2.1 2024.09.24 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
42
probleem. Alleen ik ben benieuwd of de heer Safranti het met me eens is dat het afsluiten van die straat wel een heel vergaande maatregel is. Dat is een beetje hetzelfde alsof je één pester in de klas hebt en vervolgens de hele school permanent sluit. Daar zijn toch ook andere middelen voor? De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik durf niet tegen te spreken aan mijnheer Kuhlmann. Maar de vraag was anders van mijnheer Hartmeijer. En dat was meer de participatie in deze. En mijnheer Kuhlmann heeft gewoon gelijk. De voorzitter: Akkoord. Dat is duidelijk. Dan ga ik nu door naar de fractie van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Dank u wel, voorzitter. Het is denk ik in de basis wel bekend hoe wij over het Mobiliteitsplan denken. Dat is niet echt heel positief. Het is prima natuurlijk om wel toe te werken naar een toekomst. Die stip op de horizon vind ik altijd een beetje vaag. Maar om wel ergens naartoe te gaan. Maar op de een of andere manier worden er altijd een heleboel doelen gesteld, waardoor je veel te snel gaat, waardoor ondernemers en inwoners gewoon met de hakken in het zand gaan, of die voorlopig niet realistisch zijn, zoals bijvoorbeeld één van onze grootste ergernissen, vijfhonderd parkeerplekken weghalen uit de binnenstad, voordat je een goed alternatief hebt.
En dan kan je wel heel idealistisch gaan dromen over autoloze steden, enzovoort. Maar vooralsnog neemt het autobezit toe. Dat heeft de wethouder ook op een zeer theatrale manier bijna in de commissie op die manier ook verkondigd. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: De vraag aan mevrouw Koene is of zij niet vindt dat er iets gedaan moet worden aan dat almaar toenemende autoverkeer, om dichtslibben van de stad te voorkomen? Mevrouw Koene: Nee, voorzitter, dat vind ik helemaal niet. Mensen hebben een auto nodig om naar hun werk te gaan of om ergens anders naartoe te gaan. Zelf heb ik overigens geen auto en heb ik gewoon keurig een amendement, ik mag reclame maken, op een Greenwheels... Het Greenwheels amendement. En ik los dat op die manier op. Dat is omdat ik dat in mijn eigen tempo doe, omdat ik denk dat dat handig is. En zo wil ik dat ook voor alle andere inwoners van de stad. En niet dat dingen, mevrouw Stolk heeft de woorden gebezigd, ik niet, door je strot geduwd worden. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nog een aanvullende vraag. Vindt u dat de gemeentelijke overheid of de overheid in het algemeen geen verantwoordelijkheid heeft voor het dichtslibben van de stad?
43
De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Het klinkt heel dramatisch, dichtslibben van de stad. Het feit blijft dat wij een stad hebben met een X-aantal inwoners. We hebben een binnenstad. Die mensen hebben auto's. We willen alleen maar extra inwoners in de stad. We trekken het zelf aan. En dan vervolgens gaan we zeggen, je mag alleen geen auto meer hebben. Dat is gek. Dat vinden wij in ieder geval heel erg gek. En zolang dat nog niet omdraait, want ik kan me best voorstellen voor een heleboel jonge mensen is het anders dan voor mijn generatie, dat op een gegeven moment het autobezit afneemt. Dat zien we dan tegen die tijd. En dat is een soort natuurlijke beweging die dan ontstaat, waardoor dat dan automatisch gaat afnemen. Maar zoals het nu echt geprest wordt bijna, dat gaat voor een heleboel mensen te veel of te snel. En gewoon voor ons is dat niet oké. De heer Van der Meer: Ik hoop mevrouw Koene over tien jaar nog... Mevrouw Koene: Nou heb ik me voorgenomen, mijnheer Van der Meer, om over tien jaar nog in de raad te zitten. Als u dat ook doet, dan gaan we het daar dan over hebben, tegen die tijd. De voorzitter: We gaan door over het voorstel wat ter tafel ligt. Gaat u verder, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Graag, voorzitter. Het plan wat voorligt, hopen wij trouwens ook van dat het geen statisch document is. Want nu ligt het er en we gaan wijkuitwerkingen doen, enzovoort.
We hopen dat daar wel voldoende mogelijkheden zullen zijn om zo af en toe ook wat aan te passen. En daarom dienen wij onze motie in, vervoer over water. Dat heeft met name ook te maken met dat we nog steeds bepaalde dossiers naast elkaar aan het behandelen zijn. En we hebben een beleidsvisie binnenhavens en we hebben het Mobiliteitsplan. En wij dachten van, misschien moet je dat soort dingen eens wat meer in elkaar schuiven. En is het wel een idee om toch eens serieus te gaan kijken of er hier en daar een leuke aanmeersteiger kan komen, dat je een beetje door kan varen, enzovoort. Maar dat is allemaal uitwerking. De belangrijkste reden van onze motie is, college, kijk eens in welke mate je dat vervoer over water mee kan nemen in die wijkuitwerkingen die er gaan komen. Want dat zouden aanpassingen kunnen zijn waardoor je ook wel weer een heleboel mensen tegemoet gaat komen. En hoe leuk zou het zijn om van het nieuwe Dordthuis naar het Dordts Museum bijvoorbeeld met de watertaxi te kunnen. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann, VVD. De heer Kuhlmann: Dank u. De toon van de motie van Gewoon Dordt, voorzitter, die spreekt ons aan.
En als ik een beetje door de oogharen ernaar kijk, zou ik hem ook mogen lezen als een oproep om het water gewoon meer beleefbaar, meer bevaarbaar te maken om daar, zeker waar er kansen zijn, denk ook aan waterfietsen, om die kansen te pakken. De voorzitter: Mevrouw Koene.
44
Mevrouw Koene: Zeker, voorzitter. Alleen wij wilden niet te veel in detail gaan, maar een beetje op de grote lijnen blijven. En vandaar dat we het op deze manier hebben ingestoken. Maar alles wat in die zin ook in andere steden zichtbaar de stad verrijkt aan levendigheid en dergelijke over het water, dat vinden wij wenselijk. Even kijken. Dat was onze motie. Een aantal moties dienen wij mede in. Dat is die van de Wilgenwende, van de Zuidendijk en van de Krispijntunnel en van betaald parkeren, samen met onder andere de VSP. Volgens mij zijn daar al genoeg woorden over gewisseld. En voor dat soort dingen geldt ook allemaal van, laten we die focus houden als gemeente op de dingen waar we invloed op kunnen uitoefenen. En dat is niet over wat er hier voorbijkomt op het spoor, helaas misschien. Maar wel wat wij zelf bijvoorbeeld kunnen doen voor de mensen die in Wilgenwende wonen of wat dan ook. Waar we beleid op kunnen maken of waar we eventueel met de tijd beleid op kunnen aanpassen. En volgens mij, voorzitter, heb ik dan de grote lijnen gehad op dit moment. Wat ik nog wel even toe wilde voegen, want er wordt gezegd, net zoals bijvoorbeeld over die Krispijntunnel van, dat moeten we eigenlijk niet willen, want er staat overwegen. Dat klopt, er staat een paar keer overwegen. Ik heb het dan geturfd.
