RIB 27 - BIJLAGE 2 Bijlage 6 b Regionale Investeringsagenda Hart van Brabant
Tekst van het document
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
27
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
28
2.4 Pijler Mobiliteit
De groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen betekent ook een groei van de mobiliteit. De verbetering van de doorstroming en aanpak van knelpunten is nodig om de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio te garanderen. Tegelijkertijd is het nodig om de uitbreiding van woon- en werklocaties - en bijbehorende regionale voorzieningen, zoals (onderwijs, zorg, cultuur en winkels,op een slimme en duurzame manier met elkaar te verbinden. Speciaal aandachtspunt in onze regio vormen de twee grote attractieparken op het gebied van leisure, die jaarlijks miljoenen bezoekers trekken. Dat is alleen mogelijk door het intraregionale mobiliteit- en OV-systeem naar een niveau hoger te tillen en de frequentie te verhogen. In de regio Midden-Brabant ontbreekt een aantal belangrijke schakels. Het opheffen van deze ontbrekende schakels door de aanleg van nieuwe infrastructuur versterkt het daily urban system. En de agglomeratiekracht wordt versterkt doordat bovenlokale functies in tijd sneller bereikbaar worden gemaakt. Dit gebeurt overigens niet op basis van meer van hetzelfde, maar door te kijken naar een beter kwalitatief niveau met nieuwe bereikbaarheidsconcepten, zoals Mobility as a Service (MAAS) en deelvervoer.
Hoogwaardig openbaar vervoer tussen stad en woonkernen en een fijnmazig netwerk van snelfietspaden zijn onontbeerlijk, mede door het groeiende aantal E-bikes in de woon-werkverplaatsingen. Aparte status hebben de ‘niet noodzakelijke verplaatsingen’ voor sociale, sportieve en recreatieve doeleinden. Voor Midden-Brabant met haar vele bezoekers aan leisure en verblijfsaccommodaties is het op peil houden van een goed functionerend recreatief fietsnetwerk ook van groot belang. Meer aandacht is nodig voor de aanleg van autoparkeervoorzieningen buiten de poorten van de natuurgebieden. Daarnaast is de logistieke bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt in onze regio. Met name rond Tilburg en Waalwijk zijn er sterke concentraties van logistiek en (maak)industrie. Dit maakt onze regio tot nationale hotspotregio op het gebied van logistiek. Aandacht voor de corridorbenadering is hierbij essentieel: de corridor stopt niet bij de grens. De ambitie is gericht op versterking van de vervoersketen tussen Rotterdam en Venlo met goede doorstroming/verkeersafwikkeling. De Brabant Corridor als bundel van intermodale verbindingen - weg, water, rail, buis en luchtverkeer met verbindingsknopen. Hierbij zoeken we naar de juiste balans tussen economie en duurzaamheid. Voor het goederenvervoer wordt hierbij gestreefd naar verbetering van de multimodale bereikbaarheid.
Vervoer over water en de koppeling hiervan met bedrijventerreinontwikkeling vormt daarin een belangrijk speerpunt. Hiervoor is een goede bereikbaarheid van de nieuwe haven in Waalwijk (direct aan de Maas) en de insteekhaven Loven in Tilburg voor grotere schepen - bij voorkeur klasse IV-schepen - via het Wilhelminakanaal van essentieel belang. De trimodale overslag op Loven fungeert daarbij als aanjager naar de hele regio. In Waalwijk moet de verbinding met de nu ontbrekende modaliteit OV/spoor worden onderzocht. Belangrijke corridors - voor personen- en goederenvervoer - zijn de snelwegen A58, A59 en de A65/N65, de spoorlijnen (tussen Breda en Den Bosch/Eindhoven, o.a. Brabantroute) en de waterwegen (o.a. Bergsche Maas, Wilhelminakanaal). Daarnaast vormt de N261 tussen Tilburg en Waalwijk een belangrijke verbinding (incl. de snelfietsroute). Toerisme speelt een belangrijke rol, met publiekstrekkers als de Efteling, Beekse Bergen, Loonse en Drunense Duinen en de binnenstad van Tilburg. Wat betreft werkgelegenheid spelen de bedrijventerreinen rond Waalwijk (Haven) en Tilburg (o.a. Vossenberg, Kraaiven en - in de toekomst - Wijkevoort) een grote rol.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
30
De ambitie is om een “30-minutenregio” te worden, waarin je je van noord naar zuid of oost naar west duurzaam van de ene naar de andere woon- of werklocatie of regionale voorziening kunt verplaatsen. Op regionale schaal is er in dat opzicht sprake van een dubbele mobiliteitsopgave. De mobiliteitstransitie die de regio nastreeft is gericht op het leefbaar en bereikbaar houden van de regio. Daarnaast zijn er in het Klimaatakkoord ook afspraken gemaakt over de bijdrage aan de CO2-reductie vanuit mobiliteit, die in de regionale mobiliteitstransitie worden meegenomen. Dit betekent dat de regio inzet op een verandering van het mobiliteitsgedrag. Het coronatijdperk heeft het afgelopen jaar laten zien dat enorme reducties van de automobiliteit mogelijk zijn en op die ontwikkeling wil de regio voortbouwen. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat onder meer het volgende: Belangrijk knelpunt in de regio is de multimodale bereikbaarheid van de bedrijvigheid rondom Waalwijk en de Efteling met zijn miljoenen bezoekers per jaar. Zeker na de goedgekeurde uitbreiding van de Efteling en met de ambitieuze plannen vanuit Waalwijk is dit een belangrijke prioriteit, die ook vraagt om slimme oplossingen. We verkennen momenteel welke HOV-oplossingen hiervoor haalbaar zijn, inclusief een light-railverbinding tussen Tilburg - Waalwijk Den Bosch.
Station Berkel-Enschot kan als ‘het nationale leisure’-station gaan dienen, mits daarbij ook volop aandacht is voor verbeterde aansluiting per HOV (en dus voor- en natransport). Vanuit de omgeving vraagt het terugdringen van de versnippering en doorsnijding van gebieden door (snel)wegen nog behoorlijke investeringen, met name rondom Tilburg. De Regionale Mobiliteits Agenda (RMA) Op basis van onze beleidsagenda mobiliteit (2021-2024) hebben we samen met de provincie een Regionale Mobiliteits Agenda (RMA) opgesteld, waarin de gezamenlijke opgaven zijn geformuleerd voor de periode 2021-2023. We werken met vijf deelprogramma’s: Schoon, stil en gezond; Veilig; Inclusief; Robuust en betrouwbaar; Slim en efficiënt. In de RMA wordt op basis van mobiliteitskenmerken onderscheid gemaakt tussen drie typen gebieden: - dynamische gebieden, waarin gedurende de hele dag sprake is van een substantiële hoeveelheid mobiliteit; - piekgebieden, die worden gekenmerkt door het feit dat er op enkele momenten op de dag sprake van verkeersdrukte (ochtend- en avondspits); - laagdynamische gebieden, waarin het aantal verkeersbewegingen beperkt en gespreid is.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
31
Een belangrijke opgave voor de mobiliteitstransitie is om voor deze gebiedstypen passende, duurzame en robuuste mobiliteitsoplossingen te ontwikkelen. Hierbij moet het systeem van automobiliteit in de regio toekomstgericht en duurzaam worden doorontwikkeld met oog voor de leefbaarheid van de stad en de dorpen en de bereikbaarheid in de regio. De mobiliteitshubs zijn daarvoor cruciaal. Tegelijkertijd moet de sociale en economische waarde van het HOV-netwerk van voorsteden en achterliggende kernen en dorpen worden versterkt en moet het mobiliteitssysteem voor langzaam verkeer fijnmaziger gemaakt worden, onder andere door het (snel)fietsnetwerk uit te bouwen. We willen met de RIA in het bijzonder inzetten op de synergie tussen wonen en werken en mobiliteit, als verbindende schakel. De woningbouwopgaven willen we grotendeels dicht bij stations, werklocaties, mobiliteitshubs en vervoersassen realiseren. Bestaande werklocaties worden uitgebreid en nieuwe ontwikkeld. Naast de hierboven genoemde investeringen voor de interne (intraregionale) bereikbaarheid moet óók het mobiliteitssysteem voor externe bereikbaarheid slim en duurzaam meegroeien. Dit vraagt om een toenemende verantwoordelijkheid van werkgevers ten aanzien van het ‘meedenken/meedoen/mee-investeren’ in hoe werknemers zich kunnen/zouden moeten verplaatsen tussen wonen en werken.
