2.1 2025.07.01 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Maar om een wat serieuzer antwoord te geven, want ik begrijp de heer Den Heijer wel, wij gaan uiteraard heel goed naar die motie van de VVD kijken. Ik kan nog niet keihard aangeven voor of tegen. We gaan daarnaar kijken. Want ik snap hem wel. En wij zijn ook niet voor overbodige regels, laat dat duidelijk zijn. Zal ik verdergaan, voorzitter? De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, de heer Struijk noemde net kort iets over die logiesheffing. En toen ging hij daarna door over evenementen voor ouderen. Ik ben een beetje de link kwijt. Ik weet niet of u daar nog iets aan toelichting op kunt hebben. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Gewoon heel simpel, logies, dan denk ik aan hotelboekingen. En dan denk ik, ik maak er zelf ook regelmatig gebruik van, heel wat ouderen kunnen zich dat permitteren. Lok er meer naar onze stad, dan heb je meer logiesheffing. Maar gelijk ging ik verder denken en toen dacht ik, maar we moeten dan onze stad ook echt nog aantrekkelijker dan ze al is voor ouderen maken. Het was gewoon een bruggetje. Meer niet eigenlijk. Maar ik denk dat eerder ouderen een hotelboeking doen dan jongeren. Dat in ieder geval. De voorzitter: Ik denk dat we het thema voldoende hebben besproken.
44
De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik verder met de netcongestie. Hoe kan de transitie naar aardgasvrij doorgezet worden, zolang deze congestie er is? Op dit moment zijn klein verbruikaansluitingen ook nog mogelijk, maar het is niet ondenkbaar dat daar verandering in komt. Hoe realistisch is dan onze ambitie klimaatneutraal 2040? Ik weet zelfs uit het eigen appartementengebouw waar ik woon, dat een eenvoudige verzwaring van 1 fase naar 3 fasen, om bijvoorbeeld een warmtepomp te kunnen laten draaien, al meer dan een jaar vertraging heeft opgelopen. Dit baart ons echt wel zorgen. 2040 is niet zo heel ver weg meer. Voorzitter, de formatie handhaving roept vragen op. Enerzijds wordt er vanuit landelijke politiek, ambtelijke organisatie of de raad steeds meer om handhavers gevraagd. Ik heb het al meerdere keren horen noemen, tot jeugdboa’ toe. Tegelijk lezen we over instroom van zeer jonge en onervaren mensen, terwijl de ervaren mensen uitstromen naar politie of andere gemeenten. Hoe komt het dat we blijkbaar niet kunnen concurreren met die gemeenten. En hoe kunnen we die uitstroom voorkomen? Voorzitter, met betrekking tot de moties. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer, nog een keer, alweer. De heer Den Heijer: Nou betrap ik de heer Struijk op hetzelfde patroon als wat hij zojuist deed bij de heer Uysal.
Maar de ChristenUnie/SGP heeft terecht zelf de technische vragen gesteld dat er inderdaad acht fte boa's gaan verdwijnen in 2026. Hoe duidelijk kun je krijgen dat er inderdaad geen toekomstperspectief is voor boa's in Dordrecht? Wat is het antwoord van de ChristenUnie/SGP daarop? Put your money where your mouth is, mag ik niet van Irene Koene zeggen. Maar is ze ook bereid om dan geld op tafel te leggen om dat te voorkomen? De heer Struijk: Ik heb niet gezegd dat er geen perspectief voor boa's is. Ik heb juist geconstateerd dat het zo jammer is dat wij een hele instroom hebben van jonge, onervaren boa's en handhavers. En zo gauw ze een beetje het vak onder de knie hebben, dan zijn ze weg. Dan heeft het weinig zin om er acht bij te nemen. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Dan ook nog kort een vraag richting de heer Struijk. Wat heeft de heer Struijk voor idee om dat te voorkomen? De heer Struijk: Dat vind ik een hele moeilijke vraag. Want als het college het al niet weet, mijnheer Schalken, dan denk ik dat het voor mij best wel lastig is. Maar je zou in ieder geval moeten kunnen concurreren met andere gemeenten. Je zou ook, ik weet dat is in het onderwijs waar ik gewerkt heb heel normaal geweest, bijvoorbeeld kunnen koppelen, wij leiden jou op, maar dan moet je wel na het behalen van je papiertje minimaal drie jaar blijven.
En zo niet, betaal je de opleidingskosten terug. Ik heb er best wel ideeën van. In het onderwijs was dat heel normaal. Heel veel studiemogelijkheden, maar dan werd je wel geacht een poosje te blijven. Zoiets zou ik me wat handhaving betreft ook kunnen voorstellen. Want het is een beetje zonde dat wij eigenlijk de opleiding betalen en dat andere gemeenten of de politie ervan gaan profiteren. Helder?
45
De voorzitter: Gaat u verder. De heer Struijk: Ga ik verder. Bijna klaar. Voorzitter, met betrekking tot de moties. In ieder geval de moties, de kader sociaal fonds, het Onderwijsmuseum en het dagrecreatieterrein gaan we samen indienen met de andere partijen. Voor de overige wachten we de reactie van het college af. En zeker die ene die de heer Den Heijer net noemde, gaan we met belangstelling naar luisteren uiteraard. Ten slotte, voorzitter, een stad besturen in deze tijd valt niet mee. Wij wensen het college daarom veel wijsheid toe en het besef er niet alleen voor te staan. Wat ons betreft neemt u het advies van de dichter Koning David ter harte, dat hij geeft in psalm 37. Vertrouw uw weg aan de Heere toe en vertrouw op Hem. Hij zal het doen. Ik dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Groenewege nodig ik uit naar voren te komen. Het woord is aan de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Voorzitter, laten we eens beginnen met het goede nieuws. Het zwaard van Damocles is nog niet gevallen voor een aantal Dordtse instellingen. Het hangt nog in de lucht, omhooggehouden door de trillende arm van wethouder Van der Kruijff. De Sterrenwacht, waar we laatst als fractie op bezoek zijn geweest, mag omhoog blijven turen. En de deuren van Zwembad De Dubbel blijven ook nog open. Tot zover het goede nieuws.
Maar de Perspectiefnota is toch vooral een reis naar het grote onbekende. Voorzitter, Dordrecht vaart richting een ravijn. Dat weten we al een aantal jaren. Maar in de verte horen we, als we onze oren heel goed spitsen, een zacht gerinkel. Zijn het klinkende munten of is het een illusie? We staan op het punt, voorzitter, een dichte mist in te varen, waarin je geen hand voor ogen ziet. Het zachte gerinkel achterna. Maar wat treffen we in die mist aan? We gaan de mist in en zien plots de boeg van een cruiseschip opdoemen uit het niets. Ons hart slaat over, maar we varen er ternauwernood langs. Het cruiseschip draagt enorme vlaggen, waar in koeienletters op staat beleidswens. Maar niemand ziet die tekst, door de dichte mist. Je zou zo denken dat het een bezuiniging is die daar voorbijkomt varen. Is niet zo. Het zijn voornamelijk extra uitgaven, want die cruiseschepen leveren vooral luchtvervuiling op. En hoe los je dat dan weer op? Het college stelt dat deze cruiseschepen 150.000 euro per jaar gaan opleveren, mede doordat de opvarende toeristenbelasting ofwel de logiesheffing gaan betalen. Maar als je in je Zonnebloem boot in een kamer kan slapen waar je rijkelijk voor hebt betaald, dan ga je toch niet in een Dordts hotel liggen? Die mensen lopen hier een paar uur rond, slaan een kop koffie achterover en dan gaan ze weer de hort op. Geen cent toeristenbelasting verdiend.