Staat een paar keer inderdaad overwegen, maar er staat op een aantal plekken ook vrijstellen genoemd, dat dat al de optie is. Er zijn al rekenmodellen geweest, waarbij het meegenomen is. Dat vind ik toch vrij serieus klinken. En ik draai dan lang genoeg mee om te weten dat als dat eenmaal dan zo in zo'n plan landt, dat het dan zeer moeilijk is om dat ook nog weg te krijgen. Ik wil graag een constructie dat er wat meer open is wat er met dat soort dingen gaat gebeuren. De stad schrikt van dat soort berichten. En ook omdat ze het niet begrijpen. Gaat dat ook eens in een andere volgorde doen. De voorzitter: Dank u zeer. Het woord is aan de heer Gündogdu, namens Ons Eiland. De heer Gündogdu: Op Ons Eiland. Voorzitter, dank je wel. De voorzitter: En mevrouw Koene, even de moties indienen. Gaat uw gang, heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank je wel. Voorzitter, de afgelopen maanden hebben wij kritisch, maar een constructieve bijdrage geleverd aan dit plan, het Mobiliteitsplan. En ons huidige college staat erom bekend om dwaalsporen op te zetten. En juist dit dossier vinden we echt werkelijk een dwaalspoor. Zie onze inbreng van de afgelopen maanden, maar ook zeker van vandaag, als dwarsliggers die het spoor proberen recht te trekken. Voorzitter, in dat kader hebben wij met een aantal partijen amendementen en moties ingediend.
Want datgene wat nu hier voorligt, dat doet onze stad en de toekomst van onze stad absoluut niet ten goede. Het is drijfzand, voorzitter. Ik zal het proberen te duiden waarom dat volgens onze mening is. Voorzitter, iedere burger in onze stad heeft een fundamentele keuzevrijheid. En zoals dit document nu naar voren komt, en ook hier vandaag wij in de raad met elkaar van gedachten wisselen, komt het ons over alsof wij zeggen, beste inwoners, de raad weet het beter dan u. En wij gaan voor u eens bepalen hoe u mobiliteit mag invullen. Voorzitter, om in de woorden van mevrouw Koene te spreken, dit vinden wij enorm gek. Het Mobiliteitsplan, voorzitter, is gedegradeerd tot, de auto is een bedreiging voor onze stad. En dat vinden wij bijzonder jammer, terwijl we goed zijn begonnen. We wilden namelijk de mobiliteit voor nu, maar zeker voor onze toekomst goed geregeld hebben. En de auto is gedegradeerd tot iets wat wij niet zouden moeten willen. Voorzitter, als alternatief wordt aan het ov voorgeschoteld.
45
De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ik wilde aan de heer Gündogdu vragen, wie in concreto heeft gezegd dat de auto verboden wordt of niet meer geaccepteerd wordt? Voorstellen die naar voren gebracht zijn, gaan over het zodanig reguleren van ook de automobiliteit, dat die automobiliteit mogelijk blijft in de toekomst. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, uiteraard dank voor deze vraag. Geeft mij de ruimte om nog wat toelichting te geven. Voorzitter, wij hebben al deze stukken gelezen. We hebben de discussies in de commissies meegemaakt. Maar we hebben ook tussen de regels door gelezen. En dat doen wij ook. En voorzitter, wat duidelijk naar voren komt, en vandaar dat ik bewust de auto's een bedreiging voor de stad heb genoemd, dat komt wel heel duidelijk naar voren. Voorzitter, als we kijken naar bijvoorbeeld het verdwijnen van een aantal parkeerplaatsen, het afsluiten van een aantal belangrijke wegen, maar ook dat mogelijk betaald parkeren her en der in de wijken zou ingevoerd moeten worden, is in ons opzicht, vanuit ons is dat een inbreuk op de keuzevrijheid die onze inwoners hebben. Wij hebben wel de mening dat we dat STOMP-principe, hebben we ook altijd gezegd, gaan omarmen. Maar dat de auto niet weg geschrapt kan worden vanuit deze stad. Dat is utopie. Dat gaat niet.
En daar hadden wij wat meer en zorgvuldig met elkaar van gedachten over willen wisselen, maar dat is helaas niet gebeurd. Voorzitter, ik ga verder, het ov. De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Feijter, gaat uw gang. De heer De Feijter: Dank u wel. De heer Gündogdu heeft het over keuzevrijheid. En daar zijn wij ook groot voorstander van. Het lijkt mij het meest snel als ik naar Rotterdam kan gaan met mijn wielrenfiets over de A16 of over de A15, maar dan word ik toch echt door de politie van de snelweg geplukt. En dat lijkt me ook hartstikke terecht, want ik heb de vrijheid om gewoon veilig voort te bewegen. En zodoende lijkt het me heel logisch om bepaalde wegen toegankelijk te maken voor fietsers, bepaalde wegen toegankelijk te maken voor auto's. Lijkt me helemaal niet zo'n hele gekke gedachte. En daarnaast vraag ik me af of de heer Gündogdu het er ook mee eens is dat mensen ook de keuzevrijheid moeten hebben om de auto te pakken, zonder in urenlange files vast te staan. Want dat is wat er gebeurt als er geen maatregelen worden genomen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, de eerste opmerking. Uiteraard hebben we ook regels. Je gaat niet op een snelweg met de fiets, want dat levert echt gevaarlijke situaties op. Dat moeten we zeker niet willen.
Maar wat ik bedoel te zeggen met keuzevrijheid, is dat ik bepaal, met de kennis van hoe de stad vol zit of verkeersstructuren zijn of dat ik met het ov ga, met de bus, met de fiets of met de auto. Dat is die keuzevrijheid. Zoals dit
46
voorstel nu naar voren komt, waar ik denk zo rechts- en linksom kijkend een meerderheid voor gaat stemmen, is een enorme inbreuk op die keuzevrijheid. En daar ageer ik tegen. Ik hoor wat geruis aan mijn rechterkant, voorzitter. De voorzitter: Gaat u rustig verder. De heer Gündogdu: Voorzitter, het ov. Wij zijn absoluut een voorstander van goed ov. Maar de praktijk is enorm weerbarstig. Voorzitter, om over utopie te spreken. Utopie nummer één, de bus in onze stad is voor velen niet ideaal, helaas. Te duur voor inwoners en qua bezetting van de buslijn hebben we haast niets in te brengen, vanwege de concessie. Voorzitter, dan vragen we ons oprecht af, is het college dan bereid om met de vuist op tafel te slaan bij de provincie om goedkopere bustarieven en betere busverbinding in Dordrecht te realiseren? We weten het antwoord al. Dat gaat niet gebeuren, want we hebben geen geld en het is een bevoegdheid van de provincie. Sterker nog, vorige week heeft het nieuwe kabinet met Prinsjesdag aangegeven om honderden miljoenen euro's te willen bezuinigen op busverbindingen. Dan is het toch wel een oproep die we straks gaan doen met een motie, die mede door onze collega's van GroenLinks is ingediend, om alsnog die gesprekken aan te gaan. Maar het is utopisch. Voorzitter, over utopie twee gesproken. Het toont wel lef van dit college overigens, dit.
Het financieren en realiseren van de maatregelen uit de uitvoeringsstrategie zal de komende jaren een grote opgave zijn, waarvoor wij de financiële middelen niet direct zelf voorhanden hebben. En dit toont lef. Het college zegt, we hebben ambitie, maar we hebben geen geld. In onze ogen is dat heel veel praten, heel veel over beleid praten en over uitvoeringsrichtingen, maar geen geld ter beschikking kunnen stellen. Wat kopen wij hiermee, voorzitter? Voorzitter, ter afronding... De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ik zie heel goed, voorzitter, dat er beperkingen zijn aan de financiële middelen en aan de bevoegdheden van de gemeente. Maar vindt de heer Gündogdu niet ook dat de gemeente gewoon een verantwoordelijkheid heeft voor het goed lopen van de mobiliteit, het houden van de bereikbaarheid en dat soort dingen meer? We moeten misschien op een gegeven moment ook andere middelen, die wij wel degelijk hebben, lobby, overtuiging, coalitie sluiten, andere organisatie... Waardoor we... De voorzitter: U bent slecht verstaanbaar. Doet de microfoon het niet? De heer Van der Meer: U heeft het laatste...
De vraag is of de heer Gündogdu niet vindt dat allerlei nieuwe arrangementen, lobby, organisatievormen, samenwerkingsovereenkomsten, enzovoort benut moeten worden om die mobiliteit en die modal shift, zoals het vaak genoemd wordt, wel degelijk gestalte te geven. Om gewoon de mobiliteit in de toekomst, inclusief de automobiliteit, open te kunnen houden. De voorzitter: Gaat u verder.
