2.1 2025.06.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
En dan uiteindelijk hakken we een knoop door. Dan ga ik verder met mijn woordvoering,
42
voorzitter. Voorzitter, de ChristenUnie/SGP is geen fan van gesegregeerde wijken. Alleen maar goedkope woningen in goedkope wijken en dure woningen in dure wijken is niet de samenlevingsvisie die de ChristenUnie/SGP voor ogen heeft. We kijken positief tegenover de mix die voor het Maasterras wordt voorgesteld. Tegelijkertijd is het Maasterras nog relatief groot, als je aan allebei de kanten woont. En we zouden dan ook willen voorkomen dat er grote verschillen tussen buurten ontstaan. We hoorden daar zojuist mevrouw Van Herwijnen van Partij voor de Dieren ook al het een en ander over zeggen. En ik weet dat er meer partijen zijn die daar vergelijkbaar over denken. Daar denken wij ook graag constructief in mee. En wellicht dat we er samen een amendement voor kunnen indienen. Partij voor de Dieren had ook nog iets over meer groen uiteindelijk ook borgen in het plan. Ook de ChristenUnie/SGP zet zich al jaren in voor verticaal groen bijvoorbeeld, wat een hele goede oplossing zou kunnen zijn, juist in dit soort hoogstedelijke omgevingen. Voorzitter, de keuze voor deze nieuwe wijk heeft ook consequenties waar we niet bij staan te juichen. En dan denken we voornamelijk aan de bewoners van de Weeskinderendijk Oost en die van de woonwagens aan de Brandts Buysstraat.
De vraag die mevrouw Labruyère tijdens de commissievergadering van 10 juni stelde, hoeveel schade mag je je inwoners toebrengen in het kader van het algemeen belang, is ook een vraag die wij onszelf hebben gesteld. En ik vind het geen makkelijke vraag, als ik heel eerlijk ben. Maar die knoop moet wel worden doorgehakt. Want de ChristenUnie/SGP vindt het belangrijk dat er na 2,5 jaar duidelijkheid is voor de bewoners in het gebied. Daar snakken zij zelf ook naar, zoals ze afgelopen commissievergadering zeiden. We schuiven de beslissing dan ook niet verder voor ons uit, maar we stemmen ook niet zonder kanttekening in. De verhalen van enkelen van de bewoners van het gebied laten niemand in deze raad koud. En het staat buiten kijf dat er een rechtvaardige compensatie tegenover hoort te staan. We roepen het college op om zich in te blijven zetten om tot minnelijke overeenstemming te komen met de woningeigenaren van de Weeskinderendijk Oost, op basis van de volledige schadeloosstelling, waarbij wat ons betreft de absolute grenzen van de wet in het voordeel van de bewoners van de Weeskinderendijk worden opgezocht. Die toezegging is voor ons dan ook randvoorwaardelijk. En voor hen die dat willen, en dat wil lang niet iedereen, moet worden onderzocht of er in samenwerking met de ontwikkelaars mogelijkheden zijn om in het gebied terug te keren.
En moties die daartoe oproepen, kunnen dan ook op onze steun rekenen. Voorzitter, tot slot, we houden onze oren, nogmaals, vanavond goed open, zodat we volgende week als raad hopelijk tot een goed, gedegen bestemmingsplan kunnen komen. En waarbij er ook recht wordt gedaan aan de huidige bewoners van het gebied. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En u krijgt tot slot nog een vraag van de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Ik hoorde de woorden minnelijke schikking en opzoeken van de grenzen van de wet. Maar als je minnelijke schikking doet, dan sluit je gewoon gezamenlijk een overeenkomst. En dan heb je de wet niet nodig. Dan spreek je af wat je wil afspreken. Die wet komt pas aan bod als je gaat onteigenen. En ik heb verteld dat dat niet kan. De voorzitter: En wat is uw vraag?
43
De heer ’t Lam: Ik vind dit een vreemde combinatie tussen minnelijke schikking en de maximale grens opzoeken. Kan de heer De Feijter toelichten hoe hij die combinatie dan ziet? De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Ja. In eerste instantie hopen wij dat er tot minnelijke schikking wordt gekomen, minnelijke overeenkomst, waar de bewoners zelf goed mee kunnen leven. En als het uiteindelijk komt tot onteigening, gelukkig zijn je rechten dan hier in Nederland ook goed vastgelegd. Maar je hebt altijd natuurlijk kaders waarbinnen zo’n wetgeving functioneert. En wat ons betreft wordt er dan het maximale uitgehaald. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Stam, die ook nog een vraag gaan stellen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer De Feijter zeggen, kijken om te onderzoeken of de huidige bewoners ook terug kunnen keren op die nieuwbouwplekken. Als je nu kijkt naar de waarde van de huidige woningen en hoe die getaxeerd zijn en de nieuwbouwwoningen, bent u dan bereid om minimaal 1,5 tot 2 ton bij te leggen voor 44 bewoners? De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Het zijn er natuurlijk ietsje minder inmiddels. En nogmaals, ook lang niet iedereen zal willen terugkeren in het gebied. Een aantal hebben dat ook al heel duidelijk gemaakt. Maar het is ook niet aan mij om hier nu in te gaan op individuele gevallen.
Het lijkt me vooral belangrijk dat er de ruimte is voor de mensen die dat zouden willen, dat deze optie op tafel ligt. En daar is de ChristenUnie/SGP zeker bereid de portemonnee voor te trekken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klerk, CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Allereerst het plan Maasterras fase 1 is een mooi plan. Het is goed en ook verstandig om in tijden van woningnood zo groots in te zetten op het toevoegen van ruim 2 duizend woningen aan die woningvoorraad. Woningen waar veel Dordtenaren op wachten. Woningen in alle segmenten, in een woningmix die lucht biedt aan ook echt alle woningzoekenden in Dordrecht. Die woningmix is belangrijk. Het amendement dat wij indienen, en wat ik ook heb verspreid onder de woordvoerders, is echter vooral technisch van aard, want voor onze fractie is het vreemd dat de woningmixpercentages in de GREX en het raadsvoorstel afwijkend zijn. De titel van het amendement zal ik in die zin ook wel wat minder politiek maken. Zoiets als, gelijktrekken van de percentages sociale huurwoningen in het bestemmingsplan en de GREX. En dan komen we op die 22 procent. Dat neemt niet weg dat als het aan het CDA ligt er gerust onderzocht mag worden waar de rek zit ten aanzien van het percentage sociale huurwoningen. Dat is een oproep aan het college, zeker rekening houdend met de opdracht van de provincie van die 30 procent.
Mijn oproep aan de wethouder is daarin ook om bijvoorbeeld het amendement van de SP, wat spreekt over een hoger percentage
44
sociale huurwoningen ten koste van de tunnel, te reflecteren, vooral op dat stuk van die tunnel van, is dat haalbaar, is dat niet haalbaar, hoe zit dat? De voorzitter: Mijnheer Damen heeft een vraag. De heer Damen: Mijn vraag is of de heer Klerk dan ook vindt dat een hoger percentage sociaal de gemeente geld zou mogen kosten? De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dat is een goede vraag. Kijk, uiteindelijk zal meer sociale huurwoningen meer geld kosten. En dat zal gedekt moeten worden. Als er dekking voor gevonden is, ja. Maar dat is wel de voorwaarde. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Klerk: We hebben geen geldmachine. Zeker niet in de tijden die voor ons liggen. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Klerk: En dan nog, ten aanzien van die woningmix hoorden we collega Van Herwijnen spreken over de diversiteit in de wijken. Ook voor het CDA is het belangrijk dat sociale klassen samenleven, ik zeg maar, op straatniveau. En dat is voor ons heel belangrijk. En daarom zijn we ook heel benieuwd naar het amendement waar zij mee komt. Helaas is het niet alleen de loftrompet die we horen. De afgelopen jaren werd de discussie over schouders, door een houding van de gemeente richting de bewoners van de Weeskinderendijk, die op zijn minst discutabel was. Verhalen die mij als volksvertegenwoordiger aangrepen toen zij inspraken.
