2.1 2025.11.11 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
De moties adoptie en sponsorbankjes en de parkbank met fietsfaciliteiten dienen we dan ook daarom mede in met het CDA. De meerjarenbegroting is sluitend en dat is natuurlijk goed. Vanaf 2030 krijgen we echter wel te maken met forse investeringen en bijbehorende kapitaalslasten, waarvoor de structurele dekking
21
nog gevonden moet worden. Daarnaast blijft de vraag of de bezuinigingsmaatregelen tijdig het beoogde effect laten zien. Dit zowel maatschappelijk als financieel. De heer Schalken zei daar ook al wat over. In combinatie met het verminderen van de inzet van de reserves als dekking, is de vraag aan het college in welke richting zij denkt voor de oplossing dat op termijn structurele dekking gevonden gaat worden. Voor de beleidswijzigingen op het gebied van reserves zijn wij de wethouder Financiën overigens dankbaar. Al vele jaren heeft de VSP aangegeven dat het aanwenden van de reserves om een niet-sluitende begroting sluitend te maken door middel van het aanspreken van onze gemeentelijke spaarpot een ongewenste handelswijze was. Fijn dat dat in de toekomst niet meer gaat gebeuren. Tot slot, voorzitter, dit is de laatste begroting, zoals ik al zei, van het huidige college. Het gevoerde beleid van dit college wijkt op onderdelen zeker af van hetgeen de VSP voor ogen heeft. Desondanks wil de VSB het college bedanken voor de samenwerking, ook al was die soms wat moeizaam. Ook dank aan alle coalitie- en oppositiepartijen voor de samenwerking. Want ten slotte moeten wij de stad met elkaar besturen. De voorzitter: Tot zover. En zo is het, mevrouw Stolk. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Uysal van GroenLinks.
De heer Uysal: Voorzitter, allereerst gaat onze dank uit naar het college en naar iedereen binnen deze organisatie die gewerkt heeft aan de begroting. Een begroting opstellen in tijden van financiële krapte vraagt om eerlijkheid, discipline en het lef om keuzes te maken die niet altijd populair zijn. En daar spreken we onze waardering voor uit. Ook danken we de griffie voor de ondersteuning van de raad. Voor GroenLinks is dit het moment om vast te houden aan wat Dordrecht sterk maakt. Solidariteit, duurzaamheid en een stad die voor elkaar zorgt. Wij geloven in een samenleving waarin iedereen mee kan doen, waarin we niemand laten vallen en waarin we vooruitkijken naar de Dordtenaren van de toekomst. Bezuinigen betekent soms dat we nee moeten zeggen, maar het betekent nooit dat we onze waarden moeten loslaten. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat keuzes recht doen aan mensen die het niet breed hebben, aan kinderen die opgroeien met minder kansen, aan inwoners die afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning. Tegelijk blijven we investeren in een gezonde en leefbare stad met schone lucht, ruimte voor natuur en cultuur en groene buurten waar mensen kunnen opbloeien. En dat betekent ook dat we keuzes niet alleen door een financiële bril kijken. De menselijke maat, het belang van de gemeenschap en het perspectief op de lange termijn blijft voor ons leidend.
Voorzitter, laat ik dat illustreren aan de hand van één ontmoeting die mij is bijgebleven. Twee jaar geleden ontmoette ik Lieke tijdens de open dag van de tiny houses in Crabbehof. Lieke, een dertiger, woonde nog steeds bij haar ouders en zocht al lange tijd naar een plek in Dordrecht. Het tiny house concept sprak haar aan en dat spreekt ons als GroenLinks ook aan. Het is duurzaam, betaalbaar en het is goed voor de sociale cohesie. Precies het soort woonvorm maar wij vinden dat het meer ruimte verdient. En toch is deze woonvorm in Dordrecht niet altijd of nog altijd tijdelijk en niet structureel verankerd in ons woonbeleid. En om daar verandering in te brengen, zal GroenLinks binnenkort samen met de bewoners van tiny house met een initiatiefvoorstel komen. Maar terug naar Lieke, want tiny houses waren voor haar geen optie en de reguliere woningmarkt ook niet. En dankzij de transformatie van het leegstaande kantoorgebouw aan de Hellingen vond zij tijdelijk onder onderdak. Het
22
besluit om dat kantoorgebouw om te bouwen naar woonruimte ging niet vanzelf en vergde de nodige moed. Maar het laat zien dat politiek nooit abstract is. De keuzes die wij hier maken bepalen letterlijk of iemand een dak boven het hoofd heeft. Voor Lieke maakte dat besluit het verschil en daarom dienen wij samen met de ChristenUnie SGP een motie in om transformaties actiever te stimuleren. En toch, voorzitter, tijdelijk onderdak is niet genoeg. Afgelopen week kwam ik Lieke opnieuw tegen en dit keer bij haar expositie Bouwstenen, wat u ook nu op het scherm ziet. Lieke is namelijk een jonge Dordtse beeldende kunstenaar en in haar glazen stad laat zij steen voor steen zien wat de verborgen impact van woningnood is. De onzekerheid van geen vaste plek hebben, steeds weer moeten verhuizen of simpelweg geen betaalbare woning kunnen vinden. Lieke is de belichaming van een veel grotere groep jongeren en starters die in Dordrecht willen wonen, werken en hun leven willen opbouwen, maar die nauwelijks toegang hebben tot echt betaalbare woningen. In haar kunstwerk komt er een bouwsteen bij wanneer beleid echt bijdraagt aan betaalbare huisvesting en verdwijnt er een wanneer besluiten jongeren verder wegduwen. En u ziet allemaal een klein bouwsteentje voor u liggen. Dat heb ik van Lieke gekregen na haar expositie en het staat symbool voor de keuzes die wij vandaag hier maken.
Voor jongeren als Lieke moeten we vandaag een bouwsteentje bijleggen. En daarom dienen wij een motie in om binnen onze bouwambities niet alleen te spreken over betaalbare koop, maar expliciet te sturen op sociale koop, zodat jongeren en starters zoals Lieke een plek in onze stad kunnen vinden. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik heb de motie nog niet gelezen, maar ik heb wel alvast de vraag of de heer Uysal dan ook bedoelt dat dit soort initiatieven gerealiseerd zouden kunnen worden in het buitengebied. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Dat zou kunnen. We hebben met elkaar afgesproken om eerst te kijken binnen de bestaande kaders, maar u weet ook, de discussie van de omgevingsvisie die we nog niet zo heel lang geleden hier hebben gevoerd. En wij vinden dat we te veel ruimte ruimtelijke ambities hebben om die allemaal ook waarmaken. We hebben klimaatplannen, we willen buiten genoeg speelruimte hebben, we willen iets doen met de bomen, we willen woningen gaan bouwen. We vinden ook dat de leefbaarheid op een gegeven moment onder druk komt te staan. En dan zou je ook moeten kijken naar de randen van de stad. De voorzitter: Mevrouw Koene, voldoende? Dank u. De heer Uysal. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan GroenLinks.
We weten dat op dit moment 30 procent van de huizen die gebouwd worden gemiddeld
23
sociale huurwoningen moeten zijn. U wilt 5 procent sociale koop bouwen. Prima, maar komt het boven op die 30 procent of gaat het ten koste van die 30 procent? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Nee, voorzitter. Wat wij voorstellen is dat wij op dit moment een aantal categorieën hebben. Sociale huurwoningen, woningen in het dure segment, middenhuur en de categorie betaalbare koop. Wat wij voorstellen is om in die categorie betaalbare koop een subcategorie te maken en dat is sociale koop. Om daar veel gerichter en krachtiger op te sturen. De voorzitter: Gaat u door. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, een sympathieke motie. Echt betaalbare woningen. Wij snappen ook dat dit inderdaad een toevoeging zou kunnen zijn. Ik lees daar wel die vijf procent en ik ben altijd even voorzichtig met dat soort harde getallen. En ik hoor bijna de wethouder dit ook al in zijn eerste termijn zeggen, dat die niet graag vastzit aan dit soort harde cijfers. Ik was even benieuwd, wat voor onderbouwing zit er bij die vijf procent? Zodat we dat beter kunnen waarderen. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, het eerlijke verhaal is dat wij in onze technische vragen gesteld hebben aan het college, hebben wij zicht en sturen wij op de categorie sociale koop? Het antwoord was nee.
