CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2024.06.18 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 juli 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 18 en 19 juni 2024 en de Dordtse Dinsdag van 4 en 11 juni 2024 Vergaderzalen 1, 3, 551.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Dat is niet hoe GroenLinks deze bezuinigingsopgave tegemoet wil komen. Wij willen gewoon prioriteiten gaan stellen. We hebben te maken met flinke uitdagingen. Dat kan betekenen dat je enkele dingen los moet laten of flink wat gaat versoberen, maar dat je ook meer gaat inzetten op onderwerpen wat veel belangrijker is. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, de heer Uysal heeft het initiatief genomen in februari voor een motie die eigenlijk de bezuinigingen van het Rijk afwijst. Als de heer Uysal zegt dat alles op tafel moet komen te liggen, moet dan ook verzet tegen deze bezuinigingen en weiger ze uit te voeren op tafel komen te liggen en niet braaf ze gewoon maar uitvoeren? De heer Uysal: Voorzitter, wat wij hebben gedaan, tenminste wat het college heeft gedaan, is een jaar lang wachten en niet meteen bezuinigingen doorvoeren. En als ik ook een beetje rondkijk in de rest van het land, zijn er heel veel gemeenten die de bezuinigingen al hebben doorgevoerd. En als je eenmaal ergens op bezuinigt, dan is het heel moeilijk om dat weer te herstellen. Wat we eigenlijk nu doen, is ook invulling geven aan uw motie. Want we hebben nog helemaal geen bezuinigingen doorgevoerd, wat tot veel pijn gaat leiden in de stad. Maar wij hebben wel de opties op tafel gelegd. En die inventarisatie gaan we volgend jaar alsnog doen, voor het geval dat.

En ik vind dat we ook voorbereid moeten zijn op het meest slechte scenario. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer.

44

De heer Den Heijer: Nog even terugkomend op dat punt van de Dordtpas. Gaat het mij om precies te begrijpen wat de heer Uysal bedoelt. Want ik kan me namelijk vanuit zijn politieke beweging goed voorstellen dat hij enthousiast is over de Dordtpas. Dat zijn wij ook, maar we zouden hem graag op een andere manier willen inzetten. De vraag is even, u bent er voor dat die aanbesteding wordt gedaan, maar gelijktijdig bent u er ook voor dat het in de brede financiële afweging wordt meegenomen. Zou dat voor u ook kunnen betekenen dat we de aanbesteding aangaan en dat we er dan toch later gewoon van afzien om financiële redenen? De heer Uysal: Voorzitter, dat zijn ietwat technische vragen. Het belangrijkste is voor ons dat de toekomst van de Dordtpas niet in gevaar komt. En als we ervoor kunnen zorgen dat de aanbesteding op een andere manier ingevuld kan worden dan hoe het hiervoor ging, zodat we de toekomst wel borgen, maar het ook kunnen meenemen in de totale afweging, dan sta ik daar ook open voor. De heer Den Heijer: Misschien wat scherper geformuleerd, voorzitter. Dat het verder over de jaren heen gaat, dat vind ik op zichzelf inconsequent. Maar als het bijvoorbeeld binnen budget blijft, dan zou het kunnen.

Bent u met ons van mening dat het misschien wel net iets over dat jaar heen kan, maar dat het dan wel binnen budget moet blijven? De heer Uysal: Voorzitter, om nu op voorhand al te spreken over het budget van de Dordtpas, dat vind ik lastig, omdat ik er totaal geen beeld bij heb dat wanneer we het budget verlagen van de Dordtpas wat dat gaat betekenen voor de uitvoering en voor het effect daarvan. We zien dat de Dordtpas nu heel goed gebruikt wordt in de stad. Dat veel mensen daar gebruik van maken. En GroenLinks ziet graag dat dat ook in de toekomst gewoon zo doorgaat. De heer Den Heijer: Maar voorzitter, dan begin ik toch wat vragen te krijgen bij wat de heer Uysal dan precies zegt. Want je kunt niet een aanbesteding doorzetten en het vervolgens gelijktijdig financieel afwegen naderhand. Het is niet van twee één. Het is of we zeggen nu, die Dordtpas gaat gewoon gelijkmatig op tafel, net als alle andere dingen, zoals handhaving, uw klimaataanpak, de armoedegelden, alle dingen die we incidenteel hebben afgesproken, of u zegt, ik maak op één punt een uitzondering. En dat is misschien dan inconsequent, maar dat is gewoon de consequentie van onze politieke keuze. De heer Uysal: Voorzitter, volgens mij, zoals het ook in de Perspectiefnota staat en ook in de jaarstukken, hebben we gewoon te maken met een aanbestedingsprocedure.

Ik begin me ook langzamerhand af te vragen wat de VVD dan met deze Dordtpas wil. Want volgens mij is de VVD één van de weinige partijen die kennelijk de Dordtpas niet ziet zitten. Wij zien dat anders. Wij willen gewoon dat de Dordtpas ook verder gaat. We moeten kijken hoe we dat kunnen inpassen in de grote bezuinigingsopgave waar we mee te maken hebben. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Pichel.

45

Mevrouw Pichel: Dank wel, voorzitter. In dit mooie debat vind ik het toch ook even belangrijk om helder te krijgen dat ik goed begrijp wat de heer Uysal zegt. Graag even een bevestiging of een correctie, als ik het niet helemaal volg. Want de heer Portier gaf het net ook al aan, dat de heer Uysal of zijn een partij in ieder geval degene was die het voortouw heeft genomen in dat Raden in Verzet om te zeggen naar het Rijk, kom over de brug. Laat ons niet hangen. Maar vervolgens hoor ik de heer Uysal ook zeggen, maar als het Rijk niet over de brug komt, dan moeten we inderdaad de belasting en de lasten verhogen. Dan komt het natuurlijk bij onze inwoners te liggen. Begrijp ik dat goed dat dat dan de wil is van de heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, die motie werd ingediend voordat er verkiezingen waren of voordat het nieuwe kabinet er nog was. Nu is het nieuwe kabinet er. We weten inmiddels dat het probleem niet opgelost gaat worden. We weten nu ook waar we aan toe zijn. Maar we hebben wel tot dat moment gezegd, laten we niet nu de bezuinigingen gaan doorvoeren. Laten we eerst meer duidelijkheid krijgen. En die duidelijkheid hebben we nu. En die duidelijkheid betekent wel dat de problemen, waar alle gemeenten in Nederland mee te maken hebben, niet opgelost gaan worden. Wat GroenLinks zegt, eerst moeten we inderdaad gaan kijken naar de eigen organisatie.

We moeten eerst gaan snijden in eigen vlees, zoals andere partijen dat ook aangaven. Maar deze opgave is zo groot, en ook voor de toekomst, dat we het daar alleen niet mee redden. We moeten echt alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat we een sluitende begroting krijgen. En daar horen ook inderdaad lastenverhogingen bij. Mevrouw Pichel: Korte vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Maar begrijp ik het dan goed van de heer Uysal dat hij nu zegt dat het Rijk komt niet over de brug en dat laten we maar zo, dan ligt het bij onze inwoners? Is dat echt zo of zouden we nog even moeten doorgaan om het niet zomaar te accepteren dat er mogelijk geen gelden komen? De heer Uysal: Nee, voorzitter, dat zit niet zo. We leggen niet meteen rekening bij onze inwoners. Dat is niet eerlijk. Dat is ook niet hoe wij deze oplossing zien voor dit vraagstuk. Maar we hebben wel te maken met bepaalde feiten. Wij hebben gewoon te maken met het uitvoeren van wettelijke taken. Maar wij hebben ook als stad ambities om te groeien, om onze voorzieningen in stand te houden. Dat heeft een prijskaartje. En we hebben tot nu toe altijd tot op het laatste moment gewacht van, komt er nog misschien een oplossing? Die oplossing komt niet. Dan kan je ook niet blijven wachten totdat het helemaal misgaat. Voorzitter, ik kom tot een einde van mijn woordvoering.

