CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2023.02.07 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 7 februari en de Hamerraad en Dordtse Dinsdag 24 januari, 14 februari en 21 februari 2023 Vergaderzaal 1,3,552.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Maar mijn conclusie is in ieder geval dat als hier al een asielzoekerscentrum op deze plek moet komen, niet op een andere plek in onze stad, zorg er dan voor dat de bezwaren van de bewoners weggenomen worden. Wat dat betreft ook volledige steun voor de motie die onder andere door de Partij van de Arbeid is ingediend. Maar ik denk dat het verder moet gaan dan een begeleidingscommissie. Ik denk dat we ook echt moeten kijken van, ook de bestaande overlast die de al is, kan niet weggenomen worden als er inderdaad een azc op deze plek komt. De heer Van Leeuwen: Even nog een vervolgvraag, als het mag, voorzitter? Kijk, op zich ben ik het met u eens dat er met die mensen gesproken moet worden. Alleen dat doe je in mijn beleving vooraf. Dat had al gebeurd moeten zijn. Eigenlijk is mijn vraag aan u,

41

zou het niet goed zijn als we de komende maanden, tot 1 mei bijvoorbeeld, dan komt er het moment dat het verplicht zou kunnen worden, als we dat traject, die tijd nemen om met die bewoners te gaan praten? In plaats van dat we nu ineens die bewoners iets opleggen en dan nog even met ze gaan praten. De heer Portier: Ik vind dat er met de bewoners gepraat moet worden over onder wat voor voorwaarden, al dan niet hier, op deze plek het asielzoekerscentrum gerealiseerd wordt. Maar met het collegebesluit staat het asielzoekerscentrum er nog niet. Ik vraag ook aan de wethouder van, wat voor verdere stappen worden er ondernomen om in gesprek te komen met de bewoners en ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden, die aan alle kanten gesteld worden, voldaan wordt. Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Voorzitter, er zijn veel geluiden te horen die kritisch zijn op het feit dat er nu in een jaar tijd huisvesting en voorzieningen uit de grond gestampt kunnen worden voor minimaal vijfhonderd vluchtelingen. Dit tegen de achtergrond dat er al jarenlange wachtlijsten zijn voor betaalbare huurwoningen en dat er nauwelijks goedkope koopwoningen zijn te vinden. Dit is ook een keuze van dit college en de meerderheid van deze raad.

Ik verwijs naar de vorige debatraad waarin een amendement om bij de nieuwbouw op de Spuiboulevard minimaal dertig procent sociale huurwoningen te realiseren door de meerderheid werd afgewezen. Voorzitter, het nieuwe asielzoekerscentrum gaat niet ten koste van woonruimte in de stad. Ook de huisvesting van statushouders zou geen probleem zijn geweest als er niet duizenden betaalbare huurwoningen de afgelopen jaren zouden zijn verdwenen. Ondertussen houdt dit college ook nog steeds vast aan maximaal tien procent te realiseren sociale huurwoningen, in de plannen tot en met 2030. Voorzitter, het beleid moet hoe dan ook omgegooid worden, ook voor de opvang van asielzoekers in onze stad. Er moeten geen projecten of plannen meer geaccepteerd worden, waarin niet minimaal dertig procent van de woningen gerealiseerd wordt als sociale woningbouw en het overgrote deel van de rest in betaalbare koopwoningen en middenhuur. Dat schept de voorwaarden om met zijn allen, Dordtenaren, migranten asielzoekers, in onze stad op een goede manier samen te kunnen leven. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de PVV-fractie, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen hebben wij als PVVfractie een amendement ingediend.

We willen het besluit, op bladzijde vijf van het raadsvoorstel vervangen door een nieuw besluit, te weten, luid en duidelijk de wens richting het college uit te spreken om het voornemen tot het mogelijk maken van een asielzoekerscentrum in de gemeente Dordrecht per direct in te trekken. Dat is even ons voornemen. Een toelichting hierop. Ik heb een aantal punten staan, ook trouwens voor een behoorlijk deel in het amendement omschreven. Het Nederlandse beleid met betrekking tot asielzoekers is niet het juiste. Ik kan veel voorbeelden geven. Een voorbeeld is, asielzoekers horen pas na vele jaren of ze mogen blijven of moeten vertrekken. Dat zou veel sneller moeten. Ook wat de PVV betreft zijn de aantallen veel en veel te groot. Maar als er mensen binnenkomen, dan vindt de PVV dat we ook mogen verwachten dat deze mensen integreren in onze samenleving. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de nieuwkomers en huidige inwoners. Van onze kant, ik heb het nu even over wat wij van nieuwkomers kunnen vragen, wees duidelijk in wat je van ze verwacht. De taal leren en werken in eerste instantie. Meedoen in onze samenleving is de enige juiste keuze. Hierin past stimulans, maar ook een stok achter de deur. Niet

42

integreren is voor de PVV niet acceptabel. Het huidige besluit gaat uit van het mogelijk maken van een asielzoekerscentrum voor minimaal vijfhonderd asielzoekers op bedrijventerrein DistriPark. Een locatie waar grote haken en ogen aanzitten. Zo ligt de locatie vlak bij de Wieldrechtse Zeedijk, wat tot terechte zorgen leidt bij bewoners. Kan de komst van een azc resulteren in beperkingen voor bedrijven die zich op het nieuwe bedrijventerrein willen vestigen. Is tevens ook een vraag aan het college. Ook is het onduidelijk voor de PVV hoe wordt omgegaan met de wijziging van de bestemming van industrie naar huisvesting. De verwachting is namelijk dat het azc er langere tijd zal zijn. De PVV hecht aan een correcte procedure van bezwaar en beroep. De heer Van der Net: Voorzitter. De heer Van Leeuwen: In ieder geval ... De voorzitter: Bij interruptie, de heer Van der Net, VVD. De heer Van der Net: Zo kennen we de PVV weer. Men is tegen, maar geeft zelf geen alternatieven. Ik wil aan de heer Van Leeuwen vragen of hij misschien in Dordrecht een betere locatie weet dan wat nu door het college is aangegeven, voorzitter. De heer Van Leeuwen: Ik kom hier zo in mijn betoog op terug, mijnheer Van der Net. Dank u wel. Goed, even kijken. In ieder geval wil de PVV dat er een ruimere periode wordt uitgetrokken voor overleg en inspraak door de bewoners.

Overigens klagen veel inwoners over de communicatie van de gemeente met de inwoners. Dan kom ik even op mijn vraag van de heer Van der Net uit. De PVV is van mening dat de gemeente Dordrecht geen enkele locatie zou moeten aandragen voor een asielzoekerscentrum. Motivatie. De Nederlandse en Dordtse samenleving worden namelijk door het beleid van de verschillende kabinetten Rutte geconfronteerd met de huisvesting van steeds meer asielzoekers en statushouders. Dit heeft dramatische sociaaleconomische gevolgen en verergert de nu al enorme woningcrisis. Een deel van het totaal aantal asielzoekers dat in Nederland wordt opgevangen, zal uiteindelijk namelijk statushouder worden en een aantal ervan zal een woning aangeboden krijgen in Dordrecht. De gemeente Dordrecht heeft op dit moment al veel te weinig huurwoningen. De heer Van der Net: Voorzitter. De heer Van Leeuwen: Ook het huidige college bouwt onvoldoende. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Wat dat betreft kunnen de heer Van Leeuwen en ik elkaar wel vinden. Dat vindt de Dordtse VVD namelijk ook. Alleen ik noem dit altijd struisvogelpolitiek. U geeft gewoon aan, ik wil het niet, ik wil het, ik wil het niet. Maar we zitten in een situatie dat we dadelijk worden gedwongen om toch iets te doen. Dan kunt u wel zeggen, ik wil het niet, maar dan komt het er toch.

