2.1 2025.03.11 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik heb het volgens mij namens Beter voor Dordt in de commissie ook al aangegeven. Wij zullen meegaan met deze motie, maar wat ons betreft betekent dit niet dat we doorslaan in betutteling en verboden, maar gewoon het gezonde gedrag wel benadrukken.
23
De voorzitter: Helder. Nog andere leden van uw raad? Dan kunt u stemmen. Voor hebben gestemd 24, tegen 14. Tegen hebben gestemd Forum voor Democratie, Gewoon Dordt, Op Ons Eiland, de VSP en de VVD. De motie is aangenomen. Dan kom ik bij motie 4, de gokreclame uit de openbare ruimte. Wie wenst daarover een stemverklaring? Mijnheer Hartmeijer, SP, gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Dank. Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording en de voorgestelde route vanaf 2027, want ik kan me voorstellen dat er langjarige contracten lopen. Dat lijkt mij gewoon een goede route. Dank. De voorzitter: U kunt stemmen. Voor hebben gestemd 30, tegen 8. Tegen hebben gestemd Forum voor Democratie, Op Ons Eiland en de VSP. De motie is aangenomen. En Gewoon Dordt. Klopt. Dan kom ik bij motie 5, alcoholreclame uit de openbare ruimte. Wenst iemand een stemverklaring? Dan kunt u stemmen. Mevrouw Boom, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik wil toch nog heel even uitleggen waarom wij voor gokreclame stemmen en tegen alcoholreclame. Wij vinden het nogal een behoorlijk verschil of dat je in een avond je fles alcohol leegdrinkt of dat je in een avond je hele betaalrekening weg gokt. En de verschillen zijn enorm. En alcohol kunnen we beter een keuze maken en er is al veel voor geregeld. Vandaar nee. De voorzitter: Helder, mevrouw Boom-Vos. Dank u wel. Andere leden van uw raad.
De heer Van Dam Timmers, CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Het CDA stemt uiteraard van harte in, ook met deze motie. Misschien een leuke hele korte anekdote. Een paar jaar geleden werd ons gevraagd door studenten vanuit het Leerpark ... Die kwamen naar de gemeenteraad toe en die nodigden ons uit om toch ook wel te verzetten tegen al die reclames voor gokken en alcohol in die abri's rondom hun scholen, omdat ze daar toch ook wel ontzettend klaar mee waren. En ik denk, laten we bij deze verstandige tieners dan eens aansluiten. De voorzitter: Uitgebreide stemverklaring. Akkoord. U kunt stemmen. Voor hebben gestemd 24 leden van uw raad, tegen 14. Tegen hebben gestemd Forum voor Democratie, Op Ons Eiland, VSP en de fractie VVD en Gewoon Dordt. Ik kijk even naar ... Wacht even. Waar zie ik ... Gewoon Dordt. Excuus. De motie is aangenomen. Daarmee hebben we dit voorstel besproken.
32.Vaststellen Nota Risicosturing & Weerstandsvermogen – Raadsvoorstel De voorzitter: En is aan de orde vaststellen Nota Risicosturing & Weerstandsvermogen. Deze nota is in de Auditcommissie op 11 februari uitgebreid besproken en daarna via de Agendacommissie op 4 maart oordeelsvormend in een commissie. De commissie heeft geconcludeerd nog in de raad over het voorstel te willen spreken, waarbij de moties en amendementen centraal staan. Hiervoor geldt een spreektijd van twee minuten. Ik heb
24
drie amendementen gezien, allen van Beter voor Dordt, met een aantal andere partijen. Ik kijk even rond of dit klopt? Dan geef ik nu graag eerst Beter voor Dordt de gelegenheid om de amendementen kort toe te lichten, in te dienen. En daarna krijgt iedere fractie de gelegenheid daarop te reageren. Gaat uw gang, de heer Schalken. De heer Katif: Zou het ook Katif kunnen zijn? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel. Geen probleem, voorzitter. De voorzitter: De heer Katif, gaat uw gang. De heer Katif: Geen probleem. Voorzitter, allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor de ambtelijke organisatie. De Nota Risicosturing & Weerstandsvermogen biedt een gedegen basis voor hoe wij als gemeente Dordrecht omgaan met de financiële risico's en ons weerstandsvermogen. Een verantwoord financieel beleid is essentieel, zeker in onzekere tijden. Voorzitter, ik licht toe even het eerste amendement, getekend door DENK en Op Ons Eiland, uiteraard als ondertekenaar Beter voor Dordt. Het amendement brengt meer scherpte in de bepaling van het weerstandsvermogen, voorzitter. Wij zien dat de gemeente momenteel een ruime marge wil aanhouden bij de reservering van middelen. Dat kan verstandig zijn, maar alleen als dat onderbouwd wordt door een actuele en gedetailleerde risico-inventarisatie.
Ons voorstel borgt dat het weerstandsvermogen niet onnodig stijgt, zonder concrete risico's, en voorkomt dat middelen worden vastgezet die mogelijk elders beter ingezet kunnen worden, voorzitter. Ons tweede amendement, voorzitter, een hele belangrijke, voorkomt dat onze onbenutte belastingcapaciteit als financieringsbron voor het weerstandsvermogen wordt gebruikt. In de huidige nota wordt gesuggereerd dat een verhoging van de lokale lasten een optie is als extra dekking nodig is. Dat vinden wij onwenselijk, voorzitter, als Beter voor Dordt en medeondertekenden. Juist nu de Dordtenaren te maken hebben met stijgende kosten, moeten we eerst zoeken naar andere oplossingen, voordat wij een lastenverzwaring zelfs maar overwegen. Ik zal daar in mijn woordvoering op terugkomen. En last but not least, voorzitter, het derde amendement. Die is ingediend uiteraard door Beter voor Dordt, DENK, VSP en Op Ons Eiland. En zorgt ervoor dat de raad vooraf betrokken wordt bij de besteding van een financiële surplus. Momenteel ligt de afweging grotendeels bij het college, maar wij vinden het cruciaal dat de gemeenteraad hierin eerder wordt meegenomen. Dit versterkt de democratische controle, voorzitter, en geeft ons als raad de mogelijkheid om richting te geven aan deze financiële keuze. Tot zover, voorzitter. Ik hoop op brede steun van de raad om deze verbeteringen door te voeren.
Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer, mijnheer Katif. Als u ze wil indienen. En dan geef ik het woord aan de VVD. Wie mag ik het woord geven bij de VVD? Mevrouw Boom-Vos. Gaat uw gang, mevrouw. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Als Dordtse VVD snappen wij Beter voor Dordt, dat zij de onbenutte belastingcapaciteit als middel liever niet in willen zetten. Volgens mij geldt dat voor een heleboel raadspartijen hier. Bij de begrotingsbehandeling op 5 november afgelopen jaar is daarom ook onze motie aangenomen, waarbij we de
25
verhoging van lokale lasten als allerlaatste inzet gebruiken bij de Perspectiefnota. Het is voor ons dan eigenlijk ook niet meer logisch om dit bij de inzet van het weerstandsvermogen ook te doen. Maar de sturing op weerstandscapaciteit is echter net anders. Feit blijft dat de onbenutte belastingcapaciteit wel als middel binnen de weerstandscapaciteit aanwezig is en belangrijk is om te gebruiken als gemeente zijnde. We zijn er zelfs trots op dat we onbenutte belastingcapaciteit hebben en lager zitten dan het landelijk gemiddelde. Dat we eronder zitten, is terecht, en qua gemiddeld Dordts inkomen. En dat willen we als Dordtse VVD zo houden. Dat betekent eigenlijk voor de motie dat wij het eens zouden zijn als de onbenutte belastingcapaciteit als middel weggehaald wordt, maar niet bij de berekening van het weerstandscapaciteit zelf. Daarom is van ons de vraag aan de wethouder of hij aan kan geven of hij de onbenutte belastingcapaciteit ook als laatste redmiddel ziet? Na het inzetten van allerlei mogelijkheden, zoals de algemene reserve, grondbedrijf, bestemmingsreserve, stille reserves en de post onvoorzien en ook nog bezuinigingsmogelijkheden, en daarna pas de belastingcapaciteit. De voorzitter: Mijnheer Striebeck, gaat uw gang. De heer In ’t Veld: Daar ben ik voor afgekeurd. Dank u wel, voorzitter. Even een vraagje, via u, aan de VVD.