Waar het op neerkomt, alles bij elkaar opgeteld, is dat we te maken hebben met veel tegenwind. En dat doet me denken aan een citaat van voormalig minister-president Jan Peter Balkenende. “Ik ben een Zeeuw. En als er tegenwind is, fiets ik gewoon wat harder.” En die nuchtere blik en dat harde trappen zit ook in ons karakter. Want als we dat niet doen, komen we tot stilstand en bereiken we ons einddoel nooit. En we hebben inderdaad ook een Zeeuw in ons college. Maar door degene met de beste conditie op kop te laten rijden, ontzien van anderen die het moeilijker hebben en blijven we op koers. Op koers naar een menselijk, eerlijk en duurzaam Dordrecht. Dank u wel.

46

De voorzitter: Hartelijk dank. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Er is nog een interruptie van de kant van de heer Den Heijer. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Toch nog even terugkomend op inderdaad de keuzes die we moeten maken. Ik vind dat de heer Uysal daar een terecht punt over maakt. En met name ook hoe we kijken naar onze Gemeenschappelijke Regelingen. De veiligheidsregio, de Dordtse Kil, de GR Sociaal, DG&J. En voor de zomer komen die algemeen besturen bij elkaar. Dat is na herhaaldelijk vragen de antwoorden van technische vragen die we eindelijk hebben gekregen. Waarvoor dank. Staat dat het algemeen bestuur van deze Gemeenschappelijke Regelingen hun begrotingen gaan vaststellen bij de Gemeenschappelijke Regeling. En bent u met ons van mening dat het college geen financiële onomkeerbare besluiten daar kan nemen, eer dat wij dat hebben in kunnen zien, om vervolgens ook een oordeel te kunnen vellen in het totaalpakket wat bij de begroting ligt. Anders gesteld, we kunnen onze verbonden partijen niet zomaar ontzien, dat we daar niet naar hebben kunnen kijken voordat we bij de begroting de financiële afweging hebben kunnen maken.

Bent u bereid om daar het college op te bevragen of zij daar geen onomkeerbare financiële besluiten gaat nemen voor de zomer? De heer Uysal: Voorzitter, dat vind ik een beetje lastig, omdat de zienswijzen op de begroting van al die verbonden partijen nog onlangs in de Agendacommissie waren en geen enkele partij hier heeft daar een opmerking over gemaakt of dat op de agenda gezet. En nu probeert de VVD achteraf dan toch via een hele gemankeerde route, zal ik maar zeggen, dat weer op de agenda te zetten. Ik ben het wel met u eens dat de kosten van de verbonden partijen en ook de begrotingen daar enorm de spuigaten uit loopt. Ik wilde zeggen, begint te lopen, maar het is al jaren zo. En het is een terecht punt van de VVD ook dat we die begrotingen van de verbonden partijen moeten betrekken bij onze eigen begroting. We moeten ook naar de verbonden partijen kijken van, jongens, wij staan als gemeente voor een grote opgave. Jullie moeten ook kritisch naar jezelf kijken. Maar het is ook een beetje een gepasseerd station, wil ik tegen de heer Den Heijer zeggen, voorzitter. De heer Den Heijer: Voorzitter, afrondend. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Heijer: Dat maakt u ervan. Dat maakt de heer Uysal ervan, dat het een gepasseerd station is.

Want als inderdaad al die begrotingen gewoon vastliggen en wij vervolgens pas een half jaar later of een paar maanden later het over onze eigen begroting gaan hebben, dan staan zaken bij de Dienst Gezondheid & Jeugd, Sociaal en de Veiligheidsregio al vast. En waar we dan vervolgens het gesprek over gaan voeren, is hoe we gaan snoeien op onze eigen gemeentelijke organisatie, waardoor er gewoon echt problemen gaan ontstaan. En bent u niet met mij van mening dat we dat echt altijd gelijktijdig moeten laten oplopen, zodat we inderdaad die brede financiële afweging kunnen maken?

47

De heer Uysal: Voorzitter, wij hadden geen opmerkingen op de begrotingen van de verbonden partijen. En de VVD ook niet. Ik vraag me af welke punten de VVD dan wil inbrengen en waarom ze dat niet eerder hebben ingebracht. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we daarmee ook de termijn van GroenLinks gehad. Gaan we door naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij lezen een heldere Perspectiefnota. We vinden ook goed geschreven. Daarvoor dank aan alle ambtenaren die zich daar zo hard voor hebben ingezet. Maar we lezen ook veel opsommingen en weinig voorstellen met perspectief. Tijdens het lezen houdt ons vooral de vraag bezig, welke politieke keuzes worden er nu gemaakt en hoe gaan we dat doen? Met het oog op alle uitdagingen denken we dat de volgende prioriteiten leidend moeten zijn. Dat is als eerste sociale woningbouw. We hebben er al aardig wat tijd aan besteed. Een groot en groeiend aantal mensen, waarvan vele hardwerkend, maar met een bescheiden inkomen, heeft geen perspectief op een huis. Dat zijn inderdaad mensen die een modaal inkomen verdienen. En dat is slopend, zowel fysiek als mentaal. Voor deze mensen moeten we woonruimte regelen. En dat betekent dat we meer sociale huurwoningen moeten bouwen. Dit zorgt op langere termijn voor minder kosten van opvang en zorg en voor gelukkigere levens.

Het geld dat is gereserveerd voor het XXL park is grotendeels bestemd, op dit moment, voor asfalt en beton en voor infrastructuur. En wij willen dit graag inzetten voor het bouwen van meer sociale huurwoningen of met een deel van de ingeboekte inkomsten van de groei van onze stad. Wij komen namelijk op hogere groei-inkomsten. En we hebben daar technische vragen over gesteld, maar we komen daar graag in de commissie op terug. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Waar ligt de grens van de Partij van de Arbeid, waar het gaat om de realisatie van sociale huurwoningen? Is dat zestig, zeventig, tachtig procent van de woningen? Mevrouw Schnabel: Bij ons ligt de grens, en dat ligt ook in de provincie, want die afspraak is gemaakt, idealiter op veertig procent. En we zien nu dat op veel plekken waar sociale huurwoningen gebouwd zijn, dat daar al sociale huurwoningen stonden. Dat die gesloopt zijn. Dat er feitelijk zo ontzettend veel sociale huurwoningen niet bijgekomen zijn. Alleen nieuw gebouwd. De heer Den Heijer: Voorzitter, dat zijn andere afspraken dan die ik gelezen heb met de provincie. Maar dat terzijde. Ik constateer dat u mikt op één Stadspark, maar ik denk dat u dan in de onderbouwing misschien wel vier Stadsparken nodig heeft om dat te kunnen betalen. Mevrouw Schnabel: In de investering gaat het over zestig miljoen.

Dat is best een groot bedrag. En we denken dat daar veel van bestemd kan worden voor sociale huurwoningen. Om verder te gaan, we zien dat commerciële woningbouw onzeker is door de hoge kosten. Als we als gemeente investeren in deze woningen en afspraken maken met corporaties en ontwikkelaars over woningaantallen en budget, is afname van

48

een deel van de woningen al meteen zeker. Ook ontwikkelaars kunnen hun steentje bijdragen aan betaalbaar wonen als zij meer financiële zekerheid hebben. Op deze manier kunnen we de woningbouw een extra impuls geven. En dan ten tweede. Het Rijk maakte enige jaren geleden de keuze om de gesloten jeugdhulpverlening af te bouwen. Door deze afbouw kwam er een golf aan kosten op ons af. Die golf was af te remmen geweest door onder andere de Hervormingsagenda in te zetten. Hierin ligt de nadruk op preventie. Inzet op en uitvoering van deze Hervormingsagenda is in Dordrecht tot nu toe nauwelijks gelukt. Wij vragen ons daarom ook af, is de wethouder het niet met ons eens dat als we eerder gestart waren met de uitvoering van deze agenda de kosten wellicht minder hoog waren geweest en we hier niet steeds opnieuw geld bij hadden moeten leggen? Wij vinden het onbegrijpelijk dat de wethouder zo weinig prioriteit lijkt te zien in een stevige sturing op de uitvoering. We willen graag resultaten zien, zodat kinderen, jongeren en ouders weer perspectief zien Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, zijn er ook plaatsen bekend waar die Hervormingsagenda dan wel eerder opgestart is en waar betere resultaten gehaald zijn? Daar ben ik wel heel erg benieuwd naar.

