2.1 2025.06.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Toen de busbaan van de baan was, gold dat er een te groot hoogteverschil in het maaiveld zou komen tussen dijk en binnenterrein. Dat argument werd ook minder krachtig toen we een glooiing gingen aanleggen in de plannen. Nu is het argument dat het aantal te realiseren woningen onder druk komt te staan als de woningen blijven staan en de subsidie mogelijk in gevaar komt en we te weinig opbrengsten realiseren. Dat laatste is onze eigen keuze. Wij bepalen wat te weinig is of voldoende. Maar de wisselende argumenten, die steeds gehanteerd werden om de bestaande woningen op de Weeskinderendijk af te breken, die maken het niet
21
geloofwaardig. Als je steeds nieuwe argumenten hebt om iets te bereiken, dan krijg je twijfel of je nog wel bereid bent echt te luisteren. Aan de andere kant stelden bewoners zich constructief op en hebben gewerkt aan een serieus alternatief. Bewoners hebben aangegeven dat ook met behoud van de woningen aan de dijk een gelijk aantal woningen te realiseren zou zijn. Dat zou betekenen dat het schuifje in de MER met betrekking tot geluidgehinderde woningen wat schuift. Maar ik zie niet in hoe dat doorslaggevend zou kunnen zijn bij de beoordeling van de plannen. De woningen die je wat hoger bouwt, hebben dezelfde geluidsbelasting in de torens als de woningen die wat lager zijn. En als de laatste woningen kunnen, moeten de eerste ook kunnen. Ook geldt dat als je meer goedkopere en kleinere woningen bouwt in de bestaande geschetste bouwvolumes je erin slaagt toch minstens 50 woningen extra te realiseren. Mijn conclusie is dat de bewoners zijn gemangeld in het proces. En de bewoners worden gedwongen een onevenredig groot offer te brengen ten behoeve van het algemeen belang van de Dordtenaren die huisvesting willen. En dat offer is het gedwongen moeten verkopen van een huis. En dat is niet zomaar een huis. Het is niet de keuze van die bewoners om te vertrekken, zoals iemand die wil gaan verhuizen en een ander huis zoekt. Maar dat huis is in belangrijke mate ook hun thuis.
Dat kun je bijna niet compenseren via de huidige voorgestelde regeling. Wij vinden ook dat de regeling die onteigening mogelijk maakt daarom niet gerechtvaardigd is. Wij onderschrijven ook een amendement dat is opgesteld in die richting. Al een aantal keren heeft onze fractie aangegeven dat er te weinig sociale woningen worden gebouwd. Het college wil, afgezien van de vervanging van afgebroken sociale huurwoningen, slechts 10 procent van de toevoeging aan de woningvoorraad aan sociale huurwoning bouwen. Niet 30 procent, gewoon 10 procent. Dat is 20 procent verschil. Het zou goed zijn als GroenLinks dat goed in zijn oren knoopt. Het gemiddelde inkomen is te laag in Dordrecht. En als we meer goedbetaalde lieden van elders naar de stad halen, stijgt het gemiddelde inkomen, is het argument. Dat klopt. Als we meer duurbetaalde mensen naar deze stad halen, stijgt het inkomen. Maar de gewone Dordtenaar gaat hierdoor geen cent meer verdienen. En de woningzoekende Dordtenaren met een laag inkomen moeten als gevolg daarvan, van het bouwen van dure woningen, steeds langer wachten op een betaalde woning. De voorzitter: Mijnheer Damen, bent u bijna aan het eind van uw verhaal? De heer Damen: Ik ben op twee derde.
Als je kijkt naar het percentages sociale huurwoningen in het Dordtse, en het laatste RIGO-rapport gaf een aantal exacte cijfers over sociale huurwoningen, zowel in de particuliere als in de corporatiesector, dan kom je uit op 30,1 procent. Als het college belangstelling heeft voor die cijfers, dan geef ik ze graag. Maar ik merk erbij op dat het de cijfers zijn van het college zelf. De voorzitter: Een momentje. Mijnheer Gündogdu en mijnheer Den Hartog, mag ik even vragen … Mijnheer Gündogdu, hallo, u hoort me niet ineens. Misschien eventjes luisteren. De heer Damen: Misschien is dat wel nodig. Ondertussen, dat betreft cijfers uit 2021. Sindsdien zijn er veel sociale huurwoningen alsnog verkocht en zijn er vooral koopwoningen gebouwd. Wij willen terug naar vasthouden aan het percentage van 30 procent sociale woningbouw in deze stad. Als we een grote uitbreiding plegen aan
22
woningbouw, betekent dat dat je ook 30 procent mag bouwen of moet bouwen. En daarbij geldt dat je ernaar moet streven om zowel in de totale voorraad die 30 procent aan te houden en daarnaast per buurt ook te streven naar een optimale mix. Dat betekent dat je in zoveel mogelijk buurten ook moet streven naar die 30 procent. Ook een amendement dat dat onderschrijft … De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ik hoor een oproep van de Partij van de Arbeid om goed te kijken naar een goede mix over die buurt. Ik ben benieuwd of Partij van de Arbeid kijkt naar iets breder dan vooral het Maasterras en ook kijkt naar waar dat aan ligt? Namelijk ook de wijken Krispijn en het Centrum en Schil-gebied wat daar omheen ligt. Is dat dan ook de schaal waar de Partij van de Arbeid naar kijkt? De heer Damen: Nee, voorzitter, wij vinden dat een wijk met 4 duizend woningen gewoon een buurt is, en dat die ook gemengd hoort te zijn. En liefst volgens die 30 procent. Je kunt iedere keer weer andere grenzen hanteren. Dat doen ze in de Verenigde Staten ook bij verkiezingen. En dan kom je steeds uit op een gewenst percentage. Ik vind dat je dat niet moet doen. Het Maasterras is dadelijk een wijk van 4 duizend woningen, om en nabij. En daar moet je ook de gewenste mix aanbrengen. En het zou mooi zijn als we dat ook probeerden in Dubbeldam en andere uitbreidingsgebieden.
Ik kom eventueel nog terug op het nut van de … De voorzitter: U bent nu klaar? De heer Damen: Ja. De voorzitter: Heel fijn. Dank u wel. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Toch nog een vraag, voorzitter, aan de Partij van de Arbeid. U heeft het continu over die 30 procent. Ik kan me daar wat bij voorstellen, want je ziet een gewijzigde vraag naar sociale woningen. Maar wilt u alleen sociale huurwoningen of wilt u nu ook sociale koopwoningen? Want als we die 2 percentages bij elkaar op gaan tellen, dan komen we wel hoger uit als die 30 procent. En dat het niet voldoende is, ben ik met u eens. Maar als je dan kijkt hoe het leefbaar gehouden wordt, wil PvdA er dan ook nog ergens een golfbaantje tussen bouwen? De voorzitter: Mijnheer Damen, ik hoorde mijnheer Stam via mij u een vraag stellen. De heer Damen: Dat hoorde ik ook. Het is heel simpel. Wij pleiten voor 30 procent sociale huur. Dat je daarnaast ook betaalbare koop zou moeten realiseren, vinden wij ook. Het lastige bij sociale koop is dat na verloop van tijd, als de nieuwe eigenaar zijn
23
woning weer verkoopt, het waarschijnlijk een duurdere woning wordt en dat het sociale karakter minder wordt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Ruim anderhalf jaar lang is deze commissie betrokken bij een onhaalbaar project. Herhaaldelijk hebben wij onze zorgen geuit, maar we moesten vertrouwen hebben in het proces. En pas in februari van dit jaar, met het eindadvies van Bas Kurvers, werd erkend dat onze zorgen terecht waren. Het project, zoals er toen lag, was niet uitvoerbaar. En in sneltreinvaart jakkert het college een gewijzigd bestemmingsplan door de commissie. En ik geef mevrouw Huiskes, bewoonster van de Weeskinderendijk, gelijk. Dit hebben wij als commissie laten gebeuren. Uit misplaatst vertrouwen zijn wij meegegaan in het gelopen proces. En dit had ook, achteraf gezien, anders gemoeten. Over het participatieproces heb ik weinig goeds te zeggen. Het eindadvies van Bas Kurvers zegt al genoeg hoe wij om zijn gegaan met onze stakeholders. Maar ook de communicatie met de bewoners en het proces rondom het alternatieve plan van het bewonersplatform is om te huilen. Het college heeft hier echt steken laten vallen. En het eindadvies van bureau Dietz spreekt voor zich. Dat ondanks deze situatie het bewonersplatform een alternatief plan heeft weten te ontwikkelen, is meer dan prijzenswaardig.
