2.1 2026.02.03 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Was het maar zo’n feest, voorzitter. Wat het wel gaat doen is een stuk focus aanbrengen bij het college om die leegstand, als die wordt opgelost in die gesprekken en in die formele voordracht, en dat zal uiteindelijk waarschijnlijk echt maar tot een handje vol gevallen zover komen dat dat echt tot een voordracht gaat leiden. En dan vinden wij dat je prioriteiten moet maken, voorzitter. En onze prioriteit ligt dan heel duidelijk bij de groep die het hardst lijden onder de woningnood en dat zijn toch echt de dak- en thuislozen. De voorzitter: Duidelijk. Gaat uw gang. De heer De Feijter: Tot slot over de motie van Beter voor Dordt. Daar wachten wij in principe nog eventjes het advies van de wethouder bij af. We hebben het idee dat er naar de capaciteit voor over twee jaar al wordt gekeken bij de komende perspectiefnota, zoals aan het eind van het raadsvoorstel ook staat. Op dit moment denken wij dat hij overbodig is, maar wij wachten het even af. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer De Feijter. De heer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter. Allereerst de motie samen doen tegen leegstand. Ik wil in deze eerste termijn volstaan met de volgende opmerkingen. Vormt deze motie een bijdrage aan de invoering en werking van de nu voorgestelde instelling van de leegstandsverordening? Onze reactie is nee.
Is het relevant en vooral verstandig om in plaats van de in de verordening opgenomen meldplichttermijn van zes maanden nu al te streven naar de in de motie vermeldde termijn van drie maanden, dit met de constatering dat de verordening pas vanaf 1 september 2026 qua invoering van start zal gaan? Ook daarin is ons oordeel nee. De CDA-fractie vindt het belangrijk dat in het collegevoorstel voorgestelde aanpak tot invoering van de leegstandsverordening tot het succes zal leiden. Wat ons betreft helpt deze motie daar niet bij. Integendeel. Vooral de
22
drie maanden termijn zien wij als een complicerende factor en dat moeten we niet willen. Nu de motie benut leegstand tegen dakloosheid. Als het gaat om de vraag hoe vaak in de praktijk de gemeente na een jaar leegstand een gebruiker zal voordragen, hebben we in de commissie van de wethouder goed begrepen dat deze situatie zich niet tot uiterst zelden zal voordoen. De CDA-fractie vindt, hoe sympathiek ook bedoeld, de tekst in het dictum om bij formele voordracht volgens artikel 8 vooral ook dak- en thuislozen voor te dragen niet als vanzelfsprekend. In zo'n uitzonderlijk geval kunnen en willen wij niet op afstand oordelen over de dan te maken keuze door de professionals. Vooralsnog beoordelen wij deze motie dan ook vooral als symbolisch van aard. De motie Beter voor Dordt. Deze motie heeft een hoog open deur gehalte. De wethouder heeft naar aanleiding van mijn vragen in de commissie over de zin van een tussentijdse rapportage hierover het nodige gemeld. Eigenlijk in lijn met wat de motie nu vraagt. Wij beoordelen deze motie dan niet anders dan overbodig. Dank u. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer De Feijter en daarna de heer Van der Meer. De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. De heer Oostenrijk sprak over leegstandsverordening, dat de CDA-fractie graag wil dat dat tot een succes wordt gemaakt.
En ik denk dat dat geldt voor de meeste fracties hier in de gemeenteraad. Nu is het zo dat de leegstandsverordening onder de extra mogelijkheden die het Chwexperiment biedt in de gemeente Utrecht en Amsterdam inderdaad tot een succes is gemaakt. Meerdere artikelen over in kranten verschenen afgelopen weken en maanden over wat een succes dat is geweest. Waarom ziet de CDA-fractie die uitbreiding onder het Chw-experiment dan niet als iets wat bij kan dragen juist aan het succes van die leegstandsverordening? De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, wij gaan nog starten per 1 september met dat traject. En het wij blijven het een complicerende factor vinden dat als we de drie maanden daarbij gaan hanteren, dat we daar de organisatie die dat zorgvuldig wil gaan oppakken onnodig belasten. Ik sluit niet uit dat als het tijdens de rit tot een succes zal worden, want we praten nu over de andere gemeentes die na twee jaar daar nu ook mee aan de gang gaan, en niet twee jaar geleden, dat op er enig moment kan ontstaan om de drie maanden misschien te gaan invoeren. Maar niet bij de start van dit traject. De voorzitter: Punt. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. De heer Oostenrijk noemde de motie om ook aandacht aan dak- en thuislozen te besteden bij de voordracht symboolpolitiek.
En ik ben het in zoverre wel met hem eens dat daar niet hele grote aantallen van te verwachten zijn. Maar de motie zegt ook niet dat dat altijd moet en professionals kunnen in bepaalde situaties best een andere afweging maken voor een concrete voordracht. Waar het om gaat is het verzoek om wel aandacht voor die groep te houden en waar dat opportuun is die voor te dragen. Want is de heer Oostenrijk het niet met mij eens dat elke dakloze die op die manier aan onderdak wordt geholpen winst is?
23
De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik heb ook nooit nimmer het tegendeel betoogd, dat we vooral daken thuislozen niet moeten gaan beoordelen in het traject. Het gaat hier om, in die uitzonderlijke situatie moet je op dat moment de juiste keuze maken. En dat daar ook in die hele groep van mogelijke kandidaten, ik noem het nog even zo, dak- en thuislozen zijn, prima. Maar niet de voorkeurspositie nu al vooraf noemen terwijl je de case op dat moment niet kent. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, in de motie staat ook het woordje ook. Neem die ook mee. En dat is ook wel bewust gedaan, met name omdat deze groep niet altijd in beeld is bij het toewijzen van huisvesting. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dan kom je ook op, wat is een relevantie van de motie? We praten nu al een poosje over een mogelijke situatie dat vooral één of dak- of thuisloze dan daar gehuisvest zou kunnen worden. In feite kan je even kort door de bocht zeggen, jongens, waar hebben we het dan over als het gaat om het gewicht van de motie? Nogmaals, de bedoeling is prima, maar voor ons is die toch heel hoog symbolisch. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Een vraag aan de heer Oostenrijk. Hij maakt zich duidelijk zorgen over die drie maanden en of dat niet te snel is.
Maar strikt genomen zegt het dictum in bullet twee, zodra dit mogelijk is. Dat is niet zodra dat mogelijk is denk ik alleen vanuit het experiment, maar ook zodra het mogelijk is vanuit wij als gemeente. Dat botst dan toch helemaal niet met de zorg van de heer Oostenrijk? Hoe kijkt hij daartegenaan? De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ik was niet gestoord, maar ik werd even gestoord. Sorry. De voorzitter: Beste mensen, ik vind het best onrustig aan tafel. Ik vind het ook achter bij het college onrustig. De verkiezingen komen eraan. We hebben een hoop te bespreken, maar laten we wel een beetje goed naar elkaar luisteren. Dan kan ik het ook allemaal volgen. Mijnheer Oostenrijk, als iemand de moeite doet goed naar uw betoog te luisteren en u te interrumperen, is het fijn als u uw aandacht erbij houdt. Mijnheer Hartmeijer, kunt u nog even de kern van uw interruptie herhalen? De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank. De heer Oostenrijk maakt zich zorgen over die drie maanden en of dat dan niet te snel is vanwege het op orde brengen van de organisatie. Maar in de tweede bullet van het dictum staat zodra dit mogelijk is. Dat botst dan toch helemaal niet met de zorg van de heer Oostenrijk? Want het kan ook zijn dat zodra dat mogelijk is vanuit ons als gemeente.
