2.1 2024.07.09 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
En wat je niet wil, is dat je nu inkomsten opschrijft drie ton, ik noem maar wat, en dat als je dadelijk wel tot een besluit zou komen om de minima uit te zonderen, want er staat letterlijk in de Perspectiefnota, we onderzoeken de mogelijkheid om minima een korting te geven of uit te zonderen, tenminste in ieder geval, we onderzoeken... We hebben niet gezegd, dat doen we. Dat besluit moet wel degelijk nog genomen worden. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Benschop: Ik was klaar. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Dat mag u niet, want mevrouw Van Vugt had nog een interruptie. Gaat uw gang.
58
Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Voorzitter, wij zitten als fractie nog even met de vraag, er zijn werkende mensen die ook via de Dordtpas een bepaalde vorm van ondersteuning krijgen. Die mensen zijn toch ook in beeld? En dan is toch ook in beeld wat ze aan hulp gebruiken. Bij de algemene voorzieningen heb ik het dan over. En als dat zo is, is het dan nog steeds heel bewerkelijk en is er dan ook enig beeld van hoeveel mensen er op dit moment al gebruik maken van zorgoppas, van strijken en van wassen en dat soort voorzieningen? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat is weer een definitiekwestie. Er wordt hier gezegd, de minima en lagere inkomens. Werkenden met een lager inkomen. Wat we in Dordt verstaan onder de minima die een Dordtpas krijgen, zijn mensen onder de 140 procent van het wettelijk sociaal minimum. Dat betekent niet dat die mensen niet werken. Die mensen kunnen prima werken, maar een lager inkomen hebben. Als u mij vraagt, wat is de grens van waar we zouden kijken naar een korting op de algemene voorzieningen, dan zou dat gaan om mensen tot 140 procent van het wettelijk sociaal minimum. Want dat is namelijk de groep die een Dordtpas ontvangt. Precies zoals u zegt, dat zijn niet alleen de mensen in de bijstand, dat zijn ook mensen die gewoon een baan hebben, maar minder verdienen dan die 140 procent. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bedankt. Dit is heel helder.
De voorzitter: Volgens mij kan de wethouder nu wel gaan zitten. Dank. Dan ga ik naar onze vierde wethouder in de lijn. Dat is wethouder Merx. Gaat uw gang. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wat tijd over van vorige keer. Of had ik te veel opgesnoept? Ik weet het ook niet meer. Ik heb twee moties. De voorzitter: Maar wel gewoon die vijf seconden kwijt. De heer Merx: En ik heb één puntje, kort op ingaan. Dat is de motie afval. Dank u wel. Een steun in de rug, zo heeft de heer Gündogdu het genoemd. Dat vind ik heel prettig. En niet alleen ik, alle mensen die in de organisatie daarmee werken, maar ook daarbuiten. Zijn vele vrijwilligers die elke dag hiermee bezig zijn, maar ook andere professionals. Waar ik me niet helemaal in herken, maar dat laat ik dan maar voor wat het is, is dat niet alleen meerdere raden hier zich druk over hebben gemaakt, maar ook meerdere colleges. Het is een hardnekkig probleem, zoals al eerder is gebleken. En dat er geen maatregelen worden genomen, staat ergens in de overwegingen. Daar herken ik me dan ook niet in. En we doen al wat u vraagt. En we komen natuurlijk na de zomer met onze voortgangsnotitie.
En ik zou het erg op prijs stellen als we die ook met elkaar eens bespreken, om het daar met elkaar over te hebben, waar zijn we niet meer bezig, wat hebben we gedaan en vooral, wat gaan we doen en wat zit er nog in de lijn? Want ik denk dat er langzamerhand naar steeds meer onorthodoxe maatregelen moeten gaan. Voor wat betreft de bomenmotie, noem ik het maar even, motie 21. Ik snap de motie. Toen ik hem las dacht ik ook even, wat zou ik doen als in de museumtuin de bomen moeten worden gekapt? Ik denk dat ik dan hier gevild zou worden, als niet de raad daar even over had geïnformeerd. Ik denk dat ik die motie wel kan volgen, alleen niet in de manier zoals hij nu is opgeschreven. Want nu, welke boom? En dan laten we het aan het college over welke boom wij van waarde
59
vinden. Het college vindt elke boom van waarde. Om dan met een formatje u te informeren. En ik wil eigenlijk een ander voorstel doen. Ik wil u voorstellen dat wij in onze voortgangsrapportage over het bomenbeleid een paragraafje opnemen... Want als het goed is kunnen wij voorzien welke veteranen en dan echt de enkele veteranenbomen die wij hebben, die ook nog monumentaal zijn, heel beeldbepalend zijn, in die combinatie. Dat we die opnemen in die raadsinformatiebrief en zeggen, die staan volgend jaar, als er niks gebeurt, op de nominatie om geveld te worden. En dan kunt u die die raadsinformatiebrief met elkaar agenderen en zeggen, ik ben het er helemaal niet mee eens. En ik heb geld gevonden om dat te voorkomen. Daarbij moet ik wel zeggen of kan ik u ook toezeggen, moet ik zeggen, dat op het moment dat wij van die 1,5 miljoen per jaar, die we nu hebben volgens programma C, geld overhouden. Ik ga u niet blij maken, want dat gebeurt zelden namelijk in het bomenonderhoud. Maar mocht het zo zijn dat we geld overhouden en we hebben een veteranenboom en we zeggen, dat is mooi, want dan kunnen we daarin investeren om deze boom nog een langer leven te geven, dan zullen we dat ook zeker doen. Maar maakt u zich niet al te blij, want we houden niet zo heel vaak geld over. En nog een laatste opmerking over deze motie.
Ik snap hem, maar we moeten ook proberen te voorkomen dat we via dit soort moties van niveau C naar B en dan naar A proberen te gaan, want dat is ook niet wat we hebben afgesproken in deze raad. Hoe vervelend het ook is. Nog één opmerking. En dat gaat over het Lijnbaangebied. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Begrijp ik het goed dat hetgeen de wethouder nu voorstelt als toezegging wordt genoteerd? De heer Merx: U mag hem wat mij betreft als toezegging noteren. Jazeker. De voorzitter: Dat is al gebeurd. De heer Groenewege: Dan gaan wij even nadenken over wat we doen met de motie, want ik ben blij met die toezegging. En dan komen we daar in derde termijn op terug, kort. De heer Merx: Dank u wel. Lijnbaangebied. Voorzitter, de fractie van Beter voor Dordt zei in een tussenzin, ik ben blij dat de wethouder er nu wel bovenop zit. Die vind ik wat aanmatigend, omdat het college op elke wijk er bovenop zit. En we hebben een raadsinformatiebrief gestuurd met wat we allemaal al doen in deze wijk. En dat is niet misselijk. En tegelijkertijd kan ik niet zoveel met, we hebben signalen. Ik wil graag die signalen concreet hebben. We hebben het er ook over gehad. En daar gaat u ook uw best voor doen.
