2.1 2026.02.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar als je er wat breder naar kijkt, eigenlijk heel veel activiteiten die we uitvoeren die eenzaamheid bestrijden. En daar hebben we heel bewust voor gekozen omdat we denken, als je het punt voor punt benadert ben je lang zo effectief niet. Want mensen die in eenzaamheid zitten, hebben vaak ook andere vraagstukken. Dat kan rondom zorg zijn, dat kan rondom schulden zijn, dat kan rondom andere punten zijn die ze hebben in armoede. Dat moet je integraal bekijken. Wij pleiten erg voor een integrale visie en een integrale aanpak. En dat is ook ons bezwaar. Dat hebben we ook in de wensen en bedenkingen die we met u gedeeld hebben opgeschreven. Om nu een separaat plan van aanpak om eenzaamheid te gaan schrijven, omdat je dan een beetje de integraliteit van die aanpak kwijtraakt. Ons advies
20
zou zijn, en ik herhaal het hier ook, om niet het college nu te gaan vragen, omdat wij denken dat het niet effectief is en ook niet bijdraagt, om een separaat plan van aanpak te gaan maken. Neemt niet weg dat als je kijkt naar alle aanbevelingen en ook het gesprek wat u met elkaar gevoerd heeft en ook de inzichten die het initiatiefvoorstel oplevert, dat daar waardevolle inzichten in zitten. Dat er ook wel een aantal constateringen uit voortkomen die wel bijstelling behoeven. Een hele duidelijke, die heeft u zelf ook meerdere keren genoemd, betreft de websites die achterlopen. Als je het hebt over ontmoetingsplaatsen en waar die dan zijn is dat niet up-to-date. Dat is een understatement. Er staat gewoon niet zoveel. Dat hebben wij ook gezien, dus dank daarvoor. Alleen daarvoor is het al goed dat het initiatiefvoorstel er is, dat we dat later hebben. En we hebben dan ook met elkaar, dat wil ik u ook wel toezeggen intussen onze partner Dordrecht Sociaal. Want u weet, de gemeente ligt veel van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma bij Dordrecht Sociaal. Niet alles overigens. Maar Dordrecht Sociaal heeft ons ook de opdracht gegeven om de websites te gaan actualiseren. We hebben de websites, u kent hem, Je Bent Niet Alleen. Maar ook als je op Dordrecht Sociaal en bij Buurtwerk gaat kijken kom je ook nog wat websites tegen.
Het is ook een beetje, waar moet je dan kijken? Sommige dingen staan er ook dubbel. En ons idee is om gewoon de website Je Bent Niet Alleen ook te gaan gebruiken als het centrale punt waar de informatie te vinden is over ontmoetingsplekken. Tegelijkertijd moet u ook niet alles verwachten van ontmoetingsplekken. Heel veel mensen die eenzaam zijn komen hun huis niet uit en die gaan ook niet naar ontmoetingsplekken. Of je het op een website schrijft omdat je briefjes door de buurt doet of dat de huisarts je het vertelt, er zijn gewoon mensen die niet gaan. En sommige mensen voelen zich ook niet eenzaam omdat ze niet naar ontmoetingsplekken gaan, maar die voelen zich eenvoudigweg eenzaam omdat bijvoorbeeld hun man of vrouw is overleden en ze alleen zijn achtergebleven. En dat los je niet op met een ontmoetingsplek. Dat is een andere vorm van eenzaamheid. Dat heeft heel veel aspecten in zich, maar ... De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Dank u wel, voorzitter. Is het dan geen idee, wethouder, om, ik noemde dat haakje richting de sociaal activeringsconsulent, bijvoorbeeld iemand van de SRD of whatever wie, die ook daadwerkelijk ernaartoe gaat. Mensen verwijzen naar een website of een adres geven is in veel gevallen te makkelijk.
En is het dan geen idee om juist die stap terug te zetten en mensen ook daadwerkelijk langs te laten gaan? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: U schiet al in een keer naar uw eigen woordvoering. Ik had een zekere opbouw in gedachten. Mag ik die misschien even vervolgen, dat ik daar vanzelf straks uitkom? Daar kun je ontmoetingsplekken zichtbaar maken. Laten we ook wel zeggen, de website die we dan voor ogen hebben, Je Bent Niet Alleen, die wordt beheerd door Dordrecht Sociaal. Die gaat dat ook doen, maar Dordrecht Sociaal kan ook niet in eentje de hele website vullen op het moment dat er ontmoetingsplekken zijn, of dat ondernemers zijn of dat het maatschappelijke initiatieven zijn of dat dat kerken zijn die daarop willen staan, zullen ze het zelf ook wel aan moeten reiken dan aan Dordrecht Sociaal. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij al die partijen die hier iets in willen betekenen om dat te doen. Natuurlijk kunnen we hen daar bekend mee maken. Ze zullen
21
hetzelfde moeten doen. Als u zegt, ook de activiteiten moeten erop komen, of dat nou een pub quiz is of een koffiedrink ochtend in een kerk of in een moskee of iets anders in een buurthuis, zullen ook die initiatieven dat dan wel bij Dordrecht Sociaal zelf moeten aanreiken. Het is te veel gevraagd vanuit de subsidie om tegen Dordrecht Sociaal te zeggen, je moet continu alles gaan ophalen, in de gaten houden en zelf de website actueel houden. Dat gaat niet werken. Het is een faciliterende rol, maar dat ligt wel een verantwoordelijkheid bij al degenen die ze organiseren of ontmoetingsplekken hebben, welke partij dan ook, om dat te doen. Dat willen we graag in gang zetten. En het idee dat we als college daarbij hebben, want we hebben al heel veel partijen die er van alles nog wat in betekenen. Ik kan u ook wel bekennen, een aantal partijen waren ook wel een beetje, laat ik het voorzichtig zeggen, teleurgesteld dat ze niet gekend waren in de voorbereiding van dit initiatiefvoorstel. Want die zegt, heel veel van wat gevraagd wordt doen wij al. Dat zegt bijvoorbeeld Samen Dordt of dat zeggen ze bij Dordrecht Sociaal, maar zo zijn er ook nog andere initiatieven, bijvoorbeeld bij MEE plus, de Dordtse Helden, HipHelpt, de hulplijn. Ik stop maar even met praten, maar … Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: vast niet allemaal, want de Dordtse Helden zijn erin betrokken en nog een paar van die dingen instanties die u noemt zijn hierin betrokken. Ook onze jongere die in dit initiatiefvoorstel aan het woord is komt vanuit Dordtse Helden. Daar hebben we echt in samengewerkt en dat is weer een onderdeel van Samen Dordt. Samen Dordt zit er ook bij. De voorzitter: Wethouder, ga verder. De heer Van der Kruijff: Ik geef maar terug wat we aan feedback krijgen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer heeft ook nog iets. De heer Van der Meer: De organisaties die de wethouder nu noemt hebben allemaal een net iets verschillende insteek. Dat gaat niet per se over eenzaamheidsbestrijding. Dat gaat soms over regelen dat er klusjes voor mensen gedaan kunnen worden. Maar die helpen wel mee ook om eenzaamheid te bestrijden. Daar zit ik steeds een beetje tegenaan te hikken en ik ben heel benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt, alsof er een groep mensen is die een eenzaamheidsprobleem heeft en die moeten geholpen worden. Aan de andere kant zijn er andere activiteiten die er zijn om mensen te activeren om zelf vrijwilligerswerk te doen. Maar dat een kan een oplossing voor het ander zijn. Die dwarsverbindingen lijken mij heel belangrijk om te maken. Bent u het daarmee eens? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Zeker.
