2.1 2025.02.04 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Daar willen we ook hen in ondersteunen, om in ieder geval dit jaar door te komen en dit jaar ook te gebruiken om te zorgen dat het, niet te zorgen, maar hen te helpen dat het Wantijbad als organisatie sterker wordt en toekomstbestendig is. Maar goed, dat kunnen wij niet in ons eentje doen. Daar hebben we een stichting voor nodig, een goed bestuur en misschien ook heel veel Dordtenaren die het een warm hart, 12.000 ... Warm hart. Als 12.000 mensen 3 euro overmaken, zijn ze al een heel eind. Sorry? 1.200 Mevrouw Schnabel: Excuus. 1.200. De heer Merx: Dan moeten ze 30 euro overmaken. Dat was het, voorzitter.
41
De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de tweede termijn. En ik stel voor ... Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, ik ben nu even ... Want ik heb de wethouder inderdaad horen aangeven dat ze daarmee bezig gaan. Ik ben nu even een beetje in verwarring, want ik zou een amendement kunnen indienen om het hier wel nog even kort over te kunnen hebben, of ik zou die petitie apart kunnen aanbieden en het op een andere manier kunnen agenderen. Maar ik wil eventjes weten wat ... De heer Merx: Mag ik u voorstellen dat u gewoon de antwoorden even afwacht op de vragen die zijn gesteld. En als u zegt, dat is voor mij aanleiding om die te agenderen, dat u met elkaar die vragen agendeert. Dat we het dan met elkaar erover hebben. Dan hebben we ook een beter beeld van hoe de situatie is, wat er ons te doen staat, wat de stichting te doen staat. En anders krijgen we nu een beetje een verhaal ... Want ik kan ook niet alles vertellen. Ik weet ook niet alles op dit moment. En dan zitten we een beetje te luchtfietsen. We hebben er aandacht voor, en niet een beetje ook, voor het Wantijbad. Het is ons allen een warm hart ... Dragen wij in ons hart. Maar ik kan hier niet toezeggen dat wij het, koste wat het kost, in alle gevallen gaan redden.
Daar moeten we het met elkaar over hebben, wat kost het, wat zijn de mogelijkheden en tot hoever zijn wij met zijn allen bereid en bent u als raad bereid te gaan? De voorzitter: Ik denk dat dit een hele koninklijke weg is. De vragen worden beantwoord en dan kunt u kijken wat u te doen staat, al of niet nog, in samenhang met de petitie van mensen die dat getekend hebben. Mevrouw Schnabel: Want we zouden hem inderdaad wel graag willen aanbieden aan u. Dank. De voorzitter: De wethouder. Nee, de wethouder sport. Anders zitten we hier al te concurreren. Dat is niet handig. Ik stel voor dat we naar de tweede termijn gaan. Er is al veel gewisseld. Ik wil vragen, wie van u heeft behoefte, naar aanleiding van de gedachtewisseling, voor een tweede termijn? Ik kijk rond. Gaat uw gang, fractie van Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, de beraadslagingen meegemaakt te hebben, denk ik dat er op dit moment gewoon te weinig raadsleden zullen instemmen met het amendement van Op Ons Eiland over verlichting. Ik trek hem voorlopig in en wellicht dat hij op een ander moment weer ingebracht wordt. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Meen ik te concluderen dat we dan over kunnen gaan tot de stemmingen? Dan begin ik. Ik begin met het subamendement, ingediend door de fractie Partij voor de Dieren, Geen extra 350.000 gemeenschapsgeld naar topsportevenementen.
Wenst iemand een stemverklaring hierover af te leggen? Zo niet, dan kunt u stemmen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dit is toch het subamendement van Partij voor de Dieren? Ja, oké.
42
De voorzitter: Heeft iedereen gestemd? Even, heeft de heer Hertog gestemd? Den Hertog. Uit. Voor het amendement hebben gestemd 5 leden. Tegen 32. 37 stemmen. Tegen hebben gestemd Partij voor de Dieren, Fractie van Leeuwen en de Partij van de Arbeid. Het subamendement wordt geacht te zijn verworpen. Dan A4, Middelen effectief inzetten voor vitale sportverenigingen. Behoefte aan het afleggen van een stemverklaring? U kunt stemmen. Voor hebben gestemd 37. Tegen 0. Het amendement wordt geacht te zijn aangenomen. Dan is aan de orde amendement 3, Sportvisie 2030 vraagt ook om middelen tot 2030. Behoefte tot het afleggen van een stemverklaring? U kunt stemmen. Er gaat iets mis. Dat kan niet. Voor hebben gestemd 33. Tegen 4. Tegen heeft gestemd de fractie ChristenUnie/SGP. Voor 33. Het amendement wordt geacht te zijn aangenomen. En nu is aan de orde het geamendeerde voorstel. Behoefte tot het afleggen van stemverklaringen? Mijnheer Groenewege, Partij voor de Dieren, gaat uw gang. De heer Groenewege: Voorzitter, ons subamendement is zojuist verworpen. Dat betekent dat in het voorstel waar we zo meteen over stemmen staat dat er 350.000 euro gemeenschapsgeld wordt uitgetrokken voor het binnenhalen van een topsportevenement. En dat betekent dat wij tegenstemmen. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers, CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Wij zullen uiteraard voorstemmen.
En vanuit hier past ook mijn dank aan de heer Van den Berg, die als commissielid op dit thema veel heeft gedaan. De voorzitter: Gaan we over tot stemming. Voor hebben gestemd 35 leden van uw raad. Tegen 2 leden. Het voorstel wordt geacht te zijn aangenomen. 7. Raadsinformatiebrief over Vaststellen beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan is aan de orde de raadsinformatiebrief over Vaststellen beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten. Het is een raadsinformatiebrief, maar omdat de VVD en Beter voor Dordt een motie hebben, behandelen we het nu als bespreekstuk. Ik wil graag de indieners van de moties vragen kort hun moties toe te lichten en in te dienen. En daarna heeft ieder van u weer de gebruikelijke spreektijd van twee minuten. Mijnheer Kuhlmann van de VVD, mag ik u het woord geven de motie toe te lichten, ervan uitgaande dat hij nog staat. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Het gaat hier om de parkeernormen voor nieuwbouwprojecten. En iedereen die eens een keertje in Oudelandshoek is geweest op een avond of in het weekend, die kan begrijpen dat als je een buurt of een wijk bouwt met te weinig parkeerplekken dat dat problemen oplevert uiteindelijk voor bewoners.
Tegelijkertijd is het ook zo, als je die norm te hoog stelt, dan kan het zo zijn dat het voor uiteindelijk, om het toch maar met een Engels woord zeggen, de businesscase niet dicht te rekenen is en dat die wijk daar helemaal niet komt. In de motie die er voorligt, doen we niet iets aan die minimumnorm, maar doen we wel iets aan de maximumnorm. Het is
43
namelijk zo in de huidige regels, zoals het college die heeft vastgesteld, is een maximumnorm meteen gelijkgesteld aan de minimumnorm. En dat betekent dat een projectontwikkelaar die ruimte ziet om wat extra's te doen, nog even een paar parkeerplekken extra aan te leggen en daarmee onnodige parkeerkrapte in de toekomst voorkomen, dat die op zijn vingers wordt getikt en te horen krijgt, dat mag niet. Dat willen we graag aanpassen. En vandaar dat de Dordtse VVD, samen met Beter voor Dordt, de Verenigde Senioren Partij, DENK Dordrecht, Gewoon Dordt, Op Ons Eiland. Forum voor Democratie, de Fractie van Waardhuizen, de Fractie van Leeuwen en de Fractie van der Spoel deze motie indient. En ik wil daarbij vermelden, er zitten ook twee bijlagen bij. Met heel veel dank aan de ambtelijke bijstand, die bij het tot stand komen van die bijlagen en het contact wat ik daar in de afgelopen dagen over heb gehad, zowel voor wethouder Van der Linden geldt dat hij toegewijde mensen in zijn team heeft, die ook op hun vrije dag bereid zijn om hieraan te werken. En datzelfde geldt ook voor onze griffier, die ook in haar team toegewijde mensen heeft. De voorzitter: Uw tijd is op. Kunt u afronden. De heer Kuhlmann: Die wil ik heel graag bedanken en de motie indienen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer, mijnheer Kuhlmann. Motie 2 wordt dat.
