CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2025.05.27 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 547.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De motie wordt geacht te zijn aangenomen. Tegen hebben gestemd Beter voor Dordt, fractie Forum voor Democratie, Gewoon Dordt, Op Ons Eiland, Fractie Stam en de VVD. Aan de orde is de motie 4, Behoud de Oude boomgaard, stop verdere stappen richting villabouw, ingediend door Beter voor Dordt. Wie wenst een stemverklaring? Mijnheer Groenewege, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Voorzitter, we vinden deze motie heel sympathiek, maar we stemmen er toch tegen, maar dat mag niet gezien worden als onze definitieve steun aan dit plan. Dit plan komt nog naar de raad voor een wijziging van het bestemmingsplan. En dan zullen we toetsen of de ecologie in stand blijft, of niet. De voorzitter: Anderen? Mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. De heer Uysal: Voorzitter. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik wil me heel graag aansluiten bij de stemverklaring van de heer Groenewege. De voorzitter: Dan de heer Uysal. De heer Uysal: Dat geldt ook voor GroenLinks, voorzitter.

46

De voorzitter: Dan kunt u stemmen. Voor de motie hebben gestemd 4 leden van uw raad, tegen 34. Voor hebben gestemd Beter voor Dordt en de fractie DENK. De motie wordt geacht te zijn verworpen. Aan de orde is de motie van GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en Op Ons Eiland, Laat stijging grondwaarde ten goede komen aan de stad. Wie wenst er stemverklaring? Dan begin ik bij de heer Droog, ChristenUnie/SGP, en dan de heer Safranti. De heer Droog: Voorzitter, dank u wel. Met de toezegging van de wethouder dat er na de zomer een uitwerking komt op het kostenverhaal, gaan wij niet instemmen met motie 5A. De voorzitter: Dan de heer Safranti, fractie DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ondanks dat de aangepaste motie vrijblijvend is, maar goed horende wat de wethouder heeft gezegd, ook over de toezegging, ga ik in dit geval wel meestemmen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Niet dat wij het zo fantastisch vinden dat er alleen maar dure huizen worden gebouwd. Maar wij willen niet in een situatie terechtkomen, zoals met pandje Teerlink, dat er oeverloos gepraat kwam over een bouwplan. Vanuit die optiek zullen wij voor deze motie stemmen. De voorzitter: Mijnheer Klerk, CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Planologische meerwaarde en hoe daarmee om te gaan, is iets waar we het in een bredere discussie over zouden moeten hebben.

Wij stemmen tegen de motie, omdat het afromen van een planologische meerwaarde op dit project niet is waar wij voor staan. De voorzitter: Andere leden van uw raad? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, VSP. Mevrouw Stolk: Wij sluiten aan bij de stemverklaring van het CDA. De voorzitter: Mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Die hoorde ik. Dat vind ik ook. Ik sluit ook aan bij het CDA. De voorzitter: De motie, voor hebben gestemd 16 leden van uw raad. Tegen hebben gestemd 22 leden van uw raad. De motie wordt geacht te zijn verworpen. Voor hebben gestemd fractie DENK, GroenLinks, Op Ons Eiland, Partij voor de Dieren, Partij van de Arbeid, SP, Fractie Stam, Fractie van Leeuwen. En dat is. Fractie van der Spoel. Dat klopt. En daarom is de motie niet aangenomen. 50.Vaststellen huisvestingsverordening 2025 – Raadsvoorstel

47

De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de huisvestingsverordening, agendapunt 50, 2025. Deze is beeldvormend besproken in een commissie. 20 mei oordeelsvormend. En het is besloten dat het stuk ter bespreking is doorgeleid naar de gemeenteraad. Voor ieder geldt een spreektijd van twee minuten. Ik heb veel moties en amendementen in concept gezien. Ik herhaal het nog eens. Ik heb in ieder geval van de ChristenUnie/SGP, Partij voor de Dieren, VVD, GroenLinks, Beter voor Dordt en Fractie Stam. Voor het gemak, alleen de initiatiefnemers en nog niet de eventuele mede-indieners. Klopt het, of zijn er meer mede-indieners? Dan stel ik voor om te starten met een korte toelichting op en het indienen van de moties en amendementen. En dan kan iedereen in de gebruikelijke volgorde reageren. Ik start bij de ChristenUnie/SGP voor het toelichten en indienen van de moties en amendementen. Wie mag ik het woord geven? De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. We dienen vandaag twee moties. In de eerste motie is Duidelijke kaders voor Wonen Eerst. Een motie die Dordtenaren meer kansen geeft om een einde te maken aan hun dakloosheid. Een doelgroep die te lang niet is gezien en met deze kaders nieuw perspectief krijgt.

De motie biedt zowel een kortetermijnperspectief, via het experiment, als een langetermijnperspectief, via een toekomstige aanpassing van de verordening. De tweede motie die we indienen, maakt een einde aan een regeling die eigenlijk niet meer van deze tijd is. Het creëert niet op wonderbaarlijke manier netto meer woningen, maar het voorkomt dat de wachtrij onnodig lang is, waardoor op dit moment vooral jongeren minder kans maken. Dank u wel. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de VVD. Wie mag ik het woord geven? De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Wij dienen twee moties in. De eerste heeft betrekking op een voorbereiding van een wetsvoorstel. En die dienen we samen in met de Fractie Stam, Op Ons Eiland en de Fractie van Leeuwen. En wij vragen hierin het college om vast na te gaan denken wat we moeten doen als er een verbod is op de voorrangsregeling. En daarnaast dienen wij zelf nog een motie in om militairen en veteranen aan de experimentenregeling toe te voegen. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Ik dank u zeer. En dan geef ik het woord aan GroenLinks. Wie mag ik het woord geven? De heer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Er is nog steeds een groot tekort aan betaalbare woningen. Dat wil zeggen, aan woningen die echt betaalbaar zijn voor veel mensen.

De eis om in een aantal wijken alleen woningen boven de 70 vierkante meter te kunnen vormen, betekent in feite dat die wijken voor velen onbetaalbaar zijn en blijven. Daarom willen wij graag ruimte om ook wat kleinere woningen in die wijken mogelijk te maken. Daar gaat de motie Maak kleine woningen mogelijk over. Dan de andere motie. In juni vorig jaar nam de raad, onder leiding van het toenmalige raadslid Van der Kruijff, met grote meerderheid een motie aan om bij woningsplitsing, waarbij de eigenaar in de woning blijft wonen, een eis te stellen dat beide deden ten minste 45 vierkante meter zijn. Dat is niet gehonoreerd in de huisvestingsverordening. Vandaar nu het amendement om dat wel te doen.

48

De voorzitter: Dank u zeer. Beter voor Dordt, de heer Katif. Gaat uw gang. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Met ons amendement willen we graag voorkomen dat er een te ruime norm voor kamergewijze verhuur in woonstraten wordt toegestaan. Weliswaar in de beleidsregels is voorgesteld dat er maximaal 3 procent kamerverhuur per straat mag worden toegestaan in woongebieden, daargelaten de binnenstad. Maar wij vinden dat te veel. Voorzitter, beleidsregels zijn een zaak van het college, maar de verordening is wel leidend. An als je die openlaat, geef je ruimte voor de versoepeling in een gevoelig onderwerp, terwijl dit juist iets is dat de bewoners direct raakt. Daarom willen we hier in de verordening een duidelijke grens vastleggen. En die is maximaal 2 procent. En waarom, voorzitter? Omdat we weten wat de gevolgen kunnen zijn als die grens te ruim wordt. De leefbaarheid in de straat verandert. Meer bewoners per pand betekent meer auto's, meer afval, meer wisseling en minder binding met de buurt. Je ziet het al, 2 procent. Bij 3 procent worden die effecten nog groter, voorzitter. Met 2 procent blijft er ruimte voor jongeren en starters, maar houden wij het wel beheersbaar voor de straat. En dat is wat we willen, voorzitter, een goede balans tussen verschillende woonvormen, zonder dat het ten koste gaat van de leefbare wijken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer.