De Partij voor de Dieren vindt dit geen doordacht voorstel en overweegt een motie op dit punt, die we zullen presenteren voor de commissie. We varen door en we rammen bijna de Grote Kerk toren, die uit het water steekt. Jeetjemina weer ternauwernood aan een ramp ontsnapt. Die kerktoren, wist u dat, voorzitter, kan je binnenkort beklimmen. Dat was al zo. Maar als een externe partij dat exploiteert, levert dat volgens het college veel meer geld op. 80.000 euro per jaar, schat het college in. Op dit moment beklimmen ongeveer 1.000 mensen per jaar de Grote Kerk toren. Als dat zo blijft, moet iedere bezoeker 80 euro aftikken om die toren te beklimmen. En dat is nog exclusief de strijkstok van die externe exploitant, waar vast ook nog het een en ander aan blijft hangen. Iedere 3 tredes komt er een hek met een pinautomaat. En als je 1 euro pint, mag je door. 80 hekken en 80 euro later ben je boven. Mensenkinderen, wat een ondoordacht voorstel. Het is toch onvoorstelbaar, voorzitter, dat deze maatregel het
46
ravijn moet afwenden. En ik kan nog wel even doorgaan. Maar ik zit nou eenmaal vast in die bootmetafoor. En met een boot woonwagenstandplaatsen rammen, dat is maar ingewikkeld. En de rioolheffing rammen, dat is ook niet te bevatten. Een bibliotheek rammen, is ook maar ingewikkeld. Ik hou het even hierbij. Maar daar komen we allemaal later nog op terug. De Partij voor de Dieren heeft zelf wel een goed idee, al zeg ik het zelf, dat ik toch graag even wil noemen. Een materialendepot om straatstenen en straatmeubilair op te slaan voor hergebruik, zodat je niet steeds nieuwe hoeft te kopen. In andere gemeenten wordt dit al gedaan. En daar is het een kostenbesparende maatregel. Daar dienen we graag nu al een motie over in. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, van het CDA, gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Er is echt een dichter aan de heer Groenewege verloren gegaan. Ik kan ontzettend genieten van deze woorden op deze manier. De motie heb ik ook gelezen, maar los dat het tekort van 17 miljoen op? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u. Het is een extra maatregel, die een extra besparing oplevert. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar dan hoop ik toch dat er nog veel meer gewoon goede voorstellen, want ik heb best waardering voor dit voorstel, van uw hand komen om al die andere dingen, waar u op ramkoers ligt, te omzeilen. De heer Groenewege: Het probleem is vooral dat wij bij die andere voorstellen denken dat dat helemaal geen besparing oplevert. Dat is het lastige voor ons. En we worstelen er nog een beetje als partij mee hoe we daarmee omgaan in de stemming, maar daar komen we nog op terug. Voorzitter, als laatste reflecteren we als Partij voor de Dieren graag, nou ja, graag, niet echt graag, eigenlijk helemaal niet graag, met weerzin op het Dordtse bomenonderhoud. En daar delen we ook graag iets over uit. Dank aan de griffie voor de hulp. Het Dordtse bomenonderhoud, voorzitter, u weet wel die sluitpost van de begroting. Het college had ergens nog wat knikkers liggen uit de tijd dat ze zelf nog in bomen klommen. En ze hadden ook nog een oud hard stukje kauwgom van de onderkant van hun bureau gekrabd. En daarmee met die oude knikkers en dat stukje kauwgom betalen we in Dordrecht het onderhoud van onze 50.000 straatbomen, 10.000 bomen in bossen en struwelen, nog wat bomen op sportterreinen en begraafplaatsen. Het budget staat in Dordrecht in ieder geval niet in verhouding tot de opgave. En dat zie je als je met je ogen open buiten loopt, zou ik niet te veel doen vandaag.
En dat weten we ook, want deze raad heeft in 2023 in een vlaag van verstandsverbijstering het Dordtse Bomenprogramma goedgekeurd, met dat minimale onderhoudsbudget. En dat Bomenprogramma schetste toen al de gevolgen daarvan. Ik citeer eens even. “Voor het beheer van oude en grote bomen, is vanwege de minimale uitgaven geen budget.
47
Hiervoor geldt een uitstervingsbeleid. De kastanjes aan de Wolwevershaven zijn hier voorbeelden van. Zeg maar dag tegen monumentale kastanjes.” Ik citeer nog even door. “Het bomenbestand krimpt op termijn aanzienlijk. Uiteindelijk naar een aantal van ongeveer 30.000 bomen. Ongeveer de helft van wat we nu hebben. Er is sprake van kapitaalvernietiging van een deel van het huidige bomenareaal. En er is een grote kans op veiligheidsincidenten, meer schades, veel klachten, bezwaren en imagoschade.” Einde citaat. Voorzitter, veiligheidsincidenten als omgewaaide kersenboom op de taart of op je tante of op je cavia, als je pech hebt. Je moet wel bijzonder zijn om daar allemaal voor te stemmen. En dat heeft de Partij voor de Dieren dan ook zeker niet gedaan. En waar we per toeval achter kwamen, voorzitter, is dat wij niet de enige zijn met bezwaren tegen op zijn Dordts omgaan met bomen. We weten dat deze bezwaren leven bij een aantal partijen in deze raad. En daar zijn we blij mee. Maar tegelijkertijd willen we het niet alleen daarvan hebben. Weet u wie hier ook bezwaar tegen heeft? De provincie Zuid-Holland. De provincie toetst namelijk ieder jaar de gemeentelijke begroting, inclusief het budget voor bomenonderhoud en de beheerplannen.
En in het toetsingskader dat de provincie hanteert, dat alle provincies hanteren, staat dat er geen sprake mag zijn van achterstallig onderhoud, kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Voorzitter, op zijn Dordts omgaan met bomen, zorgt voor alle drie, achterstallig onderhoud en kapitaalvernietiging en onveilige situaties. En hoewel deze raad daar in meerderheid voor stemt, is dat gelukkig door de provincie niet toelaatbaar. Maar we weten niet als Partij voor de Dieren of de provincie daar echt scherp op is. En dat wilden we toch wel even zeker weten. Vandaar de brandbrief over het Dordtse bomenonderhoud, die u zojuist in handen heeft gekregen. Dank aan de griffie daarvoor. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Zeker. Wellicht heel flauw hoor, maar mijn buurman en ik hadden het er net over dat als je het heel druk over bomen hebt wat dat dan voor speciaal papier moet zijn, die brandbrief. De heer Groenewege: Waarvan akte. Ik wilde gewoon dat iedereen mee kon lezen. En ik wilde dit moment daarvoor uitkiezen. Vandaar de brandbrief over het Dordtse bomenonderhoud, die ik morgen aangetekend zal verzenden aan de heer Wouter Kolff, commissaris van de Koning van de provincie Zuid-Holland. En dan zullen we weleens zien of het Dordtse bomenonderhoud door de provinciale beugel kan. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank, mijnheer Groenewege. En dank ook voor de brandbrief. En dan nodig ik mevrouw Van Vugt uit naar voor het komen. En het woord is aan de fractievoorzitter van het CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Hier ligt nog een kaartje van de heer Groenewege. Ik heb mijn woordvoering Omzien naar elkaar genoemd. Dat is natuurlijk een mooie, degelijke CDA-titel. Vandaag kijken we naar de toekomst van onze stad Dordrecht, zoals die beschreven is in de Perspectiefnota 2026. Het is duidelijk dat de keuzes in deze nota niet alleen het resultaat zijn van beleidsmakers, maar ook van de actieve inbreng van bewoners, instanties, deskundigen uit onze stad. Hun betrokkenheid heeft bijgedragen aan een visie die breed gedragen kan worden en die Dordrecht sterk
48
en leefbaar houdt voor de toekomst. Dank aan iedereen die hieraan een bijdrage heeft geleverd, vanuit die betrokkenheid. Als CDA hebben we ons ingezet om een aantal zaken veilig te stellen. Natuurlijk altijd met anderen. Het behoud van ondersteuning aan kwetsbare inwoners staat nog overeind. Ook het ruimhartige Dordtse armoedebeleid is niet geraakt. De programma's die ten goede komen aan de gezondheid van onze inwoners, zoals de diverse beweegprogramma’s, blijven bestaan. De zwembaden zijn de plek waar verkoeling gezocht kan worden. De subsidies aan sportclubs gaan door. Er wordt geen bibliotheeklocatie gesloten. Het CDA probeert echt waar te maken wat het zegt te doen. Het welzijn van onze stad hangt samen met hoe we omgaan met elkaar. Sociale voorzieningen die bijdragen aan een inclusieve stad zorgen ervoor dat iedereen de kans heeft om mee te doen. We zien het nut van het sociaal fonds, dat kan voorkomen dat inwoners in de knel komen, door bijvoorbeeld stapeling van gevolgen van de in te zetten Wmo-maatregelen. Om als raad al sturing te kunnen geven aan de inrichting daarvan dienen we de motie Kaders sociaal fonds in. Dordrecht is eigenlijk ook gewoon een wijk, een gemeenschap. Het versterken van buurten en wijken door middel van buurtinitiatieven, vrijwilligerswerk, mantelzorg en verenigingen vinden we, zoals altijd, essentieel.
