2.1 2023-06-20 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
21
Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Ik herinner u er allemaal aan dat u de spreektijd van de heer Den Heijer inmiddels heeft verdrievoudigd. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Zeker, zeker. Maar ja, voor sommige onderwerpen leent zich dat denk ik. Voorzitter, dank dat de heer Den Heijer aangeeft dat we dat zeker ook allemaal nog met elkaar gaan meenemen. Toch wil ik benadrukken over de betaalbaarheid, want mevrouw Koene gaf ook al aan, kunnen alle groepen deelnemen aan de evenementen? Dan hebben we onder andere groepen die gewoon niet zoveel te besteden hebben en ook die moeten kunnen deelnemen aan de evenementen. Dan is niet alleen het evenement, maar ook het verblijf daar. Dus we gaan er nog over hebben en dank voor uw aanvullingen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. U vertelde net … Of, excuus, de heer Den Heijer vertelde net dat het Monument Festival wordt opgenomen Big Rivers. En omdat het dan gaat inderdaad over dat er voor veel doelgroepen festivals beschikbaar zijn, hoe waarborg je dan dat dat niet één groot één pot nat wordt en dat het nog steeds eigenlijk voor dezelfde doelgroep is? De heer Den Heijer: Voorzitter, ik heb het zoals velen van u uit de krant moeten lezen.
Maar hoe ik het evenement Big Rivers ken is dat er gewoon verschillende podia verspreid over de hele stad zijn en dat je dus zelf kunt kiezen welke stijl, of welk type muziek, of welke leeftijdsgroep, of welke andere zaken het best bij jou passen. Dus als jij het Monument Festival leuk vindt en het wordt op die specifieke plek georganiseerd, dan is dat volgens mij geen grijze cocktail aan het worden, maar is dat volgens mij vrij expliciet waar je dan naartoe kunt. De voorzitter: Gaat u verder, inclusief de tijd. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Op dit moment is de ontwikkeling van de ozb via de reguliere CPI onvermijdelijk, want ook wij kunnen geen geld uitgeven dat we niet hebben. Maar wat ons betreft is dat voor nu het matje, dus eerst in eigen vlees snijden, voordat we de Dordtenaar met hogere lokale belastingen opzadelen. Want alle tientjes tellen en we spreken nog geregeld blije hondenbaasjes die dit jaar voor het eerst geen hondenbelasting hoeven te betalen. Dan houden ze ook geld over om dat weer aan andere dingen uit te kunnen geven. Maar voorzitter, wat heb je aan al die mooie plannen als het in jouw straat een puinzooi is? De voorzitter: Even voordat u daarnaartoe gaat, een interruptie nog van de heer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, mijnheer Den Heijer heeft het over het snijden in eigen vlees.
Kan hij daar misschien één of twee voorbeelden van geven, waar moeten wij aan denken?
22
De heer Den Heijer: Wat je nu bijvoorbeeld ziet is dat op gerichte budgetten niet geïndexeerd wordt. Dat betekent dat uiteindelijk de kosten groter zijn dan het geld wat jij daarvoor compenseert om dat van te kunnen doen. Dat heet eigenlijk minderen, of in ieder geval een bezuinigingsslag maken door er niet een aantal percentage op de budgetten op te gooien. Dus dat is een keuze die we op dit moment maken. Tegelijkertijd, dat heb ik ook bij mijn inleiding geschetst, er staan ons nog veel grotere keuzes te maken en wordt het ook voor uw partij, voor mijn partij, voor alle andere partijen worden het best een ingewikkeld verhaal om dat allemaal goed uitgelegd te krijgen. Omdat mensen dat direct in hun omgeving of direct in hun leven gaan merken dat wij onze financiële toekomst op orde moeten houden en dat we daarmee ook, hoe paradoxaal dat misschien ook moge klinken, weer verder kunnen bouwen ook aan onze stad. Want dat is natuurlijk wel een voorwaarde. De voorzitter: Gaat u verder. O nee, toch nog een interruptie. Gaat uw gang, ChristenUnie-SGP, de heer Struijk. De heer Struijk: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Den Heijer refereren aan blije hondenbaasjes.
Zou de heer Den Heijer misschien ook een plannetje kunnen verzinnen dat die blije hondenbaasjes ervoor gaan zorgen dat ook de niet-hondenbaasjes blij worden, omdat ze in de toekomst niet meer struikelen over alle hondenuitwerpselen? Want die nemen niet af dankzij het vrijstellen van hondenbelasting. Wat kan de heer Den Heijer hier betekenen voor ons? De heer Den Heijer: Ik hoorde net het woord illusie voorbijkomen. In de vorige periode was het een illusie dat het geld wat je ophaalde vanuit de hondenbelasting direct werd besteed aan het handhaven op hondenpoep. Dus om die reden hebben we ook gezegd: deze belasting dient geen enkel doel, ook andere gemeenten schaffen hem af en in Dordrecht moeten we daar ook mee stoppen. Er is ook geen paardenbelasting, er is ook geen kattenbelasting. Er zijn heel veel andere dieren. Ik wil niet al te klagerig overkomen, maar mijn achtertuin wordt toch flink te grazen genomen door de buurkatten af en toe en die mensen betalen daar ook geen belasting voor.
Waar ik het wel met u eens ben, en dat is een punt waar ik naartoe wilde, is dat onze wijken gewoon veel schoner moeten en dat we mensen die hun zooi niet opruimen en een puinzooi maken van mensen hun straat, dat we die mensen op heterdaad betrappen, boetes geven, dat we desnoods camera's neerzetten naast afvalcontainers om dat aan te pakken … De voorzitter: Even voordat u verder gaat, de tijd mag weer in, want hij gaat weer verder met zijn betoog. De heer Den Heijer: Omdat het een grote ergernis is in de stad. De heer Struijk: Voorzitter, een korte aanvullende vraag daarover. De voorzitter: De heer Struijk.
23
De heer Struijk: Want ik heb het maar over één soort afval gehad en ik wil heel graag van de heer Den Heijer horen wanneer dat dan nu gaat gebeuren, dat aanpakken. Want ik hoor de woorden wel, maar ik zie nog steeds geen enkel resultaat. De heer Den Heijer: Volgens mij wordt er ook zeer binnenkort gesproken over het hondenbeleid en volgens mij ligt er ook een stuk waar we het daarover kunnen hebben. Ik zou zeggen: spaar hem op, ga los en u vindt de VVD aan uw zijde, want de straten moeten gewoon schoon zijn, voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer Safranti. De heer Safranti: Dankjewel, voorzitter. Voorzitter, even over het vuil in de wijken. Is het niet handig dat we preventief aan het werk gaan, het probleem in het begin oplossen, dan achteraf bekeuren? Is dat geen juiste methode? De heer Den Heijer: Voorzitter, ja, natuurlijk zijn we het daarmee eens. Maar we worden nog steeds wel geconfronteerd met mensen die moedwillig en willens en wetens en herderlijk gewoon een zooi maken van hun wijk. Dan kun je wel zeggen: preventief moeten we van alles doen, misschien kunnen we ze coachen, kunnen we ontwikkelingen, weet ik het. Dat kunnen we allemaal doen, tot je dienst, maar uiteindelijk moet het wel zo zijn dat als jij der zo'n zooi van maakt er niet zomaar mee weg kan komen dat je dat doet.
Volgens mij moeten we die norm wel stellen, want we zien gewoon dat onze wijken daardoor gewoon smeriger zijn. Het is een hele kleine groep die dat doet, waar de overgrote andere groep gewoon ontzettend veel last van heeft. Ik vind dat we daar echt paal en perk aan moeten stellen, voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege bij interruptie. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp uit woorden van de heer Den Heijer dat hij de komende maanden kritisch wil gaan kijken naar de uitgaven van de gemeente. We hadden laatst een bijeenkomst van een aantal projectontwikkelaars en een van de hele interessante punten die we daar leerden was dat het juist voor nieuwe woningbouwontwikkeling heel duur is om een hoge parkeernorm te hebben, omdat je dan natuurlijk per woning, per appartement, per woonhuis meer grond nodig hebt om die parkeerplaatsen te realiseren. Dus dat zou wat de Partij voor de Dieren betreft een uitstekende bezuinigingsmaatregel zijn om die parkeernorm eens naar beneden te krikken. Is de VVD bereid daar ook naar te kijken? De heer Den Heijer: Kijk, nu vat de heer van de Partij voor de Dieren natuurlijk vanuit één perspectief samen. Ik wil hier toch benadrukken, en hoewel andere partijen dat niet per se met ons delen, gaan heel veel Dordtenaren gewoon 's ochtends met de auto naar het werk.
