2.1 2024.02.06 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik was heel blij met de woordvoering eigenlijk van de VVD-fractie. Is mooi om te zien hoe zij ook het belang van preventief
62
jongerenwerk een warm hart toedragen en graag ook als gemeenteraad daar verder over te spreken. Dat deel ik enorm. Maar de vraag die ik dan heb aan de heer Den Heijer, wat belet, als je nog zo'n bespreking daarover zou gaan hebben, dit is een vorm van dat preventiever jongeren kinderwerk, om dat voort te zetten, in ieder geval bijvoorbeeld dit jaar totdat we die goede afweging hebben kunnen maken. Want helaas hebben we dat eerder blijkbaar nog niet voldoende kunnen doen. De heer Den Heijer: Voorzitter, daar heb ik zojuist een eerste kenschets van gegeven. In mijn betoog komt wat verder aan de orde. Wat voor ons van belang is, dat we onszelf dan de vragen ook stellen en met elkaar het gesprek voeren of wat we doen wel voldoende is en effect heeft. En in die zin begrijpen we de timing van deze motie ook niet helemaal. En we vinden dat we hiermee ook wel een vreemd figuur slaan ten opzichte van andere aanbieders in onze stad. Die zouden dit kunnen zien als willekeur. Iets waar we ons toch niet graag mee laten associëren. En als we naar dit initiatief kijken, ook ingaand op de vraag namens het CDA, dan zien we dat Jong Dordt oorspronkelijk ontstaan is uit een samenwerking en financieel zelfstandig was. En als doel heeft missionair jongerenwerk op het eiland van Dordrecht. Het tweede is dat tijdens corona het financieel tijdelijk werd ondersteund.
En we gaan er ook vanuit dat dit, eerder dan de twee weken zoals zojuist geschetst, kenbaar is gemaakt. Het is ook een goed initiatief. Maar gezien de scheiding tussen kerk en staat verhoudt het zich slecht naar onze indruk met ons subsidie kader. Het zou wat ons betreft op eigen benen moeten staan en op basis van eigen middelen moeten functioneren. En gezien de problematiek in de wijk lijkt de reguliere inzet van Dordt Sociaal noodzakelijk en voor de hand liggend. En we horen ook graag bevestiging van het college hierop. En de vraag namens onze fractie, wat voor consequentie het heeft als we vandaag de tijdelijke financiering wederom verlengen in relatie tot onze reguliere inzet in andere buurten? Want je kunt niet geld aan het één uitgeven, dat gaat altijd ten koste van het andere. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks. De heer Burakçin: Voorzitter... De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Burakçin. De heer Burakçin: Mag ik voorzitter? De voorzitter: Ik zei even uw naam voor de notulen. Gaat uw gang. U bent aan het woord. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, om meteen met de deur in huis te vallen. Wij onderschrijven het belang van preventief kinderwerk op die locatie en vinden dan ook dat dit concept opvolging verdient. Afgelopen jaren is met succes veel werk verzet in dat stukje wijk om het veiliger te maken.
En het zou jammer zijn dat we opeens stoppen met goede initiatieven die
63
hebben bijgedragen aan dat succes. Het is een zeer kinderrijk, maar tegelijk ook een sociaaleconomisch kwetsbaar gebied, die alle aandacht nodig heeft. En dat maximaal inzet op preventief voorveld op jeugd zeer belangrijk is, bewijst maar weer de recente aanhouding van twee elfjarige kinderen uit Den Haag die een portiek hebben opgeblazen met zwaar explosief. Voorzitter, wij hebben er alle baat bij om met alle mogelijke middelen zo vroeg mogelijk erbij te zijn om afglijden te voorkomen. Voorzitter, tot slot. Nogmaals, wij zijn voorstander van continuering van dit concept. Of dit uitgevoerd wordt door de huidige organisatie of iemand anders, is ons om het even. We zouden dan ook graag van de wethouder willen horen hoe hij hierin zit. En in commissieverband wat ruimer over jongerenwerk praten, voorzitter, dat klinkt ons ook goed in de oren, want jongerenwerk doet gewoon heel goed werk en vroegsignalering is heel belangrijk om te voorkomen dat we jongeren krijgen die doorgroeien in de criminaliteit. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ook dank. Ook dank aan de heer Burakçin voor deze mooie woorden. Inderdaad, drie jaar lang bestaat dit kinderwerk daar nu. En ik hoor ook groot enthousiasme.
Ik heb ook tijdens de verkiezingscampagne groot enthousiasme bij GroenLinks gezien voor preventief kinderen- en jongerenwerk. Maar als ik uw woordvoering heel goed beluister, bent u ook wel bereid om een relatie die bijvoorbeeld drie jaar is opgebouwd dan nu te stoppen. En dan later een keer te kijken wat er dan weer mogelijk is. Zou toch jammer zijn. Ik vind het eigenlijk wel mooi. En ik zou willen dat het grote enthousiasme van GroenLinks tijdens de verkiezingen nu ook zijn uitvoering dan zou krijgen vandaag. De heer Burakçin: Voorzitter, allereerst, volgens mij heb ik niet gezegd dat we hiermee moeten stoppen. Die wijk verdient gewoon een goede aanpak. Met name volop inzet van jongerenwerk. Maar ik zou graag van de wethouder willen horen als dit stopt, in welke vorm we dan wel doorgaan. Want we moeten in ieder geval niet abrupt gaan stoppen met dit project. Als hij een beter plan heeft, dan horen we dat graag. En dan gaan we daarop in. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Beter voor Dordt. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, kort op deze motie. We zijn inderdaad ook mede-indieners. En op het moment dat het persbericht naar buiten kwam dat het kinderwerk daar ging stoppen, hebben we daar gelijk vragen over gesteld.
Juist omdat we ook weten dat het in die kwetsbare wijk zo belangrijk is dat er uiteindelijk een activiteit die is die zeer gewaardeerd wordt, zowel door bewoners als door de jongeren die daar komen. En dat het wat ons betreft niet mag stranden door de manier waarop het dan dadelijk gefinancierd gaat worden. Wat ons betreft gaan we deze motie ondersteunen. Of tenminste, gaan we ermee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Heijer: Voorzitter.
