2.1 2025.05.27 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Want de motie ziet niet toe op de ontwikkelaar afschrikken. Anders zou de motie zich specifiek richten op het project zelf. Dit gaat over de grondspeculatie zelf. Het heeft niks te maken met het project, maar over de grondspeculatie. De vraag is denk ik ook aan de ChristenUnie/SGP, vindt de ChristenUnie/SGP het rechtvaardig dat zonder inspanning van de ontwikkelaar, dankzij de waardestijging, door een beslissing die wij hier met zijn allen nemen, dat dat allemaal verdwijnt naar de private eigenaar en dat wij als gemeente daar geen aanspraak op mogen maken? De voorzitter: Mijnheer Droog. De heer Droog: De ChristenUnie/SGP ziet dat ietsje minder zwart-wit. En wij willen eigenlijk meer inzetten op de vraag of het toepasbaar is in de Dordtse situatie, rondom de Oude Boomgaard. De voorzitter: Ik denk dat dat helder is. Ik ga naar mevrouw Stolk, VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Voorzitter, de VSP heeft kennisgenomen van de intentieovereenkomst tussen de gemeente en de projectontwikkelaar, waarmee de voorwaarden voor de bouw van vijftien grondgebonden woningen, in de volksmond villa's, zijn vastgelegd. De locatie hiervoor is het perceel Oude Boomgaard. Voor de afweging van de VSP spelen hierbij een drietal zaken. Eén, het perceel heeft geen woonbestemming, maar een agrarische.
De eigenaar van het perceel heeft het perceel destijds niet gekocht om daar een boomgaard te exploiteren, maar om te speculeren dat er op termijn de woonbestemming van kracht wordt. Het is de VSP niet duidelijk geworden waarom alleen vijftien grondgebonden woningen haalbaar zouden zijn. Het kan best waar zijn dat er behoefte bestaat aan dergelijke woningen, maar de behoefte aan betaalbaar en middelduur is zeker vele malen groter.
25
Als er op het perceel woningbouw komt, dan wel met behoud van de randvoorwaarden en uitgangspunten, zoals opgenomen in de intentieovereenkomst. Voor alle duidelijkheid, dit geldt niet voor de bouw van de vijftien grondgebonden woningen. De VSP gaat alleen akkoord indien het woningbouwprogramma wordt aangepast met betaalbaar en middelduur. Het zal duidelijk zijn dat de VSP instemt met de motie van de Partij voor de Dieren. De motie van Beter voor Dordt steunen wij niet. We delen de mening dat het de woningnood niet oplost. Echter met een aangepast woningprogramma en met oog voor flora en fauna heeft de VSP geen bezwaar tegen het verder uitwerken voor het plan. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar het CDA. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. De moties naar aanleiding van de raadsinformatiebrief waar we over vergaderen behelst, wat het CDA betreft, een mooie ontwikkeling van landelijk wonen. Maar het CDA zal het CDA niet zijn als we toch wat piketpaaltjes zouden willen slaan om die ontwikkeling nog mooier te kunnen maken. Want het CDA staat voor een goede woningmix en spreiding over de stad, en een samenleving waarbij diverse sociale klassen actief met elkaar samenleven en elkaar ook in het dagelijks leven tegenkomen. Dat is ons uitgangspunt ten aanzien van woningbouw.
Dat juist op deze locatie geïnvesteerd wordt in vijftien villa's, beantwoordt niet aan die opgave die wij als stad hebben. En daarom dienen wij de motie Landelijk wonen kan prima betaalbaar mede in. Als er straks een bestemmingsplanwijziging voorligt, zullen we de plannen op hun merites beoordelen. Maar het uitgangspunt dat voor het CDA als een paal boven water staat, is dat er ook in dit project rekening gehouden moet worden met een woningmix, waarmee woningzoekenden het best zijn geholpen. Ten aanzien van de moties van Beter voor Dordt en GroenLinks, die steunen wij niet. Die van Beter voor Dordt, omdat die toch te veel voorbijgaat aan de woningnood in de stad. En overigens, ik heb daarnet ook gevraagd, wat zijn dan de alternatieven voor woningbouw? Je kan niet eeuwig blijven verdichten, want uiteindelijk is er ook wel vraag naar wat grotere woningen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, even kort bij interruptie. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ik wees er net volgens mij ook al op. De rapporten die vorig jaar bij ons in de commissie zijn besproken, die geven nog zoveel kansen om voldoende woningen te bouwen, om zelfs nog tot boven de 140 duizend inwoners te kunnen groeien. Niet dat dat onze ambitie is. Maar er liggen volgens mij voldoende mogelijkheden om toch die opgave met elkaar in te vullen. De voorzitter: Mijnheer Klerk.
De heer Klerk: Ik hoorde geen vraag. Ik ga door. Even kijken. Ik heb nog mijn commentaar op de motie van GroenLinks. Die oogt sympathiek, maar wij delen wel de mening met de VVD ook. Het is ergens logisch als er aan een ontwikkeling geld wordt verdiend en GroenLinks zegt dat het het niet doet om ontwikkelaars af te schrikken en heeft het over grondspeculatie,
26
dat is inderdaad aan de hand. Maar het is wel ergens logisch aan een dergelijke ontwikkeling dat daar ook geld aan verdiend wordt. En dan is het niet de bedoeling dat we ontwikkelaars eigenlijk van het eiland afjagen en elders wel projecten laten ontwikkelen, en dat we in Dordrecht niet aan onze opgave kunnen voldoen. Dank u wel. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Een vraag aan het CDA. Ik merk dat u het woord planbatenheffing een beetje weerstand oproept. En de CDA-fractie tekent wel mee met de motie van Partij voor de Dieren. En ik ga een poging wagen om die motie iets anders uit te leggen. Wat wij van het college verzoeken, is om in gesprek te gaan met de ontwikkelaar, om te kijken of het linksom of rechtsom gecompenseerd kan worden. Dat kan ook door bijvoorbeeld meer betaalbare woningen toe te voegen aan dit plan. Als dat niet kan, dan kan het ook bijvoorbeeld door in een ander project van deze ontwikkelaar in de stad meer betaalbare woningen toe te voegen. Is het CDA daar wel voor te porren? De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Wij steunen, of wij dienen zelfs mede in de motie van Partij voor de Dieren, om de reden … Ik zie eten in mijn ooghoek. Daar word ik altijd enorm door afgeleid. Excuus. De voorzitter: We hebben het net over VoedselBos gehad. De heer Klerk: Daarom.
Wat wilde ik zeggen? Er wordt goed voor me gezorgd. Dank u wel. Wij dienen die motie mede in, omdat het voor ons ook belangrijk is dat er met de ontwikkelaar wel wordt gecommuniceerd en besproken wat de intentie van de raad is. En als die motie aangenomen wordt, dan spreekt de raad uit dat er ook gekeken moet worden naar een mogelijkheid tot een andere woningmix, met ook betaalbare woningen. En dat de raad niet de intentie heeft om alleen voor een ontwikkeling met dure woningen te stemmen. En dat is wat wij daarmee willen uitspreken. En dat staat los van de motie van GroenLinks. De heer Uysal: Voorzitter, korte vervolgvraag. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Dit project verschilt natuurlijk wel van andere projecten, omdat hier sprake is van grondspeculatie. En wat wij met deze motie zeggen, is niet om de hele winst die de ontwikkelaar maakt af te romen. Want natuurlijk moet iedere ondernemer winst kunnen maken. Maar omdat hier het element grondspeculatie in zit, is het wel zo dat daar extra winst wordt gemaakt door een beslissing die wij hier nemen. Is het dan niet redelijk volgens de CDA-fractie om daar een deel aan bij te dragen? De voorzitter: Mijnheer Klerk.
