2.1 2025.11.11 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Dus daar heeft het mee te maken. De voorzitter: Mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Voorzitter, in het kader van uw eerdere oproep om het gewoon nu wel even puur over de begroting te houden, wil ik het hierbij laten. Maar ik denk, als ik zo het antwoord beluister van de heer Van der Spoel, is dit gesprek nog niet klaar. En denk ik dat we daar veel dieper op in moeten gaan. Dus dank voor de ruimte, voorzitter. De voorzitter: Dank, mevrouw Pichel. Het woord is aan de heer Van der Meer voor een interruptie.
59
De heer Van der Meer: Hierop aansluitend. De heer Van der Spoel heeft net gepleit voor een toekomstgerichte discussie over, naar wat voor de stad willen we toe? En de vraag is daarbij ook denk ik, wat voor soort werkgelegenheid en wat voor soort industrie willen we hier aantrekken? Dus in dat kader zou je het ook moeten meenemen. Dus mijn vraag is, bent u het daar niet mee eens? En uw betoog over dat Trump het niet allemaal in handen moet hebben, dat houden we natuurlijk niet tegen door hier een munitiefabriek te creëren. De voorzitter: De heer Van der Spoel. Het is meer een statement dan een vraag, trouwens. De heer Van der Spoel: Ik weet niet zo goed wat ik hierop moet zeggen. De heer Van der Meer: De vraag is of u het er niet mee eens bent dat we het moeten hebben over, wat voor industrie willen we hier hebben? Wat voor in gelegen werkgelegenheid willen we hier hebben? De voorzitter: Maar de heer Van der Spoel dient een motie in met een hele concrete suggestie, dus volgens mij heeft hij er hele duidelijke ideeën over. De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten, voorzitter. Ik heb er een heel duidelijk idee over. Ik denk dat dit goed is voor ons Dordrecht en de Drechtsteden. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Van der Spoel. Het woord is aan mevrouw Pichel van de Fractie Pichel.
Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. De laatste in het rijtje. Ik hoop dat u nog een paar minuten wakker kunt blijven. Voor de pauze nog. Tijdens de perspectiefnota, dames en heren, was ik erg duidelijk over dat ik geen voorstander was van de gekozen besparingsstrategie. Het college koos voor een korte termijnstrategie met de welbekende kaasschaafmethode. En terwijl de rijksoverheid miljarden extra gaat uitgeven aan NAVO-gerelateerde uitgaven, moest de Dordtenaar gaan besparen. Binnen de gekozen strategie moet ik wel zeggen dat het resultaat positief is. De begroting is de komende jaren sluitend en met elkaar hebben we nagedacht over wat we echt belangrijk vinden. Ten alle tijde een goede exercitie. En toch wil ik graag aan u toelichten waarom ik de gekozen aanpak niet omarm. De berichtgeving werd ergens in 2024 voorzichtig geïntroduceerd via diverse kanalen. Van de gemeente moesten inwoners, instanties, medewerkers rekening houden met een ravijnjaar. We krijgen minder geld, dus we zullen moeten besparen. En kosten noch moeite werden bespaard om iedereen erop voor te bereiden. En ook de aanpak om de besparing te realiseren, werd met vele bijeenkomsten begeleid. Zoals ik al zei, kosten noch moeite werd bespaard. En voorzitter, of dit nou het doel was of niet, het resultaat van deze aanpak was een hoge mate van onzekerheid.
En onzekerheid over geld leidt tot angst voor de toekomst. En wat wetenschappelijk bekend is, is dat bij angst ons autonome zenuwstelsel overschakelt op de sympathische vecht- of vluchtreactie. Het lichaam wordt voorbereid op gevaar door middel van een verhoogde alertheid en een fysieke actie. En het lichaam krijgt dan een stressreactie, met een versnelde hartklopping, versnelde ademhaling en vrijkomende stresshormonen. En hierdoor reageert de mens niet meer rationeel. Als dit lang aanhoudt, dan kan het parasympatische systeem, wat normaal gesproken voor kalmte zorgt, niet effectief
60
terugschakelen. En dit kan dan weer leiden tot chronische stressklachten. De gemeente Dordrecht heeft haar inwoners, ondernemers en medewerkers ruim een jaar blootgesteld aan de niet zo onderbouwde wetenschap dat het geld op is en dat iedereen de broekriem aan moet trekken. En voorzitter, nou is er niks mis met kijken of we slimmer met geld om kunnen gaan. Maar dat is hier, en dat blijkt ook achteraf, niet aan de orde. En de gemeente heeft ook een zorgplicht. En ik zie dat niet alleen als een verantwoordelijkheid vertaald in beleid, maar ook in ons eigen gedrag. Hoe gaan wij met mensen om? Hoe reageren wij op situaties? En ik zou hier graag op willen reflecteren en wil de raad vragen om dat ook te doen. Alleen op deze manier krijgen we weer grip op Dordt. Graag dank ik de fracties voor de ingediende moties. Ik reageer graag op een paar moties. Ik heb ze niet allemaal hier opgeschreven. Een aantal vind ik er erg goed uitzien. Maar ik heb wel een aantal vragen of misschien opmerkingen. Bijvoorbeeld de motie van de VVD, de gerichte aanpak van fatbikeoverlast. De overlast erkennen we. Maar waarom de VVD dus kiest voor keihard aanpakken in plaats van de oorzaak aanpakken, is dit niet een kwestie van opvoeding in plaats van op deze manier handhaven? Wij hebben ook geleerd om netjes te fietsen.
Dat is ook ergens vandaan gekomen, toch? En net als bij opvoeden zien we meer resultaat van liefde en genegenheid in de jonge jaren dan de harde hand achteraf. Maar wellicht kan de VVD hier nog op reflecteren. Dan heb ik nog een vraag over de motie van GroenLinks, echt betaalbare woningen. Meer rekening houden met sociale koop als categorie in een woningbouwprogramma is zeker een goed idee. Los van de haalbaarheid van dit plan maak ik me meer zorgen over de hoogte van de hypotheek en het inkomen wat daarvoor nodig is. Bij een 300 duizend euro hypotheek moet men toch al snel denken aan een jaarinkomen van 70 duizend euro. Ook al komt deze categorie beschikbaar, bereiken we dan de sociale sector? Met andere woorden, bereiken we met deze motie wat GroenLinks ook echt beoogt? Ook eventueel een reflectie van GroenLinks. Als laatste heb ik een opmerking met betrekking tot de fractie van de heer Van der Spoel over de munitiefabriek. Ik heb daar net al een vraag over gesteld. Met betrekking tot deze motie kunnen wij ons ook echt vinden in het standpunt van SP. Vrede is te bereiken zonder te investeren in de wapenindustrie. En dan de opmerking van de heer Den Heijer van de VVD dat dit dan ten koste gaat van de werkgelegenheid.
Wat mij betreft is dat echt vergelijkbaar met een opmerking dat bijvoorbeeld een verkrachting kit de medische branche geld oplevert en dat we dan maar verkrachtingen moeten gaan aanmoedigen, want het levert ergens werkgelegenheid en omzet op. Als we dit soort redeneringen … De voorzitter: Stop. Dit vind ik echt een hele ongelukkige vergelijking. Daar moeten we heel zorgvuldig mee omgaan, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dat is precies wat ik hier ook ga zeggen, voorzitter. Want als we dit soort redeneringen gaan aanhangen, laten we de boel dan maar meteen opdoeken. Tot slot, wil ik iedereen voor het werk wat verzet is bedanken met betrekking tot de meerjarenbegroting. Het is toch maar weer gedaan en mijn complimenten daarvoor. De voorzitter: Dank, mevrouw Pichel. En dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. Dank voor uw geduld. Het college heeft slechts behoefte aan een hele korte schorsing. Om 18.00 uur hebben we de dinerpauze. Maar ik ga toch slechts schorsen voor tien minuten. Dat is voldoende. Maar dan kunnen we met de eerste termijn van het college al een sprintje trekken, voordat we om 18.00 uur met dinerpauze gaan. Ik vraag u ook echt om over tien minuten weer hier aanwezig te zijn. Dank u.
