2.1 2024.06.18 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Je kunt ook zeggen, we smeren het wat breder, de korting, waardoor het gewoon onder meer inkomensgroepen valt. En dat zijn ook gewoon de inkomensgroepen die nu buiten elk regime vallen, maar wel heel veel kosten kwijt zijn en door ons eigenlijk toch best wel miskend worden. En dat hun inkomen gewoon behoorlijk onder druk staat. Je kunt ook zeggen, we gaan de korting gewoon in mindere mate wat breder smeren, zodat er gewoon wat meer mensen daarvoor in aanmerking komen. De heer Groenewege: Voorzitter. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat is wel inkomenspolitiek, denk ik. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Heijer: Dat was het eerste voorstel uiteraard ook. Ik vind het een warm pleidooi van het CDA dat ze zegt, we zouden het misschien überhaupt niet moeten doen. Dat de eigen bijdrage voor iedereen hetzelfde geldt. Dat zou namelijk ook rechtvaardig zijn. Ik hoop dat het CDA mij daar dan in wil steunen. Maar als we dan naar een second best gaan, dan lijkt me dit voor de groep die nu hard getroffen wordt, ook omdat alles duurder wordt, een goede maatregel. De voorzitter: De heer Groenewege, u gaat de heer Den Heijer nog wat spreektijd bezorgen. Gaat uw gang.
24
De heer Groenewege: Zeker. Dank u wel. Ik begrijp goed dat de heer Den Heijer de korting over meer mensen wil uitspreiden, wat betekent dat echt arme mensen minder korting krijgen. Klopt dat? De heer Den Heijer: Dat zou de consequentie daarvan kunnen zijn. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog even terugkomen op die ozb. Natuurlijk wil iedereen niet te hoog hebben. Maar ik moet even checken of ik uw woorden goed begrijp. Er wordt 2,4 miljoen te veel opgehaald. Die wilt u gaan inzetten om de verloren bezwaren te gaan financieren. Maar bent u het dan niet met mij eens dat er aan de voorkant iets niet goed zit? Dan zit er toch iets in die taxaties niet goed? Want als we hier structureel mee doorgaan haal je elk jaar 2,4 miljoen te veel op. Niet iedereen gaat bezwaar indienen. Degene die dat niet doet, die heeft pech en betaalt gewoon te veel. Is mijn conclusie juist of bedoelt u het anders? De heer Den Heijer: Ik vind dat u een aantal interessante elementen aanraakt. Ik denk dat ik het daarmee eens ben. En dat we sowieso met elkaar het gesprek aan moeten, ook straks bij waar het allemaal een tandje minder moeten, dat we daar reëel naar gaan kijken. De heer Uysal: Voorzitter. Hier zit ik. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik wil toch ook even weer teruggaan naar de ozb-belasting.
Want de VVD oppert dat de lokale lasten verhoogd zijn de afgelopen tijd en ook de belastingcapaciteit is toegenomen. Dat is niet leuk. Dat is niet een keuze die we met plezier maken hier in deze raad. Alleen ik hoop wel dat de VVD zich ook er bewust van is dat als we de lokale lasten laag willen houden, dat die bezuinigingsopgave ook groter wordt. Hoe kijkt de VVD daarnaar? De heer Den Heijer: Daar wil ik eigenlijk net naartoe in mijn betoog. Staat u me toe om het te doen? En als er vervolgens vragen zijn, dan weet u me vast te vinden, zeg ik via de voorzitter. De voorzitter: En die voorzitter wilde uw verzoeken om eens eventjes een slag in uw betoog te maken. Even een paar interrupties misschien opsparen, voor zover noodzakelijk, zodat we ook eens even wat van uw verhaal kunnen volgen. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: We moeten de komende jaren moeilijke keuzes maken, maar wel in de juiste volgorde. Wij behoren niet tot de groep partijen in deze raad die het prima vindt om eerst de lasten te laten oplopen en dan pas naar onszelf te kijken. We zien bovendien de budgetten in het sociaal domein, al bijna de helft van onze begroting de komende jaren, nog boven op de indexatie van ruim 11 miljoen tot 9 miljoen structureel uit het lood slaan. Eerst snijden in eigen vlees, voordat er aan lastenverhoging kan worden gedacht.
En vol doorzetten op de sociaaleconomische ontwikkeling van onze stad. We
25
willen bijvoorbeeld niet dat Dordtse studenten vertrekken, zoals we nu uit de stukken lezen, maar blijven. En vandaar de motie om ons onderwijsaanbod uit te breiden met universitaire opleidingen. Voorzitter, sommige partijen noemen het megalomaan als je er alles aan wil doen om die broodnodige huizen te bouwen. De stad vooruit helpen is niet zonder risico's. En toch doen we het voor al die Dordtenaren die op zoek zijn naar een eigen huis. Maar dit college slaat door in de bouwprogrammering tot 2026, want geen 30 procent, maar maar liefst 45 procent wordt de komende jaren in het sociale segment gebouwd. Huizen die hard nodig zijn. Maar dat geldt ook zeker voor alle andere segmenten. En de doorsnee Dordtenaar is hier de dupe van. Die komt nauwelijks in aanmerking voor sociale huur. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de VVD schetst hier een beeld alsof we een overschot hebben aan sociale huurwoningen. Ik vraag me af of de VVD zich ook bewust is dat er gewoon een enorme behoefte is aan woningen in dit segment. En is het ook niet zo dat we nu bezig zijn met een inhaalslag van de vorige periode? De heer Den Heijer: En die in inhaalslag, voorzitter, was gebaseerd natuurlijk op de 30 procent die we met elkaar ook hebben afgesproken. En 45 procent is natuurlijk hartstikke mooi, omdat we te maken hebben met een wooncrisis.
In principe als er crisis is, dan slaat het op alle inkomensgroepen terug. Maar als we zover doorslaan in het sociale segment dat bijna 50 procent van alle plannen tot 2026 in het sociale segment worden gebouwd, dan gaat dat niet ten koste van de twee-onder-een-kappers of de dure appartementen of de penthouses. Dat gaat ten koste van gewoon de betaalbare koopwoningen in het middensegment, want die worden uit de plannen weg gerekend. En het wordt steeds moeilijker om die plannen te realiseren. En ik vind dat we ook die kant van de medaille moeten zien, want dat zijn ook een hoop mensen. Het modale inkomen, het CDA hadden dat opgezocht. Heel veel mensen die modaal of daarboven verdienen, komen niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. En ook voor die mensen, de doorsnee Dordtenaar, hebben we het ook te doen. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, als VVD dit doorgeslagen vindt, dan heb ik nog slecht nieuws. De afgelopen 2 jaar hebben we 574 sociale huurwoningen gebouwd. En het doel tot 2031 is ruim 2.000 aan sociale huurwoningen bouwen. Dat hebben we nodig om dat te kort wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd, waar uw partij ook in het college zat, weer in te lopen, dat gat. En volgens mij hebben we ook hier met zijn allen afgesproken de mantra, bouwen naar behoefte. We zien de enorme wachtlijsten. Die nemen ook alleen maar toe.
Het gaat ten koste van andere doelgroepen. We proberen ook in te zetten op betaalbare woningen. Maar ik hoop wel dat de VVD zich realiseert dat we gewoon een enorm tekort hebben aan sociale huurwoningen en dat dit slechts een inhaalslag daarvan is.
26
De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Misschien dat de heer Den Heijer eerst even kan antwoorden. De heer Den Heijer: De VVD ontkent niet dat die huizen hard nodig zijn, maar de huizen zijn misschien net zo hard en misschien nog wel wat meer nodig in het betaalbare koopsegment of in het doorstroomsegment. En als je huizen in een hoger segment bouwt, de Rabobank had daar laatst een onderzoek weer over gepresenteerd, hoe hoger je in het segment bouwt, hoe meer de doorstroming op gang brengt, hoe meer mensen je ook helpt aan een woning. En als wij alleen maar in deze raad, een aantal partijen doen het, heel veel partijen niet, hyperfocussen op het sociale segment, dat is supernobel. En wij zijn ook niet tegen sociale huurwoningen om te bouwen, maar we moeten wel onder ogen zien waar dat dan ten koste van gaat. En dat gaat gewoon ten koste van de betaalbare middenkoopwoningen en de woningen er net iets boven, want die worden uit de plannen weg gerekend. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Den Heijer een prachtig pleidooi houden voor die politieagent, voor de zorgmedewerker. En vervolgens zeggen dat we doorslaan met het bouwen van sociale huurwoningen.