Dat was ook het begin van het betoog wat ik net hield. Ik zei, het is een integrale benadering waarbij het niet alleen om eenzaamheid gaat. Maar ik heb schulden, ik heb armoede, ik heb andere vraagstukken rondom zorg genoemd die mensen kunnen hebben, die ook vaak te maken hebben met eenzaamheid, maar je kunt
22
ze ook andersom zien. Op een moment dat je bij iemand binnenkomt om schulden op te lossen of om zorg te verlenen, kun je ook eenzaamheid constateren en daarvoor volgens actie op nemen. Die dingen moeten in elkaar gevlochten benaderd worden en die helpen elkaar. Andersom is ook, als je ergens binnenkomt voor eenzaamheid, kun je ook constateren dat er schulden zijn en er moet daar wat aan gebeuren. Dat is over en weer. En we weten dat er een aantal partijen, dat zijn hier genoemd die dat doen, de Stichting mbo, u kent het waarschijnlijk, maatschappelijk betrokken ondernemers. Die stimuleert ook bedrijven en ondernemers om hieraan bij te dragen. Dat kanaal bestaat ook. Ook huisartsen verwijzen. Dat heet het Sociaal Recept. De Dordrecht Sociaal professionals, sociaal makelaars bestaan ook. Er zijn heel veel initiatieven die niet ambtenaren van de gemeente zijn of consulenten van de gemeente of van een sociale dienst zijn die hier actief in zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, er worden hier al die dingen genoemd die er zijn, maar wat men niet van elkaar weet. En als ik dan even terugkom bij dat initiatiefvoorstel bijvoorbeeld over die jongere, die heeft dan 10 jaar lang eigenlijk rondgedoold zonder dat haar ooit werd gewezen op wat er is. En als een coach op een school weet wat er is, dan is dat al helpend. En nu weten ze het niet.
En wat we vragen is onder andere, zorg dat de scholen gewoon op een rijtje hebben, waar kun je jongeren naar verwijzen als je merkt dat er thuis iets aan de hand is en ze durven dat op school niet te vertellen? Zo eenvoudig ligt het eigenlijk. En een coach gaat een leerling niet verwijzen naar de integrale visie sociaal domein. Gewoon dat verbindende lijntje is nodig en daar vragen we om. Die verbinding is er nu niet. En we zien heel veel goede dingen. We vragen niet echt iets nieuws, maar we vragen wel, doe er alles aan om die verbinding tot stand te brengen. De voorzitter: Mevrouw Striebeck gaat daar nog iets op aanvullen. En dan de wethouder weer. Mevrouw Striebeck: Dan is nog een vraag van ons, als al die organisaties meedoen die allemaal opnoemt en dat zijn nog vele malen meer dan wat u zegt, waarom is het percentage eenzaamheid dan zo hoog in Dordrecht? De heer Van der Kruijff: Daar hield ik net mijn betoog over. Eenzaamheid. Het onderzoek is zo gedaan, er zijn mensen benaderd, er is een enquête gehouden of hoe je dat ook bekijkt, een uitvraag gedaan aan mensen, voelt u zich eenzaam? En dan zeggen een aantal mensen ja. En die zijn opgesteld en dat leidt tot dit percentage. Maar ik probeerde aan te geven, eenzaamheid heeft vele achtergronden. Ik gaf het voorbeeld van iemand die weduwnaar is geworden omdat zijn vrouw is overleden. Die voelt zich om die reden eenzaam.
En wat wij met elkaar ook doen, die eenzaamheid gaat niet weg, want diegene kan best dagelijks bezoek krijgen en toch zich eenzaam voelen. Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht voor moet zijn. De huisarts zal er aandacht voor hebben. Hopelijk zijn er buren of kinderen of andere familie die daar ook aandacht voor hebben. En toch bestaat de kans als u die na zes maanden opbelt en uw vraagt, voelt u zich wel eens eenzaam, dat u nog steeds ja als antwoord krijgt. In die zin is het ook niet allemaal oplosbaar. Daar moeten we ook eerlijk in zijn.
23
De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik begrijp voor een deel de reactie van de wethouder. En aan de andere kant zijn we nu als we niet uitkijken die cijfers een beetje klein aan het maken. Dan zeggen we, maar het was een vraag en dan zeggen mensen, natuurlijk, ik ben voel me wel eens eenzaam. Maar die cijfers hebben we bewust ook in het initiatiefvoorstel zo benoemd met de urgentie erbij, omdat we ook zien dat Dordrecht ook in vergelijk met andere gemeenten, het relatief gewoon slecht doet. We zijn niet misschien het slechtste kindje van de klas, maar het gaat in Dordrecht met onze eenzaamheid cijfers niet lekker. Dat is toch ook wel een reden om te zeggen, er is meer nodig. Is de wethouder het ook met ons eens dat als je hetzelfde blijft doen, je geen andere resultaten mag verwachten? De heer Van der Kruijff: Begrijp me goed, ik probeerde van geen kanten het probleem klein te maken, want eenzaamheid is een heel hardnekkig en ook een heel groot probleem. Ik gaf een antwoord op de vraag van mevrouw Striebeck hoe dat kan. We weten ook, als je het hebt over integrale benadering van dat vraagstuk. Dordrecht heeft een, sorry voor het woord, een laag sociaaleconomisch profiel. Dat wordt door het CBS aangegeven. We bungelen onderaan als van de grote gemeenten.
We hebben hier een nationaal programma leefbaarheid en veiligheid lopen waar we miljoenen subsidies voor krijgen vanwege sociale problematiek in de stad Dordrecht. Al die miljoenen worden uitgegeven in kwetsbare wijken, onder andere aan activiteiten waar we het hier over hebben. Dordrecht heeft een heel groot probleem en dat wordt onderkend en daar wordt heel zwaar op ingezet. We hebben een van de ruimhartigste armoedebeleiden die we hier hebben. Zou je zeggen, armoedebeleid is geen eenzaamheidsbeleid, maar het hele sociale beleid in zijn samenhang in Dordrecht is heel intensief. Ik onderschat het probleem niet. Integendeel, ik ben het met u eens dat dat een heel groot, zwaar vraagstuk is in zijn hele samenhang en dat we ons daarvoor moeten inzetten. Maar een nieuw plan van aanpak, naar onze insteek, gaat daar niet iets extra's aan toevoegen. Als je vraagt, moeten we de ontmoetingsplaatsen extra in kaart brengen? Ja, dat moeten we doen. Kunnen we versterken, wij noemen dat op de coalitie tegen eenzaamheid, en dat kunnen ondernemers zijn, dat kunnen kerken zijn, dat kunnen partijen zijn, daar kan ook de gemeente en de sociale dienst van onderdeel van uitmaken, dan denken we dat we dat helderder moeten doen in het sociaal domein. Met zoveel initiatieven is het altijd lastig om elkaar te vinden. We hebben in Dordrecht de Hulplijn.
Mijn antwoord is altijd, ik houd het maar even dicht bij mezelf, als iemand zegt, ik weet niet waar ik heen moet, bel de Hulplijn, want daar zit echt de kennis die je naar de juiste plek kan verwijzen. Dat is wel het centrale punt waar je terechtkunt. Dat hebben we. Dan hebben we nog de heer Van Antwerpen, uw vraag. De sociale activering. Ik moet zeggen, onder die noemer ken ik hem niet. Natuurlijk, de sociale dienst doet wel aan activering. Dat is natuurlijk heel vaak ingezet vanuit de Participatiewet vooral. U gebruikt ook het woord reintegratie, voor mensen die naar arbeid of een andere zinvolle activiteit, kan ook vrijwilligerswerk, toe geleid worden. Dat doen we volop. Ik moet eerlijk zeggen, ik ken hem nog niet in relatie tot eenzaamheid. Ik denk wel dat het een relatie met elkaar heeft, dus ik ben wel geïnteresseerd in het initiatief als andere gemeenten daar vanuit participatiebeleid en toeleiding naar zinvolle dagbesteding, betaald of niet betaald werk. Als we dit aan elkaar kunnen koppelen, zou dat een interessante gedachte zijn om eens met de sociale dienst uit te wisselen of daar een brug te slaan is. Ik ken het niet.
