2.1 2023-06-20 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
41
patronen te doorbreken. De extra investering in cultuur is meer dan op zijn plaats, want cultuur bindt en verbindt. Om daaraan bij te dragen dienen wij een motie in. Voorzitter, na de Zembla-uitzending van afgelopen week zijn de emoties en gevoelens onder ons allemaal gemengd. We roepen al jarenlang dat Chemours willens en wetens onze inwoners, onze omgeving en onze stad vervuilt. Vooral in het verleden, maar ook nu. Het is zaak Chemours daarvoor aansprakelijk te stellen. We kunnen verdriet en leed niet meer ongedaan maken, maar wel mensen helpen om enige genoegdoening te krijgen. Het minste wat we kunnen doen is onze inwoners in deze moeilijke en zware tijden te helpen. Daarvoor dienen wij ook een motie in. Voorzitter, ik kom tot een afronding. Het piept en kraakt in onze samenleving. Niet ondanks, maar juist vanwege het economische klimaat. Decennialang heeft geld de boventoon gevoerd met als gevolg uitputting van onze planeet, sociale ontwrichting, groeiende groep mensen die in armoede leeft, en zo kan ik nog wel verder gaan. Dat maakt dat we een nieuwe balans moeten vinden tussen welzijn, economie en ecologie. We hebben enkele jaren geleden besloten om als stad te groeien tot wel 140.000 inwoners. Een uitgangspunt van GroenLinks is en blijft dat Dordrecht uitgroeit tot een ecologisch sociaal en economisch duurzame stad.
Oftewel, geen schaalsprong zonder sociale grote rechtvaardigheid. Voorzitter, ik rond af. Hoe pessimistisch ik mijn verhaal begon, hoe optimistisch ik mijn verhaal afsluit. In het voorgestelde perspectiefstuk maken wij onze stad klaar voor de toekomst. Als GroenLinks zijn wij er trots op dat de vijf focuspunten uit het akkoord overeind zijn gebleven en ook in moeilijke tijden zetten we een stap vooruit. Dat doen we door daadkracht en lef te tonen. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Een klein beetje extra zendtijd voor de heer Uysal. Ik hoorde hem iets zeggen over de jongeren, over het onderwijs, over de kansen en dat daar de oplossing – of ik heb hem heel plat aangehoord – een beter diversiteitsbeleid is. Dekt dat ook de ellende die er is door voortijdig schoolverlaten, los je dat op met een beter diversiteitsbeleid? Want daar zit nou alle ellende juist met betrekking tot de kansen die jongeren wel of niet hebben. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Het verhaal over de gezonde arbeidsmarkt ging er juist om dat we onze huidige generatie, maar ook de toekomstige generaties klaarmaken voor de toekomst.
Daarbij is het gewoon belangrijk dat we goed investeren daarin, dat we ze omscholen, dat we ze opleiden en dat we ook ondernemers hiernaartoe trekken die met het aanbod afstemmen op de behoeften van onze eigen inwoners. Daar ziet het vooral op toe. In dat kader is het ook gewoon belangrijk om mee te nemen dat alle Dordtenaren eerlijke en gelijke kansen krijgen om gewoon ook goed mee te kunnen draaien en dat is ook iets wat bijdraagt aan een gezonde arbeidsmarkt. Een diversiteitsbeleid is in de volle breedte, dat moeten we niet zozeer toespitsen op de arbeidsmarkt. Dat zien we gewoon terug in alle lagen van de samenleving en dat moet gewoon aangepakt worden. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene.
42
Mevrouw Koene: Nou ja goed, maar eigenlijk zegt mijnheer Uysal dus helemaal niets over de gelijke kansen die er dus moeten zijn voor de jongeren waar de problematiek geldt van het voortijdig schoolverlaten. Maar ik ga ervan uit dat we daar nog wel een keer over komen te spreken. De heer Uysal: Zeker. De voorzitter: Dank. Daarmee is de eerste termijn van de heer Uysal achter de rug, maar niet nadat de heer Den Heijer nog heeft geïnterrumpeerd. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: De heer Uysal stapte er net heel snel overheen met een fantastisch positief verhaal te eindigen, dus waarvoor complimenten. Maar de motie over cultuur, kan de heer Uysal die wat meer toelichten? Omdat er ook een oude regeling wellicht een nieuw leven wordt geroepen. De heer Uysal: Deze motie gaat specifiek voor de openbare ruimte. Kijk, we zijn het volgens mij wel met zijn allen eens, en dat hebben we ook eerder vastgesteld, dat de kwaliteit van de openbare ruimte achteruitgaat. Met deze motie willen wij daaraan bijdragen. Het is voor ons belangrijk dat als je de deur uitgaat, dat je ook gewoon een fatsoenlijke omgeving tegenkomt. We willen niet alleen maar gaan stapelen, we willen niet alleen maar stenige woonwijken hebben, we willen ook gewoon dat mensen goed kunnen vertoeven in hun eigen leefomgeving. Dat is voor ons heel belangrijk en dat is ook de insteek van deze motie.
Kennelijk hadden we al zo een regeling in het verleden, door bezuinigingen is die afgeschaft. Daarom zijn wij nu blij met de extra investeringen in cultuur, want juist in moeilijke tijden is het eerste wat je van de lijst afhaalt wat je schrapt, is cultuur vaak. We hebben ook nooit structureel geïnvesteerd in cultuur, dus we zijn blij met die extra investering en vooral in tijden waarin we uit de coronacrisis komen, waarin mensen het gewoon mentaal en op het welzijnsniveau gewoon heel veel moeite hebben, kan dit een wezenlijke bijdrage daaraan leveren. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Daar wil ik toch nog even kort op door, voorzitter. Want ook de fractie van GroenLinks kan maar één keer het eurootje uitgeven. Dus waar komt die 1 procent vandaan? Is dat dan in de gebiedsontwikkeling, of is dat in het cultuurbudget, en wat gaat er dan anders in het cultuurbudget gebeuren? Nog even los van dat ik uw mening niet deel dat we niet enorm geïnvesteerd hebben in de culturele sector, maar daar kunnen we in de commissie wellicht over door. Onze fractie is benieuwd waar dat vandaan komt. De heer Uysal: Dank voor de vraag. Nogmaals, de insteek van deze motie is om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren en daar kan cultuur een hele grote rol in spelen.
De insteek van deze motie is niet per se om een 1 procent-regeling in het leven te roepen en ook niet alles hoeft geld te kosten. Denk bijvoorbeeld aan het project Bewegend Bos, dat is bijvoorbeeld een project waar mensen gewoon heel vrolijk van worden als ze dat zien in de stad. Op die manier kan je ook ervoor zorgen dat je de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls kan geven, zonder dat het per se geld hoeft te
43
kosten. In het dictum van deze motie vragen wij om de mogelijkheden te verkennen, te kijken hoe we deze reserve opnieuw een nieuw leven kunnen inblazen. Dat kan prima denk ik met bestaande budgetten, maar laten we daar vooral volgende week in de commissie over hebben en ook kijken hoe het college daarop gaat reageren. Maar de insteek is echt dat kunst en cultuur gewoon een goede kwaliteitsimpuls kan geven aan de openbare ruimte en dat staat voor ons voorop. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is u eerste termijn echt afgelopen. De door u aangekondigde moties mag u indienen. Dank u wel. Dat zijn de nummers 8 en 9. Dan wil ik graag het woord geven aan de PvdA-fractie. Naar mijn informatie zal u allebei aan het woord komen. Eerst de heer Van der Spoel en daarna mevrouw Schnabel. Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt de Kadernota 2024 en het doel van deze Kadernota is om ook in financieel lastigere tijden door te bouwen aan een sterke en groene stad. Het lijkt erop dat in 2024 alle plannen en ambities die dit college heeft verder ontwikkeld kunnen worden, maar vanaf 2025 zijn bezuinigingen onvermijdelijk. Er komt als het ware een boeggolf aan investeringen aan, een golf die onvoldoende geborgd is in onze begroting en die niet meer vanuit reserves kan worden opgevangen.