Als je in de nota kijkt, dan wordt er wel gesproken over beschikbare weerstandscapaciteit. Dat kan in mijn ogen niet anders betekenen als daarmee in feite een voorschotje wordt genomen om die weerstandscapaciteit ook daadwerkelijk in te zetten, want anders hoef je hem niet als direct beschikbaar te bestempelen. Hoe kijkt de VVD daar tegenaan? De voorzitter: Mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Er zit, zoals u zegt, een verschil tussen beschikbare weerstandscapaciteit, een soort risicobuffer, en het feit dat je het daadwerkelijk in gaat zetten. En dat verschil, zoals u zegt, willen wij maken. Wij willen hem wel in de beschikbare weerstandscapaciteit meenemen. Hij is aanwezig. En als je dat niet doet, vallen we nu of binnenkort snel onder de 1,0. En dat betekent dat je extra maatregelen waarschijnlijk moet gaan nemen. Dat kan gevolgen hebben voor de gebiedsontwikkeling op bouwen. Als je die maatregelen neemt, dan zeggen wij nog steeds, en dat is onze vraag aan de wethouder, bent u bereid om alle maatregelen die je kunt nemen als allerlaatste redmiddel de onbenutte belastingcapaciteit in te zetten? De voorzitter: Mijnheer In ’t Veld. De heer In ’t Veld: Dank u wel, voorzitter. Dan wil ik toch even nog naar die nota verwijzen.
Want er wordt natuurlijk een motivering aangegeven dat de lokale lasten in Dordrecht lager zijn dan het landelijke gemiddelde, wat aanspreken, wanneer nodig, mogelijk maakt. Hier wordt toch wel duidelijk de link gelegd met het aanspreken van die onbenutte belastingcapaciteit. Dat wel degelijk je dan praat over lastenverzwaring, als die aangesproken moet worden. De voorzitter: Mevrouw Boom-Vos.
26
Mevrouw Boom-Vos: Dat kan. Dat klopt. Dat is het gevaar hiervan. Maar wij zien de voordelen van het opnemen van de onbenutte belastingcapaciteit op dit moment vele malen hoger dan het nadeel. En als dat nadeel op het moment dat alle risico's zich gaan kapitaliseren of voor gaan doen, om even wat makkelijker te zeggen, dan vragen wij aan de wethouder, wilt u als allerlaatste redmiddel die onbenutte belastingcapaciteit inzetten? En we vinden het belangrijker om liever nu die afspraak te maken dan op het moment wanneer het zich voordoet. De heer In ’t Veld: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp het. Alleen dan zal er wel inderdaad een harde toezegging moeten komen, want zoals nu in de nota staat, is het een ander verhaal, wat ook de wethouder in de nota heeft verwoord of heeft laten verwoorden. Is de VVD het daarmee eens? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Mag ik daar heel even op beantwoorden? Dat was de vraag. Dat klopt. Die discussie hebben we ook in de commissie gehad. En daar heeft de wethouder al enkele woorden gezegd, wat ik begreep als een toezegging. Andere raadsleden begrepen het niet als toezegging. Vandaar dat ik nu om een harde toezegging vraag. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter.
Vraag aan de VVD. Ik heb de VVD altijd gekend als partij die zich bekommert over de lastenverlaging dan van lastenverzwaring. En net als de heer In ‘t Veld zegt, die onbenutte belastingcapaciteit gaat zonder meer gebruikt worden. Anders zou je het namelijk in de nota niet opnemen. Hoe staat de VVD tegenover het feit dat de onbenutte belastingcapaciteit als eerste gebruikt gaat worden? Want de VVD zegt, als we dat niet gebruiken, dan vallen wij namelijk onder de 1. Dan weet u iets meer dan wij, in principe, want ik zie dat namelijk niet. We hebben genoeg andere mogelijkheden. U hebt het zelf even genoemd, algemene reserves. De voorzitter: Kunt u tot een vraag komen. Iets korter. De heer Katif: Het is best een moeilijke materie, voorzitter, om dat in twee woorden te zeggen. De voorzitter: Dat snap ik. De heer Katif: Ik wil met alle plezier u ... De voorzitter: Maag goed.
27
De heer Katif: De vraag is volgens mij helder, mevrouw Boom, denk ik. Mevrouw Boom-Vos: Volgens mij hoorde ik drie vragen of drie verwarringen. De voorzitter: Even voor de orde. We hebben met elkaar de dertig seconden. En in alle bescheidenheid, vele materies zijn ook complex die u behandelt en bespreekt, maar vaak met een grote vaardigheid. Mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Ik zal het proberen kort te houden, voorzitter. Volgens mij zei de heer Katif drie dingen. Ten eerste, die belastingcapaciteit gaat gebruikt worden, want het staat in de nota. Ook al zou die niet in de nota staan, dan kan die nog gebruikt worden. Het is altijd een instrument van het college. Het is geen zekerheid als het er niet in staat. Ten tweede, zegt dat u onder de 1,0 valt. Dat is een aanname van mij. Volgens mij wat we in de Auditcommissie ook wel met accountant besproken hebben. De kans is gewoon heel erg groot, gezien alle risico's en waar ze alle gemeentes voorstaan, dat je onder de 1,0 gaat vallen. Dat zie je nu al bij een heleboel gemeentes gebeuren. Voor ons is het risico wat je loopt als je onder de 1,0 gaat vallen, de waarschijnlijkheid is groter en de gevolgen zijn vele malen groter. Vandaar dat wij hiervoor kiezen. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw. Mevrouw Boom-Vos: Volgens mij was dit de motie en ook wel de belangrijkste motie.
Want onze zorg zit hem ook in de onbenutte belastingcapaciteit. Die willen wij echt gewoon als aller-allerlaatste inzetten. En die delen wij volgens mij met allerlei partijen, maar iedereen zet het net wat anders in. De voorzitter: Uw spreektijd is om. Mevrouw Boom-Vos: Volgens mij weet Beter voor Dordt wel hoe wij voor de rest gaan stemmen. De voorzitter: Dat denk ik ook. Ik Dank u zeer. En dan geef ik het woord aan GroenLinks. De heer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Over deze nota hebben we in de commissie een verhelderende oordeelsvormende bespreking gehad, die bij ons in een positief oordeel resulteert. Ik loop even de amendementen langs. Verbetering risico-inventarisatie. Een paar opmerkingen daarover. In punt 1A wordt gesteld dat de risico's van alle projecten opnieuw moeten worden beoordeeld, maar er wordt niet aangegeven wat er mis is met de huidige beoordeling en hoe die zou moeten worden verbeterd. En daar zijn ook nogal wat kosten mee gemoeid, denken wij. En de suggestie onder punt 2A, dat bij een goede risicobeoordeling de ratio 1,0 toereikend is, is natuurlijk ook zeer onzeker. Want dat is het kenmerk van risico's, het kan altijd hoger uitvallen dan je denkt. Er is niks tegen verbetering van de risico-inschatting, maar dit amendement helpt daar, naar het ons oordeel, niet bij.
