CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Gemeenteraad 12 oktober 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 12 oktober, de commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 28 september, de commissie Grote Projecten van 29 september en de commissies Fysieke Leefomgeving en Sociale42.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

U zegt van het is een gemeenschappelijke regeling, je doet het samen, dus als de zes andere gemeenten een bezuiniging willen doorvoeren, omdat ze financieel in zwaar weer zitten en dat zitten er nogal wat in deze regio, dan betekent dat toch dat zij die bezuiniging kunnen afdwingen en dan kan Dordrecht nog zoveel beleid maken als die wil, maar het wordt niet uitgevoerd. Wij hebben dat te vaak en te veel meegemaakt in het kader van die andere gemeenschappelijke regeling, die u wel weet, de jeugdzorg. Dus dan heeft Dordrecht toch gewoon simpelweg het nakijken en dan kunt u toch niet zeggen van ja maar we maken het beleid? Prachtig, papier is geduldig, maar als we de pegels er niet bij kunnen krijgen dan hebben we niets. Dus hoe komt u er dan bij dat dat niet kan gebeuren?

22

De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, of het technisch niet kan gebeuren is nog wat anders, maar we hebben met elkaar afgesproken en dat was ons aller wens ook in deze raad, dat er ruimte zou zijn voor maatwerk en maatwerk betekent dat de ene gemeente bepaalde diensten wel afneemt en de andere gemeente bepaalde diensten niet afneemt en dat geldt ook voor Dordrecht. Wij kunnen diensten afnemen die andere gemeenten niet zouden willen afnemen, mogelijk vanuit bezuinigingsoverwegingen die wij niet delen en daarmee blijkt dat wij die diensten afnemen en ja, daar zul je wel voor moeten betalen. De heer Van Verk: Ja, maar voorzitter, als ik mag, wat u nu zegt dat is toch eigenlijk ook een wassen neus, want we hebben tegelijkertijd ooit vastgesteld, of de wethouder heeft bij herhaling vastgesteld, dat 80 procent van de diensten, minimaal 80 procent, gemeenschappelijk moet zijn. En als ik de verordening lees dan zie ik dat al die wetten die erin zitten die staan opgenomen als zijnde uitvoering van de gemeenschappelijke regeling. We hebben eerder gevraagd om een lijst van zaken die we erbuiten kunnen houden, dan blijken er allen bovenwettelijke taken te zijn, maar die lijst zie ik niet terug in het geheel. Ik zie alleen maar dat er alle regelingen, alle wetten worden uitgevoerd conform de verordening.

Welke ruimte hebben we dan om eigen beleid te voeren, behalve dan misschien die minimale 5 procent die er overblijft? De heer Van der Kruijff: Volgens mij, voorzitter, mijn inschatting, maar dat is een inschatting, dat kan ik u niet van tevoren garanderen. Mijn inschatting, als je kijkt naar de lokale afwijkingen, oftewel het maatwerk, dat dat nou de 15, misschien hooguit 15 procent niet zal gaan overschrijden en we denken dat op die aantallen het voor sociale dienst heel goed mogelijk is om maatwerk voor gemeenten te blijven doen. Ja, de grote beleidsdomeinen, kijk bijvoorbeeld naar bijstandsuitkeringen, arbeidsparticipatie en alles wat daarmee samenhangt, dat blijven echt merendeel van deze gemeenten die deelnemen allemaal doen. De heer Van Verk: Maar, voorzitter, dat is een geloofsartikel wat de heer Van der Kruijff nu formuleert, maar we zijn nu zaken aan het regelen, dat kan je maar één keer doen en als je het niet goed doet, dan gaat het dus fout. Mijn opvatting, of mijn inzicht is, conform de gemeenschappelijke regeling voor de jeugdzorg, daar is het niet goed geregeld en daar zie je dus dat zaken ook niet goed gaan. En ik wil dat voorkomen bij deze regeling, maar u gaat mee en het comfort wordt u gegeven door uw collega’s in de andere gemeentes. De heer Van der Kruijff: Nou, u drukt het wat negatief uit.

Wij geloven erin dat we met zeven gemeenten in staat zijn een sterkere sociale dienst overeind te houden en daar ons voordeel mee te doen dan dat we het ieder voor zich gaan doen. De heer Van Verk: Voorzitter, de laatste keer … De voorzitter: Ja, maar u heeft al zes interrupties gehad, dus ik denk dat uw punt duidelijk is, meneer Van Verk. We gaan door met de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Goed, voorzitter …

23

De heer Van Verk: Nou, voorzitter, toch even ter interruptie. Ik vind dit het belemmeren van een debat. De voorzitter: Ja, maar we hebben regels rondom zo’n debat en die heeft u al ruimschoots … De heer Van Verk: Maar we hebben geen regels hoeveel keer dat er geïnterrumpeerd mag worden. De voorzitter: Jawel, dat hebben we wel. We hanteren altijd drie keer een interruptie en die heeft u al ruimschoots overschreden. Ik ben al heel ruimhartig geweest in uw richting en bovendien gaat u denk ik toch niet tot elkaar komen op dit punt, dus ik ga de heer Van der Kruijff en het woord weer geven. De heer Van der Kruijff: Goed, voorzitter. Ik sluit af met mijn laatste alinea, die gaat niet over stemgewicht en het voordeel voor onze inwoners, maar wel dat wij ook de hoop uitspreken, want daar heeft ook wel een belangrijk aandachtspunt gezeten de afgelopen jaren, over de cultuur in het bestuur van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Wij hopen en wij krijgen ook wel signalen dat die beter gaat. Tegelijkertijd, dat zal de toekomst ons dat moeten leren en wij spreken ook wel de wens uit dat het bestuur van de nieuwe gemeenschappelijke regeling sociaal zoveel mogelijk zal bestaan uit de lokale portefeuillehouders Sociaal en niet dominant door portefeuillehouders Financiën.

Dat is geen geagendeerd onderwerp, dus hoeven we het verder niet over te hebben, maar volgens ons is dat een belangrijker aandachtspunt, want op het laatste punt hebben wij de laatste jaren slechte ervaringen en is ons slecht bevallen. Dus we hopen dat dat anders wordt. Dank u wel. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, ik ben even nieuwsgierig, want ik hoor de heer Van der Kruijff zeggen van alleen maar wethouders Sociaal. Ik snap op zich wel waardoor hij het zegt, over die wethouders Financiën, maar die wethouders Financiën zijn wel broodnodig om ervoor te zorgen dat die wethouders Sociaal hun beleid kunnen uitvoeren of dingen bij kunnen stellen. Dus zou het misschien beter zijn om dan een mix te nemen? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik zeg heel letterlijk dat het bestuur zoveel mogelijk zal moeten bestaan, misschien is dat niet een heel heldere uitdrukking, maar met zoveel mogelijk bedoel ik dan meer dan de helft, laat ik iets specifieker zijn. De voorzitter: Dank u zeer. Dat was ook uw betoog? De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel. Mevrouw Nijhof: Voorzitter.

24

De voorzitter: Dan is er nog een interruptie van mevrouw Nijhof, gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Op het laatste moment aan meneer Van der Kruijff. Ik wil u eigenlijk vragen, want wij snappen dat zelf niet helemaal goed, wat het verband is tussen laten we zeggen het bij elkaar moeten hebben van drie gemeentes die uiteindelijk een financieel besluit nemen, een meerderheidsbesluit nemen en het leveren van maatwerk? Want u trekt het verband als een argument om dat op deze manier te doen. Zou u dat eens kunnen uitleggen? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, volgens mij, als ik een verband zie, maar ik geef straks ook de wethouder de kans om dat te beantwoorden want die zit er veel dieper dan ik, maar ik zal u mijn begrip delen met een slag om de arm of ik dat goed zie, maar dat horen we dan vanzelf, is als je maatwerk wenst, dat er bij een maatwerk ook een prijs hoort. Die prijs is een financieel besluit, wat volgens mij het nieuwe bestuur zal moeten vaststellen wat de prijs is van maatwerk en dat is het verband wat ik zie. De voorzitter: Dank u zeer. Dan zijn we daarbij aangekomen bij de fractie D66, de heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Dank u wel, voorzitter. Om maar met de tweede vraag te beginnen vinden wij dat deze ontwikkeling een positieve ontwikkeling is voor de inwoners van Dordrecht.