27
De heer Klerk: Kijk, ik heb aangegeven waar voor ons het punt zit waar rekening mee gehouden moet worden. En het aspect grondspeculatie is voor ons niet zwaarwegend genoeg om die motie te steunen. De voorzitter: Helder. Dan ga ik door naar Partij van de Arbeid, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij zijn blij dat er nieuwbouwplannen zijn voor de Oude Boomgaard, want Dordrecht heeft woningen nodig. Maar het blijft knagen dat er opnieuw vooral gesproken wordt over vijftien vrijstaande villa's in het groen, terwijl de echte woningnood vooral zit bij mensen die zoeken naar betaalbare sociale huur- of koopwoningen. Wij roepen het college dan ook op om serieus mee te nemen dat dit plan meer diversiteit krijgt. Sociale koopwoningen en sociale huur moeten deel uitmaken van de plannen. Niet slechts een voetnoot zijn. Niet alleen omdat het is eerlijk, maar ook omdat het de kracht van onze stad versterkt. Een wijk waar jong, oud, rijk, minder rijk samen kunnen wonen. Kortom, we zien graag dat de plannen voor de Oude Boomgaard worden aangepast, zodat er echt ruimte komt voor betaalbare woningen in plaats voor alleen dure villa's in het groen. Sociale woningbouw zou je ook dun kunnen bouwen, denk aan een Skaeve Huse of een woonwagenkamplocatie. Aan beide is behoefte gebleken in de commissie en in de stad.
In reactie op de moties van Partij voor de Dieren en GroenLinks, deze moties tekenen we mee. We zijn het volledig eens met deze moties. Het is van groot belang dat we niet alleen kijken naar dure villa's, maar dat we ook voldoende ruimte maken voor betaalbare woningen. We zijn dan ook voorstander van een woningbouwplan dat meer sociale huurwoningen biedt. En de motie van Beter voor Dordt, het is al aan bod gekomen, er is te veel behoefte aan woningbouw, en daarom steunen we deze motie niet. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de Partij voor de Dieren. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus, VVD. De heer Noldus: Vraag voor de Partij van de Arbeid. Want er wordt veelvuldig geroepen om de plannen met sociale huur en betaalbaar of Skaeve Huse te vullen. Ik ben benieuwd wat de voorkeur heeft voor de Partij van de Arbeid, plannen voor betaalbaar en sociaal, of woningen die ook echt gebouwd worden in dit gebiedje? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Zoals wij al aangaven, we zien graag een diversiteit in deze wijk. En daar vallen verschillende soorten woningbouw onder. Nou is in de commissie gebleken en in de stad, en hebben jullie als partijen zelf ook aangegeven, dat er behoefte is aan locaties voor de Skaeve Huse. En wij denken dat dit hier ook een mooi onderdeel van zou kunnen zijn. De voorzitter: Dank u zeer.
28
De heer Noldus: Voorzitter, dan hoor ik denk ik ook samengevat dat het vooral voor de Partij van de Arbeid gaat om het maken van de plannen, en niet om het realiseren van de daadwerkelijke projecten. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. We hebben het hier over wat we willen meegeven. En wij denken dat dit mooie suggesties zijn om mee te geven. De voorzitter: Dan kom ik bij de Partij voor de Dieren. Wie mag het woord geven? Mijnheer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, allereerst hebben we natuurlijk zelf een motie ingediend voor een mooie mix van woningcategorieën, in plaats van weer een villawijkje. We zien talloze voorbeelden in het land van mooie, landelijk opgezette wijken die aan iedere doelgroep een thuis bieden. Deze locatie, die aan drie zijden omringd wordt door dure vrijstaande woningen, schreeuwt om een mooie mix van woningcategorieën. Ten tweede, de motie van GroenLinks zorgt ervoor dat de … De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Een korte vraag aan de heer Groenewege, van de Partij voor de Dieren. U geeft aan dat het gebied schreeuwt om een mooie mix.
Is het ook niet hartstikke mooi om het groen wat daar is te behouden? Want u bent uiteindelijk ook een partij die zich sterk maakt voor groen, en ook bijvoorbeeld voor de diversiteit en, wat ik net ook al noemde, de bescherming van een aantal zeldzame diersoorten. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, ik kom daar zo meteen zeer uitgebreid op terug. Ik denk dat de heer Schalken op zijn wenken wordt bediend, zo meteen. De voorzitter: Dan gaat u verder. De heer Groenewege: Dank u. De voorzitter: Dan gaan we het meemaken. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Ten tweede, de motie van GroenLinks zorgt ervoor dat de baten van de bestemmingswijziging ook voor een deel publiek blijven, in de vorm van een nader te definiëren bijdrage. Dat vinden we een mooi principe. En daarom dienen we die motie mede in. Dan ten derde de motie van Beter voor Dordt. Die motie stipt precies het dilemma aan dat wij binnen onze fractie ook hebben gevoeld. En we vinden het heel terecht dat Beter voor Dordt dit op de agenda zet vandaag. Want we hebben hier te maken met een ecologisch waardevol binnenstedelijk gebied. Een groene wildernis die een vluchthaven is voor dieren. Een leefgebied voor de steenuil zelfs. Maar we hebben
29
tegelijkertijd te maken met een enorme woningnood en met de afspraak om niet in de polder te bouwen. Wat doe je dan, bebouwen of niet? Binnen onze fractie was dit een lastige keuze. De factor bouwen binnen de bebouwde kom vindt de Partij voor de Dieren uiteindelijk doorslaggevend. We willen voorkomen dat we ons open polderlandschap moeten aanspreken om de woningnood op te lossen. Dat doen we veel liever binnen de dijken die onze stad omringen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ik gaf het net ook al richting het CDA gaan. We hebben vorig jaar het onderzoek in de commissie besproken, waarin we binnenstedelijk nog voldoende woningen kunnen toevoegen, waardoor we ook dat stukje groen niet zouden hoeven op te offeren. De heer Groenewege: Voorzitter, wij zien toch grote uitdagingen bij het binnenstedelijk bouwen. En we denken dat deze locatie wel degelijk iets kan bijdragen daaraan. En we hebben ook, als Partij voor de Dieren, wat ik probeerde te beschrijven, bij onszelf duidelijk afgevraagd van, waar ligt voor ons de grens? En die grens ligt bij de dijk voor ons. De Partij voor de Dieren heeft de bijlage van de intentieverklaring goed bestudeerd.
We spreken de verwachting uit dat de ontwikkelaar de ecologische waarde van dit perceel grotendeels in stand kan houden, met een landelijke inrichting, een grote, groene, openbare ruimte en door belangrijke bomen te laten staan of te verplaatsen. Deze plannen komen nog een keer langs de raad. En de Partij voor de Dieren zal op dat moment streng op deze aspecten toetsen. Wij verwachten serieuze inzet op het aspect ecologie van de ontwikkelaar. Van tevoren kunnen we onze uiteindelijke instemming met deze ontwikkeling daarom niet garanderen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Dan kom ik bij de heer Safranti, namens DENK. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij sluiten aan, in grote lijnen, bij de woordvoering van VSP en gedeeltelijk ook van het CDA. Waarom? Wij staan namelijk voor een stad waar ruimte is voor iedereen. We erkennen het belang van sociale en betaalbare woningen, en blijven dat punt ook onder de aandacht brengen. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat ook de ondernemers en projectontwikkelaars de ruimte krijgen om te bouwen. We willen hen niet belemmeren met onnodige bureaucratie, maar juist stimuleren om duurzame, kwalitatieve en toekomstbestendige woningen te realiseren. Deze casus zitten wij een beetje dubbel in. En dat geldt ook voor de moties, waar wij eigenlijk aan twijfelen.
De motie van Partij voor de Dieren, daar willen we voorstemmen, voorzitter. Motie PvdA, die is nog in twijfel. Ik ga daar zo even nog een keer naar kijken. En voor Beter voor Dordt geldt dat eigenlijk ook. Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid.