Ik heb inmiddels via een andere fractie, en ik kijk hem nu aan, maar ik noem geen namen, al wat mensen doorgekregen met wie we ook in gesprek gaan hierover. Dat om aan te tonen dat we echt... Maar of dat het Lijnbaangebied is of ergens in Krispijn, maakt mij niet uit. Ik wil gewoon weten wat er speelt. En ik wil het concreet hebben. En als u signalen krijgt, ik hoor ze echt heel graag. Maar dan wel concreet met naam en toenaam, want anders kan ik er gewoon, niet omdat ik het niet wil of omdat ik u niet vertrouw, maar ik kan er niet zoveel mee. Ik hoop dat u daar een beetje begrip
60
voor heeft. En dat we met elkaar werken aan een betere, leefbare en veiligere stad. Dank u wel. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, eerst mevrouw Schnabel en dan mevrouw Koene. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Stolk, bedoel ik. Excuus. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij vroegen nog om een toezegging, aangaande de wijkwens. Omdat nog dan wat meer te communiceren bij Huiskamers in de Wijk, bibliotheken en eventueel bij de wijkconciërges. Hoe ziet de wethouder dat? De heer Merx: U bedoelt waar we het vorige week in de commissie over hebben gehad? We communiceren veel over de wijkwensen, volgens mij. En als we uw wensen daarin wat concreter kunnen aangeven en als dat past binnen de wijkwensen zoals het nu is ingevuld, want er zit een heel handboek achter waar inwoners van onze stad de wijkwensen beoordelen en aangeven, dat is een goed idee, dat past er binnen of dat past er niet binnen, dan zullen we dat zeker doen. De voorzitter: Dan mevrouw Stolk. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik had in de tweede termijn nog een oproep gedaan, en ik weet niet of dat aan de portefeuille handhaving is of aan de portefeuille veiligheid, over de babbeltrucs waarbij senioren voor duizenden euro's worden opgelicht. En het afgelopen voorval op de Zwijndrechtse brug.
Daar zou ik toch wel graag even een reflectie op willen. De heer Merx: Dat gaat het bestuursorgaan burgemeester doen. De voorzitter: Dank. Onderdeel van het bestuursorgaan van college, burgemeester en wethouders, wethouder Merx. Dan gaan we naar wethouder De Jonge. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank, voorzitter. Ook ik zal moties en amendementen langslopen die nieuw zijn, gewijzigd zijn. Allereerst de motie klimaatneutraal 2040 is ingediend. We hebben het al eerder gehad over het vraagstuk van een financiering van deze opgave vanaf 2026. Wij begrijpen ook de oproep die uw raad hiermee naar buiten brengt. En we weten ook dat er op dit moment heel veel onzeker is. En dat is eigenlijk ook naar de motie kijkende wat ik aan de indieners wil vragen, als wij de motie zo mogen lezen dat het gaat om nu te starten met een notitie op hoofdlijnen van, wat is er eigenlijk aan de hand? Hoeveel financiën hebben we nu? Welke zijn daarvan straks vervallen? En kunnen we dat als een levend document steeds meenemen in alle stappen van de begroting en de Perspectiefnota ’26, dan kunnen wij deze als college omarmen. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter.
61
Mevrouw De Jonge: Verwacht u al gelijk in het najaar van dit jaar een heel compleet uitgewerkte strategie, dat gaan we echt niet voor elkaar krijgen vanwege de onzekerheden. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. Mevrouw De Jonge: Dat is even de checkvraag bij deze motie. Dan ga ik door naar de motie trafo... De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Toch even een vraag over uw beantwoording op de ingediende motie. En mijn vraag is dan vooral... We hebben heel recent gesproken natuurlijk over die klimaatneutraal 2040. En daarbij werden ook verschillende perspectieven geschetst. Er werd een tijdlijn gemaakt. En ik vroeg mij af, wat draagt dit nu dan extra bij ten opzichte van wat we toen allemaal met elkaar hebben vastgesteld? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, wat ik in deze motie lees, is wat we al in inderdaad een klimaatneutraal programma hebben weggeschreven van, let erop, de financiële middelen zijn niet zeker na 2026. En eigenlijk zie ik dit als de oproep van, begin er tijdig aan. Kom al in het najaar met op hoofdlijnen van, waar denkt u dan als sommige potjes zouden gaan vervallen waar u die wilt gaan zoeken? Ik zie het echt in die zin van al vroegtijdig gaan nadenken en u meenemen in, waar zouden allemaal nog andere bronnen zijn dan dat we nu al kunnen inzetten? De heer Safranti: Voorzitter.
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Heel kort daarop aanvullend. Ik hoop in ieder geval vanuit onze fractie dat elke wethouder sowieso nadenkt over de potjes, ook na 2026. Maar dat geldt natuurlijk op elk dossier. Dan denk ik dat dat voor elke wethouder en elk onderwerp zouden we dat dan eigenlijk moeten doen. Hoe kijkt u daarnaar? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik ga over mijn eigen portefeuille. En hier ligt een specifiek klimaatneutraal 2040 opgave. Ook in dat verband hebben we er al met elkaar over gesproken. En natuurlijk denken wij wel na. Maar ik vind het ook wel een mooie oproep om te zeggen van, beste wethouder, neem ons ook goed mee en laat ons meedenken over die strategie. Wat ik net aangaf, wel in die fasegewijze opbouw steeds, dat als wij weer meer weten dat we dat kunnen vertalen naar de Dordrechtse situatie van, we krijgen toch nog geld of helaas dat potje wat we nu hebben lijkt echt definitief er niet meer te zijn. Daar gaan we naar op zoek. Zo lees ik hem. De heer Van der Meer: Voorzitter.
62
De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: De intentie van de motie is inderdaad om de lijn door te trekken. Het gaat hier om een langjarige inspanning die deze raad wil plegen om klimaatneutraal te worden. Daar moet je op anticiperen. En als dat in een aantal stappen gebeurt, zo snel mogelijk, maar niet sneller dan het kan natuurlijk, dan is dat wat ons betreft akkoord. En ik hoop dat de wethouder het met ons eens is dat een verankering voor de mogelijkheid om een traject ook na deze collegeperiode goed voort te zetten verstandig is. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, daar kan dit college alleen maar mee instemmen, dat wij er zeker naar zullen kijken dat er na ‘26 nog programma's zijn die doorlopen. En dat wij er ook voor zullen zorgen, zover het in ons vermogen ligt, om daarop voor te sorteren. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Eerst de heer Safranti. De heer Safranti: Los van de motie wat er nu op dit moment ligt en het verhaal wat de wethouder aangeeft, landelijk zitten we op 2050 klimaatneutraal. Wij hebben de ambitie om 2040 te hanteren. Prima. Alleen iedereen hier in de kamer geeft aan dat we zware tijden tegemoet gaan.
Maar hoe heilig is 2040 voor de wethouder, in dit geval? Kunnen wij dit niet bijvoorbeeld naar 2045 trekken? Moeten wij altijd het braafste jongetje van het klas zijn? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, het college heeft de opdracht van de raad. U heeft het klimaatneutraal vastgesteld, u heeft het politiek akkoord als opdracht gegeven aan dit college. Wij handelen naar deze opdracht om in 2040 klimaatneutraal te zijn. We zetten alle middelen efficiënt in, om dat ook te kunnen halen. Wij voeren gewoon de opdracht uit die wij hebben gekregen van uw raad. De heer Safranti: Voorzitter, en dan terugkomend op het verhaal van mijnheer Van der Spoel, die heel duidelijk een bepaalde boodschap wilde meegeven, waarom wordt dit dan nu wel zo gezien en het verhaal van mijnheer Van der Spoel niet, dat we tijdig daar aan de knoppen kunnen draaien? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, u heeft, althans er zijn twee fracties die hier een motie indienen, daar reageer ik op. En het staat denk ik eenieder vrij om voor elk ander beleidsveld ook een motie in te dienen. Dat is ook gebeurd voor Agenda 2030. Daar heeft u net met wethouder Van der Linden een hele discussie over gehad. Volgens mij hoef ik die niet te herhalen. Ik heb mijn reactie hierop gebaseerd, dat ik de oproep begrijp. En waar het mogelijk is goed gaan meenemen in de zoektocht voor klimaatneutraal. Dan ga ik door naar...
