2.1 2023-06-20 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Je kan het ambitieniveau ook opwaarts bijstellen, dat is de laatste jaren namelijk een aantal keer gebeurd. Ik denk dat de VVD-fractie dat niet direct bedoelt. Andere fracties lezen hem misschien wel zo. Ik zou eigenlijk deze motie nog even door willen bespreken ook in de commissie, omdat ik hem eigenlijk wel in die zin niet helemaal tijdig vind. Ik vind ook niet, je moet het, dat je het niet over GR moet hebben en over de verbonden partijen en over het sociaal domein. Los van eigenlijk alle opgaven die we hebben op het gebied van cultuur, wegenonderhoud, bomen nou, alle andere zaken. Laten we daar gewoon één mooi traject op zetten. Wat ik hier wel in lees is, dat de VVD ieder geval daar ook het sociaal domein en ook de regionale verbonden partijen bij wil betrekken. En dat is prima. Maar eigenlijk heel feitelijk dit dictum ja, het stelt altijd aan uw raad vrij, om het ambitieniveau te bepalen. En u kunt er schepje bovenop doen en u kunt zeggen van nou, we moeten daar pas op de plaats maken. Maar het lijkt me goed om dat verder te verdiepen in de commissie, voorzitter. Ik vervolg mijn betoog. De volkshuisvesting. Spannende tijd, dat weet u allemaal. Collega Burggraaf heeft daar vaak over verteld en hij zal er wellicht straks ook nog op terugkomen. In die zin, dat, de bouw heeft het lastig.
Tegelijkertijd zien we inderdaad wel, dat is in eerdere crises ook gebleken, dat woningcorporaties relatief nog wat langer kunnen doorbouwen. We hebben wel een, nadrukkelijk een programma in gedachten, dat hebben we ook in het coalitieakkoord afgesproken en dat willen we gaan uitvoeren. En dat geldt zeker ook voor de sociale woningbouw, waarvan we hebben gezegd, we moeten een beentje bijtrekken. Er wordt nu al volop gebouwd, er komt echt nog fors meer bij de komende jaren. Maar binnen de organisatie is echt wel bewustzijn aanwezig en ook bij de corporaties, dat we vol moeten inzetten op die inhaalslag. En ik ga daar binnenkort ook graag met u over in gesprek, ook naar aanleiding van het commissie debat over de huisvestingsverordening in opmaat naar die beleidsrijke huisvestingsverordening, maar ook in opmaat naar de prestatieafspraken die ik december dit jaar moet gaan tekenen met de corporaties. Nou, hoe mooi zou het zijn als ik ook daarover met de raad kan
78
praten en in die zin uw wensen en bedenkingen en nou ja, zaken die u mee wil geven daar ook in kan betrekken. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik had in mijn woordvoering een opmerking gemaakt over die vierhonderdeenennegentig sociale huurwoningen die worden toegevoegd aan de voorraad. Als ik de wethouder nu zo hoor, dan hoor ik niet een hele harde uitspraak over, dat we dat absoluut gaan bereiken in deze periode. Althans voor 2030. Klopt dat? De heer Heijkoop: Voorzitter, ik ben er met, kijk, je weet nooit, niemand is gauwer hand onmogelijk. Maar die vier eenennegentig, ik ben er echt, echt van overtuigd, dat we dat zeker gaan redden. Gistermiddag hebben we nog gesproken met de corporatie over een groot project in Crabbehof. Of gesproken, bijna onderhandelen van, wat wil je daar realiseren, wat wil je daar voor elkaar krijgen? En we staan echt met zijn allen in de goede houding. En de corporaties zeggen ook echt, dat ze nog wel even door kunnen. Dus die vier eenennegentig gaan we redden, maar we willen nog wat extra programma toevoegen richting 2030. Ik weet niet of alles gaat lukken.
Maar tegelijkertijd denk ik, dat deze tijd juist voor deze bouw misschien relatief nog iets minder uitdagend is, want de spanning in de bouwsector loopt ook hopelijk ook een beetje terug, waar de corporaties wel door kunnen bouwen. Als u zegt van ja, teken in bloed wat er in 2030 allemaal gerealiseerd is, dat kan ik niet doen. Maar nou, ik zie, u ziet denk ik wel, dat ik vertrouwen heb in dat we daar de voortgang blijven behouden. Wat daar ook van belang is, dat was ook, in het gesprek gisteren kwam dat aan de orde, over wat er dan voor nodig is. En dan kijken we bijvoorbeeld ook naar de parkeernorm, die kwam ook even langs. Dat kan soms echt wel ietsje minder als de alternatieven goed op orde zijn. En nou, ik heb collega Van der Linden wel iets horen spreken over het stomp principe. Hij kan daar zeer boeiend over verhalen en dat principe biedt ook echt perspectief om ook bij woningbouw soms net iets meer mogelijk te maken. En nou, ik denk zomaar, dat hij in zijn termijn daar nog wel iets over zal gaan vertellen. De voorzitter: Oké. Voordat u alle termijnen van de collega’s aankondigt, nog twee minuten. De heer Heijkoop: Tot slot, de bestaanszekerheid, kunnen we die garanderen? Werd vanuit de CDA-fractie gevraagd. Nee, dat kunnen we niet, dat kunnen we niet. Mensen worstelen met te weinig inkomen, geen dak boven hun hoofd, onvoldoende toegang tot zorg.
Dat zijn bij uitstek wel zaken die ook echt landelijk geregeld moeten worden. Daar moeten we echt landelijk met het kabinet over in gesprek. Dank richting mevrouw Schnabel voor het compliment over het SC Bestaanszekerheid. Daar hebben we ook echt in verwoord, dat we dit samen moeten doen. Dus als overheden en ook met de samenleving. Wat wij wel kunnen doen lokaal en daar zetten we ons ook op in en daar heeft u ook een ruimhartig minimabeleid voor vastgesteld, is de gevolgen van die armoede, gevolgen van die gebrekkige bestaanszekerheid om die te dempen. Dat blijven we natuurlijk doen. En dan vanuit hier ook het, de motie witgoed. Was, nee, Witgoedregeling. Witwas, nee, precies, het was de Witgoedregeling.
79
De voorzitter: Dat is motie M22, is dat. Ja, gaat u verder. De heer Heijkoop: De witgoedregeling. Het zit zo. Wij hebben begin dit jaar in de regio afgesproken, dat we mensen in de bijstand, langere tijd in de bijstand gratis een duurzaam wasmachine geven, als dat wordt aangevraagd. Dat hebben we veranderd. Dat was eerst een soort leen bijstand. Dat doen we. We hebben ook een energie aanpak, daar zit een half miljoen in. Daar refereerde mevrouw Schnabel aan, dat wij, ook mensen tot honderdtwintig procent, dat die een duurzaam apparaat kunnen krijgen. En dat doen we inderdaad met die teams, die energiefixers die door het, door de stad heen rijden. En nou die middelen zijn nog beschikbaar, dus we proberen daar echt wel het een en ander in te doen. Deze motie zouden we willen ontraden. Want ja, we hebben daarin, binnen de budgettaire kaders, met elkaar heeft u als raad daar unaniem ben daar in, binnen de budgettaire kaders binnen het budget budgettaire kaders. Met elkaar heeft u als raad daar unaniem een besluit over genomen. Ja, en dat past hier dan op dit moment gewoon niet in. En dan tot slot, voorzitter. De voorzitter: Voordat u dat doet, Voordat u dat doet, per interruptie de heer Safranti. Gaat uw gang. De heer Safranti: Ja, dank je wel, voorzitter. Wat mijnheer Heijkoop of de wethouder aangeeft, dat wist ik natuurlijk al.
