, zelfs ook in het programma wat u daarvoor heeft neergelegd omdat ik, net zoals u en de heer Merx, er heilig van overtuigd ben dat die doorstroming vanzelf op gang komt het moment dat die woningen gebouwd gaan worden en dat zien we ook, dat bevestigt u
65
ook. Dus in die zin steun voor die ambitie, maar die is er wel pas vanaf 2018 en voor wat betreft de formatie, u heeft gelijk, er zijn informateurs geweest, dat waren niet mensen van Beter voor Dordt, maar laten we wel wezen, de afgelopen colleges zijn natuurlijk wel duidelijk, zoals wij dat vroeger hadden met een meerderheidspositie voor Beter voor Dordt, gevormd. En dat was ook uw goed recht want u was en u bent de grootste partij, dus daar geen woord verkeerd over, maar de eerste jaren waren die vooral gekenmerkt en dat hebben we toen ook gezegd, in het beheer van de stad en dat was ook goed, want dat hadden wij, dat durf ik ook wel te zeggen, hadden wij wel enigszins verwaarloosd. Dus wat dat betreft was er ook wel sprake van achterstallig onderhoud. Wellicht zijn we het helemaal niet zo oneens met elkaar over wat er allemaal is gebeurd. De heer Sleeking: Nee, voorzitter, het is verrassend hoe vaak de Partij van de Arbeid dit collegebeleid ook steunt, dus alle waardering daarvoor, voor de constructieve houding. Politiek gesproken zijn we het niet altijd helemaal met elkaar eens, maar in ieder geval op die grote lijnen wel, maar ik wil dan nog wel dat de heer Van Verk zich bij de feiten houdt en dat niet verdraait. Wij zouden dit jaar geen 4000 woningen hebben gebouwd.
Die 4000 woningen zijn gepland voor de hele collegeperiode en dat dat nu iets langer uitloopt dat is ook niet anders. U weet heel goed dat wij in 2010 in een enorme crisis zaten in dit land, ook een woningbouwcrisis. Dat wij hele boel verlies hebben moeten nemen en dat de motor van de woningbouw maar weer heel langzaam op gang kwam. Dat het college zelf geen woningen bouwt, maar ook afhankelijk is van andere partijen die bereid zijn om daar de handen aan de ploeg te slaan. Factoren als de PFAS-waarden en alle andere ellende die externe factoren belemmerend zijn. Die maken dat wij daar inderdaad alle hens aan dek hebben gezet, alle instrumenten uit de kast hebben getrokken om die versnelling erin te krijgen, maar versnelling wel graag met zorgvuldigheid en dat willen we houden en als de Partij van de Arbeid voorzichtig blikt, voorzitter, naar volgend jaar, dan zie ik een perspectief waarin de lokale partijen in ieder geval ook dan weer ten minste 30% van de stemmen zullen halen en als u hier een daadkrachtig beleid wil met de PvdA en VVD smaldeel, dan denk ik als ik nu naar Den Haag kijk, dat dat in ieder geval, waren wij hier altijd klaar met zes weken formatie en ik denk dat ze in Den Haag nog tenminste na zes maanden straks nog geen stap verder zijn. Dus daar moet u ook uw hoop niet op vestigen, denk ik.
De voorzitter: Oké, volgens mij kunnen we tot een afronding komen, van ´…´. De heer Sleeking: Ik was klaar, voorzitter. De voorzitter: Dank. De heer Sleeking: Dat lijkt me een mooi moment. De voorzitter: Dat lijkt me inderdaad mooi. De heer Van Verk: Ik vind het een aardige analyse van de heer Sleeking. Voor wat betreft Den Haag, volgens mij ligt dat niet aan de PvdA en de GroenLinks, maar zijn het andere partijen …
66
De heer Sleeking: Nee, oké, maar mensen … De heer Van Verk: ‘…’ partijen die zwaar in de problemen. De heer Sleeking: Ze hebben nog maanden … De heer Van Verk: Ze vinden gewoon … De voorzitter: We hebben nog maanden tot aan die gemeenteraadsverkiezingen, laten we nog even wat opsparen voor na de zomer. De heer Portier heeft nog een vraag en dan sluiten we uw termijn af. De heer Portier: Ja, voorzitter, ik werd even nog getriggerd door de 70% van de woningen die u door mensen vanuit Dordt betrokken worden. Nu heeft het college een ambitie om het inwonertal van de stad met 20.000 uit te breiden en om 10.000 woningen te bouwen en met een aantal mensen per woning, dat net iets boven de twee ligt, kan er niet allebei tegelijkertijd gerealiseerd worden. Of er is zeker 70% doorstroming. Ja, dat betekent dus dat er 3000 woningen ter beschikking komen voor mensen van buiten, maar er gaan nooit 20.000 mensen in wonen. Hoe zit dat precies? De heer Sleeking: Ja, voorzitter, dat is een goede vraag. Die kun je natuurlijk eindeloos blijven analyseren. Ik denk dat een deel van een soort van kurk in de fles zat, waarbij mensen die nog thuis woonden op een gegeven moment de gelegenheid krijgen om naar een andere woning uit te zien. De crisis heeft daar natuurlijk ook een handje in geholpen. Wat we waarnemen de afgelopen periode is inderdaad meer verdunning.
We zien ook dat er een aantal mensen die anders wel gevestigd waren, expres, arbeidsmigranten, voor een deel terug naar huis gegaan zijn, dat heeft ook geleid tot een daling van het inwoneraantal. Maar als je die ambitie met elkaar wil vasthouden, om als stad wat te groeien en ik heb altijd gezegd dat aantal van 140.000, maar ook dat aantal van tien-, elfduizend, ja, dan moet je niet per se als doel op zichzelf nemen. Het gaat om het versterken van de sociaaleconomische structuur van de stad, het versterken van het draagvermogen van de stad en als je daar kwaliteit aan kunt toevoegen is dat geweldig, maar wij moeten er echt nog een schepje bovenop gooien als wij nog meer mensen van buiten willen verleiden om zich in Dordrecht te huisvesten en nogmaals, het feit dat wij straks zelf een steviger hbo krijgen, met veel meer opleidingen, zal er naar mijn inschatting ook toe leiden dat meer mensen zich in de toekomst in Dordrecht zullen vestigen en hier ook blijven wonen, want dat is natuurlijk vaak een effect als je dat onderwijs niet in eigen huis hebt, mensen verdwijnen tijdelijk en komen dan niet meer terug. De voorzitter: Oké, dank u zeer. Dan gaan we naar de volgende wethouder en dat is wethouder Van der Linden.