Willen de leden van de raad, de leden van het college en iedereen op de publieke de tribune weer gaan zitten? Even een halfuur, dan kunnen we wat meters
61
maken. Om 18.00 uur gaan we schorsen voor de dinerpauze. Mijnheer Katif, mijnheer Klerk, mevrouw Van Vugt, de voltallige VVD-fractie. Het woord is aan de wethouder van financiën, mijnheer Van der Kruijff. En de griffier laat mij weten dat het overzicht van moties en amendementen in de mail zit. Mijnheer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dank u wel. Daar gaan nogal wat bedragen over tafel. Om precies te zijn, stellen we vandaag een begroting vast van 901.000.000. Dat, dat maar duidelijk is. En dank voor de complimenten. De ambtelijke organisatie heeft dat vast al gehoord. We hebben er ook wel bestuurlijk op gestuurd, kan ik aangeven, want u heeft vaak gevraagd om een duidelijke, heldere, compacte leesbare begroting aan te leveren. Dat is dan blijkbaar goed gelukt. En dat is mooi en goed voor iedereen. Ik heb ook geen opmerkingen gehoord dat we de perspectiefnota niet goed vertaald zouden hebben, want dat is wel hoe het werkt. U heeft vlak voor de zomer de kaders meegegeven. Dat is uw recht als gemeenteraad. Het college heeft dat allemaal verwerkt en vandaag staat dat in de begroting conform uw eigen kader. En ook fijn dat, dat gelukt is. En het is ook wel mooi dat we daarmee, zonder al te veel ophef, nu in de stad toch 15.500.000 euro ombuigen.
Wat niet wil zeggen, dat beseffen we ons allemaal, dat er links en rechts geen pijn is van die ombuigingen. Want die is er wel. Dat is een verdeelvraagstuk, in dit geval, van de pijn van het ombuigen. Maar we hebben gedaan wat we afgesproken hebben. Geen onomkeerbare maatregelen, kwetsbare inwoners ontzien, publieke zakelijkheid toepassen, spreiding over de beleidsvelden. En dat vindt u allemaal in deze begroting terug. En fijn. Er waren nogal wat opmerkingen over participatie, dat is niet mijn portefeuille. Maar als we naar dit proces kijken, vinden we als college, maar ik heb het ook wel van u als raad eerder teruggehoord, dat we een goed proces hebben gelopen, in de stad consulteren, de stad meenemen, u meenemen naar dit product toe. Volgens ons hebben we dat netjes en goed gedaan. Voorzitter, er komen een aantal thema's bij meerdere woordvoeringen terug. Ik ga ze straks wel even langs, heel specifiek. Maar even generiek, het gaat over betaalbare woningen. Er komt sociale huur voorbij en er komt sociale koop voorbij. En we weten allemaal dat het heel ingewikkeld is om betaalbaar te bouwen. Want daar begint het wel. En om te beginnen bouwt ook de gemeente niet zelf. Het zijn anderen die bouwen. De wooncorporaties, dan wel de commerciële projectontwikkelaars. Dat is hoe het gaat. En er staat ook een amendement tussen die kijkt naar 5 procent sociale koop.
Dat hebben we pas gedaan. Dat heeft u ook goedgekeurd. Dat is bij het oude bibliotheekpand. Daar worden een aantal woningen toegevoegd, 4 woningen om precies te zijn, in deze categorie. En weet u wat dat kostte? En daar hebben we ja tegen gezegd met zijn allen, 600.000 euro. Besef u wel dat sociale koop en sociale huur ook veel geld vraagt om te realiseren. En daar zit precies de crux in de discussie die wij hier met elkaar hebben. We willen het allemaal wel heel graag, maar het kost ook heel veel. Laten we daar ook eerlijk over zijn. Het is niet altijd een kwestie van willen, maar het is ook vaak een kwestie van kunnen. De heer Damen: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: De prijs van woningbouw hangt vaak samen met de omvang van het woningbouwproject. Op het moment dat wij vier sociale koopwoningen realiseren, is dat altijd duurder dan wanneer je er vierhonderd realiseert. Daar zou ik graag de wethouder
62
wat meer over horen. En met name hoe je dan zorgt dat je grotere complexen sociale huur en sociale koopwoningen realiseert. De voorzitter: De wethouder mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat is wat we doen. We hebben recent het bestemmingsplan Maasterras vastgesteld met 25 procent sociale huur. Van meer dan 2000 woningen zijn er meer dan 500 sociale huurwoningen. En we hebben ons best gedaan, van voor tot achter, om daar geld met elkaar voor te vinden. Tot en met de Provincie aan toe, die dat ook hebben toegekend voor een aantal miljoenen. Dat is een voorbeeld. Op Middenzone, weet u, ligt er een voorstel. Daar heeft u ook mee ingestemd, om het ook daar te gaan realiseren. Als ik met de wooncorporaties … U doet zo, maar dat is de 30 procent norm die u zelf heeft meegegeven, die we daar gaan realiseren. De heer Damen: Voorzitter, als het mag? De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Maar de Middenzone is op dit moment, begrijp ik, een project dat ter discussie staat. De voorzitter: Wat is uw interruptie? De heer Damen: De wethouder verwijst naar een project, waarvan ik via andere bronnen hoor dat het ter discussie staat. De heer Van der Kruijff: Het afgesproken bouwprogramma gaat gerealiseerd worden met 30 procent sociale huur. En ik zie mijn collega naast mij, mijnheer Burggraaf, ja-knikken. Dan zijn wij het daar samen over eens dat, dat zo is.
De voorzitter: Helder. Gaat u door, alstublieft. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, en zo zijn er nog veel meer. Wij zitten regelmatig met wooncorporaties om tafel, Trivire en Woonbron, en zij lopen tegen hun grenzen aan van de investeringscapaciteit van wat wij aan ze vragen. Oftewel op een gegeven moment kunnen we niet meer, ook niet langjarig, dan dat wat we nu doen. Want ook daar is het een kwestie van financiën. Die komen niet allemaal bij de gemeente vandaan. Wees ervan overtuigd dat wij doen wat we kunnen om hier maximaal op te presteren. Geen gebrek aan wil, soms wel aan geld. Voorzitter, dat over wonen. Er is ook veel gevraagd, een paar keer voorbijgekomen, over armoede. Dordrecht is een van de steden, een van de gemeenten … De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Schalken.
63
De heer Schalken-den Hartog: Misschien voordat de wethouder van het kopje wonen weggaat, wij hadden ook nog een punt met betrekking tot collectief particulier opdrachtgeverschap. En iets met de Blijverslening en eventuele Verzilverlening. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Het collectief opdrachtgeverschap zal mijn collega mijnheer Burggraaf straks beantwoorden. Dat ga ik niet doen. De Blijverslening staat nog op mijn lijstje. Die had ik even niet onder het kopje wonen staan, maar hij komt aan de orde. U houdt hem tegoed. De voorzitter: De wethouder gaat door. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, wat betreft armoede is Dordrecht een van de gemeenten in Nederland waar breed gekeken wordt hoe ruimhartig armoedebeleid hier is. Laten we niet tegen elkaar zeggen dat we niet genoeg doen. En er kan altijd meer, want armoede is vreselijk. En het is waar dat we daar de middelen voor vier jaar beschikbaar hebben gesteld in het afgelopen politiek akkoord. Er zal bij de volgende perspectiefnota, die de volgende raad moet gaan vaststellen, over 2027 en daarna, nagedacht moeten worden hoe je dat weer, en of je dat wil, continueren. Maar het is geen vraag voor nu. Nu zijn de middelen er niet. Voorzitter, dat qua thema's. Ik wil de moties en amendementen langslopen die in mijn portefeuille zitten en daarna nog op een aantal vragen ingaan die gesteld zijn.
