2.1 2025.11.11 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
78
beschikbaar komen bij Defensie, op wat in die maritieme industrie ingepast kan worden. Daar hebben we ook het De Witt Toekomstpact voor binnen Smart Delta, dat breder gaat dan alleen economische invulling. Het gaat ook over arbeidsmarkt, over onderwijs. Eigenlijk op het totale deel van de maritieme industrie, met een focus op Defensie. Dat gesprek voeren we ook. En vooral omdat de maritieme industrie vaak dual use is. Dat is dan tweeledig gebruik, zeg ik voor mevrouw Koene. Vaak zie je dat innovaties die worden ontwikkeld binnen de maritieme industrie, ook op allerlei andere terreinen weer inpasbaar zijn. Ik heb net begrepen dat de motie is aangepast, maar die is niet ingediend. Ik heb toch nog even gereageerd op deze vorm, maar ik hoop dat dit wel een beetje kleuring geeft bij de motie die er zo aankomt. Het gaat best goed met de tijd. Dan was er vanuit Beter voor Dordt nog een vraag slash opmerking en daar ben ik heel blij mee. Ik ben blij met de aandacht voor het feit dat niet iedereen te begeleiden is richting betaald werk. En dat we dat ook met elkaar onderkennen dat, dat niet voor iedereen haalbaar is. En veel te vaak wordt er nog gedacht dat iedereen wel zou kunnen werken. Bijvoorbeeld bij Drechtwerk fietsventieldopjes in elkaar schroeven. Dat kan toch iedereen? Het ligt helemaal niet altijd aan de werkzaamheden, het ligt soms ook aan de persoon zelf.
Welke begeleiding heb je nodig, wat moeten we op de werkvloer voor je organiseren? En soms is misschien wel een vrijwilligersplek of een participatieplek een veel betere plek om een zinvolle dagbesteding te vinden en iets bij te dragen. Ook de andere kant op, omdat we een gebrek hebben aan vrijwilligers. Of in ieder geval afname zien van vrijwilligers. We begrijpen die vraag zeker. De Participatiewet in Balans, die we nu al heel vaak hebben aangekondigd, maar die door het Rijk steeds verder vooruit is geschoven, hopen we medio 2026 ook echt in te kunnen gaan voeren. Dan komt er ook veel meer ruimte voor die maatschappelijke waarde. Om veel breder te kijken dan alleen het betaald werk. Die wet wordt half 2026, als het goed is, ingevoerd. En wat ik vooral uit de vraag haal van Beter voor Dordt is, neem de raad daarin mee. En dat wil ik dan ook graag toezeggen om in het begin, of in de eerste helft van 2026, dat gesprek breder te voeren van, hoever willen we daarin gaan? Waar willen we die knip dan leggen? Zoals net werd meegegeven in de woordvoering. Zodat we daar een goed gesprek over kunnen voeren en voor iedereen een zinvolle daginvulling kunnen vinden. Ik denk dat ik daarmee alles beantwoord heb. De voorzitter: Dank, mevrouw Van Benschop. En dan is het woord aan wethouder Van der Linden. Het laatste rondje. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter.
Het laatste rondje en deze keer geen enkele motie of amendement voor mij. U wil me wil mij graag kwijt, misschien. Ik weet het niet. Maar wel een paar opmerkingen en vragen gehoord in de loop van de verschillende eerste termijnen. Daar ga ik kort op in. Allereerst werd ik uitgenodigd om een korte reflectie te geven op jeugdhulp en dan naar aanleiding van het voorbeeld Veendam. Er zijn talloze voorbeelden in het lande waar we van kunnen leren. Er zijn ook heel veel voorbeelden bij ons, waar anderen van kunnen leren. Dat doen we ook met zijn allen. En de essentie in Veendam is, waar overigens procentueel meer kinderen in jeugdzorg zijn dan bij ons, nog steeds, als ik goed ben geïnformeerd, en dat kan allerlei redenen hebben, dat er vroegtijdig wordt geïntervenieerd. Wat in bijna heel Nederland nog steeds gebeurt, is dat je heel erg veel wijkteam hebt en dan komt er een indicatiestelling en dan komt er een zorgtoeleiding en dan krijg je een beschikking. En dat is goed, want zo zit de wet in elkaar.
79
Maar het is in het algemeen net zo goed, en misschien vaak veel beter, ieder geval sneller en vaak ook goedkoper, als je voor sommige vormen van jeugdhulp niet op die beschikking afgaat, maar eerder zegt, wacht eens, hier hoef je niet specifiek jeugdhulp, ga maar sporten. Of moeten we misschien wat meer thuisondersteuning? We kunnen daar heel veel tekst over wisselen. Dat gaan we nu niet doen, maar dat is de essentie van vroegtijdig interveniëren. Daar is Veendam mee bezig en dat willen wij ook doen. En dat doen we al een tijd. Dat doen we ook via de huisartsenroute. Zoals u misschien weet, zijn er een paar routes om jeugdhulp te krijgen. Een van die routes is via het sociaal wijkteam Dordt Sociaal. Een andere route is via de rechter. Daar gaan wij helemaal niet op kunnen beïnvloeden. Maar nog een route is de huisarts. En de huisarts, dan kom je vrij snel in beschikkingen terecht. Door een praktijkondersteuner en huisarts in te zetten, hoeft dat niet en kun je met wat meer spreekkamertijd ook andere vormen van ondersteuning krijgen. Dat lijkt te werken. Daar willen wij ook op inzetten. De reflectie is dat wij goed kijken naar dit voorbeeld, maar ook zien dat we met onze eigen plannen op dezelfde manier te werk willen gaan.
Een van de elementen die daarbij een rol speelt, en dan stop ik met de korte reflectie, is het aantal jeugdhulpaanbieders, waarvan we zelf, bij herhaling, hebben gezegd, wij hechten aan keuzevrijheid. Dat levert ook op dat je best veel jeugdaanbieders hebt. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar soms kan het wel zorgen voor extra overleg. Daar proberen we ook op te sturen, zonder dat we aan die keuzevrijheid komen. Dan heb ik nog een vraag of opmerking gehad over de leges. Daar heeft mevrouw Koene bij de vaststelling van de perspectiefnota naar gevraagd. En de toezegging, die ook nog steeds staat, is dat we bij de volgende perspectiefnota daarop terugkomen. Want er zijn een aantal concrete vragen gesteld over een aantal concrete producten en diensten. Hoe moeilijk is dat? Dat was eigenlijk de vraag die gesteld werd. Dat is best een beetje ingewikkeld. Maar we kunnen het wel, om eens even goed in beeld te brengen, wat kost ons dat en wat brengen we in rekening? Daar komen we dan op terug. Dan is nog een paar keer iets opgemerkt over bereikbaarheid. Er zat een vraag in en het verzoek was, let er vooral heel goed op, als die Papendrechtsebrug eraan komt, dat er goed wordt gecommuniceerd met sowieso de inwoners, maar ook met de bedrijven. We weten uit eerdere voorbeelden in onze stad, Wantijbrug in de N3, dat we echt veel kunnen opvangen.
