CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2025.06.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 15 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag van 24 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 536.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De heer Damen: Op dit moment gaan de corporaties uit van een minimum bruto vloeroppervlak van 70 vierkante meter. Op het moment dat je dat zou verlagen, kun je binnen hetzelfde bouwvolume meer woningen realiseren. En dat zou ook weer leiden tot een hogere opbrengst voor de GREX. Is dat een begaanbare weg? En zo niet, waarom niet? De voorzitter: Wethouder. Ik zie de heer Burggraaf al met zijn hoofd schudden. Doet u maar het antwoord geven. De heer Burggraaf: Als het gaat over, die hebben we ook in de technische vragen beantwoord, de corporaties die uiteindelijk het gaan afnemen, die hebben ook een eigen programma van eisen meegegeven. En daarbij zeggen ze dat ze niet de kleinere woningen willen afnemen. Vorige week was de PROVADA. Hoorde ik ook een interview van een van de corporaties en die zei, wij willen niet inzetten op die eenkamerappartementen. We willen heel graag juist zoveel mogelijk driekamerappartementen realiseren, want dat zijn, hij noemde het, de labradors onder de woningen. Oftewel, dat is voor iedereen geschikt. Je kan er als een starter in. En als je dan kinderen hebt, is de woning nog geschikt. Het is geschikt als je ouder bent, als senior. Je hebt een veel flexibelere invulling van je woonvoorraad. De voorzitter: De heer Damen heeft nog een aanvullend vraagje. De heer Burggraaf: Een kleiner oppervlak is niet het product waar de corporatie om vraagt.

De voorzitter: Mijnheer Damen eerst. De heer Damen: Tussen een eenkamerwoning en een driekamerwoning zit, als ik het goed bereken, wel een tweekamerwoning. En wij sluiten ook overeenkomsten met de corporaties. Daar kun je over onderhandelen of je die toch niet voor een deel in je programma moet opnemen?

61

De heer Burggraaf: Maar dat is, voorzitter, wat ik net ook zei, er zijn partijen die heel veel verstand ook hebben van, welke woonproducten is de behoefte naar? En dat is echt, een corporatie is er zo een die zijn doelgroep heel goed kent en heel goed weet welk woonproject ze moeten aanbieden. Ik zou zeggen, vertrouwt u toch vooral ook de analyse van die kant. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel. Ik ben nog even aan het bijkomen over de labrador onder de woningen. Maar de vraag aan wethouder Van der Kruijff gaat over, ik denk dat het een slip of the tongue was, maar hij gaf aan 20, 22 procent, daar is extra financiën voor nodig. Maar voor die 22 procent is geen extra financiën nodig, toch? De heer Van der Kruijff: Nee, de huidige berekeningen zijn op 22 procent gefinancierd. Daar heeft u wel gelijk in. Dan was dat een slip of the tongue. Maar het minimum wat nu staat is 20 procent, omdat je natuurlijk ook wel ietsje flexibiliteit nastreeft in de realisatiefase. De voorzitter: 22 is het nieuwe 20, heb ik vanavond voorbij horen komen. De heer Bootsman. En daarna de heer ’t Lam. De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Nog een kleine vraag over die provinciale subsidies. Stel je voor die worden in het najaar toegekend. Dat zou natuurlijk heel fijn zijn.

Is er dan nog een mogelijkheid om het percentage sociaal op te krikken, als daar dan geld voor is? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, op het moment dat u dit raadsvoorstel heeft aangenomen, staat hij als minimum natuurlijk in de boeken. Maar u weet dat een minimum niet betekent dat je niet hoger mag, alleen dat je niet lager mag. Daarmee kun je omhoog. En als er ooit nieuwe projectontwikkelingen zijn en dergelijke, krijgt u per voorstel dat als raad voorbij en kunt u dat ook meenemen en daar wat van vinden en daarop vaststellen. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Bij collega Burggraaf van wethouder Van der Kruijff noemde ik ook al dat hij iets nieuws invoegt wat betreft flexibiliteit. Dat doet de heer Van der Kruijff nu ook weer een beetje ten aanzien van de provinciale goedkeuring en van middelen die we van de provincie krijgen. Wederom kan dat denk ik niet ten aanzien van de bewoners en de Weeskinderendijk. Maar nu mijn vraag over het feit dat er geen geld zou zijn voor 30 procent, want dan moet je andere dekking vinden. En die tunnel, hebben we van mijnheer Burggraaf gehoord, wordt op een andere manier gefinancierd. Die kan ik daar niet voor gebruiken. Maar het is een kwestie van kiezen natuurlijk. Als de tunnel niet kan die ik noem, dan kunnen we als fracties iets anders verzinnen. En ik zie daar wel mogelijkheden toe.