En misschien goed om even te melden, we hebben bericht gekregen dat wethouder Heijkoop zich vandaag niet meer bij ons voegt vanwege persoonlijke omstandigheden, zal ik maar even zeggen. Dus volgens mij zal wethouder Van der Linden ook voor alle vragen en opmerkingen die zijn portefeuille raken het woord voeren, in elk geval voor wat betreft de Kadernota.
67
De heer Van der Linden: Dan heb ik toch ook 10 minuten spreektijd, of niet? De voorzitter: Nou, 5 met een plusje. De heer Van der Linden: 5 met een plusje. Ik wil best mijn zienswijze geven op het formatieproces, hoor, dat … De voorzitter: Nee, doe dat maar niet. Succes. De heer Van der Linden: Dank ook om hier weer te zijn in uw midden. Ja, er zijn eigenlijk niet zo heel veel concrete vragen gesteld. Een aantal van u gaf wel aan van graag enige reflectie op de inbreng. Ik neem inderdaad waar het concreet wordt ook de punten uit de portefeuille van collega Heijkoop mij. Ik begin even bij mevrouw De Jager, die het had over de afvalstoffenheffing. Nou, inderdaad, de verhoging die u heeft gezien en het onderscheid in eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens groeit voort uit de hele behandeling van het grondstoffenplan, wat vorig jaar een hele grote discussie is geweest met een resultaat dat onder andere beoogt om op termijn dit daar in te voeren en dit is een eerste stap. U weet ook dat we gaan evalueren en gaan kijken hoe dat in de praktijk gaat lopen. De uitvoering van het grondstoffenplan, daar rapporteren we ook periodiek over en daar komen we natuurlijk terug. Net zoals we terugkomen en daar raken de portefeuilles van collega Stam en mijzelf elkaar, de inzameling zit in mijn portefeuille en Dordt Schoon zit bij collega Stam.
Natuurlijk gaan we heel goed in de gaten houden en we zien ook wel dat het vaak heel goed gaat, maar soms ook niet, of het effect van het grondstoffenplan, de uitvoering ervan, ook is dat de boel schoon blijft of juist hier en daar tot extra bijplaatsen leidt. Daar komen we op terug en een aantal van u gaf aan graag in het najaar de concrete voorstellen, daar gaan we op terugkomen. Ik zie mevrouw Jager bij de knop zitten. De voorzitter: Ik zie het ook. Mevrouw Jager, gaat uw gang. Mevrouw Jager: Ja, ik wil alleen maar zeggen van u begrijpt toch wel dat ik deze verdediging een beetje erg mager vind. De heer Van der Linden: Ja, zeker. Dat begrijp ik, ja. Mevrouw Jager: Kunt u even in het achterhoofd meenemen dan komt het misschien nog wel goed. De heer Van der Linden: Ik begrijp het, maar we hebben ook de discussie en de besluitvorming gevolgd waarin iedereen een paar punten mee heeft kunnen nemen en ik denk al met al een afgewogen besluit is genomen, maar ik hoor wat u zegt. Dan even over sociaal. Daar zijn eigenlijk een heleboel dingen gezegd in relatie tot corona. We zijn ook blij dat we een aantal maanden iets rond corona hebben kunnen doen. We zien nu wel dat, natuurlijk de druk in het sociaal domein is natuurlijk sowieso op allerlei manieren groot, maar dat we nu ook wel zien dat mensen weer naar buiten kunnen en dan komen er ook weer vragen los.
De heer Polat vroeg ja wat doen we nu eigenlijk aan armoedebestrijding. Nou, collega Heijkoop heeft u aan het begin van deze periode een
68
heel programma voor armoedebestrijding geleverd en daar ook periodiek op gerapporteerd. Dat is één dezer weken ook weer het geval, dus ik denk dat het goed is om in de commissiebehandeling die voortgangsrapportage daarbij te betrekken. Dat gaat over schulden, dat gaat over er vroeg bij zijn, enzovoort, dus daar komen we op terug. Dan even de chemische stoffen en ik zeg even, het vervoer gevaarlijke stoffen. Ik zeg even het is natuurlijk geen dossier van even, want dit is een groot structureel vraagstuk wat we serieus beetpakken. Dat doen we samen met Brabant, provincie Brabant, waar ook een aantal steden zijn die met dezelfde thematiek geconfronteerd worden. We hebben ook de goede relatie gezocht met op West-Brabant, waar eigenlijk dezelfde lijn wordt gevolgd en u bent begin dit jaar geïnformeerd over een onderzoek dat we laten uitvoeren samen met provincie, met medewerking van alle relevante partijen, om te kijken naar wat is er nu eigenlijk mogelijk? Onze wens is duidelijk, wij willen het vervoer gevaarlijke stoffen de stad uit hebben. We snappen ook dat dat een enorm groot soort besluitvorming vergt, met heel veel consequenties, maar we willen ook eerst in beeld brengen wat is er nu eigenlijk concreet mogelijk. Nou, eind van dit jaar zal dat onderzoek afgerond zijn en dan kunnen we daar het vervolggesprek over voeren. Dan heb ik bijna alles … De heer Merx: Voorzitter.
De voorzitter: De heer Merx. De heer Van der Linden: Ja, sorry, dat had ik wel. De heer Merx: Ja, wethouder, een groot probleem, we hebben het er al jaren over. Er wordt heel veel gesproken, gekeken wat mogelijk is, maar heeft u het idee dat met alle gesprekspartners waar u mee aan tafel zit, alle ogen dezelfde kant opstaan, of alle neuzen dezelfde kant op staan? Dat we allemaal wel hetzelfde doel hebben, of houden we elkaar een beetje aan de praat al jaren? De heer Van der Linden: Dit is niet een of-ofvraag, staan de neuzen dezelfde kant op of houden we elkaar aan de praat. Het is allebei het geval. Als je met de gemeentes praat en het zijn er als je kijkt naar het hele vervoersregiogebied waar we zitten zijn dat ongeveer 20 steden. Die willen eigenlijk allemaal hetzelfde. Die willen heel veel bouwen, niet gewoon veel, maar heel veel bouwen en dan is er maar één conclusie mogelijk, dat kan alleen als je je stationsgebied, je spoorzone, wij zijn niet de enige met een spoorzone, daarvoor geschikt kan maken. En hoe werkt dat? Door het vervoer gevaarlijke stoffen de stad uit te hebben of om te leiden. Dat is een lange termijn optie die heel veel steden hebben en we zien allemaal natuurlijk wel dat het ministerie dan niet gaat zeggen we gaan aan al uw wensen even positief beantwoorden.
