CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2023.07.04 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 september 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 juli en de Dordtse Dinsdag van 27 juni en 29 augustus 2023 Vergaderzalen 1, 3 en 553.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

58

De heer Den Heijer: Dan neem ik toch nog even het woord. Even over de motie #Dordtbouwtdoor. Ons idee is niet we willen een per se een motie indienen om een motie in te dienen, dus we zijn blij dat de wethouder er wel iets mee gaan doen, maar op een eigen pragmatische manier. Het enige wat ons echt nog wel zorgen baart is het laatste punt. Op heel veel projectplaats gebiedsontwikkeling wordt gewoon onvoldoende duidelijk wat er gaat komen, zien we nog steeds gewoon open vlaktes met puin liggen en niet wat het perspectief gaat zijn wat daar gaat komen. En als de wethouder gewoon daar een harde toezegging op doet van alles wat er nu in deze stad gebouwd gaat worden, ga ik met ontwikkelaar of met de corporatie in gesprek om dat duidelijk te maken, dan zijn wij bereid om de motie in te trekken. De heer Burggraaf: Nee voorzitter, zeker dat was geen, dat had ik de vorige keer al wel bevestigd, dat stuk van de informatievoorziening op die borden, dat gaan we absoluut doen. Dat zullen we zo meteen doen daar waar we rechtstreeks invloed hebben op de bouw van nieuwe huizen van de stad, daar gaan we echt bouwborden eromheen zetten waar we echt goed laten zien wat de toekomstige ontwikkeling wordt.

Ik zeg u toe dat we dat sowieso voor al onze ontwikkelingen doen en dat we dat richting ontwikkelaars bij elke ontwikkeling mee gaan geven en ze daartoe gaan stimuleren en ook naar onze huisstijl, et cetera mee gaan geven om te zorgen dat dat op zoveel mogelijk plekken in de stad ook wordt geadopteerd. Voorzitter, de transparante groeiambities, motie 27. Ik vind het een sympathiek verzoek om transparant te zijn, inderdaad over een aantal ambities die we hebben en hoever we daar staan. Maar hetgeen wat u vraagt, daar voorzien we feitelijk al in, want we doen via het dashboard van de groeiagenda geven we jaarlijks op basis van parameters die u zelf heeft aangegeven op een openbare website aan hoever we staan op een aantal zaken. Via de bouwmonitor geven we u twee keer per jaar inzicht in de andere cijfers. Daar kunnen we ook nog eens een keer wat actiever een persbericht aan koppelen met diagrammen, om daar de stad wat nadrukkelijker in mee te nemen. Maar om dan vervolgens per kwartaal dit soort cijfers te gaan presenteren, daar zie ik echt geen toegevoegde waarde in richting de stad. Want je gaat sturen op parameters waar je juist al via je andere P&Ccyclusmomenten op werkt en het geeft echt wel weer heel veel extra werk, wat ook weer ten koste gaat van uren die dezelfde ambtenaren steken, juist om met ontwikkelaars afspraken te maken om sneller te kunnen bouwen in de stad.

Dus ik zou deze echt willen ontraden, met dan nogmaals de toezegging om bij die bouwmonitor nog eens te kijken of we dat ook echt goed publieksvriendelijk die twee keer per jaar dat we dat presenteren goed naar buiten brengen. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik ben toch wel even benieuwd of de wethouder het niet met ons eens is dat inderdaad het publiekelijk stellen van de bouwmonitor en de andere documenten die voor ons als raad natuurlijk wel te vinden zijn, dat het voor de gemiddelde burger gewoon echt heel erg onzichtbaar is? En dat het ook natuurlijk ook voor de raad en ook zeker voor het college van toegevoegde waarde is om de stad en de inwoners en zeker ook ons, stapvoets wel echt mee te nemen. Ik hoor de wethouder ook zeggen dat het misschien veel gevraagd is. Tegelijkertijd hebben we, en dat is in de eerste termijn in ieder geval ook verwoord door ons bij het indienen, dat we wel echt vragen om een afgeslankte versie en dat we alleen vragen om de beschikbare informatie

59

die op dat moment voorhanden is, om die zichtbaar te maken op een pagina. Ook dat we daar een half jaar de tijd voor willen geven om dat wat beschikbaar is zichtbaarder te maken, niet alleen voor ons als raad, maar zeker ook voor de inwoners. Is de wethouder het niet met ons eens dat dat toch wel de moeite waard is om daar een klein beetje in te investeren? De heer Burggraaf. Voorzitter, daar verschillen we echt van mening. Ik vind het de moeite waard om te investeren in als we twee keer per jaar die bouwmonitor doen, dat we dat echt op een publieksvriendelijke manier naar buiten neerzetten en nogmaals, met een persbericht zorgen dat het ook voor de media interessant is om daarover te schrijven en wat mee te doen. Ik deel niet met u dat je dat via de kwartaalmanier, wat u voorstelt, dat je daarmee het gaat bereiken. Ik ben er echt van overtuigd dat je dat juist bereikt met hetgeen wat ik u net toezeg. Als we nou gewoon zorgen dat we bij die bouwmonitor die we al twee keer per jaar doen, als we aandacht ervoor hebben dat we dat niet alleen voor u als raad goed presenteren, maar ook publiekelijk presenteren. De voorzitter: De volgende interruptie was toegezegd aan de heer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik wil een beetje dezelfde dingen vragen als de heer De Heer.

Ik denk inderdaad dat het gewoon belangrijk is, maar ik hoor ook een soort toezegging van de wethouder om de gegevens die er al zijn om die beter beschikbaar te maken. Dus dat was het even. De voorzitter: Dank. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, volgens mij gaat het niet alleen over bouwen maar gaat het ook over de groei van het aantal inwoners? Dus het is tweeledig. De heer Burggraaf: Ja voorzitter, maar dat doen we dus jaarlijks al voor die hele groeiagenda via de P&C-cyclus op een website, een dashboard die gewoon voor iedereen te bekijken is. En ook in de bouwmonitor geven we aan hoe het staat met het aantal inwoners in de stad. Dus in die informatie voorzien we al. En ik wil echt een klemmend beroep op u doen om niet nu te gaan stapelen in informatie die we gaan aanleveren. Omdat ik echt voorzie dat de tijd en energie die daarin gaat zitten uiteindelijk niet op gaat leveren waar u naar op zoek bent en uiteindelijk ten koste gaat van juist die bouwambities die ook heeft. De voorzitter: Gaat u verder. Toch nog de heer De Heer. Gaat uw gang De heer De Heer: Ja, toch nog even reflecteren op wat de heer Burggraaf zegt. Wij vinden het gewoon heel belangrijk dat dit dichter bij burgers gaat komen en voor ons ook als raad duidelijker en transparanter wordt.

En als de wethouder ons kan toezeggen dat er inderdaad twee keer per jaar met die beschikbare cijfers van de bouwmonitor en van het dashboard ook bij het jaarverslag wat wij ook krijgen, als die cijfers worden gebruikt met een persbericht richting inwoners en ook richting ons om dat duidelijker en helderder te maken, dan zijn we ook bereid om de motie in te trekken. Dus als de wethouder dat kan toezeggen, dan horen we dat heel graag.

60

De heer Burggraaf: Ja voorzitter, dat zeg ik bij deze toe, van harte. De voorzitter: En over welke motie hadden we het? M7A, ja, 27. Wethouder, was u klaar? Ja. Dan ga ik snel door naar wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik ga ook gewoon even de moties die aangepast zijn binnen mijn portefeuille langslopen. In de commissie is natuurlijk al veel discussie geweest en dat heeft ook geleid tot een aantal aanpassingen. Motie M15A, dat ging over de weerbaarheid van jongeren op het mbo. Die is zodanig aangepast dat alleen de verwijzing er Stichting MBO eruit is gehaald, wat een verbetering is in onze ogen, maar waarbij nog steeds gevraagd wordt om extra aandacht voor de economische en mentale weerbaarheid van jongeren op het mbo. We blijven deze motie ontraden en de reden daarvoor is echt omdat, er wordt aangegeven door de PvdA er moet extra aandacht zijn. Er zijn een heleboel jongeren waar extra aandacht voor nodig is. Dat geldt niet alleen voor het mbo, ook op de havo zijn er schoolverlaters die zonder startkwalificatie van school gaan. Dat geldt, natuurlijk op het mbo is het een grotere groep bij wie die kwetsbaarheid soms aanwezig is. Maar dat is niet de enige plek. Daarnaast wordt in de motie gesproken over Da Vinci, maar we hebben ook Yuverta als mbo-instelling.