Mij gaat erom en daar staat ook duidelijk in de motie, dat we de groep gaan verbreden. En niet honderdtwintig procent, maar honderddertig procent. Dat was eigenlijk de strekking van de motie. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Daarop geef ik aan, dat wij binnen de budgettaire mogelijkheden en die zijn fors, want er zijn miljoenen extra voor uitgetrokken, daar hebben we een palet aan keuzes binnen gemaakt. En dat zijn de keuzes die we hebben gemaakt, dus we gaan dat niet verder uitbreiden op dit moment. Het zou wel kunnen, dat je later zegt van nou, we willen het beleid op onderdelen bijstellen of misschien dat er nog ergens extra middelen beschikbaar komen of dat bepaalde uitnutting wat achterblijft. Dan kunnen we altijd nog zeggen in het collectief van uw raad van, we willen op onderdelen wat extra’s doen. Maar ik vind het nu niet opportuun om te zeggen, we gaan, op dit onderdeel gaan we nu verbreden. Want het hele minimabeleid, dat is een heel samenhangend pakket en daar heeft u in uw raad ook in samenhang over gesproken en om die reden ontraden we nu deze motie. De heer Safranti: Oké. Voorzitter, ik heb ook in de motie ook aangeven, dat het niet extra geld gaat kosten. Waarom? Omdat daar al geld, budget vrij is vanuit het, moet even zelf spieken, eerste Bestuursrapportage 2023. Daar is een ruimte van 2,459, dus 2.459.00 euro beschikbaar.
Dus ik wilde eigenlijk vanuit daar zeg maar, de dekking zoeken. De voorzitter: Misschien goed, heer Safranti, om dat mee te nemen richting de commissie en voor nu even kennis te nemen van de duiding vanuit het college. Gaat u verder, wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank. Dat was eigenlijk ook wat ik wilde voorstellen richting de heer Safranti, want dit raakt ook echt de integraliteit van het beleid. Dus dat dat gaan we dan doen. Dan tot slot, voorzitter.
80
Mevrouw Schnabel kwam met het Jongeren Perspectief Fonds. We hebben daar even contact over gehad. In de ambtelijke organisatie was men al bezig om contact te leggen met die organisatie. Is echt interessant, goede ervaringen elders. We gaan ook met hen kijken hoe we kunnen samenwerken. We doen al wel het nodige in de regio. We hebben de Matchmakers, we hebben de Jongeren op de rit aanpak, die het nodige ondersteunen op alle leefdomeinen. We hadden ook nog een soort ja, ze noemden zichzelf de piratenclub, die heel erg grensdoorbrekend jongeren proberen te helpen vanuit bestaande regelingen. Nu heten ze Multidisciplinair Team, dat vonden ze blijkbaar toch spannender klinken. Maar, dus we hebben al een aantal zaken lopen en willen dat Jongeren Perspectief Fonds daar heel goed op passen van, wat kunnen we nog aanvullen. Dus de motie zo, het dictum zoals u nu formuleert, gaat mij iets te snel. Ik zou u eigenlijk willen toezeggen, maar dat moeten we maar even in de commissie bespreken, dat wij gewoon met een advies komen hoe we dat perspectief voor ons zouden kunnen inpassen voor 1 oktober. Maar niet gelijk die middelen al beschikbaar stellen. Die middelen en dat is de laatste zin, voorzitter, die middelen die u noemde in uw dictum, die kwamen mij bekend voor. Maar dat zijn volgens mij de Kleinsma middelen die destijds beschikbaar zijn gesteld.
En dat is ook een van de financieringsbronnen voor het SMS Kinderfonds. Dus we moeten ook even kijken van, welke middelen zouden we daarvoor kunnen inzetten? Maar dat nemen wij mee in het advies richting u. Maar ik stel voor, dat we er ook in de commissie nog even over doorpraten. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank. Nog even een interruptie van mevrouw Koene. En over welke motie ging het nou op het laatst? Fijn als u het nummer erbij vermeldt. De heer Heijkoop: Ik weet niet de nummertjes. Het Jongeren Perspectief Fonds. De voorzitter: Oké. Ja, dank. Mevrouw Koene bij interruptie. Mevrouw Koene: Zeker, voorzitter, dank. Voorzitter, wij vinden het mooi, dat de focus van de heer Heijkoop steeds zo fijn richting Den Haag gaat. En dat essay wat hij heeft geschreven, dat is ook voor de VNG. Daar zit ik mee voor mijn neus. Daar staat een visie in, de visie bestaat uit drie beloften. En ik zou het heel erg op prijs stellen als die binnen nu en volgende week dinsdag, als we in de commissie aan de slag gaan, zou willen duiden hoe hij dat voor zich ziet in Dordrecht. Want er wordt over een aantal dingen gesproken wat fijn is landelijk en ik vind het nog fijner als we dat dan horen voor Dordt. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik ga graag op de uitnodiging in van mevrouw Koene om er in de commissie over door te spreken.
Dit essay is ook nadrukkelijk een uitgestoken hand naar Den Haag om samen werk te maken van die bestaanszekerheid vanuit de lokale verantwoordelijkheid die je hebt, maar ook vanuit de landelijke verantwoordelijkheid waar het gaat over een dak boven het hoofd en inkomenszekerheid. En die drie beloften dat nou, als u ze leest, dan zou je denken van, dat zijn redelijk open deuren, maar we hebben ze alle drie niet op orde. Ik ga daar graag met u over in gesprek in de commissie. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik, we kunnen er prima over in gesprek. Maar ik zou toch ook wel fijn vinden als het gewoon één A4’tje even de focus ligt op Dordt. Niet lachen, mijnheer Heijkoop, want ik meen dit echt serieus.
81
De heer Heijkoop: Nee, maar voorzitter, met alle respect. Dit essay, daar hebben we, dat is best wel wat werk geweest. Dit is best wel een groot vraagstuk in deze samenleving. En u zegt, laat mij in een weekje weten in, op één A4 hoe u dat, de beloftes in dat essay gaat waarmaken? Ik kan u de harde toezegging doen, dat ik u dat niet kan bieden. Want anders hadden we daar niet zo'n enorm nou ja, enorm vraagstuk met elkaar. Maar nogmaals … Mevrouw Koene: Nou, prima, voorzitter. Maar dan had de heer Heijkoop er ook verder niks over moeten zeggen. Dank u wel. De heer Heijkoop: Oké. Nou, voor ja, voorzitter. Het werd vanuit uw raad ingebracht. Dank. De voorzitter: Dank. Daarmee hebben we volgens mij de eerste termijn van wethouder Heijkoop gehad. Ware het niet, dat er nog een vraag is van de heer Stam. Gaat uw gang. De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter. In de eerste termijn hebben wij een aantal vragen gesteld. Ik weet niet of de wethouder daar in de commissie op ingaat of op een later moment, maar ik heb daar nog geen antwoord op gehoord. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Aantal vragen ging over ja, ik moet zeggen, ik had ze wel genoteerd, maar op een ander blaadje. Vindt u het goed om die ook in de commissie te bespreken of kunt u ze nog even heel snel reproduceren? De heer Stam: Nou, misschien is het beter als we ze dan in de commissie bespreken.
De heer Heijkoop: Oké, dank u wel, voorzitter. En excuus richting de heer Stam, want ik had het wel even moeten noteren. Maar mijn tijd was op. De voorzitter: Dan komt dat vast goed, dank. Dan gaan we door naar de volgende wethouder, dat is wethouder Burggraaf. En we hebben afgesproken vanochtend in het college en daar gaat elke wethouder zich heel netjes aan houden, dat de duiding op de moties en de amendementen, dat we daarmee beginnen. Met of ze worden ontraden of niet, dat dat meteen helder is en dat ook het nummer van het amendement of de motie er even bij wordt genoemd. Wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik ga zeker het goede voorbeeld aan de rest geven. Voorzitter, we begonnen deze bestuursperiode met het motto … Ik wacht even tot onze vlag weer eerbiedig staat, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Heijkoop komt uit een agrarische familie en wil de vlag op zijn kop zetten. Maar bij dezen is het gecorrigeerd. Wethouder Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Is denk ik een afleidingsmanoeuvre. Voorzitter, we begonnen deze bestuursperiode met het motto bouwen aan een sterke en groene stad. We hebben ook met elkaar uitgesproken, dat we dat beseffen, dat we dat alleen kunnen doen als we de focus ook op de lange termijn hebben.
