2.1 2023.07.04 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Of een motie waarom we zo diep in uitvoering zouden moeten zitten en dat hebben wij bijvoorbeeld bij motie 25 voor een gemeentelijk adviseur, maar ook dat er een aantal moties zijn waarvan, ik heb net mevrouw Van Vugt geïnterrumpeerd over dat het lijkt alsof er weinig vertrouwen is in de vaardigheden van het college. En dat vinden wij eigenlijk wel een beetje jammer. Ik snap dat wij als raad het hoogste orgaan
40
zijn en dingen kunnen bedenken en kunnen zeggen van college, gij zult dit gaan doen. Tegelijkertijd zijn ze wel ingehuurd om ook met plannen te komen en dingen uit te werken. En ik vind dat je ze in die uitwerking misschien best wel wat meer ruimte kan geven. Alle zorg is denk ik ook terecht vanuit de raad over schoon, heel en veilig. Ik bedoel we moeten gewoon zorgen dat de stad netjes is en de dingen die daartoe helpen, die kunnen wij steunen. Maar als een wethouder een bepaalde motie ontraadt omdat het niet echt handig is, als over de afvalpas, maar goed als daar iets in verandert, dan hoor ik dat graag. Dan kunnen we dat nog eventjes bekijken. Degene die we in ieder geval denken te gaan steunen, dat zijn motie 6, ondanks dat ik die nog steeds veel te ingewikkeld vind, dat heb ik ook opgenomen met de heer Van Ballegooijen en dat ligt aan mij. Maar ik kan alleen nog maar in Jip en Janneke denken. Dan hebben we motie 7 over de bouw, ja daar twijfelen we nog over want ik snap de strekking wel, maar ik heb alleen niet het idee dat het iets verandert aan de beweging die we al aan het maken waren. Maar goed, daar gaan we nog even over nadenken. Motie 8, Ik heb geen idee meer.
Kunst in de openbare ruimte is iets aangepast en daardoor beter, of maakt een grotere kans dat wij daarmee instemmen? Motie M27 van de CU/SGP, waar we in ieder geval blij zijn dat de Q eruit is van Q3 en er gewoon over een kwartaal wordt gesproken. Wij houden van transparantie, dus we denken ook dat dit iets kan bieden, maar dat het niet ingewikkeld gaat worden. En dat heeft mijnheer De Heer beloofd, dus daar vertrouw ik op. En motie 21, daar is iets in aangepast dus we hebben 21A over de toeristische borden en ja, ondanks dat wij denken dat dat toch een beetje een ANWB-verhaalachtig iets is kan het in principe geen kwaad. En ik ga nu niet hopen dat mijn buurman mij een rechtse directe geeft, dat er gewoon een beetje aandacht wordt gevraagd voor wat recreatie in de stad. En dat was hem even voor nu, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Groenewege zich weet in te houden. Mijnheer Gündogdu komt deze kant op voor de verandering, gaat uw gang. Mag ik uw aandacht voor de tweede termijn van de heer Gündogdu, Op ons Eiland Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, beste collega's, beste college, publiek op de tribune, mensen thuis. Wederom, we zijn weer bij elkaar om nader in gesprek te gaan over de effecten van de Kadernota.
Om te beginnen wil ik de ambtelijke organisatie en ook het college bedanken voor al hetgeen wat zij de afgelopen weken voor elkaar hebben gekregen, namelijk beantwoorden van de vele vragen die wij hebben gesteld. Voorzitter, we hebben het zojuist gehad over samenwerken en een blik naar de toekomst waarbij de rol van de gemeenteraad, maar ook het van het college, enorm belangrijker dan nu gaat worden. Zo heb ik vanochtend op BNR-radio gehoord dat het monetair beleid en de oorlogen in verschillende delen van de wereld ervoor gaat zorgen dat inflatie ook in Nederland de komende jaren in ieder geval niet zal dalen. En dat heeft als gevolg dat wij de komende jaren enorme keuzes gaan maken. En daar heeft het college al op voorgesorteerd door ons duidelijk te laten zien dat de komende jaren enorm spannend gaan worden. Dat betekent dat hoe dan ook, welke keuze wij ook gaan maken, dat onze inwoners daar duidelijk iets van gaan merken. Credo is, we moeten het samen doen. Dat heb ik zowel het college als de raad duidelijk horen zeggen. Voorzitter, nu hebben wij een P&C-cyclus waarbij jaarlijks een aantal documenten naar de raad worden gestuurd vanuit het college, op basis waarvan we dus een oordeel kunnen geven of we op de
41
juiste koers zitten. En we hebben in deze nieuwe periode, nou ja als ik terugblik, dan het afgelopen anderhalf jaar toch wel iets bijzonders meegemaakt. Het is net even iets anders, de P&C-cyclus, zoals we dat gewend zijn. En hierbij wil ik toch de oproep doen aan de portefeuillehouder Financiën of datgene wat u hier hoort, of dat nog wel voldoet aan de oproep om de intensieve samenwerking zo tussen raad en college, op deze manier van de huidige P&C-cyclus, of dat nog wel voldoet, of dat dat aan verandering onderhevig is. Voorzitter, reden waarom ik juist ook het podium pak om hier voor u te gaan staan, dat is dossier Chemours DuPont en dat doe ik vanuit een oprechtheid en ik hoop namens de hele gemeenteraad, voorzitter, ik heb een oproep richting het college en dat doe ik niet namens onze politieke partij wat mij betreft, maar namens 120.000 inwoners. Voorzitter, we zitten met een aantal bedrijven in ons maag. En wat blijkt nu? We zijn al jaren vergiftigd en zo hard mogen we het wel stellen. Volksgezondheid, voorzitter, heeft het onderspit gedolven ten opzichte van financiële belangen van chemische bedrijven. Er lopen al diverse rechtszaken maar aan ons als volksvertegenwoordiger wordt ook een oproep gedaan in de stad. Welk effect heeft jarenlange uitstoot en blootstelling aan gif op mijn lichaam gehad? Dat is een vraag die wij niet kunnen beantwoorden.
En dat wringt, dat wringt bij ons. De gemeente is dienst van de gemeenschap en is ook verantwoordelijk voor de gezondheid van haar inwoners. Wat ons ook nog eens verbaast, voorzitter, dat er zoveel tegenstrijdige berichten zijn over vervuiling, over vervuiling in de grond en wateren. Zo lazen we gisteren nog in de krant, het RIVM gaat versneld onderzoek doen of het veilig is om te zwemmen in Lammetjeswiel, Alblasserdam, waar is geconstateerd dat de PFOA-gehalte 250 keer hoger is dan een norm en dat het PFASgehalte zelfs zes keer hoger is dan de norm. En de situatie in onze Merwelanden, voorzitter, Waterschap Hollandse Delta geeft aan recent onderzoek te hebben gedaan, dat de concentraties inmiddels 330 keer hoger zijn dan de norm wat door het RIVM is vastgesteld. Voorzitter, dit allemaal geconstateerd hebbende willen we een vertaalslag maken naar die onrust in de stad en de behoefte van heel veel inwoners. Er is zoveel tegenstrijdigheid, maar ook zoveel technische termen die naar buiten worden gegooid, we hebben niet 120.000 mensen die chemici zijn en niet kunnen beoordelen in hoeverre hun lichaam nadelig effecten heeft gehad van al die uitstoot van de afgelopen decennia. Daar is de overheid voor en die overheid die zou de rol nu moeten oppakken.