Ook mensen die op zoek zijn naar een huis hebben een auto nodig en als wij een sterke lokale economie willen hebben, moeten mensen ook die in de dienstverlening werken, mensen die gewoon in het bedrijfsleven werken, mensen die 's nachts naar de zorg moeten om een dienst te draaien, die hebben dan niks aan het OV, die moeten gewoon een auto hebben. Dus als je gewoon gevarieerde, goede wijken wil hebben waar we natuurlijk kunnen nadenken over dat mensen bij een koopcontract bijvoorbeeld een parkeerplaats kopen, dat gebeurt al bij nieuwbouwprojecten, of bij plekken zoals bij de
24
Spoorzone dat het dicht bij het station is, dat je dan ernaar kunt kijken dat mensen via een OV-knooppunt iets kunnen doen. Maar ga me nou niet vertellen, voorzitter, dat we als we als we gaan bouwen aan de randen van de stad, of in plekjes vlakbij Sterrenburg of weet ik het waar, en Crabbenhofs en allerlei woningbouwprojecten, dat we daar dan geen parkeerplaatsen bij kunnen doen. Want ja, dat druist toch ook echt in tegen een goed leven hier in Dordrecht. De heer Den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Dank. Dan is er nog een interruptie van de heer Den Hartog, GroenLinks. Dank u, voorzitter. Ik hoor de heer Den Heijer zeggen: ze rijden met de auto en ze hebben niks aan het OV. Is dat niet precies het probleem benoemd, dat ze niks aan het OV hebben en dat daar dus juist grote verbeteringen nodig zijn? En wat wil de heer Den Heijer daaraan doen? De heer Den Heijer: Voorzitter, wat je ziet is dat het autogebruik in Nederland toeneemt. Maar wat voor GroenLinks mooi is en voor mijn partij ook, is dat het autogebruik al veel schoner is. Auto's zijn veel duurzamer, de uitstoot van auto's neemt af omdat ze elektrisch zijn. Dat zijn allemaal ontwikkelingen die goed zijn.
Wat je ook ziet is dat het moeilijk is om bijvoorbeeld door de krapte in de arbeidsmarkt, dan kunnen we ook, ons college doet daar volgens mij met de Human Capital Agenda ook van alles aan om ervoor te zorgen dat mensen aan de slag gaan in die cruciale beroepen die ervoor zorgen dat het OV rijdt, dat mensen gewoon op hun werk kunnen komen. Maar je ziet nu dat door die hyperkrapte, dat het ontzettend moeilijk is om dat overeind te houden en als er één buschauffeur ziek is, dat de bus dan niet rijdt. Daar moeten we als politiek echt iets mee en daar moeten we de komende jaren ook mee aan de slag. Vandaar dat ook dat Human Capital Agenda ook in deze Kadernota staat, dat is natuurlijk hartstikke belangrijk. De heer Den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dat is inderdaad precies wat ik aan de heer Den Heijer vraag, daar moet iets aan gedaan worden. Ja, het autovervoer groeit inderdaad en dan kunnen we het hebben over waarom, en dat is misschien wel de totale uitkleding van het OV, die overigens op het platteland nog sterker is dan bij ons op het eiland. Dus moet daar dan niet iets aan gedaan worden, en wat wilt u daar dan aan gaan doen? De heer Den Heijer: Voorzitter, daar heb ik volgens mij net één voorbeeld van gegeven wat je daar lokaal aan zou kunnen doen.
Eerder hebben we volgens mij als raad ook ons met zijn allen actief ingezet, daar heeft mevrouw Stolk zich voor ingezet, mijnheer Schalken, voor bijvoorbeeld de OV-lijnen in onze stad. Dat soort zaken kunnen we allemaal doen. We kunnen het gesprek met de provincie om aandacht te vestigen op onze stad zodat ze er wel twee keer over nadenken dat ze in aanbestedingen bijvoorbeeld een buslijn eruit laten kieperen, want dat heeft, dat ben ik met u eens, ontzettend veel invloed op het leven van mensen die echt wel vervoerd moeten worden naar hun werk, of naar andere vormen van dagbesteding.
25
De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Den Heijer: Dan ga ik door over die puinzooi en veiligheid in de straten, dat je daar met je partner bijvoorbeeld ook gewoon niet veilig over straat kan en dat er asociaal en levensgevaarlijk hard wordt gereden, dat het groen niet goed wordt onderhouden is wat we heel veel terug horen. Dus wordt er ook deze zomer, vraag ik aan het college, meer gehandhaafd op verkeersaso's en afvaldumpers? Want zijn er inmiddels ook meer boetes uitgedeeld en kunnen die boetes van de afvaldumping ook omhoog? We horen overal in de stad klachten. En hoeveel extra handhavers zijn inmiddels in dienst genomen, en krijgen de inwoners van Stadspolders, Sterrenburg en Dubbeldam ze ook te zien? En het groenonderhoud moet op orde zijn, zoals ik al zei, en wat denkt het college daar de aankomende jaren voor nodig te hebben daarvoor? En voorzitter, onze stad kan toch gezelliger, zoals ik al net zei. Dus wanneer gaan we aan de slag met de horecakerngebieden waar jongeren uit kunnen gaan, en geven we de ondernemers duidelijkheid over hun extra terrasruimte? Ook willen we meer drijvende terrassen en extra aanlegsteigers voor bootjes. Wanneer komen die er? De voorzitter: Bij interruptie, de heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de heer Groenewege was iets eerder dan ik, dus ik wil hem eigenlijk eerst het woord gunnen. De heer Groenewege: Zeer veel dank.
De voorzitter: Zal ik dat dan maar aan de heer Groenewege toekennen? De heer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u. De heer Den Hartog maakte net een zeer terecht punt over investeren in het OV, dat daar meer voor nodig is. Toen was het bezwaar vanuit de VVD dat er een krapte is op de arbeidsmarkt en dat dat allemaal niet kan en allemaal moeilijk, moeilijk. En nu als het om de handhaving gaat is dat probleem opeens verdampt en komt de VVD met allemaal vragen aan het college waar de meer handhavers blijven et cetera, et cetera. Waar is dat probleem van die krapte op de arbeidsmarkt opeens heen, vraag ik in de richting van de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Wat voor ons een belangrijk punt was in het politiek akkoord is dat we extra geld investeren in het aannemen van handhavers. Het is niet voor ons een doel op zich: gaan we nou eens extra handhavers aannemen, want dat is nou een goed idee. Nee, dat doen we omdat we gewoon te veel signalen kregen dat in de buitenwijken, daarom benoem ik die ook bewust, er geen handhavers zichtbaar waren. Dat we te veel signalen kregen dat mensen ermee wegkomen als ze hun afval naast een afvalcontainer neer donderen, als ze hun hondenpoep niet opruimen. Daar zijn handhavers uitstekend voor toegerust om dat voor onze stad te dienen.
Dus ons ongeduld is zeer groot om deze mensen aan te nemen, omdat we dat nodig hebben om het bij de mensen bij de voordeur gewoon schoon, veilig en heel te houden. De voorzitter: De heer Groenewege, volgende vraag.