Hierbij gebruiken we de ervaringen van Smartwayz.nl. En last but not least willen we bezien wat thuiswerken kan bijdragen. Zeker nu we door de coronapandemie beter weten wat de mogelijkheden daarvan zijn. Behalve met de verbindende kracht van het spoor zal er ook rekening gehouden worden met de nadelige impact ervan, zoals het doorsnijden van gebieden (barrièrewerking), spoorwegovergangen die (te) vaak dicht zijn, geluidsoverlast en risicocontouren voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Enerzijds kan dat door het vervoerssysteem van de regio Midden-Brabant interregionaal beter te laten aansluiten op dat van de regio Breda (west) door middel van: ● HOV-lijnen inclusief investeringen in light-rail; ● Station Berkel - Enschot; ● Aanpak knooppunt Hooipolder; ● Ontwikkeling snelfietsroutes: de komende jaren wordt er gebouwd aan snelfietsroutes in Brabant. Brabant heeft het doel om complete routes van A naar B aan te leggen en zo verbindingen op grote afstand te maken. In ieder geval tussen de vijf grote Brabantse steden, maar ook tussen de middelgrote steden en de dorpen. Op deze kaart staan geplande snelfietsroutes. Hiermee ontstaan er vanuit Tilburg en Waalwijk snelfietsroutes naar diverse omliggende steden en dorpen, bijvoorbeeld tussen Tilburg en Waalwijk, tussen Waalwijk en ‘s-Hertogenbosch en tussen Tilburg en Breda via Rijen.
Anderzijds kan de impact gunstig worden beïnvloed door de (inter)nationale bereikbaarheid te verbeteren. Hiervoor zoekt de RIA aansluiting bij het Toekomstbeeld OV 2040 en het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Voor de regio zijn in dit opzicht de volgende investeringen van belang: Bereikbaarheid landelijk gebied Vanuit het mobiliteitsbeleid en het regionaal mobiliteitsplan 2021 wordt tevens aandacht besteed aan de mobiliteit en bereikbaarheid van het landelijk gebied. Mobiliteit speelt in het landelijk gebied een belangrijke rol in de leefbaarheid. Door spreiding en volume van de vervoersvraag ligt hier vervoersarmoede op de loer, waardoor sociale ongelijkheid kan toenemen en verduurzamingskansen verkleinen. De regio probeert dit te voorkomen door onder andere het fietsnetwerk uit te bouwen, nieuwe concessies in het OV aan te gaan, bereikbaarheid van steden vanuit de dorpen op de agenda te houden, de uitwerking van gebiedsgerichte slimme mobiliteit en door knelpunten in het regionale wegennet aan te pakken, zoals op het gebied van veiligheid. We benutten de opgedane kennis en ervaringen vanuit SmartwayZ.NL graag en zien nog veel mogelijkheden om met slimme oplossingen en meer data gericht te komen tot fijnmazige oplossingen voor bereikbaarheidsproblemen.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
32
Gebiedsoverstijgende infrastructurele voorzieningen Voor het realiseren van de verschillende ambities zijn ook investeringen in bovenregionale infrastructurele projecten nodig, zoals buisleidingen en de energie-infrastructuur. Omdat het hierbij om grote investeringen gaat die grotendeels vanuit de markt en andere partijen gefinancierd moeten worden vermelden we deze hier apart. Voor alleen al het buisleidingentraject Delta Corridor, als onderdeel van de verbinding Rotterdam - Chemelot / Duitsland gaat het om ca. € 1,8 miljard. Het belang voor milieu, externe veiligheid en economie is groot en deze investering zal een positieve impact hebben op veel andere investeringen. Deze bedragen zijn niet opgenomen in de investeringsoverzichten van een van de pijlers. Het gaat voor de pijler Mobiliteit om investeringen in: Mobiliteitshubs (€ 251 - 336 miljoen) ● Openbaar vervoer (€ 1,4 - 1,7 miljard) ● Smart Mobility (€ 37,5 - 62,5 miljoen) ● Snelfietsroutes/regionaal ● fietsnetwerk (€ 124 -182 miljoen) Snelwegen en provinciale wegen (€ 1,1- 1,7 miljard) ● Vervoer over water stimuleren (€ 103 - 132 miljoen) ● Wegen t.b.v. woningbouw, ● economie en/of groen-blauw (€ 130 - 212 miljoen)
De benodigde investeringen voor de pijler Mobiliteit worden vooralsnog ingeschat op € 3,1 tot 4,3 miljard.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
33
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
34
2.5 Pijler Klimaatadaptatie en Energie
In de REKS Hart van Brabant is het bod voor de Regionale Energie en Klimaatstrategie uitgebracht. In dit plan bouwen we hierop voort. De REKS omvat drie hoofdlijnen: Grootschalige opwek elektriciteit Een regionale structuur warmte Gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie Daarbij wordt een brede aanpak gekozen, met aandacht voor participatie, energiebesparing, innovaties en de organisatie ervan, zoals met behulp van energieloketten. De energietransitie is erop gericht om in 2050 volledig met duurzame energiebronnen te voorzien in onze energiebehoefte. Dit is nodig, niet alleen om de CO2-emissies te verkleinen, maar ook om de negatieve effecten van gaswinning (bodemdaling) te stoppen. Hiervoor zijn op rijksniveau doelen gesteld, waaraan de regio wil bijdragen. Om de energietransitie aan te pakken is een omslag in de energieproductie noodzakelijk en zijn aanpassingen aan de energie-infrastructuur nodig. Dit vraagt ruimte. Naast de aandacht voor de aanpak aan de bron, is ook aandacht en ruimte nodig om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. De risico’s van schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer nemen snel toe. Om deze risico’s te verminderen en te kunnen opvangen zijn maatregelen nodig in de fysieke leefomgeving. Klimaatadaptatie vraagt een goede inrichting van onze fysieke leefomgeving, die bestand is tegen de gevolgen van de klimaatverandering.
Dit betekent dat we bij ontwikkelingen voldoende ruimte behouden en reserveren voor (toekomstige) waterveiligheidsmaatregelen en het duurzaam en efficiënt gebruiken en beheren van zoetwater. Behalve water vormt ook hittestress in toenemende mate een aandachtspunt. Ook door hittegolven en langdurige droogteperiodes ontstaan risico’s op schade en slachtoffers. Bij de ontwikkeling en inrichting van gebieden nemen we klimaatadaptiemaatregelen direct mee (als ontwerpopgave) en toetsen we ze op de gevolgen voor klimaatbestendigheid. De klimaatonderlegger wordt als basis gebruikt bij de keuze van de ontwikkelingen en de bepaling van kansrijkheid van maatregelen. Concrete maatregelen zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda Klimaat. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat onder andere het volgende: Grootschalige opwek elektriciteit in de REKS We willen in de toekomst, zonder dat het ten koste gaat van ons Brabantse landschap, met wind- en zonne-energie voldoende elektriciteit opwekken, waarvan iedereen (financieel) moet kunnen profiteren. Voor de duurzame opwek van elektriciteit ligt er tot 2030 nog een opgave op 451 miljoen kWh. Dat komt neer op ongeveer 50 kleinere of 30 grote windmolens, 450 hectare zonnevelden of een combinatie daarvan. Hiervoor zijn in REKS-kader inmiddels keuzes gemaakt.
De doelstelling van de regio om met 1.000 miljoen kWh bij te dragen aan de landelijke doelstelling wordt behaald, doordat er al 549 miljoen kWh. aan duurzame opwek gaat plaatsvinden. De grootste bijdrage komt vanuit zon op daken. Dat wordt aangevuld door duurzame opwek vanuit windmolens en zonnevelden die al geplaatst zijn of waarvoor een vergunning verleend is. In de REKS zijn energiehubs opgenomen voor de grootschalige opwek van elektriciteit bij Spinder, De Baars, twee in Waalwijk, Wijkevoort, Vossenberg/Kraaiven, Kattenberg en Heusden. Het is belangrijk deze energiehubs te realiseren. Bij deze hubs gaat het niet alleen om opwek van energie, maar ook om opslag van energie en omzetting naar warmte en/of moleculen (zoals waterstof).
