Bijl-1a 25-45 Jaarrekening 2024 Gemeente Dongen
Tekst van het document
•
Middels wijkschouwen wordt gesproken met inwoners over wat goed gaat en wat beter kan in een wijk en dorpskern.
•
Twee wijkschouwen hebben plaats gevonden. De wijkschouwen zijn opgebouwd uit twee onderdelen. Een fiets- of wandelroute door de dorpskern of de wijk. En een avond om samen met inwoners verder in gesprek te gaan: vragen en kansen voor de wijk. Middels een verslag krijgen aanwezigen van de wijkschouw een uitgebreide terugkoppeling over wat met de vragen en aandachtspunten is gedaan.
520 Dienstverlening
Strategische doelstellingen • Een kwalitatief hoogstaande dienstverlening voor onze klanten, waarbij we een bereikbare gemeente zijn, met kundige en betrokken medewerkers die zaken slagvaardig en deskundig oppakken en afhandelen. De lijnen tussen de inwoners en ondernemers en de gemeente zijn kort. Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
•
De dienstverlening van het team vergunningverlening, toezicht en handhaving is in 2024 voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor de omgevingsplan- en bouwactiviteiten gemeten en indien noodzakelijk verbeterd.
•
Het gemiddelde cijfer dat voor omgevingsvergunningen in 2024 werd gegeven was een 7,9. In 2023 was dit een 6,4 wat betekent dat er sprake is van een positieve ontwikkeling in waardering van deze dienstverlening.
•
Er is uitvoering gegeven aan het Preventie-, Vergunningen-, Toezichts- en Handhavingsbeleidsplan 2021-2024 (PVTHbeleidsplan).
•
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en aanvragen zijn conform de Omgevingswet afgehandeld. De Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen is voor nieuwbouwwoningen in werking getreden; er zijn 2 aanvragen gedaan waarbij de Wkb van toepassing is geweest. In 2025 gaan we het proces implementeren (er wordt nu landelijk ervaring mee opgedaan).
•
De "Uitvoerings- en Handhavingsstrategie fysieke leefomgeving 2025-2028" (U&Hstrategie) is vastgesteld.
•
De U&H-strategie is de opvolger van het PVTH-beleidsplan (zie hierboven). Dit is opgesteld omdat de beleidsperiode afliep waarop het PVTH-plan van toepassing was. De U&H-strategie is inhoudelijk aangepast op de terminologie van de in werking getreden Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging. De doelstellingen zijn expliciet gemaakt voor de komende beleidsperiode.
•
Nagenoeg alle verleende omgevingsvergunningen zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld.
•
98% van de aanvragen is binnen de wettelijke termijn van 14 weken verleend. 74% van de aanvragen is binnen de termijn van 8 weken verleend. Het betreft hier de 8 weken reguliere behandeltijd plus 6 weken verlenging doordat stukken niet volledig waren ingediend en/of er aanvullend advies nodig was.
•
De actualisering van het bestand met vergunningen in het kader van de Alcoholwet is afgerond.
•
De in gemeente Dongen aanwezige inrichtingen die een Alcoholwetvergunning nodig hebben, zijn bezocht en indien nodig is de aanwezige vergunning geactualiseerd of is een vergunning verleend.
•
Aan inrichtingen die een exploitatievergunning nodig hebben is deze verleend.
•
De inrichtingen die een exploitatievergunning nodig hebben, zijn aangeschreven om een vergunning aan te vragen en indien noodzakelijk bezocht. Daarna is de vergunningsprocedure gevolgd. We zijn bezig met de afronding van dit project.
•
Er is ingespeeld op de paspoortpiek.
•
Met capaciteitsuitbreiding hebben we ingespeeld op de paspoortpiek en de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd.
•
De organisatie van de verkiezing van het Europees Parlement is succesvol verlopen.
•
Sinds eind 2023 pakken we de organisatie van de verkiezingen projectmatig aan. De verkiezing is geëvalueerd en voor de eerstvolgende verkiezing worden de verbeteringen doorgevoerd.
•
Noodopvang locatie "De Nestel” is verlengd waardoor Burgerzaken meer inschrijvingen ontvangt en verwerkt.
•
Per 1 februari 2024 hebben we een noodopvanglocatie voor 150 vluchtelingen geopend. De noodopvang zou 6 maanden geopend blijven, dit is verlengd. Afgelopen april heeft de gemeenteraad besloten De Nestel open te houden tot 31 augustus 2027.
Hebben de beleidsrisico’s onze doelstellingen in de weg gestaan? • Het hebben van voldoende capaciteit voor toezicht en handhaving blijft een aandachtspunt. • In 2024 is Vergunningen, Toezicht, Handhaving (VTH) onder actief toezicht gesteld door de provincie door het niet tijdig aanleveren van documenten en inhoudelijke verbeterpunten. Deze zijn vorig jaar opgepakt met urgentie. VTH is daarnaast aan de slag gegaan om procesverbeteringen door te voeren. Een speerpunt is het concreet maken van de VTHdoelstellingen en het sturen op deze doelstellingen. Wat heeft anders uitgepakt? • Door krapte op de arbeidsmarkt heeft het invullen van formatieplaatsen (tijdelijk en vast) meer tijd gekost. Hierdoor zijn achterstanden in handhavingszaken licht opgelopen. Beleidsindicatoren 520 Dienstverlening Bezwaar- en beroepschriften Burgerzaken
Aantal gegrond bezwaar- en beroepschriften op uitgevoerde toetsingen
Klachten Burgerzaken (gegrond verklaard) Dienstverlening Burgerzaken
Aantal klachten over producten en diensten Burgerzaken
2020
2021
2022
2023
2024
0
0
1
0
0
2020
2021
2022
2023
2024
0
0
0
2
3
Cijfer dienstverlening burgerzaken 2020
2021
2022
2023
2024
De dienstverlen ing wordt sinds 2021 gemeten
8,3
8,0
7,5
8,3
Verbonden partijen • Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Bijdragen aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving in de regio Midden- en West-Brabant. Dit door het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en handhaven op het gebied van milieu.
•
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant: Bijdragen aan een veilige werk- en leefomgeving in de regio Midden- en West-Brabant. Dit door de advisering op het gebied van brandveiligheid.
530 Beheer en onderhoud Strategische doelstellingen • De openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen zijn schoon, heel en veilig. • Een schoon en net straatbeeld zonder zwerfafval in de openbare ruimte. • Een goede benutting en bezetting van het gemeentelijk vastgoed. Wat hebben we bereikt? • We hebben uitvoering gegeven aan de beheerplannen.
Wat hebben we daarvoor gedaan? • We hebben het geprogrammeerd onderhoud op diverse taakvelden in de openbare ruimte uitgevoerd. • Vanuit het gemeentelijk gebouwenbeheer hebben we onder andere de gemeentetoren in ’s Gravenmoer gerestaureerd conform rapportage monumentenwacht. • Het riool in de Vaartweg ’s Gravenmoer is vooruitlopend op de reconstructie gerenoveerd. Diverse rioolinstallaties zijn gerenoveerd: Waspikseweg, Hespelpad. • Naast dat er een begin is gemaakt om de conventionele verlichting in de wijk Hoge Akker te vervangen naar duurzame ledverlichting, is onder andere in de Hubertusstraat en Modestusstraat de openbare verlichting vervangen.
•
Verduurzaming gemeentehuis
•
Het verwarmings- & koelsysteem in het gemeentehuis is vervangen door warmtepompen.
•
Ombouw communicatie naar 4G afgerond.
•
De modems van de desbetreffende buiteninstallaties zijn allemaal vervangen.