Nou, laten we maar duidelijk zijn, het is eigenlijk ook al in de commissievergadering door de wethouder uitgesproken en zo zien wij het ook. Als je nu opnieuw van scratch af mocht beginnen, dan zou je niet op dit model uitkomen. Dan zouden wij gewoon een eigen sociale dienst in de centrumstad Dordrecht willen hebben. Voor ons is het van belang dat lokale gemeenteraden echt weer in de positie moeten komen om de financiële en beleidsmatige kaders in het sociaal domein vast te stellen en de integrale afweging te maken over schaarste en aanpak. En om die vraag nu te beantwoorden, waarbij ook die eerste vraag in de commissievergadering uitvoerig is besproken, daar zit teleurstelling in. Dus D66 betreurt die keuze om juist bij financiële besluiten een aanvullende meerderheid te vragen van minimaal drie gemeenten. Dat doet geen recht, wat D66 betreft, aan het inwoneraantal en de financiële inbreng. Het compromis wat gevonden was met het percentage van 41 procent kon D66 zich prima in vinden. Kijk, en wat wij hier zeker niet willen dat is op 1 januari door te gaan met de GRD Drechtsteden.

Dus wij hebben ook na zitten denken van moeten we nu nog met een amendement komen om dat te doen, maar wij hebben wel het gevoel we moeten nu van start en we hopen ook dat de wethouder, die hebben we hoog staan, dat hij ervoor gaat zorgen dat eigenlijk zo min mogelijk gestemd hoeft te worden en dat als er gestemd gaat worden, dat dan ook uitgelegd wordt waar het ligt, want waar volgens ons het grootste probleem in zit dat is dat als er gevechten gaan ontstaan tussen stedelijk gebied en poldergebied. Dat moet echt voorkomen worden, want iedere burger van zijn gemeente verdient een gemeenteraad die ervoor zorgt dat die zaken die knellen worden opgelost en dat moet geen handjeklap worden of wijn die niet meer te drinken is. Dus als het zo gaat worden en dat blijkt dan pas uit de, nemen we aan, evaluatie, maar we zouden het wel fijn vinden om in de tussentijd als het gaat starten en er wordt gestemd, dat onze wethouder van Sociaal in de raad uitlegt wat er is gebeurd en wat wij daar voor de rest nog aan kunnen doen om dat primaat zoveel mogelijk ook, misschien hebben we iets gemist in verordeningen, misschien hebben we nog iets niet goed gedaan met

25

financiering van het maatwerk wat we willen hebben, maar om te voorkomen moeten we samen optrekken, want we hebben dit spel nog niet eerder gedaan, om te zorgen dat de belangen voor onze Dordtenaren zo goed mogelijk worden behartigd. We zijn benieuwd, voorzitter, of hetgeen wat de wethouder in de commissie Sociaal ook nog heeft verteld van hoe die drie gemeentes hoe dat nu eigenlijk tot stand is gekomen, wat dan ook zijn overwegingen geweest zijn om daarin toe te stemmen. Was er ook geen andere mogelijkheid om het gewoon op basis van de stemverhouding in het percentage, om het op die manier te doen? Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, heer Tiebosch. Dan gaan we naar de GroenLinks-fractie, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, wij kunnen ons als GroenLinks grotendeels scharen achter de woordvoeringen van de heer Van der Kruijff en de heer Tiebosch, want wij vinden ook wat er nu voorligt het is een positieve ontwikkeling voor de inwoners van Dordrecht. De keuze, zoals de wethouder dat heeft aangegeven, is om andere gemeentes, de wat kleinere gemeentes, wat meer comfort te bieden. Wat is erop tegen als iemand vanuit comfort beslissingen moet gaan nemen? Volgens mij worden er dan betere beslissingen genomen. En ja, dan kan ik een heel gedeelte overslaan van mijn woordvoering, want die is al geweest.

Ja, Dordrecht, dat is de grootste gemeente en ja, Dordrecht legt het meeste in ten aanzien van financiën, dat is ook ingegeven door het aantal inwoners dat we hebben en ja, Dordrecht zal ook waarschijnlijk wel het meeste afnemen van de producten die uitgewerkt gaan worden. Maar, met de mooie woorden van mevrouw Van Eck zo daarstraks in gedachten, daar gaat het niet om wie de grootste, de sterkste, de dikste, weet ik veel wat is. Nee, het gaat erom dat je met elkaar beslissingen neemt die nodig zijn en GroenLinks vindt deze ontwikkeling een positieve ontwikkeling. We gaan er vanuit dat Dordrecht, zoals we altijd hebben gedaan, met medewerking van de andere gemeenten, een goede GR zullen blijven neerzetten, waarbij het nemen van financiële besluiten met elkaar goede afwegingen worden gemaakt. Een kritische houding daarbij van alle deelnemers in de GR is naar ons idee nooit verkeerd. Zo houden we elkaar scherp en de verordeningen die worden vastgesteld, daar zijn maar twee gemeentes voor nodig en die moeten gewoon worden uitgevoerd. En ja, de heer Van der Kruijff refereerde daar ook al aan, als wij zo bang zijn als Dordrecht dat andere gemeentes het ons moeilijk gaan maken en zelfs de ontwikkeling van de Dordtse inwoners in de weg gaat staan, waarom beginnen we dan in vredesnaam aan de GR Sociaal? De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer.

De heer Van der Net: Voorzitter, nog als interruptie eventjes. De voorzitter: Ja, ga uw gang, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Nou ja, ik wil het niet overdoen vanuit de commissie, maar ik heb toen ook al aangegeven dat vertrouwen van twee kanten moet komen en het is nu zo van nou ja Dordrecht is zo groot en dan moeten we dat comfort maar geven aan de

26

kleintjes, maar ik verwacht dat vertrouwen ook wel terug. Dat bent u toch ook wel met mij eens, mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Zeker, zeker. De heer Van der Net: Nou ja, goed, u draaide het net eerst om van dat u wel begrip heeft voor de kleinere gemeenten, maar nogmaals, ik vind ook dat die kleinere gemeente ook het belang van Dordrecht en de sociaaleconomische toestand van Dordrecht ook gewoon goed in ogenschouw moeten nemen, toch? Mevrouw Kruger: En daar ga ik ook vanuit dat zij dat doen, dat zij daar vertrouwen in hebben dat wij dat goed doen, dus dat eigenlijk geen problemen en mochten die problemen komen, dat we daar in goed overleg uitkomen. De heer Van der Net: Desalniettemin, er is wel door een aantal kleine gemeenten gezegd dan willen we bij financiële besluiten wel dat er drie gemeentes zijn in plaats van twee, toch? Dat is toch een stukje wantrouwen, toch? Of niet? Mevrouw Kruger: Nou, ik weet niet of het wantrouwen is, het kan ook zijn dat je je iets comfortabeler voelt, wat er ook gezegd is en wij kunnen ons heel oncomfortabel voelen als het feit dat … Hoeveel waren het er ook alweer, meneer Van der Kruijff? Minimaal vier gemeenten, dat die zich samenvoegen en dan gewoon wat wij willen dan ook gewoon tegenstemmen en dan zijn we nog nergens. Dus laten we gewoon vertrouwen hebben in elkaar, dat lijkt me het allerbelangrijkste. De voorzitter: Dank u zeer.

Dan nog een interruptie van de heer Van Verk, of niet? Prima, dank u wel. Dat was mevrouw Kruger. Dan gaan we door met de volgende fractie, dat is de ChristenUnie/SGP-fractie. Het woord is aan de heer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, voor ons gelden drie uitgangspunten. Het eerste uitgangspunt is voldoende lokale invloed door lokaal beleid, met duidelijke keuzes. Het tweede is dat we het huidige kwaliteitsniveau, het hoogste kwaliteitsniveau van de sociale dienst Drechtsteden, willen handhaven en het derde is gelijkwaardigheid in samenwerking. Voorzitter, wat ons betreft vindt de besluitvorming en sturing vooral plaats op inhoud en dat geeft ons als raad de verantwoordelijkheid om goed beleid op te stellen en daarbij keuzes te maken. Het compromis wat er nu ligt is wat ons betreft acceptabel. Voorzitter, dan is de vraag gesteld van of deze ontwikkeling positief voor de inwoners van Dordrecht zal zijn. Wel, we hebben eigenlijk met elkaar jarenlang gemopperd op dat we te weinig invloed als raad hebben op dit soort gemeenschappelijke regelingen. Andere kant is dat we binnen de Drechtsteden veel goede voorzieningen tot stand hebben gebracht met elkaar, denk aan de sociale dienst, denk aan schuldhulpverlening, denk aan regionaal armoedebeleid.

