CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2023.02.07 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 7 februari en de Hamerraad en Dordtse Dinsdag 24 januari, 14 februari en 21 februari 2023 Vergaderzaal 1,3,552.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Ik wil echt benadrukken dat we helemaal aan het begin staan van dit proces. De reden dat we hier nu staan met de raad, is omdat we de raad vragen, wat vindt u belangrijk, wat zijn uw wensen, wat zijn uw bedenkingen die wij mee moeten nemen in dat gesprek? Het is nog geen uitgestippeld verhaal. Zo gaat het eruitzien, zoveel mensen komen er en zo gaan we dit allemaal doen. We vragen juist aan de voorkant, wat vindt u belangrijk, zodat we dat mee kunnen nemen. Daarom krijgt u wellicht vaker dan u graag had gezien te horen, dat weten we nog niet. Dat gesprek moet we aan. Maar anders hadden we hier gestaan met een kant en klaar plan. Dan hadden de wensen en bedenken weinig zin gehad. Dat is de reden dat het gewoon nog niet helemaal uitgestippeld is. De voorzitter: Dank. De heer Portier. De heer Klerk: Voorzitter. De heer Portier: Nee, ik ben even aan het woord. De voorzitter: De heer Portier is even aan het woord. Gaat uw gang. De heer Portier: Laat in ieder geval duidelijk zijn dat ik wens dat, zowel in het belang van de mogelijk toekomstige azc-bewoners als in het belang van de huidige bewoners van De Tol, de huidige problemen aangepakt worden. Mijn tweede vraag ging eigenlijk over de kruimelregeling. Hoe past de vestiging van het azc in een kruimelregeling en waar ziet u de kruimelregeling in het bestemmingsplan? Mevrouw Van Benschop: Het is heel juridisch.

Dat zou ik exact na moeten vragen. Maar we weten in ieder geval dat als we hem in eerste instantie voor vijf jaar, met een verlenging van nog maximaal vijf jaar, binnen de tien jaar blijven, hoeven we het bestemmingsplan niet te wijzigen.

62

De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Ik ga er dan maar even vanuit dat dat juridisch uitgezocht is. De voorzitter: Daar kunt u vanuit gaan. Mevrouw Van Benschop: Ja, zeker. De voorzitter: Ik zag de heer Stam, maar ik zag ook de heer Klerk. Gaat u gang, de heer Klerk. De heer Klerk: Dank u, voorzitter. Ik zal niet meer voor uw beurt praten. Ik had nog een vraag die nog niet beantwoord is, volgens mij. Dat is, ik had het over, er zijn heel veel open eindjes. De wethouder geeft nu ook aan dat we helemaal aan het begin van een proces staan. De vraag van ons is nog wel hoe wij als raad aan het roer blijven als het gaat over hoe het verdere proces gaat. Mevrouw Van Benschop: Wij zullen die gesprekken gaan opstarten. Eerst moet er nog een akkoord komen van het COA op de locatie. Dan zullen we u bij iedere stap die gezet wordt, dat er weer een besluit is genomen of dat we weer een stap verder zijn, gewoon informeren over de stand van zaken. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, toch nog even over die locaties. We hoeven helemaal geen plekken te noemen hoor.

Maar als je kijkt naar die regionale samenwerking, zijn daar ook andere plekken onderzocht en zijn die afgevallen en zijn die naar de toekomst toe dan nog wel realistisch, of is daar vanuit de regio een hart mee opgekomen waardoor u bent uitgekomen op de huidige locatie? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, Dordrecht heeft zelf een locatie benoemd, omdat wij hebben gezegd, als we hier een azc kunnen vestigen van tenminste vijfhonderd personen, wat de verwachte taakstelling voor Dordt is, dan kunnen we het gesprek aan in regio voor alles wat we meer doen, om te kijken wat zij kunnen bijdragen in dat opvangvraagstuk. In die zin hebben we niet gezegd, we kijken regiobreed, is er een geschikte locatie? Dat is niet in Dordt. We hebben stadsbreed, in Dordrecht, gekeken, wat is in Dordrecht de geschikte locatie om dit te kunnen doen? Om vervolgens met dat bod, het Dordtse bod noem ik het maar even, de regio in te gaan om te komen tot een regiobod. Maar daar zal wethouder Heijkoop zo meer over zeggen. De voorzitter: Dank. De heer De Heer nog en dan de heer Gündogdu. Dan gaan we naar de volgende portefeuillehouder. De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Toch nog even een vraag. Een aantal keren in de beantwoording van de vragen werd het woord voorwaarden ook gebruikt. Dat kan ik me ook herinneren van de commissievergadering.

Als ik alleen de beantwoording van de technische vragen teruglees, dan worden niet de woorden voorwaarden gebruikt, maar we hebben een aantal gesprekspunten geformuleerd. Zou u dat verschil kunnen duiden? Mevrouw Van Benschop: Het gaat erom dat we het gesprek aangaan over de voorwaarden die we hebben geformuleerd. Die slaan met name op, als je nou meer zou doen dan dat je dadelijk opgelegd krijgt, dan wil je daar ook een goed gesprek over

63

kunnen voeren, zowel in de regio maar ook richting het COA. Dat betekent niet dat die voorwaarden niet zouden ... Dat we die niet als gesprekspunten willen noteren voor als we vijfhonderd mensen opvangen, maar wat we eigenlijk hebben gezegd, is aan de voorkant, op het moment dat je een extra stap zet, meer zou doen dan dat je eigenlijk dadelijk opgelegd kan krijgen, je bent vroeg en je hebt de regie, dan wil je daar ook gewoon het goede gesprek over voeren, wat krijgen we daar dan voor terug? In de zin van extra voorzieningen of die voorwaarden die we genoemd hebben. Betekent niet dat ze niet belangrijk zijn, als het gaat over de vestiging van de taakstelling die je uiteindelijk ook zou krijgen. De voorzitter: Dan de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ook voor de beantwoording van de vragen. Ik heb nog een vraag die nog niet is beantwoord. Voorzitter, de portefeuillehouder geeft aan dat dit een intensief traject is geweest, tot op heden. Er is gebruikgemaakt van de mogelijkheid vanuit het college om een besluit te nemen. Als je, dit allemaal horende, weer terug zou gaan naar de tekentafel, zou u een andere afweging hebben gemaakt vanuit het college om tot een locatiekeuze te komen, of het besluit te nemen, of het traject anders hebben opgestart. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, nee.

Dat heeft te maken met dat wij waarde hechten aan dat we duidelijk maken wat de randvoorwaarden zijn waarbinnen we de participatie vormgeven, omdat we mensen gewoon het eerlijke verhaal willen geven, dit is waar u invloed op heeft. We zien de urgentie, we zien de Spreidingswet die op ons afkomt, dus hebben we dit besluit genomen. Als je dan vervolgens de vraag openstelt aan de stad en er zou een nee uitkomen, moet je achteraf weer terug om te zeggen, u heeft allemaal nee gezegd, maar we gaan het toch doen, want we moeten wel. Dat is wat ons betreft niet hoe je het vertrouwen in de politiek terugkrijgt. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, volgens mij is ook dit college gestart met een nieuw elan. We gaan beter luisteren naar onze burgers. U heeft al vanaf dit punt één, belangrijke beslissing, eigenlijk datgene wat u heeft gezegd teniet gedaan? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, daar verschillen we van mening. De voorzitter: Dank. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, de wethouder had het net nog over die voorwaarden of die gesprekspunten. Ik stelde daar net ook al een vraag over.