Wil ik Beter voor Dordt, de heer Wringer, vragen. Gaat uw gang. Dank u wel. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Waar de motie van de VVD gaat over de buitenwijken en het buitengebied, hebben wij een motie voor de binnenstad en de 19e-eeuwse Schil. Als je kijkt naar de parkeernormen, worden deze nog veel harder geraakt dan in de buitenwijken. En dat samen met het weghalen van vijfhonderd parkeerplaatsen die het college wil, blijft er dadelijk helemaal niks meer over om je auto kwijt te kunnen. En dat bevalt ons niet. Vandaar deze motie. De voorzitter: Ik dank u zeer. De heer Wringer: Samen met DENK dienen wij deze in. De voorzitter: Wat zei u, mijnheer Wringer? De heer Wringer: Samen met de fractie DENK dienen we deze. De voorzitter: Dank u zeer. Dan stel ik voor dat we de gedachtewisseling daarover aanvangen. En geef ik het woord, ik denk, aan de heer Kuhlmann, namens de VVD. En het was een knap sprintje. De heer Kuhlmann: U weet, voorzitter, topsport ligt ons na aan het hart. De voorzitter: Ik schaar u daar zeker onder. De heer Kuhlmann: Dank u. De voorzitter: Volgens mij bent u een topsporter.
44
De heer Kuhlmann: En op dezelfde manier hebben we natuurlijk ook hart voor alle Dordtenaren met een auto. We begrijpen dat er heel wat mensen zijn die, gewoon als ze 's avonds thuiskomen, veel moeite moeten doen om een plekje te vinden. En op het moment dat je een nieuwe wijk bouwt of een nieuw buurtje, er is sprake van nieuwbouw, dan willen we graag, waar dat kan, de ruimte geven, als projectontwikkelaars dat dat willen, om net iets meer te bouwen of net iets meer parkeerplekjes aan te leggen dan de strikte minimumnorm, om zo onnodige parkeerkrapte in nieuwe woonwijken te voorkomen. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Vraag aan de heer Kuhlmann, bedoelt hij daarmee dat hij, in tegenstelling tot wat in het voorstel staat, namelijk een vaste parkeernorm, een bandbreedte wil definiëren en aan de ontwikkelaar over wil laten hoeveel parkeerplaatsen er komen? Begrijp ik dat goed? De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dat klopt. Als een ontwikkelaar iets meer wil doen dan het strikte minimum, dan vinden wij het goed als die ruimte er is. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dat was hem eigenlijk. Pardon. Er wordt terecht nog gezegd, excuus voorzitter, dat natuurlijk ook de motie van Beter voor Dordt ... Daar hebben we met heel veel belangstelling naar gekeken.
En laat ik vooropstellen, ons hart gaat natuurlijk ook uit naar de mede-Dordtenaren in de binnenstad, in de Schil en zeker ook de mensen met een auto. Nu is het alleen zo, uiteindelijk waar het gaat om belangrijke besluiten, moet je natuurlijk niet alleen je hart gebruiken, maar ook je verstand. En vandaar dat we heel benieuwd zijn naar even gewoon de technische ambtelijke waardering vanuit de wethouder hoe we naar deze motie moeten kijken. Maar ons hart heeft u al. De voorzitter: Dat was het, mijnheer Kuhlmann? Dan ga ik door naar de fractie van GroenLinks. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Het plan van het college heeft directe betekenis voor de verdeling en de inrichting van de openbare ruimte. Die is krap vaak en daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Het is van belang dat de gemeente daar de regie over houdt en dat er, niet meer dan nodig, vrijheid aan ontwikkelaars wordt gelaten waar het gaat over de inrichting van de openbare ruimte. In de technische sessie over dit voorstel is gebleken dat het aantal auto's per huishouden geleidelijk iets afneemt. Dat komt waarschijnlijk, omdat de huishoudens wat kleiner worden. Maar toch, het aantal auto's per woning gaat wat naar beneden. En daar speelt het college terecht op in. De heer Safranti: Voorzitter.
De heer Van der Meer: Daarbij wordt in woonwijken, niet zoals de motie van de VVD ten onrechte suggereert ...
45
De voorzitter: De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: De laatste zin van mijnheer Van der Meer over de auto's worden minder. De gezinnen kunnen wel minder worden, maar de auto's worden niet minder, omdat natuurlijk iedereen toch wel een tweeverdiener wordt. Met name als we terugkijken naar de ambities die wij hebben, en daar hoor ik u vaak over, we willen gaan groeien. Maar om te kunnen groeien, moet je ook wel aantrekkelijk zijn natuurlijk en alternatieven kunnen bieden. Hoe denkt GroenLinks hierin? De heer Van der Meer: Ik heb het niet over het aantal auto's per inwoner. Ik heb het over het aantal auto's per woning. En daar gaat het hier over. Het gaat over een norm van parkeerplaatsen per woning. En dat gaat geleidelijk aan een beetje naar beneden. Dat is in de technische sessie gebleken. En het college speelt daar terecht op in. Daarbij wordt in woonwijken niet, zoals de motie van de VVD ten onrechte suggereert, gekozen voor de minimale behoefte die uit het CROW-onderzoek naar voren komt, maar voor het gemiddelde tussen minimum en maximum. Dat lijkt ons alleszins redelijk. Bovendien geeft het voorstel of het plan van het college duidelijk aan dat waar gewenst maatwerk mogelijk is.
Door gemakkelijk mee te gaan in het verhogen van de norm naar de maximale verwachte vraag, wordt het streven met parkeerbeleid een beetje bij te dragen aan de gewenste Mobiliteitsvisie, die ook de VVD en ook Beter voor Dordt hebben omarmd, in feite losgelaten. Strijdig met het Mobiliteitsplan. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De heer Van der Meer: Bovendien loop je dan de kans dat parkeerplekken die je creëert ... De voorzitter: De heer Kuhlman, VVD. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik heb toch wel een vraag aan de heer Van der Meer, voor wat betreft de beleidsplannen en dat het dan strijdig zou zijn. Maar ik vind dat de heer Van der Meer wel een hele vreemde blik heeft op het beleid, alsof het ... Kijk, het is natuurlijk heel goed om allerlei verschillende manieren van vervoer, de fiets, openbaar vervoer, aantrekkelijk te maken. Maar wat u zegt, je moet maar minder parkeerplekken hebben. En dan, omdat mensen eindeloos een plek aan het zoeken zijn voor een auto, gaan ze hem uiteindelijk wegdoen. Is dat wat GroenLinks voorstaat? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: In de Mobiliteitsvisie staat dat het parkeerbeleid een van de instrumenten is om die mobiliteitstransitie mede vorm te geven. En ik snap heel goed dat het hier niet over hele grote effecten op het mobiliteitsgedrag ‘...’, maar wel een beetje. En dat kan helpen.