Daarom roepen wij met de collega's van SP het college, maar vooral dit orgaan, het hoogste bestuursorgaan van onze stad, om een bevolkingsonderzoek op te zetten en nu eens duidelijkheid verschaffen naar al diegenen die met heel veel vragen rondlopen. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers, bij interruptie. De heer Van Dam-Timmers: Dank voorzitter, ik heb de heer Gündogdu goed beluisterd en ik heb ook de conceptmotie gelezen hierover en ik denk dat u terecht opmerkt dat er veel zorgen zijn bij inwoners over PFAS, bij onze fractieleden leven die ook, daar zijn we ook in gesprek met ook andere fracties geweest. We doen daar veel aan, denk ik als gemeenteraad, dat wil ik toch even vaststellen. Maar tegelijkertijd ontving ik dan gisteravond deze conceptmotie en dat vind ik dan, wat ik dan ingewikkeld vind is dan, we hebben ook presentaties gehad voor onder andere de GGD die juist uitdrukkelijk het advies geven dat je geen bevolkingsonderzoek in dit stadium moet doen, omdat het juist inwoners meer onzekerheid geeft, geen behandelbare oplossing biedt en de risico's, of
42
de uitkomsten die je juist uit het onderzoek haalt, dat die eigenlijk niet te interpreteren zijn, waardoor je inwoners eigenlijk niet helpt maar wel meer onzekerheid geeft. En ik ben wel benieuwd hoe u daar dan op reflecteert. Temeer omdat, je doet mensen wel wat aan als je dat doet. De heer Gündogdu: Voorzitter, wij staan voor het eerlijke verhaal en in die zin, ik begrijp heel goed dat u zegt we willen mensen niet een stukje onzekerheid geven of bang maken. Maar het eerlijke verhaal is in deze wel dat we dus de afgelopen decennia, en heel stiekem wisten we dat natuurlijk wel, dat we enorm zijn vergiftigd. En nu blijkt, en er is de afgelopen weken een snelvaart van nieuwsberichtgeving over dit onderwerp en wij als volksvertegenwoordiger, ik althans en mijn collega's, krijg continu vragen van wat heeft dit nou betekend op mijn lichaam? En we kunnen natuurlijk, en we weten dat deze stoffen niet op een natuurlijke wijze afbreekbaar zijn, tenminste op termijn wel, maar dat duurt heel lang. Maar we moeten wel die vragen die er zijn en die onrust die er op dit moment is, dat moeten we wel een plekje geven. En dat plekje hoe je dat zou kunnen geven, is door juist mensen ook de gelegenheid te geven op een vrijwillige basis om bloed af te staan, zodat mensen weten, oké er zit er zit gif in mijn lichaam. En dat is natuurlijk wel een onderwerp wat enorm beladen is.
De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ik wil heel even, maakte opmerking, er zit gif in mijn lichaam. Ik kan u vertellen dat er gif in mijn lichaam zit, dat gif in ons aller lichaam is, dat er niemand meer op aarde is waar geen PFAS meer in het lichaam zit. Die mensen zijn niet meer te vinden. Dus de vraag is niet of dat gif in ons lichaam zit, de vraag is of, en dat daar zou ik denk vooral de adviezen van onze Omgevingsdienst en de experts bij betrekken, heeft het zin om zoiets verder te onderzoeken? En mijn vraag is, die expertteams geven aan dat dit op dit moment niet verstandig is. En dan verbaast het me dat we dan toch lokaal soort van motie hebben om dat dan wel te doen, terwijl we juist ons proberen zo goed en zorgvuldig mogelijk te laten informeren, omdat we juist heel zorgvuldig ook met kennis en ook de gezondheid van onze inwoners moeten omgaan. De heer Gündogdu: Met dat laatste ben ik het helemaal eens, mijnheer van Dam. We moeten heel zorgvuldig omgaan met de gezondheid van onze inwoners. Maar over experts gesproken, één expert, en dat is een vrij recent voorbeeld, één expert Waterschap Hollandse Delta geeft aan, met onze wateren, grondwater, daar is eigenlijk niks mis mee. Even een mijn bewoordingen.
En RIVM zegt, normaliter zouden we vanuit de politiek of vanuit de provincie een opdracht moeten krijgen voor een onderzoek, maar we wachten niet op hun, want de signalen zijn zo drastisch, of zo ernstig, dat we actie gaan ondernemen. Dus over experts gesproken, er zijn zoveel experts, er zijn zoveel meningen over dit onderwerp dat wij vanuit onze rol, Wij staan voor dit eiland en onze bewoners, nou eens die duidelijkheid willen geven. We kunnen het probleem van mogelijk gif in het lichaam vanwege al die bedrijven niet verhelpen, maar we kunnen wel in ieder geval een antwoord geven in hoeverre hun gezondheid is geschaad door de uitstoot van dat bedrijf. We zitten nu eenmaal met die bedrijven op ons eiland. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter tot slot, ik deel die opvatting dat je duidelijkheid wil geven maar ik ben toch heel bang, en juist op basis van de experts op het gezondheidsgebied, dat je die duidelijkheid niet kan gaan geven, ook niet als je weet hoeveel gif er in je lichaam zit. En daar sluit ik het graag mee af.
43
De heer Gündogdu: Even een laatste reactie voor zover, ik denk dat het wel degelijk even wat uitmaakt of je zomaar gif in je lichaam hebt vanwege welk gegeven dan ook, of dat je in de nabijheid woont van een bedrijf waarvan nu al bekend is dat in een wijde omtrek van minimaal vijf kilometer er ernstige afwijkingen kunnen zijn in de bloedwaarde vanwege die uitstoot. Ja, dat is nogal wel belangrijk om dat te weten en mogelijk vervolgens daar ook naar te handelen. Dat is mijn laatste reflectie. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Gündogdu: Ik was klaar, voorzitter. De voorzitter: Dan kunt u ook verder gaan, terug naar uw stoel. Dank voor uw inbreng. We gaan naar, ja er is een motie, motie 30. We gaan naar de SP-fractie, de heer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik zal eerst aangeven waarom we als SP deze Kadernota niet kunnen ondersteunen en daarna zal ik in vogelvlucht langs de amendementen en de moties gaan. Wij zien in deze Kadernota eigenlijk geen inzicht in wat we eigenlijk uit gaan geven, waar het vandaan komt, wat de ontwikkelingen zijn. Een heel algemene termen wordt er slechts over percentages, dit of dat, over het korten gesproken. Dat is één ding. Het tweede is, we hebben er dit keer geen amendementen over ingediend, zien we nog steeds geen belastingrechtvaardigheid.
De woonlasten in onze gemeente zijn voor eigenaar-bewoners redelijk op peil, voor huurders ligt ze wat hoog, voor eigenaren van zakelijke onroerend goed heel laag. Dus wat ons betreft zouden ook de gemeentelijke belastingen rechtvaardiger kunnen, daar zien we geen stappen in. Een ander bezwaar is inderdaad de ‘…’ of het idee van dat we naar 140.000 inwoners zouden moeten om financiële problemen nu en in de toekomst te voorkomen. Wij denken dat dat een, A, veel te hoog gegrepen ambitie is en dat het leidt tot veel meer drukte op ons eiland en eigenlijk tot meer problemen in plaats van minder problemen. En als we het over dreigende financiële problemen hebben, dan zien we te weinig urgentie om dat in kaart te brengen. Er wordt gewacht tot volgend jaar terwijl we denken dat we ons nu moeten concentreren op de zaken die voor onze inwoners echt van belang zijn, zoals betaalbare woningbouw, groen en een leefbare omgeving. Voorzitter, dan de moties en amendementen. Er is veel gesproken over het schandalige, zeg maar misdadige beleid van Chemours in de vergiftiging van onze omgeving. Als gemeente moeten we naast onze bewoners staan in de strijd om gebruik en productie van PFAS stop te zetten. Helaas ligt dat bij andere overheden die nog te vaak hun oren laten hangen naar de macht van de chemische industrie.
Wat we als gemeente wel kunnen doen, onder andere, is juridische ondersteuning bieden of in ieder geval advies, dus die motie ondersteunen wij van harte, maar ook inderdaad een bevolkingsonderzoek aanbieden. Ik reageer even op de woorden van de heer Timmers die zegt, de GGD raadt het af, omdat je uiteindelijk toch niks aan het gif in je lijf kan doen. Dat klopt, daarom moet het ook op vrijwillige basis gebeuren. En ik denk wel dat het mensen duidelijk gemaakt moet worden, er is geen manier om het eruit te halen. Aan de andere kant zou het mensen wel ja duidelijkheid kunnen geven en misschien ook een basis voor claims als ze inderdaad in de toekomst wel degelijk problemen gaan ondervinden als gevolg, of waarschijnlijk als gevolg van deze PFAS.