Misschien nogmaals, wanneer er geen invulling wordt gegeven aan die gesprekspunten of voorwaarden, als we het hebben over bijvoorbeeld de mogelijkheid voor extra vervoersmaatregelen of dat ze extra mogen werken, dan kan dat betekenen dat er dadelijk alsnog een asielzoekerscentrum komt met vijfhonderd mensen, zonder dat ze extra mogen werken of zonder dat er extra mogelijkheden zijn voor goed vervoer van en naar het centrum van de stad. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, we hebben vooropgesteld dat het altijd een fatsoenlijke, menselijke opvang moet zijn. Op het moment dat mensen daar niet weg kunnen, er geen zinvolle daginvulling is, mensen daar eigenlijk niks kunnen en weggestopt zitten op een bedrijventerrein, dan is dat geen fatsoenlijke opvang. Er zijn

64

weldegelijk gewoon minimale voorwaarden waar aan voldaan moet worden. We gaan het gesprek aan, om daar meer uit te halen. De heer Schalken-den Hartog: Maar voorzitter, nogmaals, als daar verder geen invulling aan wordt gegeven en het blijft echt zo minimaal mogelijk, dan betekent dat alsnog dat daar vijfhonderd asielzoekers worden gehuisvest. Mevrouw Van Benschop: Zo zwart-wit is het niet. Dat ligt eraan waar je de ondergrens binnen die voorwaarden legt. Kijk, je kunt zeggen, ze mogen nu 24 weken van de 52 weken werken, nadat ze een half jaar in Nederland zijn. Wanneer mogen ze meer werken? Is dat dan bij 28 weken, is dat dan dat ze na 4 maanden mogen werken? Dat is het gesprek wat je gaat voeren. Je kunt daar nu geen harde grens op zetten. De voorwaarden zijn de gesprekspunten waar we het gesprek over aangaan. Wij vinden dat er op die voorwaarden een beweging moet komen, zowel van het Rijk als van het COA, om het fatsoenlijk te maken voor die mensen om ze op te vangen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, als laatste. Daar zijn we vanuit Beter voor Dordt wel erg benieuwd naar, waar die ondergrens ligt voor het college, van die voorwaarden.

Mevrouw Van Benschop: Dat is volgens mij iets waar we nu met elkaar het gesprek over voeren, die wensen en bedenkingen, wat vindt de raad, wat veel het college, wat vinden dadelijk de bewoners, wat is de minimale omstandigheid waarop het een fatsoenlijke manier zou zijn. Ik merk dat het een beetje in cirkels praten is, maar dat komt omdat we juist aan de voorkant iedereen mee willen nemen en nog geen concreet plan, dit is het checklistje, hebben. Dan hadden we dit gesprek niet hoeven voeren. De heer Schalken-den Hartog: Misschien als laatste, voorzitter. Dan betekent dat eigenlijk voor nu een soort van blanco cheque, omdat we eigenlijk niet weten waar we nu wel of geen akkoord of wensen of het bedenkingen op kunnen geven. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, de wensen en bedenkingen kunnen meegegeven worden op het voorstel, zoals het er nu ligt. Vindt de raad dat de voorwaarden voldoende uitgelicht zijn, zijn er meer voorwaarden nodig? Dan staat het de raad vrij om die en mee te geven ... Als u die graag vast wil leggen via een amendement en een meerderheid van de raad die uitspraak wil laten doen, dan kan dat ook. De voorzitter: Dank. Ik denk dat het wat dat betreft nu de eerste termijn van wethouder Van Benschop was. Dank daarvoor. We hebben straks nog twee wethouders die ook kort vanuit hun invalshoek iets zullen zeggen. Even een punt van orde.

We hebben nog een half uur voor de schorsing. Van zes tot acht is dan de schorsing. Ik denk dat we de raadsvergadering vanmiddag niet meer gaan kunnen afmaken. Dat betekent dat we, wat mij betreft, de eerste termijn van het college nog gaan afronden en dan de dinerschorsing doen. Nog een extra aandachtspunt is dat ikzelf om kwart voor zes echt even weg moet en wil vragen aan de heer Schalken om om kwart voor zes de vergadering ... Even het voorzitterschap over te nemen en ik, in afstemming met wethouder Heijkoop en wethouder Merx ook even nu als eerste zal gaan, voor wat betreft de beantwoording over de Oekraïne-opvang. Ik wil graag vragen aan de heer Schalken om de vergadering dan over te nemen, zodat ik die beantwoording kan doen en daarna kan vertrekken. Dan zien we elkaar vanavond weer. De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang.

65

De heer Kolff: Dank. Fijn dat u even zo flexibel bent om de vergadering over te nemen. Ik sta hier als burgemeester, maar ook als onderdeel van het college. Er was natuurlijk een vraag over, hoe liggen precies de bevoegdheden? Die hebben we ook in de commissievergadering willen duiden. Het is zo dat op dit moment de burgemeesters in het land, zijn in totaal 342 gemeenten, de opdracht krijgen van het Rijk om de Oekraïners te huisvesten. Dat doen wij eigenlijk in vrijwel alle gemeenten. Dat loopt via de veiligheidsregio's. Dat betekent dat de voorzitter van de veiligheidsregio, wat ik in dit geval toevallig ook ben ... Maar in principe is het een taak die bij burgemeesters is neergelegd om noodopvang te organiseren voor de Oekraïners. Dat doen we in onze stad voortvarend. We hebben 735 plekken in Crownpoint plus nog 100 plekken in de zogeheten hub, waar de Oekraïners die vanuit Oekraïne komen in eerste instantie worden opgevangen en vanuit daar worden verdeeld naar andere opvangplekken in onze regio. We hebben nog een boot liggen waar zo’n kleine 200 Oekraïners op wonen. Per ongeveer 1 maart zullen die overgaan, voorzitter, naar de locatie aan de Singel 271, die nu verbouwd wordt en bijna klaar is, waar zo'n 250 plekken worden gerealiseerd. In totaal hebben we, inclusief de hub, zo'n kleine 1.100 plekken in de gemeentelijke opvang.

Daarnaast nog zo'n 250 tot 300 Oekraïners die bij mensen thuis wonen, waarvoor overigens grote hulde en complimenten. Dat even als uitgangspunt. Er is een aantal vragen gesteld over het feit dat we Crownpoint nu gaan verlaten. Dat is natuurlijk een grote locatie. Het is de drie na grootste locatie van het land, voor wat betreft Oekraïne-opvang. Dat geeft ook mogelijkheden, als het zo'n grote locatie is, want we waren bijvoorbeeld de eerste locatie in het land waar ook een kinderdagverblijf was gevestigd, waar je allerlei faciliteiten, voorzieningen en efficiëntie kunt bereiken voor wat betreft die opvang, omdat je die omvang hebt. Dat betekent tegelijkertijd dat je 735 mensen, plus dan de hub, ook op een goede manier moet verhuizen als het pand op enig moment niet meer beschikbaar is. Het was oorspronkelijk beschikbaar tot 31 december. Die datum hebben we met man en macht weten op te rekken tot 1 december, omdat Crownpoint ontwikkeld moet worden, ook met het oog op de ontwikkeling van de Spuiboulevard en de toekomstige woningen die we in onze stad nodig hebben. Gat betekent dat Crownpoint echt op 1 december moet worden opgeleverd en dat we echt een alternatief moesten hebben. Dat is het Stadskantoor geworden, ook omdat we daar over twee jaar toch uit zouden gaan.

Hebben gemeend om dan in de tussentijd creatief te moeten omgaan met de situatie, zoals die voor ons lag en inderdaad een soort schuif tussen panden hebben moeten realiseren. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Is er dan ook echt al bekend dat na december Crownpoint wordt gesloopt? De heer Kolff: Uiteindelijk is dat natuurlijk aan de ontwikkelaar zelf. Maar er is een deadline afgesproken destijds van 1 december. Dat heeft ook te maken met subsidies vanuit het Rijk, die op ontwikkeling liggen. Maar het is aan de ontwikkelaar zelf hoe hij daarmee omgaat. Maar wij hebben het pand echt niet langer dan tot 1 december tot onze beschikking. Dat is voor ons uitgangspunt. Het is natuurlijk aan de eigenaar hoe hij vervolgens met het pand omgaat. Maar wij hebben tot 1 december weten te rekken en zijn daar eigenlijk al heel erg dankbaar voor, want daarmee hebben we anderhalf jaar lang van dit pand gebruik kunnen maken, tegen die tijd. Dan toch even ingaand op de vraag en opmerking, zoals die door mevrouw Vol, namens Partij voor de Dieren, zijn ingebracht. Het is natuurlijk inderdaad ergens kostbaar en inefficiënt dat je nu weer opnieuw een pand gaat verbouwen om mensen tijdelijk op te vangen, ook al is het waarschijnlijk toch weer voor wat langere periode.

