2.1 2026.02.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
39
en dan gaan deze twee heren en een dame ons ook weer bijpraten. Het andere geluid, zullen we maar zeggen. De heer Van Diejen: Dank. Zoals eerder gezegd, mijn naam is Niels van Diejen, ambtelijke ondersteuning. En ik wil u als eerste heel even kort meenemen in waarom we hier inderdaad ook alweer zitten. In 2021 heeft uw raad allereerst het plan van aanpak Kromhout-Kasperspad vastgelegd. En dat was een plan van aanpak destijds onder kokend water, stromend kokend water vastgelegd. En in de evaluatie uit 2024-2025 kwam duidelijk naar voren vanuit een groep bewoners, ook hier in de commissiezalen, dat zij zich daarin onvoldoende vonden gehoord. En dat heeft de gemeente zeer serieus niet getracht te nemen, maar serieus genomen. En daarom zijn we met de bewoners die zich destijds hebben aangemeld dit proces begonnen. Een proces dat iets langer duurde uiteindelijk dan dat we in eerste instantie hadden gedacht. We hadden, zoals u wellicht nog weet uit het vorige raadsvoorstel, op zes maanden gerekend. Dat is nu bijna een jaar. Maar we zijn vooralsnog denk ik, als ik ook voor de mensen naast mij mag spreken, heel blij en trots en we juichen het ook zeer zeker toe dat er nog steeds ook wel andere meningen zijn, omdat we denken dat het daar alsmaar beter door kan worden.
Voor de rest wil ik ook zo snel mogelijk stoppen met praten om het woord te bieden die er echt toe doen in deze, de buurtbewoners. Maar kan ik dat woord niet overgeven zonder eerst alsnog vanuit de gemeente onze hartelijke dank uitspreken voor in ieder geval zeker de vijf bewoners die zo een jaar lang keihard hebben gewerkt aan het buurtakkoord, maar ook zeker de bewoners die bij de inloop zijn geweest, aan de enquête hebben meegedaan, een zienswijze hebben ingediend, nu inspreken en natuurlijk ook onze partners die hebben meegedacht. En daar laat ik bij. Dan geef ik graag het woord door. Mevrouw Epker: Dank je wel. Ik zal u meenemen in het proces hoe dat gegaan is, het opstellen van het buurtakkoord. Allereerst zijn wij heel blij dat we het vertrouwen hebben gekregen om aan de slag te gaan met dit voor Dordrecht toch wel unieke project. We, dat zijn inderdaad vijf bewoners uit de buurt betrokken bij de beheergroep, samen met wijkregisseur Liesbeth van der Giessen en twee geweldige collega's van de gemeente Dordrecht Niels en Sjoerd. En voor het gemak hebben we onszelf als aanjagers en schrijvers de planmakers genoemd. U heeft waarschijnlijk tussen de regels door in de stukken al gelezen hoe het buurtakkoord tot stand is gekomen, maar ik zou daar toch nog graag een paar punten over toe willen lichten.
Nu het akkoord er eenmaal ligt, zouden we namelijk bijna vergeten, maar de start van het project was helemaal niet zo makkelijk. Het als planmakers afstemmen op elkaar, wat verwachten we van elkaar, wat hebben we überhaupt aan elkaar, wat zijn de kaders? Wie zijn wij als groep en kunnen wij elkaar vertrouwen? En ook het aftasten bijvoorbeeld voor de gemeente. Wat er in vertrouwen gezegd, wordt blijft dat ook echt binnenskamers? Maar voor ons als bewoners ook, is er de ruimte om volwaardig mee te denken of vervallen we met elkaar in een oud en ongewenst patroon? Voor deze basis, om die te leggen, hadden we wel zo'n twee vergaderingen nodig. En pas toen die belangrijke basis gelegd was, hadden we als planmakers ook de ruimte om na te gaan denken over het hoe. Hoe is het buurtakkoord tot stand gekomen? We wilden graag als planmakers input vanuit ons hele vierkant en van zo veel mogelijk bewoners, ook van de bewoners die normaliter hun stem niet zo makkelijk laten horen, via bijvoorbeeld het OCD-onderzoek. Vandaar dat we hebben
40
gekozen voor een buurtenquête in april, waarbij met behulp van alle organisaties en de partners uit de wijk ieder huishouden persoonlijk aan de deur is benaderd. En dat hebben we gedaan met hulp van Buurtwerk, Trivire, het Leger des Heils, gemeente. Er zijn ook echt collega's hier van de gemeenten die een aantal uurtjes hebben meegeholpen daarbij. Het was best een klus, maar heel waardevol om zoveel buurtbewoners te spreken en heel goed om dit met elkaar te doen. De resultaten van deze enquête zijn geanalyseerd en verwerkt tot thema's die leven in de buurt en die zijn vervolgens aan de buurt voorgelegd op een bewonersavond in mei, waarbij we hebben gecheckt of de thema's uit de enquête daadwerkelijk klopten. En toen hebben we de thema's ook met de aanwezige mensen verder uitgediept. Tot dat moment heeft de vraag ook opengestaan voor alle bewoners uit de wijk om aan te haken bij het schrijven van het plan. Vervolgens is met alle input een conceptversie van het buurtakkoord geschreven en daarbij zijn ook de andere organisaties en de partners betrokken geweest. In december hebben we vervolgens een inloopdag gehouden in de buurtkamer, waarbij alle buurtbewoners uitgenodigd waren om input te leveren op de inhoud en op de keuzes die we gemaakt hebben voor het buurtakkoord.