Maar is de heer den Heijer bekend met de inkomensgrens voor een sociale huurwoning? Want volgens mij als ik daarnaar kijk, sluit dat naadloos aan bij het inkomen van een beginnend politieagent. Vanwaar zo'n warm pleidooi voor de politieagent en voor de zorgmedewerker, om vervolgens te zeggen dat we doorslaan in sociale huurwoningen. De heer Den Heijer: Dank dat u die vraag stelt. En als we kijken naar bijvoorbeeld gewoon een doorsnee agent, en dat is dan exclusief de bonussen voor de avond en de weekenddiensten, die verdient ongeveer 45.000 euro bruto. En als we kijken naar de grens van de sociale huur, dan is dat net iets boven de 40.000. Bijvoorbeeld deze persoon komt daar niet voor in aanmerking, laat staan gewoon een ervaren agent, een brigadier die hier ook op staat. Het zijn gewoon mensen die op zoek zijn. Die willen niet in een sociale huurwoning wonen. Die willen gewoon een bestaan opbouwen. Die willen zekerheid opbouwen. Die willen gewoon een eigen koophuisje kunnen bemachtigen. En ook die mensen moeten we een eerlijke kans geven om een plek te kunnen vinden in onze stad. De heer Van der Spoel: Voorzitter, aanvullend. Heel leuk om het voorbeeld te gebruiken van de politieagent die er net boven zit. Dan gaan we het voor een beginnend verpleegkundige doen. Die begint tussen de 1.840, 1.980 per maand. Daar hebben we ook heel veel woningen voor nodig.
Hoe kijkt de heer Den Heijer daar tegenaan? De heer Den Heijer: Voorzitter, ik neem toch aan dat u verlekkert dan naar alle plannen kijkt die er tot 2026 gaan komen. Waar de heer Uysal terecht ook de loftrompet over opsteekt. Maar ik wil hier toch ook de keerzijde van dat verhaal laten zien. Dat het ook ten koste gaat van waar u van zegt, er zijn ook wel andere voorbeelden. Maar ik vind zo'n agent echt een heel belangrijk voorbeeld om te kunnen zien of wij ook het goede doen voor in de andere segmenten.
27
De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Een heel groot gedeelte van het hogere percentage, volgens de heer Den Heijer te hoog percentage, komt natuurlijk doordat er ook heel veel sociale huurwoningen gesloopt zijn en die vervangen moeten worden. Maar wat ik mij afvroeg, de VVD heeft ook een motie ingediend dat een veel te hoog percentage woningen wordt toegekend aan mensen volgens de voorrangsregeling. En dat moet maar eens even gelimiteerd worden. Maar als je al 40 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen toe moet kennen aan mensen die in de allerhoogste nood zitten, en we weten hoe lastig het is om voor de voorrangsregeling in aanmerking te komen, hoe verhoudt zich dat totdat u zegt, we hebben er eigenlijk te veel van? De heer Den Heijer: Dan heeft de heer Portier wederom verkeerd naar mij geluisterd. Ik heb het echt al drie keer herhaald dat ik dat niet gezegd heb. En bovendien gaan we uitvoerig deze discussie volgens mij over een dag of vier nog voeren. Ik ga verder met mijn betoog, voorzitter. Want die doorsnee Dordtenaar komt nauwelijks, niet helemaal, maar nauwelijks in aanmerking voor sociale huur. Dat zijn er vaak koophuizen, wordt weggestreept uit de bouwplannen door de financiële consequenties van onze politieke keuzes.
Onze vraag aan het college is, wat gaat zij concreet doen om hierop bij te sturen en meer ruimte te geven aan betaalbare koop? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De heer Den Heijer: En de tweede vraag is, hoe gaat zij, met het oog op de doorstroming, meer inzetten op andere segmenten, zodat we meer Dordtenaren blij kunnen maken met een huis. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, mijn vraag aan de heer Den Heijer is, welk antwoord de heer Den Heijer graag wil worden? De heer Den Heijer: Ik zou het fijn vinden als het college op zijn minst zegt dat het weer terug naar de 30 procent gaat. En dat ze ook inspanningen leveren om voor de betaalbare koop en andere segmenten zich hard te gaan maken, zodat ook die gerealiseerd worden in onze stad. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Dat is ook wat wij op willen uitkomen. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel. Ik wilde aan de heer Den Heijer vragen, ik kan hem helemaal volgen met betrekking tot meer aandacht voor middenkoop. Er zijn natuurlijk ook mensen die niet kunnen kopen of niet in de gelegenheid zijn voor een hypotheek of dergelijke. Hoe kijkt de Dordtse VVD aan tegen middensegment voor huur of mogelijk particuliere huur?
28
De heer Den Heijer: Dat is ook iets waar wij veel zorgen over hebben, omdat dat segment eigenlijk een soort van opgedroogd is de afgelopen jaren. Maar het ontbeert ons als gemeente aan sturingsinstrumenten om daar iets aan te doen, omdat dat met name voortkomt uit het rijksbeleid. En daar heeft aan de heer Noldus een aantal bijdragen ook over geleverd, het afgelopen jaar. Dat onderkennen wij. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. En mijn vraag was aan de heer Den Heijer, het is toch zo dat je met corporaties afspraken kunt maken in de prestatieafspraken? Dat je die middenhuur meer toestaat. Is mijnheer Den Heijer daarmee bekend? En zo ja, hoe kijkt hij daar tegenaan? De heer Den Heijer: In beginsel staan wij er wel redelijk pragmatisch in. Maar als je toch even terugkijkt naar hoe dit zich zo ontwikkeld heeft, is dat we eigenlijk de markt volledig klem hebben gezet in deze woningmarkt. Vervolgens zijn we ook geconfronteerd met verhoogde bouwprijzen en personeelstekorten. En dan zou je toch denken dat we eigenlijk als land, maar wij gaan daar hier niet over, ik kan er ook niet zoveel aan doen, dat wij als land de markt dusdanig ruimte geven dat je ook particuliere huur, in het middensegment, gewoon mogelijk moet kunnen maken. En dat dat ook gewoon realiseerbaar is.
En dat nu met alle uitdagingen die de corporaties al hebben, dat dan dit segment ook nog in beeld moet komen, dat bovenop al hun taken ook nog gerealiseerd moet worden, ik heb daar als liberaal echt wel mijn met bedenkingen bij. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Den Heijer: Voorzitter, het lijkt er inmiddels op dat een vleermuis meer rechten heeft dan een woningzoekende. Naast vleermuiskasten, faunapassages, stepping stones voor vlinders, materiaalpaspoorten, vinden we het gek dat mensen buiten onze bubbel, die wanhopig op zoek zijn naar een eigen huis, het gewoon niet meer begrijpen. En bovendien maken al deze extra eisen dat elk huis gemiddeld zo'n 7.000 euro duurder is om te bouwen. En daarmee maken we niet alleen de kans kleiner dat die huizen daadwerkelijk er zullen komen. En als ze er komen, dan zijn ze duurder voor de koper. Wat gaat het college het komende jaar doen om niet meer, maar minder onnodige regels te verzinnen? En we kunnen niet alles tegelijk. De heer Van der Meer: Voorzitter. De heer Den Heijer: Op welke projecten komt de focus te liggen en op welke niet? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, ingrepen om huizen duurder te maken, om ze circulairder te maken zijn noodzakelijk voor de toekomstbestendigheid van ons land en onze stad.