Waarschijnlijk is het pand tenminste voor twee jaar te gebruiken voor dit doeleinde. Maar het hangt ook samen, dat is een

66

vraag die een aantal andere raadsleden heeft gesteld, met het feit dat wij wel kostenneutraal, tenminste kostenneutraal, willen opereren. Dat we ook afhankelijk zijn van wat het Rijk ons biedt. Wij hebben als burgemeesters de ruimte gekregen om noodopvang te organiseren. Dat betekent dat je nooit permanente panden kunt neerzetten, ook niet voor de doelgroep Oekraïners. Dat we op dit moment de scope hebben op maart 2024, terwijl we eigenlijk nu een pand gaan inrichten voor twee jaar. Op zich is dat al een uitzondering dat we voor een langere termijn dat pand gaan verbouwen, daar kosten voor maken. Daar moet ook echt goedkeuring van het Rijk voor komen. Maar het blijft noodopvang. We gaan eigenlijk al verder dan we op dit moment mogen doen, maar we gaan daar goedkeuring voor vragen vooraf, zodat we als gemeente geen risico lopen dat we daar met kosten blijven zitten. Maar een alternatief is er echt niet. We hebben gekeken in de stad naar alternatieven. We hebben bijna geen leegstaande panden. Het enige alternatief wat we hadden, dat was het pand aan het Energieplein, wat ook van de gemeente is. Maar dat is absoluut niet groot genoeg om 735 mensen op een goede manier te huisvesten. Hebben we gemeend om met de ambtelijke organisatie te spreiden over drie panden die we tot onze beschikking hebben, voor een tijdelijke duur.

Wethouder Merx zal straks nog even ingaan op wat dat voor consequenties voor onze medewerkers heeft, maar die zijn absoluut niet alleen nadelig, zeg ik daar meteen bij. Ik zou ook de motie die Partij voor de Dieren op dit punt heeft ingebracht echt willen ontraden, want juist die motie zorgt ervoor dat we in het ongewisse komen, als hij zou worden aangenomen, dat we kosten moeten gaan maken die we niet vergoed gaan krijgen door het Rijk en past ook niet bij de manier zoals de opvang van Oekraïners in ons land op dit moment is georganiseerd. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, even een van kleine vraag aan de burgemeester. De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: U weet hoe de PVV denkt over de opvang van Oekraïners. De PVV-top heeft besloten dat ze tijdelijk hier opgevangen kunnen worden in Nederland. Maar ik zit toch nog een beetje met de locatie. Ik begrijp wat u zegt, maar de medewerkers, hoe moet ik het formuleren, hoe zijn de contacten met de OR? Ik weet dat die via de gemeentesecretaris lopen. Maar ik vind het weldegelijk van belang wat de medewerkers hiervan vinden. Wat u de vorige keer zei van, een aantal voorstanders hebben geapplaudisseerd. Dat geloof ik direct. Maar in hoeverre is er een breed overleg geweest, een echt overleg geweest met de ambtenaren die op dit moment in het Stadskantoor zitten. Mevrouw Koene: Voorzitter.

De heer Kolff: Voorzitter, misschien is het goed als straks wethouder Merx daar wat nader op ingaat, want hij heeft P&O in zijn portefeuille. Wat ik heb gezegd in de commissievergadering, is dat het in een grote bijeenkomst, waar vele honderden medewerkers aanwezig waren, is besproken, in aanwezigheid van wethouder Merx en de gemeentesecretaris. Dat het daar echt in de breedte met enthousiasme en trots werd ontvangen, dit plan. Dat betekent niet dat mensen geen zorgen hebben of dat ze denken van, we hebben al een moeilijke tijd gehad met corona, hoe gaan we daarmee om? We hebben daar als college, als directie oog voor. Daar zal wethouder Merx straks nog wat nadere duiding op geven. De plaatsvervangend voorzitter: Een interruptie van mevrouw Koene.

67

Mevrouw Koene: Voorzitter, ik wilde met name aangeven dat ik het echt wel te ver vindt gaan om tot in detail hier in de raad het over te hebben. Met alle respect voor het de zorgen die we ons maken over de medewerkers, maar er zijn wel grenzen aan waar we in de raad over gaan. De plaatsvervangend voorzitter: Gaat u verder. De heer Kolff: Waarvan akte, denk ik. Ik heb, denk ik, genoeg gezegd nu over de Oekraïne-opvang en in de breedte en ook toegespitst op het voorstel, zoals wij dat als college hebben genomen. Het besluit dat we als college hebben genomen. Daar zitten de verschillende bevoegdheden in. Als burgemeester ben ik verantwoordelijk voor de opvang, maar het college is natuurlijk in de breedte verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van het Stadskantoor voor die opvang. Vandaar dat die bevoegdheden ook zo zijn weergegeven in het besluit. Dank, voorzitter. De heer Gündogdu: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik hoor nog een interruptie. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, even een vraagje aan de portefeuillehouder. Heb ik zojuist ook in mijn woordvoering gevraagd. Maar kunnen wij ervan uitgaan dat de opgevangen Oekraïners veilig zijn, ook ’s avonds? Dat er absoluut geen sprake is van mensonterende omstandigheden. De heer Kolff: Dat is een goede vraag, voorzitter. Die was ik inderdaad vergeten te beantwoorden.

Er was ook nog een vraag gesteld, naar aanleiding van de komst van het azc, over veiligheid in de wijken. Laat ik met uw vraag, of met de vraag van de heer Gündogdu beginnen, voorzitter. We hebben in het begin, toen de Oekraïners er net zaten, wel een aantal signalen gekregen over mensenhandel. Is heel lastig om daar de vinger achter te krijgen en dat ook hard te maken. Maar daar hebben we ook vrij stevig op geacteerd met zowel het locatiemanagement als met de veiligheidsdienst en politie. Mij zijn de afgelopen maanden, dan heb ik het echt van ruim een half jaar ... Heb ik daar geen signalen meer over gekregen. Het kan best zijn dat er af en toe auto's met Nederlandse kentekens staan, maar we wonen ook in Nederland. Niet zo gek dat er auto's met Nederlandse kentekens staan. Maar alle gekheid op een stokje. Voorzitter, daar rijden ook mensen rond, of die staan op het terrein, die daar gewoon werken of die daar vrijwilligerswerk verrichten. We zijn met de gemeenteraad, een delegatie, bij de locatie langs geweest. Vele tientallen mensen per dag, of dat vrijwilligers zijn of mensen die betaald worden, verrichten daar belangrijk werk en gaan daar ook in en uit en parkeren daar hun auto op het terrein, et cetera. Ik wil die onrust absoluut niet aanwakkeren. Zodra er daadwerkelijk signalen zijn die daarop duiden, acteren we er ook op.

Die waren er in het begin wel, maar ruim het laatste half jaar absoluut niet meer. Dan tot slot voorzitter, dat heb ik nog even beloofd, komst van het azc, veiligheid, belangrijk element, zowel directe omgeving van het azc als op het azc zelf. Er zijn ook goede voorbeelden van in het land hoe je daar als burgemeester, vanuit je rol, mee om kunt gaan met veiligheidsprotocollen, veiligheidsplannen. Dat vind ik ook zelf een belangrijke voorwaarde voor de komst van het azc en in de onderhandelingen met het COA. Dat is één. Twee, als het gaat om veiligheid in de wijken, daarvoor geldt wat mij betreft altijd hetzelfde. Als mensen overlast veroorzaken of ze asielzoeker zijn, statushouder zijn, inwoner van Dordrecht zijn, geboren of niet in Nederland, als mensen overlast veroorzaken of criminaliteit plegen, dan wordt dat niet getolereerd. Wat mij betreft maken we daar geen onderscheid in wie dat doet. Extra maatregelen bij de

68

komst van een azc, als het gaat om veiligheid, zowel voor de bewoners van de omgeving als voor de bewoners van het azc zelf. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan kunnen we, denk ik, naar de volgende wethouder. Dat is de heer Heijkoop. Een aantal vragen. De heer Heijkoop: Geachte voorzitter, beste leden van de raad, de regio. Ik neem u mee naar de regio. Ik zou bijna willen zeggen, de wondere wereld van de regio. Dat begint eigenlijk bij de Regietafels. We hebben een landelijke Regietafel, we hebben een provinciale Regietafel en we hebben ook een regionale Regietafel. Aan al die tafels wordt er over dit vraagstuk gesproken. Ik denk dat u allemaal wel kunt herinneren welke dynamiek er gaande was eind vorig jaar. Er werd volop gesproken over een Spreidingsweg. De staatssecretaris liep van de ene deur naar de andere deur, proberen partijen in den lande achter die wet te krijgen. Het ging alle kanten op. Wat we toen wel zagen gebeuren, is dat het maatschappelijke vraagstuk in ieder geval daar niet minder op werd. Het aantal mensen dat ons land in kwam om asiel aan te vragen, dat bleef stijgen en het vraagstuk werd immens. Als we dan kijken naar hoe dat traject startte, dan was er in oktober al een brief vanuit de provincie, vanuit de provinciale Regietafel van, beste mensen, er is iets aan de hand.

