2.1 2023.12.19 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
43
De voorzitter: Gaat u verder. Mijnheer Safranti heeft nog een interruptie. Gaat uw gang. Er is zo’n lange wachtlijst. Ik vergeet weleens iemand. De heer Safranti: Dat geeft niet. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Safranti: Mijn vraag is al gesteld door mevrouw Stolk. De voorzitter: Hoe mooi kan het zijn. Geweldig. De heer Safranti: Dank u wel. Het ging over het convenant. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Benschop: Volgens mij heb ik nu alle moties en amendementen wel doorgelopen. Ik hoorde wat zorgen over, gaan we nu de publieke taak beleggen bij ondernemers? Nee, we hebben gewoon een non, ik krijg het bijna niet uitgesproken, maar non substitutiebeginsel. En dat betekent dat de overheid, in dit geval de gemeente, zich gewoon niet kan ontdoen van haar publieke taak. Als er dan gesproken wordt over veiligheid bijvoorbeeld, dat is gewoon een taak van de gemeente. Maar gaat het over schoon, heel en veilig, bijvoorbeeld op een bedrijventerrein, dan is het wel degelijk mogelijk voor ondernemers om daar zelf iets op te organiseren. Dat doen ze ook al via de BIZ-structuren nu. En dat gaat over in het Ondernemersfonds. Het mooie van het Ondernemersfonds is dat je die breder in kunt zetten. Waar de BIZ-structuur ging over schoon, heel en veilig, kun je nu ook allerlei maatschappelijke thema's tackelen. Kun je kijken naar verduurzaming bijvoorbeeld.
Kun je kijken naar circulariteit. Kunnen we samen een collectief opzetten hoe we materialen gaan delen. Kan het ook gaan over vervoer. Als je op een bepaald industrieterrein zit waar niks georganiseerd is op vervoer, willen we dan met elkaar misschien wel gaan kijken, kunnen we busjes delen? Ik weet het niet. Ik noem maar wat voorbeelden. Maar het doel van het Ondernemersfonds is breder dan die publieke taak van de overheid sowieso, want die moeten wij blijven doen, maar ook dan die taak die ze eerst hadden opgenomen vanuit de BIZ’en. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Op een aantal vragen heeft het CDA nog geen reactie gehad vanuit het college. Hoe moeten we dit Ondernemersfonds zien in het licht van het feit dat we overal moeten bezuinigen en dat hier het uitgangspunt is dat er niet bezuinigd wordt, dat het geen gemeentelijke bezuiniging mag zijn? Een ander punt, hoe krijgen wij als raad inzicht in welke begrotingsposten er eigenlijk weggestreept worden? Want het is echt abracadabra, wat dat betreft. En dan hadden we nog iets. Wordt er gestuurd op de opbrengst vooraf of wordt er alleen maar aan dat percentage elk jaar opnieuw gesleuteld?
44
Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, eerst de eerste vraag. Er is hier een verschil tussen het non substitutiebeginsel en het niet bezuinigen. Dat gaat namelijk over, je kunt geen publieke taken weggaan bezuinigen en zeggen, Ondernemersfonds, nu mag u het oplossen. Als wij ergens een taak hebben, die we als overheid dienen te doen, kunnen we nu niet zeggen, Ondernemersfonds los het maar op, want u heeft een pot met geld. Wij doen natuurlijk veel meer dan alleen onze publieke taak, als het gaat over de volle breedte van de maatschappelijke doelen. Een van de bijkomstigheden van dit Ondernemersfonds en het verenigen van alle partijen in het trekkingsgebied, is dat je logischere verbindingen kunt gaan maken. Er zijn ook allerlei subsidies die we uitgeven, bijvoorbeeld voor marketing of een feestje om meer bekendheid te trekken, of noem het maar. Of bijvoorbeeld een biodiversiteitspad op een bedrijventerrein. Dat zijn dingen die nu op een veel slimmere manier eigenlijk georganiseerd kunnen worden. Waar ondernemers meer zeggenschap gaan krijgen. Want die gaan er uiteindelijk over, via die besturen van die trekkingsgebieden. En op die manier gaan wij in de komende periode, in ’24, kijken, wat gaat het Ondernemersfonds nu oppakken wat aan de andere kant bij ons een verlaging oplevert? Dat gaat niet over de publieke taak. Die blijven wij altijd uitvoeren.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Er is kennelijk toch een soort misverstand. Voorzitter, als ik even mag nog. Ik heb publieke taak niet genoemd, maar het is gewoon een leidend principe in dit hele stuk dat dit geen verkapte gemeentelijke bezuiniging is. En tegelijk wordt er wel gesproken over, andere posten komen te vervallen. Het is niet duidelijk welke posten er komen te vervallen. Ik wil dat toch graag concreter. Zeker in het licht van de bezuinigingen die we sowieso te maken hebben. Maar de andere twee vragen liggen ook nog open. En moet ik die nog toelichten of niet? Want er zit een vraag tussen dat er een zinnetje in het voorstel staat, voor de jaren 2025 en verder zal niet het bedrag van 75 euro per 100.000 OZB-capaciteit leidend zijn, maar wordt er dit bedrag omgerekend tot een percentage van de totale opbrengst van de OZB niet-woningen. Dat is eigenlijk het enige sturingsmiddel wat er nog is, maar dat is niet opgenomen in het besluit. Daar zitten bij ons wel vragen. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, wat die laatste gewoon betekent, is dat als de WOZwaarde met 10 procent stijgt, dat de bijdrage niet 75 euro blijft. Van de 100.000 euro is het 75.000 euro bijdragen. Dat wordt omgerekend tot een percentage. En dat laten we erop los. Dat betekent niet dat we ieder jaar het percentage gaan verhogen. Het percentage blijft gelijk. Ik hoop dat dat antwoord is op de vraag.
Als het gaat over die bezuinigingen. Ik ga het toch nog een keer op die manier proberen uit te leggen. Je hebt verschillende soorten uitgaven als overheid. Je hebt uitgaven die je bovenwettelijk doet en je hebt gewoon wettelijke taken. Die wettelijke taken mogen nooit bekostigd worden vanuit een Ondernemersfonds. Die moeten wij gewoon blijven doen. Die bovenwettelijke taken zijn wel degelijk slimmere verbindingen te maken, waarbij je kosten bespaart, zonder dat je daarmee ondernemers hard raakt of dat je bepaalde taken, die je als overheid gewoon hebt, laat vallen. We hebben een periode nodig om te gaan ontdekken, waar gaan we dat precies op loslaten? Dat is nu nog niet zo uitgeschreven, want dat is ook een proces wat je samen met die ondernemers ingaat. Waar gaan zij hun middelen op inzetten? Hoe gaan we dat matchen met wat wij aan het doen zijn? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze bijdrage daarmee naar beneden gaat, maar dat er geen gat
45
geslagen wordt in alle activiteiten die er zijn? Maar dat heeft wel even tijd nodig. Daarom vragen we nu om een dekking voor ’24, uit bestaande middelen, om in ‘24 samen met het Ondernemersfonds die exercitie te kunnen doen. De voorzitter: Tot slot, mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Misschien dan toch een wat domme vraag. Als het percentage gelijk blijft, dan wordt toch met de uitbreiding van het gemeentelijk vastgoed de bijdrage, die door de gemeente wordt geleverd en die wordt onttrokken aan de algemene reserve, toch steeds groter? Parkeergarages, ander vastgoed. Mevrouw Van Benschop: Dat klopt, maar dat geldt natuurlijk ook voor de normale OZBafdracht. Wij hebben in Dordrecht besloten dat ook het gemeentelijk vastgoed gewoon OZB-belasting betaalt. Dat is ook niet in alle gemeenten zo. Dat is hier wel. En als je dan vervolgens een opslag oplegt op niet-woningen, dan ben je zelf als gemeente ook gewoon vastgoedeigenaar of gebruiker van een locatie. En dat zal inderdaad betekenen dat je meegaat in de beweging van WOZ verhogingen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Sorry, ik vind dat echt enorm. Het Dordthuis komt er binnenkort. Dat verdwijnt ook in dit fonds? Mevrouw Van Benschop: Ja, voorzitter, dat geldt voor al het gemeentelijk vastgoed. Dat geldt namelijk voor al het vastgoed wat een niet-woning is in het centrum.