24
De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dat zou best kunnen. Alleen ons punt is start er niet mee per 1 september. De voorzitter: Dat was hem. Dan ga ik door naar de heer Damen van de Partij van de Arbeid. De heer Damen. De heer Damen: Dank u, voorzitter. Voorzitter, het is al eerder gezegd. Dakloosheid, maar ook het gedwongen samenwonen met mensen met wie je niet meer samen wil wonen in een situatie van scheiding kan buitengewoon frustrerend en ontregelend zijn voor mensen. En iedere woningzoekende die we kunnen helpen moeten proberen te helpen. Al is naar mijn inschatting het effect van de leegstandsverordening heel direct praktisch mogelijk beperkt een leegstandsverordening zet wel degelijk een norm neer. Een norm dat je niet lichtvaardig een woning laat leegstaan. En het neerzetten van die norm zal nog naar mijn idee het meest effectief zijn. Dat doen we door het vaststellen van de leegstandsverordening, maar ook door het aangaan van het Chw-experiment, waar ik een groot voorstander van ben. Daarnaast denk ik dat het niet verstandig is om nu al de doelgroep van dat experiment die gehuisvest moet worden vast te leggen. In het verleden heb ik enige ervaring opgedaan in de ‘verordeningscommissie’(01:11:23) en daarin bleek dat dit soort procedures en het maken van afspraken met huiseigenaren nogal complex is.
Het is niet verstandig om nu al en vanuit de raad op een afstand van de praktijk de doelgroep vast te leggen. Wij zijn geen voorstander van die ... De voorzitter: Dank, mijnheer Damen. Ik kijk naar de heer Groenewege van de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Dank u wel. En in onze reflectie op de moties amendementen beginnen we met een amendement wat we niet hebben ingediend, maar wat heel makkelijk ingediend had kunnen worden, namelijk een technisch amendement op de leegstandsverordening. Want er staan allerlei slordigheden in en daar willen we toch eens wat van zeggen. Bijvoorbeeld in artikel 7 lid 3. Ik zal u eens voorlezen wat daar staat en dan kan u zelf oordelen wat ervan vindt. Het college kan de eigenaar verplichten om binnen een door hem te bepalen termijn de door hem aan te geven voorzieningen te treffen. Dat is fijn als eigenaar. Dan heb je de vrije hand om te doen wat je wil. En dit is de verordening die we zo meteen wellicht gaan vaststellen. Er staat nog meer in. Maar wij gaan geen technisch amendement meer indienen, want het college hoort gewoon deugdelijke voorstellen in te dienen bij de raad. Het college heeft juridische ondersteuning. De raad ook wel een beetje, maar het college een stuk meer. Dat hoort gewoon in goed in elkaar te zitten. Dan de motie van Beter voor Dordt en VSP.
Die partijen geven terecht aan dat er geen structurele dekking is voor dit raadsvoorstel op dit moment en dat het college die structurele dekking als een blikje op straat verder trapt naar de perspectiefnota. Dat is superfijn, want dat betekent dat we tegenwoordig gewoon initiatiefvoorstellen kunnen indienen als raad en dat we kunnen zeggen, we hebben nu geen dekking, maar we maken een integrale afweging over de financiën bij de perspectiefnota en dan zien we wel. En dat wordt dan door het college kennelijk gezien als een goed onderbouwd financieel stuk. Of de wethouder gaat ons verrassen en gaat pleiten tegen zijn eigen raadsvoorstel omdat het slecht gedekt is. We gaan het meemaken. Aan de andere kant, die motie van Beter voor Dordt en VSP is wel echt een
25
rondleiding door de open deurenfabriek zoals de heer Oostenrijk al aangaf. Die vraagt om realistische en haalbare uitvoering en handhaving. Als we bij ieder raadsvoorstel zo'n motie moeten indienen, dan schiet het ook niet echt op. Of we daar voor gaan stemmen, daar gaan we eens heel goed over nadenken. We zijn wel voor de moties van ChristenUnie/SGP en GroenLinks, hoewel de formulering vooral ook in de motie van GroenLinks wel net als de heer Oostenrijk erg vaag en bijzonder vinden. Dat was het. De voorzitter: Dank, mijnheer Groenewege. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar zit inderdaad een vaagheid in en die laat professionals een zekere ruimte om goede inschattingen te maken. Vindt de heer Groenewege dat geen goed idee? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ons probleem zit erbij dat binnen de ETHOS Light-doelgroep waar deze motie … Even jargon uitleggen. De ETHOS Light-doelgroep is dak- en thuislozen. Thuislozen zijn mensen die bijvoorbeeld niet op straat slapen, maar gewoon in een hotel of bij vrienden. Niet echt een wenselijke situatie maar het kan nog erger, want je kan letterlijk op straat slapen.
En dat onderscheid tussen mensen die echt urgent een woning nodig hebben omdat ze op straat slapen en mensen die ook urgent een woning nodig hebben, maar net iets minder urgent omdat ze in een hotel slapen, dat missen we in de motie van GroenLinks en dat missen we in de formulering vooral ook. Tegelijkertijd staan we er helemaal achter om dakloosheid op te lossen middels deze leegstandsverordening, in ieder geval voor een deel. Wat dat betreft wel steun voor de motie, hoor. Maar die opmerking daarbij. Mevrouw Pichel: Voorzitter. Rechts van u. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u. Ik ben toch wel even benieuwd, voor de Groenewege. Want ik snap het, het is wel vaker dat het voorkomt dat er wat technische amendementen worden gedaan of dat er dingen niet helemaal kloppen. Maar toch even ingaand ook op dat eerste stukje wat hij aangaf over dat het college bijvoorbeeld de eigenaar heel veel ruimte geeft en er eigenlijk vrij weinig wordt gedaan. Daar kunnen we natuurlijk van vinden, maar dan doe je daar niks mee of dan zegt dat eigenlijk helemaal niks. Maar ik denk dat daar natuurlijk juist het moeilijke zit in dat speelveld, want als de eigenaar de eigenaar is, dan is de eigenaar de eigenaar. En dan kunnen wij als overheid natuurlijk bepaalde dingen ook weer niet verplichten, ook al zouden we dat graag willen.
En ik denk dat vooral met deze verordeningen het doel van het college ook is om gewoon te meten en in gesprek te blijven en juist te stimuleren. En als we het echt hebben over, wat willen we oplossen, hoe kijkt de heer Groenewege daar dan tegenaan? Want
26
enerzijds kunnen we wel zeggen, het college heeft genoeg juristen, maar als het juridisch ook gewoon niet kan, kunnen we natuurlijk niet het college er iets in laten zetten wat gewoon juridisch niet mogelijk is of wat we eigenaren niet op kunnen leggen? De heer Groenewege: Als je op 10 kilometer hoogte gaat vliegen, dan ziet alles te vaag uit. Als we heel concreet naar de tekst kijken die hier staat, het gaat gewoon om vervallen panden. En dat het college een eigenaar van een vervallen pand kan zeggen, knap dat pand op. Die mogelijkheid is er wettelijk gezien, maar zoals de tekst nu in de verordening staat, dat is gewoon een technische fout waardoor de eigenaar zelf kan bepalen welke voorzieningen en op welke termijn. Snapt u? Het kan wel. Het staat er gewoon verkeerd in en dat is slordig. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dan gaan we zo gewoon even naar de wethouder luisteren wat zijn reactie erop is. Maar bedankt voor de toelichting. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Voorzitter, we hebben in de commissie zowel ambtelijke antwoorden als college-antwoorden gehoord op alle ideeën die er waren. En dat leidt er eigenlijk toe dat de moties die er liggen niet helemaal aansluiten bij wat ik daar gehoord heb ik ben wel heel nieuwsgierig of de wethouder inmiddels een ander perspectief heeft.