Inzicht in realisatie doelstelling In de Programmabegroting 2023-2026 zijn in thema 530 en 540 bij wijze van pilot concrete, meetbare doelstellingen geformuleerd. In de Bestuursrapportage wordt inzicht geboden in de realisatie op deze doelstellingen.
Kwaliteit openbaar groen centrum Ontwikkeling realisatie doelstelling Kwaliteit openbaar groen wijken Ontwikkeling realisatie doelstelling Kwaliteitsniveau verhardingen
Doelstelling
2021
2022
2023
2024
90% op niveau A
85%
90%
70%
75%
↑
↑
↓
93%
93%
93%
↑
→
→
93%
93%
85%
90% op niveau B
90% op niveau B
↑ 93% → 85%
Ontwikkeling realisatie doelstelling
↑
→
→
↓
Groen = boven de doelstelling, rood = onder de doelstelling ↑ = Verbeterd t.o.v. voorgaand jaar, ↓ = verslechterd, → = gelijk gebleven Hebben de beleidsrisico’s onze doelstellingen in de weg gestaan? • Niet van toepassing. Wat heeft anders uitgepakt? Vanwege een zeer groeizaam voorjaar hebben we gezien het vele werk niet de gestelde kwaliteit van openbaar groen in het centrum kunnen behalen. Beleidsindicatoren 530 Beheer en onderhoud Kwaliteitsniveau centrum
Kwaliteitsniveau wijken
Meldingen openbare ruimte
Kwaliteitsniveau verhardingen
Kwaliteitsniveau van onkruid in beplanting in het centrum (streefwaarde A) 2021 2022 2023 2024 Niveau A+ 4% 0% 0% Niveau A 81% 90% 70% 75% Niveau B/C 15% 10% 30% 25% Kwaliteitsniveau van onkruid in beplanting in de wijken (streefwaarde B) 2021 2022 2023 2024 Niveau A 43% 51% 57% 59% Niveau B 50% 42% 36% 34% Niveau C 7% 7% 7% 7% Aantal meldingen met betrekking tot de openbare ruimte (vanaf april 2021 met de fixi app, daarvoor via Op Orde) 2021 2022 2023 2024 5.442 5.772 6.506 Kwaliteitsniveau van verhardingen (streefwaarde CROW B) Niveau A+ Niveau A Niveau B Niveau C Niveau D
Kwaliteitsniveau civiele kunstwerken (bruggen en duikers)
2017 45% 32,5% 5,6% 1,9% 4,7%
2019 47,3% 37% 8,6% 1,9% 5,2%
2021 44,4% 34,8% 7,8% 2,3% 5,6%
7.067 2023 35,9% 37,2% 12,0% 4,5% 9,8%
Halfverhard en 10,3% 0% 5,1% 0,7% onverhard Het kwaliteitsniveau voor alle civiele kunstwerken dat wordt nagestreefd is CROW B. Uitgebreide informatie over het areaal en de kwaliteit hiervan vindt u terug in de beheerrapportage die in september 2021 aan de gemeenteraad is aangeboden. De volgende inspectie civiele kunstwerken vindt plaats in 2025.
540 Afval Strategische doelstellingen • Inwoners worden gestimuleerd om hun afval beter te scheiden. Daardoor is er minder aanbod van restafval en wordt een hoger aanbod van grondstoffen gerealiseerd. Zowel aan huis, bij centrale verzamellocaties als op de milieustraat van onze gemeente.
Wat hebben we bereikt? • De zuiverheid van PMD is gedaald. De voornaamste oorzaak: overig afval wat in de verzamelcontainers wordt gegooid.
Wat hebben we daarvoor gedaan? • De verzamelcontainers voor PMD in DongenVaart en op de locatie Binnenhoven zijn weggehaald. Na een piekperiode is het aantal meldingen van dumpingen op die locaties afgenomen. • Eind 2024 is gestart met het uitwerken van diverse scenario’s om tot betere afvalscheiding te komen. Deze worden in 2025 aan de raad gepresenteerd. • Onze medewerkers rijden regelmatig hun route in aanwezigheid van een boa om te onderzoeken of de herkomst van de dumping te achterhalen is.
•
De hoeveelheid restafval per inwoner is licht gestegen.
•
Het aantal Fixi-meldingen met betrekking tot dumpingen en bij-plaatsingen is licht gedaald.
•
De gemeente Dongen heeft deelgenomen aan diverse zwerfafvalprojecten, zoals de landelijke opschoondag en scholenproject.
•
Zwerf-Afval-Pakkers (ZAP’ers) en verenigingen zijn gestimuleerd deel te nemen aan de opruimactie. Daarnaast hebben leerlingen van het Cambreur College een gastles over afvalinzameling ontwikkeld. In 2025 wordt deze gastles als test uitgerold op een basisschool in Dongen.
•
Aanpak overlast van PMD-zakken.
•
Op een aantal locaties is in overleg met bewoners gezocht naar een passende oplossing voor de overlast van PMD-zakken. Een bewonersbrief met tips leidde soms ook al tot minder overlast.
Inzicht in realisatie doelstelling Dongen In de Programmabegroting 2023-2026 zijn in thema 530 en 540 bij concrete, meetbare doelstellingen geformuleerd. In de bestuursrapportage wordt inzicht geboden in de realisatie op deze doelstellingen.
Restafval per inwoner (kg)
Doelstelling
2019
2020
2021
2022
2023
2024
100
170
185
137
132
129
135
↑
↓
↑
↑
↑
↓
NB
81%
83%
62%
80%
59%
↑
↓
↑
↓
Ontwikkeling realisatie doelstelling Zuiverheid PMD (%) Ontwikkeling realisatie doelstelling
75%
Hebben de beleidsrisico’s onze doelstellingen in de weg gestaan? • De hoeveelheid aangeboden afval op de milieustraat is nog steeds bovengemiddeld vergeleken met andere vergelijkbare gemeenten. • Het aantal afgekeurde vrachten is in 2024 afgenomen. Het is onduidelijk of dit door beter scheidingsgedrag van de inwoners komt of door minder strenge controles bij de verwerkers. Wat heeft anders uitgepakt? • De toegangscontrole op de milieustraat heeft niet het gewenste effect. De hoeveelheden van alle afvalstromen nemen onvoldoende af. Hierop wordt in 2025 verder ingezoomd om tot passende oplossingen te komen. • De internationale markt voor gebruikte kleding is in 2024 ingestort. Voor afnemers uit Afrika is nieuwe kleding uit China goedkoper dan gebruikte kleding uit Europa. Dit had tot gevolg dat de inzamelaar voor kleding en textiel failliet verklaard is. De buitendienst heeft de inzameling kort overgenomen, waarna kon worden doorgeschakeld naar een andere inzamelaar. Voor het
ophalen van kleding en textiel moet thans worden betaald. Tot 2024 was dit een opbrengststroom, dit heeft mogelijk effect op het toekomstig tarief voor afvalstoffenheffing. Beleidsindicatoren
540 Afval Ingenomen afval Restafval per inwoner (kg) Restafval per huishouden (kg) Scheidingspercentage
Aantal inworpen containers
Bezoekers milieustraat Sorteeranalyse fijn restafval
Sorteeranalyse PMD (huis-aan-huis inzameling en verzamelcontainers) in gewicht percentages
GFT Papier en Karton Hygiënisch papier Drankkartons Kunststoffen Glas Metalen Textiel Puin Hout Klein chemisch afval Elektrische apparaten Overig afval Kunststof verpakkingen Kunststof niet-zijnde verpakkingen Metalen verpakkingen Metaal niet-zijnde verpakkingen Drankkartons Inzamelzakken Vervuiling
2021 137
2022 132
2023 129
2024 135
320
306
293
308
2021 79,9%
2022 78,0%
2023 79,3%
2024 78,1%
Gemiddeld aantal inworpen in de ondergrondse restafvalcontainer per actieve pas per jaar 2021 2022 2023 2024 45 33 31 30 2021 2022 2023 2024 57.621 55.431 50.143 51.869 2021 2022 2023 2024 35,9% 40,1% 32,3% 46,1% 4,7% 3,1% 3,5% 3,1% 15,8% 16,4% 16,4% 14,5% 1,3% 1,0% 1,6% 0,8% 10,3% 7,7% 8,8% 5,9% 2,3% 2,0% 3,3% 2,4% 2,9% 2,8% 1,9% 1,8% 5,6% 4,1% 3,0% 6,0% 3,0% 3,3% 2,5% 2,4% 1,9% 4,2% 1,3% 1,8% 0,4% 0,3% 0,3% 0,6% 0,5% 0,8% 0,3% 1,7% 15,5% 13,2% 23,2% 16,0% 2021 2022 2023 2024 56,9% 42,3% 57,0% 40,3% 1,4% 1,7% 3,6% 2,6% 7,6% 5,8% 4,7% 3,8% 0,4% 0,1% 0,6% 1,2% 11,6% 8,3% 12,6% 7,8% 3,9% 3,5% 4,3% 3,1% 17,0% 38,5% 19,6% 41,1%
Wat heeft het gekost? Thema 510
Taakveld Omschrijving
Primitieve Begroting 2024 Lasten
Baten
Begroting na wijziging Lasten
Baten
Rekening
Verschil begroting na wijziging - rekening
Lasten Baten Lasten Baten
Saldo
Bestuur 0.10
Mutaties reserves
0.1
Bestuur
2.195
2.298
2.273
65
75
75
75
63
2.120
2.223
2.198
2
25
25
Baten •
Conform raadsbesluit valt niet gebruikt deel van de reserve-raadsinitiatieven vrij.