Dus wij blijven ervoor pleiten om de doelgroep 12 tot 27 in de volle breedte te bekijken, waarbij er inderdaad er andere interventies mogelijk zijn op het mbo dan bijvoorbeeld op het vo of op het hbo, maar waarbij we wel echt in samenhang willen kijken naar het programma Glansrijke Toekomst, want iemand die op zijn zestiende, zeventiende op mbo 1, 2 niveau uitvalt, hele grote kans dat daar eerder al iets heeft gespeeld in het leven van een jongere. Het is niet zo dat iemand op zijn zestiende ineens kwetsbaar wordt. Dus wij pleiten er echt voor, pak het in de volle breedte aan. Ik heb al eerder toegezegd, de eerste bullet, we gaan in gesprek met het mbo. Sterker nog, we zijn in gesprek met het mbo, maar we willen niet met een separaat voorstel komen en al helemaal niet om daar ook dan separate middelen voor beschikbaar te stellen. De voorzitter: het woord is aan mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Waar wij in het voorstel dat de wethouder doet, bang voor zijn, om die hele grote groep van 12 tot en met 27 te pakken, is dat er dan geen diversiteit meer is. Dus dan wordt naar weerbaarheid gekeken voor al die verschillende doelgroepen. En het is natuurlijk ons inziens een verschil of je nou op de middelbare school het over weerbaarheid hebt of dat je het hebt over weerbaarheid in het mbo.

Dus door dat specifiek te maken zet je ook in op die groep die misschien niet eerder problemen had maar juist nu door uit te vallen helemaal afvalt. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dan heb ik me niet goed uitgedrukt. Ik ben me ervan bewust dat de problemen of de zaken die mensen kwetsbaar maken op het vo in een andere levensfase mogelijk anders zijn dan bij zestien-, zeventienjarigen. En binnen het programma Glansrijke Toekomst komen we echt niet met interventies die voor 12 tot 27 jaar allemaal universeel en gelijk zijn. Wat wij alleen aangeven is, je moet dit programma in samenhang zien. Dus wij kunnen met de separaat voorstel komen om allerlei interventies te doen op het mbo, maar we weten dat de kwetsbaarheid van deze jongeren niet begint op het moment dat ze naar het eerste jaar mbo gaan. En ik hoop

61

dat deze raad, en dus ook de PvdA het met ons eens is dat wij liever voorkomen dan genezen. Dus als wij leerlingen tussen de 12 en de 16 jaar al een steuntje in de rug kunnen geven zodat daarmee de kwetsbaarheid al afneemt, dan heeft dat wat ons betreft de voorkeur. Neemt niet weg dat er geen focus is op het mbo, want die is er wel. Maar we willen het in samenhang. Dus als ik zeg van 12 tot 27 bedoel ik natuurlijk differentiatie in verschillende doelgroepen. Sterker nog, doen we nu ook met de live coaches, het stagebureau op het mbo. Er is echt wel differentiatie mogelijk, maar het moet wel een geheel zijn voor de hele doelgroep, dat er een doorgaande, ja het is geen leerlijn, maar wel een doorgaande lijn is in de ondersteuningsmogelijkheden die je biedt. En vandaar dat wij het mbo er op die manier niet uit willen lichten. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Benschop: Dan was er inclusie bij evenementen is ook gewoon, motie M24A. De toelichting van de Fractie van Waardhuizen hadden we wel even nodig, waarbij werd toegelicht dat het niet de bedoeling is dat we als gemeente deze stappen gaan zetten, maar waarbij eigenlijk gevraagd wordt blijf in gesprek met evenementorganisatoren, borg dat ook netjes of neem dat netjes op in je evenementenbeleid, en dat kunnen we gewoon omarmen.

Sowieso toegankelijkheid van evenementen in de volle breedte wordt een onderdeel van het evenementenbeleid. Dus wat dat betreft voor ons een positief advies op deze motie. De voorzitter: U bent er vast heel blij mee. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Zeker, dank wethouder. We hebben het dictum ook in die zin aangescherpt, dus. Mevrouw Van Benschop: Hartstikke mooi. En dan heb ik de laatste, er waren twee vragen gesteld, het is geen aangepaste motie, maar wel twee vragen van het CDA omtrent de motie voor het azc. Ik heb al eerder toegezegd, en dat zal ik nogmaals doen, dat we de financiële stromen rondom het azc meenemen in de P&C-cyclus en dat het uitgangspunt nog steeds is een budgetneutraal, ik wil steeds klimaatneutraal zeggen, een budgetneutrale business case voor de gemeente Dordrecht. En het tweede punt was de nulmeting die we hebben aangekondigd, ja die gaan we ook periodiek met analyses komen. Er wordt gevraagd geloof ik om één keer per jaar, werd er in de vraag door het CDA gesteld. In het begin zullen we dat zelfs vaker doen. Dat is ook de afspraak die we hebben gemaakt met de begeleidingscommissie rondom het azc, dat we in het begin meer frequent de nulmeting zullen volgen en een analyse zullen delen en op een gegeven moment dat mogelijk een keer per jaar zal worden. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ja, dank u wel.

Ik heb het misschien niet meegekregen, maar met het bespreken van die motie was het nu ook zo dat de wijk Crabbehof Wielwijk en de bedrijventerreinen ook worden meegenomen?

62

Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, nee. Wat wij nu in de plannen hebben is de nulmeting voor de directe omgeving, zijnde een stuk Rijksstraatweg, Tweede Tol en Wieldrechtse Zeedijk, dat. En in de begeleidingscommissie zitten ook bedrijven van de omliggende bedrijventerreinen en die nulmeting gaat over leefbaarheid en veiligheid. Dus dat is niet de specifieke wijken die genoemd werden in de motie zoals die nu voorligt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, nog een aanvulling. Die die effecten zijn toch ook wel degelijk dadelijk te zien bij die bedrijventerreinen en onder andere ook Wielwijk Crabbehof. Dus waarom neemt u die niet mee? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, de nulmeting gaat over leefbaarheid en veiligheid in de directe omgeving. Daarom hebben we bedrijven van het bedrijventerrein rondom het azc ook opgenomen in de begeleidingscommissie. Dus als het gaat over die nulmeting, dan worden die daar ook in meegenomen. De wijken eromheen, dat heb ik vorige keer ook geprobeerd toe te lichten in de commissie, natuurlijk zou het een effect kunnen hebben, alleen de vraag is of je specifieke wijken kunt aanmerken waar dat effect merkbaar zal zijn omdat we op verschillende manieren spreiding krijgen van de voorzieningen waar gebruik van gemaakt zal worden.

Zo zal het onderwijs aan de ene kant als het gaat over het vo wordt gebruik gemaakt van onderwijs in Sterrenburg, terwijl als het gaat om het po r gebruik gemaakt worden mogelijk in Crispijn. Dus het is niet zo dat alle voorzieningen waar gebruik van gemaakt zal worden door bewoners van het azc ook direct in Wielwijk of in Sterrenburg of in Crabbehof liggen. De voorzitter: Gaat verder. Mijnheer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Nee, de Dordtse VVD is en was al tevreden met de toezegging op het financiële gedeelte. We willen nog wel een keer benadrukken dat we toch ook wel van mensen horen dat ze zich wel druk maken, omdat ze natuurlijk de misstanden af en toe in Ter Apel zien. Voordat er mensen gaan reageren, ik weet dat dat een kleine groep is maar wij maken ons wel zorgen nog steeds inderdaad om de veiliglanders en wij vragen de wethouder, maar ook de burgemeester, als het azc er komt om daar in ieder geval goed op te letten en dat zullen wij in ieder geval ook doen, voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ook dit college heeft er alle belang bij dat we dit goed laten verlopen, dus we hebben uiteraard aandacht voor alle aspecten die rondom het azc naar boven komen. De voorzitter: Dat was het? Dan gaan we door naar wethouder Van der Linden. Ja, gaat uw gang. De heer Klerk: Ik had nog een vraag aan de wethouder.