Want het zijn opgaves waar je heel lang in moet investeren en dat vraagt zeker in deze financieel spannende tijden maar ook in de tijd waarin arbeid schaars is zullen we maar zeggen, voldoende handen om al het werk te
82
doen ook moeilijk te vinden zijn, vraagt dat ook echt focus. Ik heb velen van u horen zeggen van ja, ik lees een Kadernota waar eigenlijk niet zo heel veel nieuwe dingen in staan en heel veel wordt doorgezet op de weg die is ingezet. Ik denk dat we dan in ieder geval heel goed geslaagd zijn in dat aspect en dat we daarmee uiteindelijk ook het meeste voor onze stad gaan bereiken. Een van de dingen in mijn portefeuille is dan natuurlijk onze bouwambitie en terecht wordt daar bij motie M7 aandacht voor gebracht, gevraagd, de motie Doorbouwen van de VVD. Voorzitter, het college kan deze positief, staat positief tegenover deze motie. Ik hoorde Beter voor Dordt wel zeggen van ja, maar het tempo versnellen, dat kon toch niet? We hadden toch al heel veel stappen gedaan? Dat is wel de nuance die ik ook bij deze motie wil geven. Het is vooral het tempo vasthouden. Niet zozeer nog sneller, dat kan niet. We willen ook kwaliteit, maar we kunnen wel inzet plegen om dat tempo vast te houden. Ik hoorde het CDA zeggen ja, die corporaties, zitten die dan aan tafel? Ja, voorzitter, die zijn vanzelfsprekend ook een hele belangrijke partij die daarbij ook aan tafel moet zitten naast de private ontwikkelaars. Daar zijn we hard mee bezig met de Regionale Bouwtafel en een actie agenda. Daar kunnen we ook na de zomer meer over vertellen.
Daar zitten ook de corporaties aan tafel en daar kan deze motie goed bij helpen om daar verder vorm aan te geven, ook voor de Dordtse situatie. En als het gaat voor de bouwproductie moeten we dan vooral met elkaar zorgen, dat we op de lange termijn een stevig kwalitatief programma neerzetten die bij gebiedsontwikkelingen, vijftien, twintig jaar duurt. Waarbij je zegt ja, dat is de samenhang in het gebied, die gaan we never nooit verliezen. Maar zorg, dat je er de flexibiliteit in hebt om inderdaad in de verschillende fases die je hebt, een keer een markt in een dieptepunt waar je iets meer makkelijker sociaal kan bouwen, een hoogtepunt waar het makkelijker is om in een ander segment te bouwen. Als je dat in, op een goeie manier in gebiedsontwikkeling inbakt, dan kan je tempo blijven houden en aan het eind van de rit ook die kwalitatief goeie gebieden ontwikkelen, goeie wijken ontwikkelen. Waarvan we met zijn allen zeggen ja, ook over vijftig jaar. Dat stuk stad is in die periode de aanzet toe gedaan en is ook echt de kwaliteit geworden die we met elkaar voor ogen hadden. Dan de volgende, voorzitter. De motie … De voorzitter: Bij interruptie, de heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel. Over de motie van de VVD over Dordt bouwt door.
Zojuist werd er een motie en dat is in het verleden ook wel vaker gebeurd, werd er een motie ontraden, omdat die eigenlijk al min of meer werd uitgevoerd. Nu hoor ik de heer Burggraaf zeggen, deze motie wordt eigenlijk ook al uitgevoerd en daarom omarmen we hem. Wat is nou de exacte meerwaarde van deze motie? En ja, dat eigenlijk, ja. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Uiteindelijk gaat u als raad natuurlijk over het al dan niet aannemen van die motie. Ik denk, dat het helpt als ik even naar andere steden kijk. In Rotterdam en Den Haag heb ik doorbouw akkoorden gezien. Als u als raad uitspreekt, dat u daar ook uw schouders collectief onder wil zetten. Ik hoorde het CDA al noemen, de ontmoeting vanuit Gewoon Dordt geïnitieerd, met ontwikkelaars. Ik denk, dat het een heel belangrijk signaal is naar buiten toe, dat in deze gemeente als het gaat om de bouw ambitie, we collectief voor die opgave staan en dat we daar ook echt de horizon op de lange termijn hebben staan. Want dat is het allerbelangrijkste in dit soort ontwikkelingen is, dat je koersvast blijft en als we dat kunnen uitstralen met elkaar ja, dan gaan we echt goede zaken doen voor de stad. Voorzitter, motie M12 van de PvdA. Ja, ik herinner mij
83
nog, twee, drie maanden geleden hoorde ik van een wolk een mooi gezang komen van PvdA nog, liefdesgezang eigenlijk naar de GroenLinks partij. En nu hoor ik eigenlijk geluiden van ja, in, van rinkelend glas, van een kettingzaag. Want ja, PvdA zet met deze motie ineens de zaag aan het, aan de groene ambities. Want die zegt ja, dit stadspark, dat kan wel stoppen. Ja, voorzitter, ik wilde hem toch even memoreren als dat het een bijzondere wending al in drie maanden tijd is. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik hoor de VVD-wethouder een heel mooi verhaal houden, maar volgens mij waren dat mijn woorden helemaal niet. Volgens mij waren dat mijn woorden helemaal niet, zoals u dat omschrijft. Zoals de heer Burggraaf het omschrijft, voorzitter. De heer Burggraaf: Ik lees de motie voor, voorzitter en dat is Stop de grote, de groene grootheidswaanzin. Voorzitter, het college, motie M12, die ontraden wij. Want juist hier zit die lange termijn ambitie om naar 2030 toe een stad te maken waar je enorm verdicht, maar waarbij je ook aan je bewoners verplicht bent om een hele goeie groene long van de stad te bieden, waarbij recreatie, klimaatadaptatie en dergelijke samenkomt. En ik lees verder in de motie, dat er wordt gezegd ja, het zou als je daarin investeert, zou je de wijken tekort doen.
Nee, dat zit juist in deze ambitie, is de verbinding van het Stadspark met het groen in de wijk. Daarmee zorgen, dat je het uiteindelijk vanuit de voordeur toe leidt naar de grote stadsparken in onze stad. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Voorzitter, kan de wethouder mij dan vertellen hoe die verbinding eruitziet voor iemand die in Dordrecht-West woont met die long in het midden van de stad. Want mijns inziens heeft een bewoner in Dordrecht-West daar heel weinig aan. De heer Burggraaf: Zeker niet, voorzitter. Want die verbinding zit erin, dat je in de wijken nu al vergroent. Als je kijkt naar de ontwikkeling van Amstelwijk, dan is het veertig procent groen-blauw en zestig procent bebouwen. Dan heb je een Wielwijk park en een dijkenlint die zich uiteindelijk verbindt met de Dordwijk zone. Dat kan enerzijds via een soort biodiversiteitsverbindingen zijn, waarbij het vooral voor de dieren een goed verbindingszone is. En op andere plekken is het zorgen, dat je het groen via de fietspaden, via de wandelpaden uiteindelijk de wijk inbrengt. En het beeld, dat we dan in onze wijken niet voldoende vergroenen ja, die zou ik echt wel willen weerspreken. Want als je kijkt naar de Charlotte de Bourbonstraat, die wordt nu helemaal gesloopt en opnieuw gebouwd, daar wordt heel veel ruimte voor groen gemaakt.
In de Assumburg hebben we laatst ook bij een nieuwe aanpak alles weer vergroend. Bij Stadswerven zijn we nu ook bezig om de plannen aan te passen van een hele sterke, verstedelijkte wijk naar vergroening. En een aanpassing van een aantal parkeerplaatsen, ook juist naar groen in de wijk. Dus we nemen juist stappen om ze allebei te doen en ze kunnen alleen goed bestaan als je dat en in de wijken doet en op een goeie stevige ruggengraat in de stadsparken.