•
Naar aanleiding van de actualisatie van de pensioenberekening van de wethouders is een bedrag vrijgevallen.
Lasten • • • • •
De loonkosten voor het college en gemeenteraad vallen lager uit dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een CAO-stelpost die niet voor college en raad van toepassing is. De verhoging van de contributie VNG en de bijdrage fonds gezamenlijke gemeentelijke activiteiten was niet begroot. De bijdrage gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant is lager uitgevallen met name door het resultaat van 2023. In 2024 heeft er een wachtgelduitkering plaatsgevonden die niet was begroot. Diverse afwijkingen kleiner dan € 10.000 per saldo. Thema 520
Taakveld Omschrijving
Primitieve Begroting 2024
Begroting na wijziging
Rekening
65
90
63
63
2
27
65 voordeel 63
S/I I
2
I
25 voordeel +46
S/I I
-26
S
+12 -17 10
I
Verschil begroting na wijziging - rekening
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten Baten Lasten Baten
Dienstverlening
2.048
1.348
2.105
1.346
2.135 1.373
-30
26
-4
0.2
Burgerzaken
1.122
639
1.139
639
1.160
620
-20
-19
-39
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
183
134
183
134
181
146
1
12
14
8.3
Wonen en bouwen
743
576
783
574
794
607
-11
33
22
Baten • • • • •
Lagere leges reisdocumenten en rijbewijzen dan begroot. Hogere opbrengsten begraafrechten en -verlengingen grafrechten dan begroot. Leges bevolkingsregister vallen lager uit dan begroot. Leges omgevingsvergunningen vallen hoger uit dan begroot. Diverse afwijkingen kleiner dan € 10.000 per saldo.
Lasten • • •
Vergoedingen buitengewoon ambtenaren burgerlijke stand (babs) zijn op taakveld geboekt en waren niet begroot. Hogere af te dragen rijksleges vanwege meer verstrekte reisdocumenten (zie ook baten). Diverse afwijkingen kleiner dan € 10.000 per saldo.
Saldo
26 voordeel -29 +12 -17 33 25
S/I I S S I I
30 nadeel -13
S/I S
-16
I
-1
I
Thema 530
Taakveld Omschrijving Beheer en onderhoud
Primitieve Begroting 2024
Begroting na wijziging
Verschil begroting na wijziging - rekening
Rekening
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten Baten Lasten Baten
8.296
2.544
8.400
2.544
8.535 2.832
3
1
3
1
-135
288
153
-1
-1
185
146
2
2
0.10
Mutaties reserves
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
2.1
Verkeer en vervoer
2.2
Parkeren
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
3.108
187
3.132
187
3.232
210
-100
23
-77
7.2
Riolering
1.745
2.123
1.750
2.123
1.762
2.202
-12
79
67
8.3
Wonen en bouwen
550 2.543
550 232
2.618
1
347
3
Saldo
550 232
2.657
1
347
417 3
332
Baten • • • • • • •
• •
-39
Lagere opbrengsten rioolaansluitingen. Bermen en sloten hoger bijdrage vanuit riolering (zie ook lasten). Verkeer en vervoer, vergoeding gedeelde mobiliteit. Extra uitkering subsidie zwerfafval. Hogere vergoedingen voor schade en vernielingen (zie ook lasten). Hogere baten rioolheffing. In de begroting is in het kader van de 100% kostendekkende rioolheffing een negatieve last (baat) geraamd ten laste van de voorziening riolering. De werkelijk onttrekking is onder baten verantwoord (zie ook lasten). Hogere opbrengst kabels en leidingen en degeneratiekosten. Overige verschillen kleiner dan € 10.000 per saldo.
15
288 voordeel -12 17 17 24 77 38 53
S/I S I
75 -1
S I
135 nadeel -173
S/I I
-64
I
-26
I
-35
I
-28
I
-16 -34 235
S I I
Lasten • •
• • •
• • •
15
In de begroting is in het kader van de 100% kostendekkende rioolheffing een negatieve last (baat) geraamd ten laste van de voorziening riolering. De werkelijke onttrekking is onder baten verantwoord (zie ook baten). Het geprogrammeerd onderhoud wegen is hoger uitgevallen dan begroot vanwege meerkosten reparaties asfaltverhardingen en meerwerk schade parallelweg Waspikseweg. Hogere kosten tractie parken en plantsoenen vanwege BPM voor vrachtwagen en hogere wegenbelasting en onderhoud tractie. Parken en plantsoen hogere uitgaven, vanwege capaciteitstekort zijn werkzaamheden door aannemer uitgevoerd. Bermen en sloten hogere uitgaven vanwege meer werk uitdiepen sloten rondom Dongen-Vaart. Daarnaast zijn er extra kosten gemaakt voor uitvoeren maaiwerkzaamheden. Hogere verzekering premies tractie straatreiniging. Openbare verlichting kosten energieverbruik vallen hoger uit dan begroot. Bij het opstellen van de begroting 2024 is bij het berekenen van de kapitaallasten (rente en afschrijving) uitgegaan van een rekenrente van 0,75%. Op basis van nacalculatie naar aanleiding van de werkelijke rentelast over 2024 is de rekenrente bepaald op 0%. Dat betekent een voordeel op de kapitaallasten, het rentedeel.
I S/I S I
• • • • • • • • •
•
Reden hiervoor is de werkelijke rentebaat die in 2024 is ontvangen als gevolg en een gunstige schatkistpositie die de gemeente Dongen heeft gehad. Uitgaven onderhoud bruggen en duikers zijn hoger uitgevallen dan begroot. Jaarlijkse kosten voor onderhoud gebouwen zijn lager uitgevallen vanwege de verbouw (1e jaar minder onderhoudskosten). Gladheidsbestrijding kosten voor aankoop zand en zout vallen lager uit vanwege milde winterweer. Onderhoud wegen, straten en pleinen, uitgaven energieverbruik zijn hoger dan begroot vanwege evenementen (DongenIce). Onderhoud straatmeubilair, uitgaven zijn hoger dan begroot vanwege aanschaf extra borden met betrekking tot verbetering bebording van wegafzetting. Uitgaven voor herstel schades en vernielingen vallen hoger uit (zie ook baten). Belasting voor wegen starten en pleinen zijn lager uitgevallen. Hoger doorbelasting van kosten bermen en sloten voor riolering (zie ook baten). In 2024 is de klimaatsubsidie van start gegaan en hadden we geen inschatting wat dit zou gaan kosten. In 2024 zijn nog geen gemeentelijke klimaatadaptieve maatregelen genomen. Diverse overige kleine afwijkingen onder de € 10.000 per saldo.