Maar er ligt nu een raadsvoorstel waar wij een beslissing over moeten nemen. En ik wil het daarom even laten wat betreft het gelopen proces. Ik denk dat daar de andere commissieleden al heel veel over hebben aangegeven. Maar ik wil ook nog even ingaan over de inhoud van het voorstel. De Partij voor de Dieren had al bedenkingen bij de leefbaarheid van de nieuwe woonwijk. En dat is met het gewijzigde plan alleen maar versterkt. Het wordt een versteende herriewijk, waar de lucht letterlijk adembenemend is. Eerst over die verstening. De kwaliteit van de openbare ruimte is fors minder geworden en het groen is verschoven naar de randen van de wijk. En we weten allemaal wat de voordelen zijn van groen. Een prettige, koele wijk die regenwater opneemt, maar ook het welzijn van de toekomstige bewoners zelf. We hebben daarom een aantal ideeën om ervoor te zorgen dat ook bij de woningen groen wordt gerealiseerd. Ik dacht dat ik een interruptie zag, maar dan ga ik gewoon verder. Even kijken hoor. Ik heb over dit onderdeel, over de vergroening 3 ideeën. De Partij voor de Dieren wil bomen beter borgen in het bestemmingsplan. De heer Herder, onze Stadsasbouwmeester uit Barcelona, we kennen hem nog wel, heeft terecht aangegeven dat het risico bij deze ontwikkeling is dat er wel groen gerealiseerd wordt, maar geen bomen, omdat het duur is bij een verhoogd maaiveld.
Maar we willen wel met zijn allen een groene wijk. Bomen moeten ons inziens expliciet geborgd gaan worden. Het tweede idee is voor het woongebied, opnemen van 30 procent schaduw. Nu is aangegeven dat 30 procent schaduw in speel-, beweeg-, ontmoetingsplekken en de wandel- en fietsroutes binnen het plangebied moet worden opgenomen. Maar we willen dit herformuleren naar de boomkroonbedekking. Want we zien liever bomen dan generieke schaduw door bijvoorbeeld gebouwen. En het laatste idee is voor de tuinen. En die willen we minimale percentages groen met een instandhoudingsverplichting. En in plaats van schuttingen komen er hagen. We hebben niet alleen zorgen bij de nieuwe wijk. De bestaande wijk Oud-Krispijn ligt een stuk lager. De heer Bootsman: Voorzitter.
24
De voorzitter: Nu wel een interruptie. De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. De ideeën die mevrouw Van Herwijnen net opnoemde, namens de Partij voor de Dieren, kunnen wij verwachten dat dat moties gaan worden bij het bestemmingsplan? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Amendementen. Ja, die kunt u zeker verwachten. De voorzitter: Mooi kort helder antwoord. Mevrouw Van Herwijnen: Even kijken hoor. Het onderdeel van Oud-Krispijn. We hebben niet alleen zorgen over de nieuwe wijk, maar de bestaande wijk Oud-Krispijn ligt een stuk lager. En de Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat er een goede aansluiting komt op de bestaande wijk en geen muur van appartementengebouwen die over Oud-Krispijn uittorent. We denken daarom aan een amendement om de maximale bouwhoogte aan de Weeskinderendijk Oost te verlagen, zodat er sprake is van een geleidelijke overgang. Aansluiting met Oud-Krispijn kan ook gerealiseerd worden door architectonische keuzes. En we willen dan ook voorstellen om een beeldkwaliteitsplan op te stellen. In een beeldkwaliteitsplan kunnen dan ook zaken als groene wijk en cultuurhistorie worden opgenomen. En als laatste willen wij een amendement opstellen over de verdeling van de woningcategorieën in de wijk.
En daar denken we een beetje aan tussen de delen M3, M4 en M5, om daar in ieder geval de categorieën gelijkmatig in te verdelen. Onze voorstellen zijn nu naar de griffie gestuurd voor ambtelijke ondersteuning. En wij hopen in ieder geval daar voor het weekend reactie op te kunnen verwachten, zodat wij daar zelf inhoudelijk nog aan kunnen sleutelen. Dank u wel. En daar wil ik het voorlopig bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Herwijnen. Mijnheer ’t Lam, van de SP. De heer ’t Lam: Klopt helemaal. Dank u wel, voorzitter. Wat noem je wel en niet bij de afsluiting van een veel te lang proces, waarvoor de gemeente al is veroordeeld door de Raad van State. Ik noem 8 punten om aan te tonen dat het college geen acceptabel voorstel naar de raad heeft gestuurd. Ik zal de nummers noemen, kan de voorzitter het volgen voor de tijd. 1, het politiek akkoord spreekt bij bouwen van 30 procent sociale huurwoningen. Het voorstel gaat uit van 20 procent sociale huurwoningen en noemt geen locatie, maar de ontbrekende 10 procent wordt gecompenseerd. En daarmee is het raadsvoorstel in strijd met het politiek akkoord. Wij dienen samen met enkele andere partijen een motie in, om alsnog 30 procent in het plan op te nemen. En de dekking is het schrappen van de tunnel voor fietsers en voetgangers.
Vanmiddag kwam er nog aanvullende informatie, waaruit blijkt dat je ook 30 procent kunt realiseren als je het aantal dure woningen terugbrengt binnen het budget van het schrappen van de tunnel. Ik ga daar opnieuw in overleg met de andere fracties naar kijken. 2. Ik ging even te snel. Verkeerde knop. De voorzitter: Na 1 komt 2. Dat is wel correct. De heer ’t Lam: Sorry?
25
De voorzitter: Na 1 kom 2. De heer ’t Lam: Dat klopt. 2, hoewel het college het tegendeel probeert aan te geven, wijkt het vast te stellen plan op heel veel aspecten af van het ter inzage gelegde plan. 3, niet de parkeerbehoefte, maar de maximale grens voor de milieunormen bepaalt het aantal parkeerplaatsen. Gevolg is dat er in omliggende wijken een enorme parkeeroverlast zal ontstaan, zelfs met parkeerregulering. Ook de Fietsersbond wijst op de te lage parkeernorm. De heer Noldus: Voorzitter, als het mag een vraag richting het tweede blokje van de SP. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: De heer ‘t Lam ging al snel door. Die ging over dat er veel is aangepast ten opzichte van het ter inzage gelegde plan. En als ik de inleiding van de heer ‘t Lam goed begrijp, ziet de SP dat als kritiekpunt. Ik ben toch benieuwd hoe de SP dan kijkt tegen het inhoudelijke proces van het wegen van alle zienswijzen, de partijen, de mensen die we hier hebben gesproken en dat je dan ook bereid bent om het plan aan te passen. Ik ben benieuwd of de SP het dan een pluspunt vindt als het college zou volharden in een plan wat dan niet het juiste blijkt te zijn? De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ik kan deels wel met de heer Noldus meegaan, dat het niet verkeerd is om het plan aan te passen.