30
Mevrouw Schnabel: We hebben geen motie ingediend. De heer Uysal: Voorzitter. De heer Safranti: Voorzitter, ik ging ervan uit dat dat tegenwoordig één was. De heer Uysal: Interruptie op de heer Safranti. DENK gaf aan dat ze het deels eens waren met de VSP, en ook deels met de CDA-fractie. Alleen beide fracties kijken wel anders naar onze motie. We hebben in onze motie heel veel ruimte overgelaten aan het college om het gesprek aan te gaan met de projectontwikkelaar. Daar zijn geen vaste bedragen of percentages aan gekoppeld. Kan de fractie DENK daar wel mee leven? Want juist dat beogen we om de projectontwikkelaar daar niet mee af te schrikken. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. En dat was juist de twijfel waar ik op dit mee moment zit, en waar ik ook aangaf, in mijn inleiding, dat ik met VSP, maar ook met het CDA gedeeltelijk mee was, was meer de woordvoering en niet direct de toelichting over de motie. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Koene, namens Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Dank u wel, voorzitter. En dan komt er waarschijnlijk net een iets ander geluid. Want volgens ons ligt de ontwikkeling van dit gebied geheel in het verlengde van waar de raad eerder de kaders voor heeft vastgesteld. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van kleinschalige locaties, vrijstaande woningen. Dat soort kleine ontwikkelingen.
Maar we horen graag van de wethouder of we dit goed zien, of dit klopt? En daarnaast, voorzitter, zien wij deze ontwikkeling, ook al is die heel klein, toch als een mooie opmaat richting andere ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld Nieuw-Dubbeldam, maar ook uiteindelijk het bebouwen van de Zuidpolder. Want we zullen toch uiteindelijk ook eerst dure huizen moeten bouwen om betaalbaar te kunnen bouwen. En er zijn, zoals Nieuw-Dubbeldam en ook de Zuidpolder, natuurlijk locaties waar je dat op een goede manier kan combineren, zodat je zowel van sociaal tot vrijstaand kwijt kan daar. Zodat je ook een fijne woning kunt hebben voor alle doelgroepen die wij in de stad willen huisvesten. Met betrekking tot de moties, wij zullen er geen een steunen. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dan toch benieuwd hoe Gewoon Dordt aankijkt tegen de enorme woningnoodproblematiek, die vooral zit bij sociale huur en betaalbare woningen. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Het is heel duur om sociale woningen te bouwen. Je zal duur moeten bouwen en geld moeten verdienen en geld moeten laten verdienen om die ontwikkelingen mogelijk te maken. Het een sluit het ander niet uit. Wij hopen dat voor
31
alle doelgroepen gebouwd kan worden. Maar je kan niet alleen inzetten op sociale woningbouw. Dat kan niemand betalen. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Kan mevrouw Koene misschien toelichten, als we toestaan dat de ontwikkelaar Dudok hier vijftien villa’s neerzet, hoe dat bijdraagt aan de bouw van sociale huurwoningen door de gemeente op een later moment? Dat verhaal snap ik totaal niet. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik heb het ook in een net iets andere context gezegd. Kijk, en de motie die de Partij voor de Dieren heeft ingediend, onder andere dan de Partij voor de Dieren, die heeft al een meerderheid. Mijnheer Groenewege wordt op zijn wenken bediend dat er een oproep zal worden gedaan aan de ontwikkelaar om hier iets anders neer te zetten. En daar kan ik prima mee leven. Het gaat er meer om dat wij steeds bang blijven voor dure ontwikkelingen, maar er altijd eerst duur gebouwd zal moeten worden om uiteindelijk geld te laten verdienen en daardoor weer andere huizen te kunnen bouwen, die ook in het sociale segment liggen. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ik merk dat mevrouw Koene de vraag ontwijkt. Deze grond is al van Dudok. Dudok bouwt hier vijftien villa's en verdient daar goud geld mee.
Hoe draagt dat bij aan de bouw van sociale huurwoningen? Toch totaal niet? Mevrouw Koene: Nee, deze ontwikkeling niet direct. Klopt. De heer Groenewege: Maar dat was uw hele verhaal. Mevrouw Koene: Voorzitter, dan heeft mijnheer Groenewege niet goed geluisterd. De voorzitter: Ik denk dat dit gewisseld is. De heer Uysal: Voorzitter, interruptie. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Uysal: Aan deze kant. De voorzitter: Ik zie het. Gaat uw gang. De heer Uysal: Het klopt inderdaad, voorzitter, dat de projectontwikkelaars niet uit zichzelf betaalbare woningen bouwen, omdat het moeilijk financieel rond te krijgen is. En daarvoor vragen ze dan altijd subsidie aan, vanuit het Rijk of de gemeente. Is het in dit
32
geval niet rechtvaardig om dan een deel van die winst, die wordt gemaakt op basis van grondspeculatie, af te romen en in te zetten voor betaalbare woningen. Mevrouw Koene: Voorzitter, vinden wij nergens voor nodig. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Wij vinden het prima dat projectontwikkelaars geld verdienen. En we gaan er wel vanuit, en dat weet ik ook zeker, dat het vanuit het college en andere gremia gebeurt dat er een beroep wordt gedaan op toekomstige ontwikkelingen. En daar hebben we nog iedereen hard bij nodig. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Gündogdu, namens Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik steek de hand in eigen boezem. Jarenlang heb ik gestreden voor het behoud van open polderlandschap. En dat doe ik nog steeds. Maar voorzitter, blijkbaar zijn wij vergeten, enige jaren geleden, om dit stukje Dordrecht ervan te weerhouden of uit te sluiten van bebouwing. En wat nu een voldongen feit is, dat het college zegt, beste raad, u heeft kaders aangegeven, een aantal jaren geleden, in de Omgevingsvisie. En dan heeft u dit stukje Dordrecht niet dichtgetimmerd, als zijnde niet bedoeld voor woningbouw. Dat vind ik heel spijtig. Maar we staan nu aan de vooravond van plannen van een ontwikkelaar die daar graag wil bouwen.