Dat we ook veel vervoersvraag kunnen afbuigen. En dat moet ook, want de capaciteit vanwege is niet oneindig. De Papendrechtsebrug is wel weer een kwestie ingewikkelder. Daarom zijn we ook vroegtijdig met Rijkswaterstaat in overleg gegaan en heeft Rijkswaterstaat ook heel veel geld beschikbaar. Maar uiteindelijk, als je woon-werkverkeer hebt en je zit in je eentje in een auto, daar kun je iets aan doen. Met meer mensen in een auto, soms een ander vervoermiddel. Maar als je een 40-tonner hebt, een 40-tonner blijft een 40-tonner. En daar hebben wij echt wel de goede gesprekken over. Ook met een met de ambassadeur die u allemaal nog kent, Peter van der Velden. Daar organiseren we ook in Den Haag wel het nodige lobbywerk voor. Het is nog niet opgelost, maar we doen veel aan communicatie. En Rijkswaterstaat wijzen we daar ook op. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik heb hierbij toch nog een vraag aan de wethouder. Het gaat ook om heel veel schooljeugd die over de Papendrechtsebrug
80
gaat. En daar worden dan wel pontjes voor geregeld, maar hoe zit het met het voorkomen van rottigheid op het moment dat ze best wel lang staan te wachten? Want er gaat wat gebeuren, als daar verschillende schoolgroepen staan te wachten. De heer Van der Linden: Dat is een hele concrete vraag op een concrete situatie die zich nu nog niet voordoet. De vervoersstromen zijn in beeld gebracht. De capaciteit van die veerponten zal voldoende zijn per uur, ook in de spitstijden. Ik ga ervan uit, daar hebben we ook wel wat ervaring mee opgedaan een aantal jaren geleden, dat het ook best voor een snelle doorstroming zal zorgen. Maar een paar jaar geleden, toen het fietspad bij de Papendrechtsebrug werd vernieuwd en waar ook we ook de pont hadden, zagen we wel dat die pont, en het zal nu een andere zijn, best heel vol zat. Ik kan niet helemaal voorspellen of er niet soms even een wachtrij zal ontstaan, maar we gaan er alles aan doen om mensen goed van A naar B en terug te brengen. En dat zal echt een enorme klus zijn, waarbij iedereen zich moet realiseren, er kan ook soms iets aan je eigen vervoersvraag gebeuren. Maar als dat niet kan, dan moeten we daar goed voor zorgen. En u wordt daar nog nader over geïnformeerd in de loop van de komende tijd. Maar alle maatregelen die Rijkswaterstaat gaat doen, waar ze 35.000.000 euro voor beschikbaar hebben, wat veel geld is, gaan wel helpen.
De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar het ging me niet alleen om het vervoer, maar ook om het voorkomen van narigheid van de jeugd vanuit verschillende scholen, die met elkaar toch heel makkelijk op de vuist gaan. En dat ontstaat op plekken waar je moet wachten. De heer Van der Linden: Wat is uw concrete vraag daarbij? Mevrouw Van Vugt-Roose: Of dat wordt meegenomen in het denken, informeren, regelen enzovoorts. De heer Van der Linden: Dit is de fijnafstemming die je hebt tussen Rijkswaterstaat. Die zegt, kijk eens, daar is een trein, daar is een bus, daar is een ov-fiets, daar is een veerpont. Hartstikke mooi. Maar het moet ook gaan landen in de werkelijkheid. Zijn er kades, is er verlichting, is er een veilig fietspad? Daar zijn we allemaal mee bezig. En ik weet zeker, want die ervaring hebben ook, werkzaamheden die zo lang duren, de eerste twee weken moet je echt inregelen. Mensen denken toch, het valt wel mee. Dat is de eerste gedachte. Het valt nooit mee. Het valt tegen. Maar na een week gaan mensen settelen. Maar dit punt is een is een goed punt om mee te nemen. Het laatste thema wat even benoemd werd, waar ook al heel kort door collega Burggraaf over is gesproken, het waterfestival, zoals u het noemt. Wij zijn een stad die achthonderd jaar geschiedenis heeft met water.
De mooie kanten, de handel, maar ook de lastige en soms onveilige kanten, de wateroverlast. We weten allemaal dat als zich ooit iets voordoet, waar ook in het land, dan word je bij zulke grote calamiteiten niet allereerst gered door de brandweer of de politie, maar dan moet je kunnen rekenen op je buren of op je eigen noodpakket. Als je dat vijf of tien jaar geleden zei tegen elkaar, dan was het misschien niet lacherig, maar wel, dat zien we dan wel weer. Wij proberen ons allemaal, en dat doen ze in elke regio, maar wij doen het heel specifiek op dit thema, te richten op hoe ga je om met die zelfredzaamheid? En dan helpt het, denken wij, als dat Vloedschotten Festival wat we
81
dan organiseren … Die vloedschottentest is een technisch nummer. Even elk jaar testen hoe die vloedschotten zich gedragen. Wij realiseren ons soms niet hoe verschrikkelijk mooi en uniek dat verhaal is. Wij hebben een Voorstraat, waarvan wij zeggen, daar hangen die vloedschotten. Mensen vallen bijna van verbijstering achterover als we uitleggen wat we daarmee doen. We bouwen nu soms buitendijks in het land en dat vinden we superspannend. Bij ons ligt het mooiste stuk binnenstad, al vierhonderd jaar, buitendijks. En dat kan. Dat is een heel goed verhaal om te vertellen. En wij gaan er soms als Dordtenaren wat schouderophalend aan voorbij van, dat doen we gewoon zo. Maar door het in het licht te zetten, maak je het verhaal krachtig en laat je ook zien, dat doen we ook niet voor niks, dat oefenen. En dat die binnenstad er zo ligt, dat moet ook wel kunnen blijven. Kortom, krachtig verhaal. Gaan we heel goed kunnen inzetten bij het zelfredzaam houden van iedereen. Dank u wel, voorzitter. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Richting de wethouder, er is een punt niet genoemd wat ik in de woordvoering noemde met betrekking tot de onveilige verkeerssituaties en de hotspots, waarbij vaak heel veel onbegrip is van omwonenden en bewoners, omdat er volgens hen niks gebeurt aan die situaties.
Bent u het met ons eens dat het wellicht zou kunnen helpen om mensen daar meer mee te nemen in wat de mogelijkheden en de onmogelijkheden zijn? De heer Van der Linden: Zeker. We hebben een aantal ongevallen gehad, waarbij de weginrichting niet de reden was van een ongeval. Vaak, en dat is dan de technische term, heeft de weginrichting geen rol gespeeld bij dit ongeval. Er is heel veel verkeersgedrag, laat ik zo het zeggen, dat niet helpt. Te hard rijden, op je telefoon zitten achter het stuur of andere manieren om afgeleid te raken. Dat is vaak de reden voor een ongeval. Natuurlijk is het ook zo, we hebbe er een paar jaar terug een apart programma op gehad met de top 20 onveilige plekken, waarbij je weet, hier gebeurt heel vaak wat. En soms is het vanwege de drukte, sowieso een grotere kans op een ongeval. Maar soms heeft het ook echt met weginrichting te maken. Dan gaan we altijd in overleg. Vaak gaat het om de kleine dingen. We hebben het toen ook al Operatie Verfpot genoemd, waar je vaak heel veel mee kan doen. Soms is het ook een heg snoeien of een verkeersbord verplaatsen, weghalen of er juist bij. Dat doen we altijd in overleg met buurtbewoners. Ik weet ook dat in sommige gevallen een ongeval dramatisch is, ook al is het alleen maar blikschade. En dan vergt dat soms best wat meer overleg.
Ik ben zelf ook weleens op een van de plekken geweest, waar een verschrikkelijk ongeval was geweest. Waar ik met buren heb gepraat, die ook betrokken zijn geweest bij de hulpverlening. Dan merk je ook wel hoeveel impact dat heeft. Als zich ongevallen voordoen waarbij niet alleen maar kan worden gezegd, schuld van de weggebruiker, gaan we bij de structurele oplossing zeker in gesprek met de mensen in de buurt. Punt. De voorzitter: Mijnheer Schalken nog.
82
De heer Schalken-den Hartog: Misschien nog kort daar op, voorzitter. Als mag? Het is ook heel vaak dat wanneer er vaak en veel te hard gereden wordt op straat, er wordt gezegd, waarom wordt er nu geen camera bij geplaatst of waarom leggen we hier geen drempels neer? En het is vaak ook niet uit te leggen of mensen snappen het niet. Maar dat ze het op het moment dat ze meegenomen worden, wellicht wel begrijpen. Los van dat het nog net zo frustrerend is. De heer Van der Linden: Daar ben ik het mee eens. In de instrumentenkist die wij hebben, plaats even een camera. Dat heb ik echt wel 100 keer gehoord de laatste jaren en dat zou ik dolgraag doen. Elke wethouder Verkeer in Nederland wil graag 200 camera's op voorraad, om ze overal neer te zetten. Ik ben ervan overtuigd dat het Rijk daar soms ook te ingewikkeld over doet. Maar ik weet ook dat het ontzettend veel dossiervorming vergt voor je zo'n camera krijgt. Dat geldt voor de grote steden, de kleine steden enzovoorts. Ze helpen wel. Zeker als ze flexibel in te zetten zijn. Dat is 1. En 2, een drempel, een plantenbak of iets anders, we weten ook, we hebben bijvoorbeeld op meerdere plekken in de stad 30 kilometerzones, vooral in de wat uitleglocaties, wat meer zigzag palen neergezet, het gaat vaak gepaard met veel applaus, maar ook evenveel kritiek. Je moet goed afwegen of het middel past bij wat je wil beogen.