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
36
Een regionale structuur warmte in de REKS Bij de regionale structuur warmte gaat het om verduurzaming van de gebouwde omgeving wat betreft de warmte- (en koude)behoefte. De regionale structuur warmte richt zich op het slim combineren van vraag en aanbod. Om deze koppeling tot stand te brengen wordt een bovenregionaal warmtenet overwogen, met als vertrekpunt het huidige Amernet. Het warmtenet richt zich vooral op bestaande bebouwing. Het uitgangspunt/de opgave voor nieuwbouw is dat deze minimaal energieneutraal wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt er onder andere in Tilburg-Zuid geïnvesteerd in een warmte-koudenet tussen het Elisabeth Ziekenhuis en Stappegoor. Gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie in de REKS De klimaatadaptatie is erop gericht dat we ons gedrag en onze omgeving aanpassen aan het veranderende klimaat. We doen dat op vier thema’s: - Verminderen van overstromingsgevaar; - Tegengaan van wateroverlast; - Tegengaan van verdroging; - Tegengaan van hittestress. We hebben gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij belangrijke actoren in die gebieden betrokken zijn. De processen in de gebiedsopgaven hebben geleid tot een integrale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie waarin verschillende projecten zijn opgenomen die tot uitvoering moeten worden gebracht. Op basis van de klimaatonderlegger en stresstesten zijn er zes gebiedsopgaven gedefinieerd: 1.
Brongebied - doorlatende en deels ondoorlatende zandgronden - Beekdalen en flanken 2. Systeem Voorste stroom - Beekdalen en flanken hoge doorlatende zandgronden 3. Beekdal Donge-systeem - Laagland Beekdalen en flanken 4. De woeste gronden (Landschapspark Pauwels) - Beekdalen en flanken - hoge doorlatende zandgronden 5. Landbouwgebied jonge ontginningen - laagland 6. Overstromingsgebied van de Maas - laagland Overige aspecten: Regionaal ontwikkelbedrijf De regiogemeenten onderzoeken samen met de provincie de vorming van een regionaal publiek ontwikkelbedrijf in combinatie met een regionaal klimaatfonds. Dit ontwikkelbedrijf en klimaatfonds zijn bedoeld voor de ontwikkeling van de energiehubs en de realisatie van de klimaatopgaven uit de REKS. Energiebesparing in de gebouwde omgeving Energiebesparing is heel belangrijk in de energietransitie. Energie die we niet verbruiken hoeven we immers ook niet op te wekken. Daarom werkt Hart van Brabant met een intensief energiebesparingsprogramma gericht op de gebouwde omgeving. Doel is om in 2030 20% energie te besparen en in 2050 zelfs 50% van het huidige gebruik. Daarvoor wordt ondersteuning geboden aan bewoners en eigenaren om hun woningen en gebouwen te isoleren en wordt het plaatsen van zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen gestimuleerd.
We werken toe naar een regionaal klimaatloket voor ondersteuning van lokale klimaatloketten.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
37
Het energiebesparingsprogramma richt zich op alle woningen, zowel van particulieren als van woningcorporaties, commerciële verhuurders en VVE’s. Maar we kijken ook naar bedrijfs- en kantoorpanden en maatschappelijk vastgoed, zoals scholen, ziekenhuizen en sportclubs. Via lokale Green Deals gaan we bovendien afspraken maken over energiebesparing, zoals bij de Green Deals voor bedrijventerreinen, en het plaatsen van zonnepanelen op daken. Tot slot gaan we via werksessies het uitwisselen van kennis en innovaties tussen partijen als overheden, energiecoöperaties, woningcorporaties en het bedrijfsleven versterken. Het gaat dan om investeringen in: Hernieuwbare Energie ● Klimaatadaptatie ● Overig ● Warmte ●
(€ 497 - 699 miljoen) (€ 225 - 277 miljoen) (€ 163 - 200 miljoen) (€ 2,4 - 3,2 miljard)
De benodigde investeringen voor de pijler Klimaat en Energie worden vooralsnog ingeschat op € 3,3 tot 4,4 miljard.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
38
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
39
3. Gebiedsgerichte en gemeenteoverstijgende aanpakken (clusters van ingrepen) Binnen Hart van Brabant gaan we vanuit een aantal gebiedsgerichte aanpakken concreet invulling geven aan de integrale opgavegerichte werkwijze. De gebiedsgerichte aanpakken die in deze RIA benoemd zijn zien we als een ordeningsinstrument voor projecten en opgaven, en zijn niet bedoeld als werkvorm. In het verleden hebben we al geoefend met gebiedsgericht werken in de Integrale gebiedsopgaven Loonse en Drunense Duinen en schil, de N261/N269 en de A58-zone. Deze waren toen meer ingezet als werkvorm. Dat is bij de gebiedsgerichte aanpakken in dit document vooralsnog niet van toepassing. In de gebiedsgerichte aanpakken in deze RIA komen de ambities en projecten van de hiervoor genoemde vijf pijlers bij elkaar. Door de verbinding, zowel ruimtelijk als qua werkwijze met de verschillende betrokken partners, in deze gebiedsgerichte programma’s te zoeken worden kansen op synergie helder en wordt duidelijk waar nog keuzes te maken zijn. In bijlage 4 (# Hoedan?) is beschreven vanuit welke uitgangspunten we invulling willen gaan geven aan de integrale/gebiedsgerichte aanpak. In nauwe samenwerking met de ROA werken we dit de komende tijd verder uit en komen we tot een nadere prioritering.
Daarbij hebben we ook oog voor de onderlinge samenhang, omdat de gebieden onderling verschillende accenten kennen en gezamenlijk moeten bijdragen aan de brede welvaart in de regio. Voor een aantal regio-overstijgende projecten, zoals buisleidingen en andere grote infrastructurele projecten en energie, zullen we gezamenlijk vanuit SRBT aandacht vragen bij de Provincie en het Rijk. De regionale gebiedsgerichte aanpakken waarmee lokale plannen verbonden worden zijn:
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
40
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
41
Toelichting op de gekozen gebieden en de belangrijkste opgaven per gebied: 1.
Spoorzone
In deze dynamische gebieden ontstaan nieuwe kansen voor de stedelijke ontwikkelingen en de kenniseconomie, in nauwe verbinding met de bredere regio en vooral ook met andere steden. Elementen zijn: economische ontwikkeling, met innovatieve/interactieve milieus, en stedelijke vormen van wonen gekoppeld aan ov (met aandacht voor de last mile), in combinatie met versterking van cultuurhistorische ontwikkelingen. Binnen Hart van Brabant: ●
●
●
Ontwikkeling Tilburg Centrum en Universiteit Tilburg (Kenniskwartier): versterking op gebied van kennisontwikkeling, waarbij de synergie tussen overheid/onderwijs en ondernemers wordt versterkt. En station Reeshof: combinatie woningbouw, voorzieningen, parkeren, openbare ruimte; Gilze en Rijen: herinrichting van het station en de ontwikkeling van het stationsgebied, de doorontwikkeling van Gate2 in combinatie met de nieuwe onderdoorgang in dat gebied en nieuwe onderdoorgang N631 (Vijfeikenweg); Oisterwijk transformatie van het gebied rondom het station en de doorontwikkeling van het KVL-terrein tot nieuw creatief en innovatief milieu).