64
De voorzitter: Er is nog een vraag vanuit de heer Den Heijer. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Ik zie dat er nu verschillende dingen gebeuren. En alles wat wij doen in deze raad heeft een kostenplaatje. Als u bijvoorbeeld artikel 40-vragen stelt en u bent een van degenen die dat geweest is, anderen hebben we dat ook gedaan, dan kost beantwoording van die artikel 40-vragen ambtelijke inzet. En ik zie dat u nu een motie indient om eigenlijk de vragen die u al gesteld heeft, waar u kennelijk niet op de antwoorden bereid bent om te wachten, maar nu het eigenlijk al wil regelen. Bent u dan bereid om die vragen bijvoorbeeld in te trekken, zodat dat ook weer wat lucht geeft en dat je uiteindelijk nu het besluit kunt nemen in de in de raad middels die motie. Al is een motie geen besluit, maar een oproep. Maar u weet wat ik bedoel. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, als ik mag reageren op deze vraag. Dan vind ik het heel bijzonder dat ik nu vanuit de VVD een verzoek krijg om artikel 40-vragen in te trekken vanwege het kostenplaatje, terwijl volgens mij de VVD of de Dordtse VVD een van de partijen is die heel regelmatig artikel 40-vragen stelt. Ik vind het eigenlijk een bijzondere vraag, waar ik ook niet een nader antwoord op ga geven. De voorzitter: Misschien moeten we het dan daar maar bij laten. We gaan naar de VSPfractie. Mevrouw Stolk, gaat uw gang.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, wij zijn ook mede-indiener van deze motie. En wij vinden het ook belangrijk dat het doorgang blijft vinden. Het is ook goed wat er daar gebeurt. Vandaar ook onze steun aan deze motie. De voorzitter: Helder. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik heb afgelopen dag ook wel even wat uitzoekwerk gedaan. En ik heb ook bijvoorbeeld de website erop nageslagen, Youth for Christ. Dat is één van de twee partijen die zich verbindt onder Jong Dordt. En die stellen dat zij als doel hebben missionair jongerenwerk op het eiland van Dordrecht te leveren. En hoe verhoudt dat zich volgens de VSP in de scheiding tussen kerk en staat die wij hanteren en ook de subsidieverlening aan dit soort partijen? Nog los van dat deze organisatie bijvoorbeeld ook vindt dat iedere jongere verdient een kans te krijgen om in contact te raken met Jezus. En spreek ik met eerbiedig uit, want ik weet dat het voor collega's van groot belang is. Maar ik kan dat slecht verhouden met hoe normaal de VSP in dit soort discussies staat. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik vind het een hele lastige vraag. Maar ik zou er proberen correct op te antwoorden. Wij vinden het heel belangrijk dat kerk en staat gescheiden is. Maar hier is een organisatie aan het werk die heeft laten zien dat ze goed werk leveren.
En dat krijgen we ook terug uit het Lijnbaangebied. Laten we nu even proberen kerk en staat te scheiden, want we begeven ons dan toch wel een beetje op glad ijs. En ik vind het jammer dat de heer Den Heijer dat nu precies aan mij vraagt. Maar de kerk en staat moet gescheiden blijven. Maar een organisatie die goed werk levert... Dat zeg ik niet.
65
Maar ik vind, dan kunnen we heel veel dingen hier ter discussie stellen. Want we hebben ook het Leger des Heils. Dan wil ik daar ook wel een boompje met u over opzetten, want daar heb ik ook mijn bedenkingen bij. Maar ik wil het even houden tot dit. Ik vind het een hele goede motie. Het is opgezet in een periode waarvan je zegt van, de jongeren stonden toen heel erg onder druk in de tijd van corona. En om nu de kerk en staat hierbij te gaan betrekken, vind ik toch een beetje... Laat ik het maar laten voor wat het is. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de overkant. De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Misschien kan ik in eerste instantie reageren op de vragen en de zorgen van de heer den Heijer. Sowieso mooi om te horen dat hij zich heeft verdiept in het werk van Youth for Christ. Dat is altijd fijn om te horen. Tegelijkertijd hoor ik daar wel een terechte zorg van, hoe gaan we om met die scheiding van kerk en staat? Gaat dat wel goed hier. Ik zou daarin, via de voorzitter, aan de heer Den Heijer toch willen meegeven dat dit een werk is wat vanuit een bepaalde overtuiging plaatsvindt. Dat kun je missionair noemen, omdat het vanuit een bepaalde overtuiging gebeurt. Wat niet betekent dat deze organisatie daar kinderen aan het bekeren is. De VVD zal ook met hun punt vanuit een bepaalde liberale overtuiging plannen maken en indienen.
En zo is deze organisatie ook vanuit een bepaalde overtuiging aan het werk voor de stad en voor alle kinderen daar in de wijk. Ik hoop dat dat een kleine geruststelling is voor de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voorzitter, ik heb waardering voor mijn collega, dat hij bereid is om daar nog wat enkele inkleuring op te geven. Waar bij ons eigenlijk de schoen echt wringt, is niet zozeer op het punt wat uzelf nu zojuist aanstipt, maar op de indruk die we wekken dat we willekeurig zijn in het toekennen van financiering waar het gaat om de inzet van jongerenwerk. En dat wij nu in deze raad met elkaar een besluit nemen, nog los van ons subsidiekader... Mijn partij zit er niet op te wachten dat wij in ons subsidiekader verankeren bij de inzet van jongerenwerk dat bijvoorbeeld missionarisachtige of bekeerachtige partijen, die dat ook op hun website duidelijk maken, in aanmerking komen voor een dergelijke subsidie. En nu via een andere routenaam via deze gemeenteraad dreigen we toch die opdracht wel aan ons college te verstrekken. En dat zou voor andere aanbieders de indruk kunnen wekken dat wij totaal willekeurig met die subsidies omgaan. En ik leg dat toch bij u terug dat we ervoor moeten waken dat we dat niet in de hand werken hier in deze gemeenteraad. De heer De Heer: Voorzitter, ik hoor geen vraag.
Ik heb in ieder geval geprobeerd wat geruststelling te brengen daar over dat punt wat de heer Den Heijer heeft ingebracht. En verder zal ik mijn woordvoering voortzetten, waar ik misschien nog wat meer duiding kan geven. De voorzitter: Dit is uw woordvoering. Gaat u snel door. De heer De Heer: Precies. De voorzitter: U hebt nog een minuut.
66
De heer De Heer: Ik zet hem graag door. Voorzitter, we zijn blij met al het belangrijke jongeren- en kinderwerk in onze stad. Zo ook met dat van Jong Dordt op het Houthavenplein. Het was geen verrassing dat de tijdelijke gelden zouden stoppen, maar het heeft onze voorkeur om niet nu al de stekker uit dit belangrijke werk te trekken. We zien liever dat we de komende tijd eerst in de commissie, zoals ook genoemd, te bespreken welke plek dit soort kinderwerk voor jeugd onder de 12 specifiek moet hebben in onze stad, voordat we dit nu stilleggen. Laten met de beperkte financiën die dit vraagt continuering geven tot bijvoorbeeld einde van het jaar. En de komende tijd het gesprek daarover voeren. Het ging eerder niet zo goed op het Houthavenplein. Dat is geen geheim. Jong Dordt en vele andere organisaties hebben een belangrijke rol gespeeld in het terugbrengen van de rust in de wijk. Dat koesteren we graag. En wat ons betreft is de continuering van dit relationele en preventieve werk een kleine investering die dat meer dan waard is. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. CDA-fractie, de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Als raadslid en ook volksvertegenwoordiger vraag ik samen met partijen van links tot rechts vandaag aandacht voor jongeren- en kinderwerk op het Houthavenplein.