En daar proberen wij het juiste midden te kiezen, maar soms gaat dat ten koste van een andere minderheid. De voorzitter: Dank, wethouder Van der Linden. Het woord is aan wethouder Merx. De heer Merx: Voorzitter, een aantal moties. Hij doet het. De tijd kan gaan lopen. Een aantal moties. Ik ga probeer er zo snel mogelijk doorheen te gaan, maar het niet af te raffelen. De eerste motie is de motie gericht tegen de aanpak fatbike-overlast. Dit jaar hebben we daar tweehonderd meldingen via Fixi ontvangen over overlast door gebruikers van fatbikes. En daar zitten wel meldingen tussen waarbij je soms wel even de haren uit je hoofd trekt. Wat is dit voor gedrag en waar komt dit uit voort? Wij willen best gaan uitzoeken onder welke voorwaarden en mogelijkheden we gebieden aan zouden moeten kunnen wijzen waar fatbikes verboden zijn, maar dat vergt wel het een en ander. Want je kunt niet klakkeloos een gebied aanwijzen van, daar doen we het niet. Daar komt bovendien bij dat we ook willen gaan kijken naar wat we aan de voorkant kunnen doen. Zijn er interventies en manieren, samen met scholen, met Dordt Sociaal, jongerenwerk, om jongeren al vroegtijdig de opvoeding te geven die ze misschien thuis niet hebben gehad? Dat het bespugen van vrouwen of het op de billen slaan van vrouwen in deze stad niet wordt getolereerd en dat we dat niet moeten willen.
En als je dat wel doet, dat het consequenties heeft. Maar we willen ook graag aan de voorkant interveniëren. En als het allemaal niet werkt, dat we dan, onder bepaalde omstandigheden, gebieden kunnen aanwijzen. Dat gaan we uitzoeken. Daar gaan we u dan over berichten, als u vindt dat dit moet. De voorzitter: Ik heb drie interrupties. Allereerst mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Een vraag die wij als fractie hebben is, momenteel is het volgens mij al zo dat overlast onwenselijk is en dat we daar een goed handhavingsteam op hebben staan. We zijn laatst ook op werkbezoek daar geweest en we hebben toen duidelijk de grenzen te horen gekregen waar ze tegenaan lopen. Ik vraag me even af in het licht van deze motie, hoe zich dat verhoudt tot de capaciteit en
83
de haalbaarheid? Want waarom wordt er nu niet, genoeg, want dat is blijkbaar de reden voor de motie, gehandhaafd? De heer Merx: We hebben dit jaar 7 acties gehad op gebied van straatintimidatie, want daar lijkt dit gedrag veel op. Straatintimidatie is meer dan alleen sissen of naroepen. Het is wat ruimer, maar het vergt wel iets op heterdaad. Je moet het op dat moment kunnen aantreffen. En natuurlijk kun je, als je er heel veel capaciteit aan gaat besteden en heel veel mensen op elke hoek van de straat zet om te kijken of er wat gebeurt, dat er iemand bespuugd wordt of er iemand tegen de billen aan wordt getikt of anderszins, dan kunnen wij optreden. Wij zijn een van de gemeentes in Nederland waar onze handhavers mogen optreden tegen straatintimidatie. Maar dat vraagt ongelofelijk veel capaciteit. En ik hoorde daarstraks al, in de eerste termijn, mensen fiets maar door het winkelcentrum heen. Ik maak deze zin heel even af. Dit jaar alleen al, het jaar is nog niet voorbij, zijn er 281 bekeuringen gegeven voor het fietsen door het winkelgebied. En ik heb nog een waslijst aan dingen die we gedaan hebben. Het telt op tot bijna 6.000 bekeuringen. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Een vervolgvraag, want ik denk dat onze fractie de zorg en de problematiek rond dit punt deelt.
Alleen, een vraag die ik wel heb, op het moment dat we gebieden gaan aanwijzen waar dan een verbod komt of iets dergelijks of zo'n mooi bord komt te hangen wat net is overhandigd, dan vraagt dat ook weer om extra handhaving. Maakt dat het juist niet moeilijker om te handhaven? De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Het vraagt zeker een extra handhaving. Dat kan niet anders. Het is iets nieuws. Dat moeten we dan gaan handhaven. Dat betekent dat uw raad ook keuzes moet gaan maken. Of er moeten meer handhavers bij of we gaan andere dingen niet meer doen. En die discussie gaan u en uw opvolgers aan het begin van de volgende periode met elkaar voeren. Waar gaan de prioriteiten van handhaving deze periode naartoe? Dat hebben we aan het begin van deze periode gedaan. Daar houden we ons niet altijd even netjes aan, want het stapelt maar door, alle wensen voor handhaving. Er zit een einde aan. Daar heeft u een volledig terecht punt. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer.
De heer Den Heijer: Volgens mij moeten we ook bereid zijn om die keuzes te maken. Maar ik had een andere vraag, voorzitter. De wethouder begint over allerlei preventie en dat we aan kinderen moeten gaan vertellen dat ze niet op willen mogen slaan. Tegelijkertijd zit ons voorstel vooral op de handhavingskant. Hoe moeten we dat dan wegen? Waar gaat de meeste aandacht in het onderzoek naar uit? Want we zouden toch de wethouder willen aansporen om vooral op het tweede de focus te leggen, zeker gezien de beperkte capaciteit. De voorzitter: De wethouder.
84
De heer Merx: Wat ons betreft gaat het naar beiden. Het gaat naar zowel, wat kunnen we in preventieve zin doen? Want dat is altijd beter. Voorkomen is beter dan genezen. Maar ook, wat kunnen we repressief doen als het dan toch allemaal niet geholpen heeft en die meldingen blijven zich opstapelen? Dan zullen we op een gegeven moment wat moeten gaan doen. En als dit een middel is wat juridisch allemaal prima kan, dan zullen we dat aan u voor gaan stellen. En ook onder welke voorwaarden we bepaalde gebieden kunnen aanwijzen. De voorzitter: Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de motie vraagt nadrukkelijk focus op fatbikebestuurders, die kennelijk allerlei verschrikkelijke dingen doen, zoals mijnheer Merx dat ook zei. Maar is het nodig om bijvoorbeeld te focussen op zo’n fatbikegebruiker, waardoor je de aandacht een beetje verslapt? Want het gaat om de individu die allerlei overtredingen begaat. Is het dan niet beter om het individu te straffen, zonder bijvoorbeeld een plek aan te wijzen waar een verbod is voor fatbikegebruikers en je echt te focussen op de overtreders. De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Het gaat uiteraard om de overtreding. Het valt alleen wel op. Echt niet iedere fatbikegebruiker is een overlastgever. We hebben er eentje in ons midden.
Maar het valt wel op dat als er sprake is van overlast, en vooral op twee wielen met de dingen die we net hebben verteld, dan zijn het wel vaak mensen op een fatbike. Mooier dan dit kan ik het ook niet maken. Maar dit is de motie die voorligt. De motie willen wij uitvoeren. Als u met zijn allen vindt, of in ieder geval een meerderheid vindt, dat we dat moeten gaan uitzoeken. En dan met een voorstel terugkomen naar de raad, hoe en onder welke voorwaarden zouden we dan dat kunnen gaan uitvoeren en wat betekent dat bijvoorbeeld voor de handhavingscapaciteit? De heer Burakçin: Voorzitter, toch even een vervolgvraag. De voorzitter: Even voor de volgende. Mijnheer Burakçin. Ik zag een interruptie nog van mijnheer Hartmeijer, daarna van mijnheer Safranti, daarna van mijnheer Struijk. Het is een fatbikeronde. Als uw vraag eerder al wordt gesteld, hoeft u niet nog een keer te herhalen. Want zo wordt het erg technisch. Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, ik heb deze vraag niet eerder gevraagd. Toch nog een vraag over het probleem zelf. Dit probleem speelt al langer.
