2.1 2026.02.03 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Maar dan gaat de wethouder er dus wel vanuit dat als het college even snel een besluit neemt, de raad dat ook goed vindt. Maar als dat niet zo is, wat is dan de situatie? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Daar heeft u een terecht punt. Maar gelukkig ziet de Omgevingswet er ook in dat wij niet zomaar elke keer alles kunnen doen. In de wet staan artikelen uitgelegd met wat het college kan doen in dit geval, als ze mandaat krijgt. Dat is wat ik net zei, om snelheid in het proces te houden zouden wij dat kunnen doen. We zouden, als er in eerste instantie op een heel groot gebied is gericht, dat kleiner kunnen maken. Maar de wet is heel erg duidelijk. Wij kunnen laten doorhalen in een register wat nodig is voor die aansprakelijkheid. Ik lees het even op, want anders zou ik er nog een fout in maken, intrekking of vernietiging van aan de eigenaar of beperkt gerechtigde. Oftewel ook hier duidelijk maken, op korte termijnen, wat de eigenaar dan van ons mag verwachten als we het niet langer nodig hebben. Wij hebben in die zin een hele beperking op wat wij kunnen. Dat is de intrekking of beschikking, als we het niet meer nodig hebben, kunnen afgeven. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Van der Meer.
62
De heer Van der Meer: De wethouder zei net, we kunnen afspraken maken over hoe de raad geïnformeerd wordt. Zou de wethouder daar nog wat meer over kunnen zeggen, als het kan gebeuren het moment waarop de raad eventueel nog aan de bel zou kunnen trekken? Dan is het een andere situatie dan wanneer het niet meer kan. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat kunnen we met elkaar in overleg doen. Als het in het college is geweest, dan heeft het op de agenda gestaan. We moeten, denk ik, wel voorkomen dat we, als het gebeurt, u elke keer moeten gaan informeren. We kunnen ook afspreken dat als het gebeurt, we het een keer in het kwartaal doen. Ik noem even wat. Nogmaals, ook voor ons is dit nieuw en zullen we moeten kijken. Volgens mij is dit in de hele periode dat ik hier zit, de eerste keer dat ik naar u moet komen om te vragen, we gaan ze intrekken, bent u het daarmee eens? We kunnen ook afspreken dat als het een keer gebeurt, u binnen zoveel dagen op de hoogte bent. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, het wordt steeds gekker. Drie maanden, dan kan je er helemaal niks meer aan doen. Ik zou er toch voor pleiten dat de invloed bij de raad blijft liggen. De voorzitter: Het oordeel is aan u zo meteen. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag. Ik hoorde in de laatste stuk de wethouder naar een praktische invulling zoeken.
Voor mijn beeld, we proberen er praktisch naar te kijken. Er is een bepaalde reactietermijn die verwacht wordt namens het college. Op wat voor termijn moet het college reageren? Er werden net al hamerraden geopperd. We hebben recessen en dat soort uitzonderingen. Op wat voor termijnen moet het college reageren? De vraag die ik hoor van GroenLinks en andere partijen, kan het college misschien nu of later terugkomen met hoe de raad rondom dit proces in positie wordt gebracht? Want een keer in de drie maanden een update krijgen, klinkt niet helemaal als de positie waar we in willen. Dat zal toch op een andere manier de invulling van de raad positie moeten kunnen krijgen, lijkt mij. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik hoor u goed. Ik probeer even heel snel praktisch mee te denken. Als u het mandaat aan het college geeft, kunnen we met elkaar afspreken dat er op dat moment de raadsinformatiebrief naar uw raad gaat, zodat u het binnen enkele dagen in het raadsinformatiesysteem ziet staan. Welke termijnen wij moeten hanteren, is ook andersom geredeneerd. Het besluit moet wel genomen worden voordat er bijvoorbeeld een vervaltermijn is waar we mee te maken hebben. Dat is de snelheid waar ik het net over had.
Het is dan goed om in de gaten te moeten houden wanneer je de raad in positie moet brengen om het besluit te nemen, zodat we niet de wettelijke termijnen gaan overschrijden en niet aansprakelijk gesteld gaan worden door degene waar we het voorkeursrecht op gevestigd hebben. De heer Noldus: Voorzitter?
63
De voorzitter: Stop. We hebben een voorstel dat als hamerstuk naar de raad is gegaan, waar een amendement op is ingediend en waarbij is afgesproken, de discussie beperkt zich in de raad uiteindelijk tot het ingediende amendement. Nu wil ik u niet in de weg staan van u inbreng, maar we hadden een eerste termijn waarbij vier fracties hun vinger opstaken. Inmiddels wordt er echt een hele divers palet aan verduidelijkende vragen gesteld aan de wethouder. Ik denk dat u zichzelf moet afvragen, wat willen we nu eigenlijk? Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, heel kort. Ik denk dat het amendement, want daar gaat het over, vraagt om een bepaalde positie voor de raad. Vandaar dat ik daarop doorvraag. Ik begreep net uit de inbreng van de wethouder dat ze aangaf dat er achteraf per kwartaal geïnformeerd zou worden. Begrijp ik het nu goed dat er voorafgaand per kwartaal een update is van de mogelijk aanstaande intrekking? Is dat wat de wethouder voorstelt? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat stel ik niet voor, omdat het niet mogelijk is. Soms zit je in ontwikkelingen waarin je een besluit neemt dat daarnaast vrij snel geëffectueerd wordt. Dan zou ik eerder voorstellen, laten we de praktische manier doen. Als er in het college een keer een voorkeursrecht voorligt dat ingetrokken gaat worden, dat er dan per direct een raadsinformatiebrief naar u gaat.
Deze kan door u al dan niet geagendeerd of aangemerkt worden van, daar willen we het toch nog over hebben. Dit is dan het voorbehoud dat wij als college weten dat we de reactie van de raad een mogelijkheid moeten geven. Het betekent dat wij daar ons proces op moeten inplannen en dat we het voorkeursrecht tijdig in het college moeten behandelen om u de tijd te geven om op een raadsinformatiebrief te reageren. De voorzitter: De wethouder geeft een praktische uitwerking en daarmee een soort van toezegging. Ik kijk even rond. Het is een voorstel dat op de agenda staat van de raad, met een amendement. Wilt u verder gaan tot besluitvorming over het amendement en daarna over het hoofdvoorstel? Ik zie toch over het algemeen iedereen knikken. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, wij hechten er toch aan dat dit formeel geregeld wordt, zoals wij het voorstellen. Ik snap de toezeggen van de wethouder, maar wij hechten er wel waarde aan om het via de Omgevingswet, de bedoeling daarvan, en amendering te regelen. In stemming brengen. De voorzitter: Dat snap ik. Dat was niet mijn voorstel. Helemaal niet. Alleen, gezien al uw vragen, bent u klaar voor besluitvorming? Dan gaan we stemmen over … De heer Klerk: Voorzitter? Rechts van u. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Mag ik dan een stemverklaring doen? De voorzitter: U mag zeker een stemverklaring doen.
64
De heer Klerk: Ik liet in spanning wat we zouden doen. We hebben goed geluisterd naar de beraadslagingen en hier even lichte ruggenspraak gehad. Omdat het uiteindelijk wat wazig blijft hoe het college ermee om zou gaan, hebben we toch besloten om voor het amendement te gaan stemmen. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Hoewel we het amendement snappen, begrijp ik ook de toelichting die het college hier heeft om vooral invloed te moeten geven aan de termijnen. Wij gaan het amendement niet steunen, maar we vragen wel nadrukkelijk aan het college om de raad in positie te brengen, waar ook om gevraagd wordt met deze besluiten. Uiteindelijk is het toch zaak om hier pragmatisch mee om te gaan, gezien de termijnen die gesteld worden voor het nemen van dergelijke besluiten. We zijn tegen het amendement en zullen het voorstel steunen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, dan mijnheer De Feijter. De heer Groenewege: Om heel eerlijk te zijn, vinden wij het voorstel dat de wethouder doet niet veel praktischer klinken dan een raadsvoorstel. Het enige argument om dit mandaat aan het college te verlenen, is snelheid. Dat staat in het raadsvoorstel. Op drie verschillende formuleringen staat het erin, slagvaardiger, binnen wettelijke termijnen, sneller. Dat is alle drie sneller. Als het college alert is, dan is er niks aan de hand.