Mevrouw Schnabel: Dank u wel voor deze vraag. Utrecht is een voorbeeld waarin die Hervormingsagenda krachtiger is opgepakt en waar ze nu ook al veel verder zijn. Maar we komen daar graag nog wat uitgebreider op terug in de commissie. Maar dat is wel een voorbeeld van een stad waar dat goed is opgepakt. En dan ten tweede, aangezien jongeren het dichtst bij jongeren staan, moeten we meer inzetten op plekken waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Op dit moment word je bijna overal weggestuurd. Er zijn veel mooie en goede initiatieven, zoals Wij voor de Jeugd, buurtinitiatieven in Krispijn en ‘t Staartje aanbiedt. Maar een deel van hen kampt ook met ruimtegebrek, ’t Staartje, of kunnen door warmte in de zomer geen gebruik maken van de locatie. De locatie in Krispijn, waar Wij voor de Jeugd nu gebruik van maakt bijvoorbeeld. En we zouden dat graag willen verstevigen. En dan als derde punt. Het is geen nieuws dat het als onveilig wordt ervaren op het Leerpark, door zowel ouders als jongeren. We hebben daarom duidelijke communicatie nodig over wat er aan veiligheid wordt aangeboden. Want veel jongeren die wonen op het Leerpark, voelen zich ook in de avonduren onveilig. Denk bijvoorbeeld aan weinig verlichting en meer toezicht. En als we naar het mbo onderwijs kijken, zien we wel een terugloop bij de opleidingen waar juist vraag naar is in stad en regio.

En dan hebben we het bijvoorbeeld over opleidingen in logistiek en transport. We vragen ons af hoe dat kan, zeker met oog op het duurzaam begeleiden van jongeren naar passend werk. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Gewoon nieuwsgierig of mevrouw Schnabel het met mij eens is dat jongeren natuurlijk ook wel voor een gedeelte iets gaan doen waar ze zelf energie van

49

krijgen en waar ze het goed op kunnen doen in plaats van per se een sector waar veel werkgelegenheid is. Mevrouw Schnabel: Zeker. Dank voor deze vraag. Jazeker. Ik bedoel, jongeren moeten natuurlijk kunnen doen waar ze zin in hebben om te doen. Maar het is toch wel opmerkelijk dat in de regio er veel vraag is naar logistiek en transport en dat je juist ziet dat op het mbo die opleidingen teruglopen. Wij zijn gewoon benieuwd of daar een correlatie tussen is en wat daarover voor informatie te geven is. En dan kort samenvattend zien we graag, als het over jongeren gaat, prioritering op sociale en fysieke veiligheid in het Leerpark, aandacht voor mbo 1 en 2 niveau, met betrekking tot schooluitval en, iets leuks, een toevoeging op de introductiedagen. We denken dan, laat werkgevers uit de regio onderdeel uitmaken van deze dagen, zodat jongeren bewuster kunnen kiezen voor een vak of beroep, of een snuffelstage. Die aantrekkelijkheid van de stad mag zich ook meer in de wijk tonen. In de Perspectiefnota lezen we dat 150.000 euro voor cultuur is vrijgevallen. We dienen daarom een motie in, samen met GroenLinks, om deze 150.000 euro te bestemmen en in te richten voor een fonds eenmalige culturele initiatieven in en vooral vanuit de wijk.

Deze zogenaamde community art projecten geven een stem aan bewoners, vergroten het zelfvertrouwen en versterken de leefbaarheid en sociale cohesie in de wijk. Voorzitter, tot slot, de Perspectiefnota is helder. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Mevrouw Schnabel ging ineens heel snel. Ik hoorde haar iets zeggen over voortijdig schoolverlaten van mbo 1 en 2. Wat vindt zij van school verlaten in het algemeen? Want volgens mij laat je een heleboel andere studenten en leerlingen daarmee in de steek. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Mevrouw Koene weet ontzettend veel over schooluitval. Zij is er natuurlijk in gespecialiseerd. Wij vinden het belangrijk om vooral in te zetten, ook omdat we dat teruglezen en terughoren dat op mbo 1 en 2 niveau de meeste vroegtijdig schooluitval plaatsvindt. En dat heeft onder andere te maken met het niet goed beheersen van de taal, maar ook door andere problemen. Bijvoorbeeld niet goed in staat zijn om echt helemaal zelf je school in te richten. Wij zetten graag vooral op mbo 1 en 2 niveau in, om daar de grootste problemen op te voorkomen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat we de rest van de schooluitval willen negeren. We denken alleen dat het belangrijk is daar op te prioriteren. Tot slot, de Perspectiefnota is helder, maar schetst onvoldoende perspectief.

Goed besturen, vinden wij, gaat over aandacht voor sturing op de uitvoering en het hebben van oog voor juist die mensen die nu noodgedwongen achterblijven. De moties die toegezegd of aangenomen werden, daarvan zien we in de praktijk nog niet of onvoldoende terug. We denken dan bijvoorbeeld aan de voorzieningenmonitor, waarin jongeren opgenomen zouden worden, we hebben dit toegezegd gekregen, maar zijn hierover nog niet geïnformeerd, een gesprek met de corporaties over jongerenhuisvesting, met oog op de Troelstraweg, en de begeleidingscommissie van het azc. We zijn benieuwd hoe het daarmee gaat. Voorzitter, als we onze stad met al onze inwoners perspectief willen geven, dat hebben

50

we immers beloofd, moeten we dat ook echt samen doen. Dat betekent dat we onrust wegnemen. Die onrust blijkt onder andere uit de brief van het armoedeplatform, waarover de aankomende bezuinigingen zorgen geuit worden. En moeten we meer zekerheid bieden. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee hebben we de inbreng van de Partij van de Arbeid gehad. Ik heb even digitaal een verzoekje gekregen vanuit één van u om kort te schorsen voor een, laten we zeggen, momentje om even de handen te wassen. Ik wilde daar vijf minuten voor uittrekken. Om half vijf weer met u verder gaan. We zijn kort geschorst. Mensen we gaan verder. De vergadering is heropend. Geldt ook voor de fractievoorzitters van GroenLinks en VVD. Gaat u zitten, alstublieft. De vergadering is heropend. Het woord is aan de heer Struijk. Dank u wel. De heer Struijk: Dank, collega's. Nogmaals dank, voorzitter. En dank aan iedereen die meegewerkt heeft aan de totstandkoming van deze Perspectiefnota. Voorzitter, er gebeurt veel in de wereld wat ons zorgen baart. De heer Uysal heeft er al even aan gerefereerd. En ik ga dat ook nog even doen. Natuurlijk is het elk jaar zo, maar de verschrikkingen die lijken nu wel over elkaar heen te buitelen. En er komt geen einde aan. Neem allereerst de oorlogen die dagelijks in het nieuws zijn. Dan zijn er conflicten waar je minder over leest, maar die daarom niet minder erg zijn.

Bijvoorbeeld Zuid-Soedan, waar miljoenen mensen op de vlucht zijn en al honderdduizenden slachtoffers vielen. Congo, waar minstens 120 verschillende strijdgroepen actief zijn, vanwege de zo gewenste bodemschatten. Meerdere landen kampen met overstromingen, in 4 verschillende werelddelen. Anderen juist met ongewoon hoge temperaturen. En in ons eigen land duurt de herfst al negen maanden, wat veel mensen chagrijnig maakt, maar voor de landbouw en natuur natuurlijk ook grote gevolgen heeft. Dit alles doet me denken aan wat de apostel Paulus 2.000 jaar geleden al opschreef, dat heel de schepping zucht gezamenlijk. En gezamenlijk als in barensnood verkeert tot nu toe. Het gaat niet goed met de wereld. Voorzitter, als we met het voorgaande in ons achterhoofd de Perspectiefnota lezen, dan vallen onze problemen wel mee. Ruim 20 miljoen per jaar ombuigen en we zijn er. Helaas, zo eenvoudig is het nu ook weer niet, want ombuigingen hebben gevolgen. Kunnen mensen raken en kunnen heel veel pijn veroorzaken. Vandaar dat we over elke maatregel goed moeten nadenken en daarom ook tijd nodig hebben. Gelukkig is die tijd er, want de echte problemen ontstaan pas in 2026. Voorzitter, je hebt geluk als je niet als eerste hoeft. Er zijn een aantal mensen voor me geweest. Er zijn positieve dingen genoemd. Daar kan ik me weer aansluiten.

