CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2026.02.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 31 maart 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag van 24 februari en 3 maart 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 528.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 24 FEBRUARI 2026 Vergaderzaal 1 1. Commissie Toezicht op Openbaar Onderwijs (CTOO) 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. ’t Lam (SP) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf, wethouder T. De Jonge, wethouder M. Merx, wethouder J. Veldman De voorzitter: Beste mensen, goedenavond. Als iedereen stil wil zijn, dan open ik het plenaire vragenhalfuurtje van dinsdag 24 februari. Welkom iedereen hier in deze kamer en iedereen die op een andere manier meeluistert. We hebben vandaag vragen over vier onderwerpen. En als eerste is dat een onderwerp van de SP en die gaat over fietsen station Stadspolders. Een mijnheer ’t Lam kan de vraag in een minuutje kort toelichten. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Op 31 januari 2017 stelde een bewoner van Stadspolders vragen over de wijze waarop fietsen gestald werden bij station Stadspolders. De wethouder zei toen toe dat er nog hetzelfde jaar een uitbreiding zou komen van de fietsenstalling en dat er opgetreden zou worden tegen verkeerd geparkeerde fietsen. Nu, 9 jaar later, is de toegezegde fietsenstalling recent gereedgekomen. En het ziet er mooi uit, zeg ik richting college.

Maar ondanks dat er genoeg ruimte is in de stalling staan de fietsen bij de trappen en de kaartautomaat er gewoon nog wel. Ik heb ze vanmiddag nog even geteld. 100 lege fietsenrekken en 50 fietsen voor de trappen. Daarom de volgende vraag van dezelfde bewoner, inmiddels commissielid. Of moet ik zeggen nog net commissielid. De voorzitter: Stel uw vraag. De heer ’t Lam: Wanneer begint het college met optreden tegen de onjuist geparkeerde fietsen of moeten we daar nog 9 jaar op wachten, zodat ik al ruim in de 80 ben om dat nog eens een keer terug te vragen? De voorzitter: Dank voor uw toelichting op de vraag. Wie van het college mag ik het woord geven? Mijnheer Merx, gaat uw gang.

1

De heer Merx: Voorzitter, dank u wel. Dat klopt. Ons voornemen is eigenlijk, omdat we u toch wel heel graag terugzien in deze raad, om nog zeker 10 jaar te wachten met het optreden. De heer ’t Lam: Lijst 11, nummer 15. De heer Merx: Maar we willen nog wel 10 jaar nog even wachten. Nee hoor. Daar eigenlijk niet worden opgetreden, behalve tegen wees- en wrakfietsen. Daar moeten we dan een sticker opplakken dat die 14 dagen daar staat, want het zou wel eens kunnen zijn dat iemand op vakantie is en dan na 14 dagen terugkomt en dan is zijn fiets weg, door de gemeente meegenomen. Dat moet 14 dagen blijven staan met zo’n sticker erop en dan kan hij meegenomen worden. De waar de plek waar u het over heeft, en daar hebben we vandaag op hoog niveau overleg over gehad met mijn collega Veldman, moet een bord komen dat het verboden is daar fietsen te plaatsen. En we hebben met elkaar afgesproken dat we gaan zorgen dat dat bord er komt zodat we in ieder geval kunnen gaan handhaven. Daarmee is niet gezegd dat we elke dag de capaciteit hebben om daar 2 handhavers neer te zetten, maar dan kunnen we in ieder geval optreden. Dat is een toezegging die u kan noteren en dan hoeft u niet meer terug te komen. Maar u bent altijd van harte welkom. De voorzitter: Dat laatste hebben we ook allemaal gehoord is.

Is uw vraag voldoende beantwoord? De heer ’t Lam: Uitstekend beantwoord, maar dat laatste kan ik niet garanderen. De voorzitter: Dat is mooi. Dan kunnen we daarmee naar de tweede vraag en dat is een vraag over de afvalproblematiek bij de Stadspolders, een vraag van Op Ons Eiland. En de heer Gorter krijgt ook een minuut om het toe te lichten. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter, dat u ons de kans geeft om deze vraag te stellen. De afgelopen week hebben wij meerdere meldingen ontvangen over aanzienlijke hoeveelheden afval naast ondergrondse afvalcontainers, ik heb ook foto’s toegevoegd, met name in de wijk Stadspolders. Het betreft hier meerdere afval stations aan het Rudyard Kipling-erf, Loudonstraat en Transvaalstraat, is natuurlijk niet in Stadspolders. Aan het Rudyard Kipling-erf is bijvoorbeeld een ondergronds afvalstation verwijderd ter hoogte van nummer 42, waardoor de druk op de andere stations in de straat ter hoogte van nummer 4 aanzienlijk is toegenomen. Bewoners geven aan dat ze regelmatig meldingen doen via Fixi. Hoewel deze meldingen in het systeem als afgehandeld worden geregistreerd, blijkt in de praktijk dat het afval pas vaak de volgende dag of zelfs meerdere dagen later wordt verwijderd door HVC. Dit leidt tot frustratie bij bewoners en het risico bestaat dat men afval uit onvrede naast de containers blijft plaatsen.

Daarnaast worden in Stadspolders extra bovengrondse containers geplaatst, waarbij ten minste twee parkeerplaatsen komen te vervallen. Onze vragen. Hoe beoordeelt het college de toegenomen druk op het afval station ter hoogte van Rudyard Kipling-erf nummer 4 als gevolg van het weghalen van het afval station elders in de straat? Vraag 2, heeft het college hier overleg met HVC gevoerd? Is daarbij gesproken over het verhogen van de ledigingsfrequentie en over waarom de opvolging van Fixi 1 of meerdere dagen in beslag neemt, waardoor de afvalberg alleen

2

maar groter wordt? Is het weghalen van ondergrondse afvalcontainers in meerdere wijken van Dordrecht aan de orde? En de laatste vraag, waarom heeft het college er niet voor gekozen om de extra bovengrondse containers in Stadspolders op de bestaande stoep te plaatsen in plaats van het weghalen van schaarse parkeerplaatsen? En gaat het college in de nabijheid hiervan compenserende parkeerplaatsen realiseren? Want dat schijnt wel beloofd te zijn aan de bewoners. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En wie mag ik het woord geven vanuit het college? Mevrouw De Jonge. Ga uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. Vooropgesteld, ook het college vindt het natuurlijk jammer dat er afval niet op de gebruikelijke wijze wordt aangeleverd. En wij kijken hier ook kritisch naar en beseffen ook wel dat dit voor omwonenden ook soms irritatie kan opleveren. We blijven daar altijd alert op, we nemen de signalen serieus, we kijken ook waar we bij kunnen springen en kunnen helpen. In dit specifieke geval, als we het hebben over het Kipling-erf hebben te maken met dat we nog in een tijdelijke situatie zitten. We zitten daar in de overgang van het aanleggen van een centraal afvalput en daar zijn inderdaad afvalbakken verschoven, weggehaald. Maar er is ook een tijdelijke bovengrondse container voor restafval teruggezet.

En op 11 maart is heel deze transitie bij het Kipling-erf achter de rug en dan pas weten wij wat de situatie gaat doen wat betreft de bijplaatsingen. Wat wij ook hebben gedaan, want we nemen alles serieus. We zijn in de meldingen gedoken. Het betreft op dit moment nog maar 13 meldingen die zijn gedaan en dat is echt wel relatief weinig. En 4 daarvan hebben ook betrekking op die tijdelijke container, dus dat herkennen we dan wel uit de meldingen. En dat geldt ook nog bij dat het uit 1 adres komt. Mede ook naar aanleiding van uw vragen en meldingen die nu bekeken zijn zullen we ook contact opnemen met deze bewoner om het gesprek met deze aan te gaan. En het geldt ook in dit geval met de bewoners te zeggen, het is even lastig met het nieuwe afvalpunt. Onze afvalcoaches, handhavers, ze zijn allemaal bereid om in gesprek te gaan om te kijken naar passende oplossingen. Want ook in deze situatie geldt dat we de dienstverlening die we hebben, houden we op hoog pijl. Als mensen zeggen, ik heb heel veel luiers bijvoorbeeld, dan staat de luierdienst ook voor deze mensen beschikbaar. Dat even met betrekking tot specifiek de afvalcontainer bij het Kipling-erf. Hebben wij hierover met HVC? We hebben vaak overleg met HVC, ook over de ledigingsfrequentie en de Fixi-meldingen.