Mevrouw Stolk: Voorzitter.

62

De voorzitter: Mijnheer ’t Lam ziet mogelijkheden. De vraag is, ziet het college die mogelijkheden ook? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, die vraag stelt u? Die stelde niet de heer ‘t Lam. Maar goed. De heer ’t Lam: Ik kondig aan dat we bij de Perspectiefnota dan met een mogelijkheid komen. De heer Van der Kruijff: Ik hoor nog steeds geen vraag. De voorzitter: Geen vraag. Helemaal goed. Mevrouw Stolk, u had ook een vraag? U had wel een vraag, kan ik beter zeggen? Mevrouw Stolk: Dat is ook eigenlijk weer een vraag gewoon aan de raad zelf. Want wat de heer ‘t Lam natuurlijk zegt, je kan natuurlijk oplossen naar die 30 procent, maar het is gewoon een financiële kwestie. En hebben wij het ervoor over om die 30 procent te gaan bereiken? En we hebben Agenda 2030 waar genoeg geld in de pot zit. Wat zeg je? Je kan ook bijvoorbeeld herbestemmen. Het Stadspark XXL zou je ook iets van af kunnen halen. We hebben het hier over woningbouw. Jongens, als dat zo belangrijk is in deze raad, laten we dan een stukje uit de Stadsas pakken en gewoon herbestemmen. Zo moeilijk is het niet. De voorzitter: Dat is een duidelijke opmerking, in ieder geval, van mevrouw Stolk. Ik stel voor dat het college verdergaat met de beantwoording. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Nog een vraag.

Want de heer Van der Kruijff gaf aan over de minimumpercentages die in het voorstel staan. Klopt dan ook dat als we dat voorstel als zodanig aannemen dat wat we plussen in sociale huur alleen maar ten koste kan gaan van de duurdere koopsegmenten? De voorzitter: Wethouder, klopt dat? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat hangt ervan af. Zoals het in het huidige raadsvoorstel staat, staat er een minimumpercentage van 20 procent sociale huur, een minimumpercentage van 5 procent middenhuur en een minimumpercentage van betaalbare koop. Als u iets zou amenderen waarbij sociale huur omhoog gaat, zonder dat u het percentage betaalbare koop naar beneden bijstelt, blijft alleen maar over dat het uit het andere segment komt. Het hangt van de formulering van uw eigen amendement af. De heer Noldus: Voorzitter, terecht antwoord. Dat had ik op zich wel verwacht. Maar mijn vraag ging over de situatie. Want ik hoor van het college, er is flexibiliteit als u dit voorstel aanneemt, omdat we toch meer gaan doen dan die 20 procent. En die ruimte is er, want er staat namelijk minimaal. Maar er staat ook minimaal 30 procent betaalbare