Een vraag die dan bij ons opkomt als PvdA is: beste wethouder, zijn we dan de afgelopen jaren aan het verbrassen geweest? Als PvdA willen we op korte termijn een gesprek met de wethouder die gaat over het personeel. Er zijn nu al projecten die niet doorgaan, zoals bijvoorbeeld de woningbouw op het Gezondheidspark en ook over het project Spuiboulevard, wat ik net al zei, hebben wij grote zorgen. Als we dan kijken naar de zorg over het personeel vragen wij ons af welke grote projecten straks nog wel doorgaan in Dordrecht. Komend jaar gaat het college met de raad besluiten waar er bezuinigd gaat worden. Als het aan de PvdA ligt, beginnen we daar nu gewoon al mee en kiezen we ervoor om te stoppen met het prestigeproject Stadspark XXL. Qua naam fantastisch, groen en hip, maar we gaan vooral een gebied ietsjes groener maken dat al groen is en het merendeel van die 55 miljoen wordt gestopt in infrastructuur in plaats van groen. We dienen hiervoor dan ook een motie in. De verkoeling in onze stad moet niet komen in dat Stadspark XXL, maar juist in de bestaande woonwijken. Het wordt dan ook tijd dat we nu eindelijk de toezegging van dit college betreft ons idee voor iedere nieuwgeboren Dordtenaar een boom planten terug gaan zien in de planning van 2023.
We dienen hiervoor ook een motie in waarin we ons idee om voor iedere nieuwgeboren Dordtenaar een boom te planten koppelen aan een aantal pleinen in Dordrecht die wel wat verkoeling kunnen gebruiken. Dat extra groen dat we in de wijken willen zien, dat moet natuurlijk ook onderhouden worden en daar gaan we de komende jaren echt wel problemen mee krijgen met het groenonderhoud en de kosten daarvoor. Dit hebben we dan ook meegenomen in deze motie en dat zal tevens zorgen voor meer omkijken naar elkaar in de buurt en het tegengaan van eenzaamheid. Nu we toch bij de mensen in de wijk nu we ons daar toch bevinden, iedereen ergert zich groen en geel aan al het zwerfafval. Het pasjessysteem voor ondergrondse containers werkt met enige regelmaat niet en alle maatregelen die genomen worden om dit systeem wel te laten werken kosten bakken met geld. Schaf dat hele pasjessysteem gewoon af. Dat neemt een hoop ergernis weg bij de Dordtse bevolking en daarom dienen we hier ook een motie voor in. En we hebben het al vaker geroepen in voorgaande raadsvergaderingen, de 17.000 Dordtenaren die op
44
de wachtlijst staan voor een sociale huurwoning. En natuurlijk, dat zullen er wat minder zijn, het zal de helft zijn, is nog steeds te veel. Er worden tot 2030 netto 491 toegevoegd. 491 sociale huurwoningen worden toegevoegd aan die voorraad. Gezien de bezuinigingen waar we vanaf 2025 mee te maken krijgen, maken we ons als PvdA erg veel zorgen over de ambitie van dit college om tot 2030 netto 491 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Kan dit college, ondanks de vele bezuinigingen die ons te wachten staan, ons de garantie geven dat er in ieder geval 491 nette woningen worden toegevoegd aan de voorraad voor 2030? Dan is mijn tijd voorbij en dan geef ik me over. Stop de tijd. De voorzitter: Dat wisselen, dat zullen we dan maar oogluikend toestaan. Mevrouw Schnabel, het woord is aan u. Het woord is aan mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank, voorzitter. We willen met elkaar een economisch duurzame stad zijn waarin iedere inwoner zich thuis voelt, waarin economische verhoudingen gezond zijn en je niet alleen maar sterk hoeft te zijn, maar als het even of langdurig en fors tegenzit, je niet meteen kopje onder gaat en blijvend in de problemen komt. Daarom willen we de wethouder, tevens voorzitter Sociaal van de VNG, complimenteren met het onlangs door de VNG uitgebrachte essay over bestaanszekerheid.
Een ambitieus essay dat pleit voor een nieuw soort Wassenaarakkoord waarin alle betrokken maatschappelijke organisaties en overheden gezamenlijk werken aan de grondwettelijke plicht tot het bieden van bestaanszekerheid. Het essay gaat in de eerste plaats in op wat de gemeenten van het Rijk willen, maar het pleit ook voor een stevig lokaal handelingsperspectief. En voorzitter, met veel jongeren gaat het goed, maar als het misgaat met een deel van onze jongeren, dan gaat het echt mis. Elke maand verschijnen er landelijk nieuwsberichten waarin we lezen hoe slecht het met deze jongeren op mentaal en sociaal vlak gaat en we horen ook berichten dat jongeren bij Stichting Urgente Noden elke week binnenkomen omdat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen, 's nachts wakker liggen van geldzorgen, moe zijn en overdag niet goed functioneren. Jongeren moeten met een open blik de toekomst in kunnen kijken en daarom willen we dat Dordrecht net als een aantal andere gemeenten voor de succesvol gebleken regeling Jongeren Perspectief Fonds gaat. We hebben begrepen dat de wethouder hier zich al op aan het oriënteren is en vragen het fonds in te voeren, want intensieve begeleiding, de te leveren maatschappelijke tegenprestatie van de jongeren en het daarna geboden perspectief leidt tot minder terugval.
We zien mogelijkheden om dit vanuit programma’s zoals Glansrijke toekomst voor Dordtse jongeren en Ruimte voor banen te financieren en vragen om dat voor 1 oktober 2023 met een voorstel naar de raad te komen. Daarnaast vragen we ook om een toezegging om de jongeren die in de problemen zijn gekomen beter in kaart te brengen om hoeveel jongeren het gaat die in Dordrecht met huisvestingsproblemen, problemen binnen het gezin en geldprobleem zitten en wat het bereik is van regelingen zoals jongeren daar nu op inspelen. We willen onze waardering uitspreken voor organisaties zoals R-Newt, die met het project MatchMakers jongeren met positief resultaat weten te begeleiden naar school. Want het aantal vroegtijdig schoolverlaters, zoals mevrouw Koene ook aangaf, op het mbo is enorm gestegen. Op dit moment zitten 292 studenten thuis en een van de redenen is dat de startkwalificatie dan niet gehaald is en dat ze dan een goedkope arbeidskracht vaak blijven. Dit vergroot natuurlijk de bestaanszekerheid en de kansengelijkheid niet.
45
Wanneer je aan het mbo begint ben je vaak 16 jaar en je start met een beroepsopleiding en krijgt geen beweging of cultureel kunstzinnige vorming meer, vakken bij uitstek die je leren om weerbaarder te worden en je zelfbewustzijn te vergroten. We lezen in de Kadernota dat er een extra bijdrage aan Stichting MBO gedaan wordt van 100.000 euro en we kunnen ons goed voorstellen dat dit plan daarin past en we zien graag een voorstel van het MBO en de wethouder tegemoet. Daarnaast willen we nog afsluiten met een amendement dat we indienen samen met Fractie van Waardhuizen, want er zijn ieder jaar tekorten op jeugdgelden. We willen meer grip op krijgen en dienen dan een amendement in om de 1,1 miljoen die eenmalig vrijgekomen is onder te brengen in de bestemmingsreserve jeugdhulp. De heer Stam zal dit amendement verder toelichten. Dan vraag ik me af of er nog tijd is. De voorzitter: Ik weet niet wat u allemaal nog wilt, maar de tijd is in principe op. ‘…’. Mevrouw Schnabel: Een hele korte afronding over cultuur. We hebben het al eerder aangegeven, we vinden de cultuurnota, daarin de ambitie echt te veel ontbreken en helpen de wethouder graag om meer ambitie aan te brengen. Voor een groeistad moet de culturele ambitie echt hoger, de verbinding met de landelijke cultuur hechter en het beleid zowel doelgerichter als inspirerender, met meer ruimte voor verbeelding en vernieuwing.