24
De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u. een kleine toelichting. De sociale activering, ik heb het zelf opgezet samen met een collega in Bergen op Zoom. Het is gewoon, ik zou bijna zeggen, heel simpel de boer opgaan. De sociale kaart op orde maken. En inderdaad, dan zie je ook de voorbeelden dat de linkerhand soms niet weet wat de rechterhand doet en van elkaars bestaan niet afweet. Maar als je daar een beetje vorm aan geeft, dan … Ik heb op een gegeven moment gehad dat organisaties tegen elkaar zeiden, je moet de sociale dienst bellen. Nee, je moet Dick even bellen. En uiteindelijk bouw je zo een netwerk in elkaar. En je kan daar op een gegeven moment, door wat ik er net ook zei, door mensen ook daadwerkelijk aan de hand mee te nemen, zo kom je er. En sociale activering werd daar ingezet voor de groep mensen waarvoor vrijwilligerswerk het maximaal haalbare was. Die stap naar werk was gewoon niet mogelijk. Maar sommige mensen moest je echt, ik zou bijna zeggen letterlijk uit huis sleuren, om mee te nemen om in het buurthuis een kopje koffie te gaan drinken. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. De heer Van der Kruijff: Zoveel is al duidelijk. En dat zei ik net ook, in het algemeen, sociale activering doen we natuurlijk. Doet de sociale dienst ook.
Re-integratie doen we het ook, als het gaat over participeren en meedoen en begeleiden naar vrijwilligerswerk. Maar we zullen even kijken bij het in kaart brengen onder de noemer van eenzaamheid. Die koppeling heb ik niet gehoord. Dat zal ik dan nog eens naar kijken, hoe we dat beter kaart kunnen brengen. En als daar versterking mogelijk is, moeten we dat zeker doen. Dan nog de vraag van mevrouw Van den Bergh wat de ombuigingen oftewel de bezuinigingen hiermee te maken hebben. Veel van de instellingen waar we het hier over hebben krijgen ook subsidie van de gemeente. En u weet, dat heeft de gemeenteraad ook besloten. Die is voor 1 jaar is qua indexering de eerste 3 procent niet toegekend. Voor dit jaar is er 0,625, om precies te zijn, indexering wel toegekend van het indexcijfer 3,6. En dat zou betekenen dat een aantal van deze partijen iets meer moeite zal hebben om met iets minder middelen ... Het is trouwens niet minder middelen, want ze krijgen nog steeds 0,62 procent meer, maar in ieder geval niet het indexcijfer toch hetzelfde werk zo veel mogelijk te blijven doen. En ik weet dat ze zich daarvoor inzetten, maar ze zullen er altijd last van hebben als je minder geld hebt. Dat is duidelijk. Je kan het niet één op één koppelen aan het eenzaamheidsbeleid. Kortom, laat ik de conclusie geven.
Als je kijkt naar het hele dictum natuurlijk wat het initiatiefvoorstel nu vraagt, want daar staat natuurlijk een aantal punten in, zou ik zeggen, het eerste punt de vraag om het college en een nieuw plan van aanpak laten schrijven dat niet te doen, maar gewoon alle aandachtspunten die hier staan gewoon in het integrale beleid te verwerken voor zover nodig. Op de punten van de buddyprojecten en de bewustwordingscampagne en de ontmoeting doen we dat volop. En als je punten ziet waar we het zouden moeten versterken, dan hebben we ze ook wel graag iets concreter. Maar we zeggen er ook maar eerlijk bij, het moet wel vanuit de bestaande middelen. Er is voor ‘26 als je naar het eenzaamheidsbeleid kijkt nog 35 duizend euro beschikbaar. Dat heeft u nog niet gedaan met dit initiatiefvoorstel. Er is nu nog 35 duizend voor dit jaar beschikbaar, waarvan al 10 duizend gereserveerd is voor de Week tegen Eenzaamheid die dit jaar ook weer is. Dat is ook zo’n activiteit, als je het hebt over een bewustwordingscampagne die
25
we ook graag willen voortzetten. We hebben voor dit jaar nog 25 duizend euro. Zo'n coalitie tegen eenzaamheid en dat activeren en samen optrekken, dat kunnen we met die middelen wel doen. Maar voor de jaren daarna, als u extra wilt, dan zal dat toch een keer bij de perspectiefnota moeten. Maar dan moet er ook wel een concretere opdracht gegeven worden wat er dan precies extra zou moeten. Wij denken op het moment dat er niet een hele harde intensivering nodig is, maar dat het vooral heel veel te halen is uit gewoon effectieve samenwerking in elkaar leren kennen en van elkaar weten, zoals een aantal van u ook al aangaf. En dat noemen wij dan de coalitie tegen eenzaamheid smeden. De voorzitter: U was klaar, denk ik, met uw verhaal, wethouder. Dank u wel. En dan kan de heer De Heer mooi als eerste reageren. De heer De Heer: Voorzitter, kort wel een reactie ook op wat de wethouder zojuist heeft gezegd. Ik ben een beetje aan het kauwen op die integrale aanpak. Ik zit nu vier jaar in de raad en een integrale aanpak is vaak ook een soort van wondermiddel, we gaan het nu integraal doen. Dan denk ik, oké. Alleen nu heb ik het idee dat integrale aanpak als er reden wordt genoemd om geen nieuwe dingen te kunnen toevoegen. Dan denk ik, maar een integrale aanpak is een samenvoeging van allerlei die wat integraal met elkaar samenwerkt.
Daar zou je dan met wat creativiteit natuurlijk, als je met elkaar concludeert, we missen nog het een en ander, ook dingen aan kunnen toevoegen. Ik begrijp niet helemaal hoe dat elkaar in de weg zou zitten als we wel met dit initiatiefvoorstel en zeggen, een aantal nieuwe dingen willen we er graag bij. Laat dat integraal met elkaar samenwerken. En twee, een aantal zaken waarvan we zeggen daar geloven we met elkaar echt in, dat verdient meer aandacht. Werk het uit, kom met een voorstel zodat we met elkaar kunnen besluiten hoe we daar invulling aan willen geven. En inderdaad, dan moeten we het ook t.z.t. over de middelen hebben buiten de beschikbare middelen op dit moment. Verder vind ik het heel goed wat de wethouder zegt inderdaad over het faciliteren. Het is niet zo dat Dordt Sociaal met de pet rond moet opeens bij het bedrijfsleven, bij de kerken. Maar maak het bekend, faciliteer, precies zoals we het ook inderdaad hebben gezegd. Maak het makkelijk zodat al die instanties ook zich kunnen aansluiten en mee kunnen doen in die coalitie of hoe je het hoe je het noemt. We met elkaar. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. U wil gelijk reageren, wethouder? De heer Van der Kruijff: Los van de aanpak, we hebben een uitvoeringsprogramma, het uitvoeringsprogramma Elkaar Helpen. Daarin staat wat we doen.
Daar staat bijvoorbeeld, als u in het initiatiefvoorstel kijkt onder twee B, C en D, stimuleren van sociale activiteiten, het organiseren van evenementen, ontmoetingsdagen en workshops in wijkverband. Dat gebeurt. Mentor- en buddysystemen zijn er. Het uitvoeren van educatie en bewustwordingscampagnes, dat gebeurt. Dat staat in het uitvoeringsprogramma. U heeft laatst ook een stand van zaken gehad van het uitvoeringsprogramma. Die zijn door het college vastgesteld. Kunt u ook zien wat er gebeurt. En als u daarvan zegt, wat daar nu in staat is niet voldoende, en dan heb ik niet zoveel aan het woord dat moet u versterken, dan wil ik het iets concreter weten. Wat moet er extra gebeuren? En dan is dat de vraag om in het uitvoeringsprogramma te verwerken en dan zal daar ook geld bij horen wat een keer bij een begroting beschikbaar gesteld moet worden. Maar zo
26
concreet moet het dan wel zijn. Maar dan zou mijn vraag zijn, geef dan als raad als u dat concreet wil die concrete opdracht om in het uitvoeringsprogramma te verwerken. En dan hebben we hem weer in de integrale aanpak die we nu hebben in plaats van een apart plan van aanpak. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, toch nog een vraag daarover. Bijvoorbeeld als we het hebben over die buddyprogramma's. Dan weten we een aantal buddyprogramma's ook wel te noemen of organisaties die dat doen. Dat is soms maar heel klein en soms maar best fragiel. Daarom zeggen wij ook in ons initiatiefvoorstel, laten we daar meer werk van maken, dat mag meer ruimte en meer steun krijgen. Kom met een plan van aanpak waarin je bijvoorbeeld ook een voorstel kan doen van als we dat inderdaad meer ruimte en meer zuurstof willen geven, wat zou daar dan voor nodig zijn? Want inderdaad, we erkennen dat het voor een deel is. We erkennen ook dat dat maar klein soms is en best soms ook wat fragiel. Wat is ervoor nodig inderdaad om daar meer reuring en meer kracht aan te geven? Anders blijven we rondzingen in, maar het is er al. Dat erkennen wij ook. We vragen alleen om een versterking van. De voorzitter: U knikt, wethouder. Kunt u het ook uitspreken? De heer Van der Kruijff: We hebben een aantal partijen. MEE plus, Dordtse Helden, HipHelpt, Samen Dordt.