Daar ligt de bal dan. Wij stemmen voor het amendement. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Mijn buurman zegt, dames gaan voor. De voorzitter: En zo is het. Mevrouw Koene: Maar hij is niet de voorzitter. Voorzitter, wij gaan het amendement steunen. Het komt erop neer, zoals de wethouder het schetst, dat een ambtelijk besluit bij het college wordt neergelegd. Dan gaat het college er wat van vinden, terwijl de raad er wat van moet vinden. We vinden dit echt niet juist. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Wij denken dat het voorstel van de wethouder ook werkbaar is, maar wij vinden het, het meest zuiver om zo'n zwaarwegend en ingrijpend instrument als voorkeursrecht, de behandeling daarvan, bij de raad te laten. Wij gaan voorstemmen.
De voorzitter: Dan gaan we stemmen over het amendement. Ik verzoek de leden van de raad hun stem uit te brengen. Er zijn 33 stemmen uitgebracht, 27 voor, 6 tegen. Tegen heeft gestemd de fractie van de VVD. Het amendement van SP Dordrecht en Beter voor Dordt is aangenomen. Dan breng ik in stemming het hoofdvoorstel, Intrekken en doorhalen gemeentelijke voorkeursrecht, verlenen van mandaat. Ik vraag de leden hun
65
stem uit te brengen op het gewijzigde hoofdvoorstel. Het voorstel is unaniem aangenomen. Dank u wel. 18. Vaststellen Participatieverordening gemeente Dordrecht - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 18, het vaststellen van de participatieverordening. Dit voorstel is vorige week oordeelsvormend behandeld in de commissie en in eerste instantie als hamerstuk naar de raad gestuurd. De Partij van de Arbeid en de VVD hebben beiden een amendement aangekondigd. Vanuit GroenLinks heb ik ook een motie gezien. Ik geef graag het woord aan deze fracties om hun amendementen en moties kort toe te lichten en in te dienen, waarna fracties hier in eerste termijn op kunnen reageren. Het woord is allereerst aan mijnheer Damen en daarna aan mijnheer Kuhlmann en mijnheer Van der Meer. Mijnheer Damen. De heer Damen: Dank u, voorzitter. Het mogen meepraten en meedenken van burgers over beleid en nieuwe ontwikkeling in de stad is een recht van de burgers van de stad. Net zoals het een recht is om antwoord te krijgen van het gemeentebestuur dat met argumenten is omkleed.
Wij zijn sterk voor een participatieverordening, maar wel een waarbij benadrukt wordt dat het van belang is dat er gebruik wordt gemaakt van de kennis, kunde en ideeën van de burgers in de stad om te komen tot een goed beleid en dat zo veel mogelijk geledingen in de stad hierbij betrokken worden, ook de geledingen die in het algemeen wat minder participeren bij het tot stand komen van het gemeentelijk beleid. Daarom hebben wij een amendement gemaakt op de toelichting van de verordening, waar die intentie nog eens een keer benadrukt wordt. Meer dan de wat technische benadering die nu in de toelichting aangegeven staat. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Graag wil ik het amendement van de Dordtse VVD en de SP toelichten. Het feit dat deze 2 nogal verschillende partijen samen het amendement indienen, geeft al aan dat het geen ideologisch amendement is, maar meer een praktische kwestie. Met een beetje goede wil, zou je het zelfs als een technisch amendement kunnen zien. Wij vinden het vreemd dat er door de uitzonderingen in artikel 2, lid 4 sub f van de participatieverordening geen verplichting is om, op welke manier dan ook, aan participatie te doen wanneer het de zorg voor specifieke groepen betreft. Zelfs de meest lichte vorm van participatie, het informeren van omwonenden, kan op die manier achterwege worden gelaten.
Deze uitzondering is ook vreemd in vergelijking met andere voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de samenleving, maar waar niet iedereen naast wil wonen. Bij de komst van een nieuwe afvalcentrale, een school, dijkverhoging, politiebureau of een transformatorstation is participatie verplicht, terwijl er geen verplichting is tot participatie bij een daklozenopvang, psychiatrische opvang of andere voorzieningen voor dit soort specifieke groepen. Wij vinden dit een ongelijk speelveld. We willen een gelijk speelveld voor alle voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de samenleving. In alle gevallen moeten bewoners ten minste worden geïnformeerd. Daarom dit praktische amendement. De voorzitter: Het wordt altijd zeer op prijs gesteld, praktische amendementen. Het woord is dan aan mijnheer Van der Meer.
66
De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Het landelijk initiatief Huis van Actief Burgerschap stimuleert en ondersteunt lokale initiatieven met dezelfde naam, die een plek en een platform bieden voor participatie initiatieven vanuit de samenleving. In Dordrecht is een dergelijk initiatief ook van start gegaan en heeft zich in de commissie, afgelopen dinsdag of twee weken geleden, gepresenteerd. In de beginfase is ondersteuning van een dergelijk initiatief vanuit de gemeente gewenst. Het initiatief draagt naar verwachting bij aan effectievere participatie en kan uiteindelijk de gemeente hierin zelfs ontlasten. De motie vraagt het college om in overleg te treden over welke steun, financieel en anderszins, nodig is, hoe de samenwerking tussen beiden geoptimaliseerd kan worden en om hierover met een voorstel naar de raad te komen. Ik heb de motie al ingediend. De voorzitter: Dank, mijnheer Van der Meer. Dan ga ik de gebruikelijke sprekersvolgorde af, waarbij ik erop reken dat u ook rekent. De VVD. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb al toegelicht waarom we denken dat ons eigen amendement een goed amendement is. Dan rest me om naar het amendement van de Partij van de Arbeid te kijken. De gedachte erachter kunnen we best een eind volgen.
Alleen, in alle eerlijkheid, als je naar zo'n verordening kijkt, is het belangrijk dat het helder en goed wordt geformuleerd en dat iedereen begrijpt wat de bedoeling is. Het dictum, of wat er wordt toegevoegd, is in onze ogen best vrij wollig en wat onduidelijk geformuleerd, waarbij we ons werkelijk afvragen wat het college anders zou gaan doen, als we dit nu toevoegen, dan wat de wethouder eerder al heeft aangekondigd. Wat betreft de motie van GroenLinks, op zichzelf is het goed dat mensen zich willen inzetten voor een actief burgerschap. Mooi initiatief, maar daar hebben we nog niets van gezien. Het lijkt ons dat al dit soort initiatieven zich eerst even moet laten bewijzen, voordat we meteen de beurs opentrekken. Het is bovendien ook een ongedekt voorstel. Het valt een beetje tegen. Zo'n greep uit de algemene reserve past niet bij een verantwoordelijke bestuurderspartij die GroenLinks nog zou willen zijn. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het gaat om een initiatief dat landelijk al langer loopt en inmiddels ook in Dordrecht opgestart is. Er zijn al bijeenkomsten geweest.