Thema 540
Taakvel d 7.3
Primitieve Begroting 2024
Begroting na wijziging
Rekening
• • • • • • •
•
13
S
-25
I
-18
I
-13 21 -17 30
S I I I
17
I
Omschrijving
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Saldo
Afval
3.064
3.653
3.100
3.653
3.604
4.286
-504
633
129
Afval
3.064
3.653
3.100
3.653
3.604
4.286
-504
633
129
633 -23
S/I I
11
I
26 26 103
I I/S I
206 283
I I
1
I
-504 -368
S/I I
-186
S
Opbrengst afvalstroom textiel en huisraad valt lager uit dan begroot vanwege faillissement inzamelaar oktober 2024. Opbrengst afvalstroom restafvalval hoger uit dan begroot, door bijkopen inworpen ondergrondse container. Hogere opbrengsten zwerfafval prullenbakvergoeding was niet begroot. Hogere baten milieustraat (zie ook lasten). Hogere baten afvalstromen oud papier/karton, PMD en glas vanwege een nieuw contract oud papier en karton met gunstigere voorwaarden. Voor PMD en glas is er nog voordelige afrekening over 2022 ontvangen van het Afvalfonds. Baten afvalstoffenheffing vallen hoger uit dan begroot. In de begroting is in het kader van de 100% kostendekkende afvalstoffen een negatieve last (baat) geraamd ten laste van de voorziening riolering. De werkelijk onttrekking is onder baten verantwoord (zie ook lasten). Overige kleine verschillen kleiner dan € 10.000 per saldo.
Lasten •
I I
Verschil begroting na wijziging - rekening
Baten •
-15 13
In de begroting is in het kader van de 100% kostendekkende afvalstoffen een negatieve last (baat) geraamd ten laste van de voorziening riolering. De werkelijk onttrekking is onder baten verantwoord (zie ook baten). Kosten afvalstromen milieustraat vallen hoger uit vanwege de afrekening met Attero naar aanleiding van de afwikkeling van de gerechtelijke uitspraak over het niet leveren van de afgesproken hoeveelheden afval.
• • • •
• • •
Doorbelasting kosten belastingsamenwerking voor de afvalstoffenheffing valt lager uit vanwege de totale kosten aan de BWB die lager uitvallen. Zie ook programma 6. Kosten voor personeel derden ten behoeve van de milieustraat/restafval/GFT vallen lager uit dan begroot vanwege minder uitval. Kosten voor ondergrondse containers met betrekking tot restafval zijn overschreden als gevolg van hogere reparatiekosten. Hiervoor is ingehuurd, normaliter gebeurt dit met eigen personeel. Inzamelings- en verwerkingskosten oud papier en karton en PMD vallen hoger uit door correctie van BAT voor oud papier en karton. Voor PMD is de overschrijding door indexering. Inzamelingskosten zwerfval vallen lager uit: veegwagen is minder ingezet ten laste van dit budget. Tractie huis aan huis inzameling, brandstofkosten zijn lager uitgevallen door uitbesteding papier route door BAT. Overige kleine verschillen kleiner dan € 10.000 per saldo.
15
I
60
I/S
-48
S
-59
I
15
S
11
S
56
I
Algemene dekkingsmiddelen en overhead In dit zesde en laatste programma wordt het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van overhead gepresenteerd. Het is geen beleidsprogramma zoals de vijf programma’s hiervoor, maar een opsomming van een aantal geldstromen die vanuit onderlinge samenhang zijn geordend. De algemene dekkingsmiddelen geven inzicht in een aantal algemene inkomstenbronnen van de gemeente, zoals de algemene uitkering. De overhead geeft aan welke kosten samenhangen met de sturing en ondersteuning van de organisatie.
610 Algemene uitkering De algemene uitkering is de grootste inkomstenbron van de gemeente.
620 Gemeentelijke belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen en heffingen komen uitgebreid aan de orde in paragraaf A "Lokale heffingen". In het overzicht van algemene dekkingsmiddelen worden de gemeentelijke belastingen uitgelicht waarvan de opbrengsten gemeentebreed kunnen worden ingezet. Het gaat dan om de onroerendzaakbelasting.
630 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien De overige algemene dekkingsmiddelen zijn gerelateerd aan paragraaf D "Financiering" waarbij een onderbouwing wordt gegeven van de financieringsfunctie van de gemeente. Daarnaast zijn hier ook zichtbaar de post onvoorzien en de verwachte verplichting ten aanzien van de vennootschapsbelasting.
640 Overhead Bij het in beeld brengen van de overhead is er een onderscheid gemaakt in vier categorieën: • Directe personeelskosten: salariskosten van alle ambtenaren in dienst bij de gemeente Dongen; • Indirecte personeelskosten: scholingskosten, reis- en verblijfkosten, arbo- en administratiekosten; • Facilitaire ondersteuning: huisvesting gemeentehuis en -werven, ICT, archief, catering, e.d.; • Bestuurs-ondersteuning en kwaliteitszorg: publieksvoorlichting, kwaliteitszorg concern, bestuursondersteuning, persvoorlichting en representatie. Voor het berekenen van de overhead wordt de rekenmethode gebruikt die door de Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) van de rijksoverheid wordt voorgeschreven. Dit betekent dat kosten – waar mogelijk – direct worden toegerekend aan producten. De resterende kosten worden in de presentatie uitgesplitst naar de vier hierboven genoemde categorieën en kan worden uitgedrukt in een percentage (overhead als deel van de directe personeelskosten). Dit percentage berekenen we voor zowel de binnen- als de buitendienst. Dit onderscheid wordt gemaakt ten behoeve van een passende toerekening van uurtarieven naar de producten. Voor de vergelijking staan de begrote en gerealiseerde percentages naast elkaar. Gewijzigde begroting 2024
Rekening 2024
Binnendienst
€ 9.534.844 € 16.992.156*
56%
€ 9.020.327 € 16.043.942*
56%
Buitendienst
€ 340.073 € 2.770.461*
12%
€ 326.320 € 2.675.392*
12%
* In dit bedrag zijn de overhead aan personeelskosten opgenomen die toegerekend mogen worden aan de producten.
In 2024 bedragen de externe inhuurkosten als percentage van de totale loonsom afgerond 19%. De externe inhuurkosten betreffen inhuur specialistische kennis, vervanging bij ziekte, inhuur derden grasmaaien en inhuur in verband met vacatureruimte. De stijging is te verklaren uit de krappe arbeidsmarkt.
