2.1 2024.02.06 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
En dat ze niet woningen van meer dan zes ton hebben, waar een groot deel van het plan uit bestaat, maar sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen en middenhuurwoningen. En als je gaat kijken naar het realismegehalte van dit plan, het idee dat mensen met een zeer hoog inkomen boven en ton in het jaar, dat die akkoord gaan met per tien gezinnen, tien huishoudens drie auto's. Gezinnen die nu in Blaricum en Wassenaar een SUV, een cabrio en hun Tesla op de opritten kwijt kunnen, dat we die daarmee naar Dordrecht aan gaan trekken, dat is gewoon irrealistisch. En het tekent gewoon het hele karakter van dit plan. En daarom, terug naar de tekentafel, zo snel mogelijk. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan gaan we naar de Fractie van Waardhuizen. De heer Stam. Dat bent u. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. De twee moties. Laat ik beginnen met de motie van het gelul. Daar gaan wij niet mee instemmen. En wij stemmen daar niet mee in, omdat we zelf zo blij zijn met het bestemmingsplan wat er is, maar wij vinden de motie niet juist. Wij herkennen de constateringen uit de motie. De vraagstukken zijn ons en iedereen duidelijk. Echter Fractie van Waardhuizen is van mening dat het bestemmingsplan, gelet op die vraagstukken, nog spelen wel te snel en onzorgvuldig op tafel is gelegd door het college.
Fractie van Waardhuizen ziet liever dat de communicatie en participatie anders was opgepakt door het college. Te veel partijen verkeren nu in grote onzekerheid. Zeker de bewoners van de Weeskinderendijk en de standplaatsen. Op dat vlak liggen nu grote uitdagingen voor het college om dit te corrigeren en de bewoners te helpen in hun toekomst en de onzekerheid weg te nemen. We begrijpen dat er inmiddels een empathische bemiddelaar is aangesteld. Wat Fractie van Waardhuizen betreft had dit wat onafhankelijk persoon moeten zijn in plaats van een medewerker uit de organisatie. Fractie van Waardhuizen ziet in de stad ook een grote behoefte aan woningen, in elk segment. In de motie zit naar onze mening nu een tegenstrijdigheid. Enerzijds worden terecht de problemen geschetst. In hetgeen wat nu aan het college wordt gevraagd, ligt de nadruk op de te bouwen segmenten meer sociaal c.q. betaalbaar. Overigens is Fractie van Waardhuizen ook voorstander van een hoger percentage sociale woningbouw. Laat daar geen misverstand over bestaan.
43
Maar je zou op basis van deze motie nu kunnen concluderen dat als er een plan had gelegen met voornamelijk betaalbare woningen, dan was deze motie niet ingediend en waren de problemen die nu spelen niet relevant genoeg geweest om te behandelen. Dat interpreteren wij niet als directe steun aan de bewoners en partijen die nu geconfronteerd zijn met de plannen. Het van tafel halen van het bestemmingsplan heeft verdere consequenties voor woningbouw in onze stad. En wat Fractie van Waardhuizen betreft, moet de nadruk liggen op het aanpakken van de problemen die nu naar voren zijn gekomen. Vooral, nogmaals, de onzekerheid van de bewoners. Onze insteek zou zijn, ga in gesprek met de bewoners en andere partijen. Bespreek de mogelijkheden. Zeker aan de Weeskinderendijk is nagedacht over mogelijkheden en eventuele aanpassingen in de plannen. En de opties die zij hebben bedacht, zijn wat ons betreft meer dan realistisch. Maar we willen die openstaande vraagstukken opgelost zien door het college. Wij zouden ervoor kiezen om het college te vragen even te stoppen met het in routing brengen van het bestemmingsplan en de problemen aan te gaan pakken. We vragen van het college een duidelijk en helder antwoord te geven die de bewoners en andere partijen als het begin van een nieuwe start kunnen zien. Mocht het niet naar tevredenheid zijn, dan kunnen wij altijd nog een motie inbrengen.
De heer Portier: Voorzitter. De voorzitter: De heer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik zou de heer Stam willen vragen wat hij precies bedoelt met het stopzetten van het in routing brengen van het bestemmingsplan? Is het eigenlijk niet in andere woorden wat wij vragen? De heer Stam: Nee, voorzitter, dat is niet hetzelfde. Wij vragen eigenlijk even uitstel. Delen van het bestemmingsplan kunnen wij echt wel onderschrijven. Je zou ervoor kunnen kiezen om hem niet ter inzage te leggen op 31 januari, maar dat even drie, vier maanden uit te stellen om de vraagpunten die ook in de motie van de SP worden genoemd van een lijn, van een oplossing te voorzien. Voorzitter, dan ga ik verder naar de tweede motie. De voorzitter: Wel kort graag, want uw spreektijd zit erop. Gaat uw gang. Maar of u het kort wilt houden, want uw spreektijd zit er eigenlijk al op. De heer Stam: Jazeker. Ik ben zo klaar. De voorzitter: Prima. Gaat u verder. De heer Stam: Zet de raad niet opnieuw buitenspel. Fractie van Waardhuizen heeft meer gevoel bij het eerste deel van de motie. Het proces moet wat ons betreft in de juiste volgorde worden uitgevoerd. Wat betreft de motie rondom het Maasterras zouden wij eerst het bestemmingsplan vastgesteld willen zien, voordat er een ontwikkelaar wordt aangesteld. Het tweede deel van de motie gaat ons te ver.
Dat zet gewoon heel de gemeente vast in allerlei ontwikkelingen. Er zijn ook kleine ontwikkelplannen, waarbij het goed is om een ontwikkelaar op voorhand aan te stellen, omdat in heel Nederland is vraag na ontwikkelaars en
44
bouwplannen. Lijkt het ons goed om soms te anticiperen op die markt. We hebben daar nog wel een vraag aan het college. Als je nu gaat kijken naar zo’n ontwikkelaar, als je die op Maasterras zou aanstellen, wat zijn dan de consequenties mocht een bestemmingsplan sneuvelen? Zitten daar juridische en financiële consequenties aan vast? Want daar hebben we in Dordrecht wel genoeg ervaring mee. Voor nu wil ik het daar even bij laten. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de heer Van Leeuwen. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik hou het kort. Er is al heel veel gewisseld. Ook mijn partij wil dat er veel gebouwd wordt. In deze raad heb ik al vele malen aangegeven de afgelopen zes jaar dat de woningnood moet worden opgelost in Dordrecht. De koopprijzen stijgen de pan uit en voor een fatsoenlijke huurwoning moet je jaren wachten. Onacceptabel. Het laatste jaar heb ik ook vooral gepleit voor meer middenhuurwoningen. Je mag van een college verwachten, die ook deze visie min of meer deelt, dat er veel gebouwd moet worden, dat ze komt met een realistisch plan. Enkele weken geleden was er een commissievergadering over dit plan. Raads- en commissieleden werden geïnformeerd over dit plan. En eigenlijk, ik moet eerlijk zeggen, ben ik me rot geschrokken. Ik zal een paar punten toelichten.
Allereerst, ik heb er net al iets over gezegd in de discussie met de VVD, het parkeren. Voor elke tien huishoudens komen er maar drie parkeerplaatsen. Dat is onvoorstelbaar weinig. Drie parkeerplaatsen voor elke tien huishoudens. Waar komt toch die fantasie vandaan dat mensen massaal hun auto gaan wegdoen de komende paar jaar? De inwoners worden geconfronteerd met een goedkoop wensdenken. Ik begreep zelfs dat de parkeernorm van 0,3 inclusief de plekken in de parkeergarages is. Absoluut onacceptabel. En als inwoners hiertegen in verzet komen, begrijp ik dat dan ook heel goed. Dan, dat punt is nog niet genoemd, de geluidsnorm. Het plan beschrijft dat we in dit plan maar net onder de maximale geluidsnorm zitten voor een stedelijk gebied. Waarom kan dat niet beter, wil ik dan vragen aan de wethouder? Er is al genoeg geluidsoverlast in Dordrecht. Verder zijn er nog vele andere argumenten die beschreven staan in de motie, In gepraat over een onhaalbaar plan kun je niet wonen. Mijn partij heeft meegetekend met deze motie. Mijn partij heeft ook meegetekend met de motie om het bestemmingsplan eerst te laten vaststellen door de raad, voordat een definitieve overeenstemming met ontwikkelaars wordt overeengekomen. College, kom eerst maar eens met een haalbaar plan. Wat mij betreft kan dit plan in de prullenbak. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank.
