CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. GRD Jaarstukken 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 31 mei 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 24: Zienswijze Begroting 2023 en Jaarrekening 2021 diverse Gemeenschappelijke regelingen - Raadsvoorstel41.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Wat hebben wij bereikt? Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen Stabiliteit bieden en bevorderen Inwoners eerder en beter bereiken Binnen de opgave "bestaanszekerheid versterken" staan de drie bovenstaande ambities centraal. We bieden inwoners (inkomens)ondersteuning in de vorm van algemene bijstand en minimavoorzieningen en nemen daarmee een aantal financiële obstakels weg, waardoor het perspectief op bestaanszekerheid voor deze inwoners wordt versterkt. Inwoners worden daarnaast geholpen met hun schulden en gecoacht in hun financiële zelfredzaamheid. De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare financiële situatie voor onze inwoners. De hieronder vermelde aantallen in de kolom Begroting 2021 betreffen aannames waarmee bij het opstellen van de Primaire Begroting 2021 is gerekend. Aangezien zij dateren van de periode voorafgaand aan corona, waren met name de aannames op de inkomensvoorzieningen bij de start van 2021 achterhaald. Door corona is in 2020, tegen de toenmalige verwachting in, een sterke stijging opgetreden in het aantal bijstandsuitkeringen (het jaar 2020 werd afgesloten met een eindstand van 6.413). Bovendien is sinds het begin van de coronacrisis een aantal coronasteunmaatregelen ingevoerd, die bij het opstellen van de primaire begroting nog niet waren voorzien.

Dit gold ook voor de duur ervan, zo is bijvoorbeeld de Tozo na invoering vier maal verlengd. De oorspronkelijke aannames met betrekking tot het minimabeleid waren echter minder aan coronaerosie onderhevig: waar aan het begin van de coronacrisis ook hier een forse toename werd verwacht, bleek juist sprake van een lichte onderbesteding. De cijfers op het gebied van schuldhulpverlening betreffen de verantwoording over de doelstellingen uit het Regionaal Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024. Tot slot is nog een kort overzicht opgenomen met betrekking tot de geboden ondersteuning aan inwoners die getroffen zijn door de toeslagenaffaire, eveneens een voorziening die bij het opstellen van de Primaire Begroting 2021 niet was voorzien. Algemene bijstand

Begroting 2021

Stand 31 december 2021

Algemene bijstand

6.550*

6.433

* Het aantal van 6.550 is op basis van het Centraal Economisch Plan van juni 2021 (CPB-publicatie). Het oorspronkelijke aantal bij het opstellen van de primaire begroting was 6.200. De aantallen betreffen de bijstandscijfers zonder IOAZ, IOAW en BBZ. Coronamaatregelen

Begroting 2021

Stand 31 december 2021

Tozo inkomen (totaal alle tranches)

NVT

Aanvraag: 9.017 Toegekend: 6.873

Tozo bedrijfskapitaal (totaal alle tranches)

NVT

Bbz light inkomen

NVT

Aanvraag: 197 Toegekend: 95

TONK

NVT

Aanvraag: 269 Toegekend: 188

Aanvraag: 398 Toegekend: 288 nog geen definitieve cijfers

20

Minimavoorzieningen

Begroting 2021

Stand 31 december 2021

Individuele bijzondere bijstand totaal

Nog niet meetbaar

Nog niet meetbaar

Individuele bijzondere bijstand bewindvoering

2.046

2.075

Persoonlijk minimabudget (PMB) aantal verstrekkingen

6.205

5.112

SMS Kinderfonds, aantal kinderen basisschool + middelbare school = totaal

5.146

3.064 + 2.198 = 5.262

SUN

250

286

Collectieve zorgverzekering voor minima, aantal betalende verzekerden (exclusief meeverzekerden)

Minima: 4.261 CZG: 6.216

Minima: 3.783 CZG: 6.067

Doelstellingen Schuldhulpverlening

Beleidsplan SHV

Stand 31 december 2021

95%

Niet meetbaar in percentage. Gemiddeld binnen 5 dagen.

1.200

1.051

75%

73%

85%

97%

Prim. Begroting 2021 Aannames NVT NVT NVT

Stand 31 december 2021

Wachttijd: in 95% van de gevallen wordt maximaal 10 werkdagen na de melding de hulpvraag vastgesteld Aantal trajecten: naast de bestaande klanten wordt minimaal 1200 nieuwe klanten een dienstverleningstraject aangeboden Kwaliteit stabilisatietraject: minimaal 75% van de stabilisatietrajecten wordt positief afgesloten Kwaliteit schuldregelingstraject: minimaal 85% van de schuldregelingstrajecten wordt positief afgesloten Kinderopvangtoeslagaffaire Benaderde cliënten Bereikte cliënten Hulpwens

907 729 387

Wat hebben wij daarvoor gedaan? Algemeen 2021 was, net als 2020, een bijzonder jaar. Het tweede coronajaar. Het begon en eindigde met strenge contactbeperkende maatregelen. Daartussenin een wisseling van de wacht tussen geleidelijke versoepelingen en weer aantrekkende teugels. Een uitweg uit de crisis die met het vaccinatieprogramma in de zomer onder handbereik leek, maar met de opkomst van de omikronvariant weer uit het zicht lijkt te verdwijnen. Parallel daaraan wisselden de economische verwachtingen van kleur, krimp werd groei … en werd weer getemperd. Niet alleen door de omikronvariant, maar ook doordat het lokale en mondiale economische herstel in de tussenperiode leidde tot krapte op de arbeidsmarkt, ontregelde productie- en transportketens en schaarste aan grondstoffen. Waardoor Nederland het jaar eindigde met sinds 1982 ongekend hoge inflatiecijfers, stijgende energietarieven en nieuwe onzekerheden voor de toekomst, zeker ten aanzien van de koopkracht van minima en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

21

Het zijn deze volatiele economische factoren, die in hoge mate bepalend zijn geweest voor de ondersteuning die de SDD in het kader van de Opgave Bestaanszekerheid Versterken in 2021 heeft geboden. Het effect van de economische schommelingen is met name zichtbaar op de inkomensvoorzieningen, die – met kleine vertraging – eenzelfde golfbeweging laten zien als de economische ontwikkelingen (dan wel verwachtingen). Dit geldt zowel voor de algemene bijstand als het beroep op de corona-specifieke steunmaatregelen in het jaar 2021: de derde, vierde en vijfde tranche van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en – na de beëindiging van Tozo per 1 oktober 2021 – het tijdelijk lichtere regime voor het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen 2004 (Bbz). De ontwikkelingen op de minimavoorzieningen en schuldhulpverlening vertonen een ander patroon dan het hiervoor geschetste. Waar het beroep op de inkomensvoorzieningen in vrij directe zin meebewoog met de economische ontwikkelingen en de contactbeperkende maatregelen, bleef het beroep op de minimavoorzieningen – inclusief de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) die in maart als aanvullende landelijke steunmaatregel werd ingevoerd – juist het gehele jaar wat achter bij de verwachtingen. Dit gold ook voor het beroep op schuldhulpverlening.

De Drechtsteden liepen hiermee overigens volledig in de pas met de landelijke trend. In het algemeen kan worden gesteld dat juist de inkomenssteun, in combinatie met de door de UWV en Belastingdienst uitgevoerde steunmaatregelen, hebben voorkomen dat veel zelfstandigen en bedrijven in de problemen kwamen, waardoor de koopkracht van veel ondernemers en werknemers behouden is gebleven. Ter illustratie, uit gegevens van het CBS blijkt dat het aantal faillissementen het laagste was in 31 jaar. Het CBS geeft aan dat dit niet los te zien is van de eerder genoemde noodsteun van de overheid. Bovendien gold dat - juist door de contactbeperkende maatregelen - het voor de SDD en zijn partners lastiger is gebleken met de bestaande doelgroep in verbinding te blijven. De verwachting is dat dit bijtrekt wanneer de contactmogelijkheden weer normaliseren. Ook zullen dan (met de gelijktijdige afloop van de steunpakketten) de lange termijn effecten van de crisis op de armoede-ontwikkeling en schuldenpositie van huishoudens langzaamaan zichtbaar worden. Andere belangrijke activiteiten in 2021 betroffen de ondersteuning van getroffen ouders in het kader van de toeslagenaffaire en de verdere uitwerking van de ambities voor bestaanszekerheid zoals geformuleerd in de Visie sociaal domein Drechtsteden.