Externe inhuur
Jaarrekening 2023 € 3.008.048 = 16.3% € 18.383.760
Jaarrekening 2024 € 3.473.527 = 19,1% € 18.179.334
Beleidsindicatoren
Gemiddelde WOZ-waarde
% demografische druk
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Formatie
Bezetting
Overhead
Apparaatskosten
Externe inhuur
Overhead De gemiddelde WOZ-waarde van woningen (in € 1.000) 2021 2022 2023 2024 283 305 342 353 De som van het aantal personen van 0-15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15-65 jaar 2021 2022 2023 2024 74,2% 74,9% 73,2% 74.8% Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten 2021 2022 2023 2024 761 838 857 823 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten 2021 2022 2023 2024 882 959 978 938 Fte per 1.000 inwoners 2021 2022 2023 2024 7,2 7,3 7,1 8,1 Fte per 1.000 inwoners 2021 2022 2023 2024 7,1 6,9 7,3 7,2 Als % van de totale lasten 2021 2022 2023 2024 12,6% 11,8% 11,5% 10,2% Apparaatskosten per inwoner 2021 2022 2023 2024 705 715 792 891 Externe inhuurkosten als percentage van de loonsom 2021 2022 2023 2024 9,7% 10.1% 16.3% 19,1%
Wat heeft het gekost? Thema 610
Taakveld Omschrijving Algemene uitkeringen Algemene uitkering en 0.7 overige uitkeringen gemeentefonds
Primitieve Begroting 2023 Lasten
Begroting na wijziging
Baten
Lasten
Baten
Rekening
Lasten
Verschil begroting na wijziging - rekening
Baten
Lasten
Baten
Saldo
47.346
49.357
50.797
1.440
1.440
47.346
49.357
50.797
1.440
1.440
Baten 1.539 voordeel 1.440 • In 2024 zijn 2 bestuursrapportages verschenen. De circulaires van het gemeentefonds voor september en december verschijnen te laat om de effecten daarvan mee te nemen in de 2e bestuursrapportage. Daarnaast stelt het rijk vaak ook de berekening van voorgaande jaren bij, dat leidt in 2024 ook tot een voordeel.
Thema 620
Taakveld Omschrijving Gemeentelijke belastingen en heffingen 0.10 Mutaties reverves
Primitieve Begroting 2023
Begroting na wijziging
Rekening
S/I S
Verschil begroting na wijziging - rekening
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Saldo
326
7.240
274
7.254
320
7.471
-47
217
170
5
5
5
0.61
OZB woningen
210
4.719
210
4.509
0.62
OZB niet-woningen
97
2.311
97
2.611
0.64
Belastingen overig
19
70
-33
84
3.4
Economische promotie
140
296
4.512
-87
4
-83
2.650
97
38
135
153
-57
69
12
101
101
24
50
151
Baten 217 voordeel 101 • Over oude jaren is naar aanleiding van controles extra toeristenbelasting geheven.
S/I I
•
42
S
69
I
5
I
47 nadeel 47
S/I
•
•
Baten OZB voor woningen en niet-woningen vallen hoger uit dan begroot. Dit kan diverse oorzaken hebben, zoals herwaardering of areaaluitbreiding. Wanneer een aanslag niet of niet op tijd wordt betaald, wordt een aanmaning en vervolgens een dwangbevel verzonden. De extra kosten die moeten worden betaald, wordt vervolgingskosten genoemd. Deze worden door de BWB geïnd en zijn een baat voor de gemeente Dongen. Diverse afwijkingen onder € 10.000 per saldo.
Lasten •
Lagere interne doorbelastingen van kwijtscheldingen en uitvoeringskosten belastingen.
I
Thema 630
Taakveld Omschrijving Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 0.10 Mutaties reserves
Primitieve Begroting 2023
Begroting na wijziging
Rekening
Verschil begroting na wijziging - rekening
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Saldo
2.030
734
2.141
1.834
2.665
1.679
-524
-155
-678
377
-103
274
1.151
1.151
1.151
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
206
103
377
103
0.5
Treasury
159
109
159
1.209
968
1.308
-809
99
-710
0.8
Overige baten en lasten
458
522
398
522
398
371
1
-151
-150
0.9
Vennootschapsbelasting (VpB)
56
56
149
Baten • In 2024 zijn minder ambtelijke uren verwerkt op investeringen doordat er meer uren aan beheer en onderhoud zijn besteed. • Hogere opbrengst schatkistbankieren: dit is het gevolg van een hoog saldo in de “schatkist”. Ondanks tussentijdse wijziging van de begroting een voordeel. • Resultaat van rekening baten en lasten, per saldo (lasten en baten) staat hier het saldo van de primitieve begroting en na saldo naar Berap-1 en Berap-2. Het resultaat wordt niet feitelijk geboekt. Dit gebeurt bij het bestemmen van het saldo. • Diverse afwijkingen onder € 10.000 per saldo.
-93
-93
155 nadeel -158
Overzicht aanwending van het bedrag voor onvoorziene uitgaven
I
107
I
-103
I
-1
I
Lasten 524 nadeel 377 • Resultaat van rekening baten en lasten, per saldo (lasten en baten) staat hier het saldo van de primitieve begroting en na saldo naar Berap-1 en Berap-2. Het resultaat wordt niet feitelijk geboekt. Dit gebeurt bij het bestemmen van het saldo. -816 • Bij het opstellen van de begroting 2024 is bij het berekenen van de kapitaallasten (rente en afschrijving) uitgegaan van een rekenrente van 0,75%. Op basis van nacalculatie naar aanleiding van de werkelijke rentelast over 2024, is de rekenrente bepaald op 0%. Dat betekent een voordeel op de kapitaallasten, het rentedeel. Reden is de werkelijke rentebaat die in 2024 is ontvangen als gevolg en een gunstige schatkistpositie die de gemeente Dongen heeft gehad. Dit wordt binnen dit thema als een doorbelasting (baat) geraamd; dat leidt daardoor tot een nadeel. Op de thema’s waar naartoe wordt doorbelast is het voordeel geland. 20 • Het restant van de post onvoorzien is niet uitgegeven. -31 • Kosten met betrekking tot fiscaal advies en deurwaarders kosten waren niet begroot. 20 • De stelpost voor indexering is niet volledig aangewend. -93 • In 2024 is er een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting van € 130.000 betaald. Daarnaast is er per saldo een voorlopige teruggave over voorgaande jaren ontvangen. -1 • Diverse kleine afwijkingen onder € 10.000 per saldo.
Vennootschapsbelasting Voor het jaar 2024 is er een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting ad € 130.000 aan de gemeente opgelegd.
S/I
S/I I
I
I
I
I
Bij de 2e bestuursrapportage is de post onvoorzien verminderd met € 60.000 op basis van de toen bekende inzichten. In de rest van het jaar zijn eveneens geen uitgaven gedaan. Thema 640
Taakveld Omschrijving Overhead
Primitieve Begroting 2024 Lasten
Baten
Begroting na wijziging
Lasten
Baten
Rekening
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Saldo
304
509
143
652
9.218
161 11.275
143 10.766
Bestuur
128
128
68
0.4
Overhead
9.090
0.8
Overige baten en lasten
0.10
Mutaties reserves
0.1
161
11.147
161
10.686
60 304
13
Baten • •
In 2024 is een vergoeding ontvangen vanuit Loyalis ter cofinanciering van vitaliteitsactiviteiten. Deze bijdrage was niet begroot. Vrijval voorziening spaarverlof vanwege opname en actualisatie. Deze was niet begroot.
Lasten •
• • •
•
Verschil begroting na wijziging – rekening
Personeel: dit resultaat is het gevolg van een aantal openstaande vacatures die moeilijk konden worden ingevuld. Het duurde gemiddeld ook langer om geschikte inhuurkandidaten te vinden, waardoor het voordeel is ontstaan. Daarnaast wordt elk jaar zo goed mogelijk gebruik gemaakt van de middelen die worden verkregen van het rijk door daaraan de ambtelijke kosten toe te rekenen. Er is spaarzaam omgegaan met het budget voor organisatieontwikkeling, dit is derhalve niet volledig besteed. Het begrote bedrag aan wervingskosten is niet nodig gebleken, na een verlaging bij de 2e bestuursrapportage is evengoed minder geld uitgegeven Kosten voor ICT zijn gestegen, onder meer veroorzaakt door (fors) gestegen licentiekosten. Deze worden in rekening gebracht door de gemeente Tilburg. De afrekening is laat ontvangen waardoor tussentijdse bijstelling niet mogelijk was. Diverse afwijkingen onder € 10.000 per saldo.