Hierbij kijken we ook over onze regiogrens heen en maken we de link met Breda / Etten-Leur etc. (Relatie SRBT) Opgaven bij alle spoorzones zijn: 1. Een goede relatie leggen tussen het station en de te ontwikkelen gebiedsopgaven: een combinatie van economische ontwikkeling (stedelijke economie en ‘creatieve industrie’), vormen van wonen gekoppeld aan ov, met aandacht voor de last mile en andere vormen van vervoer (MAAS) in combinatie met versterking van cultuurhistorische ontwikkelingen. 2. Realiseren van een meer stedelijke vorm van bouwen., Dit betekent bouwen in hogere dichtheden, voor doelgroepen die behoefte hebben aan stedelijkheid/dynamiek en voorzieningen nabij. 3. Onderlinge concurrentie tussen de spoorzones voorkomen; inzetten op onderlinge complementariteit. Vanuit deze knooppunten innovatie en andere vormen van gebruik stimuleren (Mobility as a Service (MAAS). Spoorzone Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
4.856
Basis: Landschap, Water en Bodem
70
Economie en Leisure
95
Mobiliteit
1.523
Totaal
6.544 miljoen euro
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
42
2.
A58-zone (Integrale gebiedsopgave A58)
Deze integrale gebiedsopgave vertelt het verhaal van de A58 – ‘parkway’ door het Brabantse Landschap met daarbij verschillende zones en knopen: ● ● ● ● ● ● ● ●
Zone Breda-Gilze: het Brabants Mozaïeklandschap in volle glorie. Knoop Gilze: kennismaking met de aantrekkelijke, innovatieve en duurzame regio. Zone Gilze-Goirle: Het gebied tussen stad en land. Knoop Goirle: het kruispunt van natuurlijke rust en stedelijke dynamiek. Zone tussen Tilburg en Goirle: de verrassende ontmoeting van dorp en stad. Knooppunt De Baars en Kattenberg: ontwikkelen als energiehub Zone knooppunt de Baars-Moergestel: Brabantse natuur beleefbaar. Zone ten oosten van Moergestel: blauwe aders door een open landschap.
Via deze aanpak wordt de uitstraling van de weg en het omliggende gebied geüpgraded tot belangrijke ‘ruggengraat’ voor Brabantstad. Denk hierbij zowel aan woningbouw als bedrijventerreinen, zoals een regionale bedrijven-knoop met Broekakkers, Midden Brabantpoort, Wijkevoort en Nerhoven. Het gaat ook om het verder vormgeven van de Energiecorridor A58 in combinatie met InnovA58, zodat in combinatie met de verbreding van de A58 grootschalige opwek van duurzame energie kan gaan plaatsvinden en versnelling en synergie de kansen zijn. Verder is aandacht nodig voor de noord-zuid verbinding van het natuurnetwerk, incl. faunapassages. A58 zone (Integrale Gebiedsopgave A58)
3.
Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
1.371
Basis: Landschap, Water en Bodem
17
Economie en Leisure
133
Mobiliteit
74
Klimaatadaptatie en Energie
284
Totaal
1.879 miljoen euro
De Leisure Corridor (N261/N269-zone)
In de integrale gebiedsopgave N261/N269 is deze weg als een drager van een afwisselend landschap verbeeld in een regionale gebiedswaardenkaart. In dit gebied ligt het accent op het versterken van het Leisure profiel van onze regio. Hier komen ontwikkelingen, zoals de Efteling, de Beekse Bergen, landschapspark Pauwels, de woonboulevard, energie, mobiliteit, aantrekkelijk landschap en de ecologische verbinding naar de Loonse en Drunense Duinen samen. Aandachtspunten, opgaven en meekoppelkansen: ● Doorontwikkelen leisure profiel ● Groei Efteling en Beekse Bergen ● Mobiliteitsopgave: leisureverkeer, woon-werk verkeer en logistiek op één weg ● Oost West natuur ● Waalwijkse Leisureboulevard en Museumkwartier ● Meeprofiteren regio van grootschalige parken ● Back-bone warmtenet
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
43
De Leisure Boulevard (N261/N269-zone)
4.
Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
76
Economie en Leisure
101
Mobiliteit
267
Klimaatadaptatie en Energie
2
Totaal
446 miljoen euro
De Langstraat (Loon op Zand, Waalwijk en Heusden)
Hierbij gaat het om de ontwikkeling van zowel de Westelijke- als de Oostelijke Langstraat. Het is een gebiedsopgave rond de A59. De Westelijke Langstraat is tevens Natura 2000 gebied. Bij de Oostelijke Langstraat wordt een aantal opgaven inmiddels, samen met de provincie, opgepakt. De belangrijkste opgaven zijn - naast de opgave van de gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL) - : het accommoderen van de energieopgave, de doorontwikkeling van de logistiek, versterking van de centrumgebieden in de kernen en de ontwikkeling van een high tech medische campus en innovaties in het lokale bedrijfsleven. Het gebied Zuidwaterlinie met enerzijds uitgebreide inundatiegebieden en anderzijds vestingwerken is mede structurerend voor het gebruik van het gebied voor economische en vrijetijdsactiviteiten. Aandachtspunten, opgaven en meekoppelkansen: ● Doorstroming weg/Hooipolder; ● Noord-zuid verbindingen natuurnetwerk/natuurbod; ● Bedrijventerreinen, logistiek en arbeidsmigranten; ● De Zuiderwaterlinie; ● REKS-opgaven; ● Cultuurhistorie/leisure van de vesting versterken; ● Water en Natura 2000-gebieden, zoals de Westelijke Langstraat en Vlijmens Ven; ● De landbouwtransitie; ● Duurzaamheidsopgave Heusden/kassen (energie/wind langs de hele A59 en Bergse Maas); ● Haven vaarklasse 5/multimodaliteit (logistiek ecosysteem). ● Zuiderwaterlinie.
De Langstraat (Loon op Zand, Waalwijk en Heusden) Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
2.108
Basis: Landschap, Water en Bodem
67
Economie en Leisure
327
Mobiliteit
814
Klimaatadaptatie en Energie
129
Totaal
3.444 miljoen euro
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
44
5.
SRBT Oostflank (inclusief Pauwels Oost) (Tilburg/Oisterwijk)
Oostflank SRBT is het gebied dat het oostelijk deel van het Tilburgse Landschapspark Pauwels omvat (de drie dorpen en buitengebied) plus het grondgebied van de gemeente Oisterwijk tussen de N65 en de A58. Het fundament van deze integrale gebiedsontwikkeling is ‘Landschap als basis’ voor duurzame verstedelijking. Het doel is om te komen tot een samenhangende en kwalitatief passende ontwikkeling voor de landschappelijke opgaven, de woningbouwopgave, de mobiliteitsopgave en de economische opgaven in het gebied. Ontwikkelingen binnen de Oostflank: ● Uitwerking bosstrategie van de Provincie; ● Transitie en innovatie landbouw; ● Verbetering oversteekbaarheid van de N65 en een bredere visie op mobiliteit, waaronder (snel)fietsroutes; ● Bijdrage aan woningbouwopgave: versterking van dorpsharten en natuurinclusieve woningbouw aan de randen van de dorpen met aandacht voor betaalbaarheid (ca.
5.000 woningen); ● Creatie van nieuwe landschappen door het toevoegen van nieuwe landschapselementen waaronder veel natuur en meer houtwallen, bos en beekherstel; ● De Duurzaamheidsvallei tussen Tilburg en Oisterwijk; ● Nieuw NS station bij Berkel-Enschot of Udenhout (met nadrukkelijke aandacht voor verbeterd voor- en natransport richting de toeristische hotspots); ● Groene verbinding tussen Loonse/Drunense Duinen en Oisterwijkse Bossen/Kampina (en met ruimte voor nieuwe bossen; ● Nieuwe economische dragers op het gebied van toerisme en recreatie en andere economische functies (werklocaties). Naast woningbouw kijken we ook welke ruimte er is voor (nieuwe) economische dragers op het gebied van toerisme & recreatie; agrarische transformatie & innovatie, en andere nieuwe economische functies. SRBT Oostflank (inclusief Pauwels Oost) (Tilburg/Oisterwijk) Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
1.663
Basis: Landschap, Water en Bodem
38
Economie en Leisure
29
Mobiliteit
738
Klimaatadaptatie en Energie
3
Totaal
2.471 miljoen euro
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
45
6. Loonse- en Drunense Duinen (en schil) In deze opgave gaat het erom de kwaliteit van natuur en landschap in de Loonse en Drunense Duinen en de schil er omheen te verbeteren, om volhoudbare landbouw in de schil te ontwikkelen, de bereikbaarheid te verbeteren, de stikstofdepositie te verminderen en de recreatieve druk op het Natura 2000-gebied te verminderen. Ook is de schil een plek die we willen benutten voor duurzame energie en klimaatadaptatie. Hierin wordt toegewerkt naar een nationaal park nieuwe stijl onder de naam Van Gogh Nationaal Park. Het Van Gogh Nationaal Park is bedoeld als vliegwiel voor de gezamenlijke integrale gebiedsontwikkeling van natuur, landschap, cultuur en regionale economie in relatie tot de grote ruimtelijke opgaven waar we in Brabant voor staan. De opgave is: ● landbouw- en landschapstransitie; ● versterken toegankelijkheid van het gebied en verdelen van de recreatieve druk; ● verbinden Huis ter Heide en de Loonse en Drunense Duinen; ● bosstrategie van de provincie; ● versterken leefbaarheid en vestigingsklimaat omliggende gemeente (nabijheid natuur/uitloopgebied). In dit gebied wordt ook geïnvesteerd in woningbouw. Deze woningbouw ligt door de overlap van gebieden zowel in dit gebied als in gebied 4 (de Langstraat). We hebben ervoor gekozen de woningen als onderdeel van de aanpak in gebied 4 mee te nemen.