Ik noem het in het kader van, wat ik in een van mijn eerste zinnen zei, een niet acceptabel plan, omdat er een plan ter inzage is gelegd waarop zienswijzen zijn ingediend. En als je zoveel wijzigingen aanbrengt als het college heeft gedaan er een ander plan is. En straks mensen die zienswijzen hebben ingediend en het er nog steeds niet mee eens zijn waarschijnlijk terecht bij de Raad van State een beroep daarop kunnen doen. Het college noemt ook dat ze onderzoek gedaan hebben naar wat de Raad van State ervan zal vinden. Die analyse delen wij niet van het college. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Noldus, nog een vervolgvraag. De heer Noldus: Op zich denk ik een terechte reactie vanuit de SP. Maar goed, wij wegen hem in ieder geval anders. Ik ben benieuwd of de SP ook bereid is op die manier ernaar te kijken. Dat één er geluisterd is naar de inspraak en er dingen veranderd zijn. En twee, uiteraard ook de gemeente kijkt naar of iets juridisch houdbaar is. En dan zien wij dezelfde punten, maar geven wij in ieder geval een ander oordeel daarop. Ik ben benieuwd of de SP die dan ook kan volgen? De voorzitter: Nog een korte reactie erop, mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: We geven inderdaad een ander oordeel. En er is veel veranderd, maar ook in het nadeel van woonwagenbewoners en van bewoners Weeskinderendijk.
En die zullen ongetwijfeld een beroep doen op het feit dat het plan dusdanig is gewijzigd dat er sprake is van een ander plan. Ik ga naar punt 4, voorzitter? De voorzitter: Ja. Dank u wel. U was bij 4.
26
De heer ’t Lam: Het college zegt, als reactie op de zienswijze van Zwijndrecht, dat de autoluwe brug pas laat bekend werd. En daarom is er geen overleg gevoerd. Dat is feitelijk onjuist, ik zei het al tegen Op Ons Eiland, want de autoluwe brug is onderdeel van de in 2021 vastgestelde visie Spoorzone, waar de meeste fracties mee instemden. Overigens was de SP tegen het autoluw maken van de brug. Op dit onderdeel vinden wij het niet vervelend dat het eruit is gehaald. Ik ga naar 5. Op 26 november verzocht de provincie om een realistisch groeipad. Uiteindelijk heeft het college pas op 3 juni, en ik heb er verschillende keren naar moeten vragen sinds ik in maart in deze commissie zit, gereageerd met een vrij lange, maar inhoudelijk weinig concrete brief naar de provincie. Waarom, vraag ik de wethouder, heeft het een half jaar geduurd voor er een brief werd gestuurd? Heeft de wethouder ook zelf met de gedeputeerde gesproken? Volgens de recente planningslijst van de provincie wordt er 63 procent betaalbaar gebouwd in het Maasterras. Het plan voldoet hier met 55 procent niet aan. Verder staat op de planningslijst dat er tot en met 2029 al 1.262 woningen worden gebouwd, terwijl volgens de deze week toegezonden publieksinformatie van de gemeente pas in 2030 gestart wordt met bouwen.
Kortom, het blijft richting provincie met de woorden als, we zijn in gesprek en vooral tegenstrijdige aantallen en percentages, waar een oplossing, zoals er met het Rijk gezocht is, achterwege is gebleven. 6, het voorstel noemt een aantal argumenten waarom woningen Weeskinderendijk Oost niet behouden kunnen worden. Dat staat haaks op de mening van onafhankelijk adviseur Antea. Want die schrijft dat de score van de bewonersvariant vergelijkbaar is met de score van de nieuwe stedenbouwkundige variant. Wat het financiële punt betreft dat het college aanvoert, slaat de tekst in het voorstel de plank volledig mis. Regel 15.1 sluit immers onteigening uit. Na anderhalf jaar is het college daar vorige week zelf ook achter gekomen en heeft toen geprobeerd dat nog even via de Agendacommissie te corrigeren. Wat de SP betreft is daarmee de grens van behoorlijk bestuur overschreden. Gelukkig trapten vrijwel alle fracties op de rem en accepteerde de Agendacommissie dit niet. Overigens is ook met aanpassing van regel 15.1 onteigening niet mogelijk. De adviseur van de bewoners wijst er terecht op dat de Omgevingswet het niet toestaat om onteigening toe te passen om woningen te vervangen door woningen. Sloop van de 44 woningen betekent dat deze bewoners ervoor zorgen dat de gemeente 17 miljoen bespaart en zijzelf met een minimaal bedrag worden afgescheept.
Met een amendement, ingediend door meerdere fracties, regelen we dat er opnieuw gekeken wordt naar de mogelijkheden voor behoud van de woningen. 7. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Een klein verduidelijkingsvraagje aan de heer ’t Lam. U zegt, onder het regime van de Omgevingswet mogen woningen niet gesloopt worden voor woningen. Daar ben ik het mee eens. Maar dit plan is toch vastgesteld onder de oude wetgeving en biedt die die ruimte wel? De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam.
27
De heer ‘t Lam: Het plan wordt vastgesteld onder de oude wetgeving, maar de onteigeningsprocedure moet nog opgestart worden. En dan geldt de nieuwe wet en niet de oude wet. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. De heer ’t Lam: 7, hoe de gemeente omging met de bewoners is keer op keer duidelijk geworden als zij aan het woord kwamen bij de commissie. Heel veel respect voor de bewoners die inzet blijven tonen en uitermate beleefd blijven reageren. Ik zou het niet kunnen opbrengen. De wethouder zat erbij en hoorde het aan. Serieuze aandacht voor aangedragen oplossingen was er niet. Het aanbod van de bewoners om er in overleg uit te komen, werd genegeerd. De raad sprak eerder uit dat betrokkenen ruimhartig gecompenseerd moeten worden. De wethouder zegt dat dit gebeurt, maar bijbehorende daden ontbreken. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Het is een beetje jammer dat de heer ‘t Lam dit zegt. Want hij doet nu een uitspraak waar we het eigenlijk helemaal niet over kunnen hebben en waarvan hij ook niet kan aangeven of dit klopt. En ik zou de heer ‘t Lam willen vragen wat hij precies denkt te bereiken met deze opmerking? De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ik snap niet dat ik dit niet mag zeggen, volgens mevrouw Koene. Het is wat ik geconstateerd heb en wat de SP van mening is. De voorzitter: Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Voorzitter, maar we kunnen helemaal niet over bedragen en dergelijke praten. De heer ‘t Lam doet een uitspraak waar we gewoon helemaal niks mee kunnen. Dat bedoel ik eigenlijk. Zo van, waarom zegt hij iets waar we het helemaal niet over kunnen hebben? De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam, wat is uw reactie daarop? Mevrouw Koene: Hij mag het wel zeggen, maar … De voorzitter: Het voegt niks toe, volgens u? Mevrouw Koene: Nee. De heer ‘t Lam: Ik heb geen bedragen genoemd. Ik heb het alleen over ruimhartige compensatie gehad. En iedereen die de stukken heeft kunnen zien en heeft gehoord wat er in bepaalde vergaderingen is gezegd, zou die conclusie kunnen trekken. De voorzitter: Mevrouw Koene, denk ik, trekt een andere conclusie.
28
Mevrouw Koene: Dat er ruimhartig gecompenseerd wordt. De voorzitter: Daar wordt u het hier nu niet over eens, denk ik. De heer ’t Lam: Daar worden we het niet over eens. De voorzitter: Maar daar gaan we straks mevrouw Koene zelf misschien ook over horen. Gaat u verder. De heer ‘t Lam: Ik ga even vertellen wat de SP ruimhartig vindt. Voor de SP betekent ruimhartig een gelijkwaardige woning voor dezelfde maandlasten, en niet een bedrag waarvoor je geen vervangende woning kan kopen. En ter zake dienen wij met andere fracties 2 moties in. Dan kom ik bij 8, voorzitter. De woonwagenlocatie kan alleen gebruikt worden als er overeenstemming is met de bewoners over een nieuwe locatie. Dit staat in de toelichting die ter inzage werd gelegd. En wat ons betreft is dat een harde toezegging. En daarom dienen we een amendement in waarin deze tekst uit de toelichting in de regels wordt opgenomen en daarmee ook bindend is, want de toelichting is niet bindend. Ik ga afsluiten, voorzitter, met een opmerking over de rollen van college en raad. De rol van het college is het uitvoeren van raadsbesluiten. En als raadsbesluiten niet haalbaar zijn, ga je daarvoor terug als college naar de raad. Niet door meer dan een jaar presentaties te geven, maar met een raadsvoorstel om vastgestelde uitgangspunten aan te passen. Overigens accepteerde de raad dat het liep zoals het is gelopen.