Die hebben mentor- en buddyprojecten. Die bestaan. Titels als kleine fragiel is nog maar de vraag. Dat laat ik even voor uw rekening. Als u zegt, dat moet versterkt worden, dan is dat een hele generieke uitspraak. Maar wat bedoelt u dan met versterken? Dan helpt het als u concreet zegt wat u bedoelt, wat u vindt dat er moet gebeuren en wat de gemeente daarin kan betekenen om deze partijen dat dan te laten versterken. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, dan kom ik toch weer met zo'n scholier die bij de mentor zit en niet verder komt waar die mentor ook niet verder komt of die coach, omdat ze niet weten dat dit systeem daar is. Net als bij HipHelpt gaat het heel erg om jongeren en ik zou graag hebben dat op scholen bekend is dat Dordt dat systeem rijk is. We hebben van alles. En versterken, maak het concreter, daar vraagt het college om. Dan denk ik, als alles de aandacht krijgt en onder de aandacht komt, dat is al versterken en dat is ook heel concreet. Grijp alle mogelijkheden aan. Waar ziet het college ook de kans om dat wat er is, toch eens even goed op een rijtje te zetten. En misschien dat we eens even dat uitvoeringsprogramma ook nog moeten lezen om te kijken, moet het daarin? Ik weet dat niet, dat moeten we gaan overleggen, denk ik.
Maar ik hik er toch een beetje tegenaan dat nu verondersteld wordt dat dat wij vinden dat alle oplossingen zitten in ontmoetingsplaatsen. Dat vinden we niet. We zien vooral de oplossing in dat men onderling weet van elkaar en dat er meer bekendheid komt. En het zat er toch een beetje tegenaan dat eenzaamheid een soort armoedeprobleem kan zijn. U heeft het net niet zo gezegd, maar wel gesuggereerd dat het daar vaak mee te maken heeft. Door schulden of door dingen die niet betaald kunnen worden op een andere manier. Het komt echt in alle lagen voor. De ouderen in ons voorbeeld die willen graag hun advocaatje beneden in ons ontmoetingsruimte kunnen nuttigen en dat kan nu niet, want
27
er zijn horecaeisen. Dat zijn hele kleine dingen, hele kleine ingrepen waar misschien wel iets mee gedaan kan worden. En geen financiële middelen erkennen we, maar daarom vragen we ook een plan van aanpak zodat we er in een later stadium over kunnen besluiten. Dat vragen we niet nu. De voorzitter: Dank u. Dan hoeft u ook nu geen antwoord te geven. Of wilt u nog reageren? Mag, hoor. De heer Van der Kruijff: Ik ben misschien heel eenvoudig. Ik lees het dictum van het initiatiefvoorstel en ik kijk wat u van mij vraagt. En als u zegt over de buddysystemen, dat moeten we meer bekendmaken. Dan kunt u daar misschien ‘…’(01:24:45), maar dan is dat communicatie. Maar dan is het niet het versterken van de buddysystemen. Daarom zeg ik, bij A staat een inventarisatie van ontmoetingsplekken. Daar hebben we toegezegd, dat gaan we op de website in kaart brengen. De partijen zullen het wel zelf moeten aanleveren. Het stimuleren van sociale activiteiten daarvan zeggen we, dat doen we, en als u wil dat er meer moet gebeuren, dan moet u het aangeven wat u dan meer wil. Bij mentor- en buddysystemen ik dat ook verteld en bij educatie en bewustwordingscampagne heb ik dat ook verteld. Voor ondernemers heb ik aangegeven, dat is een goed idee. Stichting maatschappelijk betrokken ondernemers wil daar ook een rol in spelen, is mijn inschatting.
Maar het is wel de verantwoordelijkheid van de ondernemers zelf dan om de informatie aan te reiken naar Dordrecht Sociaal, zodat het op de website ook komt welke plekken en welke activiteiten. Die wil ik ook overnemen, maar dan is dat wat mijn interpretatie is van het dictum van uw initiatiefvoorstel, wat u vraagt. En als ik dan een plan van aanpak moet schrijven, dan wordt het heel kort. A, ik ga de website bij bijwerken op A, en dat kost niks extra. En op E, ik zal vragen aan de ondernemers of ze een informatie willen aanleveren voor de website. Dan heb ik E ook gedaan. Dat kost ons niks. Die brief kan ik zo schrijven en de rest doen we al. Wat vraagt u in een plan van aanpak? De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik merk lichte irritatie bij mezelf. En dat benoem ik heel bewust omdat ik merk dat er steeds dezelfde reflectie is op wat we proberen te doen, waarbij we in eerste instantie erkennen dat we een probleem in Dordrecht hebben met eenzaamheid cijfers. Dat we een mooi uitvoeringsprogramma hebben waar we een aantal dingen missen. En waar we van een aantal dingen zeggen, daar willen we graag meer van. Zo eenvoudig is het uiteindelijk.
Daar vragen we inderdaad ook in overleg met ambtelijke ondersteuning, eerder met de griffie, wat zou een goede vorm daarvoor zijn? Nee, ga geen nieuw eenzaamheidsbeleid schrijven, want er is een uitvoeringsprogramma, we hebben een visie vastgesteld. Doe dat niet. Zorg dat je het in een plan van aanpak giet om mee te geven aan het college, zodat je ook niet meteen om allerlei gelden vraagt maar zegt, ga daar eens mee aan de slag. En als u het in een A4’tje kan, dan is dat fantastisch. Maar neem dan wel serieus wat we vragen om inderdaad een aantal nieuwe dingen die we voorstellen daarin uit te werken te zeggen, als jullie dat zouden willen als raad, dan zou dat dit kosten en we verwachten deze kosten en opbrengsten. En een aantal dingen die we al doen, waarbij we inderdaad wat herformulering doen, hebben we ook net al aangegeven. Dat nemen we mee vanuit de
28
feedback van de collega's. Daar gaan we wat woorden in aanpassen om duidelijk te maken hoe we dat precies bedoelen. Het faciliteren van en het versterken van. Dan is het inderdaad aan het college om daarmee aan de slag te gaan, dat terug te leggen bij de raad zodat we daar met elkaar over kunnen besluiten. Want anders krijgen we elke keer een wisselwerking zo van, maar dit doen we al, dat doen we al, en zus zijn we bezig. Wij hebben ook allerlei complimenten uitgedeeld, en naar de initiatieven en naar het college, over hoe daadkrachtig er wordt gewerkt. Maar het blijft staan dat we als initiatiefnemers van dit voorstel vinden dat er nieuwe dingen nodig zijn en dat er op een aantal punten meer nodig is. En daar zou ik het toch bij willen concluderen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het is niet mijn bedoeling om de heer De Heer of wie dan ook chagrijnig te maken. En ik heb ook gezegd dat ik het belangrijk vind dat dit onderwerp geagendeerd wordt en dat het voor het college prioriteit heeft hieraan te werken en hoe we dat willen doen. Wat ik gevraagd heb, dat gaat vooral over de punten B, C en D, 2, 3 en 4. Als u meer wil of u wil iets versterken, wat u dan concreet vraagt. Want als u zegt, ga meer doen, dat is een hele ongerichte opdracht. En daar vroeg ik vooral naar.