Als de impactanalyse dan niet op de wijken ziet maar alleen op leefbaarheid de veiligheid, maar dan is het toch juist ook relevant om ook andere elementen daarin mee te nemen? In juist die voorzieningen. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik gaat nog een keertje proberen duidelijk te maken dat het voor ons heel ingewikkeld is. Het gaat hier om een aantal mensen die hier komen wonen tussen de vijf- en de achthonderd. Wij kunnen niet bij iedere voorziening bijhouden, is het in de supermarkt iemand die in het azc woont of is het iemand die er in

63

de wijk woont. Dat is punt één. Punt twee, die voorzieningen zijn verspreid over de stad. Niet alles is in de directe wijk die ernaast ligt, wordt daar gebruik gemaakt van een voorziening. Dat betekent niet dat we de ogen sluiten. Uiteraard hebben wij gewoon, als het gaat over de sociale wijkteams, contacten met Dordrecht Sociaal waar we in contact mee zijn als het gaat over hoe loopt het en wat zie je? Überhaupt, niet specifiek op het azc, maar wel wat zie je überhaupt voor dynamiek in de stad? Dat geldt voor het onderwijs, we hebben dit soort overleggen. Mochten daar signalen uitkomen dat er een enorme druk ergens op ligt vanwege bewoners van het azc, natuurlijk gaan we dan kijken hoe we daar aanpassingen in kunnen doen, welke maatregelen we moeten nemen, of we iets meer of minder moeten doen. Maar een maatschappelijke impactanalyse in de volle breedte, eigenlijk stadsbreed, want het CDA vraagt om dan inzichtelijk te maken wat het effect is op maatschappelijke voorzieningen. Dat ontraadt het college. De voorzitter: Helder. Dank u. Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel voorzitter. Ik beperk me tot de moties en het amendement en een motie die niet meer bestaat, maar wel als toezegging voortleeft, de motie 16 over de voedselvisie. De toezegging was na de vakantie een voorstel. Dat voorstel is inmiddels door het college heengegaan.

Het was natuurlijk een intens debat vanochtend, maar het is wel gelukt. Dus die kunt u in uw postbussen verwachten en de toezegging kan worden afgevoerd in het systeem. Dank u wel. Dan ga ik door naar de moties die nog wel bestaan. Begin ik de motie 2A over busje op afroep, servicegericht ov, die motie kunnen we na bespreking in de commissie is aangepast, hartstikke fijn en zo kunnen we hem goed meenemen in de richting van de mobiliteitsvisie, dus ik geef hem graag oordeel raad, we kunnen hier goed mee werken. De voorzitter: Mijnheer Kuhlman. De heer Kuhlmann: Ik hoor dat wethouder positief is over deze motie. Ik ben toch even benieuwd, want eerder heb ik ook gehoord van het reizigersoverleg Dordrecht dat men belang hecht, en dat snap ik heel goed, juist aan reguliere buslijnen waar je geen afspraken hoeft te maken, waar je gewoon in kan stappen. Zou zo'n systeem, zoals dat wordt voorgesteld in de motie niet juist enigszins kannibaliseren op de reizigers die we in die buslijnen, op het moment dat daar minder mensen in zitten dan hebben we ook minder reden voor de reguliere buslijnen. De heer Van der Linden: Ik vind het een wezenlijke vraag, want we zien natuurlijk allemaal dat het ov de laatste jaren erg onder druk is komen te moeten staan. Corona heeft niet meegeholpen, arbeidsmarkt enzovoorts. Dikke lijnen van A naar B, dat is tot nu toe de kracht van het ov geweest.

We zien wel dat door meer techniek en ook door meer mogelijkheden tot informatie-uitwisseling het veel beter mogelijk is geworden om van je eigen voordeur naar een andere voordeur te gaan. Dat is ook kwalitatief best een goede oplossing. Behalve als je daarvoor systemen moet gebruiken die niet zo heel lekker werken, die worden gelukkig wel steeds beter. Ik blijf ervan uitgaan dat de bulk van ons ov-vervoer echt via vaste lijnen gaat plaatsvinden. Maar zeker daar waar je ziet dat het gewoon nooit gaat lukken om een bus 's avonds laat in een buitenwijk vol te

64

krijgen, althans dat het meer, veel meer kosten gaat meenemen dan dat je betalende passagiers hebt, vind ik het een hele verstandige oplossing. De angst die u heeft van ja maar, gaat het kannibaliseren, ik denk dat er altijd dikke lijnen zullen overblijven die sowieso zodanig zijn ingericht en zo'n frequentie hebben dat ze blijven voortbestaan. Maar natuurlijk, vraagafhankelijk vervoer is wel aan het groeien. Dus ik kan daar geen hard antwoord op geven. Ik weet niet hoe het over vijf jaar of tien jaar is, de concessie die we nu hebben en de ov-kwaliteit die we nu met elkaar verlangen is erop gericht dat we vaste lijnen hebben en daarnaast vraagafhankelijk vervoer. Maar betrekt dit in uw eigen oordeelsvorming over deze motie, zou ik zeggen. De voorzitter: Nog even voor de helderheid, wethouder, u was positief over de motie maar zegt wel, oordeel raad. De heer Van der Linden: Ik geef hem oordeel raad, we kunnen het oordeel van de raad meenemen in de verwerking richting mobiliteitsvisie Q2 en ik denk dat we sowieso iets gaan vinden met elkaar in die mobiliteitsvisie over de O van stomp, namelijk de O van ov, hoe je ov verder ontwikkelt. De voorzitter: U bent eigenlijk positief neutraal. De heer Van der Linden: Ik ben bijzonder positief neutraal. De voorzitter: De heer Schalken.

De heer Schalken-den Hartog: De wethouder gaf net aan vooral te gaan reageren op nieuwe moties en amendementen. En u bent nu bij het onderdeel vervoer en wij hadden ook nog gevraagd over die evaluatie van die versobering van de nieuwe ov-regeling zoals we die hebben, waarbij ook de effecten dan meegenomen worden voor het reisgedrag van de 65-plussers. De heer Van der Linden: Daar heeft inderdaad naar gevraagd, vorige week ook al. Ik heb nog niet hard wanneer die komt, maar we gaan natuurlijk kijken naar het gebruik. We weten dat het gebruik hoog is, dat er goed op gereageerd is en dat veel mensen er gebruik van zijn gaan maken. Die aantallen kan ik sowieso in beeld brengen als we een jaar verder zijn. Dat is niet hetzelfde als evalueren, van was dit een geweldig idee, een matig idee of een slecht idee in relatie tot wat er was. Dat vergt veel meer inspanning. Ik kan in ieder geval het gebruik goed terugrapporteren. De heer Schalken-den Hartog: En in aanvulling, die geeft het net al aan, via de voorzitter, voor ons, wij willen ook graag zien wat het effect is geweest van de versobering van de regeling. Dus de mensen die in met de vorige regeling wel allemaal met de bus gingen en nu wellicht niet meer naar het centrum gaan of weer de auto pakken. De heer Van der Linden: Dat is een hele moeilijke onderzoeksvraag, dus daar kan ik niet zomaar van zeggen dat gaan we doen.