En het college gaf aan dat daar geen doelstelling aan gekoppeld was en dat het zonder een beleidsmatige opdracht ook geen zin had om een extra categorie op te nemen. Vandaar het getal 5 procent. Dat had ook 10 procent kunnen zijn, had ook 90 procent kunnen zijn, had ook 1 procent kunnen zijn. Maar we hebben hem zo opgenomen in het dictum van de motie dat we het college niet vastleggen op per se het percentage van 5 procent, maar dat we ook het college ruimte geven om te kijken of dat haalbaar is en mogelijk is. En zo niet, om dan bij andere opdrachten en projecten te kijken of dat daar te compenseren is. De voorzitter: Voldoende voor de heer De Heer? De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ook eventjes over deze motie. Er wordt een definitie gegeven in de constatering, 3 ton. En dat is dan sociale koop, of in ieder geval 343. Maar dan staat er inderdaad bij het dictum 5 procent. Waarom niet wat meer ambitie? Vraag ik aan de heer Uysal. Is dat niet wat laag? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik denk dat we elkaar daarop kunnen vinden met de SP. Maar ook dan meteen de achtergrondinformatie. We hebben twee jaar geleden als GroenLinks in de
24
doelgroepenverordening opgenomen de categorie sociale koop. En we constateren nu twee jaar later dat er veel te weinig gebruik is gemaakt van die categorie. En we willen het college nu dwingender gaan oproepen om echt werk te maken van sociale koop en we beginnen met 5 procent. Laten we eerst dat waarmaken. Het is overigens minimaal 5 procent. Dat wil niet zeggen dat het bij 5 procent moet blijven. Bij voorkeur meer, maar laten we eerst dit waarmaken. En als we bij de monitoring en rapportage te zien krijgen dat er veel meer mogelijk is en haalbaar is, dan reken ik op uw steun. De voorzitter: Gaat u door. De heer Uysal: Voorzitter, wonen gaat over bestaanszekerheid, maar dat geldt natuurlijk veel breder. Iedereen in Dordrecht moet de kans hebben om mee te doen, om vooruit te komen en om niet voortdurend te hoeven worstelen om rond te komen. En in deze periode hebben we als GroenLinks stevig ingezet op het verruimen van de armoederegelingen. Dat heeft zichtbaar resultaat gehad en daar zijn wij ook trots op. Tegelijkertijd weten we dat veel van deze middelen na deze periode aflopen, terwijl de armoede in onze stad niet ineens eindigt. De afgelopen jaren hebben bovendien laten zien dat Den Haag niet altijd levert als het gaat om armoedebestrijding. En dat baart ons extra zorgen.
Daarom vragen we het college, hoe zorgen we ervoor dat mensen niet in de problemen komen zodra deze middelen volgend jaar ineens wegvallen? Welke voorzieningen of regelingen dreigen te verdwijnen en wat betekent dat concreet voor de inwoners die nu ondersteuning ontvangen? Voorzitter, in datzelfde licht dienen wij vandaag ook een motie in voor een sportspullenbank, zodat iedereen kan meedoen aan sport en bewegen, ongeacht de portemonnee. Voorzitter, in tijden van bezuinigingen heb je twee dingen nodig. De extra opbrengsten en lagere uitgaven. En precies dat zien we gebeuren bij afval. Een betere afvalscheiding levert de gemeente een extra opbrengst van ruim 100 duizend euro op. Gescheiden afval levert niet alleen meer op, maar het zorgt er ook voor dat onze uitgaven dalen. En voorzitter, het blijft jammer dat deze raad destijds tegen Diftar heeft gestemd. Want wat we nu zien bevestigt opnieuw dat bronscheiding werkt. Het is beter voor het milieu, maar vooral ook beter voor de portemonnee van de gemeente en van onze inwoners. Over een schone en veilige stad gesproken, dit jaar is ook de laatste jaarwisseling waarin consumentenvuurwerk is toegestaan. Voor GroenLinks is dit een lang gekoesterde wens. En een jaarwisseling. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u.
Ik hoor de heer Uysal spreken over kostenverlagingen als de stad zou overstappen op Diftar. Welke kostenverlaging bedoelt u dan? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik doel niet op kostenverlaging. Het zijn feiten en gegevens die we teruglezen in de bestuursrapportage. En in de bestuursrapportage staat vermeld dat door betere afvalscheiding de gemeente 100 duizend euro aan extra opbrengsten heeft opgeleverd en dat het de kosten verlaagt vanwege minder restafval. Dit zijn harde feiten en gegevens die staan in onze eigen financiële stukken. En het lijkt mij, voorzitter,
25
logisch dat we bij de behandeling van de begroting uitgaan van feiten en niet het dogma en de ideologie van de VVD, waar de heer Kuhlmann op doelt. De voorzitter: De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Wat jammer dat de heer Uysal dan helemaal vergeet dat wanneer je door Diftar veel extra bijplaatsingen hebt, afvaldumping, dat dat natuurlijk ook niet gratis en voor niets verdwijnt, dat er ook een hoop kosten aan verbonden zijn. Maar dat laat ik aan de heer Uysal. De voorzitter: De heer Uysal nog. En anders gaat u lekker door. De heer Uysal: Daar wil ik toch kort op reageren, voorzitter. Want wat ik net ook zei is dat ik het hier heb over feiten en gegevens. Ik verwijs naar de bestuursrapportage. Daar kunt u deze gegevens en cijfers in terugvinden. En het zou helpen als we bij de feiten blijven bij de behandeling van de begroting en dat we niet uitgaan van een ideologie of van onderbuikgevoelens. De heer Kuhlmann: Voorzitter, wat dat betreft is het denk ik goed om, en dat raad ik de heer Uysal ook aan, om behalve naar de ambtelijke stukken ook naar het beeld op straat te kijken. Kunnen we iedereen van harte aanraden. De voorzitter: Gaat u door, mijnheer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, over een schone en veilige stad gesproken. Dit jaar is ook de laatste jaarwisseling waarin consumentenvuurwerk nog is toegestaan.
Het is een langgekoesterde wens van GroenLinks om een jaarwisseling te hebben zonder vuurwerkslachtoffers, zonder overbelaste eerstehulpposten, zonder geweld tegen hulpverleners en zonder de enorme stress die zoveel dieren ieder jaar opnieuw ervaren. En wij hebben ons hier lokaal al jaren sterk voor gemaakt. En nu wordt het landelijk eindelijk ingevoerd. Maar juist omdat dit het laatste jaar is waarin consumentenvuurwerk nog mag, hebben wij samen met de ChristenUnie/SGP hierover vragen gesteld. En we zijn blij dat het college alert is en tijdig maatregelen heeft genomen om de risico's te beperken. Laten we met elkaar zorgen voor een fijne, feestelijke en veilige jaarwisseling. Een waarvan iedereen kan genieten, zonder dat anderen er last van hebben. Als ze een beetje aan elkaar denken, maken we samen een mooie start van het nieuwe jaar van. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Uysal. Het woord is aan de heer Damen. Uw eerste begroting en dan al een jingle. De heer Damen: Voorzitter, bij een begrotingsbespreking in raad is dat altijd de gelegenheid om wat nieuwe wensen op tafel te leggen. Maar aan het eind van een raadsperiode van bijna 4 jaar is het ook goed om even terug te kijken.