47
De heer Gündogdu: Voorzitter, ik ben het zeker eens met mijnheer Van der Meer dat we moeten gaan lobbyen en dat we her en der ervaring moeten gaan ophalen hoe we dat kunnen invullen in deze stad. Maar feitelijke situatie op dit moment met dit Mobiliteitsplan is, de auto moet weg. Punt. En daar kunnen we niet mee instemmen. En dat is juist die rode draad... Dat staat er zeker wel. Dat is de rode draad wat ik deze raad wil meegeven. Hier kunnen wij niet mee instemmen. Er is gewoonweg niet goed nagedacht over... De voorzitter: De heer Klerk, CDA. De heer Klerk: Ik zit met deze te bedenken, volgens mij zit ik op een beantwoording te interrumperen. Maar ik schoot even aan op het feit van dat er weet ik hoeveel keer gezegd wordt, de auto moet weg. Maar hoe verklaart u de P in het STOMP-principe? De voorzitter: Uw reactie.
De heer Gündogdu: Voorzitter, het staat erbij, de P. Maar als ik dan vervolgens de praktijk kijk hoe dit plan nu naar onze raad is gekomen, dan zien we bij voorkeur dat die P helemaal wegvalt. En het staat er een beetje bij zo van, het had erbij gemoeten, we doen het er maar bij. Maar het is geen overtuigend onderdeel van al deze plannen. Dat is gewoon zoals wij de afgelopen maanden de commissie hebben meegemaakt. Sterker nog, wij hebben eind vorig jaar gepoogd in deze raad om bij de Uitgangspuntennotitie met een aantal verkeerskundige modellen te kijken wat een aantal ingrepen in deze stad zou betekenen. Zelfs daartoe was dit college niet bereid. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie van de heer Kuhlmann, VVD. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik hoor de heer Gündogdu en ik herken een aantal punten die hij noemt. Er zitten inderdaad in dit plan een aantal nare dingen. Vandaar ook de amendementen die we hebben ingediend. En ik herken ook dat er vanuit de raad best een aantal mensen zijn of partijen met een opgeheven vingertje. Daar wijst u natuurlijk ook op van, dit niet en dat niet. Maar tegelijkertijd, en daar wil ik ook wel aandacht voor vragen, en ik ben benieuwd of de heer Gündogdu dat ook herkent, is dit Mobiliteitsplan niet alleen maar kommer en kwel.
Sterker nog, er zit een aanzet in om echt heel fors uit te gaan breiden met parkeerplaatsen, in en om de binnenstad, die we keihard nodig hebben. En dat is natuurlijk... Dan hebben we het niet over fietsparkeerplaats, want dat zit er ook in. Maar ook voor een heel groot deel autoparkeerplaatsen. De voorzitter: Uw vraag? De heer Kuhlmann: Het is niet alleen maar zuur, naar mijn idee. Ziet de heer Gündogdu dat ook? De voorzitter: De heer Gündogdu, gaat uw gang.
48
De heer Gündogdu: Voorzitter, die mening deel ik helaas niet. Dit is ook een utopie. Op het moment suprême dat er dan wel degelijk wordt gekeken naar mogelijke parkeerruimte voor auto's, dan is de ruimte geschikt voor andere oplossingen. Of we hebben de middelen daarvoor niet. Dan krijgen we echt werkelijk die discussie. Een praktijkvoorbeeld is alleen al de discussie die wij voeren. Ik wil het niet langer uitweiden, voorzitter. Maar kijk naar het aanstaande Maasterras, wat de parkeerfrequentie daar zou moeten zijn. Dit is al tekenend hoe dit college in dit dossier staat. Voorzitter, als laatste. De voorzitter: Mevrouw Schnabel heeft ook een interruptie. Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik was benieuwd, want ik heb onze motie nog niet voorbij horen komen. En ik weet dat de heer Gündogdu voorstander is van participatie. En er zijn ook meerdere gesprekken geweest met inwoners, onder andere aan de Prinsenstraat en Wijnstraat, dat het verkeer daar veel te hard rijdt. Hoe kijkt de heer Gündogdu tegen dat onderzoek aan? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, wij hebben participatie zeer hoog staan. Om daar maar even duidelijk over te zijn. Als inwoners een terecht punt hebben, waarbij de meerderheid deelt wat er zou veranderd moeten, dan zeggen wij ook heel eerlijk, daar leggen we ons bij neer.
En wij gaan bij wijze van spreken niet op dit moment al voorsorteren op een beslissing waarvan we denken of dat draagvlak heeft of niet. Een onderzoek uiteraard. Geen enkel probleem. En als daar een meerderheid is of een grote meerderheid is, dan kunnen we daar natuurlijk altijd mee instemmen. Of althans, op zijn merites beoordelen, om het zo even te zeggen. Voorzitter, als laatste, en dat is echt een... Moet van mijn hart. Voorzitter, als wij deze plannen zo voortzetten, dan zijn we echt van mening dat ons centrum, wat ons heel veel waard is, dat dat straks echt werkelijk ten dode is opgeschreven. En dat willen we absoluut niet. En dit willen we als laatste meegeven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de SP. De heer Hartmeijer, gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de amendementen van Partij voor de Dieren. Geen recreatief fietspad door Natura 2000 dienen wij mede in. Twee argumenten. Het is een Natura 2000-gebied. Daar staat de natuur voorop en niet de mens. Dat zou het fietspad schaden. Plus dat Staatsbosbeheer al plannen heeft voor dit gebied, waar dit totaal niet in past. En het idee inmiddels ook afgeschoten is door hen. Dit fietspad gaat er naar ons idee nooit komen. Dan het amendement, Wantij oversteken is prima, dat steunen wij. Dit fietspad voegt naar ons idee niks toe.
En deze ideeën met diverse brugjes, et cetera, ook gezien het haventje, stuit op veel weerstand daar. Dan het amendement Wilgenwende, dienen we mede in. Bijzondere situatie in die wijk. Wij denken dat er iets moet gebeuren via de Smitsweg. Er waren ooit al wat scenario's geschetst voor een tweede route. De vraag ook vanuit de commissie eerder van, kan daar iets over gezegd worden? Komt hier een oplossing voor? Ofwel wordt dat meegenomen in verdere uitwerking op wijkniveau. De knip Krispijntunnel dienen we mede in. Daar zien wij echt niets in. Het verkeer zal via de Dokweg, waar een nieuw wijk
49
komt, ofwel via Krommedijk zijn weg vinden. Daar hebben we een spoorwegovergang. Dat is verre van ideaal. En ook al ligt het niet direct voor, het is eigenlijk iets voor na 2030. Vinden we toch waardevol als deze raad daar al een uitspraak over doet. De knip Zuidendijk is eerder eventjes gewisseld, daar willen we eerst meer informatie over de effecten en de ervaringen van bewoners opdoen, in verband met aanwezig sluipverkeer. Die steunen we niet. VSP motie betaald parkeer alleen op verzoek, dienen we mede in. Wij willen voorlopig nog lang het middel van de enquête behouden. Mooi voorbeeld van democratie op buurtniveau, over de ruimtelijke inrichting, is waar wij groot voorstander van zijn. Bijkomend is dat voor mensen die het niet breed hebben de kosten van de vergunning ook weer een extra last is, terwijl het wellicht in hun buurt nog niet strikt noodzakelijk is om al over te gaan op betaald parkeren. Betrek hier ook de bewoners bij. De andere motie van de VSP over de bereikbaarheidsongelijkheid. Staat niet direct iets concreets in. Maar geen probleem om deze te steunen. De aandacht is in ieder geval goed. Het mooiste zou zijn als we zo'n enorm druk bus netwerk hebben dat iedereen heel snel de bus kan pakken overal naartoe. Maar de realiteit is wel dat veel mensen niet zonder de auto kunnen. De motie van GroenLinks logistiek transport.