Fractie Stam, de heer Stam. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een tweetal amendementen en 3 moties. Laat ik beginnen met Oprekken woonverleden. Wij zijn van mening, omdat er heel veel vraag is en de wachtlijsten heel groot zijn, dat we de maatschappelijke binding in onze stad moeten verlengen naar zeker 8 jaar. En dan onafgebroken ingezetenen zijn geweest van Dordrecht, los van de regio. Om hier de druk wat van de markt af te halen. Dan heb ik een motie, Onderhoud sociale corporatiewoningen. Op basis van een aantal woningbezoeken hebben wij geconstateerd dat woningen van woningbouwcorporaties op een aantal fronten heel veel te wensen overlaten. Deze dienen wij mede in met Fractie van Leeuwen en de Dordtse VVD. En daaruit voortvloeiend, uit die gesprek, kwam naar voren dat een aantal mensen die in die woningen wonen al lange tijd staan ingeschreven als woningzoekende. Alleen door de stelselwijziging in 2020 ze hun voormalige inschrijfduur kwijt zijn geraakt. Wij vragen eigenlijk met de motie herstel dat inschrijfverlies, zodat die mensen een reële kans maken op een woning. Daarnaast hebben wij nog een amendement over de 70 vierkante meter, of 40, wat de raad hierover beslist.

Wij zijn wel van mening dat de gunning voor de eerste 6 jaar na in werking treden aan jongeren, starters of jonge gezinnen, die de laatste 8 jaar onafgebroken in Dordrecht woonden en ingeschreven staan als woningzoekende, dat die als eerste in aanmerking moet komen voor een woning, om zo onze eigen woningmarkt veel beter te kunnen reguleren. En daarnaast hebben we nog een motie Dakloos en quota. Wij zijn van mening, los van alle onderzoeken die er zijn, dat we veel breder moeten gaan kijken dan alleen de methodieken die we nu hebben. Ik verwijs daarvoor naar LIMOR B.V. die daar wat verder in gaan als Housing First. En daarnaast vragen wij nu een quota voor de komende jaren hoeveel daklozen wij gaan huisvesten de komende jaren, om het probleem alleen maar kleiner te maken. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u zeer. Kijk ik even of alles is gediend. De heer Groenewege: Voorzitter.

49

De voorzitter: Mijnheer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, het college wil gaan experimenteren met voorrang voor mensen die werken bij de politie, in de zorg en in het onderwijs. Vitale beroepen noemt het college dit. En dat is zeker waar. Ook de Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat deze beroepsgroepen woonruimte in Dordrecht kunnen vinden. Maar zo zijn er wel meer beroepsgroepen die van essentieel belang zijn om de samenleving draaiend te houden. In de motie hebben we er enkele genoemd. Denk aan mensen die werken bij de brandweer, in het ov, in de afvalverwerking of in de gevangenis. In totaal werkt, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, zo'n 36 procent van Nederland in een cruciaal beroep. En de groep die het college voorrang wil geven, is daar een tamelijk arbitraire selectie van. Als we die groep voorrang geven, wordt het voor mensen in verreweg de meeste cruciale beroepen nog moeilijker om een woning in Dordrecht te vinden. Ook biedt de voorrangsregeling die het college voorstelt geen echte oplossing voor een tekort aan personeel. Deze maatregel verschuift alleen het probleem van Dordrecht naar andere gemeenten.

Voorzitter, dit experiment levert een bult administratieve rompslomp op, zadelt omliggende gemeenten met nog grotere tekorten aan essentieel personeel op en zorgt ervoor dat talloze cruciale beroepsgroepen nog moeilijker aan een woning komen in Dordrecht. Daar moeten we niet aan beginnen. Daarom dient de Partij voor de Dieren, samen met de PvdA en Forum voor Democratie een motie in om dit experiment geen doorgang te laten vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Dan gaan we nu aan de gedachtewisseling beginnen. En wil ik de VVD vragen de aftrap te doen. Wie wenst het woord? De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Laat ik dat doen, voorzitter. Er is al heel veel meegegeven als kader natuurlijk, ook richting het college, door middel van moties en amendementen. En dit is een uitwerking hiervan. En de verordening voldoet aan de meeste van die moties en amendementen. Maar het blijft een verdeling van schaarste. Wij hebben de motie ingediend om het wetsvoorstel, wat is ingediend om de voorrang voor statushouders, om daar in ieder geval vast een voorbereiding op te maken. Volgens ons als Dordtse VVD is het niet meer te verkopen dat Dordtse burgers gewoon veel te lang moeten wachten en dat statushouders daarvoor gaan. Ik heb nog even de cijfers van 2024 hier voor me. De echte voorrang was 326. En daarvan 155 statushouders gingen voor.

Dat is bijna meer dan de helft. En nogmaals, wij steunen ook het wetsvoorstel op dat punt. Ik zie allerlei mensen zwaaien in mijn ooghoek. De voorzitter: Interruptie, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Een vraag aan de heer Van der Net. Hij zegt aan de ene kant, bereid je voor in de motie op de situatie waarin landelijk wordt geregeld dat het geen voorrang meer mag zijn. Aan de andere kant zegt hij, we vinden het als VVD niet acceptabel dat statushouders überhaupt voorrang krijgen. Begrijp ik nu dat u wil dat de taakstelling die we hebben om statushouders te huisvesten overeind blijft, of wil u die niet overeind houden? En als u hem wel overeind wil houden, wat is dan de richting waarin de VVD zit te denken om aan die taakstelling te voldoen, als die landelijke regel tot stand komt?

50

De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Die vraag was te verwachten natuurlijk. En als het wetsvoorstel gelezen was, dan staat daar keurig in dat die taakstelling inderdaad blijft, maar dat dan de gemeentes moeten voorzien in een andere wijze van huisvesten. En ik geef als voorbeeld dat we het Schippersinternaat hier voor de Oekraïners ook om hebben gebouwd tot een grootschalige opvang. En dat dat een van de mogelijkheden is om uiteindelijk ook statushouders op te vangen. En mocht dat extra kosten opleveren, dan gaan we ervan uit dat het Rijk die vergoedt. Want als men op die manier inderdaad die voorrangsregeling schrapt waar wij echt voor zijn, dan moeten we op zoek naar andere manieren van huisvesten. En dan komen we op die manier dan ter zake, voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. Dat was het, mijnheer Van der Net? De heer Van der Net: Ik zie nog een vingertje. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Maar die had zich nog niet gemeld. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Toch benieuwd, de heer Van der Net beweert net aan de hand van cijfers dat statushouders veelal via de voorrangsregeling een woning zouden krijgen. Maar uit onze cijfers vanuit het RIGO-rapport blijkt dat het maar om 7 procent van de statushouders gaat die een woning krijgt.