29
Natuurlijk zitten daar kosten aan verbonden. Als we die niet maken, zitten er maatschappelijke kosten aan verbonden voor de langere termijn. En vindt de VVD niet dat je bij dit soort beschouwingen wat meer het oog op de toekomst moet hebben en niet naar de huidige prijzen alleen moet kijken, maar je moet realiseren dat we meer de kant van duurzaamheid op zullen moeten, dat dat ook meer gaat gebeuren, dat er meer regels voor komen, dat het goedkoper wordt, omdat het meer gaat gebeuren. Terwijl de traditionele methodes relatief duur worden, omdat de grondstoffen steeds schaarser en duurder worden. Waarom niet wat meer anticiperen op de economie van de toekomst? De heer Den Heijer: Dan wil ik toch terugwerpen aan de heer Van der Meer, we hebben het over toekomst. Voor deze mensen is een eigen huis hun toekomst. Dat is hetgeen wat zij op gaan bouwen. En als die kans kleiner wordt, omdat dat huis duurder wordt door zaken die voor uw partij van belang zijn... Want laten we daar geen doekjes om winden, u vindt het echt belangrijk. En dat respecteer ik ook. Maar ook dit verhaal heeft gewoon weer een keerzijde dat het prijsopdrijvend is en dat de mensen extra geld kwijt zijn aan een huis of dat het moeilijker realiseerbaar wordt om die huizen daadwerkelijk neer te zetten.
En dan kies ik eerlijk gezegd eerder voor de toekomst van een woningzoekende dan de toekomst van een vlinder of een vleermuis. De heer Van der Meer: Voorzitter, het gaat niet alleen om de toekomst van de vleermuis, het gaat om onze maatschappelijke toekomst. Daarvoor hebben we behoud en herstel van de natuur en van het milieu en minder uitputting van grondstoffen nodig. Natuurlijk is dat niet een probleem van de individuele huiseigenaar. Dat begrijp ik goed. Maar ik hoor u zeggen, die prijzen mogen niet omhoog. Maar u erkent wel de maatschappelijke kosten die daar uiteindelijk aan vastzitten. Dan zou ik zeggen, laten wij dan een discussie aangaan over hoe we die maatschappelijke kosten beter kunnen dekken. De heer Den Heijer: De heer Van der Meer spreek ik aan via de voorzitter. Als je bijvoorbeeld kijk wat de ontwikkeling is op de Nieuwe Dordtse Biesbosch, waar veertig hectare biodiversiteit en groen wordt toegevoegd in het hele mooie groene buitengebied, dat zijn wat ons betreft hele zinvolle investeringen, waar ook Dordtenaren plezier aan ervaren en tegelijkertijd de natuur ons denk ik een bedankje voor kan geven. Tegelijkertijd, als het gaat om gewoon binnenstedelijk verdichten, en de heer Schalken had daar een punt, dat is moeilijk, het is ingewikkeld, het is duur. Als wij dan met elkaar het ingewikkelder en duurder gaan maken, dan komen we geen biet verder.
En dat zou ik zonde vinden, met name voor de mensen die zo'n huis willen kopen. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Den Heijer: Ik hoorde hem. Dan ten derde, voorzitter, veiligheid. Veiligheid is onze kerntaak. We hebben er inderdaad 5 miljoen euro extra voor uitgegeven, inclusief meer handhavers. En als we kijken naar het aantal geweldsmisdrijven, vernielingen, beschadigingen, dan gaat het gewoon niet de goede kant op. We tellen 94 meldingen over dealers en drugscriminaliteit het afgelopen jaar. Iedereen ergert zich, ondanks dat de wethouder hier strak op zit, nog groen en geel aan al die knalpijpen, hardrijdende scooters en de rotzooi op straat. Afgelopen jaar zijn er terecht meer veiligheidscamera’s neergezet. Maar het afgelopen jaar stokte dit opeens. Sterker nog, daar gaat het college zelfs prat op. Er werden
30
helemaal geen camera's meer geplaatst. En onze vraag is, waarom niet? Want wij krijgen ook die klachten over het crimineel gedrag op het Beverwijcksplein. We zien vechtpartijen in de binnenstad en overlast in Sterrenburg en Stadspolders toenemen. Het is echt een gemiste kans om dit effectieve middel dan niet in te zetten. En we vragen de burgemeester om ook van dit signaal kennis te nemen en dit over te brengen naar de driehoek. Dan tot slot, voorzitter. We zien dat het college ervoor kiest om alle financiële keuzes na deze periode weer op tafel te leggen. En dat betekent dat al die budgetten niet doorgezet kunnen worden. Helaas onvermijdelijk, mogelijk. Behalve de Dordtpas. Die staat als enige onderwerp meerjarig ingeboekt tot 2028, omdat er een nieuwe contractperiode wordt aangegaan. En dat vinden wij opmerkelijk. Er is geen geld straks meer voor bijvoorbeeld de aanpak van ondermijning en criminaliteit. Geen geld meer mogelijk voor de klimaataanpak. Vanaf 2027 gaat er misschien de zaag in de boom. Speeltoestellen verdwijnen uit te wijken. En de contracten van onze boa's worden niet verlengd. En de Dordtpas is er straks wel. En daar hebben we niet als raad dan een keuze in kunnen maken.
Onze vraag is, berust dit op een misverstand? En zo ja, overweegt het college in het proces richting de begroting een aanpassing? Want wij vinden het van belang dat de raad na de participatie met de stad op alle onderwerpen de brede financiële afweging kan maken richting 2026. Dank, voorzitter. Mevrouw Koene: Voorzitter. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Koene, als eerste. Gaat uw gang. Nee? De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, ik dacht dat de Dordtpas ook voor de politieagenten zo van belang was. Maar ik wilde even een ander punt maken. Want de heer Den Heijer is niet teruggekomen op mijn vraag over de stijging van de lokale lasten. Want hij had het daarover. Natuurlijk willen we dat ook zo laag mogelijk houden. Maar realiseert de VVD zegt dan wel dat de bezuinigingsopgave, die nu al zo immens en groot is, nog groter wordt? De heer Den Heijer: Voor ons is van belang dat we het in de juiste volgorde doen. En dat heb ik ook nadrukkelijk naar voren gebracht. Voor ons moet het aantoonbaar zijn dat bijvoorbeeld het niet afdoet aan veiligheid. Dat we het niet af laten doen op de sociaaleconomische ontwikkeling van onze stad. Dat we het juiste blijven doen. Misschien net ietsjes minder. Maar dat we echt het juiste blijven doen voor deze stad.
En als desondanks er toch iets openblijft waarvan wij zeggen, dat kan echt niet anders, maar dan zou eerst het eerste duidelijk moeten zijn, dan zou eventueel, maar zij het zo laag mogelijk, dit in beeld kunnen komen. Maar niet in een gelijkmatige volgorde. Eerst het eerste en dan het tweede. De voorzitter: Dank u zeer. Ik ging er vanuit dat u nog verdere interrupties verwacht. Die zijn er ook. Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Sorry, voorzitter, maar daarnet was ik hem even kwijt. Over de Dordtpas. Mijnheer Uysal herinnert me gelukkig aan die Dordtpas. Dat heb ik gelijk opgeschreven. Wat mij een beetje verbaast, en ik snap best dat dingen veranderen en
31
over een langere periode uitsmeren en zo, dat hoort er allemaal bij, maar die Dordtpas is toch gewoon iets wat binnen de coalitie is nagestreefd, ingevoerd, enzovoort. En ook volledig gesteund door de VVD. Waarom dan één onderdeel eruit halen wat je dan laat vallen als coalitiepartner en de rest wel? Daar zet je toch eigenlijk ook een beetje je collega's mee weg. Ik vroeg me af wat de VVD daar voor reactie op heeft. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Goed dat u het zelf ook aangaf, dat u het misschien in mijn verhaal een beetje kwijt was geraakt. Ik wil dat best voor u herhalen. Waar het gaat namelijk om de meerjarenreeks na deze periode. Het gaat om 2027, 2028 en een deel van ‘26. En wat wij zeggen, we hebben met elkaar duidelijke afspraken gemaakt in dit politiek akkoord. Daar staat de VVD ook voor, want de VVD is in dat opzicht een betrouwbare partij om mee samen te werken. Maar waar het gaat om aanbestedingen of contracten verlengen over deze periode heen, dan vinden wij het wel van belang dat we eigenlijk naar alles in de brede financiële afweging gaan kijken. Want wij vinden het voor onszelf heel moeilijk te verkroppen dat we straks bijvoorbeeld minder handhavers hebben, terwijl deze raad schreeuwt om meer handhaving op afval en overlast en bij voorbaat al wel een Dordtpas financieel is zeker gesteld. Daar plaatsen we onze vraagtekens bij.