Ook de regionale Regietafel benoemden al van, we moeten aan de slag met de crisisopvang, crisisnoodopvang. Hou met nog echt een in die crisissfeer. Maar ook toen met al wel een link gelegd van, we hebben ook structureel wat met elkaar op te lossen. We zagen natuurlijk allemaal de beelden vanuit Ter Apel en we wisten dat daar iets nodig was. Daar was die Spreidingswet ook voor in wording. Wij hebben destijds, na die brief vanuit de regio, november met elkaar in het college gesproken, ook in december, over hoe we ons daartoe willen gaan verhouden. Dat enerzijds je die Spreidingswet, een soort iets wat eraan zat te komen en waar je mee te maken zou krijgen, anderzijds had je ook gewoon de beelden vanuit Ter Apel en het feit dat je intrinsiek gemotiveerd als college verantwoordelijkheid wil nemen. Want Dordrecht is een grote stad, Dordrecht is ook een sociale stad en een zelfbewuste stad. Wij wilden daar ook nadrukkelijk een stap in zetten, ook om de regio in beweging te krijgen. Want wij willen onze verantwoordelijkheid nemen, maar we willen ook dat de regio aan de slag gaat. Op die manier hebben we erover gesproken in het college en op die manier zijn we ook op pad gegaan. Als je dan kijken, wat gebeurt er in die regio, dan hebben we voor de kerst, dat hebben we nadrukkelijk vanuit Dordrecht geïnitieerd, hebben we in de regio met elkaar gesproken.

We hebben daar de burgemeester van de Hoeksche Waard voor gevraagd om dat te coördineren, om dat te leiden. Om te praten over enerzijds het acute vraagstuk rond om asielzoekers, maar ook de Oekraïense vluchtelingen, maar daarbij ook nadrukkelijk op verzoek vanuit Dordrecht kijken naar maatschappelijke voorzieningen. Hoe kunnen we daar afspraken over maken? Eventueel ook statushouders. Dat was het gesprek wat voor de kerst heeft plaatsgevonden. Toen hebben we afgesproken met elkaar dat we na de kerst zouden terugkomen, alle gemeenten, met enkele locaties waarmee je kon bijdragen aan die grote regionale opgave. Na de kerst kwamen we bijeen op 18 januari. Daar heb ik het bod vanuit Dordrecht verwoord. Dat bod, was wij willen bijdragen, wij willen ook leiderschap tonen, in die zin, wij maken een grote beweging, die ook past bij onze positie als stad in de regio, maar wel een fair Share. Vanuit de VVD werd al aangegeven, ook andere partijen, we willen doen wat van ons gevraagd mag worden en eventueel willen we ook meer doen, maar dan wel meer uitgaande van solidariteit op andere doelgroepen. Het COA, dat zal u niet verbazen, was in dat overleg zeer positief over die opvang en ook over de omvang. Vandaaruit is dat traject ook gestart waar collega Van Benschop net over gesproken heeft. Als je dan kijkt wat er daarna gebeurde ... De heer Van der Net: Voorzitter.

69

De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van der Net, bij interruptie. De heer Van der Net: Het werd door de wethouder, voorzitter, goed geformuleerd, maar de exacte woorden van ons als Dordtse VVD was dat we echt significante resultaten willen zien vanuit de regio. Dat wilde ik nog eventjes aanvullen, voorzitter. De heer Heijkoop: Voorzitter, als we dan kijken wat er gebeurde op die 18 januari, dan kunnen we in ieder geval met elkaar vaststellen, dat heb ik in ieder geval daar vastgesteld, dat wij een regio van verschillende snelheden zijn. U mag erop rekenen, zeg ik richting de heer Van der Net, dat daar ook richting collega's in de regio er wel bepaalde woorden zijn gevallen in die zin van, beste mensen, we moeten het hier wel met elkaar gaan doen. Er moet geleverd gaan worden. Als je niet kan leveren op het één, zorg dan dat je iets te bieden hebt op het ander. Dat was het gesprek. Toen hebben we afgesproken om binnen twee weken weer bijeen te komen. Dat overleg is afgezegd. Ik heb daar met Charlie Aptroot ook even over gesproken. Die gaf aan van, ik zie nog mogelijkheden, ik wil nog een extra rondje maken langs een aantal burgemeesters om toch hen te doen bewegen om met iets meer te komen. Volgende week spreken wij opnieuw met elkaar. Ik heb afgelopen week met wat collega's, met wat bestuurders in de regio, gesproken, burgemeesters, wethouders.

Ik heb nu al een aardig beeld hoe de vlag er voorstaat, maar volgende week zal dat allemaal zijn weerslag krijgen in die regionale tafel. Dan moet iedereen, even plat gezegd, met de billen bloot van, wat ga je doen, wat ga je ook niet doen? Die duidelijkheid is ook nodig. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een vraag. Want we hebben nu in onze eigen regio gekeken, maar kijken wij ook nog verder dan onze regio? Bijvoorbeeld over de Moerdijk, bijvoorbeeld Lage Zwaluwe, Moerdijk, die kant op. Of is het echt alleen maar deze kant van het water? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, het vraagstuk, hoe we het georganiseerd hebben, dat is landelijk, provinciaal en regionaal. Over de Moerdijk, dan zitten we in Brabant. Daar hebben ze hun eigen taakstelling, hun eigen opdracht en daar hebben ze ook een eigen veiligheidsregio. Breda, Tilburg, Roosendaal en daar natuurlijk wat meer in the lead. Die hebben hun eigen gesprekken. Ik weet bijvoorbeeld in Den Bosch zijn ze al wat verder. In Tilburg zijn ze ook al aardig op stoom. Het proces dat wij lopen, daar zijn we niet uniek in, dat gebeurt ook op andere plekken. Wat we nu zien gebeuren, is dat over ruim een week komen we weer bijeen, dan zullen wij aangeven waar wij staan. Maar dat weet eigenlijk iedereen al.

Het is nu vooral belangrijk dat andere gemeenten ook aan gaan geven wat ze gaan doen. Dan richten we ons nu wel primair op statushouders. Ik heb gisteren ook met twee collega’s gebeld. Toen heb ik hen ook iets voorgehouden van, wil je dit ook in je college ... Vanmorgen was dat dan, daarom belde ik ze gisteren nog even. Bespreekt dit ook even in je college, dat wij ons Dordrecht dit op deze manier zouden kunnen doen. Dan op het moment dat collega Van Benschop in gesprek gaat met het COA, dat we eventueel iets meer zouden kunnen doen, maar beste gemeente X, Y, Z, dan moet u wel bereid zijn om bijvoorbeeld enkele statushouders van ons over te nemen. Dat gesprek wordt gevoerd. Het is enerzijds ook wat ongemakkelijk, want het is ook een beetje handjeklap, koehandel, wilde ik zeggen, maar het is gewoon niet ... Maar het is wel een beetje hoe het werkt. Want dat ben ik wel met de heer Van der Net

70

eens, we moeten wel gewoon strak afspraken maken, want je wil niet op allerlei blauwe ogen en intenties gaan varen, je wil uiteindelijk wel die solidariteit met elkaar betrachten om ook een toekomstbestendige afspraak te maken. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Er is ook, als ik het goed begrepen heb, een bonus aan verbonden. Komt die bonus dan Dordrecht ten goede of de regiogemeenten? De heer Heijkoop: Voorzitter, mevrouw Schnabel refereert aan de concept Spreidingswet, waar inderdaad ook een bonusmalussysteem, eigenlijk een bonussysteem is opgenomen, dat als je aan je taakstelling voldoet, wij gaan nu even uit van vijfhonderd voor Dordrecht, je gaat er nog flink boven zitten, dan krijg je daar bonus voor. Het laatste bedrag dat circuleerde was 2.500 euro. Het zou zo kunnen zijn, als wij in de regio er niet uitkomen, dan zal ik tegen mijn collega’s zeggen, namens het college van Dordrecht en namens de raad van Dordrecht, beste collega's, wij gaan nu richting de provincie aangeven dat u niet heeft willen leveren. Wij trekken ons bod in die zin ... Halen we hier uit. Dan gaan we hem inderdaad daarvoor in aanmerking laten komen. Op het moment dat er geen solidariteit wordt betracht, dan zouden we daarvoor kunnen kiezen.