En ik merk ook in deze raad, en dat is overigens niks nieuws, dat het woordje villa heel eng is of wordt uitgespuugd, bij wijze van spreken. Maar mensen, we hebben ook die woningen hard nodig om onze inwoners te kunnen faciliteren. En dat is overigens helemaal niks nieuws, want we hebben in al die jaren dat we met elkaar in gesprek zijn ook altijd gezegd, we bouwen voor alle Dordtenaren, dus ook mensen die hun villa kunnen permitteren. Voorzitter, waar het op neerkomt, is het standpunt die wij hebben ingenomen na heel veel discussie in de fractie, dat we bij de ontwikkelingen die hier nu aanstaande zijn, mogelijk aanstaande zijn, willen instemmen. Uiteraard zijn wij straks benieuwd naar wat het bestemmingsplan gaat opleveren. Maar daarentegen hebben wij ook wel met GroenLinks de motie M3 ingediend. Met name doordat er ook een stukje wederkerigheid mag verwacht worden van een ontwikkelaar die jarenlang deze boomgaard heeft doen versloffen. Want dat is een speculatie geweest. Er is niks mee gedaan. En dat betekent ook dat wij een handreiking doen, maar zeker ook een handreiking van hen mogen verwachten. Dat is hoe wij hierin staan. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Gündogdu: Er is een vraag. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, het verbaast mij een beetje dat Op Ons Eiland altijd er is voor de mensen met een laag inkomen, die nu pleiten voor vijftien grondgebonden villa's, terwijl de woningnood heel hoog is in onze stad. We lopen zelfs achter op het gebied van
33
sociale woningbouw en we lopen achter op betaalbare woningen. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Kunnen we daar dan niet beter gewoon sociaal en middenhuur en middenkoop doen? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, laten we heel realistisch zijn. Kijk, we gaan het probleem met sociale woningen met dit klein stukje Dordrecht niet oplossen. Laten we eerlijk zijn naar ook onze inwoners. En daarnaast, wij staan nog steeds op het punt. We hebben altijd gezegd, we hebben alle categorieën woningen in prijssegmenten heel hard nodig voor de ontwikkeling van deze stad. Dus ook dure woningen. En laat dit een stukje zijn waar dure woningen gerealiseerd kunnen worden. Dat er voldoende potentiële kopers zijn. Waarom zouden we dat dan in de weg staan met de argumentatie van, we hebben de nood het hoogst bij sociale woningbouw? Dat klopt. Maar hier ga je dat probleem niet mee oplossen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog een korte vervolgvraag daarop. Als we kijken naar bijvoorbeeld het Maasterras, Vlijweide, dat zijn allemaal woningen richting 380, 4, 5, 6, 7 8, 9 ton. Die worden hier op dit moment meer gebouwd dan sociale woningen. Hoe kunt u dat dan met droge ogen zeggen, we bouwen niet voor de mensen die ook een villa nodig hebben? Denkt u niet dat we niet genoeg gebouwd hebben in het dure segment? De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Gündogdu: Voorzitter, laat wel duidelijk zijn, kijk, wij bepalen uiteindelijk niet de vraagprijs voor een woning. Op dit moment is de goedkoopste, wat is het, betaalbare koop rond de 390 duizend euro. En dat is dan ook vanuit de landelijke overheid ingegeven. Het is ook een stukje marktwerking. En wij hebben in al die jaren gestreden voor sociale woningbouw, dat we dat heel hard nodig hebben. Maar bij uitstek voor dit stukje Dordrecht, waarvan we van mening zijn dat er heel veel eigenaren zijn, potentiële kopers, ook voor villa's, die we ook heel hard nodig hebben, dat we dat zouden kunnen realiseren hier in dit stukje gebied. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Klaar? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Je hoort niet zo vaak in deze gemeenteraad een pleidooi voor segregatie. Maar nu hebben we toch echt gehoord van Op Ons Eiland, de villawijken hier en de arme mensen die stoppen we daar weg, en die zijn mooi van elkaar gescheiden en dan hebben we het netjes georganiseerd. Is dat de manier waarop Op Ons Eiland de stad wil inrichten? Want dat is wel het pleidooi wat u net gehouden heeft. De heer Gündogdu: Ach, mijnheer Groenewege, segregatie, dat zijn grote woorden wat u in uw mond neemt. Voorzitter, natuurlijk niet. Maar we zijn wel heel realistisch.
We proberen natuurlijk wel onze inwoners te faciliteren die die woningen heel hard nodig
34
hebben en die graag daar willen wonen. We hebben ook altijd gezegd, we willen groeien naar 140 duizend inwoners. Waarbij we hebben aangegeven, we willen de voorzieningen in deze stad ook betaalbaar houden. En daarvoor hebben we ook wat bredere schouders nodig. En waar wilt u die bredere schouders huisvesten? Onder andere op deze locatie. En wat is daar mis mee? De heer Groenewege: Voorzitter. De heer Hartmeijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege, nog een interruptie. De heer Groenewege: Ik kreeg een vraag, wat is er mis mee? Er is er mis mee dat je elkaar niet tegenkomt op straat bijvoorbeeld. Dat sociale groepen elkaar niet tegenkomen op straat. Segregatie, wat ik al noemde, dat je een villawijk krijgt aan de ene kant, Dubbeldam, waar veel rijke Dordtenaren wonen, en Dordrecht West waar veel armen Dordtenaren wonen. En dat die mengeling niet plaatsvindt. Dat zorgt voor sociale problemen, die geconcentreerd zijn aan één zijde van de stad. Dat is het probleem ervan. En het college draagt eraan bij door de eis te stellen, of de verwachting bij de ontwikkelaar neer te leggen in de intentieovereenkomst, dat hier vijftien grote grondgebonden woningen worden gebouwd. En die verwachting onderstreept Op Ons Eiland.
Waarom kiest u niet voor gemengd bouwen op alle locaties in Dordrecht? Dan wordt de groep, waar u hiervoor opkomt, bediend, maar ook alle andere groepen die om een woning schreeuwen.
De heer Gündogdu: Voorzitter, datgene wat mijnheer Groenewege aangeeft, dat heeft niks te maken met wijken. Ik woon in Dubbeldam. En ik ga mijn boodschappen halen in winkelcentrum Crabbehof. Dat heeft te maken met de mentaliteit van de mensen, mijnheer Groenewege. Mag ik verder, voorzitter? De voorzitter: Gaat u verder. De heer Gündogdu: Voorzitter, vervolgens, de motie Behoud Oude Boomgaard, daar heb ik zojuist even bij stilgestaan, daar gaan we niet mee instemmen. En motie Landelijk wonen kan prima betaalbaar, ik denk dat u mijn pleidooi heeft gehoord en dat die motie niet op onze steun kan rekenen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De motie van Partij voor de Dieren kunnen we ons prima in vinden. Wij zijn altijd voor gemixt bouwen. Niet alleen op wijkniveau, maar ook op projectenniveau. De motie van GroenLinks lijkt ons ook goed. De heer Uysal heeft dat prima toegelicht. Hoef ik niet te herhalen. En de motie van Beter voor Dordt steunen we niet. Wij denken dat je zeker aan de randen van de bebouwde kom zal moeten gaan bouwen op termijn. En deze motie roept eigenlijk op dat we alleen nog maar binnen de huidige bebouwde kom gaan bouwen, zoals vermeld in de overweging in de motie. En wij denken dat dat op lange termijn geen houdbaar standpunt meer is. Daarnaast moet er
35
veel groen rond de nieuwbouw blijven bestaan, zoals wij hebben begrepen. En dat vinden we ook heel goed. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan geef ik het woord aan Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik moet zeggen dat de woordvoering van mevrouw Koene van Gewoon Dordt, die heb ik wel heel goed begrepen. En grotendeels sluit ik me daar ook bij aan. Ik heb de bezwaren van de fracties ook echt wel gehoord. En ik snap de bezwaren. En ook omdat er al een intentieverklaring is ondertekend. Dan lijkt het ook een beetje alsof de raad wordt overvallen. Maar we weten ook dat Dordrecht er niet heel goed voorstaat. En er heerst behoorlijk wat armoede. En ook in het kader van gezondheid en vitaliteit valt wel wat te verbeteren. En een gezonde stad moet een goede mix zijn van welvarendheid, waar iedereen van mee mag profiteren. Alles wat je aandacht geeft, groeit. En wanneer we constant aandacht geven aan iets laags of de middenmoot, dan is dat wat groeit. En we mogen ook best wat liefde en aandacht geven aan mooie ontwikkelingen, die ook een bijdrage kunnen leveren aan onze stad. En ik denk, dat is iets waar misschien Forum voor Democratie en de VVD elkaar ook kunnen vinden, is dat we zien dat welvaart een goed mag zijn voor iedereen. En dat dat ook mogelijk is. Wij zullen daarom deze moties ook niet steunen.
Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De Fractie Stam. Mijnheer Stam, gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. De woordvoering die ik had geschreven, die kan ik op basis van wat ik hier allemaal gehoord heb wel in de prullenbak gooien. Ik probeer het een beetje uit mijn hoofd te doen. Als je gewoon kijkt naar het gebied, gaf best wel hoofdbrekens. Enerzijds omdat vanuit het verleden ik een tegenstander was van bouwen in de polder. Maar je ziet gewoon dat op heel veel plekken nu discussie speelt en de woningvraag toeneemt. Waarmee ik niet wil zeggen dat het alleen maar dure woningen moeten zijn. Maar ik snap het wel vanuit het perspectief vanuit de ontwikkelaar. Die heeft die grond gekocht. Er ligt een Omgevingsvisie. In die zin begrijp ik hem wel. In die zin zullen wij ook niet instemmen met de motie van Beter voor Dordt. En dan blijft even de discussie over, hoe gaan we om met de moties van onder andere Partij voor de Dieren en GroenLinks? Daar zit ik nog even over te twijfelen. Hangt ook een beetje van de antwoorden af. Waar ik wel een beetje van schrik van GroenLinks, is dat geld verdienen een beetje als vies wordt gezien. Je zou bijna zeggen, om de woorden van de heer Uysal te gebruiken, het is het criminaliseren van ontwikkelaars die geld verdienen. Maar dat zien we ook bij speculanten. Dat zien we ook bij aandelen. In die zin vind ik dat wel vreemd.