Zoals ook al eerder toegelicht, de ledigingsfrequentie is zodanig dat er eerder wordt leeggehaald dan dat de container vol kan zijn. Vaak is dan als die container toch niet meer open kwam dat het niet is omdat hij vol is, maar omdat er iets vastzit in de trommel, dat er een storing is vanwege het afval wat erin is terechtgekomen. En we zullen met HVC het gesprek aan blijven gaan. In deze tijdelijke situatie zullen we ook daar wel signaal afgeven van, kijk even kritisch mee of het in dit geval voor deze containers tijdelijk ook wat meer gemonitord wordt hoeveel er precies in zit en waarom die blokkeert, zodat we dat ook duidelijk kunnen maken aan de inwoners die gebruikmaken van het afvalstation. Doen wij dit ook in andere wijken? Zoals u weet, zitten we midden in de transformatie in het laatste stuk nog van ook de hoogbouw. Dat we inderdaad meer naar de afvalscheiding, zoals we het ook in het plan hebben staan, in ons grondstoffenplan. Dichter bij huis zit de service, dus dichter bij huis heeft men de mogelijkheid om plastic, blik, drinkpakken, het papier, het karton, de gft aan te

3

bieden. En dat we voor het ondergrondse restafval zoeken naar locaties die binnen die 200 meter liggen om ook daar wel op loopafstand het restafval te kunnen aanbieden. Daar vindt inderdaad verplaatsing plaats, zodat het beter en goed benaderbaar is voor onze inwoners. En hen daar ook mee helpen om grote zakken van de PBD en eventueel karton makkelijker en dagelijks even snel weg te kunnen brengen. Waarom zijn ze niet op de stoep geplaatst? Daar kan ik geen algemeen antwoord op geven, want elke plek heeft ze eigen beoordeling. Soms kan het zijn dat daarmee de stoep niet meer goed te bewandelen is of met een rolstoel, met kinderwagens. Dan is het trottoir geen optie, als de doorgang wordt belemmerd. Als het echt niet anders kan, dan wordt er uitgeweken naar een parkeervak. En ook dan wordt er wel gekeken, als dat is, dan zetten we containers zo dicht mogelijk bij elkaar, zodat het niet te veel ruimte vraagt en zoveel mogelijk van de openbare ruimte daarvoor kunnen gebruiken waar die ook voor bedoeld kan zijn. Als daar een parkeerplaats wordt opgeofferd, dan is er ook altijd overleg om te kijken of die parkeerplaats nog elders gecompenseerd kan worden. Maar dat is dan in samenhang met verkeer om te kijken of er in de wijk voldoende parkeerplek is. Volgens mij is dat even wat ik kan delen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording.

Mijnheer Gorter, u heeft een vervolgvraag? De heer Gorter: Ja. Duidelijk, uw verhaal. Dank daarvoor. Maar zijn de bewoners op de hoogte dat dit een tijdelijke situatie is die na 11 maart opgelost is? Want dat gevoel kreeg ik niet. De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, er is van tevoren communicatie geweest. Maar zoals ik net al zei, in dit geval zullen we ook even met deze bewoner in gesprek gaan om de situatie nog een keer uit te leggen en dan ook te vertellen dat er tot 11 maart werkzaamheden zijn. En we hopen dan ook dat het daarna weer naar de oude situatie teruggaat. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer ‘t Lam nog met een vervolgvraag. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Ik hoorde de heer Gorter zeggen dat er afvalzakken nog gewoon bleven staan nadat Fixi op afgehandeld stond. Nu hadden we onlangs de dienstverleningsovereenkomst met HVC en op vragen van de SP is toen geantwoord dat vanaf 1 januari dat niet meer mogelijk is, want HVC zou dan net als bij de gemeente de Fixi-melding pas op afgehandeld zetten als het probleem is opgelost. Hoe kan dat nu gebeuren, wat mijnheer Gorter rapporteerde? Want het is inmiddels 1 januari geweest. De voorzitter: Een korte reactie nog, mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dat klopt. Dat zijn de afspraken die we hebben. Ik weet niet van wanneer deze meldingen zijn, dus ik kan daar geen antwoord op geven.

We willen er graag induiken als dat zo is. Want inderdaad, we hebben de afspraak dat pas afgehandeld wordt gezet als het ook klaar is. Dat is een terecht punt.

4

De voorzitter: Dan ronden we hiermee deze vraag af en dan gaan we naar de vraag over de toegankelijkheid van de bushaltes. Dat is een vraag een vraag van GroenLinks en mijnheer Bootsman die gaat hem in een minuutje toelichten. De heer Bootsman: Jazeker. Dank u wel, voorzitter. Bij de nieuw ingekomen stukken lazen wij een zorgwekkende brief over de toegankelijkheid voor ouderen en mensen met een handicap van de bushalte Singel/centrum van bus 5 van Sterrenburg naar Stadspolders. Daarnaast krijgen wij vaker signalen van inwoners over bushaltes die tijdelijk of permanent slecht toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. De provincie gaat over het vervoer, de gemeente is verantwoordelijk voor de haltes. Daarom de volgende vragen. De huidige halte van bus 5 aan de Singel is minder goed toegankelijk en ligt ook verder van het centrum dan de vorige halte aan de Spuiboulevard, wat voor ouderen problemen oplevert. Is het college hiervan op de hoogte en zijn er concrete plannen om deze halte toegankelijker te maken? En zo nee, waarom niet en is er een alternatief? En deelt het college de constatering dat tijdige gehaltes, maar helaas ook vaak bestaande haltes, niet voldoen aan toegankelijkheidseisen en is het college bereid om de toegankelijkheidsstandaard als voorwaarde op te nemen bij zo'n tijdelijke halte? En zo nee, waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

De wethouder bushaltes, mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, het is goed voor iedereen om zich een beetje nederig op te stellen, maar wethouder bushaltes had ik nog niet gehoord. Voorzitter, dank, via u, aan de heer Bootsman voor deze vraag. De eerste vraag of wij hiervan op de hoogte zijn, ja. Gezien alle werkzaamheden op de Spuiweg, Spuiboulevard en de hellingen is besloten in afstemming met QBuzz om die halte tijdelijk te verplaatsen naar de Singel. Dat is u bekend. En of er concrete plannen zijn om deze halte toegankelijk te maken. Bij de realisatie van de halte is rekening gehouden met toegankelijkheidseisen, maar we zullen binnenkort de halte nog een keer controleren daarop en kijken of er nog aanpassingen noodzakelijk zijn. Uw laatste vraag gaat veel breder en daar moet ik wel op zeggen dat het college gewoon altijd wel een afweging moet maken, zeker bij tijdelijke haltes, waarbij gekeken wordt, hoe lang is die halte noodzakelijk? Hoeveel mensen maken er gebruik van? Is er een alternatief in de buurt? Dat soort elementen spelen dan wel mee in de faciliteit die bij zo'n halte realiseert. Waarbij ik me realiseer dat als een halte niet goed beschikbaar is voor ouderen of mensen met een handicap, dat dat wel heel vervelend kan zijn. Maar dat is niet altijd uit te sluiten, zeker niet omdat het gewoon soms ook kostbare investeringen vraagt.