En dan probeer ik niet om chagrijnig, maar ik probeerde het, en dat vraagt de raad heel vaak aan het college, maak het eens SMART en tastbaar. Ik vraag het nu terug aan u. Wat wilt u? Dat helpt, want dan kan ik dat uitwerken. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, wij zullen in na deze vergadering met elkaar even zitten om te kijken of we dat nog iets concreets we kunnen maken. En tegelijkertijd willen we ook erkennen dat er bij het college, ambtelijke organisatie en uitvoeringsorganisaties heel veel kennis en ervaring zit om met die opdracht, hoe concreet of algemeen dat hij is, daar wel ook invulling aan te kunnen geven. Maar we zullen er tegelijkertijd met elkaar over praten of we dat nog iets kunnen aanscherpen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Ik kan me niet herinneren dat de wethouder heeft gereageerd op mijn vraag. De voorzitter: Ik gaf u nog de tip. De heer Van der Kruijff: Ik had hem op een apart blaadje geschreven. Het onderzoek. Mevrouw Koene heeft helemaal gelijk. U vroeg, hoe kun je verder ontwikkelen? Ik probeer het weer even terug te halen na de hele dialoog van net. Hoe kunt u verder ontwikkelen, nieuwe inzichten, verdere stappen maken? Dat is hoe ik maar even de vraag voor mezelf voorwoord. Dat gebeurt vanuit sociaal domein langs twee lijnen.
Sowieso ambtelijk zijn we aangesloten bij het hele kennisnetwerk sociaal domein en eenzaamheid. We doen gewoon ons voordeel met alle inzichten die er landelijk zijn, vanuit de VNG aangereikt worden, onze sociale dienst u draait in allerlei verbanden mee waar inzichten uit komen. Ook ideeën uit andere gemeenten. Als wethouder draai ik zelf ook nog mee in G40 overleggen, waar je hoort wat andere gemeenten doen.
29
Daar worden we gevoegd beleidsmatig met nieuwe ideeën waar we kijken, wat kunnen we daarvan leren en wat kunnen we daarvan oppikken? Dat is even de top-down line. En de andere kant is natuurlijk dat we ook regelmatig ons beleid evalueren, wat werkt, wat werkt niet? En ook gewoon feedback vanuit de samenwerkingspartners, maar ook uit een overleg zoals we nu hebben, wat we gewoon vanuit de raad terug horen. Dat je zegt dat kan in de uitvoering beter, of zou je anders moeten doen of slimmer. De heer Van Antwerpen gaf net een voorbeeld. Die zegt, kijk eens even naar sociale activering of je dat in relatie tot eenzaamheid een plaats kan geven. Misschien doen we het al wel. Ik weet het even niet. Maar dan gaan we daarnaar kijken en daar leer je ook van. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank. Ik zou misschien als college ook wel nieuwsgierig zijn om, want alle kennis die er is landelijk binnen de netwerken, enzovoort, dat is duidelijk. Maar ik zou het misschien wel interessant vinden als college om juist ook in zo'n trainee of stagegebeuren te kijken hoe in Dordt je vanaf een andere blik kan kijken naar wat er gebeurt en hoe je dingen kan vernieuwen of kan toevoegen. Gewoon los even van de rest van het verhaal. De heer Van der Kruijff: Even los van dit specifieke onderwerp, ook binnen de gemeente doen mensen regelmatig stages en onderzoeken.
Die komen met inzicht en die maken daar rapporten op. Ik kan me niet herinneren wat we specifiek op dit onderwerp gehad hebben, maar ik zal het in ieder geval noteren als idee voor als we weer een vraag voor een stageopdracht krijgen van iemand vanuit zijn opleiding, om dit eens mee te pakken. Mevrouw Koene: Dan mag u bij mij melden eventueel. Dan wil ik wel meekijken. De heer Van der Kruijff: Dan gaan we daarnaar kijken. De voorzitter: Dat is toch mooi te horen. Is er nog een fractie die in de tweede termijn iets wil zeggen? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Heel kort. Ik vond het idee van die sociale activering van de heer Van Antwerpen wel heel erg interessant en ik wil dat de initiatiefnemers ook meegeven. Ik denk dat er ook een categorie eenzamen is die niet zozeer geholpen moet worden omdat ze eenzaam zijn, maar die gewoon de weg naar een activiteit gewezen moet worden waardoor ze anderen kunnen helpen. Misschien zelfs wel met eenzaamheid. De voorzitter: Dank u wel voor deze aanvulling, mijnheer Van der Meer. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ook even kort een tweede termijn. Ik hoor in ieder geval dat de website vernieuwd wordt. Dat is in ieder geval goed nieuws. En ik proefde heel erg, waar zijn we precies dan naar op zoek als het gaat om versterking? Wat ons betreft zou dat dan moeten bestaan uit echt de communicatie.
Het meer hebben over, welke methodes zouden dan slim zijn om te doen? Als we concluderen, het moet vooral bekender worden, welke methodes ga je dan inzetten?
30
En niet alleen bij de mensen om wie het gaat, maar ook bij de organisaties, zoals kerken, ondernemers en aansluiten op Beter voor Dordt, inderdaad. Als je het hebt over de sociale dienst en er meldt zich iemand die niet alleen werk zoekt, maar je vraagt door en er speelt nog meer, bijvoorbeeld eenzaamheid. Dan kan je dat natuurlijk ook misschien wel op een mooie manier aan elkaar verbinden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hartmeijer. Nog iemand? Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, ik wilde me daarbij aansluiten. Ook wij zijn wel gecharmeerd van die sociale activering. Ik wil dat steunen, dat dat verder uitgewerkt wordt in het initiatiefvoorstel en hoe daar ook de middelen voor kunnen worden ingezet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Ik zie verder geen vingers meer. Dan gaan we kijken of we er wat van kunnen maken. Alles beluisterd hebbende denk ik het volgende te kunnen concluderen. Wat de indieners vooral willen is wat nieuws op sommige gebieden en wat meer op sommige gebieden. Wat aangevuld is door de heer Van Antwerpen en waar GroenLinks en de Partij van de Arbeid, toevallig die twee, van gecharmeerd waren is die sociale activering en ik proefde dat bij de wethouder ook. Communicatie is iets wat je ongeveer elke week hier hoort. Die kan beter, die moet beter.
Waarbij de grote vraag natuurlijk is, hoe? We zeggen altijd maar, de websites, enzovoort. Maar er zijn nog steeds mensen die niet naar websites zoeken. Die zou je ook moeten zien te bereiken op een andere manier. Vanuit het college kwam toch wel heel erg de wens, wij willen hier wel wat mee, maar dan moeten toch, want ik kijk naar het dictum, B, C en D wat concreter. Als ik me niet vergis, laat de lichaamstaal van de drie indieners mij zien dat ze wel bereid zijn om daar iets aan te doen. Tegelijkertijd heb ik niet het idee dat het, zoals het er nu ligt, wereldschokkend veranderd wordt, zodat we eigenlijk weer opnieuw moeten beginnen met een nieuw voorstel. Dan verwacht ik eigenlijk een kleine aanpassing. Heb ik dat goed gezien, mijnheer van De Heer? Maar die aanpassing is zodanig klein dat daar niet weer opnieuw een beeldvormende en een oordeelsvormende sessie voor nodig is. Of wel? Dat is de vraag. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, op basis van wat we nu hebben besproken met elkaar verwacht ik inderdaad geen grote wereldschokkende wijzigingen. Puur wat verduidelijking en wat aanscherping van hoe we het bedoelen, om te voorkomen dat we inderdaad de indruk geven dat er een nieuw wiel moet worden uitgevonden of dat we de indruk geven dat we iets nieuws moeten gaan doen wat nog niet bestaat.
Inderdaad een kleine aanscherping en verduidelijking mag u van ons verwachten. De voorzitter: Dat heeft iedereen kunnen horen. U mag van de indieners een kleine aanscherping verwachten, maar niet een compleet nieuw voorstel. Als dat zo is, dan hebben we eigenlijk een paar smaken. Als er drie fracties zijn die zeggen, maar dan wil ik het toch nog een keer oordeelsvormend bespreken, dan kan dat. Maar dan moet ik minstens drie vingers zien en die zie ik nu nog niet. Dan is de volgende stap, dan gaan we door naar de raad. Dan kan het als hamerstuk, dan kan het als stemstuk en dan kan het als bespreekstuk. Daar moet een keuze tussen gemaakt worden. En in de meeste gevallen komt er wel iemand vanuit de commissie, ik doe een voorstel, voorzitter. Ja hoor, daar is die. Mijnheer Hartmeijer.