Loonse- en Drunense Duinen (en schil) Pijler
Bedrag in miljoenen
Basis: Landschap, Water en Bodem
32
Economie en Leisure
27
Mobiliteit
3
Totaal
62 miljoen euro
7. Zuidoostflank In dit gebied aan de zuidoostkant van de regio Hart van Brabant staan klimaat, duurzame energie en de landbouwtransitie (VAB) centraal (rural innovation area) in combinatie met het versterken van het leisure profiel van dit gebied (met de Beekse Bergen als drijver). De transitie van de landbouw- en landschapstransitie en de transitie op het gebied van leisure (het moderniseren van de verblijfsaccommodaties) spelen in dit gebied een belangrijke rol. Er ligt een grote opgave vanuit de REKS, als het gaat om de realisatie van wind boven bos in het zuiden. De klimaat-opgaven vanuit de REKS en de bosstrategie spelen in dit gebied straks een belangrijke rol in het transformeren van het landschap. De opgave is: ● Landbouw- en landschapstransitie ● Versterken toegankelijkheid van het gebied en het verdelen van de recreatieve druk ● De klimaatopgaven: met name het beekdal van De Leij en het bovenstrooms vasthouden van water
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
46
Zuidoostflank Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
80
Basis: Landschap, Water en Bodem
10
Mobiliteit
135
Klimaatadaptatie en Energie
49
Totaal
274 miljoen euro
8. Noordwestflank In dit gebied aan de Noordwestkant van de regio Hart van Brabant staan opgaven op het gebied van klimaat (tegengaan verdroging), duurzame energie (energie hub Spinder en energiehub Vossenberg), en de landbouwtransitie centraal in combinatie met het versterken van het Leisure profiel van dit gebied. Deze opgaven spelen een belangrijke rol bij de versterking van natuur en landschap. De Efteling en Pukkemuk zijn hier belangrijke drijvers. Er ligt een grote opgave vanuit de 380kv tracé Rilland-Tilburg. Dit speelt een grote rol bij het transformeren van het landschap. Het landschap kan daarbij het decor zijn voor het uitloopgebied van de stad en het uitloopgebied voor de recreatie vanuit de recreatieconcentraties. De transformatie van de oude defensieterreinen langs het Wilhelminakanaal kunnen een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kern van Dongen. Opgaven zijn: ● Water- en klimaatlandschap Pauwels ● Energiehub De Spinder ● Ombouw 380 kv-tracé ● Bosstrategie van de provincie ● Stadslandbouw Noordwestflank Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
419
Basis: Landschap, Water en Bodem
289
Economie en Leisure
15
Mobiliteit
58
Klimaatadaptatie en Energie
358
Totaal
1.140 miljoen euro
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
47
9. Oosterhout Dongen (SRBT) In dit deel van de regio Hart van Brabant staan woningbouwontwikkeling, landschapscompensatie en versterking van de mobiliteit vanuit regio De Baronie centraal. Op de overgang van de regio Hart van Brabant en De Baronie plant, naast Dongen, ook Oosterhout een deel van haar woningbouwopgave. Ook Dongen vult een deel van haar woningbouwopgave aan deze zijde op haar grondgebied in. Dit zal leiden tot investeringen in het landschap - dat daarmee als groene buffer fungeert - en het aanpassen van de ontsluiting van het gebied. Investeringen als gevolg van deze ontwikkelingen spelen in dit gebied straks een belangrijke rol in de klimaat- en wateropgaven en het transformeren van het landschap. Oosterhout Dongen (SRBT) Pijler
Bedrag in miljoenen
Basis: Landschap, Water en Bodem
2
Economie en Leisure
11
Mobiliteit
2
Klimaatadaptatie en Energie
7
Totaal
22 miljoen euro
10. Regio Algemeen Projecten niet in specifieke gebieden in te delen Regio Algemeen Pijler
Bedrag in miljoenen
Wonen
2.719
Basis: Landschap, Water en Bodem
626
Economie en Leisure
909
Mobiliteit
59
Klimaatadaptatie en Energie
3.012
Totaal
9.126 miljoen euro
Delta Corridor (Buisleiding)
1.800
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
48
4. Financiën: beprijzing van de plannen en bekostiging/financiering ●
● ●
De genoemde projecten komen in deze fase nog vanuit de verschillende overheden (gemeenten/waterschappen, Provincie (en deels Rijk) binnen. Voor de projecten die nagenoeg uitvoeringsgereed zijn is al wel overleg met (en mede financiering vanuit) de markt beschikbaar. Maar voor een groot deel is dat nog niet zo. Hierbij kan weer onderscheid gemaakt worden tussen projecten die al wel in de begrotingen (van de overheden zelf of vanuit grondexploitaties, etc.) zijn opgenomen en deels nog niet. Een - groot - deel kan en moet uit de markt en door andere partijen gefinancierd worden: hiervoor zal in de volgende ronde ook in gesprek gegaan worden met het bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars en overige partijen uit de vastgoedwereld, andere overheden (bijv. voor infrastructuur en mobiliteit, klimaat, etc.) en overige betrokkenen, zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.
In de volgende fase zal ook in beeld gebracht worden hoe er daarnaast vanuit verschillende stimuleringsmaatregelen bijgedragen kan worden en wat daarvoor nodig is: denk hierbij onder meer aan Woondeals, Klimaatgelden (van de EU, het Rijk, etc.), MIRT-gelden, bijdragen uit andere financieringsbronnen, zoals het Nationaal Groeifonds, Regio Deal-gelden et cetera.
Slimme koppelingen zorgen voor een hefboom (multipliereffect) Door integraal te werken en te denken en slimme koppelingen te leggen, waarbij kortetermijnkansen die passen bij de langetermijnambitie benut worden, ontstaat een ander beeld dan de optelsom van de benodigde investeringen wellicht oproept. Het aan elkaar verbinden van sectorale en thematische plannen en daarbij behorende budgetten laat bijvoorbeeld zien dat er ook al op korte termijn fors geïnvesteerd wordt. En dan hebben we op dit moment nog vooral de overheidsbudgetten en plannen in beeld. Bij vrijwel alle plannen volgt er ook een ‘eigen bijdrage’ uit de markt en van instellingen. Denk hierbij onder andere aan: 1. 2. a. b. c. d.
e.