De hele dag, van 's morgens tot ’s avonds, waren planmakers en partners aanwezig om met buurtbewoners in gesprek te gaan en ideeën, aanvullingen, wijzigingen, commentaar, alles op te halen. Er was veel belangstelling een hele waardevolle feedback en dat gaf ons ook echt een teken van betrokkenheid van de buurt. De feedback en de input is vervolgens beoordeeld, door de planmakers gewogen en zo goed mogelijk en zo veel mogelijk verwerkt in de definitieve versie zoals u dat heeft ontvangen. Als planmakers hebben wij bewust voor de term buurtakkoord gekozen. Uit eerdere ervaringen weten we dat een plan van aanpak vrijblijvend kan zijn. De term plan van aanpak suggereert dat ook. Dat het mogelijk alleen bij plannetjes blijft. Het buurtakkoord gaat echter verder en is zeker niet vrijblijvend voor geen van de betrokken partners, ook niet voor bewoners. We willen op elkaar kunnen rekenen om echte stappen te kunnen maken in de buurt en daarom bestaat het eerste deel van het buurtakkoord uit de uitgangspunten en de lange termijn doelen die blijvend zijn voor de komende zoveel jaar. Het tweede deel bestaat uit de concrete acties die zijn opgesteld voor een kortere en langere periode, grote en kleine acties. Deze acties worden jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld.
Het werken met acties maakt het mogelijk om behaalde successen te kunnen vieren als buurt, maar ook te kunnen acteren op veranderende omstandigheden en toch te kunnen blijven focussen op de lange termijn doelen. Het is daarmee een levend document voor de komende jaren. En we zijn er trots op. Trots op de input van iedereen, van bewoners, organisaties, partners uit de wijk. Trots op de vormgeving, maar vooral ook trots dat dit met elkaar is gelukt. Was het een leuk proces? Ja, omdat het eigenlijk een grote ontdekkingstocht was waarbij we veel hebben geleerd met en van elkaar en veel betrokkenheid van buurtbewoners en partners uit de buurt zagen. Was het lastig? Ja, onze buurt is net de maatschappij in het klein. Zie maar chocolade om te maken van alle verschillende en individuele belangen en wensen. Het vroeg van de planmakers om commitment en doorzettingsvermogen, heel veel uren tijd, omgaan met kritiek, jezelf kwetsbaar opstellen en dienstbaar zijn, het eigen belang ondergeschikt maken aan het buurtbelang, luisterende vaardigheden en er ook voor buurtbewoners zijn die minder hun mening ventileren, maar wiens mening even waardevol is. Is het buurtakkoord perfect? Nee, dat zou een illusie zijn en is ook niet realistisch. Er ligt met het buurtakkoord echter wel een prima basis over waar we
41
naartoe willen met elkaar en hoe we dat met elkaar willen bereiken. Was het de moeite waard? Ja, dat was het zeker. En het eindresultaat mag er zijn. En wij willen als bewoners vanaf deze plaats daarom ook heel graag alle buren, de organisaties, de partners bedanken, maar vooral Liesbeth, Sjoerd en Niels. En ook u voor het vertrouwen dat u ons gaf om dit mooie, bijzondere project aan te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Epker. Mevrouw Epker: Ik geef het woord aan Joost. De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Ik hoef er niet zo heel veel aan toe te voegen, want het is een lang verhaal al geworden. En ik denk dat er straks ook nog wel vragen komen. Dan kom ik ook aan de beurt. Maar wat ik in ieder geval nog wel even wil toelichten, is dat wij uitermate plezierig samengewerkt hebben met de gemeente. Onder andere met Sjoerd, die zit op de tribune, en Niels. Het was soms wat lastig. We hebben natuurlijk allemaal andere ideeën erover en hoe we daarmee om moeten gaan en wat kan. Dat botste binnen het gemeentehuis soms ook wel eens even, want er werd wel eens wat teruggekoppeld wat wij graag wilden wat absoluut onmogelijk was. En dat er achteraf toch weer iets meer mogelijk bleek. Ik wil toch wel even de complimenten aan de beide heren geven over hun inzet. De voorzitter: Dank u wel. Complimenten zijn altijd mooi, natuurlijk.
Mijnheer Hartmeijer, u wilt een vraag stellen. Misschien kunt u er ook bij zeggen aan wie u hem gaat stellen. De heer Hartmeijer: Jazeker. Dank, voorzitter. Aan mevrouw Epker. Ik hoor inderdaad dat er heel veel georganiseerd is om alle buurtbewoners te spreken te krijgen, langs de deuren, enquêtes, et cetera, bewonersavonden. Dan vraag ik me toch af, want er is nu een groepje mensen die een brief heeft gestuurd met toch wel kritiekpunten, is op een of andere manier dat samen geprobeerd te krijgen, hoe is dat gegaan in de communicatie? Is daar overleg over geweest of stuiten een aantal punten misschien op uitvoerbare weerstand in de uitvoerbaarheid bijvoorbeeld? Kan daar dan iets over gezegd worden? Is dat misschien een reden waarom er toch twee werelden nu lijken te lijken ontstaan? De voorzitter: Mevrouw Epker. Mevrouw Epker: Een mooie vraag. Ook iets wat regelmatig denk ik in onze gedachte kwam. Als we kijken naar de uitkomsten van de enquête, dan kunnen we eigenlijk al zien dat er, ook al is het maar een kleine buurt, dat er best heel verschillend wordt gedacht per straat over op welke manier we de leefbaarheid kunnen verhogen. En dat maakt ook dat sommige mensen bijvoorbeeld die aan de kant van de Vrieseweg wonen, dat die eigenlijk nauwelijks overlast ervaren, terwijl die in het Kromhout juist heel erg aanwezig is.
En zelf woon ik aan de Sint-Jorisweg en daar heb ik ook overlast, maar die is ook vaak wel weer van een hele andere orde. Het is ook heel lastig om daarin een soort eenheidsworst te creëren die voor iedereen precies de vinger op de zere plek legt in zo'n buurtakkoord.