In elk geval wordt dat losgelaten als je zegt, we gaan het aantal parkeerplaatsen aanpassen aan de maximale vraag die denkbaar is. Bovendien loop je daarmee het risico dat je parkeerplaatsen inricht die mogelijkerwijs helemaal niet nodig zijn. En dat gaat ten koste van die boom, dat groen, dat bankje, dat speeltoestel of wat dan ook, waar je ook in de schaarse openbare ruimte voor wil hebben. Geen steun voor deze motie
46
De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Wil je tot een afronding komen, gezien de tijd? Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja. Ik wilde nog even kort iets zeggen over de motie van Beter voor Dordt. Mag dat? In het centrum willen we het zoveel mogelijk autoluw hebben, ook volgens het Mobiliteitsplan. Daar is vanwege de leefbaarheid en aantrekkelijkheid de mobiliteitstransitie nog harder nodig dan elders in de stad. Daarom steun op dit punt voor het collegeplan en geen steun voor de motie van Beter voor Dordt. De voorzitter: Dank u zeer, mijnheer Van der Meer. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Het woord is aan Beter voor Dordt. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Voorzitter, ik hoorde de heer Van der Meer reppen over speeltuintjes en groen. En terecht dat hij daar aandacht voor vraagt. Alleen het is natuurlijk een valse tegenstelling. Er is natuurlijk ruimte voor verschillende onderdelen wanneer je een ontwikkeling hebt. Het punt is, en daar ben ik toch benieuwd naar de kijk ... De voorzitter: Kunt u tot een vraag komen? De heer Kuhlmann: Ja, zeker. Waarom vindt de heer Van der Meer het terecht dat er geen maximumnorm voor speeltuinen is, geen maximumnorm voor groen, maar dat het wel terecht is om een maximumnorm voor parkeerplekken te hebben? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Waar het om gaat, is dat er inderdaad veel meer behoefte is aan ruimte voor bewegen en spelen in de openbare ruimte. En dat uit het onderzoek van CROW blijkt dat er geleidelijk aan wat minder ruimte nodig is voor parkeren. Dat is een goede ontwikkeling. En die steunen wij. De voorzitter: Dan denk ik dat het goed is door te gaan naar Beter voor Dordt. De heer Wringer, gaat uw gang. De heer Wringer: Dank u, voorzitter. Beter voor Dordt, samen met DENK, begrijpen niet dat het college de parkeernormen bij nieuwbouwprojecten wil halveren, zeker in de binnenstad en de 19e-eeuwse Schil. Een auto is nog gewoon heel belangrijk voor onze inwoners. Het geeft Dordtenaren onafhankelijkheid, mobiliteit, soms is het een noodzakelijkheid, vrijheid, enzovoort. Heb je jaren en jaren gewacht op een huurwoning of heb je een woning gekocht, dan stelt het college dat je geen auto kan bezitten. En als je wel een auto bezit, kan je deze nergens parkeren. Dit beleid betekent dat er bij nieuwbouwprojecten dezelfde problemen gaan ontstaan als bij andere plekken in
47
Dordrecht waar een chronisch tekort is aan parkeerplaatsen. Er zijn geen aanwijzingen dat het autogebruik drastisch afneemt in de toekomst, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. En dat samen met het weghalen van vijfhonderd parkeerplaatsen in de binnenstad, blijven er straks erg weinig plekken over om te parkeren. Dit plan gaat alleen maar veel meer parkeerellende opleveren in Dordrecht. Met onze motie wordt voorkomen, door een andere berekening, dat de parkeernormen te drastisch afnemen en dat er te weinig parkeerplaatsen overblijven voor onze bewoners in de binnenstad en de 19e-eeuwse Schil. En ik heb al aangegeven dat we de motie van de VVD ook ondersteunen. En daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan is het woord ... De heer Hartmeijer, SP, gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Toch even een vraag aan de heer Wringer. Is hij het ermee eens dat de oude binnenstad toch wel een heel ander soort wijk is dan andere wijken in de stad? En dat mensen die kiezen om daar te gaan wonen het vaak gewoon voor lief nemen dat ze geen auto kwijt kunnen en ook vaak helemaal geen auto bezitten. Dat is toch deel van de keuze om daar te gaan wonen? De voorzitter: De heer Wringer, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Dat is wishful thinking. Natuurlijk, er zullen altijd mensen zijn die ervoor beslissen dat ze geen auto nemen.
Maar het kan niet zo zijn dat mensen met een auto niet in de binnenstad kunnen wonen, omdat er geen parkeerplaatsen zijn. De voorzitter: Dan is het woord aan de ChristenUnie/SGP. De heer De Feijter, gaat uw gang. De heer De Feijter. Voorzitter, ik had eerst nog een interruptie. En dat is, waar haalt de heer Wringer het vandaan dat dit college wil dat je geen auto mag hebben? Want wat ik toch teruglees in de parkeernormen, en zeker waar het gaat om het buitengebied bijvoorbeeld, wordt zelfs uitgegaan van de gemiddelde parkeernormen. En die is naar aanleiding van het CROW-onderzoek. Die gewoon onderzocht hebben, hoeveel parkeerbehoefte is er. Hoeveel vraag is? Uiteindelijk is dit gewoon vraaggestuurd, lijkt mij. De voorzitter: De heer Wringer.
De heer Wringer: Het is niet vraaggestuurd, want uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat er nog elk jaar meer auto’s bij komen. En dit college wil een parkeerplaatsnorm van ... Een reductie van 20 tot 50 procent. En dat dat strookt niet met de cijfers van het Centraal bureau voor de Statistiek. Wij begrijpen het niet. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer, GroenLinks.
48
De heer Van der Meer: Ik wil de heer Wringer graag vragen of hij zich realiseert dat in de plannen voor het parkeren het aantal parkeerplaatsen in Dordrecht heel erg uitgebreid wordt. Het gaat nu specifiek over nieuwbouwplannen en hoe je die wijken inricht en hoe je daar met de openbare ruimte omgaat. En daar kunt u een keuze in maken om te zeggen van, primair de auto's en als er nog wat overblijft, dan doen we wat anders. Wij maken een andere keuze. De voorzitter: Ik denk gewisseld. Het was niet direct een vraag en een interruptie. Maar goed, ik kijk even rond. Ik denk toch dat we dan door mogen naar de heer De Feijter, namens de ChristenUnie/SGP. Of VSP? Excuus. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, het maakt mij niet zoveel uit. De voorzitter: Ik ben meestal wat wisselend. Maar goed, u heeft hier een zekere volgorde. En als men daaraan hecht, pas ik me aan. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik kan het kort houden. Ik denk dat de heer Kuhlmann van de VVD heel goed heeft uitgelegd waarom wij dit amendement mee indienen. En de heer Kuhlmann heeft aangegeven dat hij zijn hart aan het amendement van Beter voor Dordt geeft. Alleen wij geven daar ook nog onze steun bij. De voorzitter: Dat is buitengewoon helder. En dan gaan we door naar de ChristenUnie/SGP. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter.
Allereerst, de motie van de VVD en een hoop andere partijen die die indienen, die gaan wij niet steunen. We hebben het idee dat er prima te werken valt met de huidige parkeernorm, zoals die is vastgesteld. Die is namelijk al berekend op de toekomstige parkeerbehoefte. De heer Safranti: Voorzitter. De heer De Feijter: Zinnen in de motie, zoals parkeerkrapte voorkomen, die schetsen wat ons betreft een verkeerd beeld. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Ik wil mijnheer De Feijter vanavond even uitnodigen om het juiste beeld te kunnen schetsen over het parkeerbeleid, zeker in de binnenstad. Laten we de buitenste buitenwijken nog niet erover hebben. Maar loop alsjeblieft vanavond met mij mee om in de binnenstad te gaan kijken hoeveel auto's op de stoep geparkeerd staan, omdat er geen parkeerplaatsen zijn. Ik hoor u constant vertellen en zeggen over, maar er zijn cijfers, er zijn onderzoeken geweest. Mijn vraag is, voorzitter, richting mijnheer De Feijter, in hoeverre kloppen die cijfers en het onderzoek met de werkelijkheid? De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer De Feijter.
49
De heer De Feijter: Voorzitter, allereerst loop ik graag een rondje door de binnenstad met de heer Safranti. Ik woon er zelf ook. Ik heb denk ik wel een aardig beeld van hoe het daar aan toe gaat. En er lopen nu denk ik twee dingen door elkaar heen. Ik reageer op de motie van de VVD. Die spreekt juist over het buitengebieden en over rest bebouwde kom en niet zozeer over de binnenstad. Voor de binnenstad zijn te zijner tijd natuurlijk heel veel andere nieuwe plannen die momenteel gemaakt worden, juist met betrekking tot parkeergarages en dergelijke, zodat we een hoop auto's daar kwijt kunnen en er een hoop parkeerplaatsen in die zin bij komen. Dat lijkt me niet aan de orde, wat dit betreft. Voorzitter, ik ga verder. Zinnen als parkeerkrapte voorkomen in de motie van de VVD, die schetst wat ons betreft een verkeerd beeld, omdat juist die cijfers, die CROW-parkeernormen zijn berekend op toekomstige parkeerbehoefte. Tegelijkertijd hebben we als gemeente ook een lijn ingezet waarbij we zeggen, we leven op een prachtig eiland, we hebben veel natuur, laten we vooral die ruimte houden en creëren ook voor groen. Laten we ruimte creëren voor vervoersmiddelen die minder openbare ruimte innemen. Voor speeltuintjes voor onze kinderen. En uiteindelijk daarmee ook meer ruimte voor mensen. En dat is de lijn die we als gemeente hebben ingezet.