En ik vind eigenlijk, als je daar heel logisch over nadenkt en je vraagt ondernemers, zet uw schouders eronder en ga ook iets maatschappelijks bijdragen, dan zou het natuurlijk wel een vreemde figuur zijn als de gemeente zegt, daar doen wij niet aan mee. Als het alleen gaat over schoon, heel en veilig, dan betalen ondernemers dat vanuit hun BIZ bijvoorbeeld. Daar betalen wij dan ook niet aan mee. Maar als je vraagt, verbreed je scoop, ga ook kijken naar bijvoorbeeld personeel en arbeid, ga kijken naar duurzaamheid en circulariteit, ga kijken waar je aansluiting kan vinden bij de maatschappelijke doelen die wij ook als overheid hebben, dan is het niet meer dan fatsoenlijk in de ogen van het college om ook als partij in de stad gewoon bij te dragen daaraan. De voorzitter: Was dit wat u wilde zeggen, wethouder? Mevrouw Van Benschop: Ik weet niet of ik alles heb beantwoord, maar ik denk het. De voorzitter: Ik zie in ieder geval nog een vraag van de heer Stam en nog van de heer Portier en van mevrouw Pichel. En dan gaan we uw bijdrage afronden. De heer Stam, gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Nog een vraag. Waarom is er gekozen voor de stichtingsvorm, omdat in een stichtingsvorm bestuurders bijna niet aansprakelijk zijn. Stel dat het misgaat, welke bevoegdheden heb je dan om in te kunnen grijpen? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dit is zo'n technische vraag.
Ik heb geen idee. Ik kan hier geen antwoord op geven op dit moment. Echt niet. Ik denk dat er misschien iemand hier is die dat wel weet, maar ik weet het niet.
46
De voorzitter: Het meest gebruikelijke, stichting, omdat het geen winstoogmerk heeft en omdat het in dit geval een semipubliek doel dient, gemeenschappelijk doel dient van deze betrokkene. Dat is het meest voor de hand liggend, denk ik, een stichting. Maar dat zeg ik nu even niet als voorzitter, maar als oud-kandidaat notaris. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, op dit punt? Mevrouw Stolk: Even daarop inhakend. Ja, op dit punt, wat u nu aangeeft. Want u zegt eigenlijk dat wat mijnheer Stam aangeeft, dat bestuurders niet aansprakelijk gesteld kunnen worden. Dat zegt u eigenlijk. De voorzitter: Heb ik niet gezegd. Mevrouw Stolk: Daar komt het wel een beetje min of meer op neer. De voorzitter: Ook bij een stichting kunnen bestuurders bij wanbestuur aansprakelijk gesteld worden. Maar dat is wel een hele technische verhandeling op wat hier voorligt hoor, moet ik zeggen. Mevrouw Stolk: Maar, weet je, het is wel belangrijk voor dit onderwerp. De voorzitter: Maar het geldt voor elk stichtingsbestuur. Als er sprake is van wanbestuur, is er gewoon een mogelijkheid om een stichtingsbestuur aansprakelijk te stellen. Bijvoorbeeld, niet deponeren van een jaarrekening, dat soort zaken of erger. De heer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, een correctie en twee vragen.
Om te beginnen, de wethouder zei van, we kunnen sportverenigingen niet uitsluiten, zoals in amendement 2 gevraagd wordt. Dat wordt niet in amendement 2 gevraagd. In amendement 2 wordt alleen gevraagd dat de opbrengst wat van sportvereniging geheven wordt, dat dan ook weer aan sportverenigingen ten goede moet komen. Dat is even de correctie. Dan twee vragen. Er is heel veel discussie geweest rond participatie van non-profit en not for profit et cetera, maatschappelijke organisaties. En ons wordt verzekerd dat dat helemaal goed komt. Maar er is al een gebied dat georganiseerd is, het Binnenstadsbedrijf. Daarin is van maatschappelijke organisaties participatie geen sprake. Wel weer van de gemeente, wat in het voorstel juist uitgesloten wordt, dat de gemeente iets te zeggen krijgt. Hoe verhoudt zich wat bij de Binnenstadsbedrijf is geregeld met wat er nu in het voorstel staat? Een laatste vraag. Er wordt straks ook van ondernemers in het buitengebied extra belastingen geheven. Waarom is op geen enkele manier geregeld dat zij ook baat hebben bij dit fonds? Dank u wel. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat is een aanname dat ondernemers in het buitengebied geen baat zouden hebben bij dit voorstel. Alles valt en staat met op welke manier je je verenigt en op welke manier je middelen onttrekt uit het trekkingsfonds, uit het Ondernemersfonds.
En als partijen in het buitengebied zich verenigen en besluiten tot een arbeidsmarktvraagstuk waar ze iets op gaan doen of duurzaamheid, biodiversiteit, dan hebben ze daar wel zeker baat bij. De aanname dat, omdat je niet in
47
een geconcentreerd gebied zit, je ook er niks aan zult hebben, die klopt niet. Het is net welke onttrekking je doet of je daar wel of geen baat bij hebt. Dan werd de vraag gesteld over het Binnenstadsbedrijf. Het Binnenstadsbedrijf is op drie manieren gefinancierd. Dat is niet alleen het Ondernemersfonds. Daar zit de gemeente in als partij, die ook het algemeen belang vertegenwoordigt, zowel van bewoners als van maatschappelijke organisaties. Dat is een andere manier van organiseren. Dit gaat over de gebieden, zoals bijvoorbeeld de winkelcentra, een bedrijventerrein. Op die manier zorgen dat de organisatiegraad omhoog gaat, zodat ze gezamenlijk en collectief dingen kunnen doen, zonder dat je freeriders hebt. Partijen die gewoon niet betalen, terwijl de rest er zijn schouders wel onder wil zetten. Ik vind wel, er wordt op deze manier een beetje de suggestie gewekt alsof er partijen zouden zijn die er baat bij zouden hebben om andere buiten de deur te houden. De gesprekken die ik voer, zowel met het bestuur van de stichting als met ondernemers in de stad, gaan helemaal niet over dit soort zaken. Gaan veel meer over, op welke manier krijgen wij onze communicatie? Op welke manier kunnen wij dan invloed uitoefenen? Wat mogen we allemaal binnen die grenzen? Het gaat nooit over de angst dat ze niet mee zouden kunnen doen, dat ze er geen baat bij zouden hebben.
Ik denk dat ondernemend Dordrecht en maatschappelijk Dordrecht een stuk relaxter in de wedstrijd zit dan nu hier in de raad wel een beetje naar voren komt. Dat zal niet voor alle partijen zo gelden. Maar ik doe genoeg bedrijfsbezoeken om in ieder geval gesprekken te voeren en te zien dat de meerwaarde wel degelijk gezien wordt. Als het gaat over, waarom storten we het geld niet direct terug naar sportverenigingen? Omdat ook sportverenigingen wel degelijk baat kunnen hebben bij die verenigingsgraad per trekkingsgebied. Het is niet zo dat als dezelfde gebruikers in een gebied zitten, maar met een andere functie, ze daar geen baat bij hebben. Juist wel. Die verbindingen kunnen gemaakt worden tussen ondernemers, tussen maatschappelijke organisaties, ook de sportverenigingen. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Om juist in dat gebied mooie dingen voor de stad te bewerkstelligen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan ben ik toch wel heel benieuwd hoeveel sportverenigingen de wethouder heeft gesproken hierover. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, we kunnen natuurlijk een lijstje gaan maken met wie er allemaal gesproken is. Er is een initiatiefgroep geweest. Daar zit de Stichting MBO onder andere in als vertegenwoordiger van maatschappelijke organisaties en van de non-profit. Ik ben zelf van economie, ook niet op bezoek bij sportverenigingen.