Wat is er tot nu toe aan gedaan? Ander soort problemen? Welke interventies zijn er al gepleegd vanuit de gemeente, vanuit de politie, vanuit de handhaving, dat er nu nog een extra instrument aan toegevoegd wordt om locaties aan te wijzen waar het fatbikegebruikers verboden is om te komen? De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Op dit moment treden wij op tegen straatintimidatie. Maar daarvan heb ik net al gezegd, dat moet je wel op heterdaad zien, want anders heb je niet zo heel veel of helemaal niks. En we treden ook op tegen, en dan maken we geen onderscheid tussen
85
fatbikes voor jongeren, ouderen, gewone fietsen, elektrische fietsen of wat dan ook, fietsen door winkelgebied. Daar waar je nu al niet mag fietsen, daar wordt opgetreden. En het is bijna dweilen met de kraan open, want elke keer als ze daarnaartoe gaan, dan komen ze met een bonnenboekje vol terug. Er wordt al het een en ander gedaan. Als dit een middel is waarvan we zeggen, dat zou weleens kunnen werken om een specifieke groep gebruikers, van in dit geval fatbikes, te weren uit bepaalde gebieden waar heel veel meldingen zijn van overlast, daar moet je wel naar kijken, dan moet echt wel een goede afweging maken, dan is dat iets wat we aan ons assortiment zouden kunnen toevoegen. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik had min of meer dezelfde vraag als mijnheer Burakçin. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we horen twee gedragingen in principe. Tegen fatbikegebruikers en de straatintimidatie. Daar hoor ik de wethouder ook over praten. Ik kan dat niet linken, want op de fiets of lopend kan je ook de straatintimidatie doen. Dat hoeft niet direct gelinkt te worden aan fatbikegebruikers, terwijl ik wel het probleem erken. Mijn vraag is, ook rondom het APV-verhaal, als je een gebied gaat aanwijzen, dan krijg je het waterbedeffect. Dan gaan ze ergens anders staan.
Daarmee ga je dat probleem niet oplossen. Ik zou willen voorstellen of vragen aan de wethouder, is het niet beter om preventief gaat werken in plaats van allerlei maatregelen treffen? De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: De vraag aan ons is, wilt u dat gaan uitvoeren? U gaat er straks over stemmen. Wij denken vanuit het college, gelet ook op de meldingen die we krijgen, die zijn echt wel serieus, dat we wel kunnen gaan onderzoeken of dit een instrument is wat we zouden kunnen gaan inzetten. Maar de voorwaarden en wanneer en waar en hoelang enzovoort, dat moeten we allemaal uitzoeken. De vraag ligt voor, wilt u het uitzoeken? Gelet op het aantal meldingen wat wij zien en het gedrag wat onacceptabel is, zijn wij bereid dat uit te zoeken. De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Mijn vraag is min of meer hetzelfde als die van mijnheer Safranti. Alleen heeft hij het antwoord niet gekregen. Ik ga het nog een keer herhalen. Is de wethouder niet bang voor het waterbedeffect? Als je een gebiedsverbod oplegt, maar de groep blijft in stand, gaat die groep dan ergens anders heen? De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Het zou kunnen, maar dan kunnen we met alles stoppen. Dan kunnen we ook stoppen met de aanpak overlast Kromhout-Kasperspad. Want ook daar geven mensen gebiedsverboden, straatverboden. We gaan naar een samenscholingsverbod.
Maar die mensen verdampen niet en het gedrag ook niet. Als er bepaalde gebieden zijn
86
waar mensen echt heel veel overlast ervaren van bepaalde gedragingen, van bepaalde personen, dan zou je moeten gaan kijken of je daartegen op kan treden door enerzijds de handhaven, maar ook door te verbieden dat ze daar komen. Maar een waterbedeffect heb je altijd. Als ik ergens een bord heb, u mag niet harder dan 50 rijden, dan gaan ze dat misschien ergens anders hard doen. De heer Van der Spoel: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik ben toch benieuwd wat de wethouder hierop gaat antwoorden. Want stel, iemand woont aan het Achterom en die heeft een fatbike, worden deze mensen dan vrijgesteld of krijgen zij dan compensatie? De heer Merx: Dat is een goede vraag. Die nemen we mee in het onderzoek. De heer Gündogdu: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, de wethouder geeft aan dat, verhoudingsgewijs als het gaat over straatintimidatie, mensen op een fatbike vaker voorkomen. Dan zou het toch een logische stap zijn, ik ben benieuwd naar uw reflectie, om dan, als dat zo is, bij Rijksoverheid te pleiten voor een fatbikeverbod? Dan denk ik dat wij heel veel problemen hebben opgelost, als blijkt dat die fatbikegebruikers, verhoudingsgewijs, heel veel vaker voorkomen bij straatintimidatie. De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Jazeker. Ik vind het al ingewikkeld om hier in Dordrecht voor elkaar te krijgen.
In het land wordt een discussie gevoerd over, wat staan we nog toe met fatbikes? Helmplicht is daarstraks al voorbijgekomen. Daar wordt een discussie gevoerd. Maar op dit moment is dat landelijk verbod er niet en zullen we nu moeten roeien met de riemen die we hebben. De voorzitter: Even voor de scherpte. Volgens mij zijn alle vragen hierover wel gesteld. Er ligt voor. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ik ga even mijn punt afmaken. Wie wil het woord vragen? Even nog. De wethouder zegt, het college erkent breed het probleem. Het college wil het oplossen, het college wil een onderzoek doen en wil daarin ook een onderzoek doen naar de mogelijkheid naar die gebieden. Voors-en tegens, het gaat allemaal naar elkaar toe komen. Maar het is aan u om te kijken wat u met de motie wel of niet wil. Maar volgens mij zijn alle vragen gesteld, die gesteld kunnen worden. Nog tenslotte, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik heb goed geluisterd naar wat de wethouder aangeeft en ook wat de raad aangeeft. Als we die gebiedsverboden er eventueel uit zouden halen,
87
zou het dan, en dan kijk ik even mijn collega aan, daar ga ik het er dadelijk over hebben, misschien wat makkelijker of meer verdraagzamer zijn in deze raad? Want ik hoor toch ook de geluiden in deze raad. En dan ga je dan deze motie wat verzachten. Maar wat we volgens mij met elkaar willen, is het gedrag op zo’n fatbike, de mensen die op zo'n fatbikes zitten, ik zit er zelf ook op, hoe gedraag je jezelf op zo'n fatbike? En of dat op een fatbike is of een elektrische fiets, je hoort je aan de regels te houden die gelden hierin de stad. Maar ik loop nu misschien stukje vooruit. Maar ik ga zo nog even met Rolin overleggen. De voorzitter: Met de fatbike bent u sneller bij mijnheer Den Heijer. Een duidelijke oproep. Volgens mij kan de wethouder door naar het volgende onderwerp. De heer Merx: En dat is de straatintimidatie. Dat gaat erom dat we ook in andere wijken gaan kijken of daar sprake is van onveilige plekken. Nu is er toevallig een raadsinformatiebrief in de maak over onze straatintimidatieaanpak. Wat we allemaal doen, waar we allemaal mee bezig zijn. En een van de zinnen die erin staat, is dat wij ook willen gaan kijken, naar aanleiding van Orange the World, of we op een bepaalde manier, in andere wijken waar het nodig is, samen met bewoners, onveilige plekken kunnen identificeren en te kijken wat we daar kunnen doen.