Dat was het. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Had de PvdA nou nog moties en amendementen die ingediend moeten worden? Ja, hè? Zes moties en één amendement. Alle fractielogo’s staan erboven, maar ze zijn niet namens alle fracties ingediend toch, de heer Van der Spoel? De heer Van der Spoel: Jawel. De voorzitter: Ja, ja, ja, ja. Door de hitte letten de mensen even niet op. Dan gaan we door met de ChristenUnie-SGP-fractie. Dan geef ik het woord aan de heer Struijk. De heer Struijk: Voorzitter, uiteraard ook namens ons een woord van dank aan allen die veel werk hebben verzet om deze nota gestalte te geven. Voorzitter, bij het bestuderen van de Kadernota 2024 kwam als vanzelf een beeld bij mij naar boven. Een foto die ik heb gemaakt in de meivakantie, toen mijn vrouw en ik aan de Bodensee vertoefden. Tijdens een fietstocht over het eiland Reichenau maakte ik dit plaatje. Gewoon een vakantiefoto, niets bijzonders. Maar voor mij staat dit plaatje symbool voor de situatie waarin Dordrecht verkeert. Vervang in gedachte de prachtige historische kerk – voor de liefhebbers, de Sankt Peter und Paul – door het iets jongere, maar ook prachtige Dordrecht. Dan heb je nog steeds mooi plaatje. Dat geldt ook voor het financieel perspectief wat in de Kadernota geschetst wordt als we ons beperken tot 2024. Een sluitende begroting.
Maar zoals op de foto er een indrukwekkende wolkenpartij boven de kerk hangt, zo pakken zich ook boven Dordrecht wolken samen. Bijvoorbeeld de wolk inflatie en de wolk opstelling van het Rijk. Die wolken zorgen ervoor dat het geschetste perspectief na 2024 minder zonnig is. Heel wat minder zelfs naarmate we verder vooruitzien. De oorzaken worden genoemd. Er komt een boeggolf aan investeringen aan, we moeten mogelijk weer gaan lenen en dat in een tijd waarin de rente niet meer zo extreem laag is. De reserves lopen terug door verliesgevende grondexploitaties, maar
46
bovenal door het Rijksbeleid: minder prijscompensatie, grote onzekerheid voor de jaren na 2025, want die jaren worden op het bordje van een nieuw kabinet gelegd. Foto hebben ze overigens gezien, die mag wat mij betreft nu weg. Ik kom er straks nog één keer op terug, maar het beeld zal wel op het netvlies zitten. De voorzitter: Het is ook een mooi beeld hoor, mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja, vond ik zelf ook wel eigenlijk. Voorzitter, ondanks het sombere perspectief is de inzet van het college, en wat ons betreft terecht, de ambitie vasthouden en blijven investeren in de stad. Door het begrotingsjaar 2024 sluitend te maken, is er tijd om maatregelen te nemen en tot een gezonde financiële huishouding, waar onze partij altijd voor staat, te komen. Samen met de raad. Het zal niet makkelijk en ook niet leuk worden, want ombuigingen en bezuinigingen zijn onvermijdelijk. Welke keuzes we maken, ze doen altijd pijn, maar laten we dat ook eerlijk onder ogen zien. Voorzitter, een paar zaken uit de Kadernota waar we graag even de aandacht op vestigen. Allereerst participatie. We hopen van harte dat de ontwikkelde toolbox waarover gesproken wordt ervoor zorgt dat de participatie beter verloopt en niet onbelangrijk, dat de burgers dat ook zo ervaren. We zijn heel benieuwd naar het aangekondigde Mobiliteitsplan 2040.
Het STOMP-principe omarmen we van harte en is onzes inziens noodzakelijk om groei – en groeien willen we – te combineren met klimaatneutraal en groen. Wat ons betreft kan het stimuleren van lopen en fietsen niet snel genoeg gaan en daarbij denken we ook aan de gezondheidswinst die dat oplevert. De vele en kostbare WOZ-bezwaren baren ons zorgen, zeker als je ziet dat de kosten, vooral veroorzaakt door de bureautjes, de terugbetalingen met een factor 25 overtreffen. Laten we hopen dat hier door het Rijk snel een einde aan gemaakt wordt. Voorzitter, Dordrecht is een historische stad met veel water en dat is mooi. Tegelijk brengt dat ook kosten met zich mee die andere gemeentes niet hebben. Onderhoud kademuren, las ik, vergt in zeven jaar 27 miljoen euro en ook het onderhoud van een historische brug kost vaak een veelvoud van wat een modernere zou kosten. Wie mooi wil zijn, moet dus inderdaad pijn lijden. Voorzitter, we zijn blij dat er op het terrein van cultuur de ruimte is voor een bescheiden beleidswens. Cultuur is van grote waarde voor de aantrekkelijkheid van de stad, voor bezoekers en voor eigen inwoners. Daarom fijn dat er ook in financieel zware tijden wat extra ruimte gecreëerd kon worden. Voorzitter, zoals u weet staan wij voor een degelijk financieel beleid. Daarom baart de weerstandsratio ons zorgen.
Ze is nu net nog op het niveau, maar de risico's dat ze onder de afgesproken waarde komt zijn best fors. Ook een signaal dat er werk aan de winkel is om het huishoudboekje van de gemeente op orde te krijgen. Een ander punt van zorg is het grote aantal vacatures bij de organisatie. Een nieuwe aanpak werving en selectie waarover gesproken wordt is daarom hard nodig, want het zou een illusie zijn te denken dat er sprake is van een tijdelijk probleem. We hopen van harte dat de nieuwe aanpak gaat werken. Voorzitter, ik ga afronden en kom nog één keer terug op de foto waar ik mee begon. De wolken die u zag waren imposant, maar de kleur een beetje misleidend. Het waren geen donkere wolken – die zijn er nu buiten wel overigens. Mogelijk zijn er onder u die daarom zeggen: het viel nog wel mee met die dreiging. Toch moet ik u zeggen, in de loop van de middag werden we wel nat, er zaten dus wel degelijk buien in de lucht. Laten we ook wat de financiën betreft dus niet te snel denken dat het misschien allemaal wel meevalt. Nog iets over de foto. U zag een kerk. En kerken
47
hebben één of meerdere torens. Torens wijzen omhoog en dat is ook niet zomaar, daar zit symboliek in. Ze wijzen naar boven, ze wijzen naar God. Voorzitter, er lijken moeilijke jaren aan te komen waarin moeilijke keuzes gemaakt moeten worden en zonder voorbij te gaan aan de bekwaamheden die het college bezit en ook de raad, zijn wij dankbaar te weten dat er één is van wie we alles mogen verwachten en die nooit teleurstelt. Voorzitter, ik heb aangegeven dat wij cultuur heel belangrijk vinden. Dat is een breed onderwerp. De een houdt van oude gebouwen, of van schilderijen, een ander van moderne muziek. Wij houden ook van oude dichtkunst en Dordrecht heeft een beroemde dichter gehad, de dichter Voet. Hij verwoordde zijn afhankelijkheid die we vinden in een psalmvers uit 1773 – en ik citeer twee regels, dat moet kunnen – als volgt: “Geef Gij ons hulp in tegen heen, bij U is raad, bij U alleen.” Ik dank u. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Struijk zijn verhaal aan en ondanks de mooie foto en het uitgebreide verhaal zie ik ook de heel Struijk heel veel zorgen uiten over wat eraan komt. Ik zei het in mijn eigen verhaal tijdens mijn moment al dat ik soms het gevoel heb dat wij in de voorgaande jaren misschien wel als gemeente het geld iets te veel hebben verbrast.
Om in Bijbelse termen te blijven, dan gaan we naar Genesis 41, dan weet u precies waar het natuurlijk naartoe gaat, over de zeven vette jaren en de zeven magere jaren. Had de gemeente Dordrecht niet veel meer, zoals de hoofdpersoon in Genesis 41, moeten handelen en vooruit moeten kijken? De heer Struijk: Voorzitter, dat vind ik een hele mooie vraag. Nu nog een antwoord. Kijk, Genesis 41 een-op-een overzetten naar deze tijd, dat gaat niet. Je weet wel, elke econoom weet dat, we hebben te maken met cycli. Dat zijn merkwaardig genoeg heel vaak cycli van zeven jaren. Zeven jaren opgang, zeven jaren neergang. Het zijn er ook wel eens acht of negen en het zijn er ook wel eens zes, maar het zit vaak rondom de zeven. Een jaar of twintig geleden dachten economen: nu hebben we het kunstje door, wij gaan voorkomen dat die neerwaartse. Maar ze kregen geen gelijk, want de ene crisis volgt de ander op. Nu uw vraag, de vraag van de heer Van der Spoel, hadden we niet? Kijk, we wisten tijdens de vette jaren niet in welke vorm de magere jaren zich zouden openbaren. We konden wel weten, die komen een keer. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt je pakhuis vol proberen te stouwen, de 400 miljoen van mevrouw Stolk achter de hand houden. Je kunt ook gaan zeggen: we gaan investeren in de toekomst. Als je bijvoorbeeld woningen energiezuiniger maakt, dan kost dat geld, dat gaat van de plank.