Vandaar dat wij gewoon de politiek bedrijven zoals dat hoort. Wij gaan ervan uit van, wij hebben op dit moment geen invloed van wat er uit Den Haag gebeurt. We hebben wel aangegeven hoe wij daarover denken. Er komt dadelijk een wet en dan komt er gewoon, als wij niks doen, een aanwijzing. Wat u doet op dit moment, is inderdaad uw kop in het zand steken en

43

de mensen in Dordrecht wijsmaken dat als je tegen bent dat hij er niet komt. Dat is onzin, voorzitter. De heer Van Leeuwen: Ook hier kom ik op terug in mijn betoog. Dat zal ik u uitleggen hoe je je politiek moet bedrijven, om even uw woorden te gebruiken. Even kijken hoor. Ik was even bij het punt van het aantal woningen gebleven in Dordrecht. De gemeente Dordrecht heeft nu al veel te weinig huurwoningen. Ook het huidige college bouwt onvoldoende. De wachtlijsten voor de huidige inwoners zijn al veel te lang en deze blijven ook met het huidige beleid veel te lang, hetgeen onacceptabel is en onverantwoordelijk. Daarnaast zijn steeds meer inwoners van Nederland en Dordrecht arm. Er zijn al veel problemen. Er onvoldoende zorg, er zijn steeds meer mensen die afhankelijk zijn van de Voedselbank, enzovoort. Nederland is gewoonweg niet in staat deze aantallen asielzoekers te huisvesten. Onze eerste prioriteit is om onze huidige inwoners te helpen. Het valt de PVV op dat nu het gaat om asielzoekers er van alles mogelijk wordt gemaakt in Dordrecht. Een klein voorbeeld. De afgelopen jaren is het busvervoer versoberd en nu wordt er direct, stante pede, een buslijn aangelegd. Dan kom ik even op mijn antwoord op de heer Van der Net. De Spreidingswet is nog niet aangenomen, mijnheer Van der Net, dus is het collegebesluit sowieso overbodig.

Maar zelfs als je vooruit zou willen lopen op het aannemen van de Spreidingwet, dan nog zitten we in de vrijwillige fase, tot 1 mei 2023. De PVV ziet geen enkele reden dat Dordrecht nu, met de nadruk op het woordje nu, vrijwillig zich bereid zou moeten verklaren om als voorbeeld asielzoekers op te vangen. Hoewel in het raadsvoorstel valt te lezen dat het kabinet studeert op maatregelen om het beperken van de instroom te kunnen sturen, is het zeer onwaarschijnlijk dat dit tot een ander kabinetsbeleid gaat leiden, gezien het volledig ontbreken van politieke wil en de daadkracht in het verleden. De asielzoekerscrisis is immers al jaren gaande en er dient dan ook een krachtig signaal vanuit de raad en het college te komen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. De heer Van der Net nog. Gaat uw gang. De heer Van der Net: Voorzitter, ik concludeer gewoon dat de PVV weer de tegenpartij is en totaal los gezogen is van wat er echt gebeurt. Ik vind dat toch altijd wel kwalijk. Ik bedoel van, ik wil dit ook niet. Dat heb ik ook aangegeven. Mijn partij wil dat niet. Maar wij kiezen gewoon, op grond van wat er gebeurt, het meest logische voor de Dordtse burger en u niet, dan richting u, voorzitter. De heer Van Leeuwen: Dan wil ik nog een korte reactie hierop geven. U heeft het over de PVV. Ik wil het toch even over de VVD hebben. Hele mooie verhalen ophangen.

U houdt daarnet een heel krachtig betoog, maar aan de andere kant gaat u, net als landelijk, gewoon mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dat dan via de voorzitter, heen en weer. We gaan door naar mevrouw Pichel van Forum voor Democratie, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Om de een of andere reden is men op geen enkele manier in staat om de situatie in andere landen te verbeteren. De kinderen in Afrika hebben nog steeds honger, machtsbeluste leiders zijn nog steeds aan de macht en vrijheid is in veel landen nog steeds geen normaal verschijnsel. Ergens is er bedacht dat het een goed idee zou zijn om mensenmassa's naar Nederland te brengen, om hen

44

hier een kans op een beter leven te gunnen. Ik begrijp dat wel. Mijn vader heeft als veertienjarige jongen op Java in een Jappenkamp gezeten en ik kan persoonlijk met geen pen beschrijven hoe dat voor hem is geweest. Daarna wilden de Indonesiërs de Nederlanders weg hebben uit hun land. Om die reden is mijn familie hier terechtgekomen. Later ben ik als rasechte Dordtenaar geboren in een land die ik als de mijne beschouw. Neem van mij aan dat ik weet wat het betekent als mensen niet veilig zijn in hun land. Anno 2023 hebben we de opgaven om 75.500 opvangplekken te realiseren. Opvangplekken die we niet hebben, voor mensen die uit een barre situatie komen. Vaak zijn deze mensen al blij met wat ze krijgen. Echter betekent dat voor ons FvD niet dat ze ook het minimale moeten krijgen. De onmenselijke maat waarmee deze asielzoekers worden verplaatst, is wat ons betreft onacceptabel. Veel kinderen hebben een jeugd schuivend van azc naar azc in hun eigen land of regio. Als ze geluk hebben, komen ze deze kant op, om nog een paar jaar in onzekerheid te leven. Statushouderschap is het ultieme doel. Een klein plekje, met recht op een normaal leven. Dat normale leven blijkt in de praktijk echt te ver onder maat te zijn. Door de jarenlange procedures is het lang niet voor iedereen mogelijk om een goed leven op te bouwen en te integreren in de Nederlandse maatschappij.

Als je niet in staat bent om als land mensen echt te helpen en anderen moeten ervoor bloeden, dan is het niet de manier. In een goed functionerende samenleving mogen de zwakkeren zich optrekken aan de sterken en de armen zich optrekken aan de rijken. Op geen enkele manier mag dit ten koste gaan van een ander. Zo'n immigratiebeleid is niet houdbaar. Het college doet haar best om zo goed mogelijk te voldoen aan de wettelijke taakstelling. In het raadsvoorstel worden een aantal punten genoemd die het college van belang vindt, zoals bereikbaarheid, inpassing en communicatie en mogelijkheid tot werk. Gelet op wat ik zojuist heb gezegd, levert het landelijke migratiebeleid voor onze samenleving eerder een nadeel op dan een voordeel en zouden wij graag zien dat iedereen als burger van deze wereld kan kiezen voor een mooi leven. Daarom dienen wij een amendement in en willen graag wensen en bedenkingen ter kennis bij het college brengen, voor de beide punten die zij van belang achten. Stress en traumaverwerking als onderdeel van de persoonlijke begeleiding en integratie op gebied van taal en cultuur. Daarnaast dienen wij een motie in, waarin we verzoeken of het college richting het Rijk wil aangeven dat deze wijze van opvangen van asielzoekers veel stress en onrust oplevert onder de Dordtse bevolking, gezien de ervaringen die er zijn van de afgelopen decennia.

Iedereen kent de goede en slechte verhalen. De waarheid zit in beiden. Maar we kunnen niet wegkijken voor hetgeen wat we niet leuk vinden om te zien. De negatieve ervaringen zijn er wellicht een veel lagere aantallen dan de positieve ervaringen, echter laten deze een veel groter effect achter. De stress, onrust en toch ook wel boosheid en onmacht draagt niet aan het succes van integratie. Als we van integratie een succes willen maken, dan mogen we deze signalen niet negeren. Wat veel meer in de politiek mag worden meegenomen, is dat we nieuwkomers onze kunst en cultuur aanreiken. Alle vormen van je uitdrukken, is ook een manier van communiceren, waardoor we mensen welkom heten. Er wordt te veel gehamerd op moeten werken en aan de wet houden, terwijl we ons juist veel meer kunnen richten op schoonheid van ons land en onze cultuur en de bijdrage die deze mensen kunnen leveren. Tenslotte wil ik aangeven dat in onze beleving de Spreidingswet een sfeer geeft voor dwang en drang. Dit brengt een samenleving in een vorm van verkramping en alles wat verkrampt gaat een keer basten. We zijn in een top-downbeweging beland, terwijl democratie bottom-up is.