63

koop en minimaal 5 procent middenhuur. Wat maakt dat als je die 20 procent omhoog gooit het alleen maar van het resterende deel kan gaan. Is dat een terechte conclusie, voorzitter? De voorzitter: Wethouder Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, zoals het nu geformuleerd staat wel, want er staan 3 minimale percentages. Als de raad zegt, u moet nastreven bijvoorbeeld naar 25 procent sociale huur en ga naar 25 procent sociale huur en ga daar middelen voor vinden bij de provincie, zonder dat u daarbij zegt, en betaalbare koop mag ook minder zijn door dat te doen dan, dan heeft u dit vastgesteld. De voorzitter: U hebt nog meer? De heer Van der Kruijff: Nog één punt. De voorzitter: Nog één punt. Maak het af, zou ik zeggen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het laatste punt is, daar was ik gebleven, dat ik zei, 30 procent sociale huur zullen we waarschijnlijk niet gaan halen met de middelen die de provincie zal gaan geven. En als college zien we die middelen ook niet. Ik heb het gesprek ook met de provincie gevoerd. En die gaat dat nu ook beoordelen. Maar die ziet, heb ik de indruk, ook wel in dat wij die middelen niet hebben. En ik verwacht dat de provincie gaat zeggen en ook mee gaat instemmen dat als wij dit in het Maasterras niet halen, het percentage, dat we dat ook elders mogen compenseren in de stad.

En voor degene die de reactie, en de heer ‘t Lam heeft dat zeker gedaan, heb ik gemerkt, heeft gelezen, de brief die we aan de provincie hebben geantwoord, daar staat ook in dat we daar wel een mogelijkheid voor hebben gevonden via optopping. En dat is ook recent bekend geworden. Daar zal u ook nog een keer nader over geïnformeerd worden. Moeten we ook nog nader uitwerken waar dat precies kan. Maar ik kan nu alvast zeggen dat dat waarschijnlijk ook wel kan in andere wijken dan in Dordt West. Dat zou u ook allen helpen als u het heeft over spreiding van sociale huurwoningen, breder over de stad en niet alleen in Dordt West. De voorzitter: Dank. Wethouder Burggraaf, heeft u nog veel? De heer Burggraaf: Nee, want ik heb nog één onderwerp. En dat is de belangen van de bewoners aan de Weeskinderendijk en de woonwagenbewoners, waar ook een aantal mensen hier terecht vragen over hebben gesteld, over hoe dat proces nu verder gaat. Kijk, na het vaststellen van het bestemmingsplan zou dat betekenen dat de actieve fase ingaat, als het gaat om de onteigening van de woningen aan de Weeskinderendijk. En tot nu toe was die actieve fase er nog niet. Was er nog geen een-op-een gesprekken met de bewoners. Dat zou ook, wat ons betreft, het uitgangspunt zijn in de volgende fase, echt een-op-een gesprekken met alle bewoners die er zijn en een-op-een maatwerk bieden voor de bewoners.

Waarbij we natuurlijk wel moeten handelen binnen de kaders die het onteigeningsrecht geeft. We hebben ook vanuit het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur rechtmatig te handelen en gelijke gevallen gelijk te behandelen. En daar heb je een wettelijk kader voor, ook als je in een schikkingsfase zit. Want je hoopt er natuurlijk met elkaar gewoon uit te kunnen komen, zonder dat je daarvoor een rechterlijk traject

64

hoeft te doorlopen, omdat je dan ook met elkaar op een hele andere manier het gesprek kan voeren. In die actieve fase is er ook ruimte om een deskundige, die dan namens de bewoners optreedt, daar de kosten voor te vergoeden. En daar kan je ook persoonlijke omstandigheden in meenemen, zoals we de vorige keer in de commissie de aangrijpende verhalen hebben gehoord. En dat gaat niemand in de koude kleren zitten. Ook het college niet. En je wil heel graag voor dat soort situaties ook maatwerk kunnen leveren. Vanuit het principe ook van dat onteigeningsrecht dat zegt, je moet zorgen voor een volledige schadeloosstelling. Via die lijn kan dat maatwerk ook doorlopen worden. De voorzitter: Een moment. De heer Klerk heeft een vraagje voor u. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik deed in mijn woordvoering ook een oproep van, kijk verder dan de juridische maat, maar kijk ook naar de menselijke maat. Ik hoor veel gezegd over het onteigeningsrecht. Ik hoor, we kunnen de persoonlijke omstandigheden meenemen. Mijn vraag aan de wethouder is, gaat dat ook echt gebeuren? Ik zit bijvoorbeeld met de moties die aangekondigd werden door de heer Wringer en de heer Stam in mijn hoofd van, is er iets extra mogelijk buiten dat? Is daar ruimte? De voorzitter: Wethouder Burggraaf. Aanvullend kort dan. De heer Gündogdu: Aanvullend, voorzitter.