26
De heer Groenewege: Voorzitter, als de VVD erin slaagt om die krapte op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden met meer investeringen op het gebied van handhaving, waarom maakt de VVD dan niet diezelfde politieke keuze bij het openbaar vervoer, of bij andere vormen van duurzaam vervoer? Waar toch ook signalen zijn, die hij net zelf noemde, dat het tekortschiet. Hij noemde zelf eerder in zijn betoog dat je 's nachts niks hebt aan het openbaar vervoer als medewerker van het ziekenhuis. Dat is toch een signaal dat daar ook in geïnvesteerd moet worden? De heer Den Heijer: Voorzitter, ik ben dan allereerst benieuwd naar de initiatieven van de Partij voor de Dieren, want wat dat betreft kunnen we allemaal nadenken en misschien goede ideeën verzinnen hoe we dat kunnen doen. Tegelijkertijd is dat natuurlijk wel iets anders dat als u stelt dat we daar niks aan investeren. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Human Capital Agenda, daar investeren we bijvoorbeeld in deze Kadernota in. Daar gaat geld naartoe en dat gaat uiteindelijk naar mensen toeleiden naar werk en bij voorkeur in sectoren waar we ze zo hard nodig hebben.
Maar dat het altijd beter kan, ja, ik denk ook dat we misschien eens wat brutaler moeten zijn naar de provincie, of dat we nu bij de debatten rondom de sluiting van het nieuwe provinciaal akkoord, dat we allemaal onze provinciale fracties gek gaan bellen: joh, let eens even goed op Dordrecht, want daar is belangrijk dat de bussen gewoon blijven rijden en is het belangrijk dat daadwerkelijk die nachttrein gaat komen die onlangs aangekondigd is, waardoor je 's nachts dus wel kunt reizen. Dat zijn allemaal dingen die we die we als raadsleden zouden kunnen doen. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Uysal: Voorzitter, ik had nog een interruptie. De voorzitter: Ik dacht, u liet hem vervallen, u zei niks meer. Maar de heer Uysal, gaat uw gang. De heer Uysal: Via u wilde ik de heer Groenewege gunnen, maar dank daarvoor, voorzitter. Wat betreft het onderhoud van bomen en groen zijn wij het volkomen eens met de heer Den Heijer, maar hoe kijkt de Dordtse VVD naar onderhoud in het algemeen? Want wat we eigenlijk nu zien is dat met incidentele middelen wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld culturele instellingen zoals Kunstmin, zoals het Energiehuis en dat dan later ineens blijkt daar toch forse extra bijdragen voor nodig zijn om dat soort voorzieningen in stand te houden.
Hoe kijkt de Dordtse VVD naar het in stand houden en naar het onderhoud in algemene zin? De heer Den Heijer: Voorzitter, misschien een wat huiselijke ontboezeming, maar als bijvoorbeeld kleine kinderen heel snel groeien, dan hebben ze soms groeipijn, dan doet het pijn in de in de knieën. Ik zie de burgemeester al instemmend knikken. De voorzitter: Zeer herkenbaar.
De heer Den Heijer: Dat hebben we natuurlijk de afgelopen jaren ook gedaan en daar refereerde de heer Schalken ook aan. Het is dat we natuurlijk de afgelopen jaren enorm
27
geïnvesteerd hebben in de voorzieningen van onze stad en dat we naderhand moesten regelen dat ook de groei aansloot op wat nodig is om dat overeind te houden. Dat is ook de balans die we met elkaar moeten bewaken en daarbij gaat, als je dat goed bewaakt, dan zou voor nu de vraag moeten zijn die we onszelf moeten stellen, en daar zal onze fractie ook kritisch op toezien: als u iets neerzet, of iets plant, of iets bouwt, of iets fysieks doet in onze stad, dan is het alleen neerzetten niet genoeg, want we hebben inmiddels geleerd – en ik zie de heer Stam ook instemmend knikken – dat dat tot tegenvallers kan leiden en dat we dat structureel aan moeten pakken, zodat we het ook structureel kunnen onderhouden zodat mensen er ook langer plezier van hebben. Dus ik ben het met u eens. Maar dat is wel gigantische uitdaging met de financiële tegenvallers die in het verschiet liggen, dus dat blijft steeds balans houden en niet stil blijven staan en toch de financiën op orde houden. De voorzitter: Gaat u verder, nog één minuut. De heer Den Heijer: Nou, ik denk dat ik zelfs voor de minuut klaar ben, voorzitter. De voorzitter: Nou, nou, wat een winstpakker. De heer Den Heijer: Ik wilde maar even een goed voorbeeld stellen.
Het is moeilijk voor te stellen, voorzitter, hoe Dordrecht er 2030 bijligt, maar door koersvast te blijven, ons aan te passen en de goede samenwerking in onze raad, dus ook af en toe even met een met een lach, gaan we een flink eind komen. Als we dan toch een schot voor de boeg mogen geven, voorzitter, het hertenkamp, de kerstijsbaan en de nachttrein waar we net over ter sprake kwamen zullen wat ons betreft zeker niet ontbreken. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de VVD. Dan gaan we naar de volgende fractie. De heer Den Heijer: Ik ga naar huis. De voorzitter: U heeft nog wat moties, denk ik hè? Die worden opgehaald. U mag ze ook hier geven hoor, dat scheelt misschien. Dan wil ik het woord geven aan de VSP-fractie. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Ik ga toch maar proberen met een jasje aan. Ik weet niet of ik het vol ga houden, maar we gaan het gewoon proberen. Voorzitter, de Kadernota 2024, een compacte weergave van de huidige en toekomstige financiële positie van Dordrecht. Dank daarvoor aan de wethouders en natuurlijk ook de betrokken ambtenaren.
2024 is sluitend gemaakt, maar is het realistisch om een beperkte inflatiecorrectie toe te passen op de uitgave, een boeggolf aan vervanging voorzieningen en groot onderhoud beperkt te begroten en met verliesgevende grondexploitaties in het verschiet, waardoor het weerstandsvermogen onder de kritische grens kan komen? Vervolgens troffen we aan een financiële verslechtering van beschikbare middelen voor Dordrecht voor de komende jaren. In 2020 had Dordrecht de loterij gewonnen en was er zo'n 370 miljoen euro aan Enecogelden binnengestroomd. En nu vier jaar later komt Dordrecht jaarlijks miljoenen te kort, oplopend tot ruim 30 miljoen in 2027. Een financieel beleid met een overschot van ruim
28
400 miljoen in enkele jaren naar een tekort van ruim 30 miljoen, dat mag toch wel opmerkelijk financieel beleid worden genoemd. De heer Struijk: Voorzitter? Mevrouw Stolk: Ik verwachtte hem al. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Ik ben even heel benieuwd of mevrouw Stolk kan zeggen in welk jaar wij een overschot van 400 miljoen hadden. Mevrouw Stolk: Dat was precies in de periode dat we Eneco-gelden, dat we de Eneco verkocht hadden. De heer Struijk: Voorzitter, volgens mij verwart mevrouw Stolk een vermogenspositie met een begroting. Mevrouw Stolk: Ja, zo kan je hem ook noemen. De heer Struijk: Dat zijn toch twee heel verschillende dingen, dacht ik. Mevrouw Stolk: Nou, volgens mij als je 400 miljoen, of je dat nou een overschot noemt, of je hebt het op de bank staan, je hebt het en je kan het uitgeven. Alleen, het punt wat wij willen maken, je hebt een 400 miljoen op je rekening staan en vervolgens hebben we dadelijk staan we in de min. Nou, dat vinden wij toch wel opmerkelijk financieel beleid. De heer Struijk: Voorzitter, één slotopmerking, als het mag. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Ik begrijp in ieder geval, voorzitter, dat de VSP vindt dat de Enecogelden niet goed besteed zijn. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daarop mag reageren.
Ik kom daar zo in mijn betoog op terug en dan zal ik dat verder toelichten en dan komt mijnheer Struijk wel aan zijn trekken, denk ik. Voorzitter, een financieel … De heer Uysal: Voorzitter? De voorzitter: De heer Uysal.
De heer Uysal: Dank, voorzitter. Hoe kijkt mevrouw Stolk en de VSP naar het consistente Rijksbeleid en dat alle gemeenten dadelijk vanaf 2026 ook gewoon grote tekorten hebben. Is het alleen het beleid van gemeente Dordrecht, of hebben alle gemeentes daarmee te maken, volgens de VSP?