Dan tot slot de heer Van der Spoel. Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik houd me aan wat er afgesproken is aan het begin van deze vergadering. Ik houd het bij de moties. En daarin sluit ik me volledig aan bij de woordvoering van de Partij voor de Dieren. Wat betreft de motie over het onhaalbaar plan, die steun ik niet. En de raad niet buitenspel, die steun ik. En de inhoudelijke discussie over het Maasterras gaan we de komende maanden voeren. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van de raad gehad. Maar niet nadat we nog een interruptie hebben van de heer Portier. Gaat uw gang.
45
De heer Portier: Voorzitter, de heer Van der Spoel sloot zich honderd procent aan bij de woordvoering van de Partij voor de Dieren. Betekent dat, dat u ook van mening bent dat het geen probleem is om de Zwijndrechtse brug volledig voor autoverkeer af te sluiten? De heer Van der Spoel: Nee, die mening deel ik niet. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. U heeft vandaag dienst. Wethouder Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Het Maasterras en de eerste motie om het traject te stoppen U zult niet verbaasd zijn dat we die als college stellig willen ontraden. U heeft eerder de ontwikkelvisie vanuit Mecanoo vastgesteld. We zijn van daaruit met onder andere een omgevingseffectrapportage en nu met een ontwerpbestemmingsplan en zienswijzetraject met afspraken met publieke partijen die relevant zijn in het gebied en tafels daarover juist hard bezig om dit vervolgens uit te werken naar een realistisch plan. En als dat nu het proces stop zou zetten, dan zou juist u de ontwikkelingsmogelijkheden daar enorm terugwerpen in de tijd. En bovendien ook het kunnen gebruiken van de Crisis- en herstelwet, wat bij uitstek geschikt is voor dit soort complexe gebiedsontwikkelingen, waarin je met flinke opgaves ook in de tijd te maken hebt, waar je die flexibiliteit maximaal nodig hebt.
En een instrumentarium is die alleen maar mogelijk was, omdat we het nog in het oude stelsel van de bestemmingsplannen hebben kunnen inzetten. Daarom adviseren wij om deze motie niet aan te nemen. We gaan vervolgens wel met elkaar nog een enorm intensief traject in. Want het is niet iets wat Dordrecht vaak doet, een ontwikkeling van deze omvang. En daar is het nadrukkelijk enorm belangrijk dat u als raad daarin ook goed in positie bent. U heeft daar de commissievergadering op gehad. Ik heb inmiddels het schema gezien van alle verschillende onderwerpen die erin zitten. Ik heb er al heel veel hier ook voorbij horen komen, als het gaat om veiligheid, om programmering, om die partijen, et cetera. Ik zag dat het schema voorziet in zo'n beetje elke dinsdag een sessie met elkaar daarover tot en met de zomer. En misschien zelfs nog wel daarna. U wordt absoluut voorzien in een heel intensief traject met elkaar. Dat is ook erg belangrijk. Want het is een enorm belangrijke ontwikkeling voor de stad, waarin u ook goed in positie moet zijn. Dat brengt mij tot de volgende motie, over de anterieure overeenkomst. Juist om te zorgen dat je uiteindelijk een bestemmingsplan maakt waar u als raad zegt, binnen deze kaders willen we daarmee aan de slag, dat betekent het type programmering, dat betekent indeling van het gebied, et cetera.
Vraagt ook dat je een plan hebt, wat vervolgens ook haalbaar, uitvoerbaar is. Want het is enorm complex. En we hebben al vastgesteld, ondanks dat de gemeente heel veel inmiddels in bezit heeft in het gebied, zijn wij niet een dagelijks ontwikkelende partij. Daar zijn partijen voor in het land, ontwikkelaars die al vaker in het land met zulke complexe gebiedsontwikkelingen te maken hebben gehad. Die kennis van de marktpartijen wil je heel graag aan boord halen, want die kunnen de toets doen of hetgeen u zo meteen in kaders vaststelt ook vervolgens te realiseren is. Dat doet de anterieure overeenkomst, via een processtap waarin je marktpartijen via consultatie, prekwalificatie, dialoog met ze over het plan, wat is wel en niet haalbaar? Uiteindelijk tot een intentieovereenkomst. Hetgeen wat in de motie staat, om geen overeenkomst af te sluiten, wil ik stellig ontraden. Want daarmee ontneemt u uzelf juist die marktkennis en vergroot je enorm het risico dat je aan het eind iets vaststelt wat vervolgens niet te realiseren is.
46
De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Wat me niet helemaal duidelijk is aan dit verhaal, de wethouder zegt, we moeten de kennis van marktpartijen betrekken, maar waarom is daar een overeenkomst voor nodig? Dat is toch wel een groot gat in de onderbouwing waarom de wethouder tegen deze motie is. Wij kunnen als raad die kennis prima betrekken, door die marktpartijen aan tafel uit te nodigen. Daar is helemaal geen anterieure overeenkomst voor nodig. Kan de wethouder dat toelichten? De heer Burggraaf: Voorzitter, als je kwalitatief goede input wil van partijen van buiten, dan vraagt dat ook heel veel tijd en investering van die partijen. En dat krijg je alleen als die partijen ook op een gegeven moment een bepaalde fase in het vooruitzicht hebben dat ze daar kunnen gaan ontwikkelen. Dat vraagt in het traject dat je op een gegeven moment ook commitment met elkaar kan afspreken. Maar ik ga graag ook wel even op het andere aspect in. Dat maakt dat ik zeg, we ontraden echt om uzelf eigenlijk die kans te ontnemen om die overeenkomst niet te sluiten en die voorbereiding met ontwikkelaars niet te starten. Het andere aspect wat ik in de motie zie staan, en die snap ik heel goed, waarin u zegt, we roepen op, zet ons niet als raad voor het blok.
Zorg dat onze kaderstellende rol, participatie, inspraak als raad volledig in het traject gewaarborgd blijft. Zorg dat we als raad op geen moment buitenspel worden gezet. Ik zeg u toe dat wij het proces zo inrichten dat dat geenszins het geval zal zijn. Ik legde u net uit dat we zo meteen bijna wekelijks met elkaar zitten. In dat traject zullen we ook absoluut ruimte met u reserveren om toe te lichten hoe we zo'n dialoogfase met de marktpartijen aangaan. Op welk moment je komt tot het aangaan van een intentieovereenkomst. En dan gaan we met u in gesprek om te zeggen, en wat leg je dan vast in die intentieovereenkomst? U bent daar gewoon continu aan zet. En daar zullen we u continu in meenemen, zodat u aan het eind ook een besluit kan nemen. Dat u kan zeggen, wacht, als ik iets in de programmering wil wijzigen, dan kunnen wij ook tegen u zeggen, dat kan, maar besef wel dat je dan misschien tien miljoen meer in het traject moet investeren, omdat je minder opbrengst hebt in de programmering. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Portier. De heer Burggraaf: Dan kunt u hier besluiten nemen op basis van... Dat u weet wat er nodig is om het plan ook haalbaar te krijgen. De voorzitter: De heer Portier. Je moet af en toe wethouder Burggraaf even onderbreken, want die heeft zelden een punt. De heer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Ik drukte ook al het knopje in, voorzitter.