Maar je kosten in de toekomst worden minder. Ik denk wat dat betreft dat het beleid van de gemeente geweest is: wij blijven investeren. Dat kost inderdaad geld, maar ik vind zelf en wij als partij vinden ook dat dat toch de goede keuze is. Tegelijk moet ik ook heel eerlijk zeggen, je weet dat er wel eens magere jaren aankomen, maar niemand heeft die Oekraïne-oorlog blijkbaar zien aankomen, en over corona zal ik maar zwijgen. Er gebeuren soms echt dingen, die kun je niet voorzeggen. Juist daarom hechten wij zoveel waarde aan het slot van mijn woordvoering. Wij kunnen niet alles oplossen, maar gelukkig hebben wij vertrouwen in een die het wel kan. De voorzitter: Dank. Bij interruptie, mevrouw Stolk.
48
Mevrouw Stolk: Voorzitter, als mijn naam genoemd wordt, dan wil ik toch altijd even graag reageren. Voorzitter, ik hoor zeggen dat wij die 400 miljoen aan Eneco-gelden op de plank willen laten liggen. Dat heb ik niet gezegd. Wat ik gezegd heb in mijn betoog is dat we die 4 miljoen willen herschikken en kijken, omdat we nu al weten dat er tekorten aan zitten te komen. En investeren is altijd goed, ook in tijden van crisis, maar je moet wel goed op het huishoudboekje kijken, want dat hoor ik u ook zeggen. U weet dat dat er al aan zit te komen, dus ik ben zeer benieuwd hoe u daar dan tegenaan kijkt. U maakt zich nu zorgen over het huishoudboekje, maar u gaat wel vol gas door op de ingeslagen koers. De voorzitter: Mevrouw Stolk bedoelde natuurlijk de heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ze dat inderdaad bedoelde. Voorzitter, mevrouw Stolk heeft niet helemaal goed naar mij geluisterd. Ik heb niet gezegd dat de VSP, mevrouw Stolk in de vorm, die 400 miljoen op de plank wilde laten liggen. Ik heb gezegd de 400 miljoen waar mevrouw Stolk het over had, en toen heb ik gezegd: die hadden we ook op de plank kunnen laten liggen. Ik heb niet gezegd dat dat het voorstel van de VSP was, want ik heb goed naar mevrouw Stolk geluisterd.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan zal ik toch nog maar eens een keer de band terugluisteren, want volgens mij zei u dat wel – via de voorzitter, sorry. De heer Struijk: Zal ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Ja, of gaat gewoon u gewoon verder. De heer Struijk: Het lijkt mij gewoon een prima idee dat u dat doet en we horen wel wie er gelijk had. Als u gelijk had, bij voorbaat excuses, maar eerlijk gezegd denk ik van niet. Voorzitter, eigenlijk heb ik het al gezegd en heeft volgens mij mijnheer Uysal het ook heel duidelijk gezegd, het huishoudboekje moet op orde komen. Dat is klip en klaar. Zijn wij voor, vinden we altijd. De crisis heeft ons een beetje overvallen, heeft ons allemaal overvallen. Daardoor veranderen er allerlei dingen. We kunnen niet vandaag het op orde krijgen, we kunnen het ook volgende maand niet op orde krijgen. Met de sluitende begroting is er eigenlijk voor 2024 tijd gekocht en kunnen we het komende jaar gaan gebruiken om met elkaar keuzes te maken. Die keuzes gaat het college niet maken, die keuzes gaat zeker de ChristenUnie-SGP niet maken, die gaan we met elkaar maken. Maar u moet niet van mij verwachten dat ik daar nu een voorschot op neem en bijvoorbeeld de tip van collega Den Heijer om paardenbelasting en kattenbelasting in te voeren om de inkomsten te vergroten. Nee, dat gaan we niet doen.
We beginnen gewoon met een blanco papiertje en dan gaan we kijken hoe we het gaan doen. Ik hoop dat dit voldoende antwoord is voor mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nee, maar ik kom daar nog wel een keer op terug. De heer Struijk: Wordt vast gezellig. Ik denk dat ik kan gaan zitten, voorzitter? De voorzitter: Als u klaar bent. De heer Struijk: Ik was precies klaar, want ik hou me aan de tijd.
49
De voorzitter: Geweldig, dank u wel. De heer Struijk: Dank u. De heer Den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Mag ik een puntje van orde stellen? De heer Struijk had het net over dat we nat worden van regen. Zelf denk ik dat we vooral nat worden van de zweet. Er werden net vanwege de wind ook nog ramen dicht gedaan. Zouden we ook voor het welzijn van iedereen even een paar minuten pauze kunnen nemen om ietsje af te koelen? De voorzitter: Ik vraag me af of het gaat helpen hoor, als we nu schorsen en u gaat even ergens anders afkoelen, want het is overal warm. We hebben nog niet de helft van het aantal fracties gehad. We zitten wel in algemene beschouwingen. Maar goed, als de raad wil schorsen, dan schors ik, maar leg ik het even voor. Mag ik vingers zien wie er wil schorsen? Dan gaan we wat mij betreft wel gewoon door, mensen. De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Wie vraagt me dat nu? Ja, gaat uw gang, mijnheer Safranti. De heer Safranti: De scheidsrechter bepaalt of er waterpauze wordt. De voorzitter: Ja, het is goed. Dank u wel. Ik geef het woord aan de Partij voor de Dieren, gaat uw gang. De heer Groenewege: Voorzitter, we vervolgen de lijdensweg met de Partij voor de Dieren. De voorzitter: Mag ik stilte in de zaal? De heer Groenewege heeft het woord. De heer Groenewege: Voorzitter, ik schok laatst wakker van een harde knal.
Het klonk dit keer niet als illegaal vuurwerk, voor de verandering, wat al een wonder op zichzelf was. Maar ik was toch wel benieuwd wat er was gebeurd, dus ik ging even zoeken op mijn telefoon en wat blijkt? Bestuurders over het hele land waren allemaal tegelijk tegen de lamp gelopen. Ja, je verzint het niet. Over het hele land worden de gevolgen hiervan gevoeld. Voorzitter, jarenlang hebben besturen in het land, ook het Dordtse stadsbestuur, noodzakelijke beperking van onze CO2-uitstoot voor zich uitgeschoven en we krijgen daar steeds meer de gepeperde rekening van gepresenteerd. Het Dordtse stadsbestuur schuift deze transitie nog steeds op de lange baan. Gelooft u me niet, hoor het eens van een ander. Voor het gemak citeer ik mijn waarde collega, de heer Den Hartog, die net nog de zaal wilde ontvluchten, van coalitiepartij GroenLinks, die het volgende zei bij de begrotingsbehandeling van vorig jaar. Ik citeer: “Er komen binnenkort plannen hoe we in 2040 klimaatneutraal kunnen zijn. Energiebesparing, duurzame mobiliteit, duurzame energieopwekking zijn daar onderdeel van. Dat gaat dus voor 18 jaar tot 2040, maar er is nauwelijks structureel geld voor en dat wringt.” Einde citaat. Ja,
50
voorzitter, dat wringt. Dat het wringt hebben we mede te danken aan de partijen die uiteindelijk wel tekenden voor dit magere budget. De gevolgen daarvan werken ook nu nog door, want ook in de Kadernota voor 2024 en verder lezen we niets terug over extra structureel geld voor de noodzakelijke versnelling van de energietransitie. Voorzitter, ook op andere onderdelen trekt het college geen structureel budget uit om de ambities te realiseren. De PvdA noemde eerder al de bomen en daar wil ik me bij aansluiten. Het blijkt toch makkelijker te zijn om ronkende teksten in een coalitieakkoord te zetten, dat lukt nog wel, maar mooie beloftes een jaar lang laten verstoffen gaat met hetzelfde gemak. Dat noemde Beter Voor Dordt eerder ook al. Voor uw vermaak volgen nu wat voorbeelden van onze favoriete beloftes waar we nooit meer wat van hoorden. Eén: “Er zijn plekken in onze stad – dit is een citaat uit het coalitieakkoord – met veel steen en asfalt en weinig groen. We gaan deze plekken in beeld brengen en onderzoeken de mogelijkheden deze te vergroenen.” Hierover horen we alleen nog maar krekels, voorzitter, als we die zouden hebben in de stad. Twee, ook een mooie uit het coalitieakkoord: “Om de hittestress in de stad verder tegen te gaan omarmen we het idee om voor iedere nieuwgeboren Dordtenaar een boom te planten.