De VVD bijvoorbeeld noemde het bouwtempo wat boven het landelijk gemiddelde ligt. De werkgelegenheid die toegenomen is. Prima. GroenLinks, verduurzaming, zijn we ook blij mee. En dat de bomen in ieder geval tot nu toe nog beter onderhouden kunnen worden dan een paar jaar geleden. Helemaal prima. Tegelijk zijn er ook zorgen. Afvaldumping. We delen het met Beter voor Dordt. En de leefbaarheid. Er wordt aan gewerkt, maar helemaal perfect is het in ieder geval voorlopig nog niet. En voorzitter, we zijn niet alleen blij met de Perspectiefnota, maar ook met de bespreking van de Perspectiefnota tot nu toe. Nadat vorige maand mevrouw Pichel een prachtig Bijbels referaat hield, kwam nu zelfs mevrouw Stolk met een Bijbels voorbeeld. U begrijpt, dat is voor ons uitermate moedgevend. Voorzitter, in de Perspectiefnota worden uiteraard veel bedragen genoemd. Laten we echter nooit vergeten dat in vrijwel alle

51

gevallen achter die grote getallen mensen schuilen en menselijk leed. Er gaat veel geld naar kwetsbare inwoners. Maar als we daarin gaan snijden zonder naar de impact te kijken, vergroten we het leed. En dat wil toch niemand. Mogelijk zijn er alternatieve oplossingen te bedenken, die uiteindelijk geld besparen. Neem bijvoorbeeld jeugdhulp. Daar worden miljoenen aan besteed. Dat betekent dat er veel jongeren zijn met grote problemen en veel ouders met grote zorgen. Wat zou het mooi zijn als we daar verandering in konden aanbrengen. Een stabiel gezin is voor een kind een fijne plek. Helaas zijn niet alle gezinnen en relaties stabiel. Vandaar dat Dordrecht een adviespunt SKO, Scheiden Kind en Ouderschap kent. Wij zouden graag ook hulp bieden aan ouders die hun relatieproblemen willen aanpakken of voorkomen. En wel door te zorgen dat het, ik noem het even, echtscheidingsloket ook een relatieloket wordt. En daar dienen we dan ook een motie voor in. Een ander punt. De heer Groenewege: Voorzitter. De heer Struijk: Ik hoor iets. De voorzitter: Ik hoor ook iets. De heer Groenewege. Iemand eigenlijk. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Dat klopt. Dank u wel. Wij zijn wel benieuwd waar de ChristenUnie/SGP vindt dat de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor relaties eindigt en de persoonlijke verantwoordelijkheid voor relaties begint? De heer Struijk: Dank voor de vraag, voorzitter.

Dat is heel makkelijk, daar heb ik eigenlijk geen antwoord op. De gemeente is niet verantwoordelijk voor relaties. De gemeente heeft ook helemaal niet de bevoegdheid om achter de voordeur te komen. Tenzij er sprake is van een geweldssituatie, maar verder niet. Vragen we ook helemaal niet om. Er zijn wel mensen die zelf vragen om hulp. We weten allemaal dat er wel een getalsmatig verband is tussen echtscheiding en kinderen met problemen. Lang niet alle kinderen van gescheiden ouders hebben problemen, maar er is wel een veel hoger percentage dan als je kijkt naar de kinderen in stabiele gezinnen. Is gewoon een onderzoek geweest van het ministerie. Daar staan die cijfers in. En dat betekent als je dat leed ook maar een beetje kan voorkomen, bespaar je leed, maar ook geld. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog twee interrupties. Als eerste de heer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik beschouw mezelf maar een beetje als ervaringsdeskundige op het gebied van kind van gescheiden ouders. Beseft de heer Struijk dat een statistische band niet per se een oorzakelijk verband is? En dat als je de pool van mensen die nog bij elkaar zijn neemt, daar zitten goede relaties bij, er zitten slechte relaties bij. En je vergelijkt dat dan met de mensen die gescheiden zijn, die per definitie uit een niet goed verlopen relatie komen, dat dat eigenlijk appels en peren vergelijken is.

En beseft de heer Struijk niet dat een echtscheiding ook af en toe een opluchting kan zijn voor kinderen en een situatie van kinderen sterk kan verbeteren? De heer Struijk: Ja. Maar dat is een beetje kort door de bocht. Maar ik begrijp dat heel goed. Wij begrijpen dat heel goed. Er zijn situaties dat je misschien wel blij moet zijn met een echtscheiding. Dat snappen wij ook. Tegelijkertijd, nogmaals, de cijfers wijzen wel uit

52

en mijn ervaring in het onderwijs, 43 jaar lang, die zou ik ook met u kunnen delen. In heel veel gevallen is er wel degelijk verband. Thuis een relatie waar ze de tent uitvechten, is niet fijn. Dan is de oplossing, ga maar uit elkaar. Scheiden, het nieuwe normaal. Dat is er één. Maar dat is lang niet altijd nodig. En voor een kind is het in veel gevallen veel beter als die relatie behouden zou kunnen worden. Ik zeg niet, wij zeggen niet ten koste van alles. Zeker niet. Het moet voor een kind ook veilig zijn. Maar ik kan persoonlijke voorbeelden noemen van relaties die fout dreigden te gaan en waar een vorm van therapie wel degelijk geholpen heeft en waar het nu heel erg goed gaat. Het kan echt werken, maar niet altijd. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Safranti. Die had ik als eerste het woord beloofd. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook ik heb een vraag rondom deze kwestie. Ik kan het helemaal volgen. En ik begrijp de situatie en waar u ook naartoe wil. Alleen denk ik, wat mijn collega Groenewege ook al aangaf, dat dat geen taak voor de gemeente moet zijn. Maar bijvoorbeeld ook de huisarts die daar een rol in heeft. Maar ook de wijkteams die wij kennen in de wijken. Die doen dit al, zover ik het weet. Hebben jullie daar ook naar gekeken. De heer Struijk: Dank u wel voor de vraag.

We hebben er ook naar gekeken. En wij weten dat inderdaad er huisartsen zijn die hier een belangrijke rol spelen. Ik vrees overigens dat dat vroeger meer was dan nu, want je komt niet meer zo makkelijk bij een huisarts binnen. De Sociale Wijkteams weet ik ook. Maar ik zeg er wel direct bij, dat zijn hele aardige en bekwame mensen, maar geen experts op het gebied van relaties. Ik kan ook een tip geven, ga een weekendje samen uit. Is goed voor je huwelijk. Prima. Maar daar red je natuurlijk een huwelijk niet mee. Daar is meer voor nodig. Er zijn mensen die speciaal hiervoor opgeleid zijn. Die kunnen daar meer in betekenen als alleen een wijkteam. En als we het over de taak van de gemeente hebben, enzovoort, de kosten van jeugdhulp zijn wel voor de gemeente. Punt uit. Heel vaak, en dat kunt u lezen in het onderzoek wat als bijlage meegestuurd is, blijkt dat eigenlijk de oorzaak bij de ouders zit. Maar dan worden de kosten eigenlijk op het bordje van het kind en via het kind op ons bordje gelegd. Dan zou je kunnen zeggen, dat is eigenlijk niet terecht. Als je dan op een andere manier kan voorkomen dat die kosten gemaakt hoeven te worden, dan is het toch een win-winsituatie. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De heer Struijk: En sterker nog, ik denk veel meer dan een win-winsituatie. Je bespaart uiteindelijk geld en je maakt misschien ook nog een aantal kinderen een stukje gelukkiger.