De heer Merx: Nou zag ik … De heer Van der Linden: Ja De heer Merx: Nou zag ik, of nou hoorde ik, voorzitter, vandaag dat het ministerie van huppeldepup en infra berekend heeft dat 20 miljard nodig is voor de woningbouw,
69
inclusief infra. U zit aan tafel, heeft u het idee dat daar ook mee bedoeld wordt die infra voor wat betreft die gevaarlijke stoffen? Of valt dat daar nog buiten? De heer Van der Linden: Nee, dit is persoonlijk vervoer. Als ik, want ik denk dat we naar dezelfde krantenbericht refereerde, maar het gaat over heel veel woningbouwlocaties, ook in gebieden waar nauwelijks goederenvervoer gevaarlijke stoffen is, in de rest van het land en als je kijkt naar de woningbouwopgaves in al die hoeken, in Utrecht, in regio Amsterdam, in onze regio De Oude Lijn, maar ook nog wel in Oost-Nederland en verder, dan gaat dat eigenlijk vrijwel helemaal over investeringen in personenvervoer. Verhaal afmakend, dan heb je dus wel het gesprek met alle lokale en regionale overheden die zeggen ja op lange termijn moet je iets anders verzinnen dan dit. Ondertussen wordt het wel elk jaar wat veiliger, dan moeten we natuurlijk ook een heleboel kleine maatregelen nemen en ja, dan zegt de landelijke politiek tot nu toe en daar hebben wij geen miljarden voor beschikbaar op dit moment.
Dat is wel de situatie waarin we zitten, dus we hopen onze case, die we ook al een aantal jaren met personenvervoer hebben opgebouwd, zodanig op te bouwen dat op lange termijn toch echt het een logische gedachte is, niet alleen een wenselijke van ons uitgezien, maar ook een logische gedachte, dat we hier echt veel kunnen bouwen en ook niet alleen over 10 jaar, maar ook over twintig, dertig jaar hier kunnen ontwikkelen als stad, dat dit dan de enige juiste route is. Dus daar komen we op terug. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Linden: Ja. Ik ben bijna door de concrete punten heen. Een paar opmerkingen over verkeer, ook in relatie tot de verkeersveiligheid en ook het gedrag van automobilisten waar de politie iets mee moet, dus dat is misschien iets voor de portefeuillehouder in relatie met politie, maar de lawaaiflitsers, dat vind ik een erg interessante ontwikkeling, wij volgen dat. Er zijn meer manieren om te handhaven op milieu, op gedrag, enzovoorts. Het is alleen wel moeilijk om het zodanig te doen dat het ook effect sorteert. Je kan bijvoorbeeld zeggen je kunt zoiets als een milieuzone invoeren of op basis van de kwaliteit van je motor, bijvoorbeeld tweetaktscooters, kun je zeggen nou daar ga je op handhaven, maar dat wil niet zeggen dat je daarmee per definitie de lawaaiige of stoere weggebruiker te pakken hebt.
Lawaaiflitsers, als dat echt gaat werken, dan moeten we daar meteen instappen, denk ik. En er wordt nu onderzoek gedaan, is best moeilijk, want lawaai is in de ene situatie met een vrachtwagen en een lawaaimaker ernaast is het wat anders dan ‘s avonds laat om 11 uur, maar daar gaan we naar kijken. En de heer Van Verk heeft iets interessant … De heer Merx: Voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Merx. De heer Merx: Ik voel toch echt meer zeg maar voor de categorie aanpakken van degenen die echt overlast veroorzaken, die willens en wetens de wet overtreden. Het is allemaal niet zo ingewikkeld, ik bedoel vroeger had elke politieauto een of andere decibelmeter en kon dan meteen vaststellen en als het ernstig opgevoerd was en lawaai
70
enzovoort, enzovoort, kreeg die echt wel die brommer een weekje of vier later terug, maar dan wel in een pakketje van twintig bij twintig. En dat werkt. De heer Van der Linden: Ja, aantrekkelijke gedachte. Ja. Nee, u weet dat de politie, ik heb hem heel visueel voor mijn ogen, zeker. U weet dat de politie meer inzet heeft gepleegd, mede op ons verzoek en naar aanleiding van onze analyses ook verkeersonveilige plekken op handhaving of verkeersveiligheid. Nou, dit is één van de elementen die er zeker een rol in speelt. Tenslotte, de heer Van Verk gaf aan dat hij vindt dat er wel wat veel verkeersborden in de stad hangen. Nou hebben we wel de gewoonte om ons te houden aan de regelgeving omtrent het ophangen van verkeersborden. Ik heb ooit de weddenschap gesloten met iemand om iets minder verkeerslichten in de stad op te hangen. Daar waar het niet hoeft, ook niet doen. Die weddenschap heeft mij een fles wijn gekost. Ja, ik wil best toezeggen dat ik de heer Van Verk laten we zeggen een pak autodrop toe zeg als hij een paar plekken aan kan wijzen waarvan je echt kunt zeggen hier moeten minder borden komen. Dus laten we een keer de stad inlopen om dat te constateren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan gaan we tot slot naar wethouder Stam. En als het goed is, is er dan precies tijd voor mij om ook nog wat vragen te beantwoorden, voordat we naar de schorsing gaan.