Vindt mijnheer Kuhlmann juist niet, waar we vaak in de praktijk moeite hebben om die participatie echt goed te voeren en aan te laten sluiten bij de mensen, dat je dit soort initiatieven, brugfuncties die vervuld kunnen worden, zou moeten ondersteunen? De heer Kuhlmann: Wij zien als Dordtse VVD zeker wel dat er voorbeelden te bedenken zijn waarbij de participatie beter kan. Vandaar dat we in hoofdlijnen de verordening steunen zoals het college die heeft voorgelegd. Daar zien we ruimte. We denken dat er verbetering in komt. Laat het college daarmee aan de slag gaan. Om daar meteen weer een tussenpersoon bij te zetten, daar zien we nu geen aanleiding voor. Zeker niet om daar meteen financiële steun voor te geven. De voorzitter: Punt. Ik kijk nog even verder. Mijnheer Van der Meer. Was dat het einde van uw betoog, mijnheer Kuhlmann? Mijnheer Van der Meer,
67
De heer Van der Meer: Dank u wel. Participatie is een uitdaging. Er is in de samenleving behoefte. De gemeente zet erop in om participatie uit te breiden en het hele proces, van beleidsvoorbereiding tot uitvoering, gestalte te geven en om meer proactief in te spelen op initiatieven vanuit de samenleving. Toch treedt er nog vaak frustratie op in dergelijk overleg en bij dergelijke coproductie. Het is van belang nog meer in te spelen op ideeën, initiatieven, energie en uitvoeringskracht in de samenleving. We dienen daarom mede het amendement van de PvdA in om deze richting nadrukkelijk mee te geven. Ook de motie die ik eerder toelichtte over het Huis van Actief Burgerschap heeft deze bedoeling. We hebben de inzet vanuit de stad hard nodig voor draagvlak, maar zeker ook om überhaupt de ambities van de stad waar te kunnen maken. Soms moeten er grenzen aan de participatie worden gesteld, bijvoorbeeld omdat bepaalde belangen of belanghebbenden niet automatisch in de participatie aan bod kunnen komen. Daarom gaan we niet mee in het amendement van de VVD. Dank u wel. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik ben toch benieuwd.
Hoe kun je als GroenLinks, die zichzelf presenteert, soms is het zelfs een beetje armpje drukken wie er de kampioen participatie is in de raad, met droge ogen zeggen dat je niet eens omwonenden wil informeren als het gaat om bijvoorbeeld een daklozenopvang? Wat is daar nu op tegen? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar is niks op tegen. Maar waar het om gaat, is dat er grenzen aan de participatie gesteld kunnen worden, omdat bepaalde belanghebbenden, dat kunnen kwetsbare groepen zijn, dat kunnen andere belangen zijn, niet automatisch door inwoners worden ingebracht en wij daar als gemeente wel een verantwoordelijkheid voor dragen. Dat betekent dat je soms grenzen moet stellen. Het betekent niet dat wij ervoor pleiten om bij het vestigen van een opvanglocatie voor de ene of de andere groep geen participatie te plegen, maar wel om daar mogelijk grenzen aan te stellen. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: De grenzen kunnen gesteld worden. Ook als je zegt, je moet in die gevallen aan participatie doen. Een van de opties is om slechts te informeren. Dat is de ondergrens, de lichtste vorm van participatie. Als GroenLinks eerst zegt, geen moeite met informeren, wat is er dan tegen om die vorm van participatie mee te nemen? Met andere woorden, waarom wil GroenLinks dat per se uitsluiten? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Die vorm van participatie kan en moet, wat ons betreft, meegenomen worden. Maar wat uw amendement voorstelt, is om een hele uitzonderingsgrond, om grenzen te stellen, op basis van belangen van kwetsbare
68
groepen te schrappen. Dat gaat veel verder. Als u een amendement indient dat er in dergelijke gevallen wel een informatieplicht is, dan zullen wij dat van harte steunen. De voorzitter: Ik stel voor dat we doorgaan. U komt er toch niet uit. Mijnheer Van der Meer, was dat het einde van uw betoog? Mevrouw Koene: Voorzitter, mag ik nog wel een vraag stellen aan mijnheer Van der Meer? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Eigenlijk twee dingen, kan mijnheer Van der Meer aangeven wat hij ervan vindt dat, een mooi initiatief, het Huis, je eerst met zo'n initiatief begint en je vervolgens verwacht dat je geld krijgt? Was het misschien handiger geweest om dat eerder te bedenken? Daarnaast, wordt participatie niet juist beperkt door het Huis op een vaste plek te vestigen? Dan worden weer heel erg dezelfde groepen erbij betrokken. Als je in Stadspolders woont, dan staat het heel ver van je om naar De Buitenwacht te gaan om te participeren. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat snap ik. Vandaar dat we het college uitnodigen om in overleg te treden over hoe het allemaal gestalte zou kunnen krijgen, welke ondersteuning daarvoor nodig of gewenst zou kunnen zijn en om met een voorstel daarover te komen. Ik ben het helemaal eens met het idee dat bijvoorbeeld over de plek of plekken goed nagedacht moet worden. Zeker. De voorzitter: Duidelijk.
Was u klaar, mijnheer Van der Meer? Dan ga ik naar de fractie van Beter voor Dordt, mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Ik stond al te popelen, want ik voorkomen dat we hier een commissievergadering gaan overdoen. Met betrekking tot de ingediende amendementen en de motie, volgens mij heeft de wethouder in de commissie al aangegeven dat we met deze participatieverordening aan de slag gaan en er gaandeweg wellicht aanpassingen zullen zijn. Een van de toezeggingen is geweest, want wij hadden aangegeven, een evaluatie na vier jaar is wel erg lang wachten, dat het zeker gaandeweg de periode mogelijk is om aanpassingen te doen. Met de ervaringen die we krijgen in de loop van de trajecten die er gaan komen, kunnen zaken worden verbeterd. Wat dat betreft wil ik, ook vanuit Beter voor Dordt, in eerste instantie de reactie op de amendementen afwachten. Met betrekking tot de motie van GroenLinks, het Huis voor Actief Burgerschap, ik had het in mijn stemverklaring staan voor het hamerstuk, dat het in eerste instantie was, moeten we zeker meenemen in uitwerking van de participatieverordening. Maar om het nu al zo te borgen, dan beperk je wellicht ook andere vormen van participatie. Ze moeten zeker betrokken worden bij de uitwerking en een rol krijgen, maar ieder participatietraject is weer een anders, vraagt om een andere aanpak en wellicht andere spelers.
De voorzitter: Dank, mijnheer Schalken. Mevrouw Stolk.
69
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. We praten vandaag in deze raad over de participatieverordening. We praten veel over participatie, maar in de praktijk zien we vaak iets anders. De huidige participatieverordening kent veel uitsluitingen. En belangrijker, het college beslist in veel gevallen zelf of participatie plaatsvindt, hoe die wordt ingevuld en hoeveel invloed inwoners krijgen. Dat is precies wat participatie niet zou moeten zijn. Participatie is geen instrument om draagvlak te organiseren voor beleid dat al vaststaat. Het is bedoeld om ruimte te geven aan ideeën, initiatieven en inzet die in Dordrecht volop aanwezig zijn. Toch horen inwoners en ondernemers te vaak, dit past niet binnen het beleid of dit is geen participatietraject. Daarmee sluiten we juist mensen uit die willen bijdragen. Het amendement van de Partij van de Arbeid, waar wij ook mede-indiener van zijn en aan mee hebben geschreven, draait dit om. Initiatieven van inwoners worden het uitgangspunt, tenzij het college zwaarwegende en objectief toetsbare redenen heeft om dat niet te doen. Als het college nee zegt, dan moet het ook gemotiveerd worden en controleerbaar zijn voor de raad. Zo maken we participatie geen gunst van het college, maar een recht dat serieus genomen wordt. De raad stelt de kaders, het college voert uit en de samenleving krijgt echte invloed. Voorzitter, minder sturen, meer vertrouwen.