42
De voorzitter: Dank u wel. Een vervolgvraag. De heer Hartmeijer: Wij als raadsleden moeten dan daar straks een akkoord op gooien, willen we daarmee verder of niet? En het is voor mij dan heel erg lastig om na te gaan, zijn die kritiekpunten dan terecht of waren ze niet terecht? Of kan daar nog iets mee gebeuren of niet? Dat is voor mij best wel moeilijk te wegen als iemand die niet in de buurt woont natuurlijk. Wat is dan de conclusie van mevrouw Epker? Is dit nu het stuk en doen we dan helemaal niets met die brief? Of gaat er nog iets mee gebeuren? Om mij ook te helpen om daar een besluit over te nemen. De voorzitter: Mevrouw Epker. Mevrouw Epker: De leefbaarheid zitten een heleboel verschillende aspecten. Dat heeft te maken natuurlijk met of je overlast ervaart, maar ook op een heleboel andere dingen. Dat wordt ook in dat buurtakkoord beschreven. Om eenzijdig alleen op overlast te gaan zitten om de leefbaarheid te vergroten, dat doet geen recht aan de input van andere mensen uit de buurt die daar ook wonen en graag de leefbaarheid op een hele andere manier verhoogd zien worden.
Dat neemt niet weg dat ik het wel met de inspreker eens ben dat het goed is om na te denken, over wat veroorzaakt die overlast in het Kromhout en hoe kunnen we ervoor zorgen dat dat echt zienderogen minder gaat worden? Ik heb daar geen oplossing voor, want dat is ook niet iets waar wij als bewoners zo heel veel invloed op hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Net.
De heer Van der Net: Dank u wel. Ik hoor het aan en ik denk, de leefbaarheid is natuurlijk inderdaad een soort containerbegrip waar iedereen een andere invulling aan geeft. Maar het voornaamste probleem blijft toch wel, de ernstige problemen blijken toch dat er mensen met, ze noemen het tegenwoordig met onbegrepen gedrag, daar rondlopen. En als ik nu het plan lees, dan zie ik daar geen oplossingen voor. En dat begrijp ik ook, want daar hebben de bewoners natuurlijk eigenlijk ook geen mogelijkheden voor om dat echt op te lossen. En ik begrijp heus wel, ik lees daar heel veel dingen in, een ontmoetingsplek, een WhatsApp-community begrijp ik, vergroening, rekening houden met elkaar. Dat is heel mooi. Maar als ik het lees, dan zijn er voor dat soort dingen toch geen oplossingen eigenlijk in het hele stuk te vinden. Dat klopt, toch? Of niet? Even de vraag aan u. De voorzitter: Dat is de vraag. Klopt het wat mijnheer Van der Net zegt? Dat is eigenlijk een makkelijke vraag. De heer Noordam: Ja. Eigenlijk wel. De voorzitter: Mevrouw Epker. Mevrouw Epker: Ik denk dat in het buurtakkoord met name ook dingen staan waar wij in de gezamenlijkheid oplossingen voor kunnen bedenken. Buurt en partners, bewoners, samen. Ik denk dat de problematiek van het Leger als Heils, dat wij als bewoners steeds
43
kunnen aankloppen bij u om te zeggen, doe er wat aan, wij hebben daar heel veel last van. Maar dat is niet eenzijdig aan bewoners om daar iets aan te doen. Het is geen antwoord op uw vraag, maar ik denk dat de vraag over deze problematiek bij ons als bewoners niet op de goede plek ligt. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Het wordt bevestigd inderdaad, dat dat inderdaad niet aan de bewoners is en dat daar wel heel veel mooie initiatieven in het plan staan om de buurt inderdaad wat omhoog te brengen in de vaart der volkeren. Maar de conclusie is inderdaad dat op bepaalde dingen, met name die overlast door verwarde personen, dat dat niet op wordt gelost door zo'n mooi buurtakkoord. Dat was hem eigenlijk. De voorzitter: Dan heeft u antwoord op uw vraag gehad, denk ik. De heer Van der Net: Dank u. De voorzitter: Graag gedaan, mijnheer Van der Net. Mijnheer Van Dam Timmers en daarna mevrouw Kruger. De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. Allereerst mooi om te zien hoe de buurt en gemeente natuurlijk samenwerken richting verbetering. Ik wil een beetje aanhaken bij de vraag van de heer Hartmeijer. Fijn dat kandidaat-raadsleden ook betrokken zijn bij het vormen van een buurtakkoord.
Dat gezegd hebbende vroeg ik mij af, en dat is een vraag aan de heer Noordam, ook aansluitend bij de heer Hartmeijer, je probeert met een buurt natuurlijk tot een buurtakkoord te komen met elkaar, maar u bent zowel schrijver van het buurtakkoord als criticus van het buurtakkoord. En dan vraag ik me af, hoe kunnen die dingen tot elkaar bestaan en hoe komen jullie dan met elkaar tot een oplossing? De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Dat ik kandidaat-raadslid ben, dat was ik in ieder geval niet toen ik hier begon met het plan te schrijven. Dat is het eerste. Maar we zijn heel enthousiast met die groep begonnen om dat plan te schrijven. Daarvoor hebben we alle info uit de wijk opgehaald. Daarvoor hebben we ook een basisstuk gemaakt, want dat stuk bestaat uit meerdere onderdelen. Het eerste onderdeel van het stuk daar waren we het allemaal wel over eens, dat we allemaal die mooie wijk willen. De groene wijk, veilige wijk. En toen kwamen bij de oplossingen en dan zit je toch met een groep bewoners en dat je toch wel eens compromissen moet sluiten. Van mij persoonlijk had het er wel iets duidelijker in gemogen. We hebben de aanmelding gehad van mijnheer Van Kekem om aan te sluiten bij de groep om zijn ideeën in te brengen. Die heeft hij uiteindelijk schriftelijk ingebracht. En die hadden daar misschien nog wel of niet in verwerkt moeten worden.