Allereerst en de tekst van de begroting helpt daarbij, want die zit vol cijfers en statistieken die aangeven wat we hebben bereikt en voor een groot gedeelte ook wat we niet hebben bereikt. Wat dat betreft wil ik, net zoals veel vorige sprekers, de complimenten maken aan de
26
opstellers van de begroting. Een van de aangeleverde gegevens betreft de grootte van de verschillende sociale klassen in de stad. Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft die in beeld gebracht voor heel Nederland en voor steden afzonderlijk en de klassen varieerden van jonge kansrijken tot laagopgeleiden gepensioneerden. Bepalend voor de indeling is het kunnen beschikken of het niet kunnen beschikken over financieel, sociaal en cultureel kapitaal. De mensen met de minste hulpbronnen wat dat betreft worden aangeduid met wat een mooi begrip lijkt, precariaat, maar het staat eigenlijk voor mensen die in precaire omstandigheden leven en het hoofd net boven water kunnen houden of net niet. Landelijk behoort 6,3 procent van de bevolking tot die sociale klasse. Maar let op, in Dordrecht is dat 10 procent. We zitten 50 procent boven het landelijk gemiddelde en dat is behoorlijk heftig. De armoede is vaak ook nog geconcentreerd. Eén Dordtse buurt behoort tot de armste buurten van Nederland. Het is de een na armste buurt, om precies te zijn. Doen we genoeg om als gemeente om deze groep mensen in een precaire situatie te helpen? Genoeg is niet mogelijk, maar doen we wat mogelijk is? Het inkomensbeleid is geen gemeentelijke aangelegenheid, maar het armoedebeleid ziet mede dankzij de inspanningen van ex-wethouder Heijstek er behoorlijk goed uit.
Alleen dreigt dat beleid te verdwijnen in niet het komende jaar, maar het jaar daarna. Wat dat betreft vragen we aandacht voor dat probleem. Naast het kunnen beschikken over financieel kapitaal zijn ook sociaal en cultureel kapitaal van groot belang. Sociale en culturele en sportorganisaties hebben daarbij een belangrijke rol, want ze helpen bij het onderhouden van een sociaal netwerk. En als je in een precaire situatie verkeert, is het hebben van een sociaal netwerk van groot belang. We vinden het niet toekennen van de inflatiecorrectie in de subsidie aan deze organisaties daarom een onverstandig idee. We onderschrijven daarom het amendement van de SP over dit onderwerp. Voorzitter, goed kunnen lezen en het hebben van toegang tot informatie is voor Dordtenaren van enorm belang, maar speciaal voor de mensen die niet goed de weg weten te vinden in een wereld vol regels, waaronder de jongvolwassenen die minder gewend zijn te lezen of het lezen zijn verleerd in die korte tijd. De bibliotheek is daarbij een waardevolle voorziening. Het wegnemen van drempels door het verminderen of afschaffen van abonnementskosten kan het gebruik van de bibliotheek bevorderen, met name voor herstartende lezers.
We verwijzen daarvoor naar het experiment van de bibliotheek Rotterdam en we vragen door middel van de motie het college om de voor- en nadelen van dit experiment in Rotterdam voor de Dordtse situatie in beeld te brengen. Voorzitter, bij de verkiezingscampagne voor de raad in 2022 hebben echt alle politieke partijen geroepen dat de woningnood het belangrijkste probleem was in de stad. De PvdA-fractie heeft de afgelopen 3,5 jaar, en dat was anders dan de jaren daarvoor, er tot vervelens toe op gewezen dat er ook meer sociale huurwoningen gebouwd moesten worden. De woningnood komt altijd het hardst aan bij de mensen met het minste geld. De helft van de Dordtse huishoudens heeft een bescheiden inkomen onder de zogenaamde DAEB-grens, dat is de grens waarmee je nog wel voor een sociale huurwoning in aanmerking kunt komen. Betaalbare mogelijkheden voor deze groep Dordtse huishoudens, en dat is 50 procent van huishoudens, buiten de sociale huurwoningen van de corporaties verdwijnen steeds meer. Particuliere sociale huurwoningen verdwijnen naar de koopmarkt op dit moment en de woningen die overblijven, zitten niet in de distributie van woningen voor woningzoekenden met een laag inkomen. Daar heeft de verhuurder overigens ook geen belang bij, om die mensen te huisvesten. Koopwoningen zijn in de afgelopen 5 jaar 100 duizend euro duurder
27
geworden en daardoor vrijwel onbereikbaar geworden voor de mensen met een laag inkomen. Je hebt voor een koopwoning van 250 duizend euro een hypotheek nodig die hoort bij een eenpersoons inkomen van 50 duizend euro. Dat is net de DAEB-grens. Maar die woningen van 250 duizend euro zijn in Dordrecht bijna niet meer te vinden. Corporaties wijzen jaarlijks 1000 vrijgekomen woningen toe. Toch stijgt ieder jaar het aantal woningzoekenden dat bij de corporaties is ingeschreven met 1000 en het aantal komt nu al in de buurt van 20 duizend Dordtenaren die ingeschreven staan. Er schrijven zich ieder jaar 2000 nieuwe woningzoekenden in. Degenen die een woning krijgen toegewezen op dit moment hebben daarvoor gemiddeld 8 jaar gewacht, maar de wachttijden nemen toe. Degenen die zich nu inschrijven, zullen vermoedelijk 10 tot 14 jaar op een woning moeten wachten. Die zijn rond 2037 aan de beurt. Ik vind dat een redelijk heftig gegeven. De fractie van de SP heeft voor de begroting een vraag gesteld, waarvoor onze dank, over hoeveel sociale huurwoningen er de afgelopen periode echt bij zijn gekomen. Van de antwoorden word je niet blij. Tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2027 kwamen en komen er netto 530 sociale huurwoningen bij. In die periode neemt het aantal woningzoekenden naar verwachting met 5000 personen of huishoudens toe.
En onder de toename van die sociale huurwoningen zitten 330 tijdelijke huurwoningen in het Leerpark en 200 studentenwoningen in de Thureborgh. Duidelijk is dat het gewoon niet opschiet. We weten best dat het opstellen en uitvoeren van woningbouwplannen een moeilijke en lastige aangelegenheid is. We zien ook dat de oplossing een gigantische inspanning vereist. En tiny houses, knarrenhofjes of het verbouwen van enkele kantoren die nog niet verbouwd zijn leveren daar een bijdrage aan, maar het blijft een beperkte bijdrage. We hebben een heel fors bouwprogramma nodig. We begrijpen daarom ook niet waarom het college geen inzicht wil geven in hoeveel we kunnen bouwen in de stad binnen de verstedelijkingsgrens en we begrijpen ook niet waarom het college niet wil praten over uitbreidingslocaties van de stad ten zijde van de Oude Dijk of niet wil meedenken over het hoger bouwen in nieuwbouwplannen aan het Maasterras en Spuiboulevard. De voorzitter: U gaat afronden, neem ik aan. U bent door de tijd heen. De heer Damen: We vragen ons daarom af, wil het college eigenlijk wel die woningnood oplossen? Want tot nu toe zien we daar geen echte beweging toe. Dank u. De voorzitter: Dank, mijnheer Damen. Dan is het woord aan de heer Struijk. De heer Struijk.