84
De voorzitter: Misschien aardig om dit nog verder te verdiepen in de commissie. De heer Van der Spoel: Dat wilde ik net voorstellen. Deze discussie, die gaan we in de commissie wel voeren. Ik zou alleen nog heel graag van de wethouder willen horen van die vijfenvijftig miljoen, hoeveel procent daarvan gaat nu naar infrastructuur? De heer Burggraaf: Voorzitter, het is vijftig miljoen inmiddels, want u heeft besloten om er vijf miljoen vanaf te halen voor de groenblauwe ambitie, die overigens ook weer bijdraagt aan het stukje wat ik net noemde, de straat en de wijken in. We rapporteren met, een business case hebben we u al gerapporteerd. Dus ik zou zeggen, pak die stukken er nog eens bij, dan kunt u precies zien waar de ramingen zitten in het plan en aan welke onderdelen het besteed wordt. De heer Van der Spoel: Voorzitter, ik trek hieruit de conclusie, dat de wethouder het ook even niet weet. Dus dan doen we deze discussie ook wel weer in de commissie. De heer Burggraaf: Goed, voorzitter, ik ga verder. We hebben nog de motie M21, 21, excuus van DENK voor toeristische borden, die eigenlijk oproept om onze stad ook voor de voorbijganger op de A16 en de N3, zo lees ik hem even en A15, te verleiden om onze mooie stad te bezoeken. Nou, deze motie kunnen wij positief beantwoorden. Moeten we even kijken wat ook allemaal haalbaar is.
We zijn natuurlijk ook van externe partijen afhankelijk, maar ik kan me zo voorstellen, dat we daar na de zomer vervolgens met een raadsinformatiebrief wat reflectie op geven. Even kijken. Dan hebben we een motie M45 van Beter voor Dordt over jongeren evenementen. Deze wil het college ontraden. Kijk, de ambitie om voor jongeren wat te doen, daar staan we ook volledig achter. Dat heeft u ook kunnen lezen. Dat zal u ook terugzien in ons nieuwe evenementenbeleid. Maar we zijn nu juist bezig voor 2023 en 24 om via subsidie Impuls Jongerencultuur daar al invulling aan te geven. Collega Van der Linden kan daar ook eventueel in de commissie denk ik dan maar, even verder over uitweiden hoe er een hele netwerkorganisatie rondom jongerencultuur wordt opgezet en aan dat soort aspecten al vol invulling wordt gegeven. Voorzitter, volgens mij heb ik dan de moties die voor mij geadresseerd waren, bij deze allemaal behandeld. De voorzitter: Dank. Dan hebben we daarmee … Toch nog een vraag. Mevrouw Stolk: Nee, nee, niet aan de heer Heijkoop. Maar ik heb nog een vraag … De voorzitter: Is de heer Burggraaf. Mevrouw Stolk: Ja, het is warm hier in die, nee, niet aan de heer Burggraaf. De voorzitter: Aan wie dan? Mevrouw Stolk: Aan de heer Heijkoop, mag dat nog? De voorzitter: Nou, vooruit, omdat u zo vriendelijk erbij kijkt. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter.
Even, want we hebben het natuurlijk in de woordvoering erover gehad over die 140.000 inwoners. Wij hebben vorig jaar ingestemd met de
85
begroting onder toezegging van wethouder Heijkoop, dat hij met een berekening zou komen. Dat is inmiddels een jaar geleden. Wat als wij die 140.000 inwoners nou niet gaan halen en we bijvoorbeeld uitkomen op 130? Nou, dat is inmiddels een jaar geleden. Ik denk, dat dat misschien ergens wel op de plank ligt. Zou u dat kunnen toezeggen, dat we dat voor de raadsvergadering van 4 juli hebben? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik kan mij het debat met mevrouw Stolk nog levendig herinneren een jaar geleden. Dat was toen ook wel, kan ik me herinneren, een beetje een wederzijdse zoektocht van welke informatie wilde u precies hebben en dat we daar met elkaar in ieder geval even naar zouden kijken of we in wat scenario’s zouden kunnen … wat op papier zouden kunnen zetten. Ik denk dat het goed is om even, want volgens mij hebben we dat toen ook al afgesproken, om even contact te leggen dat we ook met de ambtelijke organisatie om even te kijken wat we op korte termijn kunnen opleveren. Het is wel zo, we kunnen wel wat getallen laten zien wat de impact is van groei van inwoners en we ramen heel conservatief, dus het zit niet in de begroting. Ook in de meicirculaire staat altijd wel een stelpost waar het gaat over bevolkingsgroei, maar het is, ik moet het hier niet te technisch maken. Eigenlijk wilt u gewoon weten wat zijn de implicaties als je bepaalde groei wel of niet realiseert.
Dat is volgens mij wat u wilt weten. Laten we daar even met elkaar contact over hebben en ook met de controler van de stad om te zien of we daar snel wat op papier kunnen krijgen. De voorzitter: Dat is dan denk ik informatie waar de gehele raad ook wel geïnteresseerd in is, lijkt me zo. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank voor de toezegging. De voorzitter: Dank. Dan heeft de heer Burggraaf toch bedacht dat hij nog één opmerking wilde maken. De heer Burggraaf: Ja excuus. Ik had nog één vraag van Op Ons Eiland van de heer Gündogdu openstaan en dat was, die kan ik heel snel beantwoorden. Dat was de vraag of het Huis van Stad en Regio duurzaam wordt en niet op het gas aangesloten. Het nieuwe Huis van Stad en Regio wordt niet op het gas aangesloten, wel op het warmtenet en is bijna energieneutraal. De voorzitter: Ik zie een duim van de heer Gündogdu, dus die is gerustgesteld. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Toch nog een vraag. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja dan word ik getriggerd weer door Huis van Stad en Regio. Dat hadden we er net met elkaar over. Zou er ergens nog een optie zijn om in dat Huis van Stad en Regio alsnog wel een raadszaal te maken met een goeie klimaatinstallatie? Maar even … De voorzitter: Daar komen we …
86
De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, ook daar kan ik kort op antwoorden. We hebben helemaal aan het begin van het traject met u gezeten over welk programma van eisen leggen we neer. En daar hebben we ook aan u gevraagd van wilt u een raadszaal daar hebben of wilt u ‘…’ oude zaal. Daar heeft u als raad besloten, nee die willen we hier houden. En alles kan. Maar ik kan u wel vertellen als je aan het einde van het traject nog eens een keer het programma gaat aanpassen, dan moet u echt nog even heel wat geld meebrengen, dus nou ja, dat. En verder is het natuurlijk geheel aan u. Mevrouw Koene: Voorzitter, maar dan wil ik wel de wethouder vragen om dan het nog een keer te laten, dat kan een andere keer hoor, te laten weten hoe we dan die vergaderingen daar zouden gaan doen, want misschien zit er dan gewoon sowieso wel een optie dat het kan. En in ieder geval als het zo bloedverziekend heet is … De voorzitter: Er komen in ieder geval meer dan voldoende ruimtes in, ook voor commissieavonden. Maar er is inderdaad wel besloten om de raadsvergadering, de formele raadsvergadering hier te doen. We kunnen ook nog eens nadenken of we deze zaal op een of andere manier toch nog wat behaaglijker kunnen krijgen onder bepaalde omstandigheden. Dan gaan we door naar de volgende wethouder. Wethouder Van Benschop. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Nee, niet wethouder Van Benschop.
De heer Den Heijer: Nee, ik had ook nog een vraag. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer.
De heer Den Heijer: Ik had nog een vraag aan de heer Burggraaf, omdat de beantwoording van de technische vragen, daar zaten zoveel slagen om de arm waar het gaat om die drijvende terrassen en in mindere mate op de extra aanlegsteigers, dat het voor ons nog steeds niet duidelijk is of die er gaan komen. We hadden het daar, in de vorige periode hebben daar ook een amendement op ingediend en het wordt wat ons betreft ook wel gewoon tijd om daar iets meer van te gaan zien het komende jaar. De heer Burggraaf: Ja. Ik wachtte even tot ik het woord van de voorzitter kreeg en ik kreeg een knikje. Ja, voorzitter, nee, er ligt een steiger- en halteerplan fase één en fase twee. Daar hebben we de eerste stappen gezet, onder andere met de Appelsteiger en dat zetten we voortvarend door. Als het gaat om de drijvende, een drijvend terras, ja daar zitten we in de eindfase van een eerste verkenning daarvan, dus ook daar lopen we op schema.