Voorzitter, de heer Burggraaf zegt dat het investeringen vraagt van de marktpartijen om adviezen te kunnen geven. En dat er een commitment van beide partijen nodig is. Aan de andere kant zegt hij, voordat er een overeenkomst gesloten wordt, ook voordat er een intentieovereenkomst gesloten wordt, komen we eigenlijk terug bij de raad. Kan ik dat zien als een toezegging? Want ik wil niet in de situatie komen dat er gezegd wordt, de marktpartij die we hebben uitgezocht, heeft nu al zoveel geïnvesteerd dat als het plan niet doorgaat, zoals we dat
47
bedacht hebben, dat we een flinke schadevergoeding moeten gaan betalen of dat het plan niet doorgaat. De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, dat is een keiharde toezegging. Nogmaals, in dit proces is het van essentieel belang dat we met elkaar in de goede stappen het traject doorlopen. En wat ik zei, ik ontneem u niet de kans om dat wel op een gegeven moment te doen met die ontwikkelaars. Ook heel logisch dat u zegt, maar voordat u dat doet, willen we wel even weten, wat spreek je dan af met een ontwikkelende partij? En nogmaals, dat zal gaandeweg je in het proces zit, vraagt dat steeds sterkere commitmentafspraken. Maar dat wil ik ook heel graag of dat wil het college ook graag met u als raad dat soort momenten bespreken en gezamenlijk aangaan. Volgens mij heb ik dan voldoende op de motie gereageerd. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie nog een paar interrupties. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Om het nog even heel precies te maken, het ging vandaag bij vele fracties natuurlijk ook over het woningbouwprogramma. Bijvoorbeeld hoeveel procent sociale huur, hoeveel dure koop, et cetera.
Als u met een marktpartij een anterieure overeenkomst gaat sluiten, doet u dan op basis van wat in bijlage 6 staat, die percentages, 18,8 procent sociale huur tot en met, wat was het, 37,5 procent dure koop? Of zegt u, nee, voor ik dat ga doen, ga ik eerst met de commissie praten over wat het wenselijke percentage is en dan pas de anterieure overeenkomst sluiten? Hoe gaat dat dan? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat gaat natuurlijk op basis van uitgangspunten die nu in het ontwerpbestemmingsplan staan. Maar dat wil niet zeggen dat u op een gegeven moment een andere koers kan bepalen. Want wat ik daar nadrukkelijk ook in zeg, wat u ziet in percentages is op basis van een analyse. Als u het leest, wat is de woningmarkt in Dordrecht? Wat voorzien we dat nodig is? En we gaan juist ook met marktpartijen het gesprek aan, want die gaan ook namelijk kijken, wat voor wijk bouw je daar? En wat voor woonproduct levert dat op? En die gaan dan ook toetsen, maar als we zo'n woonproduct maken, zijn daar dan ook de kopers voor te vinden? En zijn die ook in de juiste aantallen en snelheid te vinden om het voor te ontwikkelen product te maken? Tegelijkertijd zeg ik ook, is het een verkenning die je met marktpartijen hebt om te kijken, en wat voor woonproduct kan je daar dan realistisch ook realiseren met elkaar? Het is echt een dialoog. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dan nog een keer.
Ik hoorde u, als ik het even kort samenvat, zeggen, u gaat met die 18,8 procent aan de slag met de anterieure overeenkomst, dat u denkt dat dat het moet zijn. En dan kunnen we het natuurlijk nog bijstellen naderhand. Volgens mij heb je dan ook teleurgestelde marktpartijen. Dan helpt het ook weer niet. De heer Burggraaf: Met deze uitgangspunten, maar dat is met meerdere uitgangspunten die in het ontwerpbestemmingsplan staan... En nogmaals, het is een dialoogfase. Het is zeggen, is dit een programma wat te realiseren is met alle andere investeringen die erin zitten?
48
Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Burggraaf: En ik wil ook met u nogmaals afspreken, we hebben nu heel veel sessies met elkaar gepland staan, geef ook het vertrouwen dat dat soort overeenkomsten pas ingaan op het moment dat we daar het gesprek met u over hebben gehad. En ik zou dit gesprek graag in de diepte met u nog hebben via een beeldvormende commissie, waarin we dat ook gewoon even nader kunnen toelichten. En kunnen laten zien, wat is het dan? En welke stappen zet je dan in zo’n traject, waarin je met private partijen aan de slag gaat? Want ik denk dat we elkaar dan beter kunnen begrijpen en vinden, dan het nu heel erg absoluut te maken. De voorzitter: Dan had ik de heer Gündogdu en dan mevrouw Stolk. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb een tweetal vragen aan de wethouder. Ten eerste, wat we jarenlang hebben vernomen, ook vanuit u, is dat de belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van dit gebied was de externe veiligheid. Heeft u vanuit de Rijksoverheid een toezegging gekregen dat die externe veiligheid gegarandeerd is dan wel dat het vervoer van gevaarlijke goederen afneemt dan wel helemaal stopt? Dat is mijn eerste vraag. En het tweede is, ik heb de zienswijze van gemeente Zwijndrecht gelezen rondom de mogelijke afsluiting van de Zwijndrechtse brug voor het autoverkeer.
En ik vond het best stellig dat de gemeente Zwijndrecht eigenlijk het college beticht van geen betrouwbare samenwerkingspartner. Wat zou u daarop willen reflecteren? De heer Burggraaf: Voorzitter, het is denk ik algemeen bekend dat de inzet van ons college, en ook gesteund door uw raad, sowieso is op het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor, om dat zoveel mogelijk te gaan terugdringen. Verder de details in die discussie, ik zou ook zeggen, neem daar vooral de tijd voor, voor de beeldvormende commissie die ergens al inmiddels gepland staat. Want dit is een van de onderwerpen die namelijk is aangedragen door u en inmiddels in het schema is opgenomen. Dan voor wat betreft het tweede aspect. We hebben een proces waarbij we zienswijzen hebben gekregen van heel veel verschillende partijen. 38 in totaal. En dat gaan we netjes in het proces alles naast elkaar zetten en van reacties voorzien. Ik vind het in deze fase van het proces niet netjes om op een van die zienswijzes al in te gaan. Want nogmaals, dat gaan we integraal voor al die zienswijzes doen. En dan krijgt u vanzelf ook de reactie van het college daarop. De voorzitter: Dan mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik wil niet ingaan op de zienswijzes. Ik heb ze wel even vluchtig doorgelezen, maar die liegen er niet om. Maar ik wil even aanvullend op de heer Van der Kruijff. Die gaf dat aan, die 18,8 procent.
Als we met dat percentage de onderhandelingen ingaan, dan ben ik toch wel een beetje bang dat dat dadelijk gaat stagneren. Want ik heb nog heel erg op mijn netvlies staan de Middenzone waar BAM heeft gezegd van, jongens, we trekken de stekker eruit. En ik hoop toch niet dat de woningbouw die we nodig hebben in deze stad voor de 17.000 woningzoekenden, dat dat dadelijk met dit traject ook gaat gebeuren. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Burggraaf: Voorzitter, is toch echt wel appels met peren vergelijken qua project. Daar zou ik niet op ingaan. Dan raad ik de VSP vooral aan om die motie niet in te dienen.