Ik ben benieuwd hoe de heer Van der Net tegen die wisseling van cijfers aankijkt? De heer Van der Net: Ik denk dat dat ook een vraag is eventjes richting de wethouder. Ik heb dit gewoon uit de stukken van het college gehaald. En daar staat dat er, ik citeer nog even, voorzitter, “2024 532 voorrang”. Maar dat betreft 206 herhuisvesting. Dat vinden wij geen voorrang. De echte voorrang is 326. En 155 zijn er naar statushouders gegaan. Misschien kan dadelijk de wethouder dan misschien ook eventjes deze cijfers waarderen, voorzitter. De voorzitter: Nog anderen? Dank u. De heer Van der Net: Ik was nog niet klaar, voorzitter. De voorzitter: Maar ik vroeg u net, gaat u verder. Gaat u verder. De heer Van der Net: Maar toen gaf ik aan dat er een vingertje was, voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Net: Dank u. Nogmaals, wat ik heb aangegeven, wij hebben ook met de vitale beroepen militairen toegevoegd, in deze huidige situatie, ook veteranen. En ik heb wat dat betreft twee jaar geleden een hele schrijnende situatie meegemaakt van een veteraan met PTSS, die echt geen woning kon krijgen. En dat is uiteindelijk dan via het kabinet van de burgemeester nog geregeld. Wij willen gewoon ook graag deze in de experimentenregeling hebben, voorzitter. En ik zal in ieder

51

geval dadelijk aangeven nog welke moties en amendementen wij steunen, want dat haal ik in die twee minuten niet, voorzitter. Helaas. De voorzitter: Helder. Ik dank u zeer. Dan kom ik bij GroenLinks. Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel. Voorzitter, er is behoefte aan veel meer echt betaalbare woningen. De voorliggende huisvestingsverordening met voor de binnenstad, de Schil, Reeland, Krispijn en De Staart de eis van minimaal 70 vierkante meter betekent dat in die wijken geen sociale koopwoningen, laat staan echt betaalbare woningen kunnen worden gemaakt. Daarom moet ons inziens de eis worden verlaagd. Natuurlijk niet alleen om kleine woningen te bouwen, maar wel ook kleinere woningen. Anders houden we het huisvestingsprobleem gewoon in stand. Althans, in deze delen van de stad. Bijkomend argument is nog, we woekeren met de ruimte. En die is ook nodig voor groen, parkeren, spelen, bewegen, ontmoeten. Dan de motie over woningsplitsing, waarbij de eigenaar blijft wonen, die heb ik net toegelicht. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stam. Uw buurman heeft een interruptie. Mijnheer Stam. De heer Stam: Een vraag aan de heer Van der Meer. Wij hebben een amendement ingediend om die gesplitste woningen alleen toe te bedelen aan mensen die al een x-tijd wachten op een woning en woonachtig zijn in Dordrecht.

Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het idee op zich om voor mensen in Dordrecht in de woonbehoefte te voorzien, spreekt ons erg aan. De motie van Fractie Stam leek ons erg ingewikkeld. Ik wil daar graag eerst reflectie van de wethouder op horen, om te kunnen beoordelen of dat praktisch te doen is. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel. De motie over woningsplitsing heb ik denk ik bij de indiening voldoende toegelicht. Dat is gewoon de uitspraak die de raad vorig jaar gedaan heeft en het voorstel om dat nu in de verordening op te nemen. En het tweede thema, naast de grootte van woningen, betreft woningen voor wie? Voor iedereen die er behoefte aan heeft natuurlijk. Maar voor sommigen is dat urgenter dan voor anderen. Dak- en thuislozen die echt geen vast onderdak hebben, is zo'n groep. En we dienen daarom de motie van ChristenUnie/SGP over de kaders voor Wonen Eerst mee in. Aan voorrang voor bepaalde beroepsgroepen is, zoals de Partij voor de Dieren zegt, gezien de tekorten in vele sectoren en de vraag of huisvesting in de stad echt helpt om de vacatures te voorzien, ons inziens op dit moment niet echt behoefte. En we neigen om die motie van de Partij voor de Dieren te steunen. Op dit moment laat ik het daar verder even bij. Ik heb bij interruptie op anderen straks nog wel een paar vragen.

52

De voorzitter: Dank u zeer. Het was op het secondje af. U hebt het keurig gedaan. Echt waar. Beter voor Dordt, de heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Wij spreken in ieder geval vandaag over de vraag of we het maximumpercentage voor kamerverhuur in woonstraten moeten verhogen van 2 naar 3 procent. Beter voor Dordt zegt nee. En daar hebben wij goede redenen voor. En zal ik zo meteen uitleggen, voorzitter. Uit woningmarktonderzoek van de Drechtsteden blijkt dat 3 procent van alle huishoudens al onzelfstandige woonruimte is. Dus in kamers. Dat is fors en laat zien dat deze woonvorm in onze regio ruim vertegenwoordigd is. Maar voorzitter, wat het rapport niet laat zien, waar die kamers precies zijn. Er zijn geen actuele cijfers beschikbaar op straat- en wijkniveau over spreiding, overlast, stapeling van kwetsbaarheid. En juist dat maakt verruiming van het kamerpercentage riskant. We hebben vorige week, voorzitter, nog een overzicht gevraagd over de kamerverhuur per straat. Het antwoord op deze vraag, voorzitter, en ik citeer “Deze vraag is niet te beantwoorden binnen de gevraagde termijn, want vergt veel handmatig uitzoeken. De gegevens met een simpele druk op de knop te produceren zijn, moeten nog zoveel bewerkingen ondergaan dat de gewenste cijfers komen dat dit praktisch nauwelijks uitvoerbaar is.” Dat zegt wat, voorzitter. Dit antwoord bevestigt precies ons punt.

We hebben de gegevens niet. En als we ze al willen, moeten we oppassen voor ongewenste marktwerking, voorzitter. Dan blijven we ons standpunt vasthouden aan de 2 procent. Dan ga ik even, voorzitter, op een aantal moties in. Motie van de VVD. De heer Van der Net: Voorzitter. De heer Katif: Ik wacht. De heer Van der Net: Maar anders dan gaan we al gelijk naar de moties misschien. De voorzitter: Ik kreeg even een iets wat ik moest, had mijn aandacht. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, een vraag aan de heer Katif. Wat ik heb begrepen, is dat door de Omgevingsdienst, bij de beoordeling of kamers toegestaan zijn, gekeken wordt naar blokken van ongeveer honderd woningen. En dan gaat de discussie over, laten we in zo’n blok, in zo'n contingent twee of drie woningen van kamers voorzien. Is dat het echte probleem, of is het echte probleem dat er ook veel illegaal kamers worden gemaakt en gehuurd? De voorzitter: Mijnheer Katif.

De heer Katif: Voorzitter, de beide vragen die de heer Van der Meer heeft gevraagd, heeft hij antwoord al op gegeven. De beide vragen zijn inderdaad een probleem. Wij beschikken over die cijfers niet. Lijkt mij, als ik zou zeggen, wij als verstandige politieke partij, Beter voor Dordt, je moet gewoon je baseren op cijfers die er zijn. En als die er niet zijn, dan moet men het ook gewoon houden bij datgene wat er al is. En dat is die 2 procent.

53

De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Net: Heel even. Ik wilde ook nog even kort op die 2 procent ingaan, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik heb Beter voor Dordt op dit punt weleens vergeleken met een grijsgedraaide plaat, wat zichzelf herhaalt. En an sich kan ik natuurlijk met betrekking tot de leefbaarheid en dergelijke nog wel meegaan. Maar ik heb de heer Katif gevraagd, ook wel in de commissie, u maakt die keuze gewoon, omdat u zegt, dat is voor ons heilig. Maar dat er eventueel dan toch iets meer woningen of kamers vrijkomen, dat vindt u wat minder belangrijk, voorzitter, via u. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik hoor geen vraag. En die vraag die is gesteld in de commissie. En mijnheer John van der Net, heb ik in de commissie ook gewoon beantwoord. En blijft voor ons consistent, zolang dat we die cijfers niet hebben, kunnen wij namelijk niet wijken van die 2 procent naar 3 procent. Dat lijkt me heel evident. Voorzitter, ik ga verder even met de motie van de VVD. Beter voor Dordt steunt deze motie, voorzitter, omdat we voorbereid willen zijn, onderzoek en alternatief voor het gesprek met het Rijk over vergoeding van de extra kosten. Geen afwachten, maar vooruitkijken, voorzitter. Als het gaat om het amendement Maak kleine woningen mogelijk. Ik zit even naar de tijd kijken, voorzitter.