45

De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Er komen spontaan een aantal vragen bij me op. Laat ik het zo zeggen van, u wilt de begeleiding wat breder maken. De voorzitter: Mevrouw Pichel wil ... De heer Van Leeuwen: Mevrouw Pichel wil de begeleiding wat breder maken, voorzitter. Op zich kan ik ... Ik begrijp eigenlijk wel wat u bedoelt. U wilt ervoor zorgen, mevrouw Pichel wil ervoor zorgen dat de mensen goed integreren in onze samenleving, althans zo beluister ik mevrouw Pichel. Maar ik heb eigenlijk drie vragen hierover. Kunt u die begeleiding wat meer specifiek maken, wat die mensen dan echt nodig hebben? De tweede vraag is van, u wilt ook dat mensen integreren. Wij ook. Maar er zitten mensen bij die inderdaad die kansen aangrijpen, er zit ook mensen bij die die kansen niet aangrijpen. Hoe gaat u dan, hoe gaat Forum dan om met die mensen die die kans niet aangrijpen, ondanks de begeleiding? Het derde is, een bredere begeleiding betekent ook meer geld. Uiteindelijk betalen wij dat, de belastingbetaler betaalt dat. Hoe staat u tegenover deze drie vragen? Mevrouw Pichel: Voorzitter, als ik naar deze vraag kijk, de woorden die de heer Van Leeuwen gebruikt in zijn vraagstelling, dan denk ik dat ik wel even heel duidelijk wil zeggen vanuit het standpunt dat het niet per se onze wens is om dat zo aan te geven.

Want laten we het zeggen, wereldwijd gezien zijn wij van mening dat er eigenlijk te veel onbewuste leiders zijn en mensen te veel met hun ego bezig zijn, waardoor deze situatie ontstaat. Daardoor zijn er toch oorlogen en daardoor zijn er ook vluchtelingen. Dat is uiteindelijk de situatie waar inderdaad wij mee te kampen hebben. Maar als dat dan zo is en deze mensen komen deze kant op, dan vinden we wel dat deze mensen menselijk behandeld moeten worden en ook eigenlijk de kansen moeten krijgen, zoals ze dat zouden mogen krijgen. Want de manier waarop het nu gebeurt, dat zien we ook in de afgelopen decennia, is dat deze mensen komen te bungelen aan de onderkant van de samenleving, of een uitkering of een niet goed betaalde baan of in de criminaliteit. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Dat wil ik ook echt aangeven. Er zijn uitzonderingen, er zijn mensen die integreren en een goede baan hebben, maar ook een groot gedeelte heeft dat niet. Dat is niet eerlijk voor deze mensen en dat doet ook geen eer aan onze samenleving. Dat vind ik in ieder geval belangrijk om aan te geven. U had nog een stukje over het geld. Eerst ook, hoe gaan we dit vormgeven? Dat was ook een vraag. Ik denk dat dat iets is wat we wellicht met elkaar ook kunnen bespreken. De motie vraagt eigenlijk ook wel om dit aan te geven. Er zijn natuurlijk manieren om over na te denken wat deze mensen nodig hebben.

Ze komen natuurlijk uit gebieden waar heel veel is gebeurd. We kunnen soms wel zeggen van, niet iedereen komt uit een oorlogsgebied, maar het zijn wel sterk onderdrukte gebieden qua regime of qua religie. Dat is een belangrijk punt. Daarnaast het geld. Ik ben van mening ... Het college geeft ook al aan, dit moet voor de gemeente budgetneutraal zijn. Dit moet toch aangegeven worden bij het Rijk. Wie A zegt moet ook B zeggen. Als we dit doen, moeten we het goed doen. De voorzitter: Gaat u verder.

46

De heer Van Leeuwen: Ik constateer dat mevrouw Pichel mijn vraag nog niet voldoende heeft beantwoord, vind ik dan zelf. Ik stelde ook de vraag van, er zijn ook mensen die die brede begeleiding aangrijpen. Dat geloof ik best. Maar er zijn ook mensen die dat niet doen. Uiteindelijk moet je als samenleving ... In mijn betoog heb ik gezegd, je bent er allebei ... De nieuwkomers zijn verantwoordelijk, maar ook de mensen die hier al zijn. Uiteindelijk, wat gaat u dan doen als mensen ... Wat is uw visie daarop, als mensen ondanks de brede begeleiding toch dat niet oppakken, dat toch te weinig doen, niet integreren, enzovoort? Mevrouw Pichel: Voorzitter, waar ik naar kijk, ik heb deze gesprekken denk ik weleens vaker gehad met collega’s uit de raad, als we het hebben over, er zijn voor onze bewoners of onze samenleving, het spreekwoord, geef een man een vis en hij eet voor een dag, of leer iemand te vissen en hij eet de rest van zijn leven. Dat vind ik wel een hele belangrijke, dat we mensen inderdaad dingen aanreiken en dat we ze de mogelijkheden bieden. Als iemand dan op een gegeven moment niet wil leren vissen en eigenlijk constant zijn hand blijft ophouden en geen moeite wil doen om dingen te doen, dan ben ik zeker van mening dat we daar ook verder eisen aan mogen stellen, want het is niet dat mensen natuurlijk heel veel profiteren. Dat gebeurt natuurlijk ook wel in deze overheid.

Er zijn genoeg die hun handje ophouden of vinden dat ze overal recht op hebben. Laat ik wel aangeven dat dat niet is wat wij steunen. De voorzitter: Dank. Gaat verder met uw betoog. Mevrouw Pichel: Ik was eigenlijk al bijna klaar, want ik was bij mijn een na laatste zin waarin ik had gezegd, eigenlijk dat dwang en drang van de Spreidingswet, dat geeft een vorm van verkramping. Alles wat krampt, gaat een keer barsten. We zijn in een topdownbeweging beland, terwijl democratie bottom-up is. Ik zou hierbij echt de vraag stellen of dit meer gaat creëren voor de samenleving. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we, tot slot, naar de Fractie van Waardhuizen. De heer Stam heeft het woord. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. We hebben inmiddels ook al een groot aantal technische vragen gesteld over financiën en over gezondheid. Die gaan wij tot ons nemen. Laat ik beginnen met het gemakkelijke. Dat is de opvang van de Oekraïners, de verhuizing naar het Stadskantoor. Die steunen wij. We vragen ons, vanuit de Fractie van Waardhuizen, wel af hoe het zit met de bevoegdheden in het geval van overschrijdingen van budget. Uitgangspunt is dat de gemeente alle kosten vergoed krijgt van het Rijk.

Naast die menselijke maat voor Oekraïense vluchtelingen, vragen wij ook of de menselijke maat gehanteerd blijft voor het personeel van Stadskantoor, temeer die daar net de intensieve coronaperiode achter de rug hebben en nog niet eens verwerkt hebben. Dan het azc. Voorzitter, het is iets te gemakkelijk, volgens Fractie van Waardhuizen, om het raadsvoorstel zonder wensen en/of bedenkingen deze gemeenteraad te laten passeren. Fractie van Waardhuizen heeft dan ook zeker bedenkingen tegen het voornemen tot vestiging van een asielzoekerscentrum in Dordrecht. Het door het college gevolgde proces is wat betreft onze fractie te kort door de bocht en geen goed voorbeeld van een geslaagde burgerparticipatie. De daarbij gebruikte argumenten zijn wat onze fractie betreft dan zodanig dat instemming, wat ons betreft, nog niet aan de orde is. Wij begrijpen en respecteren de juridische positie van

47

het college in dit vraagstuk. Echter, het sociale en maatschappelijke vraagstuk weegt, wat ons betreft, veel zwaarder mee. Er is, naar onze mening, sprake van een zeer ondemocratisch proces, wat nu wordt gevolgd. De inwoners worden pas meegenomen als de locatie bekend is en daarna, om het plat te zeggen, mag het klootjesvolk er ook nog wat van vinden. Maar dan zijn de kaarten al geschud en wordt men eigenlijk voor asociaal versleten als men het niet in de buurt wil hebben, in woonwijk of op bedrijventerrein. Het zou en had dan ook omgekeerd plaats kunnen vinden, om eerst met de inwoners mee te nemen in een azc, of dit wel of niet gewenst is. Of past het college dan mondjesmaat participatie toe? Elke politieke partij maakt er een punt van om participatie als uitgangspunt te nemen bij of rondom de verkiezingen. Sterker nog, nog niet zo lang geleden heeft een coalitiepartij zelfs een initiatiefvoorstel ingediend om burgers beter te betrekken in onze stad. Het zogenaamde burgerberaad. Maar als ik een aantal woordvoeringen goed heb beluisterd, dan leggen een aantal partijen dit nu toch naast zich neer.