Want ik denk dat als ik zo de woorden van toen vertaal naar nu, dat die allemaal of oordeel raad of ontraden gaan worden. Maar dat ga ik graag horen van de wethouder. Wij vinden sommige dingen gewoon lastig, zoals met die dakloosheid. Wat win je daar uiteindelijk mee? Ik hoor de heer De Feijter al zeggen, een handje vol. Los je dan structurele dingen op? Volgens ons helemaal niet. Eigenlijk wacht ik gewoon nog op wat meer context van de wethouder op de moties. De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel. Ik denk dat de motie van GroenLinks over die voordracht ook niet zozeer ... We zijn hier geen beleid over dak- en thuisloosheid aan het schrijven. We zijn bezig met de leegstandsverordening en een instrument van die leegstandsverordening is de formele voordracht die het college kan gaan doen. En eigenlijk het enige wat die motie doet is daarin zeggen, als het dan komt tot zo’n voordracht, wat moeten we daar dan mee? En daar wil deze motie iets van kaders aan geven, iets van focus aan geven. Ziet mevrouw Koene daar de meerwaarde van in? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik heb misschien dan meer vertrouwen in het college dan mijnheer De Feijter, want ik heb het idee dat de wethouder dat sowieso al toegezegd heeft. Nogmaals, ik wacht gewoon graag op zijn reactie. Mevrouw Stolk: Voorzitter.
27
De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Van wie was het de woordvoering? Want ik ben het even helemaal kwijt. De voorzitter: Mevrouw Koene pleegde het woord. De heer De Feijter had een interruptie. De voorzitter probeert het in de gaten te houden, maar kijkt nu naar de fractie Op Ons Eiland of die het woord wil voeren. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Dank, voorzitter. Wat betreft Op Ons Eiland kunnen we in een stad met woningnood langdurige leegstand niet accepteren. De leegstandsverordening geeft ons de middelen om eerder in te grijpen. Na zes maanden leegstand in gesprek met eigenaren en na een jaar als het nodig is gebruiker voordragen. De motie die we mede indienen met GroenLinks vraagt het college om die momenten ook actief te benutten voor een belangrijk doel, het huisvesten van mensen uit de ETHOS Light-doelgroep, Dordtenaren die nu dakloos of thuisloos zijn. Wat ons betreft steun voor deze motie. Voor wat betreft de andere twee moties wachten we graag even de reactie van het college af. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. De motie van ChristenUnie-SGP hebben wij medeondertekend. Dit is in lijn met wat wij in de commissie aangaven. Wij hebben liever dat in het geval dat een huurwoning leegstaat, de periodes in het proces een stuk korter worden.
Eerder melden, eerder met de eigenaar om de tafel. Wettelijk wordt dat niet toegestaan, maar in een aantal grote steden wordt gewerkt via een aparte crisismaatregel die dit toch mogelijk maakt. Gezien de enorme vraag naar woningen kunnen we niet accepteren dat een woning een jaar of langer leeg staat. In onze ogen goed als wij dat hier in Dordt ook gaan doen. De motie vanuit GroenLinks klinkt wel goed, maar ik hoor graag van het college in hoeverre we dit eigenlijk al gaan doen. En datzelfde geldt voor de moties van Beter voor Dordt En verder kan ik mij aansluiten bij de woordvoering van de heer De Feijter. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woordvoering van de VSP, behalve bij het punt met de conceptmotie benut leegstand tegen dakloosheid. Hoe sympathiek ik hem ook vind, ik hoor inderdaad de heer De Feijter een handje vol zeggen en ik denk dat dat dan niet het instrument is om op deze manier in te zetten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank, de heer Van der Spoel. Dan mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik kan hier vrij kort over zijn, want eigenlijk zie ik als een van de primaire doelen dat het college meer grip wil krijgen op de verhuurmarkt. Ik zeg, we komen eraan. De voorzitter: Duidelijk. Dank, mevrouw Pichel.
Dat was de eerste termijn van de zijde van de raad. Dan kijk ik naar de portefeuillehouder. Het woord is aan de heer van der Kruijff.
28
De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, deze leegstandsverordening ligt voor u omdat u daar als raad zelf om heeft gevraagd bij een motie van juni 2024. Ik merk dat het merendeel van de raad ook waardeert dat er op deze manier invulling aan wordt gegeven, met een aantal kanttekeningen. Wat betreft de VVD die dat niet doet is daar wel consistent in. Die heeft destijds ook tegen de motie gestemd. Ik wil wel aangeven dat de leegstandsverordening en ook de nieuwe versie die eraan komt wel vanuit het kabinet komt waar uw eigen VVD in zit, als dit allemaal aanreikt als wetgeving en als instrumenten om dit tegen te gaan. Blijkbaar zit er wat licht tussen uw landelijk beeld van wat zinvol is als uw lokale beeld. Maar in ieder geval als college … De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Het kan zijn dat mij de relevantie van deze opmerking een beetje ontgaat maar we proberen liever als de VVD gewoon de goede besluiten nemen van onze stad. En wat er landelijk gebeurt, dat zien we dan landelijk allemaal wel. En dat lijkt me een goede manier om de discussie met elkaar te voeren, voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus, laten we interrupties even ook beperken tot een verhelderende vraag over het betoog van de wethouder. U kunt altijd nog in een tweede termijn reageren op de woorden van de wethouder. De heer Van der Kruijff.
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik werd er enigszins toe uitgelokt, aangezien het werd betiteld als een pakketje schroot. Dan is het wel een landelijk aangereikt pakketje schroot. Maar wij zien het anders. Wij denken dat het een waardevol pakket is wat ons is aangereikt en dat we dat op deze manier moeten gaan doen. We zien dat ook in de gemeente Amsterdam en Utrecht, waar dit ook is toegepast en waar ook deze verordening nodig blijkt om de wet goed te kunnen toepassen. Wij staan daar vol achter. Ik ga de moties even af. Wat betreft motie vijf, samen meer doen tegen leegstand. De Crisis- en Herstelwet als zodanig is vervallen, dus we kunnen ons niet meer automatisch aansluiten. En als je je nu aanmeldt, kan dat ook niet. Mogelijk gaat het halverwege dit jaar wel weer kunnen via een ministeriële regeling. Maar er komt ook nieuwe wetgeving aan, er is al een paar keer aan gerefereerd, en dan krijgen we die ruimere maatregelen sowieso ter beschikking. Dan kunnen we dat altijd nog tegen die tijd in de verordening gaan verwerken. Als uw raad van oordeel is dat we ons al eerder halverwege dit jaar daarvoor moeten aanmelden en aansluiten, dan kan dat. Dat laat ik aan uw oordeel. Ik wil wel één ding opmerken. Het ging veel over de zes maanden en de drie maanden termijn.
Je hoeft niet alle instrumenten die de Crisis- en Herstelwet of die ministeriële regeling dan mogelijk maakt te gebruiken. Ook de gemeente Amsterdam en de gemeente Utrecht hebben die regeling juist niet gebruikt omdat ze die drie maanden termijn veel te kort vonden. Wat de heer Oostenrijk zegt klopt wel. Dat is in andere gemeenten ook niet gedaan. Neemt niet weg dat de Crisis- en Herstelwet ook andere instrumenten biedt die mogelijk wel bruikbaar zijn. Ik wil bij deze maar zeggen, mocht u deze motie aannemen en er zitten best instrumenten in die bruikbaar kunnen zijn, dat we als college nu niet toezeggen dat we alle instrumenten die we in handen krijgen dan ook allemaal gaan inzetten. Daar zit nog wel weer een afweging achter.