De voorzitter: Ik hoorde nog iemand. De heer Gündogdu, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik begrijp overigens heel goed het pleidooi van mevrouw De Jonge, zij het zo dat het college natuurlijk uit één mond spreekt. We hebben een heel warm pleidooi van mijnheer Van der Linden gehoord, met dien verstande dat hij aangeeft dat het college in ieder geval nog niet zover is om inzicht te
63
geven in de financiën op dit moment richting Perspectiefnota 2026. Daarnaast geeft u aan, maar dit is een onderdeel duidend op deze motie vanuit mijn portefeuille. En ik ga me daar wel hard voor maken om daar met een voorstel of inzicht te komen. Ik probeer even te achterhalen wat u anders gaat doen dan dat mijnheer Van der Linden zojuist heeft aangegeven richting deze raad. Mevrouw De Jonge: voorzitter, ik ga helemaal niks anders doen. Dit doen wij als college als geheel. Alleen u heeft ook in de stukken gezien, waar we het vandaag niet over hebben, waar we het nog met u over gaan hebben, namelijk het hele traject naar de Perspectiefnota 26, daar hebben we ook weer het Politiek Akkoord in toegevoegd. Daar ziet u in dat er na ‘26 geen geld meer is vanuit deze gemeente voor het programma. En we hebben aangegeven dat de landelijke bijdragen ook onzeker zijn naar ‘26. Dat is denk ik het grote verschil. Ik heb gewoon straks nul. En dat is volgens mij de oproep die de twee fracties hebben gedaan van, dat vinden wij echt geen fijne situatie. En we willen dat u alvast gaat nadenken. Ik hoef niet over ombuigingen en bezuiniging te denken. Ik heb nul. Mij wordt gevraagd van, kunt u kijken waar u uit waar dan ook geld gaat halen, zodat we het klimaatprogramma kunnen voortzetten.
Is toch wel een iets andere vraag denk ik dan in kaart te brengen van, wat is er allemaal en wat zouden we daarop kunnen gaan bezuinigen? Dan ga ik door naar de aangepaste... De voorzitter: Voordat u verder gaat nog een keer de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Nog een laatste opmerking. Ik begrijp, ik hoor wat u aangeeft. Maar het is natuurlijk wel zo, u heeft straks helemaal niks. Maar u houdt een warm pleidooi voor deze motie om in de tussentijd wel te gaan zoeken naar mogelijke middelen voor dit programma, terwijl we zojuist hebben gesproken over de groep van 100 mensen die ons een raadgevend advies gaan geven over mogelijke bezuinigingen of minder doen of helemaal niet meer doen. En het kan net zo goed zijn dat die 100 mensen aangeven, een klimaatneutraal stad vinden we heel belangrijk, maar daar hebben we geen geld voor over. Hoe wilt u dat dan duiden richting deze raad? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik ga niet naar de gemeente kijken om daar geld weg te halen, tenzij er in de totale ombuiging blijkt dat mensen zeggen, als we het dan klimaatneutraal geven, dan ga je iets doen. Ik zie dit als een opdracht om buiten de gemeente te gaan zoeken van, waar liggen de kansen op subsidies, op Europese financieringsstromen, noem het maar allemaal op, die de gemeente kan gaan binnenhalen om ervoor te zorgen dat er geld is voor klimaatneutraal.
Ook indirect lees ik dit niet als van, ga lekker bij je collega's maar wat weghalen. Ik krijg de opdracht van, zorg ervoor dat je in kaart gaat brengen van, waar zitten overal externe bronnen, potjes om dat geld weer naar de gemeente te zien krijgen. En ik zie instemmend geknik van de indienende partij. Dat heb ik dan ook nog goed geïnterpreteerd. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann.
64
De heer Kuhlmann: Over die Club van 100 willekeurig geselecteerde Dordtenaren ben ik even benieuwd, want dat doet een klein beetje denken aan het voorstel waar we eerder over gesproken hebben met het initiatief van ChristenUnie/SGP voor wat betreft het burgerberaad, waar uiteindelijk geen steun voor was in deze raad. Ik heb daar twee vragen over. In de eerste plaats, zou de wethouder... Ik denk dat ik dat gemist heb. Ik ben misschien niet altijd even scherp. Maar even kunnen helpen voor wat betreft de procedure. Welk besluit van de raad ligt eigenlijk ten grondslag aan de procedure die nu wordt ingezet? En het tweede is, rondom de vraagstelling, wat ik me kan herinneren, en dat was een goed punt in het voorstel van ChristenUnie/SGP rondom zo’n burgerberaad, is dat de vraagstelling, met welke vragen ga je naar deze 100 mensen toe, dat die door de raad worden vastgesteld. Ik ben even benieuwd, dat lijkt me hier natuurlijk ook aan de orde, op welk moment krijgen we als raad de gelegenheid om die vragen vast te stellen? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik zou deze vraag graag eventjes willen aanhouden. Eerst de moties langslopen. Want mijn einde is om inderdaad even procesmatig in te gaan op de vragen met betrekking tot participatie. Ik heb ze opgeschreven. En dan zou ik nu wel graag naar de motie van de trafohuisjes willen. De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw De Jonge: Die is wat aangepast. En zoals ik ook al in een commissie heb aangegeven, natuurlijk ook wij als college zien liever mooie trafohuisjes in de wijken. Ze gaan er komen. We hebben ze nodig. Alleen we weten dat onze partner Stedin hierin gewoon aan de voorkant geen medewerking geeft en in de periode daarna heel erg terughoudend is en veel voorwaarden stelt. De motie zoals die er nu ligt, aangepast, komt het uit de wijk. Kunnen jullie er dan wel iets mee als college? Ja, wij kunnen natuurlijk altijd als wijkinitiatief ondersteunend zijn als mensen zeggen, ik heb een idee, ik zou er iets mee willen. Wat ik bij deze motie wel opmerk, wij hebben daar geen capaciteit voor. We hebben geen financiële middelen om ook de mensen te helpen om die trafohuisjes voor elkaar te krijgen. Vanuit die kanttekening zeggen wij ontraden. Maar het idee van mochten er financiële middelen zijn en mensen willen iets, dan gaan we uiteraard daar wel op in. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers als eerste. Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik hoor de wethouder het veel hebben over financiële middelen. We hebben natuurlijk verschillende potjes in Dordrecht, onder andere de wijkwensen. Maar er zijn ook zat buurtbewoners.
Ik ken er in ieder geval een hoop die als het gaat om het opleuken van hun buurt daar ook bereid zijn om dat zelf op te pakken en de samenleving aan zet te zijn. Hoor ik dan hierin van de wethouder dat ze dat wel iets moois zou vinden? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat liet ik ook weten, wat dat betreft appreciatie vanuit het college van, als er inwoners actief zijn, ze willen iets, dan luisteren we ernaar. We kijken wat ze nodig hebben om ze verder te helpen. Ik vind dat we dat gewoon moeten
65
doen. Maar komt er meer vraag, dan moet ik daar op dit moment echt de waarschuwing bij geven, dat kunnen we nu niet faciliteren. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Misschien nog een korte toevoeging. In het verleden zijn we er ook mee begonnen, met betrekking tot de rotondes die we hier in Dordrecht hebben, die een soort van geadopteerd worden door bedrijven of organisaties. Zou dat ook iets zijn wat wellicht zou kunnen helpen om te organiseren. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik vind dat een prima idee. Als we een initiatief krijgen, dan zullen we ook die vraag stellen van, wie zouden we erbij kunnen betrekken om te helpen om het te realiseren? Dat is denk ik de ultieme vorm van participatie die u voorstelt. Dank u wel daarvoor. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Ik zag volgens mij net ook de heer Hartmeijer nog. Gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Ik had een beetje min of meer dezelfde vraag als de collega's. Die kan over. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoorde nog iemand. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, als ik als bewoner een dakkapel wil realiseren of een aanbouw, dan moet ik voldoen aan allerlei eisen van welstand.