Hoe we dat precies gaan doen, dat willen we graag verder uitzoeken. En daar komen we dan mee naar uw raad. Ook deze motie zou ik graag oordeel aan de raad geven. Het lijkt ons wel iets wat we zelf al bedacht hadden. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik wilde even aan de wethouder aangeven, want hij zegt terecht, bij Orange the World wordt een wandeling gehouden. Dat gaat met name door het centrum. Maar dit jaar voor het eerst zijn ook de wijken allemaal aangeschreven, waarin groepen worden opgeroepen om ook binnen de wijk, en het via een bepaald systeem, kunnen ze aangeven wat voor plekken onveilig zijn en wat ermee gedaan kan worden. Maar de motie vind ik een aanvulling erop. In die zin dat je dat een keer kan doen, maar dat is niet voldoende. En dat je bijvoorbeeld elk halfjaar zoiets organiseert. De wijkcentra met de wijkmanagers en de buurtwerkers, die vinden het allemaal een heel goed plan om daaraan te werken. Dat gaat al gebeuren. De heer Merx: Mooi. Dank u wel. Dan ga ik door naar de motie 7 Iedereen kan meedoen met sportspullenbank in Dordrecht. Een mooie motie. Tegelijkertijd denken we wel dat er ook nog best wat verenigingen zijn die het zelf organiseren. We zien ook bepaalde websites. Ik mag hier geen reclame maken, waar je voor relatief weinig geld je sportspullen kan kopen.
Maar we willen wel gaan kijken of we dat kunnen gaan doen. Maar ook hier geldt, dat geldt ook zo voor een aantal andere moties, we zitten wel in een periode dat we niet al te veel geld kunnen uitgeven, zeker niet in de exploitatie. Op het moment dat hier een enorme gemeentelijke organisatie opgetuigd moet gaan worden, dan denk ik dat het onderzoek terugkomt naar de raad met een negatief advies van, dat moeten we maar niet doen. Maar we gaan het onderzoeken en we komen erop terug, als
88
uw raad dat wil. Dan ga ik door naar M10 Trap je fit – Parkbankjes met fietsfaciliteit bij speelplekken. Dat willen we graag meenemen in ons SBSO-beleid, waar we straks nog even op terugkomen, om daarin ook te onderzoeken hoe dat kan. Dat lijkt me een mooi iets. Ik ben langzamerhand ook de adoptiewethouder, als ik naar nog andere dingen kijk. En we moeten ook eens gaan nadenken over hoe we dat als gemeente goed gaan presenteren en goed in het zicht gaan brengen, dat die mogelijkheid, als we dat met zijn allen willen, er ook is. Het mooie hiervan is in ieder geval dat de kosten, zowel voor de aanschaf als voor het beheer en onderhoud, ook bij de sponsor worden neergelegd. We moeten dan maar gaan kijken hoe succesvol het is. En als het enigszins lukt, dan wil ik ook wel proberen wat zo'n bankje of zo'n fietsding doet bij een bank. En in het voorjaar of in het vroege voorjaar al ergens zo'n bankje ermee uitrusten. Ook om te kijken, wat doet het? Wordt het niet gesloopt en blijft het lang in gebruik? Maar een mooi initiatief om mensen weer in beweging te krijgen. En we bevelen van harte de raad aan om hierover te stemmen. Ik zei het net al, adoptie-en sponsorbankjes. Wij moeten echt gaan kijken naar hoe wij dingen presenteren en hoe wij dingen duidelijk maken onder de inwoners, over wat de mogelijkheden zijn.
Want we zijn er na lang zoeken achter gekomen, en de CDA-fractie had dit al eerder aangegeven en toen was het antwoord, dat hebben we nog niet, maar dat hebben we kennelijk wel, dat zit bij het reclamebeleid. Daar zoekt niemand. Uiteindelijk is daar wel gevonden, dat we al ruimte hebben voor het sponsoren van bankjes. Ik heb heel goed geluisterd en ik heb gehoord dat ook dit vooral in het teken staat van herdenken of aandacht geven aan iets of wat. Daar willen we naar kijken. We moeten nog een herdenkingsbeleid op gaan stellen. Dat willen we volgend jaar gaan doen. Want er zijn nogal wat plekjes waar mensen kransen en monumenten maken, bijvoorbeeld naar aanleiding van een ernstig verkeersongeval of een dodelijk verkeersongeval. En we willen ook met elkaar gaan kijken, hoe gaan we dat organiseren? En dan kun je heel goed denken aan bijvoorbeeld dit soort bankjes, om daar een gedenkplaats van te maken. Er is er al eentje in Dordrecht en die staat bij het skatepark bij Stadspolders. Goede motie. Het is er al wel, maar we moeten het veel beter gaan presenteren. Dan ga ik naar de motie Adopteer een BoxingStation Samen in Beweging. Ook dat willen we meenemen in ons SBSO-beleid. We staan er ook positief tegenover. Hoe meer mensen bewegen buiten en hoe meer mogelijkheden zijn, hoe beter. We moeten ook hier kijken naar de financiën.
U zegt het al, of de indiener, dat moet geheel betaald worden door de sponsor. Dat klinkt ons, in ieder geval financieel, als muziek in de oren. Dan zijn er nog een paar vragen gesteld. Ik ben al door mijn tijd heen. Die ga dan maar niet doen. Of wel? Iemand had nog een vraag. Wil u nog? Mevrouw Stolk: Ja. De heer Merx: Dynamische verlichting, daar is wat over gezegd. Dat is mevrouw Koene. Dynamisch hebben we alleen op het Kors Monster-pad. Dat is verlichting wat echt aangaat als je aan komt rijden en weer uitgaat als je weer verdwenen bent. We hebben vorig jaar een nieuw verlichtingsbeleid vastgesteld. Dat gaat over verlichting die je op afstand kan dimmen of sterker kan zetten. Maar daar is vorig jaar al over gesproken. Personeelsbeleid, daar is wat over gezegd. Helemaal eens. Wij proberen de inhuur zo laag mogelijk te houden. Niet alleen omdat het misschien meer geld zou kosten, maar financieel, bij ons loopt dat neutraal, omdat een manager een personeelsbudget krijgt,
89
daar betaal je of je eigen personeel uit of ingehuurd, maar waar het vooral om gaat, is dat wij onze kennis willen behouden. En daarom willen we zo min mogelijk gebruik maken van inhuur en die kennis zelf in huis hebben, zodat we dat maximaal kunnen gebruiken. Maar er zijn specialismen die waar je zo weinig aanbod hebt voor werk, dat je dat altijd zal moeten blijven inhuren bijvoorbeeld. Dan, mijnheer Safranti had het over het SBSO-beleid. Kunnen we naar scenario C? Daar is straks ook nog een motie over. Ik maak even een sprongetje. Ik heb hem gelezen en we kunnen prima in dat beleid meenemen wat het betekent als we niveau C invoeren. Dat betekent in ieder geval meer geld. Dat geld hebben we niet, maar daar gaat u over volgend jaar dan zelf over of u zegt, daar heb ik meer geld voor over. Dan het laatste punt, de Essenhof. Daar kan ik heel kort over zijn. Daar komt zeer binnenkort een raadsinformatiebrief over. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, deze kant. De voorzitter: Mijnheer Schalken-den Hartog. De heer Schalken-den Hartog: Vanuit Beter voor Dordt nog een vraag naar aanleiding van dat we het met elkaar hadden over het budget voor het bomenbeleid. Ik weet dat mijnheer Merx ook al door bewoners is benaderd, omdat ze zich zorgen maken over het onderhoud van beeldbepalende en karakteristieke bomen en struiken.
En nu ga ik hier niet vragen dat we nu extra geld willen voor het bomenonderhoud, maar het bleek wel heel duidelijk dat bewoners zelf ook graag wat willen doen. Kunnen we iets in gang gaan zetten? Als ik even een voorbeeld neem, het Steegoversloot. Ik weet zeker dat er mensen zijn die mee willen werken om te kijken of kosten kunnen besparen, waardoor we wel dat onderhoud goed op peil houden.
De heer Merx: Deze nemen we mee. De Partij voor de Dieren heeft, volgens mij, vorig jaar een aantal moties ingediend, waarin onder andere een bomenfonds zit. Dat wordt op dit moment uitgewerkt en daar komen we zo snel mogelijk mee naar de raad. Of dat je dan ook zegt, maar dat zullen we mee moeten nemen, ik vind die boom zo aardig, daar betaal ik voor en voor de rest niet. Dat weet ik niet. Dat moeten we even uitzoeken met elkaar. In zijn algemeenheid snap ik dat mensen zich zorgen maken over beeldbepalende monumentale bomen. Daarover hebben we ook afgesproken dat als dat soort boomstructuren op de lijst komen te staan om te kappen, omdat we geen geld hebben of te weinig hebben om te kunnen onderhouden, dan wordt uw raad daar wel eerst over geïnformeerd. En dan is het niet nadat ze gekapt zijn, maar ruim voordat ze gekapt worden. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, als ik daar nog even op mag reageren, volgens mij gaat het er vooral om, om te voorkomen dat de staat van onderhoud zo slecht wordt. Vroegtijdig proberen mensen in te schakelen, als dat kan. De heer Merx: Daar komen we, zoals gezegd, op terug met het bomenfonds. De voorzitter: Wethouder, dank. Mijnheer Van Dam, gaat uw gang.