Laten we dan eens vooral niet nu een signaal gaan afgeven dat we ons buitengebied, onder leiding van koning asfalt, de VVD, willen degraderen tot parkeerplaats. Dat lijkt wat ons betreft niet het juiste signaal. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik hoor de heer De Feijter refereren aan cijfers. Dan ben ik toch benieuwd of hij zelf zijn cijfers een beetje op orde heeft. Ik ben benieuwd, het aantal auto's wat er in de afgelopen vijf jaar in Dordrecht bij is gekomen, hoeveel denkt u dat dat er zijn? De heer De Feijter: Ik denk dat u mij dat nu gaat vertellen. De heer Kuhlmann: Zeker. Dat zijn er meer dan vierduizend. De auto in Dordrecht wordt steeds meer populair. En dan is het slim om in de regels daar een beetje rekening mee te houden, zeker waar dat kan. De heer De Feijter: Voorzitter, ik denk dat hier nu een foutieve tegenstelling wordt gemaakt, want er wordt juist rekening mee gehouden. Er wordt gekeken, wat is de toekomstige parkeerbehoefte? En ik mag zelf die kennis dan niet paraat hebben hoeveel auto's dat dan precies zijn. Het CROW heeft die zeker wel. En die houdt er dan ook rekening mee. Wat is die parkeerbehoefte in de toekomst? En daaruit voort vloeien die parkeernormen. Het lijkt mij dat hier een foutieve tegenstelling nu wordt gesteld. De voorzitter: Tot slot. De heer Kuhlmann: Dan een laatste nog.
Dan ben ik toch benieuwd, als de heer De Feijter van de ChristenUnie/SGP zoveel waarde hecht aan de CROW-normen. Het aardige
50
is, dan kunt u eigenlijk zonder problemen instemmen met onze mooie motie, omdat die precies in die bandbreedte blijft. De heer De Feijter: Voorzitter, dat klopt. Voor een deel wel. Tegelijkertijd hebben we hier niet een volledig volgend parkeerbeleid, maar hebben we wel degelijk een sturend parkeerbeleid. En dat is ook iets waar de ChristenUnie/SGP wel voorstaat. Juist ook omdat we met zijn allen hebben gezegd, die lijn waar ik net naar refereerde, dat STOMPprincipe, we willen ruimte houden voor groen, ruimte voor speeltuinen, ruimte voor andere dingen, duurzamere vormen van vervoer. En daarvoor is het gewoon nodig dat de ruimte die de auto inneemt in de toekomst niet met dezelfde tred blijft stijgen, zoals dat op dit moment het geval is. Voorzitter, de motie van Beter voor Dordt. Om dezelfde redenen dat we niet voor de motie van de VVD gaan stemmen, gaan we ook tegen de motie van Beter voor Dordt stemmen. De heer Safranti: Voorzitter. De heer De Feijter: Maar deze heeft zelfs betrekking op de binnenstad en de 19e-eeuwse Schil. Voorzitter, Beter voor Dordt dient al zelf ... De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, even de laatste zin weer van mijnheer De Feijter. Dan ben ik hem zelf alweer kwijt, omdat ik al ... Het ging meer om dat het zou afnemen in de toekomst.
Maar ik heb het zojuist ook aangegeven, wij zijn een stad die met een groeiambities zit naar 140.000 inwoners. En met name de nieuwe wijken, daar komen alleen maar tweeverdieners. Zeker 2 auto's voor de stoep of op de stoep. En die hebben dat gewoon nodig. In hoeverre rijmt uw verhaal door te zeggen dat de auto gaat afnemen in de toekomst? De heer De Feijter: Voorzitter, dat is niet de toekomst die de ChristenUnie/SGP voor zich ziet. Er komen inderdaad meer mensen bij. Dat moet ook om ons voorzieningenniveau in stand te houden. Maar, en daarmee kom ik ook direct op het punt wat ik zojuist wilde maken ten aanzien van de motie van Beter voor Dordt, onder andere Beter voor Dordt, en veel meer partijen in deze raad, is er ook groot fan van om onze polders groen te houden. Dat betekent dat we daar geen woningen bouwen. Dat heeft wel consequenties voor waar we dan wel woningen gaan bouwen. Dat is over het algemeen in de al bestaande stad. En die verstedelijkings-, die verdichtingsopgave binnen de bestaande stad, die kunnen we gewoon niet volledig uitvoeren als de auto zo'n zelfde grote rol blijft spelen als dat nu het geval is. Want op die manier, dan veranderen we echt de helft van onze stad uiteindelijk in parkeerplaats. En dat is niet de visie die de ChristenUnie/SGP voor zich ziet. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar het CDA.
De heer Van Oosterhout, gaat uw gang. De heer Oostenrijk. Sorry, Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Het valt niet mee uit het Brabantse.
51
De voorzitter: De heer Oostenrijk. Dit is het Brabantse. Oostenrijk is mooier op dit moment, denk ik. Gaat uw gang, de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, in het politiek akkoord en bij de vaststelling van het Mobiliteitsplan 2040 is gekozen voor een meer sturend parkeerbeleid. Kort samengevat, een sturend parkeerbeleid bevordert het selectief gebruik van de auto, beperkt hiermee de groei van de automobiliteit ten gunste van de leefbaarheid. Dat is een onderschreven beleid. En daarbij geldt tevens de nota parkeren in de bouwopgave parkeernormen Dordrecht 2019, die introduceerde destijds het hanteren van parkeernormen gericht op de toekomst, met het daarbij mogelijk maken van de gewenste bouwopgave. Daarbij zijn de normen vanuit het CROW leidraad geweest voor ons beleid. Dat hebbende onderschreven. En nu bij de actualisatie van die normen blijven we dat onderschrijven. Wij zijn voor continuïteit van beleid. En daar schuurt het met de motie van beide indieners ... Van beide amendementen. Als ik ga naar het amendement van de VVD, die rekt ... De motie. Sorry. De motie van de VVD die rekt de normen geweldig op. En dat schuurt ons inziens met het beleid wat het college voorstaat. Het geeft ook minder ruimte om, wat dat betreft, beleid te voeren. En we zijn verontrust dat daarmee het beleid van het college wordt ondergraven.
De motie van Beter voor Dordt geeft een ander beeld. En dat gaat inderdaad over de binnenstad. Men wijst op de cijfers van het CBS, dat er geen indicatie is dat er minder auto's komen. Aan de andere kant zeggen de kerncijfers van het CROW dat we uit kunnen gaan van een lager gebruik van de auto per woning. Dat is een zaak. Los daarvan, we hebben het over de binnenstad en de Schil. Daar gaan weliswaar qua beleid meer bestaande parkeerplaatsen op straat verdwijnen, maar daar komt een nieuw beleid voor terug voor het bergen van je auto in parkeergarages. Het is een eenzijdig beeld wat er geschapen wordt. Dat is ons, wat dat betreft, ook te kort door de bocht. Die motie zullen wij ook niet steunen. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ook een dergelijke vraag richting mijnheer Oostenrijk. Inderdaad ik ben het met u eens dat er in de toekomst alternatieve nieuwe plannen gaan komen. Want ik hoorde ook zojuist over een parkeergarage of parkeergarages die er komen, maar nu zijn ze er nog niet. En de plannen zijn er misschien wel, maar in werkelijkheid is dat er nog niet. In hoeverre rijmt dat, want u gaf aan dat dat haaks was, dan met de werkelijkheid? Die vraag stel ik dan ook in dit geval aan u. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dit voorstel gaat over het vaststellen van beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten.