29
Voert te ver voor u, denk ik. Maar dat vraagt de motie ook niet. Voorzitter, wat betreft motie zes, benut de leegstand tegen dakloosheid. De mogelijkheid om mensen voor te dragen, huurders voor te dragen, gaat vervallen. Oftewel, tegen de tijd dat we zover zijn dat we huurders kunnen gaan voordragen, bestaat de mogelijkheid niet meer. In die zin is het tweede dictum om bij formele voordracht vooral ook mensen uit de ETHOS doelgroep voor te dragen niet zo zinvol, want dat kan tegen die tijd niet meer. Dat kunnen we als college ook niet gaan uitvoeren daar het zich laat aanzien. Neemt niet weg, en dat heb ik ook in de commissie toegezegd, mevrouw Koene refereerde daar terecht aan, dat we hebben gezegd, als wij al in gesprekken met verhuurders kunnen aanreiken wie mogelijk goede bewoners voor een woning zijn, dat we ook goed willen kijken naar mensen die dak- of thuisloos zijn. Maar dat is ook niet het enige waar we naar kijken. In andere gemeenten tot op heden is het trouwens ook nog nooit tot een aanwijzing gekomen. Wat je in de praktijk ziet is dat in gesprek met verhuurders je komt tot bewoning. En dat is het belangrijkste doel, ook als het gaat over het oplossen van problemen rond dak- en thuislozen, dat je de medische wet de woningvoorraad vergroot en het aantal te bewonen woningen vergroot.
En dat helpt als zodanig al in het bestrijden van dak- en thuisloosheid, omdat er veel meer woningen beschikbaar komen. Maar ik zeg u nogmaals toe, dat heb ik in de commissie ook gedaan ... De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Feijter met een interruptie. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af of de wethouder ervan op de hoogte is dat de motie M6 van GroenLinks onder andere niet alleen spreekt over die voordracht, maar juist ook over dat leegstandsoverleg waar de wethouder aan refereert en dat die motie daar ook onder andere over gaat. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik lees gewoon altijd heel strikt het dictum, want dat is het verzoek aan het college. De rest is inleiding en overweging. De eerste is om in gesprek er aandacht aan te besteden. Dat heb ik in de commissie al toegezegd dat we dat zullen doen. Overigens is uiteindelijk het wel altijd de verhuurder die beslist aan wie er verhuurt. Iets aanreiken kunnen we, maar we gaan er uiteindelijk niet over. Dat is de verhuurder zelf. En het tweede punt, dat is echt het tweede punt in uw dictum, is bij formele voordracht vooral ook mensen uit deze doelgroep voor te dragen. Daarvan zeggen wij, tegen de tijd dat we zover zijn, is die mogelijkheid er niet meer.
En in de praktijk, sommigen noemen dat symboolpolitiek, dat laat ik verder aan u qua kwalificatie, maar tot op heden in andere gemeenten is het ook nog nooit zo ver gekomen dat de gemeente echt zover moest gaan om iemand voor te gaan vragen. Doorgaans zie je de gesprekken al tot resultaat leiden. En gelukkig maar. De voorzitter: De heer Van der Meer heeft een interruptie.
De heer Van der Meer: Een vraag aan de wethouder of hij kennis heeft genomen van de brief die wij vanmorgen van een aantal organisaties en sympathisanten als raad hebben
30
ontvangen en zo ja, hoe hij dat beoordeelt. Dat is een aanbod, wat ik in mijn woordvoering zei, van die organisaties om te helpen de huisvesting met name van urgente gevallen te helpen. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat vinden wij een waardevol aanbod. Tegelijkertijd herhaal ik ook hier dat we ook als gemeentelijke overheid daar niet eenkennig in zijn. Uiteindelijk, en een aantal van in de raad heeft dat ook gezegd, als je in een woning iemand voordraagt kijk je ook niet uitsluitend naar de doelgroep dak- en thuislozen. Maar waar het helpt en waar het een goede oplossing is, zullen we het zeker onder de aandacht brengen. Het is waardevolle input, zeg ik dan maar even. Hoe zeg je dat in het Nederlands? Waardevolle inbreng. Dank u wel. Voorzitter, motie zes was dat. Dat laat ik verder oordeel aan uw raad, met name de eerste bullet, of u vindt dat we dat moeten doen. Ik had het al toegezegd, maar als u dat nog met de motie wil bekrachtigen, dan is dat aan u. Tweede bullet kunnen we waarschijnlijk niet uitvoeren en bij de derde geef ik maar vast een winstwaarschuwing. Er werd hier gesproken over een handje vol. Bij andere gemeenten is het nog geen handje vol. Dat gebeurt echt heel weinig, dat je echt tot voordracht overgaat. Dan motie zeven, de uitvoerbaarheid en de capaciteitsontwikkeling van de leegstandsverordening.
De eerste bullet is wat we altijd doen. Als wij een verordening uitwerken en een voordracht doen, proberen wij altijd realistisch is voorstellen te doen die ook haalbaar zijn. Het zou raar zijn als het college zou zeggen, dat wil ik niet, ik ga u een onrealistisch en onhaalbaar voorstel doen. Tegelijkertijd met dat ik dat zeg is het ook wel een enigszins overbodig dictum qua bullet. Wij noemen altijd, pogen wij in ieder geval, realistische en haalbare voorstellen. Wat ik in de commissie gezegd heb en wat ook in het raadsvoorstel staat, deze verordening stellen we vast. Hij gaat op 1 juni in. We willen gaan kijken als we kijken naar handhaving rondom wonen en leefbaarheid, want daar hebben we het hier voor een groot gedeelte over, zeker als u straks ook, wat we zo gaan bespreken, de verhuurverordening even meeneemt, om een team samen te stellen op handhaving wat in de stad integraal gaat kijken naar alles wat met wonen te maken heeft. Dat heeft met leegstand te maken hebben, het heeft met bouw- en woningtoezicht te maken, het heeft met misstanden te maken, of het nou arbeidsmigranten of andere doelgroepen zijn, en daarnaar te gaan kijken. En dan helpt het ons als u als raad nu zegt, dit is wat wij willen. We zijn ook transparant geweest in het raadsvoorstel over wat het ongeveer gaat kosten.
Op het moment dat u ermee instemt geeft u ook als raad daar niet groen licht op, maar toch wel een positieve duiding aan. Dat u zegt, ik weet wat me daar te wachten staat en daar staan wij positief tegenover. En tegelijkertijd moeten we de komende maanden dat gaan uitwerken. Wij hebben die duidelijkheid nu ook wel nodig vanuit de raad om dat te gaan doen. Bij de perspectiefnota krijgt u de financiële consequenties en niet alleen de financiën natuurlijk. En dat is niet alleen voor twee jaar, maar dat is voor vele jaren dat we dit moeten blijven doen. Voor twee jaar, dat ging ooit over de volgende verordening. Dat waren de leges waar we een inhaalslag moesten maken. De handhaving is zo'n langjarig traject die we in de meerjarenbegroting een plek willen geven en die we u zullen uitwerken. En uiteraard zullen we onderbouwen hoe we dat willen gaan doen. En dat krijgt u ongeveer tegelijk met de perspectiefnota in het tweede kwartaal van dit jaar. En daar besluit die ook voor de zomer over, voor het zomerreces.