Wethouder Stam, welkom terug in de Raadzaal. Stoel is misschien een beetje laag gesteld. Het woord is aan u. De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter. Als ik alle beschouwingen zo heb gehoord zitten er eigenlijk op mijn portefeuille niet zoveel vragen, er zijn enkel en alleen wat opmerkingen gemaakt. Als ik daarop inga dan haal ik er twee grote lijnen uit en dat is de woningbouw, sociaal en het afval. Om met die laatste te beginnen, ik heb niet helemaal meegekregen wat collega Van der Linden heeft gezegd, maar ik denk dat dat een vraagstuk is wat twee invalshoeken kent. Enerzijds betekent dat een rol voor HVC met betrekking tot ondergrondse containers ophaalfrequentie en tegelijkertijd een aantal acties die je vanuit de wijken zou kunnen ondernemen. Ik heb gehoord dat daar meer mensen bij betrokken moeten worden. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Als ik kijk hoe doorpakkers, vrijwilligers in de wijken, ik noem maar wat namen, Tony Bruis, Wijken voor Wijken, Roger Wagemans, zich inzetten om de wijken schoon te houden, proberen wij dat in ieder geval vanuit de wijken maximaal te ondersteunen door materiaal beschikbaar te stellen. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Ja, ik wil gelijk even op die doorpakkers, daar sla ik dan wel aan, want ik ben zelf ook zo’n doorpakker, maar ik bedoel de heer Wagemans die heeft het al eens een keer eerder aangekaart om bijvoorbeeld een pasje te hebben om je spullen in de ondergrondse te doen. Ik heb daar ook op geageerd bij de gemeente van luister ik kan niet anders dan die vuilniszak naast de ondergrondse zetten, omdat mijn pasje geblokkeerd is nadat ik weer een container heb teruggekregen, maar ik wil ze niet naast die container plaatsen want we hebben hier ontzettend prachtige meeuwen en zo
71
rondvliegen die gewoon daar een puinbak van maken, alsook katten en ratten. Dus, ja, ik bedoel, je kunt wel zeggen van we hebben leuk de doorpakkers, maar die kunnen ook gewoon ook niet zo heel veel doen dan het bij elkaar verzamelen en vervolgens weer ergens anders dumpen. Dus daar zou ik toch graag een andere oplossing op zien. De heer Stam: Ja, voorzitter, ik moet eerlijk zeggen dat ik beneden beter kan horen wat er gezegd wordt dan hier, maar ik denk dat ik de vraag begrepen heb, maar als ik naar de heer Wagemans kijk en het vraagstuk rondom de pasjes en de toegang tot containers, dan heb ik dat denk ik net aangegeven dat daar een rol zit tussen de twee portefeuilles van de heer Van der Linden en van mij, waarbij de ene kant het HVCgedeelte beheert en de andere kant verantwoordelijk is voor het vuil wat niet in de container terechtkomt. Wij proberen met die bijplaatsingen zoveel mogelijk te doen. De heer Wagemans die gaan we en hebben we daar maximaal ondersteund om zeg maar dat probleem zo goed mogelijk aan te pakken. We hebben in Dordrecht West, waar het grootste deel van deze problematiek zich afspeelt, ook fors middelen beschikbaar gesteld vorig jaar om dat aan te pakken.
We zien eigenlijk dat het een heel groot hardnekkig probleem is, om in de woorden van de heer Merx te spreken van mensen gaan tegenwoordig blijkbaar niet alleen op pad met messen, maar ook met een zak afval en die laat men overal achter waar men het maar achter kan laten. Dus het is een structureel probleem waar we structureel met elkaar naar moeten kijken, veel meer op moeten investeren en de rol van HVC en de burgers vorm moet worden gegeven. Misschien een open schot voor doel, maar we gaan binnenkort investeren in verlengde schooldagen, misschien is het wel een idee om onze jeugd niet alleen educatief, maar ook in de praktijk wat meer te laten richten op dat zwerfafval en hoe je daarmee om moet gaan, daar gaan we onze jeugd in ieder geval alvast opleiden voor een schonere toekomst in onze stad. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, even hoor. Het lijkt me een beetje raar als je überhaupt die verlengde schooldagen al wil die dus bedoeld zijn voor de taal, om dan vervolgens een soort project te gaan doen om zwerfafval op te gaan ruimen. Ik bedoel, sorry, maar volgens mij zijn we dan helemaal van het pad. De heer Stam: Ja, voorzitter, waarvan akte.
Ik doe alleen een suggestie, dus misschien, ik zeg niet dat je het moet uitvoeren, maar als je de jeugd wil bereiken en je wilt de stad schoon, dan moet je beginnen met educatie en wellicht is dit één van de oplossingen. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, dat ben ik met de wethouder eens, maar ik bedoel dat heeft niets te maken met de verlengde schooldag. De heer Stam: Ja, voorzitter, als je dan kijkt naar het bouwen, daar heeft collega Sleeking natuurlijk ook het nodige over gezegd als komt daarbij ‘…’ …
72
De voorzitter: Voordat u verder gaat, de heer Merx, kleine interruptie. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dan ook gaat de wethouder over het bouwen en ik dacht misschien gaat hij nog in op de suggestie die ik gedaan heb. Het gaat natuurlijk over gedrag en onlangs hebben wij ook vuil lopen prikken, zoals velen van ons in deze raad en ik was zelf in het Wantijpark en ik heb daarstraks het woord crimineel gebruikt, omdat ik het ook crimineel gedrag vind, namelijk dat ik bij het speelplaatsje in het Wantijpark, dat je daar vlak bij de sloot gewoon een hele hoop glas vindt, kapot glas, glasscherven. Daar spelen kinderen en het heeft dus ook met gedrag te maken en niet inzien dat als je daar ‘s avonds met je vrienden, of weet ik veel wie dat doet, een feestje aan het bouwen bent en je gooit je glas kapot, dat er de volgende dag kleine kinderen lopen te spelen die dat toevallig even niet in de gaten hebben. Dat is één. Twee is we hebben de suggestie gedaan, eigenlijk samen met de heer Schalken, om eens te kijken naar de mogelijkheid, want dat zie je nu heel vaak gebeuren. Ik heb het voorbeeld genoemd van als het nul graden of kouder wordt dan gaan er automatisch wagentjes met mensen naar buiten die gaan strooien.