Kijk, en of een klassieke gemeenschappelijke regeling positief is en onze inwoners gaat bedienen is vooral ook mede afhankelijk van de inhoud en de kwaliteit van ons beleid dat wij hier lokaal vaststellen en onze lokale keuze en de gemeenschappelijke regeling is natuurlijk nooit optimaal. Het is geen liefdesrelatie, om het zo maar te zeggen. Het is eerder een soort verstandshuwelijk en wij hebben, het is al even genoemd ten opzichte van andere gemeenschappelijke regelingen, eigenlijk jarenlang al in een soort vechtrelatie geleefd als het over de jeugdzorg gaat, maar wij denken dat het voorgestelde construct zoals dat

27

nu hier voorligt, dat dat op dit moment het maximaal haalbare is en de enige andere oplossing zou wat ons betreft zijn dat we het helemaal zelf gaan doen, maar dat lijkt onze fractie niet realistisch. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de PVV-fractie, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel, voorzitter. De PVV vindt dat de huidige ontwikkeling een goede stap is voor de inwoners van Dordrecht. Het is goed dat het Drechtstedenverband zich gaat richten op succesvolle samenwerkingen in plaats van een opgelegde samenwerking, ik heb het dan even over het fysieke terrein, zoals velen dat hebben ervaren dan tot nu toe. Gewoon gelegenheidscoalities creëren met gemeentes die dat willen, betrokken zijn en er belang bij hebben, dat is modern en effectief. Op sociaal terrein gaan de gemeenten met elkaar door. De vraag is dan hoe het met de stemverhouding zit. Dordrecht heeft 41 procent van het totaal aantal inwoners in het gebied. Dat betekent dus 41 procent van de stemmen. Dordrecht betaalt echter meer dan 50 procent van de begroting van de gemeenschappelijke regeling en dat zou zelfs rechtvaardigen dat Dordrecht dan ook meer dan 50procent van de stemmen zou krijgen. Toen wij dit voorstel lazen we dachten we van nou er is om een compromis gevraagd.

Het is eigenlijk al gezegd en het compromis zou dit dus zijn, je betaalt meer dan 50procent, je krijgt 41procent van de stemmen. PVV Dordrecht vindt op zich de nieuwe GR-regeling een stap voorwaarts. Waar we wel moeite mee hebben is de voorwaarde dat belangrijke besluiten door minimaal drie gemeenten genomen moeten worden. Natuurlijk moet je in een samenwerkingsverband zo goed mogelijk met elkaar samenwerken en op één lijn komen, het liefst, maar die eis van drie gemeenten vinden we eigenlijk te ver gaan. Juist ook omdat gezegd is omdat Dordrecht meer dan 50 procent van de begroting betaald. Maar, inmiddels is het half oktober en we willen graag de reactie van de wethouder horen en we zullen daarna ons definitief standpunt bepalen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de SP-fractie, de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, we hebben al de nodige vergaderingen van de Raad en de commissies, et cetera, gewijd aan stemverhoudingen, veto’s, hoeveel gemeentes, welke percentages en alleen dat toont al aan dat wat ons betreft ook hier beter voor de centrumgemeenteconstructie gekozen had kunnen worden, maar het feit dat de sociale, de gemeenschappelijke regeling afgeschaft wordt of doorgaat als beperkt tot het sociale terrein is al een vorm van een compromis die wij hebben moeten slikken.

Het zou dan beter zijn geweest als de financiële verhoudingen ook gewoon in die gemeenschappelijke regelingen vastgesteld waren, zodat de hele kwestie van stemverhouding stukken minder belangrijk geworden zou zijn. Het is ook al gezegd, dat de 41 procent aan stemgewicht, dat dat dan een compromis is en daar komt dan nu nog een compromis bovenop, dat drie gemeentes in moeten stemmen met ieder besluit. Ja, het blijft uiteindelijk een prijs die we betalen voor het opheffen van de bestaande gemeenschappelijke regeling en het beperken tot samenwerking op sociaal gebied. Er is al gezegd van ja als er ook maar een komma in het voorgenomen besluit wijzigt, dan is de hele zaak er van de baan en dan gaat de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden door als vanouds. Dat is iets wat wij niet willen en daarom zullen wij ook, zij het tandenknarsend, akkoord gaan met het nu voorgestelde compromis.

28

De voorzitter: Hartelijk dank. We gaan naar de VSP-fractie, de heer Wisker. De heer Wisker: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, de vertragende en de verlammende invloed op de besluitvorming in de oude GR is mede de reden geweest om deze op te heffen. Het altijd meerdere neuzen dezelfde kant op krijgen bleek niet slagvaardig in de besluitvorming, wat de VSP betreft een goede stap voorwaarts. Hier gekozen methode om bij besluitvorming twee of drie andere steden mee te krijgen is onzes inziens weer een stap terug. Het lijkt wel heel erg op de oude constructie en zal de slagkracht zeker niet vergroten. Wat de VSP betreft is het moeilijk aan inwoners uit te leggen dat we wel ons volledige gewicht mogen bijdragen, maar niet ons volledige gewicht kunnen inzetten bij besluitvorming, doordat er altijd twee of drie andere gemeentes mee moeten worden genomen. Tot zover. De voorzitter: Dank u zeer. Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid, de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Voorzitter, de eerste vraag kunnen wij onmogelijk beantwoorden. Wij kunnen immers niet in de hoofden van de bestuurders kijken. We hebben echter wel een vermoeden. Het is de angst voor de grote stad en of de angst aan invloed te verliezen. Angst voor de grote stad waarin andere problemen spelen, waardoor een ander, misschien duurder, beleid nodig is.

Een misvatting, zelfs de kleinste gemeente in de regio heeft te maken met grotestadsproblematiek. De ogen daarvoor sluiten is feitelijk je kop in het zand steken. Angst om invloed te verliezen ligt meer voor de hand. Het is niet voor niets dat er een onderscheid wordt gemaakt naar stedelijk en plattelandsgebied. In de gekozen constructie is het altijd noodzakelijk om minimaal één plattelandsgemeente mee te krijgen in de besluitvorming. Het platteland lijkt blijvende invloed te willen hebben. De strijd die zij vervolgens mij al eeuwen geleden hebben verloren van de steden. De vraag wat wij daarvan vinden is wellicht meer relevant. We hebben van meet af aan onze voorkeur uitgesproken voor een dienstverlenende raadcie richting omliggende gemeenten. Wij zien niets in weer een gedrocht van een gemeenschappelijke regeling, waarbij de Raad op veel te grote afstand staat. Negatieve ervaring in de jeugdzorg zijn wat dat betreft daarvoor meer dan een sprekend genoeg. In dat streven hebben wij voortdurend geprobeerd de macht van deze gemeenschappelijke regeling in te perken. Door de taken sterk te beperken tot wettelijke taken en door invloed van Dordrecht als grootste gebruiker en daar ook te vergroten. Wij stellen vast dat dit niet gelukt is.