90
De heer Van Dam Timmers: Dank. Ik had nog een korte vraag over de sportspullenbank in Dordrecht, iedereen die mee kan doen. U gaf daar een antwoord over, dat het al bestaat en dat er al veel is, maar wat is het collegeadvies hierop? Is dat een positief advies of is het advies dat het, omdat het al bestaat, overbodig is? De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Het is niet dat de sportspullenbank, een woord waar je bijna je tong over breekt, als zodanig bestaat in Dordrecht. Dat is niet zo. Er zijn een aantal verenigingen die dat voor hun eigen vereniging organiseert. En daarnaast heb ik genoemd dat je ook nog een paar websites hebt, waar je van niet voor al te veel geld ook je sportspullen kan kopen. Wat we hebben gezegd, als u vindt dat we dit moeten gaan onderzoeken, dan gaan we dat met alle liefde en plezier onderzoeken. Dan komen we met een voorstel naar de raad, waarbij ik ook nog gezegd heb, gelet op de financiële toestand in deze gemeenten, moeten we niet denken dat we daar een hele organisatie voor op gaan tuigen. Dan moeten we even kijken, wat kunnen we met maatschappelijke partners? Wat niet, wat wel? Wat is zinvol en wat is niet zinvol? De voorzitter: De heer Van Dam De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik hoor daar toch een soort negatief preadvies in, maar we gaan het overwegen. De heer Merx: Dan heeft u echt wat anders gehoord, dan ik gezegd heb.
De heer Uysal: Voorzitter? De voorzitter: We gaan door. Dank aan wethouder Merx. Mevrouw De Jonge, gaat uw gang. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ik wilde toch iets aan wethouder vragen, vanwege het verkeerde stemadvies. Hoe het CDA dat heeft opgevat is, en dat hoor ik ook vanuit de wethouder, om toch gewoon te kijken of dit mogelijk is. Maar is de wethouder ook op zijn minst bereid om in dat onderzoek in contact te treden met stichting Sportspullenbank Nederland om te kijken of de bakken die bij een aantal verenigingen staan ook werken en of dat ook terechtkomt bij de mensen die het, het hardst nodig hebben? De voorzitter: Wethouder Merx. De heer Merx: Wij willen alles onderzoeken wat mogelijk is. Maar bijvoorbeeld uw laatste voorstel, komt dat ene shirtje bij de mensen die het echt het hardst nodig hebben, dat lijkt mij een vrij ingewikkeld onderzoek. Maar we gaan wel kijken, werkt dit en is het nodig dat we dat centraal gaan organiseren of moet het vooral op verenigingsniveau blijven of moeten we naar de Sportspullenbank Nederland? Maar ik laat het echt aan uw raad over of u vindt dat wij dit moeten gaan doen. En als u vindt dat we dat moeten gaan doen, dan doen we dat met alle liefde en plezier. De voorzitter: Dank wethouder Merx. Wethouder De Jonge.
91
Mevrouw De Jonge: Dank, voorzitter. Er is heel veel gezegd, heel veel mooie dingen gezegd over de begroting en alles wat erin staat. Op mijn portefeuille zijn weinig vragen gesteld. Er is alleen een onderwerp wat ik wel even wil aanstippen en dat is namelijk dat er op den duur wel het een en ander over participatie werd gezegd. En dat wil ik toch, in die zin, wel nuanceren, dat er in onze gemeente, zowel in als door de gemeente, veel wordt geparticipeerd. En daar hebben wij niet echt een verordening voor nodig. Maar we hebben een open gesprek, een open houding en gedrag nodig om te kunnen participeren. En uw raad heeft al lange tijd geleden een visie en aanpak daarvoor vastgesteld. En wat we nu nog aan het doen zijn met de participatieverordening, is de formele vastlegging van hoe wij als Dordrecht naar participatie en inspraak kijken. En dat doen wij ook in navolging van de wet participatie door de decentrale overheden, die dat ook van ons vraagt. Dat even als startopmerking. Dan ga ik door naar de drie moties die ik heb gekregen. De eerste is de motie Verduurzaming Particuliere Huurwoningen. Eigenlijk zou ik willen zeggen, een hele mooie motie. Maar dat zou ik ook zeggen, omdat wij deze aanpak al hebben in Dordrecht. En u bent daar eerder dit jaar ook in de raadsinformatiebrief over de voortgang van energiehulp voor huishoudens over geïnformeerd.
Want we werken al zo'n twee jaar samen met ContourdeTwern, die woonadviezen geeft. En zij helpen huurders, ook als zij vragen over verduurzaming hebben. En mocht dat niet tot genoeg resultaat leiden, dan kunnen zij ook zelfs begeleiding geven als huurders juridische stappen zouden willen nemen richting hun verhuurder. En dit is precies zoals het initiatiefrecht voor huurders dit ook heeft beoogd. En we blijven ook onze energiehulp inzetten voor energiebesparing. En onze huurders vinden die informatie op dordtduurzaam.nl. We hebben ook niet stilgezeten aan de kant van … De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Mevrouw de Jonge geeft aan dat de huurders op een site meer informatie kunnen vinden, in de laatste zin volgens mij. Maar deze motie, daar zijn we juist toegekomen, omdat we een aantal signalen terugkrijgen voor mensen die echt niet weten waar ze naartoe moeten en ook geen gehoor krijgen bij hun verhuurders. De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dat is spijtig om te horen, want van ContourdeTwern krijgen wij juist door dat zij veel huurders ook te woord staan en behulpzaam zijn. Ik zal meenemen dat we nog een keer kijken of we dat goed onder de aandacht kunnen brengen, want het loket is er en de informatie is er ook.
Ten aanzien van de particuliere verhuurders hebben we ook niet stilgezeten, want die hebben we aangeschreven op verantwoordelijkheid en de verplichting voor hun slechte energielabels, want die moeten namelijk voor 2029 uitgefaseerd zijn. Zij kunnen ook, als het geen grote bedrijven zijn, meedoen aan ons lokaal isolatieprogramma. En ook voor hen is er informatie te vinden via duurzaamdrechtsteden.nl. Deze motie ontraden wij als college. Dan ik door naar de witgoedregeling. Een hele mooie, succesvolle witgoedregeling. En in die zin is het voor het college wel mooi dat u daar zelf ook elke keer op terugkomt. Dat u ook wil dat het doorgaat. Ik vroeg het net nog even bij mijn medewerker na. We hebben inmiddels 1.730 van die witgoedapparaten kunnen vervangen. En onze regeling is er ook op gericht dat
92
de oude machine eruit gaat en de nieuwe erin, waarmee er direct energiebesparing plaatsvindt. Toen ik met de initiatiefnemer hierover sprak, was het gegeven nog dat mijn middelen op gaan raken, omdat het Rijk geen nieuwe middelen ter beschikking had gesteld en dat ik tot ongeveer de zomer van 2026 door zou kunnen gaan. De motie sluit daar prima op aan. Ik had ook al samen met wethouder Van der Kruijff gezeten om te kijken, hoe kunnen we het voortzetten? Maar vandaag kreeg ik te horen dat het Rijk alsnog 30.000.000 euro beschikbaar gaat stellen om met een witgoedregeling energiearmoede verder te kunnen aanpakken door de gemeente. In die zin zijn we op dit moment heel blij, dat de regeling die heel succesvol in Dordrecht is, met onze energiehulpen. Dat we die kunnen voortzetten als we het geld van het Rijk krijgen. Ik vind het een mooie steun in de rug, deze motie, maar door deze actuele stand van zaken is het wel overbodig geworden. De laatste motie die ik nog heb is Grofvuil ook op zondag. Elke vraag die u stelt over wat er mogelijk is, stellen wij ook aan HVC. En HVC is een partner die ook altijd openstaat om te kijken wat er kan. Ook op de mogelijkheid om op zondag grofvuil in te kunnen leveren, hebben zij gezegd, daar willen wij het gesprek over aangaan.