Waarom zouden we datzelfde niet kunnen bedenken als de temperatuur omhooggaat? Als bijvoorbeeld, ik pak hem nu op een graad of 2, 24 graden is en iedereen gaat langs die Wantijdijk daar vrolijk zitten op handdoekjes en dergelijke, neemt van allerlei rotzooi mee. Die, ook al zouden die mensen willen en ik weet zeker dat er een hele hoop mensen zijn die echt wel de moeite doen om die rotzooi die ze hebben meegenomen echt in een vuilnisbak te doen, die vuilnisbakken die puilen gewoon uit en die meeuwen trekken die rotzooi eruit en vervolgens verdwijnt dat daar in de natuur en dat is zonde. Je zou dus eigenlijk moeten hebben dat op het moment dat het 24 graden of warmer is, pak een paar graden, dat je zegt nou daar gaan dagelijks de wagentjes langs die plekken, halen de rotzooi op en dan hangen we er lege zakken weer neer. De heer Stam: Ja, voorzitter, ik vind het een goede suggestie. Ik denk alleen niet dat het gerelateerd is aan het aantal graden, of het warm of koud is. Ik fiets ook regelmatig over de Wantijdijk en ik zie het probleem toch eigenlijk best wel structureel en ook hier moet je gewoon goed kijken naar de rol van HVC en hoe je dat zwerfafval aanpakt, van hoe gaan we nou, hoe zit het met de frequenties van het ophalen en hoe verzamel je dat afval, maar het is wel een probleem wat we gezamenlijk gaan aanpakken en waar we oplossingen met elkaar moeten genereren.
De heer Merx: Kunnen we nou, want ik hoor ook de heer Schalken al vier jaar lang en vrede met hem, elk jaar hetzelfde pleidooi houden en ik denk dat ook meneer Schalken een beetje moe wordt van het feit dat we elk jaar hetzelfde pleidooi houden en kunt u nou misschien toezeggen u krijgt in september of laten we zeggen oktober, krijgt u gewoon een goed plan. Dan is het uitgewerkt, dan hebben we met iedereen gesproken en dit gaan we doen en het probleem wordt opgelost. Want alleen maar praten lost niks op, hebben we vier jaar lang moeten ontdekken. De heer Stam: Ja, ik snap uw vraag, ik ga dat opnemen ook met collega Van der Linden. Nogmaals, omdat het een gedeeld probleem is en dan zullen wij zo snel mogelijk … Mevrouw Kruger: Voorzitter.
73
De heer Stam: Informeren over een plan van aanpak wat wij denken te kunnen gaan ontwikkelen om het probleem structureel aan te pakken. De heer Merx: Ja, voorzitter, een laatste opmerking. Prima met wie u allemaal gaat praten en ik zie het als een collegeverantwoordelijkheid, zal ik maar zeggen. Ik bedoel, het maakt mij niet uit wie het oppakt en met wie u samen het oppakt, als het maar opgepakt wordt en er in september of oktober gewoon een plan ligt. De heer Stam: Ja, voorzitter, dat is prima. Ik denk dat we er ook wel heel veel aan doen, ook als je kijkt naar de Dordtse doorpakdagen in de wijken waar we grofvuil continu verzamelen, ik denk dat dat wel één van de oplossing is die scheelt, die het probleem wat structureler kan oplossen, maar daarnaast heb je nog wel wat plekken waar we inderdaad wat intensiever kunnen zijn en goed, de toezegging ligt er nu om dat gezamenlijk op te pakken en te kijken wanneer we daar u over kunnen berichten. De heer Merx: Ja, laatste keer nog een poging dan. Ik zou echt wel in september, oktober gewoon een plan willen hebben. Kan dat? De heer Stam: Ik ga dat met collega Van der Linden opnemen en u hoort zo spoedig mogelijk wanneer wij dat plan kunnen aanleveren. Het is … De voorzitter: Ja, waarbij september wel heel ambitieus is als we bijna het reces ingaan, zeg ik dan maar eventjes. Mevrouw Kruger: Voorzitter.
De voorzitter: Mevrouw Kruger, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, ik ondersteun helemaal het pleidooi van de heer Merx, maar het gaat er ook niet zozeer om met bepaalde graden. Het is inderdaad permanent, ook als het drukker wordt in de stad weer, dan is de stad gewoon echt als je zondagochtend door de straten loopt en ook ‘s middags nog, is het gewoon een puinbak. Maar we hadden vroeger toch iets van die buurtserviceteams? Waarom wordt dat niet weer een keer bekeken en uitgebreid? Want ik hoor steeds maar HVC, dat is allemaal leuk HVC, maar we kunnen zelf ook wat doen. De heer Stam: Ja, voorzitter, we hebben natuurlijk een vast contract met HVC die allereerst verantwoordelijk is voor het ophalen van vuil. Daarnaast zien we wel een aantal activiteiten. BST wordt ook al wat vaker ingezet in de wijken. Je ziet ook regelmatig de karretjes rondrijden, maar ik ben wel met u eens, als ik zelf ook het weekend door de stad waar hij en ik zie af en toe plekken, dan schrik je je rot en daar is gewoon veel meer actie op nodig, maar nogmaals de toezegging ligt er dat we daar wederom goed naar gaan kijken om een plan van aanpak op te stellen en dat zullen we zo spoedig mogelijk aan u voorleggen. De voorzitter: Dank. Was dat ook uw termijn?
74
De heer Stam: Ja, ik denk we, zouden nog wat zeggen over bouwen naar wonen, ik denk dat de heer Sleeking daar voldoende over heeft gezegd. Met betrekking tot de sociale woningbouw kan ik alleen maar zeggen dat we daar in goed overleg zijn met de woningbouwcorporaties. U heeft ook vandaag nog een plan goedgekeurd met betrekking tot Van Kinsbergenstraat, waar ook een divers plan sociale woningbouw in zit, wordt gerealiseerd. En de andere plannen die komen echt tot uitvoering, er wordt volop gesloopt, ook in de Colijnstraat, dus wij gaan zo spoedig mogelijk zien dat we ook die vraag zo goed mogelijk proberen in te vullen. Als ik kijk naar de huurwoningen dan ligt er nog een vraag bij de corporaties hoeveel woningen nou op voorhand al worden weggezet, want we zien ook wel een toename van de vraag vanuit omliggende regio’s en de specifieke doelgroepen die naar onze stad komen. Dus de problematiek is in beeld en de oplossing wordt keihard aan gewerkt, dus wat dat betreft denk ik, in aanvulling op de woorden van de heer Sleeking, dat dit voor nu voldoende moet zijn. De heer Merx: Voorzitter, even een vraag ter verduidelijking. De voorzitter: Ja, tot slot, hoor, want u heeft al een aantal keren geïnterpreteerd. Gaat uw gang. De heer Merx: Er gingen wat rode belletjes hier af.