De heer Uysal: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Het klopt, en die erkenning en waardering hebben we ook uitgesproken richting het college, dat we deze periode ruimhartig hebben ingezet op het armoedebeleid. En ik snap ook de reactie van de wethouder dat de middelen voor nu ophouden en dat het aan de volgende raad is. Alleen, wat betekent dat voor de mensen die nu, op dit moment, die ondersteuning krijgen? Dat stopt. Maar hebben we daar een overzicht van, wat voor impact dat gaat hebben op die mensen? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, of het stopt, weten we niet, want dat gaat de volgende raad besluiten. En in de begroting staat dat we een heel aantal dingen nu incidenteel gefinancierd hebben en we hebben ook wat over reserves en afschrijvingen. Daar zijn allemaal vragen over gesteld. En in deze begroting is gezet dat we al die vragen meer structureel moeten gaan financieren. En ook u, en ook het college uiteraard, en u bent ook lid van deze coalitie, we hebben met elkaar ingestemd dit nu voor vier jaar aan middelen beschikbaar te stellen. Het is ook een vraag aan uzelf, waarom u dat voor vier jaar gedaan heeft. De voorzitter: Gaat u door.
64
De heer Van der Kruijff: Vanuit het college zijn we blij dat we het in deze periode volop kunnen doen. En we gaan zien na de verkiezingen, bij de volgende raad, hoe dat verder gaat. Voorzitter, ik loop even een aantal amendementen langs. Het amendement A1 van GroenLinks over de correctie van de formulering van de hondenbelasting. Dat klopt. Daar is een tekstueel foutje ingeslopen en dat corrigeert u hier helemaal. Daar kunnen wij prima mee uit de voeten. Voor geruststelling van iedereen, dat staat cijfermatig wel goed in de begroting. Het gaat puur om een tekstuele fout. Dan hebben we motie 6, over echt betaalbare woningen. Ik zei het net al even, de categorie sociale koop. Als je dat nu gaat besluiten, kost het nogal wat. Dat probeerde ik net aan te geven. Als je kijkt naar het dictum, kijk naar de categorie sociale koop, maak daar afspraken over, neem als een aparte categorie op in de monitoring, ga hier jaarlijks over informeren. Daar kunnen we mee uit de voeten, als de raad dat zou willen. Dat laat ik aan u. Maar er staat 1 bullet in het dictum, uit te gaan van minimaal 5 procent sociale koop. En zoals ik in de inleiding al probeerde te zeggen, dat heeft nogal financiële consequenties. Als u dat nu zomaar besluit, weten we niet wat we daar financieel mee zeggen. Het is wel een terechte vraag, of je het wil. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Toch even een interruptie daarop. Want de wethouder gaf aan, we hebben, in de oude bibliotheek, 4 woningen gerealiseerd. Maar dat is ook een beetje onze eigen afweging geweest, omdat wij als gemeenteraad wilden dat de bibliotheek in het nieuwe Dordthuis zou komen. En nu geeft u aan, maar dat heeft ons 600.000 euro gekost. Maar dat hebben we toch met elkaar zo gewild? En volgens mij zijn de afwegingen die we maken hier, politieke afwegingen. En waar wil je op inzetten en waar wil je, je geld aan uitgeven? De vergelijking met de bibliotheek vind ik een beetje onterecht op deze motie die we hier nu met GroenLinks samen indienen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, we hebben dat pand van de bibliotheek aangekocht. En dat heeft te maken met dat de bibliotheek verhuist. Het is niet zo dat we daarmee besloten hebben dat we daar woningen, in welke prijscategorie, in realiseren. Dat is een apart besluit van u geweest. Overigens ook in Amstelwijck, waar op dit moment veel woningen worden gerealiseerd, zijn met de raad afspraken gemaakt om te kijken naar hoeveel daar in de categorie rond de 300.000 euro tot 300.000 euro kan. Daar is nog geen uitsluitsel over, heb ik begrepen. Maar dat is wel in onderzoek. Er wordt wel naar gekeken, maar we hebben geen target over de stad op het moment.
Nogmaals, ik ga maar even verder in de beantwoording. Daar willen we graag naar kijken. Maar het advies is om dat te doen in 2026, als we ook een nieuw volkshuisvestingsprogramma voor Dordrecht moeten gaan vaststellen. Dan maken we de integrale afweging, dat zal de volgende raad worden, en dan kan dit allemaal volop mee afgewogen worden. Zowel gezien de marktvraag, de woningbehoefte als ook de financiën die daarbij horen. De voorzitter: Duidelijk. Gaat u door. Mijnheer Uysal, toch?
65
De heer Uysal: Toch een vraag, voorzitter. We hebben vragen gesteld aan het college om te sturen op sociale koop, omdat wij willen bouwen. Ook voor de jongeren en de starters. En we hebben het antwoord gekregen van het college dat de raad geen doelstelling heeft vastgesteld op sociale koop en dat zonder een beleidsmatige opdracht het geen zin en nut heeft om te sturen. Kortom, ze vragen om een percentage. Dat percentage krijgen ze nu. En ik vind het ook niet het recht van het college om te zeggen, hier gaan we wel of niet mee. Maar het is inderdaad een politieke keuze. Dat is uiteindelijk aan de raad of we dat wel of niet willen. En ik zou het ook wel waarderen van de wethouder om meer uit te gaan van de bouwen naar behoeften en doelgroepen in plaats van de kosten die daaraan verbonden zijn. Uiteindelijk zijn het politieke keuzes die we maken. En het klopt, daar zijn ook kosten aan verbonden. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het zijn inderdaad politieke keuzes. Het college ontraadt het. Niet om daar niet over na te denken, maar om dit mee te nemen in 2026 met de integrale discussie bij het samenstellen van het nieuwe volkshuisvestingsprogramma voor Dordrecht. Want dan kunt u het integraal afwegen. Er is ook een nieuw RIGO-onderzoek. U heeft het allemaal gehad, alle informatie. En dat gaat leiden tot een nieuw, wat nu de Woonvisie is, volkshuisvestingsprogramma.
En daar hoort deze vraag thuis. Het ligt zeker bij u, het is zeker een politieke vraag, maar wij vinden hem nu voortijdig. De voorzitter: En ik denk dat we met er elkaar ook even bij stil moeten staan dat we het college vragen om advies, maar uiteindelijk het oordeel wel is aan de raad, mijnheer Uysal. Mijnheer Hartmeijer nog of is het voldoende zo? De heer Hartmeijer: Een kleine vraag. Ik wil even wegblijven van de financiering. Maar in de motie staat ook een spreekt-uit-gedeelte waar GroenLinks dan vraagt om een categorie toe te voegen, sociale koop. We weten, bij betaalbare koop wordt de definitie vanuit het Rijk gebruikt en die rekt steeds op. Mijn vraag is meer, in dat volkshuisvestingsbeleid en in beleidsstukken, kan het college uit de voeten met die categorie? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Met de categorie kunnen we uit de voeten. Het percentage vinden we voortijdig, om dat nu vast te stellen. De voorzitter: Punt. Gaat u verder. De heer Den Heijer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik zou de wethouder graag een handreiking willen doen, omdat het politieke keuzes zijn, wat terecht gezegd wordt, maar een heel stevige, sterk financieel component hebben.