We werken daar een voorstel voor uit.” Dat wordt vast een prachtig voorstel, voorzitter. Het is wel te hopen dat we het nog mogen ontvangen voordat dit college weer afzwaait in 2026. Om niet al te langdradig te worden, wil ik ook nog even kort aanstippen dat het college een visie op het buitengebied heeft beloofd, meer en gevarieerder groen in de wijken, groene schoolpleinen, noem maar op. Maar we zien er nog niet zoveel van. Dit college vergroent de stad in de traagste versnelling door zich voornamelijk te richten op een gebied dat nu al groen is, namelijk de Dordwijkzone. Dat is een bittere pil voor Dordtenaren die in een versteende en oververhitte wijk wonen. Eigenlijk vindt de Partij voor de Dieren dat de raad hier geen genoegen mee moet nemen. Wie belooft, moet leveren. We gaan hierover graag in gesprek met de rest van de raad tijdens de commissiebehandeling en overwegen op dit punt meerdere moties in te dienen. Dan voorzitter, voedsel. Een ander voorbeeld van beleid waar de Partij voor de Dieren naar hongert is het nieuwe voedselbeleid dat ons is beloofd. In het coalitieakkoord repte het college nog van een nieuwe voedselvisie waarin allerlei mooie ambities een plaats zouden krijgen. Zo kan een gedegen voedselbeleid bijdragen aan een duurzame stad, gezonde Dordtenaren en aan het beschermen van weerloze dieren tegen uitbuiting door mensen.
Lokale organisaties die zich bezig bezighouden met duurzaam voedsel staan te springen om een gedegen gemeentelijk voedselbeleid, maar we horen er sinds het coalitieakkoord werd gepresenteerd niets meer over. Ook in de Kadernota 2024 komt voedsel niet voor. De Partij voor de Dieren vindt dat het college hier nu eindelijk eens mee aan de slag moet. Voeg de daad bij het woord. Daarom stellen we een motie voor om het college opdracht te geven samen met de stad een nieuwe voedselvisie op te stellen en deze voor het meireces van 2024 ter vastlegging aan de raad voor te leggen. Voorzitter, waar het college wel de handschoen oppakt, gaat dit juist ten koste van het groen, in dit geval de Biesbosch. Met meer wandelpaden, fietspaden en aanlegsteigers wil het college meer mensen naar de Biesbosch lokken. De kosten van de maatregelen, zo’n half miljoen euro per jaar, moeten in het gebied zelf terugverdiend worden met meer recreatie. In het beschermde natuurgebied dus. Dit is een perverse prikkel die zonder twijfel ten koste zal gaan van de kwetsbare natuur. Voorzitter, de Biesbosch is geen pretpark waar je een verdienmodel op los kunt laten. De recreatiedruk ligt op dit moment al op de grens van wat het gebied aankan. Wat de Partij voor de Dieren betreft zijn recreanten op de
51
bestaande paden en steigers van harte welkom, maar wij zien geen noodzaak om deze tijd van bezuinigingen extra geld te steken in meer recreatievoorzieningen in de Biesbosch. Daarom stellen we een amendement voor dat dit voorstel uit de Kadernota schrapt. Voorzitter, ook wil de Partij voor de Dieren hier aandacht vragen voor alles overstemmende benzinebladblazers. Benzinebladblazers stoten stoffen uit die ongezond zijn voor de medewerkers die ermee moeten werken en zijn daarnaast slecht voor het milieu en voor een leefbare stad, waar je elkaar kunt verstaan en vogeltjes kunt horen fluiten. Daarom stelt de Partij voor de Dieren een motie voor om zo snel mogelijk te stoppen met het gebruik hiervan en over te schakelen op schonere en stillere alternatieven. Voorzitter, u merkt het, wij kijken als Partij voor de Dieren met een kritische blik naar het collegebeleid. Maar er gebeuren gelukkig ook goede dingen en die mogen ook wel benoemd worden. Dit college is namelijk aan de slag gegaan met een nieuw dierenwelzijnsbeleid en de Partij voor de Dieren kijkt hier reikhalzend naar uit. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. U heeft een aantal moties, dat zijn er twee, en een amendement. Dank u wel. Dan gaan we naar de CDA-fractie, dan geef ik het woord aan mevrouw Van Vugt. Ik heb u het woord gegeven, gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter.
We hebben al heel veel zorgen gehoord en het CDA heeft daar ook zeker oog voor, maar we hebben ook oor een hart voor deze stad, behalve dat oog, en we vooral heel veel waardering voor de handjes in deze stad. Ik wil het dus ook vaker hebben over de Dordtse handjes. Dordt kan niet zonder alle Dordtenaren die dag aan dag klaarstaan voor anderen. De mensen in het onderwijs, de zorg en al die vrijwilligers die er elke dag weer zijn. De solidariteit bij deze inwoners is groot. Ik citeer enkele regels uit een gedichtje wat ik daarover tegenkwam. “Vrijwilliger zijn is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Het is verbonden, maar niet gebonden. Is onbetaalbaar, maar niet te koop. Is positief denken, is positief doen.” We roepen de raad en het college dan ook op om te blijven investeren in de Dordtse handjes, in de verenigingen die voor de sociale cohesie zorgen in deze stad. In een tijd van krapte is er geen betere investering denkbaar om toch een sociale stad te blijven. Het goede nieuws van deze Kadernota is dat ingezet beleid doorgang kan vinden en er is ook wat minder goed nieuws, dat is dat nieuwe ideeën nu niet meer allemaal door kunnen gaan. Het goede nieuws betreft in elk geval een drietal zaken waar ik kort op in wil gaan. Er is extra geld vrijgekomen voor deze drie dingen.
Het gaat over het bevorderen van de fietsmogelijkheden, waardoor het wellicht toch nog fijn fietsen in Dordrecht wordt. Een volgend punt betreft het kunnen continueren van bestaande evenementen, wat natuurlijk mooi is voor de leukigheid in deze stad. En we zijn ook blij met budget voor kunst en cultuur, wat voor verbinding zorgt, zeker als dit ten goede komt aan de amateurkunst in deze stad die voor een brede groep toegankelijk is. Dan toch ook een puntje van kritiek. Er is budget voor sportende kinderen. Heel veel van onze Dordtse handjes zijn te vinden bij sportverenigingen en ze hebben het er vaak over dat kinderen vaak meer aan het sporten zouden moeten gaan. Het belang van sporten hebben we ook als raad al diverse keren erkend. Met het oog op de ambities die er zijn omtrent sportende kinderen hadden we op dit punt inmiddels veel meer actie verwacht in de vorm van een concreet plan. Waar blijven deze plannen en op welke termijn denkt het college met dit plan te komen? We zijn dus wat teleurgesteld als CDA op dit punt. We
52
vinden het bovendien bij dit punt ook van belang om te zeggen dat het zo moet zijn dat geld ook echt bij de sportende kinderen terechtkomt en niet opgaat aan ambtelijke overhead. De raad in positie. De wijze waarop de te maken keuzes van de raad zijn voorgelegd, hadden we graag inzichtelijker gezien. Het helpt als meteen duidelijk is of bepaalde bedragen een extra investering betreffen, of dat het reeds genomen besluiten betreft. We roepen het college op om aan de raad een duidelijke procesaanpak voor te leggen, waaruit duidelijk wordt wat de consequenties zijn bij het kiezen uit de noodzakelijke bezuiniging die we de komende jaren gaan maken. De effecten zien we graag doorgerekend en inzichtelijk weergegeven. Hiervoor dienen we dan ook een motie in en die heet Raad bij ombuigingen en bezuinigingen goed in positie. De verantwoordelijkheid die de raad heeft kan dan beter ingevuld worden. Dan nog een ander punt, de nabije overheid. Niet alleen de Dordtse handjes dragen bij aan de samenleving, maar de lokale overheid kan ook de handen uit de mouwen steken. Het CDA maakt zich sterk voor een lokale overheid die niet op afstand van de inwoners staat, maar die nabij wil zijn. Dit heeft ook vanuit ons verkiezingsprogramma een prominente plek gekregen in het politiek akkoord.