Maar vindt het college dit dan een goede om het vertrouwen van de inwoners te winnen? Nog niet zo lang geleden heeft er een stuk in Binnenlands Bestuur gestaan, wat eigenlijk zegt, vertrouwen kan weer toenemen als de overheid een betere balans hanteert tussen publieke waarden als doelmatigheid en doeltreffendheid en waarden als rechtvaardigheid, democratische legitimatie en responsiviteit bij ontwikkeling van beleid. Hoe plaatst u dit dan ten opzichte van de reacties die de inwoners de afgelopen twee dagen hebben gegeven richting gemeente? Met betrekking tot de aangekondigde Spreidingswet heeft Fractie van Waardhuizen ook nog de nodige scepsis en ziet het college eigenlijk het braafste jongetje van de klas willen spelen. Het college acteert alsof de wet er daadwerkelijk komt en anticipeert naar onze mening te snel. Onder het motto van, als de wet er komt, dan worden we gedwongen, dan kun je beter zelf actie ondernemen. Wellicht dat het college over een glazen bol beschikt, waarin enerzijds de verkiezingsuitslag van maart al bekend is, maar de huidige peilingen laten, wat ons betreft, toch wel wat anders zien. Ook de Raad van State heeft gisteren de nodige scepsis uitgesproken over deze wet.

Wat Fractie van Waardhuizen betreft, zijn we dan ook meer dan verbaasd dat een en ander eerst wordt geregeld in Dordrecht en daarna de informatie richting inwoners en regionale gesprekken worden opgepakt. Terwijl juist, naar onze mening, in de regiogemeenten meer fysieke ruimte voorhanden is als een Dordrecht. Dordrecht lijkt steeds meer het afvalputje te worden van de regio. Laten we dan alsjeblieft geen struisvogelpolitiek voeren. De binnenstad van Dordt en andere gebieden is een steeds grotere smeltkroes aan het worden van te veel nationaliteiten bij elkaar, die zich moeilijk tot elkaar verhouden en bijna niet integreren en waar waarden en normen van het land, stad waar zij zich bevinden, met voeten worden getreden. Dit zet de leefbaarheid onder grote druk. Ook een punt wat de inwoners van de Tweede Tol hebben ingebracht. Dat brengt Fractie van Waardhuizen gelijk op een ander punt, namelijk de keuzes die zijn en worden gemaakt. De afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken geweest naar Rijksvastgoed, naar gebouwen die geschikt zijn om bewoonbaar te maken. Die waren eigenlijk niet veranderd. Nu worden er uit de hoge hoed diverse oplossingen geboden.

Onze vraag is dan ook, hoe ziet u dat nu? Een vraag die daaraan gekoppeld is, bent u bereid om, voor elk gebouw wat we nu beschikbaar stellen voor bewoning van asielzoekers of andere doelgroepen, een gebouw ook beschikbaar te stellen voor onze lokale inwoners, die al lange tijd op een woning wachten. De voorzitter: Komt u tot een afronding, want de tijd zit erop.

48

De heer Stam: Laatste zin. Sla ik wel een stukje over. Eigenlijk hebben wij nog geen inhoudelijk oordeel over de bevolking of de mensen die in een azc komen. Wij zouden eigenlijk aan het college willen vragen, doorloop het participatietraject, ga met de bewoners in overlegt en neemt dan een besluit. De heer Portier: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Portier. De heer Portier: Ik hoorde de heer Stam zeggen dat Dordrecht een te grote smeltkroes wordt van bewoners die niet bij elkaar horen, van culturen die niet bij elkaar horen. Kunt u precies aangeven welke hier aanwezige culturen hier niet thuishoren? De heer Stam: Voorzitter, als je de afgelopen tijd een aantal problemen pakt, zoals die ook in de binnenstad zijn gesignaleerd, rondom het Kromhout, dat was echt een probleem wat door meerdere culturen is ontstaan. We kennen allemaal messen trekken. Dat zijn wel cultuuractiviteiten die niet tot de oorspronkelijke Nederlandse bevolking behoren. Waarmee ik mensen niet in de hoek wil zitten, want die kant gaat u op. Het enige wat ik zeg, is dat we moeten oppassen dat we niet te veel mensen bij elkaar zetten met een verschillende achtergrond, waardoor je de leefbaarheidsproblemen op jezelf afroept. De heer Portier: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stam, ik vind echt dat u een beetje op het randje begint te komen.

Dat we hier inwoners betichten van criminele activiteiten, gerelateerd aan hun culturele achtergrond. Ik zou u willen adviseren daarmee te stoppen. Anderen nog? De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik zou me bij uw worden aan sluiten. De voorzitter: Dank. Ik kijk even rond. Dan hebben we volgens mij de eerste termijn van de raad gehad. Dan gaan we zo over naar het college, waarbij wethouder Van Benschop met name zich zal richten op alles wat met het azc, het COA en de inspraak, participatie te maken heeft. Waarbij wethouder Heijkoop nog iets zal zeggen over datgene wat in de regio speelt, als het gaat om de deal, zal ik maar zeggen, die we met de regio aan het maken zijn. Waarbij wethouder Merx nog iets zal zeggen over hoe wij met het personeel denken om te gaan, die dan die verhuizing moeten meemaken. Waar ik zelf zal ingaan op de Oekraïne-opvang, in zijn algemeenheid en de kosten daarvan en eventuele vragen over handhaving en veiligheid. Ik denk dat het goed straks het woord te geven aan wethouder Van Benschop, maar ik denk ook dat het goed is om misschien nog even kort te schorsen. Ik kijk even of u daar behoefte aan heeft. U wel. Het is vijf over half vijf. Ik stel voor dat we kwart voor vijf verdergaan. Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend. Ik zou ook de RTV Dordrecht willen vragen om de bouwlamp uit te zetten. Dank daarvoor.

Het woord is aan de wethouder. Wethouder Van Benschop, gaat uw gang.

49

Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met nog een keer toelichten hoe we tot dit besluit zijn gekomen. De reden daarvoor is dat het college heeft gemeend de verantwoordelijkheid te moeten nemen voor de urgente situatie die ontstaan is, eigenlijk in de hele wereld, maar inmiddels ook in ons land, met een enorme toestroom van mensen die zijn gevlucht. Aan de andere kant, met in het achterhoofd dat er een Spreidingswet aan gaat komen die mogelijk een taakstelling oplegt en daarbij ook, laten we het dwang noemen, om gemeenten ook echt te bewegen om de vluchtelingen op te vangen. Heb ik een paar keer gehoord, de Raad van State heeft de wet afgeschoten. Heb ik geloof ik ergens die bewoordingen gehoord. In die zin klopt dat, dat dat ging over de complexiteit van de wet, over de perverse prikkels die iedereen zitten, maar er is geen discussie over of er dwang nodig is om de 75.000 opvangplekken vanaf 1 januari 2024 ook daadwerkelijk te realiseren. Als het namelijk al gebeurd was, was de wet er niet gekomen. Dat geeft ook aan dat die noodzaak er is. In eerste instantie heeft het college ... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik hoor wat de wethouder zegt en ik begrijp ook wat ze zegt, maar volgens mij is zij wethouder van Dordrecht en we hebben het nu over de landelijke problematiek.