De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers, aanvullend.
44
De heer Van Dam Timmers: Op zich geeft dat wel een antwoord op de vraag, maar niet op een antwoord hoe je dan toch tot elkaar komt. En daar ben ik toch nog wel naar op zoek, want ik ben uiteindelijk een simpel gemeenteraadslid. Ik probeer overal in Dordrecht te kijken, hoe kun je dingen verbeteren? Maar een buurtakkoord zou natuurlijk wel van de buurt samen moeten zijn binnen de dingen die de buurt kan doen. En dan vroeg ik me toch af, wat moet er dan bij vanuit u als inspreker hier waardoor het wel door de hele buurt gedragen zou kunnen worden? De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Ik denk dat het allereerst ook begint met de doelen die erin staan. Die kunnen wij als bewoners zelf niet bereiken. Daar hebben we onze partners voor nodig, onder andere het Leger des Heils. Die doen ook wat ze kunnen. Maar we hebben vooral de gemeenten erbij nodig om deze doelen te kunnen halen. Daarom zitten we nu hier ook met dit plan, dat we alle ondersteuning graag willen om dit plan ook tot een goed eind te kunnen brengen. Wij kunnen wel van alles bedenken wat daarin moet en wat onze einddoelen zijn, maar we moeten we het wel kunnen halen. Onze wens is er dat wij gewoon een wijk worden zoals alle wijken in Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordam. Dan ga ik naar mevrouw Kruger en dan mag u daarna.
Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Prachtig. Alle wijken in Dordrecht. Alle wijken verschillen nogal eens en iedere wijk heeft bijna zijn eigen probleem. De ene heeft te veel auto's geparkeerd, de andere met fatbikes en die weer met mensen met onbegrepen gedrag. Dank u wel, mijnheer Van der Net, want dat is het goede woord. Ik probeer ook te zoeken, waar zit het verschil tussen de twee insprekers? Of de drie insprekers, moet ik zeggen. Want als ik het akkoord lees met ook het uitvoeringsplan zie ik daar best wel heel veel goede dingen in staan, ook de lange termijn doelen. Alleen hoe ga je die bereiken? En dan vraag ik me af wat precies de vraag is over de concrete aanpak. Willen we gewoon alle mensen met onbegrepen gedrag weghebben, die overlast veroorzaken? Want het lijkt mij dat dat volgens mij de grootste angel is in de wijk. Alhoewel ik ook lees over een mooie aanpak voor het hotel van het Vrieseplein. Ik lees net op internet dat dat ook weer uitstel heeft gekregen. Er zijn zoveel factoren die meespelen om er een mooie buurt van te maken. Maar als het alleen of voornamelijk de problematiek is van de overlastgevers in de openbare ruimte vanwege onbegrepen gedrag, volgens mij is daar handhaving voor mogelijk, is er ook als er veel klachten komen uit de buurt zelfs een ...
De voorzitter: Mevrouw Kruger, u gaat nu oplossingen aandragen, maar misschien kunt u uw vraag stellen. Mevrouw Kruger: Ik ben daar ook altijd van, van de oplossingen. Mijn vraag is, klopt mijn idee dat met name de grootste angel is de overlastgevers in de buitenruimte? De voorzitter: Mijnheer Noordam.
45
Mevrouw Kruger: Aan een van u twee, of misschien aan … De voorzitter: Nee, dat kan niet meer. Maar een van twee. Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Ja, daar kan ik wel antwoord op geven. Wij hebben ook gehoord van het hotel, dat het weer uitgesteld is. Maar uitstel is nog geen afstel, dus wij gaan ervanuit dat dat doorgaat. Daarnaast komt er ook binnenkort, dat heeft ook heel lang gelegen, de oude locatie Yulius komt tot de ontwikkeling. Daar zijn we ook erg blij mee. We hebben ook plannen staan om een mooie speeltuin te maken, dus daar hebben we ook geld voor gereserveerd. We hebben ook echt wel toekomstperspectief. Ik hoor u ’O’ zeggen, maar dat geld hadden we al lange tijd in het potje zitten wat voor de wijk gereserveerd is. Wij hebben best wel toekomstperspectief voor mooie dingen. Maar dat wil ook zeggen als er een nieuw woonwijkje bijkomt, die mensen betalen een behoorlijk vermogen voor de woningen, dus de druk op de wijk wordt ook nog groter op de overlast. En daar zouden we toch wel graag zien dat hier de verantwoording genomen wordt dat we daar ook beter mee om kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordam. Dan ga ik naar mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Ook nog even aansluitend op wat de heer Van Dam Timmers net aangaf over een gemiste kans.