Maar u had net zo goed de vraag kunnen stellen, mag het op donderdagavond, mag het op dinsdagavond? Dan had ik ook met hen in gesprek gegaan. Want daar zit natuurlijk wel een afweging, ook in uw raad. Hoever wilt u de service gaan uitbreiden? Want dat is het namelijk. U geeft 7 dagen per week de mogelijkheid. Waarschijnlijk minder druk op de zaterdag. Wat zij ons wel meegeven op voorhand, voordat we aan de doorrekening met ze gaan beginnen, we weten nu al dit meer mensencapaciteit zal gaan vragen. De arbeid is krap op de markt. Dat gaat ook tegen hogere loonkosten, want het is een zondagtarief. Dat gaat met 100 procent opslag. En de cao en de ondernemingsraad van een bedrijf als HVC moet ook akkoord gaan, omdat zij afspraken daarmee hebben. Dat maakt dat wij als college zeggen, we geven hem ter oordeel aan de raad om te kijken wat precies uw wens is. Met welke vraag wij naar HVC gaan, waarvan u zegt, dat vinden wij het meest effectief en het meest betaalbare voor onze inwoners, als we zeggen, we willen de service verder uitbreiden. Tot zover. De voorzitter: Dank mevrouw De Jonge. En intussen mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank voor het advies van de wethouder.
Als we daar enige richting in mee kunnen geven, en ik probeer er maar een vraag van te maken, zou het bijvoorbeeld wenselijk kunnen zijn om een slecht bezochte dag in te ruilen voor de zondag? Omdat er toch een grotere behoefte zit in het weekend, dan bijvoorbeeld op een maandagmiddag. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Dat zou ik moeten bespreken. We zijn doordeweeks ook open, omdat er altijd wel mensen komen. En misschien zou dan eerder de oproep moeten zijn, doe een behoefteonderzoek onder de Dordtenaren. Wanneer zouden zij het liefst gebruik willen maken van het afvalstation, als het gaat om grofvuil? Want dan kan ik misschien nog beter de vraag gaan formuleren, waar willen we dat zij de doorrekening op gaan doen? Als we de stad hebben uitgevraagd waar de behoefte zit, dan kunnen we u ook veel beter weer informatie geven om de afweging te maken of we wel willen uitbreiden
93
of dat we willen verschuiven in de dienstverlening. Dat zou, voorafgaand aan de motie, misschien een eerste onderzoek kunnen zijn. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt en daarna mijnheer Safranti. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u, voorzitter. Een eenvoudige vraag, betekent elke uitbreiding dat het de gemeente meer gaat kosten? Mevrouw De Jonge: Alles wat wij uitbreiden, is meer kosten, vanwege meer personeel en openstelling. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil de wethouder hierbij bedanken voor het warme pleidooi, maar ook de toezegging die de wethouder heeft gedaan. Dat wil zeggen dat onze motie in principe overbodig is en daarom willen we het ook zo meteen intrekken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat is duidelijk. Mijnheer Gündogdu, nog nodig? Want de motie wordt ingetrokken. De heer Gündogdu: Even een vraag daarover, voorzitter. Voorzitter, betekent ook iedere uitbreiding voor de milieustraat een positieve impuls op het maatschappelijk verdienmodel? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, als er een duiding mag komen wat maatschappelijke … De heer Gündogdu: Wij pretenderen, dat zijn wij ook, een circulaire stad te zijn, een duurzame stad te zijn.
Ervan uitgaand dat een dag extra openstellen, bijvoorbeeld de zondag, wellicht ook maatschappelijke baten heeft, los van de frustratie op een zaterdag. Maar wellicht dat men nog meer gaat brengen bij de milieustraten. En dat zijn maatschappelijke baten. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik begrijp het. Dat vind ik heel lastig om nu zo op te antwoorden, want we hebben het in Dordrecht nog nooit gedaan. Dat zou je dan eerst moeten uitproberen om te kunnen begrijpen, leidt het ook tot maatschappelijke effecten op andere gebieden? Of we zouden HVC moeten vragen of ze ervaring hebben in andere steden. Ik heb geen idee of ze in andere steden op zondag open zijn. Daar zouden we dan even op terug moeten vallen. De voorzitter: Dank, wethouder. Volgens mij was dat de beantwoording. Ik kijk nog even rond. Geen verdere interrupties. Dan was dat, wat mij betreft, de eerste ronde van de zijde van het college. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: De heer Schalken.
94
De heer Schalken-den Hartog: Naar aanleiding van de beantwoording van het college, is er een vraag blijven liggen, waarvan ik ook niet weet bij wie ik die het beste moet plaatsen. En dat was de constatering dat er een afname is van het vertrouwen in het gemeentebestuur, afname van de waardering van de participatie en de informatievoorziening en wat vanuit het college het idee is daaraan te gaan doen. Bij wie zou die liggen? De voorzitter: Dat had volgens mij met participatie te maken, toch? De heer Schalken-den Hartog: Volgens mij heb ik daar geen reactie op gekregen. De voorzitter: Kijk eens. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik wil een poging doen. De voorzitter: Maar als wethouder De Jonge gaat staan, dan spuit het vertrouwen in het gemeentebestuur omhoog. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Wat ik net zei, we zijn heel hard aan het werk aan participatie, informatie, communicatie. Dat zit niet in mijn portefeuille, maar het hangt er wel heel nauw mee samen. Wat wij merken, is dat door de werkwijze die we nu steeds meer aan het implementeren zijn vanuit de visie en die aanpak, waarin we gezegd hebben, het moet voor de inwoners, het moet eenduidig zijn, het moet helder zijn hoe we het doen en we willen ook gestructureerd, zodat herkenbaar wordt hoe de gemeente zelf met participatie omgaat. En we zien daar wel inmiddels de eerste resultaten van.
Dat we terugkrijgen, van tevoren was heel duidelijk wat we gingen doen, het is goed begeleid. Het blijft natuurlijk altijd de mogelijkheid om het niet eens te zijn met de uitkomsten van participatie. Maar we krijgen wel steeds vaker terug, hoe het opgezet wordt en hoe het doorlopen wordt, dat daar de tevredenheid aan toenemen is. Dat zullen we weer tussentijds moeten gaan monitoren met projecten die we aan het doen zijn. En dat blijft voor ons ook hoog op de agenda staan. Wethouder Van der Kruijff zei het ook over bijvoorbeeld het hele proces rondom de perspectiefnota en ombuigingen, daar kijkt iedereen die betrokken was wel tevreden op terug, hoe ze betrokken waren en de kans hadden om mee te doen in het proces. Zo werken we daaraan. Maar we hebben gezien hoe laag het vertrouwen in de overheid soms kan zijn, als je het ook naar landelijk kijkt. Daar hebben we mee te maken. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Misschien nog kort. Dat is al net aangegeven. U geeft net aan, de waardering van het proces, maar dat zie je niet terug in de resultaten van die enquête die is gedaan. Want daar zie je dat het vertrouwen is gedaald van 37 naar 33 of 34 procent. En wellicht is het goed om daar toch nog eens wat duidelijker, ook naar de raad, over te rapporteren, wat u daar vanuit het college nu aan doet om dat tij te keren en uw inzet daarop.
De voorzitter: De wethouder.
95
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, wij hebben, volgens mij, twee weken geleden een commissie gehad over de participatieverordening. Die zijn we nu verder aan het uitwerken en daarin gaan we ook vastleggen met welke periodiciteit we terugkomen met een verslag over hoe de participatie in Dordrecht is gegaan, wanneer die heeft … En dan gaan we ook periodiek rapporteren over participatie bij de gemeente Dordrecht. De heer Schalken-den Hartog: Als laatste punt voorzitter, want dit gaat … De voorzitter: Eigenlijk heeft u al drie interrupties gehad. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, maar dit gaat puur, wat mevrouw De Jonge aangeeft, op participatie. Het gaat ook om de afname van het vertrouwen in het gemeentebestuur. En het zou goed zijn dat daar ook iets van op papier komt, waarmee het college laat zien, richting ons als raad, richting de stad, op welke manier ze ermee bezig zijn om dat te herstellen.