Daarom roepen wij op dit amendement te steunen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, dank u wel. ChristenUnie/SGP, mijnheer De Heer. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik ben toch benieuwd hoe de VSP erin zit. Is het een goed idee, als het gaat om een daklozenopvang, zelfs niet aan informeren te doen? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voor mijn duidelijkheid, maak het even concreet. Wat is concreet de vraag? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Volgens mij was de vraag vrij concreet. Is het een goed idee, wanneer er een daklozenopvang bij u in de buurt komt, dat het college of het betreffende bestuursorgaan de keuze heeft om wel of niet aan participatie of informeren te doen? Of bent u het met ons amendement eens, het moet geen keuze zijn, het is een verplichting om dat te doen en daar moet je niet een aparte uitzondering voor hebben? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Volgens mij heb ik over uw amendement nog helemaal niets gezegd. Ik ben even ingegaan op ons eigen amendement. Natuurlijk moet je het college verplichten, ook als het bij het college ligt en waarbij zij zwaarwegende argumenten hebben. Dan heb je het recht en moet je omwonenden informeren. Daarom steun aan onze vrienden van de VVD met dit amendement.
70
De voorzitter: Dank, mevrouw Stolk. Dank voor dit aardige een-tweetje tussen mijnheer Kuhlmann en mevrouw Stolk. Ik dacht dat jullie allemaal voor de dinerpauze wilden stoppen. Als we interrupties gaan gebruiken om stemmen binnen te halen voor amendementen en moties, vraag ik me af waar de hele behandeling voor nodig was. Zullen we ook een beetje terughoudend worden met daklozenopvang het leidend motief door de hele raadsvergadering te laten zijn? Want dat zegt ook iets over ons. Ik kijk naar de volgende fractie. Dat is de ChristenUnie/SGP. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat ben ik niet, de ChristenUnie/SGP. Ik heb wel een punt van orde. Ik hoor toch zeggen dat we doorgaan. Als dat zo is, dan haak ik op een gegeven moment af om medische redenen. De voorzitter: Dat snap ik heel goed. Ik heb zojuist de raad gehoord. We willen graag voor dinerpauze klaar zijn. Als u dat wil, dan is het in uw handen. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even ter verduidelijking, ik snap wat mevrouw Koene aangeeft. Helder. Alleen, wij zijn er vanavond niet. De hele fractie niet. Dat geef ik dan mee. De voorzitter: Met alle respect, u vergadert en u doet uw beraadslaging. Ik kan hier niet als een soort als een soort Duracell konijn gaan zitten afhameren. Ik doe mijn best. Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Voorzitter, we hebben nog drie moties vreemd en dan nog dit afronden. Ik denk dat we het sowieso niet voor 18.00 uur gaan halen en voor 19.00 uur ook niet. Wat mevrouw Koene, zegt met alle respect, ik vind echt dat we daar rekening mee moeten houden. De voorzitter: Zo is het. ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, de motie en amendementen. Het amendement van de VVD, gelijk speelveld, we snappen de zorg van de VVD wel. Wil voorkomen dat participatie onnodig wordt geschrapt wanneer het raakt aan kwetsbare groepen. Zeker omdat slechts informeren ook een niveau van participatie is volgens deze verordening. Tegelijkertijd heb ik de wethouder in de commissie het schrappen van dit artikel stevig horen ontraden. Ik wacht de reactie van de wethouder even af. Maar ik zou willen vragen om wat concrete voorbeelden te geven waarom dit artikel noodzakelijk is. Amendement van de PvdA, sympathiek. Volgens mij is dit al wel de geest van de verordening. Maar als dit helpt om actiever aan te sluiten bij initiatieven in de stad, dan staan we daar positief tegenover. Tot slot een motie van GroenLinks. Voorzitter, wij zijn blij dat ook dit initiatief
71
in onze stad van start gaat. Maar volgens mij moet zowel dit initiatief als de verordening goed uit de verf gaan komen in de komende periode en als dan blijkt dat er financiële steun nodig is, dan horen we graag het inhoudelijke voorstel. Maar voor nu is deze oproep ons nog te vaag. Laten we vooral van start gaan met het toepassen van de verordening. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer De Heer. Ik kijk naar de CDA-fractie. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. We zijn blij met de participatieverordening. We hopen dat het zo snel mogelijk van start kan gaan. De amendementen en de motie, de toevoeging in de verordening achten wij op dit moment niet noodzakelijk, maar het is op zich geen verkeerde gedachte om deze uitwerking bijvoorbeeld op te nemen in de toelichting. We zijn voorstander van een korte verordening met zo min mogelijk tekst. We wachten even af hoe de wethouder hier verder op reageert. Dan het Huis van Actief Burgerschap. Dat is 1 van initiatieven in Dordrecht waar een zekere kracht van uitgaat. Het Huis verdient echt wel onze aandacht, maar we zien op dit moment nog niet de toegevoerde waarde nu de gemeente met de nieuwe verordening aan de slag gaat. We vinden het op dit moment niet per se wenselijk dat het Huis daarin al een grotere plek krijgt toebedeeld dan andere lokale initiatieven.
Als het alleen om het gesprek zou gaan, eerste bullet, dan zouden we de motie kunnen steunen. De financiële steun die gevraagd wordt, komt wat ons betreft niet rechtstreeks voort uit de verordening. Artikel 10, lid 5 gaat over ondersteunen van het initiatief dat op dat moment voorligt. Daar zou dan het Huis een rol in kunnen spelen. Het is nu nog niet eens bekend of ondersteuning op dat moment wel of niet nodig of gewenst is. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, bij interruptie. De heer Van der Meer: Een vraag aan mevrouw Van Vugt. Kent zij andere initiatieven die zo'n platformfunctie in de participatie kunnen vervullen? Want het zou interessant zijn om daar kennis van te nemen. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat de bewoners van een wijk of straat besluiten, we willen hier graag met zijn allen de tuintjes gaan opknappen, schoonhouden en de mensen die het zelf niet meer goed kunnen onderhouden, daarin meenemen. Dan is het maar de vraag of het Huis daarin echt een rol moet gaan spelen of dat het Huis dat vooral zelf wil. Ik zou vooral bij de initiatiefnemers willen laten of het gewenst. Niet bij voorbaat al vastleggen, maar alleen wanneer gewenst en/of noodzakelijk.
Is dat een voorbeeld waar u iets aan heeft? De heer Van der Meer: Wat mij betreft is dat niet echt een antwoord op mijn vraag, maar het is wel een voorbeeld dat in bespreking met het Huis betrokken moet worden. Absoluut.
72
Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, ik denk dat wij daar anders over denken. Ik zie niet de noodzaak dat het moet, alleen als het een wens is van initiatiefnemers. De voorzitter: Ik zou lekker doorgaan met uw betoog. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dan het amendement van de VVD. Artikel 2, lid 4 sub f lijkt ruimte te geven om omwonenden niet te informeren als het gaat om het huisvesten van kwetsbare inwoners. Maar als we dan vervolgens artikel 2, lid 8 lezen, is daar in elk geval wel de verantwoordingsplicht of de informatieplicht aan de raad vastgelegd. Wij denken toch vooral dat, dat het moment is om er als raad op toe te zien dat de informatieplicht of het hele participatiegebeuren wordt uitgevoerd zoals het bedoeld is. Dat we het niet al van tevoren met wantrouwen tegemoet gaan van, dit willen we niet, want het moet altijd in orde zijn. Laten we eerst afwachten. Er komen, denk ik, vast wel situaties waarin we ook als raad zullen inzien dat dit op dat moment beter was. We zullen het op dit moment niet steunen. Dat was het. De voorzitter: Bedankt, mevrouw Van Vugt. Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, een reactie op het amendement van de VVD. Dat steunen wij niet.