Want u geeft zelf net eigenlijk in uw bewoording aan, van mij had het eigenlijk wel een tandje meer gemogen. Maar dat staat er eigenlijk niet in. Is het dan geen gemiste kans van de vorige inspreker om veel meer tot een gedragen collectief te komen in die buurt om iets aan die overlast te doen? De voorzitter: Mijnheer Noordam, u mag antwoorden. De heer Noordam: Dan kan ik alleen maar op zeggen, hoe meer uit de wijk komt hoe we tot een goed akkoord kunnen komen, hoe beter dat is. Want dan wordt het gedragen door de wijk. Het wordt nu al grotendeels gedragen, maar meer draagkracht in de wijk is beter. Mevrouw Stolk: Voorzitter, een vervolgvraag. Zal het dan niet aangescherpt moeten worden? De heer Noordam: We hebben de stukken nu gezien wat mijnheer Van Kekem aangeleverd heeft. Wij hebben ons plan ingediend. Moeten we dan terug naar de tekentafel of dat we een tussenronde pakken? Mevrouw Epker: Mag ik daar ook nog iets op aanvullen? De voorzitter: Mevrouw Epker. Mevrouw Epker: Dank u wel. Het buurtakkoord wat we hebben geschreven daar hebben we ook van gezegd, het is een levend document. Ik denk dat over het eerste deel van het buurtakkoord misschien niet eens zo heel veel discussie over is. Ik denk dat we daar als buurt allemaal achter kunnen staan. Het gaat met name over de acties. Hoe gaan we
46
er dan komen en wat zijn dan precies de concrete doelen waar we naartoe werken? De opzet van het hele buurtakkoord maakt dat we ook met elkaar steeds die herijking kunnen doen en kunnen zeggen als bewoners, hoe staan we daar nu in? Is het scherp genoeg geformuleerd of moeten wij misschien de doelen aanscherpen voor komend jaar? Want ieder jaar komt er natuurlijk een herziening van het tweede deel. Ik zie dit niet zozeer als iets wat de buurt splijt, maar juist iets wat we als buurt … Dat we elkaar kunnen scherpen daarin en met elkaar aan de slag kunnen gaan en dingen hebben te bepraten, om ervoor te zorgen dat we wel nader tot elkaar komen. Met name op dat punt van die overlast in de openbare ruimte. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer De Heer en daarna naar mijnheer Van Antwerpen. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ik sluit me aan bij de vragen die zijn gesteld door een aantal collega's. Ook om toch ook richting de heer Noordam te vragen, is het goed genoeg? Is het scherp genoeg om op deze manier te beginnen? Want er wordt van ons als commissie natuurlijk gevraagd om daarover te besluiten. En dan kijken we natuurlijk ook naar de wijk en zeker ook naar de groep die mee heeft geschreven om tot dit resultaat te komen.
Ik hoor bij de eerste inspreker echt dat dat pleidooi, ga toch werken met die leefbaarheidsnorm, die 7,2, om dat beter vast te leggen, om daarnaartoe te werken. Ik hoor dat dat deels wordt benoemd als een gemiste kans op dit moment, maar misschien gaandeweg. Maar dan vraag ik me ook af, kan dat er dan echt in de tussentijdse evaluatie alsnog bijkomen? Of is dat iets waar we ons dan op dit moment toch nog over moeten buigen? Dan kijk ik toch naar de heer Noordam wat we met dat pleidooi moeten met betrekking tot die leefbaarheidsnorm. De voorzitter: De heer Noordam. De heer Noordam: Hoe het proces verder gaat, ik weet dat we hier vanavond zitten voor te bespreken en ik weet ook dat het een keer naar de raad gaat. Maar de tussenstappen weet ik niet hoe wij met dat buurtakkoord, of we daar nog aanpassingen kunnen aanscherpen. Want dit stuk ligt nu hier ter beoordeling en we gaan natuurlijk elk jaar aan tafel met de raad om te kijken waar we staan, of we gehaald hebben wat we wilden behalen, de doelen. En moeten die doelen bijgesteld worden? Misschien moet het daar ingevoegd worden of moet dat in ieder geval besproken worden met elkaar. De voorzitter: De weg hier is, invoeren zomaar kan niet, maar het kan wel geamendeerd worden door de raad. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een orde. Dit is toch al door het college geaccordeerd? De voorzitter: Er ligt een raadsvoorstel.
Daarom zeg ik, dan moet het geamendeerd worden. Mevrouw Stolk: Helder.
47
De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, daarna mevrouw Van den Bergh daarna mevrouw Kruger. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, een vraag eigenlijk in vervolg op de vraag die mevrouw Stolk net stelde. We horen nu eigenlijk als het ware twee verschillende kampen. En ziet de ambtelijke ondersteuning een rol om deze partijen bij elkaar te brengen? De voorzitter: Dat is richting mijnheer Van Diejen. De heer Van Diejen: Zeker. Daar hebben wij absoluut een rol in, om die twee partijen verder bij elkaar te brengen. In een eerder stadium zijn de partijen ook bij elkaar gekomen en zijn er bepaalde afwegingen gemaakt. Onder andere de kosten van bijvoorbeeld het onderzoeken van het leefbaarheidscijfer voor alleen de buurt. En daar is uiteindelijk samen met de schrijversgroep deze keuze uitgekomen, maar dat wil niet zeggen dat er in de toekomst niet alsnog een andere keuze kan worden gemaakt. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, aanvullend. De heer Van Antwerpen: Ik vroeg mij af, is het dan niet verstandig om dat op korte termijn bij elkaar te laten komen? Wij gaan nu richting een raadsvoorstel wat straks richting de gemeenteraad gaat. Ik hoor eigenlijk twee totaal verschillende uitgangspunten en ik vind het erg lastig om dan eigenlijk als het ware daar een keuze uit te moeten gaan maken. De voorzitter: Mijnheer Van Diejen.