Die Spreidingswet is er nog niet. Met de problemen die wij aan hebben gegeven, wat maakt nu dat u met de vlag vooroploopt en proactief gaat lobbyen voor een azc? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, wij zijn niet proactief aan het lobbyen voor en azc. Wij weten dat er een moment gaat komen dat de verplichting komt om een azc te realiseren. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Dit college heeft ervoor gekozen om daar de regie in te nemen, zelf de stap vooruit te zetten en te zeggen, als wij een azc in Dordrecht gaan vestigen, dan doen we dat onder voorwaarden die voor onze Dordtse inwoners ook daadwerkelijk behapbaar zijn. Daarom kom ik zo ook verder op het participatieproces, maar dat is het antwoord op de vraag, waarom neem het college proactief dit besluit? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Waarop baseert de wethouder dat we dit doen in het belang van de Dordtse inwoners, die u ... Ik hoor u zeggen, die hebben er belang bij. Welk belang hebben onze inwoners van Dordrecht bij een azc? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik merk dat de woorden iets verdraaid worden. Ik heb uitgelegd dat onze Dordtse inwoners er belang bij hebben dat wij de regie houden op hoe, onder welke voorwaarden, op welke locatie, wanneer, hoe groot we een azc vestigen. Het is in het belang van onze Dordtse inwoner om inspraak te hebben op al

50

die dingen. Hoe gaan we dit doen? We kunnen alleen die inspraak op een juiste manier waarborgen en aan de voorkant meenemen als we ervoor zorgen dat we proactief deze actie doen en niet gaan wachten totdat ervan uit landelijk, vanuit het COA, vanuit de provincie, een aanwijzing komt dat we dit moeten realiseren, met stroom en kokend water. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Waar baseert de wethouder het op dat het COA een plek aan gaat wijzen? Het COA wijst geen plek aan. Je kan nog tot 1 mei 2023 instappen en dan kan je altijd nog zeggen, maar waarvoor heeft u deze plek nu al aangewezen? Waarom? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, we praten in rondjes, merk ik. Ik kan nog een keer uitleggen dat als er een taakstelling opgelegd wordt, net zoals bij de statushouders, dan wordt er een taakstelling opgelegd en de toezichthoudende rol ligt bij de provincie. Op het moment dat de gemeente zich niet houdt aan de taakstelling, is het aan de provincie om daar op in te grijpen. Dat zal mogelijk ook gaan gebeuren via een Spreidingswet, in welke vorm dan ook, als er dwang wordt toegepast en een taakstelling wordt toegepast op het realiseren van opvangplekken. Dan ben je de regie kwijt. Ik heb nooit gezegd dat het in het Dordts belang is, of voor de Dordtse inwoners van belang is om een azc te realiseren, als zijn daar ook de meningen over verdeeld.

Ik heb alleen benadrukt dat wij het van belang vinden, dat het college het van belang vindt om daar de regie in te hebben, zodat we in ieder geval kunnen zorgen, waar ook meerdere keren toe op is geroepen, dat we ook hard aan het werk blijven voor onze Dordtse inwoners. Dat we woningbouwlocaties bereikbaar houden en geschikt houden voor het realiseren van die betaalbare woningen en dat we keuzes maken op basis van regie en niet op basis van dat er van bovenaf wordt gezegd en zo moet het gebeuren. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Van Leeuwen, PFF. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dat argument van die Spreidingswet vind ik een nonargument, die is er gewoon nog niet. Daar kunt u zich ook niet op baseren. Er is sprake van een hele gebrekkige participatie van inwoners, of eigenlijk er is geen participatie geweest. Dat zou u er ook toe kunnen brengen door pas in te stappen in een latere periode, bijvoorbeeld eind april of 1 mei. Waarom doet u dat niet? Dan heeft u toch nog een aantal maanden de tijd om met inwoners te spreken. Dan laat u zien wat u zegt, dat u waarde hecht aan de meningen van de inwoners. Op deze manier niet. Ze worden nu geconfronteerd met een besluit. Dat moeten ze maar slikken. Zo komt het voor die inwoners gewoon over. Hun belangen worden op de tweede plaats gesteld.

Mijn oproep aan u is om dit besluit, het is een vrijwillige keuze, uit te stellen tot eind april. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Laat ik dan eerst eventjes nog het bruggetje maken naar participatie. Dit college hecht eraan om alleen participatie binnen kaders toe te passen, zodat namelijk voor inwoners ook duidelijk is, waar ligt mijn invloed, waar heb ik daadwerkelijk iets over te zeggen? Ik denk dat het vertrouwen in de

51

politiek, een van de redenen dat dat minder is, is juist omdat mensen denken ergens iets van te kunnen vinden, mogen meepraten en vervolgens dat niet wordt toegepast. Wij vinden het zeer belangrijk dat als we participatie toepassen, dat we dat doen binnen de randvoorwaarden waar mensen ook daadwerkelijk invloed op hebben. Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot het wel of niet willen vestigen van een azc. We hebben een locatie aangewezen op basis van een stadsbrede verkenning. Daar is een heel proces aan vooraf gegaan met heel veel druk, omdat je dat toch vlot wil doen, omdat je juist de raad en de stad aan de voorkant wil meenemen. We hebben daar een stadsbrede verkenning gedaan. Er zitten allerlei voorwaarden aan zo’n locatie. Gaat over grote, gaat over mogelijkheden met betrekking tot risico's in de omgeving, gaat om een heleboel zaken. Ook om opgaves die er nog liggen. Mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. Daar is deze locatie uitgekomen. Dit is het moment waarop wij zeggen ... De heer Van Leeuwen: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Dat wil ik me wel even afmaken. Die participatie gaat nu beginnen. Als het gaat over de motie van de PvdA, er waren meer partijen die daarop meedoen, geloof ik, die omarmen we dan ook. Wij denken dat het van toegevoegde waarde is. Daarnaast...

Mevrouw Stolk: Voorzitter, want nou gaat de wethouder even verder, maar ik wil dan toch even interpreteren. Maar volgens mij is de heer Van Leeuwen nog eerder. De voorzitter: Maar dan ga ik toch eerst de heer Van Leeuwen ... Mevrouw Stolk: Dat zeg ik ook. De voorzitter: Maar de wethouder was nog wel bezig met haar beantwoording. Het is ook goed om die even af te maken en dan weer de vervolgvragen te stellen. De heer Van Leeuwen: Is goed. De voorzitter: Was u klaar met de beantwoording? Mevrouw Van Benschop: Nee, nog niet. De voorzitter: Bijna? Mevrouw Van Benschop: Want het ging over de participatie. Bijna. Even denken hoor, op hele korte termijn, namelijk de woensdagochtend nadat de brieven zijn verstuurd aan bewoners en ondernemers, hebben wij een gesprek gehad met het bewonerscomité, noem ik het even, de belangenvereniging. Wij zijn ons daarvan bewust, dat is in dat gesprek ook naar voren gekomen, dat niet alle bewoners daar per se door vertegenwoordigd worden. Daarom organiseren we ook een bewonersavond, waarbij we met inwoners, bewoners van de omgeving in gesprek gaan, om te kijken onder welke voorwaarden voor hen de komst van een azc ook in kunnen passen in de omgeving en de buurt leefbaar kunnen houden. Dat zal in februari nog plaatsvinden.

Het is niet zo dat, omdat we een locatie hebben bepaald op basis van geschikte locaties en het feit dat we hebben gezegd, we gaan een azc vestigen, er geen participatie plaats gaat

52

vinden. Er is nog genoeg invloed uit te oefenen op, of in ieder geval heel veel mee te geven over welke voorwaarden we met het CAO gaan bespreken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dan mijn vraag. U zegt, er is nog genoeg invloed uit te oefenen, maar niet wat u net zei over het besluit van college. U zegt van, wij hechten aan participatie binnen kaders. U geeft duidelijk aan dat het kader is dat de inwoners, laten we even wel wezen, over uw besluit geen ... Dat ze daar geen invloed meer op hebben. Dat geeft u net aan met uw eigen woorden. Dat was even een constatering. Mevrouw Van Benschop: Ik heb aangegeven dat het besluit tot het vestigen van een azc en de gekozen locatie staat niet meer ter discussie. Hoe we met vervolgens gaan invullen weldegelijk. De voorzitter: Dank. De heer Van Leeuwen: Dan afrondend, voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Van Leeuwen: Even afrondend. Dan is dat in ieder geval een duidelijk antwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Voordat ik bij mevrouw Stolk kom, had de heer Schalken eerst zijn vinger nog omhoog. Gaat uw gang? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. De wethouder noemde net een aantal voorwaarden die aan de voorkant zijn meegegeven.