Dat vraagt om een houding die waardering heeft voor mensen in de wijken die op allerlei manieren daar actief zijn. Met de VSP dienen we de motie Dordrecht dementievriendelijke stad in. Deze vraagt aandacht voor de groeiende groep mensen die zelf of vanuit mantelzorg daarmee te maken hebben. Het CDA heeft oog, oor en hart, dat klinkt bekend, denk ik, voor onze inwoners. Dat houdt in dat we van inwoners verwachten dat men waar dat kan zelf stappen zet en dat er tegelijk een rol is voor de samenleving om hen daarin te ondersteunen. We vinden het ook uitlegbaar dat de scootmobiel gebruikt kan worden om van A naar B te komen. Maar daar staat tegenover dat er toch omstandigheden kunnen zijn waarin het wellicht niet billijk is om geen gebruik te mogen maken van de Drechthopper. Onze motie Scootmobiel geeft daar uitdrukking aan. We investeren, even ander punt, in onderwijs en werkgelegenheid. Zo werken we aan een toekomst waarin Dordrecht een stad is waar mensen met trots en plezier wonen, werken en samenleven. Wat betreft alle woonwensen en woningbouwwensen sluiten we ons eigenlijk gewoon aan bij de wens die hier gewoon iedere partij heeft. Het CDA is van mening dat deze begroting blijk geeft van goed rentmeesterschap. Er is verantwoordelijkheid genomen, met het oog op het welzijn van toekomstige generaties. Mevrouw Schnabel: Voorzitter.
Mevrouw Van Vugt-Roose: En dat betekent soms dat je nu daar ook iets voor moet doen. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Schnabel. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Een vraag over wat mevrouw Van Vugt eerder aanraakte. Mevrouw Van Vugt gaf aan dat door het CDA vestigingen van de bieb niet gesloten zijn. Kan mevrouw Van Vugt toelichten wat ze daarmee bedoelt? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.
49
Mevrouw Van Vugt-Roose: Zoals we in de Perspectiefnota hebben kunnen lezen, worden er geen locaties gesloten, maar wordt er wel bezuinigd op de dienstverlening. Daar kom ik trouwens straks ook nog even op terug. Maar de locaties blijven open. En dat vonden wij wel een hele belangrijke. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Kleine aanvullende vraag. Maar wat voor rol heeft het CDA daarin gehad? Omdat ik leek te begrijpen dat daar een rol van het CDA ook in was. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Natuurlijk hebben wij daar een rol in gehad, zoals ook andere partijen vooraf hun input konden geven om die lijst te bespreken. Die lijst met mogelijke bezuinigingen. En daar hebben we hier zeker op ingestoken. Op die manier hebben we daar onze bijdrage aan geleverd. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt-Roose: Wij willen dat er een gezonde generatie opgroeit. En we zien graag dat veel kinderen deel kunnen nemen aan sport. En zoals eerder is er al eens een budget voor vrijgemaakt. En we vinden het nu nodig om het amendement Sportende kinderen in te dienen, wat dat budget daarvoor veiligstelt. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik moest even een sprint nemen. Ik stond even af te koelen. Maar het amendement bevat het uitstel tot, ik meen uit mijn hoofd gezegd, 2030.
En ziet mevrouw Van Vugt dit niet als een soort over het graf regeren, omdat het een opvolgende collegeperiode betreft? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik kan me die opmerking heel goed voorstellen. Maar dit budget is er wel voor gereserveerd en is gewoon nog niet op. Dat komt ook omdat het veel later in werking is getreden dan wat aanvankelijk de bedoeling was. Wij gaan dit wel een kans geven. En het is natuurlijk, volgens mij staan die in het amendement genoemd, met andere dingen ook al gebeurd, dat er over het graf heen geregeerd wordt. Ik hoop nog even dat het niet mijn graf wordt. We willen dat wel graag een kans geven en met elkaar bespreken in de commissies. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw Van Vugt-Roose: Wij willen graag een degelijke financiële basis, met ruimte voor duurzame groei. Waarin niet alleen gekeken wordt wat er hier en nu nodig is, maar ook in de toekomst. Een punt wat wij willen benadrukken, is de wens om het
50
dagrecreatieterrein meer leven in te blazen. Door nu al enigszins horeca mogelijk te maken, kunnen we een begin maken met het benutten van deze ruimte en deze voor de inwoners, jong en oud, gezinsvriendelijk, aantrekkelijk te maken. Op dit onderwerp dienen we de motie Span het paard niet achter de wagen in. Dan de bieb. Daarnaast vragen we aandacht voor de dienstverlening van onze bibliotheek. De bibliotheek is een plek waar boeken te vinden zijn. Het is een ontmoetingsplaats, een centrum voor kennis en cultuur, een bron van inspiratie. En het CDA wil niet onnodig bezuinigen op deze dienstverlening. Uit navraag bleek ons dat de Dordtse inwoners naar verhouding meer betalen aan het in stand houden van de regionale bibliotheek. En we zouden dan ook graag zien dat die bijdrages in de regio gelijkgetrokken worden. Mogelijk komen we op dat punt nog met een motie. Die hebben we nu nog niet. De bibliotheek komt in het Dordthuis. Daarmee komt er een pand leeg te staan. Leegstand maakt de stad lelijk en onaantrekkelijk, maar het biedt ook kansen voor herbestemming, of dat gaat om woningen, bedrijfsruimten of gemeenschapsvoorzieningen. Het is belangrijk om deze panden een nieuwe rol te geven, die past binnen de behoeften van onze stad. Wij roepen het college dan ook op tot een creatieve en doordachte aanpak, die zowel sociaal als economisch rendement oplevert.
Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Dat helpt, dit doen? Dank. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Ja, ik zal wat hoger rijken. Dank u wel, voorzitter. Ik hoor mevrouw Van Vugt benoemen dat er panden leeg komen. Dat weten we allemaal wel. Bedoelt mevrouw Van Vugt dat die voornamelijk ook, als het even kan, voor sociaalmaatschappelijke doeleinden moeten worden gebruikt? En hoe gaan we dat dan bekostigen of hoe kunnen we dat realiseren? Bedoelt u dat op die manier? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: We hebben daar nog niet het pasklare antwoord op, maar we willen wel graag dat er een bestemming komt voor die panden. Misschien ook voor de tijd zolang ze leegstaan en er niks definitiefs anders is. En dan is het best, wat ons betreft, mogelijk om daar een maatschappelijke organisatie in te kunnen laten functioneren, want die moeten toch ook ergens zijn. En die hebben ook maatschappelijk nut en leveren op die manier ook wat op. Alleen hoe je dat precies in het vat moet gieten, dat hebben we nog niet rond. En we kijken ook met belangstelling naar de beide moties van GroenLinks in dit opzicht. Die discussie gaan we volgen, en daar doen we ook aan mee, in de commissies. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dat wilde ik nog aan mevrouw Van Vugt vragen, om even heel goed naar de motie te kijken over vastgoed, reële waarde en marktwaarde.