49
Die zegt, stop met het proces. Want dan heeft u in ieder geval een recept om hier nog veel langer mee bezig te zijn. En die voortgang niet te kunnen boeken. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even reagerend daarop. Technisch gezien moet je zeggen, stop nu met het proces. Dat heb ik zo begrepen. Maar wij zeggen niet, stop met het bouwen en leg niet alles neer wat er al gedaan is, maar ga kijken naar die percentage woningbouw die daar gebouwd gaat worden. De heer Burggraaf: Voorzitter, nogmaals, ik zou echt niet oproepen tot het proces stoppen. Ik zou juist u adviseren om vol op te roepen om dit proces in volle vaart door te zetten, omdat het nu juist zo is dat we in een enorme complexe gebiedsontwikkeling met al die verschillende partijen de komende tijd het gesprek verder ingaan. En op basis van die zienswijzen kijken, wat hebben we voor ontwerpbestemmingsplan neergelegd? Welke zienswijzes zitten daar? Zoals we dat altijd bij een bestemmingsplan doen. Dat we goed kijken, welke zaken snijden hout? Hebben we het misschien niet goed gezien of hebben we nu toch andere inzichten nu we een zienswijze hebben gekregen? Of welke dingen die worden wel gesteld, maar zijn we het volledig niet mee eens? Dat is precies het proces wat we nu doorlopen.
Ook, nogmaals, in de complexiteit om te kijken, hoe krijg je het geheel gefinancierd? Ik zou zeggen, zorg vooral dat je dat proces in volle vaart door kan zetten. Dan heb je de grootste slagingskans voor de ontwikkeling van Maasterras. De voorzitter: Nog twee interrupties. De heer Portier en de heer Stam. Gaat uw gang, de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik kom toch nog even terug op die anterieure overeenkomst en het proces met de ontwikkelaars. Als we met de uitgangspunten van het conceptbestemmingsplan, zoals het nu is opgesteld, uitgebreid gaan praten met ontwikkelaars, dan leg je een deel naar mijn idee toch al vast. Gezien het feit dat we zeer waarschijnlijk een heel aantal van die uitgangspunten zullen willen veranderen, is alles wat je bespreekt met die ontwikkelaars, wat toch deze kant opgaat, eigenlijk verspilde tijd. Maar wat ik me toch afvraag, stel als we toch naar die kant opgaan en ergens in mei, juni, zal ik maar zeggen, is er een ruwe schets van wat zo'n overeenkomst zou kunnen zijn. En het komt terug naar de raad. Wat is het probleem om dan tegen een ontwikkelaar te zeggen, weet je wat, direct na de zomer in september ligt het bestemmingsplan in de raad, wacht even daarop, voordat we ergens een handtekening onder zetten? De heer Burggraaf: Dat zit sowieso technisch...
Op het moment dat je een anterieure overeenkomst wil, moet je het doen voordat je het bestemmingsplan vaststelt. Die zal uiteindelijk voorliggen op hetzelfde moment als dat u een bestemmingsplan gaat vaststellen. En verder, nogmaals, dan kom ik terug op wat ik eerder zei. Als u niet de ruimte geeft om met ontwikkelende partijen intensiever in die ontwikkeling te gaan duiken en ze de ruimte te geven om te gaan kijken, als wij dat zouden gaan ontwikkelen, hoe zouden we dat dan aanpakken? Waar lopen we dan tegenaan? Welke investering moet... En daar het dialoog voor op te starten. Mevrouw Stolk: Voorzitter.
50
De heer Burggraaf: Als je dat niet in gang zet, dan ga je zo meteen op een punt komen dat je een bestemmingsplan gaat vaststellen waarvan je het realiteitsgehalte gewoon niet goed kan beoordelen. De voorzitter: Dat hadden we al gehoord. De heer Stam en dan mevrouw Stolk. Maar de heer Van Leeuwen zat er ook nog tussen. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel. Voorzitter, een vraag. Ik snap dat met er die ontwikkelaars moet worden gesproken, want het is een moeilijk proces. De enige vraag die ik daarbij heb, welke ruimte zit er dan nog om aanpassingen te doen in zo’n ontwerpplan? En zeker ook als je nog met partijen gaat praten. Want als je met ontwikkelaars in zee gaat en je gaat uit van plan A, welke ruimte zit er dan nog om plan B o C eventueel toe te passen? Of haken ze dan af? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat probeer ik duidelijk te maken. Die ruimte is er gewoon nog volledig. Het is nog zeker zo dat u in uw kaderstellende rol andere richtingen op kan. Alleen is het ook zo dat dat dan bijvoorbeeld kan betekenen dat iets duurder is, waardoor je meer geld moet inleggen. Maar dat is niet zozeer omdat je je dan contractueel hebt vastgelegd aan een partij dat het A zou moeten zijn, maar omdat je weet, wacht, als ik het in deze combinatie doe, dan levert die programmering zoveel op. De investering in infra kost zoveel.
Op die manier krijg ik of een sluitend verhaal of moet ik aan de voorkant zoveel geld inbrengen om het een ontwikkeling te maken. En als je daar een wijziging in doet, heeft dat natuurlijk of aan de opbrengstenkant of aan de kostenkant een effect. Maar dan weet u in ieder geval ook in uw kaderstellende keuzes wat de effecten van verschillende keuzes zijn. De voorzitter: Dank. Dan gaan we nog naar de heer Van Leeuwen, mevrouw Stolk en dan gaan we de termijn van de wethouder afronden. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk nog twee vragen, wethouder. Ik heb het net gehad over de geluidsnorm. De geluidsnorm zit tegen het maximum aan van wat mogelijk is in stedelijk gebied. Mijn vraag is eigenlijk, zou dat wat meer naar de goede kant kunnen worden gedrukt, die geluidsnorm? En de tweede vraag is, we hebben het net gehad over de onderhandelingen, in hoeverre is het college op dit moment al bezig met gesprekken en/of onderhandelingen? Dank u wel. De heer Burggraaf: Zoals ik zei, voorzitter, met gesprekken volop, met ook de publieke partners. Onderhandelingen niet. In die zin, als u bedoelt met ontwikkelaars of iets dergelijks, dan is dat niet het geval. En als het gaat om de optimalisatie, dat is juist de hele exercitie die is geweest met de omgevingseffectrapportage.
Eerst kijken naar een plan, en dat ziet u ook in die plannen, hoe ga je de doelstellingen, die u in de omgevingsvisie heeft vastgesteld, zo optimaal mogelijk ingevuld krijgen? En daar is deze voorkeursvariant uit naar voren gekomen. De voorzitter: Heel kort. De heer Van Leeuwen: Nog even de vraag over de geluidsnormen.
51
De heer Burggraaf: Ik zou ook zeggen, voer daar het gesprek nog even op een van de beeldvormende commissies die nog staat. Ik denk dat dit ook wel een van de thema's is die we daarin met elkaar nog zullen bespreken. De voorzitter: Dank. Mevrouw Stolk, tot slot. Mevrouw Stolk: Voorzitter, de wethouder vraagt, laat ons vol gas doorgaan. Hij mag ook vol gas doorgaan, maar niet met die 18,8 procent. Want net wat u zegt, als we het uitgangspunt nemen die 18,8 procent en we willen daar een percentage bovenop hebben, dan ligt daar gewoon een kostenplaatje onder. En dan moeten we de knip trekken. En dat wordt er nu even niet bij verteld. Willen we opplussen dadelijk naar meer sociale woningbouw, dan moet deze raad geld erbij leggen. En we gaan een hele moeilijke periode in, waarin de bezuinigingen voor de deur staan. Ik denk dat die 18,8 gewoon 18,8 blijft. En ik wilde nog iets zeggen, maar dat weet ik nu even niet meer. Maar dat is eventjes waar wij nu voor willen oproepen. En ook de Weeskinderendijk en het woonwagenkamp, laat dat dan gewoon lekker zitten waar het zit. De voorzitter: Het gaat wel allemaal een beetje ver off topic, want we hebben het over twee moties. Maar misschien dat u hier nog kort op kunt reageren. De heer Burggraaf: Nee, volgens mij heb ik de motie goed geapprecieerd. En als het gaat over geld, maakt het niet zoveel uit of u nu wel of niet dat...