31
Ambtelijk zorgen dat we allemaal klaarstaan en mocht de raad dan dat hopelijk voor het zomerreces bij de perspectiefnota positief besloten hebben over de financiën, zorgen we dat alles klaarstaat. Dan kunnen we de mensen aannemen en kunnen we 1 september uit de startblokken. Daar is het op gericht en u krijgt die uitwerking bij de perspectiefnota. De tweede bullet vraagt de gemeenteraad informeren over het verloop en de stand van zaken in het eerste kwartaal 2027. Voorzitter, wij willen graag informeren over het verloop. Het eerste kwartaal 2027 is wel heel snel. Als we 1 september ingaan en je weet dat je zes maanden nodig hebt voor dat je de eerste handhavingstrajecten echt kunt gaan inzetten, dan ben je ongeveer in 1 maart 2027. Om dan al te gaan rapporteren ... We kunnen best rapporteren hoe het gaat, maar verwacht niet dat we dan al resultaten op handhaving hebben, want daar is dat te snel voor. Daar verwachten we dat je echt een jaar nodig hebt om goed te kunnen inschatten hoe het gaat. En dan kom je ongeveer in het voorjaar van 2028 uit. Op dat tweede punt zou ik het willen ontraden, dan wel in de motie als zodanig te duiden dat dit erin staat, want dat willen we graag doen. Of u kunt ook met de toezegging genoeg nemen. Dat laat ik aan u. Eén laatste punt. Het was geen motie, maar toch.
De heer Groenewege gaf aan dat er hier en daar wat technische onduidelijkheden, onvolkomenheden dan wel fouten in de verordening zaten. Ik heb er zelf ook op die manier nog eens goed naar gekeken. Ik denk dat u een punt heeft en we zorgen voor 1 september dat nog een keertje netjes duidelijker gemaakt wordt. Dat betekent een technische wijziging van de verordening. En mogelijk als hier nog een aantal moties aangenomen wordt tegelijkertijd ook nog een aantal andere wijzigingen in de verordening, waar u als raad om zou kunnen vragen. De voorzitter: Dank, wethouder. Dat was uw eerste termijn op de verordening en kijk ik voor een tweede termijn rond. Ik ga even alle fracties kort langs, want u had allemaal in de eerste termijn ook bijna een inbreng. Ik ga het vlot doen. Als u zegt, het is niet nodig, het is me heel erg duidelijk, ik ben eruit, dan mag u uw termijn ook laten passeren. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Vanuit de Dordtse VVD kijken we vooral met een lokale blik hier naar de opgave die voorliggen. En dat betekent ook dat we geen Amsterdam of Utrecht zijn, maar dat we hier vooral dingen probeert te doen die werken. En met dit voorstel kijken we daar echt anders naar en zien we daar niet voldoende richting in het resultaat, terwijl we wel de doelen onderschrijven.
Maar gezien de kosten die daar voorliggen, gaan we dit voorstel niet steunen, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb geen tweede termijn, maar ik zou wel graag 2 minuten schorsing willen. De voorzitter: Kunt u ook aangeven waarom u wil schorsen? De heer Van der Meer: Ik wil even overleg met de indieners van motie M6. De voorzitter: Duidelijk. We kunnen ook gewoon de tweede termijn afmaken en daarna de schorsing doen. De heer Van der Meer: Prima.
32
De voorzitter: Doen we dat gewoon. Dank, de heer Van der Meer. Beter voor Dordt, de heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, de heer Van der Meer was me voor. Ik zou inderdaad ook graag van de schorsing gebruik willen maken. Maar dat hebt u wel begrepen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, wij zijn heel kritisch geweest op beide verordeningen. Wij sluiten ons aan bij de woordvoering van de heer Noldus. Wij zullen ook tegen het voorstel stemmen. De voorzitter: ChristenUnie/SGP, de heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn net als de VVD voor verordeningen die werken en daarom zullen wij voor de leegstandsverordening gaan stemmen. Daarnaast zijn we blij dat de wethouder onze motie oordeel raad gaf, samen meer doen tegen leegstand. Dat gaat echt een verschil maken voor de toekomst. En tot slot willen wij nog opmerken over motie M6, benut leegstand tegen dakloosheid, dat ik ook wel een beetje met lichte verbazing luister naar het debat hierover in de raad, dat een handjevol dakloze mensen aan een huis helpen niet een klik op een groene knop waard is voor een aantal raadsleden. Zelfs dat handjevol, al is het er maar eentje die we aan een huis kunnen helpen, dat is het voor de ChristenUnie meer dan waard. Daarom zullen wij daar ook nog steeds voor stemmen. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostenrijk.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik zou bijna zeggen, uiteraard zijn we voor het voorstel. En reagerend op de ingediende moties heeft u kunnen proeven dat wij deze moties niet zullen steunen. De voorzitter: De heer Damen. De heer Groenewege. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, eigenlijk meer om te zeggen dat de wijze man mijnheer ‘t Lam van de SP na de commissies op een gegeven moment zei, zullen we er gewoon mee aan de slag gaan, want dan gaat er vanzelf van alles blijken wat je dan nog kan corrigeren? En volgens mij sluit ik me daar dan graag bij aan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Simon-van Waardhuizen. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik sluit me aan bij mevrouw Koene, maar dat hoeft geen verbazing te wekken, denk ik. De voorzitter: De heer Van der Spoel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Voorzitter, als laatste aanvulling. Het is op zich best een hele interessante discussie. En als je hier ook hoort, dan merk je dat er heel veel wil is om dingen natuurlijk te verbeteren, alleen iedereen heeft er weer een andere kijk op. En het blijft lastig natuurlijk, want de verordeningen zoals ze nu voorleggen, daarmee wil het
33
college zo goed mogelijk hun best doen om dingen toch mogelijk te maken, met allerlei beperkingen die ons natuurlijk van landelijk worden opgelegd. En dat is ook moeilijk en dat is heel erg vervelend. En daarmee volg ik ook de heer De Feijter. Alle kleine beetjes helpen. En dat geldt denk ik voor beide kanten en het moeten inderdaad wel op elkaar aansluiten en elkaar niet tegenwerken. Ik wens ons veel wijsheid met alle keuzes van de stemmingen. De voorzitter: Bedankt, mevrouw Pichel. Ik heb geen verhelderende vragen meer gehoord aan het college. Op verzoek van de heer Van der Meer schors ik 5 … De heer Katif: Voorzitter. Excuus. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dat was even te snel voor mij. De enige wijziging in de motie is dat het jaartal 2027 wordt gewijzigd in 2028. Dat wilde ik voor de schorsing even gezegd hebben. De voorzitter: We gaan 5 minuten schorsen, mijnheer Van der Meer. Ik reken op u over 5 minuten. Ik heropen de vergadering na de schorsing. De schorsing was aangevraagd door de heer Van der Meer. Ik verzoek de leden van de raad te gaan zitten. Foto’s voor het thuisfront zijn gemaakt, zag ik zojuist. De souvenirs. Mijnheer Van der Meer, aan u het woord.
Wat heeft de schorsing opgeleverd? De heer Van der Meer: Voorzitter, de wethouder heeft zijn toezegging duidelijk herhaald om dak- en thuislozen mee te nemen bij gesprekken met de eigenaren van leegstaande panden. Hij heeft omarmd het initiatief wat uit de stad is aangeboden om daarbij behulpzaam te zijn. Dat is voor ons voldoende, dus we trekken M6 in. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk. Heeft de schorsing nog andere partij tot andere inzichten geleverd? Nee, dat is niet het geval. Ik kijk nog even naar de wethouder of hij voor de tweede termijn nog noodzaak ziet om het woord te voeren. Volgens mij niet. De heer Van der Kruijff zit volop in zijn telefoon. Heel goed. Dan gaan we over tot stemming en dan vraag ik even aan de griffier om mij de stemmingsstukken te overhandigen. We brengen in stemming … De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ik weet dat ik een harde stem heb, maar ik probeer het … De voorzitter: 2028 wordt 2030? De heer Katif: Nee. Ik wilde bijna wat zeggen, maar ik doe het niet. Het is natuurlijk niet de ideale leegstandsverordening die wij voor ogen hebben, maar we zullen daar niet tegen stemmen.