Zou de motie wel uitvoerbaar zijn als je bijvoorbeeld de relatie legt tussen de 30 procent norm en de creatie van 5 procent sociale koop, omdat die keuze eerder bij het Maasterras door het college ook is gemaakt? Dat je zegt, we gaan meer
66
sociale koop mogelijk maken, maar dan zou dat mogelijk ten koste kunnen gaan van sociale huur. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ook dat is een politieke afweging. En ook die vinden wij op dit moment voortijdig, want die moet u bij dezelfde discussie betrekken. Voorzitter, dan motie 8 Iedere Dordtenaar gratis lid van bibliotheek. Een vreselijk sympathie idee. Wel een heel ingewikkeld idee om de volgende redenen, we hebben bij de ombuigingen voor de bibliotheek 140.000 euro bezuiniging afgesproken. Zo staat het ook in deze meerjarenbegroting. De bibliotheek heeft heel veel betalende leden. Op het moment dat je het gratis maakt, gaan ze niet meer betalen. En we hebben het aan de bibliotheek teruggevraagd, dat zou voor de bibliotheek een inkomstenderving zijn van 350.000 euro per jaar. Op het moment dat je hiertoe besluit, dan kun je bij de ombuiging van 140.000 euro, 350.000 euro optellen, bij gelijkblijvende budgetten. Of u moet weer andere kredieten gaan vinden, maar dan ook wel langjarig. En dat zie ik hier ook niet als dekkingsvoorstel staan. Om die reden ontraden wij deze motie. We hebben wel toegezegd dat we in het tweede kwartaal van 2026, met de raad, integraal gaan kijken naar het bibliotheekwerk en alle afwegingen die daar te maken zijn. Ook gezien de ombuigingsmaatregelen.
Dan mag u dit altijd in discussie met de gemeente, met het college, met de bibliotheek betrekken. Maar doe het dan ook integraal en nu niet vooruitlopend daarop. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, als ik kijk naar de motie, dan lees ik in de overwegingen dat voor degenen die frequent lezen er in feite financieel niets verandert. Want men blijft 4 euro per maand betalen, oftewel 48 euro per jaar. En dat zit niet zo ver van het huidige tarief. Is de wethouder bang, want dat hoor ik hem zeggen, dat de frequente lezer dan in 1 keer niet meer frequent gaat lezen? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, deze wethouder is niet zo snel bang. We hebben aan de bibliotheek gevraagd wat het aan inkomstenderving zou betekenen. Daar kwam dit bedrag op terug. En tegelijkertijd kunt u er toch ook van uitgaan, als het gratis wordt, en dat is de bedoeling van deze motie, dat er meer mensen gaan lezen. Maar dat is dan ook niet gratis. De heer Oostenrijk: Voorzitter, wij zijn ook niet van gratis lezen. Maar er staat wel degelijk in de overwegingen dat de frequente lezer blijft betalen. In die zin, voor degenen die regelmatig bij de bieb komen, verandert er in feite financieel niets.
Ik blijf even vragen waar de berekening vandaan komt, die erop zou duiden dat alle gebruikers die nu regelmatig bij de bieb komen, in een keer niet meer gaan lezen. Dat verwondert mij. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff.
67
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, die aanname heb ik niet gedaan. Ik heb uitgerekend dat als de huidige betalende leden allemaal gratis zouden gaan lezen, dat het 350.000 euro aan derving oplevert. En vervolgens is het ook zo, als heel veel mensen extra zouden gaan lezen, die moet je vervolgens ook administreren. Daar moet je voorzieningen voor hebben, omdat het ook weer extra kosten met zich meebrengt. Deze motie komt zo kort naar voren. Ik denk niet dat de bibliotheek dit nu allemaal al tot achter de komma heeft doorgerekend. Vandaar ook het advies van het college, neem dit mee bij het integrale gesprek wat we in het tweede kwartaal van 2026 in de commissie gaan voeren. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, de wethouder adviseert wat in de motie staat. Wij vragen in de motie om een onderzoek. Niet om deze regeling nu in te voeren, maar om een onderzoek te doen naar de voors-en-tegens van die regeling. Wij denken dat het college dat beter kan dan wanneer de raad dat collectief gaat doen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als u daarmee kunt leven. Want we gaan toch in het tweede kwartaal van 2026 integraal kijken naar de ombuiging van 140.000 euro en wat dat betekent voor de bibliotheek.
En u zegt, neem dat hele pakket aan opties en wat dat betekent ook eens mee, gratis of zoals u het voorstelt en mijnheer Oostenrijk het net verwoord, in de totale presentatie, dan willen we dat graag doen. En dan ook beslissen. Dan doen we het op die manier. Dat lijkt me heel praktisch. De voorzitter: Gaat u vooral door. Mijnheer Schalken nog. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. In aanvulling op wat net gezegd is. Ik weet niet of dat zo is, maar is het een idee om het mee te nemen bij de gebruikers van de Dordtpas bijvoorbeeld? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat is een uitvoeringsvraag, hoe je het vervolgens doet. De eerste vraag is of je het doet, maar uiteraard komt de hoe-vraag daarachter vandaan. De voorzitter: Ik denk dat er al een mooie handreiking vanuit het college ligt, hoe met de motie om te gaan. En volgens mij geeft dat al wel wat rust. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dan hebben we nog een abonnement van de SP over het aanbieden van afval geen onderdeel te laten zijn van de afvalstoffenheffing. Het was een ombuigingsvoorstel om het wel te doen. Dat is bij de perspectiefnota ook zo gehonoreerd en hier ook uitgevoerd. Op het moment dat je het weer terugdraait, moet je het geld, zo wordt voorgesteld, bij de GR vandaan halen. Die dekking, zoals die er nu staat, is dan voor een jaar.
Dat zou je blijvend moeten doen. Zo kan dat niet richting de GR, want ook de GR is bezig om de personeelskosten realistischer te begroten. Ook dat hoort bij het hele ombuigingspakket, dat de GR realistischer gaat begroten. Dit is geen meerjarige dekking daarvoor. En ook de aanname dat er dan niet voor betaald wordt, dan gaan we uit de OZB of op andere manieren betalen. Maar hoe je het ook wendt of
68
keert, deze activiteit gaat door de bewoners betaald worden. De vraag is via welke post. En wij stellen voor, en we ontraden deze motie, vast te houden aan de totaalafweging die we bij de perspectiefnota hebben gemaakt daarin. Dit amendement ontraden we daarom. De voorzitter: Dank, mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb, zie ik, nog twee minuten. Nog een paar punten waar ik even op in wil gaan, waar geen moties, amendementen of vragen over waren. Eentje was de Verzilverlening. Daar vroeg Beter voor Dordt naar. Ik houd het maar even heel kort. Dat kun je overwegen. Het kan ook bij banken, maar het kan ook via de SVn. Het voordeel is wel dat je gaat zeggen, ouderen kunnen daarmee langer thuis blijven wonen, wooncomfort, verduurzaming, zorg et cetera betalen. Dat is het voordeel. Het nadeel is, het is echt een afweging, daar moeten we het misschien nog een keer over hebben, dat het ook wel minder geschikt is bij wat wij beogen qua doorstroming. Want op het moment dat je maar investeert, dat mensen thuis blijven wonen, hebben we, daar heeft u ook vaak om gevraagd, zorg dat er doorstroming is op de woningmarkt, dan moet je niet maximaal faciliteren, zodat niet iedereen op dezelfde plek blijft wonen. Dat gesprek vraagt meer nuance, denk ik, maar u stelde er een vraag over. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Even over die Verzilverlening, want daar heeft de VSP in het verleden best wel een punt van gemaakt. Alleen, u zegt nu dat willen we niet, want we moeten zorgen dat die doorstroming op gang komt. Die doorstroming is er voorlopig nog niet. De mensen die hun huis netjes afbetaald hebben, dat geld zit in die stenen. Maar door een Verzilverlening uit dat huis te halen, kan je ook zeggen dat ze economisch weer dingen uit gaan geven. En of dat is aan een vakantie of een trapleuning of iets anders, ik zou toch graag willen, de oproep die ook Beter voor Dordt doet, om nog eens een keer goed naar die Verzilverlening te kijken, want het wordt ook vanuit de VNG heel erg gepromoot. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, overigens werd ik verkeerd geciteerd. Ik heb niet gezegd dat je niet moet doen. Ik heb gezegd dat er een dilemma in zit met voors-entegens, die je goed moet afwegen. Dat is wat anders dan dat we daartegen zijn. En dat gesprek moeten we nog maar eens goed voeren. En ook de vraag of de gemeente dat moet doen via de SVn of dat het ook via de bank kan. Want ook diverse commerciële banken bieden een verzilverhypotheek, zo heet dat dan, aan. Maar dat komt in op hetzelfde neer. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Toch heel even hierop terugkomend, want het gaat hier met name toch vaak over de mensen die al wat ouder zijn en echt een steentje bij hebben gedragen aan deze stad en de economie. De SVn en nog een organisatie promoten dit juist en dat de mensen die Verzilverlening af kunnen sluiten zonder rente te betalen. Die betalen ze pas
69
achteraf, als ze gaan verhuizen of komen te overlijden. Nogmaals, ik denk dat we hier toch op korte termijn eens een keer een boom over op moeten zetten. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat kan heel goed. Het staat u geheel vrij om dat een keer te agenderen en dan gaan we het daarover hebben. Ik zei al, het vergt een gesprek. Het heeft voor-en-tegens en uw pleidooi is helder. Voorzitter, nog een paar andere punten. Gewoon Dordt, mevrouw Koene, vroeg naar de afhandeling van haar motie over laaggeletterdheid. Ik heb dat ondertussen nog eens even nagevraagd. Dat komt deze maand nog bij mij over de tafel. En dat staat nu gepland voor begin december, dan halen we het nog net in de herfst, richting de raad. Dat zit er aan te komen. Er waren nog wat vragen, ook vanuit DENK, over scherpe begroting. Hoe dat zit bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Daar zitten inderdaad vragen achter. We hebben nu een meerjarenbegroting gemaakt. En voor heel veel van die maatregelen die daarin staan en hoe die gaan uitpakken, hebben we ook gezegd dat we in 2026, 2027 en 2028 de raad blijven rapporteren over wat de effecten daarvan zijn. En daar zullen we dit in meenemen. Weet dat inhoudelijk dit beleid ook wel gestoeld is op uw eigen oproep vanuit de raad om voor beschermd wonen en opvang veel meer te gaan doen. En ook in de regio.