Dan over geen toevoeging van de onbenutte belastingcapaciteit aan de weerstandscapaciteit. Zoals mevrouw Boom al gezegd heeft, die onbenutte belastingcapaciteit is gewoon een bron, of je dat wil of niet, waaruit u zou kunnen putten. De vraag is wanneer je dat doet. In de commissie is
28
duidelijk geworden dat er absoluut geen automatisme is dat daaruit geput moet worden. De wethouder is daar heel duidelijk over geweest. De post onvoorzien, de post rekeningresultaat en de post algemene reserve kunnen wel gebruikt worden. Mocht dat niet toereikend zijn, dan is er een discussie waarbij het onder andere kan gaan over die onbenutte belastingcapaciteit, maar bijvoorbeeld ook over het anders aanwenden van bestemmingsreserves. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ik ben toevallig ook in de commissie geweest, maar die volgordelijkheid waar u het nu over hebt, dat heb ik niet gehoord. En die toezegging heb ik ook niet gehoord. De heer Van der Meer: Ik heb zelfs nog expliciet gevraagd ... De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat is wel jammer dat de heer Katif dat niet gehoord heeft, maar het is wel degelijk gezegd. Het staat ook in de notulen. Dan ten slotte, de raad betrekken bij het surplus boven de ratio 1,4. De raad wordt daar per definitie bij betrokken. Dat staat ook zo in de nota. Het amendement wil dat de raad geconsulteerd wordt voordat het college daar zelf voorstellen over ontwikkelt. Op het eerste gezicht is daar niet zo heel veel bezwaar tegen, maar tegelijkertijd is het wel een extra stap in de procedure.
En wij zien de toegevoegde waarde niet zo erg, omdat altijd de raad met eigen voorstellen kan komen en amendementen kan indienen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Uw tijd zit er ook op. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel. Volgens mij hebben we ooit hier een mooie motie aangenomen gekregen, de Raad aan zet. En hebben we met elkaar ook afgesproken, in meerderheid, dat voordat überhaupt een voorstel naar de raad gaat, als het gaat om dit soort dingen, onder andere een surplus boven de 1,4, dat wij gekend worden. En daarmee geef je de raad in ieder geval een stukje voorinformatie, wat je achteraf eigenlijk niet hebt. En dan kun je ook meepraten. Als het gaat over democratie, dan is dat een van de onderdelen. De voorzitter: De heer Van der Meer, wilt u nog reageren op die interruptie? De heer Van der Meer: Ja, een korte reactie. Die motie ging over bestemming van het rekeningresultaat. Dat is iets wat je in een jaar overhoudt en waarvan je kunt zeggen,
29
kunnen we nog iets meer doen wat op dat jaar betrekking heeft of in het volgend jaar? Dit ligt iets anders. En ik zie, nogmaals, de toegevoegde waarde er niet van. U kunt altijd met voorstellen komen. De voorzitter: Helder. Dan geef ik het woord aan de heer Katif van Beter voor Dordt, gaat uw gang. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Laat ik maar gelijk even beginnen met, de amendementen die we vandaag bespreken, zijn niet slechts een technische wijziging wat ik hier hoor in de Nota Risicosturing & Weerstandsvermogen. Ze raken de kern van een goed bestuur, voorzitter, zoals het heet. En dat is transparantie, zorgvuldigheid en het belang van onze inwoners. En het lijkt hier een soort zendtijd voor politieke partijen. Maar dat is wel de werkelijkheid, voorzitter. De risico-inventarisatie, voorzitter. De gemeente wil nu extra geld opzijzetten, risico, zonder dat altijd helder is waarop de buffer is gebaseerd. Dat roept vragen op, in ieder geval bij Beter voor Dordt en de ondertekenden. Wij zeggen niet dat er geen reserves mogen zijn, mijnheer Van der Meer, maar dat ze onderbouwd moeten zijn. Een te ruime reserve is niet per definitie veilig. Dat kan ook betekenen dat geld onnodig vaststaat, terwijl in de stad genoeg uitdagingen zijn waarvoor middelen nodig zijn.
Voorzitter, dit amendement, en ik hoop dat de mederaadsleden daar oor naar hebben, zorgt ervoor dat het weerstandsvermogen in de lijn blijft met de daadwerkelijke risico's en niet onnodig wordt opgehoogd. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik zou de heer Katif graag willen vragen op welk punt hij van oordeel is dat de huidige risico-inventarisatie niet toereikend is? De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik zeg niet dat de huidige inventarisatie niet genoeg is. Ik heb alleen maar gezegd, op het moment dat je je weerstandsratio naar 1,4 gaat verhogen, dan zou ik eigenlijk de risico's die ertegenover staan graag willen inventariseren. Want op dit moment gaan we ervan uit dat die 1 genoeg is voor de risico's die wij nu in principe dragen. Op het moment dat die naar 1,4 gaat, dan vind ik dat je gewoon, laten we zeggen, de risico's in de materiële zin, waar we het ook in de commissie over hebben gehad, dat die gewoon in ieder geval gekend zijn, dat die er zijn. En nu maken we een soort generieke ... We gaan van 1 naar 1,4. En dan blijven als het ware beetje jojoën. En dat vind ik eigenlijk geen gezonde zaak. De heer ...: Voorzitter. De heer Katif: Ten aanzien van amendement 2, de onbenutte belastingcapaciteit, eigenlijk een heikel punt. In de nota wordt dit als potentiële buffer gezien.
En dat vinden wij principieel onjuist, voorzitter. Dit impliceert dat de lastenverhoging een logische stap is als de weerstandsratio daalt, mevrouw Boom. Wij vinden dat eerst naar andere oplossingen moet worden gekeken, voordat inwoners worden belast. Financiële
30
tegenvallers mogen niet automatisch op het bord van de Dordtenaren worden gelegd. Ten aanzien van het derde punt, voorzitter, de betrokkenheid van de raad bij het inzetten van een surplus bij een ratio boven de 1.4. We vragen niet om extra regels, voorzitter, maar om een tijdige betrokkenheid. Het college neemt nu de eerste afweging, zonder de raad. Dat is een gemiste kans. Door de raad vooraf te raadplegen, borgen wij in ieder geval een zorgvuldige en bredere afweging. Dit versterkt de democratische controle waar we hier in zitten en voorkomt dat middelen zonder voldoende dialoog worden ingezet. Voorzitter, tot zover de drie amendementen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik door naar de VSP. Ik ga naar de heer In ‘t Veld. Gaat uw gang, mijnheer. De heer In ‘t Veld: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het is goed dat er na twaalf jaar een nieuwe Nota Risicosturing & Weerstandsvermogen is gekomen. Dank hiervoor aan degenen die hieraan een bijdrage hebben geleverd. Dan loop ik langs de amendementen. Dat zal op zich vrij snel kunnen. Als eerste, de raad vooraf betrekken bij een surplus. Wat in de nota is aangegeven, dat indien de ratio groter wordt dan 1,4, er wordt gekeken of het surplus geheel of gedeeltelijk kan worden ingezet als incidenteel geld. De VSP is van mening dat de raad hierover geconsulteerd moet worden, voordat het college een voorstel hiertoe doet.
Op deze wijze komt de inbreng en de rol van de raad beter tot zijn recht. Dit amendement hebben we mede ingediend en vanzelfsprekend steunen we dat natuurlijk. Dan als tweede, en daar is al wat meer over gezegd vanmiddag, de toevoeging van de onbenutte belastingcapaciteit aan de weerstandscapaciteit. In de nota wordt de onbenutte belastingcapaciteit toegevoegd aan de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit met als motivering dat de lokale lasten in Dordrecht lager zijn dan het landelijk gemiddelde, wat aanspreken wanneer nodig mogelijk maakt. Bovendien wordt opgemerkt dat de andere potentiële weerstandscapaciteit, begrotingsruimte en overige bestemmingsreserves, minder bruikbaar worden geacht om direct, let op, direct als beschikbare weerstandscapaciteit te bestempelen. Van deze passage in de nota is de VSP geschrokken. Wil het college dan als eerste mogelijkheid bij een herstelactie de lokale lasten gaan verhogen? Hierop zien we graag de reactie, met een eventuele toezegging van de wethouder, tegemoet. De VSP vindt het ongepast namelijk om in deze tijd, waarin de bestaanszekerheid van steeds meer Dordtenaren onder druk komt te staan, dan aan die knop te gaan draaien. De VSP is van mening dat als er echt geen andere opties meer zijn, dat dan pas lokale lastenverzwaring aan de orde kan zijn, maar beslist niet eerder. Natuurlijk steunen we dit amendement.