Maar dat betekent niet dat de mening van sportverenigingen genegeerd wordt of niet meegenomen wordt. Ik vind de suggestie dat alle sportverenigingen hier moeite mee zouden hebben een vreemde. Zeker omdat de bijdrage relatief laag zal zijn.
48
De voorzitter: Volgens mij hebben we dan alle interruptie gehad. Dan hebben we daarmee ook de termijn van het college gehad. Ik kijk even rond. Of mevrouw Pichel had ik nog beloofd. Dat is waar. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Misschien heb ik het ook wel gemist hoor. Maar dit gaat even over de beantwoording van de wethouder over motie M3 van het CDA. Want daarvan had ze gezegd, bullet point 1 en 2 kunnen we eigenlijk overnemen. 3 zei ze eigenlijk niet zoveel meer over. Maar ik kan me ook voorstellen dat ze natuurlijk ook iets had gezegd over een vorm van een raadsinformatiebrief ten aanzien van het amendement van Beter voor Dordt. Kan de wethouder daar nog even duidelijkheid over geven? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik heb geen moeite met die toevoeging van die derde bullet. Ik stelde eigenlijk min of meer voor, zullen we hem dan samen pakken met die evaluatie? Bijvoorbeeld in de vorm van een jaarverslag dat we beschikbaar stellen, plus raadsinformatiebrief met een duiding daarop. En dan dit punt daarin meenemen, in plaats van dat het een separaat voorstel wordt om de representativiteit te toetsen. De voorzitter: Maar eigenlijk zegt u, deze motie kunnen we omarmen? Mevrouw Van Benschop: Als we dat derde punt mee mogen nemen, dan ja. In een RIB. De voorzitter: Er staat niet in hoe u de raad op de hoogte stelt. Dat kunt u gewoon doen, zoals u dat wilt.
Mevrouw Van Benschop: U heeft gelijk. Dan kunnen we deze motie omarmen. De voorzitter: Helder. Dan is dat ook duidelijk. Dan hebben we daarmee de... Toch nog een vraag, heer Schalken? De heer Schalken-den Hartog: Een hele korte vraag. De voorzitter: Super kort. De heer Schalken-den Hartog: En misschien heb ik het gemist in alle reacties die er zijn geweest. Met betrekking tot motie 2, wat de wethouder daarover heeft gezegd dat die omarmd wordt of niet? Mevrouw Van Benschop: Daar werd gevraagd om in het convenant allerlei afspraken te maken met ondernemers over de wijze van besluitvorming, over de besteding van budgetten en jaarplannen. Over de jaarplannen, dat zei ik net al, is vastgelegd in het concept convenant. Als het gaat over besluitvorming, dan gaat het om transparante besluitvorming, dat het ook navolgbaar is voor alle partijen die daar wat van moeten vinden. Er komt jaarlijks een jaarverslag. Eigenlijk aan de eerste bullet is al voldaan. Als het gaat over er geen ondernemer of organisatie zich buitengesloten voelt en nauwelijks invloed heeft, ik kan natuurlijk hier geen toezegging doen dat niemand zich buitengesloten voelt. Ik kan hier wel een toezegging doen dat we via het bestuur en via onze eigen communicatiekanalen zorgen dat iedereen op de hoogte kan zijn van het
49
Ondernemersfonds en zich ook kan melden om deel te nemen aan zo’n bestuur voor een trekkingsgebied bijvoorbeeld. De voorzitter: Daarmee hebben we de eerste termijn van het college gehad. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn van de raad. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, mag ik heel even een schorsing? De voorzitter: Schorsing. Hoelang wilt u ongeveer schorsen? Mevrouw Van Vugt-Roose: Zeker tien minuten. De voorzitter: Tien minuten. Dan schorsen we tot half vijf. Mensen, we gaan weer verder. Gaat u zitten, alstublieft. We hebben de borrelnootjes alweer gehaald. Voor je het weet komen de bitterballen. En dan gaan we schorsen tot Eerste Kerstdag. Wat vindt u daarvan? Vindt u dat een goed idee? Bent u voor, mijnheer Van der Meer? Eerste Kerstdag doorvergaderen? Maar even alle gekheid op een stokje. We moeten wel een beetje vaart gaan maken en proberen de commissie niet over te doen. Want daar heb ik in de schorsing wel een aantal geluiden over gehoord, dat we de commissie wel erg aan het overdoen zijn. Zijn we compleet? Nu wel. Mevrouw van Vugt, u had om een schorsing gevraagd. Mag ik stilte in de zaal? De vergadering is heropend. U had om een schorsing verzocht. Bent u eruit? Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Het CDA zal met nog een motie komen, die enigszins bewaakt dat er ook echt sprake is van budgetneutraliteit.
We zullen hem straks verspreiden en dan zien we wel wat het wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is er, want u wil een motie indienen. Bent u de enige die in die tweede termijn iets wil zeggen? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik wil graag een tweede termijn, als ik het idee krijg van wat er ongeveer in een motie als dit gaat staan. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik ga hem delen. De voorzitter: Dank u wel. Dient u hem maar in. Dat is motie M4 dan. Wilt u dan de motie indienen, mevrouw Van Vugt, want u krijgt het woord. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. De motie is zojuist aan iedereen verstuurd. Ook aan de griffie. Als die geprint mag worden, heel graag. Nog een korte toelichting. Moet ik hem weer even openen. We hebben net het convenant kunnen lezen. En dan bleek dat het om een jaarlijkse bijdrage gaat vanuit de OZB-opbrengsten van 2,4 miljoen. We vinden dat echt bezwaarlijk om dat zonder enige garantie op budgetneutraliteit uit te geven, terwijl dat wel echt het plan is in het raadsvoorstel. We roepen het college op om inzichtelijk te maken, in 2025 en daarna, welke daadwerkelijke voordelen er dan ook behaald zijn op de gemeentelijke begroting, vanwege de inbreng van het Ondernemersfonds Dordrecht.
En we vragen ook om bij elke uitbreiding van het gemeentelijk areaal een inspanningsverplichting om inzichtelijk te maken welke
50
begrotingspost er dan eventueel weer geschrapt kan worden. En verder overwegende dat, dat is eigenlijk in mijn hele vraagstelling ook al wel meegekomen, en van mening zijnde dat. Dank u wel. De voorzitter: Ik kan nog geen borrelnootje nemen. Ik ga even rondkijken. Wie wil er op deze motie reageren? Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik wil sowieso het nog wel even goed kunnen lezen. Want ik zie een motie nu voor me verschijnen waarvan ik me afvraag of je die net in een schorsing hebt gemaakt. Deze heb je al voorbereid. En des te triester vind ik het, en dat mag ik gewoon ook zeggen, dat je in een commissievergadering hebt gezeten waar een aantal dingen zijn afgestemd, waar wordt besloten om als hamerstuk iets naar een raad te doen en dan vervolgens... Dat mijnheer Portier, met alle respect, we zijn het niet met elkaar eens, maar mijnheer Portier, dat vind ik heel logisch dat hij een aantal amendementen indient. Dit is een pure motie van wantrouwen naar de wethouder. Dat raakt mij zelfs enorm. En ik wil daar wel even over nadenken. Als we het zo gaan spelen, dan gaan we gewoon anders dadelijk ook schorsen. En dan ga ik eens naar het plafond zitten kijken over hoe ik hierop wil gaan reageren, zodat we hier in de raad nog een beetje op een fatsoenlijke manier met elkaar om kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, mag ik een korte reactie geven? De voorzitter: Ja, zeker. Mevrouw Van Vugt-Roose: Over de andere motie, dat hebben we in de commissievergadering gewoon al aangegeven. Dat we heel erg zaten met de non-profit en de not for profit. En ik moet inderdaad eerlijk zeggen dat ik me steeds meer ging afvragen, wat staat er in dat convenant? En ik heb het inderdaad voorbereid, zodat ik op het moment dat we eventueel een convenant kregen, het ook meteen kon afmaken. Want er bleek natuurlijk wel uit de hele notitie van de ondernemers zelf dat dit wel de strekking ging worden. Vandaar dat dit er is. En wij zullen ook zeker niet tegen het raadsvoorstel stemmen, maar we willen wel dat het college de plicht heeft om elke keer inzichtelijk te maken waar dan die gelden gebleven zijn. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat gaat om 2,4 miljoen euro, die wordt ingebracht door ondernemers en waar ondernemers vervolgens dingen in de stad mee kunnen gaan doen, zodat hun ondernemingen aantrekkelijker worden. Zodat het economisch klimaat aantrekkelijker wordt. En ik zie werkelijk niet waarom je als CDA het zodanig moet gaan doen dat jij denkt dat jij meer macht moet hebben op beslissingen die gaan gebeuren dan ondernemers zelf die dit betalen.