De heer Struijk: Voorzitter, het opstellen van een begroting waarbij ook de leesbaarheid en het visuele aspect belangrijk zijn, is een hele klus. Vandaar dat ik ook dit jaar begin met een compliment richting allen die meegewerkt hebben aan het tot stand komen van dit document. Voorzitter, in de inleiding wordt gesproken over een gezonde financiële huishouding. Daar staan tegenover structurele uitgaven ook structurele inkomsten. Als gemeente geven we al jaren meer uit dan er binnenkomt. Met dank aan onze welgevulde spaarpot was dat ook geen probleem. Het uitgangspunt van agenda 2030, investeren in een betere stad, staan we volledig achter. Tegelijk zien we dat de schuldquote heel snel gaat oplopen. Verklaarbaar, nog niet direct zorgelijk, maar wel iets om goed in de gaten te houden. Wat betreft een levendig, leefbaar en veilig Dordrecht. Voorzitter, in een lange zin op pagina 19 kwam ik het woordje eenzaamheid tegen. Wat onze fractie betreft
28
een onderwerp wat veel aandacht verdient. We horen er best veel mensen hun zorgen over uiten. Met betrekking tot dit onderwerp vragen we naar aanleiding van een brief die we onlangs kregen extra aandacht voor de relatief nieuwe wijken zoals Wilgenwende en Amstelwijck. Het totaal ontbreken van voorzieningen zoals winkels, gezondheidszorg en openbaar vervoer, vergroot dit probleem namelijk. De volgende zin gaat over vaste, zichtbare handhavers. Laat ik beginnen met een compliment. Veel Fixi-meldingen worden met behulp van handhaving snel afgehandeld. Maar de zichtbaarheid buiten de binnenstad kan echt beter. En ik denk daarbij niet alleen aan de fysieke zichtbaarheid, want ik snap de beperkte beschikbaarheid daarvan. Maar ook aan de social media. Misschien ligt het aan mij, ik ben niet de allerhandigst op dat terrein, maar de laatste berichten die ik tegenkwam van bijvoorbeeld een wijkboa of handhaving Sterrenburg, zijn uit 2022. En ook het spreekuur wat er was lijkt afgeschaft te zijn. En dat zijn toch middelen waarbij je zichtbaarheid wat kunt vergroten. Het is maar een tip. Voorzitter, op de volgende pagina lees ik iets over de herontwikkeling van de ... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat triggert me wel een beetje. Want u geeft in uw betoog aan het vervoer, maar ook de handhaving en de eenzaamheid. Maar u zegt, het is maar een tip.
Maar wat wil de ChristenUnie/SGP ervoor uitgeven om die zichtbaarheid van handhaving en een wijk daartoe uit te geven? Want het is niet alleen een tip, wat wilt u ermee? De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel voor de vraag, mevrouw Stolk. Ik heb u extra spreektijd gegeven. Dat betaalt zich terug. Dank u. Ik heb het niet over uitgeven van geld. Ik vraag me ook af of het nodig is. Wat bijvoorbeeld zou kunnen helpen, want ik heb de afgelopen periode, laat ik zeggen het laatste halfjaar, in de wijk waar ik woon en waar ik heel veel loop, twee keer handhaving gezien en twee keer in een autootje. Ik denk, jongens, de fiets. Misschien waren het handhavers die bezig waren met opruimen van afval, hoor. En dat kan natuurlijk niet op de fiets. Dat snap ik. Maar ik zou ze veel meer fietsend willen zien. Dat is één. En wat betreft de social media, dat hoeft echt niet zo veel te kosten. Al wijkagenten die doen het vaak ook. Als je één keer per dag eventjes een berichtje plaatst, dan zijn er honderden mensen die dat lezen en die kunnen er dan op reageren. En daar kun jij dan je voordeel mee doen. Het gaat niet over geweldige uitgaven, het gaat gewoon over eigenlijk hele simpele dingen. Wij pleiten niet voor een miljoentje extra, verdubbeling van het aantal handhavers en betere salariëring. Want het geld moet ergens vandaan komen.
Maar de voorbeelden die ik noemde zouden al kunnen bijdragen tot. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan toch eventjes, want wij dienen samen met de Dordtse VVD de motie de over de fatbikes. Tegelijkertijd, als je kijkt bijvoorbeeld in Sterrenburg, daar durven de mensen … En ik weet dat u ook eenzaamheid erg aan het hart zit.
29
De mensen in Sterrenburg in het Sterrenwiel die durven het tunneltje niet meer door, omdat daar gewoon heel veel overlast is van bijvoorbeeld de fatbikers. Ze worden omvergereden met hun rollator, wat de heer Den Heijer aangaf, ze worden bespuugd. Als je meer handhaving zou willen, dan moet daar ook een kostenplaatje aan vastzitten. Maar daar bent u dan niet toe bereid om dat eraan uit te geven. De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel. Ook voor deze vraag. Laat ik beginnen met waar u ook mee begon. Ik ga straks in mijn woordvoering ook in op de fatbikers en dan niet zozeer de bendes, maar meer gewoon de fatbiker die zich enigszins normaal gedraagt, behalve wat betreft de verkeersregels. Veel te hard rijden aan de verkeerde kant van de weg, zonder licht, enzovoort, door een tunneltje. Dat tunneltje waar u op doelt, ik weet uit het verleden dat daar regelmatig de politie controleerde. De politie zelf gaan wij niet over, hoeven we ook niet te betalen. Wat mij betreft zouden die dat gewoon vaker doen. Ook in het Sterrenburgpark, als je daar met je fiets doorging. Nu doet iedereen het, tot en met de handhavers en de wijkagenten toe. Maar het mag niet. Daar zou ook dan gecontroleerd kunnen worden. En dat hoeft niet allemaal door handhaving. We hebben ook een politie.
En met betrekking tot die fatbikers denk ik dat dat heel hard nodig is, maar daar kom ik straks in mijn woordvoering nog wel op terug. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. Excuus, mijnheer van Dam Timmers. Mevrouw Stolk, u had nog een interruptie. Mevrouw Stolk: Meer een aanvulling daarop. Dan hoop ik dat ook in uw woordvoering aan gaat geven dat het niet de fatbikes zijn, maar het gedrag van degene die op die fatbikes zitten. En ik hoop dat ik dat dan terug hoor in uw betoog. De heer Struijk: Dank u wel. U gaat dat gedrag terug horen, maar er zit wel degelijk ook iets in het vervoersmiddel. Maar daar kom ik ook op terug. En als ik het vergeet, dan gaat u mij weer extra spreektijd geven. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Zoals er dingen in het vervoersmiddel zitten, zo zitten er ook dingen in voorziening. En ik vind het een terecht punt wat mijnheer Struijk aanhaalt over Amstelwijck. En mijn vraag daarover is, welke concrete maatregelen heeft u voor ogen? Want ik ben het met u eens dat de voorzieningen in zo'n wijk onvoldoende zijn. En vanuit onze fractie pleiten we ook steeds voor voorzieningen. Maar wat ziet u dan voor ogen, concreet, in de komende jaren? De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, mijnheer Van Dam Timmers.
Ik werd op het idee gebracht hier doordat ik hoorde van een kennisje die woont in Louisa’s Weelde. Dat is ongeveer het eenzaamste stukje van Dordrecht. Het ging over de verkiezingen. Die moesten gaan stemmen bij de voetbalvereniging Wieldrecht in de kantine. Ze zeggen, het was zo leuk. Ik kwam daar allemaal mensen tegen uit mijn wijk die ik nooit gezien had. We hebben daar gewoon een uurtje met elkaar zitten praten. Daar heb je de oplossing. Niet met zijn
30
allen naar de kantine van die voetbalvereniging, maar er zou in de wijk een ontmoetingsplek moeten zijn eigenlijk waar je elkaar tegen kunt komen. En ik snap dat dat niet per 100 huizen geregeld kan worden, maar eigenlijk hebben we, vind ik persoonlijk, in Dordrecht met terugwerkende kracht een grote fout gemaakt door van die doodse wijken te bouwen waar echt helemaal niets is. Een simpele, je hebt van die jongeren ontmoetingsplekken, in Sterrenburg weet ik er een. Misschien moeten we ouderen ontmoetingsplekken gaan neerzetten. Maar er moeten plekjes komen, al zijn maar een paar bankjes bij elkaar, met een schaduwplek erboven en misschien Wi-Fi, dat laatste is het allerbelangrijkste, ook voor ouderen, waar de mensen met elkaar kunnen praten. Want je kunt niet in elk stukje een huisarts kwijt. Je kunt niet in elk stukje een bibliotheek kwijt. Maar je kunt wel een paar bankjes neerzetten. En als ik om een bankje vraag op een bepaalde plaats in Dordrecht, krijg ik te horen dat ik eerst zoveel handtekeningen moet hebben. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik denk dat we hierin samen kunnen optrekken. Maar dan toch even concreet de vraag. Dat betekent wel dat u ook toekomstige woningbouwplannen die locatie dan zou moeten aanpassen. Ik begrijp dat daar vanuit de ChristenUnie/SGP wel wensen voor zijn.