34
De voorzitter: Ik breng in stemming vaststelling leegstandsverordening gemeente Dordrecht. Wensen er andere partijen nog een stemverklaring af te leggen? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen. 33 leden hebben gestemd. Voor hebben gestemd 23 leden. Tegen hebben gestemd 10 leden. De fracties die tegen hebben gestemd zijn de fracties van de VSP en de VVD. En het hoofdvoorstel is aangenomen. Dan breng ik in stemming de motie samen meer doen tegen leegstand van de ChristenUnie/SGP, Partij van de Arbeid, GroenLinks, SP Dordrecht en Beter voor Dordt. Kan ik de motie in stemming brengen? Gaat u stemmen. 33 stemmen uitgebracht. Voor hebben gestemd 18 leden. Tegen hebben gestemd 15 leden. De motie is aangenomen, waarbij de fracties van het CDA, Op Ons Eiland, de VSP en de VVD tegen hebben gestemd. De motie is aangenomen. Dan kom ik bij M6, benut leegstand tegen dakloosheid van GroenLinks, ChristenUnie/SGP, Op Ons Eiland en Beter voor Dordt. M6 is ingetrokken. Excuus. Even droog oefenen met de nieuwe griffier. Want ik zag het heel scherp. Dan komen we bij motie M7 van Beter voor Dordt en de VSP, waarbij in tweede verzoek aan het college het jaartal is gewijzigd in 2027 in 2028. Mondeling amendement van de heer Katif hierbij onderdeel van de beraadslaging. Ik breng de motie in stemming. Er zijn 33 stemmen uitgebracht. Voor hebben gestemd 14 leden. Tegen hebben gestemd 19 leden.
De motie is daarmee verworpen. Voor hebben gestemd Beter voor Dordt, Fractie Pichel, Fractie van der Spoel, de VSP en de VVD. De motie is verworpen. Dat was dan de beraadslaging en besluitvorming rondom het vaststellen van de leegstandsverordening gemeente Dordrecht. 37.Vaststellen Verhuurverordening - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 37, het vaststellen van de verhuurverordening. En over 10 minuten geef ik daarvoor het voorzitterschap aan de heer Schalken. Mijn toelichting bij de verhuurverordening is gelijk aan die bij de leegstandsverordening. De verhuurverordening is samen met de leegstandsverordening op 13 januari beeldvormende in de commissie besproken en op 20 en 27 januari oordeelsvormend. De commissie heeft besloten beide verordeningen ter bespreking door te sturen naar de gemeenteraad als aparte agendapunten, waarbij alleen gesproken wordt over de in te dienen moties en/of amendementen en waarbij een spreektijd is afgesproken van 2 minuten. Ik heb bij de verhuurverordening moties en amendementen gezien van de VVD met de motie en een amendement, de Partij voor de Dieren en Beter voor Dordt. En ik kijk nog even rond. De heer Groenewege knikt bevestigend. De heer Katif ook. Zijn er nog meer? Dat is niet het geval.
Dan geef ik graag eerst de indieners de gelegenheid om de motie en amendementen kort toe te lichten en in te dienen, waarna de fracties in de eerste termijn erop kunnen reageren. En dan geef ik eerst het woord aan de VVD en ik denk dat dat de heer Noldus is. De heer Noldus: Voorzitter, zeker. Dank u wel. Vanuit onze kant een motie en een amendement. En om te starten met het amendement, het voorstel wat voorligt gaat uit van het invoeren van een vergunningsplicht voor de verhuur van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten en voor een beperkt aantal wijken ook de verhuur van reguliere woningen. En wij vinden het verschil tussen wijken voor de verhuur van woningen eigenlijk niet uit te leggen. Een huurder in Sterrenburg verdient net zoveel bescherming als een huurder in Krispijn. En daarnaast gaat de verhuurvergunning vooral uit van een papieren werkelijkheid die niet altijd iets zegt over de praktijk en de uitvoeringskosten
35
van 1 miljoen voor slechts 2 jaar tijd zijn wat ons betreft enorm. Toch hebben wij het voorstel positief willen benaderen en zien we wel degelijk een positieve impact bij de verhuurvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Dit zowel op de leefomgeving van de huurder als ook de leefbaarheid van de wijk. Ons amendement schrapt dan ook de verhuurvergunning voor huurwoningen, maar behoudt de overige onderdelen van de verordening. Hierdoor kun je wel handhaven op misstanden onder de Wet goed verhuurderschap en houd je de situatie bovendien in de hele stad gelijk. Dan hebben we nog een motie, voorzitter, en die gaat meer over de logiesverordening die wil gaan innen. Want op dit moment is het volgens de logiesverordening verplicht om toeristenbelasting te innen voor iedereen die in Dordrecht overnacht. Maar uit de beantwoording van technische vragen blijkt dat de logiesheffing op dit moment niet wordt geïnd bij de verhuur aan arbeidsmigranten, terwijl dat wel zou moeten volgens onze eigen verordening. Ben je ingeschreven in de BRP, dan betaal je op een andere manier mee aan alle voorzieningen in de stad. En in het ingeschreven zijn in die BRP is ook belangrijk om goed zicht te hebben op de bewoners van onze stad.
En nu met dit voorliggende voorstel de verhuurvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt ingevoerd, hebben we ook goed zicht op waar deze arbeidsmigranten wonen. En dat maakt het innen van de logiesheffing volgens ons ook goed werkbaar. En daar roept deze motie toe op. De voorzitter: Dank u wel. Ik ontvang graag beide voorstellen. En ondertussen kijk ik naar de Partij voor de Dieren om de door hun ingediende motie toe te lichten En het is de heer Groenewege. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel. Deze verhuurverordening zorgt ervoor dat verhuurders een verhuurvergunning nodig hebben om woningen te kunnen verhuren. En dat is geen vergunning per woning of een vergunning per huurder. Dat is een vergunning per verhuurder. 1 verhuurder, 1 vergunning. Maar het kan natuurlijk zijn dat je een verhuurder hebt die 1 woning verhuurd en het kan zijn dat je een verhuurder hebt die 100 woningen verhuurd. Die hebben beiden 1 vergunning nodig en die betalen beide hetzelfde bedrag aan de gemeente ter compensatie voor de toetsing. Maar u kunt zich ook voorstellen dat de toetsing van een aanvraag van 100 woningen veel meer om het lijf heeft dan een aanvraag voor maar 1 woning.
Wij zijn er voorstander van om die kosten rechtvaardig te verdelen over de aanvragers, zodat kleine aanvragers niet hoeven op te draaien voor de kosten die hoge aanvragers of grote aanvragers bij de gemeente veroorzaken. En daarom hebben we de motie gedifferentieerd leges tarief verhuurvergunning die we indienen samen met GroenLinks, Beter voor Dordt en CDA. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groenewege. We ontvangen de motie graag. En ik kijk ondertussen naar Beter voor Dordt. De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ook bij de verhuurverordening gaat het ons om iets fundamenteels. De raad heeft uitgesproken misstanden op de woningmarkt te willen aanpakken en de inzet onderschrijven wij volledig. Maar beleid wordt pas effectief, voorzitter, als het uitvoerbaar is. Dat vraagt om zorgvuldigheid. We willen voorkomen dat we vandaag stevige regels vaststellen, terwijl morgen blijkt dat de uitvoering achterblijft. Daarom vinden wij het belangrijk dat de raad voor de perspectiefnota 2028 inzicht krijgt in hoe uitvoering en handhaving concreet en haalbaar worden ingericht, zodat we hierop kunnen sturen. En waar ik ’28 heb gezegd, voorzitter, is dat ’27, want
36
dat is volgende perspectiefnota. En minstens zo belangrijk, voorzitter, wij willen kunnen volgen of de uitvoering daadwerkelijk van de grond komt, of de capaciteit wordt opgebouwd en handhaving effect heeft en de doelen die we met elkaar hebben afgesproken daadwerkelijk worden bereikt, precies beoogt deze motie. En ik overhandig het zo meteen aan u. De voorzitter: Dank u wel. Dan nodig ik de heer Schalken uit naar voren te komen en het voorzitterschap over te nemen zodat ik het Centraal Stembureau kan voorzitten, om ervoor te zorgen dat wie van u gaat deelnemen aan de verkiezingen ook kan gaan deelnemen aan de verkiezingen. De plaatsvervangend voorzitter: En dan kunnen we weer verder. Volgens mij zijn alle moties en amendementen ingediend en gaan we naar de eerste termijn, waarbij we de gebruikelijke volgorde hanteren. En dan is het eerste woord aan de VVD. En dat is de heer Noldus. Ga uw gang. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. De vrije sector huur, voorzitter is een klein, maar heel belangrijk onderdeel van onze woonvoorraad. Er zijn genoeg mensen die geen huis kunnen of willen kopen en ook niet in aanmerking komen voor sociale huur. En hoewel juist de vergunningsplicht die ook voor wonen wordt ingevoerd met dit voorstel, zijn we wel sceptisch over juist die vergunningsplicht voor verhuurders voor juist deze doelgroep.