Zo is onder meer samen met de Drechtstedengemeenten invulling gegeven aan de vroegsignalering van schulden, is een begin gemaakt met het versterken van nazorg bij schuldhulp en is toegewerkt naar de invoering van een sociaal leenfonds in het eerste kwartaal 2022. Daarnaast is de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) geïmplementeerd. Ook is de bewindvoering in eigen beheer geëvalueerd en de pilot is omgezet in reguliere dienstverlening. De pilot bijstand in natura is tussentijds geëvalueerd en wordt met een aantal aanscherpingen voortgezet. Daarnaast is een interne analyse gemaakt van de (persoonlijke) dienstverlening van de SDD op het gebied van bestaanszekerheid en is de betreffende dienstverlening – als eerste stap – op een aantal cruciale punten in het proces (bij instroom aan de poort in de bijstand en bij uitstroom via Perspct) verder opgeplust. Tot slot hebben veel activiteiten in het licht gestaan van de overgang naar de nieuwe governance per 1 januari 2022 en is de samenwerking met de gemeenten geïntensiveerd. Het Nibud heeft, met het oog op de overgang van naar de nieuwe governance en de daarbij geprioriteerde herijking van het minimabeleid (met meer ruimte voor gemeentelijk maatwerk) voor de Drechtsteden een Minima Effect Rapportage opgesteld. De Drechtraad is hierover per RIB geïnformeerd.

De inzichten zullen worden meegenomen in het proces van herijking. In het onderstaande wordt nader ingezoomd op de ontwikkelingen per voorziening en een verklaring geboden voor eventuele afwijkingen ten opzichte van de verwachtingen.

22

Inkomensvoorzieningen In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien van het aantal bijstandsuitkeringen van januari 2019 t/m december 2021. De ontwikkeling vertoont een grillig verloop, waarin duidelijk de effecten van de tijdelijke lockdowns en versoepelingen zijn te herkennen. Ultimo blijken de beginstand en eindstand in 2021 nagenoeg gelijk.

De Tozo is afgeleid van het Bbz en kende twee voorzieningen: aanvullende inkomensondersteuning (levensonderhoud) en een lening voor bedrijfskapitaal (bedrijfskrediet). Zelfstandigen met een (huishoud)inkomen onder het sociaal minimum konden aanspraak maken op financiële bijstand voor levensonderhoud. De Tozo is per 1 oktober 2021 beëindigd en is opgevolgd door een – tijdelijk – lichter regime voor het Bbz Het beroep op de Tozo is achtergebleven de prognoses in de eerste Burap 2021. Dit is het effect van het feit dat veel ZZP'ers en ondernemers konden profiteren van de vergaande versoepelingen van de contactbeperkende maatregelen in de zomerperiode en weer "back in business" waren. Gemeenten worden, op voorwaarde van rechtmatige uitvoering, volledig financieel gecompenseerd voor de uitkeringskosten van de Tozo. Voor de uitvoeringskosten krijgen zij een vast bedrag per genomen besluit (ongeacht of dit een toekenning of afwijzing betreft). De middelen voor Tozo zijn in tranches ter beschikking gesteld. Aandachtspunt bij de Tozo is dat de afhandeling van de aanvragen administratief bewerkelijk is en dat na invoering de spelregels door het Rijk zijn gewijzigd.

Dit heeft begin 2021 geleid tot een herstelactie op Tozo 1 en 2, die mede tot gevolg heeft gehad dat eind december 2021 een behoorlijk aandeel van de verstrekte voorschotten uit de latere tranches nog niet definitief is beschikt. De uitvoeringskosten voor het jaar 2021 zijn gedekt door de vergoeding vanuit het Rijk, maar de uitloop in 2022 leidt voor het jaar 2022 tot extra uitvoeringskosten. Gelijktijdig met definitieve beëindiging van Tozo zijn tijdelijk de voorwaarden van het Bbz versoepeld tot 1 april 2022. Deze light-versie van het Bbz verschilt op twee punten van de Tozo: de Bbz-light kent een levensvatbaarheidstoets en een kostendelersnorm. Op de andere punten verschilt de Tozo niet van de vereenvoudigde Bbz. Of het Bbz-light in plaats van Tozo een afdoende voorziening is voor getroffen ondernemers in tijden van strenge lockdowns (zoals per 19 december 2021) moet nog worden bezien. Wel heeft het kabinet bij de laatste verscherping van de contactbeperkende maatregelen besloten om de verplichte periodieke aflossing van Tozo-leningen, die op 1 januari 2022 had moeten ingaan, met een half jaar uit te stellen en bovendien over deze periode geen rente te heffen. Ook is de looptijd van de Tozo-leningen met 1 jaar verlengd tot 6 jaar.

Gemeenten worden gecompenseerd voor de extra uitgaven voor de Bbz-light doordat het deelbudget Bbz 2004 van het Macrobudget BUIG wordt aangepast op de verwachte doorstroom. Gemeenten krijgen echter geen extra budget voor de uitvoering van de Bbz-light. 23

Minimabeleid Bij de minimavoorzieningen bleken in coronatijd juist die voorzieningen achter te blijven, waarvan (het vergroten van) het bereik afhangt van persoonlijk contact of het netwerk (PMB en SMS-kinderfonds) of de terugloop van bestedingsmogelijkheden (SMS-kinderfonds). Het aantal aanvragen bijzondere bijstand voor beschermingsbewind (veruit de grootste post binnen de bijzondere bijstand) groeide door, maar de gemiddelde kosten per traject daalden, omdat meer dan voorheen lichtere trajecten worden ingezet en dus vergoed, ook de inzet van de eigen bewindvoering heeft hier deels aan bijgedragen. Het beroep op de andere vormen van bijzondere bijstand laat verder een toename in de uitgaven zien, deze wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename van de uitgaven voor inrichting/huisraad, verhuiskosten en aanvullende bijstand aan jongeren onder 21 jaar. De Tonk werd als nieuwe steunmaatregel, onder het regime van de bijzondere bijstand, met ingang van 5 maart in de Drechtsteden opengesteld, met een (terugwerkende) looptijd van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021. Inwoners konden op grond van de Tonk een beroep doen op financiële ondersteuning voor vaste lasten zoals huur en nutsvoorzieningen. De Tonk is – zowel in de Drechtsteden als landelijk – bij lange na niet het succes geworden dat ervan werd verwacht en het gebruik ervan bleef ver achter bij de verwachtingen.

Deels vanwege de in eerste aanzet voorzichtige aanpak van gemeenten (vanwege het aanvankelijk beperkte door het ministerie ter beschikking gestelde budget), deels - na verruiming van het budget en de voorwaarden door (onder meer) de Drechtsteden - vanwege de economische opbloei na stap 4 van het landelijke "Openingsplan Corona" met ingang van 26 juni 2021. Over de afwijking op de Collectieve Zorgverzekering voor Minima (CZM) is in de eerste bestuursrapportage 2021 reeds gerapporteerd. De geconstateerde daling (het gevolg van het verlagen van de gemeentelijke bijdragen met ingang van 1 januari 2021) was toen al definitief, aangezien verlenging of overstap van de zorgverzekering altijd voor 1 januari van het nieuwe jaar dient te geschieden. In de eerste bestuursrapportage is de begroting daarom op beide onderdelen van de CZM al neerwaarts bijgesteld. De CZM speelt een echter een belangrijke rol in het voorkomen van onverwachte (zorg)kosten en daarmee schulden. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) adviseert juist om de CZM onder de aandacht te brengen en actief te promoten om zo in te zetten op een maximaal bereik. Deze promotieactie heeft in november en december 2021 plaatsgevonden, de resultaten worden in het eerste kwartaal 2022 zichtbaar.

Schuldhulpverlening Eén van de prestatie-indicatoren op het gebied van schuldhulpverlening is het aantal nieuw te starten trajecten schuldhulpverlening op jaarbasis. Op 31 december 2021 waren er 1051 nieuwe trajecten gestart, ten opzichte van 1079 in 2020. In beide jaren blijft dit aantal achter bij de doelstelling van 1200. Belangrijke verklaringen liggen erin dat door het volledige pakket steunmaatregelen (inclusief de NOW, TVL en uitgestelde belasting) veel bedrijven een faillissement bespaard is gebleven en de koopkracht van hun medewerkers behouden is gebleven. Hiernaast speelt ook mee dat schuldeisers tijdens de coronacrisis coulanter zijn. Daarnaast kent schuldhulp een na-ijleffect, wie wel door een sterke inkomensterugval getroffen werd, komt pas na enige tijd in beeld bij de professionele instanties. Daarnaast spelen ook de schaamte en het taboe op het hebben van schulden een rol maar ook het gedrag van mensen speelt mee. Mensen met financiële problemen zijn zich vaak niet bewust van het feit dat ze hulp nodig hebben en proberen zo lang mogelijk zelf tot een oplossing te komen. Dit zorgt ervoor dat er vaak (te) laat om hulp gevraagd wordt. Dit alles sluit aan bij het landelijke beeld.