44
Want dat is het lastige, je hebt nooit een één op één-verhoudingen tussen zoveel PFAS in je bloed, dus je krijgt dit of dat. Het is altijd een kwestie van risico's en percentages, maar dat het giftig en gevaarlijk is, dat is buiten kijf. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers bij interruptie. De heer Van Dam-Timmers: Dank voorzitter, ik ben heel blij met wat de heer Portier eigenlijk zegt over het genuanceerde verhaal. Want ik denk dat het hier wel heel belangrijk is. Want het probleem met al dit soort onderzoeken is dat de risico's heel ingewikkeld zijn en dat het heel moeilijk is om op individuen toe te passen en het kan wel heel veel zorgen geven. Dus ik vind het wel van groot belang dat je altijd daar heel veel oog voor hebt, omdat je veel ellende veroorzaakt als je mensen kennis geeft die ze niet kunnen verwerken of niet kunnen toepassen op hun persoonlijke situatie. Is meer eigenlijk een opmerking dan een vraag. De heer Portier: Voorzitter, ik begrijp de reactie van de heer Timmers, het is dus ook altijd een discussie bijvoorbeeld met prostaatonderzoek.
Als je iedereen gaat onderzoeken, blijkt dat heel veel mensen prostaatkanker hebben die het anders nooit gemerkt zouden hebben, dus wat voegt het toe? Dus daarom denk ik dat het wel belangrijk is dat als we het onderzoek aanbieden, dat een goede voorlichten gegeven wordt, dat mensen afgewogen keuze kunnen maken of ze wel of niet eraan het deelnemen. Voorzitter, als de heer Times er geen reactie meer op heeft, dan ga ik verder met mijn betoog. Voorzitter, van harte ondersteunen we ook de motie om een proef te doen met het afschaffen van de afvalpas. Als mensen de moeite nemen om een zak afval naar de container te slepen, maar hem dan alsnog niet erin doen, dan is dat wellicht, of zeer waarschijnlijk, omdat ze geen pas hebben, of misschien geen pas bij zich hebben. Dat kan wel voor gebeuren met arbeidsmigranten, tijdelijke huisvesting die hier niet ingeschreven staan in het bevolkingsregister, of mensen die de pas kwijt zijn en niet even 5 euro kunnen missen om een nieuwe aan te schaffen. Wat ons betreft, zou de pas direct afgeschaft mogen worden, Maar we hopen dat in ieder geval de hele raadsel zich kan vinden in een proef om dat in een wijk te doen en te zien wat het effect daarvan is. Wat ons betreft kan de hele proef direct ook aangevuld worden met het afschaffen van een betalen voor grofvuil.
Voorzitter, het amendement rond de steigers en de recreatie, uitgave voor de Biesbosch van de Partij voor de Dieren, amendement en de moties, die steunen wij want een half miljoen investeren in de hoop dat er meer geld uit te halen valt, waarbij dan recreatiedruk toeneemt, terwijl er echt genoeg paden en mogelijkheden op te fietsen en te kanoën zijn, dat is wat ons betreft niet zinvol. De minder vergaande motie van het CDA voor inzicht in de raad, die steunen wij. En dan even over de motie van de excuses. Mijn grootste bezwaar hiertegen is dat net gedaan wordt alsof de hele bevolking van het westen in het algemeen, en dan voor nu van Dordrecht in het bijzonder, als één geheel gezien wordt zonder klassentegenstellingen. Voorzitter, er zijn verschrikkelijke dingen in het verleden gebeurd. De voorzitter: Heel even, mijnheer Portier, er ligt geen motie over de excuses. De heer Portier: mocht er een motie komen. De voorzitter: Maar gaat u rustig door.
45
De heer Portier In ieder geval, voorzitter, er zijn verschrikkelijke dingen in het verleden gebeurd, denk aan de koloniale oorlog in Atjeh waar 1 miljoen van de 4 miljoen inwoners om het leven kwam in het belang van de Koninklijke Olie, nu ook bekend als Shell. Het westerse imperialisme waarbij slavenarbeid, contractarbeid en andere verschrikkelijke vormen van uitbuiting en onderdrukking hebben geleid tot rijkdom van een kleine groep mensen in het westen en tot een enorme schuldenlast en afhankelijkheid van landen in grote delen van de wereld zou wat ons betreft niet moeten leiden tot excuses maar tot een einde aan deze uitbuiting en onderdrukking, annulering van de schulden aan het IMF en Wereldbank van de Derde Wereld en tot onteigening van de multinationale ondernemingen die op deze uitbuiting gebaseerd zijn, waarbij de gemeenschappen in ieder land de volledige controle krijgen over grondstoffen en productiemiddelen. Dank u. De voorzitter: Waarvan akte. Dank u wel. We gaan naar de overkant, Forum voor Democratie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik kom even hier staan omdat ik een presentatie heb voorbereid en dat is dan toch mooi als dat vanaf deze plek kan.
Ik wilde mijn betoog beginnen met een opmerking die collega Den Heijer van de VVD ook al heeft gemaakt, en dat is dat ik vind dat we deze Kadernota met zijn allen toch wel op een hele fijne en constructieve manier hebben gedaan. Dus ja, complimenten eigenlijk, ook voor college en raad daarvoor. Voordat ik over deze motie ga praten wil ik ook nog wat anders aangeven. Er zijn heel wat moties voorbijgekomen natuurlijk, wij gaan er ook een aantal steunen. En wat ik toch wel interessant vind om te zien, is dat je merkt dat in deze tijden je ziet dat mensen wel een vorm van controle willen houden. De dingen gaan lastig, de dingen veranderen, er zijn wat minder leuke dingen aan de gang. En dan hebben we het gevoel dat we daar controle op moeten houden, heel logisch. De vraag is alleen of dat dat het meeste gaat opleveren. Soms als je de controle wil houden, dan bied je andere dingen geen mogelijkheden. En als dingen moeten gaan veranderen, dan moeten dingen eerst naar de oppervlakte komen, dan moeten dingen aan het licht komen, want het moet naar de oppervlakte komen zodat het kan veranderen.
En wat als dit de verandering is waar we allemaal om hebben gevraagd? En als we dat dan in de weg gaan staan, kan die verandering dan wel tot stand komen? Die wilde ik even bij neerleggen en vervolgens heeft u allemaal kennis kunnen nemen van de motie die wij hebben ingediend en daar heb ik deze presentatie voor. En dat gaat over Dordrecht en haar parels. Dordrecht heeft een rijke historie, meegaan met de tijd biedt van kansen en zorgt ervoor dat iets kan groeien en kan meebewegen in de verandering. En sommige historische elementen vragen echter om eer en behoud om de waarde ervan in stand te houden. Het hoofd van de stad is de welbekende Groothoofdspoort, wat in het verleden de toegang was tot onze stad. Het pand heeft veel gezien en meegemaakt en die historie is vandaag de dag nog sterk aanwezig in het prachtige gebouw.
In de achttiende eeuw werd Bellevue gekocht door Jean Boudier en bleef zo'n anderhalve eeuw in het bezit van deze familie tot de verkoop in 1905 aan Herre Tijsma en dat stukje heeft u ook in de motie kunnen lezen, dat Herre Tijsma iemand was die eigenlijk al schulden had en weer schulden aanging om dit pand te kopen en uiteindelijk eigenlijk ook niet eens de schulden kon aflossen. En als ik dan terugkijk, dan lijkt het wel het begin van iets waarbij men vanuit schuld, vanuit overleving, vanuit gebrek, een relatie
46
met dit pand aanging. Een leuk stukje historie is de paardentram. De paardentram werd ingezet op de lijn Groothoofd, Scheffersplein en het station vanaf juni 1879 tot april 1904. Door de komst van de elektrische tram kwam er op 31 december 1918 een einde aan de paardentram. De gemeenteraad wilde eigenlijk nog twee jaar verlengen, maar het bleef bij een jaar. Leuk om die invloed van de gemeenteraad toen ook al te zien. De welbekende Grote Kerk, de Voorstraat is de verbinding van de poort en de Grote Kerk met halverwege het mooie stadhuis en deze drie gebouwen vormen de magische driehoek. Meer informatie ook over de familie Boudier en Bellevue is te vinden in één van de publicaties van de Vereniging Oud-Dordrecht, in dit geval de zevenendertigste jaargang in 2019, waar ook wat mooie foto's van onze burgemeester te vinden zijn. Die staan niet in de presentatie. En hier nog op een rijtje, de magische driehoek, de poort, het stadhuis en de Grote Kerk, iconische gebouwen in Dordrecht. En de poort is de enige die leegstaat. We zien graag de welvaart weer terug in Dordrecht. Uit historisch onderzoek is gebleken dat de kern van de poort zijn oorsprong heeft in de veertiende en vijftiende eeuw en later zijn er delen aangebouwd en bijgebouwd.