Als ik niet uitkom, dan zal ik in de tweede termijn er even iets over zeggen. Amendement van GroenLinks, om de ondergrens van de woningvormen te verlagen van 70 naar 40, met een differentiatie op basis van WOZ-waarde. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, hier rechts. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Ik hoorde in alle snelheid voorbijkomen dat u de motie over de statushouders steunt, als Beter voor Dordt. Wat wilt u dan met de plicht die we alsnog hebben, ook al wordt die wet veranderd, om gewoon mensen te huisvesten? De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: U hebt mij niet gehoord dat we gewoon niet moeten huisvesten. Dat heb ik niet gezegd. Op het moment dat je mensen huisvest, de statushouders, dan vind ik dat je een verantwoordelijkheid neemt. En ik vind dat het Rijk ook gewoon haar verantwoordelijkheid neemt. En ik snap de gedachte wel. En vanuit dat oogpunt probeer ik even de VVD te ondersteunen, in deze. Bent u het met me eens dat de VVD dit ook landelijk zou kunnen aankaarten, dat het kabinet gewoon meteen met de oplossing moet komen als ze de gemeente met weer een probleem opzadelt? De heer Katif: Dat is niet mijn verantwoordelijk. Onze vraag als Beter voor Dordt volgens mij aan de VVD. Maar zal u even in tweede termijn moeten vragen. Voorzitter, ik heb nog

54

vijftien seconden. Ik zal even kijken. Het amendement van GroenLinks. Het lijkt juridisch uitvoerbaar, maar volkshuisvestelijk riskant en inhoudelijk onvoldoende onderbouwd. Voorzitter, er zijn wat reële punten. GroenLinks voert de differentiatie op basis van de WOZ-waarde. Is op zichzelf juridisch verdedigbaar. Wat eigenlijk in Den Haag ook weleens gebeurt en wordt toegepast. Dat juich ik wel toe. Maar de kritische kanttekeningen wegen iets zwaarder dan de reële punten in het amendement. Voorzitter, ik zal daarna nog, hetzij in tweede termijn zijn de stemverklaringen, na het horen van het college alsnog een … De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar de VSP De heer Katif: Dank u. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven, namens de VSP? Gaat uw gang, mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Er is dringend behoefte aan meer bouw, met een focus op betaalbare en levensloopbestendige woningen. De bestaande regels sluiten onvoldoende aan op de veranderde woonbehoefte van ouderen, starters en kleine huishoudens. We missen een duidelijke visie op wonen voor ouderen in het voorstel. Daarom roepen wij het college op om explicieter beleid te ontwikkelen voor deze groeiende doelgroep en concrete prestatieafspraken te maken met woningcorporaties. Daarnaast pleiten wij voor meer gemeentelijke regie op urgentietoewijzingen.

Dit mag niet alleen bij de woningcorporaties liggen. Wij pleiten er ook voor dat iedere gemeente zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, wat betreft urgentie toekennen voor eigen bewoners. Urgentie voor daklozen uit Dordrecht eerst. De verordening biedt onvoldoende concrete oplossingen voor het voorkomen van dakloosheid. Het vraagt om een mensgerichte aanpak, doorstroming en maatwerk. Wat betreft statushouders is herbezinning binnen de regio noodzakelijk, zeker gezien de hoge woningdruk. Ook de regio moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Een mooie opdracht voor de wethouder om dit te stimuleren. Het draagvlak in de stad moet vooropstaan. Laten we samenwerken aan een toekomstbestendig beleid. Op dit moment gaan we nog niet in op alle amendementen en moties. Wij wachten de reactie van de wethouder daarop even af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. En volgens mij is het uw maidenspeech. Even een applaus. Heel fijn en mooi gesproken. Proficiat. Dan ga ik door naar de ChristenUnie/SGP. Mijnheer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, om te beginnen, dank aan iedereen die hard gewerkt heeft aan deze huisvestingsverordening. We zijn blij dat het college ruimte heeft gegeven aan verbetering, zo ook via de experimentenregeling. Het biedt ons als raad de kans om iets significants te betekenen voor een doelgroep die te lang, soms letterlijk in de kou heeft gestaan.

Deze doelgroep is niet gebaat bij een maatschappelijke opvang, maar moet gewoon zo snel mogelijk weer mee kunnen doen. En een eigen dak boven je hoofd is daarvoor cruciaal. Mevrouw Striebeck: Voorzitter.

55

De voorzitter: Mevrouw Striebeck, gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Dank u. Ik wil graag een vraag stellen aan de heer De Heer, van de ChristenUnie/SGP. Voorzitter, begrijpen wij het goed dat het alleen om de Dordtse inwoners gaat in de motie? Omdat als het regio gebonden is, en ik hoop dat de heer het met ons eens is, dat de regio het nogal eens af laat weten. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik kan me dat gevoel wel voorstellen dat we inderdaad merken, ik noemde dat woord eerder al vanmiddag, dat woord solidariteit, dat we het soms zelf ook weleens missen. En inderdaad, er is een grote opgave voor ons als centrumgemeente hier in de regio. En die is groot. En ik ben het inderdaad met mevrouw Striebeck eens dat het soms beter mag worden verdeeld. En om die reden, juist om te voorkomen met deze motie dat dit weer een regio-opgave wordt die op onze Dordtse schouders komt liggen, hebben we gezegd, laat dit inderdaad over Dordrecht gaan. Dat is ook echt wat we verzoeken in het dictum. En dat is ook nog meegenomen, dat we vragen aan de wethouder in de uitwerking hiervan dat er geen misbruik kan worden gemaakt, maar dat het inderdaad, zoals mevrouw Striebeck zegt, over Dordrecht gaat. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Net, VVD. De heer Van der Net: Een korte vraag richting de heer De Heer.

An sich begrijp ik natuurlijk wel wat er hier staat in de motie. Maar waarom dan die vijftig noemen? Want het is natuurlijk schipperen met schaarste. En als u zegt, het moeten er vijftig zijn, dan zou het kunnen dat bijvoorbeeld vrouwen die vluchten voor huiselijk geweld even geen woning kunnen krijgen, omdat u zegt, maar we moeten die vijftig hebben. Mijn vraag, voorzitter, waarom gaat u nu getallen noemen in deze motie? De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, begrijpelijke vraag ook. Ik heb echt geprobeerd om dit heel concreet te maken. Want als je dit loslaat en je gaat geen getallen noemen, dan blijft het een soort, waar ik de heer Van der Net eerder ook wel over heb gehoord, vanuit een onvrede van, dan blijft nog steeds bij Woonkeus alleen maar de regie op hoe we dat gaan verdelen. Ik denk dat we zelf als raad ook nu bij deze kaderstelling van het experiment mogen meegeven, wat willen we eigenlijk, welke doelgroep en mogelijk ook wat aantallen. Nou heb ik ook begrepen dat vijftig een serieuze inzet is, maar ook wel een haalbare opgave zou zijn. En dan zou ik ook willen zeggen, dit is een doelgroep die heel lang echt niet is gezien. En die wat ons betreft dan inderdaad nu wat meer aandacht zou mogen krijgen. Om die reden wel een stevige inzet met een aantal. Maar ook omdat er heel lang geen aandacht voor is geweest. De heer Van der Net: Voorzitter.