Maar we zijn vanuit Beter voor Dordt vooral benieuwd naar hoe het college gaat handelen en omgaat met het asielzoekerscentrum op het moment dat er geen invulling wordt gegeven aan die voorwaarden. Mevrouw Van Benschop: De voorwaarden richting het COA, bedoelt u? De heer Schalken-den Hartog: Juist. Mevrouw Van Benschop: Sorry, via de voorzitter. Dit is het gesprek. We hebben voorwaarden waarover we willen spreken. We hebben gezegd het moet op een goede manier voor de omgeving gebeuren, het moet op een goede manier voor bewoners, voor ondernemers, het moet ook een fatsoenlijke opvanglocatie zijn voor de mensen die we opvangen. Het zal een totaalpakket worden, waarin gewogen moet worden welke voorwaarde zwaarder weegt en hoe we tot een passend pakket kunnen komen. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: In reactie op dat antwoord, stond er verder in de berichtgeving vanuit het college ook de voorwaarde met betrekking tot het meer kunnen werken. Door wat wij konden vragen van onze buurgemeenten om te doen aan opvangen of een andere taakstelling op zich te nemen. Als daar nu ook verder geen

53

invulling aan wordt gegeven, wat betekent dat voor de mogelijke vestiging van een asielzoekerscentrum? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat regioverhaal, die regiodeal, daar gaat collega Heijkoop dadelijk meer over zeggen. Wat we hebben gezegd, is de taakstelling op basis van de 75.000 mensen instroom in Nederland in 2024 zal rond de 500 liggen voor Dordrecht. We zijn, onder voorwaarde van zo’n regiobod, bereid om te kijken of we meer zouden moeten doen. Dat is het simpele verhaal eigenlijk. De voorzitter: Het regiobod komt straks nog aan de orde bij wethouder Heijkoop? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Ja. De heer Schalken-den Hartog: Maar even om dit stukje af te ronden. Dat betekent dat wanneer er geen invulling wordt gegeven aan die nadere voorwaarden er in ieder geval 500 komen. Mevrouw Van Benschop: Dat ligt eraan welke voorwaarden ... Dat ligt eraan. Dat kun je niet op deze manier zeggen. Het voornemen is om vijfhonderd mensen in ieder geval hier te plaatsen, maar dan nog steeds wel binnen de randvoorwaarde dat dat op een redelijke manier gebeurt. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik had ook nog een vraag. De voorzitter: Dat is ook zo. Mevrouw Stolk. Hoe kan ik u vergeten? Mevrouw Stolk: De wethouder gaf al eerder aan dat het een lang proces is geweest en dat het ook onder druk is geweest.

Wanneer bent u gestart met dit proces? Mevrouw Van Benschop: Moet ik zo even op terugkomen. Weet ik niet precies. Ik weet niet of iemand anders het weet. Maar goed, we komen er zo even op terecht. De voorzitter: Ik denk dat het woord lang eigenlijk gelezen moet worden als intensief. Mevrouw Van Benschop: Intensief inderdaad. Dan nog even over de communicatie. We hebben op dinsdag, toen we de raad informeerden over de locatie, ook gezorgd dat alle bewoners een brief ontvingen. Als er bewoners zijn de brief niet hebben ontvangen, dan is dat signaal nog niet bij mij terecht gekomen. Maar iedereen heeft in ieder geval, voordat het in de krant kwam, een brief ontvangen, die daar woonde. Daarnaast zijn de bedrijven persoonlijk benaderd, doordat ze gebeld zijn. Bij ons zijn echt de zorgen van bewoners wel binnengekomen. Is heel duidelijk waar de zorgen zitten, ook dat er al langer dingen spelen. Daar gaan we op een andere manier, op een ander traject mee verder. Het is gewoon, die mensen geven aan dat het al veel te lang loopt. Vanuit bedrijven hebben we alleen maar neutraal tot positieve reacties gekregen. Ik hoorde net

54

vanuit de VSP dat bedrijven ook problemen hebben met deze locatie. Ik hoor heel graag welke bedrijven dat zijn, want die signalen hebben ons niet bereikt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Hoeft niet in de raad genoemd worden per bedrijf, maar als die signalen heeft, dan kunt u die delen. Mevrouw Stolk:. De wethouder vraagt altijd signalen, maar ik vind als wethouder hoef ik die signalen niet altijd te geven. Ik geef genoeg signalen af. Daar wordt dan vervolgens niks meer mee gedaan. Dat vind ik wel teleurstellend. De signalen die ik geef ... Moet u ook zelf maar proactief, als wethouder, naar die bedrijven toe. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat hebben we gedaan, we hebben ze, sterker nog, allemaal telefonisch benaderd op die dinsdag. Is een heel met schema over bijgehouden wat de reacties waren. We hebben zelfs nog brieven ontvangen later, dat mensen graag wilden meedenken over hoe zij vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid iets extra's konden doen voor de mogelijk op te vangen vluchtelingen. We zijn er actief achteraan gegaan. Wij hebben die signalen gewoon niet. Wij hebben deze berichten niet teruggekregen. Dat is hoe het zit. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Heel even in het verlengde hiervan. De asielzoekers worden neergezet op een industrieterrein.

Ik kan me nog voorstellen dat de aantrekkingskracht voor andere bedrijven afneemt nu er een asielzoekerscentrum wordt gevestigd. Hoe kijkt het college daar tegenaan? Mevrouw Van Benschop: Is een goede, dat de heer Van Leeuwen mij daar nog even op wijst, want dat was net ook een vraag eigenlijk in de woordvoering. We hebben laten berekenen of dit enige belemmering oplevert voor de rest van de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Dat is niet zo. In ieder geval niet gebaseerd op de bedrijvigheid die er nu zit. Als het gaat over de mogelijke aantrekkende kracht, of ik weet niet precies hoe de heer Van Leeuwen dat formuleerde, dit is de laatste kavel die beschikbaar is in de eerste fase. Tweede en derde fase komen later pas. Die moeten later uitgegeven worden. Dit azc gaan we vestigen voor vijf tot tien jaar. Bedrijven weten ook, in die zin, waar ze aan toe zijn. De heer Van Leeuwen: Nog even een laatste vraag hierover. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: U heeft het laten berekenen, of u heeft het zelf berekent. Kunt u de raad die berekening toezenden? Mevrouw Van Benschop: Ja, vast. Of in ieder geval een berekening, we hebben laten kijken, wat staat er in het bestemmingsplan aan mogelijkheden, welke bedrijven kunnen

55

daar vestigen, welke typen bedrijven zitten daar nu? Het is niet echt een berekening. We hebben naar de milieucategorie laten kijken, het aantal mensen dat erop het bedrijventerrein dan uiteindelijk aanwezig, is met verband met de groepsrisico's en zo. Dat kan ik laten zien. De heer Van Leeuwen: Dan zou ik zelf toch wel die berekening wil ontvangen, want het gaat om een fundamentele vraag, denk ik. De voorzitter: De term berekening, het is meer een onderbouwing ... Mevrouw Van Benschop: de onderbouwing. De voorzitter: Om tot deze locatie te komen. Mevrouw Van Benschop: Dat kan. De voorzitter: Wethouder, gaat u door. Mevrouw Van Benschop: Even denken, waar was ik gebleven? Bij de communicatie. Goed, ik heb aangegeven dat de motie van de PvdA, die omarmen we. Dat is wel iets waar aan gerefereerd werd door Gewoon Dordt, dat moet ook een beetje vorm krijgen en op gang komen. Voorafgaand daaraan zijn we in ieder geval voornemens om een bewonersavond te organiseren, waar we ook verschillende partijen zullen uitnodigen om mensen ook de kans te geven vragen te stellen. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Fijn dat het omarmd wordt. U zegt net, om een bewonersavond te organiseren. Maar ik kan me voorstellen dat dat losstaat van deze motie. Klopt dat? Mevrouw Van Benschop: Ja, staat er los van Mevrouw Schnabel: Dank u.