En dat laatste vinden wij het allerbelangrijkste. De voorzitter: Mevrouw Kruger, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Ik snap heel goed de redeneringen die de heer Struijk hanteert van, kinderen worden gelukkiger als de ouders gelukkig zijn. Daarnet werd er al genoemd, het Sociaal Wijkteam heeft mensen die kunnen helpen als er

53

problemen in een gezin zijn. En die hebben wel degelijk relatietherapeuten in dienst, net zo goed als alle andere instellingen, GGZ, scholen, noem maar op. Ik ben echt een beetje aan het zoeken wat nu de meerwaarde is van een loket waar mensen zitten die relatietherapie gaan geven. De heer Struijk heeft zeker een punt als hulp die aan ouders moet worden gegeven uit de jeugdhulp betaald wordt. Ik denk dat daar een duidelijke scheiding in moet kunnen zijn. Maar om te zeggen, we moeten een speciaal loket gaan oprichten voor relatietherapie. Relatietherapeuten kan je overal vinden. En volgens mij is er ook in de pastorale... De voorzitter: Uw punt is helder. Mevrouw Kruger: Ja toch? De voorzitter: Het punt is helder. Ja, zeker. Mevrouw Kruger: Dank u voor uw geduld. De heer Struijk: Dank u wel voor de vraag, mevrouw Kruger. Ik begrijp hem helemaal. En dat laatste kan ik alleen maar beamen. Ik weet bij ons in de kerk bijvoorbeeld wordt dat gewoon gedaan. Er zullen ongetwijfeld meer kerken zijn die het doen. Samen Dordt doet eraan. Maar er zijn ook heel veel mensen die de stap naar een kerk normaal al niet maken en dan ga je het ook niet doen als er iets met je relatie aan de hand is. Die misschien ook niet in het wijkteam terechtkomen. En wij pleiten niet voor een nieuw loket. Wij pleiten voor het loket wat er is, om dat een beetje uit te breiden.

Al zou je er een paar mensen mee helpen. Dat is winst. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Een beetje in het verlengde met dat mevrouw Kruger net vroeg. Ik snap eigenlijk wel waar de heer Struijk vandaan komt. En ik hoor ook de nuance. Dat vind ik ook heel mooi. Maar mijn vraag gaat inderdaad ook naar, ik kan me voorstellen er zijn natuurlijk therapeuten. Daar kunnen mensen naartoe. Maar ik heb het idee dat het idee van dit plan is dat er natuurlijk ook mensen zijn die daar geen gebruik van maken of geen gebruik van kunnen maken. Dit zou een soort aanvullende oplossing zijn. Begrijp ik dat zo goed? De heer Struijk: U begrijpt het helemaal goed. De voorzitter: Mooi. Gaat u verder. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik heb nog één vraag, als het mag. De voorzitter: Ik kan hem u niet weigeren. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Dank u wel. De voorzitter: Niet als u zo kijkt. Gaat u verder.

54

Mevrouw Kruger: Dank u voor uw vriendelijkheid. In Hendrik-Ido-Ambacht is er zo'n loket. Is daar al iets over bekend, over de uitslag, dat daar minder ongelukkige kinderen zijn of dat daar relaties beter gaan verlopen? De heer Struijk: Dat hebben we nog niet nagevraagd. Er is wel contact geweest met het loket. Wij weten ook dat het er in Ambacht is. En wij hebben de stellige overtuiging als het geen succes heeft, dan zou het wel gesloten zijn. Ik denk dat er wel degelijk iets bereikt wordt. Maar we gaan dat zeker navragen. En dat gaan we proberen te doen voor het debat in de commissie. De voorzitter: Mevrouw Stolk. De heer Struijk: Dank. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Even een vraag van waar de ChristenUnie dat van gaat betalen en wat gaat de ChristenUnie daarvoor laten en wat zijn de kosten daarvan? De heer Struijk: Om te beginnen, we hebben het over de ChristenUnie/SGP, maar dat even terzijde. Ik heb gezegd, het kost wat, maar de kost gaat voor de baat uit. Dat is een gezegde. Het is een investering die je doet, maar die wat ons betreft, zijn we echt van overtuigd, een hele grote besparing bij de jeugdhulp op gaat leveren. En daar kun je het heel simpel van betalen. Als je hier alleen maar tonnen, en dat zijn geen tonnen, in zou moeten investeren en het levert geen geld op, moet je het niet doen. Dat snappen wij ook wel. We vragen ook niet iets groots.

We vragen nogmaals niet om een extra instantie. We vragen om wat deskundigheid en de mogelijkheid voor burgers om dat te vinden. Mevrouw Stolk: Voorzitter, één vervolgvraag nog. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Heeft u enig idee wat dat gaat kosten? De heer Struijk: Nee, dat idee heb ik niet. Maar wat ons betreft gaat dat niet veel kosten. Dat hoeft niet, want het loket is er al. En het gaat wel wat besparen. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. En dan gaan we door met de heer Struijk hoor. De heer Safranti: Wil ik eens een keer wat zeggen. Ik wilde alleen aangeven dat het personeel dat daar op dit moment zit niet op dit moment misschien de juiste expertise heeft. En daar moet wel de expertise voor hebben. En dat heeft een label. En dat wilde ik alleen even toevoegen. De heer Struijk: Dank u wel. Daar heeft u natuurlijk gelijk in. De deskundigheid moet er komen. En dat zou een vorm van nascholing kunnen zijn. Het zou kunnen zijn een extra personeelslid. Maar dat laatste denk ik eerlijk gezegd niet. Het gaat niet om enorme bedragen.

55

De voorzitter: De heer Struijk, gaat u verder. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Een ander punt is het programma Levendig, Leefbaar en Veilig Dordrecht. Net als veel andere steden kent Dordrecht een vuurwerktraditie. Een traditie die velen koesteren. Helaas nemen de signalen van overlast en zorgen rondom vuurwerk toe. Om die reden zien wij graag de vuurwerkvrije zones in onze stad uitgebreid. De heer Safranti: Voorzitter. De heer Struijk: Ervaring leert dat ze daadwerkelijk effect hebben. En om dit te bereiken dienen wij samen met GroenLinks, Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie een motie in. De voorzitter: De heer Safranti, bij interruptie. De heer Safranti: Wij hadden juist in de commissies begrepen dat het alleen maar aan het afnemen was, de ongevallen, maar ook de incidenten. Ik weet niet waar deze informatie dan vandaan komt. De heer Struijk: Mij heeft de informatie niet bereikt dat het gewoon een grafiek is die continu naar beneden gaat en nog een jaar of vijf en er is niks meer mis. Het kan incidenteel een keer een jaar minder zijn, maar het is echt niet zo dat de problemen steeds kleiner worden. Je moet ook niet vergeten, we hebben een paar coronajaren erbij. Ik denk dat je die ook mee moet wegen. Als je een betrouwbaar beeld wil krijgen, dan denk ik niet dat u zomaar op grond van één jaar kunt zeggen, de problemen nemen juist af.

De heer Safranti: Dan komt de volgende vraag. Voorzitter, hoe gaan we dit straks handhaven? Dat is ook dan de volgende vraag. De heer Struijk: Dank voor die vraag. Daar kan ik ook heel simpel antwoord op geven. Sowieso, er is ook vraag wel naar uitbreiding van vuurwerkvrije zones. Ik zeg niet spectaculair, maar in de commissie hebben er wel mensen naar gevraagd. En handhaving, er wordt nu eigenlijk ook niet gehandhaafd in de vuurwerkvrije zones die we hebben. Je zal een aantal mensen nooit tegenhouden om het toch te doen. Maar gelukkig kent Dordrecht een heleboel fatsoenlijke inwoners. Daar mag het niet, dan doen we het daar ook niet. We vragen ook niet om een heleboel extra handhavers. Want nogmaals, we snappen heel goed dat het niet kan. Ik hoor vrijwel dagelijks vuurwerk in Dordrecht, ondanks dat mijnheer Merx heel veel handhavers in dienst heeft. Dat hou je niet tegen. De voorzitter: Mijnheer Merx heeft ze niet in dienst hoor. Dat is gewoon de gemeente. Maar ik snap uw punt. De heer Struijk: Hij is wel de baas. De voorzitter: Ga verder. De heer Klerk: Voorzitter.