En daar hebben we ook een aantal vragen over aan het college. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, niet voor het één of ander, maar de coalitie heeft tenminste het college, wat van de coalitie is, legt een Perspectiefnota neer die vol staat met allerlei dingen voor na deze periode. Dat is misschien ook gelijk een beetje het probleem. Het was eigenlijk meer zo van, wat vindt de VVD er zelf van dat ze er dan één onderdeel uithalen? Was ik gewoon nieuwsgierig naar. Maar ik krijg er geen antwoord op. De heer Den Heijer: Maar u heeft uw punt heel mooi kunnen maken, voorzitter. De voorzitter: Dank. Dan gaan we volgens mij door naar de volgende partij. Dat is de VSP. En de termijn van de VVD zo gehoord hebbende, is het denk ik goed om nog even te benadrukken dat het wel goed is als u allemaal via de voorzitter blijft spreken. Dat geldt voor de mensen die interrumperen als voor degenen die hier achter het spreekgestoelte staan. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Dank, voorzitter. Ik hoop dat ik het wat korter kan houden. Voorzitter, dank aan het college en het ambtelijk apparaat voor de heldere Perspectiefnota. Voorzitter, de VSP kan het niet helpen dat wij bij het lezen van de Perspectiefnota 2025 moesten denken aan het verhaal van de zeven vette en de zeven magere jaren in Egypte.
In het Bijbelse verhaal hadden ze rekening gehouden met de komst van die magere jaren door voorzieningen te treffen en voorraden aan te leggen om deze periode te kunnen overleven. Heeft dit en het voorgaande college ook rekening gehouden dat er een periode kan komen van magere jaren? De afgelopen jaren heeft Dordrecht voorspoed gekend. Met name door de Enecomiddelen, met deze honderden miljoenen, heeft deze voorgaande coalitie zeer ambitieuze vergezichten als doel gesteld, zoals 140.000 inwoners, 10.000 woningen in 2030 en bouwprogramma's met de uitstraling waarbij het Central Park in New York en New York zelf bij zouden verbleken. Het feit dat het college nu in 2024, 2025 pas
32
voorstelt om met elkaar maatregelen te bespreken om de magere jaren te kunnen overleven, geeft aan dat Dordrecht helemaal niet voorbereid is op slechtere tijden. Zeer hoge inflatie, oorlog in Oekraïne, corona, stikstof, woningnood bij gezinnen met lage en middeninkomens en extreme vertragingen bij bouwplannen in Dordrecht zijn tot op heden geen aanleiding geweest om de ambities van het college aan te passen aan de realiteit. In de Perspectiefnota 2025 geeft het college aan dat er in de Perspectiefnota 2026 naast omvangrijke bezuinigingen en lastenverzwaringen ook de afloop van incidentele middelen uit het coalitieakkoord worden betrokken. De VSP is van mening dat als eerste uiterst kritisch gekeken moet worden naar de ombuigingsmogelijkheden van de Agenda 2030. Dit zeker omdat de destijds gevormde reserves voor de Agenda 2030 nimmer geïndexeerd zijn. Dit terwijl de kosten door inflatie, krapte op de arbeidsmarkt, schaarste aan materialen enorm gestegen zijn. Laat het wensdenken met utopiaanse ambities los en wees realistisch. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dit is in het belang van de Dordtse burgers. Niet alleen 2026 en de jaren daarna laten dramatische tekorten zien op de begroting van Dordrecht, ook 2025 moet de gelukkige meevaller gestut worden met vijf miljoen euro uit de reserve ontheemden.
Dit zijn gelukstreffers en heeft niets te maken met een gedegen en financieel betrouwbaar beleid. De conclusie van de VSP is dat er niet of nauwelijks door de vorige en huidige coalities is geanticipeerd op de komende magere periode. De bezuinigingen moeten nog bedacht worden. En hoelang gaat de uitvoering van die bezuinigingen duren? Wel is zeker dat deze maatregelen doorlopen na 2026 en worden nieuwe coalities belast met nadelige financiële gevolgen van vorige coalities. De VSP zou het uiterst op prijs stellen als het college zich primair richt op het verantwoord oplossen van het financiële debacle dat dreigt voor Dordrecht en zich vanaf heden onthoudt van projecten die het college afleiden van de primaire opdracht, namelijk de taak opkomen voor Dordrecht en haar inwoners met een reëel beleid en een robuuste financiële begroting voor de komende jaar. De heer Struijk: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Ik maakte even mijn zin af. De voorzitter: Dat hoorde ik. De heer Struijk: Dat mag hoor. De voorzitter: De heer Struijk, gaat uw gang. De heer Struijk: U mag er nog wel één aan toevoegen ook, als het nodig is. Voorzitter, ik zit even te luisteren naar mevrouw Stolk. Het is een mooi verhaal. Ik begrijp het vanuit haar standpunt ook wel. Maar vette jaren, magere jaren, financieel debacle, het zijn grote woorden. Mevrouw Stolk doet eigenlijk net alsof we dit hadden aan zien komen.
Mevrouw Stolk doet eigenlijk net ook alsof het alleen Dordrecht is wat dit treft. Is mevrouw Stolk van de VSP ervan op de hoogte dat er meer steden zijn die een behoorlijk financieel probleem hebben? Ook steden die geen Eneco-gelden hebben en kunnen investeren in een goede toekomst.
33
Mevrouw Stolk: Zeker. En als u het beleid van de VSP de afgelopen jaren heeft gevolgd, hebben wij dat uitdrukkelijk constant herhaald. De groei naar 140.000 inwoners is gewoon een ambitie op zich. En dan kan iedereen zeggen, dat is niet waar. Dat vinden wij wel. Daar worden we het echt niet over eens. We hebben ook diverse keren gevraagd, wat heeft het voor consequenties als we de ambitie iets bijstellen? Ambitie is goed. Die ambitie moet er zijn. Alleen als je ziet dat je financiële positie gewoon minder wordt, ben je dan niet aan je inwoners van Dordrecht verplicht om bij te sturen? Ik zeg of wij zeggen, een college wat aan voelt komen dat er knelpunten aankomen, dan moet je bij gaan sturen. Maar dit college weigert willens en wetens die ambitie bij te stellen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt, ook een interruptie. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik vroeg me even af, voorzitter, wat het verschil is voor mevrouw Stolk tussen bezuinigingen en bijsturen? Komt dat ten diepste niet op precies hetzelfde neer? Mevrouw Stolk: Zo zou je het ook kunnen noemen, ja. Bijsturen en bezuinigen. Als je, laat maar zeggen, aan ziet komen dat er tekorten komen, dan moet je bij gaan sturen. En wil je bijsturen, dan zou je ergens moeten gaan bezuinigen of je ambitie iets bijstellen. Wij zeggen niet, je moet heel die ambitie loslaten.