Naast de afname van het aantal meldingen van de minnelijke oftewel gemeentelijke schuldhulpverlening is er ook een daling zichtbaar bij de wettelijke schuldsanering (Wsnp) via de Rechtbank. Uit cijfers van het CBS over 2020 (2021 is helaas nog niet beschikbaar) blijkt dat in 2020 de laagste instroom sinds de start van de Wsnp eind 1998, aan de orde was. De cijfers over 2021 zijn nog niet bekend maar gezien het feit dat de daling sinds 2011 is ingezet en de wetgever ook een wetsvoorstel heeft ingediend om de instroom te bevorderen, is het niet de verwachting dat de instroom is toegenomen. De kwaliteit van de stabilisatietrajecten blijft met een slagingspercentage van 73% iets achter bij de doelstelling. Vermoedelijk heeft dat ermee te maken dat cliënten tijdens de dienstverlening op afstand als gevolg van de contactbeperkende maatregelen het lastiger vinden hun papieren (digitaal) aan te leveren. Dit probleem speelt niet bij schuldregelen (de andere prestatie-indicator) waar het traject pas start wanneer het dossier compleet is. Dit traject kent een slagingspercentage van 97%. De eerste prestatieindicator, met betrekking tot de wachttijd, blijkt systeemtechnisch niet meetbaar zoals die is geformuleerd 24

(als percentage binnen een norm van 10 dagen). Wel kan worden de gemiddelde wachttijd an sich worden bepaald: gemiddeld hebben inwoners na aanmelding voor schuldhulpverlening binnen 5 werkdagen een eerste gesprek. Vroegsignalering en Adviesrecht Vroegsignalering van schulden is een essentieel onderdeel van de aanpak van financiële problemen en beginnende schulden. Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gewijzigd en is vroegsignalering hierin verankerd waardoor dit een wettelijke taak is geworden. In de Drechtsteden wordt vroegsignalering samen met de gemeenten vormgegeven en uitgevoerd. Hierbij is gekozen voor een pragmatische, laagdrempelige en proportionele aanpak vanuit klantperspectief. De hoofdlijn hiervan is dat inwoners die bekend zijn bij de SDD (vanuit schuldhulpverlening en Participatiewet) benaderd worden door de SDD en inwoners die niet bekend zijn bij de SDD benaderd worden door de gemeente.De samenwerking en aanpak op het gebied van vroegsignalering is in 2021 samen met de Drechtstedengemeenten vormgegeven en uitgerold. Ook landelijk is vroegsignalering in 2021 verder uitgerold doordat er meer signaalpartners zijn aangesloten. Naast de wijziging van de Wgs is ook de Wet Adviesrecht gemeenten (Ags) bij schuldenbewind in werking getreden in 2021.

Het adviesrecht houdt in dat gemeenten binnen drie maanden nadat beschermingsbewind op grond van problematische schulden en/of verkwisting (schuldenbewind) is ingesteld een advies kunnen uitbrengen aan de rechter over voortzetting van het bewind, of het aanbieden van een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. De uitvoering hiervan is geïmplementeerd en wordt momenteel doorontwikkeld naar een bredere samenwerking met beschermingsbewindvoerders inzake zowel de verstrekkingen bijzondere bijstand als schuldhulpverlening. Bewindvoering SDD Sinds 2019 biedt de SDD - in de vorm van een pilot- beschermingsbewind in eigen beheer aan. Waar voorheen alleen externe bewindvoeringskantoren deze dienst aanboden, kunnen inwoners ook bij de SDD terecht voor beschermingsbewind bij problematische schulden en/of verkwisting, het zogenaamde schuldenbewind. In 2019 zijn de nodige organisatorische stappen gezet om de dienstverlening op te zetten en vond de eerste instroom van klanten plaats. In 2020 lag de focus op het verder verhogen van de instroom van klanten en het effectueren van de dienstverlening. In 2021 is een groeiend klantenbestand te zien met in vergelijking tot 2020 zelfs een verdubbeling van het klantenbestand. Het klantenbestand is gegroeid van 65 in 2020 naar 119 in 2021. In totaal zijn er 17 klanten binnen 24 maanden uitgestroomd.

Dit is een opmerkelijk resultaat wanneer we dit vergelijken met de externe bewindvoeringskantoren, waar trajecten aanzienlijk langer doorlopen en het zelden voorkomt dat de bewindvoering binnen 4 jaar kan worden beëindigd. Vanwege het succesvolle verloop van de pilot is ervoor gekozen om beschermingsbewind op te nemen in het structurele productaanbod. Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Actuele begroting 2021

Opgaven

Realisatie 2021

Afwijking Fin. effect

Lasten Bestaanszekerheid versterken Apparaat bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en schuldhulpbemiddeling Inkomensondersteuning Bestemmingsreserve uitv.kn. Tozo Maatwerkv. inkomenssteun CZG Minimabeleid

148.249 13.530 118 121.211 2.024 11.366

Baten 161.463 26.744 118 119.799 1.412 2.024 11.366

Saldo 13.214 13.214 -1.412 1.412 -

Lasten 147.991 13.664 114 121.037 1.948 11.229

Baten 161.714 27.027 118 119.446 1.412 2.024 11.687

Saldo 13.723 13.363 4 -1.591 1.412 76 459

Lasten -258 134 -4 -174 -76 -137

Baten 251 283 -353 321

Saldo 509 149 4 -179 76 459

-149 -149 -

gemeenten 360 -0 4 -179 76 459

Toelichting: Inkomensondersteuning Reguliere bijstand (exclusief Tozo) Per saldo dalen de lasten van de reguliere bijstandsuitkeringen ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2021 met € 0,6 mln. Dit wordt veroorzaakt door lagere bijstandslasten en meer verstrekte loonkostensubsidie.

25

In de 2e bestuursrapportage 2021 werd nog uitgegaan van een tekort over 2021 van € 1,8 mln. Het feitelijk saldo over 2021 komt uit op een hoger tekort namelijk € 3,0 mln. Daarmee is het tekort € 1,2 mln. hoger. Deze negatieve ontwikkeling is een saldo van enerzijds lagere bijstandslasten dan verwacht en meer verstrekte loonkostensubsidie. Anderzijds is er sprake van een lager BUIG-budget, lagere debiteuren en een vrijval vanuit de voorziening dubieuze debiteuren. Onderstaande tabel laat het verloop zien van het tekort ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2021.

Tozo Per saldo stijgen de lasten van de Tozo met € 0,4 mln. tot € 15,0 mln. Dit wordt veroorzaakt doordat bij de jaarrekening de werkelijke lasten Tozo zijn geboekt terwijl bij de bij de tweede burap de bevoorschotte budgetten, voorlopige verrekening met de gemeenten en de balansboeking vanuit 2020 zijn verantwoord. De baten in 2021 van € 15,9 mln. (t.w. Rijksbudgetten, terugvorderingen, voorlopige verrekening en de balansboeking vanuit 2020) minus de uitkerings- en uitvoeringslasten van € 15,0 ml. geven een restant van € 0,9 mln. Dit restant is op de balans verantwoord en heeft als zodanig geen effect op het resultaat. In onderstaande tabel is te zien wat de voorlopige lasten en baten zijn van de Tozo per regeling. (Bedragen x € 1) WWB / IIB

Tozo Lasten / Baten in periode januari t/m december 2021 Alblasserdam

Uitgaven Tozo BBZ uitvoeringskosten Uitgaven Tozo SDD uitvoeringskosten Uitgaven Tozo BBZ bedrijfskapitaal Uitgaven Tozo BBZ lo Uitgaven Tozo SDD lo Totaal lasten Terugvordering Tozo BBZ Terugvordering Tozo SDD Terugvordering Tonk SDD Rijksvergoeding Tozo Voorlopige verrekening Balansboeking vanuit 2020 Balansboeking vanuit 2020 resultaatbestemming