De voorzitter: De heer Van der Meer, interruptie. De heer Van der Meer: De heer In ‘t Veld heeft natuurlijk zeker gelijk dat veel mensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en dat daarom verhoging van lokale lasten op zichzelf ongewenst is. Aan de andere kant gaan wij later dit jaar een aantal forse bezuinigingen doorvoeren, die mogelijkerwijs ook leiden tot aantasting van die positie van die mensen die het wat moeilijker hebben. Het kan toch nodig zijn, ik zeg niet hoe en wanneer, dat je daar een afweging tussen gaat maken hoe je daarmee omgaat? De voorzitter: Mijnheer In ‘t Veld.
31
De heer In ’t Veld: Dank u wel, voorzitter. Hoe de hele ombuigingsprocedure, -proces afloopt, dat moeten we nog maar afwachten. Niet op voorhand ga ik ervan uit dat dat tot een lastenverlaging voor de burgers zal gaan leiden, maar dat gaan we zien. En ten tweede hebben we hiervoor gekozen om hier te vermelden dat we dat instrument als laatste willen gebruiken, omdat er naar onze mening ook andere instrumenten mogelijk zijn om die capaciteit weer op orde te krijgen. Dan als laatste het amendement van verbetering risico-inventarisatie, daarin gaan wij niet mee. De voorzitter: U moet wel naar een afronding, want uw tijd was al royaal om. Maar kom tot een afronding. De heer In ’t Veld: Het is niet veel meer. Wij gaan niet mee in dit amendement van verbetering van de risico-inventarisatie, omdat de oproep is om voor het weerstandsvermogen elke keer een verbeterde risico-inventarisatie en evaluatie te maken. Gelet op de nota zijn wij van mening dat dat genoeg waarborgen biedt om tot het juiste resultaat te kunnen komen en te moeten komen zelfs. Wat we ons wel voor kunnen stellen, is dat er op enig moment een onafhankelijke derde accountant, Rekenkamer of een andere partij toetst of de uitgangspunten en procedures conform de nota worden toegepast. Tot zover. De voorzitter: Ik dank u zeer. Geef ik het woord aan de ChristenUnie. De heer De Heer: Slash SGP. De voorzitter: SGP.
De heer De Heer: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, kort een reflectie op de amendementen van Beter voor Dordt. Het amendement voor het surplus. We zien dit eigenlijk niet als een werkbaar voorstel. Dan zou, elke keer als er een surplus ontstaat, het college naar de raad moeten komen voor een consultatie. We zien liever een wendbaar college. Voor nu is dit wat ons betreft niet relevant en ook niet nodig. Het amendement voor verbetering van de risicoinventarisatie. We hebben dit amendement niet in de oordeelsvormende vergadering kunnen bespreken, want toen bestond dit amendement nog niet. In eerste instantie graag een reactie van het college, want ik kan het op dit moment gewoon, in alle eerlijkheid, moeilijk beoordelen. Tot slot, de onbenutte belastingcapaciteit, is al veel over gezegd. En eigenlijk verbaast het me een beetje dat dit alsnog naar de raad komt, via een amendement, want de wethouder was wat ons betreft echt kraakhelder in de commissie. Als er in een heel extreem geval moet worden gedraaid aan die onbenutte belastingcapaciteit, een begrijpelijke, theoretische mogelijkheid, dan komt dat alsnog eerst naar de raad, via een voorstel. En we worden niet voor een voldongen feit gesteld.
En dat het amendement stelt dat dit voorstel een voorschot zou zijn op het verhogen van de belasting, is wat ons betreft echt een verkeerde voorstelling van zaken. Ook wat dit amendement betreft onnodig. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar het CDA, mevrouw Van Vugt.
32
Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. De motie over het vooraf betrekken van de raad bij een surplus vonden we verwarrend. Alsof er voorstellen aan de raad worden voorgelegd zonder motivering. En daarbij komt nog dat het al de gebruikelijke gang van zaken is om in dat soort gevallen de raad te consulteren. En daar is ook niks aan veranderd met hoe het voorheen was. Dan de motie over het verbeteren van de risico-inventarisatie. Die is eigenlijk gebaseerd op de stelling dat de gemeente onnodig aan het oppotten is en dat dit ook anders zou zijn dan voorheen. Dat is uitgebreid besproken in de commissie. De bandbreedte is niet anders geworden. Zit nog steeds tussen 1,1, of 1,0 en 1,4. Het is in elk geval hetzelfde gebleven. En het is overigens aan de raad om erop toe te zien wat wij willen op het moment dat problemen en risico's zich materialiseren. Dan als derde het amendement over het niet toevoegen van de onbenutte belastingcapaciteit aan de weerstandscapaciteit, die heeft ons verbaasd. Want de suggestie dat het kan worden ingezet, zonder enige tussenkomst van de raad, is echt onjuist. De wethouder heeft expliciet aangegeven ... En of dat een toezegging is of niet, want het was al zo. Het is expliciet aangegeven dat de onbenutte belastingcapaciteit nooit automatisch wordt ingezet, maar alleen na overleg met de raad, als een van de opties.
Op dat moment wordt dan de afweging gemaakt. Jammer, maar alle 3 zullen we niet instemmen met de amendementen. De voorzitter: Dan mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woordvoering van het CDA en ChristenUnie/SGP. Ik begrijp dat er in de commissie veel toezeggingen zijn gedaan. En we zien en horen een wethouder die zich inzet om transparantie te bieden en toezeggingen doet. En daarom zullen we ook niet instemmen met de drie moties, of excuus, amendementen. De voorzitter: Dan Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon, gaat uw gang. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Met de toelichting in het amendement, de raad vooraf betrekken bij de surplusbesteding, wordt aangegeven dat de huidige formulering onvoldoende duidelijkheid biedt over de betrokkenheid van de raad bij deze afweging en besluitvorming. De Partij voor de Dieren leest echter duidelijk dat voorstellen daartoe door het college aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Over de voorgestelde wijziging in het amendement, betreffende risico-inventarisatie, zijn wij vooralsnog positief en neigen voor te stemmen. Wat betreft alle drie de amendementen wachten wij de reactie van de wethouder af. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar de partij, fractie DENK, de heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, het is voor mij al technisch genoeg. Ik hou het heel kort. Ik sluit me aan bij de woordvoering van Beter voor Dordt. En daarom hebben we hem ook mede-ingediend. Dank u wel. De voorzitter: Dan de fractie Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik moet heel eerlijk bekennen, als je met een heleboel andere dingen bezig bent in je leven, dat hier echt geen touw aan vast te knopen is. Ik heb een poging gedaan om zo goed mogelijk te begrijpen waar het over
33
gaat. Ik ben een beetje van mening, op dit moment, dat we geen enkel amendement steunen, maar misschien kan de wethouder me nog overtuigen om dat wel te doen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar de fractie Op Ons Eiland. De heer Gündogdu, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, een reflectie op het voorstel. In ieder geval bedankt richting het college, dat ze met een voorstel zijn gekomen en uiteraard al het werk wat is verzet door de ambtelijke organisatie. Voorzitter, te beperken tot een aantal amendementen, die we mede hebben ingediend met Beter voor Dordt. Voorzitter, we vragen ons af, we hebben een weerstandsratio van 1,0. En het college stelt voor om die te verhogen met 40 procent. En op zich kan je heel veel argumenten bedenken waarom dat zou moeten gebeuren. Maar wij hebben niet kunnen achterhalen, wat is de redenatie hierachter? Welke risico's lopen wij, voor nu en in de nabije toekomst, die ons noodzaken om dit risico met 40 procent te verhogen? We hebben daar geen antwoord op gekregen. En we horen graag straks een reflectie van de wethouder dat dat wel nodig zou zijn. Voorzitter, wij maken ons namelijk ernstig zorgen dat op een gegeven moment, als wij die stap zetten met 40 procent verhoging, dat ook de handelingsvrijheid van de raad enorm wordt beperkt bij mogelijk initiatieven vanuit deze raad. Voorzitter, belastingcapaciteit.