Daar hebben we het over. Ik heb het niet over ... De heer Safranti: Maar we hebben het nu over die motie van Beter voor Dordt en DENK. De heer Oostenrijk: Ik heb het ook over de motie van Beter voor Dordt. We hebben het over nieuwbouwprojecten. Dat is iets anders als dat u het heeft over de bestaande problematiek als het gaat om parkeren. We moeten wel even selectief zijn, dat we niet die twee onderwerpen door elkaar gooien. Ik onderschrijf best de problematiek van het parkeren, maar die moet je niet verwarren bij dit onderdeel ... En dat is voor de
52
binnenstad en de Schil een zeer beperkt onderdeel, want waar kan je nog nieuwbouwprojecten plaatsen, behalve dan de grote projecten bijvoorbeeld aan de Spuiboulevard? Maar verder in de binnenstad valt er nauwelijks nieuw te bouwen. We moeten wel even kijken waar uw opmerkingen thuishoren. Ik kan ze begrijpen, maar niet in het kader van dit voorstel. De voorzitter: Dat was het? Dan ga ik naar mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Aangaande de motie van de VVD. We willen dat op de openbare weg het aantal parkeerplaatsen beperkt wordt, maar we hebben geen bezwaar tegen deze motie als dit op eigen terrein wordt opgelost. En dan de motie van Beter voor Dordt. Deze motie steunen we niet, omdat hiermee voor meer parkeerplekken in de binnenstad wordt gezorgd. En we willen juist dat de openbare weg zoveel mogelijk wordt ontzien. En wat andere partijen ook aangaven, er komen parkeergarages. We zien het probleem niet zo. De voorzitter: Dan ga ik door naar de fractie Partij voor de Dieren. De heer VenderbosLambinon, gaat uw gang. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Voorzitter, onze complimenten voor het werk dat de VVD in deze motie heeft gestoken, zoals het checken van de bevoegdheden van het college. Tot zover het goede nieuws voor de VVD.
Want voorzitter, de Partij voor de Dieren vindt het een goede zaak dat het college de voorgestelde normen hanteert, zodat er meer ruimte vrij komt voor zaken waar ieder mens iets aan heeft, zoals meer groen en kinderspeelplekken. Wie kan hiertegen zijn? De Partij voor de Dieren is voor een zo groen mogelijk stad. Niet voor zoveel mogelijk blik op straat. Een stad waar mens en dier. Niet een stad voor auto's. We zullen dan ook tegen deze motie stemmen. De motie van Beter voor Dordt kan ook niet op onze instemming rekenen. Enerzijds om dezelfde redenen als bovengenoemd. En anderzijds is naar de mening van de Partij voor de Dieren een autoluwe binnenstad en 19e-eeuwse Schil, plus het uitfaseren van een tweede parkeervergunning voldoende. Verder nodig ik de heer Safranti graag uit om met mij door het historische havengebied, waar ik zelf woon, te lopen en te zien dat er dagelijks, ook in de avonduren, veel lege parkeerplaatsen te vinden zijn. Dank u. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar de fractie van DENK. De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. En ik zal dit aanbod zeker accepteren. Misschien dat we het er dan toch mee eens zijn, als we zo'n rondje rond de havens van Dordrecht ... Ik ben daar ook opgroeit. Dat zal alleen maar leuke verhalen met zich meebrengen. Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik kan er ook heel kort in zijn, in dit geval.
Ik sluit me sowieso aan bij de woordvoering van de VVD, en zeker van mijn buren, Beter voor Dordt. Mijn punten die ik eigenlijk wilde bespreken, heb ik tijdens mijn interrupties al zo'n beetje benoemd. Ik ga het ook niet herhalen, in dit geval. En voor de beide moties, die hebben we mede ingediend, daar kan ik ook heel kort over zijn. Dank u wel. De voorzitter: Ik dank u zeer. Dan ga ik naar mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Gaat uw gang.
53
Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Voorzitter, wij dienen motie 2 mede in. En het verhaal daarover is volgens mij duidelijk. En de motie van Beter voor Dordt, ik denk dat we die ook steunen. Want het is natuurlijk heel erg belangrijk dat we, zolang er nog toename is van het aantal auto's, ook zorgen dat die ergens neergezet kunnen worden. En dat is ook precies in lijn met hoe wij rond de Mobiliteitsnota stemmen. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Mevrouw Koene zegt, zolang het aantal auto’s toeneemt, moeten we zorgen voor plek om die neer te zetten. Het gaat hier over parkeerplaatsen bij nieuwbouw. Daar is een norm voor. Als er nieuwbouw komt, komen er ook parkeerplaatsen bij. Er is helemaal geen sprake van dat het aantal parkeerplaatsen wordt verminderd. De groei wordt aan een aantal normen gekoppeld. Bent u het daarmee eens? Mevrouw Koene: Nee, daar ben ik het niet mee eens. Daar heeft mevrouw Stolk helemaal gelijk in. Zeker dat er een parkeernorm aan verbonden wordt, maar je kan die parkeernorm natuurlijk altijd hoger maken. De heer Van der Meer: Die kan nog veel hoger. Mevrouw Koene: Die kan ook inderdaad nog veel hoger.
Kijk, en op het moment dat wij alleen maar nieuwbouw toestaan van een categorie die hoog is, en dat hoorde ik eerder al iemand zeggen, op het moment dat je daar wil wonen, dat je dan vaak al met zijn tweeën moet verdienen. Dan betekent dat ook meer auto's. We kunnen wel heel naïef blijven denken dat je die mee naar binnen kan nemen, maar zover zijn we nog niet. De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Ik hoor een paar keer het woord tweeverdieners, nieuwe woning. Maar je moet tweeverdiener zijn om een nieuwe woning te kunnen kopen tegenwoordig. De prijzen zijn dermate hoog. Ziet mevrouw Koene dan ook dat deze tweeverdieners, die alles bij elkaar moeten leggen om die woning te kopen, ook de gelegenheid hebben om twee auto's neer te zetten? Ik geloof het niet. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Volgens mij hebben we het op dit moment helemaal niet over wie wel of niet een huis kan kopen. Alleen is het nou eenmaal zo dat als mensen ergens gaan wonen dat ze hun auto kwijt moeten. En dat mensen die twee auto's hebben ook twee auto's kwijt willen. We zullen toch op de een of andere manier ... Misschien zijn er wel hele andere creatieve mogelijkheden. Ik heb al eens een ondernemer gehoord die een talud wilde aanleggen vanaf de Vriesebrug naar een appartement toe. Ik bedoel, kom maar door met alle creatieve ideeën.
Maar nogmaals, mee naar binnen nemen, kunnen we ze niet.
54
De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Onlangs las ik in de krant dat veel Rotterdammers naar Dordrecht komen voor A, dat de huizen goedkoper zijn dan in Rotterdam en B, dat de verbindingen vanuit Dordrecht naar Rotterdam onder andere, de openbaarvervoerverbindingen, prima zijn. En dat ze geen behoefte hebben aan een auto. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat zal allemaal een kern van waarheid bezitten, voorzitter, maar het is nou eenmaal zo dat ook wat ... Wij merken dat het ook veel wat oudere mensen, van mijn leeftijd en meer, zijn. En die mensen, daar wordt het steeds lastiger voor om naar een brievenbus te gaan of wat dan ook, of om boodschappen thuis te krijgen. Het lijkt me gewoon zaak dat we nog steeds voorlopig zorgen dat er parkeergelegenheid is. En meer dan wat het beleid wil. De voorzitter: Ik denk dat dit voldoende voor dit moment gewisseld is. Helder. Ik ga naar de fractie van Op Ons Eiland. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, zoals u weet, hebben wij enige tijd geleden niet ingestemd met de Mobiliteitsvisie en -plan van dit college. Immers, wij hadden een bepaald voorgevoel, en dat blijkt nu ook uit te komen, dat deze visie, de Mobiliteitsvisie, en het -plan verstrekkende gevolgen zou hebben voor het autobezit in deze stad.