Nee, je moet juist ambitie hebben. Je moet een stip op die horizon hebben. Alleen stuur wat bij, zodat we niet financieel zo ver in de problemen komen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bent u het met me eens dat er al op heel veel punten is bijgestuurd? Bijvoorbeeld alle routekaarten, enzovoort. Dat is continu tussendoor bijgesteld. Mevrouw Stolk: Maar heeft u daar de financiële consequenties van gezien? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, maar het gaat vooral om de maatschappelijke consequenties ook. En ik zie dat er nu al heel veel vooruit gedacht wordt over hoe we moeten gaan bezuinigen, ook bijsturen. En ik neem aan dat u daar gewoon hartstikke blij mee bent dat dat nu gebeurt. Of vergis ik me dan? Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik het even via u mag doen. Ja, dan vergist u zich. De voorzitter: Heel graag zelfs. Mevrouw Stolk: Wij hadden liever gehad... De ambitie is hoog van dit college. En er is niks mis mee met een ambitie die hoog is. Alleen als je ziet dat je 25 tot 30 miljoen structureel tekort ga komen op de toekomstige begrotingen, dan vinden wij dat je bij moet gaan sturen. Dat betekent bijsturen op de dingen waar heel veel geld naartoe gaat. Mag ik verder gaan, voorzitter. De voorzitter: Heel graag. Toch niet. De heer Struijk.
34
De heer Struijk: Als het mag, voorzitter, nog een vervolgvraag. Mevrouw Stolk, misschien zie ik het verkeerd hoor. Maar is het college niet voornemens bij de gaan sturen? Ik heb hem behoorlijk doorgelezen, de Perspectiefnota. En volgens mij is dat wat u vraagt precies wat het college wil gaan doen en wat wij met elkaar kunnen gaan proberen op te lossen. De voorzitter: Ik vind het heel fijn dat u elkaar de hele middag met u aanspreekt. Maar eigenlijk praat u gewoon alleen maar goed als u het in derde persoon enkelvoud doet. Allemaal via de voorzitter graag. Dan blijft het debat aangenaam. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik antwoord mag geven. Nou ben ik even de vraag kwijt. Bijsturen. Ik had liever gehad dat we een Perspectiefnota hadden gehad, dat we helemaal niet hoeven te bezuinigen. Maar dat is natuurlijk ook een beetje... Dat is namelijk het bijsturen wat je doet als je ziet dat je geld tekort komt, structureel geld te kort de komende jaren 2025, 2026. Die Perspectiefnota. En ook de hand in eigen boezem steken. Dat had ook mooi geweest. Maar ik ga verder, voorzitter. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Uysal. De heer Uysal: Staat u mij nog een vraag toe voordat mevrouw Stolk verder gaat? De voorzitter: Bij deze.
De heer Uysal: Mevrouw Stolk weet, voorzitter, dat GroenLinks ook altijd met een kritische blik heeft gekeken naar Agenda 2030. In zoverre delen wij ook de zorgen van mevrouw Stolk. Alleen er wordt nu wel een beeld geschetst alsof we met de incidentele middelen van de Eneco-gelden de structurele tekorten op de begroting kunnen oplossen. En dat lijkt mij een beetje lastig. Ik vind ook dat we het eerlijke verhaal richting onze inwoners moeten vertellen. Op welke manier denkt dan de VSP, mevrouw Stolk, voorzitter, met incidentele middelen de structurele tekorten te gaan dichten? Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is een goede vraag. We hebben de voorgaande begroting al aangegeven, en als je u begrotingen van het vorige college terugkijkt, 6 miljoen, 7 miljoen werd er opgevoerd op de begroting. Maar die was gehaald uit de algemene reserves. Toen hadden we eigenlijk al tekorten. Maar doordat we de Eneco-gelden hebben, kunnen we dingen doen en dichten. Alleen moet je het zover laten komen om structureel naar die 25 tot 30 miljoen te gaan? Zou dat niet een tandje minder kunnen, om je ambitie bij te stellen? Ik zeg niet dat je heel die ambitie los moet laten, maar ga eens kijken de ambitie van dit college, en dan kijk ik ook GroenLinks aan, kijk dan eens naar je eigen beleid of naar je eigen politiek akkoord.
En durf dan eens te zeggen, de keuze die we in 2022 hebben gemaakt, moeten we misschien wat bijstellen. Dan ben je een goed bestuurder. En dat verwacht ik eigenlijk ook van de coalitie. Mevrouw Schnabel: Voorzitter.
35
De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Stolk: Ik zat al te wachten. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik ben heel benieuwd, waarvan denkt de VSP of mevrouw Stolk dat het belangrijk is om... Of in ieder geval, op welke zaken moet bijgestuurd worden, volgens de VSP? Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is altijd prachtig als je dit soort vragen krijgt van de Partij van de Arbeid, die jarenlang hier de scepter gezwaaid heeft in dit huis. Voorzitter, als ik daarop mag antwoorden, even een vraag terug. Bent u het eens met dit coalitieakkoord? De voorzitter: Mevrouw Schnabel, bent u het daarmee eens? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik ben eigenlijk benieuwder naar de startvraag die ik stelde. Op welke zaken moet er bijgestuurd worden, volgens mevrouw Stolk? Mevrouw Stolk: Voorzitter, de begroting van 2022 heb ik gevraagd of hebben wij gevraagd, zo moet ik het zeggen, of wethouder Heijkoop, de wethouder financiën, ons op een A4’tje kon geven wat de consequentie is als we die Agenda 2030 en die 140.000 inwoners niet gaan halen. Tot op heden heb ik dat nog nooit gezien. De financiële consequenties kunnen wij niet overzien. We kunnen ook geen keuze maken daarin. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Pichel: Voorzitter. Rechts van u. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel. Ik kan het natuurlijk niet laten om ook even een vraag te stellen aan mevrouw Stolk.
Vooral met haar mooie vergelijking met zeven vette en zeven magere jaren. En als de voorzitter het niet erg vindt, dan ga ik toch even door op de filosofische toer, want ik vind hem heel mooi. Mevrouw Stolk haalt hem aan. Wie A zegt, moet ook B zeggen. Mevrouw Stolk geeft aan, het college had zich kunnen voorbereiden. Wat denk ik een heel belangrijk element is aan dit verhaal, is dat in die tijd Egypte zich heeft kunnen voorbereiden op de zeven magere jaren, omdat de farao bereid was om te luisteren naar iemand die de dromen kon vertalen. En daardoor durfde te vertrouwen op dat advies. Ik denk dat dat een heel belangrijk element is van dat verhaal. En wie is volgens mevrouw Stolk de Jozef in dit verhaal, in Dordrecht? Mevrouw Stolk: De VSP. Voorzitter, om als Jozef of Josefien door te gaan, voor wat betreft de inwoners van Dordrecht vinden we dat aan de senioren, de ouderen te weinig aandacht wordt gegeven. Het betreft nu al een grote groep en dit zal de komende jaren alleen maar sterk stijgen. Deze groep kunnen en mogen we niet aan hun lot overlaten. Zonder extra aandacht voor deze groep ontstaat er vanzelf een steeds groter probleem met de nodige eventuele extra kosten. Denk hierbij aan de zorg voor ouderen. We willen toch dat ze fatsoenlijke zorg kunnen krijgen.
Het gaat dan niet alleen om fysieke en huishoudelijke zorg, maar voorkomen van bijvoorbeeld het bestrijden van eenzaamheid en verwaarlozing is net zo van belang. Ook worden ouderen in te grote woningen met
36
enige regelmaat genoemd als onderdeel van het oplossen van problemen op de woningmarkt. Zij kunnen inderdaad een bijdrage leveren, maar dan moeten er wel betaalbare woningen beschikbaar zijn voor deze groep. Helaas voorzien de huidige bouwprogramma's hierin volstrekt onvoldoende en komt deze doorstroming ook niet echt op gang. In dit verband moeten we helaas constateren dat het in maart 2023 unaniem aangenomen initiatiefvoorstel van de VSP en het CDA tot op heden nog tot niets heeft geleid. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voorzitter, ik ben bekend met het belang wat de Verenigde Senioren Partij uiteraard aan senioren hecht. En dat is ook heel goed. En dat ondersteunen we ook voor een groot deel. Aan de andere kant, u vliegt hem elke keer steeds aan vanuit het zorgvraagstuk, terwijl wij oudere Dordtenaren ook gewoon enorm veel potentie nog toedichten. Bent u met ons van mening dat ondanks dat we een historisch lage bijstand hebben heel veel ouderen in de bijstand zitten en dat we zeggen, tot je pensioenleeftijd gaan we jou helpen om gewoon nog aan het werk te komen. En dat je daar geen vrijstelling voor krijgt. Maar dat we gewoon samen gaan kijken of deze mensen ook nog aan de slag kunnen in deze stad, zodat we uiteindelijk onze bijstandspopulatie nog verder laten krimpen. En dat is ook goed voor de stad.