Voor een tijdelijke halte doe je dat alleen als het echt noodzakelijk is. Bij de centrumhalte, Johan de Wittstraat, is die investering bijvoorbeeld wel gedaan. Naast die halte die u noemt is er nog een andere halte die de Spuiboulevard mede vervangt en dat is de halte op de Johan de Wittstraat. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik zie de heer Bootsman nog met een vervolgvraag. De heer Bootsman: Zeker. Heel kort. Vandaag is ook in de NOS een groot nieuwsbericht geweest dat eigenlijk door het hele land heen de bushaltes niet goed toegankelijk zijn en op Rijnmond staat een mooi kaartje, waar je er ook ziet dat Dordrecht veel in het oranje of rood staat. Het zou fijn zijn als het college dat meeneemt. Dank u wel.

5

De voorzitter: De heer Veldman. De heer Veldman: Dat nemen we mee. Volgens mij heb ik ook niet gezegd dat we het niet meenemen. Maar het gaat er even om dat zeker bij tijdelijke haltes je die afweging hebt en bij reguliere haltes moet het gewoon op orde zijn. Dat ben ik met u eens. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende over deze vraag. En dan hebben we nog een vraag over horeca Grotekerksplein Houttuinen. Dat is een vraag van Beter voor Dordt en mijnheer Katif gaat hem toelichten. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. In het AD Dordrecht verscheen recent een artikel over mogelijke nieuwe horeca aan het Grotekerksplein Houttuinen. De koper stelt dat de gemeente specifiek zou aandringen of aangedrongen heeft op de vestiging van een nachthoreca. Het leidt tot onrust bij omwonenden, mede door eerder ernstige overlast van nachtclub De Kazerne in het naastgelegen pand. Dit roept vragen op over de politieke keuzes, prioriteiten en afwegingen van het gemeentebestuur. De vragen luiden als volgt.

Klopt het dat het college richting de koper van het pand duidelijk een voorkeur heeft uitgesproken of een eis heeft gesteld dat nachthoreca gevestigd zou worden? Zo ja, voorzitter, hoe is dit precies gecommuniceerd en welke bestuurlijke afweging ligt hieraan ten grondslag? Vraag twee, is het college het met ons eens dat het, mede gezien het bestaande aanbod van restaurants en beëindiging van nachthoreca in De Kazerne, politiek logischer is om de invulling van het pand over te laten aan de markt? En de laatste vraag, voorzitter. Hoe weegt het college eerdere overlast en het ontbreken van draagvlak onder omwonenden mee bij een mogelijke terugkeer van nachthoreca op deze locatie? Tot zover de vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de kant van het college. Mijnheer Burggraaf. Ga uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. En dank voor deze vraag die de mogelijkheid geeft om het een en ander even op te helderen. Het klopt niet dat wij als eis zouden hebben gesteld of een voorkeur hebben gegeven voor het vestigen van nachthoreca op deze locatie. We hebben richting de initiatiefnemer aangegeven dat hier een gemengde bestemming op zit, op dit pand. Dat betekent dat op het moment dat je daar horeca in plaatst ook nog weer een aparte vergunningprocedure vraagt, een afwijking van het bestemmingsplan.

Verder hebben we meegegeven aan de initiatiefnemer of de nieuwe eigenaar dat dit gebied wel binnen de horecanota die raad uw recentelijk heeft vastgesteld als horecaconcentratiegebied is betiteld met een ontwikkelperspectief versterken van dag-, avond- en nachthoreca. Op dit moment is met het sluiten van De Kazerne geen nachthoreca aanwezig. Tegelijkertijd zien we ook dat er wel bij de jongeren behoefte is om ook gezellig in de eigen stad wat te kunnen doen. Maar er is geen eis of voorwaarde gesteld voor dit specifieke pand voor wat betreft vestiging van nachthoreca. Volgens mij heb ik daarmee voldoende helderheid gegeven over hoe de situatie hier is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Katif, voldoende beantwoord zo, de vraag?

6

De heer Katif: Voldoende beantwoord, maar ik hoor de wethouder praten over de horecanota. En als ik goed geïnformeerd ben, is de horecanota zoals die nu op onze site staat de oude horecanota en dat de nieuwe horecanota die vastgesteld is door de raad nog niet eigenlijk ter beschikking of ter informatie op de site staat. En dat verbaast ons enigszins. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat verbaast ook. Ik ga daarnaar kijken en als dat inderdaad zo is, dan zorgen we dat zo snel mogelijk daar de actuele horecanota staan. Want dat hoort natuurlijk gewoon het geval te zijn. De voorzitter: Dat is een mooie toezegging, denk ik. Dank u wel. Dan waren dit de vragen voor vandaag en dan wens ik u een prettige vergaderavond. 3. Initiatiefvoorstel 'Dordt Ontmoet' van de fracties CU-SGP, CDA en VSP Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Balorian (VVD) Mevr. Van den Bergh (Partij van de Arbeid) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouder: wethouder W. Van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: dhr.

Van Tuijl De voorzitter: Goedenavond beste mensen, wij zijn hier vanavond bijeen om oordeelsvormend te spreken over het initiatiefvoorstel Dordt Ontmoet. We hebben al geconstateerd dat er ruimschoots een vergaderquorum is, dus we kunnen wettig gaan vergaderen. Ik heet hartelijk welkom de raad- en commissieleden en wethouder Van der Kruijff namens het college namens de ambtelijke ondersteuning zit de heer Van Tuijl er. En uiteraard de mensen die thuis meekijken, hoop ik in grote getalen. En dat ze ook een genoeglijk avondje gaan beleven. En ook op de publieke tribune. Zoals we gewend zijn een voorstelrondje. En ik ga rechtsom.

7

De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Van den Bergh: Jacqueline van den Bergh, PvdA. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer De Heer: Robert de Heer van de ChristenUnie/SGP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Balorian doet de woordvoering. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Van Tuijl: Nick van Tuijl, als beleidsadviseur Sociaal Domein. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. In ieder geval, van de VVD weten we alvast wie het woord gaat doen, want bij een oordeelsvormende vergadering, ook al zijn er twee of vier aan tafel, er mag er één het woord voeren. Maar dat weten de anderen ongetwijfeld. Waarom zitten wij hier? De heer De Heer van de ChristenUnie/SGP, mevrouw Striebeck van de VSP en mevrouw Van Vugt-Roose namens het CDA hebben het initiatiefvoorstel Dordt Ontmoet ingediend. Daar hebben we het vorige week over gehad.

Het voorstel is gericht op het tegengaan van eenzaamheid, met name door te investeren in ontmoeting. 10 februari, het is inmiddels twee weken geleden, want vorige week was het reces, hebben de initiatiefnemers hun voorstel toegelicht in een beeldvormende vergadering. Vandaag doen we het debat over het voorstel aan de hand van de volgende politieke vragen. Vijf stuks. Zes zelfs. De eerste, kan de commissie instemmen met het initiatiefvoorstel? Dat is de eenvoudigste en tegelijk ook denk ik de belangrijkste politieke vraag. Komt bij het CDA vandaan. Als tweede, in hoeverre voegt dit initiatiefvoorstel iets toe aan wat de gemeente al doet? De SP. Hoe verhoudt dit initiatief zich tot de bezuinigingen die gedaan zijn in het sociaal domein? Met name de indexatie komt bij de Partij van de Arbeid vandaan. Vierde, is de insteek onder het label eenzaamheid de verstandigste? Van GroenLinks. Vijf, zijn er nog andere zaken die in dit verband aan het gemeenschappelijk beleid moeten worden toegevoegd, met name het