51
Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, ik kan er voor een deel in meegaan. Maar het gaat hier ook om gemeentelijk vastgoed, wat ergens anders verloren gaat, de opbrengst daarvan. Daar zullen ze wel streng op moeten zijn. Als je bij het sociale domein elke cent moet verantwoorden en dat er vooraf KPI’s worden gesteld en we geven het hier gewoon vrij, dan is er iets in disbalans. En dit is geen motie van wantrouwen. Dit is een motie om te behoeden dat de gelden terechtkomen waar ze terecht moeten komen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, er is maar één plek waar gelden terecht moeten komen. En dat is bij ondernemers. Mevrouw Van Vugt-Roose: En non-profit. De voorzitter: Dan kijk ik even rond of er nog andere fracties zijn die op deze motie en het punt van het CDA willen reageren. Gaat uw gang, mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dank u wel. Voor ons is het duidelijk waar het geld naartoe gaat. Dat staat in de stukken en dat is net ook duidelijk uitgelegd. Het is ook duidelijk waar het geld vandaan komt. Maar ik sluit me wel aan bij mevrouw Koene. Ik heb de motie nog steeds niet binnen. En ik wil hem wel graag kunnen lezen, voordat ik er iets van vind. Mevrouw Van Vugt-Roose: Alle fractievoorzitters hebben hem. Mevrouw Koene: Voorzitter, het doet niets af of de fractievoorzitters hem wel of niet hebben.
We zitten hier met 39 raadsleden. En 39 raadsleden horen te weten wat er in staat. De voorzitter: Helemaal eens. De motie moet gewoon geprint worden en ingediend en vervolgens in het systeem gezet. En dan kunnen we kijken of er nog behoefte is aan reacties. Dan heeft het college ook nog even de wens om kort te schorsen, om te kijken hoe tegenover deze motie wordt gestaan. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Maar nou is de griffier weer weg. Waar is de griffier? Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Ik ben echt benieuwd even naar de reactie van de wethouder. Het lijkt mij wel... De voorzitter: Maar die reactie komt pas na een schorsing van het college. De heer Katif: Dat snap ik. De voorzitter: Die komt zeker. U wordt bediend. Hier is motie M4. Die mag snel in het systeem. Ik stel voor dat we even kort schorsen, maar wel in de zaal blijven zitten. Misschien kan het college dan even weggaan. Wij gebruiken die tijd dubbel. De motie wordt in het systeem gezet. Het college gaat even in overleg. De vergadering is heropend. College had om schorsing verzocht. Ik wilde u voorstellen om de wethouder
52
even haar appreciatie over de motie, die ingediend is, te laten geven. En dan te kijken of er nog vragen, opmerkingen of een debat vereist is. Vindt u dat akkoord? Ja? Wethouder Van Benschop, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Er wordt gevraagd om inzichtelijk te maken hoe we in 2025 en daarna de voordelen op de gemeentelijke begroting zijn behaald, vanwege de inbreng van het Ondernemersfonds Dordrecht. Een-op-een kunnen we dit niet zo doen. Het hele idee van het Ondernemersfonds is dat ondernemers met elkaar, met maatschappelijke organisaties en een bijdrage van de gemeente als vastgoedeigenaar, gezamenlijk thema’s op gaan pakken die een bijdrage leveren aan de maatschappelijke doelen. De overheid, de gemeente in deze, geeft ook subsidies voor bepaalde maatschappelijke doelen, die dadelijk ook voor een deel gedekt gaan worden vanuit het Ondernemersfonds. En in ‘24 nemen we de tijd om te kijken, hoe kunnen we logische verbindingen maken om die kosten aan de ene kant voor subsidies naar beneden te halen, bijvoorbeeld vergroening van bedrijventerreinen. Er wordt weleens een subsidie gegeven voor onderzoeken over organisatiegraad en bereikbaarheid. We kunnen daar logische verbindingen maken om die kosten te drukken. Dan het tweede punt.
Elke uitbreiding van het gemeentelijk areaal automatisch leidt tot een inspanningsverplichting van het college, om aan te geven welke begrotingsposten kunnen worden geschrapt. Als we kijken naar een pand wat bijvoorbeeld voor 2 miljoen WOZ-waarde heeft, dan zou dat gaan om 1.500 euro. Dan moet het college iedere keer als er een pand wordt gekocht, bij wijze van, voor die 1.500 euro aan de raad gaan verantwoorden waar we dan een begrotingspost schrappen. Dat terwijl er ook gewoon een algemene OZB-heffing is, die gewoon betaald wordt, die hoger is dan die 1.500 euro. De wedervraag is dan, moet dan de hele OZB gedekt worden door een begrotingspost te schrappen? Gaat het alleen over de opslag? Wil de raad dan iedere keer een raadsinformatiebrief ontvangen als het over dit soort marginale bedragen gaat, ja of nee? Al met al ontraadt het college deze motie. De voorzitter: Dank u zeer. Ik kijk rond wie in de raad behoefte heeft om over deze motie nog te spreken. Ik zie een aantal handen. Loop ik toch even iedereen af. VVD-fractie, mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik stel voor, kunnen we dat niet gewoon betrekken bij de tweede termijn? De voorzitter: Dat is nu. De heer Den Heijer: Top. Dat ging niet alleen over die motie dan, maar over het hele debat. Ik heb een wethouder gezien die zich heel ruiterlijk opstelt. Die erg veel toezeggingen heeft gedaan.
Ik heb geen telraam bij me, maar het zijn er behoorlijk veel geweest. Dit is ook niet nieuw wat we doen. Er zijn heel veel andere gemeentes in Nederland die dit doen, waar de ervaringen ook positief zijn. Niet alleen bij de ondernemers, maar ook bij de non-profitorganisaties. Uitvoerig in de commissie is hierover het woord gevoerd. En we zijn ook uitvoerig in herhaling getreden vandaag, wat volgens mij weinig effectief is. En waar het gaat over die 2,4 miljoen, wat volledig wordt ingebracht door de eigenaren en door de gebruikers, daarvan zeggen wij dat het volstrekt juist is dat dat dan ook in zo'n Ondernemersfonds terechtkomt. Want andersom
53
gezien zou dit een bezuinigingsvoorstel zijn om ofwel de lasten te verzwaren voor de ondernemers of het ze op een andere manier lastiger te maken. Dat geldt overigens ook voor de sportclubs. Waar het gaat om het schrappen in de begroting of kostenposten vinden in de begroting, vind ik dat de wethouder dat op een hele juiste manier gedaan heeft. Want het enige gat wat was, die 172.000 euro, daar heeft de wethouder binnen haar eigen portefeuille op het gebied van acquisitie een dekking gevonden. Dat is namelijk 2 ton. Ook dat heeft het college op een hele keurige manier gedaan. En ik zou zeggen, ga zo voort. En wij steunen om die reden ook geen enkele motie en geen enkel amendement en zullen instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dank u wel. Wat betreft de nieuwe motie van het CDA. Het was de GroenLinks-fractie al duidelijk hoe de geldstromen liepen, waar het voor bedoeld was, waar het vandaan kwam. Het is vanavond nogmaals heel vaak uitgelegd, uitgebreid en in korte zinnen. Het is ons nu overduidelijk hoe het in elkaar steekt. En daarom hoeven wij ook niet in te stemmen met deze motie. De voorzitter: Dank u zeer. Beter voor Dordt nog. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Laat ik even beginnen met onze eigen... Het CDA. Beter voor Dordt ondersteunt de motie, zoals hij ingediend is.