87
De voorzitter: Ja, dan, was er nou nog een interruptie? Dat is niet het geval. Dan gaan we nu echt door naar wethouder Van Benschop. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Doet ie het zo goed? Ja. Ja dank u wel voorzitter. Ja ik had eerst een hele mooie tranentrekkende inleiding over, maar dat is niet waar hoor, maar dit wordt een beetje te lang, dus ik ga gewoon gelijk beginnen bij het begin over mijn eigen portefeuille binnen deze Kadernota en waar ik nog wel even wil benadrukken dat dit gaat om wijzigingen ten opzichte van wat we al hebben vastgesteld, dus het is niet zo dat ambities die al vastlagen nu ineens gewijzigd worden. Vanuit mijn portefeuille is er een belangrijke intensivering, namelijk op arbeidsmarkt en menselijk kapitaal. Ik bied gelijk mijn excuus aan aan Gewoon Dordt dat er in deze Kadernota nog gesproken wordt over de human capital. De startnotitie is aangenomen en met het gevraagde budget in deze Kadernota kunnen we ook echt gaan inzetten op de eerste verbinding tussen sociaal en economie.
De budgetten die we via deze Kadernota aanvragen, gaan over een bijdrage aan Stichting MBO, met wie we samenwerken aan onder andere criteria en voorwaarden om goed werkgeverschap te stimuleren en bedrijven naar onze stad en regio te halen die ook een maatschappelijke bijdrage leveren, zodat we bijvoorbeeld de groenpluk waar de PvdA over sprak tegen kunnen gaan of in ieder geval kunnen minimaliseren. En het andere deel van het budget zetten we in om een programma op te zetten om de twintigduizend mensen onbenut arbeidspotentieel in onze regio te activeren en een kans te geven mee te doen. Daarnaast werken we verder aan de uitvoering van Glansrijke toekomst en de visie op het voortgezet onderwijs. Voor deze programma's zijn we al in gesprek met het mbo om juist te kijken hoe we via het onderwijs, het onderwijs zelf is vooral een aangelegenheid van het mbo in dit geval, maar ook vanuit onze taak om te kijken hoe we jongeren meer weerbaar kunnen maken. Het programma Glansrijke toekomst richt zich niet alleen op leerlingen op het mbo, maar meer op van 12 tot 27 met een … meer specifiek 16 tot 27. Maar daarvoor hebben we dan weer de visie op het voortgezet onderwijs voor het eerdere deel. En de motie van PvdA, het stimuleren van weerbaarheid van jongeren op het mbo, M15, staan wij positief tegenover. Ik adviseer u om de tweede bullet nog wat aan te passen.
U vraagt daar om een separaat voorstel voor financiën, maar ik zou dat graag op willen nemen in Glansrijke toekomst, dus wellicht kunnen we dat nog verder bespreken in de commissie. Dan diversiteit en inclusie. We hebben inmiddels meerdere stadsgesprekken ... De voorzitter: Een interruptie voordat u verdergaat. De heer Gündogdu, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Een vraagje aan mevrouw Benschop, Van Benschop, pardon. Nu hebben wij vanaf 1 juli breed een offensief, waar wij natuurlijk ook aan gaan bijdragen. Is er al concreet bij u in beeld wat dat betekent voor ons arbeidspotentieel wat nu op dit moment niet wordt benut, maar wellicht met breed offensief en loonkostensubsidie wel tot activering zou kunnen komen? Mevrouw Van Benschop: Nee, deze twintigduizend mensen onder het arbeidspotentieel is een deel van de mensen kan via loonkostensubsidie aan het werk worden gebracht of geholpen. Een deel van die twintigduizend mensen zijn ook gewoon mensen die of
88
deeltijd werken omdat het een keuze is of mensen die helemaal nergens gebruik van geen enkele voorziening maken, maar niet willen werken of andere redenen hebben of drempels voelen om te gaan werken. Dus het is een veel breder palet. Ze hebben daar onderzoek naar gedaan. Wie vallen eronder dat arbeidspotentieel. Maar we zijn nu bezig met het maken van een uitvoeringsprogramma. En dan zal duidelijk worden van welke maatregelen we kunnen nemen voor welk deel van de doelgroep. Ja? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dan diversiteit en inclusie. We hebben dus inmiddels die stadsgesprekken gevoerd en of de eerste stadsgesprekken en de startnotitie ligt nu bij de agendacommissie. En het vervolg op de startnotitie zou niet moeten zijn weer een nieuwe visie op inclusie, maar vooral een uitvoeringsprogramma om te komen tot inclusie en antidiscriminatie, of in ieder geval het bestrijden van discriminatie. Dit uitvoeringsprogramma maken we ook in samenspraak met de stad en uit deze gesprekken blijkt dat het niet toegankelijk zijn van horeca inderdaad een drempel is. Daarmee kom ik bij de motie van Fractie van Waardhuizen, Inclusie in Dordrecht is nu een illusie, motie 24. Die motie ontraden we toch.
En de vraag is namelijk of het realiseren van meer uitgaansgelegenheden of andere uitgaansgelegenheden voor deze doelgroep het probleem oplost of dat we eigenlijk het probleem zouden moeten oplossen door de huidige voorzieningen die we hebben ook daadwerkelijk toegankelijk te maken. Dat is in ieder geval wat wij uit de stadsgesprekken terug hebben gekregen. En de tweede bullet, dat zou ik ook wel graag willen toetsen in die stadsgesprekken die nu gevoerd gaan worden richting dat uitvoeringsprogramma. Dus die wil ik gewoon meenemen in die gesprekken. Dan gaan we … De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Misschien nog even een verhelderende vraag. Ik snap wat u zegt en ik begrijp het ook wel, maar je gaat dan wel aan particuliere ondernemers vragen om daar fors in te investeren om die toegankelijkheid te vergroten. Nou zijn er wel ondernemers die hebben dat enigszins gedaan, maar bent u dan ook bereid om die ondernemers financieel te ondersteunen om dat uit te voeren? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dan wordt ervan uitgegaan dat punt één, niet iedere ondernemer dat zou kunnen betalen, punt twee, dat het allemaal niet toegankelijk is, wat ook niet helemaal zo is. En het gaat erom of we stimuleren dat reguliere uitgaansgelegenheden ook toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking. In onze ogen zou dat zo moeten zijn.
Moeten we daar de gesprekken over voeren en soms kan het met kleine maatregelen zelfs al beter worden, al is het maar een drempel bij de deur en wordt daar niet altijd over nagedacht. Maar het realiseren van specifieke uitgaansgelegenheden of evenementen echt gericht op mensen met een fysieke beperking waarvan eerder al werd gezegd, daar kunnen dan ook mensen zonder beperking komen, dat is in ieder geval niet wat wij terugkrijgen uit de stadsgesprekken dat dat een wens zou zijn. De voorzitter: Gaat u verder.
89
Mevrouw Van Benschop: Oké. Na de zomer gaan we het proces voor het herijken van de Wmo als onderdeel van het integraal beleidsplan sociaal domein met de raad bespreken. Binnen de Wmo zullen er daadwerkelijk keuzes gemaakt moeten worden als we de zorg voor iedereen die dat nodig heeft ook beschikbaar en betaalbaar willen houden. De motie van de Fractie van Waardhuizen, Een gemeenschappelijke zorgadviseur kan ontzorgen, motie 25, willen we ook ontraden. De motie roept op tot een nieuwe functie waarmee een mogelijke besparing wordt bewerkstelligd op de Wlz, maar deze besparing zorgt mogelijk en hoogstwaarschijnlijk weer voor extra uitgaven op de Wmo. Wel wordt er in Zwijndrecht op dit moment een pilot gedaan met een casemanager dementie die een vergelijkbare rol vervult en als eigenlijk die wordt omschreven in de motie en op meer plekken in het land worden dit soort pilots gedraaid. We willen daarom graag wel kijken naar de uitkomsten van deze pilots en een goed beeld krijgen van de extra mogelijke kosten op de Wmo, duidelijkheid krijgen op die financiering van het Rijk die in de motie wordt genoemd, want het gaat over een incidentele financiering en geen structurele financiering en de Wet domeinoverstijgend samenwerken, die in de maak is, voordat we een dergelijke functie zouden instellen.