Het is een onbenutte capaciteit, maar het college zegt, we zouden dat willen opnemen om het eventueel te kunnen benutten. Voorzitter, wij maken principieel de afweging, we gaan de belastingcapaciteit niet opnemen in het weerstandsvermogen. En dat is een principiële keuze, kan je voor of tegen zijn, maar die keuze maken wij vanuit onze partij. Voorzitter, over surplus. Wij willen graag dat deze raad de rol pakt, maar de volgende raad ook die rol krijgt om met overschotten een duidelijke keuze te maken. Om nu door deze raad al te verankeren dat surplus door het college mag gebruikt worden, even tussen haakjes, dat vinden wij te voorbarig en daar gaan wij niet mee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: De SP. Dank u zeer. De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De toevoeging van de onbenutte belastingcapaciteit hoeft, zoals wij het lezen, niet automatisch te betekenen dat de belastingen daarom omhoog gaan. De nota spreekt van allerlei scenario's die eerst benut kunnen worden, voordat je besluit de belasting te verhogen. Andere fracties stipten dit ook al aan. Hier stopt ook meteen mijn kennis over de nota, in alle eerlijkheid. Het is een zeer technisch geheel, over een stuk waar ik bijzonder weinig tijd voor had om te doorgronden. Ik luister graag even naar de appreciatie vanuit het college. Dank. De voorzitter: Dank u zeer.
Dan ga ik naar Forum voor Democratie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Dit onderwerp hebben we ook in de Auditcommissie uitgebreid apolitiek besproken. En wanneer we boekhouding politiek gaan maken, dan sluit ik me in dit geval aan bij de woordvoering van ChristenUnie/SGP en het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Ik dank u zeer, mevrouw Pichel. Dan kom ik bij de fractie Stam. Mijnheer Stam.
34
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Zonder te willen vervallen in een technische sessie met betrekking tot de amendementen, zijn wij toch van mening dat een en ander niet los van elkaar kan worden gezien. Op regelmatige basis verschijnen er essays, die we onder de nu ingediende amendementen zouden kunnen schuiven. Onlangs is er nog een artikel verschenen onder de titel Weg met die handboeien. De strikte scheiding tussen incidentele structurele uitgaven, betekent tot op heden een onnodige beknelling van de financiële positie en de wendbaarheid voor gemeenten. Als we daarnaar gaan kijken bij de amendementen en het surplus, hebben we lang over nagedacht, maar in feite verandert het niks aan de positie van de raad. In die zin zullen we niet instemmen. De onbenutte belastingkwaliteit, eigenlijk maakt het niet uit of je hem meeneemt in je eigen vermogen of niet. Want op het moment dat wij onze bezuinigingstaakstelling dadelijk moeten invullen en we hebben onze begroting niet sluitend, zal de toezichthouder hem gebruiken. In die zin zijn wij er geen voorstander van om dit te doen. Daarbij zijn wij van mening dat eventuele bestemmingsreserves ook onder de noemer van het weerstandsvermogen zouden moeten vallen, zeker in het kader van Agenda 2030, maar als partijen ernaar kijken om te kijken of we wat kunnen heralloceren. De inventarisatie en verbetering van de risico's.
Wij vinden het juist een slimme zet van het college om nu even 40 procent op te hogen. Net al even aangehaald, er komen forse bezuinigingen aan. Risico-inventarisatie is een going concern proces binnen de organisatie en het college, ter onderbouwing. Ik kijk wel reikhalzend uit naar die nieuwe risicoinventarisatie, om die verdere 1,4 procent te onderbouwen. Maar in het licht van de bezuinigingen, waar we ongetwijfeld niet alles zouden kunnen dekken vanuit voorstellen die er zijn, zullen we toch op een andere manier moeten gaan kijken. Die 1,4 procent ondersteunen wij van harte. Wij zullen met de amendementen niet instemmen. De voorzitter: Dank u zeer, mijnheer Stam. Dan ga ik naar de Fractie van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij het CDA. De voorzitter: Helder. Het woord ... De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben deze nota inderdaad uitgebreid in de commissie besproken. En een heel aantal van de onderwerpen die nu in de amendementen naar voren komen, zijn ook in de commissie besproken. Ik zie dat bij een heel groot deel van de raad de boodschap daar wel geland is en dat er ook steun is en waardering voor de antwoorden. En tegelijkertijd zie ik ook nog een aantal misverstanden. Want als u het mij vraagt, zijn deze amendementen grotendeels gebaseerd op misverstanden.
Als ik kijk naar amendement 1, wat zegt de verbetering van de risico-inventarisatie als evaluatie op basis voor het weerstandsvermogen? Dat zou suggereren dat we op het moment geen goede risicoinventarisatie doen en dat we het opnieuw moeten gaan doen en opnieuw zouden moeten bepalen. Voorzitter, en dat zou toch wel een brevet van onvermogen zijn naar onze ambtelijke ondersteuning, aan onszelf, als we dat vandaag zouden vaststellen. Sterker nog, we hebben de afgelopen periode een uitgebreid traject gelopen met elkaar, en de Auditcommissie weet dat ook, fundament op orde, waar hele grote verbeterslagen gemaakt zijn in de financiële huishouding en ook in de risico-inventarisatie en wat er op het moment allemaal is in vastgelegd. Het college ziet echt geen enkele reden om dat
35
opnieuw te gaan doen. Sterker nog, het zou heel veel extra capaciteit vergen om dat te gaan doen. En wat ons betreft ook een onverstandige tijds- en energie-investering. Dat amendement ontraden wij. Wat betreft het tweede amendement, over geen toevoeging van de onbenutte belastingcapaciteit aan de weerstandscapaciteit. Het feit dat we dat kunnen doen, komt al omdat we op dit moment relatief lage belastingen hebben. Anders zou je niet eens onbenutte belastingcapaciteit kunnen berekenen. Dan had hij 0 geweest. En om die in te zetten, betekent het dat ongeveer 7 miljoen ... Dat is ook bij u bij de ombuigingen gemeld als bedrag als onbenutte belastingcapaciteit. Er zijn overigens verschillende berekeningsmethoden, maar dat circuleert rondom dat bedrag. Dat we die kunnen inzetten, betekent niet dat we het moeten doen. Maar het feit dat je hem wel meerekent, betekent dat je niet 7 miljoen op de bank hoeft te houden als weerstandsvermogen. We hoeven geen geld op te potten, we hoeven geen geld op de bankreserve te houden, maar we weten dat we in geval van nood, als het helemaal misgaat en de weerstandscapaciteit onder de 1,0 raakt, dat we dat aan kunnen raken. En er is gevraagd om een toezegging dat we dat als laatste gaan doen. We beginnen natuurlijk eerst als er genoeg geld in de algemene reserve zit, om daaruit risico's op te vangen.