Als regiovoorzitter van beschermd wonen en opvang ben ik heel hard aan het pushen in de regio, dat zij ook dingen gaan realiseren. Maar dat betekent ook dat geld uitgegeven wordt en niet meer in overschotten beland. Dat is daar aan de hand. Voorzitter, nog een punt. Er was wat spraakverwarring, wat mij betreft, over de leegstandsverordening. Die komt ook nog dit jaar naar u toe. Maar die betreft wel de leegstand van onroerend goed met de bestemming wonen. En de motie van ChristenUnie/SGP gaat vooral over de leegstand van onroerend zakelijk goed. Dat is echt een andere categorie onroerend goed. En daar zal wethouder Burggraaf straks in de beantwoording op ingaan. En dan heb ik nog een punt. Dan ben ik klaar, voorzitter. Dat gaat over de witgoedregeling. Daar zijn wat opties op vanuit gelden die er vanuit Duurzaamheid zijn. Dat zal collega De Jonge straks in haar beantwoording meenemen, omdat daar wellicht mogelijkheden zitten qua financiering, die gewenst wordt. Dat was het, voorzitter. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik weet niet of ik het gemist heb, maar ik had ook nog gevraagd naar of er al zicht was op de kostendekkendheid van de leges. De vraag die ik gesteld heb voor de perspectiefnota, daar heb ik nog geen reactie op. En dat zou ook in het najaar zijn. Dat is het.
De heer Van der Kruijff: U heeft mij er tussentijds ook nog weleens aan herinnerd. En ik weet dat er ook aan gewerkt wordt. Ik heb ondertussen, moet ik eerlijk zeggen, op dit moment ook het antwoord nog niet bij me. Behalve dat ik weet dat eraan gewerkt wordt, maar daar vroeg u niet naar. Ik hoop dat ik voor de tweede termijn het antwoord nog kan vinden en dan vertel ik het u dan.
70
De voorzitter: Hartstikke goed. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik weet niet of het bij deze wethouder ligt. Ik had nog twee andere vragen, naast de vraag die zojuist is beantwoord. Over de ombuigingen, waar Essenhof eventueel bijgezet kon worden. Om het te blijven monitoren. En de tweede vraag was over de personeelskosten. Daar had ik volgens mij ook een vraag over gesteld. Dat er in de afgelopen tijd minder prioriteit werd gesteld. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de afdeling Personeel valt onder collega Merx. Ik neem aan dat hij straks over personeelskosten antwoord kan geven op uw vragen. En wat betreft de Essenhof, we hebben met elkaar afgesproken, en ook de lijst vastgesteld, welke ombuigingen we specifiek gaan monitoren qua maatschappelijk effect. Als college hebben we ook ingeschat, maar die lijst heeft u hierin gezien en overgenomen, dat wij denken dat de bezuiniging, de ombuiging, op de Essenhof geen groot maatschappelijk effect heeft. Wel een financieel effect, maar geen groot maatschappelijk effect. Daarom staat hij niet in die lijst. U krijgt wel altijd, dat hebben we ook beloofd, een reguliere financiële monitorings- en terugkoppelingenrapportage over hoe het gaat met de ombuigingen en of ze gehaald zijn en of daar problemen bij zijn. En daar wordt het in meegenomen.
Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Maar dan geef ik de wethouder toch nog een ding mee. Want we hebben het ook even over de Essenhof. Er zijn ook wat problemen bij de Essenhof, maar dat vinden wij helemaal nergens terug in de begroting. Misschien dat u daar ook even op kan reflecteren? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb best een grote portefeuille, maar Essenhof zit daar net niet in. Ook die zit bij collega Merx. Wellicht dat hij daarop kan ingaan. De voorzitter: Volgens mij zijn we aan het einde van de eerste termijn van de wethouder van financiën en komen we precies op de dinerpauze. Dat betekent dat ik de vergadering schors tot 20.00 uur. En dat de overige wethouders, voor hun eerste termijn, om 20.00 uur aan bod komen. En ik nodig u dan ook allemaal uit om, om 20.00 uur hier weer aanwezig te zijn. De vergadering is geschorst. Dames en heren, ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden om hun plekken in te nemen. Ik mis nog de voltallige VVD-fractie, wederom. En ik geef het woord aan de eerste locoburgemeester, wethouder Maarten Burggraaf, voor de eerste termijn van het college. Mijnheer Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb 2 moties waar ik op in zal gaan.
Die gaat over Proactiviteit voor transformatiebeleid en het tweede is Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. En een paar losse vragen zal ik daarna beantwoorden. De moties gaan over de woningbouwopgave. Ik heb daar ook een aantal partijen over gehoord. Onder andere de vraag van de Partij van de Arbeid of het college wel de woningnood op
71
wil lossen. Voorzitter, dat is waar we deze periode heel hard aan hebben gewerkt. En dat is ook de reden dat we inmiddels ruim 10.700 woningen in planvoorraad hebben en 129 plannen hebben liggen om woningen te realiseren en we er alles aan doen om dat ook zo snel mogelijk te kunnen laten plaatsvinden. En de Partij voor de Dieren stelde daarbij de vraag, en hoe zit dat dan met die groei van inwoners? Want, voorzitter, het college, en u als raad en destijds voor de agenda 2030, heeft als doelstelling meegegeven om te groeien als stad en om daar een aantal … De heer Damen: Voorzitter? De voorzitter: Jullie hebben ook gelijk. VVD-fractie, als jullie dan te laat komen, doe het een beetje rustig. Iedereen zit op tijd klaar. De heer Damen: Interruptie. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, wat ik niet gehoord heb van de wethouder, en dat lag niet aan het lawaai, is op welke termijn die harde planvoorraad ook wordt ingevuld. Gebeurt dat in vier jaar, in acht jaar, in tien jaar? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is afhankelijk van het plan. Er is genoeg harde planvoorraad. We nemen bijvoorbeeld de transformatie van de V&D, die morgen al zou kunnen plaatsvinden. U heeft onlangs, voor de zomer, 2.000 woningen bij het Maasterras aan de planvoorraad toegevoegd.