Want dat is, nogmaals, uiteindelijk een uitkomst van, wat kan je programmeren? Wat zijn de inkomsten? En wat moet je in allerlei investeringen doen? En wat zijn de kosten? En dat vraagt ook nog een verkenning. Ik kan daar nu niet eens een uitspraak over doen, omdat ik ook geen idee heb wat de woningbouwprogrammering uiteindelijk voor inkomsten biedt. Omdat we daar het gesprek met ontwikkelaars moeten hebben. Misschien blijkt er wel uit dat hij zegt, als ik heel veel sociaal kan bouwen, dan levert het meer geld op. Wie weet? Ik weet het niet. Dat is juist iets wat we in dit vervolgtraject allemaal onderzoeken. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even reagerend daarop. Ik geloof niet dat de wethouder in sprookjes gelooft, toch? Als je meer sociale woningbouw gaat bouwen, dat kost altijd meer geld en dat levert een projectontwikkelaar, dat weten we allemaal, niet meer op. De voorzitter: Waarvan akte. Volgens mij hebben we dan uw termijn gehad. Is er nog behoefte aan een tweede termijn van de raad? De heer Den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Een aantal wel. De heer Den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Wij hebben behoefte aan een korte schorsing, om even intern en ook met andere partijen te overleggen naar aanleiding van de antwoorden. De voorzitter: Hoelang is kort? Vijf minuten?
52
De heer Den Hartog: Tien minuten graag. De voorzitter: Tien minuten. Dan schorsen we tien minuten. Gaat uw gang. De vergadering is heropend. Ik kijk even naar de heer Den Hartog, die om schorsing had verzocht. Bent u eruit? Ja. Ik zie geknik. We hebben de eerste termijn van raad en college gehad. Mag ik even vingers zien wie er behoefte heeft aan een tweede termijn? Dat zijn er drie, vier. Wie zijn dat? Wie is de vierde dan? GroenLinks. Begin ik bij u, GroenLinks. Gaat uw gang, de heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. In de eerste termijn hebben we onze mening gegeven over een motie. Dan blijft nog over de tweede. De wethouder heeft een aantal dingen gezegd over anterieure overeenkomst. Dat was om te checken. Ik kijk ook even naar de overkant. Daar heb ik inderdaad begrepen dat wat ik zelf had gelezen dat dat inderdaad zo was. Toch hebben we ook nog wel enige vragen daarover. We hebben net geconstateerd dat een aantal partijen expliciet hebben genoemd dat die 18,8 procent best hoger mag zijn. Het aantal partijen die dat expliciet genoemd heeft vertegenwoordigen een meerderheid. Dat betekent dat wat ons betreft daar natuurlijk wel heel veel aandacht aan moet worden besteed in de gesprekken met de marktpartijen. En de heer Van der Kruijf gaat daar een expliciet voorstel voor doen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan lijkt me dat een mooi bruggetje naar de heer Van der Kruijff. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, laat ik ermee beginnen dat het belangrijk is dat er breed draagvlak in deze raad is voor deze ontwikkeling. Want die gaat wel over meerdere raadsperiode heen zo zijn uitvoering krijgen. Het woningbouwprogramma is daar nogal een hot issue. Dat horen we breed in de raad. En daarom denken we dat het goed is om eerst met het college in een commissievergadering met elkaar te spreken over de uitgangspunten voor de anterieure overeenkomsten. En dat daar woningbouwprogramma een belangrijke punt is, moge helder zijn. Er kunnen ook andere aspecten bij aan de orde komen, indien nodig. En als dat uitgelegd is aan ons door het college, en de raad daar ook wat van kan vinden en daar een richtinggevende uitspraak over kan doen, er dan mee aan de slag te gaan. Dan hoeven we niet tot september te wachten. Dat kan wellicht gewoon in de maand maart of zo gauw als het college dat voor ons kan voorbereiden en we het daarover kunnen hebben. Dan denken we dat we gewoon recht doen aan een goede discussie en een goede uitleg, in plaats van dat het nu in de raad aan de hand van een motie gaat, die opeens vorige week in de lucht kwam. En dat het college dan even pas op de plaats maakt tot daar met de commissie over gesproken is. De voorzitter: Dank u wel.
Dan had ik nog genoteerd Partij voor de Dieren en de SP. Gaat uw gang. Partij voor de Dieren, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. De beantwoording van de wethouder heeft ons gesterkt in onze overtuiging om voor de motie van de SP te stemmen, over de raad niet buitenspel zetten. Als we de wethouder beluisteren, is het nut van een overeenkomst met ontwikkelaars om hun kennis binnen te halen. De Partij voor de Dieren ziet talloze andere manieren om expertise over gebiedsontwikkelingen binnen te
53
halen, zowel voor het college als voor de raad, zonder het bestemmingsplan of stedenbouwkundig masterplan te besmetten met de financiële belangen van projectontwikkelaars. Die belangen zullen ten koste gaan van de waarde van het Maasterras voor de stad. Want betaalbaar wonen hebben we keihard nodig, maar het gaat ten koste van de winstmarge van ontwikkelaars. Groen en duurzaam bouwen ook. En toch moeten we ons daar druk om maken en niet om een zo hoog mogelijke winstmarge voor ontwikkelaars. Het lijkt de Partij voor de Dieren veel verstandiger om de haalbaarheid van het bestemmingsplan met ingehuurde expertise te toetsen, dan met een anterieure overeenkomst met ontwikkelaars die zelf een eigen belang hebben. Daarom van harte steun voor de motie van de SP. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan tot slot de SP. Weer een bruggetje. De heer Portier, gaat uw gang? De heer Portier: Voorzitter, als ik kijk naar het plan dat nu voorligt, en dan ga ik in op het hele argument, we moeten zo snel mogelijk voort met zijn woningbouw, het huidige plan zal nooit uitgevoerd worden, kan nooit uitgevoerd worden. En als ik kijk gewoon naar een van de uitgangspunten van het plan, is dat de brug afgesloten wordt voor auto's. En even naar de Partij voor de Dieren, ik zou niets liever hebben dan dat zoveel mensen op de fiets en het openbaar vervoer overstappen.
Dat we die brug over tien jaar niet meer nodig hebben. Maar binnen tien jaar gaat dat niet gebeuren. En dat betekent dat we een plan presenteren, misschien vast gaan stellen als we niet uitkijken in september, waar een Zwijndrecht voor zal gaan liggen, waar een Rijkswaterstaat voor zal gaan liggen. En wat tot aan de Raad van State uitgevochten zal worden. Wat betekent dat er in ieder geval binnen de eerste twee, drie jaar geen steen op de andere gaat komen. Dat is iets wat we niet moeten willen. We moeten gewoon terug naar realistische uitgangspunten voor een bestemmingsplan. En zolang wij die realistische uitgangspunten voor een bestemmingsplan niet hebben, en dan gaat het inderdaad over het niet aan de kant vegen van bestaande bewoners, een realistische verdeling, zal ik maar zeggen van, de woningen die we nodig hebben, niet op dit moment afsluiten van de brug voor autoverkeer. Dan hebben eigenlijk besprekingen met ontwikkelaars ook helemaal geen zin. Wat dat betreft zie ik geen enkele reden om noch de ene noch de andere motie op terug te komen en houden we daaraan vast. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we daarmee de tweede termijn van de raad gehad.