462
60 143
605
-13
-13
143 voordeel 10
S/I I
133
509 voordeel 546
S/I I
47
I
18
I
-80
S
23
I
Paragrafen
A. Lokale heffingen Deze eerste paragraaf gaat over lokale heffingen. Binnen de gemeente wordt onderscheid gemaakt tussen lokale algemene belastingen en heffingen. De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Dit geldt voor de onroerendezaakbelasting (OZB). De heffingen heten ook wel rechten, tarieven of leges. De gemeente mag op basis van de gemeentewet artikel 229b niet meer heffen dan de begrote kosten die worden gedekt met de heffing. Het geld dat de inwoner betaalt voor de heffingen, gebruikt de gemeente om de kosten van die specifieke activiteiten te dekken. Dit zijn rioolheffing, afvalstoffenheffing, marktgelden en leges. Het opleggen en innen van de aanslagen OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffingen wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). De bijdrage aan de BWB was in 2024 € 524.228. Leges worden door de gemeente zelf in rekening gebracht op het moment dat het betreffende product of dienst wordt afgenomen bij de gemeente, zoals een omgevingsvergunning of paspoort. In onderstaande tabel worden de opbrengsten uit lokale heffingen weergegeven; de toelichting op de verschillen kunt u terugvinden in de programma’s.
2023 Primitieve begroting 6.795 6.723 3.546 3.181 2.117 2.097 38 140 2 5 148 134 347 643
Rekening Onroerendezaakbelasting. Afvalstoffenheffing. Rioolheffing. Toeristenbelasting. Marktgelden. Lijkbezorgingsrechten. Leges titel 1 (algemene dienstverlening). Leges titel 2 (dienstverlening m.b.t. leefomgeving). Leges titel 3 (dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn). Totaal lokale heffingen
Opbrengst lokale heffingen (bedragen x €1.000) 2024 Begr. na Rekening Verschil wijziging 7.120 7.162 42 3.181 3.387 206 2.097 2.135 38 50 151 101 5 3 -2 134 146 12 643 736 93
473
557
557
605
48
23
-
-
16
16
13.489
13.480
13.787
14.341
554
In 2024 is er € 85.013 aan reclamebelasting opgelegd. Deze opbrengsten worden na aftrek van kosten (voor de heffing en invordering) overgemaakt aan ondernemersvereniging Leer Dongen Kennen. Bij het bepalen van de kostendekkendheid is van belang welke kosten toerekenbaar zijn aan de tarieven. Deze kosten bestaan uit directe en indirecte kosten. Onder directe kosten worden de kosten verstaan die rechtstreeks samenhangen met de verleende dienstverlening. Onder indirecte kosten worden de kosten verstaan die weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband staan met die dienstverlening, ofwel overheadskosten. De overheadkosten betreffen onder meer kosten van arbeid, investeringen, ICT en materieel.
Algemene kosten Overhead BTW Totale kosten Totale opbrengsten Verschil kosten-opbrengsten Dekkingspercentage
Lijkbezorgingsrechten 160 24 0 184 146 -38 80%
Inzicht in kostendekkendheid (bedragen x €1.000) Afvalstoffenheffing Rioolheffing 3.387 1.747 231 232 457 186 3.657 2.188 3.387 2.135 -270 -53 92,6% 97,6%
De afvalstoffenheffing en rioolheffing maken deel uit van een gesloten circuit. De inkomsten mogen alleen worden besteed aan de uitvoering van de betreffende riolerings- of reinigingstaak. Voor de afvalstoffenheffing wordt er € 283.368 toegevoegd aan de voorziening reiniging. De toelichting hiervoor is in thema 540 opgenomen. Bij de rioolheffing wordt € 52.581.96 onttrokken aan de voorziening riolering. Tarievenoverzicht huishoudens (COELO-Atlas)
Nederland gemiddeld
Dongen
2024
2023
2024
OZB-eigenaar woningen.
0,1013%
0,1181%
0,1101%
OZB-eigenaar niet-woningen.
0,3016%
0,2374%
0,3043%
OZB-gebruiker niet-woningen.
0,2171%
0,2014%
0,2140%
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden).
329
345
328
Rioolheffing.
213
175
175
Bruto woonlasten.
994
958
940
De lokale lastendruk is een indicator voor de mate waarin de inwoners van de gemeente worden belast met de door de raad vastgestelde heffingen. Voor het bepalen van de lokale lastendruk, zijn de heffingen bepalend die onvermijdelijk gepaard gaan met het wonen in de gemeente. Dit zijn: onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. We vergelijken de situatie in Dongen met het landelijk gemiddelde, conform de Coelo-Atlas (landelijke rapportage lokale lasten). De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd voor de berekening: • Voor afvalstoffenheffing en rioolheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden; • Gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning in 2024 bedraagt € 395.213 in Dongen. Uit de vergelijking blijkt dat de bruto woonlasten in Dongen in 2024 voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden € 54 lager liggen dan gemiddeld in Nederland (in 2023: € 34). Op basis van het advies van de BWB is de hoogte van het bedrag dubieuze belastingdebiteuren voor 2024 op € 51.000 vastgesteld. Voorziening dubieuze debiteuren Normpercentage vanaf 2022 0,40% Van bruto belastingvordering
€
12.795.000
Normbedrag bedraagt op jaarbasis
€
51.000
Kwijtscheldingsbeleid In Dongen kan kwijtschelding worden gevraagd voor de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De BWB voert de kwijtschelding uit. De gemeente Dongen hanteert de zogeheten 100% norm. Dit betekent dat inwoners van Dongen met een inkomen op bijstandsniveau, voor wat
betreft de betalingscapaciteit, automatisch voor kwijtschelding in aanmerking komen. In 2024 is voor een bedrag van € 168.911 aan kwijtscheldingen verleend.
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze tweede paragraaf wordt inzicht geboden in de actuele risico’s van de gemeente en de wijze waarop hiermee wordt omgesprongen. Daarnaast wordt aan de hand van de financiële kengetallen ingegaan op de ontwikkeling van het financiële beeld. Beleid omtrent risicomanagement In de Financiële Verordening 2023 zijn kaders opgenomen voor de bepaling van het weerstandsvermogen en risicobeheersing. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is dit uitgewerkt waarbij een integrale impact analyse is gemaakt. Dit conform de nota Integrale Aanpak Risicomanagement 2021. De integrale aanpak van risicomanagement houdt in dat zoveel mogelijk binnen de bestaande processen en structuren wordt nagedacht over mogelijke risico’s en de daarbij behorende beheersmaatregelen. Risicomanagement wordt daarmee nadrukkelijk niet als afzonderlijke of op zichzelf staande activiteit georganiseerd, maar geïntegreerd in de dagelijkse activiteiten. Binnen het risicomanagement maken we onderscheid tussen twee typen risico’s. Enerzijds: de risico’s die de organisatie loopt in het bereiken van haar doelstellingen (beleidsrisico’s). Anderzijds: de risico’s die de organisatie loopt in het uitvoeren van reguliere processen (procesrisico’s).