Gaat het college met een concreet voorstel komen richting de raad wat maatwerk inhoudt? De voorzitter: Wethouder Burggraaf, ik denk twee vragen waren dat. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat hebben we u ook al volgens mij twee keer, in ieder geval één keer al een keer in de commissie uitvoerig met u behandeld en besproken en laten zien met een expert wat persoonlijk maatwerk is. En dat gaan we doen met de menselijke maat. En dat gaan we op een persoonlijke manier doen, zeg ik richting de heer Klerk. Maar tegelijkertijd ook wel met een wettelijk kader erachter, die er juist ook is om de belangen van bewoners te beschermen en te zorgen dat je daar op een gelijke wijze gelijke vallen behandelt. En dat wettelijk kader biedt ook de ruimte om persoonlijke omstandigheden mee te kunnen nemen in de vergoeding die je biedt. Binnen dat werkkader zullen we de … Als u het bestemmingsplan vaststelt en de actieve fase ingaat, zullen we het vervolg … De voorzitter: Klein vraagje nog van mijnheer Damen. De heer Damen: Dat wettelijk kader, en dat is eerder ter sprake gekomen, maar met name in het kader van onteigening. Maar als het gaat om vrijwillige verkoop, is er ook een wettelijk kader dat mogelijk een bovengrens legt op wat er vergoed wordt. De voorzitter: Wethouder.

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, daar is een wet voor, daar is heel veel jurisprudentie voor die aangeeft wat je als overheid daar op een rechtmatige manier invulling aan geeft. En dat is het werkkader waarbinnen we aan de slag gaan, op een persoonlijke manier. Nogmaals, op een een-op-een benadering met de bewoners. En ik kan stellen

65

dat er echt een aantal, om even de andere kant van de medaille te laten horen, ook echt al van een aantal mensen teruggekregen hebben, die inmiddels de woning verkocht hebben en een nieuwe woning gevonden hebben, die ook tegen ons zeggen, bedankt voor de begeleiding die we hebben gekregen en we zitten nu met plezier op een andere plek. Ik wil die kant van de medaille toch ook graag nog even benoemen. De voorzitter: Wethouder, ik heb nog twee vingers gezien. Eén is het er inmiddels. Dank u wel, mijnheer Stam. En ik wilde voorstellen dat daarna de wethouder zijn verhaal afmaakt. En dat we dan kijken hoe we het afronden. Mijnheer ’t Lam, aan u de eer de laatste vraag. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. De wethouder besteedt nu tijd aan onteigening. Maar in het plan wat nu bij de raad ligt, is die mogelijkheid van onteigening niet opgenomen. Is het college recent achter gekomen en hebben ze geprobeerd te corrigeren. Daar is de Agendacommissie niet meegegaan. En gehoord de geluiden van GroenLinks en het CDA reken ik ook op steun van die kant, als er een amendement komt dat dat niet gesteund wordt. Maar mocht dat wel haalbaar zijn, dan hebben we te maken met de nieuwe Omgevingswet. En die verbiedt in artikel 11.6 dat je woningen onteigent om andere woningen te bouwen. Wethouder, en wat gebeurt er dan met het Maasterras? De voorzitter: Wethouder Burggraaf.

De heer Burggraaf: Dat zijn twee vragen. De eerste is dat de principiële keuze nu aan u, aan de raad, voorligt. En dat is dat het huidige bestemmingsplan, zoals die er nu ligt, waarin de keuze zit om tweeduizend woningen te ontwikkelen, waarbij ook het gebied waar nu de woningen van Weeskinderendijk staan, daarin te gebruiken voor het ontwikkelen van een nieuwe woonwijk. Dat is in het bestemmingsplan ook verwerkt. En door een oplettend raadslid is gesteld, deze standaardbepaling, die in het bestemmingsplan staat, op een andere plek staat wat anders, dat is niet congruent met elkaar. Daar ben ik zeer erkentelijk voor dat hij die tegenstrijdigheid heeft ontdekt. Dat is de reden geweest waarom het college vervolgens aan u heeft voorgelegd, nogmaals, als u de keuze die we aan u voorleggen volgt en zegt, wij vinden ook dat we dit bestemmingsplan vast moeten stellen, waarbij we ook het gebied, waar nu de woningen van Weeskinderendijk staan, betrekken en andere woningen gaan bouwen, waar een aantal bepalingen nu in staan die daar met stroken en een bepaling die dat niet is. En daarom hebben wij voorgesteld om die aan te passen. Als u zegt, dat doen we liever met een amendement, dat is aan u als raad. Maar dan zeg ik wel, als u achter het principe staat om die woningen inderdaad te gaan slopen en te betrekken bij de nieuwbouwontwikkeling, dan zult u ook die passage moeten aanpassen.