Wij denken dat het niet gaat om de informatieplicht ten aanzien van bepaalde kwetsbare groepen, maar dat er wel een inperking mogelijk moet zijn van de hoeveelheid intensieve participatie als de situatie van kwetsbare groepen in de stad aan de orde is. Dat moet wel mogelijk zijn. Dat had iets nauwkeuriger in de verordening opgenomen kunnen worden. Maar uitgaande van de hele opstelling van de verordening, vinden wij de interpretatie die de VVD hieraan geeft niet correct. Wat betreft de motie van GroenLinks met betrekking tot het Huis van Actief Burgerschap, dat kunnen wij wel steunen. De voorzitter: Dank. Mijnheer Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Ik zal het kort houden. De Partij voor de Dieren is het eens met de tekst in het amendement van de Partij van de Arbeid, VSP, Op Ons Eiland en GroenLinks, die zij willen toevoegen aan een toelichting. Wij stemmen voor dit amendement. De Partij voor de Dieren is tegen het amendement van de VVD. Soms is het schijnbaar nodig om in het belang van de kwetsbare groepen te handelen. Wat betreft de motie van GroenLinks, wij wachten de reactie van het college af. Dank u. De voorzitter: Dank, mijnheer Venderbos. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, dank. Ik moet even kijken. Het amendement van de VVD steunen wij. Het verhaal over het Huis van Actief Burgerschap niet.
Ik hoor mijnheer Van der Meer lachen. Het initiatief is prima, maar op dit moment zou ik eerst graag zien dat het meer uitgekristalliseerd wordt en dat er veel meer nagedacht wordt hoe je, behalve de verdachten die er altijd zijn, ervoor zorgt dat het een toegevoegde waarde is in de hele stad. Dat was het. De voorzitter: Dank, mevrouw Koene. Ik hoop deze termijn vlot af te ronden. Ik kijk zo meteen naar de opvolgende partij met de notie dat ik voor de dinerpauze toch nog de motie over het peuterbad wil behandelen. Want er zit een vertegenwoordiger van
73
zwembad op de tribune. Ik wil het hen niet aandoen om er de hele dinerpauze op te wachten. Als het vlot kan, moet dat kunnen, toch? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nee, voorzitter. We hebben de afspraak dat we om 18.00 uur stoppen als we het niet voor 18.30 uur halen. Het is nu 18.00 uur. Dan halen we het niet voor 18.30 uur. Of we moeten om 20.30 uur verdergaan. Sorry, het is ons eigen reglement van orde. De voorzitter: Daar heeft u gelijk in. Ik kijk in ieder geval eerst naar de fractie van Op Ons Eiland. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Voorzitter, laat ik het dan echt heel kort houden. Voor wat betreft het amendement van de VVD, bewoners in alle gevallen tenminste informeren, lijkt ons een goede zaak. Steun. Voor wat betreft het amendement van de Partij van de Arbeid, dat dienen we mede in. Ook steun. De motie van GroenLinks, als dat alleen de eerste bullet zou behelzen, dan zouden we daarmee kunnen leven, maar in de huidige vorm niet. Geen steun. De voorzitter: Dank u wel. Dan de fractie van de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De motie van de VVD tekenen we mee. We vinden het vreemd dat eenzijdig een bepaalde vorm van huisvesting kan worden uitgezonderd van participeren met de buurt.
Want wij hebben in deze raad een pittige discussie gevoerd over de huisvesting van de ontheemden uit Oekraïne, die uiteraard gehuisvest moesten worden, maar waarin de participatie nu niet bepaald de schoonheidsprijs verdiende. Om dan nu een bepaling op te nemen dat we bij zaken als deze, of de voorbeelden die mijnheer Kuhlmann noemde, helemaal af te zien van participatie, vinden wij een hele vreemde. Het is ook niet in lijn met het voornemen om participatie naar een hoger plan te brengen. Vanuit die blik hebben we naar de motie gekeken. De motie van GroenLinks kunnen we steunen. De SP hecht veel waarde aan inspraak en initiatief door bewonersgroepen uit hun eigen wijk, richting de politiek. Het geeft bewoners vooral de gelegenheid om hun mening over zaken te kunnen geven. Dit initiatief klinkt prima. Geen bezwaar om de samenwerking te zoeken. Ik heb het nog niet zo opgevat als dat er nu al meteen budget naartoe gaat. Het amendement van de PvdA klinkt zo logisch, dat ik graag hoor van het college of dit iets toe gaat voegen. De voorzitter: Dank. Fractie van der Spoel, Fractie Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Het amendement van de VVD, daar kan ik mij in vinden. Die lijkt me heel duidelijk en is bijna technisch. Dan kijk ik nog even naar het overige.
Over het algemeen ben ik een voorstander van zo min mogelijk overheidsinvloeden en juist dat de burger zo veel mogelijk kan bepalen. Alleen is er elke keer weer zo'n misvatting over, wat is participatie? Over het algemeen is het zo dat men altijd een verkeerd beeld heeft van wat het is. Als we het woord noemen, dan denkt men, maar dan hebben we wat te zeggen. Dat is in heel veel gevallen niet zo. Ik ben veel meer voor het ophelderen van de betekenissen van de woorden, dat daar duidelijkheid in is en dat de juiste verwachtingen worden geschept, dan dat we moties gaan aannemen
74
die weer de verwachtingen scheppen dat er nog van alles te zeggen is, terwijl het op dat moment niet zo is. Dar zou ik eerder voor pleiten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dank voor deze termijn van de zijde van de raad. Ik stel voor dat we met waardering kennisnemen van de vertegenwoordiging vanuit het zwembad op de publieke tribune. Maar in het licht van de gemaakte afspraken die we met elkaar hebben, schors ik hierbij de vergadering en heropen ik de vergadering om 20.00 uur voor de rest van de beraadslaging over dit agendaonderwerp en de moties vreemd aan de orde. Leden van de raad, wilt u uw plekken innemen? Het is 20.00 uur geweest. We gaan beginnen. De vergadering is heropend. Mevrouw Stolk, mijnheer De Feijter, mijnheer Kuhlmann. Wij waren bij de participatieverordening. Volgens mij hadden we de eerste termijn van de raad gehad. Dan kom ik bij de eerste termijn van de portefeuillehouder. Wat fijn dat u mij zo non-verbaal even een zetje geeft. Goed zo. Dank u. De portefeuillehouder. Mevrouw De Jonge, gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Het is altijd weer even schakelen als je terugkomt van een diner, om dan gelijk weer het woord moeten nemen. Twee amendementen en een motie. Daar gaan we het over hebben met elkaar. We hebben daar al een mooie commissie over gehad. Wat dat betreft zal ik ook niet te veel in herhaling vallen.
Het amendement van de VVD, Gelijk speelveld bij participatie. Hier hebben we het met elkaar over gehad. Er is bewust een rijtje van uitzonderingen opgenomen in de participatieverordening, omdat er situaties kunnen zijn waarin er gesteld moet worden dat de belangen van bepaalde groepen via participatie niet voldoende geborgd kunnen worden. Maar het is, expliciet, niet de bedoeling dat er te pas en te onpas gebruik van gemaakt wordt. Dat moet beperkt blijven tot de momenten waarop het nodig is. Daarom wil het college heel graag dat deze passage erin blijft staan, omdat we wel situaties kunnen hebben waarin het van toepassing is. Tijdens de raadscommissie die we hebben gehad in opmaat naar deze verordening, hebben we ook met u een casus behandeld, de Skaeve Huse, waarin met u gepraat is over, hoe moet het dan als je zo'n opgave voor je krijgt? Daar heeft u toen zelf, als raad van gezegd, het is zo'n onderwerp waar niemand van zegt, kom maar bij mij in de buurt. Dan heb je een verantwoordelijkheid als bestuursorgaan, dat kan het college zijn, het kan ook uw gemeenteraad zijn, dat je een basisbesluit neemt van, dit moeten we wel gaan doen. Op dat moment beslis je, hier ga ik geen participatie op toepassen en maak je gebruik van dat uitzondering die in het artikel staat.