De beleidsrisico’s worden geïntegreerd in de P&C-cyclus (Planning en Control) en de procesrisico’s worden meegenomen in de Interne Controles. De raad wordt in de begroting geïnformeerd over de belangrijkste, actuele beleidsrisico’s die samenhangen met de doelstellingen in die begroting. In de tussentijdse rapportages en de jaarrekening wordt ingegaan op de stand van zaken van deze risico’s en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd. Over de procesrisico’s wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd, gekoppeld aan de interim-controle en de jaarrekening-controle door de accountant. Naast deze risico’s, wordt afzonderlijk gerapporteerd over risico’s met een financiële impact. Deze financiële risico’s worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook hierover wordt in de begroting en de jaarrekening gerapporteerd middels deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Beleidsrisico’s In de Programmabegroting 2024-2027 is per beleidsthema aangegeven wat het realiseren van de genoemde beleidsdoelstellingen in de weg kan staan; dit zijn de beleidsrisico’s. In de bestuursrapportages van 2024 zijn we ingaan op de stand van zaken met betrekking tot deze risico’s. In deze Jaarrekening 2024 hebben we in de beleidsthema’s een reflectie opgenomen van de vooraf benoemde risico’s.
Hierin geven we aan in hoeverre de risico’s zich hebben gemanifesteerd en hoe we hiermee zijn omgegaan. Op die manier ontstaat een cyclus van vooruit- en terugkijken. In de Programmabegroting 2024-2027 was in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing tevens een top 5 van de belangrijkste beleidsrisico’s opgenomen. Hieronder worden die risico’s kort behandeld. 1. Krapte arbeidsmarkt: De krapte op de arbeidsmarkt is in ons land onverminderd hoog. Eind 2024 bleek dat er gemiddeld genomen 108 openstaande vacatures waren ten opzichte van 100 werklozen. Tot nu toe is het voor onze gemeente gelukt de krapte grotendeels op te vangen met de tijdelijke inhuur van medewerkers. Ook daarbij is merkbaar dat voor specialistische vacatures sprake is van schaarste: dat leidt tot hogere inhuurtarieven. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren niet minder zal worden. In aansluiting op alle regionale/landelijke ontwikkelingen en verwachtingen ontstaat meer en meer een kaderstelling. Wat kan wel worden opgepakt en uitgevoerd? Waar kunnen we wellicht meer gebruik maken van samenwerkingen? Tevens leidt het ook tot stagnatie. Voor
2.
3.
4.
5.
invulling zetten we in op regionale werving waarbij goed werkgeverschap en een lerende organisatie hopelijk leiden op instroom van een jongere doelgroep. Stijgende prijzen: De inflatiecijfers zijn in 2023 en 2024 meer genormaliseerd. Het prijsniveau is echter onverminderd hoog. De impact van corona, energie, schaarste aan materialen en arbeid hebben geleid tot een hogere basisprijs. We verwachten dat deze ooit weer zal gaan dalen, maar is dat realistisch? In de begroting is hier wel rekening mee gehouden, maar uiteraard gaat dit ook ten laste van ons beschikbaar budget. Schaarste aan materialen: Door de onrust in de wereld is er nog steeds sprake van een schaarste in de markt. Nieuwe bedreigingen liggen op de loer met toename van de geopolitieke spanningen. Bepaalde, specifieke materialen zijn nog veelal schaars, wat gevolgen heeft voor prijzen en levertijden. Implementatie nieuwe wetgeving: De Omgevingswet is in 2024 in werking getreden. De focus bij deze implementatie heeft gelegen op conversie van bestaande producten en dienstverlening naar de nieuwe wetgeving. Tot en met 2030 zal de volledige toepassing van de wetgeving veel van ons vragen. Ondanks alle pogingen om het rijk ervan te overtuigen dat de werking van de Jeugdwet niet overeenkomt met de beschikbaar gestelde budgetten, is er nog geen zicht op een structurele oplossing.
De afspraken vanuit de hervormingsagenda stagneren. We constateren bij de jeugd wel een afname bij de instroom, maar daar tegenover staat een forse stijging van de kosten van de aanbieders. Maatschappelijk draagvlak: Verminderd draagvlak en acceptatie voor het handelen van overheden – zowel nationaal als internationaal – is een fenomeen waar we ons blijvend van bewust dienen te zijn. We zien dit onder meer terug in de juridisering van de samenleving. Er worden snel juridische procedures opgestart en deze zaken zijn tijdrovender dan in het verleden. Daar waar de gevolgen van ons handelen onze inwoners nadrukkelijk raken, investeren we in goede communicatie en het betrekken van die inwoners.
Een niet als beleidsrisico in de Begroting 2024 aangemerkt risico, betreffen de zogenaamde ravijnjaren. Vanaf 2026 daalt de financiering van het rijk aan gemeenten met € 3 miljard. Met 2026 als eerstvolgend begrotingsjaar voor de boeg koersen we af op een stevige bijsturing op ambities en opgaven. Financiële risico's Voor een goed financieel beheer moeten we weten welke financiële risico's (en kansen) wij hebben en hoe wij deze risico’s kunnen beheersen. Ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen hebben we inzicht in het risicoprofiel nodig. Middels een inventarisatie zijn de risico's verzameld. Belangrijk daarbij is te onderzoeken welke beheersmaatregelen zijn genomen of alsnog genomen moeten worden. Bij de inventarisatie van de risico's maken we onderscheid in structurele en incidentele (tijdelijke) risico's. Daarbij wordt aangegeven wat het (maximaal) verwachte risicobedrag is en wordt een inschatting gegeven van de kans van voordoen. We houden daarbij onderstaande inschattingspercentages aan. Score 1. Laag 2. Matig 3. Gemiddeld 4. Hoog 5. Zeer hoog
Risicokans 0% - 20% 20% - 40% 40% - 60% 60% - 80% 80% - 100%
Gemiddelde risicokans 10% 30% 50% 70% 90%
Omdat de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet slechts globaal is aan te geven, wordt met een variatiebreedte van 20% gerekend. Het verwachte (maximale) risicobedrag en de kans op voordoen, leiden tot een gewogen risicobedrag. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen, zonder dat het bestaande beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het totaal aan gewogen financiële risico's (= benodigde weerstandscapaciteit) wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Uit
voorzichtigheidsoverwegingen nemen we bij de bepaling van de weerstandscapaciteit uitsluitend de omvang van de algemene reserve mee. Dit leidt tot de bepaling van een weerstandsratio. Met behulp van de onderstaande tabel beoordelen we de ratio van de gemeente Dongen. Deze normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS).
Categorie A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < 2,0 1,0 < 1,4 0,8 < 1,0 0,6 < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Berekening weerstandsratio Aan de hand van de gewogen risicobedragen en weerstandscapaciteit bepalen we hoe de gemeente Dongen ervoor staat. Dat noemen we de weerstandsratio. Weerstandsratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 24.343.000 € 4.373.500
= 5,6
Hiermee kan geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen uitstekend is.
Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2022 1-apr
2023
2024
1-okt
1-apr
Beschikbare weerstandscapaciteit
7.010 11.045
11.045
18.124 17.623 24.446 24.343
Benodigde weerstandscapaciteit
2.736
2.115
2.594
3.130
3.704
4.185
4.373
2,6
5,2
4,3
5,8
4,8
5,8
5,6
Weerstandsratio
1-okt
1-apr
1-okt
2025 1-apr
In de tabel wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen. Op twee momenten in het jaar worden de dan actuele risico’s afgezet tegen het op dat moment beschikbare weerstandsvermogen. Die twee momenten zijn gekoppeld aan respectievelijk de jaarrekening (1 april) en de begroting (1 oktober) die dan wordt opgesteld. Zo verwijst de peildatum 1 oktober 2024 naar de Programmabegroting 2025-2028 die toen is opgeleverd en peildatum 1 april 2025 verwijst naar de nu voorliggende Jaarrekening 2024. Ten opzichte van de vorige peildatum (Programmabegroting 2025-2028) is het risicoprofiel licht verslechterd. De beschikbare weerstandscapaciteit is gebaseerd op de hoogte van de algemene reserve op 31 december 2024 en bedraagt € 24,3 miljoen. Dit is € 104.000 lager vanwege de het niet storten van het begrotingssaldo 2024. Het positieve jaarrekeningresultaat over 2024 is nog niet verwerkt in de algemene reserve. Dit gebeurt na besluitvorming van de raad. Tegenover de lagere beschikbare weerstandscapaciteit, staat een stijging van de benodigde weerstandscapaciteit. Het totaal aan gewogen risicobedragen bedraagt € 4,3miljoen (was € 4,1 miljoen). De weerstandsratio is hierdoor verslechterd van 5,8 bij de Programmabegroting 2025-2028 naar 5,6 in de voorliggende jaarrekening.