8

verbeteren van de toeleiding? Ook Partij van de Arbeid, maar dan de heer Damen in tegenstelling tot mevrouw Van den Bergh, die de andere vraag had. En als laatste, wat is er nodig om beleid dat er al is nog beter te maken? Van mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Ik heb heel eventjes zitten dubben over, hoe vliegen we het verder aan? Het leek me heel saai als een stuk of zeven partijen gaan vertellen wat zij ervan vinden en dat daarna dan de drie indienende fracties daarop gaan reageren. Ik hoop dat het iets spannender kan. Ik stel voor dat alle partijen gewoon een woordvoering houden en deelnemen aan het debat. En wat mij betreft, schiet er maar op los. Hoe sneller, hoe beter. Des te levendiger het wordt. En dan gaan we daarna wel de reactie aanhoren van het college en mogelijk dat daar dan de initiatiefnemers nog even kort op willen reageren. Maar ze doen hier aan tafel gewoon mee op dezelfde wijze als de anderen, is mijn voorstel. Daar mag u ook op schieten, overigens. Maar ik zie heel veel geknik. Fijn. Dank u wel. Ik zie ook mensen die denken, wat maakt mij het uit? Maar dat mag ook natuurlijk. We noemen geen namen. Wie zou er het woord willen voeren? Ik ga beginnen met de heer Hartmeijer, daarna de heer De Heer, dan de heer Venderbos en daarna mijnheer Van der Meer. En dan zien we daarna wel weer verder. Mijnheer Hartmeijer, aan u het woord.

De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. In de reactie van het college op het initiatief wordt geadviseerd om vooral bestaande initiatieven en netwerken te versterken en de zichtbaarheid te vergroten, en niet om het wiel helemaal opnieuw uit te vinden. En de SP kan zich wel vinden in die aanbeveling, want het zou natuurlijk vreemd zijn als wij hier als commissie gaan roepen dat er nu echt werk gemaakt moet worden van eenzaamheidsbestrijding, terwijl al die organisaties al jaren veel inzet plegen op dit thema. Wat wel denken wij kan helpen in de communicatie is één parapluwebsite waarin op eenvoudige manier alle bestaande initiatieven gevonden kunnen worden. En als we dan zeggen, jebentnietalleen.nl moet die plek worden, dan moet inderdaad zoals vorige keer aangehaald en in de collegereactie ook te lezen, die site heel nodig vernieuwd worden. Want zoals deze er nu uitziet, heb je daar heel weinig aan. Maar dat je via één centraal, laagdrempelig portaal en dan hopelijk ook op wijkniveau alle bijeenkomsten en organisaties kunt inzien, daar zien wij wel de meerwaarde in. En deze zou dan ook actief gepromoot moeten worden via bijvoorbeeld huisartsen, bibliotheken, buurthuizen, et cetera. De site vernieuwen zodat deze weer gebruikt kan worden waar hij denk ik origineel voor bedoeld was.

Wat er gevraagd wordt onder punt A van het besluit, inventariseren wat er zoal is, dat zouden wij dan liever vertalen als, zorg dat er wat er is ook via een centrale plek te vinden is voor onze inwoners. Als we kijken naar punt C, zet een buddysysteem op. We hebben al een aantal organisaties die hiermee werken, dus ook hier zien wij liever dat dit bekender wordt dan dat we weer iets aparts gaan opzetten. Want wij zien ook heus wel de waarde van zo'n initiatief, maar ga niet opnieuw het wiel uitvinden. En punt E, mogelijk maken om ruimte beschikbaar te stellen. Ik vroeg vorige keer al naar kerken, of zij misschien meer konden betekenen door hun ruimte ook voor andere doeleinden beschikbaar te stellen. Dat gebeurt al op zekere hoogte, maar wellicht is er meer mogelijk. En ook dit is denk ik dan een kwestie van zo'n kerk of moskee, dat maakt in mijn beleving niet zoveel uit, om zich actief aan te sluiten bij dat portaal. En hetzelfde geldt voor horecaondernemers als zij bijvoorbeeld een gezellige bordspelavond of iets dergelijks organiseren, dat dit niet alleen op de site van het café staat, maar dat we hen ook vragen om dit dan te delen op de site die eenzaamheid wil tegengaan. Wij zien dit

9

voorstel, wat zonder meer waardevol is als document, toch echt meer als een aanjagen voor het college om de communicatie en zichtbaarheid van wat er al is te verbeteren. In die zin voegt het iets toe. Maar als we kijken naar wat er wordt gevraagd, een nieuw plan van aanpak, een nieuw buddysysteem, een nieuwe bewustwordingscampagne, daar zitten toch wel de nodige kosten aan verbonden en kunnen wij daar niet mee instemmen. De voorzitter: Mevrouw Koene wil even aan u wat vragen. Mevrouw Koene: Jazeker. Ik wil de heer Hartmeijer vragen wat hij precies aan de website denkt te willen verbeteren, wat hem beter zou maken. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dat is heel praktisch. Als je naar die site gaat kijken, en ik ben even daar geweest, dan zie je dat wat vorige keer ook aangehaald was door de heer De Heer geloof ik, dat de agenda gewoon leeg is. Dan kan je zoeken en dan verschijnt er niks in beeld. En dat soort praktische dingen eigenlijk. Als we zeggen, dat moet de site worden dan moet die echt radicaal vernieuwd worden en geüpdatet worden. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Was u klaar met uw woordvoering? Mijnheer De Heer. U bent klaar. Dat is helemaal prima. Mijnheer De Heer gaat toch nog even iets aan u vragen. De heer De Heer: Ik had nog een vraag. Een goede opmerking ook over die buddysystemen.

Vorige keer al iets op toegelicht, dat we inderdaad willen voorkomen dat we inderdaad opnieuw het wiel gaan uitvinden. Zou de heer Hartmeijer er wel meer steun voor hebben als we zouden zeggen, het stimuleren van mentor en het versterken van ook bestaande mentor- en buddysystemen, om te voorkomen dat we de suggestie geven dat het allemaal opnieuw moet worden bedacht, waarbij het al deels bestaat? De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Als met versterken wordt bedoeld, maak het bekender, maak het zichtbaarder en gebruik dan die netwerken die er al zijn, dat is natuurlijk prima. Maar als er gevraagd wordt, ga nu een heel nieuw buddysysteem opzetten, dan denk ik dat we inderdaad zoals het college aangeeft parallelle initiatieven aan het doen zijn. En dan zou ik zeggen, gebruik dan al wat je hebt. In die zin. De voorzitter: Mijnheer De Heer, u bent nu toch aan het woord. Ik zou zeggen, doe uw woordvoering gelijk. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Mijn vrouw en ik hebben twee tienerdochters thuis die graag gezellig beneden in de woonkamer zijn in plaats van op hun eigen kamer. Woonkamerkinderen noemen we dat wel eens met een knipoog. En mensen zijn simpelweg natuurlijk ook gewoon verschillend. De één is graag op zichzelf en is daar heel gelukkig mee en de ander zoekt van natuur in de nabijheid van mensen.

Een van die woonkamerkinderen die wij hebben, de jongste dochter van 11, maakte toen ze klein

10

was soms van die mooie verhaspelingen. Woorden die ze net verkeerd uitsprak waardoor er een nieuwe, mooie betekenis ontstond. En zo zei ze soms dat ze niet alleen op haar kamer wilde zijn, want dan voelde ze zich zo alleenzaam. Een treffende term die veel zegt, want inderdaad, precies zoals sommigen in de vorige commissie bespreking al benoemden, niet iedereen die alleen is, is eenzaam. Dat verschilt per persoon. Het initiatiefvoorstel dat wij met elkaar hebben ingediend is niet een totaalaanpak tegen alle vormen van eenzaamheid. Dat zou echt naïef zijn. Zie het vooral als een initiatiefvoorstel voor ontmoeting, voor al die Dordtenaren die net als mijn dochter en vele anderen wel die behoefte hebben aan nabijheid. Huiskamer Dordtenaren die niet alleen in hun eigen huiskamer willen zitten. Het voorstel, zoals vorige keer samengevat, biedt twee echt nieuwe voorstellen onderdeel een nieuwe plek voor de stad om alle bestaande ontmoetingsplekken ook in beeld te krijgen. En onderdeel vijf, het eenvoudig maken voor bedrijven, organisaties, kerken en anderen om fysieke ruimte en gastvrijheid beschikbaar te stellen. En de andere onderdelen, zoals ook vorige keer benoemd, twee, drie en vier, daar vragen we wel om meer stimulans van sociale activiteiten, meer kansen voor buddy programma's en bewustwordingscampagnes.