Mevrouw Van Benschop: Even kijken. We hebben nog een motie van Forum voor Democratie, over de begeleiding. Ik denk dat het heel goed is om dit mee te nemen in de gesprekken richting met COA. Het COA is verantwoordelijk voor het organiseren van dit soort begeleiding en in de zin van zorg. Maar het is natuurlijk wel goed om aan te geven om dit gesprek nog een keer te voeren, want we weten ook dat er capaciteitsproblemen zijn als het überhaupt gaat over zorg in Nederland. Hoe gaat het COA ons daarin laten zien dat we daar iets op kunnen doen. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel.

56

Mevrouw Pichel: Ik wil de wethouder graag bedanken voor het antwoord. Wat ik daar graag wel in zou willen zien ... Want uiteindelijk zegt men, capaciteitsproblemen. Er zijn natuurlijk verschillende manieren om ook hiermee om te gaan. Ik zou hopen dat voordat eigenlijk al de deur wordt dichtgehouden van lastig, lastig, dat we toch ook de deur wel openhouden om te kijken wat er wel mogelijk is. Want als we ook kijken, u geeft heel netjes antwoord op, of de wethouder geeft heel netjes antwoord op allerlei technische dingen die gevraagd worden. Ik mis dan in heel die discussie toch gewoon weer, niet per se van de wethouder, maar de menselijke maat. Want we hebben het hier natuurlijk over, het is allemaal sneu en we moeten allemaal opvangen. Vervolgens

hebben we het over van, maar dat moet wel allemaal daar passen. Dan denk ik, laat ze die menselijke maat vooraan zetten en die bus komt er denk ik wel. Over andere de dingen, die komen er ook wel. Dat geloof ik wel. Daar zijn we wel toe in staat. Maar laten we alsjeblieft de menselijke maat voor opzetten. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mag ik ook wat aan mevrouw Pichel vragen? De voorzitter: Nee. Mevrouw Stolk: Dat komt in de tweede termijn. De voorzitter: Sorry, dat doen we niet. Maar misschien kunt u het aan de wethouder vragen en dan een beetje slim ... Dat kan wel. Mevrouw Stolk: Zal ik hem via de wethouder vragen dan? De voorzitter: Ja, maar niet aan mevrouw Pichel. Dan moet u gewoon een slimme vraag aan de wethouder stellen. Mevrouw Stolk: Wethouder, weet u of mevrouw Pichel van Forum voor of tegen een azc is? De voorzitter: Goede vraag aan de wethouder. Nee, gaat u verder. Mevrouw Van Benschop: Moet ik daar echt antwoord op geven? Dat lijkt me niet. Ik denk dat mevrouw Pichel in de vervolgvraag aan mij daar misschien wel antwoord op geeft. Ik ben het helemaal eens met mevrouw Pichel, dat de menselijke maat vooraan moet staan.

We hebben alleen nu een procesvoorstel, welk proces gaan we doorlopen en welke voorwaarden over de vestiging van het azc gaan we stellen? Ik denk dat als het gaat over begeleiding, zinvolle daginvulling, dat dat heel nauw raakt aan wat we beoogd hebben met ook het mogen werken. Dat mensen zich niet moeten gaan vervelen, geen deel uitmaken van de samenleving, je wil graag dat mensen zich hier ook echt nuttig

57

voelen, dat ze een bijdrage kunnen leveren, zich niet een beetje weggestopt voelen. Dan nog heel even kort over dat ov. Ik heb ook een paar keer gehoord, we gaan een buslijn realiseren. Dat is niet zo. We gaan het gesprek aan over hoe we het gebied bereikbaar krijgen en houden en maken. Het is niet dat wij een buslijn aan gaan leggen of zo. Mevrouw Vol-van der Holst: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: We gaan het gesprek aan. De voorzitter: Dank. Mevrouw Vol. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Ik zit even de motie van Forum te lezen. Ik haal eigenlijk niet daaruit, uit verzoekt het college, dat de menselijke maat daar vooraan staat. Ik vind de omschrijving niet heel erg duidelijk. Mijn vraag is eigenlijk, wilt u dat deze motie ... Geeft u daar een positief advies op of niet? Want ik zou hem zelf niet ... Wij zijn daar niet voor, laat ik het zo zeggen. Mevrouw Van Benschop: Als ik de motie goed interpreteer, maar goed, dat is weer een beetje lastig, dan moet ik interpreteren voor mevrouw Pichel, maar dan gaat het erover dat je verwacht dat mensen begeleiding krijgen, omdat ze uit traumatische situaties komen, dat je mensen, als je ze niet begeleid, niet de mogelijke handvaten geeft om ook daadwerkelijk deel te kunnen nemen en te kunnen integreren. Als ik de motie zo ... Zo heb ik hem geïnterpreteerd, in ieder geval.

In die zin, als we het op die manier interpreteren dan adviseren we positief. De voorzitter: Dat gaat over motie M3? Mevrouw Vol-van der Holst: Die mening deel ik niet. De heer ...: Voorzitter, gaat het over de motie of over het amendement van Forum? De voorzitter: Het gaat over de motie, heb ik de wethouder net horen zeggen. Maar er ligt ook een amendement A2. Het amendement is van vergelijkbare strekking, alleen dat verandert echt het voorstel om geen wensen of bedenkingen in te brengen. De vragen is even ook aan mevrouw Pichel hoe u dit precies bedoelt? Want wilt u en het amendement en de motie in stemming brengen of een van beiden? Mevrouw Pichel: De bedoeling was allebei, maar u bedoelt ... De voorzitter: Ze beogen eigenlijk hetzelfde, alleen amendement A2 verandert ook het voorstel. Daarmee brengt u dan formeel wensen en bedenkingen in. Motie 3 is een oproep aan het college. Eigenlijk kunt u dat ook zien als een vorm van wensen en bedenkingen, waar, als hij wordt aangenomen door de raad, het college over het algemeen ook wat mee moet gaan doen. Het is een beetje hetzelfde. Het is een beetje dubbel, laat ik het zo zeggen. Mevrouw Pichel: Ik snap het.

58

Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Als mevrouw ... Klaar? De voorzitter: Ik denk dat dat ook de vraag was die mevrouw Vol een beetje had van, moet dit allebei? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik wil nog even terug ... Mevrouw Vol-van der Holst: De strekking is, naar mijn idee, bij allebei anders. Ik lees ze allebei anders. Mevrouw Van Benschop: Mag ik even ... De voorzitter: Ja, wethouder. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat het ... Zit het hem vooral in de constatering en de overwegingen of zit het echt in het, verzoekt het college? Mevrouw Vol-van der Holst: Ik het verzoek. Mevrouw Van Benschop: Sorry, dan ga ik hem toch zo meteen nog even bekijken. Maar wat ik ... Ik interpreteer hem op die manier, zoals ik hem net heb uitgelegd. Maar als ik dat verkeerd interpreteer, hoor ik het graag. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Vol-van der Holst: Dat deel ik natuurlijk. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik kom nog even terug op vervoer of een vorm van vervoer. Daar gaf de wethouder op aan van, er komt geen bus, maar we gaan er wel mee over in gesprek. Prima natuurlijk om goed bereikbaar te zijn. Maar neemt u dan ook gelijk even Dubbeldam mee, want daar rijdt na zeven uur geen bus meer. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik denk dat de heer Van der Linden deze opmerking gehoord heeft.

Waar het om gaat, is dat we het gesprek aangaan om te kijken of er ook ... Dat is over het algemeen heel logisch ook, dat als er te weinig mensen gebruik van kunnen maken dat er minder snel een buslijn zal komen. Op het moment dat je daar vijfhonderd mensen een plek geeft in een opvang, dan wordt het interessanter om daar een buslijn te realiseren. Dat gesprek gaan we aan. De voorzitter: Beste mensen, mag ik een beetje rust in de zaal, want er is van allerlei rumoer. Er ligt gewoon voor wat er voorligt. De wethouder geeft een advies. Mevrouw Van Benschop: Maar de opmerking hebben we gehoord.