29
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank voor de vraag. Uiteraard hebben alle gemeentes in Nederland daarmee te maken. Alleen, wij zetten koers in, we houden koers vast en de koers is richting 140.000 inwoners waarop al onze programma's die in de Kadernota staan op gericht zijn. Wat nu als wij die 140.000 inwoners niet gaan halen? Als je kijkt naar de lijn die nu ingezet is, dan gaan we dat ook niet halen. Dan zou je als college bij moeten sturen en dat is vaak heel moeilijk, want je wil koers vasthouden, want je wil iets met de stad. Maar als blijkt dat dat op een gegeven moment niet haalbaar is en wij financieel slechter ervan worden, dan vind ik als je goed bestuurder bent, dat je ook bij gaat sturen. Dus dat is even een antwoord op uw vraag. De voorzitter: Dan de heer Van Dam Timmers, CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik ben toch een klein beetje met stomheid geslagen ook even kort door de opmerkingen over het niet verschil maken tussen wat je op de balans hebt staan en je structurele middelen. Want dat is wel degelijk heel relevant, want ook in 2026, ook in 2027 hebben we nog enorm veel reserves op de bank staan voor ook dingen die je in de toekomst tegenkomt. Het zou toch heel raar zijn om nu in een paar jaar tijd je volledige reserves op te maken? We hebben juist gekozen voor het langjarig investeren in heel veel verschillende dingen in onze stad.
En ja, ik vraag me echt af wat voor financieel beleid de VSP dan voorstaat, als ze zo nadenkt over dingen die op de balans staan? Mevrouw Stolk: Voorzitter, nogmaals, dan val ik in herhaling, dat is eigenlijk bijna hetzelfde antwoord wat ik aan de heer Uysal gaf. Dat komt een beetje op hetzelfde neer. Ik vind als je nu al aan … Kijk, alle seinen staan in de Kadernota op rood. We kunnen nu in deze Kadernota van 2024 nog bijsturen. Wil je bijsturen, dan kan dat nog, daar hebben we ook de tijd voor. En de heer Den Heijer gaf het al in zijn betoog aan, we komen voor keuzes te staan dadelijk en dat moeten we met elkaar doen. Alleen, wij maken daarin een andere keuze en die geef ik zo dadelijk ook nog eventjes aan u aan. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik zou heel graag inderdaad die concrete keuzes ook wel horen, want tot nu toe vind ik het nog niet financieel consistent klinken. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat kan. Daar denken wij dan een andere mening toegedaan. Als ik verder mag, voorzitter. Onze vraag is dan ook aan wethouder Financiën of een dergelijk financieel beleid dat fluctueert van 400 miljoen in de plus naar permanente tekorten van miljoenen per jaar een verantwoord financieel beleid is.
Hoe kan dit college ineens overvallen worden met onderhoudsprojecten aan bestaande infrastructuren van tientallen miljoenen euro's? Vrijwel alle projecten worden niet eenmaal, maar wel driemaal met het oorspronkelijke budget overschreden. Neem het stadskantoor, bruggen en noem maar op. Ook de financiële startpositie van 2023 tot en met 2027 was voor kort minus 14 miljoen euro. Nu in de Kadernota blijkt dat de prognose 65 miljoen euro te zijn. Voorzitter, kan dit college wel budgetteren? Misschien moet de Rekenkamer maar eens een onderzoek doen of dit onkunde is, of dat het te laag budgetteren is om projecten goedgekeurd te krijgen. De VSP heeft dan ook
30
een vraag aan het college of ze ons kan uitleggen waar deze verrassingen toch steeds vandaan komen. De heer Den Heijer: Voorzitter? De voorzitter: De heer Den Heijer, bij interruptie. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ik spreek mijn waardering uit voor de VSP dat ze zo kritisch zijn of we verstandig met de centjes omgaan. Maar ik hoor echt een optelsom der dingen waarvan ik toch persoonlijk wel nu moeite heb met bijvoorbeeld het stadskantoor, waar gewoon klip en klaar is dat we een exploitatie hebben afgesproken met elkaar en daar hebben we uiteindelijk een maximum aan geformuleerd en we blijven gewoon onder dat maximum. Dan vind ik het zelf een beetje flauw eerlijk gezegd dat u dat in dat rijtje optelt, terwijl dat niet echt strookt met de waarheid, om dan maar zo te zeggen. Kunt u daar misschien een toelichting op geven? Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik denk … De voorzitter: Mevrouw Stolk, kunt u daar een toelichting op geven? Mevrouw Stolk: Jazeker, voorzitter. Voorzitter, daar kan ik een toelichting op geven. Voorzitter, ik denk dat we daar anders over denken, want het Huis van de Stad en de Regio, weet je, dat proces is goed doorlopen en natuurlijk zit er een maximum, maar daar moet iedere keer geld bij en dat weet u ook, en we zijn er nog niet. Het was eerst 80 miljoen en we zitten nu inmiddels al op 115 miljoen. Dus ja, legt u het mij maar uit.
Voorzitter, mag ik verder gaan? De voorzitter: Gaat u verder, en de tijdsklok ook. Ja, daar gaan we. Mevrouw Stolk: De vraag is ook of, gelet op de financiële ontwikkelingen, de wethouder Financiën wel scherp is bij het bewaken van de financiële positie van onze gemeente. Dordrecht is onder het bewind van de vorige coalities van een beheer- naar een groeigemeente geëvalueerd. In tijden met economische voorspoed is dat een verstandig beleidsuitgangspunt. In dergelijke situaties is men optimistisch en soms zelfs overmoedig. Ook in Dordrecht was het adagium groot, groter, grootst. Maar naar inzicht van de VSP is die tijd inmiddels voorbij. De VSP wil graag meewerken en meedenken hoe een nieuw beleid in Dordrecht eruit moet zien. Kijken naar een financieel beleid, maar ook naar een beleid met beide benen weer op de grond. Het beleid van de afgelopen coalities moet op de schop. Vergezichten zoals die 140.000 inwoners en 10.000 te dure woningen moeten worden losgelaten. Deze ambities moeten worden omgezet in realistische woningbouwprogramma's voor betaalbare en goed geïsoleerde woningen voor de 15.000 woningzoekenden in Dordrecht. Een vergrijzend Dordrecht moet voorzien van betaalbare woningen voor jonge mensen, jonge gezinnen en voldoende betaalbare woningen op gang komen, zodat de doorstroming er ook weer komt.
Een en ander betekent dat, waar dat kan, bestaande bouwplannen moeten worden aangepast en daarin gelinkte Eneco-gelden moeten vrijvallen voor deze nieuwe aanpak van bouwen in Dordrecht. Wellicht biedt de vertraging van de Middenzone, hoe spijtig dat ook is, een mogelijkheid om meer sociale
31
woningbouw te realiseren. Het is in het zakenleven een bekend gegeven dat beslissingen die door het toenmalige management zijn genomen bij veranderde marktontwikkelingen en omstandigheden niet zeer moeizaam worden aangepast door datzelfde management. De VSP hoopt dat de colleges van toen en nu die verantwoordelijkheid voor de switch van beheer- naar groeigemeente nu ook de flexibiliteit op kunnen brengen om de tering naar de nering te zetten. Oftewel, het mag ook wel een pondje minder. De VSP wil derhalve in het komende jaar, naast het gezond maken van de financiën, de Enecogelden die geoormerkt zijn geheel of gedeeltelijk ontkoppelen van de bestaande programma's en deze gelden inzetten voor financiële tekorten en nieuwe bouwplannen voor betaalbare woningen in Dordrecht. De huidige ambities en uitgangspunten bijstellen naar haalbare nieuwe doelen op zowel aantal woningen als groei van de Dordtse bevolking. Bijsturen kost tijd en de huidige Kadernota 2024 biedt financieel de mogelijkheid om de tering naar de nering te zetten. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik hoor mevrouw Stolk van de VSP veel praten over de tering naar de nering zetten, maar ik hoor nog eigenlijk geen enkel concreet voorbeeld hoe mevrouw Stolk de tering naar de nering wil zetten.