Dordrecht

Totaal generaal baten / lasten

H.I. Ambacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

Realisatie 2021

75.200

1.600

8.800

8.800

5.600

20.000

129.600

132.012

1.547.918

95.709

194.718

243.123

126.512

421.340

2.761.332

47.114

429.043

33.707

82.401

30.324

125.537

748.126

8.001

3.942

6.956

7.620

31.889

497.767

6.388.083

311.661

864.803

1.004.521

485.699

1.826.273

11.378.807

694.494

5.370

8.444.186

415.926

1.102.028

1.344.215

648.135

2.400.770

15.049.754

885

8.867

326

150

7.503

3.470

30.497

51.698

66.810

833.291

29.999

101.792

110.735

52.868

117.557

1.313.052

1.758

1.758

855.594

4.738.676

987.224

1.382.114

1.250.484

921.409

1.711.189

11.846.690

-1.711.625

-3.426.308

-2.852.904

-2.953.641

-2.246.708

-2.244.156

-2.504.807

-17.940.149

1.759.278

4.232.423

2.895.605

3.074.176

2.374.754

2.288.514

2.667.490

19.292.239

70.152

733.806

48.299

131.717

142.760

75.823

209.402

1.411.959

-52.861

-1.648

-774

-26.796

-13.766

-10.289

-106.133

-11.779

-107.261

0

-8.427

-20.600

-7.581

-31.384

-187.032

-334.821

1.483.553

-690.975

-625.079

-247.917

-430.204

211.114

-634.329

694.494

8.444.186

415.926

1.102.028

1.344.214

648.135

2.400.769

15.049.753

0

0

0

0

0

0

0

-1

trans balansboeking Tozo overloop 2021 - 2022 Rijksvergoeding Tozo balansboeking 2021 ivm 25% presentatie Balansboeking Resultaatbepaling 2021 Totaal baten

HardinxveldG

9.600

Hieronder een tabel met het verloop van het saldo.

26

Hieronder een tabel met de verstrekte/ beschikte Tozo-uitkeringen per gemeente in 2021. Alblasserdam

€

855.594

Dordrecht

€

4.738.676

Hardinxveld-Giessendam

€

987.224

Hendrik-Ido-Ambacht

€

1.382.114

Papendrecht

€

1.250.484

Sliedrecht

€

921.409

Zw ijndrecht

€

1.711.189

€

11.846.690

Dubieuze debiteuren Naast de reguliere bijstandsdebiteuren is er ook sprake van debiteuren als gevolg van de Tozo. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening is vanwege de bestendige gedragslijn dezelfde berekeningssystematiek gehanteerd met het verschil dat bij de bijstandsdebiteuren er worden gekeken naar de saldi per jaar en bij de Tozo-debiteuren naar de saldi per maand. Dit laatste vanwege het feit dat er voor de Tozo-debiteuren nog geen verdere lang lopende historische gegevens beschikbaar zijn. De actualisering van de voorziening dubieuze debiteuren voor de bijstandsdebiteuren heeft een vrijval van € 0,1 mln. tot gevolg ten gunste van het resultaat. Minimabeleid Conform de prognose van de tweede programmaverantwoording 2021 bedraagt het positieve resultaat € 0,5 miljoen. Het voordeel bestaat uit een voordeel van € 0,4 miljoen op de lasten en een voordeel € 0,1 miljoen op de baten. Het overschot op de lasten is onder andere het gevolg van lagere lasten PMB € 0,4 miljoen. Ten opzichte van 2020 is aantal cliënten gestegen met 0,8%. het gemiddelde bedrag per cliënt is gestegen van € 395 naar € 399 per cliënt. Het gebruik van de voorziening blijft echter wel achter op de begroting. Lagere lasten miljoen SMS Kinderfonds € 0,2 miljoen. De uitgaven zijn ten opzichte van 2020 gestegen, maar blijven echter nog wel achter op de begroting.

De toename had hoger kunnen zijn als er eind 2021 niet opnieuw een lockdown was geweest. De effecten van corona en de lockdown periodes zijn terug te zien in de cijfers van het SMS-Kinderfonds in 2020 en 2021. De uitgaven zijn afgenomen ten opzichte van 2019. Dit is in lijn het landelijke beeld daar tijdens de lockdown periodes ook diverse maatregelen zijn opgelegd aan sport-, cultuur- en schoolactiviteiten. Lagere lasten Bewindvoering € 0,1 miljoen. Bewindvoering kent twee hoofdvormen, te weten regulier of standaardbewind dat ingesteld wordt op grond van lichamelijke of geestelijke toestand en schuldenbewind dat uitgesproken wordt op grond van problematische schulden en/ of verkwisting. Als gekeken wordt naar de twee hoofdvoorzieningen, is er in de afgelopen jaren een lichte afname/ stabilisatie van de uitgaven voor schuldenbewind en een toename van de uitgave van standaardbewind. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat er meer dan voorheen lichtere trajecten werden ingezet en dus vergoed. Hogere lasten bijzondere bijstand (exclusief bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en PMB) € 0,14 miljoen. De uitgaven bijzondere bijstand zijn in 2021 gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename in uitgaven aan kosten voor inrichting/huisraad, verhuiskosten en aanvullende bijstand voor jongeren jonger dan 21 jaar.

Hogere lasten € 0,2 miljoen. De uitgaven van de TONK bedragen in totaal € 1,17 miljoen. Waarvan € 0,73 miljoen is verstrekt aan TONK-tegemoetkomingen, € 0,28 miljoen betaald is aan inhuur. Het bedrag niet-ontvangen gelden vanwege het niet terugvorderen van te veel ontvangen Tozo-uitkeringen, waarbij de klant geen verwijten te maken valt bedraagt € 0,16 mln. Bij de septembercirculaire 2021 zijn de definitieve bedragen van de TONK vastgesteld. De Drechtstedengemeenten hebben voor de uitvoering en uitkeringen van de TONK-regeling € 3,9 mln. ontvangen. Het budgetgeld voor de TONK dat gemeenten hebben ontvangen is niet geoormerkt. De 27

middelen voor de TONK zijn via het gemeentefonds beschikbaar gekomen en het overschot hoeft niet teruggestort te worden aan het Rijk. Het voordeel op de baten zijn hogere opbrengsten terugvordering van € 0,1 miljoen. Maatwerkvoorziening inkomenssteun Lagere lasten van € 0,1 miljoen ten opzichte van de 2e bestuursrapportage. De kosten bijzondere bijstand voor indirecte medische kosten zijn lager dan begroot. Schuldhulpverlening Het programma budgetadvies en schuldbemiddeling is begroot op € 0,12 miljoen De uitgaven zijn conform de begroting. Gemaakte kosten hebben met name betrekking op bekendheid, doorontwikkeling van schuldhulpverlening in de Drechtsteden.

2.2.2.

Ontwikkelen naar werk

Wat hebben wij bereikt? Binnen de opgave "Ontwikkelen naar Werk" staan drie ambities centraal, namelijk: 1. Iedereen die kan werken, bemiddelen we direct naar de arbeidsmarkt. 2. We maken inwoners waardevol voor de arbeidsmarkt. 3. Inwoners met een verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden we. We ontwikkelen bijstandsgerechtigden naar betaald werk, zodat zij zo zelfstandig als mogelijk, zelf hun inkomen kunnen verwerven. Zij worden waardevoller voor de arbeidsmarkt wanneer hun arbeidsmarktwaarde wordt vergroot. Daarom werken we aan het wegnemen van belemmeringen die werken in de weg staan. Wanneer er (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt is, zetten we in op een arbeidsmatig en/of maatschappelijk perspectief. Het gaat dan om het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij het meedoen in de samenleving, bijvoorbeeld op een participatieplek, vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding. Inwoners met korte afstand tot de arbeidsmarkt worden zo snel mogelijk bemiddeld naar betaald werk. Aanvullend blijven we inzetten op het bemiddelen en begeleiden van inwoners met beperkingen. We hebben tot doel om inwoners die in staat zijn om te werken te bemiddelen naar betaald werk, waardoor inwoners zo zelfstandig mogelijk in hun inkomen kunnen voorzien. Inwoners zijn waardevol voor de arbeidsmarkt wanneer hun arbeidsmarktwaarde wordt vergroot.