En zoals de wethouder aangeeft, namelijk de, ik zeg het maar, 1.500 euro. En van ons hoeft dat namelijk niet iedere maand. Dat kan ook jaarlijks gewoon even terug gerapporteerd worden, waarbij je kunt zien, gaat het ten koste wel of gaat ten koste niet van zo’n begroting? Lijkt me heel evident. De redenering dat we voor ieder wasje even naar de raad gaan, dat vind ik geen argument, om zo maar te zeggen. Voorzitter, in tweede termijn zal ik nog even op andere de moties ingaan? De voorzitter: Ja, u heeft nog zeventien seconden. Dat was het? Ja? Dank u wel. VSP, mevrouw Stolk. Nee, ook niet meer. ChristenUnie/SGP, de heer De Heer. CDA-fractie zelf nog. Gaat uw gang, mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat wij als CDA-fractie gewoon het Ondernemersfonds op zich een goed plan vinden. En we vinden het een heel spannend traject om gewoon nu 2,4 miljoen, wat we pas nu weten, nu het convenant er is, dat wisten we niet eerder, als fracties dat eerder wisten, is dat echt wel vreemd, dat was ons niet duidelijk, dat we daar inzicht in willen hebben wat de verhouding is tussen wat er dan extra wordt uitgegeven en wat er niet meer wordt uitgegeven. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik probeer echt te begrijpen wat het CDA hier naar voren brengt, voorzitter.
Maar die 2,4 miljoen daarvan wordt gewoon volledig melding gemaakt in het
54
raadsvoorstel. Ik vraag me echt oprecht af wat voor het CDA dan hier zo nieuw aan is en wat er dan ook toe leidt dat we dit debat opnieuw moeten voeren. Mevrouw Van Vugt-Roose: In het raadsvoorstel staat nergens 2,4 miljoen. Dat staat wel nu in het convenant. En het stond eerder ook in dat initiatiefvoorstel wat de ondernemers zelf gedaan hebben. Maar ik wil even verder, want als het mogelijk is dat het college toezegt dat dit wordt betrokken bij de Kadernota, die er ook elk jaar is, dan krijgen we op dat moment natuurlijk ook gewoon inzicht in hoe het allemaal is gelopen. Dan overwegen we om het in te trekken. Maar die toezegging hebben we dan wel echt nodig. We zijn positief over het fonds, maar we willen even hier de reactie nog op. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Toch nog een verhelderende vraag aan het CDA. Want het begint mij echt in de oren te klinken dat het CDA een ander idee heeft bij waar het geld vandaan komt. Hoe we dit ophalen. Want dit wordt helemaal uitgelegd in het raadsvoorstel hoe dit is verdeeld. Misschien is mijn vraag eigenlijk, waar zit die spanning? Mevrouw Van Vugt-Roose: Waar zit de spanning? Als we een spannend jaar tegemoet gaan, met een spannende Kadernota bespreking, waar we op alle fronten gewoon moeten zoeken naar zo'n 30 miljoen. En we zeggen nu 2,4 miljoen, daar doen we niks meer mee.
Die zijn gewoon bestemd voor het Ondernemersfonds. We hebben dan geen inspraak in als gemeente. We kunnen niet meer bijsturen. Maar dan willen we op zijn minst weten, hoe is dan die verrekening en hoe wordt dat dan verantwoord? Ik denk dat het heel goed is om dit niet bij de ondernemers zelf neer te leggen, maar gewoon bij het college. Als zij dat convenant tekenen, hebben ze daarin ook een plicht. Ik hoor graag of het betrokken kan worden bij de Kadernota. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Nog vervolgend op hetgeen wat net ingebracht werd door het CDA. Pagina 4, 2024 gaat het, inclusief OZB opslag op de gemeentelijke panden, om een totale fondsomvang van ongeveer 2,4 miljoen euro. En dat staat in het raadsvoorstel. Mevrouw Van Vugt-Roose: Klopt. De heer Den Heijer: Ook om die reden begrijp ik gewoon nog steeds niet waar het CDA naar op zoek is. Maar als een toezegging helpt om alsnog mee te kunnen, het is me een lief ding. Maar het is niet zo dat het niet in het raadsvoorstel staat, voorzitter. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, in het raadsvoorstel staat dat de omvang van het fonds dat is, maar daar staat natuurlijk niet, wat wel in het convenant staat, dat de gemeente dat vult. De voorzitter: Er zijn allemaal misvattingen over wat wel en niet staat. Vind ik erg lastig in een oordeelsvorming vergadering, in de allerlaatste fase.
55
Ik stel voor dat we doorgaan naar de volgende fractie. Beter voor Dordt heb ik aangekeken. VSP heb ik aangekeken. CDA heb ik aangekeken. Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u, voorzitter. Wat ik lastig vind, is dat er nu heel veel onduidelijkheid ontstaat. We wachten graag even de reactie van de wethouder hierop nog af. Verder zijn we blij met de geuite sympathie over de motie die we hebben ingediend. We trekken hem wel in. Dat komt omdat in het convenant staat dat de punten, waarvan wij zouden verlangen dat daar afspraken over gemaakt worden, er ook in staan. We hadden het fijn gevonden inderdaad als het erbij hadden gezeten, want dan hadden we de motie niet hoeven indienen. Maar dat gezegd hebbende, zijn we blij dat dat gedekt is. En dan wil ik nog heel kort refereren aan in het convenant staat bij punt 4, het publieke karakter dwingt tot openheid en transparantie. We gaan er daarom vanuit dat we als raad daar ook bij betrokken zijn, ook omdat het over lokale belastingen gaat. Daar kijken we naar uit. De voorzitter: En dat betekent dat motie M2 is ingetrokken. Dank. Dan gaan we naar Partij voor de Dieren. Geen inbreng meer in tweede termijn. DENK nog? Ja. De heer Safranti. De heer Safranti: Ik wil toch wel wat benoemen, voorzitter. Ik wil het niet ingewikkelder maken dan wat we op dit moment hebben.
Maar wij zijn wel een van de mede-indieners van de vorige motie. En deze motie is voor mij even nieuw. Ik ga ook even wachten wat de reactie van de wethouder wordt. De voorzitter: Dank u zeer. Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Nee. Op Ons Eiland, de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. In ieder geval ook bedankt richting de wethouder voor de beantwoording van de diverse vragen. Ik moet wel zeggen, ik heb de motie van het CDA, de tweede motie, gelezen. En wellicht met een toezegging van de wethouder kan deze worden ingetrokken. Maar ik begrijp de zorgen wel. In die zin, wij dragen onze ondernemers een warm hart toe middels dit Ondernemersfonds. Maar we leggen ons als gemeente ook ergens bij neer, of althans vast. En dat betekent dat je natuurlijk wel ook in de komende jaren ervoor moet zorgen dat die middelen, het fonds wordt gevuld. En waar het pijnpunt zit mogelijk, ik heb het convenant zojuist gelezen, er staat bij punt 2... Pardon, even kijken, over de financiële grondslag. Artikel 2 of lid 2. Er staat wel een zin, eventueel meer of minder opbrengst van OZB zijn voor rekening en risico van de gemeente en worden niet na gecalculeerd op de subsidie. En ik zou graag daar een wat nadere duiding willen van het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar de SP-fractie. De heer Portier.