En voordat Bellevue een hotel werd was het onderdeel van het poortgebouw en het werd vaak gebruikt om mensen vast te houden die niet toegelaten werden tot de stad. Dan gaan we toch even kijken naar het verval, want er zijn artikelen, diverse artikelen te vinden waaruit blijkt dat diverse eigenaren en exploitanten geen succes hebben kunnen maken van het hotel en restaurant en meerdere faillissementen hebben plaatsgevonden sinds de jaren tachtig tot nu. U ziet hier ook de maagd die op de gevel van het gebouw staat en de oudste vermelding van de maag dateert uit 1549. Volgens Wim Veerman stond de maagd symbool voor de onneembaarheid van Dordrecht en tevens het teken van de suprematie van Hollands oudste stad. Dordrecht was door deze maagd dus niet te veroveren en had oppergezag. Maar wat als deze maagd op de gevel stond om te verbergen wat er eigenlijk achter de muren plaatsvond? Want wat er ook gebeurde in dit gebied was de Dordtse stadsgalg. In Zwijndrecht op de hoek van De Noord en de Oude Maas stond het Galgenveld, vanaf 1346 stond hier de Dordtse stadsgalg die de gemeentebestuurders naar de overkant van de rivier hadden verplaatst om de bevolking te vrijwaren van de nare lucht die daar pleegde te zweven. In 1846 zijn de laatste misdadigers opgehangen, dus dat is 500 jaar dat er heel wat is gebeurd en heel wat mensen zijn opgehangen.
En ze hebben het hier over misdadigers, maar er is ook een gerucht dat het niet altijd misdadigers waren, dat het soms mensen waren die niet schuldig waren maar die werden opgehangen om als voorbeeld te dienen dat met Dordtenaren niet te sollen viel. Wat zou er volgens ons nodig zijn? Heel graag zouden wij zien dat het iconische poortgebouw weer van en voor de stad gemaakt wordt. Vanuit technisch oogpunt kan het poortgebouw niet zonder Bellevue en de eigenaar van het pand weet ook te vertellen dat er een brandroute is en die brandroute loopt van het poortgebouw en als er brand is dan moet je dus via Bellevue naar buiten. Dus als Bellevue niet open, kan ook de poort niet open. Bellevue kan zonder de poort, maar de poort kan niet zonder Bellevue. En de onthoofding blokkeert de welvaart. Het kopstuk van Dordrecht mag weer functioneren. Door erkenning en herstel zou dat pand weer tot bloei komen en kan de welvaart terugkeren. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Stolk.
47
Mevrouw Stolk: Ik vind het een mooie spreekbeurt hoor, van mevrouw Pichel, maar volgens mij zijn de vijf minuten allang voorbij. De voorzitter: Dat klopt, maar ik zag dat mevrouw Pichel bij haar laatste pagina was en ik ben weleens vaker coulant. Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. Klopt, ik was inderdaad bij de laatste pagina en daarbij stel ik de vraag, welke toekomst gunnen we dit gebouw, deze stad en de inwoners door dit pand in ere te herstellen? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Pontier. De heer Portier: Voorzitter, is mevrouw Pichel ervan op de hoogte dat een groot deel van de panden aan het Groothoofd in de vorige periode voor een luttel bedrag aan een projectontwikkelaar zijn verkocht? En nu vraagt u van de gemeente, als ik het goed begrijp, om Bellevue weer tot eigendommen te maken. En wat moet er dan mee gebeuren? Mevrouw Pichel: Ja voorzitter, in de motie roepen we inderdaad op, het college, om hier zich in te verdiepen in wat de mogelijkheden zijn. En onze vraag is niet, college koop het pand. Maar het is meer ter inspiratie om te kijken wat we hiermee kunnen doen. Er zijn inderdaad diverse investeerders, het zou een mogelijkheid zijn, Dordrecht hoeft het niet zelf te kopen, er is een mogelijkheid om samen te werken met investeerders.
En ja, een heel mooi voorbeeld vind ik ook hoe we de onthulling hadden van het schilderij van Samuel van Hoogstraten, wat ook een samenwerking is geweest met het college, de raad, diverse investeerders. Het is van en voor Dordrecht, dus dit mag ook met iedereen samen gebeuren. En hoe we dat precies vorm gaan geven, dat laat ik eigenlijk nog vrij. En wellicht bestaat die mogelijkheid helemaal niet, maar ik zou het heel mooi vinden als ze wel kunnen kijken wat er wel kan gebeuren. Ik hoop dat dit antwoord is op vraag van de heer Portier. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik nog een vraag van de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, die is eigenlijk hiermee beantwoord. We waren op zoek naar wat nadere duiding over wat het van en voor de stad en het samenbrengen van poort en hoofd betekenen. Maar dat is net wel iets meer toegelicht dan dat we uit de motie en eerdere toelichting konden halen. Dank u wel De voorzitter: Dat was het? Mevrouw Pichel: Ja, dat was het. Ik neem aan dat de heer Noldus verder geen toelichting meer nodig heeft. De voorzitter: Helder, dank u wel voor uw betoog en ook uw mooie presentatie. Gaan we tot slot naar Fractie van Waardhuizen. Het woord is aan mevrouw Van Waardhuizen. Gaat uw gang. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank voorzitter. Ik zou nu in deze tweede termijn onze eerste termijn kunnen herhalen en dezelfde vragen kunnen stellen. Dit omdat er
48
ondanks toezeggingen nog steeds geen reactie op is gegeven. Maar goed, we nemen aan dat wethouder dit alsnog gaat doen. De in de eerste mijn ingediende moties zijn inmiddels besproken in de commissie en voorzien van een collegeadvies. Op basis daarvan, voor wat betreft onze eigen moties, motie M23 parkeren is echt de zorg, deze laten wij ongewijzigd. We zijn ons er terdege van bewust dat er al diverse regelingen zijn in het parkeerbeleid en dat er gewerkt wordt aan een zorgverlenersvergunning. Dus het zou mooi zijn als hetgeen in de motie gevraagd wordt daarbinnen opgevangen kan worden. Motie M24, inclusie in Dordrecht is nou een illusie, deze trekken we in en dienen wij samen met VSP en SP een nieuwe motie in getiteld, inclusie bij evenementen is ook gewoon. Het deel met betrekking tot organiseren van avondjes voor mensen met fysieke dan wel mentale beperkingen trekken we daarmee in. Met de aangepaste motie vragen we daarom specifiek aandacht voor sanitaire voorzieningen bij evenementen voor mensen met een beperking. Motie M25, een gemeentelijk zorg adviseur kan ontzorgen, uit de bespreking… De voorzitter: Interruptie, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja, een vraag over die laatste motie, inclusie bij evenementen is ook gewoon.