In de verordeningen is een lange lijst van wetten opgenomen waarbij het AB nadere regels kan stellen en enige vorm van democratische controle ontbreekt. Alleen mondige burgers en assertieve raadsleden slagen er na lange jaren van discussiëren in om deze misstanden om te buigen. Voor wat betreft de invloed van Dordrecht zijn wij er ook niet in geslaagd deze te vergroten. Je zou denken dat de bestuurders die het meeste aantal klanten vertegenwoordigt de grootste invloed hebben. Maar je zou ook denken dat in een meer zakelijk model de bijdrage bepalend zou zijn en ook dat zou Dordrecht de grootste stem opleveren, maar helaas, voor de klanten, het is een bestuurlijk gedrocht. Daarin zou Dordrecht in ieder geval 49 procent te krijgen vanwege de gemeenschappelijkheid. Maar nee, de angst regeert. De invloed van Dordrecht wordt uiteindelijk teruggebracht tot 30 tot 35 procent in de financiële besluitvorming, een percentage dat ooit onaanvaardbaar was voor Dordrecht. Daar staat nog niets tegenover. We zouden verwachten dat minimaal alleen wethouders Sociaal

29

zouden kunnen deelnemen aan het bestuur. Of dat Dordrecht een veto zou kunnen uitspreken tegen maatregelen die vooral onze burgers treffen. Niets van dat al. Partijen die roepen comfort te willen bieden … Excuus. Partijen die roepen comfort te willen bieden of solidair zijn, bieden vooral comfort en solidariteit aan bestuurders die bang zijn hun invloed te verliezen. Ze bieden geen comfort of solidariteit aan de mensen waar het om gaat, onze kwetsbare medemens die afhankelijk is van een uitkering en/of maatschappelijke ondersteuning. Iedereen zal begrijpen dat voor ons deze uitkomst onaanvaardbaar is. Of wij de ontwikkeling nu een positieve ontwikkeling vinden? Ja, op de lange termijn zal deze ontwikkeling positief uitpakken. Ook deze GR zal in een aantal jaar uiteenvallen door het ontbreken van solidariteit, net als bij de jeugdzorg. Vervolgens kan het zijn dat elke gemeente voor zichzelf beleid gaat maken waarbij de SRD als dienstverlenende organisatie blijft bestaan. Het model van de centrumgemeente dus. Vervolgens zal dit model uiteindelijk leiden naar de door ons zo gewenste herindeling naar een gemeente met 400.000 inwoners. Dit komt de bestuurskracht ten goede en zal veel geld gaan besparen, iets waarvan uiteindelijk alle burgers gaan profiteren. Het is immers zoals onze voormalige collega Kevin Noels ooit vaststelde, alle wegen zullen leiden naar de Drechtstad.

Wij concluderen voor nu dat de positie van Dordrecht in de nieuwe gemeenschappelijke regeling geen recht doet aan de belangen van onze burgers en wij zullen dan ook tegen dit voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan de fractie Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Excuus. Wij herhalen dat voor Gewoon Dordt het streven blijft om zo snel mogelijk tot een inkoopmodel te komen en zullen dan ook nu niet akkoord gaan met het wijzigingsbesluit dat voorligt en we spreken de hoop uit dat in de nieuwe raadsperiode nieuwe raadsleden direct er zin in hebben om richting een inkoopmodel aan de slag te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Dan gaan we naar de Fractie Jager, mevrouw Jager, gaat uw gang. Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter. Ik weet dat het niet de bedoeling is dat we in herhalingen vallen, maar ik heb één zin op mijn briefje staan die ik eerder gehoord heb en ik toch even herhaal. Een regeling die zo ingewikkeld gemaakt wordt en er zo lang over doet om tot stand te komen is een gedrocht, het is niet anders en ik heb gezien dat in dit gedrocht de raad steeds verder op afstand komt te staan en nee, dat vind ik geen goede ontwikkeling voor de burgers van Dordrecht. Ik ben benieuwd naar of de moties goed zijn uitgewerkt op deze manier en ik ben erg benieuwd naar de reactie van de wethouder voordat ik een definitieve mening vorm.

De voorzitter: Mevrouw Jager. Dan gaan we naar de Fractie Nijhof, tot slot. Gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Wij vinden het voorstel met betrekking tot meer lokale sturing en dat zult u niet vreemd vinden en een lokale verordening, een positieve ontwikkeling, maar vinden dat de portefeuillehouder in de bespreking de afgelopen week niet voldoende duidelijk heeft kunnen maken wat de voordelen voor de Dordtse inwoners zijn ten opzichte van datgene dat voorgesteld wordt als Dordrecht twee gemeentes nodig heeft om tot financiële besluiten te komen. Dordrecht heeft de meeste afnemers van een

30

uitkering en de meeste afnemers van de Wmo. Wij betalen daarom sowieso meer dan de helft van de kosten. Het heeft voor ons geen voordelen om bij eventuele besluitvorming nog een derde stad nodig te hebben om tot besluitvorming te komen als het gaat om zaken buiten de lokale verordening om. Het vaststellen van tarieven ligt bij de raden en is per definitie geen collegebevoegdheid, dus daar kunnen raden zelf binnen het wettelijk kader dat ervoor is, tarieven, afspraken over maken. We kunnen ons voordelen dat er bulkvoordeel is bij bijvoorbeeld de inkoop van producten die veel gebruikt zijn. Zoals u weet hebben wij lokale sturing bovenaan onze lijstjes staan en de afgelopen jaren hebben we daar veel geleerd van de sturing die er niet gegeven kan worden wanneer je zaken onbezonnen wegmandateert en delegeert. Onder samenwerking verstaan wij geenszins dat je over alles gezamenlijk moet besluiten, maar meer dat je kennis deelt en wellicht mankracht uitruilt om bepaalde regelingen efficiënt uit te voeren. Daar hoeft geen meerderheid op deze manier voorgesteld voor te zijn. Het lijkt teveel op de oude situatie. Volgens ons kun je als je als stad maatwerk wil hebben dit altijd vanuit je lokale verordening regelen.

Wij vinden het compromis ten opzichte van de stemverhouding met betrekking tot besluiten niet goed uit te leggen aan de Dordtse inwoner en zullen, voor zover het voorstel ligt, daar niet mee instemmen. De voorzitter: Dank. Daarmee hebben we de dertien fracties gehad en dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Heijkoop, gaat uw gang. De heer Heijkoop: Voorzitter, leden van de raad. Goed dat wij hierover met elkaar spreken, want het is een belangrijk moment. Het is een moment dat we ook met elkaar moeten markeren, want het besluit dat vandaag voorligt, dat betekent een grote verandering in onze regionale samenwerking, in ieder geval in de governance, in hoe we het allemaal met elkaar hebben ingeregeld. Als u hiertoe besluit ondergaat regionale samenwerking een metamorfose en ook uw eigen positie in deze raad ten opzichte van het sociaal domein zal enorm veranderen en we hebben een heel intensief traject met elkaar doorlopen in de afgelopen periode. Dat heeft u vanuit de raad gedaan, dat heeft men in de regio gedaan, dat hebben wij vanuit het college gedaan en uiteindelijk wat nu voorligt is het resultaat van al die besprekingen. Collega Burggraaf en ik zijn in het bijzonder ook als vooruitgeschoven posten vanuit het college opgetrokken, omdat het voorstel de samenwerking in de regio nadrukkelijk ziet op twee delen.

Enerzijds was onze doelstelling de bedrijfsvoeringstaken weer naar onze stad halen, naar Dordrecht. Wat nu in de regio zit echt vanuit de servicegemeente vormgeven, maar wel ook voor die zelfde regio, dat vraagt veel vertrouwen vanuit de regio in Dordrecht om dit goed vorm te geven en het duidelijk tot goede afspraken te kunnen komen. Het andere deel en daarover spreekt u met name vandaag, gaat over de samenwerking op het sociaal domein en daarvan hebben wij gezegd met elkaar u als raad moet meer aan het stuur komen. Dat gaat ook gebeuren met deze GR-wijziging. Wat is heel concreet het geval? Straks kunnen inwoners u als raad aanspreken op het beleid, op het gebied van al die wetten die we gedelegeerd hebben, want u gaat als raad het beleid vaststellen, de verordeningen en ja, die gaan we zoveel mogelijk in gezamenlijkheid uitvoeren in regionaal verband, maar u bent wel aan zet. En het is wel goed om eens te realiseren dat dit … De voorzitter: Voordat u verder gaat. Bij interruptie, de heer Van Verk.