En niet alleen voor de stad, maar ook voor deze mensen zelf. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even via u. Begrijp ik het goed dat u het over het werken van senioren heeft? Volgens mij had ik het over woningbouw. Maar ik wil even weten wat de link daarmee is. De heer Den Heijer: Mijn haakje was vooral, voorzitter, dat u heel erg vanuit het zorgdomein uw betoog aanvloog, wat op zich terechte punten waren, maar dat ik in uw verhaal mis dat er ook nog heel veel kansen in Dordtse ouderen verschuild gaan. En dat we die misschien ook nog beter kunnen inzetten, omdat ik zie dat het college bijvoorbeeld in de meerjarenreeks meer geld uitgeeft aan het verstrekken van bijstandsuitkeringen in Dordrecht, waar niet echt de ambitie van getuigd om ook misschien een moeilijke doelgroep, de ouderendoelgroep gewoon nog aan het werk te krijgen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, het aan het werk krijgen van de ouderendoelgroep heeft mijn zegen. 50-plus op de arbeidsmarkt, juist die groep laten we daar vooral op inzetten om die mensen die levenservaring hebben, werkervaring, zet daar alsjeblieft heel veel op in. Ook zeker vanuit de sociale dienst, omscholing, bijscholing, noem maar op. Maar ik wil het eventjes nog tot de woningmarkt beperken. Ik had het, voorzitter, over ons initiatiefvoorstel.
Het is uiterst teleurstellend dat de aanvankelijk positieve houding van het college en de gedane toezeggingen, dat zij vooralsnog één locatie zouden uitwerken, en dat is nog gegeven bij de raadsinformatiebrief van15 november, zich niet vertaald heeft naar daadwerkelijke invulling kunnen geven aan deze toezeggingen. De door de initiatiefgroep en Knarrenhof aangedragen locatie stuiten allemaal op bezwaren vanuit de gemeente. Dat kan natuurlijk altijd, maar doe uw toezeggingen gestand en werk één locatie uit. Juist u bent aan zet om samen met het Knarrenhof op zoek te gaan naar iets dat wel kans van slagen heeft. Met alleen maar afschieten van voorstellen vanuit Knarrenhof komen we er niet. Tot slot, wat de VSP betreft wordt er niet bezuinigd of
37
lasten verzwaard, zolang de coalitie ook niet zelf de hand in eigen boezem steekt. Ambities moeten reëler, bouwplannen en programma’s aanpassen. En pas dan komen er, als het nodig is, lastenverzwaringen aan de orde. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Gaan we door naar GroenLinks. Het woord is aan de heer Uysal. Gaat uw gang. We zijn toch al op twintig procent van de hoeveelheid fracties die het woord gaat voeren vandaag. Drie van de vijftien. Morgen, overmorgen, zondagmiddag. Nee, dat kan niet. Zaterdagmiddag. De heer Uysal vraagt of zijn haar goed zit. Dat is het geval. Hij mag beginnen. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, allereerst een woord van dank aan de leden van het college en de ambtelijke organisatie voor alle inspanningen om te komen tot deze Perspectiefnota. En ook dank aan onze griffie voor de ondersteuning van de gemeenteraad. Voorzitter, we leven in een unieke tijd. En misschien zelfs wel op een scharnierpunt van de geschiedenis. Nog vorig jaar spraken wij vanuit deze plek onze afschuw uit over de Russische inval in Oekraïne. En terwijl die oorlog nog in volle gang bezig is, zijn wij alweer getuige van de mensonterende, gruwelijke agressie in Gaza. En zulke internationale spanningen gaan Dordtenaren niet in de koude kleren zitten. De maatschappelijke onrust is voelbaar in onze stad. En wij moeten ons daartoe verhouden. En dat kunnen wij.
Een aangrijpend voorbeeld daarvan deed zich voor tijdens de meest recente editie van de dodenherdenking. Zoals u weet, heeft de 4 mei herdenking een andere lading gekregen door de oorlogen in Gaza en Oekraïne. Tijdens de kranslegging hield een oude Joodse man, die weet wat het is om in een bezet land te leven, het niet meer droog. En al heel snel kroop zijn dochter tegen hem aan. En vervolgens sloeg een man met een islamitische achtergrond een arm om hem heen. En die omhelzing betekent, ik zie je, ik hoor je en ik voel je. Het betekent begrip hebben voor elkaar en een steuntje in de rug als het even tegenzit. Elkaar vasthouden hebben we in deze tijd harder nodig dan ooit. Want ook de ontwikkelingen binnen onze eigen landsgrenzen geven alle aanleiding daartoe. Voor het eerst in de Nederlandse parlementaire geschiedenis is een extreem rechtse partij in het centrum van de politieke macht gekomen. Een partij die louter wordt gedreven door haat, uitsluiting en wantrouwen. Een nieuw tijdperk dient zich aan, waarin het abnormale ten onrechte genormaliseerd wordt. GroenLinks Dordrecht zal zich blijven uitspreken tegen de koers van extreem rechts en laten zien dat het anders, maar vooral ook beter kan. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: hartelijk dank voor vooral de landelijke beschouwingen.
Ik ben vooral benieuwd naar de ideeën voor Dordrecht van GroenLinks. En dan ook een reflectief punt. Wat kan de lokale afdeling van GroenLinks leren van de opkomst van dit soort partijen? E wat kunnen we samen daar beter aan doen? De heer Uysal: Voorzitter, dit was nog een introductie. Als u mij toestaat, dan kom ik ook in de rest van mijn woordvoering toe tot de andere punten waar GroenLinks duidelijk maakt hoe wij tegen deze Perspectiefnota aankijken. En dit is niet alleen een les voor GroenLinks, maar ik denk ook een verantwoordelijkheid voor alle partijen om te kijken om die voedingsbodem te adresseren. Om te kijken waar de onvrede van de mensen
38
vandaan komt. Want we hebben de afgelopen verkiezingen vooral meegemaakt dat het proteststemmen zijn vooral die na een bepaalde partij zijn geweest. En dat protest komt ergens vandaan. Mensen zijn ontevreden over de huidige situatie. Heel veel zaken worden onbetaalbaar. En het is een taak voor ons allen, maar zeker ook voor onze eigen partij, dat rekenen wij zelf ons aan, om te kijken op welke manier we die ontevredenheid weg kunnen nemen, zodat mensen hun toevlucht niet hoeven te zoeken bij ultranationalisten. Voorzitter, ik ga weer verder. Want ik kom inderdaad aan op de punten die GroenLinks heel erg belangrijk vindt. Want wij willen vooral hier in Dordrecht laten zien dat het anders kan, maar ook zeker vooral dat het beter kan. Want met de deelname van GroenLinks aan het stadsbestuur hebben we voor het eerst een wethouder van diversiteit in Dordrecht. Het college is voortvarend aan de slag gegaan met de diversiteitsagenda en heeft daarmee daad bij het woord gevoegd. En dat is hard nodig. Want zo verhogen we de onderlinge verbondenheid in de stad, die juist in deze tijd enorm onder druk is komen te staan. In Dordrecht ontvangen we vluchtelingen en asielzoekers met open armen. Niet omdat het moet, maar omdat het een verrijking is voor onze stad. Met al ruim 120 verschillende nationaliteiten in Dordrecht geven zij nog meer kleur aan onze samenleving.