Wat Fractie van Waardhuizen hierin voorstelt is dat het college wordt verzocht op evenementen in onze stad een sanitaire ruimte te creëren voor mensen met een beperking. Is dat niet een verantwoordelijkheid van de organisator van het evenement? Vraag ik aan mevrouw van Waardhuizen. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Voorzitter, dank. Dank voor de vraag van de heer Groenewege. Dat is ook hetgeen we beogen met de motie, dus mocht daar onduidelijkheid zijn in de verwoording dan kunnen we daar altijd nog even naar kijken. Maar in die zin is het wat ons betreft wel echt de verantwoordelijkheid van de organisatoren. Het zou wel mooi zijn als het gewoon meegenomen wordt in het evenementenbeleid van de gemeente, dat daar in ieder geval aandacht voor is ook bij organisaties van dergelijke evenementen. De heer Groenewege: Voorzitter, dan zou ik namens de Partij voor de Dieren toch het verzoek willen neerleggen bij mevrouw van Waardhuizen om dat dictum wat helderder te formuleren, zodat het echt duidelijk wordt dat de verantwoordelijkheid bij de organisator ligt en niet bij het college. Want op dit moment is dat wel een bezwaar voor ons bij deze motie. De voorzitter: Gaat u verder.
Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Motie M25, een gemeentelijk zorgadviseur kan ontzorgen, uit de bespreking en de reacties die we erop terug hebben gekregen merken we dat niet helemaal duidelijk wordt wat we bedoelen en proberen te bewerkstelligen met deze motie. We zullen deze daarom nader uitwerken om dit op een later moment verduidelijkt de revue te laten passeren. Voor nu trekken we deze motie dan ook in. De voorzitter: Dank. Dat betekent dat u één motie vervangt en aanpast, die mag u … Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Jazeker, ik heb nog een klein stukje woordvoering, als ik die af mag maken zou dat fijn zijn. Als klein tussenstapje ook nog even een korte
49
reactie met betrekking tot de Kadernota, Fractie van Waardhuizen vindt het nog steeds jammer dat in de bespreking van de Kadernota de jaarrekeningcijfers niet meegenomen konden worden. Deze incidentele middelen hadden een opzet kunnen vormen voor incidentele gevraagde middelen, middelen die nu in feite nagenoeg niet aanwezig zijn, zeker niet op lange termijn. Maar vanuit de krapper wordende financiële situatie begrijpen wij de lijn die het college daartoe wil volgen, maar daarbij stellen we wel de kanttekening dat we ook in financieel glorieuze tijden afhankelijk zijn van het rijk. Met oog voor de financiën heeft Fractie van Waardhuizen ook naar de moties gekeken en een afweging gemaakt om voor of tegen te gaan stemmen. We proberen realistisch te kijken naar nut en harde noodzaak van hetgeen gevraagd wordt door partijen en zoals door inwoners is aangegeven, de leefbaarheid moet leidend zijn. Wat Fractie van Waardhuizen betreft is leefbaarheid belangrijker dan de gewenste groei van het inwoneraantal. Groei die in feite niet tegen te houden is, maar niet op alle fronten gestimuleerd hoeft te worden. En natuurlijk heeft iedere partij zijn gedachten over wat leefbaarheid is. Echter op een aantal vlakken is Fractie van Waardhuizen van mening dat een bijstelling van het beleid in het belang van onze inwoners noodzakelijk is.
Daarbij doelen we onder andere op ons afvalbeleid, zoals collega Stam ook al heeft aangegeven. Met betrekking tot Chemours is ook Fractie van Waardhuizen meer dan ontstemd over de gedeelde uitkomst via Zembla. Lokaal in ieder geval een pluim voor de partijen die dit al jarenlang hebben uitgedragen en wekelijks voor de poort staan van het bedrijf. Als laatste voorzitter, ik ben niet alle moties langsgelopen, maar bij diverse moties zullen wij een stemverklaring afgeven. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we daarmee de eerste mijn van de raad gehad. Ik wil nog een keer de gelegenheid geven voor mensen die zeggen, ik heb toch nog een wijziging in mijn motie en ik wist dat mevrouw Schnabel daar eentje van was. Gaat uw gang Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een kleine verandering in de motie stimuleren van weerbaarheid jongeren op het mbo toegevoegd al eerder en dat is dat we Stichting MBO hebben weggehaald. De voorzitter: Dat betekent dat u motie M15 intrekt en daar een nieuwe motie voor indient, dat is motie M15A. Heel goed, dan hebben we denk ik de tweede termijn van de raad daarmee gehad en dan stel ik voor dat we even pauzeren tot vijf uur, tien minuten en dan doorgaan met de beantwoording vanuit het college. De vergadering is geschorst, tot straks. Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend.
Voor zover nodig neemt u uw plaatsen weer in, alstublieft, stilte graag. We gaan verder met de tweede termijn van het college. Als eerste geef ik graag het woord aan de wethouder Financiën, wethouder Heijkoop. Gaat uw gang. En ik wil alle collegeleden ook graag verzoeken om zich te beperken tot eventueel nieuw ingediende moties en amendementen en vragen die gesteld zijn. Gaat uw gang. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank wel. Dank aan u als raad voor uw tweede termijn en ik zal me inderdaad beperken tot de vragen die zijn gesteld en kort ingaan op de moties
50
die ook in tweede termijn in stand zijn gehouden of opnieuw zijn ingediend. Enkele vragen die zien eigenlijk op de financiële situatie van de stad. Er zijn nog wat aanvullende opmerkingen en vragen over gesteld vanuit Beter Voor Dordt. Het gaat over meerjarenbeeld, de urgentie die wordt ervaren vanuit het stadsbestuur. Ik kan in ieder geval aangeven als wethouder Financiën dat wij niet in een paniekmodus zijn, maar we voelen natuurlijk wel de urgentie en daarom gaan we zeer bijtijds met u het traject opzetten om uiteindelijk op de langere termijn tot bezuinigingen te komen. En dat zit eigenlijk op de periode 2026 en verder, daar hebben we het over maar sommige bezuinigingen zijn niet direct te effectueren, dus we willen dat gewoon vroegtijdig starten. Dat hebben we ook in de commissie al met elkaar gedeeld. En als het gaat over de positie van de raad, ook waar het gaat over hun controlerende functie, vanuit Beter Voor Dordt werd de opmerking gemaakt over de Dordtse prestatie-indicatoren, ik zou bijna willen zeggen dat is een lang gekoesterde wens en daar moeten we ook zeker werk van maken. Ik moet zeggen vanuit de Planning & Control-mensen ligt nu echt de eerste prioriteit bij het op orde krijgen en het afronden van de jaarrekening.
Maar we willen graag direct na de zomer met u in gesprek over hoe die indicatoren eruit zouden kunnen zien, dat met u bespreken en dan wellicht wat later het jaar ook tot een definitieve set te kunnen komen. We vinden het belangrijk dat u als raad bij monde van de auditcommissie daarbij in positie brengt. En volgens mij vergadert u kort na het reces, eind augustus. Wellicht kunnen dan wat aan u aanbieden en kunnen dat opwerken richting eind van het jaar. Ook Op ons Eiland heeft daar vragen over gesteld. Als het gaat over dat meerjarenperspectief, dan willen we niet alleen maar kijken naar de huidige uitdagingen, de min 30 miljoen, want ik denk eigenlijk, dat heb ik ook al eerder aangegeven, dat getal dat gaat nog wel wat gematigd worden. Het rijk zal over de brug komen. Maar we willen ook naar de toekomst toe een robuustere begroting krijgen, dus ook waar het gaat over de vastgoedinvestering op de langere termijn, we willen daar eigenlijk op een meer solide manier op gaan begroten. Daar heb ik ook met de collega's over gesproken. Dus dat nemen we ook mee in dit traject. Voorzitter, de seniorenpartij, komt nog even terug ook op de Eneco-miljoenen zoals ze in de wandelgangen heten, de 370 miljoen.