Verhalen die aanleiding waren destijds om een motie te steunen die opriep tot maximale compensatie, omdat we er niet gerust op waren dat dat een vanzelfsprekendheid was. Het had zoveel makkelijker geweest als het proces open en transparant was verlopen, ook met de bewoners van de Weeskinderendijk. Als ik hen goed beluister, gaat het allang niet meer alleen om geld, maar vooral om begrip, om transparantie. En daarom snappen we op zijn minst de intenties van de moties van SP en die van Beter voor Dordt. Waarbij we bij die laatste opmerken dat compensatie van gederfde inkomsten juridisch überhaupt heel lastig is. Maar een motie die spreekt over vergoeding van kosten, daar heb ik wel oren naar. Ik ben wel benieuwd hoe dat uit zou werken. Hoe we met de moties omgaan, hangt ook af van de reflectie van de wethouder. En daar zullen wij ons ook over beraden, voorafgaand aan de raadsvergadering. Maar daarbij willen we wel het college op het hart drukken, denk niet in onmogelijkheden. Want wat niet kan, is nog nooit gebeurd. Wat het maatwerk betreft, pas niet de juridische maat toe, maar pas nu eindelijk de menselijke maat toe. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klerk. Dan gaan we naar mijnheer Stam, van de Fractie Stam.
45
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Het Maasterras, een buikpijndossier van vele jaren. Van kantorenbestemming naar woningbouwlocatiebestemming. Een langlopende discussie, waar al jaren geleden bewoners de dupe van zijn geworden. Jaren geleden zijn al bewoners uitgekocht, omdat de gemeente zou en moest ontwikkelen. En we weten allemaal hoe dit is verlopen. En nu, 2025, gebeurt er eigenlijk precies hetzelfde. Inmiddels ligt nu het bestemmingsplan ter bespreking en vaststelling voor. Een bestemmingsplan wat onder hoge druk wordt voorgelegd, omdat het college anders met de consequenties van de uitspraak van de Raad van State wordt geconfronteerd. Te lang getreuzeld en wat nog meer. Een bestemmingsplan met het voorstel, zoals gezegd, met open eindjes die later ingevuld kunnen en moeten worden. En natuurlijk is op papier altijd de gemeenteraad als hoogste bestuurlijke orgaan in gemeenteland die bepaalt of een voorstel met een meerderheid wordt toegevoegd of niet. Maar zoals gezegd, op papier. De praktijk is altijd anders en weerbarstiger. Continu zit de gemeenteraad vast in een eerder vastgesteld besluit, zoals bijvoorbeeld dit bestemmingsplan. Met de woorden, u had dit kunnen weten en u heeft al een plan vastgesteld. Kortom, college en ondersteuning weten er altijd wel creatieve oplossingen voor te bedenken.
En wat betreft die creativiteit, zien we nu ook voor de vaststelling een bijzondere situatie. Blijkbaar kent het nu voorgelegde voorstel een fors hiaat, wat bepalend is voor slopen of niet slopen. En tot onze verbazing en ook boosheid wordt dit getracht te corrigeren via een voorstel via de Agendacommissie. Een oneigenlijke weg. En wij begrijpen dan ook nog steeds niet dat dit via de griffie op deze wijze is voorgelegd. Ondanks alle zalvende woorden hierover is het kwaad echter al geschied. Normaliter verlopen voorstellen die via de Agendacommissie verlopen op een procesmatige manier. Wat we nu eigenlijk gaan zien, is dat er toch waarschijnlijk een amendement ter correctie wordt ingebracht. En dat na veel commentaar in de afgelopen raadsvergaderingen, waar in ogen van een aantal raadsleden procesmatig verkeerd wordt behandeld en er zelfs een motie voor is ingebracht. En nu wordt in feite de procesgang volledig aan de laars gelapt. Wij zijn echter ook niet tegen de bouw van woningen. We hebben zelfs ingestemd met de toepassing van de Wvg, in breed belang van de gemeente. Maar dat betekent, wat ons betreft, niet dat je bewoners in een onmogelijke positie kan en mag brengen. De kansen voor bewoners om een gelijkwaardige woning voor hetzelfde geld te vinden, is gewoon zo goed als onmogelijk. Laat staan een mooie passende plek voor de standplaatsen.
Met de plannen van bewoners is gewoon op geen enkele wijze rekening gehouden. Het meest schrijnende is dat bewoners een soort van fopspeen is voorgehouden met betrekking tot input en participatie. Ook onze politieke vragen over financiële stukken rondom bouw of sloop worden gewoon domweg niet of veel te laat beantwoord, om wat voor reden dan ook. Meerdere partijen hebben nu al voldoende gezegd en moties aangekondigd. Wij brengen ook twee moties in, om de kosten voor de bewoners te vergoeden. We hebben zojuist gehoord dat ook Beter voor Dordt een van deze moties gaat indienen. Dat is op zich wel jammer, want ze hebben een oude versie gebruikt die bij de bewoners is neergelegd. Als ze hem willen corrigeren, kunnen ze altijd nog naar de bewoners gaan voor de bijgestelde versie. De voorzitter: Zoals te verwachten gaat mijnheer Wringer daarop reageren.
46
De heer Wringer: Voorzitter, ik heb de moties helemaal uit eigen idee opgesteld. En ik heb helemaal geen voorbeeld gebruikt of andere ideeën. De voorzitter: Ik hoorde geen vraag, maar de opmerking is duidelijk. De heer Stam: Maar dan hebben we blijkbaar dezelfde gedachtegang gehad, want de woorden waren precies hetzelfde. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Stam: Maar goed, de raad is ervoor met welke motie ze mee willen gaan. Als laatste, voorzitter, ruim binnen de tijd, wij zijn benieuwd of de wethouder ooit het voornemen heeft gehad om eens op de fiets te stappen en langs te gaan bij de bewoners aan de Weeskinderendijk en de standplaatsen. Dit is om een informeel gesprek met hun te voeren, waarmee je veel meer had kunnen bereiken dan als wat er nu bereikt is. Want ik denk dat de bewoners veel beter hun ideeën op tafel hadden kunnen leggen, waardoor er veel eerder overeenstemming was geweest. Een meer dan gemiste kans. Het zal u dan echter ook niet verbazen dat wij niet zullen instemmen met het nu voorliggende bestemmingsplan. Dit door proces, inhoud en de werkwijze richting bewoners. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stam. Dan gaan we naar mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Om u een plezier te doen, voorzitter, zal ik toch wat zeggen. Even kijken.
Voor Gewoon Dordt is ontwikkeling in het gebied daar eigenlijk altijd wel belangrijk geweest en hebben we dat ook altijd gesteund. Wij waren misschien een van de weinige partijen die enthousiast waren over de plannen van Mecanoo. En we vinden het ook jammer, wat dat betreft, dat dat … Niet alle onderdelen overigens. Maar er zat wel veel potentie in en dat sprak ons aan. En in die zin is het jammer dat het allemaal wat afgevlakt is en dat het wat meer naar gewoon een standaard woonwijk is teruggebracht. Maar goed, in het kader van de Spoorzone vinden wij het ook jammer dat bijvoorbeeld die overkapping van het station niet doorgaat, waarmee je die wijken had kunnen verbinden. Maar goed, dat is allemaal een keuze geweest. Dat kostte ook heel erg veel geld. En dat is er nou eenmaal niet. Over de plannen zelf zijn wij nu nog steeds enthousiast over wat er ligt. Het enige waarvan wij hebben van, moet dat zo nodig, dat heb ik al eerder gezegd, dat gaat over de onderdoorgang naar de Hoge Bakstraat, naar de Sluisweg. En dan met name, omdat je in een dijk uitkomt en dat we ons, wat dat betreft, zorgen maken over of dat wel kan. Wellicht kan het college ons daarin geruststellen of misschien kijken of er andere mogelijkheden zijn in de buurt, dat dat iets op een andere plek komt of wat dan ook. Maar daar heb ik geen idee van.
Ik weet niet in welke mate dit hoort bij het bestemmingsplan, om daar ook bepaalde subsidies voor te krijgen. Overigens, op zich ben ik het wel met de heer ‘t Lam eens, waar gaat die 200 meter over? Maar goed, het schijnt een essentieel onderdeel te moeten zijn. Dat hoor ik dan graag van het college. De voorzitter: U gaat het horen van mijnheer ’t Lam, denk ik. Mijnheer ’t Lam. Mevrouw Koene: Dat is helemaal leuk.