Daarom werken we met inwoners aan het wegnemen van belemmeringen die in de weg staan om te werken. Wanneer inwoners (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, ontwikkelen we arbeidsmatig en/of maatschappelijk perspectief. Dat kan ook gaan om het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij meedoen aan de maatschappij. Wat hebben wij daarvoor gedaan? Het algemene beeld is als volgt: 

Bij de vaststelling van de 2e bestuursrapportage is i.v.m. de pandemie de prognose aangepast naar een stijging tot maximaal 6.700 uitkeringsdossiers. De doelstelling voor 2021 was aanvankelijk om het bestand te laten dalen van 6.413 naar 6.320 uitkeringsdossiers per 31-12-2021. Dit bleek vanwege de pandemie niet haalbaar. Desondanks is – mede gezien onze inzet op preventie – een forse stijging van onze bijstandspopulatie als gevolg van de pandemie uitgebleven. Uiteindelijk waren er op 31-12-2021 6.415 uitkeringsdossiers, nagenoeg gelijk aan de stand per 01-01-2021.

1. Beperken instroom De instroom over 2021 lag op 1.448 klanten, terwijl de instroom in 2020 op 1.498 lag. Bij de aanvang van de crisis in 2020 heeft de SDD ingezet op het voorkomen van instroom in de bijstand. Door deze maatregelen en de Tozo-, NOW- en WW-regelingen is de schade in onze regio beperkt gebleven. , Daarnaast leefde de economie medio 2021 op na het beëindigen van de lockdown. Dit werd echter weer 28

teniet gedaan vanwege de opnieuw ingestelde lockdown. De effecten daarvan zullen samen met de afbouw van de Rijkssteun naar verwachting meer zichtbaar worden in de loop van 2022. Hier volgt een aantal regionale maatregelen die instroom in de bijstand door de crisis voorkomt:  Binnen Perspct is een Werkfit aanpak ontwikkeld die werkfitte inwoners direct vanaf de poort ondersteunt bij het behouden en verder ontwikkelen van de arbeidsmarktwaarde.  Met sociale partners in de arbeidsmarktregio is het mobiliteitsplatform Kickstart opgericht.  Werkgevers die kandidaten uit de doelgroep loonkostensubsidie aan het werk hebben zijn direct bij aanvang van de crisis actief benaderd. Zo konden we voorkomen dat de kwetsbare doelgroep werkenden te maken krijgt met ontslag en indien nodig kon worden herplaatst. Voor deze doelgroep is heeft het werkgeversservicepunt Baanbrekend inmiddels en herplaatsingsunit ingericht.  De Drechtsteden heeft als een van de eerste regio's ingezet op de doelgroep zelfstandigen. De rol van het Ondernemersloket actief mee aan benaderen van zelfstandigen die door de crisis wellicht hulp nodig hebben.  We bieden nazorg bij klanten die via Perspct en Baanbrekend uitstromen naar werk. Dit leidde in het afgelopen jaar tot een flinke beperking van de herinstroom.

 Daarnaast werkt SDD verder aan reguliere taken zoals project MAX WW, doorbetalen van lonen via Baanbrekend detacheren, een sterk poortproces gericht op ontwikkelen naar werk, goede voorlichting, toetsing en directe hulp waar nodig en de jongerenaanpak. Ook deze taken zorgden ervoor dat de instroom in de bijstand beperkt is gebleven. 2. Bevorderen uitstroom naar werk De uitstroom over 2021 bedroeg 1.478, terwijl de uitstroom over 2020 op 1.322 lag. Door deze hogere uitstroom bleef het uitkeringsbestand per 31-12-2021 nagenoeg gelijk. Uiteindelijk was het aantal inwoners dat uitstroomde vanwege betaald regulier werk in 2021 783, terwijl het in 2020 op 694 lag. We bevorderen uitstroom door:  De arbeidstoeleiding van inwoners te richten op kansrijke sectoren en de MVO markt. Op basis van uitgebreide arbeidsmarktanalyses hebben we verschillende kansrijke beroepen onderscheiden binnen de sectoren Zorg, Logistiek, Retail, Vervoer, Bouw, Afvalverwerkende Industrie en het Groen. Aanvankelijk nam het aantal vacatures af, maar na het beëindigen van de lockdown steeg de vraag naar werknemers aanzienlijk.  In te zetten op de arbeidsmarktwaardeontwikkeling van inwoners en te investeren in intensieve begeleiding na bemiddeling.

Binnen ons leerontwikkelbedrijf Perspct worden in verschillende leerlijnen inwoners ontwikkeld en begeleid naar betaald werk, middels een integraal dienstverleningsconcept. De capaciteit is dankzij Perspectief op Werk en de Regiodeal vergroot. Deze programma’s hebben wel te lijden onder de crisis, omdat, zeker voor het gedeelte ontwikkelen van werknemersvaardigheden, fysieke aanwezigheid van belang is. Als de uitstroom van Perspct stagneert, dan stagneert de instroom bij Baanbrekend en als de instroom stagneert bij Baanbrekend stagneert de uitstroom naar de arbeidsmarkt.  Onze inzet op de loonkostensubsidie maakt dat we landelijk koploper zijn en dat dit voor de komende jaren een financieel voordeel zal opleveren daar de financieringsgrondslag ten gunste de Drechtsteden is veranderd. Daarnaast hebben we stevig ingezet op ontwikkelbedrijven als Opnieuw & Co en Stroomlijn. Perspct zien wij daarbij als een methodiek die binnen de ontwikkelbedrijven centraal staat. Drechtwerk valt daar ook onder. 3. Handhaving In 2020 lag het aantal inwoners dat specifiek uitstroomde als gevolg van handhaving op 214. In 2021 liep dit aantal op naar 242. Vanwege de contact beperkende maatregelen konden in 2020 minder handhavingsprojecten worden uitgevoerd. In 2021 konden weer meer projecten worden uitgevoerd vanwege het -gedeeltelijk en tijdelijk- vervallen van deze beperkende maatregelen.

Vanuit de handhavingsprojecten komen daar nog bij:  LSI: 5 beëindigingen en 7 wijzigingen  Vermogen Buitenland: 2 beëindigingen en 7 wijzigingen Totale opbrengst in 2021 bedraagt € 0,78 mln. (investering € 0,5 mln.). 4. Statushouders Voor 2021 was de prognose dat met de inzet van Impuls Statushouders 170 statushouders onafhankelijk van een uitkering zouden worden en een plek op de arbeidsmarkt krijgen. Ondanks de crisis is dit gelukt. Als gevolg van de Covid-maatregelen zijn in 2020 de groepsactiviteiten opgeschort en is omgeschakeld naar individuele begeleiding van statushouders of, indien mogelijk, naar digitale groepsbijeenkomsten. 29

Gevolg hiervan is dat ook in 2021 een minder groot beroep gedaan is op de inzet van fysieke groepsactiviteiten zoals de VCA-opleiding, heftruckcertificaten of taalwerk-stages. Door de focus te verschuiven naar individuele begeleiding gaan we ervan uit dat we de nadelige gevolgen voor de statushouders zoveel mogelijk kunnen beperken. Daarnaast verwachten wij ook dat de nieuwe Wet Inburgering nog zijn vruchten zal afwerpen 5. Inwoners met een arbeidsbeperking De SDD bemiddelt, sinds in de invoering van de Participatiewet, bovengemiddeld veel inwoners met een arbeidsbeperking naar werk.Het blijft een ambitie om zoveel mogelijk inwoners met een arbeidsbeperking te plaatsen op arbeidsmarkt. Voor 2021 was het streven om te komen tot 750 - 800 plaatsingen, komende van een aantal tussen de 650 en 700. Vanwege corona is dit niet gelukt, maar is het aantal op 696 blijven steken. Er is hier ingezet op het voorkomen van uitval van deze doelgroep bij de werkgevers. De inzet voor de nabije toekomst blijft echter gericht op het behalen van 750 - 800 plaatsingen per jaar. 6. Ondernemersloket Het ondernemersloket is er voor alle ondernemers in Drechtsteden met een ondersteuningsbehoefte. Het gaan om vragen over ondernemen, regelingen als de BBZ, Tozo en Tonk, alsmede schuldhulpverlening. Net als in 2020 betroffen de contacten met ondernemers voornamelijk de corona maatregelen.