We hebben daarmee zeker niet willen pretenderen dat die onderdelen uniek zijn. We willen er alleen meer van, want de cijfers rondom eenzaamheid in onze stad zijn slecht. En ja, dat is wat ons betreft reden om meer gas te geven op deze onderdelen kort nog even de politieke vragen die zijn gesteld. Op vraag twee hoop ik zojuist met mijn inleiding al wat te hebben toegelicht. Onderdeel één en vijf zijn nieuw, twee, drie en vier vragen om een boost op de deels bestaande inzet. Vraag drie met betrekking tot de bezuiniging naar de organisaties hebben we misschien niet altijd de gewenste indexatie gehad, maar gelukkig weerhoudt hen dat niet om zich in te zetten in onze stad, ook niet op het thema ontmoeting of de bestrijding van eenzaamheid. Vraag vier, de insteek is wat ons betreft ook niet alleen eenzaamheid, maar vooral nog ontmoeting. Daarom ook heel bewust de titel Dordt Ontmoet. Vraag vijf, ook een goede vraag. Onderdeel vier van ons programma is daar ook wel op gericht, die bewustwording. Want bij meer bewustwording, juist ook bij professionals kan eenzaamheid sneller worden gesignaleerd en komt de toeleiding dat ook ten goede. En tot slot de vraag van mevrouw Koene. We luisteren natuurlijk met veel interesse naar ieders inbreng. Tot slot, het voorstel. Belangrijk vinden we dat nog te benoemen.

Het vraagt nu niet om geld, het vraagt om een uitwerking van deze voorstellen voor Dordrecht. Ook niet om nieuw beleid maar wel een plan van aanpak, zodat we nadat we weten wat de kosten en de opbrengsten hiervan zouden kunnen zijn, kunnen we besluiten tot een daadkrachtigere inzet voor meer ontmoeting en tegen alleenzaamheid in onze stad. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. Mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank, voorzitter. Ik wil beginnen met onze complimenten aan de initiatiefnemers van dit voorstel. Er is onder andere zorgvuldig onderzoek gedaan naar feiten en cijfers. Dan de vraag, wat is eenzaamheid? Eenzaamheid omvat het subjectief ervaren van een pijnlijk gemis aan betekenisvolle sociale relaties of een emotioneel hechte band. Het is meer dan enkel fysiek alleen zijn. Het is een brede toestand die sociale isolatie, emotionele leegte en een gebrek aan verbondenheid kan inhouden, wat kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen. Onderzoeken hebben

11

aangetoond dat eenzaamheid een enorme druk geeft op de steeds stijgende zorgkosten en dat de preventie van eenzaamheid deze kosten drastisch kan verminderen. Bezuinigen en het niet-indexeren leiden dan ook tot hogere zorgkosten. Dit wordt ook duidelijk in het voorstel aangegeven in het uitvoeringsprogramma Elkaar Helpen 20252030, visie Sociaal Domein 2030, wordt vermeld dat de jaren 2025 en dat in de jaren 2025-2026 het tijdpad zijn voor het opstellen van een integraal plan van aanpak eenzaamheid, met speciale aandacht voor jongeren en senioren en de verbinding hiertussen. Zelfs al wordt dit plan het tweede kwartaal van dit jaar gepresenteerd, dan lopen we vier jaar achter op de gemeente Amsterdam die op 29 juni 2022 haar plan in werking zag gaan. Dit initiatiefvoorstel kan in de ogen van de Partij voor de Dieren gezien worden als het plan van aanpak dat onze gemeente nog steeds ontbeert. De vraag van de heer Van Dam Timmers of de Partij voor de Dieren met het initiatiefvoorstel in kan stemmen kunnen wij voorlopig bevestigend beantwoorden, maar voor een definitieve reactie wachten wij de verdere besprekingen af. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Venderbos. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Het stimuleren en faciliteren van ontmoeting is superbelangrijk.

Niet alleen voor het bestrijden van eenzaamheid, maar ook om wijken leuker, schoner, heler, veiliger te maken, om wensen, krachten en ideeën van mensen te benutten, om de kosten van de zorg te drukken en om allerlei praktische problemen sneller en plezieriger op te lossen. Daarom heb ik de vraag gesteld vorige keer, is eenzaamheid de beste ingang? Het kan soms zelfs afschrikwekkend werken, kan ik mij voorstellen. Ik ga niet naar een website van wat moet ik doen als ik me eenzaam voel. Ik ga wel naar een website als ik op zoek ben naar een plek om mensen te ontmoeten, om wat voor reden dan ook. Vandaar dat ik het voorstel één en vijf van jullie opsomming prima vind, maar dan in die bredere context van stimuleren van ontmoeting, enzovoort. Dan de vraag van de punten twee, drie en vier. De indieners zeggen, daar willen we meer van. Het is mij de vorige keer niet helemaal goed duidelijk geworden, misschien kan daar nog op worden ingegaan, wat er in de ogen van de indieners op die drie punten meer of anders zou moeten gebeuren dan nu het geval is. Dan over het nietindexeren. Ik denk dat het goed is om dat mee te nemen in een verdere verkenning van waar dat tot knelpunten leidt. Maar ik ben het met anderen eens die hier gezegd hebben dat dat niet per definitie tot knelpunten hoeft te leiden.

Mij is gebleken dat bijvoorbeeld veel vrijwilligersinitiatieven die ook tot ontmoeting leiden vaak primair behoefte hebben aan een plek, aan een ruimte, vandaar dat ik voorstel vijf heel erg toejuich, dan aan meer geld. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Mevrouw Balorian van de VVD. Mevrouw Balorian: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD vindt het belangrijk dat eenzaamheid wordt aangepakt. Het is een onderwerp dat veel inwoners raakt en waar we als gemeente oog voor moeten hebben. In die zin herkennen wij ook de intentie van het initiatiefvoorstel en zijn we ontzettend blij dat er aandacht voor wordt gevraagd. Tegelijkertijd zien we net als het college dat er in Dordrecht al veel gebeurt op dit terrein. Er is beleid, er zijn initiatieven in de wijken, er wordt samengewerkt met maatschappelijke partners. De vraag die voor ons centraal staat is daarom niet zozeer of we iets aan eenzaamheid moeten doen, maar vooral hoe we dat zo effectief mogelijk doen. Bij de vraag of we kunnen instemmen met het initiatiefvoorstel willen wij daarom

12

benadrukken dat wij het voorstel vooral zien als een aanleiding om het huidige beleid tegen het licht te houden. Niet om daar een volledig nieuw plan van aanpak naast te zetten, maar om te kijken, doen we de juiste dingen? Bereiken we de juiste mensen? Waar kan het scherper of beter? Als het gaat om de toegevoegde waarde van dit voorstel, dan sluiten we ons aan bij de reactie van het college. Veel van de genoemde onderdelen, ontmoetingsplekken, sociale activiteiten, buddyinitiatieven, maken al onderdeel uit van hetgeen wat er wordt gedaan. De meerwaarde zit voor ons niet in het opnieuw schrijven van beleid, maar vooral om te benutten van dit initiatief om blinde vlekken te signaleren. Zoals we vorig jaar ook hadden aangegeven, bijvoorbeeld het meenemen van sportverenigingen binnen de bestaande initiatieven. Maar ook bijvoorbeeld het kijken naar wat meer praktische dingen, ervoor zorgen dat buslijn 10 voldoende rijdt zodat men zelfstandig naar het centrum kan en zelf op pad kan en mensen kan opzoeken. De Dordtse VVD staat positief tegenover de intentie van het initiatiefvoorstel, zoals ik zojuist heb gezegd, maar zien de grootste waarde in het gebruiken ervan als reflectie- en aanscherpingsinstrument voor het bestaand beleid in lijn met de koers die al is ingezet door het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Balorian.