56

De heer Struijk: Er was nog een vraag. De heer Klerk: Voorzitter. De voorzitter: Er is nog een vraag. De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel. In aanvulling op wat de heer Safranti zegt, is inderdaad in de commissie gezegd dat de cijfers afgelopen vijf jaar gelijk waren en dat er een lichte daling is in het aantal incidenten, vanwege verbeterde samenwerking tussen brandweer en politie. Maar het punt wat ik nog wilde maken, is het niet verstandiger... Omdat de motie ademt eigenlijk dat het vuurwerk rond de jaarwisseling an sich al een slecht gegeven is. Toevoegen van het aantal vuurwerkvrije zones maakt ook dat, hoe zeg ik dat dan, de niet vuurwerkvrije zones intenser gebruikt zullen worden. Ik vraag me af, gaat dat niet tot overlast leiden dan? En is het niet verstandiger om gewoon het landelijk beleid af te wachten op dit punt in plaats van nog een keer inspanningen en een onderzoek te gaan verrichten en voor de muziek uit te lopen? De heer Struijk: Dank voor die vraag. Ik snap hem ook. Wij zijn de eerste die zouden zeggen, kwamen ze maar met landelijk beleid. Al is dan het probleem ook nog niet opgelost. Wij vragen ook met deze motie helemaal niet veel. Wij pleiten alleen maar voor, kijk eens, en ook niet een geweldig onderzoek, maar zijn er een paar gebieden aan te wijzen... We noemen een paar als voorbeeld, Louterbloemen en rondom Yulius.

Je zou nog een paar gebieden kunnen voorstellen. Gaat het daar eens proberen en doe iets met de communicatie. Dat is in de commissie ook best wel toegegeven dat daar toch wel het wat beter zou kunnen. En wat u zegt over een lichte daling van het aantal incidenten. U zult het vast met me eens zijn dat elk incident er 1 te veel is. Als er 50.000 euro schade is in plaats van 60.000, is dat heel fijn, maar vind ik het toch altijd 50.000 te veel. Wat ons betreft moet het naar 0. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Elk incident is er één. Maar in uw woordvoering geeft u aan dat het aantal incidenten toeneemt. En dat wil ik dan toch rechtgezet hebben, op basis van wat er in de commissie is gezegd. De heer Struijk: Als ik dat letterlijk gezegd heb, dan zal het misschien niet toenemen. Maar in onze ogen is het aantal incidenten nog wel te groot. En in de motie staat overigens ook heel duidelijk dat veel Dordtenaren genieten van het afsteken van vuurwerk. Daar zeggen we helemaal niet van, wat een puntje, puntje. De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: De heer Struijk: Gaan we doen. Dank u wel, voorzitter. Ik ga afronden. De voorzitter: Nee, de heer Gündogdu heeft nog een interruptie. Gaat uw gang.

57

De heer Gündogdu: Nog even een vraag, voorzitter, rondom deze motie. Voorzitter, dit onderwerp is veelvuldig ter sprake gekomen in de afgelopen jaren. En het college is wat dat betreft heel stellig geweest, in die zin dat ze hebben aangegeven dat ze geen problemen hebben met degene die normaal vuurwerk afsteekt en daar heel zorgvuldig mee omgaat, maar met name illegaal vuurwerk tot problemen leidt. En daarnaast ook nog eens aangeeft dat handhaving van mogelijk vuurwerkvrij zones een enorm groot probleem zal zijn. Bijna niet te handhaven. Wat is nu veranderd, vanuit uw optiek, dat deze motie nu wel ingediend zou moeten worden? Zijn er veel meer incidenten? Zijn de problemen in de wijken groter geworden? Wat is het? Want ik wil even naar de kern van deze motie. De heer Struijk: Dank u wel voor de vraag. De kern van de motie is eigenlijk, we hebben een vuurwerkvrije zone in Dordrecht en die werkt. En dat is alleen al een reden om te kijken, zijn er niet nog meer plaatsen, je kan ook aan maneges denken, hondenuitlaatplaatsen, waar wel degelijk belang is bij een vuurwerkvrije zone. En het aantal incidenten wat lager, maar het zijn er nog steeds veel te veel. Wij willen geen gewonden na afloop van een jaarwisseling. Wij willen geen schadeposten na afloop van een jaarwisseling. Wij zouden dat toch graag terugzien. En vandaar deze motie. En we pleiten niet voor een vuurwerkverbod.

Dat moeten ze in Den Haag inderdaad te zijner tijd maar doen. Maar dat vragen we niet. Alleen ook van andere mensen is best wel gebleken dat er behoefte is aan/belangstelling voor zulke zones. De heer Gündogdu: Voorzitter, nog één laatste? De voorzitter: Gaat u nog een keer uw gang. De heer Gündogdu: Mijnheer Struijk zegt terecht, we pleiten niet voor een algemeen vuurwerkverbod. Ik zou juist vanuit uw hoedanigheid, en datgene wat u nu inbrengt, wel pleiten voor vuurwerk volledig afschaffen in deze stad. Dan hebben we denk ik een echte discussie. Want dit is denk ik echt een halve maatregel wat tot niks leidt. De heer Struijk: Dank u wel. Mijnheer Gündogdu zit volgens mij een poosje langer hier dan ik. En die weet dat in het verleden dit weleens geprobeerd is en dat er bij lange na geen meerderheid voor te vinden was. Een motie gaan indienen voor de bühne, waarvan je van tevoren weet, ik kan ongeveer wel uittellen hoeveel stemmen er voor zullen zijn, gaan we niet doen. Bovendien als enige stad vuurwerkvrij in Nederland of dat echt gaat werken, dat lijkt me ook niet echt geweldig. Wij zijn voor een vuurverbod, maar dat moet wel landelijk vandaan komen. En zolang dat er niet is, dan ga je proberen het te beperken. De heer Gündogdu: Voorzitter, nog één laatste? De voorzitter: Eén laatste.

De heer Gündogdu: Er zijn wel degelijk steden in het land waar een volledig vuurwerkverbod is. De heer Struijk: En daar werkt het ook?

58

De voorzitter: Om vooruit te lopen op het antwoord, nee. De heer Struijk: Nee, dat werkt niet. Klopt. Dat weet ik. De voorzitter: Maakt u uw betoog af. De heer Struijk: Gaan we proberen. Voorzitter, ik ga afronden. Dat vroeg u ook. Wie in de media de reacties leest op wat het college of de raad besluit, ontmoet vrijwel uitsluitend negativiteit. Creëren we ergens parkeerplaatsen, dan zijn het er altijd te weinig. Verdwijnen er parkeerplaatsen, dan zijn het er altijd te veel. Bouwen we een brug, dan is die te duur. En beoogde veiligheidsmaatregelen maken een situatie alleen maar onveiliger. Je zou er moedeloos van worden. Maar dat is niet nodig, want de vraag is of deze reacties het juiste beeld geven. Ik herinner me uit mijn werkzame leven dat er heel wat gemopperd werd op de directie. En ik heb zelden meegemaakt dat een leerling aan het eind van de les kwam vertellen dat ik het zo geweldig gedaan had en dat het zo leuk was. Weleens dat het saai was. Maar als er een kwaliteitsonderzoek gedaan werd, dan bleek dat vrijwel iedereen best tevreden was over de directie. En als ik verplicht een 360 graden feedbackonderzoek moest doen onder mijn leerlingen, dat vond ik heel spannend, dan moest ik vaak blozen van de uitkomst. Zo positief. Zou het met betrekking tot de gemeente Dordrecht anders zijn? Neemt niet weg dat onze taak niet makkelijk is en de verantwoordelijkheid groot.