Wat ik wel heel duidelijk wil benadrukken, het wil niet zeggen dat je niet moet communiceren over het besluit dat je hebt genomen. Je participeren dat gaat over, gezamenlijk kijken waar je uitkomt. Je hebt communiceren. Dat gaat altijd gepaard met de dingen die je doet, daar uitleg over geven, duidelijk zijn en de verwachtingen managen. Dat wil ik wel nuanceren in het debat dat vandaag zag. Al maak je gebruik van de uitzondering, je bent als bestuursorgaan wel verplicht om communicatie te verzorgen die passend is bij het besluit. Vandaar dat wij zeggen, haal het hier niet weg. We hebben met elkaar de afspraak dat er wordt gecommuniceerd. We hebben het nodig om er toch op bepaalde momenten gebruik van te maken. U heeft als raad altijd een toezichthoudende functie als u denkt, het college heeft daar ten onrechte gebruik van gemaakt. Dat gaat niet weg. We blijven er altijd met elkaar over in gesprek. De heer De Heer: Voorzitter?
75
De voorzitter: Excuus. Mijnheer De Heer, bij interruptie. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de wethouder voor de toelichting. Een goed voorbeeld, Skaeve Huse. Wat zij daar ook zegt, informeren doen we altijd. Tegelijkertijd hebben we het er eerder over gehad, ook in de behandeling van dit amendement, dat informeren juist een van de niveaus van participatie is. Dat lijkt elkaar wat te bijten. Aan de ene kant zeggen we, we willen dit artikel hebben om geen participatie te hoeven toepassen, inclusief, denk ik als ik de verordening lees, het niveau van informeren. Aan de andere kant zeggen we, we zijn het wel aan onszelf verplicht om altijd actief te informeren. Hoe kan ik dat duiden? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat is een goede en terechte vraag. Als je kijkt waar de raakvlakken zitten bij participeren en communiceren, dan heeft dat met informeren te maken. In het participatieplan kun je zeggen, met informeren ga ik wel een heel actieve houding aannemen om continu in contact te blijven met deze doelgroep, door hen goed mee te nemen in alles wat er gebeurt, zonder dat er verder sprake is van interactie, bij elkaar komen of meningen ophalen. Communicatie is uiteraard ook informeren, maar is vaak bedoeld als het toelichten en dat is het dan ook. Als je het bij communiceren hebt over informeren, dan is het vaak beperkt qua continuïteit.
Als je bij participeren kiest voor informeren, dan blijf je gedurende het traject informeren. Men heeft er dan ook recht op om die die manier meegenomen te worden. Ik begrijp uw vraag. Daar hebben we het in de commissie ook even over gehad. Hoort informeren er nu wel of niet bij? De theorie zegt, informeren hoort bij de participatieladder, het onderste niveau. Daarom hebben we het opgenomen in de participatieverordening. De heer De Heer: Voorzitter, een kleine verduidelijkende vraag. Het is mij nog niet helemaal duidelijk, in alle eerlijkheid. Ik denk dat de wethouder zegt, als het gaat om het laagste niveau van participatie, informeren, dat het een soort continuïteit heeft en langdurig. Ik denk ook dat ik de wethouder zojuist heb horen zeggen dat het een bepaald recht is dat je als inwoner hebt, dat je actief het hele traject wordt geïnformeerd en dat communiceren ook een eenmalige actie kan zijn. Is dat dan een verschil? Mevrouw De Jonge: Deels, zou ik zeggen. Bij participeren ben ik het helemaal met u eens. Je maakt in je plan duidelijk, wie zijn erbij betrokken, wie ga ik hele tijd meenemen in het proces en die informeer ik steeds. Als je het hebt over een collegebesluit of raadsbesluit dat is genomen, dan kun je daar mensen over informeren.
Vaak is dat dan eenmalig, tenzij er een vervolg op komt en dat je zegt, daar moet ik dan ook over communiceren en ga ik weer over informeren. De intentie van informeren vanuit participatie is in die zin anders dan de intentie van het informeren vanuit een communicatie naar aanleiding van iets dat is besloten buiten participatie om. De voorzitter: Mijnheer Damen heeft een interruptie. De heer Damen: Voorzitter, de reactie van de wethouder verbaast mij een beetje. De suggestie zit erin dat je altijd moet informeren. Maar ik kan mij prima situaties voorstellen waarin je zelfs als college besluit om ook geen informatie te delen met brede groepen. Ik noem bijvoorbeeld een blijf-van-mijn-lijfhuis. Ten behoeve van de doelgroep van het blijf-van-mijn-lijfhuis, moet je absoluut niet de buurt informeren waar dat huis gevestigd is. Daar zou je zelfs moeten afzien van communicatie.
76
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, volgens mij is dat iets wat bij elk besluit afgewogen moet worden, in hoeverre en wat communiceer je? Als dit een zelfstandig besluit is, dan kun je overwegen om te zeggen, daar communiceren we niet over, omdat we daar verder geen ruchtbaarheid aan willen geven. Dat kan. Klopt. De voorzitter: Voldoende duidelijk. Gaat u verder. Mevrouw De Jonge: Ik ga zeker verder. Het tweede amendement, het amendement van de PvdA, gaat over, heb zelf oog voor ontwikkelingen die er ook in de samenleving zijn parallel aan het moment dat je als bestuursorgaan zelf moet gaan participeren. Daar kan ik alleen maar ja tegen zeggen. Dat moet je altijd doen. Je moet niet nog iets gaan optuigen als er al instrumenten zijn of er een organisatie is in je samenleving die zich daarop richt. Dat zie je in onze participatieverordening terug. We hebben in artikel 10 geborgd, dat moet je doen. Met uw tekst geeft u er meer woorden aan, let daarop, vindt het belangrijk en blijft het vanuit de uitnodigende en faciliterende houding doen. In die zin, het amendement op de toelichting, prima. Wij kunnen het als college omarmen dat het wordt toegevoegd. Als laatste heb ik nog de motie van GroenLinks over het Huis van Actief Burgerschap. Het roept ons op tot 3 dingen. Allereerst om in gesprek te gaan met het Huis van Actief Burgerschap in Dordrecht.
Ze zijn nog niet zo lang geleden gestart, in november meen ik mij te herinneren. Wij willen heel graag met hen in gesprek. We hebben ons meer georiënteerd op de landelijke ontwikkeling en om te kijken, wat is precies een Huis van Actief Burgerschap en wat gaat dat brengen? Het is een platform dat helpt in de samenleving om initiatieven die zoekende zijn een steuntje te geven, soms even te helpen, met de kennis en het netwerk. In die zin, vanuit gemeenschapskrach gedacht, een heel mooi platform waar mensen terecht kunnen als ze zeggen, ik wil graag iets gaan beginnen en ik ben nog even zoekende hoe en wat of ik zoek medestanders. Zo willen wij ook met hen in gesprek gaan. We willen ook met hen boven tafel krijgen, wat heeft u nodig? Dat kan financieel of niet financieel zijn. We gaan met ze kijken hoe dat in elkaar zit. Dat gaan we zeker doen. Ten aanzien van de financiën, is het zo dat er sprake is van cofinanciering. Zo'n huis krijgt vanuit het VSBfonds en het ministerie van BZK een bijdrage. Ik zie deze motie dan ook als cofinanciering vanuit de gemeente van, draag een steentje bij om voor hen een sluitende startbegroting te kunnen krijgen. Het is uiteindelijk aan uw raad of u die middelen beschikbaar wil stellen. Dan zullen wij als college kijken of we daar echt de dekking voor kunnen gaan vinden. In die zin omarmen waar deze motie.
Zo'n Huis van Actief Burgerschap kan voor onze samenleving echt wel van grote meerwaarde zijn om de gemeenschapskracht verder vorm te geven en meer initiatieven in de wijken tot wasdom te laten komen. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik ben nieuwsgierig hoe de wethouder ertegenaan kijkt. Moet het Huis er op een plek zijn of is het een abstract begrip en dat het in de stad op meerdere plekken, of willekeurig ergens, kan zijn?