Is er nog een reden voor de wethouder om kort te reageren? De heer Burggraaf: Voorzitter, volgens mij wel, omdat de vraag van de heer Van der Kruijff was of het college kan toezeggen om die anterieure overeenkomst dan nog apart in de commissie te bespreken. Die toezegging had ik gedaan. Die herhaal ik bij deze nog een keer. En ik kan het toch ook niet laten om nog even te reageren op de heer Groenewege van de Partij voor de Dieren, want die schetst echt een karikatuur die niet klopt. Zonder die ontwikkelende partijen kunt u die hele mooie stad die u schetst niet ontwikkelen, want de gemeente bouwt niet zelf. Dat doen echt andere partijen. En ik ben het dan wel weer eens met het standpunt wat u zegt dat het niet de bedoeling is dat de ontwikkelaars schandalig hoge winsten gaan maken. Ze mogen winst maken, want anders dan kan een bedrijf niet voortbestaan. Maar dat moet winst in proporties zijn.
54
Daar zullen we absoluut ook in de onderhandelingen op letten. En tegelijkertijd heb je de kennis nogmaals nodig van het ontwikkelen en ook een ontwikkelingskracht om uiteindelijk onze stad naar de toekomst toe te kunnen veranderen in de richting die we graag met zijn allen willen. En daar bent u zelf bij om de kaders daarvoor af te stemmen. De voorzitter: Nog even kort een interruptie van de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, nog even over die kennis van ontwikkelaars. Zit er bij die ontwikkelaars ook woningbouwverenigingen? Of wordt de geringe hoeveelheid sociale huurwoningen in dit plan ook door particuliere beleggers gerealiseerd, met het gevaar dat ze na vijftien jaar ook weer verkocht worden. De heer Burggraaf: Voorzitter, de sociale huur die ontwikkeld wordt, die wordt gedaan door corporaties. Daar zullen wij ook natuurlijk de corporaties die in ons gebied mogen ontwikkelen bij betrekken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij zijn we er dan. Nee, nog niet. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, een vraag. De wethouder deed de toezegging dat dat in de commissie kan. Even voor alle duidelijkheid, wacht u dan nog, voordat u aan de slag gaat met de ontwikkelaars, die commissiebehandeling toch af? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is wat ik had toegezegd.
Nogmaals, dat dat een traject is van verschillende stappen en dat we graag willen dat we dat gezamenlijk met u doen. Dat u ook weet hoe zo'n proces eruitziet, welke stappen je daarin neemt. En dat gaan we eerst met u bespreken, voordat we dingen met partijen gaan vastleggen. Er zijn nu natuurlijk al partijen die zich melden. Ik ga niet tegen u zeggen, we gaan niet meer praten met partijen totdat we die commissievergadering hebben gehad. Maar nogmaals, we gaan niks van intentieovereenkomsten of wat dan ook sluiten voordat we met u het gesprek hebben gevoerd. Volgens mij voldoe ik dan precies aan de zorgen die u heeft. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij kunnen we gaan stemmen. Mijn voorstel is om eerst over motie M5 te stemmen, want dat is de meest vergaande motie. Als die zou worden aangenomen, is M4 eigenlijk niet meer nodig. M5, een motie, onhaalbaar plan waar je niet in kan wonen, zal ik maar even zeggen. Zijn er nog stemverklaringen bij motie M5? Is niet het geval. Dan gaan we stemmen. Mevrouw Pichel is net op tijd. Hartelijk welkom. Motie M5. Voor is plus. Tegen is min. Gaat uw gang. Over een onhaalbaar plan waar je niet in kan wonen. Mevrouw Pichel kan nog net meestemmen. Gaat uw gang. De motie is verworpen. 29 stemmen tegen, 7 stemmen voor. Voor de fracties Op ons Eiland, SP, Van Leeuwen en de VSP. De overige fracties tegen.
Dan hebben we motie M4 van de SP Dordrecht, VSP, Op ons Eiland, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie. Nee, was niet bij het indienen. En Nederland voorop en vooruit, Fractie van Leeuwen. Dat staat erbij. Ik zeg het maar even. Zijn er nog stemverklaringen?
55
De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, wij hoorden net de toezegging van de wethouder eerst met de commissie te willen bespreken. Maar daar blijft steeds toch een beetje ruimte zitten. Maar ik ga wel met ze praten. En als ze melden, ga ik toch wel aan de slag. En wij willen echt eerst die commissievergadering hebben, voordat er met de anterieure overeenkomst aan de slag gegaan wordt. Voor nu willen we daar gewoon echt de rem op zetten, voordat het hier helder is in de raad. En daarom zullen we deze motie van de SP steunen. De voorzitter: Anderen? We zijn bij de stemverklaringen, wethouder. Het spijt me. Hij vraagt om nog een verduidelijking, maar dat doen we eigenlijk niet. Is wel duidelijk geweest. De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, wij delen die mening niet. Wij hebben dezelfde antwoorden van de wethouder gehoord en zijn daarin wel gerustgesteld. We kunnen met een gerust hart tegen deze motie stemmen. De voorzitter: Anderen nog? Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, we zijn blij met het voorstel dat het CDA heeft gedaan, en GroenLinks ook natuurlijk. We willen er graag over verder praten in een commissie. En we zijn op zich wel gerustgesteld dat er geen intentieverklaring wordt afgelegd. We zullen tegen deze motie stemmen, omdat we gerustgesteld genoeg zijn.
De heer Den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Dank u. Anderen? Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Wij willen ons aansluiten bij de stemverklaring van ChristenUnie/SGP en PvdA. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Wij sluiten ons ook graag aan bij de stemverklaring van ChristenUnie/SGP. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: En dat geldt ook voor ons of voor mij. De voorzitter: Anderen nog? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen. Motie M4, Zet de raad niet opnieuw buitenspel. Voor is plus. Tegen is min. De motie is verworpen. 19 stemmen tegen, 17 stemmen voor. Voor waren de fracties Beter voor Dordt, CDA, Forum
56
voor Democratie, Op ons Eiland, Partij voor de Dieren, SP, Van Leeuwen en VSP. En de overige fracties tegen. Daarmee is de motie verworpen. 40.Motie Vreemd aan de orde van de dag - Zonder geld geen gemeente De voorzitter: Dan gaan we naar de twee moties vreemd aan de orde van de dag. Als eerste de motie Zonder geld geen gemeente. Ik zou bijna zeggen, wie is daartegen? Dat gaat iets te snel. Agendapunt 40. Er is een concept gedeeld door GroenLinks, met steun van meerdere partijen. Hij mag nog worden toegelicht. En volgens mij mag ik de heer Uysal het woord geven. Gaat uw gang. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Er is de laatste tijd veel te doen geweest rondom gemeentefinanciën. En afgelopen maand bracht accountantskantoor BDO ook een rapport uit over de financiële positie van gemeenten, waardoor Dordrecht helaas, op zijn zachtst gezegd, niet goed uitkwam. De verwachting is namelijk dat we een tekort gaan hebben van maar liefst 108 miljoen euro over de komende 5 jaar. En inmiddels waait er een nieuwe politieke wind door Nederland. En nu partijen weer aan het formeren zijn en een nieuw kabinet proberen samen te stellen, is het goed om als raad op dit moment weer druk uit te voeren richting het Rijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De motie is daarmee ingediend. Staat ook in het systeem. Ik kijk even rond.
Mat ik even vingers? Wil iedereen daar het woord over voeren, even kort? Mevrouw Boom, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Want wij willen graag een toelichting geven. Regelmatig krijgen wij in de commissies een vreemde opmerking, omdat we ons voorstellen als de Dordtse VVD. Dat doen wij, omdat wij ons als Dordtse lokale partij zien. Wij zijn een lokale partij, maar met een landelijk gedachtegoed vanuit het liberalisme. En dat landelijke netwerk in de Eerste, Tweede Kamer, maar ook in de provincie Zuid-Holland, zetten wij heel graag in om de situatie in Dordrecht bijvoorbeeld rondom Chemours onder de aandacht te brengen. Maar ook hindernissen rondom de bouw van woning te slechten. En zeker ook onze maritieme sector te bevorderen. Ook al weten we dat de landelijke VVD bezig is met onderhandelingen om een regering te vormen, vinden wij onze lokale partij heeft prioriteit. Wij vinden het belangrijk dat de gemeente Dordrecht goed haar werk kan doen. Om die reden steunen wij deze motie en zullen wij ons partijnetwerk in blijven zetten om die motie uit te dragen. En dat verzoeken we ook de andere partijen met een landelijke basis te doen. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer Uysal.