Ja, is een onderzoeksvraag. Kijk, je kan panel samenstellen van mensen die bijvoorbeeld vijf jaar terug gebruikmaakten van de bus met de ov-regeling van toen en nu vragen, maakt u nog

65

steeds gebruik? En zo ja, wat vindt u ervan? En zo nee waarom niet? En dan zal het vaak blijken, in vijf jaar tijd kunnen leefomstandigheden veranderen enzovoorts, dus dat is best een complexe vraag, daar komt veel achter weg. Dus daar kan ik niet zo even een toezegging op doen. De voorzitter: Gaat verder. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik had toch een vraag over de motie M2A. Qua idee zijn er ook wel positief over. We begrepen toen van Beter Voor Dordt dat de indruk was dat dit bovenop de bestaande ov-lijnen kwam. En daar leidden wij de conclusie uit af dat het ook meer geld zou gaan kosten. Is dat nou zo? Of zien we dat verkeerd? De heer Van der Linden: Dat hoeft niet per se zo te zijn. In de huidige concessie staan ook afspraken over hoe je het haltevervoer organiseert en ook het vraagafhankelijk vervoer organiseert. Mede door corona heeft dat veel minder aandacht gekregen en in het beschikbaarheidsgeld wat vanuit het rijk en de provincies ter beschikking is gesteld de afgelopen jaren, is ook vooral ingezet op het herstellen, of althans zoveel mogelijk overeind houden van die reguliere lijnen. Het investeren in die vraagafhankelijke vervoeropties, ik vind dat dat sowieso veel meer mag en ook moet, omdat we weten dat niet heel de stad continu met dikke lijnen kan worden voorzien.

Dan helpt het als we mee kunnen denken, met QBus in ons geval, over hoe kunnen jullie daar invulling aan geven? Het staat in de concessie, daar willen we ook wat mee. Hoe gaat u dat regelen en wat is wederzijds voor nodig om dat te stimuleren? De voorzitter: Dank. Gaat u verder. De heer Van der Linden: Ja? Dank. Dan ga ik naar motie 8, ook heel positief. Ik zou hem graag willen omarmen want ik heb sowieso toegezegd dat we in de nieuwe Cultuurnota terugkomen op kunst in de openbare ruimte. Dan helpt het natuurlijk heel erg als dat gesteund wordt door een raadsbesluit, maar ik ga het sowieso, of een raadsuitspraak, u gaat het sowieso terugzien in de Cultuurnota, maar ik zou hem op inhoud zeker graag willen omarmen. Motie 23, parkeren is ook een zorg, daar hebben wij even in de achterliggende dagen wat contact over gehad. Zoals die nu eens opgesteld zou ik hem willen ontraden. Er worden twee dingen gevraagd, allereerst Kiss and Ride, heel zinvol natuurlijk, want even uitstappen is er soms niet bij. Dat kost soms even wat meer tijd, meer hulp enzovoorts. Onze handhavers weten dat en snappen dat ook. Soms helpt het dan om een plekje te hebben waar je even je auto of het busje kwijt kan. Het dilemma daarbij is natuurlijk steeds, op plekken waar we sowieso al heel veel ruimte hebben doet zich het dilemma niet voor.

Ik woon in Stadspolders, daar zijn ook een aantal plekken waar natuurlijk zorg verleend wordt, geen probleem, je kan daar overal staan. In het centrum is natuurlijk heel weinig ruimte om nieuwe Kiss and Ride-plekjes aan te leggen. En dan heb ik liever dat plekken ook beschikbaar zijn voor ander verkeer. Dus dan wil ik heel graag dat mensen de situatie hebben waarin ze makkelijk kunnen in- en uitstappen, maar daar zomaar plekken voor te reserveren die bijna niet gebruikt worden vind ik dan weer lastig. Mocht u signalen hebben op bepaalde locaties, gaat het niet goed, dan

66

kunnen we daar gewoon het gesprek over voeren en kijken wat is er nodig om het daar ter plekke wel te regelen. Ik zie uw hand aan de knop, ik praat door tot er wat gebeurt. De voorzitter: Gaat u gewoon verder. De heer Stam: Nou dan wil ik toch nog een vraag stellen. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Er zijn inderdaad een aantal plekken in de stad, met name op de Singel waar het ook heel druk is met parkeren. En daar zit een zorginstelling waar mensen toch wel hulpbehoevend zijn en waar je dan even kort je auto neer moet zetten. Dus daar zou inderdaad waar u mee bezig bent, zo'n zorgvergunning heel mooi voor zijn. Als u de toezegging doet dat die zorgvergunning ook voor dat soort bedrijven beschikbaar komt, ja dan kunnen wij die motie wel intrekken. De heer Van der Linden: Dat is het tweede deel van de overwegingen. U vraagt nu om ontheffingen in de motie. Ik voel meer voor de zorgvergunning die we inderdaad aan het voorbereiden zijn. In beginsel is die bedoeld voor BIG-geregistreerde zorgverleners. Dar zit geen echte begrenzing op nu in wat ik daarvoor in mijn hoofd heb, maar ik neem aan dat het meestal om BIG-geregistreerde zorgverlening gaat. Daar kunnen we die ook van toepassing verklaren. Dat is dus niet het ontheffen van de betaalplicht, maar wel de mogelijkheid om je auto ergens neer te zetten.

De heer Stam: Het zijn ook veelal mensen die vrijwilligerswerk doen of gewoon in dienst zijn bij zo’n zorginstelling en niet altijd een BIG-registratie hebben. De heer Van der Linden: Dan stel ik voor die te betrekken bij de discussie die we te zijner tijd gaan hebben over de vergunning die we aan het voorbereiden zijn. Dan kunnen we daarop door. Ja? Goed. Maar als zodanig wil ik hem dus ontraden op inhoud, heb ik een aantal teksten geleverd. Motie 26 gaat over de hervormingsagenda Jeugd en op inhoud ga ik helemaal mee met wat gevraagd wordt, maar op technische gronden moet ik hem ontraden. En wel hierom, Ik pak hem er even bij, en dat is motie 26. Draagt het college op om krachtig te werken om de hervormingsagenda uit te voeren, dat gaan we doen, krachtig, en de daarvoor benodigde middelen beschikbaar te stellen, dat is een raadsbevoegdheid. Het is sinds 2019 niet meer zo dat er een apart potje jeugdgeld wordt beschikbaar gesteld vanuit rijk, de hele pot verdwijnt in het gemeentefonds en wij met zijn allen, u dus, beslist hoe we dat geld verdelen. Natuurlijk hebben we daar voor Jeugd een onderbouwde meerjarenbegroting bij, dus we hebben elk jaar bepaald geld nodig, met een marge want je kunt nooit 40 miljoen op de euro nauwkeurig begroten. Ietsje meer, ietsje minder, opeens komt er weer een wetswijziging, dat heeft invloed.

Maar ik kan dus toezeggen dat we de benodigde middelen aan uw voorleggen, maar u gaat over het goedkeuren daarvan. Tot nu toe gaat het steeds goed, vind ik de laatste jaren, in onze raad hebben goed het midden weten te houden tussen stimuleren dat we kosten besparen en tegelijkertijd doen wat nodig is. We kunnen niet het hele jaar voorspellen. Afgelopen jaar, u weet dat, woonplaatsbeginsel verander, één vingerknip in de wet, 9 ton extra aan kosten voor Dordt, kunnen we niks aan doen, moeten we gewoon nemen. Andere dingen zijn volledig uitgepakt. Het tweede bolletje, rijksimpuls, er is geen

67

rijksimpuls, er is alleen ons een minder grote financiële bezuiniging opgelegd. Ons als gemeente. We hadden een gat van 1,6 miljard, dat is fors verkleind. Dat is fijn, want het geeft ons meer ruimte, maar er is dus geen nieuw geld. En drie, met de gemeenteraad afspraken maken over hoe de voortgang wordt gerapporteerd, uiteraard brengen we steeds in beeld hoe gaat het eigenlijk met onze jeugd? U bent daar afgelopen jaar op geïnformeerd over een aantal impulsen, zoals de praktijkondersteuner huisarts, en hoe dat werkt. Dat blijven we natuurlijk doen. Dus de motie zelf wil ik ontraden, maar wat u vraagt doen we, of gaan we nog beter doen. Laatste motie, 27 seconden nog, motie 31. Ik ben heel blij dat u refereert aan Samuel van Hoogstraten want dat geeft me de gelegenheid om mede namens een groot landelijk fonds dat gezegd heeft, wat opvallend zeg, Dordt heeft met zijn allen iets bijgedragen aan het schilderij, dat helpt zo'n fonds als wij zijn heel erg in zijn afwegingen. Dus applaus voor uzelf. Dat is gelukt. Deze motie trekt het dilemma wat we natuurlijk zien op deze plek iets te veel binnen de context van de gemeenteraad. Wij gaan er niet letterlijk over wat de eigenaar van het pand Bellevue gaat doen met zijn pand. Ik hoop wel dat er snel een invulling aan wordt gegeven natuurlijk, maar het is niet ons pand.