Ik hoor alleen dat ze liefst zo snel mogelijk de reserves daarvoor wil inzetten. Welke concrete punten, noem er nou één, twee of drie, ziet mevrouw Stolk nou voor zich waar ze de tering naar de nering wil zetten? Mevrouw Stolk: Voorzitter, de heer Van Dam Timmers, als ik dat zo mag zeggen, legt mij dingen in de mond dat ik de reserves in wil zetten. Dat heb ik helemaal niet gezegd, dat is een aanname die u doet. Wat ik zeg, of wat wij zeggen is dat we die 140.000 inwoners los moeten laten en die ambitie bijstellen misschien wel naar 130.000 inwoners. Want dan schets je een reëel beeld en krijg je dadelijk ook je programma's, want al onze programma's zijn nu gebaseerd op die 140.000 inwoners en het is te kort door de bocht nu om te zeggen: met 140.000 inwoners krijgen we extra geld. Ook dat is niet meer waar, want het Rijk gaat dadelijk werken met incidentele middelen. Dus die fiets gaat niet meer op. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, de fiets … De voorzitter: Die vliegen niet. De heer Van Dam Timmers.
De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik ben heel blij dat mevrouw Stolk over fietsen begint, iets wat onze fractie zeer aangaat. Maar nu dan de vraag. U claimt dat, u zegt eigenlijk … Of, mevrouw Stolk zegt – zeg ik via u, voorzitter – dat u niet de reserves wilt inzetten. Maar toch heeft u het over de Eneco-gelden, wat wel degelijk de reserves ook zijn van de gemeente Dordrecht. Dus kunt u dat verder uitleggen? Dat is vraag één. Dan het tweede is, toch nogmaals. U zegt: de ambities moeten bijgesteld worden. Maar op welke terreinen zou u dan de ambities willen bijstellen en waar wilt u mee stoppen, of waar wilt u minder geld aan uitgeven? Ik heb het gewoon nog niet gehoord en ik ben
32
gewoon heel benieuwd hoe de VSP hierin staat, zodat we daar ook over na kunnen denken. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan denk ik toch dat de heer, dat mag ik misschien niet zo zeggen, maar een beetje Oost-Indisch doof is. Die Eneco-gelden zijn namelijk geoormerkt, dat is bestemd. Dus als je gaat herbestemmen, kan je die Eneco-middelen ook anders in gaan zetten. Ons voorstel zou zijn: laat nou die 140.000 inwoners los, ga naar een reële ambitie naar 130, stel dat bij, zodat je daar ook geld weer terughaalt in die programma's die nu allemaal gebaseerd zijn op 140.000 inwoners. Daar komen we toch dadelijk geld te kort? Dat is toch niet zo'n moeilijke rekensom? De voorzitter: Laatste interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik rond het af. Mijn vraag wordt niet beantwoord, maar ik verwacht dat die later misschien nog beantwoord wordt. Mevrouw Stolk: Voorzitter, misschien … Weet je, ik wil daar toch op reageren. Hij is wel beantwoord, alleen u begrijpt het niet. Maar dat is een ander verhaal. De voorzitter: Dan is er een interruptie van de heer Den Heijer, die misschien wat helderheid probeert te scheppen. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Het is niet per se een doel op zich, voorzitter, om 140.000 inwoners te hebben in onze stad. Dat is helemaal niet iets wat we als doel op zich stellen, maar het is wel nodig.
En het is ook nodig om uiteindelijk als stad juist financieel stabiel te zijn en als stad uiteindelijk inkomsten te genereren van een stijgend aantal huishoudens wat hier niet weggaat, maar hier kan blijven, wat uit eigenlijk ervoor zorgt dat bedrijven niet vertrekken, maar dat we meer ruimte maken voor sterke bedrijven, waar we uiteindelijk ook meer inkomsten voor krijgen. Is dat juist niet voor u een goede reden? Want anders zou ik graag van u willen horen waar u dan op gaat bezuinigen, want het is juist nodig om die extra inkomsten te genereren, om dingen overeind te houden en niet keihard te hoeven snijden zoals u dat nu voorstelt. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daarop mag reageren. De ambitie van dit college is hoog en de vorige coalities was ook hoog. Daar heb ik van gezegd dat dat in tijden dat het goed gaat juist goed beleid is. Alleen, u zegt zelf: we moeten dadelijk keuzes gaan maken. Misschien als je je ambitie bijstelt iets naar beneden, dus niet die 140.000 inwoners, want daar is alles in deze Kadernota op gebaseerd, naar de groei, naar de toekomst naar 140.000 inwoners. Wij zeggen: laat die nou los, dan kan je op heel veel programma's en onderdelen geld besparen. Dan hoef je misschien niet te snijden. Dat is wat ik zeg. De heer Den Heijer: Voorzitter, dan nog één verhelderende vraag.
Wat is dan de boodschap van mevrouw Stolk naar al die woningzoekende Dordtenaren, dus jongeren die op zolder zitten, de ouderen die geen huis kunnen vinden, naar mensen die echt een huis nodig hebben, waardoor we ook 140.000 inwoners kunnen huisvesten. En als we zien dat van alle projecten die nu gebouwd worden gaat 70 procent naar de Dordtenaren. Dus laat u nou niet juist een enorme kans liggen om juist ook voor uw
33
achterban, om de ouderen in Dordrecht te kunnen laten wonen, jongeren in Dordrecht te kunnen laten wonen, gezinnen in Dordrecht te kunnen laten wonen. Ziet u niet in dat u daarmee ook een enorme kans laat lopen? Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik daarop reageren? De voorzitter: Altijd. Mevrouw Stolk: Voorzitter, het is altijd tranentrekkend hoe de heer … Ik ga mijn jasje uit doen, want ik sta hier nog wel even, denk ik. Het is altijd een tranentrekkend hoe de heer Den Heijer dat verwoordt en dat waardeer ik ook altijd wel in hem, maar wij laten juist niet die duizenden woningzoekenden in de steek. Want we kunnen nu nog niet eens vierduizend woningen bouwen, vijfduizend woningen, zesduizend woningen. We redden het gewoon niet. Dus dat is niet dat wij die mensen in de steek laten, we helpen ze daardoor door te zeggen: stel je ambitie bij, dan kunnen we juist voor de Dordtenaren woningen bouwen en niet voor de rijken van buiten Dordrecht. Zijn er nog interrupties? De voorzitter: Nee, mevrouw Stolk, u was nu zo duidelijk. Ik zou zeggen, vervolgt u uw betoog, nog één minuutje en dan neemt u uw jasje weer mee. Ik heb nog wel een interruptie van de heer Stam, die zit verstopt achter … De heer Stam: Ik zit zo’n beetje achter het spreekgestoelte, dus dat is lastig. Maar ik probeer het een beetje in Jip en Janneketaal te begrijpen wat u zegt.
U zegt eigenlijk: ik zie nu een exploitatiebegroting waar heel veel wordt gedaan om die groei te bewerkstelligen, dat kan allemaal wel een tandje minder. Tegelijkertijd heeft u een hele grote reservepot waar u zegt: daar zijn plannen voor gemaakt voor onderdeel A, maar schrap die nou even en dat wil ik doen naar onderdeel B. Daar heb ik nog even geen mening over, maar wat ik dan wel aan u vraag, dat is: als u dan dat gaat schrappen van die allocatie van die reservemiddelen van woningen A naar woningen B, dan ben je zomaar drie, drieënhalf jaar verder voordat die gewenste woningen, die u ook voor Dordtenaren wil hebben, om die te realiseren. Vindt u dan niet dat u in die komende drie jaar wel een gigantisch gat vallen dat helemaal niemand meer kan wonen? Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daarop mag reageren? We hebben het maar over woningen, maar je zou ook op andere dingen gewoon kunnen bezuinigen. Je gaat sowieso niet in een gat vallen, want we gaan met de klimaatcrisis, de stikstofcrisis, noem allemaal maar op, we krijgen het gewoon niet bij elkaar gesprokkeld. Dat weet u ook. Ik hoop echt dat Dordrecht nog iets gaat doen – even een zijstapje – wat Hugo de Jonge heeft aangegeven, met de flexwoningen. Die staan daar ergens nog in een ruimte, laat ze alsjeblieft met alle spoed hiernaartoe komen.