56

De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Richting de heer De Heer, dank voor dat antwoord. Waar wij met name mee zitten, is dat wij gewoon het vertrouwen hebben in de wethouder om die experimentenregeling wat beter uit te gaan werken. En vandaar dat wij inderdaad een probleem hebben met het getal wat hierin wordt genoemd. En dat wij inderdaad eerder een uitwerking willen zien, voordat wij echt daar richting aan willen geven, voorzitter. De heer De Heer: Voorzitter, daar zou ik nog op willen reageren dat we wij ook die opdracht mee willen geven aan het college, aan de wethouder. We willen daar alleen wel een inzet in meegeven. Want als we nu op dit moment als raad met dit probleem en deze urgentie in onze stad geen duidelijke inzet meegeven, dan kunnen we misschien ook niet zo gek veel verwachten. Dat is onze inzet. En we wachten dan ook de uitwerking af. De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Mag ik een verduidelijkende vraag stellen aan de heer De Heer? Mijnheer De Heer, een heel mooie en nobele motie. Ik heb wel even een vraag rondom uw motie Duidelijke kaders voor Wonen Eerst. En dan dictum 3, verzoekt het college. En u zegt daarin, binnen deze groep prioriteit te geven aan eenoudergezinnen, jongeren en jongvolwassenen tot 28 jaar. En daar kunnen wij redelijk mee instemmen.

Maar waar wij ook vanuit de samenleving in ieder geval meekrijgen dat juist gezinnen, papa, mama en kinderen, ook een doelgroep is die bediend zou moeten worden. En u neemt eenoudergezin expliciet op. Wat is daar het achterliggende idee bij? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik vind het een hele mooie vraag van de heer Gündogdu. En u kunt van ons als ChristenUnie/SGP verwachten dat wij ook echt de aandacht hebben voor de gezinnen die nog heel zijn, even zo gezegd. En daar is ook nood. En deze motie roept zeker niet op om daar geen aandacht voor te hebben. Maar we stellen wel een bepaalde prioriteit, omdat we echt wel uit het veld horen dat bij jongvolwassenen en jongeren en bij die eenoudergezinnen daar wringt de schoen op dit moment het meest. En daar staat het water nog meer aan de lippen. Om die reden toch een bepaalde prioritering, zonder het idee te geven dat gezinnen geen aandacht zouden verdienen. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. Dank u wel, voorzitter. Wij hadden nog een vraag over het laatste punt in het dictum, waarin staat dat deze groep, ETHOS Light, structureel moet worden opgenomen na afloop van het experiment. Mag ik aannemen dat dat alleen is als het experiment succesvol is? En wat benoemt u als succesvol? De voorzitter: Mijnheer De Heer.

57

De heer De Heer: Voorzitter, terechte vraag. Ik heb hier ook over nagedacht, over welke woorden gebruik je hiervoor? En inderdaad, mevrouw Van Vugt mag het op die manier ook zo interpreteren. Wat ons betreft als dit natuurlijk niet slaagt, dan is dat inderdaad geen logisch vervolg vanuit het dictum dat dan ook die volgende stap wordt gezet. We vragen hier in deze motie natuurlijk ook om een terugkoppeling, om dan met elkaar erover te kunnen spreken, hoe bevalt dit, hoe verloopt dit en wat zijn inderdaad de successen? Wat ons betreft is een succes als er woningen vrijkomen voor specifiek deze doelgroep, zodat er ook inderdaad waar dat zolang niet is geweest nu echt de aandacht komt. De voorzitter: Gaat u verder. De heer De Heer: Voorzitter, ik zal kort ingaan op de moties en amendementen die collega's hebben ingediend. De motie van de Partij voor de Dieren over de voorrang beroepsgroepen. We snappen dat gevoel van willekeur eigenlijk heel goed. Tegelijkertijd vindt onze fractie ook dat we ons als gemeente vrij moeten voelen om wel een voorkeur uit te spreken. En om die reden op dit moment geen steun voor de motie. Tegelijkertijd de motie van de VVD over het nog toevoegen … De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik ben benieuwd hoe de ChristenUnie/SGP denkt over brandweerlieden.

Want die zijn door het college niet genoemd als vitale beroepsgroep. Is toch best ingewikkeld als je als brandweerlid niet in de buurt van de kazerne woont. Hoe kijkt de ChristenUnie/SGP ernaar? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, goede vraag van de heer Groenewege. En ik kan er nog wel tien aan toevoegen die mij ook aan het hart gaan. Tegelijkertijd hebben we op dit moment een bepaalde voorsortering gemaakt. Ik kan daar wel mee leven, onze fractie kan daar wel mee leven, ondanks dat ik het met de heer Groenewege eens ben dat die lijst niet compleet is op dit moment. De voorzitter: Gaat u verder. De heer De Heer: Dan de motie van de VVD, over het nog toevoegen van nieuwe doelgroepen. Wat ons betreft is er eerder een koers ingezet van een aantal doelgroepen. En daar, zoals gezegd, kunnen we op dit moment mee leven en kunnen we dat ook steunen. Dan de motie van de VVD over de voorrangsregeling statushouders. Geen steun van ons. We hopen überhaupt dat deze wetgeving er niet komt. En als die er komt, dan zullen we zien hoe we ons als gemeenteraad daartoe moeten verhouden. Amendement van GroenLinks over kleinere woningen. Wat ons betreft is de verruiming naar kleinere woningen, zoals die nu voorligt in de verordening, gewoon goed in balans.

We willen ook voorkomen dat de woningvoorraad in de stad nog verder wordt opgeknipt, terwijl er ook zeker behoefte blijft aan woningen met drie kamers of meer. Maar we wachten daarin wel ook de reactie van de wethouder af.

58

De heer Van der Meer: Voorzitter. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Een vraag aan de heer De Heer. Want hij zegt, het is nu goed voorzien. Maar dat betekent dat in de wijken die ik eerder noemde, Reeland, De Staart, het Centrum, 19e-eeuwse Schil, Krispijn, dat daar geen woningen kleiner dan 70 vierkante meter kunnen worden gebouwd, volgens deze verordening. En ook niet kunnen worden gecreëerd in bijvoorbeeld panden die leegkomen. Betekent dat niet dat deze wijken gewoon onbetaalbaar worden voor grote delen van de doelgroep, starters, jongeren, ouderen ook die wat kleiner willen gaan wonen, enzovoort? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik hoor de opmerking van GroenLinks en ik snap ook die vraag. Ik vind het lastig om hem helemaal ook nog echt goed te kunnen duiden. Om die reden ook dat we zeiden, we wachten graag antwoorden van de wethouder af. Zouden we best mee willen bewegen, met deze amendementen, maar daarvoor moeten we nog iets meer comfort hebben. Voorzitter, ga ik nog even door. Het amendement van Beter voor Dordt over kamergewijze verhuur. Geen steun vanuit ons op dit moment. Alle begrip voor de zorg die Beter voor Dordt heeft, maar wij delen die zorg op dit moment alleen niet.

Tot slot de motie onderhoudt en de motie Daklozen en quota van de heer Stam, die hebben wel onze interesse, maar ook daarvoor wachten we nog even de reactie van het college af. Dank u wel. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Misschien heb ik het gemist in de bijdrage van de ChristenUnie/SGP, maar onze fractie had een vraag over hun motie Maak de rij niet onnodig lang. Want daar wordt gezegd dat mensen die zich opnieuw inschrijven, die al een sociale huurwoning hebben geaccepteerd en die binnen twee jaar geen nieuwe woning accepteren, dat dan hun inschrijfduur vervalt. Maar wij vragen ons als fractie sterk af wat daar het voordeel van is? Want stel dat die mensen een nieuwe sociale huurwoning accepteren, dan laten ze ook weer een sociale huurwoning achter. Wat is eigenlijk daar erg aan? Dat is eigenlijk de vraag aan de ChristenUnie/SGP. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, hele begrijpelijke vraag. Ik heb deze met veel fracties besproken. Ook ambtelijk hebben we het hierover gehad. En inderdaad, wat ik al in mijn bijdrage zei, we toveren niet op deze manier opeens netto extra woningen erbij. Het punt is alleen dat er een bepaalde wachtrij is op dit moment. En die is voornamelijk gevuld met niet jongeren, laat ik het zo zeggen, omdat er inderdaad zo'n regel is dat je je