47
De heer ’t Lam: Ik zit nog niet in het college. En ik zal er ook nooit in komen. Maar ter geruststelling van een aantal. De voorzitter: U doet er wel uw best voor. De heer ’t Lam: U herhaalt mijn argument. Maar ik had nog een argument van, zo’n fietsen wandeltunnel, dat zal niet zo'n brede tunnel worden. Het zal een vrij lange tunnel zijn, gelet op de lengte van het spoor daar. Is dat veilig voor mensen om daar 's avonds doorheen te gaan, ondanks een paar lampjes die we ophangen? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik ben op zich niet een veiligheidsexpert. Maar ik heb van de heer Bootsman begrepen dat hij aan de eisen voldoet die hij daar graag aan gesteld ziet. En ik vertrouw volledig, wat dat betreft, op zijn kennis en kunde. Alleen als mijnheer Bootsman het tegen gaat spreken, dan ga ik wat anders … De voorzitter: Ik hoor heel veel eer voor mijnheer Bootsman. Maar ik begrijp u wel. Mevrouw Koene: Dat mag ook wel. Ik bedoel, wij waren daarnet ook allemaal niet zo makkelijk voor hem. Voorzitter, 2.088 woningen staan er nu gepland. Die zijn nodig. Het is goed en het is voor de woningvoorraad, voor de mensen die woningen zoeken, enzovoort.
Kijk, en als er een mogelijkheid zou zijn om die 22 procent, waarvan ik begrepen heb dat dat de nieuwe 20 procent is, te vergroten naar 25 procent bovenop, niet in plaats van, maar bovenop, dan zouden wij daar op zich niet tegen zijn. Maar ik heb geen idee wat voor consequenties, behalve financiële, dat met zich mee zal brengen. Waar wij wel moeite mee hebben, is dat er relatief weinig middenhuur in de planning staat. En er zijn nou eenmaal toch een heleboel mensen die niet willen kopen. En ik geloof dat de heer Noldus het al zei daarnet, er zitten heel veel mensen in een sociale huurwoning die niet door kunnen stromen, omdat er hierna geen betaalbare koop is, maar daarna zou er ook betaalbare middenhuur, voor zover het allemaal betaalbaar is, maar middenhuur kunnen zijn. Ik vind die 5 procent middenhuur een beetje mager. Maar goed, ook dat zal een reden hebben. Als laatste, voorzitter, en dat is … Kijk, want wij hebben eigenlijk al vrij snel aangegeven dat wat ons betreft de huizen op de Weeskinderendijk weg mochten. En dat heeft er niks mee te maken dat dat een makkelijk iets is, want het gaat om je huis wat je kwijtraakt. Maar wij vertrouwen er wel op dat als het bestemmingsplan … Want sommige dingen kan pas over gesproken worden als het bestemmingsplan is vastgesteld.
En wij vertrouwen er echt op dat nu eindelijk fatsoenlijk in gesprek gegaan wordt, concreet in gesprek gegaan wordt met de bewoners om dat maatwerk te kunnen leveren waar ze op zitten te wachten. Want dat is een van de dingen … En mijnheer Stam had het net over de wethouder op de fiets. Dat wilde ik niet zeggen. Maar ik vind wel dat er een aantal momenten zijn in dit hele proces die niet de schoonheidsprijs verdienen. Even kijken. De voorzitter: Dat was hem volgens mij. Want anders moet ik u haast gaan manen om tot een afronding te komen. Dat zou wat zijn.
48
Mevrouw Stolk: Ik doe het allemaal even uit mijn hoofd. Vandaar dat het wat langer duurt. Maar ik laat het hierbij. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. Dan gaan we kijken of mevrouw Stolk net zo enthousiast is. Mevrouw Stolk, van de VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, hartstikke enthousiast. Dat begrijpt u natuurlijk wel. Maar ik ga het niet in vijf minuten redden. Dat ga ik alvast vertellen. Dat heb ik al aangekondigd. Voorzitter, voor ons ligt, na jaren van planvorming over het te bouwen Maasterras, fase 1 ter beoordeling en vaststelling aan de gemeenteraad. De ambities van het college in 2021 waren torenhoog, en een zeer futuristische wijze uitgewerkt door de prestigieuze bureau Mecanoo. Het college kende geen enkele rem. En opeens was daar de brug autoluw, het stamlijntje weg en het spooremplacement opeens verdwenen. Dit allemaal zonder overleg of afstemming met de partijen die daar echt over gaan. Nog steeds ongelofelijk en onbegrijpelijk hoe het college dit heeft kunnen bedenken. Wat een geld, tijd en weerstand heeft dit gekost. Deze ongecontroleerde aanpak heeft de beoordeling van, wat is er echt nodig, voor Dordrecht alle jaren daarna in de weg gezeten, tot op de dag van vandaag. Het Maasterras is onderdeel van de woningbouwplannen die Dordrecht moet doen groeien naar 140 duizend inwoners.
Met bij voorkeur van buiten Dordrecht komende kopers en huurders die meer hoogopgeleid en koopkrachtiger zijn dan de gemiddelde bestaande Dordtse inwoners. Alles moest wijken om deze bouwplannen, ook op het Maasterras, te verwezenlijken. Er zijn dure wijken gebouwd en er zijn veel goedkope woningen afgebroken in de sociale sector, de afgelopen tijd. Ook bij de eerste plannen van het Maasterras was het aandeel sociale huur, middenhuur en goedkope koopwoningen te verwaarlozen. Dit terwijl er wachtlijsten van jaren zijn voor inwoners van Dordrecht. Dit zijn vaak jonge gezinnen en Dordtse jeugd, die toe zijn aan een eigen plek. Ook het opheffen van woningen aan de Weeskinderendijk en het woonwagenkamp waren al onderdelen van de initiële ambities van het Mecanoo plan. Kortom, overdreven bouwambities van een rechts college, die de belangen van de bestaande Dordtse bewoners wel heel gemakkelijk terzijde schoof, en naar het oordeel van de VSP nog steeds terzijde schuift. Als dit de manier is waarop je met je eigen inwoners wilt omgaan, dan moet je je als gemeente echt achter je oren krabben. En nu, na ongeveer 5 jaar debatteren en oppositie voeren, ligt slechts fase 1 ter besluitvorming voor. Er zijn in deze fase wel wat uitgangspunten verbeterd. Er zijn wat meer sociale huurwoningen en middenhuurwoningen voorzien in dit plan dan er oorspronkelijk was voorgesteld.
Maar nog altijd niet zoveel als de norm die het Rijk stelt, namelijk de 30 procent. Ook de prijzen van de zogenaamde goedkope koopwoningen, van rond de 400 duizend euro, zijn naar de mening van de VSP voor woningzoekende Dordtenaren te hoog. In de pers werd onlangs gesteld dat de bewoners van de Weeskinderendijk nooit werkelijk een kans hebben gekregen om in dit plan hun woningen te kunnen behouden. De VSP is het daarmee eens. Nu met de bijvangst door het verhogen van het Maasterras, naar 4 meter boven het NAP, er een nieuwe vluchtlocatie ontstaat bij hoogwater lijkt het nu achteraf dat dit het belangrijkste bezwaar is om het alternatieve plan van de bewoners van de Weeskinderendijk af te wijzen. Op geen enkele wijze is constructief meegedacht om dit plan verder uit te werken. Het is afgeschoten, omdat bij het college de wil om de aanpassingen te doen totaal ontbrak. Met het dichttimmeren van de juridische grondslag voor onteigening
49
staat de weg open naar 18 miljoen opbrengst. Is dit nu het dienen van het algemeen belang? Het gaat kennelijk niet om woningen, maar om geld. Op geen enkele wijze is blijk gegeven van enig empathisch vermogen richting deze bewoners. Ze hebben op uiterst correcte wijze aandacht gevraagd voor een situatie en omstandigheden. Het handelen vanuit de gemeente heeft grote impact gehad op het welzijn van deze mensen. Waarom het dwangmiddel van onteigening willen handhaven? Is in goed overleg op gelijkwaardige basis, indien noodzakelijk, sneller resultaten boeken dan via dwang bij de rechter eindigen. Bedenkelijk hoe dit college met deze bewoners en hun belangen is omgegaan in de afgelopen jaren. En hetzelfde geldt natuurlijk ook voor het woonwagenkamp. De afweging tussen de belangen van bestaande bewoners versus de te hoge ambities van dit college, zullen nog lang effect hebben op een negatieve kijk op de politiek in het algemeen en de lokale Dordtse politiek in het bijzonder. Het is toch niet de bedoeling dat er een zwarte bladzijde wordt toegevoegd aan het hoofdstuk onbetrouwbare overheid? Door de onzekere uitkomsten van acceptabele geluidskwaliteit in fase 1 kunnen de extra investeringen weleens hoog gaan uitvallen. Geluidswallen en aanpassingen van plannen rondom luchtkwaliteit kunnen aanzienlijk zijn en maken de huidige financiële vooruitzichten uiterst onzeker.