En de afgelopen jaren is daarin, u hoorde het ook al van eerdere woordvoeringen, dankzij de inzet van onder andere Jong Dordt een relatie ontstaan met de buurt, contact wekelijks met zo’n twintig tot zestig kinderen, tieners, jongeren en ook ouders en verdere omwonenden, de moskee. En dit heeft er mede voor gezorgd dat het is verbeterd in deze buurt. En dat blijkt ook uit de buurtmonitor en werkbezoeken van diverse partijen. Oftewel, preventieve aanwezigheid werkt. Voorzitter, dit preventieve, relationele jongerenwerk verdient wat ons betreft ook steun en voortzetting. En omdat het nog de bedoeling is om dit jaar te spreken ook over dat verdere kinderwerk, lijkt het ons niet logisch om dan nu te stoppen met iets wat al goed werkt en wat er al is. En dan zouden we dat ook moeten voortzetten, gezien de positieve persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling die dit voor jongeren tot gevolg heeft. Het gaat verder ook om een klein bedrag. Dat speelt ook natuurlijk mee. En wij vragen eigenlijk aan het college in deze motie om te kijken wat er mogelijk is. En ik denk dat dat een heel reële vraag is.
En ons inziens is dat ook een politieke afweging van, vinden wij als raadsleden en als gemeenteraad, als hoogste orgaan unaniem, om dat toch maar even nog te benoemen, dat zo'n lokaal georganiseerd jongerenwerk nu verloren mag gaan of niet? Gaan we die relaties beëindigen of niet? En vanuit onze politieke visie zijn wij voor het behouden van die relatie en het behouden van dit jongerenwerk op het Houthavenplein. En we hopen natuurlijk op unanieme steun. En ter vraag eigenlijk nog een beetje die hierin zit... Ik hoorde net een aantal dingen over de identiteit van mensen of de achtergrond van mensen en het werk waarin ze doen. Ik denk dat het belangrijk is dat mensen handelen vanuit overtuiging. Dat kan een politieke overtuiging zijn. Dat zijn soms religieuze overtuigingen. Dat maakt mensen tot wie ze zijn en hoe ze ook hun werk doen. Sommige mensen zijn VVD'er. Andere mensen hebben religieuze opvattingen. En in beide gevallen maakt dat hoe mensen hun werk doen. En ik hoor bij de VVD bijna een pleidooi om te zeggen van, alle mensen met een christelijke achtergrond kunnen eigenlijk hun werk niet goed doen vanwege die christelijke achtergrond. En ik kan me toch niet voorstellen dat dat de bedoeling is van de Dordtse VVD.
67
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Ik heb toch wel een vraag aan de heer Van Dam Timmers. Op het moment dat je een overheidsorganisatie hebt die het jongerenwerk regelt, een gemeentelijke organisatie, dan kunnen daarin natuurlijk mensen werken vanuit een christelijke, een islamitische, een joodse, een atheïstische, boeddhistische, wat dan ook achtergrond. En niemand zal zeggen, jij mag niet vanuit die levensovertuiging werken. Maar deze organisatie heeft specifiek ten doel, en ik citeer het maar gewoon: “Wij willen de liefde van Jezus en God aan jongeren, binnen en vooral buiten de kerk, laten zien in wie we zijn. Op dit moment doen we dat onder Oekraïense jongeren op het Crownpoint, op Staart. En de pioniersplek Staart ligt dan op het Houthavenplein. Ga je dan toch niet een rol die de overheid zou moeten hebben in het ondersteunen van jongerenwerk vermengen met het uitdragen uiteindelijk van religieuze ideeën. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk dat ik de zorgen van de heer Portier wel begrijp. Als je kijkt naar deze organisatie, Jong Dordt valt dat in feite onder Samen Dordt. En werken daar inderdaad mensen met een religieuze achtergrond, zoals bij heel veel organisaties.
En is het doel van dit jongerenwerk, en dat kun je ook terugzien in wat ze daar doen en ook bij werkbezoeken zien we het terug, in het contact onderhouden met de jongeren die mensen op weg helpen, onafhankelijk van welke religieuze opvatting die jongeren dan ook hebben. En daar zit in dit jongerenwerk geen bekeringsdrang, in die zin. Alleen de motivatie om onder jongeren werk te doen, komt vanuit de bezieling dat we het belangrijk vinden of dat zij het belangrijk vinden en dat dit werk belangrijk, is om om te zien naar elkaar. En dat is in feite wat er dan gebeurt. En ik denk dat we dat met elkaar een warm hart moeten toedragen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Portier: Dan toch even de vraag over... Het gaat niet om dat de jongeren die aangesproken worden wel of niet religieus moeten zijn. Het gaat erom, is er in deze organisatie mensen die vanuit een heel ander uitgangspunt, zal ik maar zeggen, dezelfde motivatie hebben om jongeren te helpen, als de specifieke doelstelling is om dat vanuit liefde van Jezus en God te doen. En dan gaat het om een christelijke God. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Voor zover ik weet, werkt deze organisatie samen met vrijwilligers uit de buurt, uit de moskee. Volgens mij is dat het geval. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Wacht even hoor. Voordat u verder gaat. Kennelijk nog een interruptie van mevrouw Pichel. Gaat uw gang. Op de heer Van Dam Timmers, denk ik. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Op de heer Van Dam Timmers, klopt. Even een vraag aan de heer Van Dam Timmers. Want er zijn inderdaad geluiden dat het jongerenwerk de financiering niet rond krijgt. En als ik kijk naar de motie, dan gaat vooral de vraag om de financiering vanuit de gemeente Is die financiering dan ook vooral vanuit de gemeente, hoofdelijk of
68
gedeeltelijk? Kunt u daar wat inzicht in geven? Of kan de heer Van Dam Timmers daar inzicht in geven? Sorry. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat kan ik zeker. Als je kijkt naar dit jongerenwerk, gaat het in feite om natuurlijk de inzet van een betaalde kracht die een aantal avonden mogelijk dan aanwezig is en daar die relaties onderhoudt. En dat zit hem uiteindelijk natuurlijk dan in personeelskosten. En dat gaat, als je dat twee avonden in de week uitvoert, om iets van 16.000 euro per jaar. En als je dat halveert, dan is dat 8.000. En zo verder. Mevrouw Pichel: Nog even aanvullend. Dank. Mijn vraag was eigenlijk voornamelijk of de financiering volledig vanuit de gemeente komt of zijn er meerdere financierders? De heer Van Dam Timmers: Dit specifieke jongerenwerk volgens mij is gefinancierd vanuit de gemeente. Maar ik kan me ook voorstellen dat er mensen en vrijwilligers het financieel ondersteunen. Maar die details weet ik niet. De voorzitter: Dank. Dan gaan we nu naar de Partij van de Arbeid-fractie. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. We vinden de motie heel sympathiek. En we zien natuurlijk de problemen die er met jongeren zijn. En we vinden jongeren- en kindwerk ontzettend belangrijk. We horen ook goede verhalen over de jongerenbus.
Maar ergens stelt het ook wel de vraag, wat is de motivatie om die tijdelijke financiering niet voort te zetten? Wat is de effectiviteit? En hoe verhoudt het zich tot ander jongerenwerk? Nou hebben we net al beantwoording gehad op een aantal vragen, in de zin van dat er een relatie met de buurt wordt opgebouwd en dat er contact is met verschillende organisaties. Stelt ook wel de vraag, dan gaat er nu dit bedrag naartoe, hoe vindt het vervolg plaats? Want op een gegeven moment is dat bedrag op. Dan zal er waarschijnlijk ook een nieuw bedrag nodig zijn. We hadden het het allerliefste in de commissie besproken, om dan ook te kijken hoe het zich verhoudt tot ander jongerenwerk. En het had ons de beste weg eigenlijk geleken om op die manier met elkaar in gesprek te gaan, ook met andere jongerenorganisaties, om dan daarna te besluiten over deze motie. Maar we wachten nog heel eventjes af op de reactie van de wethouder. De voorzitter: Dank. Partij voor de Dieren, de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel. Bij de start in maart 2021 van de jongerenbus op het Houthavenplein heeft jongerenwerker Henry Schutte gezegd: “Dat men ziet dat er jongeren zijn die misschien een minder warm thuis hebben en behoefte hebben aan een uitlaatklep, waar ook morele support en jongeren op weg helpen naar een betere toekomst nodig is.” Tot zover het citaat.