De Partij voor de Dieren heeft daar al iets van gezegd. De SP heeft in februari 2024 met een motie een eind willen maken aan het ter inzage gelegde plan. De raad vond het niet nodig en blokkeerde daarmee de weg voor de bewoners om bij een nieuwe start hun invulling te realiseren. Ook lijkt de raad nu een plan te gaan vaststellen, zonder een echte discussie over de kwaliteit ervan. In een amendement regelen we dat de uitkomst van het nader onderzoek, wat het college nog aankondigt in de stukken, wordt voorgelegd aan de raad. Voorzitter, de SP wil betaalbaar en sociaal bouwen, zonder bestaande goede betaalbare woningen te slopen of woonwagens te verplaatsen als bewoners dat niet willen. De SP zal het plan, zoals het er nu ligt, niet steunen. Amendementen en moties die we samen met andere fracties indienen, doen we om het plan toch nog wat te verbeteren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Ik ga naar mijnheer Noldus, maar die gaat eerst nog een vraag stellen. De heer Noldus: Eerst nog een laatste vraag aan mijn buurman, voorzitter. Op het een na laatste punt geeft de heer ‘t Lam aan … Ben ik even mijn punt vergeten. Het een na laatste punt was … De heer ’t Lam: Woonwagens was het laatste punt. En daarvoor ging het over de bewoners, hoe ze behandeld werden. De heer Noldus: Sorry. Ik kom er, denk ik, zo meteen wel op terug, voorzitter. Het punt is me ontschoten.
De voorzitter: Gaat u maar met uw woordvoering dan, mijnheer Noldus.
29
De heer Noldus: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik ga heel even plassen, want anders hebben ze natte voeten. De voorzitter: Dat mag. U hoeft daar geeneens toestemming voor te vragen hoor. Mevrouw Stolk: Dat weet ik, maar ik vind het een beetje, je wil naar iedereen luisteren. Maar anders hebben ze dadelijk natte voeten. De voorzitter: Snap ik. Mevrouw Stolk: Kunnen we niet een paar minuutjes schorsen even, voordat mijnheer Noldus begint? De voorzitter: Als iedereen zegt, laten we even vijf minuten nu schorsen, we zijn op de helft, dan heb ik daar geen moeite mee. Ik kijk even rond. Knikt u maar als u het allemaal … Er wordt stevig geknikt. Over exact vijf minuten ga ik verder. Ik schors de vergadering. Een zeer opgeluchte mevrouw Stolk zit weer op haar plek. Vroeger in de klas vroegen ze ook altijd, mag ik? En dan zei ik altijd nee. Hoe langer je wacht, hoe opgeluchter je dan na afloop bent. Het heeft altijd wel zin om een poosje te wachten. Maar goed, andere tijden. Mijnheer Noldus, aan u het woord voor de tweede helft. En ik hoop dat de tweede helft iets sneller gaat dan de eerste. De heer Noldus: Dank, voorzitter. We zijn ook al over de helft heen. En ik werd net tijdens de schorsing nog met mijn leeftijd geconfronteerd, dat ik oud zou worden en vergeetachtig met mijn interrupties.
Maar gelukkig, ik ging van tafel en ik wist het weer. Maar we hebben het er net over gehad in de schorsing. De voorzitter: Wat je in de wandelgangen kan regelen, moet je vooral daar doen. De heer Noldus: Dank, voorzitter. Voorzitter, voor ons ligt een bestemmingsplan. Bestemmingsplan Maasterras. Maar eigenlijk nog veel meer ligt er de vraag voor, wat is ons plan voor de stad? En de opgave, voorzitter, zoals wij die zien, is een nieuwe woonwijk met veel woningen, groen en een kwalitatieve verbetering van het gebied. En bovenal een plek voor Dordtenaren. Vierduizend Dordtenaren moeten dit gebied hun thuis gaan noemen. En door de jaren heen zijn er verschillende plannen geweest, maar bleek het steeds makkelijker om die plannen in de prullenbak te gooien dan echt de tanden erin te zetten. En dit met de stad als grootste verliezer. Dan voorzitter, er is een hoop gebeurd anderhalf jaar. Er is een hoop net ook over ingebracht. Er waren veel zienswijzen op het bestemmingsplan. En er is vanuit verschillende kanten op het plan bijgeschaafd. En met sommige aspecten ook rigoureuze wijzigingen. En dan ligt er nu ook een ander plan dan er eerder voorlag. De raad en de commissie hebben eerder grote zorgen uitgesproken over het afsluiten van de brug voor wegverkeer. Er is al eerder aan gerefereerd door een aantal collega's.
30
En we zien dat die zorg is weggenomen. Het amputeren van de Dordtse zeehavens door het weghalen van de stamlijn is aangepast, zodat we ook die functie kunnen behouden in onze stad. Onze zorgen over parkeren en bereikbaarheid steeds minder groot geworden. Al blijven we aandacht vragen of het scherp toetsen voor de voorgestelde parkeernorm haalbaar blijft, in combinatie met de P&R-garage. Dan voorzitter, een onderwerp waarvan ik weet dat eigenlijk de gehele commissie hierover ook een steen op de maag heeft. We praten al geruime tijd over de plannen voor het Maasterras. Te lang. Zeker als het aan de eigenaren van de woningen aan de Weeskinderendijk en ook de woonwagens ligt. De huidige plannen, en vooral de aanhoudende onzekerheid, moet tergend voor hen zijn. We hebben ze hier vaak gezien in de commissie, waarvoor alle waardering en respect. En we zien wat het met ze doet. Tegelijkertijd hebben we als raad in de vorige periode, tijdens de verkiezingen, in het politieke akkoord en breed in deze raad voor het bouwen van woningen bovenaan onze lijst gezet. En dat is niet zomaar. We zijn het aan onze huidige en toekomstige woningzoekenden verplicht om de plannen voor woningbouw op deze locatie verder te brengen. Die vierduizend woningzoekenden hebben nu nog geen naam, geen gezicht, ze hebben niet ingesproken in de commissie, maar voor hen, voorzitter, doen we dit.
Dat gezegd hebbende moeten we de situatie van onzekerheid voor de huidige bewoners aan de Weeskinderendijk niet uit het oog verliezen. Door toedoen van de overheid geraakt worden in de basis van je bestaan, je thuis. En dat is iets waar we ons terdege van bewustzijn. We hebben de bewoners ook twee weken geleden bij de inspraak duidelijk gehoord. Er is behoefte aan een besluit, maar vooral ook een perspectief. Het is voor ons duidelijk dat in de volgende fase maatwerk keihard nodig is om de bewoners daarin verder te helpen. De heer Bootsman: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Een vraag aan mijnheer Noldus. U had het net over de woningzoekenden. Daar hebben we er natuurlijk heel erg veel van. Hoe kijkt de VVD naar de huidige woningverdeling in het plan, ook gezien de hoeveelheid woningzoekenden die we hebben en de Dordtenaren die wachten op een huis? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, op de programmering ga ik in het volgende blokje iets verder in. Ik wilde eigenlijk nog even het stukje over de Weeskinderendijk, primaire bewoners, afronden. Ik ga zo meteen iets meer zeggen over de programmering, als de heer Bootsman dat goed vindt. De voorzitter: Even geduld, mijnheer Bootsman. Het antwoord komt zo.
De heer Noldus: Want voorzitter, ik gaf aan dat we maatwerk keihard nodig hebben in de vervolgfase om die bewoners verder te helpen. En sprekend was voor ons de behoefte aan sleutel tot sleutel. Hebben we ook eerder gehoord vandaag, volgens mij van Op Ons Eiland. En met de ene hand de sleutel inleveren, met de andere een sleutel ontvangen van je nieuwe woning. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken. Mijnheer Damen heeft een vraag.