De voorzitter: Een hele korte reactie van de heer Struijk. De heer Struijk: Heel kort. We gaan er zeer zeker naar kijken. En ik verwacht Van Dam Timmers aan mijn zijde, dat hij ook bereid is met ons bijvoorbeeld erover mee te gaan denken, hoe kunnen we dat soort dingen aanpakken? Want ik weet dat u dit onderwerp ook belangrijk vindt. Ik denk dat ik verder kan gaan. Voorzitter, op de volgende pagina lees ik iets over de herontwikkeling van de Grote Markt. Dat geeft mij de vrijmoedigheid om nogmaals te wijzen op de in 2022 met algemene stemmen aangenomen motie die oproept zorg te dragen voor een verbinding met de historie van de voormalige Joodse buurt en in overleg te treden met de kleine Joodse gemeenschap. Voorzitter, de tijd dringt. Nu zijn er nog overlevenden van Wereldoorlog twee, maar ze zijn ver op leeftijd. Wacht niet tot het te laat is. Ik hoor graag straks een reactie van het college op dit punt. Met betrekking tot groen, duurzaam en ruimtelijk Dordrecht. Voorzitter, we zijn blij met initiatieven met betrekking tot het vergroenen van tuinen. We vragen ons eerlijk gezegd wel af wat het effect is. We constateren nog steeds heel regelmatig in tuinen dat groen vervangen wordt door tegels. In dat verband denken we ook aan de elders op pagina 110 genoemde uitdaging wateroverlast te beperken bij extreme neerslag.
De riolering kan dat niet altijd aan en dan is er een kostbare andere inrichting van de openbare ruimte noodzakelijk. Ik denk dat we ons niet moeten beperken tot de openbare ruimte. Overigens, best grappig om te lezen dat de overvloedige regen en de vele wind leidde tot verdunning van de concentratie fijnstof en er in 2023 daarom geen straten waren met overschrijding van de norm. Een klimaatmeevaller, zou je kunnen zeggen. Gezond, sociaal en zorgzaam Dordrecht. Voorzitter, we lezen dat Dordrecht sociaal minder gaat doorverwijzen en zelf meer ondersteuning gaat bieden. In de beantwoording van de technische vragen lezen we dat de inzet van Dordt Sociaal daartoe uitgebreid wordt. En dat is mooi. Tegelijkertijd zien we hier wel een spanningsveld, aangezien de opdracht van Dordt Sociaal al aanzienlijk is en het voor ons
31
de vraag is of de capaciteit voldoende meegroeit of mee kan groeien. Andere bron van zorg zijn de cijfers met betrekking tot jeugdhulp. Als de prognose voor 2026 klopt, dan zijn we al op weg richting 1 op de 6 jongeren die jeugdhulp nodig hebben. De heer Den Heijer noemde in zijn woordvoering 12 procent, maar daar zitten we dan al ver boven. Eveneens zorgelijk is de forse stijging ruim 25 procent in een jaar, ik ben dol op cijfertjes, van de gemiddelde schuldomvang van Dordtenaren in een schuldregelingstraject. Ik houd van cijfers, maar ik vind het wel een zorgelijk cijfer. Bouwend en bereikbaar Dordrecht. Voorzitter, we kunnen natuurlijk niet om de woningnood heen. Mooi om te lezen dat we in 2026 op diverse locaties nieuwe woningen mogen verwachten. We lezen ook over een nieuwe verhuurverordening en een leegstandsverordening. Ook die kunnen helpend zijn. Maar we missen een actieve rol van de gemeente als het gaat om transformatie van gebouw- en woningsplitsing. In dat verband verwijs ik ook naar een recent artikel in het AD van 4 november met als kop, het aantal woningen in Dordrecht door ombouw van een pand naar het laagste niveau sinds zeker 2019. Daar zijn vast verklaringen voor, maar wat ons betreft graag een meer proactieve houding. En daarom dienen we met GroenLinks, de VSP, DENK, Op Ons Eiland en Beter voor Dordt een motie in.
Voorzitter, nog iets over de verkeersveiligheid. De heer Hartmeijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Hartmeijer. U verschijnt niet op mijn schermpje. Sorry. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, een vraag aan de heer Struijk. Hij zei het eigenlijk zelf al. Het college heeft beloofd aan het eind van dit jaar met een leegstandsverordening te komen. Waarom dan deze motie op dit moment? Vraag ik aan de heer Struijk. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, mijnheer Hartmeijer, voor de vraag. Ik denk dat de leegstandsverordening niet in alle opzichten kan helpen. Wij willen eigenlijk graag gewoon meer een proactieve houding wat betreft de kantoorpanden en de winkelruimtes. De voorzitter: De heer Hartmeijer. Graag wel even via de voorzitter blijven spreken. De heer Hartmeijer: Doe ik altijd, voorzitter. Voorzitter, dat antwoord begrijp ik wel. Maar verwacht de heer Struijk dan dat die proactieve houding niet in de leegstandsverordening zal komen te staan? De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel voor de vraag, voorzitter. Ik heb niet helemaal precies de leegstandsverordening voor ogen. Maar ik dacht niet dat daar echt in staat dat ze bedrijven daadwerkelijk gaan stimuleren om kantoorpanden sneller … Want het gebeurt wel, maar het duurt vaak zo verschrikkelijk lang, om daar sneller wat mee te doen.
Maar als we straks te horen krijgen dat het wel zo is, dan is dat een meevaller. Dank u wel. Voorzitter, nog iets over
32
de verkeersveiligheid. We zien een zeer bescheiden stijging van het aantal ongevallen, ogenschijnlijk geen reden om aan de bel te trekken. Toch doen we dat wel. Landelijke cijfers laten namelijk zien dat het aantal spoedeisende hulp bezoeken van elektrische fietsers met aanzienlijk letsel stijgt, met name onder de 12 tot en met 17-jarigen en op afstand gevolgd door de groep 55 tot en met 69-jarigen. Ik hoef denk ik niemand ervan te overtuigen dat de fatbikes hier een rol speelt. Het verbaast ons daarom een beetje dat dat die fatbike nergens genoemd wordt in het hele verhaal. Terecht dat de VVD vraagt om aandacht voor fatbikebendes. Wij vragen aandacht voor het gevaarlijke gedrag dat veel ongelukken veroorzaakt. En ook wij horen dat er ouderen zijn die niet meer durven te fietsen uit angst voor de fatbikes. En dan gaat het om snelheid, dan gaat het om spookrijden, dan gaat het om verlichting en het ontbreken daarvan, met name. Wat ons betreft hoge prioriteit voor de aanpak van dit probleem. Bijvoorbeeld meer gerichte controles en nog sterker dan misschien al gebeurt lobbyen in Den Haag om verandering van de regelgeving. Voorzitter, ik ga afronden. Als we het over de begroting hebben, dan worden vaak onze zorgen uitgesproken, of erger, onze kritiek.
Het is daarom goed om erop te wijzen als we denken aan wat er in de wereld gaande is, ik noem alleen maar het woord Soedan, dat er ook nog veel goeds is. De apostel Paulus schrijft in een van zijn brieven, als wij voedsel en kleding hebben, en daar bedoelt hij mee onze basisbehoeften, zullen we daarmee tevreden zijn. Ik denk dat we kunnen zeggen dat misschien niet alle maar verreweg de meeste van onze inwoners veel meer hebben dan dat. En daarom past ons dankbaarheid. Ik dank u. De voorzitter: Dank, mijnheer Struijk. Wat een mooie afsluiting. Het woord is aan de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege. Maar het is de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u. Uiteraard ook onze dank en waardering voor iedereen die de begroting mogelijk heeft gemaakt. Voorzitter, het college sprak in 2022 een ambitie uit, namelijk te groeien naar 140 duizend inwoners in 2030. Een ambitie die nooit is bijgesteld. Een juist oog hebben voor de realiteit bepaalt het uiteindelijke einddoel. Tijdens mijn eigen hardloopcarrière had ik de ambitie om mijn eerste marathon tussen de 2.45 uur en 2.50 uur uit te lopen. Een ambitie gebaseerd op mijn persoonlijke records op de middellange afstanden.