We hebben als raad, u heeft als raad, wij hebben als college met u dat ook zo besproken en volgens mij heeft u bijna, in ieder geval een grote meerderheid, vastgesteld dat we een echt, een ambitieuze groeiagenda daarmee willen financieren, een grote investeringsagenda die de stad echt sterk moet maken, die investeert in bouwen, wonen, groen, Dorwijkzone. Maar ook in onze inwoners, het bijdragen aan de ontwikkelmogelijkheden van de jongste inwoners, maar ook via Glansrijke Toekomst in de fase daarna. En dat is echt iets anders dan de meerjarenexploitatie waar ik het zojuist over had. Die agenda moet ertoe leiden dat onze stad in de volle breedte sterker wordt sociaaleconomisch gezien en dat moet er uiteindelijk ook toe leiden dat onze stad er over tien, twintig jaar weer net ietsje mooier bij staat als dat nu al het geval is. Voorzitter, als ik inzoom op de moties, er zijn een aantal moties opnieuw gewijzigd ingediend. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een verduidelijkende vraag. U heeft het over 2026, 2027, dan zitten we al in een nieuwe periode. Kunt u aangeven als we in dit tempo
51
doorgaan en we niks veranderen aan de programma's die eraan komen, hoe laat u de stad dan achter als wethouder Financiën? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, die agenda is niet van dit college en die agenda is ook niet van het vorige college. Die meerjareninvesteringsagenda is van de stad en van de opvolgende gemeentebesturen, zowel college als raad. En wij willen juist heel zorgvuldig en solide daarin zijn door niet nu een greep in die grote reserves te doen, maar gewoon onze structurele exploitatie op orde te brengen. En daar hoort bij dat je ook naar structurele baten en lasten kijkt. En waar het gaat over die structurele baten verwachten we echt dat het gemeentefonds, dat daar nog wel wat perspectief vandaan komt, maar we moeten desalniettemin ook naar onze lasten kijken. Want op onderdelen leven we op iets te grote voet nu en daar moeten we bijstellingen in doorvoeren. Maar ik durf te zeggen dat we de stad solide gaan achterlaten. Dat wil dit college, dat wilt u als raad en dat is ook zeker mijn persoonlijke ambitie als wethouder Financiën. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ja voorzitter, dank u wel.
Voordat de wethouder overgaat tot de moties en amendementen, wij hadden in onze bijdrage ook nog aandacht gevraagd voor de incidentele uitgaven die al meerdere jaren doorlopen, om daar in een overzicht met elkaar in de commissie een discussie over te kunnen hebben of we dat op die manier blijven doen, of dat er toch via een structurele financiering moet worden begroot. De heer Heijkoop. Voorzitter de heer Schalken heeft daar een zeer terecht punt. We doen veel met incidentele middelen., Is voor een deel ook inherent aan de begrotingssystematiek van het rijk. Tegelijkertijd streven wij er ook naar om een aantal van die incidentele wensen toch meer structureel te maken. De heer Portier heeft daar in de eerste termijn destijds ook al aandacht voor gevraagd. Want ook de provincie in haar toezichthoudende rol, die heeft de vinger er al wel bijgelegd dat een aantal beleidsmensen die we nu incidenteel financieren toch wel een wat structureel karakter zouden moeten krijgen. Denk daarbij aan het dorpspas, maar ook bijvoorbeeld aan het lastenniveau voor hondenbezitters waarvan je eigenlijk ze moeten zeggen van ja, ga je dat nou wel of niet in de toekomst ook doorzetten? De heer Schalken-den Hartog. Voorzitter, ik zie dat de heer Portier er ook op wil reageren maar ik heb nog een korte vervolgvraag, als het mag.
Is het dus zo dat we daar met elkaar na het zomerreces over komen te spreken? Want dat is eigenlijk wat ik graag zou willen horen. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, voor een aantal van deze wensen geldt dat in principe de financiering loopt tot 2026, tot en met eigenlijk deze huidige collegeperiode. Dus dat raakt ook heel nadrukkelijk dat perspectief dat hierna komt. Dus we betrekken dat ook zeker bij de bredere bespreking. Het is wel een politieke keuze geweest van deze coalitie om op deze manier deze incidentele middelen in te zetten. Maar naar de toekomst toe moeten we daar ook met elkaar keuzes in maken. En ja, ik zal zeker ook aan de collega's in het college voorleggen om al bij Kadernota 2025 hier wat richtinggevende uitspraken over te doen, omdat dat ook met de continuïteit van dit soort maatregelen te maken heeft.
52
De heer Schalken-den Hartog: Als laatste, voorzitter als ik nog even mag, kan er dus een soort overzichtje worden opgeleverd waarin duidelijk is over welke punten dat dan gaat. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, en u kent een aantal, want dat zijn de incidentele beleidswensen vanuit dit coalitieakkoord, maar er zijn meer incidentele uitgaven en dat dat heeft gewoon te maken met één op één incidentele middelen die we vanuit het rijk krijgen via specifieke uitkeringen en die zullen we proberen voor u ook inzichtelijk te maken. Het is niet allemaal dat je daar alles van kan vinden, want sommige uitkeringen vanuit het rijk, daar krijg je ook echt een doelstelling bij mee en daar moet je het ook aan uitgeven, anders moet je terugbetalen. Maar we kunnen u daar wel in meenemen en wat meer inzicht in geven, zeker. De voorzitter: De heer Portier was eerst. Gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, de wethouder had het er even over dat ze misschien op te grote voet leven. Dat kan zo zijn, maar het kan misschien ook zijn dat we te kleine schoenen krijgen van het rijk.
Dus ik denk, als we eenmaal goed in kaart hebben van waar we redelijkerwijs op kunnen bezuinigen, zonder essentiële voorzieningen aan te tasten en we komen dan nog geld te kort, moeten we dan niet de strijd aangaan om gewoon dat geld op tafel te krijgen van het rijk en misschien deels vanuit belastingen, maar … De heer Heijkoop: Ja voorzitter, vanuit het politiek akkoord streven de partijen ernaar om het lokaal lastenniveau voor de inwoners laag te houden, en ook voor bedrijven. Tegelijkertijd is dat onderdeel van de bredere discussie, voorzieningenniveau versus lastenniveau. Laat onverlet dat wij dus wel de ambitie hebben om die lokale lasten beheersbaar te houden en ook niet sneller te laten stijgen dan de inflatiegetallen. Parallel daaraan loopt met het rijk ook de discussie over verbreding van lokaal belastinggebied. Dus dat betekent dat je niet alleen de ozb, een aantal heffingen, hondenbelasting en dergelijke, maar dat je meer belastingen zou kunnen heffen. Alleen vanuit de Nederlandse gemeenten zeggen we dan wel, en dat is wel echt een breder standpunt, dat zou niet en en moeten zijn, dan moet dat hand in hand gaan met een lastenverlaging bij de rijksoverheid. Maar ik voorzie eigenlijk dat daar de komende jaren nog geen ei over gelegd zal worden, dus dat we daar ons niet al te veel op moeten focussen.
De voorzitter: Mijnheer Portier tot slot en dan gaan we naar mevrouw Stolk. De heer Portier: Ik heb hier niet een pleidooi over belastingverhoging gehouden. Ik zeg dat op sommige punten kun je kijken waar de belasting nu erg laag is, dan denk ik met name aan de vastgoedondernemers, maar ook inderdaad, als we nu geld tekortkomen we dat gewoon op tafel moeten leggen bij het rijk, we hebben deze taken, dit is wat we moeten doen, dit is het geld wat we nodig hebben maar we krijgen te weinig, dus alsjeblieft, of niet alsjeblieft, kom over de brug rijk. Wij hebben dit geld gewoon nodig. En daar de strijd voor aan te gaan. De heer Heijkoop. Ja voorzitter tot slot, dit soort scenario's worden ook vanuit gemeenteland naast elkaar neergezet. Op dit moment is de commissie Rinnooy Kan aan
53
het werk en die adviseert de gemeenten op dit punt. Dus hoe kun je ermee omgaan? Moet je eventueel een aantal akkoorden op zeggen? Moet je bepaalde taken teruggeven? Allemaal dat soort varianten komen daarin aan de orde en dat komt best wel nauw, want sommigen zijn echt een paardenmiddel, bij anderen zou je kunnen zeggen, ja dat raakt het rijk op geen enkele manier, dus daar maak je weer geen impact mee. Die balans moeten we vinden en dat wordt op VNG-niveau het onderzoek nu uitgevoerd door de heer Rinnooy Kan en op het moment dat daar meer over bekend is, zullen wij ons daar ook als gemeente Dordrecht toe verhouden. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, het is altijd mooi dat de heer Heijkoop het altijd over de VNG en het rijk heeft, maar wij zitten hier voor Dordrecht, dus daar wil ik het ook even toe beperken. En als we het dan hebben over voorzieningen, de onderhoudskosten bijvoorbeeld, de onderhoudswerkzaamheden zijn niet voor 100 procent meegenomen in deze Kadernota. Nou is het niet zo erg dat wij voor de gek gehouden worden, maar ik vind het nog erger dat de inwoners voor de gek gehouden worden. Want u zegt, ja we zijn financieel valt het allemaal best wel mee en na 2026 dan komen eigenlijk de grote klappen.