We hebben af en toe, ik weet niet of dat de komende jaren zo blijft, maar in ieder geval de afgelopen jaren ook regelmatig een jaarrekeningresultaat gehad. Dat is ook een post waar we dat doorgaans uit doen. Als je kijkt naar de vele projecten en programma's die we draaien, zit er bijna in elk project en programma ook een post onvoorzien, om risico's op te vangen. Daar kunnen de projecten en programma's dat sowieso zelf uit doen. Daar wordt u wel over geïnformeerd, maar daar hoeft u niet eens meer over te beslissen, want daarvoor heeft u die post gegeven. En pas dan, als je dan nog onder de 1,0 zakt, en dat staat ook in de nota die u gekregen heeft, heeft het college nog 3 jaar de tijd om met een voorstel te komen hoe we het weerstandsvermogen weer op niveau krijgen. Oftewel, je gaat niet als eerste dan de belasting verhogen. Dan ga je met elkaar aan de slag en kijken, wat kunnen we doen? En dan kun je heel veel extra dingen doen. Je kunt kijken naar je huidige bestemmingsreserves, of je daar misschien toch een aantal wil omzetten naar je algemene reserve. Je kan gaan bezuinigen. En je kunt er ook voor kiezen om de belasting te verhogen. En als een aantal partijen vraagt, doet u dat als laatste, uiteindelijk zal dat op dat moment de politieke discussie in de raad zijn. Maar het is in ieder geval niet zo dat het college het op het moment ziet als eerste optie die je gaat doen.
En dat begrijpen we allemaal. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif en dan mevrouw Boom-Vos. De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder een toezegging doen. En waar ik benieuwd naar ben is, waar landt die onbenutte belastingcapaciteit? Is dat aan het eind of zegt u ... Want u zegt, dan oordeel aan de raad. Is dat aan het eind dat je zegt, ik heb alle instrumenten die er zijn gebruikt, daar kan ik niks mee. Algemene reserve, bestemmingsreserve, agenda, whatever, onvoorzien. En aller-aller-allerlaatste redmiddel zou het zijn de onbenutte capaciteit van de gemeente Dordrecht. Is dat het? Want voor mijn begrip, ik wil het dan wat duidelijker hebben, en beschouw ik dat als een toezegging?
36
De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als ik zeg, na alle opties, dan is het uiteindelijk wel aan de raad. Als je kijkt naar de huidige bestemmingsreserves, we hebben een heel aantal bestemmingsreserves, maar die hebben we ook niet voor niks. Die zijn ingezet voor beoogd beleid, wat we nastreven. Dan zal de raad op dat moment wel de afweging moeten maken, gaan we uit die bestemmingsreserves geld overhevelen, bijvoorbeeld naar de algemene reserve, en een aantal van onze ambities inleveren? Dat kan. Of zegt u, we gaan de ambities niet inleveren en we laten het in de bestemmingsreserve zitten. En dan gaan we aan de belastingknop komen. Wat er in de nota staat, ik zal het nog een keertje zeggen, moet ik het goed voorlezen, als de weerstandsratio onder de 1,0 raakt, kan enkel gepresenteerd worden onder strikte voorwaarden dat de ratio binnen 3 jaar aantoonbaar teruggebracht wordt naar 1,0. Het is sowieso niet een lichtvaardig iets wat voor u komt. Er zit hier een traject, waarin we moeten nadenken hoe we binnen 3 jaar weer op orde komen. Dan begrijpt u zelf wel dat in die 3 jaar, in die discussie, er niet een of ander collegevoorstel uit het plafond komt vallen van de belastingverhoging. Dan hebben we echt met elkaar een uitgebreid traject, wat je, als je het mij vraagt, kunt vergelijken met wat we op het moment doen rondom de ombuigingen.
Dat is ook een ingrijpend traject. En daar nemen we ook ruim de tijd voor, met alle inspraak en alle consultatie en alle gesprek met de raad die erbij nodig is. En dat zal in dat geval ook gebeuren. Het is nu te kort door de bocht om te zeggen, dat doen we nooit niet. Maar dat zal zeker een van de latere knoppen zijn waar je aan gaat draaien, want je hebt je weerstandsvermogen natuurlijk als eerste. En dan heb je je vermogen, en niet je capaciteit en de onbenutte belastingcapaciteit, als eerste om in te zetten om de risico's af te dekken. De voorzitter: Mevrouw Boom-Vos zag ik. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik zit heel even hard te denken. Ik zit nu 3 jaar in de raad, en dan heb ik eigenlijk best wel geleerd dat wethouders iets kunnen vertellen zonder niks te zeggen. En ik beschuldig u daar niet van hoor, mijnheer Van der Kruijff. Ik hoor een volgorde, maar ik hoor geen toezegging. Tenzij u echt zegt, beschouw het maar als een toezegging, want wij gaan als college ons uiterste best doen. Ik hoor dat u moeite doet en dat u een volgorde aangeeft en een reddingsplan, maar ik hoor geen belofte of toezegging. Klopt dat? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat klopt deels. Ik heb aangegeven welke posten je allemaal eerder waarschijnlijk ... Ik haal het woordje waarschijnlijk weg.
Welke posten je eerder gaat aanspreken als dat je de belastingen gaat verhogen. Maar er komt een moment dat het wel in discussie met de raad komt. Nu ben ik college op dit moment in deze raad. Er zijn over een jaar weer verkiezingen. En er zal op dat moment misschien ook een andere samenstelling in deze raad zijn. Dan heeft het geen enkele waarde als deze raad of dit college in welke nota ook vastlegt, we gaan nooit de belastingen verhogen, om wat voor reden dan ook, want daar beslist de raad op dat moment over. Wat ik u toezeg, is dat we niet als eerste naar de belastingen grijpen, maar dat je eerst naar de reserves kijkt, je bekijkt de algemene reserve, eerst naar het
37
jaarrekeningresultaat, dan naar de post onvoorzien. En als je er dan nog niet uitkomt, dan moet je met elkaar het gesprek gaan hebben van, wat gaan we wel doen? Maar ik zal u een ding vertellen, ook als u dit amendement niet aanneemt en als u de onbenutte belastingcapaciteit niet opneemt bij de berekening van de weerstandscapaciteit, dan nog zult u datzelfde gesprek hebben. Want wij hebben ruimte om de belastingen te verhogen, technisch. En de provincie weet dat ook. En als toezichthouder, als wij in de problemen komen en we doen het zelf niet, loop je zelfs risico dat ze het je opleggen. En dat betekent niet dat wij ervoor moeten kiezen, maar dat betekent dat je dan in een ander traject zit. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, en er was nog een andere misvatting, dat is dat we de weerstandsratio met 40 procent gaan ophogen, bij een aantal fracties. En dat is niet het beleid om de weerstandsratio op te gaan hogen. De weerstandsratio is de uitkomst van een berekening. We berekenen elk jaar hoeveel risico's we hebben. Dat is een model, de kans maal waarschijnlijkheid. En als iets met een hele kleine kans en een hele grote impact zich voordoet, kan ik u vertellen, hebben we sowieso aan onze weerstandcapaciteit onvoldoende. Dan zitten we echt zwaar in de problemen. Maar toch, dit is wat we moeten doen.
En dit is wat ook ons aangeraden wordt door alle deskundigen, het op deze manier te doen. Het is de uitkomst van een berekening. De algemene reserve zal af en toe veranderen. Dat weet u ook. We storten er weleens wat in. We halen er weleens wat uit. Kortom, dat bedrag fluctueert. De risico's fluctueren. We beginnen weleens een traject. Er doen zich nieuwe omstandigheden voor, waardoor een risico groter of kleiner wordt. En de risicofactor is een uitkomst. En wat hier nu gezegd wordt, zolang die tussen de 1,0 en de 1,4 zit, moet je niets doen, want dit is een gezonde range. En ik zou tegen iedereen willen zeggen die zich zorgen maakt over het aanspreken van de belastingcapaciteit als inzet, dat je liever hebt dat die op de 1,4 zit dan op de 1,0. Dan blijf je er namelijk veel langer vandaan dat je daar ooit bij uitkomt. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de wethouder. Heeft u dat percentage van 1,0 naar 1,4 opgehoogd, omdat u extra risico's heeft geïnventariseerd, of anticipeert u een beetje op de komende ombuigingen? De heer Van der Kruijff: Geen van beide, voorzitter. Ook in de vorige nota stond als range aangegeven, tussen de 1,0 en 1,4. Dat is ongewijzigd gebleven. We anticiperen nergens op en we veranderen er niets in. Voorzitter, dan kom ik bij het laatste.