Daarom ons voorstel zoals net toegelicht, om die alleen in te voeren voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Voor de overige woningen in Dordrecht blijft het uiteraard wel mogelijk om te handhaven op de Wet goed verhuurderschap. Daar doet ons amendement geen afbreuk aan. Dat vinden we ook belangrijk. De handhaving wordt alleen wel pas bij de perspectiefnota behandeld. En dan komen een beetje op het punt van het vorige debat en de motie van Beter voor Dordt ziet daar ook op toe, maar we vinden het wel belangrijk dat we daar een goede afweging in kunnen maken. Dan voorzitter, even kijkend naar de andere moties. De heer Groenewege: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Bij interruptie, de heer Groenewege. Gaat uw gang.
De heer Groenewege: Naar aanleiding van het amendement van de VVD ben ik in de Wet goed verhuurderschap gedoken. En daar staat in dat je voor arbeidsmigranten als gemeente over het hele grondgebied een verhuurvergunning mag invoeren, maar voor woningen mag dat alleen in gebieden waar dat onderbouwd kan worden. Het is inherent aan die verhuurvergunning dat dat voor woningen maar in een beperkt gebied plaatsvindt. Toch is dat precies het aspect waar de VVD zich nu tegen keert heeft de VVD dan zoveel moeite met die Wet goed verhuurderschap? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, we hebben ook die beantwoording van die technische vragen uiteraard gezien. Daar staat, dat is op zich mogelijk, maar dan moet je dat nader onderbouwen om het ook in andere wijken te gaan doen. Dat is op zich helder. Overigens
37
zien waar bij dit punt ook niet direct een onderbouwing waarom het wel in deze wijken zou moeten. Al kunnen we ons daar wel wat bij voorstellen natuurlijk, omdat de kwetsbare wijken die genoemd zijn, geselecteerd zijn. Maar die onderbouwing de heer Groenewege noemt staat an sich ook niet bij dit stuk. En evengoed zou je kunnen beargumenteren waarom dat voor andere wijken zou moeten. Evenwel, het is niet ons voorstel om die verhuurvergunning voor heel Dordrecht voor verhuur van woningen in te voeren. Sterker nog, ons amendement gaat juist de andere kant op. Met ons amendement voeren wij alleen de verhuurvergunningsplicht voor de huisvesting van arbeidsmigranten in en de rest nog niet, voorzitter. En dat heeft een aanzienlijke impact op ook de uitvoeringskosten en daarmee kun je juist veel effectiever, in onze overweging inzetten op handhaving, in die gevallen waar er wel sprake is van issues rondom huurkwaliteit of huurprijzen. De heer Groenewege: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Nog een interactie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik ben wel benieuwd hoe de VVD daarbij komt. Want in de commissie is eigenlijk exact het tegenovergestelde naar voren gekomen.
Want om te kunnen handhaven moet je in beeld hebben, waar zitten verhuurwoningen en waar wordt gehuurd? Als je dat niet eens weet als gemeente, dan kan je natuurlijk ook nooit handhaven op goed verhuurderschap. Die verhuurvergunning die helpt daarbij en dat heeft de wethouder bevestigd. Hoe kijkt de VVD daartegenaan? Waarom denkt de VVD dat het zonder verhuurvergunning, zonder dat je weet waar verhuurders zitten, dat je beter kan handhaven op goed verhuurderschap. De heer Noldus: Voorzitter, die discussie gaat een beetje voort op waar we het in de commissie over hadden, dat er verschillende manieren zijn van waarop handhaving wordt ingezet. En met dit voorstel wordt vooral ingezet op aan de voorkant een vergunning aanvragen en het aanleveren van de juiste documenten, maar het zegt niet altijd wat over de situatie in de praktijk. En binnen die Wet goed verhuurderschap is er meldpunt en is het mogelijk om als huurder juist te melden en de verhuurder ergens op aan te spreken. En daar, voorzitter, is ook handhaving mogelijk. En dat lijkt ons veel effectiever en doelmatiger, ook gezien de aantallen huurwoningen en het aantal incidenten dat er is, dan het optuigen van een heel groot vooral papieren proces, wat niet altijd iets betekent voor de situatie in de praktijk van de huurders. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met uw woordvoering.
De heer Noldus: Dank u wel. Dan kom ik bij de motie, voorzitter, van de Partij voor de Dieren. En een aantal andere partijen overigens. Een gedifferentieerd tarief en de gedachte daarvan kunnen we steunen, maar niet als dit uitgaat van een lineaire prijs per woning. De benodigde ambtelijke capaciteit is voor 100 woningen namelijk niet 100 keer zoveel als voor een vergunning voor 1 woning. Als dat iets pragmatisch kan worden met staffels, dan overwegen we steun. Maar als dit echt een lineaire prijs per woning wordt, dan lijkt het ons echt te gortig voor de grotere aantallen die soms ook spelen. En over de motie van Beter voor Dordt geldt een beetje hetzelfde als net. Die zullen in het debat verder volgen.
38
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Toch even de vraag waar de VVD dat lineaire tarief vandaan haalt, want dat hebben we juist expliciet niet in de motie opgenomen. De heer Noldus: Dan moet ik even de laatste versie laten. Misschien kan het zijn dat in de versie die eerder gedeeld is dat wel stond, die voorkeur. Er was wat ruimte gelaten in de formulering maar er werd expliciet genoemd bij voorkeur een prijs per woning. Uit mijn hoofd het ene laatste punt van het dictum. Maar ik zal hem even opnieuw bekijken als de heer Groenewege zegt dat aangepast te hebben, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. We komen daar zo meteen op terug. Dat was uw woordvoering, de heer Noldus? Mevrouw Koene nog een interruptie. Mevrouw Koene: Ik heb nog een vraag aan de heer Noldus. Want ik zie in de toelichting staan bij het amendement dat als je de vergunningplicht overal schrapt en dan wel de vergunningplicht voor de arbeidsmigranten in heel … Kunnen jullie even gewoon stil zijn? Voor de huisvesting van de arbeidsmigranten in heel Dordrecht wel doet. En wat hij dan bedoelt vervolgens met, hiermee is de grootste winst in leefbaarheid en leefomstandigheden van de bewoners te bereiken.