We weten natuurlijk wel hoe het pand erbij staat, het is in 2008, 2009 nog bouwkundig aangepast, ziet er goed uit, natuurlijk hier en daar een likje verf. Groothoofdspoort geldt hetzelfde voor, is natuurlijk ook een monument, heeft voortdurend onderhoud en dat doen we ook. Dus ik zou deze motie willen ontraden, we onderschrijven natuurlijk wel dat we hopen op een goede invulling voor het pand. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel. De wethouder geeft aan inderdaad dat we als raad daar weinig aan kunnen doen omdat wij niet de eigenaar zijn, het pand is in het bezit van een privéinvesteerder. Vindt de wethouder dan ook niet dat er op zich nog wel een mogelijkheid bestaat om als wethouder daar toch een gesprek aan te gaan om te kijken wat we kunnen bijdragen en op een bepaalde manier toch iets kunnen betekenen voor dit iconische pand in de stad? De heer Van der Linden: We hebben natuurlijk vanuit de gemeente voortdurend gesprekken met pandeigenaren, bedrijfsverenigingen, bedrijf eigenaren over hoe het gaat met de binnenstad en ook over wat er voor beleid nodig is ten aanzien van parkeren en groen en horecatijden enzovoorts om de stad nog aantrekkelijker te maken voor bezoekers en bewoners. Daar weet ik, maar kan een andere collega meer op duiden, dat we ook contact hebben natuurlijk met de eigenaren van beeldbepalende panden.

Ik zie vanuit mijn rol, onze rol, niet een extra grote rol om dat nog eens naar binnen te halen, om daarmee een aap op onze schouders te halen die eigenlijk gewoon thuishoort bij de eigenaren. Tenzij er bijvoorbeeld een welstandsprobleem ontstaat, maar dat is er niet. Het ziet er allemaal niet gebruikt uit, maar het ziet er wel keurig uit. Mevrouw Pichel: Mag ik nog een … De voorzitter: Ja, korte vraag.

68

Mevrouw Pichel: De vraag aan de wethouder is, waar hij dat eigenlijk uit leest, uit deze motie? Want ik lees nergens uit de motie dat er iets dwingend is of dat er extra, heel veel extra inspanning gevraagd wordt. Maar eigenlijk gewoon gevraagd voor het om wat inspanning te leveren en zich in te zetten en met een intentie een vraag te stellen. Dus dan wil ik wel even aan de wethouder vragen of dit duidelijk is voor hem dat daar niet al te veel druk op ligt. De heer Van der Linden: Ik denk dat dit past, wat u vraagt gebeurt binnen de bestaande gesprekken die er zijn met pandeigenaren en bedrijven. Ik zie zelf, en ik kijk even links naar de economische collega's of naar arbeidsmarkt of wat ook, of binnenstad, ik zie zelf geen extra issue om nu via een motie ons op te dragen te doen. En daar hou ik het even bij. En net als u hoop ik natuurlijk dat dit heel mooie pand snel weer gebruikt gaat worden. De voorzitter: Dank. Het is zes uur en kijk even rond voordat we … U heeft nog een interruptie. De heer Stam: Ik had nog een vraag. De voorzitter: Het is toch zes uur trouwens, maar goed de heer Stam. De heer Stam: Dat gaat over die hervormingsagenda. Ik heb u in de commissie volgens mij horen zeggen we hebben een potje van 4 tot 6 miljoen, daar had ik geld op over.

Is dat nou een soort, s dat een exploitatiebudget, f is dat een reserve waarmee de komende jaren tekorten mee dekken? De heer Van der Linden: Wat we altijd zien, het is dus heel moeilijk, daar hebben we gehad over het amendement van de PvdA, in principe kan het natuurlijk. Je zet 2 miljoen, want dat was de vraag, apart voor problemen op jeugd. Alleen we weten zeker op een begroting van 600, 700 miljoen kom je altijd ergens geld te kort. En mochten we geld te kort komen op, ik noem iets, Wmo of wegonderhoud waar we een paar miljoen voor nodig hebben, dan kunnen we opeens niet meer aan die besteding komen van 2 miljoen, want die is alleen gelabeld voor Jeugd. Dus we hebben een aantal risicovoorzieningen en de ene keer die wat groter, de andere keer is die wat groter. In sociaal domein zien we eigenlijk op een paar grote wetten dat we jaarlijks maximaal 2 miljoen nodig zouden kunnen hebben. Dus als je 6 miljoen, 4 tot 6 miljoen reserveert in je risicovoorziening, dan weet je, je hebt altijd genoeg. De ene keer is Jeugd wat meer nodig dan, dan weer Wmo, misschien participatie en andere. Dus het is geen liggend geld waarvan we zeggen, weet je wat, we gaan we uitgeven. Het is een risicovoorziening die we al naar gelang kunnen uitgeven. Tot zover.

De voorzitter: Beste mensen, mijn streven was eigenlijk om om halfzeven klaar te zijn, maar ik vrees eerlijk gezegd dat we dat niet gaan halen. Want we hebben nog twee wethouders en ook mijzelf nog te gaan, daarna eventueel zelfs nog een schorsing om na te denken over de moties en amendementen. Dan moet er nog gestemd worden met stemverklaringen. Ik wil eigenlijk het hele proces recht doen, dus mijn voorstel zou zijn om nu gewoon te schorsen en om acht uur door te gaan. Kunt u zich daarin vinden? Ja, dan doen we dat. Dan is de vergadering geschorst, zien we elkaar om acht uur.

69

Schorsing De voorzitter: Beste mensen, welkom terug, de vergadering is heropend. We gaan verder met de tweede termijn van het college, we waren gebleven bij wethouder Merx. Gaat uw gang. Ja, we waren al begonnen dus gaat uw gang. De heer Merx: Goedenavond, nou dan zal ik toch maar degene moeten zijn die gaat proberen wat tijd te winnen. Er zijn nog twee moties over, de motieM17A, denk ik dat het nou heet, over de bladblazers. Die is in die mate aangepast dat wij daarin ook uitvoering aan kunnen gaan geven, in ieder geval ons best gaan doen om daar uitvoering aan te geven. Dat betekent dat we met de aanbesteding die we volgend jaar, dus de nieuwe aanbesteding die we gaan doen, dat we dan die verplichting op gaan nemen en dan maar hopen dat dat ook gestand kan worden gedaan. We hebben daar goede hoop op, ook omdat 87, misschien wel 90 procent van het handgereedschap inmiddels al elektrisch is. Dus die gaan wij, u moet maar kijken wat u ermee doet, maar wij gaan het in ieder geval doen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. We zijn als Partij voor de Dieren heel blij hiermee. Kan dit wellicht als toezegging worden genoteerd? Want dat scheelt weer een stemming. De voorzitter: Ik denk dat de griffier hem genoteerd heeft, dus ja, hij staat. De heer Merx: Ja, ja die kunt u gewoon noteren als toezegging.