Daarbij willen we nog wel in overweging geven dan ook te kijken dat met een bestaande partner te doen en niet weer een extra partij. Daarbij moet ook nog voor 11 juli aanspraak gemaakt worden op die SPUK domeinoverstijgend samenwerken, dus dat is ook wel erg kort dag om daar nog een voorstel voor te schrijven. Ik kan wel toezeggen dat we in ieder geval blijven verkennen wat de mogelijkheden voor het domeinoverstijgend samenwerken zijn. Dan tot slot. Ik heb nog één seconde, maar dit is het azc. Ik denk dat ik daar toch antwoord op moet geven. Het uitgangspunt voor het realiseren van het azc is dat dat voor Dordrecht klim… Klimaatneutraal, is ook leuk, maar budgetneutraal zal zijn. Dus over de motie van het CDA, Impact van de komst van het azc inzichtelijk maken, motie 19, daar laten we het oordeel aan de raad. We hebben in de begeleidingscommissie, daar zitten onder andere ook bewoners in van buurtschap Tweede Tol en de Wieldrechtse Zeedijk afgesproken dat we een nulmeting zullen doen op leefbaarheid en veiligheid. Dat gaat dan ook over dat gebied, dus buurtschap Tweede Tol, Wieldrechtse Zeedijk. Mocht de raad zeggen wij willen dat breder, dan kan dat. We adviseren dus wel om dat bij een nulmeting te houden. Dan kunnen we namelijk goed in beeld brengen wat de effecten daarvan zijn op termijn. En de eerste bullet ging over de financiële stromen of we die in beeld konden brengen.
Die kunnen we … Dat kan ik gewoon hier toezeggen. Dat kunnen we ook doen zonder de motie, dus dat gaan we in ieder geval regelen. Dan heb ik volgens mij overal antwoord op gegeven. De voorzitter: Dank. Ik zie verder geen vragen, opmerkingen vanuit de raad. Dan gaan we door naar de volgende wethouders, wethouder Van der Linden. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti, u bedenkt zich. De heer Safranti: Ik had ook een algemene vraag, maar niet specifiek voor mevrouw Benschop. Wordt nu alleen de moties besproken? Want ik had ook een aantal vragen gesteld en komt dat nog?
90
De voorzitter: In principe is het de bedoeling dat als er vragen zijn gesteld dat de wethouders daar ook proberen zoveel mogelijk antwoord op te geven. Maar het kan natuurlijk zijn dat u uw vraag misschien nog op een andere portefeuille ziet. De heer Safranti: Ik wacht even nog af. De voorzitter: Wellicht dat we straks nog even aan het eind kijken … De heer Safranti: Is goed. De voorzitter: Wat er nog resteert en of u vindt dat er iets vergeten is. Dan gaan we daar alsnog op in. De heer Safranti: Prima. De voorzitter: Wethouder Van der Linden, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel voorzitter. Een aantal van u heeft iets gezegd over eigenlijk de momentopname die uit de Kamernota spreekt dat het vooral gaat over de financiële discussies die we gaan krijgen. We hebben natuurlijk een Kadernota die voortbouwt op het politiek akkoord van vorig jaar waar ook een aantal lange lijnen in zitten en in de portefeuille die ik mag hebben, zit daar bijvoorbeeld in de ontwikkeling van de mobiliteit in deze stad, waar we een startnotitie op hebben vastgesteld in maart jongstleden. Die notitie is trouwens gebaseerd op het STOMP-principe, wat sommigen nog wel willen vergeten. Ja. De heer …: Vertel er eens wat meer over. De heer Van der Linden: Dat ga ik doen als ik nog tijd heb.
Maar dat STOMP-principe is heel fundamenteel voor de ruimtelijke inrichting van de stad met voldoende ruimte voor mobiliteit, ook als je een stad verdicht. Daar gaan we het komende jaar natuurlijk mee verder en in Q2 gaan we de mobiliteitsvisie, die dan de uitwerking is van die startnotitie vaststellen. Andere lange lijnen zitten op de onderhandelingen die we hebben gehad over de ontwikkeling van het spoor. Ik hoor de heer Portier zeggen ja die light train, is dat nou wel zo’n goed idee. Dat is een heel goed idee. Omdat je veel meer vervoer over spoor kan organiseren in heel het westen van het land en elke stad tussen Leiden en Dordt heeft een verdichtingsopgave, wil veel meer huizen bouwen en veel meer mensen kwijt. Dat doe je niet door nog meer asfalt te smeren op nieuwe snelwegen, dat doe je door veel meer gebruik te maken van het spoor. Al die lange lijnen zijn benoemd. Kunnen we het nog even over hebben. Dat gaat ook gebeuren, zie ik. De voorzitter: Ja zeker. De heer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Ja het enige wat ik betoogd heb, is dat er al rails ligt tussen Leiden en Dordrecht, sterker nog, het gaat ook nog verder naar Amsterdam en de andere kant op … De heer Van der Linden: Zeker.
91
De heer Portier: Dus en dan gaan er vier intercity's naar Leiden, er gaan een heel aantal stoptreinen naar Den Haag waar je over kan stappen op andere stoptreinen, dus iedere kleine plaats is bereikbaar. In ieder geval die kant op. Naar het zuiden is de verbinding bagger, maar dat ligt niet aan het ontbreken van spoor. De heer Van der Linden: Nee. De heer Portier: Wat is dan de meerwaarde van een lightrail? De heer Van der Linden: Ja. Goed zo. Nou we noemen het light train, omdat het, het is niet helemaal lightrail en ook, het is ook geen metro, maar het zit er een beetje tussenin. Kijk, eigenlijk willen we zekerder hebben dat als je 's ochtends op het station aankomt om naar je werkplek te gaan, dan moeten er acht treinen per uur kunnen gaan rijden. Natuurlijk houd je die intercity's, want natuurlijk iedereen wil wel eens naar Utrecht. Sommige mensen willen ook wel eens naar Amsterdam. Ja, dat kan ook natuurlijk. Maar je wil sowieso op tijd en snel op je werkplek kunnen komen. Of het nou een van de grotere steden is of een van de stations rond die steden, bijvoorbeeld ons station Leerpark gaat ook zo'n station worden. Dan helpt het als je net zoals bij de metro niet hoeft te denken oei ik moet echt over twee minuten op een perron staan. Dat helpt als je weet om de acht minuten komt er gewoon weer een spitspendel aan eigenlijk.
Dus je kan veel meer reizigers kwijt als je op die manier kijkt naar OV-ontwikkeling. Daar gaan we het de komende vijftien jaar nog heel vaak over hebben, want zolang gaat het wel duren. Die lange lijn, als het gaat mobiliteitsontwikkeling, is heel fundamenteel. Tot zover even. Dan kom ik nu even bij de moties en dan begin ik niet met een motie, maar bij een amendement. Het eerste amendement, zonder bril, want die heb ik nog steeds niet, gaat over een bestemmingreserve jeugdzorg. Dat amendement zouden wij willen ontraden. Waarom. Iedereen ziet dat jeugd een van de dossiers is waar de afgelopen jaren geregeld financiële middelen bij moesten. We kunnen nu een groot betoog op gaan hangen over het Rijk enzovoorts. Gaan we nu niet doen. Maar dat is ook steeds beoordeeld en bijgepast door de raad. We hebben zoals collega Benschop al zei, we zijn bezig met een nieuwe integrale beleidsverordening, maar ook een integraal beleidsplan, waardoor we ook met jeugd nog beter kunnen sturen dan we nu al doen. Want de laatste jaren gaat het, zitten we eigenlijk bijna voortdurend in de buurt van de financiële hekken waar we elkaar toe hebben verplicht. Dat is ook nu gelukt wel. Met de plus van die middelen van het Rijk.