Tot het eind van het jaar was er nog geen echte stijging waarneembaar waar het gaat om schuldhulpverlening of voortzetting van de onderneming. De verwachting is echter dat dit in het eerste kwartaal van 2022 gaat stijgen. 7. Participatieplekken In 2021 bedroeg de instroom 42 personen en de uitstroom 39. Hierdoor zijn er 699 plekken gerealiseerd, verdeeld over de verschillende matching units (Stichting Mee, SMILE, Werkvisie de Hoop, Zwijndrecht Werkt). Vanaf 2022 vallen de participatieplekken niet langer onder de SDD. Deze zijn overgedragen aan gemeenten. De SDD ondersteunt nog wel de in de komende jaren in de doorontwikkeling ervan. Wat heeft het gekost? (b edragen x € 1.000)

Opgaven

Actuele begroting 2021 Lasten

Baten

Realisatie 2021

Saldo

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Ontwikkelen naar werk

46.050

54.144

8.094

43.525

54.503

10.977

Apparaat ontwikkelen naar werk Participatie

9.148

7.858 16.794

-1.290

8.062

8.732

8.794 5.310

7.635 16.794

Wsw

28.420

28.792

372

29.001

29.374

420

700

280

420

700

Impuls Statushouders

Lasten

Baten

Fin. effect Saldo 2.883

359

-1.159

-354

-223

131

-131

0

11.484

-2.752

0

2.752

-105

2.647

372

581

582

280

-

-

0 -

-236

gemeente n 2.647

-2.525

-

0 -

Toelichting: Participatie In onderstaande tabel wordt het onderdeel Participatie nader toegelicht.

Participatie / steunmaatregelen crisis De baten Participatie zijn in lijn met de begroting. Door de lockdown zijn in het afgelopen jaar diverse malen instrumenten/initiatieven zoals bijvoorbeeld Perspct (deels) stilgelegd, wat heeft geresulteerd in een onderbesteding van middelen. Per saldo een positief resultaat van € 2,3 mln. Dit bedrag wordt afgerekend met de gemeenten. 30

Tekort Wsw Het tekort van de Wsw wordt net als voorgaande jaren, gedekt uit het overschot op Participatie. Zie toelichting hieronder bij kopje Wsw, Drechtwerk. Overschot Impuls statushouders Er is € 0,3 mln. minder cofinanciering benodigd geweest, doordat programma’s als gevolg van de crisis zijn (deels) stilgelegd. Inzet apparaat Vanuit het budget Participatie wordt € 8,7 mln. aan apparaat Ontwikkelen naar Werk gefinancierd. Hiervan worden taken gefinancierd, die in eigen beheer worden uitgevoerd. Ook hierop is een overschot als gevolg van het stilleggen van de activiteiten. Dit overschot is verwerkt op het onderdeel apparaat. Perspectief op Werk gemeente Dordrecht In lijn met de begroting. Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld voor arbeidsmarktregio's in het kader van 'Perspectief op werk'. Samen met werkgevers, vakbonden en UWV hadden wij een voorstel ingediend. De subsidie van € 0,45 mln. maakte het mogelijk om investeringen te doen in ontwikkeling naar werk. Regiodeal Er is bij Centrumgemeente Dordrecht subsidie Regiodeal aangevraagd van jaarlijks € 0,5 mln. t.b.v. het (door)ontwikkelen van programma's en leerlijnen. Het project is gerealiseerd. Het verschil van € 75k is ontstaan, doordat vanuit de aangevraagde subsidie het BTW compensatiefonds gevoed moest worden.

Hierdoor zullen ook de begroting voor 2022 en 2023 worden aangepast met een neerwaartse bijstelling van € 75k. Project Kinderopvang gemeente Dordrecht en Zwijndrecht Dit project is deels gerealiseerd, ondanks de beperkte mogelijkheden tijdens de crisis. Het overschot wordt terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. Inmiddels is er de toezegging van de 2 gemeenten voor voortzetting van het project tot en met september 2022. Project verlengde ondersteuning regionale samenwerking GGZ, centrumgemeente Dordrecht Het project is niet gerealiseerd vanwege de beperkte mogelijkheden tijdens de crisis. Het bedrag van € 30k wordt overgeheveld naar 2022. Actieplan Jeugdwerkloosheid, Startersbeurs Er is nagenoeg geen gebruik gemaakt van de Startersbeurs door jongeren. Blijkbaar is hier momenteel geen vraag naar. Het overschot 2021 wordt terugbetaald aan de gemeente Dordrecht. Het contract met de Startersbeurs loopt 1 maart 2022 af. De afwikkeling van de ingezette startersbeurzen tot 1 maart 2022 worden afgerekend ten laste van het Participatiebudget 2022. Wsw, Drechtwerk Met de decembercirculaire 2021 is er een compensatie voor het opvangen van de exploitatietekorten door corona voor Sw-bedrijven beschikbaar gekomen van € 0,7 mln. Deze middelen worden bij de jaarrekening bij de gemeente opgehaald en afgerekend met Drechtwerk.

Vanaf 1 april 2021 wordt het detacheren van SW-ers, welke voorheen door de SDD werd gedaan, weer door Drechtwerk uitgevoerd. Het nadelige tekort op Detachering tot 1 april 2021 van € 66.000, is ten laste van het Participatiebudget gebracht. Impuls statushouders De realisatie van de financiën is in lijn met de begroting. Conform afspraak zijn de meerkosten Impuls Statushouders gefinancierd uit het Participatiebudget. Het betreft een bedrag van € 0,27 mln., dat is € 0,28 mln. minder dan gepland.

31

2.2.3.

Zorgen voor ondersteuning

Wat hebben wij bereikt? In de opgave Zorgen voor Ondersteuning staan drie ambities centraal, namelijk:  Kwalitatief, doelmatig en effectief ondersteunen met keuzevrijheid voor de inwoners  Mensgericht ondersteunen  Innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking aanjagen In 2021 hebben we ruim 18.000 meldingen behandeld van inwoners die een beroep hebben gedaan op Wmo-ondersteuning. In 2021 hebben bijna 23.000 unieke klanten gebruik gemaakt van een Wmovoorzieningen, met in totaal ruim 52.000 indicaties. De Wmo-consulenten zoeken tijdens de gesprekken naar een passende oplossing voor de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. In samenwerking met onze zorgaanbieders, met gemeenten en wijkteams hebben we gezorgd voor ondersteuning voor deze inwoners. Deze ondersteuning wordt voortdurend gemonitord op kwaliteit, doelmatigheid en effectiviteit door de contractmanagers. Bovendien wordt in samenwerking met de zorgaanbieders gezocht naar mogelijkheden om de ondersteuning te innoveren. Door deze ondersteuning hebben we een bijdrage geleverd aan de vergroting van zelfredzaamheid en participatie van de inwoners. Op deze manier hebben wij uitvoering gegeven aan de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden: Iedereen een zelfstandig en volwaardig bestaan.

Wat hebben wij daarvoor gedaan? Om de maatwerkondersteuning te realiseren voor de inwoners van de Drechtsteden hebben we het lopende proces van contact met de inwoners en indicatiestelling uitgevoerd, hebben we contacten met de leveranciers onderhouden en waar nodig nieuwe contractafspraken gemaakt. Daarnaast zijn we gestart met een intensivering van de samenwerking met gemeenten en wijkteams om de ondersteuning waar mogelijk te normaliseren en dichterbij de inwoner te organiseren. Deze ontwikkeling zullen we in het komende jaar verder voortzetten. Ontwikkelingen per voorziening We hebben het achterliggende jaar ook een aantal ontwikkelingen gezien op de verschillende voorzieningen. Die zullen we hieronder kort toelichten. In de ontwikkeling van de klantaantallen en de kosten op de Wmo zien we dat de groei in aantallen niet overal gelijkt loopt met de ontwikkeling van de kosten. Dit kan verschillende oorzaken hebben, deze zullen we hieronder per voorziening bespreken. Dagbesteding De klantaantallen komen vrijwel volledig overeen met de verwachte aantallen zoals die waren opgenomen in de uitgangspuntennotitie voor de begroting. We zien één grotere afwijking op de verwachte aantallen, namelijk bij de dagbesteding. De toename van het aantal klanten was ruim 11% ten opzichte van de verwachte 2%.