Maar daarvan weet u, daar kunnen we pas in 2030 de eerste paal de grond in laten gaan. Het ene project gaat sneller dan het andere. Het ene heeft meer voorbereiding nodig dan het ander. En het is ook zo dat er in de tussentijd nog, via de verdichtingsstudie onder andere, continu weer nieuwe planvoorraad wordt toegevoegd. En wij zullen in ieder geval alles in het werk stellen om te zorgen dat ook voor de realisatie partijen gefaciliteerd worden om daar zo snel mogelijk op te kunnen draaien. Voorzitter, ik ging naar de vraag van de Partij voor de Dieren. De voorzitter: Wacht even, wethouder. U heeft nog een interruptie van mijnheer Damen. De heer Damen: Graag had ik nog van de wethouder een toezegging gehad om een lijst te produceren dat enigszins een indicatie geeft van wanneer ongeveer hoeveel woningen waar worden gerealiseerd. Want dit is volstrekt onzeker. Er is een hard planvoorraad, maar het is nu, in uw antwoord, volkomen onduidelijk wanneer wat gebouwd gaat worden. En dat vind ik niet zo'n hard planvoorraad. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, de woningbouwmonitor ligt bij uw raad. Daar heeft u al een commissievergadering over gehad. Binnenkort gaat u daar ook met een aantal partijen van buiten, corporaties, ontwikkelaars et cetera, weer een sessie over hebben. Ik denk dat we er daarna, in de commissie, met elkaar over zullen spreken.
En dan kunnen we ook op de specifieke bouwlocaties nog wat nader ingaan en u aangeven
72
welke aantallen daar zitten en hoe dat ongeveer in de planning zit. Dat is denk ik nu iets te veel detail voor in deze raadsvergadering. Maar daar kan ik dan zeker wat meer beeld en geluid bij geven. En tegelijkertijd is het ook altijd zo dat het ook afhankelijk is van marktpartijen, de afnamesnelheid et cetera. Maar volgens mij is dat ook niet waar u naar vraagt. Ik stel voor dat we daar in de commissie nog wat dieper op ingaan. Voorzitter, als het gaat om de groei van de stad, u heeft hele duidelijke aantallen meegegeven als het ging om de 10.000, later geamendeerd met nog eens een keer 1.000, 11.000 woningen bouwen. U heeft heel duidelijk aangegeven hoeveel banen erbij gecreëerd zouden moeten worden. En daarnaast zat er een principe van groei van de stad bij. Het is nooit zo geweest dat een doelstelling was, het moet precies 140.000 inwoners zijn. Het moet resulteren in een groei van de stad. Want dat is wel degelijk nodig om te zorgen dat u bijvoorbeeld niet meer dan de 15.000.000 euro die u nu moet bezuinigen, moet gaan bezuinigen of voorzieningen in stand kan houden. De groei die sinds het begin van de agenda 2030 is bewerkstelligd, heeft erin geresulteerd dat we inmiddels 5.000.000 euro, structureel, meer inkomsten hebben in de begroting. Als je niet groeit, heb je vervolgens nog meer pijnlijke keuzes te maken in de stad.
Dan voorzitter, als het gaat om de motie Proactiviteit voor transformatiebeleid, ik ben blij met de motie, want geeft de gelegenheid om even aan te geven hoe we daarin staan als stad. Als we naar de statistieken kijken, u geeft zelf al aan, de Rijksoverheid streeft ernaar om 15 procent van de totale woningbouwopgave via transformatie te realiseren. In Dordrecht was dat in 2019 16 procent, in 2020 20 procent, in 2022 27 procent, oftewel er wordt enorm veel getransformeerd. We staan in de lijst van de top 30 van gemeentes in het land met de hoeveelheid transformatie van bestaande gebouwen. We hebben van de 130.000 vierkante meter kantoorruimte in de stad, zo meteen getransformeerd naar 40.000 vierkante meter. Er is bijna 100.000 vierkante meter getransformeerd van kantoor naar woning. En onthoudt dan dat je naast wonen ook een economische opgave hebt. We hebben inmiddels nog maar 3,9 procent leegstand in de kantoren, terwijl 5 procent gezond is. We hebben tussen 2024 en 2035, blijkt uit een rapport, de noodzaak om 16.300 vierkante meter nieuwe kantoorruimte toe te voegen, 19.300 vierkante meter te vernieuwen, oftewel de economische opgave vraagt ook om ruimte. En tegelijkertijd, als je kijkt naar de transformatie, vindt die in volle vaart plaats. Mijnheer De Heer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Heer.
De heer De Heer: Zonder over te komen alsof ik het antwoord van de wethouder niet wil wachten, maar ik ben heel nieuwsgierig. Want ik heb een technische vraag gesteld bij de begroting, waarbij wij stellen, welke inzet levert de gemeente Dordrecht het komend jaar om te onderzoeken welke leegstaande kantoorgebouwen, in dit geval specifiek kantoorgebouwen, je kunt het breder trekken, voor de toekomst gebruikt kunnen worden voor wonen? En daarin reageert het college heel duidelijk dat we het overlaten aan de markt. En dat was ook wel ons haakje om te zeggen, maar in deze tijd waarin we echt alles op alles moeten zetten, zeker voor onze stad Dordrecht, want we kunnen het vergelijken met andere gemeenten, maar wij leven hier op een eiland, waarin we met elkaar zeggen, we willen die polders groen houden zoveel als dat kan, dat betekent dat we een keiharde verdichtingsopgave hebben, dat we ook alle mogelijkheden moeten benutten. En dan vind ik het, als ik het antwoord lees, toch wel heel passief dat daar
73
staat, we laten het initiatief aan de markt. Ik vind het mooi om te horen, waar ik ook al een stukje in de beantwoording had gelezen, dat we veel doen in Dordrecht, maar we moeten ook alles op alles zetten. Hoe kijkt de wethouder daarnaar in relatie tot de oproep die wij doen in de motie? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik vind het spijtig dat kennelijk in de beantwoording het beeld is ontstaan dat wij als gemeente daar niet proactief in bezig zijn. Want het antwoord is tweeledig. 1, de markt is daar zeer proactief in. En 2, de gemeente heeft een instrumentenbox die daar ook al heel proactief in is. Ik heb eens even het Transformatie en ruimtelijk beleid erbij gezocht. Dat is wat het Rijk als handleiding meegeeft aan gemeentes. Deze zegt, als u dat doet, dan ben je een modelkind. Dan doe je het echt perfect in het land. Dan zeggen ze als eerste, geef het goede voorbeeld door zelf te transformeren. Voorzitter, dat hebben we gedaan. Het regionaal kantoor aan het Energieplein is is destijds uitgegeven met het verzoek om dat te transformeren. En daar zijn 65 woningen bijgekomen. De bibliotheek heeft u onlangs gekocht, met een herontwikkelingsprofiel. Dat heeft u vandaag vastgesteld. En dan hebben we niet alleen gezegd, er moet een maatschappelijke functie bij komen, er komen ook 14 appartementen, 14 woningen, in de stad terug, waarvan 4 sociale koop.