De standpuntbepaling van de VSP inzake fase 1 zal afhangen van hoe het college zal omgaan met de ingediende moties, die we met meerdere partijen, of amendementen, indienen en of het college bereid is de landelijke uitgangspunten rond sociale en middenhuur te gaan volgen, tenminste 30 procent betaalbare woningen. Ook het verlagen van de prijzen van koopwoningen zou helpen Dordtse woningzoekenden tegemoet te komen, wellicht via subsidies. Er zijn tegenwoordig van allerlei dingen te bedenken. Het niet tegemoetkomen aan de belangen van bewoners van de Weeskinderendijk en van de bewoners van het woonwagenkamp blijven voor de VSP een heet hangijzer. Wij dienen dan ook een amendement in, waarin wij de 3 vakken die erbij komen willen wijzigen in 7 vakken bij een eventuele, en ik zeg eventuele, verplaatsing van het woonwagenkamp aan de Brandts Buysstraat. Dit omdat er sinds 2003 niets meer is bijgebouwd voor de bewoners van het woonwagenkamp. Kinderen van de bewoners huizen hebben gekocht rondom het woonwagenkamp. Ook zij willen eventueel meeverhuizen met hun familie, eventueel naar hun nieuwe stekje. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stolk. Dan gaan we afronden met mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter.
Het heeft lang geduurd, maar ik ben toch wel blij dat ik aan het eind ben, want heb ik alles even zo goed kunnen beluisteren en inventariseren waar iedereen staat. In eerste instantie zijn wij groot voorstander van de gebiedsontwikkeling op het Maasterras. Wat wij wel zien, is dat er een patroon is ontstaan voor de wijze waarop de overheid haar plannen uitrolt. En in dit geval hebben we te maken met een overheid die stuurt op woningbouw en daar flinke subsidies voor levert. En waarom is dat? Dat is omdat we te maken hebben met een niet autonome bevolkingsgroei, waardoor we een flink woningtekort hebben. En zoals ik wel vaker zeg, voor iedere oplossing weer een nieuw probleem. En er is nu een plan ontwikkeld, waarbij van tevoren is bedacht dat de Weeskinderendijk niet kan blijven bestaan. Nu ben ik er niet per se op tegen om met eigenaren van deze woningen te bespreken dat de dijk weg moet, omdat de gemeente een mooi plan in gedachten heeft. Maar dit is niet zo op
50
voorhand besproken. En het plan lijkt te zijn opgezet met een zorgvuldige onteigeningsprocedure, waarbij de gemeente nooit van plan is geweest om daarvan af te wijken. En dit soort strategieën worden toegepast door de overheid, is niet iets waar wij achter staan. En dat is voor ons voldoende reden om tegen te stemmen. Met welk amendement dan ook die het plan zou verbeteren. Dat neemt niet weg dat het fundament van deze strategie indruist tegen onze principes om zo niet met elkaar om te gaan. En de eigenaren van de huizen op de Weeskinderendijk en de woonwagenbewoners hebben bizarre jaren achter de rug, omdat ze het slachtoffer zijn van een zorgvuldig, en ik moet toch zeggen briljant bedachte strategie voor onteigening. We hebben wat moties gezien van Fractie Stam, VSP en SP. En daar zullen we waarschijnlijk aan meedoen, even afhankelijk van of er verder geen veranderingen in komen, of misschien ook wel. En wij hebben zelf ook nog een motie in concept over het behoud van het culturele gedachtegoed van de Weeskinderendijk. En daar wilde ik het bij laten, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pichel. Best een lange zit vanavond. Ik stel voor dat we weer eventjes een pauze gaan inlassen. 10 minuten. Over exact 10 minuten, dat is 10.03 uur, dan weet ik dat het 10.05 uur is, 10.03 uur gaan we hier verder. En dan gaan we de reactie van het college aanhoren. Tot straks. Ik schors de vergadering. Beste mensen, ik heropen de vergadering. En ik ga het woord geven aan wethouder Burggraaf, namens het college. En die gaat proberen een heleboel vragen te beantwoorden. Luistert u vooral goed geïnteresseerd naar alle antwoorden natuurlijk, maar ook of u er misschien eentje mist. Wethouder Burggraaf, aan u het woord. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer een beetje thematisch op te schrijven waar de discussies over gingen. En dan daarvan wil ik proberen het langs 5 thema's te beantwoorden. Dat is het proces, de kwaliteit van het programma, de mobiliteit en parkeren binnen de ontwikkeling, de woningbouwverdeling, de programmering en de positie van de bewoners Weeskinderendijk en de woonwagens. Ik heb ook verschillende conceptmoties, -amendementen gehoord. Die heb ik nog niet kunnen zien. Daar kan ik dan nog niet op reageren. Collega Van der Kruijff zit naast mij, zodat zo meteen bij het kopje bij de woningbouwverdeling en de programmering hij daar antwoord op kan geven.
En als er vragen zijn waarvan u zegt, maar onder dit thema had ik die vraag, ik heb hem nog niet voorbij gehoord, dan hoor ik het graag gaandeweg mijn verhaal. Voorzitterm om te beginnen het proces. Ik denk dat ik de vorige keer ook al even heb aangegeven, wanneer is dit begonnen? Eigenlijk in 2017, 2018, toen u als raad een ambitie heeft vastgelegd waarin u zei, we moeten heel veel woningen bouwen in Dordrecht. 10 duizend woningen waarvan duizend sociaal. En toen heeft u geamendeerd en gezegd, maar er moeten duizend woningen extra bijkomen, want we willen ook dat de sociale huurwoningen die gesloopt worden, worden gecompenseerd. Zo kwam u op een woningbouwprogramma van 11 duizend. U heeft ook als kader meegegeven dat u zei, die woningbouw willen we binnen de stedelijke contouren hebben, want we vinden het buitengebied en de Groene Polder van waarde voor onze stad en dat willen we zo houden. Zorg dat u binnenstedelijk gaat verdichten en zorg ook dat je met die verdichting plekken in de stad uiteindelijk beter maakt. Een van die belangrijke plekken, waar die ontwikkeling vervolgens moest gaan plaatsvinden binnenstedelijk, was wat toen
51
nog heette de Spoorzone. Tegenwoordig noemen we dat de Stadsas. En een aantal van u hebben dat ook genoemd, in 2021 heeft dat geleid tot een visie van Mecanoo, die u in de raad heeft vastgesteld voor die Stadsas, waarin onder andere het Maasterras een onderdeel van die ontwikkeling was. En dat is waar we het nu over hebben, over fase 1 binnen die Maasterras ontwikkeling. Voor die visie is toen gesprekken gevoerd met heel veel verschillende belanghebbenden in het gebied. Ook met de infrapartijen die daar zaten, de Stadsbrug, het spooremplacement, met de omgeving. En toen werd ook al erkend dat het een enorm complex gebied is, waarbij het spooremplacement veel ruimte innam en werd gezegd, kijk eens of je daar niet ruimte van kan winnen, of je die niet kan verplaatsen, om vervolgens daarmee ruimte te creëren om een woonwijk te ontwikkelen? De Stadsbrug, waarvan toen werd gezegd, ga uit van het uitgangspunt dat daar geen verkeer meer overheen gaat, anders dan het ov-vervoer, zodat je daarmee uiteindelijk kwaliteit in het gebied brengt, dat je minder geluid en dergelijke hebt zitten. Vervolgens zijn we dat in deze periode verder gaan uitwerken en is inderdaad ook wel gebleken hoe enorm complex het is geweest. Ik had hier graag ook gezeten, al veel eerder dan dit moment. Ik had hier ook het liefste na 1 jaar in de nieuwe bestuursperiode gezeten met de oplossing in het gebied.