Voorzitter, de initiatiefnemers werken samen met bewoners, vrijwilligers en andere organisaties aan de leefbaarheid in en veiligheid van de buurt. Jongerenwerk is een zaak van lange adem en steun, in welke vorm dan ook om aan een betere toekomst te werken, is dan ook onontbeerlijk. De Partij voor de Dieren is het dan ook met het CDA eens dat de voortzetting van het jongerenwerk een positieve bijdrage levert aan de buurt en preventief jongerenwerk kostenbesparend werkt. Om deze jongeren nog weg te helpen naar een betere toekomst,
69
moet dan ook de drijfveer zijn om dit initiatief door de gemeente te blijven ondersteunen. De Partij voor de Dieren zal dan ook voor de motie van het CDA stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar, nou wilde ik DENK zeggen, maar die is er natuurlijk niet, Gewoon Dordt. Mevrouw Koen, gaat uw gang. De voorzitter: Weer Gewoon Dordt. Dank, voorzitter. Wij zijn gewoon heel erg nieuwsgierig hoe het jongerenwerk in Dordt zich ontwikkeld heeft en of het überhaupt nodig is dat er een apart initiatief blijvend in stand gehouden moet worden. Want het is iets wat tijdelijk is, wat dan nu weer verlengd zou moeten worden, terwijl we gewoon een opdrachtnemer hebben voor het jongerenwerk. Ik hoor graag eerst hoe zich dat verhoudt. De voorzitter: Dank u wel. Dan Op Ons Eiland, de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen wil ik de initiatiefnemers van deze motie bedanken dat ze dit onderwerp op de agenda van de gemeenteraad hebben gezet. Voorzitter, zij hebben natuurlijk ook een aantal weken geleden artikel 40-vragen gesteld aan het college. Daar hebben wij nog geen antwoord op kunnen krijgen.
Maar wel even onze zienswijze, in die zin, als een organisatie een aantal jaar geleden is ingezet met dien verstande dat er een problematiek was in het gebied en de organisatie de juiste aanpak heeft kunnen aanbieden, is dan de missie volbracht? Ik ben even benieuwd. Vanwaar de keuzeverandering? En ik kan me natuurlijk wel heel goed voorstellen dat er een oproep wordt gedaan vanuit deze raad om nog eens verder van gedachte te wisselen met elkaar in een commissie. Maar ik zit toch wel met een aantal vragen, eer dat ik tot een slotsom kom of ik voor of tegen wil stemmen voor deze motie. Maar het is wel zeer sympathiek. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de SP. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Er is nog een interruptie. De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, ik had nog een vraag aan de heer Gündogdu. Hij had het over die preventieve werking. Begrijp ik inderdaad. Aan de ene kant zou je kunnen zeggen, het gaat nu goed, kun je stoppen. Tegelijkertijd, als je zegt, het gaat nu goed, dan werkt het blijkbaar. Zo zou je hem ook kunnen beargumenteren. Hoe kijkt de heer Gündogdu daarnaar? De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt. Ik vraag me dat ook af. Want je huurt natuurlijk niet zomaar een organisatie in. Althans, ik gaat ervan uit dat er een bepaald traject voorafgaat. En de juiste organisatie voor de juiste doelgroep, daar ga ik vanuit.
En nu een X-aantal jaren later is het college van mening dat er aan de problematiek is gewerkt en dat de problematiek zich niet meer voordoet. Ik ben benieuwd. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar de SP-fractie. De heer Portier.
70
De heer Portier: Voorzitter, als SP zijn we van mening dat jongerenwerk zeer belangrijk is en dat we als gemeente daarin moeten voorzien. In iedere wijk zouden jongerenwerkers aanwezig moeten zijn, ook in gemeentelijke dienst. Een aantal jaren geleden is er gigantisch bezuinigd op het jongerenwerk. Er zijn veel mensen de laan uitgestuurd. Er is gedeeltelijk aan tegemoet gekomen door het uiteindelijk overhevelen aan een commerciële organisatie. En daar zijn we ook geen voorstander van. En we zien dat er ook gaten vallen nu dit door dit soort organisaties opgevuld wordt. Het probleem is inderdaad, wij vinden dat de gemeente dit allemaal zou moeten regelen. Wat onverlet de vrijheid laat voor organisaties op christelijke basis of van mijn part op salafistische basis of boeddhistische basis om op eigen kosten en initiatief ook jongerenwerk te verrichten. Maar bij de gemeente zouden we vanuit verschillende levensovertuigingen, et cetera dit werk moeten kunnen doen. De vraag is natuurlijk, als nu deze projectsubsidie stopt, gaan er dan geen gaten vallen aan noodzakelijk en nuttig werk dat gedaan moet worden? Vanuit die overweging ben ik toch geneigd om misschien de motie die ingediend is te ondersteunen. Maar ik hoor graag even de overwegingen van het college om dit nu stop te zetten. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Pichel, Forum voor Democratie.
Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik merk dat ik eigenlijk niet voldoende achtergrondkennis heb van alle details waar deze motie op is gebaseerd. Ik vind het ook lastig om daar een uitspraak over te doen. En ik hoor inderdaad graag wat van het college, want ik vraag me hierbij echt af of dat dit nu iets voor de raad is. Want ik kan me ook voorstellen dat de gemeente natuurlijk gewoon dit soort dingen aan de lopende band voorbij krijgt. En dat er een commissie is of dat er wordt gekeken of dat iets moet worden verlengd of moet worden gestopt en er worden afwegingen gemaakt. En wij mogen natuurlijk altijd gewoon een motie indienen. Dat kan dan ook gebeuren. Dat zien we hier ook. Ik vind het een beetje jammer dat er dan ook een discussie komt over wel of niet geloof en religie. Want ik vind dat dat nergens mee te maken heeft. Ik ga even luisteren wat het college hierover te zeggen heeft. En dan zal ik mijn oordeel vellen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me vooral aan bij de woordvoering van de heer Van Dam Timmers van het CDA. En daarnaast wil ik nog wel aangeven dat die bus staat daar niet voor niets. De Lijnbaan is aangemerkt als probleemwijk, probleemjongeren, cameratoezicht geweest, allerlei vormen van overlast.