59

inschrijfduur als degene die allang in staat geschreven gewoon weer terugkrijgt na herschrijving. En dat vinden we een soort van vervuiling of verrommeling van de wachtrij. En die zouden we op deze manier toch wat willen uitdunnen, zodat toch jongeren relatief wat meer kansen krijgen. Op dit moment hebben jongeren vijf keer minder kans op een woning dan ouderen. En ons inziens, deze aanpassing draagt daar iets aan bij. De heer Groenewege: Voorzitter, ik ben dan toch wel heel erg benieuwd hoe deze motie ervoor zorgt dat jongeren meer kansen krijgen? Want wat ik zei, als iemand verhuist van de ene naar de andere sociale huurwoning, laat hij ook weer een huurwoning achter. Onze fractie begrijpt gewoon niet hoe dit ervoor zorgt dat jongeren meer kans krijgen op een sociale huurwoning. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik snap ook die vraag. Wanneer iemand een woning achterlaat, dan is de vraag, wie heeft er vervolgens weer kans op die volgende woning? En dan is dat elke keer weer een niet jongere op dit moment, relatief gezien. Inderdaad, het is niet dat er geen nieuwe woning vrijkomt, maar elke keer de groep die dan weer kans maakt op die woning is vaak weer een niet jongere. En deze aanpassing draagt daar iets aan bij. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, volgens mij ben ik zo door mijn punten. Dank u wel.

De heer Hartmeijer: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie van de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Vraag aan collega De Heer. Hij is niet voor het verder verkleinen van woningen door splitsing, als ik hem goed heb beluisterd. Maar er zijn toch ook manieren om een woning niet permanent te hoeven splitsen? Je kan toch ook bijvoorbeeld een oud herenhuis hebben, door gewoon een deur boven- of onderaan de trap te plaatsen met een sleutel. En zo kun je toch ook een woning splitsen? Dat hoeft toch niet op permanente basis per se te gebeuren? Dat kan toch door een nieuwe eigenaar weer ongedaan gemaakt worden? De heer De Heer: Voorzitter, dank aan de heer Hartmeijer voor de vraag. Wij zijn niet tegen het verkleinen. In deze verordening is ook voorgesteld dat voor de woning die er extra wordt gecreëerd, dat het inderdaad naar de 40 of 45, wat is het, meter toe kan. Alleen voor de eigenaar woning of in ieder geval het deel van de woning waar de eigenaar, die hij of zij beheert, dat we dat inderdaad wel op de 70 houden. Wat dat betreft willen we graag meebewegen naar die 40, maar dan wel met een begrenzing daarin. En verder begrijp ik de vraag. Misschien kunnen we die ook direct stellen aan het college en daar laten beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar het CDA. Mevrouw Van Vugt.

60

Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Als fractie zijn we blij met de sterk verbeterde huisvestingsverordening. Die regelt hoe schaarse woonruimte verdeeld kan en moet worden. Ik ga in op een aantal moties en amendementen. De motie van CU/SGP over de duidelijke kaders voor het in de verordening genoemde experiment Wonen Eerst stelt ons als fractie nog voor enkele vragen die we eigenlijk ook deels bij het college willen neerleggen. Hoe drukken de vijftig genoemde woningen op het totaal van het aantal toe te wijzen woningen? En dan kunnen wij de afweging maken of dat verantwoord is. En is het mogelijk om misbruik van deze regeling te voorkomen? Dan een andere motie. Die is van de Fractie Stam. Ook over de daklozen. Als we naar het dictum kijken, denken we dat die eigenlijk inhoudelijk zich gewoon kan aansluiten bij die van CU/SGP. Dan een van de andere moties van Fractie Stam, die gaat over het verlies van punten. En daar willen we graag wat meer over horen. Als deze bevinding echt zou onderschreven worden door het college? En ook of het dictum uitvoerbaar is? Want hier staan we op zich positief in. Dan het verkleinen van de wachtrij, die dienen wij mee in. En mocht de heer Groenewege ons daarover willen bevragen, dan kan dat. Dan de beide moties die handelen over de vitale beroepen.

Die leggen terecht bloot dat de vitale beroepen niet meer beperkt zijn tot de drie genoemde beroepsgroepen. Ze komen echter wel overeen, die drie, met de beroepsgroepen waar we in Dordt een tekort van hebben. En misschien ook echt nog wel van meer groepen. Maar deze drie zijn ook in het akkoord vastgelegd. En die zijn ook op die manier door de raad op een gegeven moment onderschreven. En komen ook voort uit de uitgangspunten. We zijn zowel tegen een uitbreiding van die groepen in een experiment, wat nog bedacht en uitgewerkt gaat worden, en tegelijk zijn voor het handhaven van de voorrang voor de genoemde groepen. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie mijnheer Groenewege en ik zie mijnheer Van der Meer. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Voorrang voor die drie beroepsgroepen in Dordrecht heeft tot gevolg dat de tekorten in andere ons omliggende gemeenten aan die beroepsgroepen zullen stijgen. Heeft het CDA daar geen moeite mee? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ook dat is, moet ik eerlijk zeggen, een soort schaarste vraagstuk. En natuurlijk doen we met de hele regio ons best om ook die beroepsgroepen … Volgens mij zijn we er ook volop aan het werk in het onderwijs, samenwerking met beroepsleven en wat we hier verder aan samenwerking hebben in de Drechtsteden.

Die richten zich allemaal erop om juist die beroepsgroepen aan te trekken en hier de hele regio daar sterk voor te maken. Ik denk, we onttrekken het misschien dan wel aan andere regio's, maar dat is dan gelukkig wat verder weg. De heer Groenewege: Voorzitter, wat is dat voor argument? Wat is dat voor eiland mentaliteit? Wij hebben ons eigen probleem opgelost en in Zaandam hebben ze opeens een tekort aan politieagenten. Dat is toch niet de manier waarop je Dordrecht wil besturen als verantwoordelijke bestuurderspartij, zoals de CDA zich graag in de markt

61

zet? Ik snap niet dat het CDA daar niet meer moeite mee heeft. En ik ben ook benieuwd, het CDA noemde, we zetten in deze regio in op werving en toename van die beroepsgroepen, is dat niet de manier om die beroepsgroepen minder schaars te maken? En moeten we die voorrangsregeling niet gewoon helemaal overslaan? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Het is ook een manier. Dat geef ik toe. En als het gaat over, u stelde daarnet de vraag over deze regio, en op die vraag heb ik antwoord gegeven. En ik denk dat die concurrentie er niet is. Nu trekt u het breder over Zaandam. Misschien hebben ze daar een tekort aan militairen of aan woonplekken voor militairen. Dan kunnen ze daar daar weer op insteken. We gaan alleen over Dordt. Zo is het dan. De voorzitter: Ik zag mijnheer Van der Meer. Die wil ook graag een interruptie. De heer Van der Meer: Een klein vraagje aan mevrouw Van Vugt. Of zij zich bewust is dat in het coalitieakkoord de drie genoemde groepen als voorbeeld genoemd zijn. Bijvoorbeeld die groepen. En om daar nu de conclusie uit te trekken dat dat de meest urgente groepen zijn en de andere veel minder urgent, lijkt mij niet evident. Mevrouw Van Vugt-Roose: Het lijkt mij wel evident. Ik was bij de besprekingen die tot het coalitieakkoord hebben geleid.