En u begrijpt dat we het tweede amendement om die reden ook ontraden. Dan kom ik bij het derde amendement. Dat gaat over de raad vooraf betrekken bij de surplusbesteding. Er is inderdaad een jaar geleden bij de behandeling van de Perspectiefnota in juli vorig jaar een motie aangenomen, 17A, Raad aan zet. En daarvan heeft het college al een agenderingsverzoek ingediend. En die gaan we de komende periode ook met de raad evalueren. Hoe is dat gegaan? Hoe is dat bevallen? En hoe zien we dat verder voor ons?
38
En dat betreft, hoe ga je als raad en college met elkaar om? En daar heeft u ook uw eigen Reglement van Orde op. We hadden ooit in een Reglement van Orde gezegd, we hebben beeldvormende sessies, we hebben oordeelsvormende sessies, we hebben hier hamerstukken, we hebben bespreekstukken, we hebben stemstukken. De laatste periode zie je dat we af en toe ook consulterende sessies hebben. Dat is relatief nieuw. Deze hoort daar dan wel bij, maar dat is meer iets wanneer je dat inzet en hoe je daarmee om wil gaan om in een Reglement van Orde met elkaar tussen raad en college af te spreken, dan dat je dat in amendement in een specifieke nota gaat opnemen wat de behandelwijze is. We schrijven ook nergens op of we een beeldvormende of een technische sessie of een oordeelsvormende sessie eerst moeten doen. Het is een manier van werken. En wat het college betreft doen we dat niet per beleidsstuk en beleidsdomein qua afspraken, maar doe je dat gewoon in de omgang tussen raad en college in een Reglement van Orde hoe we samenwerken. En in de evaluatie moeten we daar vooral verstandige conclusies uit trekken. En ik raad u af om nu al in deze nota het hier op te nemen. De voorzitter: Dan krijgen we tweede termijn. Mijnheer Van der Meer, interruptie, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Over die consultatie. We hebben tot nu toe een aantal consultaties gehad op initiatief van het college.
Zou het ook denkbaar zijn dat we consultaties hebben op initiatief vanuit de raad? De heer Van der Kruijff: Natuurlijk, u gaat over uw eigen agenda. En op het moment dat u het college uitnodigt, zullen wij daar zeker gehoor aan geven. En ook het feit dat nu het college een aantal keren zelf het initiatief heeft genomen, is ook mede ingegeven door hier aangenomen moties en uitgesproken wensen om het op die manier met elkaar te doen. De voorzitter: Dan gaan we naar tweede termijn. Wie heeft behoefte aan een tweede termijn? Zo niet, dan stel ik voor dat we tot stemming overgaan. De heer Gündogdu: Voorzitter, even een ordevoorstel. Mag ik even vijf minuten schorsen? De voorzitter: Vijf minuten. Akkoord. De vergadering is geschorst tot 16.00 uur. Ik heropen de beraadslagingen. Er was gevraagd om een schorsing. Ik geef u het woord, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Ik geef het woord aan mijnheer Katif. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Via de voorzitter, dank u wel. Voorzitter, in overleg met de mede-indieners gaan wij in ieder geval twee amendementen even intrekken. Eén amendement gaan we niet intrekken, uit puur principieel gedachtegoed, noem ik het dan maar. En dat is de zogenaamde onbenutte belastingcapaciteit.
Ondanks de toezegging van de wethouder, ik neem dat als toezegging aan, brengen we alsnog dit amendement in stemming.
39
De voorzitter: Dat betekent, ingetrokken A1 en A3? De heer Katif: Ja. De voorzitter: Akkoord. Dan resteert A2 en gaan wij over tot de stemming, tenzij er behoefte is aan een tweede termijn? Nee. Dan gaan we over tot ... Amendement 2. Is er behoefte aan het afleggen van stemverklaringen? Mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Sorry hoor, ik was even in de verwarring. Ik ben ook even in de verwarring door wat Beter voor Dordt doet, door twee amendementen in te trekken en toch ook gewoon hun andere amendementen, uit principe of uit geloof ... Geloof, zei u vast niet. Maar daar kwam het wel op neer. Ik denk, dat is dan ook wel gek om het in te dienen. Wij blijven gewoon op nee. De voorzitter: Behoefte aan stemverklaringen? Dan gaan we over tot stemming. U kunt stemmen. Voor het amendement 10, tegen het amendement 28. En voor hebben gestemd Beter voor Dordt, fractie DENK, fractie Op Ons Eiland, VSP. En daarmee, het amendement wordt geacht te zijn verworpen. Aan de orde is het voorstel. Wenst iemand nog een stemverklaring over het voorstel? De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, nu dat dit amendement helaas niet is aangenomen, zullen wij ook een principieel standpunt innemen en we zullen helaas tegen het voorstel van dit college stemmen. De voorzitter: Anderen nog? Dan gaan we over tot stemming.
Voor het voorstel hebben gestemd 32, tegen 6. Tegen hebben gestemd Op Ons Eiland, de fractie VSP. Het voorstel is aangenomen. 33.M1 en M2 Moties Vreemd aan de orde van de dag: Powerful Ageing De voorzitter: Zijn we bij agendapunt 33, moties Vreemd aan de orde van de dag, Powerful Ageing. Dat zijn twee moties vreemd aan de orde van de dag. Ik heb een motie gezien van de initiatiefnemers GroenLinks en SP, beide met mede indienende partijen. En ik wil de indieners het woord geven om de moties kort toe te lichten. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, VSP. Mevrouw Stolk: Mag ik even een ordevoorstel doen? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Er zijn twee moties vreemd. We hebben twee minuten spreektijd. Ik zou vragen of daar een minuutje bij mag?
40
De voorzitter: Dat is een verzoek wat u doet aan de raad. En het is aan de raad om daarover te beslissen. U hebt met elkaar afgesproken twee minuten. U doet een voorstel voor drie. Mag ik vragen wie het voorstel van mevrouw Stolk c.q. VSP ondersteunt? De fractie Stam, de fractie ... Even handopsteken. Fractie Stam, fractie VSP. Even vingers opsteken, wie voor? Dan kan de griffier tellen. 11 voor. Wie zijn tegen? De overige. Maar voor de goede zorg en orde. 18, 11, is het verzoek afgewezen. Dan geef ik het woord aan de indieners van de motie. Misschien geef ik het woord aan mijnheer Hartmeijer, gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. Het programma Powerful Ageing heeft de laatste maanden de nodige stof doen opwaaien in onze buurgemeente, met bericht in de media en persoonlijke ervaringen van deelnemers aan dit fitnesstraject. Waarom nu deze motie? Vorige week heeft zowel de raad in Sliedrecht als ook in Zwijndrecht een motie aangenomen met ruime meerderheid, die oproept per direct te stoppen met deze pilot en over te gaan tot evaluatie. De moties zijn toegevoegd aan de bespreekstukken. En ik kan mij ook voorstellen dat er inmiddels op basis hiervan contact is geweest binnen de GR Sociaal en tussen de wethouders in de Drechtsteden.