31
De heer Damen: Mijnheer Noldus gaat er nu vanuit dat alle bewoners van de woningen moeten verhuizen. Maar heeft hij ook overwogen om te kijken of die woningen gewoon kunnen blijven staan en die mensen daar kunnen blijven wonen, als ze dat zouden willen? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, zeker en uiteraard. En daar kom ik in mijn verhaal nog even kort op toe. Wij zien geen alternatief dan kiezen voor een plan of stemmen tegen een plan. Ik hoorde in de inbreng van de Partij van de Arbeid dat daar scenario's zijn. Wij zien eerlijk gezegd die ruimte daarin niet. En wij leggen daarin de nadruk, zoals we die ook in de inleiding legden, ik kom daar aan het einde nog wat meer op terug, om dan toch te kiezen voor die ontwikkeling aan het Maasterras voor die tweeduizend woningen, die vierduizend woningzoekenden, in plaats van een proces in de ijskast zetten en dertig jaar lang dit gebied onbenut te laten. De voorzitter: Ik denk misschien als u goed luistert straks aan het eind dat mijnheer Noldus nog iets meer erop ingaat. En zo niet, kunt u altijd nog een keer de vraag stellen. Akkoord? Mijnheer Noldus, u bent. De heer Noldus: Dank u wel. Ik had het over sleutel tot sleutel. En de vraag aan het college die we hebben, is dit een uitgangspunt wat werkbaar is? We hoorden veel over maatwerk. Ik zie ook de motie die in concept is ingediend.
Er zijn er ondertussen een aantal bijgekomen. Maar ik doel even op een conceptmotie van onder andere de SP. Daar zien we aan de ene kant de kern goed geraakt. Maar we willen wel de discussie even afwachten of dat een haalbare invulling is. Maar dat maatwerk vinden wel een belangrijk uitgangspunt, om echt recht te doen aan wat er nodig is. Dan voorzitter, over de programmering van het woonprogramma. We hebben het hier bijna over 2.100 nieuwe huizen, waarvan 1.000 sociale huur en betaalbare koopwoningen. En wat ons betreft gaat het niet over percentages, vierkante meters en euro's, maar stellen we hier doelgroepen centraal. In deze ontwikkeling voorzien wij een gezonde mix voor starters, werkenden en empty nesters. Het is voor ons ook belangrijk om starters en jonge gezinnen voorraad in de goedkope koop toe te voegen. En we zien keer op keer dat deze groep uit de plannen wordt geduwd. Door het mantra en fixatie van deze commissie, die volledig gericht lijkt op sociale huur, zien we dat deze doelgroep steeds uit de plannen wordt geduwd. En ook nu zien we voorstellen voorbijkomen voor meer sociale huur. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk heeft een vraag aan u. Mevrouw Stolk: Ik hoor de heer Noldus constant zeggen dat de koop weg wordt geduwd. Maar je zou ook kunnen zeggen, wat uw partij heel graag wil, dat zijn de dure woningen, laten we die gaan schrappen.
De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, wat mijn partij graag wil, daar ben ik de woordvoerder van vandaag. Niet mevrouw Stolk, namens de VSP. Maar het is altijd een kwestie van kiezen.
32
En we hebben het hier in deze commissiezaal vaak over percentages. En dan gaan vaak de percentages alleen maar omhoog. Maar waar percentages omhooggaan, gaan ze er elders ook weer af. En we zien, en dat zien we in de beantwoording van de technische vragen, dat in veel van die scenario's, waar het sociale huurpercentage omhoog wordt gezet, het percentage betaalbare koop drastisch daalt. Dat is immers de goedkoopste dekking. En dan maak je een wijk met sociale huurwoningen en penthouses. En dat is niet de keuze voor de VVD. De voorzitter: Mijnheer Klerk heeft een vraag. En daarna mijnheer Damen. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik ben even benieuwd, en we hadden het er in de vorige commissie ook al even over, is de heer Noldus niet bang dat door het toevoegen van betaalbare koop … Die woningen worden relatief gezien vooral ook gekocht door mensen uit andere plaatsen, zoals Rotterdam, die daar naast de pot pissen, wilde ik zeggen. Dat mag wel, toch? De voorzitter: Vooruit dan maar. De heer Klerk: Terwijl voor sociale huurwoningen de wachtlijsten vooral onze Dordtse inwoners raken. Is ook met het bouwen van een hoger percentage sociale huurwoning het niet zo dat we daarmee veel meer voor onze eigen inwoners bouwen? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, twee antwoorden. Waarvan het eerste absoluut niet.
We zien ook dat bij andere projecten nieuwbouw koopwoningen primair en voor het hele overgrote deel bewoond gaan worden door Dordtenaren. En dat verwachten we ook voor het Maasterras. We hebben niet het idee dat we dan bouwen voor mensen uit Rotterdam. En de andere kant dat voor sociale huurwoningen evengoed geldt dat de druk vanuit Rotterdam toeneemt. Met de sloop op Zuid is de druk in onze regio hoger. Tweede kant van het antwoord is, als je kiest voor minder koopwoningen in zo’n gebied, de belangrijkste reden dat de huizenprijzen nog steeds blijven stijgen, is het ernstige tekort. En dat is vooral het ernstige tekort aan koopwoningen in Dordrecht, in de regio, in het land. En het hele landelijke probleem gaan wij hier vandaag niet oplossen. Maar voor onze stad kunnen we echt een stap maken. En door te kiezen voor minder koopwoningen zijn wij debet aan de hoge huisprijsstijgingen in de rest van onze stad, voorzitter. Die keuze voor het één is automatisch ook een keuze tegen het ander. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus: Als antwoord op het CDA. De voorzitter: Mijnheer Damen, is uw vraag ook al beantwoord inmiddels? De heer Damen: Nee, voorzitter. De voorzitter: Ik was er al bang voor. Stelt u hem maar.
33
De heer Damen: De heer Noldus heeft het over betaalbare koop. Maar uit krantenberichten begrijp ik dat je tegenwoordig om een hypotheek te krijgen voor een betaalbare koopwoning, en dan bedoel ik niet de allergoedkoopste, maar die, wat was het … Dat je daar tweemaal modaal voor nodig hebt als inkomen. En dat betekent dat we een hele hoop woningzoekenden uitsluiten. En die kunnen de huren niet opdrijven, zoals bij kopers bij koopwoningen. Maar die krijgen gewoon geen huis. Beseft de heer Noldus dat hij daarmee een hele hoop Dordtenaren uitsluit van huisvesting? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, die vraag zou ik ook met een wedervraag willen beantwoorden. Maar beseft de Partij van de Arbeid dat door te kiezen voor sociale huurwoningen je een hele hoop woningzoekenden in Dordrecht uitsluit? Namelijk de groep die op zoek is naar een koopwoning. Die redenering gaat twee kanten op, voorzitter. En op zich ben ik het eens met de analyse van de Partij van de Arbeid, dat je voor een gemiddelde woningprijs tegenwoordig een aardig salaris moet meenemen. Dat is pijnlijk genoeg. En dat is onder andere het tweede deel van het antwoord wat ik aan het CDA gaf. Door minder koopwoningen te bouwen, dragen we daar in ieder geval niet bij aan de oplossing.
En tegelijkertijd, en de Partij van de Arbeid daar al deels iets over gezegd in haar eigen inbreng, we hebben hier in Dordrecht natuurlijk een relatief betaalbare bestaande voorraad, waar je in zijn totaliteit, ook met mensen die kunnen doorstromen, op het Maasterras een hele goede vervolgstap kunt bieden. Waarbij die betaalbare kleinere woningen in de verschillende wijken vrijkomen, voorzitter. De analyse van de Partij van de Arbeid in de vraagstelling deel ik in ieder geval niet. De voorzitter: Ik denk dat u het sowieso toch niet eens gaat worden hier vanavond. Ik stel voor dat u verdergaat met uw woordvoering. De heer Bootsman: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ik heb nog een kleine vraag aan mijnheer Noldus. Mijnheer Noldus had het net even over die doorstroming en dat er dan goedkope woningen vrijkomen in andere wijken. Maar stromen de mensen dan, in mijnheer Noldus zijn opzicht, door vanuit een goedkope koopwoning naar een betaalbare of sociale koopwoning, of stromen zij dan juist door naar het duurdere segment op het Maasterras? De voorzitter: Mijnheer Noldus.