31
De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik hoor inderdaad de initiatiefnemers van, we gaan even kijken naar een aanpassing, hoe klein of groot dan ook. Daar zou ik dan niet weer een hele commissieavond aan willen besteden, dus dan zou ik zeggen, dan maken we er een bespreekstuk van in de raad. Maar dan kan dat denk ik vrij kort. De voorzitter: Dan vul ik uw voorstel aan met 2 minuten spreektijd. Eens. Ik heb niemand nog nee horen zeggen. Dan ga ik niet langer rekken. De conclusie is dat de commissie dit als bespreekstuk naar de raad wil, waarbij 2 minuten gesproken wordt over het licht gewijzigde voorstel. We zijn het ermee eens? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Even een formele vraag. Ik weet niet hoe dat zit bij initiatiefvoorstellen. Is het theoretisch denkbaar om bijvoorbeeld amendementen in te dienen? De voorzitter: Dat kan altijd, mijnheer Van der Meer. Ga er vast over nadenken, zou ik zeggen. In principe, mijnheer Hartmeijer, als ik uw voorstel goed begrijp, is dat we gaan praten over het hele voorstel. Maar dan maximaal 2 minuten, want er is al genoeg gezegd hier. Ik stel me zo voor dat het vooral gaat over de wijziging. De heer Hartmeijer: Zeker, voorzitter. Maar als er een amendement komt, dan kan dat gewoon binnen die 2 minuten. Dat hoeft geen probleem te zijn. De voorzitter: Nee. De bespreking die richt zich met name op de wijzigingen en eventueel amendementen.
Aldus besloten. Dan dank ik u allen voor uw inbreng hier. Ik dank de wethouder en ik dank de heer Van Tuijl en ook de mensen die inmiddels in wat grotere getale op de tribune zitten. Ik verzoek u zo meteen, als u hier weggaat, mee te nemen wat hier niet achter hoort te blijven. Ik wens u verder een genoeglijke avond en sommigen die zie ik vast en zeker zo meteen weer. Een goede avond verder. 4. Vaststellen Buurtakkoord "Ons Vierkant" - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Van den Bergh (Partij van de Arbeid) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (GroenLinks) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP)
32
Mevr. Striebeck (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van Diejen Overige aanwezigen: mevr. Epker, dhr. Van Kekem, dhr. Noordam De voorzitter: Goedenavond, beste mensen. Wij zijn hier nu bijeen voor het buurtakkoord Ons Vierkant. Dit is een beeldvormende vergadering. Ik heet hartelijk welkom in ieder geval de raads- en commissieleden. Hij hoort het niet, maar ik heet alvast welkom wethouder Merx. Die zit op dit moment in een andere zaal. Die zou nu klaar moeten zijn, maar soms loopt het iets uit. Komt vast wel we hebben hier wat gasten. Mevrouw Epker, mijnheer Noordam en mijnheer Van Kekem. En van de ambtelijke ondersteuning de heer Van Dieën. Wie wie is gaat u zo meteen horen, want we hebben hier altijd een welkomstrondje waarbij iedereen zich eventjes voorstelt. En mijn buurman die gaat dat voordoen en daarna gaan wij die kant op, een voor een even gewoon kort je naam noemen en dan is het oké. Mijnheer Boogaard. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Van Kekem: John Willem van Kekem, buurtbewoner. De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, raadslid, CDA Dordrecht. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Schalken: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Van den Bergh: Jacqueline van den Bergh, PvdA. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt.
33
Mevrouw Epker: Dingena Epker, bewoner van de Sint-Jorisweg. De heer Noordam: Joost Noordam, bewoner Kromhout. De heer Van Diejen: Niels van Diejen, ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. En ik heb zojuist verzuimd het publiek ook nog welkom te heten en bij het publiek inbegrepen ook de kijkers thuis. Bij deze hebben we dat goed gemaakt. Waarom hebben we deze vergadering? De gemeenteraad heeft een raadsvoorstel ontvangen om het buurtakkoord Ons Vierkant 2025-2035 vast te stellen en om akkoord te gaan met het onderliggende actieplan. De bewoners uit de omgeving Kromhout-Kasperspad hebben een zeer grote rol vervuld bij de totstandkoming van deze documenten. En mevrouw Epker en de heer Noordam geven als direct betrokkenen een toelichting op het voorstel en dit doen zij samen met de heer Van Diejen uit de ambtelijke organisatie. Maar voor we daartoe overgaan, ga ik het woord geven aan de heer Van Kekem. Die heeft namelijk aangegeven dat hij over dit onderwerp wil inspreken. Hij heeft twee documenten opgestuurd die aan de vergaderstukken zijn toegevoegd, een zienswijze buurtbewoners op het buurtakkoord en een bijlage. Inmiddels is de heer Merx binnengekomen. Mijnheer Merx, u mag naast mij komen zitten hoor. Dat durft u wel, toch? Helemaal goed.
En ik wijs de inspreker erop dat hij vijf minuten de tijd krijgt om zijn punt onder de aandacht te brengen. En vijf is vijf. Daarna ga ik aan de raads- en commissieleden de gelegenheid geven om wat vragen te stellen. Dan ga ik u bedanken en verzoeken om naar de tribune te vertrekken. En vervolgens gaan we naar de linkerkant en dan krijgen we de presentatie. Ik ga u het woord geven, mijnheer Van Kekem. En mijn buurman laat de stopwatch nu lopen. De heer Van Kekem: Geachte voorzitter, geachte raad. Ik spreek hier namens een groep bewoners uit deze wijk die samen deze zienswijze hebben ingediend en zich voldoende gehoord voelen binnen het plan dat vanavond besproken wordt. Niet voldoende. Laat ik beginnen met iets helder te stellen. Niemand hier is tegen opvang of tegen zorg. Waar wij vandaag over spreken is bestuurlijke borging. Wij spreken over de vraag of wij ons als buurt voor 10 jaar willen vastleggen aan een plan dat het onderliggende probleem voor niemand oplost. Dat is ons kernbezwaar. Het buurtakkoord is positief geformuleerd, misschien zelfs te positief, tegen het zweverige aan. Het akkoord spreekt over samenwerking, betrokkenheid, doorlopende inzet en met name door de buurt. Maar het bevat geen concrete resultaatsnormen voor veiligheid en overlast, geen toetsbare grenzen, geen automatische herijking bij uitblijvende verbetering. En dat is problematisch.
De problematiek concentreert zich niet over de hele stad, maar in 1 woonwijk en met name in 1 straat, waar opvang, zorg, verward gedrag, verslaving en straatproblematiek samenkomen. En precies daarom moet het plan dat hier voorlegt meer doen dan samenwerking beschrijft. Het moet structurele verbetering borgen. In de enquête onder bewoners kwamen veiligheid en overlast duidelijk als belangrijkste thema naar voren. Dat was geen randonderwerp, dat was nummer 1. Toch ontbreekt in het akkoord een harde resultaatslijn. Er staat dat we gaan monitoren dat we gaan onderzoeken en dat we gaan samenwerken. Maar er staat niet, wanneer is het voldoende verbeterd? Wat is de grens? Wat gebeurt er als verbetering uitblijft. Dan de leefbaarheid. De gemeente werkt met het cijfer prettig wonen. Sinds 2021 stabiliseert
34
dat rond 6,7. Dat cijfer komt niet uit de lucht vallen, maar staat ergens voor. Het gaat om kinderen die niet onbevangen naar buiten gaan, om bewoners die vervuiling aantreffen in portieken, om nachtelijk geschreeuw dat tussen de gevels galmt, om situaties waarin mensen bedreigd worden als zij iemand op wangedrag aanspreken en om openlijke drugshandel in de directe woonomgeving. Wanneer wij dit akkoord tot 2035 vaststellen zonder harde norm, dan verklaren we feitelijk dat een 6,7 acceptabel is. Dan accepteren wij dat structurele verbetering zich ergens in de komende 10 jaar misschien aandient. Dat is geen kader, dat is uitstel. En dan nu het Leger des Heils, want daar wil ik heel precies over zijn. Dit betoog is geen verwijt aan de uitvoerende organisatie. Medewerkers doen wat zij kunnen, cliënten verdienen opvang en begeleiding. Volgens intern onderzoek binnen het Leger des Heils is de aard van de opvang veranderd, waaruit blijkt dat ook het Leger des Heils inzien dat herijking nodig is. De zorgzwaarte is toegenomen doordat 65 procent van de cliënten een meervoudige problematiek heeft. 65 procent. Laat het tot u doordringen. Als die mensen niet de juiste zorg krijgen, als er onvoldoende doorstroom is, als schorsingen leidde tot verblijf op straat, dan is dat niet alleen een buurtprobleem, dan is het ook een zorgprobleem. En hier zit de kern die vandaag onderbelicht blijft.