Daar geven we het goede voorbeeld. Ze zeggen vervolgens als tweede, stimuleer marktpartijen in het ruimtelijk beleid. U heeft onlangs een omgevingsvisie vastgesteld, waarvan u heeft gezegd de Struyk Verwo-locatie, ga daar even hard onderzoeken om voor 2034 al te kijken wat daar de transformatiemogelijkheden zijn. Precies een voorbeeld wat het Rijk ook zegt. Dat moet je als gemeente doen, dan handel je proactief. Met de verdichtingsstudies heeft u de uitgangspunten aan de marktpartijen gegeven, waardoor ze precies weten, als wij hier gaan ontwikkelen, dan krijgen we een gemeente aan onze zijde, die meewerkt. Waarbij de capaciteit bij de markt gebruikt wordt, niet bij de gemeente. Want dat zorgt ook voor snelheid. Vaak zit daar namelijk de vertragende factor. Een interne organisatie begeleidt, dat doen we met de NMI-locatie die nu getransformeerd wordt, een leegstaand pand naar woningen. De Burgraadt-locatie aan het station, waar onlangs nog 30 woningen zijn getransformeerd en we de marktpartij goed hebben kunnen begeleiden. Het zegt, verbindt partijen goed. Gebruik de kruimelgevallenregeling. Dat hebben we gedaan. Ga bij winkelleegstand transformeren naar een florerend centrum. Als ik kijk naar de cijfers, dan zitten wij met het leegstandscijfer op het Nederlands gemiddelde en kan ik voorbeelden noemen van transformatie, zoals de V&D met 108 woningen.
En zo kan ik ook nog weer een hele lijst in het centrum opnoemen, oftewel er is al sprake van volle kracht vooruit. De heer Uysal: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Er komt geen eind aan de antwoorden van de wethouder. Ik probeer geduldig te wachten. Een vraag aan de wethouder is, er staan al een heleboel partijen op deze motie. Hett is voor deze partijen, maar ik denk ook voor de rest van de partijen, echt een doorn in het oog om in tijden van woningnood kantoorgebouwen leeg te zien staan. En ik hoor van de wethouder van een heleboel dingen die in deze motie zijn
74
opgenomen, dat het college daar al voortvarend mee aan de slag is gegaan en dat nog steeds doet. Kan de wethouder deze motie dan ook beschouwen als een extra steuntje in de rug? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, het zal duidelijk zijn dat de urgentie die u voelt en het ongeduld dat u heeft, dat u daar het college geheel aan uw zijde vindt. U zult ook merken aan mijn reactie dat het college zegt, volgens mij hebben we nog even een beeld bij te stellen. Want als je die motie leest, dan lijkt het alsof we daar in Dordrecht een beetje in de leunstoel zitten en andere gemeentes ons voorbijstreven en dat de kansen blijven liggen. Ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat, dat absoluut niet het geval is in onze gemeente. De heer De Heer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ik vind het heel goed om te horen. En ik hoor ook de wethouder heel gepassioneerd praten over alles wat er is gerealiseerd. Ik denk dat het ook heel goed is dat hij dat hier deelt, want misschien is dat een stukje blinde vlek. Deels ook het resultaat van de beantwoording van de vragen die zijn gesteld. Die zijn ook daar opgesteld en die hebben wij tot ons genomen. Daar verhouden wij ons toe. En tegelijkertijd, denk ik, als ik de wethouder hoor zeggen, we zitten in die top 30, misschien mogen we daar ook ambitieus in zijn.
Het is mooi om te zeggen dat we in de top 30 staan. Misschien kunnen we nog wel doorstoten naar die top 20 of top 10, omdat we ook een gigantische opgave hier hebben, op ons eiland, en dat we daardoor ook wel die ambitie ook mogen scherpstellen. Dat doen we met een motie die deels aansluit bij het bestaand beleid en bij de ambitie die de wethouder ook uitspreekt. Maar ik hoop, zoals mijnheer Uysal ook zegt, dat hij op die manier kan worden ontvangen. Dat we aansluiten bij wat er al gebeurt. Maar tegelijkertijd ook een extra oproep om ons als raad daar wat meer in mee te nemen, omdat dat misschien ook iets is wat we te weinig hebben gehoord. En tegelijkertijd om die ambitie op scherp te stellen de komende tijd. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, twee dingen. Een, waarom het college moeite heeft met deze motie, is de balans tussen de economische opgave die er in de stad zit, en waar je ook ruimte voor hebt, te reserveren op ons eiland en waar je ook echt zuinig op moet zijn. Dat is uw doelstelling van de banen. En daar is, onder andere op de dienstverlening, wel werk aan de winkel. En wat ik heb geschetst, die voorraad is al enorm getransformeerd in onze stad. Dat element vindt het college erg belangrijk om hier even te benadrukken. En dat er niet zo meteen een ander signaal gaat ontstaan, want dan ga je met die andere opgaven ook in de knel komen.
Dan het andere aspect als het gaat om je transformatiekansen en het inzicht daarin. Wat deze motie dan weer oproept is een apart de verkenning, een apart rapport voorleggen aan de raad. Dan zou ik u willen oproepen, benadruk dat u die transformatie belangrijk vindt, dat u dat inzichtelijk wil
75
hebben en koppel dat dan aan de bestaande monitoringsinstrumenten die we hebben. En dat is twee keer per jaar de woningbouwmonitor, die na uw raad komt. En vraag ons dan om daarin expliciet ook aan te geven hoe het loopt. Naast alleen nieuwbouw, ook hoe het gaat op transformatievlak. Want als u verder vraagt, noem de mogelijk stimulerende ondersteuningsinstrumenten, ik heb ze al genoemd. Die zijn er. Die hebben we allemaal. Daar handelen we al naar. En anders bent u onze organisatie weer opnieuw aan het werk aan het zetten om dingen te doen die ze ook kunnen besteden om juist buiten te gaan helpen om woningbouwplannen sneller van de kant te trekken. De heer De Heer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik heb de afgelopen jaren wel vaker van wethouders teruggehoord, maar ambtelijke capaciteit. Ik denk dat het in dit geval mooi is om te horen dat, dat werk voor een groot deel al is gebeurd, maar dat we als raad er misschien nog een onvoldoende in mee zijn genomen. Als heel veel van dat voorwerk waar wij vragen in de motie al is gedaan, dan denk ik dat het ook, wat dat betreft, een relatief kleine inzet is om ons er op een laat moment dan in mee te nemen. Tegelijkertijd besef ik me ook dat ik de passie van deze wethouder enorm waardeer op dit thema, in deze collegeperiode. En tegelijkertijd weten we ook niet hoe dat straks weer is.
Ik denk ook dat deze motie zegt, hartstikke goed dat we op deze manier bezig zijn. Laten we dat ook op deze manier doorzetten en breng ons op de hoogte en up to speed met wat we allemaal nu al voor goeds aan het doen zijn. De voorzitter: Ik hoor geen nieuwe vraag, wethouder. De heer Burggraaf: Ik ook niet, voorzitter. Dan ga ik door naar de motie Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, de tweede motie. Die vraagt om te kijken hoe, specifiek voor jongeren, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap nog zou kunnen helpen om wel woningen te kunnen realiseren en te kunnen versnellen. Voorzitter, de ervaring van de gemeente, en dat hebben we volgens mij de vorige periode al een keer aan u teruggekoppeld, is dat het rondom Collectief Particulier Opdrachtgeverschap juist eerder een vertragende factor is, dan een versnellende factor. Het kost veel tijd om kopers te begeleiden die iets gaan bouwen wat niet hun dagelijkse ding is. Het werkt vaak vertragend en het is vaak een stuk kostbaarder. En de vraag is, als je het specifiek over de doelgroep jongeren hebt, of dat het direct daar veel voor oplevert.