De heer Portier: Voorzitter, dank voor het CDA voor het nadrukkelijk opvragen van het convenant. Want dat geeft nog meer redenen om tegen dit fonds te zijn. Er wordt gesteld in het convenant A, dat de subsidie, de overeenkomst wordt getekend tot 2028. Het Ondernemersfonds wordt de enige organisatie die voor jarenlang haar subsidie gegarandeerd krijgt. Maar er staat ook dat iedere verhoging van de OZB zal leiden tot
56
een verhoging van de bijdrage aan het Ondernemersfonds. Dat volgt inderdaad uit het al genoemde punt 1 lid 2. Dat betekent dat als gevolg van de enorme bezuinigingen die op ons afkomen en een begrotingstekort, als we gedwongen zijn over de hele linie de gemeentelijke lasten te verhogen met bijvoorbeeld 10 procent, dat automatisch daar weer 250.000 van afgedragen wordt aan het Ondernemersfonds. Want dat volgt uit de systematiek van het omrekenen naar een percentage. En tevens is het inderdaad zo dat als we straks een stadhuis hebben wat een 100 miljoen bijdraagt aan de OZB waarover de gemeente wordt aangeslagen, dat automatisch ook leidt tot 75.000 extra voor het Ondernemersfonds. Wat dat betreft absoluut onaanvaardbaar dat dit soort zaken op deze manier geregeld worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Forum voor Democratie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Wij stemmen nog steeds in met het raadsvoorstel en wij zullen deze motie niet steunen. De voorzitter: Dank u zeer. Fractie van Waardhuizen, de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten volledig aan bij de woordvoering van de heer Den Heijer van de VVD. De voorzitter: Dank u zeer. Fractie Van Leeuwen, de heer Van Leeuwen. Niet meer. En tot slot de heer Van der Spoel. Ook niet. Kijk ik toch nog even naar de wethouder, die een paar vragen heeft gekregen.
Mevrouw Van Benschop: Laat ik eerst nog een keer duiden voor de zekerheid. Die 2,4 miljoen, daarvan 2,2 miljoen heeft helemaal niks met de gemeente te maken. Dat is een bijdrage die geleverd wordt door de eigenaren en gebruikers van niet-woningen, die zij als opslag betalen op de OZB. Vanzelfsprekend wordt die geïnd door gemeentebelastingen. Die hem vervolgens, dat staat in de convenant, direct weer uitkeert als subsidie aan het Ondernemersfonds. Ongeveer 2 ton, om en nabij, is de bijdrage vanuit de gemeente. Als wij al iets inzichtelijk maken richting de Kadernota, dan zal het gaan over die 2 ton en niet over de volledige 2,4 miljoen, want dat is niet het bedrag wat wij vanuit onze algemene reserve zelf inleggen. Ik hoop dat daarmee nog een beetje duiding gegeven is. Maar wij kunnen in de Kadernota natuurlijk, want dat is logisch, omdat je gewoon een uitgave doet, nemen we gewoon die uitgave mee. Die wordt dan ook inzichtelijk. Maar die gaat niet over 2,4 miljoen. Alleen over het gemeentelijk deel in de bijdrage aan het Ondernemersfonds. De rest is eigenlijk een soort wisseltruc. Even kijken hoor. Dan hadden we de opmerking min of meer over de nacalculatie. Dat ging over als de OZB-opbrengst tegenvalt of juist positiever is. Er wordt natuurlijk door gemeentebelastingen gewoon aan de voorkant een berekening gemaakt.
Maar als dat op punten minimaal afwijkt, dan kost het enorm veel capaciteit en moeite om dat na te laten rekenen bij gemeentebelastingen en vervolgens weer te verantwoorden richting het bestuur en richting het college. Daarom is ervoor gekozen, want er is echt wel een goede afdeling om gewoon te kunnen zien, wat zijn de niet-woningen en wat is de opbrengst, om dit op deze manier vast te leggen. Zodat we niet hele exercities krijgen over een paar honderd euro. Dan was er nog de opmerking over de opslag die gekoppeld is als percentage. Dat klopt. En dat
57
betekent dat als er een waardestijging is van een object, wat wel gebruikelijk is dat dat vaker gebeurt, we daar gewoon een percentage hebben wat eigenlijk nu neerkomt op die 75 euro per ton WOZ-waarde. Maar dat wordt omgerekend naar een percentage. Het bedrag wordt hoger, het percentage blijft gelijk, als de waarde stijgt. De voorzitter: Vraag van de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, de wethouder relateert dit alleen maar aan een waardestijging van de OZB. Maar het is ook zo, dat blijkt gewoon uit de teksten van het convenant, dat als ze besluiten over de hele linie de lasten, met laten we zeggen tien procent te verhogen, gedwongen door bezuinigingen, dat ook weer een deel daarvan afgedragen wordt aan het Ondernemersfonds. Het heeft niets te maken, in dat geval, met een waardestijging van de OZB. Mevrouw Van Benschop: Het heeft te maken met een waardestijging van de WOZ, niet van de OZB. De heer Portier: Het staat helemaal los van een waardestijging. Op het moment dat wij meer OZB heffen, gaat automatisch een deel daarvan naar het Ondernemersfonds. Dat staat gewoon in het convenant. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Gaan we toch weer naar een technische hoek. Moet ik toch weer vragen aan de ambtelijke organisatie om hier even reactie op te geven, richting mij. Mevrouw Van Vugt-Roose: Misschien kan ik hier verkortend in werken, voorzitter.
De voorzitter: Dat zou heel fijn zijn, mevrouw Van Vugt. Wilt u dat eens proberen. Mevrouw Van Vugt Roose: Ik bedank de wethouder voor de uitleg die hier gegeven is. Ik wil wel kwijt dat de stukken echt heel verwarrend zijn en dat het voor een leek misschien wel veel en veel meer voorbereidingstijd kost. De toezegging dat het bij de Kadernota wordt besproken, betekent dat ik motie 4, met wel een beetje pijn in mijn hart, maar dat ik hem intrek. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Ik wil toch eventjes... Ik weet niet, ik ga niet echt een vraag stellen. Misschien is het geen nette interruptie. Maar ik voel toch dat ik eventjes moet zeggen, de stukken waren echt heel duidelijk. Het was prima te lezen. Ik ben gebriefd door ons commissielid. Het was allemaal prima te begrijpen. Het is allemaal netjes gedekt. Ik vind het geen eer aandoen door te zeggen dat de stukken niet duidelijk waren. De heer Katif: Voorzitter.
58
De voorzitter: Maar ik constateer dat in ieder geval, hoe u er ook naar kijkt, motie 4 is ingetrokken. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Ik wil toch even een opmerking... Ons amendement willen we graag even intrekken. Simpelweg omdat namelijk gehoord de beraadslagingen en de toezegging van de wethouder dat over een jaar in het jaarverslag en een aparte RIB, om zomaar te zeggen. En in het tweede jaar zal het ook natuurlijk weer nog een keer plaatsvinden. Maar ik zou wel een verzoek willen aangeven aan de wethouder Benschop... De voorzitter: Wethouder, de heer Katif is... De heer Katif zegt net dat hij amendement A3 voornemens is in te trekken, maar hij wil wel nog iets meegeven. Gaat uw gang. De heer Katif: Nou ben ik het zelf kwijt. Het tweede jaar, maar dan zou ik graag het tweede jaar, namelijk voordat de verkiezingen hebben plaatsgevonden, dat in ieder geval de oude raad zich kan inlezen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog in reactie op de wethouder? Dat is niet het geval. Dan hebben we daarmee ook de tweede termijn van het college gehad. Kijk ik rond. Kunnen we gaan stemmen? De heer Portier, u wilt een stemverklaring geven? De heer Portier: Nee, volgens mij was wethouder Benschop nog iets aan het uitzoeken. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat de heer Portier gelijk heeft. Dat het inderdaad om het totaalpercentage gaat.
Denk, want ik heb het nog niet... Als ik het zo lees, dan ben ik het met de heer... Laat ik het zo zeggen. In het convenant staat inderdaad dat het gaat om de totaalopbrengst van het OZB en dat we het omrekenen naar een percentage. De voorzitter: Dank u zeer. Ik stel voor dat we gaan stemmen. We beginnen, zoals gebruikelijk, bij de amendementen. Dan heb ik het over twee amendementen. De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: U gaat wel heel snel over stemmen. De voorzitter: Ik ga heel snel. We zijn echt net begonnen met dit onderwerp inderdaad, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Maar dit wat de portefeuillehouder aangeeft, vind ik toch wel even heel belangrijk om dat eens even goed tot me te nemen hoor. De voorzitter: Ik stel voor dat we voortaan nog een extra technische ronde inlassen. Dat we daar in het presidium met elkaar over spreken. Dat de raadsvergaderingen echt dienen om besluiten te nemen en met elkaar nog de laatste debatten te voeren, want daar is een raadsvergadering wel voor bedoeld. En het wordt nu een buitengewoon technische exercitie, die niemand heeft voorzien. En dat doen we met elkaar zelf. Dat wil ik toch nog even meegeven. Wat is er nog nodig? De heer Portier.