Maar als Stedin een elektriciteitshuisje wil neerzetten, dan lijkt het alsof Stedin hier de dienst uitmaakt. Is het niet zo dat Stedin ook gewoon moet voldoen aan eisen van welstand die wij stellen? Bijvoorbeeld de eis dat trafohuisjes gewoon in het wijkbeeld moeten passen en niet ontsierend moeten zijn. En dat er bij significante ontwikkelingen een Participatietraject met omwonenden moet plaatsvinden. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, hier heeft de Partij voor de Dieren helemaal gelijk in. Zij moeten gewoon netjes, conform ons vergunningstraject, een plan indienen waar ze komen, hoe ze eruitzien, op welke positie ze komen. Zij zijn niet anders behandeld dan elke andere aanvraag om iets in de openbare ruimte te doen. De heer Groenewege: En voorzitter, als dat zo is, ziet het college dan kansen om die welstandseisen voor trafohuisjes aan te passen voordat Stedin op de stoep staat met hun lelijke ontwerp? Waarbij we, wat ik heb begrepen, keuze hebben uit twee kleurtjes, zwart en groen, en meer is het niet. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat heeft u heel goed gehoord. Dit is ook hoe wij met Stedin erover gesproken hebben. En als we misschien 10 jaar geleden met elkaar dit
66
gesprek hadden gehad, hadden wij inderdaad misschien met Stedin aan tafel willen gaan zitten, hoe ziet dit eruit? Maar we zitten in een tijd waarin we op hoog tempo in alle wijken over het hele gebied van Stedin wel 10.000 van die huisjes moeten uitrollen. Er is geen tijd voor hen om elk individueel huisje op die manier te behandelen. Wij maken ook de keuze. De snelheid van onze energietransitie vraagt nu dat ze ze snel, binnen alle regels die er zijn, mogen plaatsen. En dat we dan hopelijk achteraf met ze in gesprek kunnen gaan van, ze staan er nu. Kunnen we ze toch wat leuker en mooier maken, zodat de buurt er zich hopelijk wat minder aan stoort. Dat was het denk ik bij deze. De motie informatie PFAS is ook licht aangepast. Al moest ik wel even zoeken, maar volgens mij lag het in het dictum dat er een keuze wordt gemaakt in welke communicatie uiting, brief, flyer... Onze reactie vanuit het college blijft wel hetzelfde. Dit gaat ons best wel aardig wat geld kosten. Er is een goede campagne opgezet. We gaan ook echt naar die plekken waar onze mensen komen met flyers. We zorgen voor een goede digitale website. Sinds dit weekend is ook in Apple al de app beschikbaar. En we blijven informatieavonden... Zoals gezegd, eenmalig iets in een papieren vorm te snel verouderd. En dan maken wij liever de keuze om dat geld te geven aan de plekken waar we de mensen ook echt aantreffen.
De motie landelijk verbod PFAS die had al... De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: En dat is hem nou juist. Wij treffen deze mensen niet. Wij kunnen deze mensen juist niet vinden. En mensen zijn niet op de hoogte van wat er speelt in de stad. En dat heb ik vorige keer ook in de raad proberen uit te leggen. Er is een hele opstand geweest op de Oranjelaan. En mensen zeggen, wat is dit? Men weet niet eens wat... Ik kan wel refereren naar een button of naar een internetsite, maar daar schieten we niks mee op. De bedoeling van deze motie is, hou iedereen op de hoogte. Verwijs desnoods ook naar die button, naar het internet. Maar wees wel alert dat mensen op de hoogte zijn. En vorige keer ook aangegeven, ik heb inmiddels de derde brief van de gemeente binnen over Big Rivers, Bachfestival, Dordt in Stoom, boekenmarkt. Dat kan wel, maar een brief of een flyer naar de burgers over de PFAS, dat ziet u niet zitten. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik zie wel een onderscheid tussen de voorbeelden die u geeft. Natuurlijk ben ik ook blijer met de brief die ik van Big Rivers krijg, omdat ik weet dat er gewoon dit weekend in mijn wijk weinig mogelijk is als je het hebt over het verkeer. En dat ik even moet accepteren dat er reuring is. Heel goed dat dat gedaan wordt. Alleen PFAS is een complex dossier. Niet makkelijk te vatten in één A4.
En op het moment dat wij hem laten drukken, is hij waarschijnlijk alweer verouderd, omdat er weer informatie komt van het RIVM. En als wij dit zouden doen dan zeg ik eerlijk gewoon van, het geld wat ik daarvoor moet inzetten, kies ik liever, en dat is ook het advies van mijn communicatiemedewerkers, ga naar de openbare plekken, ga naar de ontmoetingsruimtes waar de mensen komen, waar het gesprek ook kan hebben, waar je ook hun vragen kunt horen en voelen. Maar de motie ligt in uw raad ter stemming en ik hoor het. De heer Safranti: Voorzitter.
67
De voorzitter: De heer Safranti, tot slot. De heer Safranti: We zijn al jaren bezig met dit dossier. Als ik terugkijk naar de twee jaar die we hier allemaal over het PFAS hebben en wat we bespreken en wat voor besluit ook we nemen. En wat zie je, dezelfde mensen, zelfde groep. En die groep wordt steeds niet groter, omdat mensen gewoon niet op de hoogte zijn wat er speelt. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik heb geen vraag gehoord. Ik ga door naar het amendement... De motie landelijk verbod hadden we het over gehad. Zien wij echt als een steun voor de inzet die we hebben. Geven we oordeel raad. Dan het amendement met betrekking tot het budget verschuiven. Hij is aangepast. Wat wij er nu in lezen, dat is gelijk misschien even een checkvraag, is dat de raad hiermee het college vraagt om te kijken naar het budget van schoon om te verschuiven naar de preventieve kant van het Dierenwelzijnsbeleid. En ik heb vanuit het programma Schoon en vanuit dierenwelzijn gezamenlijk advies gegeven dat ze daar samen naar kunnen gaan kijken, om te kijken of we dat meer naar de preventiekant van de ICEP-aanpak, zoals deze in het Dierenwelzijnsbeleid is genoemd. Dan heb ik moties, amendementen gehad. En kom ik bij het deel van de participatie van collega van financiën.
Vanuit het programma Participatie zijn wij betrokken geweest om mee te denken en te adviseren op, hoe zou je nu participatie kunnen doen? De heer Groenewege: Voorzitter, hier. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik zag om me heen toch wel wat vragende blikken over dat amendement. Ik wil toch even een duidelijk antwoord. Is het een positief advies vanuit het college op het amendement? Mevrouw De Jonge: Ik heb meegekregen dat het mogelijk is, zoals u het voorstelt, dat als we de budgetten van dierenwelzijn en schoon bij elkaar leggen, dat er van schoon ruimte zou zijn om meer naar de preventieve kant te gaan, wat we via de ICEP-aanpak zouden kunnen uitvoeren. Zo heb ik het meegekregen. Dan denk ik, het kan. Dat krijg ik mee. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie mevrouw Koene. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Aanvullend daarop. En dan is de wethouder er ook van overtuigd dat dat betekent dat er sprake is van lagere bestrijdingskosten met de tijd? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, u stelt een vraag die we alleen maar kunnen gaan beantwoorden op het moment dat we dit ook gaan doen. Want er wordt nu voorgesteld om die ICEP-aanpak, die er nog niet is, uit te gaan voeren. Uw vraag is te beantwoorden op het moment dat er een termijn is geweest waarin op deze manier gehandeld is en we kunnen monitoren wat de effecten daarvan zijn geweest.
Mevrouw Koene: Voorzitter, de wethouder kan toch wel een klein beetje een idee geven van wat ze daarvan denkt wat het resultaat is?