Voorzitter, we moeten überhaupt onderkennen dat autobezit of een auto hebben gewoon een noodzakelijk goed is voor vele Dordtenaren. En de nieuwe beleidsregels parkeernorm is wat ons betreft echt een houdgreep die onze stad niks goeds zal brengen. En sterker nog, een fundamentele vrijheid van onze inwoners, namelijk het zich in vrijheid kunnen bewegen met een auto, het kan ook met de fiets of met de bus, maar met een auto echt teniet wordt gedaan. Voorzitter, vandaar dat we namens Op Ons Eiland de heer Kuhlmann willen bedanken voor al zijn werk en dat we de motie van harte hebben mede-ingediend. En de motie van Beter voor Dordt, ik heb daar kennis van genomen en die gaan we zeker ook ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer, interruptie. De heer Hartmeijer: Dank. Vraag aan de heer Gündogdu. Ik snap zijn betoog. Ik ben ook helemaal niet anti-auto of iets dergelijks. Maar in een steeds schaarser wordende ruimte moet je toch ook nadenken over de invulling van die ruimte? En je kan toch niet alle ruimte zomaar reserveren voor auto's? Er zijn toch ook andere overwegingen daarin te maken? De heer Gündogdu: Voorzitter, alle ruimte beschikbaar stellen voor auto's, daar hebben we het niet over. Het is wel de balans in je stad voor elkaar kunnen krijgen, waarbij, zoals het STOMP-principe dat ook zegt, er is ook ruimte nodig voor het autoverkeer en autobezit.
En als we de lijn, zoals nu door het college wordt voorgesteld, gaan volgen, dan hebben we straks echt een enorm groot probleem in deze stad. Waarbij, het
55
voorbeeld van mijnheer Safranti, auto's dubbel worden geparkeerd, op de stoep worden geparkeerd, continu conflicten met handhavers. Wie is daarbij gebaat? We moeten onderkennen dat autobezit gewoon een gegeven is in deze stad en ook zo zal blijven. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Met die laatste zin ben ik het hartgrondig eens, autobezit zal een gegeven blijven. Maar tegelijkertijd heb ik gehoord dat mijnheer Gündogdu het STOMPprincipe inmiddels omarmt. Dat is heel goed. En mijn vraag aan hem is, of hij daar niet geleidelijk aan ook enig effect van verwacht op het mobiliteitsgedrag, ook zonder de vrijheid van mensen aan te tasten om hun keuze te maken, ook op het automobiliteitsgedrag? De heer Gündogdu: Voorzitter, kijk, het STOMP-principe geeft aan dat er ook ruimte is voor het autobezit voor autobezitters in deze stad. En we doen nu het voorkomen alsof dat de auto volledig moet wijken uit deze stad. Dat is een utopie. Daar kunnen wij niet achterstaan. En we hebben het over innovatieve technieken en mogelijkheden om een auto goed op te bergen. Die zijn er ook. Alleen zijn ze misschien momenteel te duur om dat in deze stad voor elkaar te krijgen. Maar de gedachte alleen al dat we het fietsverkeer en het trappen, het lopen allen voorrang moeten geven, dat zegt het STOMP-principe, maar een onderdeel is het autobezit.
En daar gaan wij te snel aan voorbij. De heer Van der Meer: Laatste opmerking. De voorzitter: De laatste. Ik denk dat we anders een beetje in een pingpongdebat ... Want er is al ... Maar gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Pingpongdebat. Ik wil toch nog even de vraag stellen ... Of de heer Gündogdu zegt, alle auto's moeten de stad uit. Daar gaat het natuurlijk helemaal niet om. Het gaat om, en is hij dat met mij eens, dat het gaat om te zoeken naar mogelijkheden om geleidelijk aan een beetje minder op die auto aangewezen te zijn? De voorzitter: De heer Gündogdu, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Ik denk, voorzitter, dat de motie die uit handen is gekomen van mijnheer Kuhlmann daar een goede richting ... Een oproep is richting het college om daar eens even goed werk van te maken. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De motie van de VVD steunen wij niet. Als je bij elk nieuwbouwproject toestaat twee keer zoveel parkeerplaatsen te reserveren in de openbare ruimte dan er woningen opgeleverd worden, dan verwachten wij echt problemen in de verdeling van steeds schaarser wordende ruimte. Wij willen gemixte wijken, ook gemixte nieuwbouwprojecten, meer woningen voor alleenstaande ouderen en starters. En die hebben niet altijd een auto.
Om in feite ruimte te verspillen met een grotere inschatting van benodigde parkeerplekken zijn wij niet zitten.
56
De heer Kuhlmann: Voorzitter. De heer Hartmeijer: Overdag, als iedereen op weg is, staan er dan wellicht veel plekken leeg. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Hartmeijer: En dat is zonde. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik had altijd in mijn hoofd, de SP is een partij die oog heeft voor arbeiders, voor de mensen die niet met een laptopje op schoot lekker thuis kunnen werken, of als ze een keertje naar kantoor moeten op een makkelijke centrale locatie waar je dicht bij een groot station zit. En daar herkennen we elkaar natuurlijk in, want ik ben zelf raadslid voor een echte Dordtse volkspartij. En dan ben ik benieuwd, voorzitter, dat is mijn vraag, wat is het antwoord van de heer Hartmeijer van de SP aan iemand die inderdaad gewoon een praktisch beroep heeft, die ergens op de Maasvlakte moet zijn waar je niet zo makkelijk met het ov kan komen. Of iemand die in de buitendienst werkt en dat elke dag moet doen. De voorzitter: Ik denk dat uw vraag duidelijk is. Uw vraag is duidelijk. De heer Kuhlmann: Voorzitter, de vraag is, heeft zo iemand, zo'n echte hardwerkende arbeider ook niet gewoon recht op een fijn plekje? En waarom zouden we dat extra moeilijk maken als een ontwikkelaar in die ruimte zit? De voorzitter: Het is duidelijk. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dat is niet zo.
Want het voorstel van het college borgt ook dat je per woning minstens één parkeerplek hebt. Zoals ik al aangaf, nieuwbouwprojecten willen wij gemixt bouwen. Dat betekent dat bijvoorbeeld ouderen of starters, die hebben vaak nog geen auto, die hebben ook geen behoefte aan een parkeerplek. En wij zijn ook heel erg groot fan van het openbaar vervoer. Dat is bij ons helemaal geen tegenstelling. De voorzitter: Ga u verder, mijnheer Hartmeijer. De heer Kuhlmann nog. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Een laatste dan. Ik hoorde de heer Hartmeijer over ouderen. Ik ben benieuwd, kent hij geen ouderen die gewoon een auto hebben in Dordrecht? Ik namelijk wel. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ik zeg ook niet dat geen enkele oudere een auto heeft. Maar ik kan me voorstellen dat als je wat ouder wordt, dat je bijvoorbeeld ook de Drechthopper nodig hebt. Dan heb je geen auto nodig. De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Hartmeijer verdergaat. De heer Hartmeijer: Dank. Waar was ik gebleven? Overdag, als iedereen op weg is, staan er wellicht inderdaad dan parkeerplekken leeg. En dat is zonde van de ruimte. En als je de laatste jaren vooral hebt gebouwd voor een doelgroep die twee of drie auto's voor de
57
deur heeft, dan hoeft het geen verbazing te wekken dat je een stijging ziet van de auto's. Wij volgen hierin gewoon het voorstel van het college. Dan de motie van Beter voor Dordt. Juist in de oude binnenstad zien wij liever minder blik op straat. Wij zijn voor parkeren alleen voor bewoners daar. En bezoekers en anderen in garages. Niet voor een aparte norm. Dat vraagt om een ander voorstel dan deze motie. Blijft overigens een vreemde figuur om de raad over dit onderwerp een uitspraak te laten doen, zonder eerst geregeld is dat de bevoegdheid ook bij ons ligt. En dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar Forum voor Democratie, Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Zoals iedereen heeft kunnen zien, hebben wij de motie van de VVD mede ondertekend. We bieden ook onze steun aan de motie van Beter voor Dordt. We zien in het beleid dat er wens is voor minder parkeerplekken en meer groen. En dat vertaalt zich in meerdere plannen. En de behoefte voor meer groen komt volgens ons voort uit juist het gebrek van contact met de natuur. De mens heeft eigenlijk zijn contact met de natuur verloren. En dan krampachtig alles groener maken. Maar als we willen verdichten en verstedelijking nog steeds een feit is, dan hebben we ook voorzieningen nodig die erbij horen.