de middelen uit de Woningbouwimpuls: hierbij gaat het onder meer om een bijdrage van het Rijk van ruim € 10 mln. voor 960 woningen in Stappegoor, Tilburg (waarvan 36% sociale huurwoningen); Financieringsfaciliteit Binnenstedelijke transformatie (onderdeel van de Woningbouw impulsgelden) en de middelen uit het Coronaherstelfonds: voor de Brabantring (de digitale snelweg): deze gaan deels ook naar Midden-Brabant, zoals bijvoorbeeld voor de zorg en voor “Smart cities” (24/7 spanning , smart city en internet of things) opschalen van “Brabant leert” met onder meer bijdragen voor de hybride leeromgeving vanuit Mindlabs; verduurzaming bestaand Brabants vastgoed (met stimuleringsgelden voor VVE-initiatieven in Waalwijk en Tilburg en middelen voor versnelling van Maatschappelijk Vastgoed in Waalwijk); vitale en gezonde steden (o.a. voor vergroening van de openbare ruimte stadsforum (en Koningswei) in Tilburg, vergroening van de openbare ruimte in Waalwijk, met middelen voor het gebied Kropholler-ensemble i.r.t. transformatie van de binnenstad en ook andere middelen voor transformatieprojecten in Waalwijk, zoals herontwikkeling De Els en de HOV-zone); verbeteren en verduurzamen van ventilatie in scholen.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
49
4.1 Investeringsagenda voor gezonde, groene en inclusieve groei van de regio Om de ambitie van gezonde, groene en inclusieve groei te kunnen realiseren is een ambitieus en samenhangend pakket van investeringen in wonen, basis: landschap, water en bodem , economie, mobiliteit en klimaatadaptatie en energie nodig. In totaal gaat het om een geschatte bandbreedte in investeringsvolume van € 19,5 tot 27,8 miljard, als volgt verdeeld over de pijlers: Wonen:
● ● ● ● ●
Basis: Landschap, Water en Bodem : Economie en Leisure: Mobiliteit: Klimaatadaptatie en Energie:
€ 10,8 - 15,8 miljard € 1,0 - 1,3 miljard € 1,3 - 2,0 miljard € 3,1 - 4,3 miljard € 3,3 - 4,4 miljard
De voorliggende RIA bevat de publieke kant, In de volgende fase is een regionale tafel gepland met private partners om hun investeringsambities en mogelijkheden te bundelen met de publieke kant.
4.2 Benodigde investeringsbijdragen Rijk De groei-opgave van de regio Midden-Brabant is een integraal vraagstuk, van vele partners. Een cruciale partner vormt het Rijk. Met onze RIA dragen we niet alleen bij aan regionale opgaven, maar ook aan de grote nationale opgaven op het gebied van: -
wonen (woningtekort en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad); stikstofproblematiek en natuurontwikkeling; energie en klimaatadaptatie; mobiliteit en bereikbaarheid, mede gekoppeld aan wonen en werken (zoals de bereikbaarheid van economische centra).10
Een integrale en meerjarige aanpak met het Rijk op deze investeringsgbieden biedt veel kansen: van losse lokale projecten naar een samenhangende, strategische regionale aanpak, waardoor alle inwoners kunnen profiteren van de gezonde, groene en inclusieve groei in de regio Hart van Brabant. Vanuit de gezamenlijke ambitie van een schaalsprong voor gezonde, groene en inclusieve groei nemen de samenwerkende publieke en private partijen in de regio een belangrijk deel van de benodigde investeringsruimte voor hun rekening.
4.3 Benodigde beleidsruimte en -maatregelen Rijk Om de ambitie van gezonde groei te kunnen realiseren zijn investeringen in de woningbouw in de regio Hart van Brabant voorwaardelijk gekoppeld aan drie andere, prioritaire regionale investeringopgaven van werklokaties, mobiliteit, energie en groen-blauw. Naast het verzoek om co-financiering van de benodigde investeringen vraagt de regio om beleidsruimte en medewerking voor het zoveel mogelijk wegnemen van een aantal majeure belemmeringen.
10
Dat geldt ook voor gebiedsoverstijgende trajecten, gekoppeld aan corridors voor vervoer over water, spoor, weg en - last but not least - buis. Deze kosten zijn niet separaat in deze RIA meegenomen.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
50
Prioritair voor de benodigde beleidsruimte en -maatregelen door de rijksoverheid zijn: 1. Stikstofproblematiek. De stikstofaanpak van het Rijk biedt aanknopingspunten om tot oplossing te komen voor de woningbouw. De stikstofproblematiek voor de industrie baart ons echter nog steeds grote zorgen en leidt tot stagnatie in de ontwikkeling. Hierdoor kan vestiging en/of uitbreiding van innovatieve bedrijven die bijdragen aan de energietransitie en CO2-reductie niet gerealiseerd worden. 2. Externe veiligheid Vervoer van gevaarlijke stoffen is en blijft nodig. In de ontwikkelopgaven zal rekening gehouden moeten worden met risicocontouren. Dit wordt meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak, en vraagt van het Rijk om maatregelen die de risico’s zo gering mogelijk laten zijn met minimaal ruimtelijk beslag (als gevolg van risicocontouren). 3. Eenduidige boodschap woningbouwopgave De roep vanuit het Rijk om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het nationale woningtekort is een belangrijke trigger geweest voor de uitwerking van deze RIA. Betere afstemming binnen en tussen overheidslagen is hier noodzakelijk. Hiervoor kan en moet het omgevingsbeleid via de schakels van NOVI vorm krijgen via provinciaal en regionaal en lokaal omgevingsbeleid - een sterke verbindende werking. 4. Samenwerken als één overheid.
Met deze RIA wordt een integrale investeringsopgave langs vier samenhangende pijlers in beeld gebracht. Investeringen in de ene pijler zijn daarbij veelal randvoorwaardelijk voorinvesteringen in de andere pijlers. Dit betekent dat deze RIA niet geadresseerd is aan slechts één ministerie (bijvoorbeeld BZK of VRO), maar dat ook andere ministeries opgeroepen worden om hun rol te pakken (IenW, EZK, LNV). Optrekken als één overheid - tussen gemeenten, waterschappen, regio, provincie en Rijk - is cruciaal voor het welslagen van de in deze RIA beschreven opgaven.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
51
Bijlagen Bijlage 1: SWOT-analyse Hart van Brabant: Sterkten De regio heeft een werkbare schaal (450 ➔ duizend inwoners, 9 gemeenten, 2 waterschappen). De regio kent ten minste tot 2040 ➔ bevolkingsgroei. De verhoudingen tussen samenwerkende ➔ gemeenten zijn goed: Tilburg zet trekkracht en potentie (o.a. binnen ➔ Brabants netwerk) in ten behoeve van de regio. De regio heeft een universiteit en vestigingen ➔ van twee hbo-instellingen. De regio heeft een divers economisch profiel. ➔ In de regio zijn toeristische trekkers (Efteling, ➔ Beekse Bergen) aanwezig. De economische veerkracht is daardoor ➔ gemiddeld. Leefbaarheid en leefklimaat scoren ➔ bovengemiddeld in de Brede Welvaarts Index. Werkgelegenheid en werkloosheid scoren iets ➔ beter resp. lager dan het Nederlandse gemiddelde. Er is sinds 2010 een triple helix-organisatie: ➔ Midpoint Brabant. De regio is een centraal en verbindend ➔ onderdeel van de Brabantse kennis-as, met sociaalwetenschappelijke expertise.
Zwakten De regio is op zichzelf geen metropool, ➔ De aantrekkingskracht naar het buitenland en ➔ de positionering in Den Haag zijn daardoor minder. Het ecosysteem is vrij kwetsbaar: ➔ De universiteit heeft een campus met relatief ◆ weinig zichtbaarheid (nog) en relatief weinig samenwerking tussen triple ◆ helix-partijen in de regio (op incidentele basis weten partijen elkaar wel te vinden). Het aandeel start-ups is laag. ◆ De uitgaven aan R&D zijn gemiddeld, maar ◆ verspreid. Er zijn geen trekkende bedrijven die koers ◆ bieden. De woonaantrekkelijkheid van de stad is laag. ➔ De beroepsbevolking is minder hoog opgeleid ➔ dan gemiddeld in Nederland. De regio is sterk in sectoren met ➔ ondergemiddelde digitalisering. Er is een zwak ov-systeem en een gering ➔ gebruik hiervan. Verruiming Wilhelminakanaal is wel begonnen, ➔ maar nog niet af.