De heer Uysal: Voorzitter, sluiten van bibliotheken, sluiten van zwembaden, investeringen in urgente opgaven vooruitschuiven, snijden in de eigen organisatie, interen op reserves en een treetje lager op het onderhoudsniveau van de openbare ruimte. Waar ik het over heb, voorzitter? Over recente gebeurtenissen die de sluipende uitholling van het gemeentelijke voorzieningenniveau laten zien. En dat als gevolg van een structureel tekort bij gemeenten door toenemende taken en een achterlopend Gemeentefonds. En de Rijksoverheid geeft vooralsnog niet thuis. En laat daarmee nog
57
altijd alle gemeenten bungelen. En ook Dordrecht. En dat kunnen wij als Dordtse raad er toch niet bij laten zitten. Want als er niks gebeurt, als de Rijksoverheid niet over de brug komt, dan zijn ingrijpende en duidelijk zichtbare bezuinigingen op publieke voorzieningen en lastenverhoging voor onze inwoners onvermijdelijk. En dat willen wij niet. Want wij zijn geen raadslid geworden om de gemeente kapot te bezuinigen. Eerder stemden vele gemeentecolleges, inclusief die van ons, in met de oproep van de VNG om vanaf 2026 de cijfers in het rood te laten staan. Maar GroenLinks vindt het toch heel wat anders dat de raad, als hoogste bestuursorgaan van de gemeente, nu een expliciete uitspraak doet over deze alarmerende situatie. Het is overduidelijk dat we in een benarde positie verkeren en dat er dringend actie nodig is. En het allerminste wat we als raad nu kunnen doen, is onze bezorgdheid uitspreken en gezamenlijk optreden. En deze kwestie overstijgt politieke belangen. Het raakt ons allemaal. Daarom zijn we ook blij met de ondertekenaars van de motie en hopen dat deze motie ook unaniem kan worden aangenomen. Dank u wel. De voorzitter: hartelijk dank. Ik ga naar Beter voor Dordt. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, kort. De VVD noemde net al dat ze hun landelijk netwerk ook zouden gaan inzetten.
En zo hebben de lokale partijen gelukkig tegenwoordig ook wel een landelijke vertegenwoordigingennetwerk. En vanuit Beter voor Dordt zullen we ook zorgen dat die netwerken worden ingezet om deze oproep te ondersteunen. De voorzitter: Hartelijk dank. De VSP-fractie. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik sluit me van harte aan bij de woorden van de heer Uysal en van David Schalken van Beter voor Dordt. De voorzitter: Dank u wel. ChristenUnie/SGP-fractie. Gaat uw gang, mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel, voorzitter. Den Haag kan van gemeenten zeker niet verwachten dat ze alle taken die ze hebben uitvoeren zonder zelf boter bij de vis te leveren. We steunen daarom de voorliggende motie, die als het ware een noodkreet is naar Den Haag. Tegelijkertijd heb ik niet de illusie dat een brief direct plotseling tot actie leidt. Maar als dit is wat wij kunnen doen, dan moeten we het zeker niet laten. De voorzitter: Hartelijk dank. CDA-fractie, mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Een steuntje in de rug voor de VNG vinden we dit. Daarom steunen we deze oproep. De media hebben het eigenlijk allang opgepikt, maar desondanks is een steuntje altijd welkom natuurlijk. We steunen deze. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.
Wij sluiten ons graag aan bij de woordvoering van GroenLinks. D voorzitter: Dank. Dan gaan we naar Partij voor de Dieren. De heer Groenewege.
58
De heer Groenewege: De Partij voor de Dieren steunt deze oproep van GroenLinks ook van harte. En daarom dienen we deze motie mede in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Gewoon Dordt. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Als er iets voor de bühne is, dan is het dit wel. Volgens mij is er niemand in Den Haag die bedenkt dat we het allemaal gaan redden zonder dit geld. En ik ga nog even twee minuten nadenken of ik hem überhaupt wel ga steunen. De voorzitter: Dank. Die tijd heeft u inderdaad nog even. Op Ons Eiland., de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank richting collega's van GroenLinks die dit initiatief hebben opgepakt. En wij, als medeondertekenaar, ondersteunen van harte deze oproep. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar de SP-fractie. De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ook wij ondersteunen de oproep. Ik wil nog wel zeggen dat als het Rijk geen bakzeil haalt en wel allemaal taken naar gemeentes geschoven heeft, zonder daar voldoende geld voor te geven, dat we als gemeente toch moeten weigeren bezuinigingen uit te voeren. Desnoods door een tekortbegroting. Desnoods door taken terug te geven aan het Rijk. Maar met wat er nu gebeurt, kunnen we nooit akkoord gaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Pichel. Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Laat ik ook eens wat zeggen vandaag.
Dank voor deze oproep, sowieso vanuit de initiatiefnemer voor deze motie. Ik kan het toch niet laten om te benadrukken dat ik hier wel wat kenmerken zie van wat narcistisch gedrag van de grote broer. Inderdaad, zoals de heer Portier net al zei, dat er allerlei ontwikkelingen zijn en plannen naar de gemeente gaan en dan uiteindelijk er geen geld voor beschikbaar stellen. Iets geven en dan toch ook weer een deel afnemen of voor de neus bungelen. En ik snap ook de vraag. Ik vind het wel weer een bijzondere verschijning dat dit komt vanuit Raden in Verzet. Dat is een bijzonder fenomeen. Maar desalniettemin sta ik niet negatief tegenover deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de overkant. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn mede-indiener van de motie vanuit de gedachte, baat het niet, schaadt het niet. Enerzijds om zoveel als mogelijk het geluid te laten horen dat het over de schutting gooien van taken niet meer kan, mag en gaat. We hebben even getwijfeld, maar de informele woorden van de heer Uysal hebben ons over de streep getrokken. Met ons logo erop gaat de formateur pas echt lopen en wordt er pas geluisterd. En verrek, het heeft gewerkt, want Ronald heeft gebeld gisteren. Maar het bleek een andere Ronald te zijn. Maar serieuzer van toon. Natuurlijk is het goed om een signaal af te geven.
Maar ook is in onze eigen gemeenteraad is het goed om na te denken over alle extra gelden die wij continu vragen via moties en amendementen. Fractie van Waardhuizen heeft hier bij de begroting al een signaal over afgegeven, door niet in te stemmen met moties en amendementen. We hebben zelf als partijen ook een grote verantwoordelijkheid over onze eigen financiën.
59
De voorzitter: Helder. Dan gaan we naar de heer Van Leeuwen. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Op zich heb ik er veel vertrouwen in dat de vier formerende partijen eruit gaan komen, zodat dit gewoon wordt opgelost, dat hele geldgebrek van de gemeentes vanaf 2026. Aan de andere kant ben ik het wel eens met de motie. Ik ga voorstemmen. De voorzitter: Dank u zeer. Tot slot, de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Als Dordt Fractie van der Spoel vinden wij Dordrecht de mooiste stad van het universum. Herten die rondhuppelen in het gezellige groen en de Dordtse zon schijnt nergens zo mooi als tegen de geveltjes aan de Wolwevershaven. De motie van GroenLinks steunen wij dan ook. Het is goed dat we hier aandacht voor vragen met vele andere gemeenten. En de onderhandelende partijen, de informateur en de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken zullen er vast en zeker van onder de indruk zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar de wethouder geld. Wethouder Heijkoop, gaat uw gang. De heer Heijkoop: Voorzitter, de wethouder geld meldt zich. En een wethouder die verantwoordelijk is voor veel geld. Want in enige geruststellende bewoordingen, zeg ik ook richting de heer Uysal, uit het rapport van BDO blijkt inderdaad dat wij structureel wat met elkaar op te lossen hebben. Daar lopen we ook een traject.