77
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat vind ik een mooie vraag. Ik denk dat je in de praktijk een mengvorm zult gaan zien. Ik kan me voorstellen dat mensen die zoekende zijn het fijn vinden als ze weten, ik kan naar, in dit geval, De Buitenwacht, omdat daar het Huis is gelanceerd. Maar ik kan me net zo goed voorstellen het in de wijken is en dat daar de ontmoetingen en gesprekken plaats gaan vinden als mensen zeggen, ik wil in de wijk wat starten. Wat mij betreft is het hybride. Het is niet 100 procent, je moet altijd naar een fysieke locatie in Dordrecht om over je initiatief te kunnen gaan praten. De voorzitter: Duidelijk. Anderen nog? Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Nog even terugkomend op het voorbeeld dat eerder werd gegeven wat betreft Veilig Thuis en dat je in zo’n geval aan geen enkele vorm van participatie zou kunnen doen, omdat de locatie geheim moet blijven. Los van het feit dat ze nu in elk geval in een van onze commissievergaderingen open zijn over waar ze zitten, stel dat het nodig is, vraag ik aan de wethouder, is het dan zo dat je in het kader van veiligheid uitzonderingsgrond sub 4h hebt? Daar zit al een uitzonderingsgrond in. Waarom zou je voor dat soort gevallen die aparte categorie, waarbij je zegt, het is niet nodig, moeten noemen? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dit is nu ineens een hele bijzondere casuïstiek.
Dat is juist wat je met participatie nooit doet, een generiek antwoord geven op iets wat ineens voorbijkomt. Daar ga je voor zitten en dan ga je in kaart brengen, wat zijn nu alle belangen die hierbij betrokken zijn en wie zijn de mensen die hierbij betrokken moeten zijn? Dan ga je pas aan de slag. Een kant-en-klaar antwoord kan ik hier niet op geven. Maar waar we het ook in een commissie over gehad hebben, artikel h is bedoeld voor de situaties zoals wanneer er ineens iets oppopt wat vrij urgent en spannend kan zijn voor verdere escalatie. Dan kan de burgemeester bijvoorbeeld zeggen, sorry, beste mensen, maar hier ga ik even geen participatie op doen, want ik moet een besluit nemen, zodat er binnen een uur geacteerd wordt door een bepaalde veiligheid. Daar is het artikel h voor. Niet om, zoals u zegt, een veiligheidssituatie rondom doelgroepen wel of niet met elkaar te willen bespreken. Meer kan ik daar op dit moment niet op antwoorden. De heer Kuhlmann: Zo staat het niet in de verordening waar we nu naar kijken. De voorzitter: De wethouder heeft een passende toelichting gegeven. Volgens mij zijn we er wel zo’n beetje. Mooi. Dank aan de wethouder voor de beantwoording van de eerste termijn. Volgens mij hebben we een vrij uitgebreide beraadslaging met gehad. Zullen we eens overgaan tot stemmen? Dan gaan we dat doen. Twee amendementen, een hoofdvoorstel en een motie.
Ik breng als eerst in stemming het amendement Toelichting op de participatieverordening - Naar Uitnodigende Overheidsparticipatie van de Partij van de Arbeid, VSP, Op Ons Eiland en GroenLinks. Wenst iemand er nog een stemverklaring voor te geven? De heer Van Dam Timmers. De voorzitter: Mijnheer Van Dam
78
De heer Van Dam Timmers: De CDA-fractie kan hiermee instemmen, omdat het nu een amendement is op de toelichting en niet op de nota zelf. We stemmen in. De voorzitter: Mooi. Dat moet u zo voorstemmen. Dat was het? We gaan het in stemming brengen, het amendement Naar Uitnodigende Overheidsparticipatie. Er zijn er zijn 32 stemmen uitgebracht, 31 voor, 1 stem tegen. De SP heeft tegengestemd. Het amendement is aangenomen. Dan kom ik bij amendement A4 van de Dordtse VVD en SP Dordrecht. Het amendement is getiteld Gelijk speelveld bij participatie. Wenst iemand hier nog een stemverklaring voor af te geven? Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, misschien was het net wel duidelijk, we hebben best wel moeite met de uitleg die we zojuist hebben gekregen. Tegelijkertijd kunnen wij ons ook wel, in onze creativiteit, situaties voorstellen waarbij het heel belangrijk is dat er bepaalde uitzonderingsgronden zijn. We zijn niet helemaal gerustgesteld op basis van de uitleg van de wethouder, maar we denken toch dat het belangrijk is dat deze uitzonderingsgrond kan blijven bestaan. Om deze reden laten we het kwartje die kant op opvallen, maar wel met de toelichting. De voorzitter: Duidelijk. Andere stemverklaringen nog? Dan gaan we nu stemmen. Gelijk speelveld bij participatie. 14 stemmen voor, 18 stemmen tegen.
Voor hebben gestemd de VVD, VSP, Fractie Pichel., Op Ons Eiland en Gewoon Dordt. Het amendement is verworpen. Dan breng ik het hoofdvoorstel in stemming. Wenst iemand er nog een stemverklaring voor af te geven? Dat is niet het geval. Dan gaan we nu stemmen over het hoofdvoorstel. 32 stemmen hebben voor het voorstel gestemd. Dat is ook het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Het voorstel is unaniem aangenomen. Dan kom ik bij de motie Participatie vanuit de samenleving van GroenLinks Dordrecht. Wenst iemand er nog stemverklaring voor af te geven. Het kan meteen in stemming? U mag uw stem uitbrengen. Voor 9 stemmen, tegen 23 stemmen. Voor hebben gestemd GroenLinks, Partij voor de Dieren, Partij van de Arbeid en de SP. De motie is verworpen. Daarmee volstaat de beraadslaging en de stemming over het voorstel. 39. Motie vreemd aan de orde van de dag: M3 Motie Een bruikbaar peuterbad is onderdeel van zwemcomplex De Dubbel De voorzitter: Dan kom ik bij drie moties vreemd aan de orde. Heeft u er bezwaar tegen als ik de motie vreemd Een bruikbaar peuterbad even naar voren haal? Dan breng ik aan de orde, de motie vreemd Een bruikbaar peuterbad is onderdeel van zwemcomplex De Dubbel van de SP, Beter voor Dordt, Op Ons Eiland en de VSP. Ik geef het woord aan mijnheer Hartmeijer voor een korte toelichting.
De heer Hartmeijer: Voorzitter, zal ik ook meteen mijn woordvoering doen? Is dat handig? De voorzitter: Ik geef mijnheer Hartmeijer het woord voor een korte toelichting en woordvoering. De heer Hartmeijer: Voorzitter, in 2017 voerde de raad discussie over De Dubbel met de vraag, gaan we renoveren of kiezen we voor nieuwbouw? Er werd gekozen voor de eerste optie. Het zwembad kwam in handen van de gemeente, die vanzelfsprekend zorg
79
ging dragen voor het onderhoud. In 2021 waren deze werkzaamheden gereed. Toch deden zich kort daarna problemen voor in het peuterbad en was het zwembad genoodzaakt om dit bad buiten gebruik te stellen vanaf 2024. Dit duurt nu helaas al zo'n 2 jaar. In reactie zegt onze gemeente dat er eerst gewacht wordt op een rapport om een integrale afweging te maken rondom onderhoud. De raad wist niets van dit onderzoek. Welke afweging moet dan gemaakt worden? Het Wantijbad krijgt groot onderhoud, grote artikelen in de media, maar dat kost ook geld. Waarom moeten De Dubbel al 2 jaar wachten en waarom is niet actief gemeld dat het peuterbad dicht moest vanwege technische problemen? Bij toeval is dit ontdekt. Onze schriftelijke vragen van begin november zijn niet beantwoord. Volgens ons is het peuterbad een belangrijk onderdeel van De Dubbel en zou gebruiksklaar gemaakt moeten worden. Dat is ook conform het raadsbesluit van 2017 en de daaropvolgende renovatie in 2021, die maakte dat het totale zwembad voor de komende 15 jaar weer vooruit zou kunnen. Ook gaat het dan knel in de tijd. Nu afwachten en vervolgens pas een plan maken, betekent dat het bad waarschijnlijk niet meer met de start van het zomerseizoen open kan. Dit bad wordt gemist door de bezoekers en reparatie is wenselijk. Vandaar deze motie. Dank aan de medeondertekenaars VSP, Beter voor Dordt en Op Ons Eiland. Dank.