Voorzitter, als ChristenUnie/SGP hopen we dat we in de komende periode als college en raad gezamenlijk optrekken. De Bijbel zegt, als een huis tegen zichzelf verdeeld is, dan kan dat huis niet standhouden. Voorzitter, we moeten het samen doen. Maar dan nog zal het niet eenvoudig zijn. Daarom bidden wij u, het college en al de collega's van de raad, wijsheid toe. Ik dank u. De voorzitter: Hartelijk dank voor deze bijdrage. U heeft twee moties. Motie M8 en motie M9. De eerste gaat over het versterken van de relatie met een relatieloket. En de tweede gaat over de vuurwerkvrije zones en betere communicatie. Dan gaan we naar Partij voor de Dieren. De heer Groenewege gaat uw gang. De heer Groenewege: Voorzitter, het kan niemand ontgaan zijn, er komt een financieel tekort aan. Al jaren worden we hiervoor gewaarschuwd met het onheilspellende woord ravijnjaar. Maar het college is er vroeg bij, gelukkig maar. Anderhalf jaar voor het ravijnjaar begint, komt er een participatieproces met de stad. Tot en met mei volgend jaar. Op zich heel verstandig om het op die manier aan te pakken. Maar een tekort is eigenlijk nog vrij beperkt. 20 miljoen euro per jaar klinkt als een hoop. Maar op totale uitgaven van zo'n 620 miljoen euro per jaar is het maar zo'n 3 procent. Maar er is nog een tekort. Een tekort dat al jaren speelt.

Een tekort dat geen 3 procent bedraagt van het budget, maar 300 procent. Een tekort dat daadwerkelijk een existentiële bedreiging vormt. En dan heb ik het natuurlijk over het ecologische tekort. Het budget is wat de aarde kan bieden. Ons verbruik is wat wij aan de natuur onttrekken. En ons gebruik is helaas 4 keer zo groot als het budget. Dat is pas een ravijn.. Op 1 april was wat de aarde kan bieden op. En u weet, we zijn al voorbij 1 april. De rest van het jaar, ook vandaag, leven we op de pof van toekomstige generaties, die dat ons ongetwijfeld niet in dank zullen afnemen. We stoten teveel broeikasgassen uit, die de oceanen niet kunnen opnemen.

59

We stoten teveel stikstof uit, waardoor onze natuur naar de knoppen gaat. En ook in Dordrecht op gemeentelijk niveau moeten we aan de bak. Want wat we eten is goed voor een kwart van wat wij van deze planeet vragen. Als we onze vlees- en zuivelconsumptie halveren, valt Earth Overshoot Day niet op 1 april, maar op 15 april. Als we daarnaast 50 procent minder voedsel verspillen, schuift Earth Overshoot Day nog een week verder op, naar 22 april. Als alle transport emissieloos zou zijn, doen we het nog beter, 10 mei. En als we de landelijke klimaatdoelen voor 2030 halen, zijn we nog 32 dagen verder. Op 11 juni valt Earth Overshoot Day dan. En waarom nu hier deze boodschap van de Partij voor de Dieren? Omdat dit probleem sleept op de lange termijn en het veel te makkelijk is om de urgentie van dit probleem te vergeten. Om te navelstaren naar kleine, lokale belangen en het algemeen belang en deze grote missie voor onze generatie te vergeten. De Partij voor de Dieren wil dat deze taak scherp voor ogen blijft. We hebben niet de luxe om te kiezen voor het makkelijke verhaal. We hebben een pijnlijke, maar eerlijke boodschap te verkopen. Die boodschap is dat we in een klimaatcrisis zitten. Dat alle zeilen bij moeten om het tij te keren. Al onze verworvenheden, al onze consumptie moeten we tegen het licht houden.

In ons eigen belang, maar zeker in het belang van onze kinderen en kleinkinderen. Konden toekomstige generaties maar inspreken. Konden ze maar brieven naar de raad sturen. Konden ze maar alternatieve plannen voorleggen voor meer bomen in plaats van meer parkeerplaatsen. Hadden ze maar een stem in de samenstelling van deze gemeenteraad. Misschien dat onze impact op hun levens dan wel urgent zou hebben gevoeld. Iedere generatie zit boordevol plannen over hoe zij het beter zullen gaan doen dan hun ouders. Maar eenmaal met de vingers aan de knoppen, is het maar al te makkelijk om op de oude voet verder te gaan. Aan ons de taak dit te doorbreken, zodat wij een planeet nalaten die het waard is om nagelaten te worden. Wezens zonder stem, voorzitter, komen er in deze raad bekaaid vanaf. De coalitie kiest er bewust voor om oude bomen te verwaarlozen. Om ze niet te behouden als groen erfgoed voor toekomstige generaties, maar om ze te laten omvallen. Partijen die hiervoor kiezen, prediken in deze zaal prachtige zalvende teksten over rentmeesterschap of over zorg voor de schepping. Terwijl op de achtergrond het geluid klinkt van kettingzagen die in opdracht van deze partijen diezelfde schepping omzagen. Er zit ook een partij in de coalitie die zich voortdurend druk maakt over de aantrekkelijkheid van de stad.

Maar hoe aantrekkelijk is een binnenstad waar alle oude bomen zijn verdwenen? Hoeveel mensen zouden daar op een snikhete zomerdag doorheen willen wandelen, als er ook steden in de omgeving zijn die hun oude bomen wel hebben gekoesterd? Had de toekomst maar een stem in deze raad. Maar er zijn nog meer wezens zonder stem, de dieren. Van de 620 miljoen euro die we per jaar uitgeven als gemeente gaat nu slechts 0,04 procent naar het dierenbeleid. 1,25 honderdste deel ongeveer voor uw beeld, van iedere 100 euro die we uitgeven, gaat er maar 4 cent naar de dieren. Maar als we het dierenbeleid, zoals het college dat voorstelt, uitvoeren, wordt dat 6 cent van de 100 euro. Een microscopisch klein stapje in de goede richting, maar nog steeds beschamend weinig. En zelfs die minuscule beweging is al controversieel bij partijen die beweren dat ze het belangrijk vinden dat dieren goed worden behandeld. Voorzitter, wij hebben in eerste termijn nog geen moties. Maar we gaan graag het gesprek met de raad aan over het budget voor de stemlozen. En we zullen wellicht in tweede termijn moties presenteren. Dank u wel.

60

En de minuten die ik overhoud, neem ik graag mee naar de Dierenwelzijnsnota, waar ik 8 moties te presenteren heb. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Dat is helaas niet mogelijk, maar toch. De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: We hebben een heel mooi en interessant pleidooi gehoord natuurlijk van mijnheer Groenewege. En ik heb hem ook bewust lekker laten uitpraten. Alleen wij zijn natuurlijk een beetje benieuwd hoe mijnheer Groenewege over mensen, maar ook over de stad zelf denkt, naast de dieren die we allemaal zojuist hebben gehoord. De heer Groenewege: Dat snap ik, voorzitter. Er zitten hier veertien partijen die het hier zeven minuten per partij alleen maar over mensen hebben. Het lijkt ons mooi om ter compensatie daarvan juist de dieren in het zonnetje te zetten in onze eigen bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De voorzitter: Nog een interruptie van mevrouw Van Engelen. Gaat uw gang. Als klaar bent met uw fractievoorzitter. Mevrouw Van Engelen: Ik ben helemaal klaar met de fractievoorzitter. Nee hoor. De voorzitter: Helemaal klaar mee. Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Ik wilde graag de heer Groenewege even interrumperen, voorzitter. Dank u wel. Want ik heb veel zorgen gehoord van Partij voor de Dieren. Dat zijn zorgen die GroenLinks natuurlijk deelt.

Maar helaas heb ik nog geen positieve noot gehoord in het betoog van Partij voor de Dieren. Ik heb vooral gehoord wat er verdwijnt, zoals de oude bomen in de binnenstad. Maar de afgelopen tijd hebben er ook veel dingen op de politieke agenda gestaan die bijdragen aan de vergroening, juist bijvoorbeeld ook in de binnenstad. Letterlijk de vergroening van de binnenstad. En dan hebben we het met elkaar gehad over hittestress, verkoeling, biodiversiteit en noem zo maar op. Partij voor de Dieren is een partij die goed de ruimte weet te vinden en hun invloed weet te gebruiken. Is de heer Groenewege, is Partij voor de Dieren het met mij eens dat er wel degelijk hoop is, hier op ons Dordtse eiland, dat onze stad ook gaat vergroenen en dat we de invloed, waar de heer Groenewege zo tot oproept, al aan het inzetten zijn? De heer Groenewege: Voorzitter, er gebeuren ook positieve dingen. Qua rolopvatting vinden wij het nuttiger om als oppositiepartij te focussen op wat we vinden dat er beter kan. En bijvoorbeeld, ik kan me herinneren in de verkiezingscampagne hadden we debatten over focus op de wijken.