Want daar komt dat precies in voor. En ik vind dat een hele spannende om met elkaar eens over te hebben. Dank u. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat gaan we doen. Komt goed. De levendigheid in de stad willen we ook graag behouden, als het gaat om de verschillende dierparkjes. En we sluiten ook graag aan bij de motie die oorspronkelijk vanuit de VVD kwam over de dierparkjes. En blij dat ook de Schotse Hooglanders zijn toegevoegd. Dan veiligheid.
51
Steeds meer maken we ons zorgen over de criminaliteit in onze stad. Ondermijning is inmiddels in Dordt echt aan de orde van de dag. Ook hier hebben we te maken met geweld, met afrekeningen, met auto's die in brand worden gestoken, dingen die voor de deur worden gelegd. En we horen graag van het college of het tegengaan van ondermijning ook financieel voldoende of afdoende geborgd is, of dat men daar wel of geen, te weinig zicht op heeft misschien? Het is ook moeilijk. Dan de ozb. Daar kun je op allerlei manieren naar kijken. Maar het CDA is vooral blij dat de extra ozb-verhoging zeer beperkt is gebleven, tot gemiddeld 4 euro per woning. De extra ozb-verhoging heb ik het dan over. Wij willen een stad die toekomst heeft. En dat maakt dat deze verhoging heel erg goed uitlegbaar is. Zo blijven voorzieningen in stand en kan er nog steeds geïnvesteerd worden in het welzijn van onze inwoners. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik heb een vraag aan mevrouw Van Vugt, via u. Want ik heb het even in laten dalen. Het CDA en de VSP vinden elkaar op heel veel onderwerpen. En met name ook als je het hebt over omzien naar elkaar, onze ouderen. U heeft het ook net aangegeven over de Drechthopper en de scootmobielen. Maar net zoals in Dubbeldam rijdt er bijvoorbeeld op zaterdag en zondag geen bus, tenminste in de avonduren.
Hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik heb niet precies de getallen op een rijtje hoeveel bussen er rijden en in welke uren wel. Maar ik neem aan dat dit gewoon klopt. Dat is gewoon heel spijtig en heel jammer. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we niet alles kunnen blijven bekostigen. Die busritten met bijna lege bussen, weet waar we wonen, dat is een punt waar heel veel bussen voorbijkomen. En ik kan u vertellen dat er rond 08.00 uur zitten er mensen in de bus en rond 16.00 uur ook. En voor de rest zijn bijna alle bussen nagenoeg leeg. En dat geeft ook wel te denken wat er eigenlijk echt gebruikt wordt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Even heel kort hoor maar. We weten natuurlijk dat openbaar vervoer kost geld. Dat kost altijd heel veel geld. Alleen wat heb je er als gemeenteraad voor over om daar een bus te laten rijden? Ik zou het waarderen als het CDA daar toch eens over nadenkt, omdat daar ook een hele grote doelgroep zit die niet voorzien is van vervoer. En zeker als deze Perspectiefnota aangenomen wordt, met de bezuinigingen die er voor op staan, dan kan die doelgroep weleens heel groot getroffen gaan worden. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Wij denken daar zeker over na. En het zat nu niet in de scope. Maar fijn dat u dat aangeeft.
En daar gaan we zeker over nadenken.
52
De voorzitter: Mooi. Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ons blikveld, bedoelde ik. Geachte raad, laten we samenwerken aan een toekomst waarin Dordrecht een gemeenschap wordt waar iedereen zich wil inzetten, waar men weet wie de buren zijn en waar met respect over en met anderen gesproken wordt. Als CDA zullen we ons blijven inzetten om deze visie en uitgangspunten verder uit te bouwen. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Van Vugt. En dan nodig ik uit de heer Safranti naar voren te komen. En geef ik het woord aan de fractievoorzitter van DENK. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, vandaag verwelkomen we de nieuwe burgemeester, die voor het eerst aan het werk gaat in de raad. Namens ons allen wil ik u van harte feliciteren met deze belangrijke stap en veel succes wensen in uw nieuwe rol. Wij kijken ernaar uit om samen te werken aan een sterker en verbindend Dordrecht. Voorzitter, voor de fractie DENK is deze Perspectiefnota meer dan een financiële planning. Het is een spiegel van onze keuzes, onze waarden en van de mate waar wij recht doen aan alle Dordtenaren. Want in onze stad is er nog steeds te veel ongelijkheid, tenzij we bewust gaan kiezen voor solidariteit, rechtvaardigheid en gelijke kansen. Voorzitter, steeds meer mensen hebben moeite om rond te komen en hun huishoudboekje kloppend te krijgen.
De kloof tussen rijk en arm wordt groter. Volgens het CBS leven inmiddels meer mensen, en vooral meer kinderen, onder de armoedegrens. De cijfers zijn schrikbarend. De kinderarmoede is een urgent probleem. Wie opgroeit in armoede begint het leven met een achterstand. Dat is onrechtvaardig, en onnodig in een welvarend land als Nederland. We moeten ook erkennen dat armoede meer is dan een tekort aan geld. Het kan leiden tot gezondheidsproblemen, sociale uitsluiting. Het betekent minder kansen, slechtere gezondheid en een onzekere toekomst. Daarom pleiten wij voor een structureel beleid dat generatiearmoede doorbreekt. Dordt West is hier een sprekend voorbeeld van. In deze wijken leven zorgen over armoede, veiligheid, leefbaarheid en het verdwijnen van voorzieningen, terwijl er tussen 2008 en 2018 juist flink is geïnvesteerd in deze buurten. Maar inmiddels is veel van de inzet verdwenen. Er is sprake van terugval. Daarom roepen wij het college op, kijk terug naar wat er wel werkte en zet deze succesvolle initiatieven opnieuw in. Het is tijd om opnieuw en gericht te investeren in de wijken. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Heer.
De heer De Heer: Voorzitter, ik ben wel nieuwsgierig naar wat de heer Safranti bedoelt met initiatieven uit het verleden. Want inderdaad, we moeten leren uit het verleden. En wat toen lukte, lukt misschien nu weer. Misschien heeft de heer Safranti wat voorbeelden. De voorzitter: De heer Safranti, ga uw gang.
53
De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor deze vraag, want ik had het weggehaald, omdat ik het natuurlijk binnen mijn tijd moest bespreken. Fijn dat u dat even vraagt, want dan kan ik het toch nog toelichten. Denk aan projecten achter de voordeur, kennen en gekend worden, de werkmakelaar, de wijkverpleegkundigen. Er zijn heel veel initiatieven en projecten die in de wijken waren, die er nu niet meer zijn, om ook de leefbaarheid in de wijken verder te stimuleren. De heer De Heer: Voorzitter, nog een korte vervolgvraag. Is de heer Safranti ook van plan om daar nog wat initiatieven op in te dienen, juist nu bij deze Perspectiefnota, voor de toekomst? De heer Safranti: Ik had het niet in gedachten, maar u hebt mij aan het denken gebracht. Wie weet. Misschien kunnen we er samen even naar kijken of dat wij daarnaar kunnen kijken. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Ik hoor het verhaal natuurlijk van de heer Safranti, voorzitter. Maar volgens mij loopt er een programma Leefbaarheid en Veiligheid voor Dordt West, waar heel veel miljoenen in worden geïnvesteerd. Met andere woorden, er wordt volgens mij echt heel veel aandacht besteed op dit moment toch aan dat gedeelte van Dordrecht. Is de heer Safranti het met me eens? De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter.