Ik zie dat mijnheer Hartmeijer en daarna mijnheer De Heer wil reageren. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik hoor dat de VVD en de SP het redelijk eens zijn. Is het voor mevrouw Balloon dan ook dat het probleem eigenlijk meer zit in gebrek aan communicatie of bekendheid van de bestaande initiatieven? Is dat eigenlijk waar zij vooral op doelt? De voorzitter: Mevrouw Balorian.

Mevrouw Balorian: Klopt ook inderdaad. Het voorbeeld dat de SP zojuist aangaf over de website dat ook al eerder bij de beeldvormende vergadering is benoemd. Dat zijn dingen waar wij ook achter staan. Kijk wat er op dit moment niet goed gaat en verbeter dat in plaats van nieuwe dingen uit gaan rollen. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank aan mevrouw Balorian voor de duiding en de reactie. Ik was even vooral benieuwd bij dat laatste punt, omdat ze zei, we willen vooral niet veel nieuwe dingen optuigen, maar ook gewoon stimuleren van wat er al is. En wat ook de SP ook aangaf, beter communiceren of beter zichtbaar maken. Ik was juist wel benieuwd bij dat punt vijf, omdat wij daarin ook hebben gemerkt dat er best wel een deel van het bedrijfsleven, bij de VVD moest ik daaraan denken, dat we hoorden dat er veel bereidheid is om ook mee te werken aan dat soort maatschappelijke opgaven. Maar dat is wel iets nieuws. Ik was toch benieuwd als mevrouw Balorian aan de ene kant zegt, we willen niet te veel nieuwe dingen, hoe zij vanuit de VVD naar zo'n initiatief kijkt Waarmee je natuurlijk de rol van de overheid ook weer zo klein mogelijk houdt en de samenleving, in dit geval het bedrijfsleven, zelf ook aan zet laat. De voorzitter: Mevrouw Balorian.

13

Mevrouw Balorian: Hoe wij het vanuit de Dordtse VVD zien is dat er eigenlijk best wel veel ondernemers al best wel veel dingen doen, dus het gaat meer om het juist bekender maken en meer ondernemers betrekken erbij. Maar in onze optiek is het niet zo dat het iets volledig nieuws is en dat niet gebeurt. De voorzitter: Wie wil? Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, Dordt Ontmoet voegt iets toe aan alles wat wij al hebben in onze stad. Er gebeurt veel, maar dit voorstel brengt meer samenhang, maakt ontmoeting concreter in de wijken en geeft politieke prioriteit. En daar kan niemand tegen zijn. Ontmoeting is geen bijzaak, maar een basisvoorziening. Dit voorstel vraagt geen grote nieuwe uitgaven, maar zet in op preventie. Een sterk sociaal netwerk voorkomt vaak zwaardere zorg en dure trajecten. Preventie is niet alleen menselijk, maar ook financieel verstandig. En wat betreft het label eenzaamheid, dat doel is duidelijk, maar laten we het positief framen. Mensen komen niet voor een project tegen eenzaamheid, maar voor koffie, beweging en ontmoeting. En ontmoeting moet centraal staan en aantrekkelijk zijn. Als we beter willen laten werken, is een betere toeleiding cruciaal. Niet alleen aanbod creëren, maar zorgen dat mensen initiatieven kunnen vinden en mensen bereiken. Via huisartsen, wijkteams, woningcorporaties en vrijwilligers.

Niet alleen met een folder, wat overigens ook nodig zou zijn, of online dat mensen dat kunnen vinden zodat mensen in één oogopslag kunnen zien waar zij terechtkunnen in hun wijk, maar ook met warme overdracht. Verder is nodig meer samenhang, duidelijke regie en goede samenwerking en continuïteit voor de initiatieven in de wijken. Voorzitter, Dordt Ontmoet is realistisch, verbindend en preventief. En ook voor de VSP is de keuze helder. Investeren in ontmoeting is investeren in een sterke, warme stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Striebeck. Mijnheer Van der Meer heeft nog een vraagje voor u. De heer Van der Meer: Ik ben even geïntrigeerd door de opmerking dat er te weinig wordt samengewerkt in de wijken tussen verschillende instanties. Waar blijkt dat uit en wat voor mogelijkheden ziet u om dat te versterken? De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. Het feit is dat vaak toch organisaties elkaar ook niet kunnen vinden en dat is ook omdat alle initiatieven niet te vinden zijn. Zowel online als op papier. Als ik een initiatief heb en ik weet niet met wie ik kan samenwerken, dan is dat ook erg moeilijk. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Mevrouw Striebeck bedoelt, als ik het goed begrijp, dat organisaties die in dezelfde wijk werkzaam zijn en niet van elkaars activiteiten op de hoogte zijn, dat dat veel te voorkomt.

De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Klopt dat?

14

Mevrouw Striebeck: Dank u wel. Dat klopt soms wel, maar soms is dat ook wijkoverstijgend. Wat je in een wijk kan doen kan misschien ook in andere delen van de stad. Dat zou duidelijk moeten zijn, wat er is in een wijk en wie met elkaar kan samenwerken. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Van Antwerpen en daarna mevrouw Van den Bergh. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, Beter voor Dordt staat positief tegenover dit initiatiefvoorstel van de collega's van ChristenUnie, SGP, CDA en de VSP. Eenzaamheid is een groot probleem dat niet alleen leeft onder ouderen, maar zeker ook onder jongeren. Wij onderschrijven veel zaken die benoemd zijn in het initiatiefvoorstel. Doorbreek je eenzaamheid, dan zul je waarschijnlijk minder zorgkosten hebben. Het versterkt de samenhang tussen mensen en het heeft daardoor ook economische voordelen. Beter voor Dordt had alleen graag gezien dat een en ander in het ingediende initiatiefvoorstel al wat concreter gemaakt zou worden. Een uitstapje naar een van de politieke vragen. Wij denken dat het goed is om eenzaamheid het labeltje sociale activering te geven. Daarmee kun je ook een link leggen naar de Participatiewet. En als je een link kan leggen naar de Participatiewet, kan je daarbij aanspraak maken op re-integratiemiddelen waarmee je tevens voor een financiële dekking zorgt.

Je zou ervoor kunnen kiezen om een aantal sociale activeringsconsulenten aan te stellen die actief de boer opgaan. Enerzijds zorgen voor een sociale kaart waarbij inzichtelijk wordt waar welke activiteiten zijn, maar anderzijds door daadwerkelijk naast iemand te staan en iemand letterlijk ergens naartoe te vergezellen om daarna een stapje terug te doen. Het kan soms voor sommige mensen namelijk te gemakkelijk zijn om te verwijzen naar internet of een adres van, je moet daar en daar zijn. Die daadwerkelijke eerste stap zetten is vaak het lastigste voor mensen. Daar moet je af en toe mensen gewoon bij helpen. Ervaring vanuit een andere gemeente is dat als de eerste stap eenmaal gezet is, de sociale activeringsconsulent een stapje terug kan doen om zich daarna op een andere kandidaat te richten. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Antwerpen. Maar u mag nog niet gaan slapen, want mijnheer Hartmeijer … Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik hoor eigenlijk nieuwe ideeën van Beter voor Dordt. Dat verdient op zich waardering. Maar ik hoor eigenlijk nog niet de mening van Beter voor Dordt over waar we over besluiten onder puntje twee, A tot en met E, wat we eigenlijk gaan besluiten of niet.