Wij gaan dat bij nieuwe aanbestedingen die dus echt nog open moeten worden schrijven, gaan wij het opnemen. De heer Groenewege: Mooi, dan gaan we in de fractie bespreken wat we met motie doen. Dank u wel. De heer Merx: Oké. Dan motie 10, dat is de motie van de PvdA, verkoeling. Ja die hebben wij ontraden daar is niks aan veranderd, dus die blijven wij ontraden. Heel kort samengevat, we hebben al heel wat groenplannen waaronder meer meerjarenonderhoudsplannen die we nog moeten uitvoeren. Ik kan nog even doorgaan met de plannen, maar dat ga ik de commissie herhalen. Het college voelt niet veel de behoefte om een nieuw plan te gaan schrijven waar we nog geeneens geld voor hebben, dat motiveert de mensen niet echt die daaraan moeten gaan werken. Dus om die reden ook moeten we het ontraden. En ook omdat het ook, toch de pleinen die u noemt, die er ook in opgenomen staan, echt een stuk ingewikkelder is dan het graven van een kuil en een boom erin. Dus dat moet echt in het meerjarenonderhoudsprogramma worden meegenomen. Nou, dat was het. De voorzitter: U heeft weer alle energie na te eten? Dank wethouder, dat was het dan. Dan gaan we naar wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Misschien moeten wij er even aan herinneren dat de heer Merx vorige keer heel veel spreektijd heeft gehad. Dus het is heel goed dat hij

70

zich vandaag beperkt heeft. Ik ga het wel proberen kort te houden. Motie 28 Biesbosch ontraden wij, zelfde onderbouwing als bij een amendement A2. Laten we eerst het onderzoek nou eens doen naar de mogelijkheden om ons mooie Biesboschcentrum weer naar versterking van organisatie te onderzoeken en het gebied daaromheen mee te nemen. En ik heb ook al in de commissie gezegd, uiteraard respecteren wij bestaande restricties zoals onder andere uit de zonering van Staatsbosbeheer. Motie M3A, de batterijen, die is aangepast, daar hebben we het over gehad. Met elkaar en ja, het puntje van het rapporteren, dat nemen wij mij in onze monitoren zoals we die ook met elkaar hebben afgesproken over klimaatneutraal en de energietransitie. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Groenewege. De heer Groenewege Ik ben ook wel benieuwd naar reflectie van het college hierop, tijdens ons betoog over de Kadernota hebben we een heel verhaal gehouden over hoeveel recreatiegebied Dordrecht erbij heeft gekregen, honderden hectares de afgelopen jaren.

Waarom trekt het college hier niet gewoon een grens? En waarom zegt het college niet gewoon, we hebben voldoende recreatiegebied wat nu nog voor de natuur is, dat behouden we voor de natuur en daar trekken we een grens? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, zoals aangegeven willen we juist die grenzen gaan trekken, maar willen wij dat goed onderbouwd doen, willen we het gehele gebied tegen het licht houden en tot een goede afweging komen van waar zou je nou welke soorten van natuur en recreatie dichtbij elkaar of juist heel ver uit elkaar moeten houden. En volgens mij voldoen we dan prima aan uw wens. Alleen wij zeggen wel, laten we dat eerst met een onderzoek doen en nogmaals, de focus ligt op versterken van ons Biesboschcentrum. Want dat hebben ze echt nodig en ik lees wel uw motie maar ik lees nog niet waar we 500.000 euro vandaag aan gaan halen om dat Biesboschcentrum op niveau te krijgen wat nodig is om de functie weer van vroeger te kunnen gaan vervullen, om onze inwoners van leuke activiteiten en van goede informatie te kunnen voor voorzien. En dat is wel waarom wij dit onderzoek willen, en nogmaals, we respecteren alle restricties die er al zijn en we kijken uiteraard van hoe het Natura 2000-gebied in dit gebied ligt.

Maar het is wel het uitgangspunt om eerst te gaan kijken van hoe komen we weer in het Biesboschcentrum boven Jan en wat kunnen we in die omgeving vinden wat daaraan zou kunnen bijdragen? De heer Groenewege: Voorzitter, dan ben ik wel benieuwd of de wethouder ook erkent dat Natura 2000 nog niet betekent dat er geen recreatievoorzieningen kunnen worden ontwikkeld en dat hetzelfde geldt voor die visie op de Biesbosch, die recreatiezonering, dat die ook niet inhoudt dat er op plekken die nu gereserveerd zijn voor natuur geen recreatievoorzieningen ontwikkeld kunnen worden. Als we die grens willen trekken, dan zullen we dat toch zelf als gemeente moeten doen. Deelt de wethouder in ieder geval die mening? Mevrouw De Jonge: Ja voorzitter, volgens mij is er op dit moment al in Natura 2000 de mogelijkheden om te recreëren, extensief in respect voor wat de natuur daar kan hebben. En dat is een uitgangspunt waar we ook naar zullen kijken. Dus volgens mij spreken we dezelfde taal, alleen zeg ik van die grenzen die trekken we pas als we onderbouwd hebben hoe het gebied wat kan verdragen. En daar komen we bij u op terug. Voorzitter, ga ik verder, de motie batterij was ik al aan begonnen, volgens mij

71

hadden we die zelfs al gehad. Die kunnen wij in behandeling nemen. Dan kom ik bij afval, de motie 11 is aangepast, nummer A. De heer Stam heeft eigenlijk een prima verhaal gehouden over het onderdeel in de bak en buiten de bak en het pasjessysteem is nu echt een onderdeel van het indebaksysteem, het is wel integraal onderdeel van ons grondstoffenplan en het heeft zich al bewezen om extra en duur restafval te voorkomen. Voordat de pasjes er kwamen werd het bedrijfsafval, er kwam afval van inwoners uit andere wijken, zelfs uit andere gemeenten. En daar heeft het pasjessysteem echt mee geholpen om dat uit te bannen. Tegelijk zien we ook een positieve … De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Klopt het dat u dit baseert op het onderzoek dat in 2007 is gedaan? Mevrouw De Jonge: 2007, voorzitter, is er een onderzoek gedaan en is door u raad besloten tot dit systeem over te gaan. In het kader van grondstoffenplan 2021, daarvoor zijn diverse pilots uitgevoerd en een van de pilots ging over de laagbouw, waar gezegd is van deze mensen krijgen geen minicontainers voor restafval, zij blijven gebruik maken van ondergrondse containers.

En dat is de pilot die hebben doorslaggevend is geweest om ook in het grondstoffenplan 21 tot 30 vast te stellen, dit systeem helpt om enerzijds het restafval verder naar beneden te krijgen, maar ook positieve uitwerking op de scheiding van de grondstoffen die wij apart willen houden in Dordrecht. Dus die combinatie maakt dat ik nog steeds achter het pasjessysteem sta als middel om ons afval wat in de bakken moet en daar ook hoort, dat te blijven inzetten. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Voor wat betreft de proef of de verschillende dingen die er in 2021 zijn gedaan, waar de wethouder aan refereert, er zijn toch op dat moment geen proeven gedaan met het afschaffen van de afvalpas? Het is toch op ieder moment bij die proeven, steeds is die pas aan de orde geweest. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, daar heeft de heer Kuhlmann helemaal gelijk in, maar we hebben ook gekeken wat het effect was van die pilot als je restafval niet in een container kon doen, maar je moest het wegbrengen. En dat leidde niet tot andere observaties dat er veel meer restafval niet in die bak zou belanden. En daar is van gezegd, die combinatie maakt dat wij het voortzetten zoals het nu is.

En vorig jaar hebben we nog onderzoeken plaatsgevonden naar de bijplaatsingen, als meer dan 50 procent grof afval is, wat sowieso er niet inpast, ga je dat met het openstellen van de containers ook niet weghalen. Dus ja wij doen als college echt een beroep van hou het systeem van de pasjes in stand, en ik heb ook al in de commissie gezegd, we zijn ons hartstikke bewust van de bijplaatsingen. Er zit vanuit het programma Schoon dat u half jaar geleden heeft vastgesteld een heel intensief programma op en dat begint echt ook als de eerste zijn vruchten af te werpen, onder andere door hele buurtaanpakken met inwoners, met de wijkmanager, conciërges, geef dat ook de tijd om te laten zien dat we kunnen gaan begrijpen waar nou het niet gebruiken van de restafvalcontainer vandaan komt. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel.