Het gaat ons wat dat betreft dan niet om beleid wat gevat wordt in regels en nog meer beleidsstukken, maar het gaat vooral om een andere mindset, de mindset van de vrijwilliger. Positief denken en positief doen. Het college is er immers ook voor de inwoners. Initiatieven uit de stad kunnen best wat enthousiaster omarmd worden. Organisaties als Humanitas, Samen Dordt, De Buitenwacht, Stichting Debster en ook zoiets als de maatschappelijke rol die FC Dordrecht gaat spelen, laten we er toch vooral heel blij mee zijn en met ze meedenken, zodat zij kunnen doen. Communicatie vinden wij een belangrijk punt, en dan op zo'n manier dat we niet alleen meedelen wat de plannen zijn, maar dat we vooral gaan vertellen wat er wordt gedaan. De verkoop van beleid mag wat ons betreft best een tandje minder en we zien liever dat er hard gewerkt wordt aan de uitvoering van plannen. Zo is de woningnood in Dordt nog lang niet opgelost. We vinden het echt heel spijtig dat dat diverse bouwprojecten, zoals bij het ziekenhuis, nog niet uitgevoerd worden. We hopen op korte termijn een locatie voor een eerste knarrenhof te mogen vernemen en we dringen er bij het college op aan om daar vaart mee te maken. Voorzitter, ik wil graag nog enkele zaken kort aanstippen. Bestaanszekerheid en gelijke kansen, het is steeds minder vanzelfsprekend dat huishoudens kunnen rondkomen.
Kan het college bestaanszekerheid garanderen? Hoe voorkomen we met elkaar dat ontoereikende financiële omstandigheden ook leiden tot ongelijke kansen? Een ander punt is dat de komst van het azc niet genoemd is in de Kadernota. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Bij interruptie, de heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Kort een vraag terug aan mevrouw Van Vugt van het CDA. Hoe denkt het CDA dat in te gaan vullen? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik verstond de vraag niet. De voorzitter: Hoe denkt het CDA …
53
De heer Schalken-den Hartog: Het punt wat mevrouw Van Vugt net noemde met betrekking tot bestaanszekerheid, die vraag werd gesteld aan het college. De vraag vanuit Beter Voor Dordt is hoe mevrouw Van Vugt en het CDA daarover denkt dat te kunnen doen, die bestaanszekerheid garanderen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bestaanszekerheid is echt iets wat we graag gegarandeerd willen zien. We zijn er nog niet over uitgedacht, ik denk dat we dat ook samen met de raad moeten doen, maar er moet altijd een minimum zijn waarop je terug kunt vallen. Tegelijk moeten we ook al die mensen die in moeilijke omstandigheden zitten wel aansporen om zoveel mogelijk op eigen benen te staan, maar er moet een vangnet zijn. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, in vervolg daarop nog de vraag aan het CDA en mevrouw Van Vugt wat daar nu in gemist wordt op dit moment. Mevrouw Van Vugt-Roose: Daar wordt niks in gemist. Wij hopen vooral dat dit op de manier waarop we nu bezig zijn door kan gaan. We zijn heel blij met het sociale beleid, dat hebben we ook als coalitiepartijen, daar hebben we echt heel bewust voor gekozen. Ik denk dat het in weinig steden zo goed geregeld is als hier. Het vraagt wel veel geld, dus we moeten wel kritisch blijven kijken: komt het ook op de plekken terecht waar we het willen hebben? Dus zo kijken we daarnaar. De voorzitter: Gaat u verder.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. O. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Hoe kijkt u tegen dat essay aan dat over bestaanszekerheid gaat met de doorbraakmogelijkheden die erin zit? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik vind dat een hele goede vraag, maar ik moet eerlijk zeggen, ik heb het essay niet gelezen, maar ik denk dat het geschreven is door de heer Heijkoop, klopt dat? Nou, dan weet ik wel een beetje zijn gedachtegang daarbij en ik denk dat het aardig in lijn is met wat ik net zei. Bestaanszekerheid moet je kunnen bieden, ook om gelijke kansen te kunnen bieden. En tegelijk moet je wel ervoor zorgen dat waar het kan iemand wordt aangemoedigd om op eigen benen te staan. Ik hoop dat ik het zo goed samenvat. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt-Roose: We gaan weer verder. Het azc wordt in de hele Kadernota niet genoemd. Er is toegezegd dat dit een budgetneutraal gebeuren betreft. Wij zien wel graag de geldstromen terug in de P&C-cyclus en we willen graag een impactanalyse van de omliggende wijken. De motie Impact van de komst van het azc inzichtelijk maken geeft uitdrukking aan deze wensen. Dan iets over het verkeer. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter?
54
De voorzitter: Bij interruptie, de heer Venderbosch. De heer Venderbos-Lambinon: Kan mevrouw Van Vugt aangeven welke maatschappelijke gevolgen het CDA verwacht op de omliggende wijken? Want dit is voor mij een beetje vaag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Welke maatschappelijke gevolgen wij verwachten op de wijken? Nou, er komen om te beginnen heel veel bewoners bij. Dat geeft meer drukte. We weten niet precies wat voor gevolgen dat heeft en we weten ook niet goed welke gevolgen de bewoners daar inschatten. Ik denk dat het heel goed is om daar notie van te nemen en om dat inzichtelijk te maken wat er leeft onder de mensen in die wijken. Mag ik verder, voorzitter? Dank u wel. Ik weet niet wie er hier allemaal wel eens zo eind van de middag in de binnenstad moet zijn om weer thuis te komen met de auto, dat is echt een drama. Je kan er gerust vanaf de tunnel tot aan thuis, wat maar echt 1,4 kilometer verderop is, een uur over doen. Het autoverkeer loopt vast. We zien heel graag dat de transferia aan de randen van de stad gauw tot stand worden gebracht en dat die niet alleen gericht zijn op bezoekers, maar ook op de eigen inwoners, zodat je misschien met de fiets naar huis kan. Dus fietsenstallingen en pendelbusjes horen daar dan ook bij. Met de verduurzaming wordt wat ons betreft te weinig vaart gemaakt.
Nog steeds worden verzoeken voor het plaatsen van zonnepanelen in de binnenstad afgewezen. Dat moet echt anders. Dan wil het CDA zich aansluiten bij wat er al gezegd is over Chemours. Bedrijven en overheden dienen als goede rentmeesters om te gaan met aan hen is toevertrouwd. Omtrent het toekomstige opruimen van alle vervuiling zien we graag dat er een garantstelling wordt georganiseerd. We dienen daartoe de motie Norgstelling door Chemours in verband met PFAS-vervuiling in. Voorzitter, ik sluit af. Ik hoop van harte dat de mindset van de Dordtse handjes diepgeworteld blijft in deze stad, zodat er vanuit vertrouwen, verbinding en verantwoordelijkheid oog, oor en hart is voor elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dat was de eerste termijn van de CDA-fractie. Vergeet uw pasje niet. Dan geef ik het woord graag aan de heer Safranti namens DENK, gaat uw gang. De heer Safranti: Dankjewel, voorzitter. Voorzitter, ik wil mijn voorgangers bedanken die dus elke keer over de zwarte wolk hadden. Het heeft uiteindelijk geholpen, we hebben regen. Voorzitter, woord van dank richting onze ambtelijke organisatie en het college. We vinden het fijn dat er tegelijk met de Kadernota 2024 ook een actueel beeld ligt over de jaarschijf 2023. Voorzitter, de zware tijden zijn op komst. Diverse collega's hebben het ook al benoemd.