Maar wat is nou het gevolg als we die onderhoudskosten wel, als u die wel had meegenomen in deze Kadernota, wat voor gevolg heeft dat dan voor de begroting? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, twee punten hierop. De discussie met het rijk, dat raakt alle 342 gemeenten en je kan als Dordrecht als de muis op de brug gaan stampen en tegen de olifant zeggen wat stampen we lekker. Nee, hier moet je echt collectief optrekken. En de vraag van de heer Portier zat ook nadrukkelijk op dat punt, welke scenario's heb je als gemeente? Als gemeente alleen heb je daar helemaal niets mee van doen, want dan heb je gewoon met de provincie als toezichthouder te maken. En ik wil toch echt wel, ik wil toch echt mevrouw Stolk wel oproepen om niet een soort van paniek te zaaien of een soort desinformatie te verspreiden, want onze begroting is in die zin redelijk inzichtelijk. Dat je op dit moment, structureel hebt heb je gewoon de boel naar de toekomst toe, heb je daar wat met elkaar te doen. Dat zit voor een deel in keuzes die in het verleden zijn gemaakt en mevrouw Stolk heeft gelijk hoe wij vastgoed destijds hebben geïnvesteerd, de grote projecten, Sportboulevard, Energiehuis, daar valt wat op af te dingen, maar dat is wel gewoon bewust gebeurd. Daar is gewoon een keuze voor gemaakt en die keuze is te verantwoorden.
Tegelijkertijd zeggen wij als college, nee daar willen we naar de toekomst toe toch anders mee omgaan omdat op het moment dat je dit soort van voorzieningen gaat vervangen, moet je daarvoor gesteld staan. En het gegoochel met tientallen miljoenen overschot en tientallen miljoenen te kort, dat doet niet helemaal recht aan de finesses die toch bij zo’n gemeentebegroting komen kijken. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, de wethouder geeft aan dat het paniek zaaien is. Vanuit de VSP vinden we het gewoon realistisch begroten, met twee benen gewoon op de grond blijven staan. Dus ja, dat mag u ons toe schuiven, maar wij geven nu al af dat in 2026, 2027 een aardige puinhoop achtergelaten wordt. Want als deze ambitie doorgaat en er niks verandert met deze groei na 140.000 inwoners, en ik herhaal hem nog maar een
54
keertje zodat we dat maar gezegd hebben voor de notulen, dan blijft er gewoon een puinhoop achter. De voorzitter: Wat mij betreft beantwoordt u die nog kort gaat u daarna even kort over op een duiding van de moties, want we hebben nog zes portefeuillehouders. De heer Heijkoop: Voorzitter, mevrouw Stolk stelt niet direct een vraag maar ik wil echt benadrukken dat de ambitieuze investeringsagenda die u als raad in grote meerderheid heeft vastgesteld, dat moet u niet elke keer door onze uitdagingen in de exploitatie heen trekken. Want dat doet gewoon geen recht aan het feit dat dat hele verschillende zaken zijn. En in 2026 hebben wij als stad de boel uitstekend op orde, want wij leven nu in 23 en we spreken nu met elkaar hoe we na de zomer met elkaar een traject gaan lopen. Dat zal tot keuzes lijden richting Kadernota 2025 met effecten op 2026 en 2027 en dan hebben we dat als stadsbestuur gewoon keurig op orde. En ik reken ook op mevrouw Stolk, die gaat over realistisch begroten, benen op de grond, dat u ook gewoon meedoet in die gesprekken om onze stadsbegroting op orde te houden. En godzijdank zijn we er bijtijds bij, gaan we met elkaar een zorgvuldig traject lopen en dat doen we echt samen. Maar er is geen enkele reden tot paniek en geen enkele reden tot zorg, want we gaan dit gewoon netjes met elkaar doen. Voorzitter, ik ga naar de moties.
Er zijn aantal moties die eigenlijk ook op dit punt zien, voorzitter, de motie 6A van de VVD en de motie 18A van het CDA. Vanuit het college zijn we eigenlijk van mening dat op het moment dat motie 18A, waar we positief over zijn … De voorzitter: Motie 18A bestaat niet. Dat is motie 29. De heer Heijkoop: Dat is geen A, maar 29. De voorzitter: Ja, dat komt omdat hij hem niet verving maar aanvullend was. Dus De heer Heijkoop: Ik sluit niet uit, voorzitter, dat ik straks nog wat meer moties verhaspel, maar ik reken op uw corrigerend vermogen. De voorzitter: Dat is zeker. De heer Heijkoop: Motie 29, daar zijn we vanuit het college enthousiast over, in die zin dat doet recht aan de rol die wij u als raad willen geven, goed in positie willen brengen. De oorspronkelijke motie 18, daar zijn we niet positief over, die vinden we het ook te gedetailleerd met simulatie en dergelijke, dat willen we eigenlijk niet op deze manier overnemen. Met motie 18A vinden we eigenlijk ook dat motie 6A daarmee overbodig is. Het is aan u raad om daar verder een oordeel over te vellen, maar motie 6A zit heel erg op het sociaal domein en daar wil ik toch enkele punten bij maken. De motie spreekt over dat 80 procent van de knelpunten zit in het sociaal domein. Dat is in technische zin, puur deze Kadernota lezend zou dat kunnen zeggen, maar dat doet geen recht aan hoe dat gewoon in de werkelijkheid zit.
Want deze knelpunten, dat is een technische categorisering van zaken die we gewoon nu moeten opnemen. Maar wat ik vorige keer ook heb aangegeven, een heel groot deel van de indexatie is gewoon nog niet verwerkt bij de verbonden partijen, dat heeft met hun begrotingscyclus te maken en het heeft ook met een technische wijziging bij de Jeugdwet te maken, dat gaat over het woonplaatsbeginsel. Dus ik wil wel echt benadrukken dat die knelpunten zitten in de
55
volle breedte, waar het gaat over de inflatie, en niet veel meer in het sociaal domein. En dat gezegd hebbende wil ik u bijvoorbeeld ook meegeven dat we vorige week besloten hebben bij beschermd wonen, onderdeel van de Wmo, waar we weer een overschot van meer dan 13 miljoen gaan verdelen onder de gemeenten. En die hebben voor een heel groot deel in onze begroting opgenomen. Maar ik vind het wel goed om u ook mee te geven, dat is ook onderdeel van het sociaal domein en al vele jaren hebben we daar enorme overgeschoten doordat we heel gunstig in dat verdeelmodel zitten. Dus daar past enige nuance in. En de motie van het CDA en het deel van de VVD, die gaan dus gewoon eigenlijk, Je wil als raad in positie zijn. We kijken naar het sociaal domein, een belangrijk onderdeel van de begroting, voorzitter, maar we kijken ook naar evenementen, bomenonderhoud, economie, onderwijs. We kijken naar de volle breedte van de begroting en gaan daar dan met elkaar het gesprek over aan van welke keuzes maken we daarin. En wij faciliteren u natuurlijk daarin om tot die keuzes te komen. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Mag ik dit dan opvatten, voorzitter, als een toezegging dat het college dan bij die herijking van het sociaal domein die keuzes inzichtelijk maakt? Maatschappelijk en financieel. De heer Heijkoop: Voorzitter, dat zeg ik toe vanuit het college.