59
De heer Portier: Voorzitter, het convenant is een bevoegdheid van het college. Het is nog niet vastgesteld. Ik wil de wethouder meegeven, gesteld dat ons amendement het niet zou halen, wat ik me eigenlijk niet kan voorstellen, zet het bedrag gewoon vast met een indexering op basis van de inflatie. De voorzitter: Eigenlijk zegt u, het bedrag wat je ophaalt bij de ondernemers, dat is ook het bedrag waar het over zou moeten hebben. En niet over een extra bedrag, omdat het totaal wordt verhoogd. Dat is eigenlijk wat u zegt. Kunt u dat toezeggen? Mevrouw Van Benschop: Ik kan het niet toezeggen. Ik neem het mee terug. Maar dat is wel, een convenant is een afspraak tussen twee partijen. Dat moeten we wel bespreken. De voorzitter: Dat snap ik. Mevrouw Van Benschop: Maar ik zeg wel toe dat ik het mee terug neem. De voorzitter: Dan gaan we nu toch echt over tot de stemming. En dan hebben we het over twee amendementen van de SP en een motie nog, motie M3 van het CDA. Mag ik stilte in de zaal? Amendement A1 van de SP. Amendement Ondernemersfonds, nee bedankt. Zijn daar nog stemverklaringen bij? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen op A1. Voor is plus. Tegen het amendement is min. Amendement A1. Voor is plus. Tegen is min. Het amendement A1 van de SP Ondernemersfonds, nee bedankt. Voor het amendement is plus. Tegen het amendement is min. Het amendement is verworpen.
31 stemmen tegen, 7 stemmen voor. Voor waren DENK, Partij voor de Dieren, SP en VSP. En de overige fractieleden zijn daar tegen. Dan amendement A2 van de factie SP en ook de VSP. Niet nog schevere tarieven in de OZB niet-woningen. Zijn er nog stemverklaringen? Zo niet, dan gaan we stemmen. Voor het amendement is plus. Tegen het amendement is min. Amendement is verworpen. 30 stemmen tegen, 8 stemmen voor. Voor waren DENK, Partij voor de Dieren, SP, Van Leeuwen en VSP. En de overige fracties tegen. Dan hebben we nog het voorstel zelf. Zijn daar nog stemverklaringen bij? De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Zoals eerder aangegeven, is het best een ingewikkelde materie blijkbaar. Het is ook zo. Wij hebben best wel verwachtingen van het Ondernemersfonds. En wij zullen mee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Voorzitter, zowel als politicus als ondernemer ben ik superblij dat het Ondernemersfonds er komt. En omdat ik ervan uitga dat we gewoon een meerderheid halen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. In mijn woordvoering heb ik al aangegeven dat we gaan instemmen met de oprichting van dit fonds.
Maar ik moet wel zeggen dat dit proces wat we hebben doorlopen, en ook vandaag, niet de schoonheidsprijs verdient, vanwege de mededeling die laatst nu is gedaan. We stemmen wel in.
60
De voorzitter: Dank u zeer. De heer Safranti. De heer Safranti: Ik sluit me daar zeker bij aan. Zeker na de uitspraak van de wethouder. De voorzitter: Dank u zeer. Anderen nog? Zo niet, dan gaan we stemmen op het voorstel zelf. Voor is plus. Tegen is min. Voorstel is aangenomen. 31 stemmen voor en 7 stemmen tegen. Tegen waren de fracties Partij voor de Dieren, SP, Van Leeuwen en VSP. En de overige fracties voor. Dan hebben we nog een motie over. Dat is de motie M3 van CDA Dordrecht, Op Ons Eiland en DENK Dordrecht. Non-profit en not for profit in het bestuur Ondernemersfonds. Zijn daar nog stemverklaringen bij? Mevrouw Van Engelen, gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. We hebben eigenlijk van de wethouder gehoord dat de dingen waar wij heel erg tevreden mee waren uit de motie, dat die gaan gebeuren. Wij zien dat als toezegging. De voorzitter: Dank u zeer. Anderen nog? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen op motie M3. Voor is plus. Tegen is min. De motie is verworpen. 24 stemmen tegen, 14 stemmen voor. Voor waren Beter voor Dordt, het CDA, DENK, Op Ons Eiland, Partij voor de Dieren, Partij van de Arbeid, SP en Van Leeuwen. De overige fracties tegen. Daarmee is de motie verworpen. Mensen, daarmee is dit onderdeel ook afgerond. Agendapunt 46 is daarmee ook ingestemd.
47.Vaststellen Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2024, eerste wijziging – Raadsvoorstel De voorzitter: Ik moet u nog vragen, agendapunt 47 en 48 zijn eigenlijk de technische verhandelingen erbij. Het vaststellen van de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendzaakbelastingen ’24, eerste wijziging. En 48, vaststellen intrekken Verordening op de heffing en invordering van de reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied in de binnenstad van de gemeente Dordrecht. Kunt u daar zo mee instemmen? De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Volgens mij hangt dat samen met 46. De voorzitter: Jazeker, maar het zijn wel aparte beslispunten. De heer Groenewege: Zeker. Kunnen we daar apart over stemmen of wilt u een stemverklaring? De voorzitter: Mijn vraag was of u daar gewoon zo mee kon instemmen. Als u zegt, ik wil een stemverklaring geven en ik wil er ook tegen kunnen zijn, dan gaan we erover stemmen. De heer Groenewege: Zeker. Dat zouden wij graag willen.
61
De voorzitter: Het was oorspronkelijk een hamerstuk, maar dat is het nu niet meer. 47, vaststellen Verordening op de heffing en invordering van OZB 2024, eerste wijziging. Wie wil daar een stemverklaring over geven? De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, heel kort. Ik doe het dan gelijk maar even voor 48. Want wij zijn wel degelijk inderdaad voor het intrekken van de reclamebelasting, waar we nooit een voorstander van waren. Maar gezien het feit dat we tegen het voorstel bij 46 waren, is het ook consequent om tegen het voorstel van 47 te zijn. De voorzitter: En 48 dan ook? De heer Portier: Nee, 48 zijn we voor, want we zijn nooit voor reclamebelasting geweest. De voorzitter: Daar bent u voor. Helder. Heel goed. Anderen nog bij 47? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Want we gaan even apart stemmen. U krijgt ook apart de gelegenheid voor een stemverklaring. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: VSP sluit zich aan bij de stemverklaring van de SP. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog bij 47? Mijnheer Groenewege misschien? U heeft erom gevraagd. Nee, niet? Dan gaan we stemmen op 47. Bent u voor het vaststellen van de verordening, dan plus. Als u daar tegen bent min. Het voorstel is aangenomen. 31, 7. 31 stemmen voor, 7 tegen. Tegen Partij voor de Dieren, SP. Van Leeuwen, VSP. En de overige fracties voor.
48.Vaststellen intrekken Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied in de Binnenstad van de gemeente Dordrecht – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan hebben we nog 48. Vaststellen van het intrekken van de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied in de binnenstad. Stemverklaringen? Zo niet, dan gaan we stemmen. Voor is plus. Tegen is min. Voorstel is aangenomen. 32 voor, 6 stemmen tegen. Tegen Partij voor de Dieren, Fractie van Leeuwen, VSP. En de overige fracties voor. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Ik was even aan het overleggen met onze griffier wat we gaan doen. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Daar wilde ik misschien op inspelen. Een orde voorstel, om een klein agendapunt nu te pakken. Agendapunt 11 bijvoorbeeld. De voorzitter: Daar had ik het net over. Alleen bij u is het nooit duidelijk of het een klein of een groot agendapunt wordt. Ik zeg niet bij u.