Maar je kan bijvoorbeeld het Stadspark XXL zou je ook niet XXL kunnen maken, maar je zou hem XL kunnen maken, je zou hem L kunnen maken, je zou hem M kunnen maken. Dus snap je? Er zijn echt heel veel mogelijkheden en mijn oproep, onze oproep vanuit de VSP is dat wij met de raad, met het college mee willen denken om die veranderingen door te voeren. De voorzitter: Mijnheer Stam.
34
De heer Stam: Voorzitter, dan is Jip toch niet helemaal duidelijk geweest tegenover Janneke. Want Janneke heeft aangegeven: ik wil van die reservepositie wil ik die dure huizen dan eigenlijk het liefst schrappen en wat goedkopere woningen bouwen. Dat was uw opmerking. Ik vraag dan enkel en alleen aan u: misschien voel ik daar ook wel wat voor, of misschien niet, maar als je die planvorming wil gaan veranderen, dan heb je een bepaalde periode nodig. Je wordt onbetrouwbaarder voor ontwikkelaars en voor andere partijen die die moeten bouwen. Dus in die zin kom je wel in een soort vacuüm. Ik ben het dan wel met u eens, als je naar die exploitatie kijkt en je gaat allerlei kosten maken die naar die groei toewerken, die zou misschien wel een tandje minder kunnen. Al die andere onderwerpen die u noemt, XXL, die laat ik dan even buiten beschouwing, maar ik richt me nu even over het kleine onderdeeltje wat u net noemde van die woningbouw. Maar dan sla ik de plank toch niet mis? Mevrouw Stolk: Voorzitter, kijk, u heeft het over de woningbouw. Natuurlijk, alleen wij zouden ervoor kiezen om die woningbouw meer sociaal te maken. Dat is eigenlijk wat ik ermee bedoel, niks meer en niks minder. Voorzitter, ik ga afronden, mag dat? De voorzitter: Ja, lijkt me ook goed, hoor. Gaat uw gang.
Mevrouw Stolk: De VSP zal zich om veranderingen aan te dragen om Dordrecht in de toekomst een sociale en aantrekkelijke stad te laten blijven en verstandig door te groeien, maar dan met name voor de bestaande Dordtenaren voor zowel jong als oud. Voorzitter, de VSP is niet voor Dordrecht van groot, groter, grootst, maar voor een Dordrecht van goed, beter, best. Dat is belangrijk voor onze Dordtenaren. Voorzitter, dan heb ik nog 32 minuten … Seconden, ja, dat kan ik wel. Voorzitter, ook de VSP heeft met ontsteltenis kennis genomen van de recente berichtgeving over de handelswijze van Chemours DuPont. Ongelooflijk dat ze hier jarenlang mee door zijn gegaan. Wat hielden de controles in die OZH uitvoerde? Onderzoek hiernaar lijkt de VSP noodzakelijk. Voorzitter, tot zover eerste termijn. Mevrouw Pichel: Voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Ik heb een kleine interruptie. Ik hoorde mevrouw Stolk wat zeggen over vergunningverlener en naar Chemours. Ik probeer even de woorden terug te halen wat u aangaf hoe goed daarnaar is gekeken. Kunt u daar iets meer toelichting op geven wat u daarmee bedoelt? Mevrouw Stolk: Nou ja, kijk, er worden controles uitgevoerd. We hebben allemaal gehoord dat die controles steekproefsgewijs gedaan door dezelfde personen. Nou mag ik hier niet over personen praten, maar ik zou graag willen dat die personen gehoord worden door het Openbaar Ministerie. Want hoe kan het dat dit jaar in, jaar uit niet goed is gegaan? Waar hebben zij op gecontroleerd? Dus dat mag de officier van justitie wat ons betreft uit gaan zoeken in het belang van de volksgezondheid.
35
De voorzitter: We geven het door. Dank u wel. Daarmee was de termijn van de VSP afgerond. Dan kom ik bij de GroenLinks-fractie, de heer Uysal, gaat uw gang. Mijnheer Uysal neemt de tijd voor zijn entree. Het woord is aan u. De heer Uysal: Voorzitter, allereerst een woord van dank aan de leden van het college en de ambtelijke organisatie voor alle inspanningen om te komen tot deze perspectiefnota, en dank aan onze griffie voor de ondersteuning van de raad in het hele proces. Voorzitter, we leven in een extreem onzekere tijd. De naweeën van de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne, stijgende energieprijzen, rente, inflatie, de gevolgen zijn overal in de samenleving zichtbaar en voelbaar. Juist in tijden van onzekerheid moet de overheid de regie nemen om de goede kant op te sturen. Een overheid die niet alleen problemen oplost, maar deze ook voorkomt. De realiteit wijst echter uit dat we te maken hebben met een landelijke overheid die alles op de lange baan verschuift en alleen maar problemen veroorzaakt. Dat heeft direct zijn weerslag op ons. Zo begon ons financieel beeld in 2019 te kantelen door oplopende tekorten op het sociaal domein. Nu het huidige kabinet weigert om verder te kijken dan 2025 staan we wederom voor financiële uitdagingen.
Wij steunen dan ook van harte de actie van onze gemeente om vanaf 2026 geen sluitende begroting meer op te leveren, al is het alleen maar een signaal af te geven aan het Rijk dat het zo niet meer kan. Voorzitter, GroenLinks Dordrecht is gelukkig dat het voorliggende stuk, ondanks alle hindernissen en obstakels, perspectief biedt. Perspectief voor onze huidige inwoners, mens en dier, en voor onze kinderen en hun kinderen. Kortom, perspectief op een menselijk, eerlijk en duurzaam Dordrecht. Voorzitter, onze stad is volop in ontwikkeling. Waar je ook kijkt, overal zie je bouwkranen. De meest in het oog springende zijn de werkzaamheden aan de Spuiboulevard. Wat nu nog een stenig gebied is met veel oude kantoren, wordt getransformeerd tot een levendige, groene, bruisende stadswijk met honderden duurzame woningen voor alle doelgroepen. De heer Van der Spoel: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik hoorde de heer Uysal spreken over het Spuiboulevard. Nou hebben wij daar als PvdA best wel veel zorgen over, gezien de komende ontwikkelingen. Hoe kijkt GroenLinks daarnaar? Is het project Spuiboulevard op de manier zoals die uitgevoerd moet gaan worden nog haalbaar volgens GroenLinks? De heer Uysal: Dank voor de vraag, voorzitter. We hebben het daar onlangs in de raad vorig jaar in de raad hebben we het daarover gehad in december 2022.
De ontwikkelingen zijn gaande en in ieder geval de ontwikkeling voor wat betreft het nieuwe stadhuis, die gaan door en wij horen ook van college meerdere malen ook in de media dat die ook gewoon in 2025 worden opgeleverd. Dat is wel de eerste stap in de verdere ontwikkeling de hele gebiedsontwikkeling, dus daarom is het belangrijk dat de eerste fase van het project doorgaat. Dat gaat ook gewoon in volle vaart door en als die wordt opgeleverd in 2025, dan gaan we verder kijken of de andere deelfasen ook haalbaar zijn. Maar wij hebben daar alle vertrouwen in. De voorzitter: Mijnheer Stam zit in mijn dode hoek. Mijnheer Stam, gaat uw gang.