Wanneer we als mens meer in contact staan met onze natuur, en daarmee bedoel ik Moeder Natuur en onze bron, dan stelt ons dat in staat om meer bewustere keuzes te maken die bijdragen aan de natuur. Wij zijn als mens gewoon zo vaak in reactie en we laten ons constant afleiden door allerlei details. Laten we eens onze gedachten verruimen en de verbinding met onze natuur herstellen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer, mevrouw. Dan geef ik het woord aan de Fractie van Waardhuizen. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen instemmen met alle moties. Die van de VVD hebben wij meegetekend en ook de motie van Beter voor Dordt zullen wij steunen. Wij lezen in alle moties die er staan, verhoog het maximumaantal en maak voldoende parkeerplekken. Wij begrijpen het ruimtegebrek in onze stad, maar we lezen nergens dat alle ruimte moet worden ingezet. Dat is voor ons voldoende houvast om in te stemmen. De voorzitter: Ik dank u zeer. Dan ga ik naar de Fractie van Leeuwen. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. We hebben de motie Verhoog de maximum parkeernormen samen met de VVD onder andere ingediend. Daar zijn we uiteraard voor.
We vinden dat projectontwikkelaars de mogelijkheid moeten hebben om in een bepaald gebied ook over te gaan naar hogere parkeernormen en zich niet gebonden te weten aan de minimumparkeernorm die door het college is vastgesteld. Ik vind het ook een bizarre veronderstelling dat in de toekomst het autobezit gaat afnemen. Dat heeft ermee te maken dat als je terugkijkt naar de ontwikkeling in Dordrecht, als je het hebt over het openbaar vervoer, er is heel weinig verbeterd. En goed, ook in de toekomst zien we niet echt een directe verbetering van het openbaar vervoer in Dordrecht en omstreken. Autobezit zal blijven. En de motie van Beter voor Dordt ondersteunen we ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer.
58
De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Ik vraag me af, is het niet een beetje een soort passieve houding voor een raadslid om te zien van, weet je, er komt allemaal meer bij en het wordt allemaal niet beter het ov en al die andere vormen. Dan geven we er maar aan toe. Dan wordt alles maar een parkeerplaats en wordt er maar meer ruimte voor de auto gegeven. Is dat niet een wat passieve houding voor een raadslid? Heeft u dat ook niet voor een deel zelf in handen? De heer Van Leeuwen: Ik denk vooral dat een partij als uw partij het meer in handen heeft. Uw partij zit in het college. En ik merk aan uw houding dat u eigenlijk, laat ik het zo zeggen, niet naar de feitelijke cijfers wilt kijken. Overal waar je in Dordrecht komt, is er sprake van een parkeerprobleem. Dat wordt door mensen die daar wonen absoluut niet ontkend. Dat wordt gewoon gezien. Ik woon zelf in Leerpark. En mensen parkeren gewoon de auto op de stoep, vanwege een gebrek aan parkeerplaats. Het is ook een zorg voor mijn partij dat als het zo doorgaat dat Dordrecht een min of meer onbewoonbare plaats wordt. In die zin is het geen passieve houding. Ik zou zeggen, ga er zelf wat aan doen. De voorzitter: Dan kom ik bij de Fractie van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik had even een formeel puntje.
Ik zie dat u meegetekend hebt met het vignet Leuk Sociaal Dordrecht. Maar u staat nog natuurlijk als Fractie van der Spoel. Ik denk dat we dat in formele zin even naar de toekomst goed moeten regelen. De heer Van der Spoel: Als het goed is, staat er op het logootje dat de slogan staat ernaast Fractie van der Spoel. De voorzitter: U heeft het punt, maar mijn ogen kunnen dat zelfs met de bril niet lezen. Maar u hebt gelijk. Dan is dat afgetikt. De heer Van der Spoel: Dat is mooi. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: En ik zal het kort houden, want ik sluit mij in deze volledig aan bij de woordvoering van de VVD. En ik kijk uit naar de reactie van het college op de motie van Beter voor Dordt. En dan zal ik daarna mijn keuze daarin maken. Dank u wel. De voorzitter: Helder. En ik ben gezakt voor de ogentest. Ik geef het woord aan de wethouder. Maar de griffier ook. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. In drie kwartier het hele mobiliteitsdebat wat we afgelopen jaar gedurende een paar raadsvergaderingen hebben gedaan nog eens overgedaan. Interessant weer. Twee moties die ik allebei ga ontraden. In de basis
59
om dezelfde reden, maar wel met hele andere achtergronden. En daar ga ik even mijn toelichting op geven. Eerst een paar feiten Het autobezit neemt toe. Dat is een feit. Het autobezit zal ook nog een aantal jaren toenemen. Dat is ook een feit. Het precieze getal wat de heer Kuhlmann noemt, vierduizend auto's, dat zou kunnen kloppen. Heb ik niet precies gecheckt. Ik weet wel dat we ook een vergelijkbaar aantal huizen hebben gebouwd de afgelopen jaren. Lijkt me niet zo gek dat de auto meer gebruikt wordt in Dordrecht. Een stad die groeit, heeft meer auto's. Dat is een feit. Niet heel spannend. Niet heel ingewikkeld ook. Feiten. Wat ook een feit is, is dat de ruimte op het eiland van Dordt niet substantieel toeneemt. Dit is de plek. Hier moeten we het mee doen. We willen hier wonen. We willen graag toeristen. We willen heel veel groen. Hoera, groen. We willen buitengebied houden. We willen veel bankjes. Heb ik heel vaak gehoord, zet overal bankjes neer. We willen graag veel meer ruimte om terrasjes neer te zetten. We willen graag heel veel meer functie toevoegen aan de stad. Prima. Dat deden we vijftig jaar geleden anders. Als je toen naar de binnenstad keek, Scheffersplein nokvol blik. Het hele voetgangersgebied nokvol blik. Aan twee kanten van de straat. Vaak dubbel. Dat vonden we toen een goed idee.
Ik weet zeker, over veertig, vijftig jaar voeren we weer dit soort gesprekken en zijn er andere ideeën waarvan we zeggen, dit is een goed idee, wat raar dat ze er vijftig of honderd jaar geleden anders over dachten. Die stad zal in beweging blijven, op allerlei manieren. Op zich prima. En voor een deel volg je gewoon die ontwikkelingen. Dat je vijftig jaar terug overal die auto kwijt moest, dat had ook te maken met dat iedereen toen een auto kreeg. Had er ook mee te maken dat op dat moment de stad, die heel zwaar versleten was, vooral de binnenstad, op een hele enorme intensieve manier werd gesaneerd. Niks mis mee op zich. We zijn anders gaan denken over wat we met de ruimte willen. Dat manifesteert zich ook in de bouwopgave die hebben vastgesteld met elkaar. Dat manifesteert zich ook in het feit dat je dan anders moet omgaan met mobiliteit. Want als we tienduizend extra huizen bouwen en we blijven alleen maar reizen, zoals we tot nu toe hebben gedaan, dan houdt dat een keer op. Dan is fysiek de ruimte op, op een gegeven moment. Dit is even de samenvatting van de Mobiliteitsvisie discussie. Dan hebben we het wel, als we het eventjes in twee gedeeltes verdelen, over twee soorten gesprek.