61

En ons punt als Partij voor de Dieren was dat er wel aandacht was voor de binnenstad vaak, in het gemeentelijk beleid, maar weinig aandacht voor de wijken. En eigenlijk zie je dat in die vergroeningsplannen ook. Alle wijken zijn gelijk, maar de binnenstad is net wat gelijker dan alle andere wijken. Voor de meeste mensen die in versteende wijk wonen, verandert er niets qua vergroening. Versteende wijken worden niet vergroend door dit college. Er komt natuurlijk zo'n groot park, Stadspark XXL, wat fijn is als je het geluk hebt om daar toevallig naast te wonen. Maar als je op een snikhete zomerdag in je straatje in Krispijn staat, heb je daar niet zoveel aan. En wij vinden het toch als Partij voor de Dieren belangrijk om de aandacht op dat soort punten te vestigen. Bedankt voor die gelegenheid om dit punt ook nog aan te snijden. De voorzitter: Dank. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Ik vond het een mooi betoog van de heer Groenewege, waar ik me ook wel voor een groot deel in kan vinden. Ik vroeg me af, hoe bereiken we dat Earth Overshoot Day op 31 december krijgen? De heer Groenewege: Welke maatregelen we daar allemaal voor nodig hebben, die kunnen we denk ik niet alleen als gemeente nemen. Maar ik heb niet voor niks de impact van voedsel genoemd.

Het viel ons een beetje tegen dat deze raad, dat we een Startnotitie hebben vastgesteld voor de Voedselvisie, dat het college daar nu mee bezig is, maar dat deze raad geen aandacht heeft voor plantaardig voedsel. Terwijl dat de factor is waarmee je die Earth Overshoot Day kan opschuiven. Want dat heeft echt zo'n enorme impact op de planeet. Niet voor niets dat we die hebben aangestipt als belangrijke factor. En het duurzaamheidsbeleid van het college, hoe sneller dat gaat, hoe eerder we op 31 december zitten. Maar ik heb ook aangestipt, we moeten kritisch durven te kijken naar al onze verworvenheden en consumptie. Dat is de kern. De voorzitter: Dank u zeer. De heer Uysal: Voorzitter. Hier ben ik. De voorzitter: Mevrouw Pichel had ik ook nog beloofd. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb goed geluisterd naar de analyse van het betoog van de heer Groenewege en het begin. Als ik het goed begrijp, er wordt van alles gedaan, maar het is eigenlijk bij lange na nog niet genoeg om de planeet te redden. En ik krijg een beetje zo'n beeld voor me als zo'n paard wat achter zo'n wortel aan hangt. Wat moeten we doen om uiteindelijk toch die wortel te pakken te krijgen? De heer Groenewege: Dat is eigenlijk een beetje dezelfde vraag die de heer Portier stelde. Inzetten op een stevig klimaatbeleid.

Ook durven te kijken naar je eigen voedselkeuzes en naar je voedselbeleid als gemeente. Dat is de kern.

62

Mevrouw Pichel: Mag ik nog een vervolgvraag stellen? Dat is waarschijnlijk niet om nu helemaal inderdaad te beantwoorden, want dit is natuurlijk een veel diepere discussie. U zegt, inzetten op stevig klimaatbeleid. We zien natuurlijk allerlei voor- en nadelen. Of de effecten die er zijn van de dingen die we nu doen, waar we soms een stijging die we links naar beneden willen duwen, dat daar rechts weer wat omhoog komt. En dan krijgen we denk ik ook het effect wat u in het begin beschrijft, dat het geen effect heeft. Wat stelt u voor aan deze raad hoe we daar met elkaar nog scherper naar kunnen kijken? Sorry, de heer Groenewege. Wat stelt de heer Groenewege voor? De heer Groenewege: U waardeert, of mevrouw Pichel waardeert altijd filosofische discussies. En tijdens mijn studie heb ik me ook verdiept in de ethiek. En in de ethiek gaat het vaak om afwegingen van belangen. En wat ik vaak merk in deze raad, is dat het eigen belang vaak wint. Het eigen belang van insprekers die toevallig inspreken, dat is heel prominent aanwezig in de besluitvorming. Terwijl er nog veel meer belangen spelen van mensen die niet hebben ingesproken, van mensen die in de toekomst leven, van niet mensen. En laten we die belangen ook eens meewegen in onze besluitvorming.

Niet onze oren te horen leggen bij mensen die de weg naar de gemeente weten te vinden, want dat is maar een subset, maar echt nadenken, wat is het algemeen belang? Niet alleen voor nu, maar ook voor de toekomst. Ik denk dat dat de weg vooruit is. Mevrouw Pichel: Dank u wel. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Vanuit de rolopvatting van Partij voor de Dieren snap ik dat ze een kritische houding aannemen. En dat is ook gezond. Alleen ik hoor van de heer Groenewege, voorzitter, niet zo heel goed hoe de cijfers dan in de context van onze gemeente worden geplaatst. We zijn voor gelden zeer afhankelijk van het Rijk. En het meeste geld wat we krijgen heeft al een bestemming. Wat we hier op lokaal niveau te besteden hebben, dat is echt maar een heel klein getal. En als u al die cijfers dan reduceert en ook afzet tegen de hele begroting van zo'n 700 miljoen, dan doet u denk ik ook geen recht aan wat we als gemeente hier nog zelf kunnen besteden. Wij hebben in het politiek akkoord maar 30 miljoen kunnen besteden. Ik zou ook wel graag van de heer Groenewege een reflectie willen hebben, om de getallen niet af te zetten tegen de totale begroting van onze stad, maar tegen de middelen waar wij ook daadwerkelijk invloed op hebben. En dan moet hij volgens mij ook wel tot een ander inzicht komen.

De heer Groenewege: Voorzitter, toen GroenLinks ging formeren in Dordrecht, heeft de Partij voor de Dieren erop aangedrongen om ook dierenwelzijn in het coalitieakkoord op te nemen. Maar dierenwelzijn was voor GroenLinks helaas wisselgeld. Dierenwelzijn is niet, ondanks onze oproep, in het coalitieakkoord beland. En doordat GroenLinks daar toen voor heeft gekozen, zitten we nu met de controverse van het dierenwelzijnsbudget. Als dierenwelzijn belangrijk was geweest voor GroenLinks tijdens de formatie, was dat nu geen issue geweest, want dan was dat allang geborgd. Ik neem het de heer Uysal juist kwalijk dat hij daar toen niet voor heeft gekozen, dat zijn partij daar toen niet voor heeft gekozen. Ook als je het vergelijkt met een budget van

63

dertig miljoen is het budget wat nu gevraagd wordt voor het dierenbeleid, om dat te verbeteren, maar fracties van een procent. Hebben we dat over voor andere soorten dan onze eigen diersoort? Partij voor de Dieren zegt van wel. De heer Uysal: Voorzitter, tot slot. Je hebt als politieke partij keuzes te maken. En volgens mij vindt Partij voor de Dieren ook het Bomenprogramma belangrijk. Volgens mij vindt de Partij voor de Dieren de ambitie om tien jaar eerder klimaatneutraal te zijn ook belangrijk. En we hebben het welzijn van dieren wel degelijk opgenomen in het politiek akkoord. En tot die discussie komen wij ook zo meteen. En daar hebben we ook een amendement voor liggen, om daartoe de nodige middelen voor beschikbaar stellen. We verwachten dan ook van Partij voor de Dieren, die zulke grote woorden gebruiken nu daar, dat ze ons amendement zo meteen steunen. De heer Groenewege: Een goede verwachting, die ook zal uitkomen. En dat is dan mijn verwachting. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de CDA-fractie. Mevrouw Van Vugt, gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Meer wij, minder ik. Er is reden om dankbaar en tevreden te zijn. Heel veel van wat dit college als opdracht heeft gekregen, is inmiddels uitgewerkt. Ingezet beleid gaat door.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/762/documents/33794