Heel goed dat er aandacht voor blijft, maar ik weet inderdaad ook niet zeker of dit plaats zou moeten hebben in dit plan, zoals mevrouw Koene eerder zei in een interruptie. Dan de andere motie van GroenLinks, versterken alternatieven voor auto. De heer Kuhlmann. Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann, VVD. De heer Kuhlmann: Even over de motie van GroenLinks en de Dordtse VVD en een aantal andere partijen, voor wat betreft logistiek transport. U vraagt zich af, moet dat plaatshebben in dit plan? Als u goed heeft gekeken, het is geen amendement om iets te wijzigen aan het plan. Het is een motie, een oproep aan het college, omdat we het nu over mobiliteit hebben, om er meer aandacht voor te hebben om daar... Het past bij de activiteiten van het college. Maar om daar gewoon even een schepje bovenop te doen, mede op het oog met die giftreinen. Met dat in het achterhoofd, kunt u dan misschien toch nog op een andere manier er nog even over nadenken? De heer Hartmeijer: Ik wil er met alle plezier over nadenken. Het gaat mij er alleen om of het in dit Mobiliteitsplan sec hoort? Want het Mobiliteitsplan gaat vooral over mensen, heb ik het idee. Ik weet niet of logistiek goederen vervoer hierbij past. De heer Van der Meer: Voorzitter. De heer Hartmeijer: Dat is het enige wat ik erover zeg. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks.
De heer Van der Meer: Over logistiek vervoer, hoe je dat regelt, maakt natuurlijk wel heel veel uit voor wat er over de weg gaat en wat er over het spoor gaat. In die zin maakt het wel degelijk uit voor het hele Mobiliteitsplan.
50
De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer, gaat u verder. De heer Hartmeijer: Ik ga er nog even naar kijken. Even kijken. Dan nog een motie van de Partij van de Arbeid. Wij steunen dat. En ik denk dat we dit ook kunnen meenemen naar volgend jaar, als we per wijk gaan inzoomen. En dan moet ook de autoluwe binnenstad verder worden ingevuld, wat ons betreft. Want nog aan te haken op de heer Klerk, we praten over autoluw, maar er komen weinig concrete voorstellen onze kant op, helaas. Ik snap dat de Partij van de Arbeid ergens mee komt. Hoe onvolledig misschien ook op dit moment. Maar ik begrijp hem wel. En dat was het, voorzitter. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar de fractie... Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie Mevrouw Schnabel, zie ik. En mijnheer Van der meer, GroenLinks. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik ben blij met de steun. Of wij zijn blij met de steun. Het is wel zo dat ik graag wil benadrukken dat dit inderdaad over de binnenstad gaat. Dat dat duidelijk is. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: De heer Hartmeijer was bezig om iets te zeggen over de motie over openbaar vervoer en deelvervoer, maar toen werd hij geïnterrumpeerd. Ik ben wel benieuwd wat hij daarover wilde zeggen.
De voorzitter: Wil u er nog iets over zeggen, mijnheer Hartmeijer? De heer Hartmeijer: Dan weet ik eventjes niet welke motie de heer Van der Meer dan bedoelt. De heer Van der Meer: Over de alternatieven voor de auto versterken. De voorzitter: Is motie 4. De heer Hartmeijer: Die had ik al afgerond hoor. Idealiter is het natuurlijk fantastisch als we zo'n fijnmazig busnetwerk hebben dat iedereen zomaar op de bus kan stappen, elke vijf minuten. Maar dat is niet echt realistisch. Voor ouderen of fysiek beperkten blijft de auto toch wel essentieel om zich te vervoeren.
51
De heer Van der Meer: Als ik nog een vraag mag stellen? U ziet niet die motie als een aanmoediging om daar toch over na te denken, wat u nu als onrealistisch bestempeld, toch in de toekomst realistisch te maken? De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Wat mij betreft komt er een versterking van het busvervoer. Dat mag duidelijk zijn. Maar tot die tijd moet er toch aandacht blijven, ook voor mensen die gewoon de auto nodig hebben. Wij staan er genuanceerd in. De voorzitter: Ik dank u zeer. Dan kom ik bij de Fractie van Waardhuizen. De heer Stam, gaat uw gang. De heer Stam: Voorzitter, dank u wel. Maar volgens mij is in de lijst der volgorde mevrouw Pichel eerst. De voorzitter: Dan ga ik daarnaartoe. Gaat uw gang. Ik had even de verkeerde volgorde. Excuus. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Geen probleem, voorzitter. Dank u wel. Wij zijn niet ontevreden over het Mobiliteitsplan in zijn geheel. We tekenen een aantal amendementen mee, zoals eerder genoemd. Die hoef ik niet opnieuw op te noemen. En ik zal nu een toelichting geven op de motie die wij gaan indienen. Keuzes hebben gevolgen dus weet wat u kiest. En deze motie heeft betrekking op beleidskeuzes omtrent de emissievrije zone. Gezondheid en veiligheid zijn belangrijke waarden voor mens en omgeving. En naar mijn mening zou het een norm moeten zijn dat iedereen gezond en veilig is.
Maar welke waarde wij in het leven aanhangen, blijft een persoonlijk element. Die norm kan ik een ander niet opleggen. Wanneer we waarden en persoonlijke doelen door elkaar gaan halen, kunnen we weleens in een lastig parket terechtkomen. Laat me dat illustreren aan de hand van een voorbeeld. In januari 1990 werd het verplicht om achter in een autogordel te dragen. Dit werd gestimuleerd door een aantal automerken, die veiligheid hoog in het vaandel hadden. Het concept veiligheid werd zo goed verkocht dat dit wettelijk bekrachtigd werd en er boetes op staan wanneer de veiligheidsgordel niet wordt gedragen. Eén van de belangrijkste stoffen die ervoor zorgen dat de veiligheidsgordel werkt, keer op keer, is het welbekende PFAS. Om ervoor te zorgen dat de gordel zijn werk doet, de eerste keer net zo goed als de vijfhonderdste keer en de duizendste keer, is er PFAS nodig. Er is geen ander product wat deze veiligheid garandeert. Dat is al onderzocht. En, voorzitter, nu lees ik het weer. Om CO2 in de stad terug te dringen, gaat Dordrecht een emissievrije zone instellen en het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren. Op bladzijde 81 van het Mobiliteitsplan kunnen we lezen dat het college niet alleen elektrificatie stimuleert van privévoertuigen, maar ook openbaar en deelvervoer.
En in de beantwoording van de artikel 40-vragen van 10 oktober 2023, over de levering van grondstoffen door Chemours, bevestigt het college dat men ermee bekend is dat chemische stoffen die daar vervaardigd worden nodig zijn voor de productie van onder andere batterijen voor elektrische voertuigen. In de beantwoording vinden zij het alleen de verantwoordelijkheid van het chemische bedrijf om schoon te produceren. Voorzitter, ligt er echt geen verantwoordelijkheid bij de gebruiker die de vraag stelt en de overheid die beleid voert? Om er zeker van te zijn dat onze keuzes en ons beleid niet alleen berusten op een deel van de waarheid, we willen een schoner milieu, zou ik heel graag een
52
onderzoek willen laten instellen. En alle informatie die we tot ons kunnen laten komen, zouden dan via zo’n onderzoek naar voren kunnen komen. En vandaar onze motie, keuzes hebben gevolgen dus weet wat u kiest. Dank u wel, voorzitter. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Ik kijk. De heer Groenewege: Voorzitter, hier. De voorzitter: De heer Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Dank u. Even over betaald parkeren. Want een aspect wat nog niet aan de orde is gekomen, is rechtvaardigheid. Als ik op een parkeerplaats naast mijn huis een container voor bouwafval wil neerzetten, dan kost me dat, zie ik in de verordening, 30,20 euro per maand aan precariobelasting. Als ik er een auto neerzet, kost dat me niks. Is dat rechtvaardig, vraag ik aan mevrouw Pichel? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik wil even aan de heer Groenewege vragen om de vraag te herhalen voor mij. Ik probeer even het verband te zoeken met mijn verhaal. Mag ik hem nog een keer horen? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: De context is natuurlijk dingen plaatsen in de openbare ruimte. Die is van iedereen. En als je daar bijvoorbeeld een container voor bouwafval zet of een keet of een steiger of whatever, dan betaal je voor een parkeerplaats 30,20 euro per maand precariobelasting. Als je daar een auto neerzet, is dat gratis.