De heer Van Diejen: Mijn beeld is dat het absoluut geen probleem is om voor vaststelling nog bij elkaar te komen. Mijn beeld is vooral dat het de bedoeling is om na vaststelling nog heel vaak bij elkaar te blijven komen met de buurt. En daarbij moet ik wel, dat is wel een belangrijk nuancepunt, het verschil zit er volgens mij in dat de huidige schrijvers met huidige bewoners is gesteld, we gebruiken de verschillende cijfers als middel om voortgang te meten. En dat de inspreker vraagt om een cijfer als doel om voortgang te meten. Dat is een nuanceverschil en dat is prima om het daar met elkaar over te hebben, maar zoals ik het hoor ligt het volgens mij helemaal niet zover uit elkaar. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik hoor toch wel duidelijk verschil. En het zou mij erg aan het hart liggen om dit nog even gewoon niet naar de raad door te sturen en niet vast te stellen, maar dat er eerst gewoon eens goed met alle bewoners gesproken gaat worden. Want als we nu iets vaststellen voor 10 jaar en we kunnen er niks meer mee, dan kan je zeggen, over een jaar ... De voorzitter: Mevrouw Stolk, we zijn met een beeldvormende vergadering bezig en u gaat nu eigenlijk gewoon een politieke mening geven. Wij worden nu bijgepraat over dit
48
raadsvoorstel. En even richting mijnheer Van Antwerpen, u hoeft ook niet te kiezen tussen twee voorstellen, u moet voor of tegen dit raadsvoorstel kiezen. Dat even ter verduidelijking. Het is beeldvormend. De heer Van Antwerpen: Ik hoor twee verschillende dingen. Dat mag ik toch zeggen, dat ik twee … De voorzitter: Natuurlijk. Ik stuur u ook niet weg, maar ik geef alleen even aan hoe het gewoon eigenlijk zuiver ligt. Er ligt hier een raadsvoorstel. Daar gaan we het over hebben. Ik ga naar mevrouw Van den Bergh, want die zit al heel lang te wachten. Mevrouw Van den Bergh: Bedankt voor jullie toelichting. Ik wilde graag een vraag stellen aan de mevrouw. Zeer goed dat jullie zo bezig zijn. Jullie hebben het uitgebreid uitgelegd. Maar ik denk, want dat vind ik wel ook zelf lastig, hoe je met een buurt, hoe je met bewoners tot iets komt, terwijl u zei het net zelf, iedere straat is wel anders. De ene heeft helemaal geen overlast of weinig, de ander veel, en hoe je dan tot een gemiddelde moet komen. En is dat het doel? Moet je tot een gemiddelde komen? En dat was even mijn vraag, of dat bij jullie van tevoren al dat concept in het hoofd zat en dat je bent uitgegaan van wat haalbaar is. Want als jullie natuurlijk met organisaties zitten, met de gemeente, dan krijg je natuurlijk ook bepaalde informatie.
En dat wil ik ook even weten, hebben jullie nu vanuit jezelf gezegd, dit is toch de lijn waar we naartoe moeten? Of zeg je, nee, we zijn uitgegaan van wat haalbaar is en wat een algemeen gemiddelde is? De voorzitter: Mevrouw Epker. Mevrouw Epker: Dank u wel. We zijn eigenlijk uitgegaan van de uitkomsten van de enquête. En dat is niet een gemiddelde van iets. Dat is gewoon puur, wat leeft er in de wijk, hoe ziet men de leefbaarheid in de wijk en waar liggen volgens de bewoners oplossingen en dingen waar we mee aan de slag moeten gaan? Het is niet dat het akkoord een grote gemiddelde deler is geworden van alles maar een beetje en dan heb je een soort sausje gekregen. Ik denk dat de onderdelen die aangedragen zijn vanuit de enquête allemaal keurig in zijn verwerkt en ook recht doen aan de mate waarin de onderwerpen zijn genoemd in de enquête. Het is natuurlijk wel zo dat de extremere standpunten in de wijk, of het nou gaat om overlast door kamerbewoning of door overlast van het Leger des Heils, dat die natuurlijk wel een beetje verdwijnen, want het is een stuk van iedereen. En dat betekent dat wij natuurlijk erkennen dat de mensen die in het Kromhout wonen significant meer overlast hebben van het Leger des Heils en de cliënten daarvandaan, maar de mensen die aan de Sint-Jorisweg wonen, zoals ik, veel meer overlast ervaren van de illegale kamerbewoning.
En om daar ook recht aan te doen staat dat ook in het akkoord. En het is niet zo dat we in het akkoord hebben gekozen, niks is belangrijk, alles is even belangrijk. Maar we wilden ook niet dat bepaalde onderwerpen daar ineens heel erg uit zouden springen, omdat die juist voor een andere helft van de wijk veel minder van belang zijn. Het is niet een gemiddelde geworden, maar hopelijk wel iets wat recht doet aan alle verschillende dingen die leven in de wijk. En dan is het logisch dat het Leger des Heils daar aandacht voor krijgt. Het geeft ook echt overlast. Dat kan ik zelf ook beamen. Dat ontkennen we ook geen van allen. Alleen er zijn ook andere problemen in de wijk die ook aandacht verdienen. En ik denk dat daar
49
misschien ook wel het nuanceverschil in zit tussen wat mijnheer Van Kekem net zei en hoe wij daarin staan. Ik denk niet dat het twee kampen zijn of dat wij met elkaar strijden. Het is dat we andere accenten hebben, maar ons doel is hetzelfde. Dat wilde ik nog even zeggen. De voorzitter: Ik denk dat hij zo wel beantwoord is. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Mooi hoe u dat zegt, de andere accenten. Want zo ervaar ik het ook. Mijn vraag is nu, voelen de bewoners zich ook voldoende gesteund door bijvoorbeeld de gemeente? Dan bedoel ik met de gemeente ten aanzien van handhaving, dat ik dat ooit zou zeggen, ja, mijnheer Merx, en bijvoorbeeld ten aanzien van de kamerbewoning, ten aanzien van de overlast op straat. Want ik proef nog steeds, dat is echt de grote angel. Want de andere zaken zijn op te lossen. We hadden het vanavond over een fietsstraat, noem alles maar op. Dat gaat gebeuren. Dat was vraag één. En vraag twee is, er wordt nu gezegd tekenen voor tien jaar. Maar als ik het goed begrijp staat er in het akkoord, het is een werkdocument en ieder jaar kan het aangepast worden. Het is niet zo dat dat in beton gegoten is. Dat klopt? De voorzitter: Die tweede vraag is in ieder geval heel makkelijk, denk ik. Begin daar maar mee en de eerste iets uitvoeriger. Over handhaving. Mevrouw Epker: Terecht. Het jaarlijkse is een evaluatie en dan worden de doelen weer bijgesteld.