Ik ben wel bang als ik de motie van Partij voor de Dieren ga ondersteunen om een mengvorm te kiezen, dat de ontwikkelaar in de vertraging schiet en dat voorlopig niet zou gaan doen. Dan neig ik toch inhoudelijk meer naar de motie van GroenLinks. Ik heb daar nog wel wat vragen over. Want als ik de motie lees, wordt er gesproken over expliciet afspraken maken. En dat vind ik dan wel een beetje jammer, want ik zou eigenlijk veel meer, en dat heeft u eigenlijk in uw bewoording wel zo gedaan, in gesprek willen gaan met de ontwikkelaar om daar afspraken mee te maken, hoe kunnen jullie, vanuit die winst die u maakt, een bijdrage leveren aan de rest van de stad? Bijvoorbeeld ook een financiële bijdrage of het meebouwen in projecten voor sociale woningen. Maar dat moet volgens mij op vrijwillige basis gebeuren. Want volgens mij
36
hebben we geen enkele juridische grondslag om die ontwikkelaar daartoe te dwingen. In die zin neig ik heel sterk om de motie van GroenLinks te ondersteunen, en de andere moties niet. De voorzitter: Dank u zeer. Dan kom ik bij de heer Van Leeuwen, Fractie van Leeuwen. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Op zich ben ik een voorstander van gemengd bouwen op de betreffende locatie. Ik neig er ook naar om de motie van het CDA, Partij voor de Dieren en GroenLinks te ondersteunen, om ook het wettelijk recht van de raad te garanderen om in ieder geval nog in overleg te treden met de ontwikkelaar over de invulling van het plan. Ik wil de wethouder hier nog wel over horen. De motie van Beter voor Dordt om de intentieovereenkomst met de ontwikkelaar te ontbinden, ondersteun ik niet. Ik vind het belangrijk dat daar gebouwd wordt. Ik begrijp uw argumenten wel, maar ik vind het belangrijk dat er iets meer gedaan wordt aan de woningnood. Dan de motie Laat de stijging van de grondwaarde voor een deel ten goede komen aan de stad. Ik heb daarover zitten dubben, want op zich ben ik een voorstander van marktwerking. Maar, zeg ik er meteen bij, ik ben ook geen tegenstander van wat speculatie en wat risico te nemen.
Maar het gaat mij zelf wat te ver om de volledige winst bij een private partij, waarbij de winst in directe zin ontstaan is door een gemeentelijke beleidsbeslissing, aan die partij te laten. Ik zou me kunnen voorstellen dat er gekeken wordt, wat is redelijk? En ik zeg helemaal niet dat een heel groot deel van de winst afgeroomd moet worden, maar een bepaalde bijdrage richting de stad zou erg goed zijn. Dank u wel. Dat was het. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar Fractie van der Spoel. Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft de motie van Beter voor Dordt, Behoud de Oude Boomgaard, daar ben ik op tegen. Prima dat daar woningen komen. Sterker nog, als het aan Fractie van der Spoel ligt, bouw alle polders tot aan de Wieldrechtse Zeedijk vol. Dan de motie Partij voor de Dieren en co, Landelijk wonen kan prima betaalbaar, daar ben ik voor. Dit is nu het vierde jaar dat we bezig zijn in deze periode. En het lijkt wel dat bij ieder project van dit college het eigenlijk nooit mogelijk is dat er betaalbare woningen bij kunnen. Het percentage wordt eigenlijk nergens gehaald. En iedere keer wordt er dan doorverwezen naar, maar in de toekomst gaan we elders nog wel dat percentage halen, of gaan we compenseren. Ik heb het eigenlijk nog niet gezien.
Motie GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren, Laat stijging grondwaarden ten goede komen puntje, puntje, puntje, daar ben ik voor, want dat vind ik een hele goede zaak. De voorzitter: Dan helder. Er is een vraag ook gesteld in de richting van de wethouder. Ik denk dat het dan correct is hem in de gelegenheid te stellen en ook zijn appreciatie te geven van datgene wat door u gewisseld is. Het woord is aan wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het college is wat in verwarring, naar aanleiding van deze motie. En dat is zowel op de inhoud als op het proces. Als eerste op de inhoud. Uw raad heeft in de Omgevingsvisie 1.0, staat ook in de nieuwe Omgevingsvisie, duidelijke kaders meegegeven waarvan u zegt, college, werk langs die
37
as nieuwe initiatieven die op uw pad komen uit. En in die Omgevingsvisie heeft u aangegeven dat aan de randen van de stad er kleinschalige locaties liggen, met een rustig en groen leefmilieu. Dat er ruimte is voor wonen in het topsegment, in een ruime, rustige en groene of blauwe omgeving. En dat op die plekken vrijstaande of twee-ondereen-kapwoningen passen in dat topsegmentmilieu. En ik zie nu vervolgens moties liggen die aan de ene kant zeggen, ga helemaal niks bouwen. Dat staat haaks op hetgeen u in de Omgevingsvisie heeft meegegeven. En het tweede, een motie die zegt, ga op deze plek naar hele andere typen woonmilieu en woningen zoeken. Om daar nog even het perspectief op te zetten. Op het moment is het zo dat 31 procent van alle woningen die gerealiseerd zijn de afgelopen jaren in het sociale huursegment zitten. U heeft het in het raadsvoorstel gezien wat we gisteren naar u gestuurd hebben, dat we inmiddels van het totale programma, waarvan u heeft gezegd in de Woonvisie, bouw 2.000 sociale huurwoningen, 2.500 sociale huurwoningen geprogrammeerd zijn. Ruim 1.250 betaalbare koop. En u heeft ook in het RIGO-onderzoek gezien dat de woningnood er zeker is. En dat is voor alle segmenten het geval. Kijk vooral op welke plek je welk type woningen kan realiseren.
En dan heb je hier een plek, zoals u zelf in de Omgevingsvisie heeft aangegeven, waar ruimte is voor woningen, zoals die nu in de intentieovereenkomst is uitgewerkt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk en mevrouw Schnabel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik probeer altijd de wethouder even uit te laten te praten, maar die heeft dat van die lange zinnen. Maar ik ga toch even een vraag stellen. Want de wethouder heeft het over dat er zoveel sociale huurwoningen bijgebouwd zijn. Daar moet u wel een nuance in aanbrengen. Die zijn nieuw gebouwd. Die zijn niet erbij gekomen, maar die zijn eerst gesloopt en vervolgens zijn die gebouwd. Die nuance wil ik even meegeven. De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Dat klopt, voorzitter. Zoals u in Woonvisie heeft meegegeven, heeft u de opdracht gegeven aan het college om 2.000 sociale huurwoningen erbij te programmeren, waarvan 1.000 nieuwe en 1.000 ter vervanging van sloop-nieuwbouw, of van sloop vervangende nieuwbouw. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dan nog benieuwd naar hoe de wethouder hierop reflecteert. We lazen namelijk ook dat er 1.000 sociale huurwoningen verdwenen zijn en het aandeel corporatiewoningen daalde van 28 naar 26 procent tussen 2018 en 2024.