Maar andere opties ook, dat je dan zegt van, dan gaan wij een relatief minder groot asielzoekerscentrum neerzetten. Die opties zijn er dan op dat moment. Op dit moment, dat is echt onze inzet, om in regionale solidariteit met elkaar een pakket te maken waarin we het hebben over statushouders, waarin we het hebben over Oekraïners, asielzoekers en wellicht ook nog over een voorzieningen als de Domus of Skaeve Huse. Denk aan de wat ingewikkeldere maatschappelijke voorzieningen. Voorzitter, de gesprekken die ik de afgelopen dagen ook heb gevoerd, dan krijg je toch wel reacties terug, ook van burgemeesters van, we vinden het wel ingewikkeld, maatschappelijk draagvlak, dit en dit en dit. Ik wilde bijna zeggen, bla, bla, bla, bla, bla. Ik zeg, welkom in de grote wereld, dat hebben we allemaal. We hebben allemaal wat uit te leggen naar onze achterban, hebben allemaal wat uit te leggen naar onze inwoners. We moeten hier gewoon met elkaar voor gaan staan. Natuurlijk, ook zij hebben een druk op hun sociale huurmarkt. Op het moment dat zij statushouders van ons zouden overnemen, hebben zij ook in hun eigen gemeenteraad natuurlijk weer een wat ingewikkelder gesprek. Maar het is nou eenmaal gewoon een pittige puzzel die we met elkaar moeten leggen. Dat zijn we ons met elkaar echt wel bewust. Het is voor ons wel belangrijk dat daarop geleverd wordt.

De druk op de sociale woningmarkt in Dordrecht is groot. Die zouden we hier iets mee kunnen verlichten. Dan zou het echt een positieve uitwerking hebben op de sociale woningmarkt, op het moment dat het azc er komt. Bovendien, dat heeft u ook in de woonbrief vanuit het college kunnen lezen. Willen we ook 250 extra sociale huurwoningen met corporatie ontwikkelen. We hopen dat dat ook wat verlichting zal brengen. Daar gaan we binnenkort, in een ander commissieverband, met u over spreken, want dat voert te ver om daar nu op door te gaan. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Maar dat bepaalt wel de druk op de sociale huursector. De plaatsvervangend voorzitter: Kort even een punt van orde. Het college had net twintig minuten gekregen voor de beantwoording van de vragen en is er nu nog ruim viereneenhalve minuut. En de heer Merx heeft volgens mij ook nog een paar punten. Bent u aan al uw vragen toegekomen qua beantwoording of bijna?

71

De heer Heijkoop: Ja, eigenlijk wel, voorzitter. Misschien nog even een punt over de voorwaarde die vanuit Beter voor Dordt gesteld is, ook rondom het werken, het werken mogelijk maken voor asielzoekers. Het overleg met de minister, minister Van Gennip, staat voor 23 februari. Namens de VNG voer ik dat gesprek. Ik kan u uit eerste hand dan ook vertellen hoe dat gesprek gelopen is. Ik krijg ook van veel andere gemeenten wel de vraag ... Want dit speelt niet alleen in Dordrecht, die wens, maar ook bij heel veel andere steden. Ik heb wel het signaal gekregen dat de minister op zich wel oren heeft om daar eens naar te kijken wat er wel zou kunnen. Tegelijkertijd zeg ik wel even in het verwachtingsmanagement, we hebben gewoon wet- en regelgeving. Het is niet zo dat zomaar even een voorstel naar de Tweede Kamer, Eerste Kamer en dat we een nieuwe wet hebben. Maar we willen vooral inzetten, in het gesprek met het kabinet, als gemeente zijnde, opdat er wat ruimte komt om wat meer mogelijk te maken om, zoals collega Van Benschop terecht aangaf, de mensen een beetje mee te kunnen laten doen en een zinvolle dagbesteding te laten hebben, bij voorkeur door werk en anders op een andere manier. Tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Merx voor de nog openstaande vragen. De heer Stam: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik hoor ... De heer Stam.

De heer Stam: Ik heb nog een vraag voor de heer Heijkoop. De plaatsvervangend voorzitter: Dat kan, maar ... Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel. Ik hoor u praten over de woonbrief, maar die hebben wij toch nog niet ontvangen? Dat dat is één. Twee, klopt dat we statushouders ook mogen uitwisselen met andere regio's, die bijvoorbeeld naast ons liggen? Ik noem maar bijvoorbeeld ook gemeente Molenlanden, want daar is de druk vele malen kleiner op de sociale woningmarkt als in Drechtsteden en Alblasserwaard. De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang. De heer Heijkoop: Voorzitter, de eerste vraag, even in de brievenbus kijken. Ik kijk even vragend rond. De woonbrief, de routekaart wonen heeft u ontvangen. Ik hoor de griffie zeggen van wel. Die heeft u echt, als het goed is. We hebben in ieder gevaltwee weken geleden in het college vastgesteld. Uw tweede vraag, het gesprek in de regio. De regio laat zich definiëren als de woningmarkt regio Drechtsteden en de woningmarkt regio Alblasserwaard. Dat gesprek voeren we met Molenlanden, Gorinchem, de zeven Drechtsteden en ook de Hoeksche Waard, die zit er ook bij. Die gemeenten proberen met elkaar die puzzel te leggen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ga ik nu naar de heer Merx. Gaat uw gang. De heer Merx: Dank je wel, voorzitter.

Personeel, dat is natuurlijk een punt, in die zin, van zorg dat je moet voorkomen dat iedereen straks gillend het pand verlaat en niet meer terugkomt. Daarvan is geenszins sprake. Dat is ook wel iets waar we voor waken. We hebben oog voor ons personeel, maar ook zorg voor ons personeel. We gaan straks verhuizen naar een ander pand. De voorzitter heeft daarstraks al gememoreerd aan enthousiaste reacties van mensen die zeiden, een gemeente die de nek uitsteekt, ik ben er trots op om voor te werken. Maar dat betekent niet dat de mensen die zich zorgen

72

maken, die zijn er natuurlijk ook, niet trots zijn om voor deze gemeente te werken. De medewerker in die zin, bestaat niet. De ene is na corona gewoon nog een dag in de week naar kantoor blijven komen en werkt de rest thuis. Gaat prima. De andere is blij dat hij of zij weer naar kantoor kan en is die vijf dagen niet meer het kantoor uit te krijgen, want hij is blij om met collega's in contact te zijn en het overleg weer op een normale manier te kunnen voeren, als alleen maar via een schermpje. Zijn allemaal zaken waar we oog voor hebben. In die zin, de medewerker bestaat niet. Gaan we ook, als we deze verhuisbeweging inzetten, kijken naar om het zo logisch mogelijk te doen. We gaan geen afdelingen splitsen en dat maar een beetje verstrooien over de drie panden. Nee, we gaan heel goed kijken naar, hoe zorgvuldig en hoe logisch kunnen we straks die clusters overplaatsen naar de andere panden? Overigens, de Noordendijk zitten we al, De Hellingen zit al een deel van de gemeente, Springergebouw komt er feitelijk nieuw bij. De communicatie, daar hebben we heel veel aandacht voor. De OR is zeer nauw betrokken. De OR zit ook in de werkgroep die dit hele proces doet. Daar hebben we heel nauw contact mee. We hebben het intranet. Daar kan iedereen vragen. Daar is een speciale pagina voor ingericht, waar iedereen zijn vragen, wensen, bedenkingen enzovoort, enzovoort, kan uiten.