Dit komt echt heel gek over, alsof de gewone vergunningplicht, daar is dan niks mee aan de hand, maar voor de huisvesting van arbeidsmigranten doe je dan de vergunning, want dan wordt het pas leefbaar en zijn de leefomstandigheden beter. Wat bedoelt hij? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Een goede vraag. En de signalen die ons bereiken is dat dat vooral de situatie waar het mis is qua verhuur en waar ook de huurder op een niet goede manier gehuisvest is, is dat dat vaker het geval is bij arbeidsmigranten huisvesting. En dat is natuurlijk ook waarom deze regeling eigenlijk voorgesteld wordt ook in het voorliggende voorstel voor de hele stad. Het gaat zowel om de leefomstandigheden van de huurder als de leefomgeving die daaromheen is. En daar vinden we het wel passend om juist voor die verhuur van arbeidsmigranten, omdat het een groep is die vaak ook vanwege hun werk heel erg gebonden is aan die verhuurder, om daar juist wel een vergunningsplicht voor de verhuurder op van toepassing te laten zijn. Juist de bescherming van die huurder die daar uit zichzelf minder mondig en minder beschermd is. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Voldoende voor mevrouw Koene? Mevrouw Koene: Nee, het blijft een beetje overkomen alsof arbeidsmigranten overlast veroorzaken. Maar ik hoor nog niet echt iets wat dat wegneemt.
De plaatsvervangend voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, als toelichting. Het gaat niet alleen om dat arbeidsmigranten overlast zouden veroorzaken, het gaat vooral om de leefomstandigheden waar
39
arbeidsmigranten in gehuisvest worden omdat ze zien dat huisvesting ook voor arbeidsmigranten vaak gekoppeld is aan het hebben van een baan en dat het eindigen van het hebben van werk ook impact heeft op je huisvesting. En juist hiervoor denken we dat het goed is om voor verhuurders die verhuren aan arbeidsmigranten wel een vergunningsplicht voor in te laten voeren in onze hele stad. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Als het voldoende zo is, dan ga ik naar de volgende fractie. En dat is de fractie van GroenLinks. Ga uw gang, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel her voorzitter. Ook met deze verordening zijn we blij omdat hij, als het goed is, substantieel bijdraagt aan goed verhuurderschap. Graag hadden we gezien dat het zelfs in de hele stad zou gelden, maar we hebben er begrip voor dat daarvoor op dit moment te weinig capaciteit is. De VVD pleit ervoor alleen huisvesting van arbeidsmigranten vergunningsplichtig te maken, maar er is kennelijk wel capaciteit om wat meer te doen dan dat en daarom denken we dat dat amendement onverstandig is. Alle verhuurders hebben belang bij goed verhuurderschap. We pleiten zoals de Partij voor de Dieren al heeft toegelicht … De heer Noldus: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van der Meer, u heeft een interruptie van de heer Noldus.
De heer Noldus: Voorzitter, ik hoor van de GroenLinks-fractie dat dat alle verhuurders behoefte hebben een goed verhuurderschap. Dat onderschrijven we natuurlijk. Maar de vraag is dan meer waarom voor die verhuurvergunning voor reguliere woningen gekozen wordt voor enkele wijken en juist niet voor een aanpak die dan juist ook voor alle huurders gelijk is. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Als de heer Noldus goed geluisterd heeft, heb ik gezegd dat ik onze voorkeur zou hebben omdat in de hele stad ook van toepassing te verklaren. Maar we hebben begrepen in de commissie dat dat gewoon qua capaciteit op dit moment niet haalbaar is. Als de eerste bulk van vergunningen gerealiseerd is in deze genoemde wijken, kan dat wellicht op een later moment ook van toepassing worden verklaard op andere wijken. Dat lijkt mij een acceptabele gang van zaken. Voorzitter, we hebben met de Partij voor de Dieren gepleit voor differentiatie van legestarieven uit het oogpunt van rechtvaardigheid en uit het oogpunt van kostendekkendheid. Ten slotte een opmerking over het voorstel van de VVD om logiesheffing bij niet-ingeschreven arbeidsmigranten in te voeren. We hebben daar twee bezwaren tegen.
Eén, waarom alleen bij arbeidsmigranten en niet bij alle bewoners die zonder geregistreerd te zijn ergens wonen? En twee, op deze manier maak je in feite het niet ingeschreven zijn legitiem. En het gaat er juist om dat mensen die niet ingeschreven zijn maar ingeschreven hadden moeten zijn zich inschrijven en op die manier bijdragen aan de voorzieningen van de stad. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Noldus, een interruptie.
40
De heer Noldus: Als ik mag, voorzitter. Want op zich, op dat laatste punt, kan het op zich ook legitiem zijn om niet ingeschreven te zijn. Dat heeft te maken met de termijn, hoelang je in ergens woont, of je je wel of niet moet inschrijven. Ons voorstel gaat juist uit van een prikkel om dat juist wel te doen, omdat dat allerlei voordelen heeft die volgens mij GroenLinks ook onderschrijft. En op het eerste punt van GroenLinks van de heer Van der Meer, ons voorstel ziet erop toe niet dat dit wordt ingevoerd, want dit is al ingevoerd. Volgens onze logiesverordening zou dit juist zo op deze manier moeten gaan. Maar we zien dat dat op dit moment niet wordt niet wordt uitgevoerd, zoals onze verordening die we zelf hier hebben vastgesteld in dit huis ons voorschrijft. En dan is de enige oproep die we daarin doen, wat we daar eerder in begrepen, voorzitter, is dat het praktisch belemmerend is omdat je niet zeker weet waar dat plaatsvindt, want je hebt ze niet in kaart. En juist met deze vergunningsplicht krijg je die wel in kaart. Op die manier kan je dat volgens ons in ieder geval heel praktisch doen en vraag je ook een goede bijdrage aan mensen om gebruik te maken van de voorzieningen in deze stad, die ze op een andere manier zouden betalen als ze ingeschreven zouden staan in de BRP, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Nog één wedervraag dan aan de heer Noldus. Namelijk, waarom geldt dat alleen voor arbeidsmigranten? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: In die zin geldt onze logiesverordening voor iedereen die overnacht in onze stad die niet ingeschreven staat in het BRP. Alleen wat we zien is dat de meeste andere toeristen of andere verhuur dermate kortstondig is dat het onder de grenzen zit. Alles rondom hotels, B&B’s, et cetera, wordt reeds geïnd. De verhuur van arbeidsmigranten is in ieder geval een doelgroep die wat langere periode woont en daarvoor ook in aanmerking zou komen. Maar als dat breder qua doelgroepen zou zijn, dan hoort dat ook onder de invulling van de logiesheffing. In die breedte kun je onze motie ook zien, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, voldoende beantwoord, de vraag? Dan ga ik naar Beter voor Dordt, de heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Een reactie ten aanzien van logiesheffing van de VVD. Die kunnen wij mij wat ons betreft ondersteunen, maar wel met een duidelijke duiding, voorzitter. Voor ons gaat deze motie niet over het aanwijzen van arbeidsmigranten als probleem. Arbeidsmigranten werken hier, zoals de VVD, dragen bij aan onze economie, betalen belasting. En het probleem zit niet bij hen, maar bij het systeem dat onvoldoende worden gehandhaafd.
En dat zegt u zelf ook in uw eigen motie. Wij steunen het principe dat bestaande regels eerlijk en consequent worden toegepast. Dat verhuurders en werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen. En ik voer toch maar een woord, alsjeblieft geen framing, dat wij-zij denken, maar handhaving van afspraken die al gemaakt zijn zou geen probleem moeten zijn. Dat is ten aanzien van de loonheffing van de VVD. Het amendement verhuurvergunning alleen voor verblijfsruimte en arbeidsmigranten van de VVD. We hebben kennisgenomen van het amendement. Het raakt in ieder geval de kern van de verhuurverordening aan de vraag hoe breed en hoe