De vraag is, wat vindt Beter voor Dordt daar eigenlijk van? De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, kunt u daar antwoord op geven? De heer Van Antwerpen: Voorzitter, ik heb al geopend, wij staan positief tegenover dit hele voorstel. Concreter kan ik hem niet maken. De voorzitter: Nee, dat is heel concreet. Dank u wel. Mevrouw Van den Bergh.

15

Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, leden van deze commissie. De PvdA heeft een korte reactie, een beetje ook aansluitend op wat de heer Van Antwerpen zei. Er zijn al, we hebben vorige keer ingebracht, veel initiatieven en het is hier ook gezegd. En wij leggen dan ook duidelijk de link waarom we ook veel beter moeten kijken naar de bezuinigingen die we opleggen aan het sociale domein, omdat die veel activiteiten doet. Ook initiatieven doen veel activiteiten, bijvoorbeeld voorlezen aan huis. Dat is heel goed voor mensen die niet makkelijk zelf ergens naartoe kunnen, maar toch het leuk vinden de activiteit zelf, maar ook door zoiets ook gestimuleerd kan worden om ergens naartoe te gaan. Want sociale media zijn natuurlijk heel belangrijk voor de toch al actieve burger. Die kunnen elkaar opzoeken, die zijn heel actief en die kijken waar iets te doen is. Maar mensen die dat niet zo makkelijk doen, die zich niet makkelijk openstellen en die het moeilijk vinden om ergens naartoe te gaan waar ze niemand kennen of denken niemand te kennen, dat is natuurlijk de kern waarom je toch die ontmoetingen mogelijk wil maken. En wij denken ook dat bijvoorbeeld de toeleiding waar de heer Damen het vorige keer over had, dat dat een belangrijk onderdeel is. Want hoe kun je mensen stimuleren om ergens naartoe te gaan.

Wij denken dan ook aan huisartsen en bijvoorbeeld ook de thuiszorg en de buurthuizen. Let veel meer op welke mensen je kunt betrekken, want dan zijn ze eenmaal die drempel over. Dat is in ieder geval onze ervaring en dat hoor ik ook uit het veld. Dan blijven ze komen en dan heb je al iemand toch een beter, prettiger leven gegeven. En wij denken daarbij uitdrukkelijk ook, wat nu sinds kort gestart is, om dat mee te nemen in de uitvoering wil ik aan de initiatiefnemers vragen, het Huis van Actief Burgerschap. Daar zitten veel initiatieven. Dat zijn wel actieve burgers, maar die houden zich ook op vele domeinen bezig met vele … Mevrouw Koene: Voorzitter. Mevrouw Van den Bergh: Om dat erbij te betrekken en die kunnen veel activiteiten ook uitvoeren. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Misschien een hele lullige vraag, maar ik wil wel even weten of mevrouw Van den Bergh zelf actief is binnen het Huis van Actief burgerschap. Mevrouw Van den Bergh: Ik ben niet echt actief, maar ik ben er wel bij betrokken. Maar is dat een belemmering om dit onder de aandacht te brengen? Dat wil ik dan even weten. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik vind het niet chique. Maar goed, dat is mijn mening. Mevrouw Van den Bergh: Ik word trouwens niet betaald of wat dan ook. Ik heb geen enkel geldelijk belang. Maar het is wel een initiatief wat hier in Dordrecht aan de slag gaat.

De voorzitter: Gaat u verder.

16

Mevrouw Van den Bergh: Daar wil ik het eigenlijk mee afronden. En met name ook, en daar wil ik van de wethouder ook een reactie horen, hoewel het een initiatief van de raad is, hoe hij ernaar kijkt hoe dan toch het vormgegeven wordt, de bezuinigingen op het sociaal domein. Met name die domeinen die mensen stimuleren om iets te kunnen gaan doen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Het klopt dat we ons als initiatiefnemers hebben gebaseerd op feiten en cijfers. Daar hebben we ook echt wel naar gezocht. Maar daarnaast hebben we ook individuele mensen gesproken over de moeite die ze soms ervaren met het aangaan van contacten en over het ervaren van eenzaamheid. Ik heb waardering voor hoe Partij voor de Dieren dat net verwoordde, wat eenzaamheid doet met mensen. Overigens wil ik daar ook graag aan toevoegen dat behalve eenzaamheid ook tweezaamheid wel bestaat. Nog maar een extra woord erbij. Er kunnen ook mensen best wel samenleven, maar toch eenzaamheid ervaren omdat ze op een bepaald gebied daar echt tekortkomen. We willen ook eigenlijk wel bedanken voor de brede steun die we hier horen en het klopt ook ergens wel dat er weinig nieuws in zit. En daar willen we eigenlijk iedereen ook graag geruststellen. Er is brede steun voor de voorstellen van A en E, van 1.

De voorstellen B, C en D betreffen inderdaad niet echt zozeer nieuw beleid, maar wel willen we daar graag meer gas op. Maak inzichtelijk, wat doen we nou en wat draagt er allemaal bij? B, C en D zijn al bewezen goede aanpakken en daar moet meer van bekend worden bij de organisaties, bij de mensen die daar bekendheid aan kunnen geven. Neem dat alsjeblieft meer mee in communicatie die er toch al is. Schrijf je ondernemers aan, voeg daar een alinea aan toe. Schrijf je huisartsen aan, voeg daar een folder aan toe. Op die manier kun je heel veel praktische dingen meteen uitvoeren zonder dat dat daadwerkelijk heel veel extra inspanning of kosten met zich meebrengt. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene was net eerder dan mijnheer Hartmeijer. Het was een fractie van een seconde. Eerlijk is eerlijk, u het woord, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik wil graag een vraag stellen aan mevrouw Van Vugt over E, 1E, het mogelijk maken voor ondernemers, enzovoort. Hoe wordt dat precies bedoeld? Want een ondernemer heeft altijd de mogelijkheid om iets te doen voor de omgeving of wat dan ook. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja en nee.

Je kunt altijd iets doen voor een omgeving en misschien ook heel veel ondernemers die al van alles doen, maar soms loop je toch tegen grenzen aan dat je dan weer een soort vergunning nodig hebt om iets te mogen organiseren. Stel dat je standaard elke woensdagochtend je bedrijf openstelt om mensen welkom te heten, dan kan dat weer gezien worden als een soort horecagelegenheid en dan heb je weer wat meer nodig. En als het allemaal wel kan, zou dat ook gewoon meer duidelijk moeten zijn dat het gewoon kan. Dat weet men ook niet.

17

Mevrouw Koene: Maar is mevrouw Van Vugt het dan met mij eens dat hoe het er staat het misschien niet helemaal de lading dekt van wat er bedoeld wordt. Want het gaat meer om faciliteren dan om het beschikbaar stellen van een ruimte. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Ik denk dat we hier best wel bereidheid hebben om dat aan te passen naar het meer bekendmaken wat de mogelijkheden zijn. Dank u wel. Zoals we bij C ook de aanpassing willen doen die ook al werd geopperd door de SP, versterken in plaats van opzetten. Die noteren we, die nemen we mee. De voorzitter: Wacht u maar, want ik denk dat mijnheer Hartmeijer nog wat wil gaan vragen. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dat is toch meer qua procedure, want ik heb expres even gewacht tot alle drie de initiatiefnemers geweest zijn. En misschien is het zeuren, hoor. Maar als de heer De Heer en mevrouw Van Vugt nu allebei zeggen, je moet het niet zo letterlijk nemen, B tot en met D, en je moet het meer zien als versterken of wat dan ook, dat is leuk, maar we geven het college wel een opdracht mee waarin staat, we moeten een nieuw buddysysteem opzetten en we moeten een hele campagne op gaan zetten. Hoe kan het anders dat daar kosten aan zitten? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt gaat u uitleggen hoe het echt zit. Mevrouw Van Vugt-Roose: Kijk eens aan.