De voordelige begrotingssaldi 2024 en 2025 lopen terug en slaan als we geen maatregelen nemen om in een tekort. Begrotingsjaar 2024 laat dus nog wel een kleine plus zien. Waar we andere jaren voordelige jaarresultaten in konden zetten om tekorten terug te dringen en nieuwe ambities te bekostigen, zien we nu dat door verliesgevende grondexploitaties reserves teruglopen. De fors oplopende tekorten ontstaan grotendeels door Rijksbeleid. Voorzitter, als we de Kadernota goed doornemen komen wij tot de volgende vragen richting het college. We ontvangen in 2023 van het Rijk een enorm groot bedrag voor opvang ontheemde Oekraïners. Een bedrag van 34 miljoen. De vraag is: welke kosten staan hier tegenover, wat gaat het college met dit middelen doen?
55
Vraag twee: de werkelijke energiekosten over 2023 in relatie tot het in 2023 gereserveerde bedrag is relevant. Vraag is: is er al inzicht in prijsafspraken voor gas en energie voor 2024 en verder? Vraag drie: programma uit het algemene dekkingsmiddelen, vertraagd verkoop vastgoed en dan tussen haakjes drie panden. De vraag is: welke zijn dit? Voorzitter, evenwicht tussen rijk en arm. Dordrecht is een rijke stad met de ambitie om verder te groeien. Die discussie is hier diverse keren gevoerd, ook hedenmiddag. Daarom moet er wel geïnvesteerd worden in de stad om het aantrekkelijker te maken en te houden. Er wordt volop geïnvesteerd in het fysieke deel. Wij willen dat er ook geïnvesteerd wordt in het sociale deel, dus in mensen. Wij kampen met diverse crisissen, oorlogen, torenhoge inflatie. Steeds meer mensen hebben moeite om rond te komen en het huishoudboekje kloppend te krijgen. Kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter, 60 procent van de Dordtse bevolking leeft namelijk onder de 23.000 euro. Voor een stad als Dordrecht met ambitie en budget is dit schrikbarend. Mevrouw Pichel: Voorzitter? De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Safranti zeggen dat hij graag zou willen investeren in bepaalde mensen.
Waar zit u dan aan te denken, hoe zou u dan willen investeren in deze mensen die tekortkomen? De heer Safranti: Ik was op het punt om dat juist te benoemen. Goed, voor een stad … Voorzitter, ik kan doorgaan? Oké. Voor een stad als Dordrecht met ambities en budget is dit schrikbarend en moet er snel verandering in komen. Daar komt ‘ie. De witgoedregeling. Daarom willen wij juist in deze moeilijke tijden mensen helpen die het hardst getroffen en geraakt worden door genoemde aspecten en komen wij samen met de Verenigde Senioren Partij en Socialistische Partij SP met een motie over witgoedregeling. Tijdens het begrotingsoverleg in 2022 november hadden wij namelijk de wethouder verzocht om hier werk van te maken. De heer Kwaak: Voorzitter? De voorzitter: Bij interruptie, de heer Kwaak, VVD. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Safranti, ik heb net nog uw voorgangers gehoord, mevrouw Schnabel, mevrouw Van Vugt, die zeiden dat alles hier sociaal heel goed geregeld was. Nou hoor ik u over de witwasregeling. Er is een bijzondere bijstand. Ja, ik dacht: ik zal even een grap maken. Maar er is een bijzondere bijstand, er is een persoonlijk minimabudget. Wat wilt u nou precies? De heer Safranti: Nou, sowieso niet witwassen wat ik bedoel. Het is de witgoedregeling. De heer Kwaak: ‘…’. De heer Safranti: Sorry? De heer Kwaak: Het houdt toch een keer op?
56
De heer Safranti: Wat houdt op? De heer Kwaak: Het extra geven wat u wil gaat doen. De heer Safranti: Nou, ik heb net mijn inleiding aangegeven dat 60 procent van onze burgers kampen met financiële problemen. Ik lach er wel om, alleen ik schaam me aan de ene kant. Waarom? Wij investeren, wij hebben ambities, dat is allemaal duidelijk. Mijn voorgangers hebben dat ook proberen uit te leggen dat we willen gaan groeien, maar met eventuele gevolgen, daar is een hele discussie over geweest hedenmiddag. Dus ik wil ook aangeven dat wij juist ook voor deze mensen klaar moeten staan en ook voor hun een en ander moeten gaan regelen. Oké, we moeten doorgroeien, we moeten investeren, ambitieus, ambities hebben. Alleen, we moeten onze burgers ook niet vergeten. Dan heb ik het over 60 procent. De voorzitter: Dank. Heb nog een interruptie van mevrouw Schnabel gezien, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, dank u wel. Het is inderdaad wat de heer Kwaak zegt is dat er bijzondere bijstand is, het PGB-budget. Maar er is ook geïnvesteerd op Energiehulp en dat gaat om best wel grote bedragen. Hoe kan wat u nu voorstelt daar een verschil in uitmaken? De heer Safranti: Ik zal het uitleggen. Voorzitter, dit is vanuit het minimabudget en het heeft twee wendingen.
Eén, het verduurzamen van de producten, dan heb ik het over witgoed, dus een koelkast en wasmachine wat dus eigenlijk niet meer aan de normen voldoet. Daarbij is er een onderzoek geweest vanuit gemeente Amsterdam dat er jaarlijks 110 euro aan energiekosten bespaard worden. Dus eigenlijk is het ook een stukje besparing op de energiekosten, het verduurzamen daarvan. In het land is er diverse voorbeelden, denk aan Amstelveen, denk aan Amsterdam, denk aan Valkenswaard. Ik kan er zoveel noemen die dit al ingevoerd hebben. Mevrouw Schnabel: Maar voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dit wordt ook echt al gedaan door Energiehulp, want zij rijden door de buurt heen, hun aanpak is heel effectief. Zij gaan langs de huizen en zij verduurzamen op die manier op heel laagdrempelige manier de huizen en nemen ook het witgoed mee. Dus ja, dat klinkt toch eigenlijk al als uw motie, of als de motie van DENK? De heer Safranti: Nou, ik ben dan benieuwd wie welke witgoedregeling meeneemt, want niemand heeft bij mij aangeklopt of ze dus een witgoedregeling voor mij willen overnemen, of willen aanpassen. Dat heb ik in de stad ook niet gehoord. Het kan zijn dat dat gebeurt. Alleen, waar ik naartoe wil is niet alleen mensen in de bijstand. Ik heb net ook proberen aan te geven dat er 60 procent van de Dordtse bevolking dus onder 23.000 euro's. Wat wil ik hiermee bereiken?
57
Dat is puur de mensen die dus een WAO hebben, een WW, een AOW met een klein stukje pensioen die net buiten de boot vallen, die net niet in aanmerking komen voor de regelingen. Deze mensen proberen wij dus ook met deze motie te helpen dat ze dus toch een verduurzaamde witgoedregeling kunnen aanschaffen. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Heel even een verdiepende vraag. Want u zegt dat 60 procent van onze inwoners een inkomen heeft lager dan 28.000 euro. De heer Safranti: 23.000. Mevrouw Boom-Vos: 23.000. Telt u daar ook de kinderen bij mee? Dat elk kind, want dat staat hier wel op AlleCijfers.nl. Er is maar 8,1 procent van de Dordtse huishoudens heeft een inkomen op of rond het sociaal minimum. Dat vind ik wel heel groot verschil, dus ik ben benieuwd hoe u aan die 60 procent komt. De heer Safranti: Ik begon mijn betoog met dat ik het schrikbarend vond dat 60 procent van de Dordtse bevolking onder de grens. Als ik nu moet constateren dat dat ook nog de kinderen inhoudt, dan vind ik dat alleen maar erger. De voorzitter: We moeten uitkijken dat we hier geen discussie krijgen over wat feiten zijn en wat niet. Maar mevrouw Boom zegt in ieder geval dat het percentage wat haar betreft een stukje lager ligt. Gaat u verder. De heer Safranti: Ja, we gaan door. Even kijken.