36
De heer Stam: Maar ik ben nog wel heel levendig, dus wat dat betreft komt het wel goed. Voorzitter, een vraagje aan de heer Uysal. U zei net: wij steunen het feit dat vanaf 2026 geen sluitende begroting wordt ingediend bij de provincie. Daar schrik ik eigenlijk wel een beetje van. Een regiogemeente heeft dat nog niet zo heel lang geleden ook gedaan en dan kom je als het ware artikel 12-gemeente. Dat vindt u dus prima. Waar ik dan eigenlijk van schrik is dat u dus eigenlijk zegt: wij gaan het probleem zelf niet meer oplossen, maar laat dan de provincie en het Rijk dat maar voor ons doen. Want die gaan dan in uw begroting schrappen. Vindt u dat dan een prettige uitgangspositie? De heer Uysal: Dank voor de vraag en ik ben ook wel blij dat u deze vraag aan mij stelt zodat ik toch de mogelijkheid heb om hem wat nader toe te lichten. Absoluut niet. Het is niet onze insteek dat we ervoor willen zorgen onze gemeente een artikel 12-gemeente wordt. Alleen, wat ik ook heb aangehaald in mijn verhaal is dat het financieel beeld in 2019 begon te kantelen, juist door die oplopende tekorten in het sociaal domein en dat begon weer met die decentralisaties in 2015. Wat het Rijk doet is elke keer alles over de gemeentelijke schutting heen flikkeren en aan de gemeentes overlaten: zoek het maar lekker uit. Wij moeten als gemeenten gewoon een keertje zeggen: het is nu klaar.
Alleen als we als we maar een signaal kunnen afgeven, al is het maar om een signaal af te geven aan het Rijk: hé jongens, wij kunnen dit gewoon niet meer aan en kom met structurele oplossingen in plaats van elke keer met incidentele middelen. Dan moeten we dat ook doen. Maar ik wil hierbij ook wel meteen benadrukken dat we het alleen kunnen doen met alle gemeentes. Dus die saamhorigheid is wel degelijk belangrijk. Het heeft natuurlijk totaal geen nut als we dat als enige gemeente in het hele land gaan doen. Daar ben ik het wel met u eens, want dan heeft u inderdaad te maken met artikel 12 probleem. De voorzitter: Dank. Als u gooien had gebruikt, dan hadden we het ook begrepen. Gaat u verder. De heer Uysal: Even kijken waar ik was gebleven. Ja, wonen. Want we hebben een schreeuwend tekort, voorzitter, aan betaalbare woningen en de spanningen op de woningmarkt maken het er niet makkelijker op. Daarom neemt de gemeente de regie op de volkshuisvesting. GroenLinks Dordrecht blijft vooral aandringen op betaalbare woningen. We kunnen dan ook instemmen met een extra investering vanuit het grondbedrijf met 15 miljoen. Want wonen is een recht, iedereen verdient een dak boven zijn hoofd. Dat geldt ook voor mensen die vluchten voor de meest verschrikkelijke dingen. We zijn trots dat we als stad onze verantwoordelijkheid hebben genomen om zowel vluchtelingen als asielzoekers op te vangen.
Met de komst van een azc blijven wij onze verantwoordelijkheid nemen, waarbij voor ons wel belangrijk is dat de bewoners van het azc, net zoals de Oekraïense oorlogsvluchtelingen, vanaf dag één mee kunnen doen. Het begint te regenen, voorzitter. Maar na regen komt altijd zonneschijn, heb ik geleerd. De voorzitter: Uw betoog brengt verkoeling, zullen we maar zeggen. De heer Uysal: Voorzitter, daar wilde ik het ook net over gaan hebben, want we zijn heel blij met extra investering van 7,1 miljoen in de openbare ruimte. We leven midden in een klimaat- en een biodiversiteitscrisis en de gevolgen zijn voor iedereen merkbaar, zoals u
37
dus nu ook kunt zien. De ene keer schijnt de zon en vijf minuten later regent het. Met de aanleg van meer groen en bomen zorgen we voor een klimaatbestendige omgeving waar het ook nog eens lekker vertoeven is voor onze inwoners. De ontwikkeling van WantijWest sluit hier naadloos bij aan, waarbij het ook nog eens een grote wens was van GroenLinks om de landtong groen te houden. Voorzitter, toch maken wij ons zorgen, want het lijkt wel een patroon geworden te zijn dat het college niet meer omkijkt naar eenmalige investeringen. In het verleden zijn voorzieningen zoals de Sportboulevard en het Energiehuis met incidenteel geld gefinancierd, die later om forse extra bijdragen vroegen. Plots worden we overvallen en dienen we scherpe keuzes te maken. Er komt als het ware een boeggolf aan investeringen, wordt er dan gezegd. Hetzelfde dreigt nu te gebeuren met bomen. Heeft het college wel zicht op de meerjarenonderhoudsplanning van diverse voorzieningen in onze stad, en hoe denkt het college het groen- en bomenonderhoud te waarborgen? Voorzitter, we investeren in een gezonde arbeidsmarkt. Juist in tijden van krapte op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat we investeren de toekomst van de huidige en de komende generaties van onze stad. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, bij de begroting van vorig jaar, begrotingsbehandeling 2023 maakte GroenLinks exact hetzelfde punt, dat er te weinig structureel budget was voor klimaatadaptatie. Toch heeft GroenLinks toen ingestemd met de begroting. Nu is er weer te weinig structureel geld voor klimaatadaptatie. Betekent dat dat GroenLinks nu eindelijk eens een grens trekt en tegen deze Kadernota stemt? De heer Uysal: Dank, voorzitter. Nee, we zijn niet bereid om tegen te stemmen voor de Kadernota. We uiten hiermee onze zorgen wel dat dit ons gewoon te vaak overkomt en we zien het keer op keer gebeuren. Ook als we naar het verleden kijken, dan zien we ook dat voorzieningen die incidenteel gefinancierd worden, dat dat gewoon niet op structurele termijn geborgd wordt. Wij willen gewoon dat daar verandering in komt. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: De heer Uysal gebruikt letterlijk de woorden: we zien dat het ons keer op keer overkomt. Nee, het overkomt de heer Uysal niet en GroenLinks niet, de heer Uysal is lid van een coalitiepartij en heeft meer dan gemiddeld invloed op wat er in de Kadernota staat hier in de raad.
Waarom doet hij er zo makkelijk over? Hij heeft de touwtjes in handen om hier echt wat aan te veranderen en ik zie ook graag dat dat gebeurt, want ik deel de zorgen die hij net uitsprak over te weinig structureel budget om echt wat te doen tegen die hittegolven die we nu meemaken. De heer Uysal: Voorzitter, het dualisme in optima forma, zou ik dan willen zeggen tegen de heer Groenewege van de Partij voor de Dieren. Wij maken ons gewoon grote zorgen om onderhoud in algemene zin. Dus als het gaat om wegen, riolen, bomen, groen, onze voorzieningen, culturele instellingen, noem het allemaal maar op, dat moet gewoon goed geborgd worden. Dat zien we niet terug in deze Kadernota, daar heeft u ook een punt dat we dat ook vorig jaar in de begroting niet terugzagen. Wij doen nu een klemmend beroep op het college om dat voor deze keer wel te regelen en ook voor de toekomst.
38
De voorzitter: De heer Groenewege tot slot. De heer Groenewege: De vorige keer heeft GroenLinks diezelfde oproep gedaan, toen heeft het college daar niks mee gedaan in ons prachtige dualistische systeem. Verwacht de heer Uysal dat het college er nu opeens wel mee aan de slag gaat, en zo niet, welke gevolgen verbindt hij daaraan? De heer Uysal: Wij vinden het belangrijk dat we dit signaal gewoon goed afgeven en ik ben wel blij dat we et op dat punt eens zijn met Partij voor de Dieren, dit signaal moeten we gewoon krachtig met de raad in zijn geheel afgeven aan het college. In dat kader ben ik ook gewoon benieuwd hoe het college hierna gaat reageren en laten we daar vooral gewoon samen optrekken, want dit is gewoon in het belang van de hele raad. De voorzitter: Dan de heer Portier. De heer Portier: Ik werd ook even getriggerd door het woord dualisme in optima forma.