Daar ben ik het zeker mee eens, met mijnheer Van der Net. Dat klopt ook. Er is heel veel gaande op dit moment, ook in de wijken. Alleen we hebben natuurlijk te maken, wat ik net aangaf, met meer armoede, meer problemen in de wijken. Denk aan leefbaarheid, denk aan veiligheid, denk aan andere problematiek. Daarom pleit ik nu eigenlijk ervoor om dat juist vast te houden. Natuurlijk zijn er initiatieven. Natuurlijk zijn er gelden vrijgemaakt en worden misschien wel meerdere gelden ook vrijgemaakt. Het is meer een pleidooi richting het college van, hou dit alsjeblieft vast en ga ook kijken wat er toen goed ging in de wijken. Neem dat wat goed ging ook over. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Even aanvullend daarop. Want het pleidooi wat de heer Safranti houdt, dat is ons uit het hart gegrepen. Laat ik dat maar zo zeggen. Ik heb net, namens de VSP, een oproep gedaan om de aandelen van Stedin te verkopen. Als we die aandelen zouden verkopen aan het Rijk of aan bijvoorbeeld Rotterdam, dan verkopen we dat voor 245 miljoen ongeveer. Hoe kijkt u daartegenaan, dat we dan ook meer geld uit te geven hebben voor armoede, voor woningbouw en dat soort dingen? De voorzitter: De heer Safranti.
54
De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Dat kan ik alleen maar toejuichen, voorzitter, als ik dit zo hoor. Alleen wat ik wel weet, en dat is ook misschien een aanvulling op mijnheer Van der Net, is dat we vanuit het Rijk natuurlijk heel veel gelden binnenkrijgen voor het Nationaal Programma. Maar dit is natuurlijk een heel prima idee, om ook naar de woningbouw natuurlijk te kijken. Niet alleen naar de armoede of naar de veiligheid, maar gewoon het complete plaatje te regelen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, een opmerking nog. En dan heeft de heer Den Heijer gelijk zijn dekkingsvoorstel. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u, voorzitter. De heer Safranti had het over initiatieven uit het verleden en dat er al een heleboel gebeurt in Dordt in het Programma Dordt West. Kunt u aangeven wat u in concreto mist in het Programma Dordt West en daar zou willen toevoegen? De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad heel erg moeilijk om hier alles goed te kunnen horen. Alleen ik heb natuurlijk net een aantal initiatieven al genoemd. Kijk, wat ik mis, is natuurlijk wat we zien, en dat roep ik niet zomaar natuurlijk, dat hebben we kunnen constateren naar aanleiding van de bezoeken die wij ook bij de sociale teams doorgebracht hebben, dat mensen toch in een moeilijke situatie wonen.
Wel misschien aan het werk zijn, maar met lage inkomsten. Kinderen die zonder ontbijt bijvoorbeeld naar school gaan. Kijk, dit zijn allemaal initiatieven die al opgepakt zijn. Alleen wat ik net heb aangeven, ik herhaal het nog een keer, ik pleit ervoor om juist deze voorzieningen te behouden. Misschien nog meer te investeren straks ook met de gelden, wat mevrouw Stolk net aangaf. Maar ook met het Nationaal Programma wat we straks binnen hebben. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, het duizelt me wat. Ik hoor alleen maar al die programma's die nog wel doorgaan. Maar welke zijn er concreet gestopt, volgens u? Want daar heeft u het eigenlijk over. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Even voor de scherpte, we blijven in een cirkeltje praten, want dezelfde vraag komt steeds terug, met hetzelfde antwoord. Op een gegeven moment moeten we het gewoon doen met wat we hebben. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Maar het is misschien wel goed hoor, voorzitter, want dan kan ik daar wat extra toelichting op geven. Dit was natuurlijk naar aanleiding van de Vogelaarwijken.
55
En dat project heeft natuurlijk gelopen tussen 2008 en 2018. Er waren gelden binnengekomen vanuit het Rijk om voor die wijken in te zetten. De krachtwijken, worden ze ook wel genoemd. Alleen die gelden zijn natuurlijk gestopt, of gedeeltelijk gestopt vanuit het Rijk. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, toch een interruptie, als het mag. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Het gaat erom wat er in deze Perspectiefnota is afgeschreven. Ik heb het niet over 2018, maar echt over nu. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Voorzitter, dank u wel. Dan weet ik wat de vraagstelling is. Ik kom zo op de punten waar u misschien op doelt. Dit ging echt over Dordt West. Maar dan zal ik het straks even uitbreiden richting de stad. Even kijken, waar waren we? Een goed voorbeeld is de witgoedregeling van 1,1 miljoen euro geweest. Honderden huishoudens konden hiermee hun oude energieslurpende apparaten vervangen door zuinige apparatuur. Goed voor duurzaamheid en lagere energiekosten. Zulke maatregelen verdienen een structuurvervolg. Dordrecht is een stad vol verhalen, achtergronden en talenten. De diversiteit is een kracht, maar vraagt om een inclusieve aanpak. Op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, de cultuursector en binnen de gemeentelijke organisatie. In dat licht staan wij vandaag, op 1 juli, stil bij Keti Koti.
Een dag van herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij. Dordrecht doet hier actief aan mee. En dat is iets om trots op te zijn. Keti Koti herinnert ons aan het belang van gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. DENK zet zich ervoor in om deze traditie levend te houden. Afgelopen zondag liepen meer dan 3.000 Dordtenaren samen de Rode Lijn door onze stad. Een krachtig signaal van solidariteit. Een indrukwekkende mars laat zien dat Dordrecht zich durft uit te spreken. Ik wil graag alle organisatoren en initiatiefnemers bedanken voor hun inzet en vastberadenheid. Dankzij hun gedrevenheid, energie en betrokkenheid kan deze mooie actie tot stand komen en zo velen verbinden. Iedereen moet zich veilig voelen in de stad. Dat vraagt om investeren in preventie, jongerenwerk, wijkagenten, buurtinitiatieven. Niet alleen handhaven, maar ook juist verbinden. Want veiligheid gaat over vertrouwen in elkaar en in de overheid. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik vroeg me af, is de heer Safranti het er dan ook mee eens om meer in te zetten op jeugdboa’s? De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Ik heb veel over jeugdboa's gehoord, alleen de inzet daarvan, moet ik heel eerlijk zijn, daar weet ik weinig van. Ik kan van alles gaan roepen hier, maar ik weet daar weinig van.
Maar misschien kunnen we daarover praten als u daar wat meer over weet. Maar alles is welkom wat verbindt in een wijk, in een stad waar je jezelf veilig
56
voelt. Het woningtekort is schrijnend, vooral voor starters, gezinnen en mensen met een modaal inkomen, aangehaald door VVD en andere partijen. Als we willen doorgroeien naar 140.000 inwoners, wat mevrouw Stolk vaak aangeeft dat je die ambitie wel hebt, dat je daar ook dan weer de inzet beter moeten regelen, moet dat op een sociale en eerlijke manier. Dat betekent versnellen in de bouw van betaalbare huur- en koopwoningen. En zorgen voor een evenwichtige woningvoorraad. We maken ons zorgen over het verdwijnen of afschalen van wijkvoorzieningen. Dit zijn geen extraatjes. Het zijn ankers in de wijk. Als deze verdwijnen, verdwijnt ook de ontmoeting, ondersteuning en de samenhang. Daarom zeggen wij ook, snijden in een bibliotheek, cultuur, musea of de Drechthopper is onverantwoord. Cultuur is de ziel van de stad. Een stad met een bloeiend cultureel leven, is rijker in alle opzichten, sociaal, mentaal, economisch en historisch. Bezuinigen op cultuur lijkt soms makkelijk, maar het ondermijnt de ziel van de stad en snijdt uiteindelijk in de toekomst. Daarom komen wij zo spoedig mogelijk met een motie, anders met een amendement, over de genoemde posten. Deze is op dit moment in de maak. We hebben opnieuw te maken met een demissionair kabinet. Er is duidelijk langetermijnbeleid vanuit Den Haag. Juist daarom moeten wij lokaal verantwoordelijkheid nemen.