31

De heer Van Verk: Zou u antwoord kunnen geven op de vraag dat u dat lokaal beleid gaat vaststellen als dat door een meerderheid van de andere gemeentes geblokkeerd wordt. Wat komt daar dan van terecht? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, daar kom ik op. Ik denk dat ik dat iets verderop in mijn betoog, ik heb wat aantekeningen gemaakt en u heeft dat punt ook in uw eerste termijn gemaakt en daar wil ik straks op terug komen, maar ik dacht ik hou even deze korte aanloop om even de hele context te schetsen. Dat is wel belangrijk omdat die bedrijfsvoeringstaak wil ik ook even genoemd hebben, omdat de gemeente Dordrecht nadrukkelijk de wens had om de kwaliteit en de flexibiliteit ook op dat terrein te vergroten en wil dat nadrukkelijk in samenspraak met elkaar bespreken, ook in de regionale overleggen en ook vanuit de regio heeft men dus ook best wel flinke stappen moeten zetten om het eindelijk tot deze gezamenlijkheid te komen en dat hebben we altijd in goed overleg gedaan. Soms een stapje vooruit, soms een stapje terug en uiteindelijk staan we nu waar we staan met een heel pakket aan afspraken, waar wij in ieder geval van harte onze handtekening nu onder zouden willen zetten en die bespreking in de raad, hier in uw raad, die vond plaats in maart, in april. Toen zijn er ook workshops gehouden.

In juni meerdere keren en ook in juli en op die manier hebben we met elkaar besproken van wat zijn nou de uitgangspunten, wat vinden wij belangrijk voor die toekomstige regionale samenwerking? En uiteindelijk is dat, dat hele traject is ook afgesloten eigenlijk met twee moties en die moties gingen enerzijds over de stemverhoudingen. Die zijn al een aantal keren aan de orde geweest en anderzijds over het lokale maatwerk, ingediend door de heer Van Verk namens de Partij van de Arbeid, maar ook met zeer brede steun vanuit uw raad aangenomen en als ik eerst die motie Stemverhoudingen erbij pak, dan ging het daar heel nadrukkelijk over kom tot een compromis wat u kunt verdedigen, waarvan u zegt dat is redelijk en als dat echt totaal niet, als u gewoon er niet uitkomt, kom dan terug naar de raad. Op dat moment lag er een voorstel vanuit de ambtelijke top in de regio en dat voorstel ging eigenlijk over, tenminste daarin stond het voorstel om Dordrecht 31 procent, ruim 31 procent van het stemgewicht te geven. Daarvan heeft u al aangegeven dat is niet acceptabel, dat compromis moet er beter uitzien. Op dit moment, het voorstel dat nu voorligt gaat over 41 procent van het stemgewicht. Dus dat is nadrukkelijk beter en wij vinden daarmee dat we een goed compromis hebben gesloten.

Dat maatwerk dat ging er dan nadrukkelijk over dat u als raad aan het stuur wil zitten en dat is hier ook mee geregeld, want wat gaan we nu straks zien? U gaat beleid maken, dat wordt vertaald in verordeningen, de nadere regels worden inderdaad niet gedelegeerd, maar die moeten zich wel bewegen binnen de ruimte die de verordeningen bieden, want het is niet de bedoeling dat die gaan afwijken, dat kan ook helemaal niet. En het is wel goed om ons te realiseren dat wat je dan vervolgens in de regio doet is dat lokale beleid dat breng je bij elkaar en ik heb het vorige week wat oneerbiedig genoemd je doet er een nietje doorheen en daarmee heb je een begroting. Daarmee vonden wij het ook acceptabel toen gemeenten wensten, andere gemeenten wensten, van die begroting die willen we ook met een iets bredere meerderheid kunnen vaststellen dan alleen met twee gemeenten, Dordrecht en een eventuele tweede gemeente. Ook omdat het beleid wat ten grondslag ligt aan die feitelijke vertaling in die begroting hier gemaakt wordt. Niet alle financiële besluiten worden genomen in de regio. Ik geef daar even toch wel een belangrijk voorbeeld van. De beprijzing van de tarieven van het maatwerk dat vindt via de normale afgesproken meerderheid plaats. Dus op het moment dat hier beleid

32

vaststelt en dat wijkt af van wat de rest zou willen, dan zou je kunnen zeggen dan moet er maatwerk komen. Dat maatwerk dat moet je vervolgens gaan beprijzen en dat gebeurt met een normale meerderheid in het algemeen bestuur. Dus daar kom je eigenlijk altijd wel uit. Ik ben wel heel positief en optimistisch gestemd, zeg ik ook in navolging van de heer Tiebosch, dat het niet zo vaak op stemmen aan zal komen. Als ik kijk hoe we de laatste jaren, natuurlijk zijn er enkele verschillen uitvergroot, maar in het overgrote deel van alle besluiten die we hebben genomen hebben dat unaniem gedaan of met een hele grote meerderheid. Zowel in de regio informeel in de overleggen met de wethouders, maar ook in de Drechtraad in het Algemeen Bestuur. De heer Van Verk: Voorzitter. De heer Heijkoop: En daar zal ik ook altijd op blijven inzetten omdat de kracht van de samenwerking die wordt wel versterkt op het moment dat je elkaar ook gewoon vast blijft houden. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Van Verk. De heer Van Verk: Voorzitter, de wethouder heeft de neiging de besluitvormingsprocedures klein te maken. Er wordt niet zoveel gestemd en we zijn meestal in consensus. Dan begrijp ik werkelijk niet waarom er door die andere gemeentes zo’n punt van wordt gemaakt dat Dordrecht, of dat financiële besluiten alleen met een derde gemeente kunnen worden genomen.

Als er nou toch hetzelfde gebeurt waarvoor zou je dan zo’n noodremachtige procedure inzetten? Want je wil dat je een derde gemeente er bij hebt. Overigens, u zegt Dordrecht heeft 41 procent, ja, behalve op die financiële besluiten, want daar hebben we een derde nodig en dat tast de invloed van Dordrecht aan en als je dat percentage aftrekt, dan is de kleinste is 6 procent, de grootste 11, dan kom je ongeveer op het percentage tussen die 30 en 35 die we eerst onaanvaardbaar vonden. Hoe kijkt u daar tegenaan? Mevrouw Kruger: Voorzitter? Mag ik een aanvullende vraag stellen? De voorzitter: Ja, mevrouw Kruger. Als het hierop aansluit, want anders wil ik eerst … Ja. Mevrouw Kruger: Ja, het sluit hier zeker op aan, want ik wil eigenlijk van de wethouder ook het tegenovergestelde horen, van waar wij als Dordrecht nou zo bang voor moeten zijn wat er eventueel geblokkeerd kan worden. En of een noodrem zo kwalijk is. De voorzitter: Het punt is duidelijk. Wethouder, ga uw gang. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, richting de heer Van Verk, ik zou zeker niet spreken van een noodrem, want uw eerste vraag was eigenlijk van waarom is dit voor die gemeenten zo ontzettend belangrijk dat dit dan toch zo geregeld wordt? Heel eerlijk, ik weet het eigenlijk niet, waarom dit zo ongelooflijk belangrijk wordt gevonden.

Daarom hebben wij binnen het college hier ook over gesproken als zijnde van nou als zij dit nodig hebben om voldoende comfort te hebben, niet zozeer alleen binnen hun colleges, maar ook richting hun raden, dat zij dit op deze manier afspreken dan kunnen wij daarin voorzien. Ook dus met name omdat wij met elkaar hebben afgesproken dat het beleid lokaal gemaakt

33

wordt en dat dat beleid uiteindelijk wordt vertaald in een begroting, dus wat er in die begroting landt, dat is natuurlijk altijd al vanuit de inhoud gevoed, want een begroting komt niet uit de lucht vallen, die komt vanuit de beleidsdoelstellingen die je met elkaar formuleert en de uitvoering die je daaraan verbindt. Dus in die zin, dat heb ik ook vorige week in de commissie aan proberen te geven, was dit iets waarvan wij, in ieder geval het college hebben beoordeeld en ook ambtelijk is er goed naar gekeken, waarvan men heeft gezegd van nou nee hier kunnen wij eigenlijk prima mee uit de voeten, als dat ervoor zorgt dat we allemaal bij elkaar blijven en met elkaar dit besluit kunnen nemen, dan kunnen we daarin tegemoet te komen. De voorzitter: Ja, meneer Portier, ik zie dat u interrumpeert, maar ik wil even de beide interrupties die geplaatst hebben eerst afwikkelen. Wethouder, was u ook al ingegaan op de interruptie van mevrouw Kruger? De heer Heijkoop: Ja, mevrouw Kruger, dat ging ook over het maatwerk, wanneer dat mis zou kunnen lopen. Ja, ik heb daar geen enkele zorg over eigenlijk.