De voorzitter: Dank, mijnheer Hartmeijer. Ik kijk nog even rond of andere mensen ook in de toelichting nog iets willen meegeven. Ik kijk vervolgens ook naar andere partijen die het woord willen voeren over … Mevrouw Nieuwland, gaat u gang. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Het verbaast me dat er zo weinig handen omhooggaan. Wat ChristenUnie/SGP betreft, hebben we zeker ook de wens voor een bruikbaar peuterbad bij De Dubbel. Wel hebben wij moeite met de suggestie die gewekt wordt, in de motie, dat sowieso de gemeente de portemonnee moet trekken voor een defect, terwijl je ook kunt redeneren dat de verantwoordelijkheid bij De Dubbel ligt. Daar ligt in elk geval ook een deel van de winst, omdat een bruikbaar peuterbad meer bezoekers zal trekken. Ook is mij totaal niet duidelijk wat de uitvoering van die motie gaat kosten. Het zou mijn een lief ding waard zijn als de wethouder kan onderzoeken of er een middenweg mogelijk is, zodat dan hopelijk iedereen blij is. Dank, mevrouw Nieuwland. Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Vroeger, als jonge jongen, ging je lekker zwemmen bij De Dubbel. Ook mijn dochter zal zich daar binnenkort aanmelden. De Dubbel voor vele ouders, ook hier in de raad, en kinderen een belangrijke plek, mooie herinneringen, een onmisbaar onderdeel van Dubbeldam, voor nu en in de toekomst. Het peuterbad ligt er nu al jaren in onbruik bij.
Wij willen dat er doorgepakt wordt. Dat peuterbad moet nodig opgeknapt worden. De oproep van de indieners daarvoor, steunt de Dordtse VVD. We lezen de motie zo dat er gevraagd wordt om een voorstel. Anders gaat het niet lukken, omdat in de emotie geen dekking geregeld is. Maar ik denk dat we daar wel uitkomen. We vinden het een goed idee dat het college een onderzoek uitvoert maar de toekomst van de governance en exploitatie van de recreatieve zwembaden. Dat onderzoeken hebben we ook bij de bezuinigingen vastgesteld. Wat ons betreft maakt het college daarna snel een raadsvoorstel met daarin de kosten en noodzakelijkheden om een peuterbad op te knappen, zodat we het als raad kunnen beoordelen en er een besluit over kunnen nemen. Dank, voorzitter.
80
De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook mijn dochter zal zich binnenkort aanmelden bij De Dubbel. Dat gaat qua financiering in ieder geval goedkomen. Maar het peuterbad bij De Dubbel is een waardevolle voorziening, zeker voor jonge gezinnen. Die hebben we er gelukkig veel in deze gemeenteraad en anders komen ze er wel aan. Daar staat het CDA ook voor. Daarom waren wij, ook in de tijd van bezuinigingen vorig jaar, sterk tegen het sluiten van dit zwembad. Tegelijkertijd vraagt de huidige financiële situatie wel, en daar sluit ik aan bij mijnheer Den Heijer, om zorgvuldige keuzes die zorgvuldig worden afgewogen, waarbij we een compleet beeld hebben van de kosten die daarmee gemoeid zijn. Dat moeten wij wel eerst goed kunnen overzien, voordat je een keuze maakt voor deze voorziening. We hebben vorig jaar met elkaar afgesproken dat we een onderzoek zouden afwachten naar de verschillende zwemvoorzieningen en dat het eerst zou volgen voor we verdere investering zouden doen. Daarom zou ik willen afsluiten met zeggen, juist dat wat belangrijk is voor onze gezinnen, verdient een zorgvuldige afweging. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Bij ons in de fractie ging het er ook over dat wij het belangrijk vinden dat het peuterbad weer opengaat en dat het liefst van de zomer.
Maar bij wie ligt het nu, want er is ondertussen al heel veel gebeurd? Bij wie ligt de verantwoordelijkheid en wie moet dit doen? Rond de bezuinigingen ging het veel over zwembaden. Maar als wij zo het voorstel van de VVD horen, om het college met een raadsvoorstel te laten komen waar we kunnen zien hoeveel het zou gaan kosten en hoe we dit precies gaan regelen, dan lijkt ons dat heel erg prettig. Dan kunnen we daar een goed overwogen besluit over kunnen nemen en nu niet halsoverkop een akkoord geven en niet helemaal weten hoe we het dan gaan uitvoeren. Steun voor dat voorstel. Mijn kind gaat misschien naar Wantijbad. Daar ben ik nog niet over uit. De voorzitter: Ik hoor een vrije keuze. Ik had eerst nog mevrouw Stolk en dan mijnheer Venderbos. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Voorzitter, in 2017 heeft de raad een helder besluit genomen, zwembad De Dubbel zou worden gerenoveerd volgens variant renovatie plus behoud van het peuterbad, zodat het volledige complex weer minimaal 15 jaar gebruikt kon worden. Die renovatie is uitgevoerd. Het college heeft het complex in 2021 overgedragen aan stichting Zwembad De Dubbel. Maar, voorzitter, het peuterbad is sinds 2024 buiten gebruik. De raad is daar nooit over geïnformeerd.
We kwamen dit niet via een raadsvoorstel te weten, maar via een terloopse opmerking in de bestuursrapportage, met dank ook aan mijnheer ’t Lam, want hij heeft hier zijn tanden ingezet. Nu wil het college eerst een onderzoek doen naar de toekomst van recreatieve baden, maar de raad heeft daar nooit toe besloten. Deze motie is daarom eenvoudig en zuiver. Wij vragen het college om uitvoering te geven aan het bestaande besluit uit 2017 en ervoor te zorgen dat het peuterbad vanaf het zomerseizoen 2026, begin mei, weer volledig in gebruik is. Niet opnieuw onderzoeken, maar uitvoeren. Dat zijn de gebruikers, de stichting en deze raad verplicht. Tot zover, voorzitter.
81
De voorzitter: Dank, mevrouw Stolk. Mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Peuterbaden zijn een belangrijk onderdeel van zwembaden, vakantieparken en campings. Peuters kunnen hier, onder toezicht van hun ouders, gemakkelijk wennen aan het water en de eerste stappen zetten om het zwemmen te leren. Het is dan ook vreemd dat in onze gemeente sinds 2014 het peuterbad in zwembad De Dubbel buiten gebruik is en er geen uitvoering wordt gegeven aan het raadsbesluit van 27 juni 2017, om het peuterbad in de renovatie mee te nemen. Het is in de ogen van de Partij voor de Dieren betreurenswaardig dat aan de raad nooit de sluiting van peuterbad en de keuze om onderzoek uit te laten voeren naar de toekomst van de ‘…’(04:18:57), is medegedeeld. Zwembaden, ook recreatieve baden, zijn een belangrijk onderdeel om zwemmen te leren. Dat is geen overbodige luxe is in het waterrijke gebied rondom en in Dordrecht. Partij voor de Dieren stemt dan ook voor deze motie. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat ik voor een groot deel kan aansluiten bij de woordvoering van mevrouw Stolk. We hebben eerder het besluit genomen voor renovatie en behouden voor het bad. De exploitatie is voor alle jaren is daarop gebaseerd.