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat is een vraag die u aan zowel de raad als het college stelt, want we zijn met zijn allen het gemeentelijk bestuur. We hebben met dit college gezegd, door vorm te geven aan die participatie, dat staat ook in ons politiek akkoord, dat is in ieder geval aan de kant van het college de handschoen die wij hebben opgepakt. En in die zin zou ik hem dan ook min of meer in uw midden willen terugleggen. Dan moeten we daar gezamenlijk het gesprek over aangaan, hoe wij zelf kijken naar het vertrouwen en welke indicatoren zijn er? Maar ook, waardoor wordt dat gevoed, in een positiviteit of in een negativiteit? Want er kan zoveel gebeuren, waar we uiteraard als gemeentebestuur en ik denk met zijn allen, wel zeggen, we willen dat het vertrouwen omhooggaat, maar waarom lukt het nog niet? Misschien zijn dat hele mooie sessies om in gezamenlijkheid te gaan houden. De voorzitter: Volgens mij is dat een hele mooie handreiking van de wethouder. Mijnheer Gündogdu nog. Een nieuwe vraag. De heer Gündogdu: Er is een vraag die niet is beantwoord. Ik was al heel blij dat mevrouw De Jonge daar ging staan. Mag ik de vraag stellen? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Dat gaat over mijn opmerking rondom de investering van 4.000.000 euro voor Kunstmin.
En mijn vraag daarbij was, 10 jaar geleden hebben we heel veel miljoenen geïnvesteerd en nu blijkt dat de luchtcirculatie niet zou voldoen. En mijn vraag concreet is, wat gaan we nu wel doen, zodat wij ervanuit kunnen gaan dat we de komende jaren bij grootse projecten wel in control zijn over dit soort kosten? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, wij balen ook enorm, dat je in een relatief snelle periode tot de conclusie moet komen dat de renovatie die in het verleden is gedaan, minder effectief is gebleken dan dat je zou verwachten. Wij vinden wel, onze maatschappelijke
96
gebouwen verdienen het om een goede omgeving te zijn voor de activiteiten die erin plaatsvinden. Dat is wel de reden waarom we nu gezegd hebben, we gaan echt Kunstmin aanpakken. En daarmee leren we ook van het verleden, dat we moeten gaan voor installaties van kwaliteit en omvang die passend zijn bij het gebruik en bij het gebouw. Kunstmin is een vrij complex gebouw. Daar zijn we nu aan het kijken dat we niet zeggen, wat past er binnen budget? Maar als ik eerlijk moet zijn en het gaat over het budget heen, dan moet ik naar u terugkomen om te zeggen, maar dit is wel wat we nodig hebben voor de komende 25, misschien 40 jaar. En dan is Kunstmin weer helemaal upto-date. Dat nemen wij als leermoment mee. De voorzitter: Mooi. Dank. En volgens mij is daarmee ook nu wel echt het einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van het college. Her en der zijn nog wel opmerkingen gemaakt, geen vraag gesteld, over veiligheid. Weet, op 20 januari gaat de raad in gesprek over een nieuw integraal veiligheidsplan.
Dan gaan we ook met elkaar praten, wat zijn de huidige veiligheidscijfers? Hoe hebben deze zich de afgelopen jaren ontwikkeld? Zien we trends? Waar moeten wij ons op focussen de komende jaren en waar zouden we, ook in onze veiligheidsaanpak, nieuwe accenten moeten zetten waarschijnlijk steviger met elkaar op moeten gaan investeren? Ik doe maar een schot op ondermijning, femicide, huiselijk geweld, jeugdcriminaliteit wat vanavond ook al aan de orde kwam. We gaan over al die thema's met elkaar in januari in gesprek. Ik zie de auteur, penvoerder van het stuk, op de tribune zitten. Vandaar dat ik dacht, ik breng het nog wel even onder uw aandacht. Dan hebben we de eerste en tweede termijn van de zijde van de raad gehad en die zijn heel uitgebreid verlopen. Volgens mij heeft u al uw vragen kunnen stellen, ook al heel erg veel kunnen vinden. Dan kijk ik nog naar u, of er aanleiding is om te schorsen om redacties te plegen op moties of amendementen of dat u zegt, we kunnen in een keer door. Maar dan gaan we het wel in de tweede termijn echt alleen nog maar hebben, wat mij betreft, over moties en amendementen. Want volgens mij, de beraadslaging is vrijwel rond. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Wij hebben graag vijf minuten voor schorsing. De voorzitter: Vijf minuten voor schorsing. Is dat genoeg? Ook voor de VVD-fractie, vijf minuten? Mooi. Vijf minuten schorsen.
De vergadering is weer geopend. Hallo, mijnheer De Heer, mijnheer Van Dam Timmers, mijnheer Uysal. Mevrouw Van Vugt, u had om de schorsing gevraagd. Mevrouw Van Vugt-Roose: En ik zat al een tijd klaar. Dank u wel. We hebben genoeg tijd gehad, maar moet ik de uitkomst delen dan nu of zo? De voorzitter: Weet u wat, ik doe een reguliere tweede termijn voor de raad. En als u zich dan focust op wat uw standpunt is ten aanzien van de moties en amendementen die u echt kwijt wil en ze niet allemaal langs te lopen. De heer Van der Spoel: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel.
97
De heer Van der Spoel: Ik had al aangekondigd, althans, dat had wethouder voor mij gedaan, dat ik de motie had aangepast. Moet ik die nu alvast indienen, zodat het … Ik had hem al doorgestuurd, per mail. De voorzitter: Eerst even kijken. Welke fracties willen een motie of amendement wijzigen? Wie zijn dat? Even kijken. DENK, VVD, wie nog meer? Van der Spoel. Dat is het? Ik heb de VVD staan. Allereerst mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de motie over de munitiefabriek aangepast. Allereerst de titel. Dat is nu Kansen voor de Drechtsteden in een veiliger Europa. En de eerste bullet in het dictum is geworden, om vanuit Smart Delta Drechtsteden en relevante kennis- en maakpartners te verkennen welke vormen van defensiegerelateerde industrie, innovatie of samenwerking het meest effectief bijdragen aan nationale en Europese defensiedoelen en welke kansen dit biedt voor werkgelegenheid in de regio. De voorzitter: En dan hebben we het ook nog over de eerste bullet. De VVD-fractie. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ik pak even de goede tekst erbij. Even kijken. Wij dienen 2 gewijzigde moties in. De eerste motie Veilig over straat, M5.
Naar aanleiding ook van de inbreng van mijnheer Schalken, is er een nieuwe doelgroep toegevoegd aan het dictum, die overigens ook niet absoluut geformuleerd is, zodat die plekken veilig worden voor vrouwen, LHBTI en anderen, zeg ik met nadruk daar dan ook bij. Dan hebben we de motie Gerichte aanpak fatbike-overlast, dat is M4. Ook daarin is er veel gewisseld in de eerste termijn. We hebben goed naar onze collega's geluisterd en ook naar de suggesties vanuit het college. Dat betekent dat we bij spreekt uit toevoegen dat elke kans moet worden benut om ook buiten de aangewezen gebieden, bijvoorbeeld rond scholen en drukke fietsroutes, vaker en zichtbaarder te handhaven, onder meer met snelheids- en constructiecontroles, zoals de rollerbank. En dan zijn bij het dictum de voorbeeldlocaties eruit gehaald. We zien wel graag dat deze hotspots, die we ook in onze gesprekken aan de deuren veel terughoren, serieus overwogen worden in het onderzoek, maar nu verdwijnen ze uit de motie. En we willen dat iedere locatie, ook bijvoorbeeld het Leerpark, objectief wordt meegenomen, meegewogen, in het onderzoek wat dan volgt. Ik hoop dat met die 2 aanpassingen de motie ook op instemming van de meerderheid van de raad kan rekenen, omdat het een ontzettend groot probleem is. En dat vinden we volgens mij allemaal. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.