Ik heb het net ook toegelicht, deze motie is dan niet alleen voor mensen in de bijstand, maar juist ook het gedeelte die buiten de boot vallen. Te denken aan de mensen die een klein pensioen hebben, een WAO, een WW en nergens in aanmerking komen. Wethouder, u wilde uw klus afmaken, dat heeft u tijdens de campagneperiode aangeven. Dit is een inkoppertje, ik zou zeggen: ik kop hem erin. Voorzitter, diversiteit. We willen de wethouder Diversiteit bedanken voor de inzet in de afgelopen periode. Balletjes gaan rollen, hierbij nogmaals het verzoek en oproep om de juiste afspiegeling van de Dordtse gemeenschap op te nemen binnen het diversiteitsbeleid. GroenLinks benoemde het al, balletjes gaan rollen rondom de Keti Koti. Er zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd in de stad, met als gevolg de herdenking en de viering. De doorontwikkeling van de Biesbosch. Het Biesboschcentrum en het daar omliggende gebied is de plek voor de Dordtenaar om in de zomer te recreëren en het Nationaal Park De Biesbosch te beleven. Er liggen veel kansen in dit gebied die aandacht verdienen, zoals het verbeteren en voorzieningen voor wandelen, fietsen en varen. We vinden het goed dat dit in kaart gebracht wordt welke mogelijkheden, aanvullende activiteiten dit gebied nodig heeft om aan toekomstige behoefte van onze stad te voldoen.
Om onze stad nog beter in kaart te zetten komen wij samen met Verenigde Senioren Partij en SP met een motie Toeristische borden. Deze borden moeten toeristische informatie langs en bij de ingangen van de stad via weg, spoor en fiets goed kunnen weergeven met wat, waar en hoe. Dordt West, voorzitter. Voorzitter, Dordt West is een bloedende wond van Dordrecht. Daar moet de komende tijd naast fysieke gedeelte ook het sociale gedeelte geïnvesteerd worden. Tussen 2008
58
en 2018 is er flink geïnvesteerd in de wijken. Projecten zoals Achter de Voordeur, de Werkmakelaar, Sociaal Cultureel Werk en noem maar op waren succesvol. Echter zien we nu weer een terugval, omdat veel voorzieningen en projecten er niet meer zijn. We hebben een flink bedrag van het Rijk gehad of toegezegd gekregen. Het is weer de hoogste tijd, dat we in de wijken gaan investeren. Tot slot, voorzitter. Wij sluiten ons aan met de woordvoeringen van onze voorgangers rondom de Chemours. Ook voor ons is dat een hele belangrijke kwestie. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Interruptie, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, ter afsluiting. Want u gaf net aan in de eerste motie over de witgoedregeling, dat er mensen die net zeg maar boven het sociaal wettelijk minimum zitten, in de problemen kunnen komen. Maar daarop aanvullend heb je natuurlijk ook nog Sun. En Sun, die kan gewoon ja, in nood zeg maar bijspringen. De heer Safranti: Klopt. Ik ken dat. Ik run dat ook trouwens in mijn dagelijks leven voor de gemeente waar ik dus ook werk. Alleen deze doelgroep komt niet met zijn allen in aanmerking voor deze regeling waar u het over hebt. Ik ken dat project waar ik net over had, maar niet iedereen, niet iedereen kan daar in aanmerking komen. Want voor Sun heb je ook een begeleider nodig, een maatschappelijk werker nodig. En noem maar op. Mevrouw Stolk: Voorzitter.
De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mag ik de heer Safranti even helpen? Even richting mevrouw Schnabel. Die motie die wij ingediend hebben met DENK, dat gaat over de witgoedregeling waar u aan refereert. Vroeger hadden wij tenminste, we hebben nog steeds de bijzondere bijstand, alleen toen zat het in de bijzondere bijstand, maar dat hebben we volgens mij in de Drechtraad en dan kijk ik even richting de wethouder, hebben wij dat toen ja, wegbezuinigd. En de oproep nu is om dat weer terug te brengen in de bijzondere bijstand. Dat is eigenlijk de oproep die, herroepen van de witgoedregeling. Dus ja, ik snap niet zo heel erg goed, dat de PvdA daar niet voor zou kunnen zijn. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, als ik daar kort op mag reageren. Ja, tuurlijk zijn we altijd voor als mensen het moeilijk hebben om die mensen te ondersteunen. Dat is ja, onoms… ja, dat, daar kan ik niks tegen inbrengen inderdaad. Maar er zijn dus al best wel veel initiatieven, zeker als daar ook de energiehulp die mensen ondersteunen. Dus het is gewoon puur de interessevraag van, op welk punt zit het hem dan? Het is niet om het tegen te spreken. Het is gewoon meer uit … De heer Safranti: Ik heb dat net een beetje proberen uit te leggen. Dat is dus niet alleen voor mensen die dus het al nodig hebben, maar elke keer ook buiten de boot vallen, mevrouw Schnabel.
De voorzitter: Oké, het wordt mij nu een beetje een ingewikkeld debatje met deze laat ik het zeggen, driehoeksrelatie die hier ontstaat.
59
Mevrouw Stolk: Ik probeer hem alleen wat makkelijker te … De voorzitter: Heel kort, mevrouw Stolk en dan ga ik nog terug naar mijnheer Safranti. Mevrouw Stolk: Ja, u heeft het over de energiecoaches. Dat is natuurlijk echt goed, dat die er zijn en ook voorlichtingen geven. Maar u weet ook, dat we met een lamp en een paar tochtstrips niet een heel huis kunnen verduurzamen. Dus daar is op sommige gebieden ook wel iets meer voor nodig. En die witgoedregeling, die zou daar een stukje aan bijdragen. Mensen die bijvoorbeeld geen energiezuinige apparatuur aan kunnen schaffen. Daar zit, daar gaat deze motie eigenlijk om. De heer Safranti: Dank u wel. Dat was het voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van de heer Safranti gehad. Gaan we naar Gewoon Dordt. Wil ik het woord geven aan mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: En dan ga ik vanaf deze plek even de heer Bemer wakker maken. De voorzitter: Ja, ik ga ervan uit, dat ie wakker is, maar dat hij even moet herstarten. Ja, daar is tie. Mevrouw Koene: Zijn ook wel eens mensen die dan 's nachts naar zo'n trein kijken, zeg maar en daar dan daarna weer heerlijk op slapen. Dus ik denk nou, laat ik mijn best doen om zoiets te creëren. Voorzitter, vorig jaar rond deze tijd behandelden we een Kamerbrief, Kaderbrief in plaats van een Kadernota, omdat het college toen net was aangetreden.
En behalve de punten uit het politiek akkoord stond er weinig spannends in. Het college is ermee aan de slag gegaan en we waren op weg. En nu een jaar verder, was onze verwachting hoog over wat er in de Kadernota 2024 zou staan. Zeker omdat we in de weken naar het verschijnen ervan konden merken, dat het wat schuurde in het college. Een gezonde onderlinge strijd is er natuurlijk altijd; we kunnen het geld maar één keer uitgeven. Toch viel het tegen, voorzitter. Afgelopen jaar is er meerdere keren genoemd, dat er volop ambities zijn, nieuwe ambities zijn voor de stad. Dan ga ik nu even kijken of dat ding wil reageren. Niet. Nou, dan ben ik bang, dat jullie gewoon hier alsmaar naar gaat blijven kijken. Helemaal leuk. Ja, oké, helemaal goed. Waarom die het nu doet, weet ik niet. Of ik dat nou heb gedaan of niet, maar goed. Oké. Maar de Kadernota lezend, voorzitter, komt Gewoon Dordt tot de conclusie, dat er weinig nieuws te bespeuren is. Het geld klotst ook niet tegen de plinten, dus we snappen dat er keuzes gemaakt moeten worden. Alleen lijkt het nu meer op de winkel passen wat het college doet. De meeste plannen liepen al vooral vanuit de Agenda 2030. De punten die genoemd worden onder het kopje ‘beleidswensen’ hebben we allemaal al voorbij gehad en een besluit over genomen. Het kan natuurlijk ook komen door ons als raad.