Maar we hebben daar een proces in moeten doorlopen, waarin we de ambities hoog hebben gelegd, ook om te zorgen dat we daarmee onze publieke partijen aan tafel kregen om de ruimte ook te gaan creëren in het gebied, om die kwaliteit van de woningbouwontwikkeling te kunnen doen. Dat heeft uiteindelijk niet geleid tot het verplaatsen van het emplacement, ondanks, u heeft het van de heer Kurvers gehoord, er op enorm veel manieren naar gekeken is hoe daar toch ook ruimte gewonnen zou kunnen worden. Dat bleek uiteindelijk niet haalbaar. Hetzelfde geldt voor de Stadsbrug, waar het verkeer dan overheen blijft lopen. En tegelijkertijd heeft het toch kunnen leiden tot een stedenbouwkundige variant, waarbij die hele hoge aantallen woningen bereikt kunnen worden, in een hoogstedelijk milieu, 2 duizend. Dicht bij het station, bij het spoor. Ook omdat het feit is, en dat zijn we in Dordrecht niet als enige in, maar in heel Nederland, het zo is dat het bouwen van nieuwe woningen, u weet hoe druk het al op de weg is, hoe vaak je tegenwoordig ook buiten de spits al in de file staat. En dat is binnen de stad niet anders. Het wordt gewoon steeds drukker op de weg. En het is een feit dat als je gaat groeien met woningen in de stad je er niet aan ontkomt dat het eigenlijk met de auto te druk wordt.
Dat betekent ook dat je op slimme plekken woningen moet gaan toevoegen, nabij het ov, nabij het station, zodat je ook zo goed mogelijk zoveel mogelijk bewoners kan verleiden om het openbaar vervoer te gebruiken. En dat kan ook, omdat het onderdeel is van De Oude Lijn verbinding. Die loopt van Dordrecht, via Rotterdam, via Schiedam en uiteindelijk uitkomend in Den Haag, naar een veel meer metro-achtige verbinding. De trein gaat 8, met de ambitie 12 keer per uur rijden. Je kan ook naar het station en altijd de trein pakken. Je hoeft eigenlijk niet meer echt op het spoorboekje te letten. Dat alles maakt dat je ook in zo'n gebied zo hoogstedelijk mogelijk wil bouwen. Dat is ook goed voor de binnenstad, want dat zal uiteindelijk ook daar weer de omzet voor de binnenstad genereren, al die bewoners. En hoe ga je dan vervolgens de kwaliteit van het programma toch zo goed mogelijk realiseren? Dat zit in het plan, zoals we het hebben voorgelegd, door te zorgen dat we, ondanks dat u in uw Hoogbouwvisie heeft aangegeven dat er ook best wel hoogteaccenten zouden kunnen komen, toch te kiezen voor een beperkt aantal bouwlagen, om zo bij de Dordtse schaal aan te sluiten. Omdat als je verder de hoogte in gaat je met het geluid van de omliggende wegen te maken
52
krijgt. En om uiteindelijk wel de typische Dordtse hofjes te kunnen creëren. Want dat zit echt in het gebied. Als je in de binnenstad in een hofje komt, dan hoor je ook het rumoer erbuiten. En op het moment dat je naar binnen stapt, dan merk je de rust die je dan vervolgens in de leefomgeving creëert. En dat is ook de stedenbouwkundige opzet, dat je via blokken aan de binnenzijde gewoon een rustig en goed woonmilieu kan creëren. En wat ik al zei, als het gaat om mobiliteit en parkeren, komt dat ook daarachter weg het STOMP-principe. Zoveel mogelijk het inrichten dat mensen door wandelen of fietsen of het openbaar vervoer de keuzes maken voor hun vervoer. En daar zitten een aantal uitgangspunten in, het ontwerp in. En dat maakt ook uiteindelijk dat je voor die 2 duizend woningen uiteindelijk op 900 parkeerplaatsen als parkeernorm komt. Als je kijkt in het land, dan is dat zo dicht bij een station ook een parkeernorm die gebruikelijk is. Die op andere plekken ook gebruikt wordt en werkt. En tegelijkertijd, zorg dat je een parkeervoorzieningen hebt voor het centrum, voor de stad, waar het nu nog Weeskinderendijk is, van 850 parkeerplekken, er nog bovenop. Dat laatste betekent wel dat je ook een hele goede … De voorzitter: Wethouder, ik ga u heel even onderbreken, want ik zie dat de heer Damen een vraagje aan u heeft. De heer Damen: Voorzitter, ik luister met warme belangstelling.
Ik vind het een goed idee om te mikken op minder autoverkeer, meer gebruik van de trein. Maar waarom wordt er dan een tunnel aangelegd naar een plek in de stad waar niks is? Waarom wordt de inzet van dat geld daarvoor niet aangewend voor een westelijke ontsluiting van het station, waardoor opeens een Maasterras honderden meters dichter bij het station komt te liggen? Dat zet zoden aan de dijk. Het is een ingewikkelde opgaaf, maar tegenwoordig kunnen we heel veel. De voorzitter: Wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Ik kwam inderdaad bij de Hoge Bakstraat uit, omdat in het model we bekeken, welke verbindingen moet je maken om daarmee uiteindelijk zo min mogelijk autobewegingen te krijgen? En dat is de verbinding, zoals die er nu in zit bij de Hoge Bakstraat. Ook omdat daar een parkeergarage zit. Die 850, die voor het centrum zijn. Waarvan we ook weten, als je net iets verder weg parkeert dan bijvoorbeeld de Spuihavengarage, dan moet je wel zorgen dat je op die plek ook vervolgens zo snel mogelijk bij de binnenstad moet komen, om die drempel voor dat parkeren daar zo laag mogelijk te maken. Dat maakt dat deze verbinding op de Hoge Bakstraat hier in zit en dat het ook onlosmakelijk verbonden is met de haalbaarheid van het plan, met de parkeernormen die erin zitten hier, en deze verbinding daarin cruciaal is.
Wat niet wil zeggen, want volgens mij vroeg de VVD daarnaar en Gewoon Dordt, zijn er niet nog optimalisaties denkbaar? Die vraag snap ik ook. Ik zou me ook goed kunnen voorstellen dat u daar een motie over indient als raad en zegt, ga in het vervolgproces nog eens even goed kijken of met dat uitgangspunt en dat principe van die verbinding je ook dat op een andere manier nog zou kunnen inrichten? Maar wel langs die as, want dat is echt noodzakelijk om de mobiliteitsanalyse, die onder het plan ligt, te kunnen realiseren en waarmaken. Het andere punt wat rondom de Hoge Bakstraat hier werd genoemd, was … De voorzitter: Mijnheer Bootsman, wethouder, heeft ook nog een vraag aan u.
53
De heer Bootsman: Even een kleine, verduidelijkende vraag over de tunnel. Hoor ik de wethouder nu zeggen dat het plan concreet niet zo kan zijn, zoals het nu is, als de tunnel er niet is? Is dat het antwoord wat de wethouder nu net geeft? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Ja, dat is correct. Want als je nu de Hoge Bakstraat niet zou realiseren, dan kan je niet de mobiliteit … Er ligt een onderliggend onderzoek aan, wat voor mobiliteitsbewegingen geeft het, doordat die Hoge Bakstraat erin zit? Zorgt het dat je 10 procent minder autogebruik hebt? Dus 10 procent minder parkeerplekken hoeft te creëren in het gebied? En als je dat eruit zou halen, zou dat betekenen dat je die vervolgens wel moet toevoegen in de gebiedsontwikkeling. Dat betekent 2 dingen. Dan moet je meer parkeerplekken realiseren, wat weer ten koste gaat van het aantal woningen. En 2, betekent meer verkeer over de weg, waardoor je uiteindelijk vastloopt in je doorstroming, in je mobiliteit. En dat maakt het wel essentieel om de Hoge Bakstraat erin te hebben zitten. Maar nogmaals, als u zegt, het gaat door een dijk, et cetera, kijk nog eens even in het vervolg of het daar niet vanuit diezelfde principes het ook nog op een andere manier te realiseren is? Dan zullen we dat in de volgende fase kunnen doen. Dan de andere financiële vraag die de SP rondom de Hoge Bakstraat te berde bracht.