En dat is natuurlijk niet iets wat door een paar mensen gedaan wordt, maar als het goed is ook weer waar de hele buurt bij betrokken is, of in ieder geval de mensen die bereid zijn om mee te denken en daar ook tijd in willen steken. De eerste vraag, of we ons voldoende gehoord voelen. Dat denk ik wel. En gesteund ook. Maar het zijn eigenlijk allemaal trajecten waar heel veel tijd in gaat zitten. We weten bijvoorbeeld over het illegale kamerverhuur dat daar aandacht voor is, dat dat geïnventariseerd wordt. Daar is men al mee aan de slag. Wij krijgen daar als bewoners natuurlijk niet het laatste nieuws over, zal u begrijpen. Maar dat zijn geen resultaten die na 3-4 maanden bekend zijn waarna meteen actie ondernomen kan worden. Dat zijn echt zaken van een lange adem. En ik denk dat de bewoners uit de wijk die al jaren in de wijk wonen en zich ook jaren al inzetten dat ook weten, dat dit niet iets is wat een resultaat oplevert ten goede in 1, 2, 3 jaar tijd. Hier hebben we een veel langere adem voor nodig. En vandaar dat we ook heel blij zijn met 10 jaar, want dat is een periode dat we lange termijn doelen gerealiseerd kunnen zien. Maar wel met de jaarlijkse aanpassing en die vinger aan de pols. Wat gebeurt daar en zijn we inderdaad op weg om die leefbaarheid te vergroten op die 6 verschillende doelen? De voorzitter: Dank u wel.
Mijnheer Van der Net popelt om daar ook nog wat over te vragen. De heer Van der Net: Twee vragen nog, voorzitter. Het aanmeldpunt is nu veranderd. Dat is hierheen. Mijn vraag is of dat al effecten heeft op de leefbaarheid. En ik zat ook al te denken, de mensen die inderdaad die zienswijze hebben ingediend, zijn dat niet voornamelijk mensen die in het Kromhout wonen? Eventjes richting een van jullie. Nee? Dat is de vraag. Maar het aanmeldpunt, of dat al effecten op de leefbaarheid, dat dat verandert.
50
De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Dat heeft zeker effect, dat aanmeldpunt bij de gemeente. Want je merkt toch, in de avond en nacht is er minder aanloop met mensen die aan het hek staan bij het Leger omdat ze inmiddels ook wel een beetje doorhebben dat ze bij de gemeente moeten aanmelden. Dat gaat op zich nu prima. Maar wat je nu wel weer de loop hebt in de straat is de winteropvang. Die gaat 's morgens dicht op het Halmaheiraplein en dan is de dagbesteding met Leger des Heils aan Kromhout. Dan heb je die loop weer. De heer Van der Net: Maar de vraag was, het kwam gewoon naar binnen. Ik denk, heel veel mensen hebben een zienswijze ingediend en met name op de overlast natuurlijk van mensen met onbegrepen gedrag. Of dat dan mensen zijn die … De voorzitter: Ik weet even niet, mijnheer Van der Net, of die vraag verder gesteld moet worden. Wij hebben namen gekregen. Die mogen we weten. Maar misschien mogen we de adressen niet weten, want ze staan niet voor niks er niet bij, denk ik. De heer Van der Net: Het is een algemene vraag. Omdat ook natuurlijk, voorzitter, er werd gezegd, elke straat heeft weer andere accenten. De voorzitter: Misschien weet u zelf het antwoord dan al. De heer Van der Net: We zitten hier bij een beeldvormende sessie. Ik wil wel graag mijn info binnen harken. De voorzitter: Als het gegeven mag worden.
Ik denk dat het misschien niet eens bekend is. De heer Noordam: Ik heb zelf ook ondertekenend. Ik woon aan het Kromhout en de andere heb ik niet bekeken die erop stonden. Maar ik ken de Vrieseweg, daar is minder overlast. Sint-Jorisweg heeft andere problematiek. Kasperspad heeft ook de eigen problematiek. Ik weet het niet. De voorzitter: Mijnheer Van Diejen, u wil wat toevoegen? De heer Van Diejen: Ik dacht dat ik wellicht wel kon aanbieden om bij ons juridisch kenniscentrum te controleren of wij mogen delen uit welke straat zij komen, om dat dan later eventueel nog schriftelijk te kunnen beantwoord. De voorzitter: Ik denk dat dat de veiligste weg is. Helemaal goed. Zijn er nog meer vragen? Zo niet, dan gaan wij richting een afronding. We hebben in ieder geval gehoord dat er heel veel werk gebeurt, dat de bewoners ook samenwerken en dat die samenwerking op een aantal punten goed gaat en op een aantal punten scheiden de wegen zich wat. Het zou ook heel vreemd zijn als iedereen precies hetzelfde overal over dacht. Dat krijg je natuurlijk nooit voor elkaar. De vraag is, hoe gaan wij nu verder? De eerste vraag is in ieder geval of de raad op dit moment voldoende geïnformeerd is of dat er nog een beeldvormende vergadering moet komen over dit onderwerp. Dan is de volgende vraag, want hier is het antwoord blijkbaar nee op, dat hoeft niet, moet er nog
51
voordat het naar de raad gaat een oordeelsvormende sessie komen in de commissie? Ik zie de heer Van Dam Timmers en ik zie nog meer beweging. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik denk dat dat wel verstandig is, aangezien ik toch wel verschillende opvattingen proef een beetje in de beeldvorming vanavond. Al vind ik dat wel een beetje ingewikkeld om, als je een buurtakkoord hebt, dat te gaan amenderen. Dat voelt eigenlijk niet goed. Tegelijkertijd moeten we wel als gemeenteraad een oordeel vormen over ook de 330 duizend euro die hier wordt ingezet om deze buurt te verbeteren. En dat is weer een taak van de gemeenteraad. In die zin denk ik dat omdat je anders een oordeelsvorming in de gemeenteraad krijgt, dat het toch verstandig is om een oordeelsvormende vergadering te agenderen. De voorzitter: Het is een raadsvoorstel, dus drie vingers is voldoende. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, eens. Ook oordeelsvormend. Ik ben ook inderdaad wel een beetje terughoudend omdat ik denk, een buurtakkoord moet van de buurt zijn. Tegelijk is de gemeente ook een deelnemer en zit er budget achter.