Want dat was nog een standaardbepaling die erin stond en die daar niet mee in lijn is. Dan het tweede aspect, over de grondslag van onteigening is het zo, ook als je woningbouw gaat toepassen, dat een grondslag voor onteigening is op het moment dat je de woningbouw intensiveert. En dat is hier het geval. Er komen, we hebben de aantallen genoemd, twee-, driehonderd woningen meer te staan op het moment dat we dit bij het plangebied kunnen betrekken. En dat is ook een geldige grondslag voor onteigening. De heer ’t Lam: Voorzitter, mag ik daar nog een opmerking over maken?

66

De voorzitter: U mag daar nog een laatste opmerking over maken. De heer ’t Lam: En dan stop ik echt hoor. De voorzitter: We hebben het allemaal gehoord. De heer ’t Lam: U zegt dat dat ook een grondslag is, maar dat staat niet letterlijk in artikel 11.6. Het is een nieuwe wet. Er is geen jurisprudentie. Er is geen enkele zekerheid dat u uw stelling kunt binnenhalen uiteindelijk bij de Hoge Raad. De voorzitter: Wethouder, u mag erop reageren en vervolgens uw verhaal afmaken. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik heb dat vaker hier toegelicht, dat het niet zo is dat de Onteigeningswet is gestopt of alle jurisprudentie die daarop zat op het moment dat de Omgevingswet er was. De staande praktijk is vervolgens doorgezet, alleen dan vanuit de Omgevingswet. En ik laat mij ook daarin adviseren door degenen die er verstand van hebben, want ik ben ook geen jurist in dit aspect. En dan is het antwoord wat ik u net heb gegeven. Dan voor wat betreft de woonwagenbewoners op de Brandts Buysstraat, voorzitter. Kijk, daarvan hebben we altijd gezegd dat de woonwagenbewoners daar niet weg hoeven zolang er geen geschikte alternatieve locatie is. En dat is ook, zoals we die nu hebben verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan en in de toelichting. En het proces, zoals we dat beogen, is eerst zoeken naar een locatie waarop je kan zeggen, op die plek is er ruimte om de woonwagenbewoners een plek te geven.

Dat het ook een plek is waarvan je kan zeggen, dit is er eentje waarvan je ook weet, het is een plek die geschikt is om gewoon voor heel lang zo te zijn. En niet dat je een situatie hebt en zegt, we zetten bewoners op een tijdelijke plek neer en die moeten misschien in de toekomst weer een keer verplaatsen. Het moet ook een geschikte locatie zijn waarvan je zegt, net zoals je dat bij een woonhuis hebt, daar heb je gewoon een permanente plek. En daar zullen we in de participatie de belangen van de omgeving in meenemen en zouden we graag ook de wensen van bewoners in willen meenemen. Alleen dat is vervolgens wel een totale weging van al die aspecten. En nogmaals, dat is een geschikte locatie. Maar je kan niet zeggen, dat is een locatie die je alleen maar kan toewijzen als alle bewoners daarmee instemmen. Dat is een locatie op het moment dat je zegt, we hebben met de bewoners gesprekken gevoerd, wat zijn de omstandigheden waar u naar op zoek bent? We hebben gekeken naar wat is er geschikt voor. We maken daar een totale weging van. En daar komt een geschikte locatie uit. En dat is dan het aanbod voor de woonwagenbewoners. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daar nog even … De voorzitter: Mevrouw Stolk, laatste vraag dan hierover.