De vraag aan Forum voor Democratie is, vind Forum voor Democratie dat rechtvaardig? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Impliceert de heer Groenewege daarmee dat een autorijder verder geen belasting betaalt of parkeerkosten? De heer Groenewege: Mensen die een bouwkeet plaatsen, betalen ook belasting, maar toch moeten ze precariobelasting betalen voor het gebruik van de openbare ruimte. Is het niet redelijk om van mensen die de openbare ruimte gebruiken voor hun privédoeleinden een vergoeding te vragen? Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Pichel: Ik denk dat dat per situatie anders beoordeeld kan worden. De voorzitter: Dat is uw reactie. Gaat u verder. U was klaar? Ja. Geef ik nu het woord aan de Fractie van Waardhuizen. De heer Stam.
53
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Nu wel. Voorzitter, wij hebben met een aantal partijen meegedaan in amendementen en moties. Het plan zelf roept bij ons de nodige vragen op. De belangrijkste is toch wel, wat gaan we nou eigenlijk doen? Naar onze mening is het voorliggende plan nu zeker nog geen plan te noemen, maar meer een opmaat naar een Startnotitie. Wat verzamelde ideeën hoe het zou kunnen zijn, zonder echt richting en eventuele oplossingen. En dan is het jammer dat de heer Klerk weg is, want dan zou je je afvragen, waarom ga je dan een denkrichting amenderen? Omdat je erop kunt wachten dat er in de toekomst verwezen zal worden naar dit stuk en dit besluit. Toekomstige colleges zullen zeggen, uw raad heeft toch in 2024 ingestemd met. Wij zouden ook de boodschap willen meegeven, nota's uit het verleden bieden geen enkel houvast aan toekomstige colleges om besluiten te nemen, gebaseerd op het nu vastgestelde voorliggende stuk. Waarom dan toch moties? We zien bijvoorbeeld in het stuk, zoals eerder aangegeven door de VVD, zeven keer een stuk voorbijkomen, afsluiten Krispijntunnel. Dan denken wij, zo dan. En dan de overige toegangswegen naar het centrum, zoals Noordendijk, Hallincqlaan, Vrieseweg, Achterhakkers, Sluisweg, noem maar op. Wij vinden daar geen houvast. De heer De Feijter: Voorzitter.
De heer Stam: Daarnaast zien we nog steeds een groter wordend autobezit en de drang naar het schrappen van parkeerplekken. Hoe verenigt zich dit met elkaar? De voorzitter: De heer De Feijter, interruptie. De heer De Feijter: Ik ben even benieuwd. De heer Stam zei dat als we dit nu vaststellen, deze bepaalde denkrichting, zeker ook ten aanzien van de knips, bijvoorbeeld de Krispijntunnel, dat er dan in de toekomst door het college na dit besluit terug gerefereerd zal worden. Maar staat er niet in dit besluit zelf dat de raad hierover een beslissing neemt in 2030? En zouden we daar dan niet gewoon naar kunnen refereren? De heer Stam: Jazeker, voorzitter Ik ben het wel eens met de heer De Feijter. Alleen als het nu in dit stuk staat en we gaan het vaststellen, dan is het bijna een vastgesteld iets, waarmee je latere colleges kan zeggen, wij hebben dit uitgewerkt op basis van uw besluitvorming uit 2024. En dat proberen wij een beetje te voorkomen. Als we kijken naar autobezit, dat groeit nog steeds. En we zien nog steeds geen oplossing hoe we daar richting bewoners en toekomstige bewoners mee omgaan ten opzichte van de parkeerbehoefte. En wat ons betreft mag er ook meer onderscheid komen in bezoekers en inwoners voor onze stad.
Zeker in de weekenden zijn naar onzer en zeker naar mijn persoonlijke mening verschillende opties voor, rondom bijvoorbeeld het Leerpark, FC Dordrecht en Sportpark Reeland. In andere steden, zoals in Den Bosch, gebeurt dit al. Voor een redelijke prijs parkeren en met een bus naar en uit de stad. Maar dat betekent inderdaad dat je ov op orde moet zijn. Laten we dan maar stellen dat de ene provincie de andere niet is. Procesmatig horen we vooral vanuit de binnenstadbewoners dat er rondom participatie nogal wat schort. Nu begrijpen wij heel goed dat participatie meer dan moeilijk en lastig is. Maar naar onze mening is van een aantal bewoners die participatie toch wel iets anders dan uitleggen waarom je iets doet. En liever hadden we dan dit stuk ook nog niet als besluitvorming gezien, maar meer als een stuk wat als
54
verder discussiepunt in de commissie behandeld had kunnen worden. En daar wil ik het voor nu even bij laten. De voorzitter: Ik dank u zeer, mijnheer Stam. Dan ga ik naar de Fractie Van Leeuwen. Gaat uw gang, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u zeer, voorzitter. Voorzitter, mijn partij is voorstander van de vrije keuze van elk individu, als het gaat over het deelnemen aan het verkeer. Voor de één betekent dat de fiets, voor een ander het openbaar vervoer of de auto. Persoonlijk neem ik vaak de fiets of ik maak gebruik van het openbaar vervoer. Ik vind dat een overheid achter de keuze moet staan die individuen maken. En dan wringt meteen de schoen. Fietsen en lopen worden wel gestimuleerd. Het ov wordt zogenaamd verbeterd, maar dat horen we al tientallen jaren. Maar het Mobiliteitsplan wil erin voorzien. Maar het gebruik van de auto echter komt door het wensdenken van het college in de knel. Het beleid wordt niet aangepast aan de keuzes van inwoners. Veel mensen willen namelijk gewoon hun auto houden. Maar het beleid is obsessief, idealistisch en niet realistisch. Het gebruik van de auto, vindt het college, moet sterk worden ontmoedigd. Zo gaan er veel parkeerplaatsen weg en dreigt het college met de sluiting van de Zuidendijk voor het autoverkeer. Ook de Krispijntunnel wordt bedreigd met sluiting voor de auto.
De amendementen die hier een tegenwerking op hebben, ondersteunen we en hebben we mede ingediend. Hier past een zeer uitgebreid participatietraject en niet, laat ik het zo zeggen, een wassen neus, zoals we die in sommige gevallen van het college gewend zijn, wat betreft participatie. Denk maar aan het Weizigtpark in 2022 en de Horecanota begin 2024. Ook de motie van Forum voor Democratie, genaamd keuzes hebben gevolgen, dus weet wat u kiest, ondersteunen wij. We hebben deze dan ook mede ingediend. Het is voor mij persoonlijk helemaal niet zeker of elektrische auto's zo goed zijn als het college beweert. Dan kijk je niet alleen naar wat er uit de uitlaatpijp komt, maar ook naar het hele productieproces. De heer Groenewege: Voorzitter. De heer Van Leeuwen: En de mogelijke verhoogde kans op de uitslag van PFAS, waar de motie het over heeft. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: De heer Van Leeuwen beweert dat dit college inzet op vermindering van het autoverkeer. Maar als ik de nota goed lees, dan staat er alleen dat het college inzet op vermindering van de groei van het autoverkeer. Dat betekent nog steeds dat het autoverkeer verder kan groeien, alleen wat minder hard dan eerst. Heeft de heer Van Leeuwen een andere opvatting over de doelen van dit Mobiliteitsplan? De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen.