Het plan van aanpak, daar moet niet al te groot over gedacht worden. Ik kan me voorstellen, wat doe je eigenlijk met je voorstel? Dat kan dan weer het gevolg zijn. Maar er moet gewoon duidelijk aandacht komen voor eenzaamheid, wat gewoon heel veel economische gevolgen heeft, omdat mensen niet meer tot actie komen, in huis blijven zitten en ook niet meer bijdragen aan de maatschappij. Die verbinding moet tot stand komen en er moet gewoon meer actie op. Je moet ergens beginnen, dus alles wat er is moet echt een extra slag sterker worden neergezet. En wij zien echt kans om dat met vrij eenvoudige middelen ... Maar breng eerst maar eens in kaart, wat is er? En doen we de goede dingen en doen we de goede dingen goed? En laat het dan inderdaad ook, wat de VVD zei, een ijkpunt zijn, zijn we met zijn allen op de goede weg? En in dat plan van aanpak, daar komt dan een raming van de kosten mee. Dan kunnen we altijd nog ja of nee zeggen. We hopen natuurlijk ja, maar we doen dit niet voor niks. We willen dat daar een vervolg aan gegeven wordt. De voorzitter: Deze reactie roept weer vragen op bij mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, mevrouw Van Vugt legt nu heel nadrukkelijk opnieuw het verband met eenzaamheid, terwijl de heer De Heer zei, het gaat eigenlijk om de ontmoeting als het centrale element.

En dat laatste heb ik ook toegejuicht, maar de vraag is wat de indieners nu eigenlijk willen. Natuurlijk moet eenzaamheid bestreden worden, maar is het wel of niet een goed idee om allerlei activiteiten in het kader te zetten van, dat doen we omdat we de eenzaamheid willen bestrijden? Of zetten we het gewoon in het kader van, we willen ontmoeting en daarmee natuurlijk ook eenzaamheid? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.

18

Mevrouw Van Vugt-Roose: We stellen het graag in het kader van ontmoeting, van verbinding, van ontmoeting, van elkaar zien, van een sterkere samenleving. Dat is wat we voor ogen hebben. En een van de subdoelen is wel degelijk dat we die eenzaamheid willen bestrijden, maar ik haakte gewoon aan op wat de heer Venderbos had gezegd. Dat ik dat een hele mooie toevoeging vond aan wat wij al hadden geschreven. Maar ons hoofdpunt is ontmoeten en daardoor een sterkere samenleving. Dan ga ik nog even verder naar de woordvoering. Het plan van aanpak kan volgens ons vrij bescheiden blijven, maar de communicatie in dit alles is wel van cruciaal belang. We kwamen er ook zelfs als initiatiefnemers achter dat er veel meer is in deze stad dan wat we eigenlijk hadden bedacht dat er zou zijn. Als we de ideeën bij elkaar legden, werd dat steeds meer. En dan kom je echt erachter, waarom weet men het niet van elkaar? En dat is hier echt wel een punt. En misschien is het dan ook wel zo dat we de economische voordelen gewoon al heel snel kunnen zien. Ik weet niet of dat goed te berekenen is door een college, maar dat hoop ik, dat er iets zinnigs over gezegd kan worden. De voorzitter: Deze wethouder gaat ook over financiën, dus die zal … Mevrouw Van Vugt-Roose: Die zal daar vast iets van weten.

Economische voordelen van ontmoeting zijn natuurlijk al bewezen en daarvan zien we, als dat kan, ook iets in de berekening terug. Dan had ik nog een paar dingen die ik nog even wilde noemen. Een update heb ik genoemd. Ik ben wel heel benieuwd naar dat plan van Beter voor Dordt als we iets brengen of een deel hiervan onder sociale activering, klopt het dan dat je daarvoor subsidies kunt loskrijgen? De voorzitter: Daar weet mijnheer Van Antwerpen denk ik alles van. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja. Of straks ook collega. De heer Van Antwerpen: Voordragend uit mijn eigen carrière. Bij de ISD Brabantse Wal, Bergen op Zoom en omgeving, daar is zo'n traject opgestart. Sociale activering werd gefinancierd vanuit re-integratiemiddelen. De re-integratiemiddelen zijn middelen die de Sociale Dienst Drechtsteden krijgt om mensen te activeren naar het zij naar werk, het zij naar participatie, dus eventueel ook sociale activering. Daar is je haakje met financiering. De voorzitter: Dat is het voordeel, dat we allemaal mensen uit diverse bedrijfstakken en organisaties hier aan tafel hebben. Mevrouw Van Vugt, gaat u verder. Mevrouw Van Vugt-Roose: Mijn woordvoering was wel zo'n beetje gedaan. Moet ik nog even kijken of ik op de vragen moet ingaan. Die heb ik impliciet beantwoord, zie ik. Ik ben klaar. De voorzitter: Ik constateer dat in ieder geval alle fracties het woord hebben kunnen voeren.

En dan lijkt het mij het beste dat wij naar het college gaan. Mevrouw Koene. Ik wilde net zeggen, u bent altijd de laatste. Mevrouw Koene: Dat is helemaal niet waar.

19

De voorzitter: Dat wilt u wel graag. Excuses dat ik u even over het hoofd zag. Ik vind het wel heel knap dat ik u over het hoofd zie. Mevrouw Koene: Ik heb even rustig gewacht. Ik heb verder vrij weinig toe te voegen. Het meeste is al wel gezegd. In de zin van goede dingen, dingen die aangevuld kunnen worden. Mijn vraag mijn politieke vraag was eigenlijk veel meer bedoeld vanuit waar ik het vorige keer over had, dat er in mijn beleving weinig nieuws is en de gemeente ook aangeeft al veel te doen. En ik juist nieuwsgierig was, kunnen we daar dan nog één tree hoger iets neerzetten? Ik heb actieonderzoek genoemd, wat misschien een leuke is. Dat hoeft niet in de weg te staan, overigens, van het initiatiefvoorstel, maar het zou een idee zijn om zo door een trainee of een stagiair of wat dan ook dit op te pakken, zodat je misschien ook al gaande het beleid dingen kan toevoegen vanaf een ander abstractieniveau. Dat klinkt allemaal een beetje vaag. Dat realiseer ik me. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, mag het in B1 toon? De voorzitter: Dat is een hele ondeugende grap, mevrouw Van Vugt.

Mevrouw Koene: Alleen al het woord actieonderzoek is al fout eigenlijk. Ik heb ook geprobeerd om ons verkiezingsprogramma in B1 te krijgen. Dat is ook niet gelukt. Op een gegeven moment ben je gewoon aan bepaalde woorden gebonden. Maar echt de vraag aan het college, is het mogelijk om zelf op een ander niveau nog onderzoek of iets in te zetten zodat je kan kijken, wat is er op een gegeven moment nog weer wat iets kan toevoegen aan het beleid? Zo was mijn vraag meer bedoeld en dan heb ik hem nu kunnen toelichten. Dank. De voorzitter: Dank, mevrouw Koene. En dan heeft mijnheer Van der Kruijff er nog een vraag bij. Maar daar komt hij zo meteen vast op terug en misschien begint hij er wel mee. Wie weet. We gaan het horen. Wethouder. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, eenzaamheid heeft veel aspecten en al die aspecten zijn hier wel geraakt, denk ik. En juist het feit dat je ziet dat het zoveel aspecten heeft, laat ook zien dat het heel moeilijk is om ze los van elkaar te benaderen. En dat heeft er ook toe geleid dat we als gemeente, als college, ook met instemming van uw raad overigens, een integrale visie Sociaal Domein hebben gemaakt, daar uitvoeringsprogramma's op hebben gemaakt en daaronder bestaat onder andere ook het uitvoeringsprogramma Elkaar Helpen. En in het uitvoeringsprogramma Elkaar Helpen kom je het woord eenzaamheid heel veel tegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1095/documents/47028