59

De voorzitter: Die kijk nog even naar het amendement en de motie. De heer Van der net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Veel te veel rumoer inderdaad. Als ik wat rustiger praat, wordt het misschien ook rustig. Ik kan dat. Ik heb nog even een vraag richting de wethouder. Ze omarmt, wat is het, de motie van de Partij van de Arbeid. Maar dan hebben we het over een begeleidingscommissie. Ik neem aan dat er toch ook wel binnen het college ambtenaren aan het werk zijn. Ik ga er altijd maar vanuit dat een azc volledig wordt betaald door het COA. Mijn vraag is inderdaad, richting de wethouder, of dit soort extra inzet en kosten, zoals bijvoorbeeld u omarmt nu een motie van de Partij van de Arbeid over een begeleidingscommissie, daar moet ook weer ambtelijke inzet op zijn. Wordt dat dan ook allemaal door het COA vergoed? Ten tweede, wil ik nog eventjes vragen, dat had ik op mijn woordvoering, of dat wij als volksvertegenwoordiger op de hoogte worden gebracht van de bijeenkomsten die het college van plan is om te plannen? Want ik wil gewoon als volksvertegenwoordiger ook de mogelijkheid hebben om daarbij aanwezig te zijn. Dat was hem, voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. De insteek is, dat hebben vanaf het begin af aan gezegd en dat blijven we zeggen, dat deze hele ontwikkeling budgetneutraal gebeurt.

Dat zou betekenen dat als er een begeleidingscommissie is dat we die kosten bij het COA zouden leggen. Dan, wat was de tweede vraag ook alweer? De heer Van der Net: De tweede vraag ... Mevrouw Van Benschop: Sorry, we hadden heel even kort overleg. Als het gaat over de bewonersavond, ik kan me voorstellen dat de raad wil weten van, wat wordt daar gewisseld, wat wordt daar gedeeld? We zullen nog even erop terugkomen hoe we dat precies vormgeven, want het draait om de bewoners op zo’n avond, niet om een tweede raadsdebat. We zullen in ieder geval meenemen daarin, u ontvangt een uitnodiging, maar in welke vorm, dat hoort u nog. De heer Van der Net: Voorzitter, ik hoor kanttekeningen. Daar ben ik niet blij mee. Ik wil gewoon als volksvertegenwoordiger op de hoogte worden gebracht en ook de mogelijkheid hebben om daarbij aanwezig te zijn. Bij deze even deze mededeling. Mevrouw Van Benschop: Ik zeg u toe dat u erbij aanwezig mag zijn, via de voorzitter. Ik zeg alleen dat deze avond draait om bewoners. We willen daar geen tweede raadsvergadering. We zullen u laten weten op welke manier u deel kunt nemen aan dat gesprek, bijvoorbeeld als toehoorder. De heer Van der Net: Ik hoor het toezeggen. Maar goed, ik ben volksvertegenwoordiger. Wat dat betreft denk ik dat u geen recht heeft om mij dingen te ontzeggen, maar ik begrijp wat u zegt.

De voorzitter: Dan doe ik het wel, mijnheer Van der Net. Gezondheid. Gaat u verder, wethouder. Kunt u misschien toch nog even een duiding geven op die motie en het amendement van Forum? Mevrouw Van Benschop: Als ik de motie lees, dan gaat het hier over dat ... Dit is de verkeerde motie. Ik had hem hier. Dan gaat het erover dat je op een fatsoenlijke manier mensen wilt opvangen, dat je wil bijdragen aan een succesvolle integratie, dat we dan verder moeten kijken dan alleen naar onderdak en arbeid, dat je ook zou moeten kijken naar trauma verwerken en integratie met onze taal en cultuur, om mensen ook een

60

echte kans te geven in de toekomst. Als ik dat lees, even los van de constaterende overwegende van mening zijnde, het gaat mij even om verzoek, dan zie ik daar een positief iets. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: In het eerste bullet point, zoals dat zo mooi heet, staat dat het ... Wordt het college verzocht om aan het Rijk aan te geven dat de wijze van opvang van asielzoekers op dit moment in Dordrecht onrust oplevert. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Mevrouw Van Benschop: We vangen nog geen mensen op. In die zin is dat niet aan de orde. Maar we hebben natuurlijk wel de geluiden van bijvoorbeeld bewoners daar, dat daar wel zorgen over zijn. Wat gaan mensen daar doen de hele dag en wordt het gebied goed ontsloten, zodat mensen daar weg kunnen? Krijgen die mensen de juiste begeleiding? Dat sluit wel aan bij het verzoek wat in deze motie staat. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Eigenlijk gaat deze motie er indirect ook over dat er genoeg activiteiten worden georganiseerd waar mensen zich mee kunnen vermaken, of in ieder geval een zinvolle dagbesteding aan kunnen gaan. Mevrouw Van Benschop: Wat mij betreft ook. Maar het gaat over taal, cultuur, traumaverwerking, eigenlijk de randvoorwaarden om een fatsoenlijk bestaan op te kunnen bouwen. Tenminste, zo interpreteer ik deze.

Als ik kijk naar het amendement, dat vind ik wel van een soortgelijke strekking. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik zou daar graag een korte toelichting op willen geven. Het idee van het amendement is eigenlijk dat als we gaan kijken naar het raadsvoorstel, zoals ik hem interpreteer, dan is het college voornemens om een vestiging neer te zetten en heeft daar zelf ook een aantal punten bij aangegeven, wat ze van belang vinden. Voor mij leek het gewoon een toevoeging aan die punten die het college van belang vindt, als het college het ook van belang vindt. Vervolgens is de motie een specifiek verzoek om dit heel duidelijk aan te geven naar hogerhand. Want er komt dan wel een wettelijk taakstelling, er wordt inderdaad naar beneden gedrukt en dan hebben jullie wellicht geen andere keus. Maar dan nog is het mogelijk om naar het Rijk aan te geven, luisteren, wij hebben ook een verantwoordelijkheid voor de Dordtse inwoners en daar hebben we ook gewoon rekening mee te houden. Die boodschap willen we wel duidelijk doorgeven. Dat is eigenlijk verzoek in de motie. De voorzitter: Ik snap het. Alleen het amendement en de motie hebben eigenlijk hetzelfde effect. Mevrouw Pichel: Ik denk dat dat net iets anders zou kunnen zijn, maar ik hoop een versterkend effect en ik denk dat alleen het amendement ...

61

De voorzitter: Laat ik het zo zeggen, als het wordt aangenomen of als het college het overneemt, dan geldt voor wat betreft de uitvoering dat het beiden een verhouding is tussen de gemeente Dordrecht en de rijksoverheid. Mevrouw Pichel: Ja. De voorzitter: Maar goed, de wethouder mag haar duiding geven en dan is dat het collegeoordeel. Dan kijk ik naar wethouder ... Als er verder geen vragen zijn? De heer Portier nog, gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik had twee vragen nog aan de wethouder. Ten eerste, gezien de grote overlast die er nu in het gebied is van distributiecentra, vrachtwagens, Jumbo et cetera, maakt dat de plek niet minder geschikt voor de opvang van een azc? Zijn dat geen problemen die aangepakt zouden moeten worden, voordat je inderdaad tot vestiging overgaat? Als die aangepakt worden, dan zou het tenminste ook nog voordeel voor de bewoners met zich meebrengen. Dat is vraag één. Misschien is het handig als u eerst die doet. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dank u wel. Binnen de marges, maar dat is de technische kant, is er gekeken of deze locatie geschikt is. Dat is hij. Maar goed, dat betekent ook wel iets bijvoorbeeld voor de bebouwing zelf. We gaan gewoon kijken hoe we dat leefbaar kunnen houden en maken. Als dat betekent dat we ingrepen moeten doen in de omgeving, of dat het COA die ingrepen moet doen, dat gesprek gaan we ook weer voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22527