Op het moment dat de gemeenteraad in Dordrecht maatwerk wenst, dus afwijkt van wat we in de regio doen, waarvan ik de verwachtingen heb dat het niet vaak gebeurt omdat Dordrecht ook in de toekomst echt in de lead zal zijn op de beleidsvorming, dus daarmee ook tot beleid zal komen en met voorstellen zal komen die goed inpasbaar is in de regionale dienstverlening. Maar mocht dat toch gebeuren, dan wijkt het af en moet het beprijsd worden. Alleen omdat Dordrecht een dermate groot volume aan diensten dan in een maatwerkarrangement wil zal die beprijzing dermate aantrekkelijk zijn, verwacht ik, dat het de facto eigenlijk bijna altijd mogelijk zal zijn om dat maatwerk ook door te voeren. Dus de Dordtse raad en de positie van Dordtse inwoners is hiermee zeer gediend omdat de raad is aan zet en kan ook veel meer differentiëren en toespitsen op dat de Dordtse inwoners nodig hebben. De voorzitter: Dank. Dan ga ik naar de heer Portier. De heer Portier: Ja, … De voorzitter: Of wacht even hoor. De heer meneer Van Verk, had u nog een vervolgvraag op uw eigen interruptie? De heer Van Verk: Nou ja, het antwoord van de wethouder vind ik wat vaag. Ook het antwoord richting mevrouw Kruger overigens. U zegt van ja het beleid wordt lokaal gemaakt, lokaal vastgesteld en daar gaan we een begroting aan en daar gaat een nietje door.

Tegelijkertijd zegt u volgens mij ergens in uw betoog maar dat moet wel zoveel mogelijk op elkaar lijken of het moet eigenlijk wel eenduidig zijn, want anders wordt het toch wel erg moeilijk om het uit te voeren en zo. Nogmaals mijn vraag dan die ik aan het begin al stelde, wat gebeurt er nu als de gemeente Dordrecht een beleid vaststelt waarvan de andere zes gemeentes dus zeggen, dus 59 procent zegt, gaan we niet doen? Willen we niet, want dat wordt te duur. Wat gebeurt er dan? De voorzitter: Oké, voordat de wethouder antwoord geeft, heeft u behoefte aan een borrelnootjesschorsing? Want er wordt veel geritseld. Nee? Oké, dan wil ik graag het woord geven aan de wethouder.

34

De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik vroeg even of het geluid ietsje harder kon, want ik moet heel erg mij inspannen om u te verstaan, maar dat zal ook met de borrelnootjes te maken kunnen hebben, maar ik heb u wel kunnen volgen, volgens mij. Kijk, ik zal er altijd naar streven om zoveel mogelijk van het beleid in de regio en daar ook collega’s in proberen mee te nemen, om dat zo uniform mogelijk te laten zijn, omdat je daarmee die robuustheid in die uitvoeringsorganisaties zo sterk mogelijk houdt. Mochten er op onderdelen toch een afwijking plaatsvinden, ja, dan zal je misschien meerdere uitvoeringsmodaliteiten krijgen. Dus dat er voor Dordrecht een iets andere uitvoering is dan voor andere gemeenten. Voor de goede orde, het gebied van minimabeleid met de Dordtpas zie je dat eigenlijk al gebeuren en dat kan omdat het voldoende volume heeft. Die maatwerkbehoefte is met name geformuleerd vanuit enkele gemeenten, enkele kleinere gemeenten en daarvan heb ik gezegd van nou op het moment dat jullie een beperkte maatwerkbehoefte hebben op bijvoorbeeld de hoogte van het PMB, het persoonlijk minimabudget, of de doelgroep van het SMS-Kinderfonds, dan kunnen we dat wel inregelen. Als die fundamenteler is, dus echt ook het beleid vergaand raakt en zij komen daar straks mee met hun eigen beleid, dan gaan we dat ook beprijzen en dan gaan we dat uiteindelijk ook eventueel overstemmen.

Ik ga er vanuit dat het niet nodig is, omdat je gewoon met die beprijzing eruit komt en dan gaat zo’n gemeente zeggen van nou dit is het ons waard, wij gaan extra betalen om dit maatwerk mogelijk te maken of zo’n gemeente zegt van nou alles overziend is dit voor ons geen aantrekkelijk aanbod en gaan we dat niet doen. Daar kunt u als raad straks ook voor kiezen, alleen in de praktijk zal het maatwerk voor een gemeente als Dordrecht, dat is gewoon een kwestie van volume, zal gewoon echt anders eruitzien dan voor een kleinere omliggende gemeente. De heer Van Verk: Voorzitter, mag ik nog het één keer proberen, want ik heb het gevoel dat of de wethouder het niet goed verstaan heeft of dat hij de vraag probeert te omzeilen. Waar ik het over heb is over een algemeen beleid op een bepaald onderdeel van de wetgeving. Stel, de Wmo, laat ik het dan maar met een voorbeeld gaan proberen en dat gaat altijd mis, maar stel de Wmo, de thuishulp, of de huishoudelijke hulp. Daarvan willen wij een ander, ruimhartiger beleid gaan voeren dan de andere gemeentes. Dan kunt u zeggen ja dat is nou typisch een voorbeeld van maatwerk, maar het gaat mij om het begrip algemeen beleid. Dat kost geld en de andere gemeentes zeggen dat willen we zuiniger doen, zoals we een paar jaar geleden opeens te maken kregen met een bezuiniging van vijf miljoen, zoals u weet.

Wat gebeurt er dan als er andere gemeentes daarvoor gaan liggen? Is Dordt dan altijd vrij om te doen wat hij wil en te zeggen van nou, wij hebben zoveel volume, we gaan onze eigen gang, of zijn we dan gebonden aan de remmende functie, van de remmende positie van de andere gemeentes? Het gaat dus over algemene zaken, niet over maatwerk. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, het is een aardig voorbeeld wat de heer Van Verk geeft. Op dit moment speelt dat in enige mate rondom de Wmo. In de toekomst moeten er weer arrangementen gaan afsluiten met aanbieders en dan kun je ook tot op zekere hoogte geef de Wmo ruimte om bijvoorbeeld keuzes te maken waar het gaat over, ik noem maar iets, als een was- en strijkservice. We zijn nu in de verkennende fase van hoe gaan we daarmee verder. Een aantal gemeenten heeft al aangegeven wij willen die wasen strijkservice eruit hebben, eruit bezuinigen. De kleine gemeenten, die zeggen van ja

35

wij hebben lokaal vrijwilligers, die gaan, nou ja, die kunnen daar een rol in vervullen. Wij hebben aangegeven en Papendrecht ook, van nou wij willen inzetten op het behoud van die ondersteuning en we willen dat ook koppelen aan bijvoorbeeld participatieplekken en een toeleiding naar de arbeidsmarkt, maar dat is nog heel prematuur. Heel concreet op uw vraag, als uw raad uiteindelijk met elkaar besluit van nou binnen die Wmo willen wij dit beleid vormgeven, dan wordt dat het en zult u zien de Wmo is niet een wet van laat duizend bloemen bloeien, iedereen gaat zijn eigen gang. Die wet heeft wel degelijk een stevig gezamenlijk fundament van die wet moet je gewoon op die manier uitvoeren, punt. Gemeenten proberen daar wel eens aan te morrelen, maar die wet is ook wel hard op onderdelen. Ook daar vind je sowieso de gezamenlijkheid in. Waar de beleidsvrijheid zit bij gemeenten en die beleidsvrijheid kunt u gewoon pakken, dan kunt u daar gewoon toe besluiten en dan wordt dat op die manier in de regio uitgevoerd. Dat is hoe we het straks gaan doen. U bent aan het stuur.