68
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik ga hier geen slag in de lucht doen. Ik hou het bij het antwoord wat ik net heb gegeven. Dan ga ik proberen bij participatie wat over het proces te vertellen. U heeft bij de stukken, die inderdaad niet vandaag bij u voorliggen, maar aan u aangeboden zijn voor participatie, plan van aanpak daarvoor, voor de Perspectiefnota ’26. De relatie met de motie zocht ik nog even. Maar ik denk, ik ben van het proces. Ik denk dat de wethouder Van der Linden dit goed heeft verwoord. Concreet de vraag die voorligt eigenlijk, wat gebeurt er precies met de honderd? En hoe de raad een positie krijgt? Dat is eigenlijk wat ik over heb gehouden. Zoals u ook in het participatieplan kunt lezen, gaan we twee fasen in bij de participatie op deze ombuigingen. De eerste fase is echt puur de dialoog aangaan met verschillende partijen, waarbij we in één maand tijd, september, misschien nog een klein beetje oktober, parallel, volgordelijkheid is niet eens bepalend, in dialoog willen met honderd mensen, willekeurig geselecteerd, zodat we een breedte van de organisatie krijgen. En we willen met hen het gesprek aangaan van, hoe kijkt u naar Dordrecht in 20, zeg het maar. We willen daarin gevoel krijgen van, wat vinden zij het belangrijkste, minder belangrijk, hoe gaan ze met elkaar in gesprek? Ook aangeven van, er zijn zaken waar jullie wel naar kunnen kijken.
Liever niet naar andere zaken. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw De Jonge: Er ligt geen lijst. Er ligt niks concreets voor bij die mensen. Het is de uitvraag van, hoe kijkt u naar deze stad en wat wilt u college en raad meegeven als we moeten gaan kijken naar concrete maatregelen? De voorzitter: Mevrouw Stolk, bij interruptie. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan toch even de vraag aan de wethouder, A, wanneer gaat u starten met die Club van 100. En B, als u, wat wethouder Van der Linden aangaf, niet aan kan geven wat u gaat bespreken met die Club van 100 op basis van, volgens mij de heer Safranti gaf dat netjes aan in zijn betoog, gaan we onszelf dan niet in onze voet schieten en gaan we die mensen niet een worst voorhouden, terwijl we niet weten... Wij weten nog niet eens wat er gaat gebeuren. Ik ben echt benieuwd wat het college van plan is om met die Club van 100 te gaan doen. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat hebben we in dat participatieplan ook beschreven. Het is een open dialoog. Je wilt met deze mensen in gesprek gaan hoe zij de stad beleven, hoe ze zich daartoe verhouden, waar ze gebruik van maken, minder gebruik van maken. Het is de open dialoog. En dat is zoals het ook gebruikelijk is als je zegt, we willen eerst zonder in te kaderen al richting geven van, het moet ergens naartoe gaan.
Dit is echt heel open van, wat wilt u het college en de raad meegeven voor de tweede fase, waarin we over de concrete maatregelen gaan spreken? De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik begrijp nu, in antwoord op de vraag die ik heb gesteld, als dat het participatieplan de basis is voor deze aanpak. Het participatieplan hebben we nog niet. Dat is een concept vanuit het college wat we nog moeten bespreken. Ik vind het eigenlijk
69
een beetje gekke volgorde. Maar ik wil me zeker wel aansluiten bij de opmerkingen van mevrouw Stolk en ook de heer Safranti. Dat is ook een element wat eerder ook in het initiatiefvoorstel van ChristenUnie/SGP zat. Namelijk om te voorkomen dat je een teleurstelling al vooraf inbouwt, dat het van groot belang is dat je als raad goed een correcte vraag stelt. En wat ik nu van de wethouder hoor is dat er dan in september, oktober toch een beetje vage gesprekken, nog niet heel helder van wat er gaat gebeuren. Ik wil aan de wethouder vragen, is het niet een beter idee om met deze raad, als het toch op die manier gaat, samen te kijken, wat zijn nu goede vragen die we aan deze mensen kunnen stellen? Zodat we dat op een goede manier kunnen doen. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik denk dat er hier twee dingen door elkaar worden gehaald, Want het college heeft zelf ook de verantwoordelijkheid om participatie op te tuigen. En we doen hier iets anders dan wat u steeds naar refereert, naar een burgerberaad dat hier aan tafel is geweest. Uit de totale mix die beschikbaar is aan allerlei instrumenten aan participatie, heeft het team wat zich bezighoudt met de ombuiging gekozen voor diverse elementen die ze willen inzetten. En dat is de zelfstandige verantwoordelijkheid van een college, om op haar dossiers de participatie te organiseren.
Wat dat betreft doen we net als in andere projecten dat we een participatieplan opstellen en dat uitvoeren, waarmee wij denken dat wij als college hebben opgehaald op de manier die wij ook willen verantwoorden en willen laten zien. En in dit geval ook met een hele brede dialoog in de stad, met andere organisaties, met uw raad. En dat we daarna verder gaan. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Er zijn een paar interrupties. De heer De Heer zag ik, de heer Safranti en mevrouw Stolk en ook de heer Van der Meer. Ik begin bij de heer De Heer. Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, wij waren natuurlijk heel wakker ineens toen we dat in de krant zagen staan en ook geboeid. We herkennen ook heel veel wat we daar lazen in relatie tot ons initiatiefvoorstel eerder. Ik merk inderdaad dat er een aantal vragen zijn die wij misschien ook hebben over nu het traject, hoe het er precies uit gaat zien. Daar zijn nog wat onduidelijkheden over. Is het misschien een idee om ook de onduidelijkheid dat weg te kunnen nemen, dat er wel tijdig bijvoorbeeld een RIB komt waarin wat meer details over deze Club van 100 toch ook wordt gedeeld met de raad, zodat waar we dan tegen die tijd de behoefte nog hebben daar nog met elkaar over in gesprek kunnen. Is dat misschien een voorstel om die onduidelijkheid op dit moment weg te nemen? Mevrouw Stolk: Voorzitter, aanvullend.
De voorzitter: Misschien goed om de vraag even te... Want het gaat allemaal over hetzelfde onderwerp. Dan de heer Safranti. En dan kom ik bij mevrouw Stolk. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Inderdaad, wat mijn buurman ook aangaf, waarom moeten wij dit van de krant gaan lezen dat dit gaat spelen? Dat is diverse keren ook gebeurd. Dat hebben we hier een paar keer ook aangeven dat we juist dit soort
70
dingen niet vanuit de krant, vanuit de pers moeten zien of horen of meekrijgen. Dat is één. Daar heeft mijn buurman echt een heel goed punt in gemaakt. En mijn vraag is eigenlijk richting de wethouder, in dergelijke groepen zitten meestal dezelfde mensen. En hoe kunnen wij ervoor zorgen straks dat er een afspiegeling is in die honderd? De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, de heer Safranti slaat de spijker op zijn kop. Wij zouden graag willen weten ook wie er in die commissie zit die die mensen, die die Club van 100 samenstelt. Want ik denk dat wij daar misschien ook wel iets van vinden. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Voorzitter, ik heb een vraag aan de wethouder. Of ik het goed heb begrepen dat het in het gesprek met die honderd mensen, die aselect zijn gekozen, gaat om de vraag, wat zijn de belangrijkste prioriteiten, de belangrijkste problemen waar de stad mee te maken heeft, waar we bij het nadenken over bezuinigingen rekening mee moeten houden? Dat zal mij een hele verstandige insteek lijken. Want als je krap bij kas zit, moet je prioriteiten stellen. En daar moeten we met de burgers over spreken. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik schrik een beetje van de woorden eigenlijk van deze wethouder. Want zij gaf aan van, het is een bevoegdheid van het college om dit zo op deze manier in te vullen. Maar in het interview lees ik tot drie, vier keer toe uiteindelijk, het zijn uw eigen woord trouwens, daarna is het aan burgemeester en wethouders en uiteindelijk aan de gemeenteraad om besluiten te nemen. Continu komt die uiteindelijk bij de gemeenteraad terecht. Was het dan niet zo netjes geweest van dit college om dit eerst even voor te leggen aan de gemeenteraad als het inderdaad een advies is dat uiteindelijk bedoeld is voor ons? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, er worden een pluraliteit aan vragen gesteld.