Mevrouw Stolk: Wij willen een amendement indienen of tenminste, we hebben een amendement in concept, waarin we vragen de drie vakken bij eventuele verplaatsing om die te wijzigen in zeven vakken daar, omdat er vanaf 2003 geen vak meer bij is gekomen. Hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: Wethouder Burggraaf.

67

De heer Burggraaf: Voorzitter, we hebben altijd gezegd dat we de verplaatsing willen faciliteren met een uitbreiding van het aantal plekken ten opzichte van wat er nu staat. En als u daar nu al een aantal aan gaat koppelen dan kan ik niet zeggen of dat realistisch is nu. Ik kan vanuit het college in ieder geval toezeggen dat we naar een geschikte locatie zoeken. Dat die geschikte locatie altijd meer plekken zou moeten kunnen bieden dan het aantal plekken wat ze nu hebben. Maar ik kan daar niet nu een aantal op gaan toezeggen, omdat dat ook afhankelijk is van het verdere uitzoektraject. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan vraag ik me wel af waarom het college nu met een voorstel komt van drie plekken, want dat is ook niet realistisch. Ik zou zeggen, kijk dan ook eens naar dat amendement. Bij verplaatsing, ook de kinderen op dat woonwagenkamp willen een plek op het woonwagenkamp, waar ze eventueel naartoe gaan of waar ze naartoe verplaatst worden. Dan is drie ook niet realistisch. Want die mensen hebben kinderen, kleinkinderen, noem allemaal maar op. Waar haalt u dan die drie vandaan? De voorzitter: Wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, nogmaals, het beginsel of het principe dat er meer plekken moeten komen dan er nu zijn, dat is een harde ondergrens. En tegelijkertijd hebben we ook gewoon met schaarse ruimte te maken.

Daar is het ook deels van afhankelijk in het verdere onderzoekstraject, waarvan wij denken dat drie plekken extra daarin realistisch haalbaar is. Als het meer is, dan zullen we dat ook niet uit de weg gaan. Maar we kunnen nu niet gaan zeggen, we plakken daar een getal aan vast, want dat is ook afhankelijk van het verdere traject wat we ingaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog even toch een kleine toelichting. De voorzitter: De laatste. Mevrouw Stolk: Ik snap niet dat je met drie dat wel al, bij wijze van spreken, als ondergrens kan toezeggen. Maar om in het bestemmingsplan nu mee te nemen dat het er minimaal zeven moeten zijn, wat is daarop tegen? De voorzitter: Wethouder, probeer nog een keer te overtuigen, zou ik zeggen. De heer Burggraaf: Nogmaals, hetgeen wat ik u net schetste, is dat je in de zoektocht naar geschikte locaties je ook een realistisch perspectief moet hebben in het zoeken naar geschikte locaties. En op het moment dat je dat er heel veel maakt, dan wordt de kans dat je een geschikte locatie vindt natuurlijk steeds kleiner. De voorzitter: Ik denk dat we het hierbij moeten laten, want het is over elven. Een hele korte dan, mevrouw Pichel.

68

Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. U bent heel aardig. Ik wil nog heel even terugkomen op wat de wethouder net zei over die compensatie en die vergoeding. Want hij had het over natuurlijk enerzijds gewoon de vergoeding van de woning en anderzijds de mogelijkheid om verder te kijken om de bewoners ook te compenseren voor eventuele schades, als we het hadden over gezondheid en dergelijke. Maar hij had het ook over die wettelijke kaders. En mijn vraag is, moeten we dat ineen zien? Want we hadden het ook over de woningen een bepaald bedrag plus een percentage. En die wettelijke kaders, is dat dan inclusief ook die compensatie? We hebben namelijk ook een motie in concept om te kijken of er een compensatie kan zijn voor ziekte, inkomstenderving. Is dat iets waar we dan nog los naar moeten kijken, of valt dat allemaal daarin? De voorzitter: Wethouder, zit dat er allemaal bij in? De heer Burggraaf: Voorzitter, je hebt een wet die zegt, je moet volledige schadeloosstelling bieden. Er zijn heel veel verschillende situaties geweest. Een situatie is niet bij de ene hetzelfde als bij de ander. Er is ook heel veel rechtspraak geweest die situaties heeft getoetst. En in die persoonlijke omstandigheden zitten ook situaties als, ik kan nu geen hypotheek meer aanvragen, want ik ben arbeidsongeschikt geworden en daardoor zit ik in andere omstandigheden.