En dat ging over een gesuggereerde dekking voor een verandering in de woningbouwprogrammering, waarbij je dan meer sociaal programmeert, u heeft de staatjes gezien, wat betekent dat je een financieel deficit krijgt op je GREX en daar dekking voor moet hebben. Deze kan je daar sowieso niet voor benutten. Want u heeft ook gezien dat de Hoge Bakstraat wordt niet gefinancierd vanuit de grondexploitatie, maar is een investering die daarbuiten loopt, die een stadsbrede functie heeft. Deze wordt gewoon gefinancierd vanuit je begroting, vanuit een kapitalisering van je investering. En het levert niet het bedrag op in je GREX waarmee je iets af zou kunnen dekken. Maar dat is even de financieel technische achtergrond. De voorzitter: De heer Gündogdu heeft een vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb een vraag over parkeernormen en het aantal parkeerplaatsen. Kijk, wij weten nu al met de ontwikkeling van het Maasterras dat de druk in ieder geval in Krispijn enorm hoog zal zijn. Dat is althans de verwachting. Met als gevolg dat daar ook parkeerregulering, betaald parkeren, wordt ingevoerd. En een concrete vraag, op het moment dat daar 2.100 woningen komen en men wil allemaal een parkeervergunning hoe gaat u dat in de praktijk dan oplossen? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Kunt u dat laatste nog even herhalen? Wat bedoelt u precies? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu.
De heer Gündogdu: Mensen die daar straks gaan wonen, die willen allemaal een parkeervergunning. Maar zoveel parkeerplaatsen zijn er niet. Hoe gaat u dat dan in de praktijk oplossen?
54
De heer Burggraaf: Dat is door te zorgen dat je een wijk bouwt die dicht bij een station zit, waarbij het openbaar vervoer een aantrekkelijk alternatief is. Waarbij je goede verbindingen hebt met de binnenstad, waardoor fietsen aantrekkelijk is. En mensen aan de voorkant weten dat er gewoon voor hun geen parkeervergunning of een hele lage … Dat hangt een beetje van het type woning af. De ene woning zal geen parkeervergunning hebben. De andere maar 1. Maar uiteindelijk heb je er maar 900 over 2 duizend woningen. Zo meteen, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, gaan we natuurlijk marktpartijen selecteren. Dan ga je het stedenbouwkundige verder uitwerken en het bouwprogramma maken. Dan zullen die ook een woningaanbod gaan maken, waarin ze type woningen hebben met doelgroepen die zeggen, ik wil graag op die plek wonen. Want je hebt bijvoorbeeld ouderen die zeggen, ik wil wel heel graag mobiel zijn, maar die auto rijden, dat vind ik toch eigenlijk … We krijgen ook de leeftijd dat ik dat niet meer zo prettig vind. Veel liever ga ik door het land met de trein. Of jongeren bijvoorbeeld die nog niet het budget hebben om een auto te hebben. Of anderen die bewust kiezen om misschien alleen maar met de deelauto te rijden, als ze een keer een auto nodig hebben, en verder altijd met het openbaar vervoer en fiets gaan. De voorzitter: Volgens mij heeft u het uitstekend uitgelegd.
De heer Burggraaf: Dat is de manier waarop je uiteindelijk zorgt dat je de doelgroep krijgt die ook past bij je mobiliteitsuitgangspunt. De voorzitter: Mijnheer Damen heeft nog een andere vraag. De heer Damen: Twee zelfs, voorzitter, als het mag. Volgens mij is het gewoon een keuze die je kunt maken, om het budget voor de tunnel en de tunnel gewoon aan het plan toe te voegen. Dan neem je gewoon het budget op in de GREX. Dat is een keuze die je kunt maken. En dan kun je vervolgens zeggen, je kunt dat geld anders besteden. De voorzitter: Uw vraag is of dat een keuze is? De heer Damen: Ja, dat is de eerste vraag. Tweede vraag is, als je zegt, we willen naar een lage parkeernorm, dan lijkt het ook heel interessant om in te zetten op seniorenhuisvesting in het gebied. Veel senioren willen hun woning verzilveren, willen gaan huren, zijn vaak ook vermogend, hebben ook vaak tegenwoordig gelukkig een steeds beter inkomen. Is het dan ook niet reden om te zeggen, we zetten veel nadrukkelijker in op meer, wat al is gevraagd aan die kant, betaalbare huur? Niet sociale huur, maar de categorie die daar net boven zit. De voorzitter: Eerste vraag was of het een keuze is om de tunnel niet op te nemen in de GREX? De heer Burggraaf: Ik weet niet of er misschien een deel keuze achter zou zitten. Kijk, enerzijds heb je een GREX met een financieel technische beperking.
Die zegt ook, als dingen bovenwijks, et cetera zijn, dan mag je ze niet toerekenen op een gegeven moment naar de GREX. Maar er is ook altijd wel ergens een grijs gebied. Maar het andere verhaal is, het is zo dat als u hem bij de GREX toe zou voegen, dan heb je daar
55
volgens nog weer een extra financieringsprobleem. Maar het is niet zo dat het dan ineens geld oplevert, want het is een uitgave die je moet doen. Het zou in ieder geval niet in de dekkingsvorm waarvan u zegt, ik zoek geld om de sociale programmering in de GREX te vinden, die zit niet bij de knop van de Hoge Bakstraat. Want die zit nu al niet in de GREX verwerkt. Het levert daar niet een financieel voordeel op, waarmee je dat zou kunnen afdekken. Dan voor wat betreft de doelgroepen in het algemeen. Kijk, we werken nu vooral met aannames in de programmering, ook om het financieel door te kunnen rekenen. In de volgende fase, en dat is echt op het moment dat je ook de ontwikkelende en marktpartijen aan boord hebt die heel goed kennis hebben van de woonwensen en wat mensen zoeken aan woningen, wat voor type woonproduct je dan neer moet zetten, hoe de omgeving er dan uit moet zien, et cetera. En dat is de volgende fase die je gaat doen. En dan gaan we ook echt veel meer naar doelgroepen kijken. En sowieso is de oudere doelgroep, dat zal mijn collega, de heer Van der Kruijff, zo meteen ook denk ik nog wel verder kunnen toelichten, is er gewoon 1 die absoluut bij ons flink onder de aandacht staat.
Want het is een feit, dat is trouwens in heel Nederland, dat we vergrijzen dat we steeds meer ouderen hebben die in eengezinswoningen wonen, die eigenlijk de ruimte niet meer nodig hebben en heel graag zouden willen verhuizen, maar dan wel ongeveer dezelfde woonlasten willen behouden. En er tegelijkertijd heel veel starters, et cetera zijn die juist op zoek zijn naar die eengezinswoning. Als daar een doorstroming op gang te krijgen is, dat dat heel gunstig is. En tegelijkertijd willen we natuurlijk graag bij Maasterras een divers woonmilieu hebben, want het is ook natuurlijk voor jongeren enorm aantrekkelijk met een ov en een binnenstad dichtbij met de nodige horeca, et cetera. Nogmaals, dat is echt iets voor de volgende fase om dat samen met marktpartijen verder uit te werken. De voorzitter: Helder. De heer Wringer heeft ook nog een vraagje. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Nog even terugkomen op de financiering van de tunnel. Klopt het dat er al 2 subsidies zijn verleend voor de tunnel, van totaal 7,8 miljoen euro, SPUKs? De voorzitter: Klopt dat, mijnheer Burggraaf? De heer Burggraaf: Ik durf zo niet uit mijn hoofd het bedrag te noemen, maar we hebben al wel diverse subsidies in het project zitten inderdaad vanuit het Rijk, die ook mede dekking geven aan de mobiliteitsingrepen.