We krijgen de nu wat vreemde situatie dat binnen dezelfde GR andere Drechtsteden er in ieder geval voorlopig mee gaan stoppen en wij er nog aan moeten beginnen. De pilot heeft daar een jaar gedraaid. Deze was nog niet afgerond. Maar er gaan te veel zaken nu mis binnen dat programma, wat aanleiding geeft om te zeggen, we maken pas op de plaats. We moeten eerst gaan bezien of dit programma nu werkelijk oplevert wat we voor ogen hadden. Naast de al genoemde gemeenten komen er recent ook geluiden uit Alblasserdam dat er zaken niet goed gaan. Wat gaat er dan zoal niet goed? Een groep deelnemers heeft aangegeven het traject als vernederend te hebben ervaren, moesten opdrachten doen waar ze fysiek niet tot een staat waren en zijn in sommige gevallen ook in tranen uitgebarsten. Ook werd het als dwingend en stressvol ervaren, omdat onvoldoende inzet van de deelnemers kon betekenen het niet verkrijgen van de huishoudelijke hulp. Heftige verhalen, wat naar ons idee toch nooit de bedoeling heeft kunnen zijn van dit traject. Zoals de PvdA Sliedrecht tijdens hun raadsvergadering treffend aangaf, fitness voor ouderen op vrijwillige basis is natuurlijk prima, dan kiezen zij er zelf voor, maar niet als voorwaarde voor een hulpvraag. De vrijwilligheid, zoals nu wordt voorgesteld, is in de praktijk vaak helemaal niet zo vrijwillig, omdat er consequenties aan zitten.
De motie roept op dit traject in ieder geval uit te stellen, een eerste evaluatie af te wachten, zoals besloten in de al genoemde gemeenten. Onze raad daar ook over te informeren. En op basis daarvan te overwegen of we deze pilot überhaupt hier moeten gaan starten. Want wij menen dat er genoeg aanleiding is om dit te heroverwegen. En ik dank ook mijn mede-indieners. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. En op het secondje precies in de tijd. Bijzonder. Maar ik geef graag het woord nu aan de heer Uysal, GroenLinks. Mevrouw Kruger, namens GroenLinks. Mevrouw Kruger: Dag, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ik had begrepen ... Mevrouw Kruger: Een mooie naam, toch?
41
De voorzitter: Maar mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Namens GroenLinks Dordrecht, ChristenUnie/SGP en PvdA dienen wij deze motie in, deze motie vreemd aan de orde van de dag, ten aanzien van de maatwerkvoorziening Powerful Ageing. Zoals dat in de papieren wordt genoemd, waar ik liever wil uitspreken als, krachtig ouder worden. Er liggen nu twee moties vreemd voor ten aanzien van dit onderwerp. De motie van de SP met het dictum, nu niet starten met de invoering van de voorziening krachtig oud worden. En die van de genoemde drie partijen, met het wel mogelijk maken, maar dan alleen op vrijwillige basis. Het is ons ter ore gekomen dat er aardig wat kritiek is op de manier hoe de pilot met de maatwerkvoorziening van start is gegaan. En wij zijn het, net als de meesten denk ik zomaar in onze raad, het eens dat het verkrijgen van huishoudelijke ondersteuning niet afhankelijk mag zijn van een sporttest en daaraan gekoppeld een training. Wij ondersteunen zeker ook de visie, waarbij we met elkaar hebben afgesproken dat ouderen gezond en vitaal oud moeten kunnen worden.
Derhalve voorzitter, verzoeken wij in deze motie het college het algemeen bestuur van de GR Sociaal te verzoeken, da is echt dubbel, verzoeken, verzoeken, maar goed, zo is het nu eenmaal in de theorie, ouderen en mensen met een beperking bij het aanvragen van huishoudelijke ondersteuning niet verplicht te onderwerpen aan een fitnesstraject binnen het Powerful Ageing programma. Ik noem het nu even zo, omdat het over de officiële naam gaat en hierin beslist geen verwarring mag ontstaan. Maar hen er wel op te wijzen en te motiveren om dit traject op vrijwillige basis aan te gaan. Wanneer een cliënt niet wil deelnemen aan het traject en er mogelijk recht is op huishoudelijke ondersteuning, het Wmo-onderzoek richting de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning gewoon voort te zetten. En direct te starten met de evaluatie van het programma Powerful Ageing. En de resultaten van deze evaluatie terug te koppelen aan de raad. De voorzitter: Dank u zeer. Beide moties maar zijn ingediend, maken deel uit van de beraadslagingen. En geef ik het woord aan de VVD. Mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Als Dordtse VVD staan wij voor mensen in hun kracht zetten. En daar sluit Powerful Ageing heel goed bij aan. Een belangrijke voorwaarde voor ons is echter wel dat dit op vrijwillige basis gebeurt en niet onder dwang of straffen van korting.
Vanuit de ervaringen vanuit Sliedrecht, Zwijndrecht en andere buurgemeenten, zoals de heer Hartmeijer net zei, kunnen we leren dat er wel wat verbeterd kan worden. Een goede communicatie hierover en toegevoegde waarde laten zien is zeer belangrijk. En omdat wij de gemeente Dordrecht, maar ook zeker niet de GR Sociaal als een domme organisatie inschatten, gaan wij er ook vanuit dat zij de geleerde lessen van onze buurgemeenten meenemen. Daarnaast horen wij ook goede verhalen over Powerful Ageing en heeft het mensen geholpen. Toch heeft ook Dordrecht, zoals ... Als ik hier luister, lijkt het wel of dat al onze ouderen een beetje krakkemikkig zijn. Daar staan wij absoluut niet achter. Ze zijn vitaal en willen zo vitaal mogelijk ouder worden. En zo willen ze blijven. En volgens ons is het grootste cadeau wat je mensen kunt geven een stukje zelfredzaamheid. De heer Safranti: Voorzitter.
42
Mevrouw Boom-Vos: En om die reden willen wij ook de invoering van Powerful Ageing niet uitstellen, maar mensen zo snel mogelijk in hun kracht zetten. De voorzitter: Mijnheer Safranti, interruptie. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik hoor net positieve geluiden vanuit de VVD, dat er ook positieve informatie is. Ik ben benieuwd waar u die informatie hebt gehaald en welke gemeentes dat zijn? Mevrouw Boom-Vos: Ik heb weinig contacten met de andere gemeentes, maar ik kan wel het AD lezen. En daar stond een poll in van wat mensen vonden van Powerful Ageing. En onder alle reacties stonden ook meerdere reacties dat mensen het programma mee hebben gedraaid en er blij mee waren. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw. Mevrouw Boom-Vos: Zoals ik eigenlijk wilde zeggen, wij willen de invoering van Powerful Ageing niet uitstellen. En daarbij gaan we ervan uit dat het college zich op de hoogte laat stellen van de uitkomsten van de evaluatie en de aanbevelingen daarvan. En als dat nodig is, dat ze dat ook in Dordrecht gaan toepassen. Wij gaan mee in de motie van GroenLinks. En we willen niet uitstellen, we gaan niet mee in de motie van SP. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar de fractie van GroenLinks. De heer Hartmeijer: Voorzitter, even een interruptie alstublieft. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter.
Mevrouw Boom zegt, die evaluaties zijn prima, daar kunnen we van leren. Maar is het niet vreemd om dan nu de pilot te starten in Dordrecht, zonder dat die evaluatie echt is afgerond en zonder dat we echt hebben kunnen leren wat er is fout gegaan? Want dan gaan wij toch onder dezelfde voorwaarden hier dat programma weer beginnen? Dat lijkt elkaar tegen te spreken. De voorzitter: Mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Volgens mij zeiden wij, voor ons is het een belangrijke voorwaarde dat het op vrijwillige basis gebeurt. En wat wij meekrijgen, zijn de grootste hindernissen dat mensen dit niet als vrijwillig ervaren. Dan hebben wij volgens ons de hindernissen van Powerful Ageing weggehaald en zien we vooral de voordelen van zelfredzaamheid. De voorzitter: Dank u zeer. Ik ga naar de fractie van GroenLinks, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik heb beslist deze twee minuten niet nodig, want ik heb net de motie ingediend en denk ik al genoeg onderbouwd waarom dat wij vinden dat Powerful Ageing, het krachtig ouder worden, van start moet kunnen gaan voor de mensen die het vrijwillig willen. Omdat we, net als mevrouw Boom ook al aangeeft, wij hebben ook niet alleen slechte verhalen gehoord, maar vooral ook goede verhalen. Mensen die echt goede ervaring hebben met het in hun kracht gezet worden