U zegt specifieke doelgroepen die vanuit de omgeving naar ons toekomen, waar heeft u het dan over? De heer Stam: Ja, hierbij moet u denken aan kwetsbaren. Rotterdam heeft bijvoorbeeld, als u kijkt naar de regio Rotterdam, die hebben dezelfde ambities als de Drechtsteden. Meer dure woningen toevoegen en slopen veel sociale woningen. Daar is gister nog een item op geweest op journaal, dat die veel minder gebouwd worden en die mensen uit Rotterdam zoeken ook een plek en we zien een toename van die mensen die hier eerst op kamerverhuur gaan zitten en na twee jaar, als zeg maar de woonperiode verstreken is, dat ze weer op zoek gaan naar een sociale huurwoning. Dus we zien ook vanuit, ook vanuit andere regio’s, zien we ook wel wat vraag toenemen, waardoor die druk op de sociale markt iets groter wordt dan verwacht. De heer Portier: Voorzitter. De voorzitter: Meneer Portier. De heer Portier: Ja, ik vind het een beetje treffend, misschien kunt u daar commentaar op geven, van u verwijt eigenlijk van wij worden met de problemen van Rotterdam opgezadeld, want daar slopen ze de betaalbare woningen om dure woningen neer te zetten, maar dat is toch precies hetzelfde beleid dat u ook hier voert? De heer Stam: Nee, meneer Portier, dat ben ik niet met u eens. Wij bouwen terug wat we afgesproken hebben, wij zien alleen een toename van de vraag en dat is wel een wezenlijk verschil.
Dus wij hebben gesloopt 1100 woningen, dat hebben we met elkaar afgesproken dat we die terug gaan bouwen. Rotterdam, in aantallen sloopt bij wijze van spreken 4000 woningen, bouwt er maar 2000 terug. Dus wat dat betreft is een hele andere situatie dan in onze stad.
75
De heer Portier: Ja, u kunt dat zeggen, maar ten eerste zijn die woningen pas ergens in 2031 teruggebouwd en dan veel duurder dan dat ze oorspronkelijk waren, bovendien is er ondertussen een bevolkingsgroei, dus relatief neemt ook hier het aantal woningen af wat betaalbaar is. De heer Stam: Ja, ik neem deze mee als opmerking, maar als u de plannen bekijkt dan ziet u dat we veel eerder terug gaan bouwen dan dat u aangeeft, 2031. Dus wat dat betreft denk ik dat we nog steeds op koers liggen, ook wat de heer Sleeking heeft aangegeven qua bouwen. Alleen de snelheid, daar kan nog wel een tandje bovenop. De voorzitter: Dank. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: Meneer Van Verk. De heer Van Verk: Twee opmerkingen over het laatste. U geeft aan dat er druk ontstaat uit Rotterdam vanwege de slooprol daar, maar volgens mij heeft die nooit zoveel invloed op de woningmarkt hier omdat je inmiddels een inschrijftijd moet hebben van vier, vijf jaar minimaal. Dat zou betekenen dat al die Rotterdammers al vijf jaar geleden zich ingeschreven hebben, dus ik denk dat die druk wel meevalt. Ze zullen wel de vraag hebben, maar ze komen onderaan de lijst te bundelen, dus daar heb je niet zoveel last van. Dat is één.
Twee, als dat nou het geval is, bent u dan ook in overleg met de corporaties om het woonruimteverdeelsysteem zodanig aan te passen dat de instroom van buiten beperkt gaat worden? De heer Stam: Ja, er lopen natuurlijk verschillende acties, ook op landelijk niveau. Er wordt al gesproken over het opheffen van de woonregio’s, zodat je die verdeling beter kan maken en vrijdag is er ook een gesprek met de gedeputeerde om te kijken hoe die ambities van die verschillende regio’s op elkaar afgestemd moet worden om ook die sociale woningbouw een goede plek te geven. Dus er lopen verschillende acties om dit vraagstuk wat wel degelijk speelt met elkaar toch een breder te spreken. De heer Van Verk: Maar, voorzitter, dit is niet het antwoord, want wat u nu zegt, de woonregio’s opheffen, dat heeft helemaal geen zin want Nederland kent een recht op vrije vestiging. Iedereen mag zich overal vestigen. Dat is een Europees recht. Dus er bestaan voor woningzoekenden geen woonregio’s, die bestaan in het hoofd van bestuurders, dat is dus niet de oplossing.
Waar ik op doel is de wettelijke mogelijkheid die er bestaat om te zeggen wanneer je de druk op de woningmarkt zodanig groot is dat je constateert dat eigenlijk de bevolking nauwelijks nog terecht kan, dat je kan zeggen de helft van de woningen die beschikbaar komen op de markt kunnen we alleen en uitsluitend bestemmen voor de mensen uit de regio of zelfs de gemeente. Dat is gewoon een wettelijke mogelijkheid. Bent u daar in overleg met de corporaties om te kijken, om het maximale uit de wet te halen voor de mensen in deze stad?
76
De heer Stam: Ja, ik denk dat dat inmiddels al gebeurt, meneer Van Verk, die gesprekken met de corporaties die lopen. Die vragen zijn gesteld en die antwoorden moeten nu nog volgen. De voorzitter: Dank. Volgens mij hebben wij dan de termijn van de wethouder gehad, dank. Dan wil ik en ik denk dat het goed is als u gewoon op dezelfde plek blijft zitten, het voorzitterschap even overgeven aan meneer Schalken voor de slotsom, namelijk mijn beantwoording van een aantal vragen. De heer Schalken (voorzitter): Gaat uw gang, meneer Kolff. De heer Kolff: Dank. Als het goed is staat er nu portefeuillehouder. Ja, dat klopt. Dank, voorzitter. Een aantal vragen, met name over veiligheid. Vanuit de VVD een vraag en opmerking over wapenbezit bij jongeren. In zijn algemeenheid geldt dat onze stad echt wel een veilige stad is, maar dat we toch bij bijvoorbeeld de preventieve fouilleeracties nog regelmatig wapens vinden en je ook wel situaties tegenkomt, ook in de bespreking die ik wekelijks met de politie hebt, die het daglicht niet kunnen verdragen. Tegelijkertijd vind ik ook niet dat er reden is om de alarmbel te luiden. Daar staat tegenover dat iedere inzet van wapens of zaken die als wapens kunnen doorgaan, wat mij betreft met hand en tand bestreden moeten worden. Dus ik ben het eens met eenieder die zegt zet daarop in, zowel preventief als repressief en dat is ook wat we doen.