Dat zit ook bijvoorbeeld op de fietsverbinding die erin zit, zit rondom de Stadsbrug, onder andere. Of dat op de Hoge Bakstraat is, dat durf ik nu niet te zeggen, maar daar kom ik nog even op terug na de vergadering. De voorzitter: Is genoteerd. Mijnheer ’t Lam, ook nog een vraag? De heer Burggraaf: Om te voorkomen dat ik de verkeerde antwoorden geef. De heer ’t Lam: Voorzitter, na de vaststelling van het bestemmingsplan gaat het college nog allerlei dingen onderzoeken. In een flexibele bui voegt de wethouder daar nu ook aan toe dat we kunnen vragen onderzoek te doen naar de tunnel. Is de wethouder ook flexibel om dan de woningbouw mee te nemen? Want dat kan ook een belangrijke invloed zijn op de kwaliteit van het plan.
56
De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: En wat bedoelt u met woningbouw? De heer ’t Lam: We moeten nu kiezen voor de nieuwe stedelijke variant. En de variant van de bewoners is afgeserveerd, zonder dat er goede onderbouwing is, vindt de SP. Als je naar een gezamenlijke oplossing zoekt, wat de bewoners keer-op-keer aanbieden, maar waarbij ze afgehouden worden, kan daar waarschijnlijk ook een voordeel ontstaan. Waarom onderzoeken we dat niet en wel heel flexibel even nog naar de tunnel kunnen kijken? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, als het gaat om de woningbouwprogrammering en de samenhang met de woningen aan de Weeskinderendijk en de woonwagenbewoners, dat hebben we ook in eerdere sessies toegelicht, en dat is ook echt de onderlegger geweest vanaf het allereerste moment dat we met het ontwerpbestemmingsplan kwamen, een aantal argumenten geweest die in de tussentijd niet veranderd zijn. En dat zit hem in het feit dat op de plek waar de woningen van Weeskinderendijk zitten je de beste geluids-, milieucontouren hebt zitten. Je kan in dat gebied het meeste aantal woningen realiseren. Datzelfde geldt voor het stuk waar de woonwagens staan, waar je een stuk woningbouw kan ontwikkelen en tegelijkertijd het groen, die je ook echt nodig hebt voor een goede woonwijk, en een goede buurt kan ontwikkelen.
En als je dat niet zou doen op die plek je dan het aantal woningen wat je wil realiseren, dat hoge aantal, 2 duizend woningen, ook de reden waarom het Rijk mede subsidieert, de reden waarom we in dit gebied zoveel mogelijk van die woningen zo dicht bij het station willen realiseren, die kan je niet compenseren. Die zou je dan op een andere plek in het gebied moeten compenseren. En dat is door verder de hoogte in te gaan. Dat heb ik net uitgelegd. Dan kom je gewoon altijd met meer geluidsbelaste woningen uit. Je gaat meer woningen op plekken zetten, waarbij die uitdaging het grootst is met het wegverkeer, et cetera. De voorzitter: Een korte vervolgvraag zie ik, van de heer ’t Lam. De heer Burggraaf: En dat maakt dat vanuit de uitgangspunten het plan wat er nu ligt uiteindelijk, dat hebben we ook aan u toegelicht, we niet anders dan kunnen concluderen dat het geen zin heeft om dat nog verder uit te gaan zoeken in de vervolgfase. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Volgens mij heeft het college vanaf het begin al een conclusie getrokken en heeft op geen enkele manier gezocht naar oplossingen met de bewoners. Feit is ook dat in de visie Spoorzone, die de raad heeft vastgesteld, nooit heeft gestaan dat het woonwagencentrum weg moet. En heeft ook niet gestaan dat de woningen aan de Weeskinderendijk zouden verdwijnen.
Er is een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, in strijd met de visie. En op dat moment had het college al moeten terugkoppelen, als er gegronde redenen waren, dat dat nodig was en niet anderhalf jaar aan de slag moeten gaan en die bewoners in de kou moeten laten staan, met alle gevolgen van dien. Ik vind dat een buitengewoon vreemde gang van zaken, die het college heeft gepleegd.
57
De voorzitter: Dat is een opmerking. Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, het klopt als je de visie erbij pakt dat die niet een-op-een meer aansluit bij hetgeen wat er nu ligt. Maar we hebben ook bij de visie al aangegeven, je begint met een aantal uitgangspunten waarvan dingen nog niet nader onderzocht en uitgewerkt zijn. En er zitten heel veel dingen in die je enorm graag in het gebied zou willen hebben. Bijvoorbeeld een overkluizing van de A16, waarbij je een groot groen park kan maken. Waarvan we vervolgens hebben geconstateerd, als je dat doet, dan technisch maak je een tunnel langer, is heel duur, wil Rijkswaterstaat niet aan meewerken. Zo zijn er heel veel meer aspecten geweest. En dat hebben we ook gaandeweg het traject aan u gepresenteerd. Dat is ook de reden waarom we hier heel veel sessies met elkaar hebben gehad in de raad. Allemaal sessies om ook aan u uit te leggen dat we vervolgens een aantal verschillende varianten hebben, op basis waarvan we ook hebben gekeken, en welke variant kan je uiteindelijk uitvoerbaar maken? En daar zijn een aantal van die aspecten die in de visie zaten, bij de verdere uitwerking, en nogmaals, dat is ook echt in de visie aangekondigd dat dat zou gaan gebeuren, je toch een andere afslag hebt moeten nemen, om uiteindelijk de hoofduitgangspunten wel te kunnen waarmaken hier. De heer ‘t Lam: Voorzitter.
De voorzitter: Laatste vraag op dit punt, mijnheer ‘t Lam. De heer ’t Lam: Het heeft weinig zin voor de raad om in de toekomst visies vast te stellen als het college er onbeperkt van mag afwijken. In een visie stel je uitgangspunten vast. En als die op fundamentele punten afwijkt, dan ga je terug naar de raad. En niet zoals de wethouder zegt, met jarenlange presentaties. Wij mochten daar alleen maar vragen stellen en geen mening uiten. Dat ligt ook deels aan de raad zelf, geef ik toe. Maar het is een verkeerde wijze van handelen van het college. Daar blijf ik bij. De voorzitter: Waarvan akte. Ik zou zeggen, wethouder, gaat u verder met uw verhaal. De heer Burggraaf: Voorzitter, dan de woningbouwprogrammering en de verdeling die we daarin hebben zitten. En dan zal ik ook heel even het woord aan mijn collega geven. Kijk, de verdeling die er nu ligt, was oorspronkelijk een verdeling waarbij we langs de lijn van de Woonvisie hebben gekeken, hoe ga je die verdelen in het gebied? Dat was toen de 18,8 procent op sociaal, daarna betaalbaar en het duurdere segment. In die sessies heeft u als raad ook gezegd, college, kijk ook of je toch niet meer binnen dat sociale en betaalbare programma kan realiseren. U heeft toen ook gevraagd, geef een aantal scenario's aan en laat het financieel effect daarvan zien.
Dat is de reden dat er nu ook een programma voorligt, waar een minimum van 20 procent sociaal in zit, 30 procent betaalbaar en 45 procent in het duurdere segment. Waarbij het ook zo is dat binnen dat 45 procent van het duurdere segment 20 procent daarvan rond de NHG-norm. Ligt dat is 4,5 ton. Ik wil maar zeggen, dat is niet meer de betaalbare woning, maar het is ook niet het dure segment woning waarvan je zegt, dat is alleen maar voor de happy few. En als u zegt, wat zijn de woningen tegenwoordig duur, dat ben ik helemaal met u eens. We hebben in heel Nederland met dat probleem te maken. En ik wilde dat we als college de invloed hadden, of u als gemeenteraad, om dat te veranderen. Maar het feit is dat we
58
met enorm hoge bouwkosten, met enorme schaarste, met een enorm overspannen markt zitten, waardoor gewoon woningprijzen heel hoog zijn. Dat is helaas gewoon een feit waar we ook mee te dealen hebben en weinig invloed op hebben. Dan verder voor de gesprekken die we met de provincie hebben gehad over de woonprogrammering en dergelijke, geef ik graag het woord aan mijn collega, de heer Van der Kruijff. De voorzitter: Er is nog een vraag van mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Is het college ook bereid om naar de mogelijkheden te kijken om koopwoningen goedkoper aan te bieden, of samen met de ontwikkelaars, door Duokoop toe te passen? De voorzitter: Wethouder, heeft u er uitleg bij nodig? De heer Burggraaf: Ik moet zeggen, ik ken de term niet. Maar in deze fase is het ook heel lastig te beantwoorden, omdat we nu eerst in een bestemmingsplan zitten. Fase eerst een bestemmingsplan vastzetten met grofmazige verdeling. En de volgende stap is de ontwikkelaars en de bouwers, et cetera aan tafel krijgen en dan met elkaar de verdere uitwerking gaan doen. En is het natuurlijk vanzelfsprekend dat je dan vervolgens ook met hen het gesprek gaat voeren, en hoe ga je … U heeft de doelgroepenverordening vastgesteld, waarin je gewoon vastgesteld hebt dat je zorgt dat je minimaal de categorieën krijgt waar je om vraagt.