En op 1 juli vieren we met Keti Koti de aanwezigheid van die kleur in onze stad. En laten we hopen dat dit soort interculturele vieringen een vaste traditie worden in Dordrecht. In zo'n kleurrijke samenleving hoeft niemand buitenspel te staan. Niet op basis van je achtergrond, maar ook niet op basis van je portemonnee. Dankzij GroenLinks Dordrecht is het gelukt om de minimaregelingen te verruimen. Want nog nooit ging zoveel geld naar het armoedebeleid. En dat is ook niet zonder reden, want nooit eerder hebben zoveel Dordtenaren moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. Ik ben het helemaal met de heer Uysal eens dat er heel veel geld wordt uitgegeven aan de armoederegelingen, minimaregelingen. Maar wanneer gaan we dat ook een keer uitgeven?
De heer Uysal: Voorzitter, volgens mij de heer Den Heijer beweert de jaarstukken goed gelezen te hebben. Ik neem aan dat hij de stukken ten aanzien van het armoedebeleid ook heeft gelezen. Wij hebben twee dingen gedaan het afgelopen jaar. Aan de ene kant zijn de minimaregelingen uitgebreid, waardoor meer mensen in aanmerking komen voor deze regelingen. En aan de andere kant zien we dat het college ook heeft ingezet op zichtbaarheid, zodat die mensen die in aanmerking komen daadwerkelijk worden bereikt. We hebben hier heel veel mensen mee geholpen, juist in die tijden waarin het moeilijker wordt. En dat laat alleen maar zien dat het armoedebeleid ook werkt en effectief is. Voorzitter, met het armoedebeleid vergroten we niet alleen de bestaanszekerheid van onze inwoners, maar ook gelijke kansen voor eenieder om mee te doen aan het maatschappelijk leven. Maar met de bestaanszekerheid bedoelt GroenLinks Dordrecht ook het recht op een fatsoenlijk dak boven je hoofd. In deze woelige tijden zijn wij erin geslaagd om 30 procent van de nieuwe woningen sociaal te bouwen. Met een bouwtempo boven het landelijk gemiddelde tikt de bouwproductie bijna de 1.000 woningen per jaar aan. De wens van GroenLinks Dordrecht was om in deze periode 1.200 sociale huurwoningen te realiseren. Maar als we zo doorgaan, dan komen we uit op meer
39
dan 1.800 sociale huurwoningen. Hiermee wordt de belofte van GroenLinks Dordrecht ruimschoots ingelost. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Een vraag aan de heer Uysal. Dan bent u toch wel ontzettend blij dat het vorige college al die sociale woningen in de plannen klaar heeft gezet voor u? De heer Uysal: Voorzitter, ooit werd gezegd, in gelul kan je niet wonen. En volgens mij hebben Dordtenaren ook niks aan dit soort discussies, wie wat gerealiseerd heeft? Ik leg graag de feiten op tafel. En dat is toch wel dat in de periode 2016 en 2021 1.024 sociale huurwoningen zijn gesloopt. 229 sociale huurwoningen zijn verkocht. En per saldo hebben we een tekort van 1.000 sociale huurwoningen opgebouwd, vorige periode. En in de afgelopen vier jaar tijd zijn er niet eens 210 sociale huurwoningen gebouwd. En we zien dat we nu de afgelopen 2 jaar alleen al bijna 600 sociale huurwoningen hebben gerealiseerd. Volgens mij hoef ik ook niet meer te zeggen dan deze blote feiten. De voorzitter: Was dat dan ook uw termijn? De heer Uysal: Volgens mij kan ik weer verder gaan. Ik wachtte op nog een... De voorzitter: U zette uw microfoon uit. Maar gaat u verder. De heer Uysal: Ik ga graag verder, voorzitter. Want we hebben onze belofte hiermee ruimschoots ingelost. En in Dordrecht bieden we voor jongeren en toekomstige generaties ook duurzaam perspectief.
We timmeren hard aan de weg om onze stad klaar te maken voor de toekomst. En die toekomst houdt ook een PFAS-vrije toekomst in. De klimaatcrisis is hier en nu. En de gevolgen zijn vernietigend. En daarom kunnen we niet langer wachten met de energietransitie en hebben we op tal van terreinen mooie stappen gezet op weg naar een klimaatneutrale stad in 2040. Maar met het nieuwe kabinet in wording, is het nog maar zeer de vraag of we dat kunnen blijven doen. De middelen voor klimaatneutraal 2040 eindigen over 2 jaar. En er is vooralsnog geen perspectief. Graag reflectie van het college hierop. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik ben vooral benieuwd wat voor GroenLinks gewoon oprecht zwaarder weegt. Is dat, zoals ik net zeg, die stepping stones, faunapassages en van die paspoorten, echt dat natuurinclusief bouwen, wat het per huis 7.000 euro duurder maakt en in onze totale opgave komen we zelfs over de 40 miljoen GREX tekort uit? Of echt dat door blijven drammen op dat natuurinclusief bouwen en inderdaad echt kiezen voor de biodiversiteit? Kiest u gewoon voor de Dordtenaren of kiest u voor dit beleid? Want ik ben daar oprecht benieuwd naar, want daar zijn de keuzes namelijk te maken.
40
De heer Uysal: Voorzitter, wij kiezen voor de toekomst. En ik constateer dat de VVD elke blijft hangen in het verleden van de economie, hoe dat toen ging. De economie van de toekomst is verduurzaming. En we hebben gewoon te maken met de uitdagingen van morgen, van de toekomst. En niet alleen wij, deze generatie, maar ook de generaties daarna hebben daarmee gewoon te maken. En we kunnen onze kop simpelweg niet in het zand steken en doen alsof deze uitdaging en deze vraagstukken er niet zijn. Wij kiezen ook voor kwaliteit. Je hebt er niet zo heel veel aan als je de huidige woningen, bestaande woningen niet verduurzaamt. Dat kost inderdaad ook extra geld. Maar de maatschappelijke kosten als we dat niet doen, die komen uiteindelijk op den duur ook veel hoger uit. Voorzitter, de strijd tegen klimaatverandering gaat niet zonder vergroening van onze stad. Voor de één werkt het in de zomer verkoelend en voor de ander zorgt het voor meer gezelligheid. En zo zie je maar waar groen allemaal niet goed voor is. GroenLinks Dordrecht is blij dat in deze Perspectiefnota invulling is gegeven aan onze motie, om de achteruitgang van onze bomen te voorkomen. En ons streven zal zijn dit naar een hoger niveau te brengen. Voorzitter, dit ging allemaal niet zonder slag of stoot. En dat zal in de toekomst ook niet anders zijn.
Voor de komende jaren hebben we te maken met flinke tekorten op onze begroting, omdat het Rijk fors bezuinigt op gemeenten. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Het bomenbeleid wat nu is zeker gesteld door GroenLinks gaat nog steeds ten koste van oude bomen. Oude bomen die niet worden onderhouden door de gemeente, omdat ze te duur zijn en daardoor worden gekapt. En ik hoor de heer Uysal zijn waardering voor dat beleid uitspreken. Op welke manier gaat de heer Uysal ervoor zorgen dat in de begroting 2025 die achteruitgang van oude bomen wordt gestopt? De heer Uysal: Voorzitter, we komen echt van ver als het gaat om het bomenprogramma, maar ook als het gaat om het klimaatadaptief maken van onze stad. Ik hecht er veel waarde aan om te vermelden dat het niveau van het bomenprogramma de vorige periode veel lager was dan het huidige niveau. En wij hebben ervoor gekozen om in deze periode structureel voor vier jaar zesenhalve ton elk jaar uit te geven, zodat het niveau van de bomen omhoog gaat. Door onvoorziene omstandigheden kwam dat in gevaar in 2026. Dat hebben we met die motie, waar uw partij helaas voor heeft tegengestemd, nog weten te houden op niveau C. Dat is een eerste stap in de goede richting. Dat wil niet zeggen dat we er daarmee nog zijn. Maar zoals eerder aangegeven, komen we echt van ver.