Als we nu zouden zeggen weet je wat, we maken een aparte reserve, dan hebben we meteen een dekkingsprobleem, want in de begroting van dit jaar is die 1,1 miljoen nodig om te sluiten. Dus in feite, technisch gesproken zou ik zeggen, als u dit amendement wil doen en als u een aparte reserve wil bestemmen voor jeugd, die je dan ook goed moet omschrijven waar bestem je hem precies voor. Daar moet je nog wel in de komende begroting 1,1 miljoen dekken op een of andere wijze, want daar staat geen dekking voor. De moties. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Vind ik wel een heel mooi antwoord. Eigenlijk ook wel een beetje verwacht dat u zo zou redeneren. Het is natuurlijk …
92
De heer Van der Linden: Ik ben best consistent door de jaren heen. De heer Stam: Ja, nee, soms ga je mensen leren kennen. De heer Van der Linden: Zo is het. De heer Stam: Die 1,1 miljoen is natuurlijk een cadeautje vanuit het Rijk. Daar kunnen we natuurlijk zeggen ja jeugdzorg zit al tekort op, maar we betalen natuurlijk ook altijd wel delen van Veilig Thuis betalen wij uit jeugdgelden, dus op het moment dat je dat zou scheiden van elkaar, dan heb je wellicht wel ruimte om die 1,1 miljoen wel voor andere jeugdtrajecten in te zetten. Dus ik snap uw antwoord wel vanuit de integraliteit. Maar als je hem gewoon een beetje uit gaat splitsen dan zou misschien heel anders kunnen redeneren en ik zou dan eigenlijk wel voorstander zijn om toch die 1,1 miljoen te alloceren en kijken of we daar een aantal projecten van kunnen betalen en dan kijken binnen Veilig Thuis of jeugdgelden, want Wmo vrije dingen houden we geld op over die je eigenlijk op een andere manier zou kunnen inzetten. Dus het is eigenlijk een beetje plus, min. Maar ik vind het wel zonde dat u dan gelijk zegt van hij verzuipt in het grote geheel van jeugdgelden. De voorzitter: Uw punt is helder. De wethouder. De heer Van der Linden: Het punt is helder. Misschien twee opmerkingen daarover. Die 1,1 miljoen is geen cadeautje, het is wel geld wat nu loskomt.
Maar zoals u weet, een arbitragecommissie heeft anderhalf jaar terug gezegd, gemeentes moeten per jaar gewoon 1,6 miljard extra krijgen, elk jaar weer om gewoon de taken te kunnen uitvoeren die de wet opdraagt, dus dit is geen cadeautje. Dit is iets waar we gewoon van zeggen fijn dat het geregeld is. Het had iets meer moeten zijn. Gezien alle complexiteit in de discussies ben ik ook blij dat er nu even rust op het dossier is, want dat is ook fijn. Maar goed, vandaar even het cadeautje. En uiteindelijk de dekking van Veilig Thuis, die is inderdaad op een interessante manier opgebouwd, ook vanuit het verleden, omdat het vroeger vanuit twee financieringsbronnen kwam. Ik blijf dan wel even zeggen en misschien moeten we daar volgende week wat langer op doorgaan in de commissie, als u dat anders wil dekken dan zoals nu voorzien, blijven we wel zitten met de vraag hoe gaat u dan aan het eind van de rit toch die begroting laten sluiten. Nou ons voorstel is dit, als er een amendement ligt, dan hoort daar wel een volledige dekking bij. Dat is eventjes voor nu. De moties. Motie twee, Mobility is a service. Goed idee om dit mee te nemen, want er zijn vele manieren van mobility is a service. Zo kennen wij sinds enige tijd weer de deelscooter. Aan deze kant van de tafel zitten diverse mensen die een opvatting hebben over deelscooter, kan ik u melden.
De voorzitter: Maar verder hebben we eenheid van college. De heer Van der Linden: Zo is het wel. Ja. We komen daar altijd weer uit. Heel gek. Ja. De deelauto krijgt ook natuurlijk zijn stimulans en dit is ook een vorm waar we denk ik zeker werk van kunnen maken. Staat ook al met zoveel woorden benoemd in de concessietekst rond … de concessie die Kubus heeft binnengehaald. Door corona is daar niks van terechtgekomen. Ik denk dat het heel goed is om dat gesprek weer te gaan voeren in het kader van de discussie over de mobiliteitsvisie 2040. De enige wijziging die ik dan zou willen aanbrengen is de planning die u voorziet. In ‘24 in te voeren. Ja, we
93
hebben voor de mobiliteitsvisie een planning van Q2 volgend jaar. Daar zouden we deze gedachte in kunnen meenemen. Dan is het nog niet ingevoerd. Dus ik zou hem deels willen ontraden, maar ik zou ook kunnen zeggen ik omarm hem mits ik daar flexibel mee om kunnen gaan, dus … De voorzitter: En wat zegt u dan eigenlijk? De heer Van der Linden: Daarmee zeg ik dat ik het een goed idee vind, dat ik de motie omarm op het doel, namelijk hier een opvatting over ontwikkelen, dat we die meenemen in de mobiliteitsvisie. De voorzitter: Maar als die motie wordt aangenomen zoals die er nu ligt? De heer Van der Linden: Dan ga ik hem ontraden. De voorzitter: Kijk, dat wou ik even horen, want dat betekent dus dat u nog de tijd heeft om hem eventueel aan te passen. De heer Schalken-Den Hartog: Dan passen we hem volgende … De voorzitter: Maar dit is het college … De heer Schalken-Den Hartog: Richting deze fractie. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Van der Linden: Sorry. Het ziet er allemaal heel uniform uit. Het is wel geweldig. Mooi. Maar komen we volgende week op terug. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Ja dank voorzitter. Ja we zullen hem even bespreken in de commissie. Deze oplossing stond ook niet in de mobiliteitsnotitie die, de mobiliteit 2040 die eraan komt. Vandaar dat we dachten dat is een hele mooie, zelfs oplossing en vandaar dat we hem hebben ingediend.
De heer Van der Linden: Goed idee. Kunnen we … De heer Kuhlmann: Voorzitter. De heer Van der Linden: Volgende week over doorpraten. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, over deze, het advies van de wethouder bij deze motie. Ik hoorde hem spreken over mobility as a service. En dan die opties, die scootertjes, die andere dingen. Maar zoals ik de motie lees gaat het specifiek om een OV-variant, eigenlijk een soort belbus waar er een paar mensen afgelopen zaterdag ook bij het Reizigersoverleg Dordrecht en wat ik daar hoorde was dat ze juist zeiden van ja een hele logische, je moet inzetten op gewoon fijne buslijnen die door de stad heen rijden en niet dit soort
94
belbusjes. U noemde die scooters, maar als het nou gaat om die belbussen, bent u daar positief over? De heer Van der Linden: Je kan het noemen zoals je wil. De OV concessies draaien voor een heel groot deel op dikke buslijnen die van A naar B gaan volgens een vast patroon, vaste dienstregeling, dertig man in de bus die ook in grote volumes heen en weer worden gebracht. Maar we weten dat er ook bussen zijn die 's avonds één passagier per rit krijgen en een uur later weer één passagier. Ik vind zelf dat het heel fijn is dat we een goed voorzien buslijnennet hebben, maar ik vind niet verstandig om maatschappelijk geld in zulke lijnen te blijven stoppen als je weet dat de volumeontwikkeling daarop echt niet zal plaatsvinden. Dan kun je veel beter van deur naar deur vervoer gaan doen. Dat kan via een belbus. Er zijn ook andere manier mogelijk, dus de invulling daarvan zou je kunnen laten variëren. Maar ik ben er niet van overtuigd of ik, andersom, ik ben ervan overtuigd dat OV in Nederland niet alleen zal blijven voortbestaan als je alleen maar denkt in klassieke buslijnen. Dus we hebben veel meer variatie nodig, juist omdat die vaak in de avond, soms in het weekend, soms op plekken waar bijna niemand zomaar komt, omdat je dan veel te weinig volume hebt.