Hoe kijkt de wethouder daarnaar? De heer Burggraaf: Voorzitter, ik wil hier niet een heel breed woondebat van gaan maken. Ik wil dit meer even kleuren, een aantal geluiden die ik hier hoorde als ware er totaal geen sociale woningen worden gerealiseerd, et cetera. Binnenkort ook, naar aanleiding van het RIGO-onderzoek en de woningbouwmonitor, hebben we hier apart het
38
gesprek over. Ik stel voor dat we daar de diepte verder ingaan met elkaar. Maar ik wil daar in ieder geval even het beeld schetsen dat ware het, er wordt op het moment helemaal niks aan sociaal of betaalbaar gerealiseerd, dat dat niet klopt. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Heel kort. Mevrouw Schnabel, kort. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Heel kort inderdaad. Maar er wordt nu wel gesuggereerd dat er heel veel sociale huurwoningen gebouwd worden en dat dat feitelijk niet waar blijkt te zijn. Maar goed, daar kunnen we later nog op doorgaan. Maar om dat beeld wel ook dan zo neer te zetten. De voorzitter: De wethouder heeft dat verdiepend gesprek toegezegd. Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, dan nog even de schaal waarop.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, heel even hoor. Ik wil toch die nuance aanbrengen. Want er wordt nu een verkeerde stelling neergelegd door de wethouder. Er wordt helemaal niet gezegd dat daar niet gebouwd wordt, maar we lopen ver achter op het landelijk gemiddelde. Er wordt te weinig gebouwd. De voorzitter: Maar misschien is het goed dat de wethouder dan de gelegenheid krijgt zijn verhaal ook te vervolgen, want anders na twee woorden, dan heeft u gelijk, dan is dat niet belicht. Maar hij doet een poging. Ik zou zeggen, geef hem even de ruimte daarvoor, want anders regent het een batterij aan interrupties, maar kom je niet tot het echte gesprek wat het college met u als raad wil hebben. En dat lijkt mij ook nuttig. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. De constatering dat er sprake is van woningnood en dat de realisatie nog veel harder moet, dat ben ik geheel met iedereen eens. Dat is waar we ook hard op inzetten, om te zorgen dat er zoveel mogelijk nieuwe planvoorraad komt. Dan is het vervolgens de vraag, zoals ik net even schetste, zo heeft u zelf al in de Omgevingsvisie de plekken aangegeven waarvan u zegt, dat leent zich bij uitstek voor het type woonmilieu topsegment, waar ook vraag naar is.
Je kan ook kijken op welk niveau wil je vervolgens gaan sturen, op welke schaal? Want het beeld dat in Dubbeldam, in die hoek er geen diversiteit aan woonmilieu is, die waag ik ook te betwijfelen. Want natuurlijk als je maar ergens het lijntje klein genoeg trekt, dan kan je altijd constateren dat iets heel eenzijdig is. Maar als je gewoon even wat breder kijkt in de buurt, ik hoorde een van u daar ook op reflecteren, dan heb je in de buurt de Acaciastraat, de Lijsterbesstraat, de Goudenregenstraat, waar ook echt veel betaalbare woningen zijn. Dubbeldam, absoluut, daar kan veel meer sociaal en betaalbaar nog bij komen, als je het op wijkniveau bekijkt. Maar als je het in die hoek van de buurt bekijkt, is er echt sprake van een divers woonmilieu. Dat beeld wil ik graag ook toch nog wel even ertegenaan zetten. Dan voorzitter, nog even de verwarring op het proces. Want u heeft dan een motie neergelegd van Partij voor de Dieren, CDA, GroenLinks, waarin u vervolgens zegt, geef raad uitspraak aan de ontwikkelaar mee. Die staan haaks op
39
hetgeen u nu in de Omgevingsvisie hebt staan. Ik vraag me dan af, als deze motie wordt aangenomen, betekent dat dan dat op dat vlak er een wijziging van beleid is? De heer Groenewege: Voorzitter. De heer Burggraaf: En het tweede is dan, wat wilt u? Want u zegt, u gaat het gesprek aan als raad met de ontwikkelaar. Ik ben dan wel nieuwsgierig, gaat u dan in dat proces de rol die u … U geeft de kaders mee. Het college moet de dingen vervolgens uitvoeren, en komt weer bij u terug. Wilt u daar dan ook een aanpassing in? De voorzitter: Interruptie van de heer Groenewege. De heer Burggraaf: Dat werd me ook niet helemaal duidelijk uit de motie. De voorzitter: Interruptie, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Nog even over die Omgevingsvisie. Want de wethouder beweert dat de motie die voorligt afwijkt van de Omgevingsvisie. Maar ik heb het er eens bij gepakt. Er staat, er is ruimte voor wonen in het topsegment. Dat betekent niet, bouw alleen in het topsegment. Dat betekent, hier is ruimte, letterlijk, voor wonen in het topsegment. Er staat een gemiddelde dichtheid van vijf tot twintig woningen per hectare. Er staat, voornamelijk vrijstaande of twee-onder-eenkapwoningen. Niet uitsluitend vijftien vrijstaande woningen, zoals de wethouder het heeft ingestoken richting de ontwikkelaar. Er staat voornamelijk vrijstaande of tweeonder-een-kapwoningen.
En er staat zelfs nog, gestapelde woningbouw kan alleen in een landgoedachtige setting. Daar had de wethouder op dit perceel ook nog voor kunnen kiezen. Maar de wethouder heeft dit ingevuld met vrijstaande woningen. Doet nu net alsof de raad dat hem heeft opgedragen. Maar dat is een keuze die hij zelf heeft gemaakt. Kan hij dat ruiterlijk toegeven? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, het is in de brede context, zoals ik hem net zei. Wonen in het topsegment, ruim, rustig, in een groen en blauwe omgeving, met hoge kwaliteitseisen. Dat is ook hetgeen wat we daar hebben neergelegd. Dat ziet u ook vervolgens terug in de ruime opzet van meer groene natuurkavels, publieke tuinen en dergelijke. Dat kost ook allemaal geld. Als je dat soort kwalitatieve randvoorwaarden stelt, dan begrens je wel de ontwikkeling die daar mogelijk is. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: De ontwikkelaar heeft de grond gekocht als landbouwgrond. Is de wethouder bang dat de ontwikkelaar geld tekort komt? De voorzitter: Wethouder.
40
De heer Burggraaf: Voorzitter, ik weet niet zo goed wat ik met deze vraag aan moet. Ik ga gewoon door naar de volgende. En dat is de andere motie die er lag. En even denken, van GroenLinks, met betrekking tot, even kijken, ik moet hem er even bij pakken dat ik het dictum goed heb, bij de nadere uitwerking van plannen en het opstellen van de anterieure overeenkomst afspraken te maken over de bijdrage van de ontwikkelaar, die in verhouding staat tot de waardestijging. Voorzitter, we zijn in de regelgeving gebonden aan hetgeen we kunnen regelen via een anterieure overeenkomst. En dat zijn kosten die gerelateerd zijn aan de ambtelijke kosten die gemaakt worden, de voorziening en infrastructuur. Binnen dat concept passen niet het verwerken van andere kosten of waardestijgingen daarin te verwerken. Als het gaat om vrijwillige bijdrages, dan is daar ook een grondslag voor. Die moet je namelijk kunnen leggen met die van de Structuurvisie of een programma. En er moet sprake zijn van voldoende samenhang met de voorliggende ontwikkeling. Ik zie op dat vlak geen juridische haken om dergelijke zaken af te spreken met de ontwikkelaar. Het is wel zo dat inderdaad er vanuit het Rijk wordt gewerkt aan de planbatenheffing. Die is er nog niet.