Erkent de heer Uysal dat dualisme ook betekent dat je wel eens afstand kan doen, of tegen een voorstel kan stemmen van een coalitie waar je zelf inzit? De heer Uysal: Nou ja, het is natuurlijk heel flauw en het zou ook geen recht doen aan de verhouding hier in de oppositie of in de raad, want vanaf het begin hebben we afgesproken met elkaar dat we juist als raad in zijn geheel allerlei soorten problematiek willen oppakken en daarom zou het nu niet zo fijn zijn om nu te zeggen: ik ga op voorhand al meteen voorstemmen op de Kadernota of tegenstemmen. We moeten gewoon als raad, coalitie en oppositie, moeten we gewoon de juiste balans hierin gaan vinden en we moeten ervoor zorgen dat we het juiste signaal in zijn geheel, met zijn allen, gezamenlijk optrekken en dat signaal gewoon afgeven aan de raad. Dit is echt geen zaak van de coalitie of de oppositie. De voorzitter: De heer Portier nogmaals. De heer Portier: Dan vraag ik me toch af wat de heer Uysal tegenhoudt om een amendement in te dienen of een motie om toch meer geld uit te trekken voor die zaken waar volgens hem nu structureel te weinig voor uitgetrokken wordt. De heer Uysal: Voorzitter, voor ons is het belangrijk dat je hoeft niet met alle punten die je duidelijk wil maken, hoeft je niet met een motie of een amendement te komen.
Wij hebben ervoor gekozen om dit probleem op deze manier aan te kaarten en we zijn gewoon benieuwd naar de reactie van het college en op basis daarvan gaan we kijken wat onze vervolgstap gaat zijn. De voorzitter: Dank. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik schrik toch wel weer een beetje. U bedoelt denk ik dat we met incidentele middelen een aantal voorzieningen hebben gebouwd en dat wij heel veel meerjarenonderhoudsplannen hebben die nu niet meer matchen met de werkelijkheid. Nou is er natuurlijk de afgelopen jaren wel een inflatiepercentage geweest van rond de 12-13 procent, daar zou je misschien nog iets moeten opplussen, dus mijn vraag is aan u: bent u dan bereid om inderdaad die budgetten op een niveau te brengen
39
dat je het onderhoud kunt doen? Maar wat ik nog veel belangrijker vind, wat wij continu terugzien ook in deze Kadernota, wat weer ook op andere gremia stelt, dat we een gigantisch tekort aan personeel hebben. Nou hebben we dadelijk allerlei onderhoudsbudgetten, die kunnen misschien met 20 procent verhoogd worden. Stel dat u een amendement inbrengt en dan zijn ze allemaal keurig op orde, en waar gaat u dan het personeel vandaan halen? De heer Uysal: Voor wat betreft de keuzes, we moeten samen met zijn allen inderdaad keuzes gaan maken en we lezen ook in de Kadernota dat we onze financiële strategie volgend jaar moeten herijken. Dat is het moment om met zijn allen te bepalen: welke prioritering gaan we maken? Dus in dat kader moeten we gewoon een belangenafweging gaan maken. We willen niet nu al vooruitlopen op de zaken. We hebben begrepen in de Kadernota lezen we zo terug dat we in dat hele traject worden meegenomen om te kijken hoe we daar samen, zowel college als de gemeenteraad, hoe we daar kunnen kijken of we elkaar kunnen tegemoetkomen. Dus ja, het is gewoon belangrijk dat we in het vizier hebben – en dat is ook de hele insteek van mijn betoog op dit punt – dat we ervoor zorgen, want nu doen we ook weer incidentele investeringen in bomen en planten, dat we ook ervoor zorgen dat dat op een structurele manier geborgd gaat worden. De voorzitter: Eerst de heer Stam.
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik zeg niet incidentele investeringen, ik zeg dat die zaken geïnvesteerd worden met incidentele middelen. Dat is wat anders. Maar sluit ik even aan bij de woorden die mevrouw Stolk van de VSP heeft gebruikt, die vraagt eigenlijk in die exploitatie: kunnen we nou een aantal dingen niet anders doen, minder, om dadelijk ook die bezuinigingstaakstelling goed te kunnen invullen? U hoor ik nu zeggen: we moeten vooral gaan opplussen qua investeringen en qua onderhoudsbudgetten. Volgens mij vloekt dat een beetje met elkaar. De heer Uysal: Zoals ik net ook al zei, we moeten gewoon de juiste afweging maken daar. En natuurlijk is daar geld voor nodig als we dingen willen onderhouden en dat is het moment om voor ons de afweging te maken: waar gaan we dan wel geld in stoppen en waar gaan we geen geld in stoppen? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een vraag nog. Dat gaat over het herijken wat u volgend jaar wil gaan doen. Maar waarvoor zou je dat nu al niet gaan doen, waarvoor wachten terwijl eigenlijk alle seinen nu op rood staan? Hoe zit GroenLinks daarin? De heer Uysal: Voorzitter, het is een heel zorgvuldig traject wat we met zijn allen moeten gaan lopen.
Daarvoor is het gewoon goed dat we daar ruim de tijd voor nemen en dat we dat niet nu al op voorhand gaan doen: we zien donkere wolken plaatsen boven ons en dat we nu meteen allerlei gekke dingen gaan doen. Waardoor we misschien wel een paar jaar vooruit kunnen leven en dat we daarna later toch in de problemen gaan komen. Dus we moeten gewoon hier ruim de tijd voor gaan nemen en dat biedt gewoon heel veel zorgvuldigheid.
40
De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is toch een beetje de wereld op zijn kop, volgens mij. Volgens mij als nu de seinen op rood staan, dan ga je nu kijken wat je nu al kan doen om niet in de problemen te komen. Alleen, u schuift dat voor u uit, begrijp ik, en dan gaan we pas kijken als dadelijk alles in de min staat. Dat is eigenlijk wat ik u hoor zeggen. De voorzitter: Ik hoor echt te vaak u, dus praat u alstublieft via mij met elkaar. De heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Via u wil ik antwoord geven op mevrouw Stolk. Het is echt niet zo. Natuurlijk staan de seinen wel op rood, maar het is echt niet zo dat we dit jaar in de problemen komen. We lezen nu dat we juist voor dit jaar, voor volgend jaar een Kadernota, een begroting kunnen opstellen die ook sluitend is. Maar voor de jaren daarna moeten we gewoon heel goed met zijn allen gaan kijken welke keuzes we gaan maken om dan toch tot een sluitende begroting te komen, in ieder geval tot 2025. Wat er daarna gaat gebeuren, dat gaan we dan wel met zijn allen zien, want vanaf 2026 is het tekort 30 miljoen. En of het nou 30 miljoenen of 50 miljoen, dat maakt dan niet meer zo heel veel uit. Vandaar ook de steun aan onze gemeente dat ze dus willen zeggen: we leveren ook geen sluitende begroting meer op.
Daar sluiten wij ons bij aan, maar voor volgend jaar, voor 2025, moeten we met zijn allen gewoon heel goed gaan kijken welke keuze we gaan maken om tot een sluitende begroting te komen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, één opmerking? De voorzitter: Ja, tot slot. Mevrouw Stolk: Deze begroting is al sluitend gemaakt. De heer Uysal: Dank voor de opmerking, voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Uysal: Ik had het over de gezonde arbeidsmarkt, voorzitter. We investeren in een gezonde arbeidsmarkt en juist in tijden van krapte op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat we investeren in de huidige en de toekomstige generaties van de stad. Daarbij wordt de focus gelegd op de vaardigheden en talenten van onze eigen inwoners en zorgen we banen die daarbij aansluiten en gericht zijn op de samenleving van de toekomst. Voor GroenLinks geldt het uitgangspunt dat alle Dordtenaren gelijke kansen hebben in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en om dat te bevorderen werken we aan een diversiteitsbeleid. In dat kader zou het onze gemeente ook sieren om zelf het goede voorbeeld te geven en bij de organisatieontwikkeling echt werk te maken van diversiteit en inclusie. De gemeente moet bij uitstek de plek zijn waar iedereen zich in herkent en waar iedereen gelijke en eerlijke kansen krijgt.
Voorzitter, dit gezegd hebbende, kan ik het niet laten om het te hebben over ons beladen gedeelde slavernijverleden. Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft en eind deze maand vindt voor het eerst de Keti Koti-viering plaats in onze stad. Een belangrijke stap in erkenning voor velen, want de gevolgen van de slavernij werken nog steeds door in onze huidige samenleving. Laten we met elkaar het gesprek blijven voeren om bewuste en onbewuste