Tijdens mijn trainingen voor mijn eerste marathon bleek dat ik geen lange afstandloper ben en moest ik mijn ambitie gaan bijstellen na een realistische eindtijd, om zodoende toch de finish te kunnen halen. Voorzitter, om de goede ambities bij te stellen moet je beginnen met het evalueren van de huidige situatie door middel van een sterke visie en de financiële en operationele aspecten te analyseren. Vervolgens stel je meetbare en haalbare doelen op korte en lange termijn, om ervoor te zorgen deze doelen te realiseren. Ondanks de vele signalen in de afgelopen jaren heeft het college de ambitie van 140 duizend inwoners uit het coalitieakkoord nooit bijgesteld naar een meer realistisch inwonersaantal. Mijn vragen aan het college is dan ook, wanneer komt bij hen het besef dat de ambitie van 140 duizend inwoners in 2030 onhaalbaar is en bijgesteld dient te worden, net zoals bij mij het besef kwam dat mijn ambitie voor een snellere eindtijd bij mijn eerste marathon onhaalbaar was? Groeien naar 140 duizend inwoners stelt hoge eisen aan woningbouw, terwijl ook nog ongeveer 15 duizend Dordtenaren op zoek zijn naar een woning. In totaal moet er voor meer dan 30 duizend mensen een woning gebouwd gaan worden. Met een gemiddelde van 2,1 persoon per huishouden betekent dit de bouw van
33
ongeveer 15,5 duizend woningen. Dat is ruim een kwart meer dan het huidige aantal. Ook als het jaar 2030 wordt losgelaten, kunnen deze benodigde woningen alleen met zeer veel pijn en moeite binnenstedelijk gebouwd worden. Uitwijken naar bouwen in het groen wordt met deze hoeveelheid woningen noodzakelijk, maar is voor het Partij voor de Dieren onbespreekbaar, net als voor meer partijen in de raad. Binnenstedelijk is er naar alle waarschijnlijkheid wel voldoende ruimte om de broodnodige woningen voor onze eigen woningzoekende inwoners te bouwen. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Ik kom even terug op die bouw die wat betreft de Partij voor de Dieren niet bespreekbaar is in het buitengebied. Hoe dan? De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Naar onze mening moet je de doelstelling van die 140 duizend inwoners loslaten. Wat ik in mijn bijdrage al zei, voor de eigen bewoners, die eigen 15 duizend mensen die een woning zoeken in Dordrecht, kunnen wij wel binnenstedelijk bouwen. In onze ogen moeten we stoppen met die 140 duizend inwoners binnen nu 5 jaar, 4 jaar. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Begrijp ik dat de heer Venderbos het mogelijk acht om 15 duizend woningen bij te bouwen binnen de huidige stedelijke contour? Blijft er dan nog iets van groen over in zijn ogen? De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Nee, voorzitter, dat zeg ik niet. Die 15,5 duizend woningen zijn gebaseerd op de groei naar 140 duizend inwoners plus die 15 duizend op zoek zijn naar een eigen woning. De voorzitter: Gaat u door, alstublieft.
De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, de doelstelling van 140 duizend inwoners. Naar de mening van de Partij voor de Dieren een wensdroom, maar bezint eer ge begint. Dordrecht knapt niet op van 140 duizend inwoners, maar wordt juist minder leefbaar. Het college bouwt voort op de ambitie voor een sterk, groen en inclusief Dordrecht. Dit zijn de ronkende woorden in de begroting. Tijdens de behandeling de het perspectiefnota 2025 heeft de Partij voor de Dieren al aangegeven een van de laatste, zo niet de laatste groene partij, in deze gemeenteraad te zijn. En als groene partij zullen wij never nooit instemmen met de manier waarop dit gemeentebestuur omgaat met ons groen erfgoed
34
en onze bomen. Die moet je niet benaderen met een kettingzaag, maar met de verzorging die ze nodig hebben om nog honderden jaren te blijven staan. Er is structureel een te laag budget voor boomonderhoud, waardoor onder andere de plataan op de Crayensteynstraat, de leilinden op de Steegoversloot en de kastanjes op de Wolwevershaven ten dode zijn opgeschreven. Weg gezonde lucht, een groene omgeving en welkom aan de hittestress. Het college geeft ook aan dat door de verwachte groei van de stad de druk in de buitengebieden toe zal nemen. Meer bezoekers betekent ook meer overlast voor de dieren, verwoesting van delen van de natuur en van afval dat opgeruimd moet worden. De kosten die hiermee gemoeid gaan steekt de Partij voor de Dieren liever in goed boom- en groenonderhoud, waardoor de plataan op de Crayensteynstraat, de leilinden aan de Steegoversloot en nog meer monumentale bomen behouden kunnen blijven. Dit sluit beter aan bij het beschermen van onze waardevolle bomen. Niet voor niets staat vermeld dat we samen met onze groene partners uit de stad werken, het nieuwe kapbeleid uitgewerkt wordt en dat vertaald wordt naar de nieuwe bomenlijst. De Partij voor de Dieren zou graag zien ... Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Even een vraag over de bomen die op een lijstje schijnen te staan.
De Crayensteynstraat noemt u en de Steegoversloot. Wij kennen die lijstjes niet. Waar komt die informatie vandaan? De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Als we teruggaan van het huidige niveau van onderhoud naar het beoogde niveau C, dan worden die bomen veel slechter onderhouden. En geen onderhoud aan een boom betekent ook dat zo’n boom takken gaat verliezen en op een gegeven moment uit gaat sterven of omgehakt moet worden. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Mag ik dan concluderen dat dat er geen lijstjes bestaan en dat voor ook deze boom hetzelfde geldt voor elke boom en struik in je eigen tuin. Als je hem niet onderhoudt, gaat die vroeg of laat een keertje dood? De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dat klopt, voorzitter. Alleen dit zijn monumentale bomen, net als de kastanjes op de Wolwevershaven. En ik denk niet dat je monumentale bomen kan vergelijken met een den in een tuin. De voorzitter: Punt. Gaat u door. De heer Venderbos-Lambinon: De Partij voor de Dieren zou graag willen dat Dordrecht inderdaad zo aan de bescherming van onze waardevolle bomenstand zou werken. Helaas is dat niet waar het college voor staat. Steeds meer boomspiegels worden door inwoners geadopteerd, waardoor onze stad in sommige buurten er groener en fleuriger
35
uitziet. De Partij voor de Dieren juicht dit uiteraard toe, maar we maken ons zorgen dat dit initiatief op andere plekken door de bedrijven overgenomen worden en als beloning daar een reclamebord neer mogen zetten. Rotondes in de stad zijn daar een voorbeeld van. De Partij voor de Dieren is tegen de vercommercialisering van de buitenruimte. Voorzitter, ik sluit af met dierenwelzijn. Er is weinig ambitie voor dierenwelzijn en al helemaal geen budget voor bovenwettelijke doelstellingen op het gebied van dierenwelzijn. In het dierenwelzijnsbeleid wordt aangegeven dat er verschillende dier gerelateerde budgetten in de begroting zijn opgenomen. Denk hierbij aan plaagdierbestrijding. Dordrecht kan, net als in Breda, zich beter richt op integrated pestmanagement. Sorry, mevrouw Koene. Het heet nu helemaal zo. Waarbij je eerst de problemen oplost die dierplagen veroorzaken, zoals defecte riolen, holen in muren en afval op straat. In Dordrecht ligt het juist vol met afval en worden er rücksichtslos rattenstampers in het riool gelegd. Echt een hele andere wereld. Denk aan de verzorging van dieren in parken en onderhoudsbudget voor voorzieningen in het hondenuitlaatbeleid. Voor deze punten krijgt u van de Partij voor de Dieren geen applaus. Terwijl we hier spreken, zitten er in Dordrecht nog steeds dieren in gevangenschap die daar niet thuishoren.