Op het moment dat die er is, wordt daarvan gezegd, die planbatenheffing zal dan vervolgens niet direct na invoering zijn volledig effect hebben, omdat gronden die ontwikkelaars al hebben aangekocht niet onder deze heffing zullen vallen. Daar zal deze situatie ook buiten vallen. Wat ik u wel kan toezeggen, is dat wij in het kader van programma kostenverhaal dat verder eens even onderzoeken en in kaart brengen, en dat na de zomer in het algemeen, niet specifiek voor deze ontwikkeling, maar gewoon in het algemeen eens even bij uw raad terugleggen. Wat kan je rondom kostenverhaal? En onder andere een instrument als een vereveningsfonds, rondom sociale woningbouw, wat voor instrumenten zou je daarop kunnen inzetten naar de toekomst toe? Maar dat is even los van deze specifieke casus. Dat is meer een onderzoek dat we kunnen doen en waar kunnen we ook u eens even bij betrekken en informeren over, wat zien we gebeuren als het gaat om die planbatenheffing die landelijk aan gewerkt wordt? En hoe gaan we daar zo meteen in Dordrecht mee om? Dat is meer even als algemene toezegging. Maar zoals hij nu in de motie staat verwerkt, kan het college daar geen uitvoering aan geven, als het gaat om die specifieke verzoeken die hierin verwoord staan. De heer Uysal: Voorzitter. De heer Burggraaf: Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal.
De heer Uysal: De heer Stam maakte net een scherpe en terechte opmerking, dat het dictum misschien net iets te scherp is geformuleerd. Ik merk ook bij een aantal partijen dat dat leidt tot twijfel. En ik merk ook uit de antwoorden van de wethouder dat hij niet onwelwillend hier tegenover staat. Dat is positief. Kan de wethouder dan wel ermee leven dat als we het dictum iets vrijblijvender formuleren, dat we die strakke eisen eruit halen en dat we hem gewoon op pad sturen om het gesprek vooral aan te gaan met de ontwikkelaar, om te kijken of hier een grondslag voor te vinden is? En die planbatenheffing en verrekening en afroming, dat waren slechts voorbeelden. De heer, ik ben even zijn naam kwijt, van de ChristenUnie/SGP, gaf een voorbeeld van waar dat eerder ook is uitgevoerd. Ik ben ervan overtuigd dat er wel juridische grondslagen en
41
haken hiervoor te vinden zijn. Is de wethouder wel bereid om op pad te gaan, met de ontwikkelaar hierover het gesprek aan te gaan? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik ben een beetje in verwarring met de opdracht die de raad geeft. Want de ene motie roept op dat de raad wat dingen gaat doen. Hier vraagt u het college toch weer wat zaken te gaan doen met de ontwikkelaar. Het is handig als daar ook wat duidelijkheid op komt wat u precies verwacht. Maar nogmaals, de toezegging is aan u dat wij gewoon na de zomer aan de raad een onderzoek zullen presenteren, hoe om te gaan met kostenverhaal? Welke ontwikkeling zien we landelijk, met betrekking tot de planbatenheffingen voor de Dordtse situatie? Ik verwacht dat we dat dan in het vierde kwartaal zullen hebben. En dan naar aanleiding van dat stuk kunnen we ook weer het gesprek met de ontwikkelaar voeren. Ik hecht er wel aan om dat gewoon in de goede volgorde der dingen te doen. Want u stelt generiek beleid vast, wat we vervolgens op specifieke situaties toepassen. Ik zou dat toch graag als leidraad willen hanteren. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ik wil nog even twee zinnen terug van de wethouder, van een kwartier geleden. Ik wil nog even verdergaan op de vraag die de Partij voor de Dieren heeft gesteld. Want de wethouder stapte daar heel makkelijk overheen.
Ik ga hem niet zo plat stellen, over financiën, vindt u dat we niet genoeg geld hebben? Maar waar ik wel benieuwd naar ben, want als ik die lijn doortrek, dan hoor ik, er ligt er plan, daar moet een groen omheen komen, dus we moeten dat plan financieel rondkrijgen. Snap ik, want dat moet altijd. Begrijp ik. Maar hoeveel plannen heeft u nu voorgelegd gekregen van die ontwikkelaar? En waar is de keus dan op gebaseerd? Hebben ze enkel en alleen een plan neergelegd van vijftien villa's? Hebben ze een plan neergelegd van zeven sociale woningen, zeven villa's? Andere plannen? En hoe is die keuze tot stand gekomen? Of hebben ze een plan neergelegd en that’s it? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter zoals ik net zei, u heeft in de Woonvisie, de raad, aan het college een opdracht gegeven om een heel breed woningbouwprogramma te realiseren. En die zit in alle categorieën. Vanaf de sociale huur tot betaalbare koop tot de dure koop en het topsegment.
Vervolgens is het onze taak als college om in de programmering in de stad te kijken bij de locaties, hoe kunnen we aan die doelstelling, die u ons heeft meegegeven, invulling geven? En dan is het feit dat, zoals ik hoorde van Beter voor Dordt van, we hoeven deze locatie niet te bebouwen, want er zijn nog genoeg verdichtingslocaties te vinden … Het klopt, er zijn nog voldoende verdichtingsplekken in de stad te vinden, maar niet voor een topsegmentlocatie, waarin je ruimere woningen hebt in een groenere setting, in een prijscategorie die op heel veel van die verdichtingslocaties niet te realiseren is. Ik kom op een antwoord op uw vraag, dan kom je vervolgens uit op deze locatie waarvan je zegt, als we daar die opgave nog hebben
42
langs die Woonvisie in aantallen, dan zijn er zo weinig plekken dat het logisch is om in de uitwerking ook met dat segment het gesprek met de ontwikkelaar te hebben. En waar wij vooral op gestuurd hebben, is het feit dat het een plek is aan de rand van de stad, in het overgangsgebied naar het poldergebied. Dat ziet u ook in de Omgevingsvisie 2.0, waarin we een grote waarde hebben toegevoegd aan de goede overgang van het harde stedelijke naar het open landschappelijke. Wat u als raad altijd aan ons heeft meegegeven als belangrijke kaders. Dat dat voor ons de sturende elementen zijn geweest voor dit plan. Waarbij we vooral vervolgens hebben gestuurd op, in eerdere uitwerkingen, kavels die erg verhard waren, gesloten bebouwing hadden, waardoor je aan de dijk een gesloten front kreeg. En daar hebben we vooral op gestuurd, dat er open tuinen ontstaan, waardoor je niet de traditionele harde kavels krijgt met de schutting en de tuin. Waarbij je goede voorkanten aan de dijk hebt, die uitstralen van, het is sporadische dijkbebouwing. Dat het goed doorwaadbaar, doorloopbaar is en openbaar toegankelijk voor de buurt. Dat is waar we op hebben gestuurd in dit plan. En dat heeft uiteindelijk tot dit plaatje geresulteerd.
Waarbij natuurlijk een ontwikkelaar vervolgens langs die criteria gaat meten van, dit is wat je uiteindelijk aan opbrengst kan genereren, dit is dan de investering die je moet doen. En dat moet uiteindelijk zich rondrekenen. En daar is dit plan uit voortgekomen. De voorzitter: Ik denk dat we een uitgebreide eerste termijn hebben gehad. Ik stel voor dat in de tweede termijn, denk ik, de moties in stemming gebracht moeten worden, en ook met het afleggen van stemverklaringen. Ik kijk even rond. Kunt u zich daarin vinden? De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, kunnen wij even schorsen, zodat wij kunnen overleggen met de mede-indieners voor de motie. De voorzitter: Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. Mag ik vragen de plaatsen in te nemen? Ik heropen de vergadering. Ik kijk of iedereen er is. Ik begrijp dat GroenLinks de motie wil aanpassen. Misschien kan dat even toegelicht worden door de fractievoorzitter van GroenLinks, de heer Uysal. De heer Uysal, ik geef u het woord. De heer Uysal: Voorzitter, gehoord de wethouder hebbende, hebben we de motie een klein beetje aangepast. Ook mede op basis van de inbreng van de heer Stam. Hij was iets te strak geformuleerd, waardoor een aantal partijen twijfelachtig waren. Die hebben we weggehaald. We hebben nu meer ruimte overgelaten, ook aan het college, om gewoon het gesprek aan te gaan.