Dat moet natuurlijk wel een proportionele inzet zijn, dat geldt voor alles op het gebied van veiligheid. We gaan niet een mug met een kanon te lijf, maar we gaan wel, we zetten er wel actie op in en ik vind het belangrijk kort te zeggen waar die actie uit bestaat De voorzitter: Gaat uw gang, meneer Merx. De heer Merx: Ja, nu ben ik toch een beetje verbaasd dan, want u moet het een mug en niet met een olifant bestrijden. U heeft de Raad overtuigd dat het noodzakelijk is om gebieden aan te wijzen waar preventief gefouilleerd mag worden. Dat is niet zomaar een maatregel, ik bedoel dat doen je niet omdat er een vies luchtje hangt. Dat doe je omdat je echt serieuze aanwijzingen hebt en daar heeft u ons van overtuigd dat er wel een probleem is en daar heeft u ook onze steun voor gekregen. Dus het is of we hebben een probleem en daarom wijzen wij die gebieden aan en daarom gaan de preventief fouilleren en daarom verlengen we het ook nog een keer, of we hebben geen probleem, we hebben een hartstikke veilige stad en we heffen morgen die gebieden op. De heer Kolff: Ja, en zoals altijd, voorzitter, ligt de waarheid in het midden en moeten we dus ook proportioneel handelen. Ik vind het een heel goede actie dat we in sommige gebieden preventief fouilleren, maar het is ook niet zo dat ik dat als een oorlogsgebied zal beschouwen.
Dus laten we het nu niet zwart of wit trekken, de waarheid ligt in het midden, maar we zullen daar echt blijvend op moeten inzetten en ik vind het belangrijk, gewoon even aan te geven een aantal zaken die we op dat gebied doen. We doen een onderzoek naar de doelgroep, dat is bijna klaar. We richten een campagne in naar gedragsverandering, dat zijn allemaal preventieve maatregelen. Er wordt ook een effectmeting gedaan na zes tot acht weken. We hebben een ontmoediging en
77
voorlichting op scholen die we doen vanaf september als de scholen ook weer volwaardig draaien na coronatijd. We doen ook kluisjescontroles op sommige scholen waar aanleiding toe is, jongerenwerk zet hier stevig op in. En we hebben inderdaad veiligheidsrisicogebieden waar De preventief fouilleren, waar ook van tijd tot tijd het nodige wordt aangetroffen en we doen mee met landelijke wapeninleveracties en we hebben ook onze eigen wapeninleveracties en daar wordt ook altijd weer een behoorlijke score gehaald. Dus in zoverre doen we die maatregelen niet voor niets en tegelijkertijd zeg ik dat we een veilige stad zijn, waar het belangrijk is dat we er aandacht voor hebben, maar waarin dit niet zeg maar dagelijkse kost is. Nog even de vraag die de heer Merx had over de last onder dwangsom bij ouders, zoals die in Rotterdam sinds kort wordt gehanteerd op dit punt. De voorzitter: Burgemeester Kolff, ik heb een interruptie van de heer Portier. Ja, ik moet ook af en toe even zoeken. De heer Kolff: Begrijp ik. Meneer Portier. De heer Portier: Ja, ik heb dan toch even een vraag over die preventieve fouilleeracties, want u zegt dat er af en toe behoorlijk wat wapens worden aangetroffen.
Ja, mijn indruk is juist dat er af en toe een mesje of een schroevendraaier of een traangasbusje worden aangetroffen, maar dat echt serieuze wapens die door criminelen gebruikt worden, dat die eigenlijk nauwelijks in beslag worden genomen. Of zie ik dat verkeerd? De heer Kolff: Ja, dat beeld herken ik dus niet, want ik vind, laat ik het zo zeggen, het is sowieso vreemd als je met een mes of een traangasapparaat over straat gaat. Er worden daar ook heel serieuze messen aangetroffen die je niet zou kunnen scharen onder de categorie aardappelschilmesjes. Dus ik vind toch dat dat nuttige acties zijn die we doen en tegelijkertijd wil ik niet het beeld schetsen dat het hier Sodom en Gomorra is in Dordrecht. Eventjes nog ten aanzien van die last onder dwangsom waar de heer Merx het over had, die in Rotterdam sinds kort is opgenomen in de APV. Die is daar nog nauwelijks ingezet en er zijn ook nog nauwelijks resultaten van bekend, maar ik vind het wel iets wat wij hier ook moeten overwegen en wat we dus ook onderzoeken op dit moment, of dat hier ook effectief kan zijn. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoor als eerste de heer Van Verk en daarna de heer Merx. De heer Van Verk: Voorzitter, elke keer wanneer dit onderwerp ter sprake komt belijdt de portefeuillehouder dat hij allerlei preventieve maatregelen neemt, dat er ook preventief wordt gewerkt.
Ik zie alleen de begroting veiligheid stijgen en de repressieve maatregelen zie ik toenemen, nu ook misschien al de last onder dwangsom. Wat doet u nu daadwerkelijk voor de jeugd om te voorkomen dat ze zich stierlijk vervelen, gaan rondhangen, overlast veroorzaken, de boel vervuilen, noem maar op. Welke mogelijkheden gaat u nu bieden aan de jeugd om zich eens op een andere wijze te ontspannen dan ik net schets?