Gaan we u binnenkort over informeren. Maar dat de netto schuldquote van deze gemeente nul procent is. En dat is redelijk uniek. Dat je gewoon geen schulden hebt of in ieder geval dat je bezittingen wat je op de bank hebt staan dat bedrag overstijgt. Laat onverlet dat er grote zorgen zijn. Zorgen die door uw raad gedeeld worden. En zorgen die natuurlijk ook bekend zijn. Een groot aantal van u is ook regelmatig aanwezig tijdens de ledenvergaderingen van de VNG, tijdens de congressen. En ook dan komt het altijd nadrukkelijk naar voren dat toekomstige, duurzame, gezonde gemeentefinanciën voorwaardelijk zijn voor sterk lokaal bestuur en het realiseren van de lokale ambities. Wij zullen deze boodschap overbrengen. Ik stel me zomaar voor dat er straks een hele stapel met moties van individuele gemeenten liggen, die ook hun individuele zorgen uiten. En dat zal wellicht ondersteunend kunnen werken aan de lobby vanuit de G40, de VNG natuurlijk, maar ook de P10, de K80, allerlei andere organisaties die geaffirmeerd zijn met gemeenten. Die zorgen nemen wij ook serieus en zullen wij ook nadrukkelijk overbrengen. Ik snap het sentiment van mevrouw Koene dat ze zegt van, dit wisten we al en is dit helemaal nodig? En ik weet ook niet in hoeverre deze extra motie nog iets extra's doet. Aan de andere kant is het wel een mooie vorm van uniformiteit en hetzelfde geluid laat horen.
Wat het college betreft prima om deze motie te omarmen. De voorzitter: Dank. Dan gaan we denk ik snel over naar stemming. Is er nog behoefte aan stemverklaringen? De heer Uysal, u wilt een schorsing? De heer Uysal: Nee, geen schorsing. Het ziet ernaar uit dat de motie unaniem aangenomen gaat worden. Maar ik was wel benieuwd of mevrouw Koene ondertussen is overtuigd. De voorzitter: Ik zou mevrouw Koene niet willen negeren.
60
De heer Uysal: Dat hoor ik graag. De voorzitter: Heel goed. Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch even gehoor geven aan de oproep van de heer Uysal. Want ik was niet zozeer geneigd om voor te stemmen. Maar hij vraagt zo lief om een unanieme stemming, dat ik even rondkijk en dat dat de reden voor mij zou zijn om in te stemmen. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Dames en heren, mag ik stilte in de zaal? Mevrouw Koene heeft het woord. Mevrouw Koene: Als mijnheer Uysal zo heel graag een unaniem resultaat wil hebben van deze motie, dan zie ik ergens voor mij een onderhandelingsruimte. Ik wil graag even ten overstaan van iedereen zeggen dat ik een tegoedbon bij mijnheer Uysal in ga dienen voor één van de komende moties van Gewoon Dordt, als wij wel instemmen. Weet je, voorzitter, als we toch politieke koehandel aan het doen zijn, dan doe ik daar graag aan mee. De voorzitter: Wilt u toch even schorsen, mijnheer Uysal, of niet? De heer Uysal: Niet schorsen. We gaan zo meteen wel eten. Mevrouw Koene is van harte uitgenodigd om dan... Want ze had het over een tegoedbon. Ik kan u geen politieke tegoedbonnen schenken, maar wel een tegoedbon van een restaurant. We kunnen heel goed samen eten zo meteen. De voorzitter: Dit nadert het randje van wat integriteit technisch nog is toegestaan.
De heer Uysal: Voorzitter, nog wel een punt. De voorzitter: Even stilte. De heer Uysal, gaat uw gang. De heer Uysal: Het is wel belangrijk, dat vind ik dan, dat we als raad dit signaal geven. Heel veel andere belangen- en beroepsverenigingen hebben dit opgepakt. Maar ik vind ook wel dat we als raad, als hoogste bestuursorgaan van de gemeente, hier een uitspraak over doen. Deze motie vraagt alleen maar om een raadsuitspraak. En ik hoop dat mevrouw Koene het ook met mij eens is dat hoe luider de boodschap klinkt in Den Haag, hoe beter het is. Dat waren mijn laatste woorden. De voorzitter: We zullen het zien tijdens de stemming. Is er nog behoefte aan stemverklaringen? Dat is niet het geval. Dan gaan we nu stemmen. Als u voor de motie bent, dan drukt u op plus. Als u daartegen bent, min. Gaat uw gang. De motie is unaniem aangenomen. Mevrouw Koene heeft al een twee sterren Michelintent geboekt, volgens mij.
61
41.Motie Vreemd aan de orde van de dag - Voortzetten jongerenwerk op het Houthavenplein De voorzitter: Dan gaan we tot slot van vandaag naar agendapunt 41. Motie M2. Motie vreemd aan de orde van de dag, het voortzetten van het jongerenwerk op het Houthavenplein. Die is gedeeld door de CDA-fractie, Fractie van Waardhuizen, ChristenUnie/SGP, Beter voor Dordt en VSP. En ik kijk even naar de heer Van Dam Timmers om de motie nog kort toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Graag geef ik inderdaad een toelichting op deze motie. Zo'n twee weken geleden werden wij verrast door het bericht dat het jongerenwerk op het Houthavenplein definitief stopt op 14 februari. En daar komt ook de urgentie van de motie voor vandaag vandaan. We hebben een motie waarin we oproepen om door te gaan met de geslaagde preventieve werking van het jongerenwerk op het Houthavenplein. En dat zou in meerdere varianten natuurlijk kunnen. En daarom hebben we in het dictum staan dat we graag willen dat het college kijkt van wat er wel mogelijk is. En deze motie is mede ingediend door de Fractie van Waardhuizen, CU/SGP, Beter voor Dordt, VSP. En DENK was mede-initiatiefnemer. Maar helaas is de heer Safranti vandaag niet aanwezig. En we hopen natuurlijk op unanieme steun voor deze motie. De voorzitter: Mevrouw Koene, we kijken allemaal naar u. Ik begin bij de VVD-fractie.
Wie wil het woord voeren. Gaat uw gang, de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Jongerenwerk helpt natuurlijk bij de bevordering van kansengelijkheid. Het is ook belangrijk dat we dit in onze stad doen. Ook als initiatiefnemers deze handschoen oppakken, zoals het initiatief op de Lijnbaan. En dan allereerst zouden wij graag vanuit de VVD-fractie met elkaar in de commissie het gesprek voeren over de inzet van jongerenwerk in onze stad. We zien namelijk een risico in de huidige invulling met tijdelijke financiering van projecten in relatie tot bijvoorbeeld de aanbieder Dordt Sociaal, ook met betrekking tot de inzet van kinderwerk. En het aanbod zou wat ons betreft ook gestructureerd en vanuit het perspectief van de jongeren zelf moeten zijn. Geen lappendeken van aanbieders op basis van tijdelijke financieringen, maar een goede, aansluitende aanpak waarin de jongeren leren op eigen benen te staan en de verantwoordelijkheid nemen in onze samenleving. Ten tweede, voorzitter, we vinden woord houden belangrijk. Dat geldt niet alleen voor onze gemeente, maar ook met wie wij samenwerken. En als vanaf het begin duidelijk is dat financiering tijdelijk is, maar wel noodzakelijk, gezien de problematiek tijdens corona, dan is het opmerkelijk omdat achteraf in deze raad via een motie vreemd rechten aan toe te kennen en te verlengen c.q. structureel te maken.