Wij vinden het zonde om dat voor dit specifieke geval te laten gaan, om dat niet toe te passen, omdat we ervan overtuigd zijn dat het wel op een of andere manier mogelijk moet zijn. We vragen ook van het college de creativiteit. Dan gaan we de nieuwe motie in stemming brengen en trekken we de oude motie in. De voorzitter: Dan wordt dit motie 5A. Motie 5 wordt geacht ingetrokken te zijn. En dan stel ik voor dat we dadelijk overgaan tot de stemmingen. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Moeten we wel de motie hebben natuurlijk. De heer Groenewege.
43
De heer Groenewege: Ik zou in tweede termijn ook nog graag willen reageren op een punt van de wethouder, als dat mag. De voorzitter: Dan krijgt u een tweede termijn. De heer Groenewege: De wethouder had het over het bulletpoint in onze motie over, in gesprek gaan met de ontwikkelaar. En ik merk dat die iets te hard geformuleerd is, iets te dwingend en dat die niet wordt opgevat, zoals die is bedoeld. Hij is bedoeld als aanbod aan de ontwikkelaar.
Mocht de ontwikkelaar naar aanleiding van deze verwachtingen, die wij bij de ontwikkelaar neerleggen, denken, ik wil een aantal vrijstaande woningen best vervangen door twee-onder-een-kapwoningen, maar dat betekent wel dat het aantal woningen toeneemt. Dan moet daarover een nieuw kader liggen, of daar moet de raad dan ook voor openstaan. Zo is die bedoeld, als aanbod aan de ontwikkelaar. En hij is niet bedoeld als, de raad heeft allerlei bevoegdheden die we uit het luchtledige trekken. Dat wilde ik even verhelderd hebben. De voorzitter: Dank u zeer. Dan kijk ik rond. De heer Noldus, VVD. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag naar aanleiding van de nieuwe, aangepaste motie van GroenLinks, die ik nog niet heb kunnen lezen. Maar als ik de heer Uysal zojuist beluister, blijft het zo dat de oproep van toepassing blijft op het project aan de Oude Boomgaard. Of dat correct is? Want ik heb het college in de eerste termijn duidelijk horen stellen dat voor dit soort instrumenten dat niet met terugwerkende kracht op bestaande gebieden toegepast kan worden. Daar ben ik benieuwd naar wat de duiding van de indieners en het college is. De voorzitter: Dan de heer Uysal.
De heer Uysal: Voorzitter, ook los van het juridische argument of een planbatenheffing wel of niet mogelijk is, willen wij ook gewoon de ontwikkelaar de ruimte bieden om misschien binnen dit project, maar ook als het binnen dit project niet gaat om in een ander project de maatschappelijke tegenprestatie, waar wij het over hebben, te leveren. Vandaar die open formulering en om gewoon lekker met benen op tafel het gesprek hierover aan te gaan. Met de oproep, als we dadelijk de motie in stemming brengen van de raad. De voorzitter: Dan denk ik dat we over kunnen gaan tot het in stemming brengen. De heer Noldus: Voorzitter, ik heb de motie nog niet in het systeem gezien. En naast de reactie van GroenLinks heb ik ook nog een reactie en duiding erop van het college gevraagd. De voorzitter: Misschien de wethouder nog behoefte?
44
De heer Noldus: Want zoals ik GroenLinks nu begrijp, is het een soort van brede oproep op het misschien wel moreel besef van een ontwikkelaar om met breed perspectief mee te helpen aan de opgaves van de stad. Dan wordt hij misschien wel heel breed. Maar ik ben benieuwd naar de duiding van het college. De voorzitter: De wethouder heeft ook nog geen kennis kunnen nemen. Het wordt nu geüpload, wordt mij verteld. Dan wachten we daar maar even op. De heer Uysal: Voorzitter, korte reactie daarop, als het mag. De voorzitter: Gaat uw gang. Kan ons helpen. Gaat uw gang. De heer Uysal: Het is inderdaad ons inziens een goede insteek om gewoon met elkaar het gesprek aan te gaan. Maar ook hechten wij waarde aan wat de raad hier voor oproep doet. Er ligt een motie van Partij voor de Dieren op tafel, om te komen tot gemixte woningbouw. En ik denk dat deze motie ook een krachtig signaal kan zijn aan de ontwikkelaar, om toch nader te kijken naar de huidige gang van zaken, met betrekking tot dit project. De voorzitter: De motie is geüpload. U mag lezen. Verversen, en het is zichtbaar. Iedereen gelukkig. Het woord is aan de wethouder voor een duiding van de motie. En daarna stel ik voor om de diverse moties in stemming te brengen. Want het is aan u als raad om tot de eindoordeelsvorming te komen. De wethouder. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter.
Natuurlijk met alle waardering voor GroenLinks om te zoeken naar een oplossing. Maar ik kan niet anders concluderen dat ik bij deze motie nog steeds met hetzelfde advies kom om het te ontraden, omdat hier wederom wordt gevraagd het gesprek aan te gaan over een bijdrage via die anterieure overeenkomst, waarvan ik net heb aangegeven dat het daar niet juridisch aan gekoppeld kan worden. Ik zou het advies ook bij deze motie hetzelfde blijven als die ik net heb gegeven. Ik kan u toezeggen dat wij na de zomer met een uitwerking komen over het kostenverhaal, de planbatenheffing, et cetera. Naar aanleiding van dat onderzoek kunnen we het gesprek met elkaar aangaan. Kan ik op basis daarvan dan ook het gesprek met de ontwikkelaar hebben. Maar wel in die volgorde en in die context. En dat blijft met dit dictum dingen lezen waarvan ik zeg, dat is niet te verenigen met de juridische basis waarlangs wij moeten werken. Ik hou het bij die toezegging. En dat zou een manier zijn dat als deze motie dan toch wordt aangenomen het college er invulling aan geeft. En niet zoals hij nu in de verzoeken geformuleerd staat. De voorzitter: Dan de heer Uysal. De heer Uysal: Korte opmerking nog. Het klopt dat inderdaad anterieure overeenkomst nog in het dictum staat, maar het wordt wel vermeld als waaronder. Het is niet een strikte voorwaarde van, neem het in de anterieure overeenkomst op.
Het is meer als een ter voorbeeld. Je kan het ook gewoon terzijde laten. De voorzitter: Dat is uw aanvulling en toelichting? Dan stel ik voor dat we overgaan tot stemmen. En aan de orde is eerst motie 3, Partij voor de Dieren, CDA, GroenLinks.
45
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Wie wil een stemverklaring afleggen? Ik zie mijnheer Schalken, Beter voor Dordt. Wie nog meer. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, een stemverklaring die betrekking heeft op … De voorzitter: Wacht even. Ik ga even inventariseren. Mevrouw Schnabel. Mijnheer Stam. Nog anderen? Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Een stemverklaring die betrekking heeft op de twee moties die niet door ons zijn ingediend. Als Beter voor Dordt schrikken we van het gemak waarmee deze raad groen verruilt voor bebouwing en speculatie beloont, terwijl we allemaal weten dat we met deze ontwikkeling niet gaan bouwen voor de huidige wooncrisis. Bijzonder dat veel partijen die zich altijd sterk maken voor groen, biodiversiteit en ook bescherming van dieren niet tegen deze ontwikkeling zijn. We stemmen tegen de twee moties waar we niet bij staan. En onze eigen moties brengen we natuurlijk in stemming. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Kort aangeven dat wij deze motie ook hebben meegetekend. En dat we voor deze motie daarom ook zullen stemmen. De voorzitter: Akkoord. Dan kijk ik. Mijnheer Stam? Niet. Dan gaan we over tot stemming over de motie 3, Partij voor de Dieren, CDA, GroenLinks, Partij van de Arbeid. U kunt stemmen. Voor de motie hebben gestemd 24, tegen de motie 14.