Deze keuzes, die wij nu moeten maken of gaan maken, bieden perspectief aan onze inwoners. Tegelijkertijd willen we ook benoemen wat wel goed gaat in deze stad. We zien wethouders die zich met overtuiging inzetten. De wethouder Sport werkt aan toegankelijke voorzieningen, om niemand buitenspel te zetten. Wakker blijven. De wethouder Diversiteit maakt echt werk van inclusie. De wethouder Cultuur zet zich vooral in een levendig cultureel klimaat. En de wethouder Wonen en de wethouder Grote projecten nemen hun verantwoordelijkheid om de woningbouw en de stadsontwikkeling voortvarend aan te pakken. Dat waarderen wij. Maar we zijn er nog niet. Tot slot, voorzitter, ook vanuit ons het woord van dank aan het gemeentelijk apparaat. Ambtenaren zetten zich dagelijks in, vaak onder hoge druk. Onze waardering is daarom groot. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Safranti. Mag ik mevrouw Koene uitnodigen naar voren te komen. Het woord is aan de fractievoorzitter van Gewoon Dordt. Ook een mooie naam. Mevrouw Koene: Irene Mol, nee. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, omdat het Rijk in de Voorjaarsnota met een aantal maatregelen kwam, hebben we niet een groot ravijnjaar, maar twee iets kleinere. In 2026 en andere jaren zijn er daarom minder ombuigingen nodig hier in Dordrecht. Wat niet betekent dat we minder kritisch moeten kijken naar waar we als gemeente ons geld aan uitgeven.
Zeker niet nu we net op de hoogte zijn gebracht dat de meicirculaire voor een net iets ander beeld zorgt. Maar voor een aantal instanties is de lucht wel weer wat blauwer. Ik noem een zwembad en een Sterrenwacht. Dat betekent overigens niet dat iedereen lekker onderuit kan gaan zitten. Ook al blijft je subsidie nu staan, er is vast wel iets wat je kunt doen om meer geld te verdienen zelf. Zoals de gemeente dat doet bijvoorbeeld door de capaciteit uit te breiden bij de Essenhof, waardoor de inkomsten kunnen stijgen. Doe alsof je minder geld krijgt en kijk hoe je daarmee om kunt gaan. Vorig jaar noemde ik dat ook al. Welke verbeterslagen zijn er te maken? En dit geldt natuurlijk ook voor onszelf. Neem bijvoorbeeld de kosten voor de jeugdzorg. We blijven toch nog steeds een beetje op onze rug liggen, met de pootjes omhoog. En we blijven de verantwoordelijkheid neerleggen bij het Rijk, dat de wet aan moet passen, want de
57
kosten worden steeds hoger. Maar voorzitter, ik herhaal vanuit eerdere vergaderingen mijn gedachte dat het interessant kan zijn om te doen alsof je met de jeugdzorg stopt en dan kijkt wat het eerste omvalt. En van daar weer gaan opbouwen. Wij zijn er nog steeds van overtuigd dat dit kan zorgen voor een systeem dat beter inspeelt op de behoefte aan zorg die er is en minder kost. We lossen niet alles op met therapie. En kritischer kijken welke kosten echt thuishoren bij de jeugdzorg kan ook al tot minder financiële druk leiden. Of wat dacht u van het Energiehuis? Investeren in de renovatie ervan, om onder andere een geluidslek te dichten, kan ervoor zorgen dat het gebouw beter geëxploiteerd kan worden en echt het middelpunt van de wijk kan zijn. Dat klinkt als een verstandige investering. Het zou slim zijn om gelijk voor een andere constructie te kiezen om het gebouw te beheren en te exploiteren. Want als de gemeente er zelf geen ruimte huurt, omdat de tarieven veel te hoog zijn voor de zalen, dan gaat er iets niet goed. En dat brengt mij op het volgende, voorzitter. Er wordt in de nota een aantal keer gesproken over het hanteren van publieke zakelijkheid. Ik heb het op moeten zoeken, want ik snap de woorden los van elkaar, maar in deze combinatie kende ik dat niet.
Er staat, en ik heb daar mijn vriend AI voor, in essentie gaat publieke zakelijkheid over het op een integere, efficiënte en verantwoorde manier uitvoeren van de taken die de overheid heeft, met als doel het algemeen belang te dienen. Klinkt fantastisch. Ik moest er wel even over nadenken, want de overheid moet dat naar mijn mening altijd. Je gaat bewust om met je geld, want het is niet van jou. Je voert de wettelijke taken uit. En dat doe je op een manier die mensen kunnen volgen en waar ze mee uit de voeten kunnen. En voor diegenen voor wie het leven niet vanzelfsprekend is door wat er op hun pad komt, kijk je wat er nodig is om mee te kunnen blijven doen. Dat lijkt ons algemeen belang. Ook lijkt ons dat publiek zakelijk zijn betekent dat de diensten die je levert kostendekkend zijn. Wij lazen in de Perspectiefnota dat niet alle leges kostendekkend zijn. Waar als voorbeeld de huwelijken, het archief en de lijkbezorging zijn genoemd. Van een van deze onderwerpen heb ik een klein beetje verstand. En ik heb het risico genomen om toch te vragen wat daar de kosten dan van zijn. Dordrecht staat landelijk bekend als een van de duurste gemeenten om te trouwen. Hoe kan het dan niet kostendekkend zijn? Omdat we niet specifiek kostprijs hebben genoemd, maar kosten, hebben we geen antwoord gekregen waar we naar op zoek waren.
Gelukkig heeft de wethouder die ervan is, de heer Van der Linden, toegezegd dat dit zo snel mogelijk alsnog komt. En richting de overkoepelend wethouder Van der Kruijff zouden wij vanuit Gewoon Dordt dan toch nog een extra vraag willen stellen, ondanks dat er geen derde ronde technische vragen is. Hoe zit het dan met de andere leges? Want inzicht hebben in de kostprijzen lijkt ons toch een voorwaarde om publiek zakelijk te kunnen opereren. Voorzitter, afsluitend wil ik graag opmerken dat dit denk ik de vierde bezuinigingsronde is die ik meemaak. En we moeten, zoals ik al eerder zei, kritisch blijven op hoe we ons geld uitgeven, en daarbij prioriteiten stellen. We zullen altijd mensen of organisaties teleurstellen, als de broekriem aangetrokken moet worden. Maar het komt ook altijd weer goed. Er zullen altijd weer dingen komen waar mensen wel blij van worden. Al is het maar een container die als je afval erin gooit zegt, goed bezig. Dank u wel. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel.
58
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Net op de valreep. Ik had een vraag over de publieke dienstverlening. Dank ook voor de mooie woorden over de publieke dienstverlening. Is uw fractie van plan om daar een motie op in te dienen? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik heb, voorzitter, geen idee wat mevrouw Schnabel concreet bedoelt. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, zoals ik het heb begrepen, en wellicht misschien niet juist, is dat het belangrijk is om in te zetten op publieke dienstverlening. En daar wordt op bezuinigd. Ik vroeg me af, in dat licht is ook dan Gewoon Dordt van plan om daar een motie op in te dienen om die bezuiniging tegen te gaan? Mevrouw Koene: Voorzitter, ik heb genoemd dat wij vinden dat als leges kostendekkend moeten zijn, dat bekend moet zijn wat het dan ook precies kost. En volgens mij is dat alleen iets waar wij eerst antwoord op willen hebben en wat we uiteindelijk in een legesverordening moeten regelen en niet in de Perspectiefnota. Maar met betrekking tot publieke dienstverlening heb ik niet echt iets genoemd waar ik mevrouw Schnabel blij mee kan maken. De voorzitter: Dank, mevrouw Koene. En dank voor uw algemene politieke beschouwing. Wij hebben met aandacht alle beschouwingen tot nu toe met elkaar daar kennis van genomen. En we hebben daar ook nog een aantal te gaan.