Moet ik het uit de krant lezen? Nee, want wij hebben als college op 24 juni alle documenten vastgesteld die betrekking hebben op het hele proces met betrekking tot, hoe gaan we komen tot de Perspectiefnota ’26? Die is in uw bezit geweest. En een week later is er een interview geweest met de krant. Ik denk dat wij de volgordelijkheid netjes hebben aangehouden, zoals die normaal ook aangehouden wordt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even over de volgordelijkheid. Volgens mij is het juist andersom. Dat u eerst de raad informeert en dan de krant? Het is iedere keer de wereld op zijn kop.
71
De voorzitter: Dat snap ik. Maar u heeft net allemaal vragen gesteld aan de wethouder. Die is zij nu aan het beantwoorden. Ik stel voor dat ze die beantwoording even kan afmaken. En dan kijken we of er daarna nog vragen resteren. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. De vraag over, wie zitten er in die Club van 100? Dat weten wij ook niet. En dat willen wij ook helemaal niet weten. We hebben ons onderzoekscentrum de opdracht gegeven om tot een selectie van 1.000 mensen te komen, verdeeld over de stad, verschillende criteria toe te passen, zodat we inderdaad juist een hele brede afspiegeling van de Dordtse samenleving krijgen. En uit de aanmeldingen die daaruit voortkomen, wederom, wij weten niet wie en wat en hoe, wordt er gekeken van, hoe kunnen we tot 100 mensen komen die nog steeds die brede vertegenwoordiging van de stad weerspiegelen? Ik heb geen idee wie erin zit. Ik hoef het ook niet te weten, wat dat betreft. Achteraf leggen we allemaal gewoon netjes verantwoording af. En u krijgt altijd alle informatie in de vorm van verslagen. Want dat hoort ook bij participatie, dat je de volgende fase informeert met wat er in de eerste fase is gebeurd. En waar gaan we het over hebben? Ik denk dat de heer Van der Meer dat heel goed heeft samengevat. Je gaat inderdaad aan de stad vragen, wat vindt u belangrijk? Prioriteiten.
Welke vraagstukken ziet u waar u echt vindt dat dit college en raad zich verder mee moeten bezighouden in het grote palet dat er voor ons ligt. En dan de vraag van participatie. Ik denk dat niemand zich de eigenaren van participatie kan noemen. We hebben allemaal de opdracht, de verantwoordelijkheid als er iets speelt om te participeren. En dat geldt voor u als raad. U heeft uw eigen instrumenten en middelen. Dat geldt voor ons als college. Dat geldt zelfs voor mijn medewerkers als zij op uitvoeringsniveau iets gaan doen, dat zij eerst moeten nadenken van, wie zijn erbij betrokken? Wie zou ik willen informeren, betrekken, misschien zelfs mee laten beslissen? Dat is de zelfstandige verantwoordelijkheid die eenieder voor zichzelf moet invullen. Zo heeft dit college samen gekeken van, als wij moeten komen tot een lijst met maatregelen voor onze raad... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dan even de zin afmaken. Mevrouw De Jonge: Dan willen wij dit niet vanuit onze bureaus gaan doen. Dan willen wij dit samen met de stad gaan doen, samen met de maatschappelijke organisaties, samen met de raad. En het is ons besluit geweest om fase één in te richten, zoals u in het plan van aanpak kunt lezen op de participatie.
En u kunt ook lezen over participatie in fase twee, waarin we van meer een algemene dialogen overgaan naar de concreetheid, welke maatregelen kunnen we, willen we op die lijst gaan zetten die wij met u gaan bespreken, conform de besluitvorming zoals we dat altijd doen met u in de raad. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik wil even terugkomen op als we het hebben over die participatie. U geeft net aan, ik wil eigenlijk helemaal niet weten wie er in die Club van 100 zitten. Maar nog geen half uur of drie kwartier geleden heeft wethouder Van der Linden aangegeven dat die Club van 100 een zwaarwegend advies gaat geven. Hoe duidt u dat dan?
72
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ze geven een advies. En natuurlijk nemen wij het super serieus, want anders moet je ze niet bij elkaar halen. We gaan die mensen vragen om een hele dag bij elkaar te zitten, om min of meer ons ook te helpen in dit proces van, waar vinden zij waar wij naar mogen kijken en niet naar mogen kijken? Ik val in herhaling. Dat is een advies wat je gewoon niet naast je neerlegt van, we hebben een leuke dag gehad. De kwalificatie is zwaarwegend, in die zin van dat is iets wat je verder mee gaat nemen in de uitwerking in fase twee. Dat wij ook moeten kunnen uitleggen. Als een deel van deze groep heeft gezegd, wij willen dat u naar cultuur gaat kijken. Stel wij besluiten als college, dat doen we niet om onze redenen, moeten wij dat kunnen uitleggen. Moeten wij hen ook kunnen vertellen. We hebben alles met elkaar moeten afwegen. Dat is onze verantwoordelijkheid vervolgens. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Fijn dit allemaal ook zo te horen. Alleen we hebben nu daar honderd mensen zitten. En tachtig daarvan geven aan van, we gaan daarin bezuinigen of juist niet in bezuinigen. En uiteindelijk moeten wij het hier gaan beslissen, heb ik begrepen.
In hoeverre houden we daar rekening mee? En aan de andere kant, als wij hier toch die beslissing gaan nemen, wat zullen die mensen dan niet denken? Van, het heeft toch geen zin gehad dat tachtig van de honderd daar een beslissing hebben genomen, want de raad beslist er toch iets anders over. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, een correctie op de bewoording. Deze honderd mensen maken geen besluiten. Ze nemen geen besluiten. Zij brengen heel breed in kaart wat voor, zoals wij het in ons jargon noemen, de beleidsvelden. Wat zijn belangrijke thema's, onderwerpen voor deze groepen? Die brengen zij in kaart. Zij geven ons mee een gevoel van waar zij zeggen, daar voelen wij ons nog comfortabel bij. Dat zouden we echt super jammer vinden als u als college met voorstellen komt die op dat terrein liggen. Ze geven advies. En dat moeten wij ter harte nemen. Dat moeten wij heel serieus nemen. En nogmaals, wij moeten ook kunnen uitleggen, op de momenten dat wij zeggen van, en dat gaan we toch niet volgen. Zo werkt participatie. En ik ben het met alle opmerkingen eens die hier van tevoren zijn gemaakt. Dat moeten wij heel duidelijk al aan de voorkant zijn, waarom we ze vragen, wat de bedoeling is van die dag en wat er met de uitkomsten wordt gedaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van Den Heijer.
En daarna wil ik eigenlijk toch gewoon gaan schorsen, want het is al vijf over zes. En we hebben met elkaar afgesproken om zes uur schorsen, als we weten dat hetgeen niet voor half zeven kan worden afgerond. En mijn vermoeden is, met een eventuele schorsing over welke motie wel, welke niet, eventueel derde termijn nog wat duidingen hier en daar, dat we dat niet gaan redden, inclusief de stemmingen. Ik geef de heer Den Heijer het woord. En dan is er nog gelegenheid voor beantwoording. En dan ga ik gewoon schorsen. Zien we elkaar om acht uur weer. De heer Den Heijer, gaat uw gang. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Wij zijn het met de wethouder eens dat we dit proces heel serieus moeten nemen. En ik moet eerlijk zeggen, wij voelen nu echt wel een beetje het ongemak, dat we nu kort voor de zomer op het enige moment waar we hier
73
nog enigszins sturing op kunnen geven als raad richting het college, dat we hier nu eigenlijk deze discussie gaan voeren. Ik zou eigenlijk het college de volgende vraag willen stellen. Is het college bereid om eerst na de zomer met ons gewoon een kaderstellende discussie in de commissie te voeren, waar we deze discussie kunnen voeren eer dat dit proces gestart wordt, zodat de raad dan op tijd in positie is en dit soort vragen kan stellen. Op basis waarvan is dit besluit genomen? Welke vragen gaan we stellen? Dat we dan de raad gewoon tijdig in positie brengen.
Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik begrijp de vraag. Hij is wel lastig, want we zijn al bezig met de inventarisatie, de duizend adressen. En ik heb nu niet de actuele informatie, want ik ben ook niet de portefeuillehouder. De laatste actuele stand heb ik niet. Maar het proces is al gestart. En in die zin doe ik toch een beroep op de rollen die wij hebben in dit proces, dat het onze verantwoordelijkheid is om als eerste de stap naar de samenleving te maken, om op te halen waar wij vervolgens mee aan de slag moeten. De heer Den Heijer: Voorzitter, in de tweede instantie dan. Dit is voor deze raad gewoon een serieuze zaak. En het levert hier ontzettend veel discussie op. We zijn eigenlijk met ons groot ongeluk voor de toekomst nu bezig. Het enige wat wij vragen, tenminste mijn fractie dan, zullen we na de zomer eerst met elkaar gewoon in de commissie hierover spreken, omdat er echt heel veel elementen in die hele notitie staan. Het zijn hartstikke veel stukken die er nog bijgevoegd zijn. En tegelijkertijd zitten er ook gewoon stukken tussen waar mijn fractie minder enthousiast over is. En zeker omdat de raad gewoon het budgetrecht heeft en uiteindelijk het laatste woord heeft en als eerste in positie komt als de participatie gestart wordt, ook in het kader van de vraagstelling, lijkt me het alleszins redelijk dat we na de zomer daar eerst met elkaar van gedachten over wisselen.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dank, voorzitter. Een beetje aardig doen. Dat is zijn laatste raadsvergadering. De voorzitter: Nee, ik ben hartstikke aardig, maar ik denk dat de meeste mensen ook wel even willen pauzeren. Mevrouw Stolk: Helemaal mee eens, want ik heb ook honger. Maar ik steun het voorstel van de heer Den Heijer. De voorzitter: Dank. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De heer Katif: Voorzitter.
74
De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Ook Beter voor Dordt sluit zich aan bij de bewoordingen van de heer Den Heijer. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Safranti ook? De heer Safranti: Dat geldt natuurlijk ook voor ons, want we hebben dat pleidooi niet voor niets gedaan. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ook wij sluiten ons aan bij het pleidooi van de heer Den Heijer. Het heeft ons heel erg verrast dat er ineens een Club van 100 is. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik hoor u. Ik hoorde ook vanuit de CU/SGP al van, kan er een raadsinformatiebrief komen. Dat is iets wat ik op korte termijn nog wel kan toezeggen, hoop ik, als de medewerkers nog even in huis zijn. En zoals ook in het plan van aanpak staat, met de raad is al een sessie aangegeven om die te houden. Ik zie dat ook gelijk als invulling van de VVD. En ik hoor u ook goed van, in die zin wat nog niet in uitvoering is, zet dat op hold. Maar wat ik net zeg van, er zijn al eerst stappen genomen. Ik weet even niet de stand van zaken. Die kan ik echt niet natuurlijk terugdraaien. Daar moeten we dan mee omgaan, zoals nu de situatie is. We hebben uw oproep gehoord. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan schors ik nu de vergadering. En ik wil voorstellen, ook op verzoek.... Nog heel even. Mensen, voordat we weggaan.
Ik wil de vergadering schorsen tot kwart over acht. Dan heeft u twee uur de tijd om te eten en ook met elkaar even na te denken over de moties en amendementen. Zien we elkaar kwart over acht hier weer terug. Vergadering is geschorst. Dames en heren, de vergadering is heropend. En ik wil u om stilte verzoeken. De vergadering is geopend, mensen. Gaat u snel zitten. Het is kwart over acht geweest. Ik wil de heer Schalken verzoeken om de vergadering kort over te nemen, zodat ik als portefeuillehouder ook nog kort het woord kan richten over de tweede termijn vanuit het college. De plaatsvervangend voorzitter: Portefeuillehouder, gaat uw gang. De heer Kolff: Dank. Er ligt één amendement wat in mijn portefeuille valt. Dat is het amendement A9 over vuurwerk. Daar hebben we zowel de vorige raad als in de commissie uitvoerig over gesproken. Daar heb ik eigenlijk niet zoveel aan toe te voegen, behalve dat er een toezegging door mij is gedaan over de communicatie. En die toezegging is inmiddels ook al uitgevoerd. Op de website staat inmiddels een heldere lijst van de vuurwerkvrije zones in Dordrecht, die goed toegankelijk is. En die zullen we ook tijdens de jaarwisseling en rondom de jaarwisseling duidelijker nog toegankelijk maken met een button op de homepagina. Als het gaat om het andere deel van het amendement, dan blijft het advies van het college staan dat we dat deel ontraden. En
75
wel om de redenen die al uitvoerig aan de orde zijn geweest. Dan nog mevrouw Stolk, voorzitter. Die heeft een vraag gesteld over, laat ik het zeggen, een aantal nare vormen van criminaliteit in de richting van met name ouderen. Nou zijn er allerlei vormen van criminaliteit die naar zijn. Maar ik kan me voorstellen dat met name kwetsbare oudere mensen die over straat lopen of thuis worden belaagd anderszins digitaal ook slachtoffer zijn van criminaliteit, dat we daar van alles aan moeten doen. En dat doen we ook. Zowel in de preventieve sfeer als ook de aandacht vanuit de politie. Het staat ook in het Integraal Veiligheidsplan van de gemeente opgenomen. En daarom ligt er ook een stevige prioriteit bij vanuit de politie. Dat neemt niet weg dat dit soort voorvallen er altijd zullen blijven. Dat kunnen we helaas niet voorkomen. Maar het gaat er ook om als het gebeurt hoe je ermee omgaat. Maar het heeft onze volle aandacht en ook stevige prioriteit, in het kader van een veiligere stad. Dank voor die vraag. En ik hoop dat u daarmee in ieder geval uit de voeten kunt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie nog een interruptie van mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Als dat mag, voorzitter? De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Dank voor de toelichting, voorzitter. Uiteraard zijn we daar content mee.