En dan kan je vervolgens ook met de markt gaan kijken, dat is eigenlijk het gesprek in de volgende fase, welke producten zijn er tegenwoordig of welke middelen zijn er om rondom betaalbare koop het ook betaalbaar te houden op de langere termijn? Dat is ook iets waar bijvoorbeeld de G40, de club, het netwerk van de grote 40 gemeentes van ongeveer hetzelfde formaat als Dordrecht, ook met het ministerie gesprekken over voeren om eens te kijken, wat voor instrumentarium kan je daar eigenlijk allemaal op zetten? Om te zorgen dat je ook in het koopsegment betaalbare koopwoningen ook op de lange duur betaalbaar houdt. Ik hoorde iemand overigens de vraag ook stellen, hoe zit dat met sociale huur? Daar hebben we ook het uitgangspunt gehanteerd dat die door de corporatie worden gebouwd. Het worden woningen die door een ontwikkelaar worden neergezet, maar uiteindelijk door de corporatie worden afgenomen. Het is echt corporatiebezit, en daarmee langdurig geborgd dat het ook echt sociale huurwoningen in de voorraad blijven. Maar nu ga ik toch denk ik het beste woord aan … De voorzitter: Wethouder Van der Kruijff. De heer Burggraaf: Anders dan ga ik misschien allerlei gras voor zijn voeten wegmaaien. De voorzitter: Lijkt me ook. Die moet ook nog wat te vertellen hebben.
De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Dat gaat over de percentages waar u het over heeft, sociale huur, betaalbare koop, et cetera, en hoe dat nu zit. Laat ik om te beginnen zeggen dat u ook in het dictum van het raadsvoorstel ziet dat er staat dat het minimumpercentages zijn. Maar ik zal het zo uitleggen waarom dat daar staat. Er staan minimumpercentages in het raadsvoorstel van 20 procent sociale huur. U kent het, 5
59
procent middenhuur en 30 procent betaalbare koop. En waarom is dat zo opgeschreven? Omdat we met die percentages zijn gaan rekenen. En die hebben we echt proberen te maximaliseren op het betaalbare segment, passend binnen de financiële mogelijkheden die we zien en die we hebben. Zoals u weet, doen we een greep van 73,8 miljoen uit de bestemmingsreserve binnen de Agenda 2030 voor de Stadsas. En dat is het maximale bedrag wat daar in zit hiervoor bestemd. Dat heeft uw raad zelf vastgesteld. Vervolgens hebben we ook nog, en dat heeft u ook allemaal kunnen lezen, wat extra storting in het grondbedrijf moeten doen om ook de risico's af te dekken. Op het moment dat je gaat rekenen met hogere percentages in het betaalbare segment dan er nu staat, zult u zelf begrijpen, komen er ook hogere bedragen uit die je moet investeren. En als college zien we op het moment niet hogere bedragen beschikbaar om te investeren. Vandaar dat deze percentages eruit gekomen zijn. Want op het moment dat je een bestemmingsplan vaststelt, moet je aantonen dat wat je vaststelt realistisch, haalbaar is. Met deze percentages rekenen, en u heeft de rekensommen gezien, kunnen we aantonen dat we dit financieel kunnen dragen en dat het daarmee realistisch is. Zo moet u die percentages zien. Dat betekent niet dat u te zijner tijd anders kunt besluiten.
Sterker nog, u weet ook dat de provincie als richtlijn stelt, ook naar Dordrecht en andere gemeenten in Zuid-Holland, om te streven naar een percentage, streven, ze drukken het wat sterker uit, van minimaal 30 procent sociale huur. Daarover heb ik de afgelopen periode een aantal keren contact gehad met de gedeputeerde. Dat is mevrouw Koning. Die heeft deze portefeuille. Daarom heeft dat ook, zeg ik tegen de heer ’t Lam, enigszins geduurd toen wij de brief van de provincie kregen. Die kwam vlak voor het kerstreces binnen. Toen we kerst en oud nieuw gevierd hadden, zijn we daar in januari mee aan de slag geweest. En in de tussentijd is er meerdere keren, ook de afgelopen weken nog, contact geweest met de provincie, zowel ambtelijk als ik ook persoonlijk. Gebeld, ik ben langs geweest, we hebben geappt, en van alles en nog wat, om te kijken hoe de provincie hier dan mee om wil gaan. Daar hebben ze nog geen definitief besluit over genomen. Dat gaat waarschijnlijk pas na het zomerreces gebeuren, omdat ze ook onze financiële businesscase nog eens goed willen doorrekenen, om inderdaad te constateren dat binnen de financiële mogelijkheden die Dordrecht heeft dit het maximaal haalbare is wat wij zelf kunnen financieren. De gesprekken die ik met mevrouw Koning heb gehad, en met haar adviseurs en ondersteuning, gaan wel in de richting dat ze dat begrijpt.
Ze wil het alleen nog wel formaliseren en laten vaststellen, ambtelijk. Tegelijkertijd heb ik ook aan de provincie gevraagd of er mogelijkheden zijn voor een extra provinciale bijdrage om dat percentage op te schroeven. Zoals u weet, heeft de provincie middelen om dat te doen. En doen ze dat ook veelvuldig, als u de media een beetje leest, staat mevrouw Koning graag ook op LinkedIn en dergelijke, om te laten zien waar ze dat doet. Ook als Dordrecht, denk ik dan, maken we daar best kans op. De voorzitter: Ik stel voor dat u even ademhaalt. Dan kan de heer Bootsman zijn vraag stellen. De heer Bootsman: Zeker. Over die mogelijke provinciale subsidie. Is er al enig zicht op hoeveel dat zou zijn? En kunnen we dat nu al inboeken, ook omdat het nog niet zeker is of we hem gaan krijgen? De voorzitter: Wethouder Van der Kruijff.
60
De heer Van der Kruijff: Eigenlijk geeft u zelf het antwoord. Op het moment dat het niet zeker is dat we hem krijgen, kunnen we hem ook niet inboeken. U kunt mij vragen, dat hoeft overigens niet te vragen, u mag mij gerust vragen om daar me voor in te zetten, maar dat ben ik al aan het doen. Dat antwoord ga ik later van het jaar krijgen. Daar zitten wel een paar praktische vraagstukken die we met elkaar moeten oplossen. De provincie kent die subsidieregelingen, maar die verwacht dan ook dat de eerste paal de grond in gaat binnen een aantal jaar. Dat gaan we binnen Maasterras waarschijnlijk niet halen. Dat heeft een iets langere doorlooptijd. Maar wellicht kunnen we over andere assen als verduurzaming of fietspaden, of verzin een aantal onderwerpen waar de provincie ook in kan bijspringen, toch aan middelen komen. Daar zet ik me voor in. En de provincie neemt dat serieus in overweging. De uitslag heb ik nog niet. Tegelijkertijd, in de tussentijd is ook wel duidelijk dat we op die manier waarschijnlijk niet aan de 30 procent sociale huur gaan komen. Op het moment staat er minimaal 20 procent. Of je op 25 procent of 23 of 22 of waar je ook uitkomt, is er een paar een miljoen voor nodig. Ik verwacht geen bedrag om tot 30 procent te komen, zeg ik eerlijk. De voorzitter: Mijnheer Damen.