72

De heer Van der Spoel: Ik hoor de wethouder vertellen dat 50 procent van het afval dat naast container wordt geplaatst er niet inpast. Maar dat betekent ook dat we andersom kunnen redeneren, dat 50 procent van het afval dat ernaast staat dan wel degelijk in die afvalcontainer kan. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik zal hier niet heel analyse met uw gaan delen, maar als van die 50 procent en deel de PBD is die gewoon ergens anders ingeleverd had kunnen worden, aan een paal had kunnen worden gehangen of in een minicontainer had kunnen worden gedaan, als we dat er ook nog uithalen, ik heb heel grofweg gekregen, 30 procent zou huisvuil zijn dat uiteindelijk echt erin had gemoeten en nu ernaast stond. Dat is wat de analyse vorig jaar heeft opgeleverd. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, volgens mij is in deze hele gemeenteraad het dumpen van afval een doorn in het oog. En wat we nou met deze motie alleen vragen is, doe nou in één wijk een proef, en de Kuhlmann gaf het ook al aan, stel nou dat we na twee maanden erachter komen dat het veel meer troep oplevert dan dat we zouden willen, dan kan je altijd nog stoppen. Wat is er nou op tegen om gewoon eens een proef te doen om te kijken of het helpt? Want het is niet alleen het afval, maar het is ook de rattenplagen die we hebben. Het is niet goed voor de volksgezondheid.

We hebben het constant in deze raad of in het vragenhalfuurtje over het dumpen van afval, we besteden er iedere keer aandacht aan en we zien ook dat het tot nu toe allemaal niks, niks helpt. Waarvoor dan niet gewoon een paar maanden een proef doen om te kijken of het inderdaad werkt of niet? Dan ben je gelijk van die hele discussie af. Dan hebben we er met elkaar alles aan gedaan.

Mevrouw De Jonge: Voorzitter, fijn dat u ook inderdaad het afval aan onder de aandacht blijft brengen, dat hebben wij ook zeker en dat is ook een intensief programma Schoon en dat draait nog geen half jaar. En daar hebben we zelfs met andere gemeenten, met wetenschappelijk onderzoek, gekeken welke interventies kun je plegen. En interventies moet je niet in één keer allemaal uitrollen. Ze zijn nu echt goed bezig met interventies om te kijken van wat werkt. Dit kan en interventie zijn, het is aan u raad om daar vanavond een oordeel over te geven of u zegt, ja wij willen deze interventie ook toevoegen. Maar vanuit mijn organisatie wordt het zwaar ontraden omdat het pasjessysteem niet per definitie de maatregel is die de bijplaatsingen zullen gaan verhinderen. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u. Ik hoor de wethouder zeggen het wordt zwaar ontraden, ook naar aanleiding van wat historie is. Maar ik hoop dat de wethouder toch ook wel ziet dat juist als onderdeel van deze beperkte proef, we hebben het niet eens over een wijk maar over een buurt, en zeker in combinatie met camera's om die zaken die we natuurlijk allemaal niet willen, bedrijfsafval, op vandalisme, dan is het toch helemaal niet zo gek om dit even een kans te geven?

73

Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik beperk mij tot de motie en het pasjessysteem en ik wil u raad meegeven dat op basis van informatie die we hebben omtrent wat er in de bak zit en wat er helaas ook naast komt, dat ontraden wordt om het pasjessysteem op dit moment voor een bepaalde buurt, voor een bepaalde periode, af te wijzen. Als het eenmaal afgeschaft is moet je het ook maar weer terug zien te krijgen en dat ook weer gaan uitleggen, waarom het na een jaar weer terug is. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, voor mijn gevoel gebruikt wethouder het gevolg van één foute maatregel, namelijk de 20 euro voor het vragen van ophalen van grof afval per kubieke meter, dus meer euro's als het meer is, wat leidt tot bijplaatsingen, nu als argument om te pleiten voor het handhaven van een andere foute maatregel, namelijk het pasjessysteem. Eigenlijk zou je allebei moeten doen en dan heb je pas echt goed, dat mensen op het moment dat ze echt grof afval hebben wat ze niet in staat zijn om naar het milieupark te brengen, om wat voor reden dan ook, dat ze dat op kunnen halen. En als ze gewoon normaal huisvuil hebben, dat ze naar een de container gaan en het daar zonder belemmeringen in kunnen gooien. Maar u gebruikt het gevolg van de ene maatregel om eigenlijk het handhaven van de andere maatregel, voor mijn gevoel, te beargumenteren.

Mevrouw De Jonge: Voorzitter, volgens mij probeer ik mij heel erg tot één maatregel in mijn bijdrage, ik heb het niet gehad over de methode voor het grof afval, maar ik heb aangegeven waarom sommige dingen niet in een restcontainer passen, omdat het nou eenmaal te groot is, of je nou een pasje hebt of geen pasje hebt. En een discussie over afval denk ik niet dat wij vanavond moeten gaan voeren rondom deze motie, dus voorzitter met uw goedbevinden ga ik naar de volgende drie moties. En dan komen we namelijk uit bij Chemours. Het dossier van Chemours loopt al jaren en u als raad weet na zeven commissies, verdiepende sessies die heeft gehad als geen ander hoe complex breed, technisch en ook wetenschappelijk de materie is waar we hiermee te maken hebben. En toch hebben wij ook als college en raad altijd gezegd dat die gezondheid van de inwoners voorop moet staan. En juist daarom begrijpen wij ook de zorgen en de vragen die de uitzendingen van afgelopen weken teweeg hebben gebracht. En wij proberen daar zo goed mogelijk antwoord op te geven, om onze inwoners uitleg te geven, in jip-en-janneketaal, want al die metingen dat gaat ons ook voor ogen. Maar we proberen ze zo goed mogelijk te informeren over wat de situatie is en wat ze kunnen doen.

Maar ik ben daar ook heel eerlijk in, het frustreert mij ook af en toe enorm met de hoeveelheid partijen, overheden, andere instanties, waar ik en mijn medewerkers mee moeten overleggen om ook die informatie allemaal goed op tafel te krijgen en ook te kunnen ontsluiten voor onze inwoners. Maar dat is wel de situatie waar we naar moeten werken en we hebben hard gewerkt aan het verbeteren van die relaties waardoor het gelukkig beter gaat in die samenwerking, ook de urgentie voor het vraagstuk. Zo heeft vorige week de provincie … De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank voor de beantwoording, maar ik vraag me wel af, of tenminste de VSP vraagt zich af of we ook willen kijken welke rol de overheid hierin heeft

74

gehad. Zowel het rijk, als de provincie, als de gemeente, want we moeten niet alleen kijken naar wat DuPont heeft gedaan, maar ook onze eigen verantwoordelijkheid daarin nemen. Hoe kijkt u daar tegenaan? Mevrouw De Jonge: Nou VSP, dat is gebeurd. We hebben een half jaar geleden het onderzoeksbureau voor veiligheid, de OVV, heeft een rapport uitgebracht waarbij Chemours een van de drie bedrijven is in Nederland die is onderzocht op dit gebied, Tata Steel en het afvalbedrijf Nijmegen waren de andere twee, en daar is echt wel een stevige analyse gedaan van hoe hebben onder andere ook de overheden gehandeld in het verleden. En daar is ook advies gegeven hoe het rijk, de provincies, hun rol moeten pakken, waarbij het mij wel geruststelt dat ook de OVV heeft geconstateerd dat de provincie echt een enorme slag heeft gemaakt in haar toezichthoudende, controlerende taak, wat wij natuurlijk ook hebben gezien met de vergunning die ze hebben afgegeven voor Chemours op dit moment. Waar we dan helaas door een rechtszaak worden teruggefloten, dat we niet zo streng mogen zijn. Dat frustreert ook. Maar in die zin, ja we moeten naar onszelf kijken, zeker. Dat is gelukkig door het OVV eigenlijk al gedaan. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ik hoor de wethouder op de vraag van de VSP anticiperen naar de toekomst, van het gaat beter en weet ik het.