Het huidige budget voor dierenbeleid zal bestaan zelf bestaat enkel uit een post voor de opvang en het transport van zwerfdieren en de verzorging hiervan. Dit betreft de opvang van en verzorging van louterbloemen, opvangvogels worden doorgestuurd naar Vogelklas Karel Schot, waar het college op aandringen van de Partij voor de Dieren inmiddels ook oog voor heeft. In het dierenwelzijnsbeleid staat bij punt 2.1, uitgangspunten voor het dierenwelzijnsbeleid, ik citeer, Dordrecht heeft hart voor dieren en neemt dan ook haar verantwoordelijkheid. Daarom gaan onze ambities en taken verder dan de wet voorschrijft. Einde citaat. Maar in de uitvoering doet de gemeente niets meer dan wat de wet voorschrijft, behalve zelf dieren in gevangenschap houden. Het is voor de Partij voor de Dieren ook niet te bevatten dat er nog steeds op gronden die eigendom van de gemeente zijn gejaagd mag worden. Een lekker diervriendelijke stad ben je dan. Dat vinden wij niet. Dank u wel. De voorzitter: Interruptie van de heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Via u een vraag aan mijnheer VenderbosLambinon. Ik hoorde twee dingen, commercialisering en buitenruimte. En toen heeft u niks meer gezegd. Daar was ik benieuwd naar. De voorzitter: Wat is precies uw vraag? De heer Katif: De vraag is dat de twee woorden, commercialisering en buitenruimte, dat is het enige wat ik hoorde.
Maar ik hoorde geen bent u tegen, bent u voor. De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, ik zei de Partij voor de Dieren is tegen de vercommercialisering van de buitenruimte. Punt. Dat betekent dat wij niet voor ... De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Kunt u er iets meer over zeggen? Want buitenruimte is heel veel.
36
De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon Voorzitter, met de buitenruimte bedoelen we rotondes die geadopteerd zijn, maar het kunnen ook bankjes zijn die geplaatst worden door bedrijven waar dan grote reclames op staan. Alles wat in de buitenruimte kan staan, misschien wel zelfs een lantarenpaal. De voorzitter: Hij is duidelijk. Dank u wel. Dat was hem? Dat was uw termijn? De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann nog een interruptie. Mijnheer Venderbos mag blijven staan. De heer Kuhlmann: Met dank aan de heer Katif dat dit toch nog even duidelijk werd. Dat roept dan wel de vraag op hoe de voorzitter hoe de Partij voor de Dieren. Want aan de ene kant wordt gezegd, er is te weinig geld voor bijvoorbeeld onderhoud van het groen. En aan de andere kant zegt de Partij voor de Dieren, maar het is heel fout als een lokale kapper het groen op bij een rotonde adopteert. Hoe rijmt de Partij voor de Dieren dat met elkaar? De voorzitter: Mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Wij vinden onderhoud groenvoorzieningen een taak van de gemeente. En we zijn heel blij dat inwoners daarbij helpen door inderdaad boomspiegels te adopteren en die zelf te onderhouden. En als een aantal inwoners een rotonde willen adopteren, be my guest. Dat mag.
Maar de vercommercialisering worden al helemaal horendol van alle reclame-uitingen waar we ook rijden, op snelwegen, overal. En wij zijn van mening dat het een enorme horizonvervuiling is. De voorzitter: De heer Kuhlmann nog. De heer Kuhlmann: Ik wil even dat ik de Partij voor de Dieren goed begrijp, voorzitter. Als er een mooie, nette rotonde is waar een vriendelijk bordje staat welk bedrijf dat mogelijk maakt, dan noemt u dat horizonvervuiling. De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dat klopt. De voorzitter: Hij is duidelijk. Dat was uw betoog, mijnheer Venderbos? Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Vugt van de CDA-fractie. Mag ik u uitnodigen? Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, de sterkste stad bouwen we met aandacht voor elkaar. Het CDA Dordrecht spreekt dank uit voor de begroting 2026. Deze is krachtig en menselijk. We zien dat de broekriem is aangehaald en dat er tegelijkertijd oog is voor onze kwetsbare inwoners. We zien een degelijke uitwerking van de perspectiefnota, inclusief de verwerking van de moties omtrent het gebruik van de scootmobielen in het Drechthopper en de speelplekken voor kinderen. Het ondersteunen van kwetsbare
37
inwoners is overeind gebleven en daar zal het CDA zich voor blijven inzetten. We zijn blij met de programma's die zich richten op meedoen in de breedste zin van het woord. Beweegprogramma's, programma’s om schooluitval te voorkomen, behoud van zwembad en bibliotheek en diverse culturele instellingen. In deze woordvoering namens het CDA zal ik aan de hand van de begrotingshoofdstukken een aantal punten langsgaan. Als stad krijgen we een enorme uitdaging als Rijkswaterstaat begint aan het onderhoud en de renovatie van bruggen en tunnels. Economisch gezien is Dordrecht afhankelijk van goede verbindingen. We zijn er tot op heden nog niet gerust op dat bedrijven, ziekenhuizen, scholen, hulpdiensten, voldoende garanties kunnen krijgen om de kwaliteit van werken te behouden. Het is nodig dat ondernemers en instellingen tijdige en volledige informatie ontvangen om goed in te kunnen spelen op deze mobiliteitsproblemen. De bereikbaarheid van onze binnenstad staat soms op gespannen voet met de wens om de auto's uit de binnenstad te weren. Met het openbaar vervoer kom je na 18.10 uur de stad niet meer in. Daarnaast zijn er nog te weinig pendelbusjes om onze bezoekers naar de binnenstad te vervoeren. We zien de leegstandsverordening tegemoet, zodat de leefbaarheid op peil blijft. Verloedering, verpaupering en teloorgang willen we voorkomen.
De kwaliteit van de dienstverlening voor Dordtenaren en inwoners van de regio moet goed blijven. Het vergt een grote mate van zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van ons ambtelijk apparaat. En als het gaat om participatie van onze inwoners, vinden we het echt nodig dat vooraf duidelijk wordt aangegeven tot waar de participatie reikt. Participatie is niet de schijn van meebeslissen, maar is de plicht om echt te luisteren. De verschillen tussen inwoners nemen toe. Bij de verkiezingen die onlangs zijn gehouden, werd duidelijk dat er grote groepen Dordtenaren zijn die het gevoel hebben niet gehoord te worden. We hopen dat deze inwoners de positieve gevolgen van het programma Dordt-West zullen ervaren. Het college schrijft dat inwoners steeds meer verwachten van handhaving. In het gebied Kromhout-Kasperspad is inmiddels jarenlang extra handhaving ingezet. We willen hieraan toevoegen dat uit onderzoek blijkt dat wijken met een sterke sociale samenhang minder overlast hebben. Des te meer reden om juist daaraan te werken. En dan hebben we het natuurlijk ook over de opgevoerde fatbikes en het bijbehorende rijgedrag. We zien daar graag dat er niet langer alleen maar vriendelijke gesprekjes met de berijders worden gehouden, er is politie genoeg die dat doet. Dat is wegkijken. Ook op Leerpark zien we dit gebeuren. Het wordt gedoogd. We willen dat opgevoerde fatbikes meteen worden ingenomen.