U weet, een aantal jaren geleden, in de vorige periode, hebben we op instigatie van een aantal partijen wel het dringende verzoek gehad om eens te kijken of je in Oudelandshoek niet veel meer parkeerplekken kon organiseren. Oudelandshoek gebouwd in de jaren 90. Laten we zeggen, één auto per woning. Dat paste toen heel goed. Die wijk is ook ingericht met het idee, parkeren kun je zo dicht mogelijk op de ring en op de erfjes doe je het wat minder, want daar hebben we een gezellig speeltuintje of we hebben ruimte voor groen, enzovoorts. In de loop van de tijd zie je het autobezit toenemen, want er wordt meer gewerkt. Misschien wordt een kind 18-plus, 20-plus 25-plus, blijft thuis wonen, komt een auto, enzovoort. Er zijn daar geregeld mensen die hebben drie of vier auto's. Prima. Dat moet allemaal een plek vinden. Wat je ook ziet, is dat een aantal mensen wel een garage had, maar dacht, daar maak ik een bijkeuken van. Mag. Ook zie je dat een aantal mensen met een oprit dacht, daar ga ik hem niet neerzetten, want hij moet op de publieke ruimte. Dat levert gewoon dilemma’s op. En die ziet iedereen. En de een zal zeggen, prima, dilemma lossen we op met overal tegels en overal asfalt. Kan Buren zeggen dan, leuk idee, maar ik hecht toch ook wel aan dat groen of het wipkipje, enzovoorts, en mijn uitzicht. Kan ook.
Dat was de miniversie van het gesprek wat we in heel de stad eigenlijk ook wel zien. Ik ben ervan overtuigd dat je in een buitenwijk waar
60
je geen parkeerregulering hebt ietsje minder alternatieven als het gaat over ov, waar voor sommige mensen de fiets echt niet de optie is om de grotere afstanden naar de voorzieningen te maken, dat die auto belangrijker blijft in zo'n wijk dan bijvoorbeeld in de binnenstad. Want in de binnenstad zien we dat het autobezit niet substantieel toeneemt. In de binnenstad zien we in sommige stukken van de binnenstad een autobezit van 0,6. Dat is nog minder dan de norm voor zeer streng verstedelijkt voorschrijft. Eigenlijk voer je in de binnen staat al een heel ander gesprek dan op het moment in de buitenwijken. Dat kan ook betekenen dat je daar anders mee omgaat. Dat kan. Vanuit dat perspectief snap ik best dat er gekozen kan worden in het buitengebied of in, laten we zeggen, het buitengebied en de buitenwijken van de stad voor een andere afweging. En dat leidt er dan toe dat je zegt, hier geen bankje, hier geen speelplek, hier geen groen, hier geen fietsplek of wat ook, hier komt blik. Ik zou zeggen, in de geest van het politiek akkoord en in de geest van het Mobiliteitsplan, doe dat nou niet. Want je kan ook een beetje duwen. Een beetje duwen is iets anders dan sturen. En sturen doen we in de binnenstad. Doen we eigenlijk al twintig, dertig jaar op allerlei manieren. Ik heb een aantal dingen gehoord als bizarre veronderstelling, dramatisch, enzovoorts.
Dat is helemaal niet aan de orde. De normeringen die wij al twintig jaar gebruiken, passen we langzamerhand steeds aan. Net als alle andere grotere steden. Want alle grote steden hebben het gegeven dat die ruimte ongeveer even groot blijft, alleen dat we er steeds meer functies kwijt moeten. Daar moet je keuzes in maken. Dan moet je ook proberen niet alleen een beetje te praten en te duwen, maar echt te sturen. Je stuurt met betaald parkeren. Dat hebben we in de binnenstad. Je stuurt met alternatieven voor automobiliteit. Dat doen we in de binnenstad met een fietsparkeernorm. Je stuurt met alternatieven door te zeggen, kijk, hier is meer ov, daar is een station, daar is een bushalte. Je stuurt op allerlei manieren de mobiliteit in een binnenstad. En dat werkt ook, want het autobezit is in de binnenstad ... Waar veel mensen echt prima kostbare woningen hebben kunnen kopen, best de middelen hebben voor een auto, toch kiezen voor dat alternatief. We weten ook bij een aantal nieuwbouwontwikkelingen waar eigenlijk verplicht is gesteld om een parkeerplek te kopen dat mensen zeggen, sorry, een parkeerplek kopen, waarom zou ik dat doen? Daar is het station. Daar is een bushalte. Alle voorzieningen in de buurt. Ik heb hem niet nodig. En natuurlijk, ik spreek ook mensen die zeggen, beste wethouder, even regelen, ik woon in de binnenstad, ik eis twee parkeerplekken in de openbare ruimte.
Morgen regelen. Snel, hup. Allebei prima opvattingen. Alleen deze opvatting, twee parkeerplekken in de openbare ruimte in de binnenstad die nu al vol is op allerlei manieren, daarvan zal denk ik iedereen wil zeggen, dat kunnen we echt niet regelen. Iedereen zit ergens op die beweging. Daarom ontraad ik beide moties. Waarbij ik constateer dat de motie over de binnenstad echt duwt op de afspraken die we hebben gemaakt in het Mobiliteitsplan op een veel hardere manier en absolutere manier dan die in het buitengebied. Dank u wel, voorzitter. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Tweede termijn. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Even een vraag aan de wethouder voor wat betreft ... Want ik heb gehoord dat om ideologische redenen hij de motie die ik heb ingediend afraadt of misschien lichtjes afraadt. Maar ik ben even benieuwd naar zijn beoordeling voor wat
61
betreft de technische en juridische uitvoerbaarheid. Kunnen we dit gewoon zo doen? Ik denk van wel, maar ben even benieuwd naar het oordeel van de wethouder. De heer Van der Linden: Laat ik even beginnen met mijn waardering uit te spreken voor de waardering die u heeft uitgesproken over de kwaliteit van onze medewerkers. Daar ben ik het mee eens, want die is groot, die kwaliteit. En er is ook heel goed uitgezocht, kunnen we dit uitvoeren? Ja, dit kunnen we uitvoeren. Maar daar hoort natuurlijk wel iets bij, want net zoals we in Oudelandshoek dat gesprek gehad hebben waarbij bewoners zeiden, alsjeblieft meer parkeerplekken, even zoveel bewoners zeiden, meer parkeerplekken in deze wijk, besef je wat je vraagt? Er zijn heel veel mensen die hebben een parkeerplek op hun oprit. Die gebruiken ze niet. En dan moet die auto in de openbare ruimte staan. Mooie stad. Hier is een speelplek en daar is een stoep. 50 meter verderop, 100 meter verderop aan de ring is gewoon nog plaats en we vertikken het om de auto daar neer te zetten. Wij kunnen daar minder goed op sturen in zo’n wijk, want we hebben geen gereguleerd parkeren, enzovoorts. Kunnen we in de binnenstad wel. Maar als u de motie aanneemt, kiest u vaker dan nu ervoor om de inwoner die vraagt om extra parkeerplekken wel zijn gelijk te geven, een prima gelijk overigens.
En vaker de inwoner die zegt, het is wel genoeg met dat blik, ik wil ook speelplekken voor mijn kinderen, ik wil ook een bankje voor mijn oma als ze op bezoek komt en ik wil ook gewoon ruimte om gewoon eens iets anders te zien dan blik, daar kiest u dan minder vaak voor. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De heer Van der Linden: Ik zou dat niet doen, maar ik snap ook dat er een heleboel handtekeningen onder deze motie staan. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik wil aan de wethouder vragen, de opmerking die hij net als laatste maakt, is dat niet juist waar het om gaat? Want we willen juist kijken, er is een uitbreiding eventueel mogelijk, maar dat in de wijken of als er in samenwerking of de projectontwikkelaar of de mensen die daar gaan wonen ... Als er wordt gezegd, we hebben inderdaad een parkeerplaats op eigen oprit en we hebben niet zoveel blik nodig op straat, dat dat dan ook inderdaad niet hoeft. Dat ze daarvoor kunnen kiezen. Als ze die ruimte wel willen gebruiken, dat is de wijk waar ze zelf gaan wonen, dat dat ook een mogelijkheid zou moeten zijn. Want anders gaan we het ook alleen maar beperken en dan gaan wij het als gemeente bepalen, terwijl zij dan helemaal geen ruimte meer hebben om daar een keuze in te maken. De heer Van der Linden: Maar dat is wel wat u doet.