En als je gewoon de achtergrond van zo’n organisatie loslaat en je kijkt wat er nu gebeurt, dan constateer je gewoon dat er positieve resultaten plaatsvinden. En waarom vinden die resultaten plaats? Omdat die mensen zich daar hard voor inzetten, maar ook de bewoners daarbij betrokken worden. Die jongeren die daar in die wijk nu rondlopen, die voelen zich gehoord en die voelen zich gezien en die weten die mensen ook zelf te vinden. En dan heb je het over een groep van 12 tot, pak hem beet, 30 jaar. En die zijn daar heel erg bij gebaat. En persoonlijk moet ik er gewoon niet aan denken als die bus nu gaat stoppen, want dan speel ik even in op de woorden die ook mevrouw Pichel zegt, moet je dat hier nu op deze manier doen? Maar hij stopt 14 februari. Stel dat we stoppen en we geven geen subsidie, dan heb je toch wel kans dat de jongeren terugvallen in een oud patroon. Want er komen ook jongeren uit andere wijken, Staart, Sterrenburg. Dan heb je de problemen weer over je afgeroepen. Deze organisatie doet goed werk. De
71
mensen kennen ze, de kinderen kennen ze. Dat was voor ons reden nu te zeggen, zet alsjeblieft die subsidie nu snel door, voordat er verdere problemen komen. En dan kan je natuurlijk altijd de vraag stellen, dat weet je pas op moment dat het gebeurt. Maar ik denk niet dat we op dit front achter de feiten moet moeten gaan aanlopen, maar nu eens moeten anticiperen en met elkaar moeten zeggen, deze stichting doet goed werk. En of ze christelijk zijn, joods of weet ik het, maakt me niet uit. Die kinderen en jongeren die daar rondlopen, die hebben ook een hele verscheiden achtergrond qua cultuur en religie. Die laten zich niet één, twee, drie bekeren. Maar die mensen die daar werken vanuit hun filosofie, hebben wel een warm gevoel voor de jongeren om hen op het rechte pad te houden. En daar wil ik het even bij laten. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel. Dank voor de reactie aan de heer Stam. En mijn vraag is inderdaad ook aan hem, omdat hij net aangaf, het wordt gestopt, en het is voor ons nu een instrument om daar wat mee te doen, omdat dat gevolgen heeft. Want daarbij komt mijn vraag, is dit dan inderdaad de weg? Zijn er andere methodes? Niet dat ik erop tegen ben hoor, absoluut niet, want ik zeg niet dat ik hier verder niet voor zou zijn.
Maar ik zit ook meer te kijken naar, wat is hier de weg die we bewandelen? Omdat er natuurlijk zoveel dingen zijn die wellicht gestopt moeten worden of wel voortgang kunnen vinden. En daar hangt een bepaalde overweging van af. En daar ben ik ook wel naar op zoek. Natuurlijk de intentie, daar twijfel ik niet aan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam: Mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Ja, dat mag. En u heeft nog zeven seconden daarna om uw betoog af te maken. De heer Stam: Ik zou het weer proberen heel kort te houden. Wat mevrouw Pichel zegt, dat klopt natuurlijk wel. Er zullen ongetwijfeld andere methodes zijn waarop dat ook kan gebeuren. Alleen wat we nu zien, is dat deze stichting gewoon fantastisch werk doet. En waarom zou je dan een andere methodiek of andere werkzaamheden gaan onderzoeken of dat ook kan functioneren, terwijl dit goed functioneert? De voorzitter: Dank. We gaan door. Fractie van Leeuwen. Gaat uw gang, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Kort maar krachtig. Ik sluit me volledig aan bij de woordvoering van de heer Van Dam Timmers. Ik stem voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot de Fractie van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een hele sympathieke motie. Maar ook ik was eventjes op het internet gaan kijken. En ik krijg ook al de jeuk van
72
organisaties met zulke zendingsdrang. Neemt niet weg dat ik graag de overwegingen hoor van dit college om dit stop te zetten. En dan kunnen we daarna stemmen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Een vraag van de heer Schalken. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Een korte vraag richting de heer Van der Spoel. We hebben het nu iedere keer over de achtergrond van de organisatie die actief is. Maar er is echt, zover ik weet, op geen enkel moment ook maar iemand geweest die heeft aangegeven dat dat stukje zendingswerk een rol speelt of iets aan die jongeren en die mensen daar oplegt of mee wil geven de afgelopen tijd. Of heeft u daar wel dan berichten over gehoord? Naar mijn idee hoeft dit nu echt geen rol te spelen, want ook al had het een moskeeorganisatie geweest die datzelfde jongerenwerk of kinderwerk daar had gedaan, dan had het ook door moeten lopen, wat Beter voor Dordt betreft. De heer Van der Spoel: Ik heb dat ook nergens gehoord. Alleen het is puur wat ik lees op hun website. De voorzitter: Dank u wel. Dan kunnen we volgens mij naar het college. Wethouder Merx, die zich bezighoudt met onder andere preventie jongeren. En hij moet zijn pasje meenemen, anders weten we niet wie hij is. En zijn bril ook. Helemaal voorzien. Het woord is aan wethouder Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. De motie Voortzetten jongerenwerk op het Houthavenplein.
Ik heb goed nieuws, dat gaat gewoon door. Dordt Sociaal doet het jongerenwerk in Dordrecht. Daar hebben we vorig jaar een opdracht toe gegeven, na een aanbesteding. En zij voeren het jongerenwerk uit. En in het gebied centrum, waar ook dit gebied onder valt, besteden ze twee fte. Ze zijn er ook regelmatig te vinden. Voeren allerlei activiteiten uit. Buurtwerk, een andere tak van sport, 2,7 fte. Ook in hetzelfde gebied. Voeren er ook regelmatig activiteiten uit. Ik was even in verwarring over, waar gaat precies deze motie over? De financiering te zoeken voor het voortzetten van deze vorm van preventief jongerenwerk. Gaat het dan over preventief jongerenwerk? Waarvan ik gezegd heb dat is zo. Of gaat het over het voortzetten van Jong Dordt? Dat blijkt gaandeweg de discussie het vraagpunt te zijn. En die wil ik graag over twee lijnen beantwoorden. A, is het mogelijk. En B, is het nodig? Is het mogelijk? Daar is het antwoord eigenlijk op, simpel gezegd, nee. We hebben, althans het vorige college heeft in de tijd van corona... Toen was Jong Dordt daar al aanwezig of Youth for Christ heette het misschien toen nog? En dat was geheel op eigen initiatief, eigen financiering. En op een gegeven moment brak de corona uit. En toen kregen we toch echt wel wat problemen. Toen heeft de gemeente, het vorige college gezegd, daar moeten we wat mee. En een aantal partijen bij elkaar gezet.