78
De heer Kolff: U vraagt het mij. Ik ben als burgemeester verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid en dan zeg ik: niet veel. Dus ik zou zeggen u heeft allerlei programma’s met het college afgesproken, de wethouders zijn daarmee bezig, op het gebied van jeugdwerk, jeugdonderwijs, et cetera, spanning, sport. Dus er gebeurt ongelooflijk veel vanuit de gemeente, maar als u het mij vraagt als portefeuillehouder openbare orde en veiligheid zit ik natuurlijk vooral aan die preventieve en repressieve kant om de veiligheid zo goed mogelijk te garanderen in deze stad. De voorzitter: De heer Merx, aanvulling. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, uit mijn informatie, ondanks het feit dat het nog maar kort is ingezet in Rotterdam, is die al 14 keer gebruikt en zijn ook al last onder dwangsommen inmiddels verbeurd verklaard. Maar goed, dat is informatie die ik heb en dan heb ik nog een vraag en die heb ik eigenlijk ook in mijn woordvoering gebruikt. Ik snap dat wij risicogebieden hebben aangewezen en u heeft ons daarvan overtuigd en ik vind dat belangrijk. Maar er zijn ook gebieden aangewezen waar inzamelingsacties gaan plaatsvinden en dat zijn dan niet dezelfde gebieden als die we aangewezen hebben en dat snap ik niet.
Waarom niet ook in die gebieden waarvan we zeggen dat is een risicogebied? Want daar ga je juist die messen en die wapens vinden en mensen misschien ook wel inleveren, zou je zeggen. De heer Kolff: Wij doen die inzamelingsacties, voorzitter, ik zei het al, zelf lokaal. Dat zijn plekken die je ook door de politie worden aangewezen als plekken waar dat nuttig zou kunnen zijn en effectief. Dat zijn toch de mensen die toch zeg maar met de poten in de klei zijn en daar goed zicht op hebben, maar we doen ook mee met de landelijke inzamelmomenten en dan geldt het gewoon voor heel Dordrecht. Dus die gebieden worden allemaal bestreken. De heer Merx: Oké. Laatste vraag, voorzitter, want dan ben ik wellicht op het verkeerde been gezet door het laatste krantenbericht wat vorige week is verspreid waarin een beperkt aantal gebieden werden gezet. Ja, goed en dan denk ik het zijn dezelfde mensen met de poten in de klei die u geadviseerd hebben die gebieden aan te wijzen als preventief fouilleergebied. Dan zou je zeggen dat zijn dezelfde mensen met de voeten in de klei die zeggen hé je moet ook daar gaan inzamelen. Maar u zegt nu eigenlijk in elke wijk in Dordrecht gaat zo’n actie plaatsvinden? De heer Kolff: Absoluut. De heer Merx: Oké, dank u wel.
De voorzitter: Dan is er nog een vraag gesteld door u en die is net deels ook door de wethouder verkeerd beantwoordt ten aanzien van het asogedrag in het verkeer, met name door mensen op scooters die op één wiel rijden, et cetera. Dat heeft in het integraal veiligheidsplan, zeg ik, dat door uw eigen raad is vastgesteld, geen topprioriteit, maar het is natuurlijk wel buitengewoon storend en vervelend als het gebeurt en als het overlast veroorzaakt en in zoverre zal ik de vraag die u heeft gesteld
79
ook meenemen in de driehoek die we begin juli weer hebben met openbaar ministerie en de politie. De heer Merx: Voorzitter. De heer Kolff: Het zijn overigens wel echt overtredingen natuurlijk op basis van de Wegenverkeerswet, dus daar moet de officier van justitie ook zeggen daar vind ik dat dat prioriteit moet krijgen. De voorzitter: De heer Merx. De heer Kolff: Daar speelt natuurlijk meer. De heer Merx: Ja. Nee, fijn dat u het meeneemt naar de officier van justitie, misschien dat u dan ook de teamchef mee kan nemen, de plekken waar allerlei, het lijken wel straatraces plaatsvinden inmiddels, bij de Schenkeldijk komt dan een parkeerplaats, daar is het regelmatig een gescheur van jewelste. Waar vroeger OMC zat daar blijkt nog wel eens wat slipoefeningen te worden gedaan. Zo zijn er wel meer plekken in Dordrecht waar mensen zich echt langzamerhand aan storen en ja, de indruk echt leeft dat er gewoon niks aan gedaan wordt, dat is de indruk. Ik zeg niet dat het zo is, maar dat is de indruk die er leeft omdat het structureel is.
De heer Kolff: Die plekken, voorzitter, die zijn welbekend, zeker als het plekken zijn waar dit vaker gebeurt en dan wordt het ook meegenomen in de politiesurveillance, maar u zult begrijpen dat het ook voor een deel een kat en muisspel is en we kunnen natuurlijk niet al onze politiecapaciteit op dit soort zaken inzetten, want dan gaat het weer ten koste van allerlei andere belangrijke zaken, maar ik neem het mee en ik geef ook aan dat er vanuit de raad een oproep is gedaan om hier extra aandacht aan te geven. Dan nog even kort de vraag vanuit de VVD over inbraken en het oproepen aan mensen om camera’s aan de woning te monteren en misschien zelfs ook in de directe omgeving. Daar zitten natuurlijk beperkingen aan in het kader van privacy, je mag vanuit je eigen huis de openbare weg niet van camera voorzien, maar wat we wel doen is net zoals bij de donkere dagen in het najaar, ook in aanloop naar de zomer mensen oproepen om alert te zijn en hun huis goed te beveiligen als het gaat om woninginbraken. Overigens de cijfers in Dordrecht zijn buitengewoon positief, er zijn heel, heel, heel weinig woninginbraken. Zowel in coronatijd, maar ook in de tijd die nu is aangebroken en dat is op zich goed. De heer Merx: Ja, voorzitter, een korte interruptie. Ja, ik hoor dat ‘…’ … De voorzitter: Gaat uw gang, kort.
De heer Merx: Niet zo bijzonder, want iedereen was thuis en de inbrekers ook, die gaan niet zo heel snel naar binnen toe waar iemand nog in de woonkamer zit, maar de vrees is en dat lees je dan ook in de pers, dat nu mensen weer op vakantie gaan de inbrekers ook hun omzetverlies nog moeten gaan inhalen, om het zo maar te zeggen, dat die nu weer echt op pad gaan. Ja, het argument van privacy, ja, iemand die op een dusdanige