De heer Van Leeuwen: Het gaat mij in ieder geval om, dat iedere deelnemer zijn eigen keuzes kan maken. En ik zie heel duidelijk, als je het Mobiliteitsplan leest, dat wordt ingezet op het lopen en fietsen en dergelijke. Op zich prima. Maar dat toch het autoverkeer behoorlijk wordt afgeremd. Minder parkeerplekken, wegen die mogelijk worden afgesloten, enzovoort. Ik kijk er op die manier inderdaad zo tegenaan. Ik had het
55
over de motie die ik ondersteun, mede heb ingediend, over elektrische auto's. Even kijken. De laatste zin. Ik let dan niet alleen op naar wat uit de uitlaatpijp komt, maar ook naar het productieproces en de mogelijke verhoogde kans op de uitslag van PFAS, waar de motie het over heeft. Zo’n beetje de hele raad heeft gewild dat Chemours met hun PFAS uitstoot wordt aangepakt. En volledig terecht. En dan wil ik wel weten wat de gevolgen zijn van het massale gebruik van elektrische auto's in de stad Dordrecht. We ondersteunen ook de motie over het veiliger maken van vervoer gevaarlijke stoffen, mogelijk over het water. Het amendement perspectief voor Wilgenwende ondersteunen we ook. Vanzelfsprekend vinden wij dat betaald parkeren niet opgelegd kan worden door het college, maar een keuze moet zijn voor de inwoners van de wijk. We dienen daarom het amendement mede in dat erover gaat. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik ging even aan op de opmerking van de heer Van Leeuwen, dat hij aangaf dat eigenlijk wel de gehele raad tegen de emissie van PFAS is van Chemours. Vindt de heer Van Leeuwen het ook dan niet bijzonder dat verder de hele raad niet heeft gereageerd op deze motie? De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik ben een optimistisch mens.
Ik ga ervan uit, mevrouw Pichel, dat het alsnog gaat gebeuren. Wellicht in de tweede termijn. Ik wilde even aangeven dat het op zich eigenaardig is dat bijna de hele raad wilde dat er iets aan Chemours zou worden gedaan. En inderdaad ben ik het met u eens, mijn verbazing van dat er op dit moment weinig gereageerd wordt. Misschien dat het nog komt. Even kijken. Betaald parkeren. Ook de motie van de VSP over het opnemen van specifiek beleid in het Mobiliteitsplan over bereikbaarheid van de stad voor ouderen, mindervalide mensen ondersteunen wij. Dan nog een laatste punt, een vraag aan de wethouder. In het plan staat vermeld dat de dagelijkse voorzieningen binnen tien minuten van je huis bereikbaar moeten zijn. Als voorbeelden zijn genoemd de supermarkt, de school of het park. Zijn er nog meer voorzieningen die in de private sfeer liggen, zoals restaurants en winkels en dergelijke? Ik ben zelf namelijk wel van een vrije vestigingskeuze voor ondernemers, althans zo vrij mogelijk. Het kan niet zo zijn dat de overheid steeds meer in dit opzicht gaat bepalen. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Ik dank u zeer. Het woord is aan de fractie Van der Spoel. Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft het Mobiliteitsplan, ik heb daar alles al over gezegd in de oordeelsvormende sessie in de commissie.
En daarin heb ik mij ook heel duidelijk uitgesproken over het recreatieve fietspas door het natuurgebied. En dat vond ik op dat moment echt een te gek plan. Ik ben er alleen even op teruggekomen. Ik zal die amendementen en moties bespreken waar ik nu anders over denk. En dat zijn eigenlijk de twee van de Partij voor de Dieren. Inderdaad geen recreatief fietspad. Er wordt als argument aangedragen dat er inderdaad twee bruggen
56
gebouwd moeten worden. Nu vind ik ons als stad niet zo fantastisch wanneer wij bruggen moeten bouwen. Die vallen altijd duurder uit. Ik denk erover om daar inderdaad mee in te stemmen. De Partij voor de Dieren heeft er een extra stem bij. En ik heb liever dat dat geld bijvoorbeeld wordt gebruikt voor een mooie brug van de Staart naar de plek van De Kleine Rug. Alleen ik zie dat wel als een heel mooi fietspad. Alleen ik ga er wel in mee dat ik verbaasd ben over het participatieproces of juist het participatieproces dat niet heeft plaatsgevonden. Met de informatie die ik nu heb, kan ik daar een oordeel over vellen dat ik zeg van, als het op deze wijze is gegaan, vind ik dat verkeerd en dan ga ik meestemmen met de motie. Maar ik ben toch ook wel benieuwd naar de reactie van het college over hoe dat proces is verlopen. Daar kan ik nog anders over gaan denken. Dan is er nog een motie geweest waar ik ook nog wel even op wil reageren. Nog de laatste, van de PvdA. Binnenstad als leefbaar erf. Zoals het er nu naar uitziet, ga ik daarin meestemmen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En ook helder en duidelijk en in de tijd zeer verantwoord. Ik geef het woord nu aan de portefeuillehouder voor een reactie. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter.
Ik heb een hele hoop kwalificaties horen langskomen van asfaltboer en bulldozer tot anti-auto en heel veel dingen ertussenin. Er zit ook van alles van wat u heeft opgemerkt in deze visie. En dat hebben we natuurlijk ook wel een beetje gemerkt bij de commissiebehandeling. Ik concentreer me nu op de moties, maar besef dat voor sommigen van u, dat is duidelijk, dit echt een plan is dat weinig recht doet aan de auto en voor anderen juist heel goed, en dat is ook mijn eigen visie, erkend dat de auto belangrijk is in deze stad. En als we willen groeien, en dat is een breed gedragen standpunt, met meer inwoners, meer huizen, meer banen, dat over vijftien jaar er meer auto's rijden in deze stad. En wil je kunnen doorrijden, dan vereist dat ook dermate goede ingrepen dat je die groei een beetje kan aftoppen. Anders rijdt er gewoon niemand meer. En dat is het basisidee van deze visie. Ik geef ook toe, mevrouw Koene, ik hou wel van een beetje theater, maar ik heb het nu nog heel nuchter gebracht. We gaan door op de amendementen en daarna de moties. Even kijken. Amendement 2, perspectief voor Wilgenwende. Er is een aantal malen aandacht gevraagd voor het perspectief voor Wilgenwende op een tweede ontsluiting. Logische vraag. In alle debatten en informatie is ook duidelijk geworden dat die veiligheid er echt is.
Maar de wens om daar op termijn, als stip op de horizon, een extra ontsluiting op te organiseren, is natuurlijk helemaal niet vreemd. Die zal ook zeker aan de orde komen in de uitwerking van het wijkplan, wat we natuurlijk gaan maken aan de hand van de besluitvorming hier. Ik stel voor dat u gewoon uw stem laat gelden. Ik zou hem best willen overnemen, maar het lijkt mij beter als u gewoon gaat stemmen over dit amendement. Amendementen 3 en 4, niet voorsorteren op sluiting Krispijntunnel en niet voorsorteren op sluiting Zuidendijk. Het is al door een aantal mensen aangeraakt. Het staat in de tekst, maar het staat niet bij de besluitpunten. We gaan nu niet besluiten, nu gaan we of volgend jaar gaan we die maatregelen nemen. We gaan naar de wijken toe. Daar gaan we praten over de bereikbaarheid, over ontwikkelingen op termijn. En misschien dat een dergelijke maatregel over een aantal jaren nodig kan zijn. En het kan vijf jaar zijn. Het kan vijftien jaar zijn. De ontwikkeling van mobiliteit hangt van heel veel factoren af. Voor een deel landelijk. Landelijke maatregelen. Voor een deel ook van economische conjunctuur, van bouwconjunctuur, enzovoorts. Op enig moment kan zo'n gesprek dan dienstbaar zijn aan
57
de bereikbaarheid van de stad. Ik zou dit amendement, beide gevallen, ook willen ontraden. Ik heb wel gehoord dat u geen gespreksblokkade legt op de gesprekken die we voeren in buurten over, hoe willen we met die bereikbaarheid omgaan? Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: De wethouder zegt van, er staat niet echt concreet een besluit in hierover, over de Krispijntunnel en de Zuidendijk. Ze worden niet met naam genoemd, maar beslispunt 10 gaat wel degelijk over het invoeren van eventuele knips en ongelijkvloerse kruisingen. En in die zin is hij dichterbij dan misschien voor een heleboel gewenst. Zouden wij toch fijn vinden als dat verdwijnt, zodat ook echt de gesprekken open gevoerd kunnen worden met de wijken. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Die openheid waar u aandacht voor heeft gevraagd en waar ook door anderen wel met andere woorden aandacht voor is gevraagd, die willen we juist beogen in het proces, om te komen tot die elf wijkplannen. En daarbij is het wel uiteindelijk uw besluitvormende rol die bepaalt hoe we daarover besluiten. Die openheid is nodig, anders kun je geen goed wijkplan maken. En het is ook nodig dat u vervolgens een besluit neemt. En die finale afweging is aan de raad. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang.