Dat is politie. Dat is handhaving. Dat is RNewt, wat nu dan onder Dordt Sociaal valt. Trivire. En Jong Dordt. En dan vergeet ik waarschijnlijk... Buurtwerk. Hebben we gezegd, wij moeten de handen hier ineenslaan om deze problemen met elkaar aan te pakken. Jong Dordt richtte zich vooral, maar niet uitsluitend, op kinderen. Kinderwerk, tot 12 jaar. Dordt Sociaal of R-Newt, zoals het toen heette, vanaf 12 jaar. Dat daar een wisseling zit en dat er weleens wat oudere jongen bij
73
de bus komen, dat zal best wel. En dat er wat jongere kinderen bij Dordt Sociaal komen, zal ook zeker het geval zijn. Ik heb niet de indruk dat als je je daar als kind, of je 13 of 10 bent, meldt dat ze vragen naar je paspoort en zeggen, hoe oud ben jij en je bent de jong of te oud en je wordt de deur geweigerd. Dat is zeker niet het geval. Er is toen met de intentie... Dit is echt incidenteel. Deze inzet is incidenteel. We gaan deze problemen aanpakken. En op het moment dat dit genormaliseerd is, dan bouwen we het weer af. Eigenlijk, en het resultaat is ernaar, dat is overigens wel een resultaat, en dat wil ik ook wel even echt benoemen, van alle partijen gezamenlijk. Het is niet aan één partij toe te schrijven dat de problemen daar verminderd zijn. Dat wil ik hier wel even rechtzetten. Dat is me ook nadrukkelijk meegegeven. Want de discussie, de motie en de vragen heeft natuurlijk wat voorbereiding gekost. Maar ook organisaties die daar ook wel inzet hebben gepleegd dachten, en wij dan? Wij hebben toch ook hieraan bijgedragen? Jazeker. Dat wil ik hier ook wel even bevestigen, dat ook die partijen, met name ook die partijen daaraan hebben bijgedragen. Eigenlijk zou de inzet voor Jong Dordt al vorig jaar gestaakt zijn. Dat is nog doorgezet met de woensdagmiddag in 2023. En toen is heel duidelijk aangegeven, ook aan Jong Dordt, luister, zoek de verbinding met Dordt Sociaal.
Kijk of je daarbij kan aansluiten. En zoek daar naar de mogelijkheden. Dat is gebeurd. Ze hebben uiteindelijk, in de wetenschap dat de incidentele subsidie zou gaan stoppen, is helemaal geen verrassing, is helemaal niet abrupt, dat wist iedereen, hebben ze het gesprek aangegaan. Hebben ze een offerte ingediend. Die offerte was te hoog voor Dordt Sociaal. Het ging over kindwerk. Kindwerk, wat deze raad, wij allemaal, een paar jaar geleden hebben gezegd, daar zetten we een streep door. Dat doen we niet meer in deze stad. Graag ga ik met u de discussie aan, maar op een ander moment, of wij vinden dat kindwerk toch weer ingevoerd moet worden en hoeveel we daarvoor over hebben en op welke manier we dat gaan doen? Nu lijkt het erop, wat u eigenlijk zegt, zoek financiering om Jong Dordt, zo vertaal ik hem dan maar eventjes, door te laten gaan. Dat kan niet. Niet omdat we niet willen, maar het kan niet. We hebben opdrachten... De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De heer Merx: Sorry. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. Ik moet toch een klein beetje lachen als de portefeuillehouder hier zegt dat iets echt niet kan. We weten ook uit ervaring dat het kunnen van dingen afhankelijk is over het algemeen van politieke wil en niet zozeer of iets kan of niet. En dat is toch wel wezenlijk iets anders.
Dat wil ik toch wel even benadrukken in deze discussie. Als je zegt dat iets bijvoorbeeld niet binnen de aanbesteding valt, dan zijn er juist nog veel meer mogelijkheden. Stel je zegt, het is kinderwerk en we vinden het belangrijk. We vinden het belangrijk dat relaties die zijn ontstaan, dat die niet kapot gaan. We vinden langdurig contact belangrijk. We houden van die preventieve werking. Dan is er vaak van alles mogelijk. En op heel veel dossiers doen we dat ook. En dan is er in het jaarresultaat altijd geld te vinden. Dan zijn er allerlei mogelijkheden. Dan heeft het toch veel meer te maken met de wil en niet zozeer met of iets kan of niet. Of zie ik dat verkeerd, voorzitter? De heer Merx: Voorzitter, dat ziet u verkeerd. Het spijt me. Wij hebben een paar keer onderhands aanbesteed. Eén partij zeggen we, jij gaat dit doen. Dat kan tot een bepaald
74
bedrag. Dat bedrag is om en nabij de 20.000 euro. Volgens mij precies 20.000 euro. Er is nog 1.800 euro over, voor deze partij op die plek, om dat werk te kunnen doen. Ze kunnen nog één keer zeggen, voor 1.800 euro, dat zijn een paar woensdagmiddagen, denk ik, houdt het op, kunt u nog verder. Dat zijn regels, die heb ik niet bedacht. Die hebben we met elkaar vastgesteld. Dat is 1. 2, we hebben een subsidieregeling. Ik zie een vinger. De voorzitter: Maar u bent gewoon nog antwoord aan het geven op een interruptie. Maak die eerst maar even af. De heer Merx: We hebben een subsidieregeling, eenmalige subsidies ook met elkaar vastgesteld. Daar zitten regels aan vast, dat een eenmalige subsidie, de naam zegt het al, moet eenmalig zijn. We hebben gekeken, wat is er nog mogelijk? We hebben zelf regels bedacht. Die hebben we zelf met elkaar vastgesteld. Daar heb ik me gewoon aan te houden. Of ik het leuk vind of niet leuk vind, daar heb ik me aan te houden. En u kunt wel zeggen, er is een politieke wil, maar dan zult u de regels met de politieke wil moeten veranderen. En misschien wel voor deze partij of in zijn algemeenheid. En wat ik eigenlijk graag zou willen, maar daar kom ik zo dadelijk nog wel even kort op terug, is dat we met elkaar eens goed een discussie gaan voeren.
En niet over één partij, maar hoe gaan we om met het kindwerk in Dordrecht? En hoe gaan we dat doen? En niet nu één partij zeggen, het is nodig, want het is op dit moment niet meer nodig. De problemen zijn minimaal, zijn genormaliseerd, om het zo maar even te zeggen. Jongerenwerk, R-Newt, buurtwerk, politie, handhaving, ga gewoon door. We hebben daar De Regenboog, die er in de buurt zit, heeft een verlengde schooldag, met name ook gericht op kinderen uit deze omgeving die daar terecht kunnen. We hebben, ook als het gaat over kinderwerk, noemen we het dan maar even zo, het Vogelnest de opdracht gegeven om in die buurt te zoeken naar talenten. Zijn ze twee dagen in de week om daar te zoeken naar talentjes die op een andere manier hun leven een zinvolle invulling kunnen geven. Zeg niet dat er niks gebeurt. Er gebeurt een hele hoop. Alleen voor deze partij, en deze partij wist dit en dat wisten we ook allemaal, houdt het even op. Mijn tweede argument is, A, het is niet mogelijk, want we zitten gewoon aan onze eigen regels gebakken, ook al is er nog zoveel politieke wil. En twee is, het is op dit moment ook niet nodig. En drie, ik wil eigenlijk de vragen die gesteld zijn gaan beantwoorden, maar wat uitgebreider gaan beantwoorden.