Maar ik ben wel reuze benieuwd, want als Zembla over bepaalde informatie beschikt, dan ben ik toch wel reuze benieuwd, en daar kan u niks aan doen hoor, ben ik helemaal met eens, maar hoe die overheidsinstanties, wat ze dan gecontroleerd hebben, hoe ze gecontroleerd hebben, wat de bevindingen waren, wat is daarmee gedaan en wat is dan gedeeld met de gemeente? Want ik kan me gewoon domweg niet voorstellen dat dat dat allemaal een beetje in dezelfde flow is gegaan van wat wij hier hebben gehoord in de stad, politiek en inwoners, en er ligt nu ineens iets van Zembla. Dus ik vraag me dan toch af, kunnen we dan toch niet beter, Eventueel met de omliggende gemeenten, toch eens een Wob-verzoek doen bij die, of een juridische vraag richting die andere overheidsinstanties, met de vraag van ja, wat hebben jullie nou eigenlijk gedaan al die jaren? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik begrijp deze vraag heel goed en dat is ook een onderdeel van wat ik net zei, er zijn heel veel partijen mee bezig. En wat ik ook gemist heb, en daar hebben we het ook met elkaar over gehad, hoe wisselen we nou gegevens met elkaar uit, maar ook proactief met elkaar? Want natuurlijk het doet Rijkswaterstaat haar eigen onderzoeken, de provincie doet haar eigen onderzoeken. Wat is er voor nodig dat zij proactief denken dat delen wij dan ook met de gemeente waar dit bedrijf in zit.

Ook al hebben wij geen bevoegdheid, het is qua informatie toch, vind ik, heel normaal om te laten weten, gewoon op hoofdlijnen, ik hoef echt niet alle ins en outs te weten. Die vraag heb ik bij de provincie neergelegd, daar kijken ze nu naar. Hetzelfde geldt ook voor een RIVM en ILT, die doen onderzoeken maar ze hebben dan niet de sensor nog om te denken van goh, zal ik hier de gemeente over gaan informeren voor het geval zijn vragen krijgen. En dat begint nu echt wel beter te beklijven van oké, wij hebben gegevens en die zijn eigenlijk al niet uitlegbaar, daar moet een slag overheen. En dat kunnen we bij de gemeente aanleveren voor het geval zij de vragen krijgen. De voorzitter: De heer Stam.

75

De heer Stam: Dank voor het antwoord, begrijp ik helemaal. Maar ik ben toch vooral benieuwd naar de informatie die niet gedeeld is en die krijg volgens mij alleen maar op een bepaalde manier boven water, denk ik. Mevrouw De Jonge: Een deel van de informatie die gebruikt is onder andere door Zembla, ook door anderen die nu hierover publiceren, staat gewoon op de website van deze instanties. Het is nooit niet beschikbaar gesteld. Maar ik kan me gewoon voorstellen dat als inwoner, dat je niet bedenkt dat je daar de informatie moet gaan zoeken. En als je het al bedacht hebt, dat je het dan ook nog kan lezen. Want ja, al die tabellen en enorme hoeveelheden ja, maak daar soms maar chocola van als je het als niet-chemicus allemaal ziet. Dat ben ik helemaal met u eens. En die roep doen wij steeds harder, kom nu gewoon concreet, wat is er aan de hand en help ons ook om die rust in onze samenleving te houden waar dat kan en duidelijkheid te geven over hoe het in elkaar zit. En zo hebben wij … De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, in het luisteren naar de wethouder hoor ik ook heel erg die urgentie, ben blij mee. Maar wat ik dan afvraag, want de heer Stam heeft het er ook over, het gaat veel over informatie en informatievoorziening.

Maar dan vraag ik me af, wie is daar nou eigenlijk dan van? Want wij als gemeente, de gemeente doet zijn best, de provincie doet zijn best, maar wie is ervan? Dat vraag ik me soms weleens af. En ik ben wel benieuwd hoe de wethouder daar dan naar kijkt. Wie is daar nou echt van? Mevrouw De Jonge: U slaat precies de spijker op de kop, want als ik aan de provincie vraag, mag ik gegevens, nee wij zijn het controlerende instantie, dus wij gaan over die gegevens. Nou, dan vind ik dat u daar ook de communicatie goed over moet doen. Als u dat niet doet, bied ik aan als gemeente van dan willen wij het wel doen. En daar zijn we nu dus gesprekken over, van waar gaan onze inwoners als eerste naartoe als ze vragen hebben? Kijk de provincie, vorige week hebben we gelijk contact met ze gehad, hoe zit het met het zwemwater? Wij weten het niet, zij geven het waterschap de opdracht om die metingen te doen. Zij weten het, geven ons een advies, daar vertrouw ik ook op. Alleen nu denk je, kun je iets meer vertellen? En dan moet je ze even aansporen, het is belangrijk nu, wij willen dat weten. Oké, dus ze hebben gelijk nu de opdracht gegeven aan het RIVM van ga naar dat zwemwater kijken. Fantastisch, ik hoop wel dat de uitslag snel komt, want onze zomer staat voor de deur.

Ja dat zie je dan, dat ze daar nu, ze moeten eraan wennen lijkt het ook wel van dat dit een dossier is waar eigenlijk lokaal alles bij elkaar komt en dat zij voor ons de informatiebron zijn om eigenlijk hier de ontsluiting voor inwoners goed te organiseren. En dan gaan we heel hard aan werken dat dat nog steeds beter wordt. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ik merk hier breed in de raad, en ook als je met inwoners praat, iedereen heeft behoefte aan meer informatie en vooral ook een plek waar ze dat ook kunnen vinden. Dus dat zou wel in ieder geval iets zijn, wat adviseren we nou een inwoners? Ik zou het zelf ook graag willen kunnen vertellen aan de buren, zullen we maar zeggen.

76

Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat verzoek begrijp ik en we hebben ook van de week geconstateerd, onze website heeft veel informatie bij zoHz is ook veel te vinden. Maar we hebben bijvoorbeeld nu niet één knop op de op de aanlandpagina van wilt u meer weet over Chemours en PFAS, ga hier naartoe, dat is alweer een zoekopdracht. Dat moeten wij verbeteren, we moeten ook echt naar onszelf kijken. Dat meen ik ook echt serieus en daar wordt ook aan gewerkt al vanaf nu. De voorzitter: Dank, wethouder. Mevrouw Pichel, ga uw gang. Mevrouw Pichel: Dank voorzitter. Ik kan me vinden in de vragen die zijn gesteld door VSP, Fractie van Waardhuizen en CDA. Mevrouw De Jonge noemde net de controlerende taak die wel serieus is genomen door de provincie. Mijn vraag aan mevrouw De Jonge is of ze dan ook echt de vraag stelt van wat is er dan echt gebeurd en hebben ze dat echt serieus genomen? Want als zij die controlerende taak dus echt op zich hebben genomen, en we horen allerlei berichten dat dat er allerlei normen overschreden zijn, hoe serieus kunnen wij dan die controlerende taak nemen? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat vraag ik zeker en daar wordt mij ook uitgelegd hoe het werkt met de metingen die zij hebben, aangekondigd, onaangekondigd, de hele uitleg van het systeem krijg ik. En ik krijg ook wel de cijfers te zien die zij kunnen delen.

Dus wat dat betreft ja, daar heb ik echt wel het vertrouwen in. Alleen je vraagt die proactieve houding van ze, als zij die metingen doen, waarom moet ik elk half jaar gaan vragen, valt er nog iets bijzonders te melden wat ik zou moeten weten? Als het toch een keer op tafel komt, dat ik dan niet eerst moet gaan bellen en een paar weken wachten voordat ik het antwoord heb. Ik wil dat gewoon bij mij in de gemeente Dordrecht hebben liggen voor als die vraag komt. Dat is die snelheid en die schakeling die we met elkaar moeten gaan vinden in dit dossier. De voorzitter: Dank. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk Ja voorzitter, misschien ben ik, of zijn wij, laat ik het maar even bij mezelf houden, te simpel voor dit soort dingen. Maar we staan nu voor de zomerperiode, wij kunnen toch zelf zo'n wateronderzoek doen? Of is dat tekort door de bocht? We zitten voor de zomer, alle mensen willen dadelijk lekker gaan zwemmen met hun kinderen, hebben vakantie, willen naar dat water. Wat houdt ons nou tegen als gemeente, ondanks dat we er niet. Ik snap dat we niet bij DuPont kunnen gaan controleren. Maar waarvoor kunnen wij zelf niet zo'n onderzoek doen over dat zwemwater? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, was het maar dat wij dat konden want dat zou betekenen dat wij al die specialisten in ons huis zouden moeten ten hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/581/documents/26050