Hoewel dit procentueel een veel grotere toename is dan verwacht, hangt dit mogelijk samen met een grote daling van het aantal klanten Dagbesteding vorig jaar. Als we kijken naar de absolute aantallen zien we dat het aantal klanten Dagbesteding hersteld is naar het aantal op peildatum 31-12-2019. Individuele begeleiding Het aantal klanten individuele begeleiding is fors gegroeid. De groei is in lijn met de verwachting, en wordt vooral veroorzaakt door de ambulantisering in de ggz. Een zorgelijke ontwikkeling sinds de tweede helft van 2021 zijn de ontstane wachttijden, waardoor het soms enkele weken duurt voordat een klant gebruik kan maken van de geïndiceerde ondersteuning. De oorzaak van deze wachttijden ligt vooral in de krapte op de arbeidsmarkt, in combinatie met het hoge ziekteverzuim als gevolg van de coronamaatregelen. Samen met gemeenten en zorgaanbieders onderzoeken we mogelijkheden om de ondersteuning zoveel mogelijk te normaliseren. Dit doen we door de samenwerking met de wijkteams te intensiveren en te zoeken naar innovaties binnen de ondersteuning. Ontwikkelingen die een vlucht hebben genomen onder invloed van de coronamaatregelen zijn onder andere 'blended care'. Een combinatie van fysieke begeleiding en begeleiding op afstand via beeldzorg. De pilot met ASVZ heeft geleid tot positieve resultaten en komend jaar breiden we de pilot uit naar andere doelgroepen.

We verwachten dat 'anders 32

ondersteunen' ook een belangrijke bijdrage zal leveren aan de het waarborgen van de continuïteit van ondersteuning op langere termijn. Huishoudelijke ondersteuning De groei op huishoudelijke ondersteuning zet door in de lijn der verwachting. Naast de groei door de vergrijzing van de bevolking, de extramuralisering en de beweging van langer zelfstandig thuis wonen, is de belangrijkste oorzaak hiervoor het abonnementstarief eigen bijdrage. In het nieuwe regeerakkoord wordt vermeld dat de eigen bijdrage systematiek de komende periode wordt aangepast. Dit zal naar verwachting een dempend effect gaan hebben op de groei. Ook voor huishoudelijke ondersteuning geldt dat wachttijden zijn ontstaan als gevolg van coronamaatregelen en krapte op de arbeidsmarkt. We zijn met aanbieders in gesprek om te zoeken naar mogelijke oplossingen en zorgaanbieders verrichten hiervoor zelf ook veel inspanningen. Een concrete oplossing waarnaar gekeken wordt is het ontwikkelen van mensen met een participatiewet-uitkering naar duurzame banen in de thuiszorg. Collectief vervoer Het aantal klanten met een indicatie voor collectief vervoer is opnieuw fors gestegen. Dit lag in de lijn der verwachting. De grootste toename is zichtbaar onder de doelgroep 75+ (63% van de totale toename).

De belangrijkste oorzaak voor deze groei is de afschaffing van de algemene voorziening van collectief vervoer voor deze doelgroep. Een groot deel van deze doelgroep heeft na genoemde afschaffing een aanvraag ingediend op basis van een medische indicatie. De continuïteit van het collectief vervoer is door de uitval van personeel en de coronamaatregelen ook een punt van zorg. Zowel de uitval van chauffeurs als de uitval van planners zorgen voor druk op het collectief vervoer. Als tijdelijke maatregel is de reserveringstijd voor ritten verlengd van 1 uur naar 4 uur. Rolstoelen Een opvallende daling in de klantaantallen is het aantal klanten met een rolstoel. We zien al een aantal jaren een licht dalende trend, maar de verwachting is dat dit door de dubbele vergrijzing gaat ombuigen naar een lichte stijging. Deze verwachte ombuiging zien we vooralsnog niet in de cijfers. Coronamaatregelen De coronamaatregelen waren en zijn een dreigende factor in de dienstverlening en het leveren van ondersteuning. Met name aan het begin van het jaar en het laatste kwartaal zien we dat het voor aanbieders en leveranciers moeilijk is tijdig ondersteuning te bieden en voorzieningen te leveren. Daarnaast zien we een toenemende krapte in de arbeidsmarkt. Hierdoor ontstaan wachttijden voor cliënten en lange levertijden voor voorzieningen en aanpassingen.

Dit verklaart ook gedeeltelijk de afwijking tussen de groei van de aantallen en de achterblijvende groei van uitgaven. De sociale dienst is in gesprek met aanbieders en leveranciers en samen doen we er alles aan om de wachttijden tot een minimum te beperken. Dienstverlening De coronamaatregelen hebben het afgelopen jaar ook invloed gehad op de dienstverlening vanuit de Wmo-consulenten. De huisbezoeken zijn op enig moment noodzakelijkerwijs afgeschaald naar contact via de telefoon en beeldbellen. Inmiddels is deze dienstverlening weer opgeschaald en wordt in de meeste gevallen het gesprek gevoerd tijdens een huisbezoek. In gevallen waarin klanten liever geen bezoek ontvangen, en dit voor het onderzoek geen nadelige gevolgen heeft, wordt nog telefonisch geïndiceerd. Naast de coronamaatregelen hebben we in de tweede helft van 2021 te maken gehad met langere doorlooptijden voor de afhandeling van de meldingen. Personeelskrapte in combinatie met de toename van het aantal aanvragen heeft tot gevolg dat de wettelijke doorlooptijd in het laatste kwartaal niet in alle gevallen werd gehaald. In het eerste kwartaal 2022 is gestart met het inlopen van de achterstand en de verwachting is dat dit begin februari is opgelost doordat de formatie op orde is in relatie tot het aantal meldingen.

33

Voorziening

Standcijfer # klanten 31-12-2020

Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding

Prognose 2021 1) # klanten Groei % 31-12-2021

Realisatie 2021 # klanten Groei % 31-12-2021

7998

8590

7,4%

8555

7%

2554

2681

5%

2677

4,8%

Dagbesteding

991

1010

2%

1096

10,6%

Rolstoelen

2463

2487

1%

2370

-3,8%

2291

2405

5%

2359

3%

9821

10312

5%

10416

6,1%

449

484

8%

496

10,4%

Vervoer Scootmobielen Vervoer Drechthopper Woonvoorzieningen

aantal > 5% hoger dan prognose aantallen 1) Uitgangspuntennotitie 2020

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Opgaven

Actuele begroting 2021

Realisatie 2021

Afwijking Fin. effect

Lasten Zorgen voor ondersteuning

Apparaat zorgen voor ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning Hulpmiddelen Begeleiding en kortdurend verblijf Innovatiereserve leertuinen SDD Vervoer

70.277 6.807 23.265 4.557 27.780 7.868

Baten 70.125 6.654 23.265 4.557 27.602 178 7.868

Saldo -153 -153 -178 178 -

Lasten 69.459 6.763 22.448 4.503 27.753 7.992

Baten 70.106 6.701 23.307 4.578 27.663 178 7.679

Saldo 647 -63 859 75 -89 178 -313

Lasten -818 -44 -817 -54 -27 124

Baten -18 47 42 21 61 -189

Saldo 800 90 859 75 89 -313

-90 -90 -

gemeenten 710 0 859 75 89 -313

Toelichting: Het verwachte effect voor gemeenten (resultaat lasten en baten) op de Wmo bij deze jaarrekening bedraagt in totaal circa € 0,7 miljoen positief. Als gevolg van lokaal meer-minder gebruik kan het individuele resultaat per gemeente onderling verschillen. Huishoudelijke ondersteuning Het voordeel komt grotendeels voor rekening van de huishoudelijke ondersteuning, waarbij als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt niet alle afgegeven indicaties zijn verzilverd. Bij de 2e bestuursrapportage 2021 is dit probleem al eerder besproken, waarbij we hebben aangegeven dat het onzeker is of de zorgaanbieders op korte termijn erin zullen slagen om voldoende personeel te werven. Inmiddels is duidelijk dat dit niet altijd lukt, waardoor circa € 0,8 miljoen minder is uitgegeven aan huishoudelijke ondersteuning dan aanvankelijk werd begroot. Hulpmiddelen Naast deze onderbesteding houden we op he tonderdeel hulpmiddelen circa € 0,1 miljoen over. Vervoer Bij het collectieve vervoer met de Drechthopper bleef het aantal verreden ritten achter op de begroting, waardoor circa € 0,2 miljoen minder aan inkomsten eigen bijdragen is ontvangen. Door de inkoop van tijdvakken beschikbaarheid Drechthopper, in plaats van af te rekenen per verreden rit, heeft de daling van het aantal ritten niet minder lasten tot gevolg.

Op het individuele vervoer (zoals scootmobielen, bijzondere fietsen, etc.) zien we een lichte overschrijding van de begroting met circa € 0,1 miljoen.