Want ik snap dat u als raad daar goed in positie wil zijn. De voorzitter: Andere moties nog. De heer Heijkoop: Dat kan heel kort, voorzitter. Motie 14, die is er nog? Zeg ik even, motie 14 gaat over het jeugdeducatiefonds, in deze vorm ontraden we hem omdat er staat dat we het gaan doen. En ook de dekking vinden wij nog niet op orde. Ik heb richting mevrouw Schnabel aangegeven, wij zijn in gesprek met het jeugdeducatiefonds, wij willen een voorstel naar u doen toekomen op welke manier we dat jeugdeducatiefonds wellicht kunnen inpassen. Maar wat ik ook in eerste termijn al heb aangegeven, we hebben een aantal mooie initiatieven lopen, de MatchMakers, het jongerenteam vanuit de Sociale Dienst, jongeren op de rit, en willen dat daar echt goed in dat pakket opnemen en dat is niet vergelijkbaar met andere gemeenten die dit soort aanpakken soms niet hebben. Dus ik zeg u toe, wij komen naar u toe. Maar het acuut invoeren per 1 oktober en die dekking, ja dat kan in deze motie niet op onze instemming rekenen. De voorzitter: Ik zou eigenlijk willen vraag aan de andere collega's ook, collegacollegeleden om alleen de moties nog van een duiding te voorzien die dat nog niet zijn. Dus moties die al van een duiding zijn voorzien, die zou ik gewoon laten zitten. Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.
Dus als ik goed begrijp, dan komt wethouder dus met een voorstel naar de raad waarin gerepeteerd wordt over het Jongeren Perspectief Fonds en over hoe dat hier in Dordrecht zou kunnen inpassen en voor 1 oktober aankomende dus 2023. De heer Heijkoop: Dat is correct voorzitter.
56
Mevrouw Schnabel: Ja, oké. De heer Heijkoop: Voorzitter, nog één opmerking richting de Fractie van Waardhuizen. Want ja, enigszins in verlegenheid werd aangegeven dat die antwoorden en nog niet zijn. Ik heb nog echt even in mijn mail gekeken, donderdagochtend heb ik ze vrijgegeven. Dus ik hoop ergens dat ze wel bij u aanbeland zijn. Maar dan moet ik mij ook even tot, ik weet niet waar ze dan zijn, maar ze waren donderdagochtend echt helemaal rond, dus excuses van mijn kant maar ik weet eigenlijk even op dit moment niet waar ze zijn, voorzitter. De voorzitter: Maar ik neem aan dat in de digitale wereld die dingen, als ze kwijt zijn, terug te halen zijn ergens. Dus dat moet goedkomen. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik kan ze ook gelijk even doormailen, dan heeft de heer Stam van Fractie van Waardhuizen ze ook. De voorzitter: Iedereen moet ze hebben, dus even graag via de griffie. Goed, we gaan door, wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja voorzitter, ik zal me best doen om die vijf minuten weer wat tijd op in te lopen en dan alleen de moties af te lopen. De eerste is de M4A-motie over jongerenevenementen.
Ja, die willen wij nog steeds ontraden als college omdat er inmiddels een jongerenprojectbureau is, Stichting Talent And Dreams, een netwerkorganisatie jongerencultuur en het evenement van ‘…’ in najaar waar ook nog eens een keer een evaluatie op plaatsvindt en lessen uit uitgeleerd worden. Om dan nu al te gaan stapelen, dat willen wij echt ontraden. Dan is de volgende motie, even zoeken, die van #Dordtbouwtdoor, M7A, en dan gaat mijn iPad spoelen, dus ik moet even weer opnieuw inloggen, excuus. Die motie kunnen we in de kern wel omarmen met wel enige flexibiliteit wil ik u daarbij vragen. Want we zijn, heb ik de vorige ook verteld, inmiddels in de regio bezig met een regiobouwtafel die ook in de versnellingsstructuur zit. Daar hebben we ook een actieagenda op en ik heb na de vorige kadernotabesprekingen ook met een aantal ontwikkelaars gesproken van hoe kijken jullie nou naar die doorbouwakkoorden en zij zeiden, pas nou op dat je niet weer gaat stapelen in allerlei overlegstructuren, of dat je op een gegeven moment een afsprakenkadertje maakt wat eigenlijk leuk voor de foto is maar verder in de praktijk eigenlijk niet heel erg to the point is.
Dus in die zin ik omarm de dingen die het oproept, maar dan zal het ook zo kunnen zijn dat het niet precies als een platformontwikkeling Dordrecht terugkomt maar dat ik zeg doe het nou in die regionale bouwtafel en doe nou niet echt een akkoord, maar we hebben een aantal projecten, hebben we nog een aantal nieuwe afspraken gemaakt, in die zin zal ik hem gewoon pragmatisch oppakken. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Nog één vraag, ik heb daar in eerste termijn ook naar gevraagd, maar de heer Burggraaf heeft blijkbaar ook nog even met de ontwikkelaars contact gehad. Ik heb het in de woordvoering net ook bij interruptie gevraagd over dat
57
conjunctuurgevoelig meebewegen. In laagconjunctuur meer sociaal en een hoogconjunctuur wat duurder. Zou u dat kunnen omarmen, zoals dat tegenwoordig heet? De heer Burggraaf: Voorzitter, in toekomstgerichte zin wel. Want daar is het gesprek vooral zorg dat je op het moment dat je gebiedsontwikkeling start, dat je hem daarin in groot genoeg proportie neerzet en dat je daar binnen die flexibiliteit maakt om natuurlijk inderdaad met de conjunctuur mee te kunnen bewegen. Dus in de tijd van de gebiedsontwikkeling, je zegt nou we hebben daar een aandeel voor de sociale woning, betaalbare koop en het dure segment, dat je dan binnen die gebiedsontwikkeling in een laagconjunctuur kan zeggen dan doen wat meer in dat segment en in hoogconjunctuur weer in het andere segment en dat je dan in je totale gebiedsontwikkeling wel de goede kwaliteit haalt. In die zin zeg ik toe dat we die werkwijze gaan doen. Dat is niet op terugwerkende kracht met een aantal gebiedsontwikkeling of programma’s die we al hebben vastgesteld. Maar voor de, bij een grote gebiedsontwikkeling, dat je dat nu oppakt, is dat zeker een werkwijze die we gaan toepassen. Dan ga ik de brief van mijn collega maar gebruiken, want mijn iPad loopt elke keer vast. Dan hebben we motie toeristische borden, 21A. Ja voorzitter, daar kunnen wij wel invulling aan geven.
Ik zag wel dat hij nu inmiddels wat verder is gegaan dan de vorige motie, want daarvan zeiden we, we gaan het inventariseren en we komen met een RIB en daar zou ik het toch echt wel in eerste instantie bij willen houden. Want we weten ook gewoon nog niet in hoeverre een Rijkswaterstaat en dergelijke op dat soort plekken eraan mee kan werken en in hoeverre we ook echt invloed hebben. Dus die RIB waar u om vraagt, daar komen we mee en dan gaan we een aantal dingen in kaart brengen. Een aantal andere zaken die u een de motie vraagt, dat zou echt daarna gevolg moeten gaan krijgen. Dus we gaan nog steeds, dus de strekking vinden we positief, maar om nu al te zeggen dat we in de begroting met voorstellen kunnen komen, die toezegging gaat nog wat te ver. De voorzitter: Mijnheer Schalken voor een interruptie. De heer Schalken-den Hartog: Ja, de heer Burggraaf haalde het al aan, eerder hebben wij ook weleens een vergelijkbare oproep gedaan met betrekking tot bebording en daar was eigenlijk altijd het antwoord dat vooral inderdaad partijen als Rijkswaterstaat moeten meebewegen en ze dat eigenlijk tot op heden niet doen. U kunt de toezegging doen, maar als het eigenlijk dadelijk op niets uitloopt dan is het ook zonde van alle moeite en energie.
De heer Burggraaf: Voorzitter, de reden dat ik nog wel positief ben is omdat ik echt nog wat creatieve andere oplossingen zie die misschien niet in de letterlijke zin van een bord hebben, maar die wel degelijk de toeristische uitstraling van onze stad al op de toegangswegen kan tonen. Maar daar zal ik dan in de RIB nader op ingaan. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer bij interruptie. De heer Den Heijer: Ik hoorde nog een uhm bij de wethouder. Misschien wil hij zijn zin nog afmaken. De heer Burggraaf: Ik wilde naar de volgende motie.