En steeds werden die drie wel als voorbeeld genoemd, maar wel ook als de drie waaraan we in Dordrecht een tekort hebben. Ik vind dat wel degelijk evident. En u had eigenlijk nog een B-vraag. Wat was uw toegevoegde vraag daarbij? Die weet ik even niet meer. Dan mag ik verder? De heer Van der Meer: De vraag was of u zich bewust was van het feit dat dat alleen als voorbeeld wordt genoemd in het coalitieakkoord? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik ben me ervan bewust dat ze heel bewust zijn genoemd, omdat het zijn wel voorbeelden, maar het ging toen ook echt om die drie. En vervolgens is het ook op 18 juni 2024 hier uitgebreid besproken in de raadsvergadering, waarin we de uitgangspunten voor de huisvestingsverordening hebben vastgesteld. En toen zijn ook die drie genoemd. En die drie zijn ook vervolgens opgenomen. Vandaar dat die drie erin terechtgekomen zijn. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dan ga ik nog heel kort in op de kleinere woningen. Twee amendementen erover. Hoewel heel sympathiek, en eerst, daar hebben we lang over gedebatteerd, maar op lange termijn maakt dit minder woningen mogelijk voor kleine gezinnen. En de gezinswoningen vinden we als gezinspartij toch ook belangrijk dat die blijven. Pandjesbazen kunnen namelijk de gesplitste woningen dan opkopen met die hele kleine huisjes. Ik denk dat ik het belangrijkste heb gezegd.

De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Dank u wel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. De huisvestigingsverordening gaat, zoals mijn gewaardeerde collega Leo Damen in de commissie verwoordde, vooral om verdeling van

62

schaarse, betaalbare woningen. Dus om verdeling van een tekort. De cijfers van Woonkeus, het RIGO en het CBS-rapport zijn helder. Minder sociale huurwoningen, langere wachttijden en slinkende slaagkans voor woningzoekenden. Jongeren moeten noodgedwongen thuis wonen. Betaalbare huurwoningen verdwijnen bij leegstand uit het betaalbare segment, worden verkocht of fors in prijs verhoogd. Deze woningnood is geen natuurverschijnsel. Het is voor een belangrijk deel een kwestie van prioriteit, en daarom ook een politieke keuze. Het is het gevolg van sloop en uitverkoop van sociale huurwoningen en veel te weinig nieuwbouw van sociale huurwoningen. Ook in de toekomstige programmering van dit college, onder de blijkbaar dwingende sturing van de VVD, wordt dat tekort alleen maar groter. En daarom pleiten we voor structurele maatregelen. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Ik adviseer mevrouw Schnabel om de cijfers gewoon eens een keertje goed door te nemen en dan ook te beseffen dat wat ze nu zegt echt niet de waarheid is. Maar goed, bij deze. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, dank voor deze vraag. Maar wij baseren ons op het RIGOrapport, op het CBS en op de cijfers van Woonkeus. En ik neem aan dat de VVD dat ook ziet als feiten.

Wij baseren ons wel degelijk op feiten die we allemaal kunnen lezen met elkaar. De heer Van der Net: Voorzitter, ik begrijp natuurlijk wel het doel van mevrouw Schnabel, om dat tekort extra op te kloppen. En wij bestrijden natuurlijk als Dordtse VVD niet dat er inderdaad een tekort is, maar wij willen wel wijzen op de inspanningen die worden geleverd. En dat heeft net de wethouder ook nog eens een keertje bevestigd. Er wordt een beetje een karikatuur van gemaakt, dat we hier niet het beste zullen doen op het gebied van sociale woningen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, ga verder. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, om daar nog heel kort op in te gaan. We hebben 8.000 woningzoekenden in Dordrecht. Die zoeken actief naar een woning. Wij denken dat we wel degelijk het bij het rechte eind hebben. Maar om verder te gaan … De heer Van der Net: Voorzitter, ik wil hier nog een keer op … 8.000 mensen die staan ingeschreven, toch? Mevrouw Schnabel: Voorzitter, als de heer Van der Net ook de stukken had gelezen die wij hebben gelezen, dan had hij kunnen lezen dat het ook over 8.000 woningzoekenden gaat, die actief zoeken naar een sociale huurwoning. De heer Van der Net: Voorzitter, ik laat het hierbij. Dat is een andere discussie, voorzitter.

63

De voorzitter: Ik stel voor dat mevrouw Schnabel verdergaat. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, blijkbaar beschikken we niet alleen over andere cijfers, maar leven we vooral in een andere werkelijkheid. Wij pleiten voor structurele maatregelen, 30 procent sociale huur in nieuwbouw, zodat de achterstand niet verder groeit. Meer transparantie, zoals een openbaar register voor kamerverhuur, zodat mensen weten of verhuur legaal is. En geen symboolpolitiek, maar een structurele oplossing voor alle woningzoekenden. Een korte reactie op de moties. Kamerverhuur en woningsplitsing zijn nuttig. Het levert, zij in beperkte mate, meer woonruimte op. Daarom tekenen we de moties van GroenLinks mee. Het amendement van Beter voor Dordt wijzen we af, en vragen het college in plaats daarvan om een openbaar register om legale en illegale verhuur voor buurtbewoners meer inzichtelijk te maken. Het is verleidelijk om bepaalde groepen de schuld te geven van de lange wachtlijsten, maar de echte crisis treft iedereen, jongeren, starters, middeninkomens, mensen met een urgentie. De oplossing ligt niet in groepen tegen elkaar uitspelen, maar meer bouwen. We weigeren mee te gaan in het tegenover elkaar zetten van groepen woningzoekenden. Daarom zullen wij ook niet de motie steunen van de VVD. De voorzitter: Wilt u tot een afronding komen, want uw tijd zit erop. Mevrouw Schnabel: Excuus.

De motie van de ChristenUnie/SGP over kaders, die hebben we meegetekend. We zijn blij ook met deze motie. De tweede motie over het verlies van inschrijfduur wijzen we af. Een woning afwijzen verlengt de wachtrij niet. En dan tot slot tekenen we de motie van Partij voor de Dieren mee en wijzen daarom ook de motie van de VVD af. De voorzitter: Partij voor de Dieren, mijnheer Groenewege. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, in grote lijnen is de Partij voor de Dieren te spreken over deze huisvestingsverordening. Er komen meer mogelijkheden voor kamers boven winkels in de Voorstraat. We zien het amendement van mijn collega, de heer Venderbos-Lambinon, dat vorig jaar unaniem is aangenomen daarin goed verwerkt. Waarvoor dank aan het college en zijn ondersteuning. Toch ligt er nu ook nog het een en ander voor, behoorlijk wat zelfs. 2 amendementen van GroenLinks bijvoorbeeld, om kleinere woningen mogelijk te maken, behalve in kwetsbare wijken. Dat vinden we geen gekke zet, gezien de woningnood en de steeds kleiner wordende huishoudens. Die 2 amendementen zullen we steunen. De ChristenUnie/SGP zegt niet alleen maar verstandige dingen, maar ze zeggen wel verstandige dingen over de opvang voor daken thuislozen. Daar sluit de Partij voor de Dieren zich bij aan. En we dienen hun motie dan ook mede in.

De motie van de Dordtse VVD illustreert op een zeer kundige manier hoe dom het beleid van de landelijke VVD is. Want als de landelijke VVD haar zin krijgt, moeten we in Dordrecht nog steeds ieder jaar 120 mensen met een verblijfsvergunning huisvesten, de taakstelling. De heer Van der Net: Voorzitter. De heer Groenewege: Maar dat kunnen we dan niet meer in sociale huurwoningen doen.

64

De voorzitter: Mijnheer Van der Net, VVD. De heer Van der Net: Voorzitter, ik ben het heel vaak oneens met de Partij voor de Dieren. Maar ik heb het woord dom daar nooit bij gebruikt. Het lijkt mij handig om dat soort woorden niet te gebruiken in het openbare debat, voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dat oordeel laat ik aan de heer Van der Net.