De heer Kuhlmann: Voorzitter, ik ben benieuwd of de wethouder kan beamen dat in het positieve geval de amendementen over de Krispijntunnel en Zuidendijk zouden worden aangenomen, dat dat hem of zijn opvolgers niet hindert om dat gesprek te voeren over die onderwerpen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Dat klopt. Het zal mij of de mensen die met dit plan aan de slag gaan in de wijken, waar we over bereikbaarheid praten en over de ontwikkeling van mobiliteit praten, niet hinderen om het gesprek te voeren. Maar ik vind het vanuit het perspectief van de gemeentelijke overheid die we zijn, die een aantal besluiten heeft genomen... We gaan heel veel huizen bouwen, we willen een groene binnenstad, enzovoorts. Helpt het wel als je aan je inwoners laat zien, het betekent wel iets al die besluitvorming. En het betekent ook een stad waar ontzettend veel gaat gebeuren. Dat betekent ook zijn mobiliteit. En dan vind ik het fair, vanuit mijn positie, om het hele arsenaal aan mogelijke maatregelen, die je wel of niet kan afwegen, om daar dit in te houden. Maar het antwoord is wat ik juist heb gegeven. Ik ga door naar amendement 5. Even kijken. Dat is betaald parkeren in bestaande wijken alleen op verzoek van inwoners
58
en niet als beleidsdoel. Ik ben met een aantal zinnen wel blij. Met een aantal was ik wat verrast. Niet als beleidsdoel. Dat klopt. Het is geen beleidsdoel, betaald parkeren invoeren in alle wijken. Je ziet het ook niet staan in de beide besluiten die we nemen over deze visie. Je ziet wel staan in een aantal tekstgedeeltes van de visie, dat dit een onderwerp van gesprek is. En we weten ook hoe parkeerdruk ontstaat. Soms ontstaat het vanuit een wijk zelf, omdat mensen bijvoorbeeld, en dat zien we natuurlijk ook om ons heen gebeuren, twintig jaar geleden één auto hadden. Nu werken allebei de ouders. Er zijn één of twee inwonende kinderen, die ook een baan hebben. Dan heb je op een gegeven moment misschien meer auto's. Dan ontstaat parkeerdruk in een wijk. Kan ook gevolg zijn van de overdruk van een naastgelegen wijk. En soms kan het ook gevolg zijn van beslissingen die wij hebben gemaakt. Die we ook misschien gaan maken over het toevoegen van druk in een wijk, naastgelegen. Het is geen beleidsdoel op zich. Het is wel een gespreksonderwerp. Daarom ben ik ook met het tweede stukje wat hier staat het helemaal eens. Dit soort maatregelen besluit je niet vanuit het Stadskantoor.
Daarom hebben we vier jaar terug ook beleidsregels vastgesteld, die heel zorgvuldig aangeven hoe je van de wens in een buurt van, we gaan handtekeningen verzamelen, want we willen een onderzoek naar een bijeenkomst en een enquête en een uitslag en een advies aan het college en een besluit door het college. Dat is een procedure die mij als portefeuillehouder parkeren heel veel rust geeft. Want het is uiteindelijk aan de buurt, in alle opeenvolgende buurten waar we dit nu hebben toegepast, aan de buurt geweest om te zeggen, dit willen wij of dit willen we niet. En soms is de uitslag weleens lastig, 52, 48 of 55, 45, maar wel duidelijk. En de procedure is duidelijk. Er staat in dit stuk ook geen voorstel of zelfs maar de suggestie om die procedure terzijde te stellen. En dat zou ik ook niet willen aanbevelen, want die procedure werkt goed. Er is een situatie waarin we kunnen constateren, moet je daarop wachten? Bijvoorbeeld als je het Maasterras gaat ontwikkelen. En niet bij het eerste huis of het tweede wijkje, maar als je heel veel huizen gaat toevoegen met een lagere parkeernorm, dan kun je wel verwachten dat de parkeerdruk in de omgeving toeneemt.
Mochten we van mening zijn, en dat sluit ik helemaal niet uit, met elkaar dat je die parkeerdruk voor wil zijn en dat zo’n wijk, in dit geval Krispijn, nu hypothetisch, maar toch, mocht je die willen beschermen tegen te veel parkeerdruk van buiten, dan kun je altijd nog via een raadsbesluit besluiten om daar wel parkeerregulering in te voeren, maar dan bijvoorbeeld tegen een ander tarief. We stellen de huidige procedure niet ter discussie. Die zou ik ook niet terzijde willen stellen. Ik constateer wel, er kunnen situaties zijn in de komende vijftien jaar, waarin we ook nog andere besluiten nodig hebben. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Van der Linden: Dit amendement zou ik willen ontraden. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: En dat is precies waar het om gaat, we creëren zelf een probleem door te weinig parkeerplaatsen te realiseren op het Maasterras. En daar slaat u de spijker op zijn kop. En dat leggen we vervolgens dan neer in de omliggende wijken.
59
Waarvoor kies je er dan niet voor om meer parkeerplaatsen daar te realiseren? En sterker nog, ik zou het college zelfs adviseren om een Parkeervisie in te stellen. De heer Van der Linden: Zeker. Mevrouw Stolk: Want het ene heeft altijd consequenties voor het andere. En mevrouw Koene gaf het toen straks heel goed aan. Als je nou eens al die programma's over elkaar legt en in elkaar schuift, wat voor gevolgen heeft dat dan voor de hele stad? En ik heb het idee dat we dat niet kunnen overzien, omdat je die programma's niet over elkaar heen legt en er nog geen Parkeervisie is. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Dank. En ik zag erna... De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Precies. We hebben besluitvorming gehad over het bouwvolume, wat we in deze stad willen realiseren. We hebben besluitvorming gehad over de binnenstad. En er is ook besluitvorming geweest over het Maasterras. En het gaat nog leiden tot vervolg besluitvorming. Voor mobiliteit betekent dat iets. Inderdaad, we hebben een visie nodig op mobiliteit. Die ligt hier. Voor sommigen is die misschien niet concreet genoeg, maar we werken hem uit. De visie op parkeren zit daarin. En er komt ook nog... De heer Kuhlmann verwees ernaar. Anderen verwezen er ook naar. We gaan dit najaar ook nog het gesprek voeren over waar extra parkeerinvesteringen komen.