En ook vragen die misschien wel niet gesteld zijn, maar die hier aan de orde zijn geweest, meenemen in die beantwoording, om daar met elkaar een fundamentele discussie te voeren over, hoe gaan wij om met kindwerk in deze stad? En dat even abstraheren van deze partij, met welke achtergrond hij dan ook heeft. De voorzitter: Ik zie een paar mensen die willen interrumperen, waaronder de heer Van Dam Timmers, die als eerste... De heer Van Dam Timmers: Een korte reactie. De voorzitter: Dat zeg ik. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. Ook aan de wethouder. Ook voor zijn vlammende betoog over het belang van kindwerk. De conclusie verbaast me dan alleen
75
dat je niet iets voortzet wat al goed bezig is. Maar dat zijn we dan met elkaar oneens. En vanuit onze politieke visie geloven we er ook in dat je niet de stekker eruit zou moeten trekken. Tot zover. De voorzitter: De heer Portier en dan de heer Schalken. Gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik hoor de wethouder zeggen dat de aanbestedingsregels allerlei beperkingen opleggen aan wat we wel of niet kunnen doen. Is dat niet een argument om dit soort zaken, dit soort belangrijk werk inderdaad als gemeente zelf op te pakken? De heer Merx: Dat was een keuze. Maar die keuze hebben we destijds niet gemaakt. Zitten we hier aan vast. En kun je van mij niet gaan verlangen om in strijd met de door uzelf vaststelde regels te gaan zeggen, we gaan toch nog even lekker door. Voor 1.800 euro kan het nog, maar dan houdt het op. De voorzitter: Dank. De heer Portier: Even een korte reactie daarop. Ik denk dat we dan inderdaad die discussie over dat kindwerk en hoe we dat gaan organiseren binnenkort met elkaar aan moeten gaan.
De heer Merx: Graag. Want ik vind het, met iedereen hier eigenlijk, een heel belangrijk onderwerp. En ik wil het graag met u gaan bespreken, maar dan wil ik de antwoorden op de vragen eigenlijk gaan misbruiken om er veel meer informatie in te stoppen die u nodig heeft om met elkaar die discussie te gaan voeren. De voorzitter: Prima. Dan heb ik nog de heer Schalken. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. En vanuit Beter voor Dordt, juist ook omdat we die discussie met elkaar moeten gaan voeren en ook vanuit Beter voor Dordt willen gaan voeren, is het wat Beter voor Dordt betreft nu ook onwenselijk om dan het kind met het badwater weg te gooien met de activiteiten die nu gewoon succesvol zijn en goed lopen. En wat ons betreft daarom juist ook steun voor deze motie om niet inderdaad dingen te stoppen die we wellicht straks weer toch wel graag wenselijk zien in die wijk. De voorzitter: Maar dat is niet echt een vraag aan de wethouder. Dat is eigenlijk herhaling van uw kijk op de motie. Verder geen interrupties, zie ik. Was u nog bezig met uw betoog? De heer Merx: Ik heb nog vijf minuten en zeventien seconden. De voorzitter: Maar dat betekent niet dat u het allemaal hoeft te gebruiken natuurlijk. De heer Merx: Even een korte reactie op de heer Schalken. Er wordt geen kind met het badwater weggegooid.
76
De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan kijk ik rond of er behoefte is aan een tweede termijn vanuit de raad. De heer Venderbos, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Ja. Anderen nog? De heer Den Heijer en de heer Gündogdu. Dan gaan we die drie doen. Gaat uw gang. Begin ik bij de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel. De reactie van de wethouder heeft onze mening ten opzichte van de motie veranderd. En het lijkt ons dan ook verstandig eerst de discussies in een commissie af te wachten. En daarom zullen we tegen de motie stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter en het college ook, voor de uitgebreide, maar wel heldere uitleg op het gebied van subsidie en de ambities en de inzet überhaupt in de buurt. Maar volgens mij ook een punt waar ik toch even bij stil wil staan, dat het soms echt lastig kan zijn als je iets tijdelijk inzet en met elkaar die afspraak maakt, of het voor een gebouw is waar we mensen misschien tijdelijk even in laten wonen of misschien iemand met culturele invulling, dat laten doen. De heer Schalken den Hartog: Voorzitter.
De heer Venderbos-Lambinon: Dat het vervolgens natuurlijk een heel moeilijk gesprek is als wij met elkaar niet bewaken dat iets wat wij tijdelijk met elkaar afspreken kennelijk toch structureel kan zijn, zonder dat we met elkaar dat fundamentele gesprek gevoerd hebben. Dat vind ik persoonlijk gewoon heel lastig. En ik moet eerlijk zeggen, ik vond ook het verwijt vanuit het CDA, laat er in de tweede termijn maar op reageren, eerlijk gezegd behoorlijk misplaatst. In de eerste plaats, omdat heel veel VVD'ers ook christelijk zijn. En in de tweede plaats, en dat is misschien nieuw, dat de VVD geen religie is. En dat is voor mij heel moeilijk te accepteren, maar het is wel zoals het is, Voorzitter. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik een interruptie van de heer Schalken. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ik wilde graag even reageren op wat de heer Den Heijer aangaf over het tijdelijke karakter. En er zijn echt heel veel andere zaken die wij doen die tijdelijk zijn, maar die we ook met regelmaat verlengen. Ook als we het bijvoorbeeld hebben over de opvang van mensen die dat heel hard nodig hebben. Ik vind dat niet het argument om dan nu maar te zeggen, dan gaan we hiermee stoppen, terwijl we wellicht met elkaar na discussie gaan besluiten dat we het kindwerk toch belangrijk genoeg vinden, en zeker in die kwetsbare wijk, om dat voort te zetten.
De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Dan had ik nog het woord beloofd aan de heer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik zit in een enorm dilemma. Ik begrijp heel goed de intentie van deze motie en ook die van de indieners. Maar als ik ook richting de portefeuillehouder heb horen zeggen, is mijn reactie, de portefeuillehouder doet ook een oproep van dit initiatief is onder andere door het jeugdwerk of jongerenwerk, maar ook met andere deelnemers tot stand gebracht. En ik wil graag nog met de raad en
77
commissie verder van gedachten wisselen hoe we datgene wat we nu hebben ingezet voort kunnen zetten. Sterker nog, er zijn partijen die dat ook heel goed kunnen doen. Het gaat mij niet zozeer om welke instantie dan ook. De intentie is dat het werk wat daar wordt gedaan, wordt voortgezet, in welke vorm dan ook. Ik denk dat de wethouder een oproep doet richting de indieners van, ga nog eens even in gesprek met mij en met elkaar. En u kunt altijd deze motie indienen, maar hou het nog even in the pocket. Dat is zoals ik het begrijp. En ik wilde dat even verifiëren richting de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken, interruptie. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Als ik mag reageren richting de heer Gündogdu. Het is volgens mij eerder duidelijk aangegeven... De heer Gündogdu, ik praat tegen u. De voorzitter: Maar wel via de voorzitter. De heer Schalken-den Hartog: Maar het is wel fijn als de heer Gündogdu dan hoort wat ik via de voorzitter wil inbrengen. En eerder is heel duidelijk gecommuniceerd dat dit kinderwerk vanaf 14 februari zou gaan stoppen. En dat was wat Beter voor Dordt betreft de urgentie waarmee we eerder ook die vraag hebben gesteld. En dat was ook voor ons daarmee heel belangrijk om deze motie nu vandaag in te dienen. En dat het daarom ook een motie vreemd aan de orde van de dag was.