De heer Noldus: Voorzitter, dat zal van geval tot geval wisselen. Ik denk dat je doorstroming gaat zien van betaalbare koop in bestaande wijken naar duurder naar een vergelijkbare woonklasse. En je hebt mensen die kiezen voor een andere fase in hun leven. En je gaat ook zeker doorstroming zien van mensen die nu een sociale huurwoning hebben, die daar scheef wonen, die niet wonen in een sociale huurwoning, omdat ze daar willen wonen. Maar wonen in een sociale huurwoning, omdat ze geen
34
koopwoning kunnen vinden. En die gun ik ook een mooie plek op het Maasterras in een koopwoning, voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Noldus: Dan nog een aantal opmerkingen tot slot, voorzitter. We hebben het hier over een grote ontwikkeling, met helaas lange doorlooptijden. En dat vraagt om een aanpak met marktpartijen en niet een proces richting die marktpartijen, die hier uiteindelijk moeten gaan bouwen. En dat vraagt wat ons betreft om met die partijen te komen tot een optimale invulling. En dit geldt voor de huizen, maar dat geldt ook voor de maatschappelijke en commerciële functies die we uiteindelijk in dit gebied willen realiseren. En wat ons betreft moeten we dan ook voldoende flexibel zijn om gedurende het proces van een aantal jaar mee te bewegen met tijd en ontwikkeling. En de vraag die we hebben aan het college, biedt dit bestemmingsplan hiervoor genoeg ruimte of zijn er nog instrumenten die we als raad kunnen meegeven, om gedurende de periode wendbaar te zijn hoe we deze gebiedsontwikkeling verder sturen? De voorzitter: Mijnheer ’t Lam gaat u nog een vraag stellen. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Ik was blij van de VVD te horen dat ze willen gaan kijken naar een van onze moties, of je op die manier een betere compensatie kan krijgen voor de bewoners. De heer Noldus zegt, er moet nu gekozen worden. Er moet duidelijkheid komen voor de bewoners.
Het gaat er denk ik niet om of dat je plan A van de gemeente of plan B van de bewoners kiest, maar het gaat erom dat we het beste plan krijgen. En dat willen de bewoners ook, want die zijn een petitie gestart. En dat is een petitie waarbij het gaat om de kwaliteit van het plan te verhogen. Die willen ze volgende week aanbieden. Het is wat minder stellig richting bewoners dan de heer Noldus nu aangaf. De voorzitter: Wat was uw vraag precies? De heer ’t Lam: De vraag is, waarom zo stellig een keus tussen gemeente- of bewonersplan, en niet het meest optimale plan wanneer je met elkaar gaat overleggen? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dan sluiten we enigszins aan bij aan de ene kant die flexibiliteit door de tijd heen. En tegelijkertijd, want ik voel wel in met wat de heer ‘t Lam zegt, ligt er nu maar één plan voor. En dat hebben we de afgelopen weken ook wel als pijnlijke constatering dan toch gezien, dat er heel veel tijd en energie is gestoken in plannen die uiteindelijk niet in een gelijkwaardig iets leiden, waar je hier voor kan stemmen. En dat maakt, even los van wat ik daarvan vind, dat we het hebben over een bestemmingsplan wat voorligt, waar je voor of tegen kan zijn.
En als je met de tijdslijnen ook, die spelen rondom de aanlanding van de brug als belangrijke tijdsdruk, dat hebben we ook meegekregen, maakt dat je kiest voor het plan vaststellen of om dit gebied voor een aantal jaren gewoon op slot te zetten en niets te doen. En dat is het perspectief hoe wij daarin zitten, voorzitter.
35
De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Voorzitter, de raad moet het plan vaststellen, maar het college geeft in het raadsvoorstel aan dat er nader onderzoek nodig is om kwaliteitsverbeteringen te kunnen aanbrengen. Daar is tijd voor nodig. Dat zit al ingebakken in de hele planning. En waarom kijk je dan ook niet even naar, als je daar toch mee bezig bent, de gevolgen voor woningkeus, naar het meest optimale plan wat eruit te halen is? Het kan best zijn dat er juist uitkomt, als je dat onderzoek pleegt … Dat geeft geen tijdverlies. Dat is gewoon gebruikmaken van de tijd die het college heeft ingebouwd. En waarom zou je dat niet willen? De voorzitter: Mijnheer Noldus, een afrondende reactie op dit onderwerp. De heer Noldus: Voorzitter, waar de heer ‘t Lam nu over begint, is inderdaad een van de punten waar ik een vraag over wilde stellen in zijn ronde. Mooi dat we het daar nog even over kunnen hebben. En wat voor ons wel speelt dan, voorzitter, is ook wel, we hebben twee weken geleden de insprekers gehoord, en niets afdoende aan de intenties van de SP erin, maar dat maakt wel dat we ook besluitvorming wederom achteruit duwen. En heel eerlijk gezegd, we hebben anderhalf jaar dit nu lopen.
En ik vraag me oprecht af, als je dit besluit langer uitstelt, of het één anders wordt en of het minder pijnlijk wordt en leed oplevert bij mensen? En dat is geen verwijt aan de SP, maar dat is onze overweging daarbij. De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam heeft nog een laatste, heel kort vraagje. De heer ‘t Lam: Wij stellen niets uit. De raad gaat een besluit nemen en het college gaat onderzoek plegen en er komt een resultaat uit. En waarom leggen we dat resultaat niet gewoon voor aan de raad? Want anders hebben we hier anderhalf jaar gepraat over een plan wat het college uiteindelijk na vaststelling weer gaat veranderen, zonder dat wij daar wat over te zeggen hebben. Lijkt me heel vreemd. De voorzitter: Mijnheer Noldus, vindt u dat ook heel vreemd? Dat was de vraag. De heer Noldus: Dat was een van de vragen die ik eigenlijk wilde stellen aan de heer ’t Lam, wat is de omvang van wat je opnieuw gaat bekijken en analyseren? Want als alles opnieuw ter discussie komt te staan, waar besluiten we dan volgende week over? En dat is wel een kader. Misschien kan het college daarop reflecteren? Maar wat ons betreft ligt er een bestemmingsplan voor, gaan we erover besluiten. Wij vragen ook in onze woordvoering over flexibiliteit, dat zit op verschillende aspecten. Dat zit op de huizen. Dat zit op hoe je gaat schuiven in die gebieden.
We hoorden de Partij voor de Dieren vragen over een bepaalde invulling per deelgebied. Onze opvatting zou eigenlijk het tegenovergestelde zijn. Zorg dat je jezelf flexibel houdt door de jaren heen, om aan te kunnen sluiten bij de behoefte op al die aspecten. En als ik in die zin de oproep van de SP mag lezen, dan zijn we daar in ieder geval wel voor. Of dat past in de motie, dat moeten we later bezien. De voorzitter: Bent u klaar met uw woordvoering nu?
36
De heer Noldus: Nog een hele korte opmerking over de Hoge Bakstraat, voorzitter, en een korte afsluiting, als dat mag. We lezen in de beantwoording van de vragen dat de Hoge Bakstraat voorwaardelijk is voor het ontwikkelen van het Maasterras. En we hebben daar wel een vraag over. Want wat betekent het opnemen van deze tunnel in het bestemmingsplan specifiek voor het vervolg? Is in de vervolgfase een analyse mogelijk om te herzien of dit nodig is en of er eventuele alternatieven zijn? Wellicht past dat in de oproep van mijn buurman. Dan afsluitend, voorzitter. De Dordtse VVD kiest hier voor een stap vooruit. Want als je tegen dit plan bent, dan stem je tegen vooruitgang, tegen het bouwen van woningen en tegen een plekje voor vierduizend Dordtenaren, die een woning zoeken. En voorzitter, dat is het hele stadion van FC Dordrecht vol met woningzoekenden. En die bieden we hiermee perspectief. En die stilstand, als we niets doen, is keiharde achteruitgang. Zowel voor het stadion vol Dordtenaren, maar ook voor de stad. En dat waarschijnlijk voor de komende dertig jaar. Want we kunnen de komende acht verkiezingen praten over bouwen of we kunnen het nu doen. En al jaren durven de besturen van onze stad het niet aan, maar het is wel keihard nodig. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dat was uw laatste zin, denk ik. Mevrouw Van Herwijnen was in ieder geval de eerste.