Want wanneer je mensen echt helpt, wanneer je passende zorg goed organiseert, wanneer je voorkomt dat complexe problematiek zich concentreert op 1 locatie niet binnen een woonwijk, dan daalt ook de overlast en wint eigenlijk iedereen. In het actieplan staat dat bewoners in 2027 minder overlast moeten ervaren door geschorste deelnemers. Dat is een terecht doel. Maar de voorgestelde stap richting dat doel is vooral het verkrijgen van inzicht in protocollen en in de omvang van het probleem. En daar zit onze zorg. We moeten niet op de stoel willen zitten van het Leger des Heils. De manier waarop het Leger des Heils intern omgaat met schorsingen en protocollen is in de eerste plaats hun professionele verantwoordelijkheid. Maar de vraag is niet hoe het protocol eruitziet, de vraag is welk bestuurlijk kader voorkomt dat schorsingen leiden tot verblijf in de openbare ruimte en daar zorgen voor overlast. Het gaat ons om de inzage, het gaat ons om resultaat op straat. En als we eerlijk zijn, veel formuleringen leggen vooral druk bij bewoners om mee te doen, te organiseren en zelfs vol te houden, terwijl de expliciete bestuurlijke plicht tot ingrijpen, begrenzen, herijken niet hard is vastgelegd.
Daarom is de kernvraag van vanavond niet of dit akkoord wordt vastgesteld, de vraag is, onder welke voorwaarden wordt het vastgesteld? Als u dat vaststelt zonder duidelijke normen en zonder herijkingsmoment, dan legt u deze wijk voor 10 jaar vast op intenties in plaats van op meetbare verbeteringen. Een levend document is waardevol, maar zonder fundament is het geen kader. Dat fundament bestaat voor ons uit drie duidelijke voorwaarden
De voorzitter: Mijnheer Van Kekem, wilt u tot een afronding. De heer Van Kekem: Een minuut. De voorzitter: Maximaal. De heer Van Kekem: Eén, een concrete leefbaarheidsnorm van 7,2 binnen 2 jaar met tussentijdse meting, een automatische herziening bij uitblijven van verbetering. Twee, een toets op zorgzwaarte en concentratie aan de draagkracht van de wijk. En drie, concrete inspanningsverplichting voor de gemeente en partners. Dit is geen aanval op
35
de opvang of de gemeente. Het is een pleidooi voor prettig wonen en voor passende zorg. Want goed bestuur betekent dat je vooraf normen vastlegt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Kekem. Ik zie dat mijnheer Hartmeijer een vraag voor u heeft en hij is niet de enige. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. Dank voor het inspreken. Twee korte vragen, als het mag van de voorzitter. De heer Van Kekem, ik heb de inbreng gelezen ook, de brief. En daar wordt ook in gesteld, het stuk is eigenlijk te algemeen opgesteld. Als je het vergelijkt, het zou net zo goed over een andere wijk kunnen zijn. Dat parafraseer ik maar even. Waar zit dat hen dan in? Wat is de aard van die conclusie? En de tweede vraag is, er wordt gesteld, een groepje van vier mensen zijn eigenlijk maar aan de slag gegaan met dit stuk. En hoe komt het dat de rest van de buurt eigenlijk niet of te weinig betrokken is geweest? Hoe is die communicatie gegaan met de rest van de buurt? De voorzitter: Mijnheer Van Kekem. De heer Van Kekem: Sorry, de eerste vraag was? De heer Hartmeijer: De aard waardoor de conclusie was, het is te algemeen opgesteld. Waar zit dat hem in? De voorzitter: Eén moment. U mag hem aandoen. En alvast even voor de anderen, mijnheer Van Kekem hoort wat moeilijk, dus als u vragen stelt, heel duidelijk.
De heer Van Kekem: Ik ben hartstikke zenuwachtig, ik vind het vreselijk dit, dus ik ben door de zenuwen ook weer de vraag vergeten eigenlijk nu. De voorzitter: Nog één keer die eerste vraag, wat is de aard? De heer Hartmeijer: In de brief wordt gesteld, de oplossing of het stuk is eigenlijk te algemeen opgesteld. Maar waar is die conclusie op gebaseerd? Wat is de aard van die conclusie dat het algemeen is? De heer Van Kekem: Het is te algemeen juist omdat er geen norm gesteld worden. Waar gaan we nu eigenlijk naartoe? En niet alleen waar gaan we naartoe, maar wie gaat dan dat ook doen? En nu ligt de druk wel heel erg op de buurt eigenlijk en niet zozeer bij de bij de instanties en bij de gemeente zelf. En ik denk dat het daar toch echt vandaan moet komen. En niet vanuit de buurt. Dat wordt al heel erg lang geprobeerd. En waarom dan maar vier mensen? Dat zal u straks moeten vragen aan degenen die dit plan hebben geschreven. De voorzitter: Duidelijk antwoord, mijnheer Van Kekem. Mevrouw Van den Bergh. En u heeft gemerkt denk ik aan de voorzichtige vraag van mijnheer Hartmeijer, twee is echt het maximum, voorlopig eventjes. Kijken we of er een tweede ronde is. Mevrouw Van den Bergh: Ook dank voor uw inspraak. En ik had even een vraag, want u heeft een heel duidelijke mening. Het staat ook in een van de zienswijze van bewoners
36
en ik kan me daar best iets helemaal bij voorstellen. Hoe komt het? Want u zegt heel duidelijk, het is te weinig concreet, het laat open, het is een mooi verhaal. En u heeft dat neem ik aan ook ingebracht in het overleg met instanties, of was u daar niet bij betrokken? Hoe komt dat dat daar niks of weinig van in het buurtakkoord is overgekomen? De voorzitter: Dan mag u hem weer even aandoen. Het went vanzelf, hoor. Aan het eind van de avond weet u hoe het werkt. De heer Van Kekem: Eigenlijk heb ik niet meegeschreven aan het document. Dat is me ook niet gevraagd. Ik heb het wel aangeboden maar het was in zo'n stadium dat ze vonden dat dat te laat was. Ik heb achteraf nog wel een stuk ingediend bij ze met ongeveer hetzelfde verhaal. Die heb ik ook als bijlage aan de documenten toe laten voegen van, luister alsjeblieft naar ons. Ik spreek niet voor mezelf, maar voor zo'n 40-50 mensen eigenlijk. Luister naar ons en laten we het dit keer heel concreet gaan maken. Dat is de vorige keer ook geprobeerd, maar misschien niet met de juiste intenties en met de juiste maatregelen. Maar nu is het zo vrijblijvend dat ik denk, dit stuk, je kan het aan elke stad in Nederland geven en dan klopt het nog. Natuurlijk moet je aardig zijn voor elkaar en alles proberen. Is dat antwoord op uw vraag? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Van Dam Timmers.