En dan, elke euro kunnen we maar één keer uitgeven in dit land, dan heb ik er veel meer aan, hebben we er met zijn allen veel meer aan als we dat doen met zo'n vraagafhankelijk systeem, wat natuurlijk wel vlekkeloos moet werken. Dat ben ik met u eens. De voorzitter: Zo. Gaat u verder. De heer Van der Linden: Zeker. Dan hebben we motie 8, onleesbaar hoor. Kunst in de openbare ruimte. Mooi. Het is natuurlijk een heel goed idee om na te denken over de manier waarop we daar weer mee verder gaan. Want we hadden inderdaad vroeger een regeling. Ik heb bij de behandeling van de startnotitie ook al gezegd, het zou goed zijn om weer een regeling op te stellen. Daar gaan we over nadenken. Deze motie beoogd om een model in te voeren wat we een beetje kennen van vroeger. Ik stel voor dat we daar eigenlijk volgende week in de commissie nog eens langer over doorpraten. Want als we het model gaan invoeren zoals voorheen, dan kost het ons serieus geld. Wat ook waarde heeft. Maar dan zou u daar natuurlijk wel uitgebreider over van gedachten willen wisselen dan alleen maar met een motie. Dus ik denk dat ik een oordeel raad kan geven, maar ik zou het graag van het gesprek volgende week in de commissie willen laten afhangen. Dan heb ik nog motie 16, Ga aan de slag met een voedselbeleid. Het klopt. We hebben dat voedselbeleid opgenomen in het hoofdlijnenakkoord.
We hebben ook gezegd we gaan werken aan een voedselvisie. Volgende week of de week daarna heb ik in mijn interne overleg een concept startnotitie liggen. En waarom een startnotitie. We willen graag dat u als raad hier kaders over mee kan geven, dus dat is niet hetzelfde als een visie. Het zijn kaders waar u zelf op kunt amenderen of aanvullen wat u maar wilt. Ja en dat zal de eerste maand na het reces bij u op tafel liggen. Dus daarmee zijn we sneller dan wat u beoogd in de motie en op zich natuurlijk heel terecht dat u hier aandacht voor vraagt, dus in die zin zou ik zeggen de motie is overbodig geworden. Dan heb ik nog staan motie 23, Parkeren is echt zorg. Daar hebben we het in de pauze even over gehad, in de eetpauze. Want we hebben al behoorlijk wat regelingen en verbijzonderingen van regelingen in ons parkeerbeleid voor zorgverleners. We hebben dienstparkeerplaatsen voor artsen. We hebben natuurlijk parkeerplaatsen voor
95
mindervaliden. We zijn … We hebben een aantal urenkaarten. We zijn ook bezig met een zorgverleningsvergunning. We hebben even contact gehad. Het gaat ook om een aantal speciale cliëntengroepen. Ik stel voor dat we dit ook bespreken volgende week in de commissie om even te kijken, hebben we eigenlijk al wat u beoogd of is dit nog echt een niche die we niet bedienen. De voorzitter: Oké. Bij interruptie, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja. Om daar toch even extra scherp op te zijn, kunnen we wat de wethouder net zei, een paar minuten geleden, over de voedselvisie noteren als toezegging? De heer Van der Linden: Ik kan toezeggen dat we na het reces, dus eind augustus, begin september, dat u op uw agenda een startnotitie over de voedselvisie heeft en het zal een compact stuk zijn waar u vervolgens kaderstellend over gaat praten. Ja? Dat is een toezegging. Ik zie Gündogdu nog. De voorzitter: Ja, de heer Gündogdu, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Ja voorzitter, dank u wel. Mijnheer Van der Linden, ik had ook nog wat vragen over de zero emissiezone. Daar bent u ook portefeuillehouder van … De heer Van der Linden: Zeker. De heer Gündogdu: Voor zover ik weet. Ik heb gesteld dat heel veel ondernemers, vooral nu, zich zorgen maken over de zero emissiezones wat we in 2026 gaan invoeren. Weliswaar trapsgewijs.
Maar wat zijn de klanken die bij u binnenkomen, wat bent u concreet aan het doen met de zero emissiezone? We hebben weliswaar een tijdspad, maar ik ben benieuwd. De heer Van der Linden: Vind u het goed als ik die zo meteen pak? Want ik ben bijna door mijn moties heen. Parkeren is echt een zorg. Nee, ik ben door de moties heen. Ja dan doen we zero emissie. U wilde bijna zero emotie zeggen, zag ik. Maar dat was niet hè, want zero emissie is heel emotierijk. We hebben niet voor niks eind ‘21 een procesplan vastgesteld dat ons vier, vijf jaar de tijd geeft, omdat we weten, natuurlijk er zijn voldoende middelen om zero emissie te rijden, maar we weten ook die zijn kostbaar, we weten ook de afschrijvingstermijn van busjes is best groot. Bovendien, in onze aanpak willen we niet alleen kijken naar de vervoersmiddelen, maar ook naar het logistieke proces. En daar heb je aan beide kanten de ondernemers als een van de belangrijkste groepen hard nodig. Daar lopen gesprekken over en die lopen denk ik in een goeie sfeer. Ook vlak na het reces komt er een stuk uw kant op met een soort stand van zaken. Er spelen ondertussen ook landelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld, en dat vind ik eigenlijk wel heel mooi, kijk, in elke grote stad loopt dit gesprek, loopt het gesprek over zero emissie.
Je wil voorkomen dat er een soort wirwar en een soort lappendeken aan regelingen komt voor ontheffingen, voor specials enzovoorts. Dus er is nu een landelijk loket in voorbereiding waarbij landelijke afspraken komen over bijvoorbeeld hoe ga je om met kermisvoertuigen, hoe ga je om met speciale categorieën voertuigen, hoe ga je om met ontheffingen die je zelf vanuit je eigen lokale belang wil geven. Dan komt er één manier van registreren en van dingen aanvragen.
96
De voorzitter: Kortom, dat vraagt een nadere bespreking. De heer Van der Linden: En daar krijgt u na het reces een stuk over. De voorzitter: Dank. Dan zijn er nog een paar interrupties. Mevrouw Koene had ik eerst gezien. Daarna de heer Portier. Mevrouw Koene: Dank voorzitter. Vraag aan de heer Van der Linden of die dan ook de komende week eens na wil denken over termen als zero emissie, mobility as a service en dat soort narigheid. De heer Van der Linden: Even, want het is een serieuze opmerking. Ik wil daar best over nadenken, want het helpt inderdaad best als je daar gewoon Nederlandse woorden voor gebruikt. Voorbeeld nul uit de pijp is een mooi woord. Dat kennen we ook rond ‘…’, maar we kunnen ook praten over deelmobiliteit. Dat is een heel fatsoenlijk, net woord. Beetje lang, maar ik kan er best eens … Ik wil er wel eens met u over gedachten van wisselen, want het is eigenlijk een hele interessante vraag, probeer het gewoon Nederlands te houden. De voorzitter: Dank. De heer Portier. De heer Portier: Ja. De wethouder doet een toezegging daar er opnieuw nagedacht wordt over de invulling van het nul-uitstoot beleid. De nul-uitstootzone.
Kan daarin ook de optie beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald in worden opgenomen? Met andere woorden, om het gewoon af te blazen? De heer Van der Linden: Het is verleidelijk om te vragen waarom je zo'n goed idee zou willen afblazen, maar dat gaan we niet doen. Misschien hebben we in de commissie een goede gelegenheid voor. We hebben een raadsbesluit. Dat voeren we uit en daar hebben we ook een aantal voorwaarden onder gehangen. Het moet wel haalbaar zijn, het moet ook op een of andere wijze betaalbaar zijn. En we hebben ook gezegd als wij in ‘25 constateren dat het gewoon zonder enig probleem lukt, dan gaan we het doen. Maar als er reden is om te zeggen we ontzien een bepaalde categorie weggebruikers of bepaalde doelgroepen, dan gaan we dat ook doen. Kijk en als we weten 95 procent van alle potentiële doelgroepen gaan dit nog helemaal niet kunnen doen, dan heb je een verhaal te zeggen dat is raar, het is helemaal niet gelukt, bijzonder vreemd, maar dan moet je het misschien opnieuw ter discussie stellen. Maar tot die tijd voer ik een raadsbesluit uit, met veel plezier. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Ik kan alvast één reden aangeven waarom het onuitvoerbaar is. Onlangs is mijn dakgoot gerepareerd en ik heb de mensen die dat deden gevraagd wat vinden zij nou van die zero emissiezone. Ze zeiden van nou dan komen wij de binnenstad niet meer in.