Dit kinderwerk stopt na 14 februari. En wanneer we dadelijk met elkaar ook nog het gesprek gaan voeren over hoe we dat kindwerk in het vervolg willen gaan vormgeven, zou dat wat Beter voor Dordt betreft in ieder geval enorm zonde zijn wanneer het eerst stopt en dadelijk wellicht weer moet worden voortgezet. De voorzitter: Helder. Dank u wel. De heer Schalken den-Hartog: Ik weet niet hoe de heer Gündogdu daarover denkt. De voorzitter: De heer Gündogdu mag daarop reageren. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik begrijp de zorgen. Maar er zijn vragen gesteld aan het college. Die antwoorden hebben we nog niet gekregen. Ik ben benieuwd wat de afwegingen zijn van het college en wat de antwoorden überhaupt zijn van de andere vragen die er zijn gesteld. Ik zit nu echt in een enorm dilemma. Ik kan voorstemmen, ik kan tegenstemmen, maar ik wil gewoon de achtergrond weten. De voorzitter: Dat is altijd. U kunt altijd voor- of tegenstemmen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij is er nog een vraag gesteld door de heer Gündogdu aan de wethouder. Volgens mij moet u daar straks nog even op reageren. U heeft nog een andere interruptie? Gaat uw gang.
78
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, de heer Gündogdu nodigt mij eigenlijk toch wel uit of triggert mij toch wel om te reageren op wat hij aangeeft. En dat is, wat moet ik nu doen? En wat Beter voor Dordt betreft kan het niet zo zijn dat je iets wat goed loopt en wat goed gewaardeerd wordt nu dadelijk wellicht tijdelijk stopt, wanneer we misschien straks toch tot de conclusie komen dat het voortgezet moet worden. Dat was de belangrijkste reden voor die vragen en ook deze motie. En ik hoop dat de heer Gündogdu het belangrijk genoeg vindt om nu in ieder geval te denken van, laten we niet nu dit kinderwerk stoppen, maar door laten lopen totdat wij als raad wellicht besluiten of het wel of niet verder kan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de wethouder, die nog reageert op de heer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Merx: Voorzitter, er wordt gesteld, het kinderwerk stopt. Ik hoop dat ik zojuist heb aangegeven dat met het Vogelnest, met de scholen het kinderwerk niet stopt. Wat wel stopt, en dat is geen nieuws, maar ik val in herhalingen, is de inzet van Jong Dordt op die woensdagmiddag. En de heer Gündogdu heeft mij heel goed gehoord, ik vind dat u het probleem echt recht aan doet als u een meer fundamentele discussie gaat voeren.
En niet dan toevallig op het Houthavenplein, waar het problemen zijn opgelost, door te gaan met deze inzet, terwijl die daar, zoals ik zojuist heb gezegd, niet meer nodig is. Dat de kinderen van destijds, die toen daar kwamen, inmiddels de jongeren zijn die bij Dordt Sociaal terechtkomen en ook in beeld zijn. En dat waar er nog problemen zijn met kinderen, dat daar ook buurtwerk gewoon op ingrijpt en al op ingegrepen heeft. De heer Gündogdu heeft mij heel goed gehoord. De voorzitter: Dank. Dan zijn we volgens mij aan de stemming toegekomen. Zijn er nog stemverklaringen ten aanzien van deze motie? Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Zoals ik al vermoedde heeft de wethouder volledig de tekst gesproken waardoor ik overtuigd tegenstem. De voorzitter: Dank u. Anderen nog? Ik zie de heer Burakçin. Gaat uw gang. De heer Burakçin: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, we hebben de wethouder gehoord. Aangezien de kinderen van Lijnbaan in beeld zijn bij Dordt Sociaal gaat het stoppen van Jong Dordt niet ten koste van de kinderen. In plaats van nu te beslissen op een specifieke zaak, willen wij dit gesprek over kindwerk in de volle breedte voeren. We zijn dan ook tegen de motie. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Gaat uw gang, mevrouw Schnabel van Partij van de Arbeid. Het wordt laat. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.
Wij zijn heel blij dat we het in de commissie over kindwerk en jongerenwerk uitgebreid gaan hebben. Tegelijkertijd hebben we ook duidelijk gehoord dat het goed loopt. En het kind inderdaad met het badwater weggooien zonde zou zijn. We gaan voorstemmen. En zijn blij met de toezegging. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dam Timmers.
79
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. We zijn ook blij met de toezegging. Tegelijkertijd willen we tot dat dat besproken is niet dat relaties die zijn ontstaan, die goed werken, die een effect geven, samen met ook al het andere werk wat wordt gedaan, dat we dat preventieve werk stoppen. En daarom zullen wij ook met overtuiging voorstemmen. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Daar kunnen we ons bij aansluiten, voorzitter, vanuit Beter voor Dordt. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik kijk gewoon even naar wat het dictum van de motie vraagt. En dat is financiering te zoeken voor het voortzetten van deze vormen van preventief jongerenwerk op het Houthavenplein. En er staan nog, bijvoorbeeld één dag in de week. En de raad over de mogelijkheden van bovenstaande te informeren, puntje, puntje. Dat dictum kan ik mij wel in vinden, want dat gaat niet over een specifieke subsidie, een specifieke organisatie of een specifieke invulling ervan. Dit dictum kan ik mij in vinden. Zal ik voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Zoals gesteld, de toezegging staat. En in de tweede plaats is inmiddels duidelijk dat er geen sprake is van een bad, geen sprake is van water en dat er ook geen sprake is van een kind daarin. En volgens mij is dat wel voldoende naar voren gekomen.
En tot slot vinden we het ook wel lastig dat, als deze motie aangenomen wordt, dat wij de wethouder vragen om in strijd te handelen met onze eigen regels die we onszelf stellen. En ook dat lijkt me een vreemd principe. De voorzitter: Dank. De heer Gündogdu, u bent eruit? De heer Gündogdu: Ik ben er zeker uit, voorzitter. Het dictum van de motie is leidend. En mijnheer Portier heeft dat zo netjes, mooi verwoord. Wat dat betreft, ik was er al uit, maar dit geeft nog eens even de zekerheid. Het dictum van de motie is leidend. Ik zal voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel, tot slot. Niet tot slot. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ook ik heb gekeken naar dictum van de motie. En als ik het zo kijk, dan zie ik het eigenlijk zo dat de wethouder het al heeft uitgevoerd. Want financiering zoeken voor het voortzetten van deze vorm, hij heeft net gezegd dat hij geld heeft gevonden en de raad informeert over de mogelijkheden. Dat heeft hij ook gedaan. En dat we bij elkaar kunnen komen om vervolgstappen te gaan bepalen. Bij mij uitgevoerd. Ik stem tegen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Tot slot de heer De Heer. Gaat uw gang. Dan gaan we stemmen hoor.
80
De heer De Heer: Voorzitter, we sluiten ons graag aan met de stemverklaring van de heer Van Dam Timmers. De voorzitter: Dan gaan we stemmen. Als u voor de motie bent, plus. Als u daar tegen bent, min. Gaat uw gang. De motie is aangenomen. 19 stemmen voor, 17 stemmen tegen. Tegen de fracties Forum voor Democratie, Gewoon Dordt, GroenLinks, Partij voor de Dieren, Van der Spoel, VVD. En de overige fracties voor. Daarmee is de motie aangenomen. U heeft vandaag, vanmiddag hard gewerkt. En daarom heeft u vanavond vrij. Ik wens u veel plezier. Tot snel. Vergadering is beëindigd.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …….… 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
81