34

Begeleiding De voorziening Begeleiding (individueel en dagbesteding) sluit het jaar af met een positief resultaat van € 0,1 miljoen. In de lasten Begeleiding is een bedrag verwerkt van circa € 0,1 miljoen aan Corona meerkosten, € 0,5 miljoen aan tegemoetkoming omzetderving Corona 2020/ 2021 (continuïteit van financiering) en nog € 0,1 miljoen compensatie transformatie dagbesteding. Wel moet rekening worden gehouden dat enkele zorgaanbieders dagbesteding hun declaraties meerkosten Corona nog zullen indienen. Door de 1,5-meter maatregel is noodgedwongen de groepsgrootte van de dagbesteding teruggebracht. Momenteel zijn we in afwachting van een nadere toelichting van het ministerie welke specifieke meerkosten dagbesteding mogen worden gedeclareerd. De landelijke regeling is hierover niet op alle onderdelen even duidelijk. In de decembercirculaire 2021 zijn de Drechtstedengemeenten met een bedrag van circa € 0,4 miljoen gecompenseerd door het Rijk voor eventuele meerkosten als gevolg van Corona. Dit bedrag is niet door de SDD opgehaald.

2.2.4.

Bedrijfsvoering SDD

Wat hebben wij bereikt? Het werk van de SDD is het afgelopen jaar geraakt door de voorbereiding op de transitie per 1 januari 2022. Vanaf dat moment is de Sociale Dienst verder gegaan als GR Sociaal. Mede door de inzet van de medewerkers van de Sociale Dienst hebben alle raden tijdig ingestemd met het aangaan van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GR Sociaal) en het uittreden uit de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD). Dat heeft ertoe geleid dat de transitie per 01-01-2022 een feit is. Voor de Sociale Dienst was 2021 ook nog steeds een jaar dat in hoge mate werd beïnvloed door Covid-19. De dienstverlening langs de drie opgaven bestaanszekerheid versterken, ontwikkelen naar werk en zorg voor ondersteuning liep zo veel als mogelijk gewoon door. Enkele aansprekende voorbeelden van die dienstverlening zijn dat de TONK in 2021 is opengesteld, dat de SDD de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Wet Inburgering succesvol heeft afgerond en dat de SDD begonnen is met hulp te bieden aan de gedupeerden van de Toeslagenaffaire. In 2022 kent de Sociale Dienst weliswaar een andere bestuurlijke aansturing met een AB en DB, maar de ambities blijven even hoog! Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Opgaven

Actuele begroting 2021 Lasten

Baten

Realisatie 2021

Afwijking

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

209

-21.156

21.972

892

-21.080

607

683

21.972

683

-21.289

607

209

209

-

Overhead

21.365

Apparaat overhead

21.365

-

-21.365

Innovatiereserve SDD

-

209

209

-

Lasten

Baten

Fin. effect Saldo 76

-76

683

76

-76

-

-

-

gemeente n 0 0 -

Toelichting: Voor de apparaatskosten over alle opgaven geldt een voordelig resultaat van € 446.000. Bij de 2e bestuursrapportage was reeds de verwachting dat de apparaatskosten binnen de begroting zouden blijven. Aan het Algemeen bestuur wordt voorgesteld om dit bedrag toe te voegen aan een bestemmingsreserve ter dekking van de kosten die in 2022 gemaakt moeten worden voor de uitvoering van de Tozo.

35

2.3.

Bedrijfsvoering

2.3.1.

Ingenieursbureau Drechtsteden

Wat hebben we bereikt? Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD) verzorgt voor de deelnemers het ontwerp, aanbesteding en realisatie van de openbare ruimte in de Drechtsteden. Met de technische ingenieursexpertise en lokale/regionale gebiedskennis biedt het IBD versterkt en verlengd opdrachtgeverschap voor gemeenten richting marktpartijen. Het IBD is een publieke organisatie en komt op voor de publieke belangen van de eigenaren.

In 2017 is in samenspraak met de eigenaren het Ondernemingsplan 2018-2020 opgesteld. Dit ondernemingsplan beschrijft de ontwikkelrichting van het IBD voor de komende jaren. De eigenaren hebben aangegeven dat de bestuurlijke uitgangspunten nog steeds van toepassing zijn en geen wijziging behoeven. Daarom was het ondernemingsplan ook in 2021 van toepassing. Het werken bij een publiek ingenieursbureau is continu aan verandering onderhevig. Tekeningen samenstellen, ontwerpen in twee, drie (of vier) dimensies en modelleren samen met burgers en stakeholders zijn ontwikkelingen die de komende jaren een grote vlucht zullen nemen. Grote sociale en technologische veranderingen zullen het ingenieurswerk sterk veranderen. Zowel de impact van nieuwe technologie, als de snelheid waarmee deze zich ontwikkelt, zal niet aan het IBD voorbij gaan. Belangrijke ontwikkelingen voor het IBD zijn:  Omgang met burgers Nieuwe plannen en initiatieven worden in vroeg stadium besproken met bewoners. Soms komen de ideeën van de bewoners. Door bewoners actief te betrekken, te participeren, heeft een plan een grotere kans van slagen. Tijdens de aanleg worden bewoners actief geïnformeerd. Bij grote projecten wordt gebruik gemaakt van een omgevings-app, waarbij bewoners informatie over het project kunnen opzoeken en vragen kunnen stellen.

 Circulaire economie en klimaatadaptatie Omdat bouwstoffen schaars zijn wordt bekeken of vrijkomende materialen geschikt zijn voor hergebruik, of tot bouwstof kunnen worden afgebroken. In onze projecten wordt hieraan veel aandacht gegeven. Klimaat veranderingen zijn ook in onze regio merkbaar; hitte en hevige regenbuien komen steeds vaker voor. In de (her)inrichting van onze woonomgeving houden we hiermee rekening, zodat het woongenot ook in de toekomst kan worden aangeboden. 36

 Driedimensionaal ontwerpen, tekenen en modelleren Door nieuwe technieken zijn we in staat ontwerpen virtueel na te maken. Je kijkt of 'loopt' in de nieuwe straat. Hiermee creëren we de nieuwe situatie die je begrijpt. Een bijkomend voordeel is dat je ziet of een ontwerp ook maakbaar is.  Automatisering, ICT, opendata en sensor netwerken Data gedreven werken is het werken van de toekomst. De hoeveelheid dagelijks gecreëerde data, mate van toegankelijkheid hiervan en beschikbaarheid van data analysesoftware, creëren nieuwe mogelijkheden om data in te zetten. Data is een strategisch middel geworden. Indien optimaal ingezet, draagt dit bij aan een effectievere organisatie en betere dienstverlening. Daarom zijn we bij het IBD met MS Power BI gestart voor ondersteuning in de bedrijfsvoeringstaken voor de projectregisseurs en het management.  Personeel: van externe naar interne flexibiliteit De belangrijkste basis van ons bureau zijn onze medewerkers. We vinden het belangrijk dat hun kennis en vaardigheid optimaal kan worden ingezet. Door opleiden en coachen bieden we kans voor ontwikkeling. Door deze aandacht groeit de betrokkenheid en bevlogenheid.  Duurzame inzetbaarheid medewerkers Instrumenten die we bij het IBD toepassen zijn onder meer; Persoonlijk Ontwikkel Plan-gesprekken, Werk-Energie Analyse. Talent motivatie analyse.

Ook tijdens de individuele gesprekken met de medewerkers geven we aandacht aan hun inzetbaarheid. Door middel van de Strategische Personeels Planning (SPP) voeren we de ze ambities ook uit. In 2021 zijn 8 medewerkers binnen het IBD van functie gewisseld. Wat wilden we bereiken? Voor dit jaar blijven de vier thema's (ontwikkelopgaven), welke eveneens spelen bij de eigenaren, centraal staan in de ontwikkeling van het IBD. Te weten; - Bouw Informatie Model (BIM); 3D ontwerpen en modelleren - Klimaatadaptatie en klimaatbestendig ontwerpen - Circulair ontwerpen en materiaalgebruik - Data gestuurd werken Het IBD sluit aan bij de regionale ontwikkelopgaven en levert expertise bij de uitwerking van de thema's. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het kennisnetwerk van marktpartijen en verbonden ingenieursbureaus. Het IBD is een wendbare organisatie met betrokken, betrouwbare en bevlogen medewerkers. Samen met onze partners ontwikkelen, realiseren en onderhouden wij de omgeving van morgen. De missie van het IBD, met nadruk op de publieke rol van het IBD, blijft van toepassing: Het IBD is een publiek ingenieursbureau dat staat voor het publieke belang op de complexe markt van civiele techniek. Wat hebben we daarvoor gedaan? Als primaire taak voert het IBD per jaar ongeveer 250 projecten uit in de openbare ruimte voor onze opdrachtgevers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/506/documents/17419