Kansen Regio’s worden belangrijker voor hun bewoners ➔ en voor Den Haag en Brussel: zij worden contractpartijen. Bedrijven zoeken hun partners graag in de ➔ buurt. Digitalisering wordt een nieuwe ➔ concurrentiefactor. De regio heeft sectoren die nog zullen of ➔ moeten groeien, (zorg, vrijetijdseconomie, logistiek, industrie, nieuwe zakelijke dienstverlening). Het Klimaatakkoord gaat tot nieuwe ➔ investeringen leiden. Personalisering van zorg maakt meer maatwerk ➔ mogelijk. Samenwerking met Breda zorgt voor sterkere ➔ positie richting het Rijk. De regio heeft een scharnierfunctie, zowel in ➔ “oost-west”-richting (o.a. Breda en ‘s-Hertogenbosch) als “noord-zuid” (o.a. Eindhoven).
Bedreigingen Regio’s gaan onderling concurreren om ➔ middelen uit Den Haag (bijvoorbeeld regio deals). Tilburg groeit daarbij minder dan andere ➔ B5-gemeenten. Het groeitempo van de logistiek is niet op te ➔ vangen met de eigen beroepsbevolking. Het Klimaatakkoord gaat tot nieuwe kosten ➔ leiden. Jong talent is schaars en wordt een ➔ concurrentiefactor. Financiële ruimte in de gemeentelijke begroting ➔ is beperkt, o.a. door tekorten in het sociaal domein. Er is schaarste aan werklocaties. ➔ Impact van corona op detailhandel en ➔ (stedelijke) centra is aanzienlijk.
Bron: op basis van de SMA Hart van Brabant + actuele ontwikkelingen m.b.t. de NOVI
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
52
Bijlage 2: Toelichting op doel, werkwijze en proces van de Regionale Investerings Agenda (RIA) Wat is een Regionale Investerings Agenda (RIA)? 1. RIA is een nieuw, instrument t.b.v. realisatie van NOVI vanuit de NOVI-alliantie 2. RIA is geen doel maar een middel om als regio Hart van Brabant, samen met SRBT:: a. de subregionale publiek-publieke en publiek-private samenwerking te versterken (binnen,) b. (sneller) aan tafel, op de kaart en - samen met de provincie - dichter bij beleid en co-financiering Rijk te komen (buiten), c. versneld en in samenhang gezamenlijke ambities te realiseren. 3. RIA moet helpen om de ambities uit de Regionale Omgevings Agenda (ROA), Regionale Energie en Klimaatstrategie (REKS), Regionale Mobiliteits Agenda (RMA) et cetera. versneld tot uitvoering te brengen. Als achtergrondinformatie gaan we in deze bijlage in op de aanleiding, het doel en het (vervolg)proces van het nieuwe instrument van de Regionale Investerings Agenda (RIA). Het beginpunt van de RIA: de NOVI-alliantie De NOVI-alliantie - bestaande uit een aantal gemeenten, maatschappelijke organisaties en marktpartijen - is in 2019 opgericht vanuit de gezamenlijke ‘wens’ om de urgente, ruimtelijke opgaven op een verantwoorde manier tot uitvoering te brengen. De NOVI-alliantie pleit voor een nieuwe ruimtelijke sturingspolitiek met regionale investeringsagenda’s (RIA’s) als belangrijk instrument.
Via de RIA wil de NOVI-alliantie komen tot concrete uitvoeringsplannen op regionaal niveau. Bij de behandeling van de NOVI in de Tweede Kamer is een motie aangenomen die ervoor zorgt dat de RIA een centrale plaats krijgt in de uitvoeringsagenda van de NOVI. In Brabant hebben onder andere Breda, Eindhoven en Tilburg zich aangesloten bij de NOVI-alliantie. In 2020 hebben Breda en Tilburg elkaar opgezocht om gezamenlijk als Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) op te trekken. Beoogd wordt om samen met het Rijk een verstedelijkingsakkoord te sluiten. Ter voorbereiding van dit akkoord zijn de regio’s Breda (10 gemeenten) en Hart van Brabant (9 gemeenten) gestart met het opstellen van een RIA. Een belangrijke drijfveer voor de RIA is het bij elkaar brengen van investeringen in verschillende opgaven, zoals woningbouw, duurzame werklocaties, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit, én het bij elkaar brengen van partijen die de uitvoering ter hand willen nemen. Verkennend en op zoek naar synergie Vanuit de ambitie om de brede welvaart in de regio te versterken zoeken we ook in het fysieke domein naar synergie en samenwerking. We doen dit vanuit ruimtelijke opgaven. We bundelen de krachten en schakelen gezamenlijk tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau.
Op deze manier werken we in onze regio vanuit een gezamenlijk belang aan de concretisering van het inmiddels in de ROA 1.0 vastgestelde beleid. Door iteratief (en heen en weer) van plan naar uitvoering en van project naar strategie te kijken komen we tot ambitieuze en concrete plannen die voordat ze tot uitvoering komen goed doordacht zijn. Dat is waar uitvoeringskracht begint. We hebben de Regionale Omgevings Agenda (ROA) en de NOVI als vertrekpunt genomen. Schaal- en abstractieniveau en planningshorizon We acteren met deze RIA op regionaal schaalniveau. Dat houdt in dat we in dit kader alleen projecten met bovenlokaal belang in beeld brengen. Onder bovenlokaal belang verstaan we die zaken die voor (nagenoeg) de gehele regio impact en uitstraling hebben en waaraan vaak meerdere partijen moeten bijdragen, zowel bij het meedenken als bij het meefinancieren.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
53
De planningshorizon is qua denken/mindset gericht op 2030 en 2040. Met een integrale bril brengen we die relevante projecten in beeld die bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving en ruimte. Voor projecten tot 2030 gaat het vaak om projecten die al een eerste ‘realiteitsscan’ doorlopen hebben en om projecten die we willen versnellen. Ook brengen we alvast projecten in beeld die tot 2040 lopen - en passen binnen de uitgangspunten van het vastgestelde beleid: dit beeld benutten we om slimme koppelingen met creatieve oplossingen te zoeken, gericht op de benodigde extra plancapaciteit. Samenhang ROA en RIA
Afbeelding 1: geeft de relatie tussen ROA en RIA weer en hoe beide via de integrale gebiedsopgaven gekoppeld worden. Vanuit de ROA wordt aangegeven welke opgaven/projecten in een gebied spelen. In de gebiedsopgaven van de RIA worden deze opgaven en projecten bij elkaar gebracht. In de RIA wordt vervolgens een vertaling gemaakt naar investeringen die nodig zijn om tot uitvoering te komen. De uitvoering van de projecten in een gebied kan gecoördineerd en gemonitord worden met behulp van een gebiedsprogramma waarin de concrete uitvoeringsprojecten zijn ondergebracht. De ROA en RIA hanteren beide hetzelfde langetermijnperspectief en werken aan dezelfde opgaven. Met het ‘DNA van de regio’ en het Brabants mozaïeklandschap als belangrijke omgevingswaarden wordt gewerkt aan versterking van de brede welvaart. Daarbij wordt de lagenbenadering, met water, klimaat en bodem als basis en uitgangspunt voor nieuwe plannen gehanteerd. Veel projecten komen qua uitvoering bij elkaar in gebiedsgerichte aanpakken. De ROA is te zien als een schakelkast tussen verschillende beleidsterreinen en verschillende overheden. Hierdoor kunnen de verschillende overheidslagen de krachten beter bundelen en werken als één overheid. De opgaven in de fysieke leefomgeving vragen om een langetermijnperspectief, omdat veel zaken niet op korte termijn zijn op te lossen.
Tegelijkertijd richt de ROA - en daarmee de RIA - zich ook op de vraag: wat moeten we dan nu doen? Qua denkmodel is bij de RIA vanuit twee richtingen gewerkt: wat is gewenst op de lange termijn en wat is mogelijk en nodig vanuit de korte termijn? We noemen dit ‘backcasting’. We zijn daarbij gestart vanuit een gedeeld beeld van de toekomst/lange termijn (2040), gekoppeld aan de strategische visie in de ROA. Vanuit hier redeneren we terug naar de gewenste ruimtelijke inrichting die aansluit op de bredewelvaartdoelen. Vervolgens is gekeken naar bestaande projecten en plannen en hoe die zich tot elkaar verhouden. Deze benadering laat zien wat mogelijk en denkbaar is als we de ambities uit de verschillende opgaven combineren.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
54
Door heen en weer te denken en te werken komen we uit op ‘robuuste projecten’ en een beeld van de noodzakelijke stappen voor de korte termijn. Niet alles zal mogelijk blijken te zijn, al was het maar vanwege de beperkte middelen.