Een wijk als Maasterras komen drie parkeergarages, met heel veel ruimte. Die we ook slim inrichten, want voor een deel staan die garages overdag leeg. Dan kunnen de bezoekers van de binnenstad erin, enzovoorts. Dat is vooruitlopend op de visie die zo meteen gaat liggen. Dat is de manier waarop we dat willen gaan organiseren. Maar je kan niet uitsluiten dat de mensen die daarheen rijden op bezoek gaan, en niet zozeer de bewoners zelf, maar wel de bezoekers, dat die ook wat overdruk creëren in een omliggende wijk. Vandaar mijn opmerking dat ik de huidige procesgang rond invoeren betaald parkeren wil handhaven. Maar mocht het nodig zijn om daarnaast andere besluiten te nemen, dan betrekken we u daarbij met een raadsvoorstel. Want de collegebevoegdheid om betaald parkeren in te voeren, is alleen gelinkt aan deze beleidsregels en niet aan andere vormen van invoering. En dan kunt u daar een gesprek over voeren. Vandaar dat ik hem wil ontraden. De voorzitter: De heer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de wethouder zegt herhaalde malen, het is geen beleidsdoel. Toch heeft het stuk, dit onderdeel tot de nodige vragen geleid. De heer Van der Linden: Zeker. De heer Oostenrijk: Wat is de beweegreden dat u de oorzaak bent geweest dat dit nog nu zoveel commotie heeft veroorzaakt? De voorzitter: De wethouder.
60
De heer Van der Linden: Allereerst, er is geen onderwerp in de gemeentepolitiek emotioneler of vatbaarder voor commotie dan parkeren. Dat weet u. En twee, het is natuurlijk logisch dat als je gaat nadenken over mobiliteit in een wijk, wij hebben de bereikbaarheidsdoelstellingen, maar ook een aantal leefbaarheidsdoelstellingen, milieudoelstellingen. Die hebben we er ook af en toe bij benoemd. Parkeerregulering, dat weten we ook, heeft wel een effect op de leefbaarheid in een buurtje of wijk. Zeker als je een wijk hebt, zoals we bijvoorbeeld in de Indische buurt wel gezien hebben, die heel veel dat waterbedeffect heeft gehad. Het heeft geholpen om dat weg te werken door betaald parkeren in te voeren. Waar de wijk over ging, maar dat heeft dat effect wel gehad. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een korte vraag aan de wethouder. Utrecht heeft een wijk in het leven geroepen waar je geen autobezit mag hebben. Is dat ook een overweging op het Maasterras voor u? En zo niet, waarom niet? De heer Van der Linden: Nee, dat is geen overweging. We hebben al eerder het gesprek wel gehad over, geloof je in een autovrij Dordrecht, in de binnenstad vooral? Gezien hoe wij liggen aan het water, met maar een half cirkeltje eromheen, denk ik dat dat een optie is die voor ons, mocht je hem al willen, minder makkelijk te realiseren is dan in sommige andere steden.
We hebben ook een andere bevolkingsopbouw. En voor het Maasterras weet u dat we op dit moment uitgaan van parkeernorm 0,3. Dat is een parkeernorm die in heel veel binnensteden prima functioneert. Ik zou parkeernorm 0 ingewikkelder vinden om te organiseren, kan ik u zeggen. En uiteindelijk is alles te organiseren, maar daar heb je behoorlijk wat handhaving op nodig en allerlei regels daaromheen. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. De heer Van der Linden: Dan ga ik verder. Ik geef nog één, en daar hebben mevrouw Stolk en ik al eerder contact over gehad, overweging. Ik ontraad dit amendement. Maar mocht u het willen aannemen, dan zou ik willen verzoeken om de laatste twee gedachtestreepjes te wijzigen in... Daar staat nu, op verzoek van meerderheid bewoners die reageren op enquête. Ik zou dat iets willen preciseren, dat is een technisch amendement, door, “beleidsregels invoering en uitvoering voor parkeerregeling Dordrecht”. Dat is de letterlijke citeertitel van onze beleidsregels, waarin niet alleen de enquête wordt benoemd, maar ook handtekeningen halen, bijeenkomsten, enzovoorts. Dat doet iets meer recht aan hoe je het wil doen. Ik herhaal het voor de tweede keer hoor. Ik ontraad het amendement. Maar mocht u het willen aannemen, dan hecht ik aan dit technische amendementje erbij. De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank in ieder geval voor de toezegging en de uitgebreide beantwoording. Alleen ik moet natuurlijk wel heel eventjes overleggen met mijn andere mede-indieners om even te kijken of we daar iets van kunnen maken natuurlijk. De heer Van der Linden: Snap ik. Natuurlijk. We hebben geloof ik een dinerpauze straks. Dat komt vast in orde.
61
De voorzitter: Gaat uw gang. De heer De Feijter: Voorzitter. De heer Van der Linden: Ik heb nog twee amendementen. De heer De Feijter: Voorzitter. De heer Van der Linden: Amendement 6, geen recreatief fietspad door Natura 2000gebied. De heer De Feijter: Voorzitter. De heer Van der Linden: Ik hoor een stem. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer De Feijter. De heer De Feijter: Is niet gezond als u stemmen gaat horen. De heer Van der Linden: Toch wel. De heer De Feijter: Maar ik had nog een verhelderende vraag over de vorige motie. Begrijp ik het goed dat het de insteek is om de huidige methodiek te handhaven en daar waar dat niet gebeurt dat dat dan altijd nog een raadsbesluit vraagt? Dat dat niet vanuit het college kan worden opgelegd. De heer Van der Linden: Dat klopt. We hebben indertijd, vier jaar geleden, deze regels vastgesteld, die het college de bevoegdheid geven om, als deze aanpak is gevolgd, parkeerregulering in te voeren. In theorie is daarmee altijd de mogelijkheid opengebleven om in het gebied buiten dat aangewezen gebied ook met parkeerregulering te komen. Maar dan moesten we sowieso naar het college. En dat lijkt mij bij grote gebiedsontwikkelingen, die buiten de beleidsregels vallen, sowieso een heel verstandige. De voorzitter: Raad? De heer Van der Linden: Sorry, naar de raad, ja. Amendement 6, geen recreatief fietspad door Natura 2000-gebied. Die omarm ik.
Soepel. Amendement 7, het Wantij oversteken is ook prima. Ik vind dat de tekst van het amendement al het verschil aanduidt tussen een Natura 2000-gebied en een Natuurnetwerk Nederland gebied. Die geef ik oordeel raad. Ik heb een aantal dingen gehoord waarvan ik denk, dat sluit best goed aan bij de wens die we hebben. Ik heb ook een aantal andere dingen gehoord. Ik geef hem oordeel raad. De heer Safranti: Voorzitter. De heer Van der Linden: En ik wil ook even toezeggen, want u gaat nu een vraag stellen, ik heb de brief gelezen van Stichting Wantij, meen ik. Ik wil best even contact opnemen. Daarin wordt min of meer geformuleerd, we gaan nu een besluit nemen over een
62
fietspad. Is niet zo. We nemen een besluit over een visie. Daarna ga je naar een wijk. Maar als dat onrust heeft veroorzaakt, dan ga ik even bellen. Dan neem ik de oorzaak weg. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: U wilde interrumperen. De heer Safranti: Inderdaad. Juist dit punt vond ik heel belangrijk. En niet alleen ik. Volgens mij heel veel andere partijen hebben juist gezegd, we wachten even de reactie van het college af. En ik vind in dit geval dat e wethouder te makkelijk weggaat met oordeel raad. Ik zou wat meer willen horen van de wethouder, waarom het wel of eventueel niet kan. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Wel of niet kan? De afweging of je het wil, is een andere dan kan. Ik denk dat hij als stip op de horizon valide is. We willen, dat is al een aantal malen geformuleerd in de raad, ook in de coalitieafspraken en door verschillende partijen, los van raadsoverleg, vaak geformuleerd dat het heel fijn is om tussen Staart en Biesbosch betere fietsverbindingen te krijgen. Er zijn fietsverbindingen, maar niet elke fietsverbinding is van nature heel recreatief van aard. Wat dat betreft vind ik hem wenselijk. En of hij kan en betaalbaar is, enzovoorts, dat moet het vervolgproces uitwijzen. Ook naar de Staart gaan we met het participatieproces voor de wijkuitwerking. En dan neem ik deze graag mee.