En wij zullen alles op alles zetten. Want we hadden ook nog een andere motie wat vroeg dat het college met een uitwerking zou komen om naar niveau B te groeien, structureel. We wachten nog af op de uitwerking van die motie door het college. En laten we samen optrekken om te kijken hoe we dat structureel naar een hoger niveau kunnen brengen. De heer Groenewege: Voorzitter, ik stelde een heel concrete vraag. Hoe gaat de heer Uysal ervoor zorgen dat de oude bomen vanaf de begroting 2025 gespaard blijven? Ik heb geen antwoord gekregen op die vraag. Een heel geschiedenisverhaal, maar wat gaat er concreet veranderen volgens GroenLinks in het gemeentelijk beleid om dat te borgen?
41
De heer Uysal: Voorzitter, mijn antwoord zal niet zo heel anders zijn. We komen gewoon echt van ver. We moeten stappen zetten in de juiste richting. Die stappen hebben we nu gezet. Dat is niet makkelijk. Maar nogmaals een handreiking richting de heer Groenewege. Laten we hier samen optrekken. We krijgen binnenkort, op afzienbare termijn, een uitwerking hoe we structureel naar niveau B kunnen groeien. Laten we samen voor volgend jaar gaan kijken hoe we dan in die totale afweging kunnen meenemen hoe we de bomen naar een hoger niveau kunnen brengen. En dat weet u ook, zeg ik dan maar via de voorzitter, tijdens de stemming waarbij we het niveau van de bomen omhoog wilden brengen, dat ging nog maar net. We weten dat we op dit moment geen meerderheid hebben in de raad, omdat heel veel partijen willen weten wat de effecten van de verhoging van het bomenniveau gaat zijn op andere terreinen. We hebben ook, wat dat betreft, geen moment om te pakken in de raad. Maar laten we daar samen optrekken richting de Perspectiefnota voor volgend jaar. De heer Groenewege: Voorzitter, een laatste vraag. Als het beleid, de begroting 2025 niet bijgesteld wordt en nog steeds ten koste gaat van oude bomen in de stad, zal GroenLinks die begroting dan niet steunen? Wat ik van een groene partij verwacht.
De heer Uysal: Voorzitter, wat u van een groene partij kunt verwachten, is dat we inderdaad de achteruitgang van onze bomen tegenhouden. Dat hebben we gedaan voor het jaar 2026, want toen zou het niveau van de bomen weer terugzakken naar D. En niveau D betekent gewoon snoeien. Dat betekent gewoon snoeien tot een centimeter of tien. En dat is wat GroenLinks heeft tegen weten te houden en waar helaas de Partij voor de Dieren voor heeft gestemd. Voorzitter, ik zie nog een aantal handen. Ik wil best wel verder gaan. De voorzitter: De heer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Nu we het toch over de bomen hebben en inderdaad eigenlijk het slechte scenario van D, dat er heel weinig geld beschikbaar was voor bomen. Ben ik benieuwd of de heer Uysal het met me eens is dat het gewoon een goede zaak is dat we, ondanks de moeilijke perspectieven die ervoor liggen, dat het toch gelukt is om ook voor de komende periode nog een stapje extra te zetten. Al groeien de bomen natuurlijk niet tot aan de hemel. De heer Uysal: Voorzitter, helemaal mee eens. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Een warm pleidooi voor alles wat met bomen te maken heeft. Maar volgens mij had Beter voor Dordt tijdens die raadsvergadering een motie om echt wat te doen voor bomen.
En dat was het één niveau omhoog te schalen. Maar daar hoor ik nu de heer Uysal niet meer over. De heer Uysal: Voorzitter, zoals ik zojuist ook aangaf, het is een eerste goede stap dat dat we voor elkaar hebben gekregen om in 2026 de achteruitgang van bomen hebben weten tegen te houden door naar niveau D terug te zakken. Maar we weten ook, we zijn
42
ons bewust van de verhoudingen binnen de raad als het gaat over bomen en nog meer vergroenen van onze stad. Want die meerderheid hebben we op dit moment gewoon simpelweg niet. Heel veel partijen willen gewoon heel simpelweg weten wat dat gaat betekenen voor andere terreinen. En daarom wachten wij eerst af hoe het college gaat reageren op onze tweede motie, namelijk hoe we structureel naar niveau B kunnen groeien. En vervolgens zullen we dat ongetwijfeld meenemen volgend jaar in de totale afweging, waarin we ook harde keuzes moeten gaan maken. De heer Schalken-den Hartog: Maar voorzitter, dan constateer ik toch ook wel echt dat de heer Uysal heel veel grote woorden over de zorg voor bomen hier de raad in slingert, waarbij ze eigenlijk zelf ook niet echt in de buidel tasten. De heer Uysal: Voorzitter, zelf in de buidel tasten. Dan vraag ik ook wel van Beter voor Dordt om de hand in eigen boezem te steken. Wat wij nu hier doen, is gewoon de puinhopen opruimen van de colleges onder leiding van Beter voor Dordt. Ik bedoel, wij hebben jarenlang onder het niveau van C... Wat betekent gewoon snoeien, wat betekent gewoon dat bomen achteruitgaan, wat betekent dat bomen uit het straatbeeld verdwijnen, maar ook dat de baten die bomen opleveren niet in verhouding meer staat tot de kosten die we maken.
Daarvan hebben wij gezegd aan het begin van deze periode, dat kunnen we niet doen met de bomen. Vooral niet als we het hebben over de uitdaging met betrekking tot klimaatneutraal. Hebben we daar flink voor in geïnvesteerd. En we moeten alle zeilen bijzetten om dat in de toekomst, ook na deze periode, op peil te houden. En daar zullen wij alles voor doen, in tegenstelling tot Beter voor Dordt. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Uysal: Voorzitter, we hadden het net over dat het Rijk fors gaat bezuinigen op gemeenten. En dat betekent dat we harde keuzes moeten maken en vooral prioriteiten moeten stellen. En om dat goed te kunnen doen, moet eerst alles op tafel komen te liggen. En vanzelfsprekend zullen we eerst kritisch naar onszelf moeten kijken. Daar waar het kan, zullen we dingen slimmer, efficiënter en doelgerichter moeten aanpakken. Maar alleen daarmee komen we er niet. En wat kan je als gemeente nog doen om financieel het hoofd boven water te houden als het Rijk je in de steek laat? En zo heel veel andere mogelijkheden dan de verhoging van de ozb, parkeertarieven en de toeristenbelasting zijn er niet. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De heer Uysal: En dat zal nodig zijn om deze immense en historische opgave het hoofd te bieden. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel.
De heer Uysal geeft aan dat alles op tafel moet liggen. En dan ben ik benieuwd naar de reactie van de heer Uysal op wat vanuit de VVD is aangegeven, dat dan echt alles op tafel moet liggen en we ook moeten kijken
43
naar dingen die nu eigenlijk al aan de voorkant worden uitgesloten, zoals bijvoorbeeld die Dordtpas. De heer Uysal: Voorzitter, het is zoals het is. Alles moet gewoon op tafel komen te liggen. En wat betreft de Dordtpas, het zal geen verrassing voor u zijn dat wij inderdaad zien dat de Dordtpas aanbesteed wordt en verder verlengd wordt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dat is dan niet echt het antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was eigenlijk om een reactie te krijgen van de heer Uysal op wat door de VVD werd aangegeven, dat als wij alles op tafel leggen, ook echt alles op tafel moet liggen. Ook of we wel of niet inderdaad zo'n aanbesteding voor zes jaar nu al vastleggen met betrekking tot die Dordtpas. De heer Uysal: Voorzitter, alles moet op tafel komen te liggen. En daar maken wij geen uitzondering in onderwerpen. Alleen als we wel weten dat de Dordtpas al deze periode aanbesteed moet worden, dan vinden wij dat we de toekomst van de Dordtpas niet in gevaar kunnen brengen en dat we dat alvast moeten gaan regelen. Maar voor de rest, alles komt op tafel te liggen en we moeten keuzes gaan maken. En die keuzes, het is dan niet... Want dat is eigenlijk wel een beetje de lijn wat je in de Perspectiefnota leest, dat we overal een beetje minder moeten gaan doen. Dat we een beetje zoeken naar andere potjes om het allemaal rond te krijgen.