Daar wordt ook zeker mee gewerkt. Last but not least. We hebben ook nog clustermanagers. Die clustermanagers is nadrukkelijk gevraagd, heb er oog voor. Maak het bespreekbaar in je werkoverleggen. Als er wat is, meld het en we gaan gelijk kijken of we er wat mee kunnen doen. Ik hoop hiermee uw zorgen in die zin te hebben weggenomen dat we er heel veel aandacht voor hebben en dat het ook ons een heel lief ding waard is om te zorgen dat onze medewerkers straks nog met evenveel enthousiasme, plezier en motivatie werken, ook in het Springergebouw. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Volgens mij zijn voor dit moment nu de vragen beantwoord en denk ik dat we de vergadering nu schorsen en dat we om acht uur de vergadering hervatten met de tweede termijn. Ik wens u eet smakelijk. Schorsing De voorzitter: Geachte leden van de raad, mensen op de tribune, welkom terug. De vergadering is heropend. Nogmaals dank aan de heer Schalken voor de voorzitter van het laatste kwartier, zojuist. We zijn bij de tweede termijn van agendapunt 36, 37 en 38, met name over het vestigen van een asielzoekerscentrum in Dordrecht. Ik kijk even rond of er behoefte is aan die tweede termijn. Ik zie een aantal handen. Ik loop toch even dan stiekem, of stiekem, ik loop gewoon even snel alle fracties af. Heeft de VVD behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. GroenLinks? Ook niet.

Beter voor Dordt. De heer Wringer, gaat uw gang. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Beter voor Dordt vindt het belangrijk dat vluchtelingen, waar dan ook vandaan, goed moeten worden opgevangen. Met betrekking tot het voorstel dat nu voorligt, over de vestiging van een azc op het DistriPark, weten we niet of hier invulling aan wordt gegeven. Beter voor Dordt geeft geen blanke cheque aan het college. Er zijn nog veel te veel wensen en bedenkingen om nu op voorhand akkoord te gaan. Worden alle zorgen van de omwonenden en bedrijven weggenomen, mogen de vluchtelingen meer gaan werken, wordt gezorgd voor ov, gaan de regiogemeenten op andere vlakken hun bijdrage leveren? Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan de VSP-fractie. Heeft u nog behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Stolk.

73

Mevrouw Stolk: Voorzitter, kort. Voorzitter, de VSP steunt de opvang van Oekraïners. Dat is onze plicht. Opvang in eigen regio is een plicht. Instroom van asielzoekers uit het Midden-Oosten is een fout in het beleid van de Europese Unie en de Nederlandse overheid. De VSP zegt, genoeg is genoeg. Er bestaat een onleefbare situatie in Europa. De VSP wil hiervoor niet langer verantwoordelijkheid nemen en is tegen de vestiging van azc in Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. Dat is ook al een soort stemverklaring. ChristenUnie/SGPfractie, mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, kort woord. Twee korte punten. Eerste instantie, houd ons als raad en omwonenden goed op de hoogte van de voortgang, zou onze vraag zijn. In tweede instantie, transparantie daarin en de communicatie komt zowel ook het vertrouwen in de politiek als de samenwerking met de raad ten goede, de komende tijd. De voorzitter: Hartelijk dank. De CDA-fractie, gaat uw gang. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. De fractie van het CDA stelde de vraag hoe de raad aan het roer kon blijven ten aanzien van de open eindjes. Uit het antwoord van de wethouder blijkt dat de raad zal worden geïnformeerd. We hebben geen wensen en bedenkingen verder, als dit betekent dat de raad een sturende rol kan pakken via het gebruikelijke proces van agendering en commissies op die raadsinformatiebrieven. Dank u wel.

De voorzitter: Dank. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij hebben heel kort ... Willen we graag zeggen, we zijn blij dat de begeleidingscommissie omarmd is, omdat we denken dat het gewoon heel belangrijk is om iedereen te horen. Daar willen we het graag bij laten. De voorzitter: Dank. Daar ga ik met mevrouw Vol, namens Partij voor de Dieren. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben onze motie aangepast, omdat de beantwoording van de burgemeester, of de voorzitter van Veiligheidsraad, heel duidelijk was. We hebben nu onze motie aangepast in het communiceren naar het rijk toe, om te vertellen dat we kapitaalvernietiging, die gepaard gaat met het inrichten van tijdelijke locaties, opvanglocaties, hoe noodzakelijk en sympathiek die ook zijn, in deze tijd vanuit financieel- en duurzaamheidsoogpunt onwenselijk is. We willen graag het Rijk oproepen de inrichting van structurele opvanglocaties voor incidentele vluchtelingenstromen in Dordrecht op korte termijn financieel mogelijk te maken, ter vervanging van de tijdelijke opvanglocaties. Gewoon omdat het zonde is van al het geld. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar DENK, de heer Safranti. Dat wordt, even voor duidelijkheid, motie M2A. Daarmee trekt u motie M2 in. Dan zetten we die in het systeem. Dan ga ik naar de heer Safranti, gaat uw gang.

De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Ik heb eerlijk gezegd niks toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ook niet.

74

De voorzitter: Ook niet? Mevrouw Koene: Nee, ik kan nog zeggen, als u me niet aankijkt, kan u niet zien dat ik nee schud. Maar nee. De voorzitter: Voor het verslag is het ook goed als het even zegt, maar dank daarvoor. Het was duidelijk. Dan ga ik naar Op Ons Eiland, de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, kort. In ieder geval bedankt richting het college, dat het college heeft aangegeven datgene wat we samen met de Partij van de Arbeid hebben ingediend, dat zij dat ter harte willen nemen, de motie en de wensen daarin. Want we vinden het wel heel erg belangrijk dat juist in het proces volgend hierop dat zoveel mogelijk wordt geluisterd naar de wensen en behoeften van de direct betrokkenen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan ga ik naar de heer Portier, SP. De heer Portier: Voorzitter, even een aantal punten. Om te beginnen over de inspraak en de woorden die de wethouder, mevrouw van Benschop, daarover heeft gezegd. Zij zegt van, de inspraak moet heel duidelijk ingekaderd zijn. Met andere woorden, wij stellen vast dat er een asielzoekerscentrum komt op deze locatie. Daarbinnen moet dan gekeken naar de invulling. Ik denk als je echt de inspraak serieus neemt, dat je mensen in ieder geval in de gelegenheid moet stellen om alternatieven aan te dragen, bezwaren aan het dragen en dat je misschien ook breder in de stad de inspraak had kunnen organiseren.

Ik begrijp wel dat er een tijdsdruk is. Dan kan altijd natuurlijk blijken dat de dingen die uit de inspraak naar voren komen, dat je het daar als college niet mee eens bent en dat je zegt van, we zetten onze plannen toch door op basis van deze en deze argumenten. Maar ik vind dat mensen in ieder geval in de gelegenheid moeten zijn om over de volledigheid van het besluit hun zegje te doen. Tweede is, ik denk ook dat we goed na moeten denken hoe op deze plaats tot een leefbare situatie gekomen kan worden, zowel voor ... Als het inderdaad allemaal doorgaat, want het hangt ook nog af van het COA, de lange besluitvorming, de onderhandeling et cetera. Maar even ervan uitgaande dat er inderdaad een asielzoekerscentrum op deze locatie komt. Voor een leefbare situatie, zowel voor de mensen die daar gehuisvest worden, als voor de mensen die nu in de wijk wonen, denken we dat er echt goed naar de leefbaarheid gekeken moet worden. Voor de rest, wij staan hoe dan ook achter de opvang van asielzoekers en het zoeken naar de beste manier waarop we als Dordrecht daar onze eerlijke bijdrage aan kunnen leveren. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan ga ik naar de heer Van Leeuwen, PVV. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. De PVV ziet geen enkele reden om een asielzoekerscentrum hier naar Dordrecht te halen. Daar zijn we ook op tegen.