Of ik kan, omdat ik door ziekte niet meer in staat ben om, we hebben het voorbeeld gehoord, zelf nog een woning te zoeken, dan binnen die kaders zit dat maatwerk. Of binnen die wettelijke uitgangspunten heb je die ruimte om dat soort maatwerk toe te passen. De heer Stam: Voorzitter, ik heb twee keer mijn vraag ingeslikt, omwille de tijd. Omdat u zegt, we moeten stoppen. U laat daarna nog mensen aan het woord. Ik heb een korte vraag. De voorzitter: Dan moet u die vraag nu nog even stellen. Maar ik dacht dat uw vraag net beantwoord was namelijk. De heer Stam: In vervolg op wat mevrouw Stolk heeft gesteld. Als wij dat amendement voor standplaatsen insteken voor uitbreiding op de plekken die al komen achter De Hoop, geeft u dat meer houvast? Op het De Hoop terrein worden ook … De voorzitter: De vraag werd aan de wethouder gesteld, volgens mij. Wethouder. De heer Burggraaf: Als u bedoelt bij De Hoop, waar onlangs een bestemmingsplan is vastgesteld, daar is ruimte voor vijf woonwagens. En meer ruimte is daar niet. Die discussie hebben we hier al met elkaar gehad. Aan de hand van de veiligheidsnormen, et cetera was daar niet meer ruimte om vijf woonwagens in te passen. De voorzitter: Ik denk dat dat voldoende is. Beste mensen, we hebben ruim drieënhalf uur hier gezeten. En ik wil het even netjes afronden. De heer Bootsman: Voorzitter, ik heb nog een klein vraagje.

Want ik heb het antwoord op een van onze vragen gemist.

69

De voorzitter: Dan mag u uiteraard die vraag stellen, want daar heb ik ook naar gevraagd, of goed wilde luisteren. En wat was die vraag? De heer Bootsman: Wij hadden een vraag gesteld over de differentiatie van betaalbare koop en sociale koop in het plan, omdat dat toch een verschil is. En daar hadden we het antwoord niet op gehoord. Vandaar dat ik hem nog even vraag. De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, er zit geen differentiatie in de betaalbare koopcategorie, in de uitwerking van de GREX. De voorzitter: Kort antwoord. Helder antwoord. Gewoon nee. De heer Burggraaf: Dan had ik nog een andere vraag, dan hoeft die niet meer technisch beantwoord te worden, dat was van de heer Wringer, over de subsidie met betrekking tot de tunnelverbinding. Er zit inderdaad, voor een iets ander bedrag dan u noemde, maar er zit inderdaad ook wel subsidie vanuit het Rijk, die gekoppeld is aan een tunnelverbinding in het gebied. De voorzitter: Dan wil ik het netjes gaan afronden. In ieder geval lijkt het me duidelijk dat het niet als een hamerstuk naar de raad gaat. Het gaat ook niet als een stemstuk naar de raad. Ik heb gehoord dat er al heel wat moties en amendementen in de maak zijn. Sommigen zijn al klaar. Anderen liggen bij de griffie ter beoordeling. We gaan er in ieder geval een bespreekstuk van maken.