Ik ben nogmaals daar niet zo’n … Ik ben er niet pessimistisch over dat het heel erg uit elkaar gaat lopen, omdat er enorme tevredenheid is over de regionale samenwerking, dat vergeten we wel eens, maar over 80, 90, 95 procent is er grote tevredenheid bij alle gemeenten en enkele gemeenten die willen het net iets anders. Nou goed, we gaan dan zien hoe dat dan loopt. Ik verwacht ook dat de nieuwe colleges straks ook heel nadrukkelijk die samenwerking blijven zoeken met onze stad, met onze gemeente. Als je kijkt naar de financiële situatie van bepaalde gemeenten, maar ook waar het gaat over de beleidskracht binnen die gemeenten, die zullen echt wel weer bij ons op de stoep staan van joh wij willen daar graag samen in optrekken. We hebben wel degelijk ook nu goede afspraken gemaakt langs de lijnen van … Nee, dat ga ik niet zeggen. We hebben nu goede afspraken gemaakt over de verdeelsleutel, dus van hoe gaan we de rekeningen in de toekomst verdelen. Ook daaruit komt een uitkomst die eigenlijk voor Dordrecht gewoon heel goed is, heel positief is en ook dat zal zijn weerslag hebben op die samenwerking omdat je die verdeelsleutel ook weer voor de komende vier jaar vastlegt en daarmee ook gewoon rust hebt dat je met elkaar goed op stoom kan komen. Richting de heer Tiebosch zou ik ook willen aangeven, dat vind ik wel een heel terecht punt.

Daar gaan straks in het AB discussies plaatsvinden en je gaat er vaak met elkaar uitkomen, soms misschien ook niet. Ik stel mij echt voor dat die besluitvorming heel transparant plaatsvindt en dat ik vanuit het college of mijn opvolger of mijn … Nou, wie dan ook Dordrecht vertegenwoordigt, dat die proactief en reactief met u als raad in gesprek gaat en dat wij altijd vanuit het college bereid moeten zijn om ook de dilemma’s te delen van zo verliep dat gesprek en dit is de reden waarom we deze uitkomst hebben afgesproken. Ik denk dat dat heel belangrijk is om ook het draagvlak onder die nieuwe regionale samenwerking te behouden, maar ook om begrip te houden voor elkaars positie, want het is inderdaad zo en dat zal zo blijven, dat de financiële uitgangspositie van de gemeente verschilt en daarom is het ook heel goed dat we deze stap nu gaan zetten. Dat bepaalde gemeenten daar ook bepaalde keuzes in kunnen maken. Ik zit nog even te kijken … Ja, nog even, voorzitter, enkele slotbeschouwingen. Ik zou er echt voor zijn dat wij als stad de regio altijd open en constructief tegemoet zullen blijven treden. Het leiderschap dat u vanuit uw raad vanuit het college, vanuit de stad de afgelopen periode is getoond naar die regio is ook gewoon gewaardeerd.

Men laat het ook weten van wij vinden het prettig dat Dordrecht in de lead is, maar ook niet vanuit de macht, wat misschien zeker in het verre verleden en ook in andere centrumgemeenten wel eens gebeurd is, maar veel meer vanuit het gezag. Het gezag op basis van de inhoud, de kwaliteit van onze ambtenaren, de degelijkheid van de besluitvorming en natuurlijk laten we de tegenstellingen niet al te veel uitvergroten

36

tussen stad en platteland, want die tegenstellingen zijn er. Natuurlijk zijn wij de stad in de regio, maar voor de goede orde, wij hebben ook hier het meeste groen en de meeste polders in deze stad. Dus laten we nou ook niet doen alsof wij zo ongelofelijk op alle terreinen verschillen. Dat is niet zo. Het is wel zo dat onze beroepsbevolking en onze inwoners sociaaleconomisch wat kwetsbaar zijn en in die zin is het heel goed dat u als raad daar ook uw verantwoordelijkheid in kan nemen en dat deze besluitvorming uw kant is gekomen. Tot zover. De voorzitter: Dank. Dan de interruptie van de heer Van der Net. Ga uw gang. U was al even aangekondigd met een leuk piepje in de microfoon. De heer Van der Net: Ja, dat was niet mijn piepje, was een technisch piepje, voorzitter. Ja, nogmaals, een zalvend betoog, maar toch nog even een gerichte vraag richting de wethouder. Begrijpt de wethouder en ook het college dat als je in stukken schrijft van we hebben ons best gedaan, maar er mag geen komma aan worden veranderd, want anders dan ontploft het. Dan heeft u het over macht en gezag. Begrijpt u dan dat er vanuit onze positie in de raad, dat wij dan wel denken van nou dat is dus slikken of stikken en ja, dan, zeker bij deze fractie en zeker bij dit raadslid, gaan dan haren in de nek groeien en dan denk ik van dat is niet de manier waarop je een raad in positie stelt, even ‘…’.

De voorzitter: Ik ga straks de gemeentesecretaris die achter u zit vragen om daar een fotootje van te maken want dat wil ik wel eens zien, maar het woord is aan de wethouder om hierop te antwoorden. De heer Van der Net: Ik kreeg vroeger altijd pukkeltjes in m’n nek, voorzitter, maar … De vraag … De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, geheel terecht dat de heer Van der Net hier nog even op terug komt. Ik heb hier in de hoek van mijn blaadje ook nog een ballonnetje staan met uniforme GR-tekst en dat is ook het antwoord op uw vraag. Kijk, u bent als raad bent u straks gewoon van de inhoud, dan bepaalt u het beleid. Waar we nu staan is dat er een complexe GR, gemeenschappelijke regeling, ligt en die moet gewijzigd worden en dan is de absolute harde voorwaarde dat alle gemeenten door het zelfde hoepeltje springen met exact dezelfde teksten en nu liggen deze teksten, die zijn helemaal doorgeëxerceerd en nog voor de zomer hebben wij nog input bij u opgevraagd om nog eventueel dingen mee te geven en nu zijn de teksten, dat heb ik ook voor de zomer al namens het college aangegeven, dat nu de teksten er liggen, zoals die overal ligt en nu moeten we met elkaar dit besluit gaan nemen, want als één van de gemeenten dit besluit niet neemt, dan gaat heel deze transformatie niet door, dan gaat heel deze verandering niet door.

Dan komt er ook geen nieuwe GR en dat is waarom we, misschien hadden we het wat empathischer kunnen formuleren en misschien iets beter kunnen toelichten, maar dat is de reden waarom we nu zeggen van deze tekst zoals die nu voorligt moet het ook echt zijn. De heer Van der Net: Maar je hebt … Voorzitter, richting de wethouder, ja dat empathische dat heb ik inderdaad gemist en ja door hoepeltjes springen doen we in een circus en niet hier in de gemeenteraad en dat wilde ik dan nog wel eventjes meegeven

37

richting de wethouder, ondanks dat ik natuurlijk wel begrip heb voor de complexe situatie. Dus vandaar. Nee, dank u wel. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: Dank. De heer Portier. De heer Portier: Ja, dan kom ik nu eindelijk toe aan mijn vraag. Ik zit toch nog een beetje met de mismatch tussen dat we plaatselijk beleid vaststellen, maar dat het geld in geheel op tafel gelegd moet worden en de wethouder zegt van ja wij nemen zo’n groot volume af, dat wordt heel goedkoop. Je zou ook kunnen zeggen van de anderen hebben gewoon een meerderheid, dus we kunnen alle overhead aan het maatwerk toerekenen, wat wij in Dordrecht meer zullen hebben dan in andere gemeenten en dan zijn we juist heel duur uit. Hoe ziet de wethouder dat. De heer Heijkoop: Poe, voorzitter, dit is wel erg House of Cards in GR’enland, op het moment dat dit soort ontwikkelingen zich voor gaan doen. Ik weet ook niet of het helemaal klopt wat u zegt. Kijk, de GR, het AB, legt niet het geld op tafel, dat legt u op tafel. En ik verwacht inderdaad dat straks in het Algemeen Bestuur allemaal wethouders Sociale Zaken en Zorg zullen zitten, omdat daar echt over de inhoud wordt gesproken. Want u bepaalt hier hoe het beleid eruitziet en de wethouder Financiën zal dan ook niet schromen om af en toe u even voor te houden van pas op, dit zijn de financiële consequenties van het een en ander.