62
De heer Schalken den Hartog: Ik schatte in een klein... De voorzitter: RTV Dordt, klein puntje? Nee, grapje. Laten we dat doen. 20.Vaststellen Parkeerverordening, Verordening parkeerbelastingen, Nadere regels Parkeerverordening en privaatrechtelijke parkeertarieven Dordrecht – Raadsvoorstel De voorzitter: Agendapunt 20, vaststellen Parkeerverordening, Verordening parkeerbelastingen, Nadere regels Parkeerverordening en privaatrechtelijke parkeertarieven Dordrecht. Ik snap dat de emoties over parkeren altijd hoog kunnen oplopen. Ik stel voor dat we dat onderwerp nu doen, voor zover dat gaat tot kwart voor zes, uiterlijk tien voor zes. De SP heeft een tweetal amendementen aangekondigd. En er is een technisch amendement van de ChristenUnie/SGP om een omissie in het voorstel recht te zetten. Zijn drie amendementen. Dan kijk ik even naar de heer Portier. Klopt het dat u die twee amendementen wilt indienen of is dat inmiddels anders? De heer Portier: Voorzitter, wij hebben met onze amendementen aandacht gevraagd voor de positie van zorgverleners die geen BIG-registratie hebben. En die zorgverleners die buiten Dordt wonen, in buurgemeenten of wat dan ook, en hier werken. Ik heb inmiddels begrepen dat de wethouder de verordening aangepast heeft dan wel zodanig toe gaat passen dat onze bezwaren weggenomen worden. We zullen daarom onze amendementen niet indienen.
De voorzitter: Dat was een goede aanname, voorinformatie. Dan kijk ik even naar de ChristenUnie/SGP-fractie, want die hebben een technisch amendement. Gaat uw gang, de heer De Feijter.
De heer De Feijter: Voorzitter, die gaan we wel indienen. Het betreft inderdaad een technisch amendement. Een correctie op een aantal van de tarieven die in de verordening staan, waarbij er per ongeluk een te hoge indexatie is berekend. En de tarieven, zoals ze in dit technisch amendement staan, die kloppen wel. De voorzitter: Dank u zeer. Ik kijk even rond of er iemand is die op dit technisch amendement wil reageren in een eerste termijn. Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Het bevreemdt ons wel een beetje dat zo'n technisch amendement dan ingediend wordt. En dat het niet per oplegger... Maar misschien begrijp ik het dan niet helemaal. Maar dat dat niet door de wethouder zelf aangepast of althans via... Maar dan wordt het inderdaad via een technisch amendement van ChristenUnie/SGP ingediend. Maar we vinden de gang van zaken wat vreemd. Maar dat is het enige. De voorzitter: Dat is het ook. En daar is ook wel uitgebreid over gemaild, zodat niemand daardoor verrast was en iedereen ook wist dat het niet iets is van de ChristenUnie/SGP om, laat ik het maar even zeggen, de show mee te stelen. Maar meer om te zorgen dat het gewoon rechtgezet kan worden. Zijn er nog anderen die willen reageren op dit
63
technisch amendement? Zo niet, dan kijk ik even naar wethouder Van der Linden. Graag uw aandacht nog even. We gaan straks twee uur lang met elkaar keuvelen tijdens het eten. Is dan nu het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank. Misschien even in de richting van mevrouw Schnabel. We zagen de omissie, die me nog steeds emotioneert, maar die geen recht doet aan de belangen van de Dordtse inwoners. Die ook geen recht doet aan het besluit rond de Kadernota over de toe te passen inflatiecorrecties. Daarom hebben we gemeend het op deze manier te moeten doen. Ook vooraf tijdig te communiceren. En iedereen was het tijdens er commissiebehandeling over eens dat we reguliere verhogingen zouden moeten willen toepassen. Dat is een hamerstuk. Die doet ook geen recht aan de besluitvorming van de commissie. Althans de overwegingen van de commissie. Vandaar dit technische amendement. In de richting van de heer Portier. We hebben inderdaad even vooroverleg gehad. En meer precies, en dat zal ik even voorlezen. “Het college heeft vanochtend nadere regels vastgesteld, in afwachting van de besluitvorming die we nu hebben. En in die nadere regels hebben we vastgesteld dat aanvragers van een zorgverleningsvergunning die geen BIG-registratie hebben, in aanmerking komen op basis van een directieverklaring.
Daarmee is alle doelgroepenbreedte, zoals die ook eerder in de commissie weleens benoemd, verwerkt. En mocht het zo zijn, en we denken dat niet, dat zich iemand meldt die niet in Dordt gevestigd is, maar wel geregeld in Dordt zorg verleent, dan kunnen we daar op basis van maatwerk gewoon een afspraak over maken. Ook omdat we dit als een pilot zien, die we voorlopig een jaartje gaan doen. En dan kijken we hoe het bevalt. Tevens hebben de heer Portier en ik vastgesteld dat wij allebei heel flexibele mensen zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk nog even rond of er behoefte is aan een tweede termijn op dit technisch amendement. Dat is niet het geval. Hij staat in het systeem. Hij staat alleen onder de titel A3. Dat is niet correct. Het moet A4 zijn. Er gaat vandaag van alles mis in de marge. Het is amendement A4, correctie indexeringstarieven bewonersvergunning gebied A en B. Ik kijk even rond of er nog stemverklaringen zijn op dit amendement. De heer Kuhlmann. Was ik te snel? De heer Kuhlmann: Pardon, voorzitter. We hebben een stemverklaring straks op het voorstel zelf. De voorzitter: Klopt. De heer Kuhlmann: Niet op het amendement. Ik was iets te snel. De voorzitter: Eerst het amendement. Zijn daar nog stemverklaringen bij? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen. Voor het amendement is plus. Tegen het amendement is min. 38 voor, 0 tegen.
Mag ik de ChristenUnie/SGP van harte feliciteren met deze gigantische overwinning. En ook de wethouder. Dan hebben we nog het voorstel zelf. Zijn daar nog stemverklaringen bij. Ik dacht de heer Kuhlmann in ieder geval. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. De bereikbaarheid en parkeergelegenheid voor bewoners en bezoekers van onze stad zal altijd van groot belang zijn voor de Dordtse
64
VVD. We zullen de komende jaren, in samenwerking met andere partijen in deze raad, scherp op dit onderwerp blijven. Want het is ons namelijk een lief ding waard dat we voorkomen dat bewoners in de buitenwijken van onze stad straks de hoofdprijs moeten gaan betalen om in hun eigen straat te kunnen parkeren. Dat gezegd hebbende, kunnen we instemmen met de tarieven voor 2024. De voorzitter: Andere stemverklaringen nog? De heer Portier. De heer Portier: Heel kort, voorzitter. Wij zullen instemmen nu met deze parkeerverordening. Er staan een heel aantal tarieven in voor het parkeren op straat, ook in de binnenstad. Wat ons betreft wordt aan het parkeren van niet-bewoners en bezoekers van die bewoners in de binnenstad uiteindelijk een einde gemaakt. Maar dat komt dan een andere keer aan de orde. De voorzitter: Anderen nog? Nee. Dan gaan we stemmen op het voorstel zelf. Voorstel agendapunt 20, de Parkeerverordening. Voor is plus. Tegen is min. 38 stemmen voor, 0 stemmen tegen. En daarmee is het voorstel aangenomen. Dank u zeer. 11.Vaststellen bestemmingsplan ‘15e herziening bestemmingsplan Dubbeldam, locatie Prunuslaan 25’- Raadsvoorstel De voorzitter: Dan hebben we nog steeds tien minuten over. En mijn voorstel zou zijn om ook agendapunt 11, het vaststellen bestemmingsplan vijftiende herziening bestemmingsplan Dubbeldam, locatie Prunuslaan 25, nog te behandelen voor kwart voor zes.