De voorzitter: Maar het is misschien wel goed om in zijn algemeenheid in het debat we ook toch trachten tot een woordkeuze te komen die recht doet aan het gesprek, en waarom we ook hier bijeen zijn. Dat zou ik wel mee willen geven aan eenieder. Toen straks werd er ook wat gewisseld, dacht ik, moet dat zo? Ik geef dat even mee. Ik ga ervan uit dat iedereen vanuit zijn beste intentie en oprechtheid zijn of haar raadswerk verricht. Gaat u verder, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Hoe onverstandig het beleid van de landelijke VVD is. De voorzitter: U kan dat. Dat laat u zelf zien. De heer Groenewege: Dank. Want als de landelijke VVD haar zin krijgt, moeten we in Dordrecht nog steeds ieder jaar, ik herhaal het even, 120 mensen met een verblijfsvergunning huisvesten, de taakstelling. Maar dat kunnen we dan niet meer in sociale huurwoningen doen. Dat moet dan in opvanglocaties. En die moeten we dan gaan bouwen. En dat kost meer geld per persoon dan de sociale huurwoning. Maar dat geld hebben we helemaal niet, want tegelijkertijd bezuinigt de landelijke VVD op het gemeentefonds. De heer Van der Net: Voorzitter. De heer Groenewege: Is dit hoe je een opvangcrisis oplost of is dit hoe je een opvangcrisis veroorzaakt? De voorzitter: Mijnheer Van der Net, De heer Van der Net: Voorzitter, ik ga dit natuurlijk niet dom noemen, wat de heer Groenewege zegt.

Maar ik heb natuurlijk ook duidelijk in mijn woordvoering aangegeven dat als dit wetsvoorstel er doorheen komt, dat de rijksoverheid dan wel met financiën moet komen om die opvang ergens te regelen. Wat er nu wordt gezegd, klopt gewoon niet. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, gaat u verder. De heer Groenewege: De heer Van der Net kan wel zeggen dat het Rijk met financiën komt, maar dat wil nog niet zeggen dat het Rijk met financiën komt, volgens mij. Dat zullen we eens braaf afwachten. Hoe dan ook, dankzij de VVD zitten we in Dordrecht met de gebakken peren. De Partij voor de Dieren is benieuwd of de peren iets minder gaar

65

worden door deze motie van de heer Van der Net. En dat horen we graag van de wethouder. Voorzitter, we naderen het einde van onze spreektijd, maar nog lang niet het einde van de lijst amendementen en moties. En dat betekent dat we sommige fracties nog iets langer in spanning moeten houden. Dank u. De voorzitter: Ik dank u zeer. Dan de heer Safranti, namens DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, dit raadsvoorstel is tot stand gekomen naar aanleiding van de wensen van de raad en een groot aantal moties die in de afgelopen periode zijn ingediend. Daarvoor willen wij het college bedanken. Het is goed om te zien dat de raad daadwerkelijk invloed heeft gehad op de koers. Zoals tijdens de commissiebehandeling ook aangegeven, kunnen wij instemmen met het voorstel. Wij zien in deze verordening een belangrijke stap in het verbeteren van de woningtoewijzing in onze stad. Er zijn wel enkele aandachtspunten die wij blijvend zullen volgen. Een belangrijk punt daarbij is de opvang van dak- en thuislozen. Dat blijft een kwetsbare groep, waarvoor voldoende en passende opvang nodig is. Wij zullen hier ook de komende jaren scherp op blijven toezien. Daarnaast zijn we positief over de versoepeling van de regels ten aanzien van de kamerhuur en woningvorming.

Dit biedt naar verwachting van onze fractie meer ruimte voor studenten, starters en andere inwoners, die nu vaak tussen wal en schip vallen, omdat ze nog geen woning kunnen kopen of huren. Het is belangrijk dat juist voor deze groepen voldoende betaalbare en toegankelijke woonruimte beschikbaar komt. Voorzitter, even over de moties. In principe zijn wij positief richting alle moties. We wachten ook de reactie van het college af. Alleen hebben wij wel een vraagteken rondom het amendement van Beter voor Dordt over de 2 procent. Ik wil daar ook even wat meer duidelijkheid hebben zo meteen van het college. Dank u wel. De heer Groenewege: Voorzitter. Mijnheer Groenewege. En ik kijk even of Beter voor Dordt de vraag die hen gesteld is nu wil beantwoorden? Aan de wethouder. Maar ik dacht ook dat u nog zij, de fractie Beter voor Dordt had hier nog een vraag over. De heer Safranti: Voorzitter, de vraag was gericht aan het college. De voorzitter: Excuus. Kom ik bij de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. De heer Safranti van DENK geeft aan voor alle moties te zijn, wat wel bijzonder is, want er zitten ook moties tussen die de andere kant opgaan. Bijvoorbeeld onze motie over geen experiment met voorrang voor beroepsgroepen en de motie van de VVD over de groep met beroepsgroepen in dat experiment uitbreiden.

Hoe is het mogelijk om voor die beide moties te zijn? De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik moet eerlijk zijn, mijn lijst die ik gisteravond heb gemaakt, die ben ik kwijt. Maar ik moet daar eerlijk in zijn. Die lijst die ik gisteren heb gemaakt, die ben ik kwijt. En kijk, ik zal natuurlijk per motie zo meteen nog gaan kijken inhoudelijk waar we wel en niet tegen zijn. Ik heb het even algemeen gehouden, mijnheer Groenewege. Maar u hebt gelijk.

66

De voorzitter: De heer Safranti zei wel, ik wacht ook, voordat ik tot een definitieve beoordeling kom, de reactie van de wethouder af. En dat wil ik toch even ook gezegd hebben. En dat is denk ik ook heel verstandig. Als je een hele verstandige reactie krijgt van de wethouder, dan ziet het er weer heel anders uit misschien. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Dat is ook weer een opvatting. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Ik ga naar Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel nog. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Toch wel benieuwd of de heer Safranti nu alvast daar iets over zou willen zeggen. Maar hoe kijkt de heer Safranti tegen de motie van de VVD over statushouders aan? Ook omdat het vanuit ideologisch perspectief natuurlijk meespeelt. De heer Safranti: Dat is een goede vraag. En eerlijk gezegd zat ik daar ook op te wachten. En ik wilde eigenlijk al dit benoemen, want die discussie is zojuist ook gevoerd. Ik heb informatie opgevraagd bij de collega’s natuurlijk bij de Tweede Kamer. En daar heb ik begrepen dat dit wetsvoorstel of al door is of in de pijplijn zat. En die informatie heb ik meegekregen. En daar wil ik dan zo meteen even een afweging over maken. De voorzitter: Dan kijk ik rond. Dan geef ik het woord aan mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Voorzitter, dank u wel.

Ik vind dit best pittige materie, die huisvestingsverordening. En ik ben dan wel verheugd als ik lees dat in eerste instantie alles wat we eerder hebben besloten in moties en dergelijke hebben voorgesteld dat dat is verwerkt. En dan denk ik, maar waarom komen er dan nu nog weer zoveel moties en amendementen? En dan kan ik er op een gegeven moment geen touw meer aan vastknopen. Daar ben ik dan heel eerlijk in. Er zijn een aantal moties en amendementen waar ik kort even op wil reageren. En een aantal waarvan ik graag wacht tot de wethouder daar het licht over laat schijnen. Kijk, dat klein wonen, tenminste dat als er weer wat gesplitst wordt dat dat dan onder een bepaald aantal vierkante meters komt, volgens mij heeft GroenLinks daar een motie voor ingediend om die vierkante meters te verkleinen, niet op 70 maar naar 45. Denk ik, dat is best wel logisch eigenlijk. Want je hebt natuurlijk een heleboel beneden- en bovenwoningen van oorsprong. Die zijn ooit een keer samengevoegd. Als je die nu gaat splitsen, dat hoorde ik gisteravond ook nog een wijs iemand zeggen, dan zou het kunnen betekenen dat je helemaal niet meer in een oorspronkelijk huis kan wonen. Dat is best raar. Want er zijn een heleboel benedenwoningen, die zijn 67 of 62 vierkante meter. Dat zou best mooi zijn als dat aantal vierkante meters omlaag kan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41173