Van de RIA gaat een sterke verbindende en organiserende werking uit. De RIA is gericht op het versnellen van de uitvoering van de opgaven door partijen, geld en energie bij elkaar te brengen. Daarbij spelen private partijen die (een deel van) de uitvoering ter hand willen nemen en in gebieden willen investeren een belangrijke rol. In de ROA zijn hoofdopgaven en prioriteiten aangegeven. Daarmee zoekt de RIA naar de locaties en partijen waar en waarmee de opgaven kunnen worden aangepakt en brengt in kaart wat er nodig is om tot uitvoering te komen. Beide agenda’s werken toe naar afstemming met de Provincie en het Rijk: de ROA op beleidsniveau, de RIA op investeringsniveau. ‘Verwachtingenmanagement’ Het is belangrijk dat we ons realiseren dat we in deze fase het voorwerk voor de prioritering aan het doen zijn en nog niet de prioriteringsslag zelf gedaan hebben. Om de juiste keuzes te kunnen maken is het belangrijk het gehele speelveld in beeld te hebben. We werken via een ‘longlist’ toe naar een ‘shortlist’. In deze fase laten we ons ook nog niet leiden door wat ‘betaalbaar’ is; we brengen eerst de ambities in beeld die passen bij de uitgangspunten van de NOVI/Omgevingsvisie, Strategische Meerjaren Agenda en ROA (denken in kansen). De RIA brengt de benodigde investeringen zo goed mogelijk in beeld, Deze hoeven nog niet toegezegd en feitelijk beschikbaar te zijn.
In een volgende fase van de RIA is overleg met andere partners nodig, zowel in de regio als vanuit de bredere maatschappelijke alliantie (triple helix + woningcorporaties, gebiedsbeheerders en andere “streekholders”) en het Rijk. Hierbij hoort ook de kanttekening dat de RIA een ambitiedocument is dat past bij de uitgangspunten van de ROA maar niet zelfstandig door gemeenteraden is vastgesteld. Dat geldt ook voor de provincie Noord-Brabant, die wel als agenda-lid heeft meegedacht, maar daarbij een nadrukkelijk voorbehoud heeft gemaakt dat pas instemming in de volgende fase kan worden gevraagd. De vraag welke projecten prioritair zijn en wie wat betaalt komt in een volgende ronde aan de orde. Deze versie van de RIA zal als bouwsteen voor de SRBT worden gebruikt om gezamenlijk met de brede regio SRBT tot overleg en besluitvorming te komen met de Provincie en het Rijk in een Verstedelijkingsakkoord SRBT. Het is daarmee een vertrekpunt voor een vervolg en een adaptieve en flexibele agenda. De komende maanden zullen we in nauwe afstemming met de ROA komen tot een vervolg hierop als opmaat naar een “Uitvoeringspropositie” - waarbij we ook andere partijen, zoals het Rijk en de Provincie actief willen betrekken.
Dat geldt ook voor andere maatschappelijke partners in onze regio, zoals het bedrijfsleven, Natuurmonumenten, woningcorporaties et cetera en uiteraard onze raadsleden en inwoners. Daarbij stemmen we goed af en zoeken we synergie in SRBT-verband.
Regionale Investeringsagenda (RIA) Hart van Brabant - februari 2022
55
Bijlage 3: ROA 1.0 - “Onze kijk op de toekomst van de regio” Brede welvaart als basis Regio Hart van Brabant wil uitblinken in duurzame ontwikkeling, en dat in breed perspectief. In de Strategische Meerjarenagenda (SMA) is dat omschreven als ‘Onze missie is dat we economische, ecologische en sociale groei combineren’. Naast materiële welvaart, uitgedrukt in economische groei, gaat het in dit brede perspectief dus ook om gezondheid, onderwijs, natuur, milieu en leefomgeving, politieke uitingsvrijheid, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de gevolgen daarvan voor het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de regio) en ‘later’ (toekomstige generaties). We noemen dit geheel Brede welvaart. Voor meer informatie over Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2020 verwijzen wij naar de website van het CBS. Veel van de welvaartsaspecten die mensen ervaren komen voort uit hun interactie met hun dagelijkse leefomgeving. En die speelt zich in de meeste gevallen af op een regionaal schaalniveau. Daarom is een regionale benadering van Brede welvaart van groot belang. In Hart van Brabant betekent dit dat we ons niet primair laten leiden door economische ontwikkeling, maar vanuit de brede welvaart gedachte het welzijn van onze inwoners en bezoekers centraal stellen.
De basis voor dit welzijn ligt in de fysieke leefomgeving, zowel waar het gaat om kwaliteiten als om knelpunten. Het is een open deur dat we die kwaliteiten moeten koesteren en de knelpunten moeten aanpakken. Dat we momenteel met veel knelpunten worden geconfronteerd is ook bekend. Er zijn genoeg alarmbellen afgegaan die ons duidelijk maken dat we anders met onze leefomgeving moeten omgaan dan voorheen. We staan voor complexe opgaven, zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie, die ook nog nauw met elkaar verweven zijn. Die opgaven pakken we aan op een toekomstbestendige manier die de brede welvaart versterkt voor iedereen. In de SMA heeft de regio al aangegeven te willen gaan werken met de Telos duurzaamheidsbalans als hulpmiddel om de brede welvaart in de regio te versterken aan de hand van concrete doelen en monitoren op daaraan gekoppelde indicatoren. In de afspraken die we in het kader van deze regionale omgevingsagenda maken, bouwen we daarop voort.
Ruimtelijke inrichting en brede welvaart De ruimtelijke inrichting van de regio speelt een belangrijke rol in de versterking van de brede welvaart. Ruimte bieden aan de natuur betekent een versterking van het ecologisch kapitaal. En dat laat zich weer goed combineren met een aantrekkelijke inrichting van ons landschap waarin bewoners en bezoekers zich kunnen ontspannen. Met als resultaat een bijdrage aan hun gezondheid en welzijn, vooral als we ze met een aantrekkelijk fiets- en wandelnetwerk kunnen verleiden dat landschap en die natuur op een schone en gezonde manier te ervaren. We hebben van het recente verleden geleerd dat als we de economische krachten bij de ruimtelijke inrichting van de regio te veel vrijheid geven er ongewenste effecten optreden die niet bijdragen aan een versterking van de brede welvaart voor iedereen. Economische krachten leiden bijvoorbeeld vaak tot schaalvergroting, onder andere in de landbouw en logistiek. Dat kan een bedreiging vormen voor het karakteristieke Brabantse mozaïeklandschap en problemen opleveren bij de klimaatadaptatie. We zien ook dat de economische krachten de verschillen tussen centrum en periferie versterken. Hierdoor komt de leefbaarheid in de kleine kernen onder druk te staan, terwijl in de (hoog)stedelijke gebieden de druk zo hoog wordt dat de sommige groepen de stad uit worden gedreven.
Zij komen vaak op plekken terecht waar het moeilijker is om aan werk te komen of goed onderwijs te volgen, terwijl de stadsbewoners te maken hebben met verschillende vormen van hinder en vervuiling. Vanwege dit soort verwevenheden enerzijds, en lokale verschillen anderzijds, is de koppeling van de ruimtelijke inrichting van de regio aan een inclusieve, brede welvaart gedachte van belang. Door slim in te spelen op de verwevenheden (bijv. verstedelijking roept een energievraag op en genereert mobiliteit) en gebruik te maken van lokale verschillen (complementariteit van stad en land) streven we ernaar het welzijn in de hele regio te verhogen. Zo ontstaat er een balans die we kunnen bewaken vanuit de kwaliteit en kracht (het DNA) van de regio. Bij nieuwe opgaven die op de regio afkomen zoeken we door het slim combineren van opgaven en het slim omgaan met ruimte naar de juiste oplossingen.