En ik heb ook gezien. En misschien mijnheer Damen zelfs ook nog. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, ik denk, ik wacht even op het einde, omdat hij misschien nog gaat reflecteren op aangekondigde amendementen. De voorzitter: Dat dacht ik al. Mevrouw Van Herwijnen: De heer Noldus gaf aan het begin van zijn bijdrage aan dat hij gaat voor een groene wijk. Nu hebben we natuurlijk een aantal ideeën voorgedragen om te zorgen dat die vergroening ook gaat plaatsvinden bij de voordeuren van de woningen. En ik was eigenlijk benieuwd hoe de heer Noldus daar naar keek? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik heb de amendementen van de Partij voor de Dieren nog niet gezien. Dat klopt volgens mij, dat die nog niet gedeeld zijn. Kijk, in de basis zijn wij ook voor die groene wijk. En we zien een aantal keuzes gemaakt, dat dat vooral nu de binnenterreinen betreft. Een oproep om in die openbare ruimte iets met groen te doen, is een sympathieke. Tegelijkertijd zien we ook dat we vaak goed zijn in het stapelen van eisen. Dat we het vaak complex maken op de vierkante meter. En dat is wel iets waar we zeer kritisch op zullen zijn. Maar we zullen in ieder geval vanuit die grondhouding de amendementen van de Partij voor de Dieren gaan bestuderen. De voorzitter: Mijnheer Damen, had u nog een korte vraag? De heer Damen: Ja. De heer Noldus zegt dat hij geen alternatief ziet.
Vervolgens zegt hij, iedereen die dan niet instemt met het plan, zoals het er nu ligt, is tegen vooruitgang. Maar als er simpelweg voorgesteld wordt om het percentage sociale woningbouw te
37
veranderen, hetgeen heel goed mogelijk is, dan doet hij er het zwijgen toe. En dan noemt hij dat geen alternatief. De vraag is, ziet de heer Noldus een hoger percentage sociale woningbouw wel als alternatief? De voorzitter: Dat is een hele eenvoudige vraag, denk ik, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, om mijn eerdere opmerking dan in context te plaatsen, dat ging vooral over de varianten met wel of niet behoud van woningen. En op de vraag van de heer Damen zeg ik dan, dat is vast een alternatief, maar niet de onze in ieder geval. Vanuit het ontwerpbestemmingsplan, die 18,8 procent was voor ons een prima uitgangspunt, namelijk ook conform de Woonvisie. We zien dat het college daar is gegaan naar 20 procent. Dat kunnen we prima volgen. En zie eerder mijn pleidooi over koopwoningen en het uit de planvoorraad geduwd worden van betaalbare koopwoningen, die overigens onder blijven in de programmeringsafspraken die we met elkaar gemaakt hebben. De groep die het verste achterblijft bij de afspraken, is de betaalbare koopwoningen in de planvoorraad. De voorzitter: Ik denk dat uw standpunt duidelijk is. Mevrouw Stolk, tenslotte. Mevrouw Stolk: Voorzitter, was wel een mooie beeldspraak van de heer Noldus, een vol stadion bij FC Dordrecht, vierduizend Dordtenaren. Sluit u daarbij de buitenstaanders, mensen van buiten Dordrecht, uit? De voorzitter: Mijnheer Noldus.
De heer Noldus: Nee, voorzitter. Ik denk niet dat dat ook nodig is. We zien dat vooral Dordtenaren de kwaliteit van onze stad weten te waarderen en hier graag een woning zoeken en ook weten te vinden. En instrumenten om woningen verplicht te verkopen aan eigen inwoners ben ik per definitie geen voorstander van. De heer Van der Spoel: Voorzitter De heer Noldus: Maar ik hoop wel dat er veel Dordtenaren in dit gebied plaats gaan nemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel. Ik had ook nog een vraag voor de heer Noldus. U geeft aan, vragen die worden gesteld over 30 procent sociale woningbouw. Een aantal partijen wil dat graag. Geeft de VVD aan, dan duwen we juist die betaalbare woningen weg. En ik zit nu sinds ’22, net als alle anderen hier, in de raad. Kan de VVD mij 3 grote projecten noemen waarvan de VVD zegt, daar hebben we dat juist andersom gedaan? De voorzitter: Mijnheer Noldus.
38
De heer Noldus: Nou maakt de heer Van der Spoel er een soort overhoring van. Dat is mijn persoonlijke ChatGPT hierin. Maar dat moet ik hem nageven. Maar er zijn zeker projecten waar meer sociale woningbouw dan wel alleen sociale woningbouw besloten wordt. We hebben laatst in Dubbeldam twee gebieden vastgesteld. We hebben het Witte Dorp. Ik kan er nog wel een aantal noemen. In Noordendijk zijn een aantal woningbouwcomplexen waar primair en alleen sociale huur zit. En dat zijn prima vastgestelde plannen. De heer Van der Spoel: Mijn vraag was meer, voorzitter, is er een project geweest waarvan de VVD zegt, hier moeten we dat echt in balans brengen, dat we meer sociale woningbouw gaan neerzetten? De voorzitter: Mijnheer Noldus, reageer er maar heel kort op. De heer Noldus: Nee, ik denk het niet. We hebben eerder voorgesteld voor het verhogen van het aantal in de Woonvisie van 10 procent naar 18 procent sociale huur over de hele programmering. Dat zou je kunnen zien als verruiming van het aantal sociale huurwoningen in het totaal, over alle programma's heen. En dat is ook de reden dat wij die 18 procent, dat is namelijk de 18 procent uit de Woonvisie, als prima uitgangspunt vinden, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we naar de heer De Feijter gaan, van de ChristenUnie/SGP. En ik vraag aan ieder ook een klein beetje de klok in de gaten te houden.
De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een heel mooie shot, zo te zien. Zeker. Voorzitter, er moet meer gebouwd worden. We roepen het al jaren en we zullen het de komende jaren waarschijnlijk nog wel even blijven roepen, want de nood is hoog. Afgelopen week bevestigde een artikel in het AD dat maar weer eens. Jongvolwassenen die tot hun 30ste, en soms zelfs daarna, noodgedwongen bij hun ouders moeten wonen. Jonge stellen die hun kinderwens moeten uitstellen door gebrek aan ruimte. Nogmaals, de nood is hoog. De ChristenUnie/SGP staat dan ook pal achter de ontwikkeling van een woonwijk als het Maasterras. Een hoogstedelijke wijk, dicht bij het station, uitvalswegen, voorzieningen en waar we bouwen voor alle doelgroepen die een woning zoeken. Sorry. Kijk, er staat nog een microfoon aan. De heer Noldus: Maar voorzitter, was uit collegialiteit, want dan is de heer De Feijter nog enigszins in beeld. Ik ben bereid mijn plekje af te staan. De heer De Feijter: Hij doet het niet. Dan moet hij ook weer opnieuw. Dan gaat hij daarnaartoe. Maakt niet uit. Het draait niet om mij vanavond. Dat scheelt. Waar was ik gebleven? Is behoorlijk afleidend, maar wordt wel gewaardeerd. En een plan waar we bouwen voor alle doelgroepen die een woning zoeken. Daar zijn we hartstikke blij mee.