Wat betreft de opvang, de Oekraïners, dat zien we al opvang in de regio. Daarom zijn wij akkoord als ze tijdelijk worden gehuisvest, laat ik het even zo zeggen, in het Stadskantoor. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan ga ik naar de overkant. Mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. In principe ben ik klaar voor de stemming met een stemverklaring. Het enige is dat ik nog wel even wat wilde vragen aan de voorzitter

75

over de motie, want er is wat overleg geweest met wellicht wat wijzigen van woorden. Ik wilde even aan u vragen, welk moment en of we daar een moment zou kunnen pakken? De voorzitter: Wilt u nu overleggen? Mevrouw Pichel: Nee, dat is mijn vraag aan u, of dat dat de bedoeling is of niet? De voorzitter: Dan moeten we even schorsen, denk ik. Maar u wilt een motie aanpassen of het amendement aanpassen? Mevrouw Pichel: Er waren inderdaad nog even wat vragen over en of dat inderdaad noodzakelijk is. De voorzitter: Het is niet noodzakelijk om hem aan te passen, maar als u hem wilt aanpassen, dan kan dat en dan moeten we even schorsen. Mevrouw Pichel: Ik heb hem wel aangepast. Als dat oké is? De voorzitter: Hij is al aangepast? U heeft een andere versie ... Mevrouw Pichel: Hij moet alleen nog opgestuurd. Hij is nog niet geprint. De voorzitter: Dan stel ik voor dat u hem gaat printen en dan krijgen wij hem. Dan zetten we hem in het systeem. U wilt het amendement in stand laten en de motie aanpassen, begrijp ik dat goed, of wilt u ze allebei aanpassen? Mevrouw Pichel: Alleen de motie. De voorzitter: Alleen de motie. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mag ik nog een vraag stellen aan mevrouw Pichel? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Stolk: De vraag die ik eigenlijk al aan de wethouder gesteld heb.

Ik ben echt heel erg benieuwd of Forum voor een asielzoekerscentrum is of tegen een asielzoekerscentrum. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik dank mevrouw Stolk voor haar vraag. Ik had hem natuurlijk ook wel verwacht. Dat was ook mijn doel om met het bij de stemverklaring wel mee te nemen, want dan werd het denk ik ook wel duidelijk. Maar ik wil er zeker ook nu antwoord op geven. Het moge duidelijk zijn dat Forum voor Democratie tegen het landelijk immigratiebeleid is. De wijze waarop het gaat ... Wij wensen zeker niet asielzoekerscentra of een toename van asielzoekerscentra. Echter, dat is niet wat ik nu voor me heb liggen, want wat we voor ons hebben liggen, is dat het er komt en dat we wensen en bedenkingen kunnen aangeven. Die heb ik weldegelijk. Die heb ik ook al aangegeven. Als we kijken naar het beleid, dan hebben we daar hele zware bedenkingen over. Ik denk dat ik ook wel heel duidelijk heb aangegeven dat de wijze waarop het gaat, wat ons betreft, voor heel veel mensen geen voordeel oplevert, hoe

76

goed de bedoelingen ook zullen zijn van de mensen die het wel willen opvangen. Dat begrijpen we. Vandaar dat als het zover is dat het moet gebeuren en dat we het hier toch in de regio gewoon moeten gaan regelen met elkaar, doe dan de beste manier mogelijk voor deze mensen en voor onze bevolking. Dan denk ik, dan moeten we er alles uithalen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even via u. Dat is voor mij nog niet helemaal concreet. Ik hoor wat u zegt en ik snap wat u bedoelt, maar u dient een motie en een amendement in, of alleen een aangepaste. Bent u, het hoeft alleen maar met ja of nee, voor of tegen een asielzoekerscentrum in Dordrecht? Mevrouw Pichel: Voorzitter, dat antwoord is tegen. De voorzitter: Duidelijke krijgt u het niet, mevrouw Stolk, denk ik. Dat was ook uw inbreng? Als u dan even zorgt dat de motie wordt geprint, dan kunnen we die verwerken in het systeem. Dan ga ik door naar Fractie van Waardhuizen. De heer Stam, gaat uw gang. De heer Stam: Voorzitter, twee punten. Allereerst, Fractie van is nu, op dit moment, tegen een azc, op de wijze waarop het nu tot stand is gekomen. Punt twee, zou ik nog graag even gebruik willen maken van de gelegenheid om terug te komen op de eerste termijn. Ik heb daar in antwoord op een vraag een woordkeuze gebruikt die niet helemaal correct is. Ik heb mijn zorg willen uitspreken, in brede zin, over de leefbaarheid.

De woordkeuze die ik daarbij heb gebruikt, past sowieso niet bij mij, ook niet sociaal gezien en zeker ook niet gezien sociaal met de projecten waar ik in de stad mee bezig ben. Wat dat betreft zou ik die woorden graag mee terugnemen. De voorzitter: Ik stel het zeer op prijs dat u dat op die manier met ons deelt. Dank daarvoor. Dank ook voor uw inbreng. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van de raad, of de tweede termijn van de raad gehad. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Excuus. Dank u wel. Pardon. Zouden we heel kort schorsing mogen aanvragen, om te kijken of we de motie laten omarmen of dat we hem toch in stemming brengen, met de mensen die hem hebben ingediend De voorzitter: Snap ik. Hij is sowieso omarmd. Hij is al lekker warm, zal ik maar zeggen. Maar u kunt zelf kiezen of u hem in stemming brengt. Maar als u daar even voor wilt schorsen, prima. We moeten toch nog even wachten op de aangepaste motie van Forum. Laten we een paar minuten schorsen en in de buurt blijven. Mevrouw Schnabel: Dank. Schorsing De voorzitter: Zullen we dan doorgaan? Ja? We gaan door. Mensen, de vergadering is heropend. Neemt u uw plaats in, alstublieft. Ik kijk even naar mevrouw Pichel. Wil iedereen gaan zitten, alstublieft? Dank. Mevrouw Pichel, heeft u de motie, die aangepast is? Betekent dat motie M3 is ingetrokken en M3A is ingediend. Maar die moeten we dan nog wel even bekijken.

Want kunt u aangeven, in uw eigen woorden, wat daaraan is veranderd, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Uiteraard. Ik pak hem er hier even bij. Hoe hij is aangepast, is dat er in ieder geval een opmerking was gemaakt bij dat er, verzoekt het college om richting het

77

Rijk aan te geven dat de opvang van asielzoekers bij een deel van de Dordtse bevolking stress en onrust oplevert. Daarbij werd er gezegd van, dan is het net alsof de opvang niet goed wordt geregeld hier. Dat is zeker niet een verwijt, of dat is niet de bedoeling hier. Alsof het door de asielzoekers zou komen dat er onrust is. Het is ook niet de bedoeling dat de schuld wordt neergelegd bij de asielzoekers die hier komen. Vandaar dat de tekst is aangepast, om gewoon wel aan te geven dat puur er eigenlijk onrust leeft. Dat hebben we hier natuurlijk ook gemerkt vanavond, dat er heel veel vragen worden gesteld van, maar wat gebeurt er met de veiligheid? Dat ze dagbesteding hebben en ook niet op straat rondhangen. Je merkt gewoon de onrust. Die is in woorden aangepast bij bullet punt één en twee. De voorzitter: Dank. We wachten even tot hij in het systeem staat. Ik wilde eigenlijk nog even gelegenheid geven dat iedereen die motie goed kan bekijken. Ik wil iedereen voortaan de tip geven om dit in de schorsing te doen. Mevrouw Vol van der Horst: Voorzitter. De voorzitter: Want we hebben net twee uur geschorst. Is een beetje zonde van de tijd als we dat dan helemaal begin van de vergadering doen. Mevrouw Vol. Mevrouw Vol van der Horst: Ik heb mijn aangepaste motie ingediend, maar ik zie hem nog niet in het ... Nu wel. Excuus, ik heb niks gezegd.