Dan hebben we natuurlijk altijd de mogelijkheid, doen we dat alleen over de moties en amendementen of doen we dat aan de hand van politieke vragen of laten we het, net zoals nu, open? De bal ligt bij u. Ik zou alleen een ding heel gênant vinden persoonlijk, als volgende week exact hetzelfde verhaal weer een keer naar voren gebracht wordt. Dat zou ik u toch zeer willen ontraden. Mevrouw Koene, komt u eens met een goed voorstel. Mevrouw Koene: Ik weet niet of het een goed voorstel is. Dat biedt hoop voor de relatie onderling. Vind ik echt niet leuk. De voorzitter: Mevrouw Koene, gewoon zeggen. Mevrouw Koene: Volgens mij moet je het gewoon vrijlaten, met de discipline erbij dat je niet je eigen woorden gaat zitten herhalen, maar dat je wel meer ruimte hebt dan alleen te reageren op de moties en amendementen. De voorzitter: Dat klopt. Alleen, het reglement biedt maar twee smaken. Het is twee of vijf minuten spreektijd. Mevrouw Koene: Vijf. De voorzitter: Dat had ik al vermoed. Dan kiezen we voor vijf. En dan is er nog een derde mogelijkheid, het aanbieden van moties en amendementen, doen we dat vooraf of doen

70

we dat tijdens de spreekronde? Mijn bescheiden voorkeur gaat uit naar het laatste. Vooraf? Dan krijg je vooraf het rondje, dat al die mensen … Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Vooraf, het lijkt heel handig, maar stel nu dat er in de raad zich een situatie voordoet waarin ik toch een motie wil indienen, dan wil ik die mogelijkheid hebben. De voorzitter: De moties worden ingediend op het moment dat jij met je woordvoering komt. Helemaal prima. Dan nog een laatste over amendementen. Het bestemmingsplan heeft heel veel juridische kanten. Dat weten we allemaal. Een amendement kun je wel indienen, maar als het juridisch niet houdbaar is, heeft het niet veel zin. Tot morgen om 12.00 uur kan er met de griffie overlegd worden over de juridische houdbaarheid en dergelijke. Ga niet maandag ineens nog een amendementje verzinnen, want dan loop je het risico dat dat helemaal niet kan. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, bij mij wat verwarring of we starten met het indienen van de moties of niet? Ik dacht te begrijpen van wel. De voorzitter: Dat heeft u verkeerd begrepen. Want mijnheer Klerk heeft juist gezegd … De heer Noldus: Voorzitter, dan wil ik een alternatief voorstel doen. Dat we starten met het indienen van de moties. Dan kunnen ook alle partijen daarop reageren.

En het staat natuurlijk partijen vrij, zoals ook het CDA, om later nog, en dat zal in de raad zijn, een motie of amendement in te dienen. Maar ik denk dat we anders toch een grote herhaling van vandaag krijgen. En dan krijgen we pas in de tweede termijn een reactie op de moties door de partijen die als eerste aan het woord zijn. Lijkt me niet wenselijk. De voorzitter: Heel concreet, eerst worden alle moties, amendementen ingediend en toegelicht. Kort uiteraard en bondig, want er is nu al behoorlijk wat over gewisseld. Wie kan zich daarin vinden? Vervolgens krijgen we dan de spreekronde, waar je met name gaat reageren op die moties en amendementen. En dan zou ik zeggen, voorzien van een korte en bondige inleiding. Totaal heb je vijf minuten. Het moet kort en bondig, denk ik. Dat is dan de tweede ronde, zou je eigenlijk kunnen zeggen. Nu hebben we de eerste gehad. Maar we noemen het daar dan de eerste. Wethouder, het college gaat reageren en daarna krijgen we de afronding. En het wordt een mooie vuurdoop, denk ik, voor onze nieuwe burgemeester. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik ga mee in de suggestie die mevrouw Koene aangaf. De voorzitter: Dat houdt in, gewoon vrij? Mevrouw Stolk: Ja.

71

De voorzitter: Dat is prima. Maar wel met in achtneming van de vijf minuten, en dat je in die vijf minuten ook gereageerd moet hebben op moties en amendementen. Mevrouw Stolk: Uiteraard. De voorzitter: Komt goed. Mijnheer Den Boer, heeft u alles? Iedereen hartelijk kan danken, ook het college en de ambtelijke ondersteuning, publiek voor de aanwezigheid. Ik verzoek iedereen zijn spulletjes mee te nemen en op te ruimen. En ik wens u nog een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 15 juli 2025.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

N. Mol

72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/914/documents/41696