En toch stel ik nu even voor om vijf minuten te schorsen, met name in het kader van het welzijn van uw voorzitter. En de heer Gündogdu is al naar voren gekomen. En ik geef daarom nu heel graag het woord aan de fractievoorzitter van Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Iedereen heeft even de benen kunnen strekken. Dan kunnen we vooruit. Voorzitter, vandaag bespreken we de Perspectiefnota. En uiteraard ook onze dank voor eenieder die daar een bijdrage aan heeft geleverd. Voorzitter, namens Op Ons Eiland wil ik een aantal zaken uitlichten, met name over het sociaal domein. En dat verbaast ons natuurlijk niet, omdat daar heel wat gaande is. Voorzitter, dit is niet alleen maar een discussie over cijfers. Maar wat deze cijfers zeggen over de mensen in onze stad en vooral voor de kwetsbaren. De mensen die juist de meeste steun nodig hebben. Maar gezien de samenstelling van het college, die meent erg sociaal te zijn, ik hoor niks anders, hadden we niet verwacht dat er een kaalslag plaatsvindt in dit domein. Ik ga het toelichten. Voorzitter, laten we beginnen met de grote vraag, hoe sociaal is Dordrecht eigenlijk, als we de keuzes van dit college in deze Perspectiefnota tot ons nemen? Het college zegt te kiezen voor een sociale stad, maar de keuzes die nu voor ons liggen, lijken daar niet op.
Bezuinigen op dagbesteding, huishoudelijke hulp, jeugdhulp, vervoer, et cetera, er is allemaal al aan gerefereerd. Voorzitter, dit zorgt voor onzekerheid bij de inwoners die nu op onze voorzieningen rekenen. Hoe wil het college daarmee omgaan? De volgende vraag is, wat betekent dit concreet voor onze inwoners? Voorzitter, kwetsbare Dordtenaren worden tijdelijk geholpen. Maar na de verkiezingen, let op mijn woorden, staan ze weer met lege handen. Dit is politiek strategisch misschien slim, maar moreel gezien uitermate twijfelachtig. Ik wil dit toch even benoemd hebben. Wat gebeurt er namelijk als deze tijdelijke maatregelen verdwijnen? Kunnen we dan zeggen dat Dordrecht echt een
59
sociale stad is? Voorzitter, de Wmo, meer bureaucratie. Althans, zo lezen wij dat. De wijkgerichte aanbesteding van Wmo klinkt als een eenvoudige oplossing, maar waarschijnlijk gaat dit alleen zorgen voor meer bureaucratie en minder persoonlijke zorg. Daarnaast worden de tarieven voor sportaccommodaties ook nog eens verhoogd, wat vooral de minder draagkrachtige sportclubs zal treffen, terwijl we sport heel hoog in het vaandel hebben. En wat betekent dit voor jongeren die juist sport nodig hebben om zich te ontwikkelen? Voorzitter, ook op groen, veiligheid en cultuur staat er veel op de tocht. De bezuinigingen stoppen namelijk niet alleen bij het sociaal domein. Er zijn forse bezuinigingen. Minder groenonderhoud, het stoppen van handhaving op de opkoopbescherming en cultuursector. Wat betekent dit allemaal voor de leefbaarheid, de veiligheid en de sociale cohesie waar wij als raad onze mond vol van hebben? We hebben een ambitie om te groeien in deze stad. Maar zijn we straks een stad zonder ziel, vragen we ons echt af. Voorzitter, het is tijd voor echte en eerlijke keuzes.
Durven wij de stad te vertellen wat sociaal beleid echt kost? Durven we te investeren in preventie, zodat we op de lange termijn niet meer met hoge kosten komen te zitten? Dit was toch altijd de boodschap, vooraf investeren, preventief, zodat we op de langere termijn minder kosten zouden hebben voor het hele sociaal domein. Wij horen niks anders, maar op het moment suprême wordt daar de kaalslag gedaan. Voorzitter, we roepen het college op om het volgende te doen. Maak versneld inzichtelijk welke voorzieningen verdwijnen in 2026 en verder en wie daardoor wordt geraakt. Want wij hebben op dit moment niet een flauw idee wie daar direct wordt geraakt. Haal die mensen uit de anonimiteit. Dit zijn de groepen die met deze maatregelen concreet worden geraakt. En deze voorstellen, voorzitter, maak ze vooral SMART. Wat wilt u met al deze bezuinigingen? Het is niet alleen maar geld gedreven. Ik heb zojuist ook gezegd, achter deze cijfers staan ook mensen. En door het SMART maken, kunnen we nadien ook controleren wat u heeft gepoogd met een bepaald voorstel en wat daar is uitgekomen. En dan kunnen we tijdig ook nog sturen. Daar zijn wij als gemeenteraad voor aan de lat. Voorzitter, tweede punt is, voer een open gesprek met de stad over de betekenis van deze maatregelen in het dagelijks leven.
We hebben vanmiddag een brief ontvangen van de wethouder, waarbij in mijn woorden, vrij vertaald, staat dat ombuigingen wel zullen meevallen, vanwege de financiën vanuit het Rijk. Maar voorzitter, laten we alsjeblieft niet te snel juichen. We hebben vorige week nog de NAVO-norm verhoogd naar 5 procent. Dat kost ons in termijn 23 miljard euro extra, landelijk. Ik wil niet de landelijke politiek nadoen. En we hebben natuurlijk ook te maken met een inflatie, de afgelopen 10 jaar, van ruim 38 procent. En dat gaat natuurlijk niet zomaar ophouden, want de verwachtingen zijn namelijk dat de inflatie ook enorm gaat stijgen. Hoe dan ook heeft dat impact op onze financiën. Voorzitter, daarnaast, we kunnen niet blijven draaien op tijdelijke middelen die ons op lange termijn weer in problemen brengen. Maak structureel de keuzes wat je wel doet en wat je absoluut niet doet, en laat niks in het midden. Conclusie voorzitter, Op Ons Eiland wil een stad die recht doet aan haar kwetsbaren. Een stad is pas sterk als zij recht doet aan haar meest kwetsbaren, niet in woorden, maar in daden. Het is niet genoeg om te zeggen dat we een sociale stad zijn. We moeten het ook doen en vooral laten zien. En dat betekent structurele keuzes, die de toekomst van Dordrecht en Dordtenaren waarborgt. Voorzitter, ik sluit met de woorden eerlijkheid, transparantie en solidariteit.
Daar staan wij, als Op Ons Eiland. En wij vragen het college hetzelfde te doen. Dank u wel.
60
De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal, gaat uw gang. De heer Uysal: Dank, voorzitter. We hebben aandachtig geluisterd naar de woordvoering van Op Ons Eiland. En de heer Gündogdu heeft het iedere keer over een kaalslag op het sociaal domein, waarmee die impliceert dat het college de rekening neerlegt bij kwetsbare mensen. Ten eerste, hoe wil Op Ons Eiland het sociaal domein overeind houden, als we op deze manier door blijven gaan? De voorzitter: De heer Gündogdu, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, het sociaal domein is best moeilijk te definiëren. Je investeert altijd op de langere termijn. De afgelopen jaren is niks anders gedaan dan dat we hebben gezegd, we willen aan de voorkant investeren in onze jongeren, voor onze senioren, voor kwetsbaren in de samenleving, zodat we niet die dure zorg allemaal hoeven te betalen. Keer op keer, bijna ieder jaar, hebben we te maken met budgetten. Althans, al die diensten die bij ons budgetten komen opvragen. En vaak genoeg hebben wij gezegd, kijk eens of je een efficiëntieslag kunt maken. Dat je met die klanten een klantreis meemaakt waar zij allemaal tegenaan lopen. En voor zover ik weet, is dat nooit echt van de grond gekomen. En nu maakt men van de kans gebruik, eigenlijk misbruik, om te zeggen, we hebben het ooit eens zo opgezet. Het is ons niet gelukt.