Dat kan ook. Die mate van handhaving is al mogelijk. De motie van de VVD vinden we op dit punt niet adequaat en zelfs intern tegenstrijdig. We verwachten dat de politie gewoon gaat handhaven en daarin komt dan echte zorg voor de veiligheid tot uiting. Bij de ruimtelijke ontwikkelingen lopen we aan tegen problemen omtrent bodemkwaliteit, stikstof, bodemdaling, wateroverlast, hittestress en netcongestie. Het CDA wil net als veel andere partijen hier nieuwe gebouwen, scholen, appartementen, voorzieningen en woningen in de stad realiseren. We zien graag dat Dordrecht om al die problemen te lijve te gaan aansluit bij gemeenten die voor de lange termijn oplossingen kiezen. Ik weet dat Utrecht daar een voorbeeld is waarin hele wijken mee kunnen doen met de wijkaccu's en omtrent de netcongestie, om dat ook tegen te gaan. Dan het evacuatieplan. Dat wordt opgezet met een groots en jaarlijks waterfestival. Dat kan, maar wij kiezen liever voor een wijkgerichte aanpak met aandacht voor wie er naast je woont dan een waterfestival waar lang niet iedereen aan mee kan doen. Een waterfestival redt niemand van natte
38
voeten en een buur die oplet wel. Fijnstof tast onze gezondheid aan. De metingen uit 2022 die in de begroting staan vinden we wat vreemd omdat bijvoorbeeld een kleine straat als de Einsteinstraat daarin wel genoemd wordt als een straat die al vervuild is, maar de nabijgelegen Crayensteynstraat met het 25-voudige aan verkeersbewegingen wordt daar niet genoemd. Nog zo'n voorbeeld is de Frisostraat in plaats van de Mariastraat. Hoe wordt eigenlijk bepaald in welke straat er gemeten wordt om welke reden? We zien graag dat het college zich maximaal inzet ... Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Excuus. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Ik ben even wat traag vandaag, blijkbaar. Ik hoor mevrouw Van Vugt iets zeggen over een waterfestival en ik heb echt geen idee wat ze zei. Kan ze dat misschien nog iets meer duiden? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Dat kan ik duiden. Ik heb in de begroting gelezen dat er plannen worden gemaakt om de mogelijke wateroverlast die waarmee Dordrecht te kampen krijgt, dat mensen daarop voor worden bereid door een jaarlijks terugkerend waterfestival te houden. En nu is een feestje op zich niet verkeerd, maar het idee dat je daarmee je buren redt van natte voeten, dat wil er bij ons niet in. Daar willen we graag een ander accent leggen.
We zouden liever een wijkgerichte aanpak waarbij je ook je buren kent en weet wie je moet redden op het moment dat het zich voordoet, of door wie gered kan worden. Ik ga weer verder. Fijnstof tast onze gezondheid aan. Die heb ik al gezegd. We zien graag dat het college zich maximaal inzet voor de erkenning van het Leerpark als regionale campus door de provincie. Het is nodig dat deze campus een boost krijgt en daarmee de levens bestendigheid van het onderwijs in Dordrecht toeneemt. In dit verband ook de inzet op taalverwerving. Die is cruciaal. Steeds meer kinderen zijn bij aankomst in het voortgezet onderwijs analfabeet en de meest effectieve jaren voor taalverwerving zijn dan jammer genoeg al voorbij. Op de vraag hoe wij onze inwoners gezond en vitaal ouder laten worden hebben wij een deelantwoord. Daar hebben we de motie trap je fit. Het gaat om bankjes die je bij speelplekken kunt neerzetten en die uitnodigen tot beweging door te trappen op een soort fietstrappers. Er zijn ook nog wel meer ideeën over. Die motie dienen we in met DENK, VSP en GroenLinks. Dan de jeugdzorg. De kosten stijgen nog, zagen we in de begroting. En we volgen hier ook de landelijke trend. Steeds meer aanbieders. We ontvangen graag een reflectie van de wethouder op de nieuwe aanpak zoals die in Veendam al is toegepast. Daar zijn kosten afgenomen en de wachtlijsten zijn weg. De topsportevenementen.
Zoals bekend ziet het CDA pas meerwaarde in deze evenementen als ze aantoonbaar een ondersteunende waarde hebben voor de breedtesport. En daar zullen we ook bij de oprichting van het fonds op sturen. Dan tot slot. In een sociaal, leefbare stad hoort plek te zijn om te gedenken en te herinneren. Daarvoor vragen we aandacht in onze motie die gaat over de mogelijkheid om bankjes te adopteren of te sponsoren. Die dienen we in met GroenLinks, DENK, VSP en CU/SGP. Een van mijn CDAvoorgangers, de heer Rovers, kwam in 2014 al met het idee. Dat is in de motie ook te lezen. Ontmoeting, gedenken en herinneringen komen met zo'n eenvoudig bankje
39
bijeen. Op die plek kan naar elkaar geluisterd worden en kan het hart spreken. Voorzitter, ik sluit af met hoe ik begon. De sterkste stad bouw je met aandacht voor elkaar. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Toch even over dat voorstel van die bankjes. Overal sponsoring dan in het in de openbare ruimte. Nu gaat het dan over bankjes. Maar waar trek je dan de grens als je dit gaat toestaan? Hebben we dan straks bomen met reclamebordjes of viaducten? Dan krijg je heel veel reclame-uitingen. De vraag is of we dat willen. Waarom dan bankjes en wil het CDA dan overal die reclame-uitingen bijvoorbeeld in een park zien? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: De bankjes zien wij vooral als herinneringsbankjes, zoals je dat in bosgebieden en in buitenlandse steden ook al vaak ziet, dat er zo'n kleine bescheiden plaquette op zit met de naam vaak, en hier was vaak die en die persoon aanwezig. Daar zouden we het liefst geen grote reclame-uitingen op zien. Als je het hebt over die andere motie, die trap je fit, dat vind ik dan niet zo'n punt. Dat is dan toch al bij een plek die qua zicht al redelijk bezet is. De voorzitter: Volgens mij was u afgerond. Dank. En ook u weer een mooie afsluiter. Dank, mevrouw Van Vugt. Dan geef ik het woord aan de heer Safranti. Gaat uw gang.
De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook vanuit ons woord van dank aan alle medewerkers van onze gemeente. Zij dragen vaak onder grote druk iedere dag bij aan een beter Dordrecht. Een begroting is meer dan een stapel cijfers. Het is het verhaal van onze stad, van de mensen die hier wonen, werken en hun kinderen grootbrengen. En juist daar ligt onze zorg. Achter de cijfers van 2026 schuilen nog steeds te veel Dordtenaren die moeite hebben om rond te komen. De basis van de begroting ligt in de kadernota 2026, waarin we samen een evenwichtige koers hebben bepaald. Verantwoord financieel beleid zonder onnodig hard te bezuinigen. We zien dat het college die afspraken netjes heeft uitgewerkt. Wel maken we ons zorgen over de personele kosten. Het college erkent dat dit afgelopen jaren te weinig prioriteit heeft gehad. Wij vragen om dit nu structureel op orde te brengen, want een sterke gezonde organisatie is de basis voor een goed beleid. Het risicoprofiel van onze gemeente blijft fors, namelijk 75 miljoen euro. Vooral de ontwikkeling van het Maasterras weegt daarin zwaar. Ondanks dat we een voorstander zijn van dit project blijven we het kritisch volgen, want grootschalige gebiedsontwikkeling mag nooit ten koste gaan van financiële stabiliteit of van vertrouwen bij onze inwoners.
Wij vragen het college om de raad blijvend en tijdig te informeren over risico's, voortgang en financiële impact. In paragraaf 4.9 zien we dat het college enkele ombuigingen extra wil monitoren. Dat steunen wij, maar wij vragen om ook de uitbreiding van de Essenhof toe te voegen. Dit punt raakt aan essentiële publieke taak en verdient gerichte aandacht en terugkoppeling naar de raad. Voorzitter, armoede in Dordrecht is niet iets van cijfers, maar van mensen. Van gezinnen die moeten kiezen tussen een warme maaltijd of een warme woonkamer. Van ouderen die bezuinigen op een busrit of een kop koffie. Van kinderen die zonder