Want je zal het ook bij die projecten zien, de kritische succesfactor daarvoor is, ben je bereid om dan grond lager aan te bieden voor die doelgroep? En hoe ga je dan vervolgens om met, wanneer die woning eenmaal is betrokken voor een lagere prijs en daarna weer verkocht wordt, de grondwaarden die dan wel weer op de gewone marktwaarde zit. Je bent dan uiteindelijk een stuk aan het subsidiëren. En hoe hou je dan zo'n woning in de betaalbare categorieën? Dat is de reden dat wij deze motie willen ontraden. Dan had ik nog wat losse vragen, voorzitter. Dat was van de ChristenUnie/SGP. Hoe staat het met de Joodse historische verbinding en de kunst op de Grote Markt? U bent in de RIB, volgens mij vorige maand in de raad heeft u die ter kennisgeving aangenomen, al geïnformeerd dat daar een raadsvoorstel voor komt in het vierde kwartaal van dit jaar. Die is nog niet voorbij. Die komt uw kant op. Gewoon Dordt vroeg wat de definitie van een kernwinkelgebied is. Die staat op pagina 16 van het toekomstbeeld van de binnenstad.
76
Dan ziet u in blauw aangegeven wat het kernwinkelgebied is. Uw betoog deed mij vermoeden dat u vooral de vraag heeft, maar dan de aanloopstraten, heb je daar een duidelijk beeld bij? Daar zijn een intensieve jaargesprekken tussen vastgoed en de ondernemers, POBD, geweest en zij hebben met elkaar een balans kunnen vinden hoe dan een gezonde aanloopstraat eruitziet. En dan zijn we inmiddels op het punt dat we dat vervolgens in onze beleidskaders kunnen doorvertalen. Er was nog een vraag over het waterevent. De voorzitter: U bent bijna door uw tijd heen. De heer Burggraaf: Ik heb nog maar nog maar twee. Ik ben er zo doorheen. Daar zal mijn collega mijnheer Van der Linden ook nog wat meer over kunnen vertellen. Het event is niet zozeer bedoeld als zijnde, daarmee krijgen we een veilig eiland, als wel evenementen verbinden mensen. En dat levert het op, je leert elkaar beter kennen. En rond het thema water kan het wel tot meer bewustwording leiden. En dan tot slot, de Grote Markt. Dat was nog de vraag van Op Ons Eiland. Daar bent u ook vorige maand in de RIB over geïnformeerd. Er is een onrendabele top, maar daar gaan we over spreken op het moment dat we eraan toe zijn om daar een voorbereidingskrediet voor aan te vragen. En daar hebben we ook over geïnformeerd. De keuze was om eerst een Steegoversloot garage te gaan ontwikkelen. Daar heeft u een voorbereidingskrediet voor gegeven.
Want als die er is, dan geeft dat de parkeercapaciteit, waarmee je de capaciteit op de Grote Markt tijdens de verbouwing kan opvangen. Dat is de reden dat die twee op elkaar volgend zijn. En daar zit verder niks anders achter. De ambitie die u daar heeft vastgelegd, die geldt nog steeds, dat ook de Grote Markt naar de Steegoversloot garage wordt gericht. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ter verduidelijking, ik heb de antwoorden van het college gezien op de technische vragen. Daarin heb ik gelezen dat de volgende raad een definitieve beslissing neemt. Maar dat heb ik wel goed gelezen? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Dat klopt, want u heeft nu een voorbereidingskrediet voor de Steegoversloot verstrekt, die oproept om voor de zomer nog duidelijkheid te geven over hoe het definitief ontwerp eruit gaat zien. En dan weet je ook de timing van de Steegoversloot garage. Wanneer kan je hem gerealiseerd hebben? En pas dan weet je ook wat daaropvolgend je bouwstroom voor de Grote Markt kan zijn. En dan verwacht ik dat het ons niet meer gaat lukken om het nog voor maart dit jaar te hebben. Maar dat heeft alleen maar te maken met dat er toevallig net een verkiezing in dat schema tussen valt. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Ik weet het niet zeker, maar ik had het idee dat ik wellicht van mijnheer Burggraaf een antwoord zou krijgen op de 1.700.0000 euro voor de BOVO.
77
De heer Burggraaf: Dat klopt, voorzitter. Excuus, door mijn tijdsgebrek was ik die weer vergeten. En dat ging over de 1.700.000 miljoen voor het stadion van FC Dordrecht. Reserve voor de infra, waarvan u constateert, dat is inmiddels zoveel jaar geleden gereserveerd, toen was die 1.700.000 euro een stuk meer waard dan het tegenwoordig is. Dat is een feit en daar kunnen wij niets aan veranderen om dat bedrag ineens meer te maken. Anders dan dat u in de startnotitie voor de Krommedijk ook heeft aangegeven aan ons van, ga met FC Dordrecht constructief in gesprek en kijk welke plannen zij hebben en hoe die inpasbaar zijn of hoe die passen met de ontwikkeling van je stadspark daar of je Sportpark. En misschien ontstaan daar koppelkansen en winkansen, waardoor je uiteindelijk investeringsbedragen op die manier wat dubbel kan gebruiken en kan vergroten. Maar die 1.700.000 euro, dat blijft 1.700.000 euro. En ik zou willen zeggen, dit is ook een extra motivatie om zo snel mogelijk daar meters te gaan maken. Want elk jaar dat je daar later mee begint, wordt het toch ook weer minder waard. Dat is dat ook wel weer een bevestiging dat we op dat vlak snel moeten overgaan naar de uitvoering. De voorzitter: Mooi. Dank, wethouder Burggraaf. Het woord is aan wethouder Van Benschop, die best iets langzamer mag praten dan wethouder Burggraaf. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter.
Ik zal mijn best doen, maar ik heb maar 5 minuten en ik wil toch alles gezegd hebben. Laat ik in ieder geval beginnen met dat ik van de VSP heel duidelijk heb gehoord over onze mantelzorgers en de zorg die daarachter zit. Dat hebben we ook besproken in de commissie. Ik ben blij dat daar aandacht voor blijft. Ik ben het er ook mee eens, of we zijn het ermee eens, dat we daar proactief iets mee zouden moeten. Al zit het alleen maar op marketing. Dan denk ik altijd aan die reclame van jaren geleden, Dries Roelvink in zijn gele zwembroek. Waar denk je dan aan? De ANWB. Dat is niet waar het bij mantelzorgers klikt. Mantelzorgers herkennen zichzelf vaak niet als mantelzorger en doen dat gewoon voor hun naasten. Ik onderschrijf dat graag. Dan hebben we een motie 1 Meer HBO-WO stage en afstudeerplekken van Op Ons Eiland, Beter voor Dordt en de VSP. En eigenlijk kunnen we alle overwegingen en meningen helemaal onderschrijven. Dat het belangrijk is voor onze regio om talent hier te behouden. Dat een van de manieren om dat te doen is om voldoende stageplekken te bieden, maar er is in de Drechtsteden heel veel aanbod van hbo en wo stages. En dat is ook echt in beeld bij werkgevers.
Zo werken bijvoorbeeld werkgevers Drechtsteden en verschillende bedrijven direct samen met verschillende onderwijsinstellingen en hebben we Career Boost, waar we ook allerlei van dit soort trajecten uitzetten om juist mbo, hbo en wo-studenten samen te laten werken. Hogescholen en universiteiten hebben zelf ook registers om alle stageplekken in de gaten te houden. En onze zorg als we dit lokaal extra vorm zouden gaan geven, is dat je een parallel systeem gaat krijgen, waardoor juist het overzicht weer een beetje gaat versnipperen. Wij onderschrijven de meningen en de overwegingen en zijn er ook echt alert op. We zullen het ook meenemen in gesprekken, maar de motie als zodanig ontraden wij, om zelf een systeem op te zetten. Dan was er motie 15 van Fractie van der Spoel, Start intensieve lobby munitiefabriek Drechtsteden. We begrijpen waar dit verzoek vandaan komt. Alleen, in onze regio is de maritieme industrie een hele prominente industrie en ook die industrie is van groot belang voor Defensie. De lobby vanuit de Drechtsteden richt zich vooral, als het gaat over de middelen die nu