De voorzitter: Als u hem ververst, dan staat hij er, als het goed is, in. Mevrouw Vol van der Horst: Precies. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Mag ik vragen wat de aanpassing is in motie M2A ten opzichte van M2, of heb ik dat net gemist? De voorzitter: U kunt het ... Het is kort toegelicht zojuist door mevrouw Vol, maar ik wil u nog een keer vragen om dat dan even kort toe te lichten. Gaat uw gang. Mevrouw Vol van der Horst: Dat is goed. In mijn vorige motie was de vraag of de situatie, zoals hij nu is, te vervangen door een nieuwe situatie. Die vraag had ik bij het college neergelegd, of de tijdelijke opvang, die nu de bedoeling is, vervangen kon worden door een structurele oplossing. Alleen ik begreep van de voorzitter dat het financieel niet kan, op dit moment. Dat is een ander potje. Daarom heb ik het verzoek aangepast en nu gevraagd of het college wil navragen bij het Rijk of zij alsnog kunnen heroverwegen en geld kunnen geven. Of in ieder geval financiële middelen kunnen regelen om een structurele oplossing te bedenken voor de Oekraïense vluchtelingen, omdat wij denken dat er in de toekomst ook nog heel veel andere vluchtelingen gaan komen, waaronder klimaatvluchtelingen en mensen die uit politieke situaties komen, die ook heel naar zijn.

Wij denken dat er een veel structurelere oplossing moet komen en hopen dat er dan geld voor kan komen. Dat is nu de verandering. De voorzitter: Voldoende helder? Als het goed is, is nu motie M3A ook in het systeem, als u die ververst. We hebben de eerste, of de tweede termijn van de gemeenteraad gehad. Ik denk dat het verstandig is als het college nog even kort reageert op de

78

aanpassingen in de moties. Dat we daarna kijken hoe we dat met de stemmingen gaan doen. Ik denk dat wethouder Van Benschop straks even reageert op motie M3A en ikzelf op motie M2A. Misschien goed als de heer Schalken nog even het voorzitterschap overneemt. Wat mij betreft kan dat vanaf uw eigen plek. De plaatsvervangend voorzitter: Portefeuillehouder Kolff over M3A. De heer Kolff: Dank. Dan begin ik even over M2A. De plaatsvervangend voorzitter: M2A, sorry. De heer Kolff: Zodat wethouder Van Benschop nog even M3A kan bestuderen. De plaatsvervangend voorzitter: Mag ik iedereen verzoeken stil te zijn. Dank u. De heer Kolff: Zo, dat is maar gezegd. Moet ik ook stil zijn, of ... Motie M2A is nu zo aangepast dat er wordt verzocht aan het college om naar het Rijk te communiceren dat er kapitaalvernietiging plaatsvindt door middel van de tijdelijke opvanglocaties rondom de Oekraïne-opvang. Het is een relatieve kleinigheid, maar de Oekraïne-opvang is een taak van burgemeesters, niet van het college. Maar goed, dat is een formeel detail. Maar als het gaat om de boodschap, dan sta ik daar ook niet achter. Dat heeft te maken met het feit dat we op dit moment in Nederland 75.000 Oekraïners opvangen in de gemeentelijke opvanglocaties. De voorspelling is dat dat richting de zomer oploopt naar 90.000 en richting het eind van het jaar naar 120.000 Oekraïners.

Ik zie iedere dag opnieuw, met alle collega's in het land en ook in het Veiligheidsberaad die hiermee bezig zijn, dat dit een gigantische klus is voor de gemeenten om dit voor elkaar te krijgen. Dat het echt alle hens aan dek is om die locaties te organiseren. Mevrouw Vol. Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Vol. Mevrouw Vol van der Horst: Is dat dan juist geen reden om een betere oplossing te bedenken dan eentje die tijdelijk is? De heer Kolff: Ik was ook nog niet helemaal klaar, voorzitter, met mijn betoog. Ik zie dat die klus gigantisch is en dat we echt alle hens aan dek hebben om die opvanglocaties te regelen. Tegelijkertijd is het zo grillig, de omvang van de vluchtelingenstroom uit Oekraïne, maar ook de duur. Hoelang blijven de mensen hier? Als ze hier zijn, kunnen ze ooit nog terug naar hun eigen land, of blijven ze uiteindelijk hier? Dat we echt veel flexibiliteit nodig hebben in de opvang, als het gaat om deze Oekraïense stroom. Even afgezien nog van de financiering van het Rijk, die op dit moment loopt tot 1 maart 2024, die overigens gekoppeld is aan de status die de Oekraïners ook hebben, want die is vergelijkbaar met een gemiddelde, met een normale Europeaan, zeg ik dan maar even, maar wel tijdelijk. Die is nu tot maart ‘24 en die kan nog één keer verlengd worden tot maart ’25. Dan moeten in principe de Oekraïners of terug ...

Als dat niet kan, vanwege de omstandigheden, dan zouden ze alsnog een bepaalde procedure moeten krijgen om hier langer te blijven. Dan weten we ook nog niet hoe die eruit gaat zien. Het is gewoon zeer ongewis hoe het eruitziet. Ik denk, eerlijk gezegd, dat deze motie ... Ik sta gewoon niet achter de boodschap van deze motie om structurele, tijdelijke opvanglocaties te gaan praten, omdat ik zie hoe moeilijk dit al is. Ik heb behoorlijk wat noten op mijn zang, als het gaat om de opvang van de Oekraïne, maar ook de link die je kunt leggen met de andere vluchtelingenstromen, met de asielzoekerscentra et cetera. Ik denk dat we in

79

2015 als gemeente wel de lessen hebben geleerd, maar het Rijk niet, als het gaat om het op orde houden van een structurele basis voor vluchtelingenopvang. Daar wordt nu een inhaalslag van gemaakt, waar we vandaag ook de resultaten van zien, waar wethouder Van Benschop het over heeft gehad. Maar om tijdelijke opvanglocatie structureel te gaan maken, ik zie daar gewoon geen heil in. Ik zou deze motie willen ontraden. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Vol nog. Mevrouw Vol van der Horst: Ik had eigenlijk nog ... Ik wilde iets zeggen, maar nee, ik hou het hierbij. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik geef het stokje weer over aan de voorzitter. De voorzitter: Dank. Dan kijk ik even naar wethouder Van Benschop, of zij inmiddels kan reageren op de aangepaste motie M3A. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Als bullet één en twee, eigenlijk ter onderbouwing zijn van bullet drie, als ik dat goed begrijp, dan is dat, zoals ik hem net ook voor mezelf had geïnterpreteerd, dan kunnen we er positief op reageren. Maar goed, dat is dan misschien een vraag aan de indiener. De voorzitter: Maar even, ik stel voor dat we de moties niet interpreteren, maar gewoon zien wat er staat en dat u dan zegt, we zien er wel of geen heil in. Want dan weet de raad ook waar de raad aan toe is, voor wat betreft het standpunt van het college.

Zoals de tekst er nu voorligt, kunt u er dan achterstaan? Mevrouw Van Benschop: Punt één en twee staan gewoon eigenlijk heel erg los van punt drie. Als het met elkaar te maken heeft, dan kun je dat meenemen in het gesprek. Maar om los aan te geven dat het veel stress oplevert, dat levert natuurlijk niks op. Als het een geheel pakket is, ja, dan wel. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Er heerst bij ons, bij de fractie, onenigheid en ook onduidelijkheid over bullet point één en twee, omdat het nu zodanig is geformuleerd dat het asielzoekers op voorhand al in kwaad daglicht stelt. Omdat het zo is geformuleerd dat het veel stress en onrust oplevert. Dat is natuurlijk niet iets waar de GroenLinks-fractie mee kan instemmen. Daarbij zijn we benieuwd hoe de wethouder dat leest en niet interpreteert. De voorzitter: Goed. Mevrouw Van Benschop: Als het drie losstaande punten zijn, drie losstaande verzoeken, dan kunnen we ze niet één voor één inbrengen bij het Rijk. Dat is dan ... De voorzitter: Dat is duidelijk. Dank u wel. Mevrouw Pichel: Mag ik daar nog op reageren, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22527