Ik zou inderdaad ook zeggen oordeelsvormend en dan met de politieke vraag, doet dit buurtakkoord recht aan de situatie rondom het Kromhout of is het te algemeen of vrijblijvend? De voorzitter: Ik heb in ieder geval nu officieel twee mensen die ervoor zijn, maar betekenen die vingers dat die voor oordeelsvormend zijn? Dat is heel makkelijk. Dan heb ik één politieke vraag, maar het is natuurlijk leuk als er nog een paar zijn. Dat mag in ieder geval. Mijnheer Van Dam Timmers, u bent altijd vrij creatief in dat opzicht. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter waar een van mijn ingewikkeldheden nog zitten, en dat zit hem in de scope of eigenlijk de reikwijdte van dit buurtakkoord. Want ik hoor heel veel, natuurlijk gaat het over de overlast, omdat een heel deel van het buurtakkoord gaat natuurlijk niet over de handhaving van overlast, van het weghalen of het organiseren van betere zorg voor mensen die het slecht hebben in onze samenleving, voor mensen die geen recht hebben op opvang.
Ik zoek een beetje naar, hoe kan je het buurtakkoord wat ergens aan bijdraagt tegelijkertijd wel los zien van alle problematiek die eronder hangt? En dan zou de politieke vraag denk ik zijn, is het buurtakkoord voldoende helder over de scheidslijn tussen waar de buurt over gaat en waar de buurt niet over gaat? Ik zoek nog even naar een verbetering daarin, maar dat is denk ik wel belangrijk omdat ik merk dat de discussie heel veel gaat over eigenlijk dingen waar het buurtakkoord niet over gaat. Misschien kan de griffie mij ondersteunen om hier even goed over na te denken. De voorzitter: Dat is wel een hele ingewikkelde. Ik zou zeggen, denk hier ook de komende dagen nog even over na om aan te passen. En de griffie zal je daarbij zeker helpen. De heer Van Dam Timmers: Maar dit is wel ons probleem vanavond. Want we proberen hier iets op te lossen met een buurtakkoord, met problemen die groter zijn dan onze stad eigenlijk, en waar de buurt dat niet kan oplossen. Ik vind wel dat je ook niet in het buurtakkoord de verwachting moet neerleggen dat het dat gaat doen.
52
De voorzitter: Overigens help ik iedereen er wel even aan herinneren dat het een akkoord is voor 10 jaar en dat het een levend document is dat de buurt zelf gaat amenderen elk jaar. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dat zou helemaal leuk zijn. Ik wil wel even nog een winstwaarschuwing meegeven, want dit wordt voor de nieuwe raad en dan zou het wel heel fijn zijn als dan een nieuwe raad toch even een soort presentatie krijgt over hoe het allemaal in elkaar zit. De voorzitter: Ik denk dat dat volgende week kan, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dan hebben we raad. De voorzitter: Nee, dan heeft u niet goed in uw planning gekeken. We hebben nog één keer commissie. Mevrouw Kruger: Als dat kan, dan is dat helemaal mooi. De voorzitter: Die zit nog niet zo vol, die avond. Mevrouw Kruger: In principe zou dat heel fijn zijn. Anders wordt dat echt gewoon maanden uitstel en dat zou ook jammer zijn. De voorzitter: Volgens mij moet het volgende week nog kunnen. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Wij hadden toch nog een politieke vraag. Moet een buurtakkoord juist niet wel een oplossing zijn voor de urgente problemen? Want er wordt net gesteld dat dat niet zou kunnen. Maar waarom kan dat niet? De voorzitter: Er wordt driftig getikt.
Moet een buurtakkoord niet juist wel een oplossing zijn? We hebben voldoende, denk ik, om er een gezellig avondje over te praten volgende week. Ik hoop dat dat lukt in ieder geval, want ik zeg dat het kan, maar de griffie moet het nog accorderen. Ik verwacht dat het wel kan. En naast mij zit iemand die werkt bij de griffie, dus die weet er ook wel wat van. Af en toe. Vrijdags niet, volgens mij. Beste mensen. Ik dank u voor de inbreng. Ik dank hartelijk de insprekers, mijnheer Van Diejen van de ambtelijke ondersteuning en de wethouder voor zijn aanwezigheid. Ik bedank de mensen op de tribune voor hun belangstelling en nogmaals de heer Van Kekem ook voor zijn inspreken. Ik vraag iedereen bordje, bekertje, lepeltje, enzovoort, mee te nemen. Ik wens u verder nog een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2026.
De griffier,
De voorzitter,
53
G.J.P. van Soest
N. Mol
54