Dan maar met de kennis dat er bezuinigd moet worden, gaan we het anders doen. We maken een kaalslag. Dat is onze interpretatie. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal.
De heer Uysal: Voorzitter, dit is geen antwoord op de vraag die ik stel. De consequentie van het niets doen in het sociaal domein, betekent dat de zorg en ondersteuning niet terechtkomt bij de meest kwetsbare mensen waar Op Ons Eiland iedere keer op hamert. En het is ook zo dat het college nu voorstelt om een eerlijke eigen bijdrage te vragen van mensen, zodat we juist die kwetsbare mensen kunnen helpen. En om ervoor te zorgen dat niemand tussen wal en schip valt, wordt er een sociaal fonds in het leven geroepen. Ik vraag me af wat Op Ons Eiland van het sociaal fonds vindt en of deze maatregelen ook niet juist ervoor zorgen om het systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken? De heer Gündogdu: Voorzitter, dat is waar ik me enorm over verbaas. Hoe durft u te zeggen dat juist bij die kwetsbaren, die de zorg aannemen, of dat wel goed bij hen terechtkomt of niet? We hebben altijd toch een college gehad die heeft gepleit om juist die sociale voorzieningen op een vrij hoog niveau te houden, omdat er heel veel kwetsbaren zijn in deze stad. Dat we solidair moeten zijn. Op basis van die informatie hebben wij het college mandaat gegeven om juist te investeren in het sociaal domein. En nu zegt u, we moeten het anders inrichten. We kunnen het financieel technisch gezien wat specificeren. Ik begrijp die redenen absoluut niet, want u spreekt eigenlijk uzelf tegen.
61
De voorzitter: De laatste keer, mijnheer Uysal. Gaat uw gang. De heer Uysal: Voorzitter, nogmaals, ook dit is geen antwoord op de vraag. Wat Op Ons Eiland probeert te doen, is dat iedereen dezelfde mate van ondersteuning verdient, zonder dat we op voorhand weten of dat ook passend en effectief is. En wat het college nu voorstelt, is om juist te kijken hoe we mensen op de beste manier kunnen helpen. En dat doen ze door twee voorstellen eigenlijk in algemene zin, door van draagkrachtige mensen een bijdrage te vragen, om zo het systeem beheersbaar te houden. En ook juist mensen wie dat het hardst nodig hebben, om die te helpen. En aan de andere kant vooral in de jeugdhulp om te kijken hoe mensen op de beste manier geholpen kunnen worden. En niet meteen een beroep te doen op de professionele zorg. Dat gaat juist om ervoor te zorgen hoe we onze eigen inwoners op de beste manier kunnen helpen. En ik hoor geen concrete voorstellen van Op Ons Eiland. Die haalt alleen maar uit dat de rekening wordt neergelegd bij de kwetsbare mensen. De voorstellen zien er juist toe om ervoor te zorgen dat de kwetsbare mensen nog steeds geholpen kunnen worden. En als het aan Op Ons Eiland ligt, dan gaan we dat niet doen. De voorzitter: En wat is uw vraag? De heer Uysal: Voorzitter, dit is de derde keer dat ik al een andere zienswijze van Op Ons Eiland vraag, hoe zij dan naar het sociaal domein kijken.
Maar ik zie geen andere benadering dan wat het college nu voorstelt. De voorzitter: De heer Gündogdu nog.
De heer Gündogdu: Ik wil daar best op reageren, voorzitter. Voorzitter, jarenlang hebben we geïnvesteerd in het sociaal domein. Dat heeft deze raad besloten. Moment suprême, omdat we moeten bezuinigen, komt het college middels een Perspectiefnota met een concreet voorstel van, daar kan minder, daar kan efficiënter en dat zou anders moeten. Waarom heeft dit college dan niet gebruikgemaakt, de afgelopen drie jaar in ieder geval, met de kennis dat zij hadden dat het in het sociaal domein niet goed zou lopen, om met een concreet voorstel te komen buiten de Perspectiefnota, vraag ik me af? Blijkbaar, men wist het niet of heeft men bewust gekozen om dit moment te gebruiken om hier echt een kaalslag te maken. Dat is mijn interpretatie. De voorzitter: We laten het lekker hierbij, volgens mij. Ik ga naar mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik zie graag dat de heer Gündogdu reflecteert op het feit dat in voorgaande periodes ook hij mede in de collegebankjes heeft gezeten. Dat er toen voor is gekozen om incidenteel te begroten. Dat er nu een beweging is naar structureel. En dat u juist nu zegt, het gaat niet goed. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, we hebben altijd de afspraak gemaakt, incidenteel gebruik je ook incidenteel. Maar wat nu gebeurt, is dat er een structurele ombuiging is in het sociaal domein.
En dat is niet allemaal met incidenteel geld.
62
Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik vul dan toch aan. Het is voor het eerst dat er steeds dat incidenteel begroten een deel gaat naar structureel. Daarmee borgen we juist dat ook die kwetsbare mensen niet in de kou staan. En ik wil daar graag uw reflectie op. Anders houdt het eind van deze periode gewoon op. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, hoe kunt u beweren dat we met deze manier van beredeneren, structureel geld, juist die kwetsbaren, waar ik een heel pleidooi over heb gehouden, dat we hen nog beter zouden ondersteunen? Ik begrijp die redenatie helemaal niet. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat is jammer. Het sociaal fonds is structureel. Het is voor het eerst dat er een structureel gedeelte is. De heer Gündogdu: We halen miljoenen weg. En vervolgens komt er een miljoen voor in de plaats. De voorzitter: We gaan door. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Een vraag aan de heer Gündogdu. Want hij noemt net heel kort het recente besluit van het kabinet om de NAVO gerelateerde uitgaven te vergroten. En dat zegt hij waarschijnlijk niet voor niks. Mijn vraag aan de heer Gündogdu is, welk verband legt hij hier met onze gemeentelijke ombuigingen? De heer Gündogdu: Voorzitter, ik kan een hele boom opzetten. Maar kort, we weten allemaal dat ook met landelijke financiën het heel krapjes is.
En dit is concreet ook een van de aanleidingen dat wij nu met elkaar het gesprek aangaan over de bezuinigingen. En als wij ook nog eens een bepaalde norm worden opgelegd of althans vrijwillig aanvaarden, met als gevolg dat we een miljard extra voor de NAVO of het leger moeten gaan investeren, verwacht ik op korte termijn in ieder geval geen extra middelen richting de gemeente. Dat is mijn redenatie. De voorzitter: Volgens mij was u klaar, toch? Mooi. Dan dank voor uw inbreng. Dank. En dan nodig ik uit de heer Hartmeijer naar voren te komen. En is het woord aan de fractievoorzitter van de SP. Gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Werkt het zo? Even kijken. Ja hoor. Dank, voorzitter, op dit warme tijdstip. Om te beginnen ook vanuit ons een woord van dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de Perspectiefnota. Zo te zien was het een berg werk. En dat verdient waardering. Ook dank aan alle inwoners van onze stad die hun steentje bijgedragen hebben tijdens gesprekken, via brieven en inspreekmomenten. Jullie zijn door ons goed verstaan. Voorzitter, we leven in vreemde en onzekere tijden. En het document waar we het vandaag over hebben, heeft dan wel de naam Perspectiefnota meegekregen, maar wat is ons perspectief de komende jaren eigenlijk? Onze regering besloot in al haar wijsheid om eens flink te gaan bezuinigen op gemeenten.
De overheidslaag die misschien niet het meest tot de verbeelding spreekt, maar waar inwoners van Nederland in praktische zin wel het meest mee te maken krijgen. Een jaar geleden leek het duidelijk, sorry, we moeten bezuinigen. Voor de komende jaren is er