Alleen de laatste tijd heel veel in de stad worden senioren van hun pinpas afhandig gemaakt. Misschien dat daar de komende tijd wat meer aandacht op gevestigd kan worden. De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang. De heer Kolff: We hebben nu niet direct een verschuiving van prioriteiten, want alle aandacht van de politie die ergens op inzet, die wordt ergens anders weer afgenomen. Maar dit vraagstuk heeft al prioriteit. En wat ons betreft is dit zeer ernstig, zowel vanuit het gemeenteperspectief als vanuit het, laat ik het zeggen, OM perspectief. Als hier daders van te pakken zijn, dan worden die ook zeker door het OM voorgeleid en bestraft. En vanuit de politie is er ook prioriteit voor. Zowel regionaal als lokaal heeft dit prioriteit bij ons. En we willen gewoon niet dat onze oudere inwoners slachtoffer zijn van dergelijke vormen van criminaliteit. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Kolff: Dat was het, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Geef ik het woord weer terug aan u, voorzitter. De voorzitter: Dan hebben we daarmee de tweede termijn van raad en college gehad. En ik had gezegd dat er nog een mogelijkheid is voor een korte derde termijn, ook op verzoek van uzelf. Want dat is uit de evaluatie gekomen van de vorige keer dat we een Kadernota bespraken, dat er wel ruimte zou moeten zijn om in de tweede termijn met
76
elkaar het debat aan te gaan en in de derde termijn eventueel nog een motie of een amendement te kunnen intrekken of iets te kunnen wijzigen. Ik kijk even rond. En dan wil ik graag vingers zien wie van u behoefte heeft aan zo'n derde termijn, waarbij we niet opnieuw het volle debat aangaan, zoals we dat al hebben gedaan. Ik zie een aantal vingers. Ik ga dan, als dat het geval is, toch even iedereen langs. En dan begin ik bij Beter voor Dordt. Is er nog behoefte bij u aan een derde termijn? Dat is niet het geval. De VVD-fractie? Dat bent u, mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik heb eigenlijk nog eentje voor de veengronden, voorzitter. Want eigenlijk het hele verhaal over de verbonden partijen heb ik niet terug gehoord van het college. En ik moet mij, eerlijk gezegd, namens mijn fractie ook van het hart dat het college, wat zal ik zeggen, wat secuurder zou om kunnen gaan met de beantwoording vanuit de raad. Ik heb daar vrij uitgebreid mijn betoog op toegespitst, over de verbonden partijen. Daar wil ik eigenlijk verder geen toelichting op doen. Ik verzoek het college om daar gewoon op te reageren. Dan heb ik het tweede punt wat mijn fractie van het hart moet, is het verhaal rondom de participatie. Eigenlijk net aan het einde werd dat gewoon een beetje ongemakkelijk. En daar heeft de wethouder aan het einde, werd mij ook verteld...
Want op een gegeven moment was hij een beetje aan het stoppen en aan het weglopen. Maar misschien is het goed om gewoon eens te meer helder te hebben wat we nu met elkaar verder gaan doen in dit proces. Ik snap namelijk heel goed dat de wethouder het een en ander al in gang heeft gezet en dat je daar natuurlijk niet meteen het mes in kunt zetten. Tegelijkertijd is denk ik een breed gevoelde behoefte in deze raad om met elkaar wel meteen na de zomer een soort kaderstellend gesprek te voeren in de commissie, waarin ook bijvoorbeeld de vraagstelling en helder participatieproces terugkomt. Eigenlijk wat we normaal gesproken altijd zouden doen bij stukken die uit het college komen. Ik zou graag bevestiging van het college willen hebben op dit punt. Verder blijven onze moties ongewijzigd. En zal ik even nog iets openen. Zijn er nog dingen die voor ons nog veranderd zijn? Wij stonden in principe positief, tenminste gematigd positief tegenover die klimaatmotie. Maar ook gehorende nu de beraadslaging met het Perspectiefnota traject wat voor ons ligt, lijkt dat ons eerlijk gezegd weer eerder aan de orde te komen in een later stadium. We zullen dan nu daarmee tegenstemmen. En verder zult u het zien hoe de fractie van de VVD stemt. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de VSP-fractie. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, niet veel meer vanuit de VSP.
Alleen ik sluit wel aan bij de woorden van de heer Den Heijer, als het gaat over het participatietraject. Eens. En daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u zeer. Dan ga ik naar GroenLinks. Nee, geen behoefte aan een derde termijn. Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij trekken onze motie voor betere en veilige fietsroutes in. En we dienen hem graag opnieuw in als we het over de Mobiliteitsnota gaan hebben. Wel even van het hart dat het beeld gesuggereerd werd over bezuinigingen die we zouden willen doorvoeren op de fietspaden in het fietspark, of in het Stadspark. Dat is gewoon niet waar. Dat staat ook niet in de motie. En dat framet het ook verkeerd. We vinden enkel dat is vijftig miljoen voor recreatieve fietspaden in het Stadspark zelf te
77
veel is. En daarom stellen we voor om te investeren in het hele fietsnetwerk voor alledaags gebruik, in plaats van enkel in het park. Dat over die motie. We trekken ook de motie voor het Huisvestingsfonds op dit moment in. En we dienen hem dan weer opnieuw in als we het over de woningbouwvoorraad gaan hebben. En dan als laatste, wij sluiten ook graag aan bij het voorstel van de VVD om na de zomer verder te praten over de Club van 100 en de wijze waarop we met hen in gesprek gaan. Dat was het voor nu. De voorzitter: Dank u wel. En daarmee zijn de moties 19 en 20 ingetrokken. Dan ga ik naar de overkant, de ChristenUnie/SGP-fractie. De heer Struijk, gaat uw gang. De heer Struijk: Nee, dank u, voorzitter. We maken er geen gebruik van. De voorzitter: Prima. Dan gaan we naar de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. We zijn blij met de toezegging van de wethouder op onze motie, het lot van oude bomen in handen van de raad. Een goede invulling, denken wij. Die motie trekken wij in. Dan het amendement rattenoverlast. Ook daar zijn we blij met de woorden vanuit het college. Positief, maar we hebben ook signalen gekregen via de app dat de formulering misschien wat duidelijker kan. Zeker bij een amendement is dat wel belangrijk.
Ik heb even zitten afstemmen met het college en ambtelijke ondersteuning over een nieuwe formulering van de eerste alinea en het begin van de tweede. Dat hebben we gerealiseerd. Aan de inhoud is niets veranderd. De formulering is alleen verbeterd. En ik zou ook de partijen die zich afgelopen jaren druk hebben gemaakt om rattenoverlast... Ik kijk de VSP aan, Op Ons Eiland, DENK, Beter voor Dordt. Als deze partijen tegen dit amendement stemmen, moeten zij naar Crabbehof met het verhaal, wij hebben een derde bezuinigd op de rattenbestrijding en daar hebben we niks om tegenover te stellen. Als u instemt met dit amendement, dan kunt u nog zeggen, we hebben bezuinigd op de rattenbestrijding, maar we hebben ook geïnvesteerd in betere preventie, want wij willen dat uw wijk schoon wordt en dat rattenpopulaties op lange termijn op normale niveaus blijven. De heer Safranti: Voorzitter. De heer Groenewege: Dat is een oplossing voor de problemen in die wijk. En niet tot het einde der tijden ratten bestrijden met dweilen met de kraan open. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie van de heer Safranti. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Ik hoor DENK. Dan moet ik wel reageren, denk ik. Het was meer een dreiging van, o wee als het... Wij zitten daar gewoon heel anders in. Wij denken meer aan preventie dan aan de dieren in dit geval.
Dat wil ik even aan mijnheer Groenewege aangeven, dat we een andere methode kiezen dan de methode van mijnheer Groenewege.
78
De heer Groenewege: Voorzitter, als DENK voor preventie kiest, dan lijkt het me logisch dat ze voor ons amendement pleit, wat budget vrijmaakt voor preventie. Maar daar hou ik het even bij. Ik zal het gewijzigde amendement naar u toe brengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de CDA-fractie. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het heel kort houden. We sluiten ons samen bij het verzoek omtrent de Club van 100. En voor de rest houd ik het erbij. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Gaan we naar DENK. De heer Safranti. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Vanuit ons kan twee dingen. De motie 15A hebben we aangepast naar aanleiding van de uitspraak ook van de wethouder. Die hebben we aangepast naar Q1 2025. Die wil ik vooralsnog even indienen, de gewijzigde motie. De voorzitter: Dat is 15A. En dat wordt dan 15B? De heer Safranti: Bijvoorbeeld. En het tweede punt, dat hebben volgens mij ook meerdere partijen hier genoemd. Dat gaat over het participatieproces. Dat heeft in mijn ogen geen schoonheidsprijs gewonnen. Alleen wacht ik ook zo toch de uitspraak van de wethouder even af hoe zij, of in dit geval de wethouder erover denkt om na de vakantie of na het zomerreces met eventuele stappen te komen. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Hartelijk dank. Dat wordt dan motie 15B. En 15A is daarmee ingetrokken.