Op het moment dat u hier beleid vaststelt, dan komt dat in die regionale begroting en mocht dat afwijken en mochten daar bepaalde maatwerkbehoeftes zijn, zoals die wellicht ook worden geformuleerd, dan zal die beprijsd worden en dan moet je inderdaad, die beprijzing moet je afspreken in het AB en dat gaat gewoon met een normale meerderheid, dus die 41 procent plus eventueel een ander. Nou ja, ook daarvan hoop je dat je er met elkaar uitkomt. Mocht het dan toch niet goed gaan, dan is er nog een soort arbitragemogelijkheid. Dus op het moment dat er echt streken worden geleverd, ik zeg het maar even in mijn eigen woorden, dan kan je als gemeente ook zeggen van we gaan daar een onafhankelijk arbiter, want hier gaan dingen niet goed. We gaan er niet vanuit, maar ook wij vanuit Dordrecht hebben er wel voor gepleit om deze mogelijkheid er gewoon in te houden, omdat, ja, je moet … We maken deze GR nu in deze goede tijden, maar willen ook dat die goed dienstdoet in eventueel tijden waarin de samenwerking minder goed loopt in de regio. De voorzitter: Dank. Ik kijk even rond. De heer Boersma: Voorzitter. De voorzitter: Ja. Gaat uw gang, de heer Boersma. De heer Boersma: Ja, in reactie op de wethouder, de wethouder die zegt dat hij streeft naar transparante besluitvorming in het AB en de raad daar ook proactief bij gaat betrekken. Nou, dat vind ik altijd heel mooi, proactief betrekken.

Ik denk dat is ook heel goed. Ik vraag me wel even af, misschien kan de wethouder dat iets meer duiden hoe hij dat gaat doen, want een deel van het gemopper van deze raad en zeker in de Commissie Sociaal is nog wel eens dat we de indruk hadden dat we een beetje achter het proces

38

aanhobbelden. Dat Dordt wel eens de laatste was die dan iets mocht vinden, dus mijn vraag is van hoe gaat u dan ook garanderen dat wij als Dordtse raad ook proactief aan het begin van het traject onze rol kunnen pakken en daarmee vanuit het recht, vanuit gezag en niet per se vanuit macht gaan sturen en aangeven wat wij willen? Omdat dat misschien ook voorkomt dat we dan straks aan het eind gedoe krijgen over stemverhoudingen en discussies over waar nou uiteindelijk het geld naartoe moet. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik zou bijna willen zeggen richting de heer Boersma hoe zou u dat als raad willen in regelen? Ik denk dat het belangrijk is dat u uw informatiepositie heel erg versterkt en dat je uiteindelijk ook een soort cyclus krijgt van dat je aan de voorkant kaders meegeeft, u gaat hier beleid maken, uiteindelijk komt dat ook in zo’n AB. Daarin spreek je met elkaar, neem je besluiten met elkaar en ik kan mij heel goed voorstellen dat je na zo’n AB, dat u van het college wil weten van nou hoe is die besluitvorming gelopen. Je zou daar zelfs een soort van, nou ja, nieuwsbrief is misschien wat zwaar, maar dat je gewoon een soort verslag krijgt van nou zo is dat gegaan in het AB en dat u als raad het recht voorbehoud om dat ook gewoon te agenderen.

Nou, beste wethouder, best college, wij willen daar even over spreken, want dat kan wellicht ook weer input geven voor nieuwe beleidsvoorstellen of wij willen daar bepaalde koers op bijstellen of wil u nog wat meegeven richting een nieuwe ABvergadering. Maar goed, dit zeg ik even voor de vuist weg, maar dat moet je volgens mij echt wel met elkaar kunnen inregelen. De heer Boersma: Misschien nog even op vervolgen, want dat is terecht wat de wethouder zegt alleen ik zit nog eigenlijk een stap ervoor en dat is de stap hoe wij als Dordtse raad heel proactief met dat beleid aan de slag gaan, voordat er misschien al sprake is dat er iets in een AB besproken wordt, want volgens mij zit daar onze invloed en op het moment dat we achteraf moeten constateren dat er iets ter besluitvorming aan AB ligt dan kunnen we de wethouder nog wat meegeven en ook aangeven hoe wij als Dordtse raad erin staan, maar uiteindelijk wordt er in een AB een besluit genomen. Daar kunnen we achteraf iets van vinden, maar ik denk van ja het is juist belangrijk dat we met die hele beleidsontwikkeling, dat we daar in een heel vroeg stadium al heel duidelijk hier de keuzes maken en dat dat de input is richting de gemeenschappelijke regeling. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik snap deze vraag heel goed. We hebben in de regio al gekeken naar een soort van beleidsproces wat je met elkaar kan doorlopen.

Dat begint in de verschillende gemeenten. De gemeenteraden in positie, die geven mee wat zij belangrijk vinden, die maken uiteindelijk beleid. Verderop in het traject wordt dat bij elkaar gebracht. Je probeert daar ook de gezamenlijkheid in te vinden. Daar is een heel mooi proces voor bedacht. Ik denk dat het ook gewoon goed is dat we dat ook met elkaar delen. Daarvan heb ik wel gezegd van joh laten we wel proberen te kijken om het ook effectief en snel te laten zijn, want voor je het weet heb je een enorme doorlooptijd en dat is ook niet altijd dienstig aan de resultaten die we met elkaar willen behalen, maar dit is wel met elkaar even goed kijken van ja wanneer wil de raad in positie. Binnenkort gaan we al met elkaar over het minimabeleid spreken. Dat is toch wel een redelijk politiek onderdeel van de regionale samenwerking van hoe gaan wij om met de bestaanszekerheid van onze inwoners, waar kunnen wij als gemeente aanvullende ondersteuning bieden en dat is ook wel een voorbeeld van beleid waarin u als Dordtse

39

raad honderd percent zeker andere keuzes wil maken dan bijvoorbeeld de gemeenteraad van Hardinxveld- Giessendam. Binnenkort komen we uw kant op om daarover te spreken van nou zegt u het maar, hoe zou u dat vormgegeven willen zien en dan gaan we dat hele proces zo doorlopen. De heer Van Verk: Dank, voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer Van Verk. De heer Van Verk: Twee vragen. Naar aanleiding van de laatste opmerking, het minimabeleid is nou typisch zo’n voorbeeld van maatwerk wat we hier in deze stad hebben. Goed dat we dat weer eens gaan bespreken, maar dat is maatwerk. Wanneer krijgen we het algemene, meer algemene beleid onze richting uit? Dat willen we dan ook wel snel hebben, lijkt mij. En de tweede vraag is van als u nou zo veel op heeft met het begrip vertrouwen, waarom is er dan toch nog een arbitragecommissie in het leven geroepen? Want dat is eigenlijk wel gestold wantrouwen. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, in elke regionale samenwerking heb je achterluikjes, heb je bepalingen op basis waarvan je de samenwerking kan beëindigen. Je moet altijd al dit soort zaken wel regelen met de hoop dat je ze niet nodig hebt. In die zin werd er net een vergelijking gemaakt met een liefdesrelatie, waar het altijd heel goed zou gaan.

Nou, ik vind het heel mooi dat de heer Boersma dat daar nooit strubbelingen zijn, ook in een liefdesrelatie zijn er soms wel wat spanningen en in veel liefdesrelaties zijn daarom ook huwelijkse voorwaarden gesteld bijvoorbeeld binnen een huwelijk. Om toch met elkaar, mocht het toch even wat minder goed lopen, dat je met elkaar in ieder geval de afspraak gemaakt hoe je het met de kinderen gaat regelen, dat je niet op het moment dat de emoties wat oplopen dat je dan het met elkaar nog moet gaan uitvinden en daarom Regen je dat nu allemaal, nu we allemaal zeer harmonieus met elkaar door één deur kunnen. Zodat op het moment dat het wat minder het geval is, dat je dan toch met elkaar goede afspraken op papier hebt staan. De heer Boersma: Voorzitter, misschien nog even nog een verduidelijking op die liefdesrelatie. De voorzitter: Wat wilt u daarover kwijt, meneer Boersma? De heer Boersma: Ik heb juist aangeven dat de gemeenschappelijke regeling eigenlijk niet echt een liefdesrelatie is, dat is meer een soort verstandshuwelijk en je hoopt natuurlijk dat je uiteindelijk naar elkaar toegroeit tot iets heel moois en wie weet gaan we dat nog meemaken, hoewel ik me voor kan stellen met een aantal woordvoeringen dat een aantal partners daar met heel erg veel wantrouwen naar ons kijkt, maar goed, dat daargelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/344/documents/13466