De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. En dank ook aan de inspreker voor het voor het delen ook van zijn zorgen. Ik denk dat u veel goede punten daarop maakt van dingen die hier in de wijk gebeuren en waar het plan van aanpak natuurlijk ook voor geschreven is. U komt steeds terug op die hele concrete resultaatsnormen. Alleen mijn vraag daarover is, welke exacte normen bedoelt u dan precies? Want u heeft het alleen eigenlijk over de leefbaarheidsnorm wat een cijfer is, maar in principe zijn alle gedragingen die daar gebeuren op straat al illegaal natuurlijk. Die worden al gehandhaafd. Wat zou u dan nog extra willen aan normen ten opzichte van wat nu al de norm is? Namelijk, dit soort gedragingen mogen niet. De voorzitter: Mijnheer Van Kekem, even de microfoon aan. De heer Van Kekem: Maar dat is niet de norm waar ik het over heb. Ik heb het over de norm beter leven en dat gebruikt de gemeente ook om te bekijken, hoe werkt een wijk? Is het een gezonde wijk? Daaruit is geconcludeerd eigenlijk met die 6,7, dat ligt ver onder het gemiddelde. Wij willen naar de norm 7,2 net zoals dat we in het gelijkheidsbeginsel recht hebben op ook een prettig leven en een prettige buurt. En ik snap dat dat er gehandhaafd wordt, maar eigenlijk wil ik dat het helemaal niet nodig is. Net zoals in andere wijken. We hebben net zoals in andere wijken denk ik recht op een beter leven.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, twee korte vragen inderdaad. De eerste was, er werd gesproken van, er is geen herijking, denk ik, dat ik dat de inspreker dat heb horen zeggen. Ik lees wel dat er jaarlijks minimaal één gezamenlijke evaluatie plaatsvindt. Hoe
37
verhoudt dat zich tot elkaar? Dat is één. En twee is, ik kan mij herinneren in het verleden toen we het over Kromhout hadden en ook over dat rapportcijfer waar we naartoe wilden werken, dat er tegelijkertijd ook vanuit de buurt wel geluiden waren, dat is ook niet zaligmakend. Ook niet iedereen heeft daaraan bijgedragen hoe dat rapportcijfer tot stand is gekomen. Daar ben ik ook benieuwd naar, waarom dat u toch zoveel waarde hecht aan zo'n rapportcijfer als norm ten opzichte van misschien een veel veelkleurigere aanpak om tot een beter resultaat te komen in de wijk. De voorzitter: En eerst de herijking. De heer Van Kekem: Die ik heb hem opgeschreven. De herijking. Er staat inderdaad dat er herijkt gaat worden, dat er een evaluatie plaats gaat vinden. Maar op het moment dat je de norm niet vaststelt, waar ga je het dan aanmeten? Aan gevoel of wat mensen zeggen in de straat? Dat zou ik eigenlijk niet weten. En vandaar ook dat rapportcijfer. Het is echt niet alleszeggend, dat rapportcijfer. Het is maar een middel om te kijken of de buurt leefbaar is. En nu ligt dat zo laag dat je het al heel snel zou kunnen zien alsof het bij andere buurten gelijkgetrokken wordt. Als ik de brug overloop bij mij, 150 meter verder, dan leef ik ineens in de buurt 150 meter met een 7,6 waarbij het halleluja, helemaal geweldig is.
Wij vragen niet om die 7,6, we vragen gewoon om het gemiddelde van de stad. En ik denk wel dat we dat mogen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk en daarna mijnheer Groenewege. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Even een verduidelijkende vraag aan de inspreker. Hoorde ik u goed zeggen dat u zei, er zijn maar vier mensen die hieraan meegeschreven hebben? Dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag is, volgens mij hebben wij hier driekwart jaar geleden, misschien iets langer geleden, eens een keer ook zo'n bijeenkomst gehad waar u volgens mij ook aanwezig was. En toen had u al een soort plan. Is daar totaal niks mee gedaan? Dat hoor ik u zeggen. De voorzitter: Twee vragen. Klopt die vier? En ten tweede, het plan. De heer Van Kekem: De 4 mensen klopt niet helemaal. Ik wil het ook niet helemaal bagatelliseren. Er hebben 4 mensen eraan geschreven en die zullen best hun informatie ook uit de wijk hebben gehaald. Daar ben ik van overtuigd. Daarnaast hebben ze een inloopdag georganiseerd om nog meer mensen te horen. Dat was ook een succes, dus daar waren ook allemaal mensen binnengekomen. En daar hebben wij ook ons plan nogmaals, ons bezwaar eigenlijk ten opzichte van het plan. Begrijp, ik ben niet tegen een plan, ik ben alleen tegen de wijze waarop we ons nu gaan vastleggen voor 10 jaar. Ze hebben daar echt wel hun best gedaan eigenlijk. En meer dan vier mensen.
Ik heb inderdaad toentertijd een plan gemaakt. En 1 ding is daar wel uitgekomen, dat is de differentiatie. Op het gemeentehuis wordt nu bepaald waar mensen naartoe gaan. Alleen het is eigenlijk de omgekeerde differentiatie die ik had bedoeld. Want ik had eigenlijk bedoeld, laten we een bepaalde groep naar het Kromhout sturen die wat beter passen in de sociale cohesie van de buurt. Maar nu blijkt dat er allerlei mensen op de juiste plekken terechtkomen. En ik vind dat positief hoor, zeker. Maar de mensen waar ze nu echt niks meer mee kunnen gaan nu naar het Kromhout.
38
Het is een omgekeerde differentiatie. En als ik dat had geweten, dan had ik dat plan nooit geschreven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Kekem. Mevrouw Stolk: Mag ik een korte vervolgvraag stellen? De voorzitter: Een korte vervolgvraag. Mevrouw Stolk: Wat ik u hoor zeggen, en corrigeer me maar als ik het niet goed interpreteer, eigenlijk wat u bedoelt en mede namens inwoners of bewoners van de Kromhout, ziet u eigenlijk heel weinig terug in dit plan? De voorzitter: Mijnheer Van Kekem. Hij staat nog aan, denk ik. De heer Van Kekem: Zal ik hem gewoon aan laten staan? Ik zie er heel weinig terug van dit plan, omdat de mensen die het plan hebben geschreven kijken toch anders naar de buurt en die vinden het eigenlijk wel meevallen. Die vinden het prima en die kijken er toch op een andere manier naar dan dat wij dat doen. Onze vraag is alleen, prima dat je het mooier wil maken en met allerlei dingen die ze allemaal goed verzonnen hebben, maar wij willen wel een soort borging, een soort zekerheid gaan krijgen. En nu binnen twee jaar moet het wel een keer opgelost zijn en anders moeten we andere maatregelen gaan verzinnen. En dat zit er nu niet in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Kekem. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ik ben wel benieuwd hoe dit buurtakkoord eigenlijk wordt beleefd door de buurt.
Want onder uw zienswijze zie ik behoorlijk wat ondertekenaars staan, dus in ieder geval een significant aandeel van de buurt heeft een sterke mening over dit buurtakkoord. Hoe vindt dat gesprek plaats binnen de buurt? Is er een soort scheuring ontstaan tussen voor- en tegenstanders? Of staan jullie allemaal wel met de neuzen dezelfde kant op, maar zijn het nuanceverschillen? Hoe wordt dit beleefd? De voorzitter: Mijnheer Van Kekem. De heer Van Kekem: Ik kan het niet leuker maken. Er wordt gewoon anders gekeken naar hoe de buurt functioneert, waarbij het lijkt alsof we anti-opvang zijn of anti-zorg zijn. Nee, we willen gewoon zorgen dat we net zo'n zelfde buurt krijgen als mensen zes straten verder, bij wijze van spreken. Dat is het enige wat wij vragen. En anderen zien dat niet. Ik weet niet of het komt omdat ze een hele goede band hebben gekregen met het Leger des Heils, terwijl die nu ook zegt, wij gaan het op deze manier ook niet meer redden. Ik heb meer een medestander van het Leger des Heils eigenlijk dan een tegenstander in deze. De voorzitter: Ik denk dat we zo ongeveer wel voldoende vragen gesteld hebben en dat we over moeten gaan naar het tweede deel van deze sessie. Ik dank u hartelijk, mijnheer Van Kekem, voor uw inbreng en ook voor de beantwoording van de vragen. En u blijft ongetwijfeld hier, maar dan op de tribune. Dank u wel. En dan ga ik naar mijn linkerzijde