Voorzitter, als we de polder zo lang mogelijk groen willen houden, en dat wil de ChristenUnie/SGP, dan moeten we het woningtekort zoveel mogelijk binnenstedelijk oplossen. En dan vinden wij dit een uitstekende locatie, die hiermee een flinke kwaliteitsimpuls krijgt. We kijken ook positief naar het voorgestelde woonprogramma. Uit de recente woningmarktanalyse weten we dat de behoefte aan extra woningen zich uit in alle soorten, maten en prijsklassen. En dat zien we ook vertaald in het
39
woonprogramma wat hier voorligt. Met de huidige tekorten vinden we het een positieve ontwikkeling dat het aandeel sociale huur van 18,8 naar 22 waarschijnlijk gaat, in ieder geval 20. En de ChristenUnie/SGP denkt graag constructief mee hoe we dat zelfs naar 25 procent zouden kunnen krijgen. Maar zonder dat daar betaalbare koopwoningen voor worden opgeofferd, want ook daar zien we een groot tekort en een nog grotere behoefte in de toekomst ontstaan, vooral onder starters en jonge stellen die een gezin willen beginnen. Ook daarvoor moet voldoende gebouwd worden. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Een moment. Mijnheer ‘t Lam was als eerste. En daarna mevrouw Koene. Klopt dat? De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Ik hoorde de heer De Feijter zeggen, het mag niet ten koste gaan van betaalbare koopwoningen. Mag het wel ten koste gaan van dure woningen? De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Wat de ChristenUnie/SGP betreft mag dat zeker. Dan zit je natuurlijk wel direct met een heel praktisch punt, dat de duurdere woningen nu eenmaal ook meer opleveren voor het plan. En uiteindelijk staat voor de ChristenUnie/SGP voorop dat we woningen gaan bouwen. Nogmaals, we zien in de woningmarktanalyse dat er aan alle soorten woningen te kort is, zelfs ook die in het hogere segment. Momenteel een wat lager tekort dan de sociale huur. Zeker.
Maar die behoefte stijgt de komende jaren ook nog, is de voorspelling. Ook die woningen zijn nodig. Prima dat die er voor een deel voor worden opgeofferd. Maar dan is de acute vraag wel, hoe ga je dan het plan betalen? De voorzitter: Vervolgvraag, mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Ik kan heel kort zijn. We hebben een amendement gemaakt waarin we zeggen, leg die tunnel niet aan. Dan heb je ruimschoots voldoende geld om dat op te lossen. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dat amendement hebben we gelezen inderdaad. Die tunnel zien wij echt wel als randvoorwaardelijk gewoon voor dit hele plan. Daarnet is het er ook al eventjes over gegaan. Eigenlijk van alle alternatieven en varianten van het Maasterras die voor hebben gelegen, de afgelopen jaren, heeft de huidige variant het laagste gemiddelde verkeersgeneratie per woning. En dat kan ook alleen maar als we inzetten op een wijk waar we gewoon veel meer gebruikmaken van het ov, de fiets en van de benenwagen. En voor die laatste twee is die tunnel gewoon noodzakelijk. De voorzitter: Laatste keer, mijnheer ‘t Lam. De heer ’t Lam: Het scheelt 200 meter omfietsen of omrijden. En het kost miljoenen. De voorzitter: Mijnheer De Feijter.
40
De heer De Feijter: Nogmaals, de cijfers liegen er niet om. En daarmee is deze ook gewoon nodig om die parkeernorm zo laag te houden. De voorzitter: Duidelijk. De heer De Feijter: Als die parkeernorm omhooggaat, omdat die tunnel eruit wordt gehaald, betekent dat dat we ook minder woningen kunnen realiseren. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, mijn vraag was bijna hetzelfde als die van de heer ‘t Lam. We zijn het niet eens. Ik ga toch even nog een poging doen. Want zou de heer De Feijter, als hij 25 procent sociale huur noemt, ook bereid zijn om te kijken of dat bovenop kan? Dat er niks voor verminderd hoeft te worden, maar dat we kunnen kijken of dat gewoon toegevoegd kan worden. De voorzitter: Dat is wiskundig ‘…’. Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Interessant idee, zeker. Nogmaals, de ChristenUnie/SGP wil daar constructief over meedenken hoe we het op een manier naar die 25 procent kunnen krijgen. Daar zouden wij ook heel blij mee zijn. Ik weet dat er voor de huidige woningaantallen die we willen gaan realiseren alles helemaal is doorgerekend natuurlijk, ook wat betreft verkeersafwikkeling en dergelijke. Er zit een hele hoop onderzoeken natuurlijk onder. Ik kan het op dit moment onvoldoende inschatten of dat we dat er zomaar bovenop kunnen doen, los van dan nog het financiële vraagstuk, want ze moeten ook betaald worden.
De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stam was eerst. En daarna mag u, mijnheer Van der Spoel. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal fracties, en ook mijnheer De Feijter, horen praten over verhoging van het sociaal aantal woningen. Nu is mijn vraag één, vindt u dat die door ontwikkelaars gebouwd moeten worden, met het risico dat als je ze gaat verhuren dat na verloop van tijd ze een stijging gaan maken, waardoor ze niet meer sociaal zijn? Heeft u in uw verhaal ook goed gekeken naar wat de woningbouwcorporaties aan kunnen? Want uw buurman gaf net aan, we hebben onlangs besloten Witte Dorp, maar dat is een plan van zes jaar geleden. En zelfs daar kreeg de woningbouwcorporatie het niet rond, waardoor ze huurwoningen om hebben gezet in koopwoningen om huurwoningen te moeten realiseren. Mijn vraag is eigenlijk, bent u goed op de hoogte hoe de woningbouwcorporaties erin zitten? Of die voldoende middelen vrij kunnen maken? We hebben onlangs ook alle problematiek vanuit de haven gezien. De voorzitter: Ik denk dat uw vraag helder is. De heer Stam: Het ware er drie. De voorzitter: Mijnheer De Feijter.
41
De heer De Feijter: Ik denk dat het een goede en terechte vraag is. Wat ons betreft zetten we vooral in op corporatiebezit van sociale huurwoningen, maar dat moet inderdaad dan wel kunnen. We hebben hier ook iemand namens de corporaties aan tafel gehad, als inspreker. Die heb ik wat dat betreft niet horen pleiten voor extra sociale huur. Wellicht zegt dat ook iets over hoe de corporaties erin zitten. We zouden vooral dat gesprek moeten stimuleren en echt als gemeente in samenwerking met die corporaties kijken hoe we dat bezit kunnen verhogen. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer De Feijter inderdaad zeggen, we willen naar 25 procent sociale woningbouw. Daar gaan we in ieder geval ons best voor doen. Maar de tunnel is absoluut nodig. Het mag niet ten koste gaan van de betaalbare koop. En ook de dure woningen, als we die dan gaan schrappen, dat wordt wel erg lastig. Als ik dit zo opnoem, vindt de heer De Feijter het dan ook niet echt een beetje slappe hap? We zitten hier in een oordeelsvormende sessie. Maak de keuze, we gaan dat doen nu. U maakt onderdeel uit van de coalitie. Dan kan u toch juist in deze positie zeggen, zo en zo willen wij het gaan doen. De voorzitter: Mijnheer De Feijter.
De heer De Feijter: Op dit moment zien wij niet een hele realistische route hoe we direct zomaar 25 procent uit de lucht kunnen toveren. Daar zal inderdaad een politieke keuze voor moeten worden gemaakt. Er worden hier verschillende ideeën geopperd, met moties en amendementen, hoe dat zou kunnen worden gedaan. Daar worden verschillende dekkingsmiddelen voor aangewend. Wij zijn hier nu niet tijdens de oordeelsvormende vergadering van plan om te zeggen, deze motie gaan we omarmen, hierin gaan we volledig mee. Ik ben hier vanavond ook gewoon om te luisteren, welke ideeën dienen zich aan? Die gaan wij afwegen binnen de fractie. En uiteindelijk komen we dan tot een oordeel. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik wilde de heer De Feijter helpen. Het is 8 miljoen, wil je opplussen naar die 25 procent. Dat is gewoon een politieke keuze. Heb je het ervoor over om naar die 25 procent te gaan? Of heb je het ervoor over om naar die 30 procent te gaan? Dat is gewoon een centenkwestie. De voorzitter: Geen vraag, maar een advies. De heer De Feijter: Nogmaals, dat is eigenlijk ook wat ik zei, het is een politieke keuze. En welke middelen je dan daarvoor inzet, daar zijn verschillende opties op dit moment voor. De voorzitter: Ik stel voor dat u verdergaat met uw woordvoering. De heer De Feijter: Nogmaals, we gaan ze allemaal tegen elkaar afwegen.