De verslechtering wordt verklaard door het opvoeren van nieuwe risico’s rondom de mondiale ontwikkeling en het effect hiervan op de prijzen. De weerstandsratio is nog altijd positief. Dit is te verklaren doordat veel financiële risico’s reeds binnen de begroting zijn afgedekt. Daarnaast is de beschikbare weerstandscapaciteit in de vorm van de algemene reserve de afgelopen jaren sterk gestegen door de toevoeging van de positieve jaarrekeningresultaten.
Resultaten risicoanalyse De risico’s beschrijven we kort. Daarbij geven we aan of het een nieuw of een bestaand risico betreft. In de hiernavolgende tabel is de top 5 van de geïnventariseerde risico’s in beeld gebracht. In de bijlage zijn alle geïnventariseerde risico’s opgenomen. Benodigde weerstandscapaciteit Peildatum 1 april 2025
Verwacht maximaal risicobedrag
Kanspercentage
Gewogen risicobedrag
Nieuw / bestaand
Incidentele risico's (top 5) 1. Waarderingsrisico woningbouwlocaties en bedrijventerreinen
€ 2.590.000
30%
€ 777.000
Bestaand
2. Stijgende (materiaal) prijzen 3. Financiering duurzaamheidsambities 4. Onder uitputting formatie/inhuur 5. Vervroegde vervanging MJOP 6. Bouw Integrale Kindcentra 7. Kostenvergoeding afvalverpakkingen
€ 700.000 € 500.000 € 850.000 € 160.000 € 1.250.000 € 265.000
30% 30% 50% 50% 10% 30%
€ 210.000 € 150.000 € 425.000 € 80.000 € 125.000 € 79.500
Nieuw Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand
Overige incidentele risico's Totaal incidentele risico's Structurele risico's (top 5) 1. Inhuur vanwege kwetsbare functies 2. Kostenontwikkeling sociaal domein 3. Complexe zorgcasuïstiek 4. Netwerkschaarste 5. Herinrichting toegang sociaal domein Overige structurele risico's Totaal structurele risico's
€ 505.000 € 6.820.000
Totaal
€ 16.675.00
€ 1.000.000 € 1.000.000 € 600.000 € 500.000 € 500.000 € 6.255.000 € 9.855.000
€ 161.500 2.008.000 50% 30% 50% 50% 30%
€ 500.000 € 300.000 € 300.000 € 250.000 € 150.000 € 865.500 € 2.365.500
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand
€ 4.373.500
Incidentele risico’s De belangrijkste incidentele risico’s zijn: 1. Als gevolg van markt- en economische ontwikkelingen, kan de uitgifte van gronden voor woonlocaties en bedrijventerreinen achterblijven bij de verwachtingen. De resultaten van de grondexploitaties (De Beljaart, Noorderbunder De Vijf Turven en Tichelrijt 2, 3 en Zuid) zijn dan lager dan verwacht. 2. Door stijgende prijzen en langere levertijden, kunnen onderhoud en investeringen duurder uitvallen. Hoewel de periode van forse stijgingen achter ons lijkt te liggen, is met name de ontwikkeling van de (energie) prijzen onder invloed van de mondiale ontwikkelingen erg onzeker. De begroting bevat geen centrale reservering om prijsstijgingen op te vangen. 3. De komende jaren moet uitvoering worden gegeven aan grote landelijke en mondiale ambities op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. Door het rijk is financiering toegekend tot en met 2025. Voor de jaren erna mogen deze middelen structureel worden doorgetrokken. Dit leidt echter wel tot risico's met betrekking tot de lange termijn financiering van deze ambities. 4. Er is sprake van een onderuitputting in de personeelsformatie. Om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden, maken we gebruik van externe inhuur. Daarnaast werven we uiteraard ook voor vaste invulling van de formatie. Daarmee ontstaat er een incidenteel risico op extra kosten. 5.
Bij inspectie van een van de bruggen is gebleken dat de deklaag moet worden vervangen. Vanuit aanvullende informatie is gebleken dat wellicht de constructie van de brug niet meer
afdoende is om in de toekomst aan de gestelde eisen te voldoen. Er is een ingenieursbureau ingeschakeld voor onderzoek. In de risicoparagraaf is rekening gehouden met de investering op korte termijn voor volledige vervanging om calamiteiten te voorkomen. 6. Bij de bouw van een aantal IKC's is het bouwheerschap belegd bij de onderwijsinstelling. Hiermee ontstaat een afhankelijkheid van de financiële situatie van de betreffende instelling. De afhankelijkheid en daarmee het risico zit enerzijds in de bevoorschotting en het potentiële verlies in de beschikbaar gestelde middelen als er geen werk/dienst tegenover komt te staan. Anderzijds bestaat het risico dat het bouwheerschap moet worden overgenomen door gemeente Dongen, waarbij aanvullende middelen moeten worden ingezet. 7. De overeenkomst tussen de VNG en Verpact (voorheen Stichting Afvalfonds Verpakkingen) over onder meer de kostenvergoeding voor gemeenten voor de inzameling van verpakkingsafval, eindigt per eind 2024. De VNG is met Verpact in gesprek om te komen tot nieuwe gedragen afspraken. Op dit moment ligt er nog geen nieuwe overeenkomst wat een risico ten aanzien van de kostenvergoeding in 2025 met zich meebrengt. Ten opzichte van de Programmabegroting 2025-2027 zijn de incidentele gewogen risicobedragen toegenomen van € 1,8 miljoen naar € 2,0 miljoen.
Er is een nieuwe risico opgenomen met betrekking tot prijzen rondom de mondiale ontwikkelingen Structurele risico’s De top vijf aan structurele risico’s zijn: 1. Als gevolg van samenloop van omstandigheden (mobiliteit, ziekte, hoge werkdruk) kunnen plotseling binnen een team op vitale en/of kwetsbare functies vacatures ontstaan die niet intern kunnen worden opgelost. Onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden ziet de gemeente zich geconfronteerd met hoge inhuurtarieven. 2. Aantal complexe casussen waar zwaarste zorgpakketten moeten worden toegekend. 3. De elektriciteitsnetwerken in Nederland kunnen de fors gestegen vraag en aanbod van elektriciteit niet aan. De komende jaren is de ruimte voor uitbreiding van elektriciteitsaansluitingen zeer beperkt. Dit kan geplande en toekomstige investeringen beïnvloeden, waarbij oplossingen mogelijk tot extra kosten leiden. 4. Op landelijk niveau wordt gewerkt aan de Hervormingsagenda Jeugd. Vooruitlopend daarop is door het rijk reeds een bezuiniging verwerkt op het gemeentefonds. In de meerjarenbegroting 2023-2026 is een storting van in totaal € 1,4 miljoen in de algemene reserve gedaan waarmee dit risico gedeeltelijk kan worden opgevangen. 5. De Wet natuurbescherming regelt dat voor projecten die invloed kunnen hebben op de omliggende natuur, ecologisch onderzoek wordt gedaan.
Dit heeft in potentie invloed op tal van gemeentelijke projecten, waarbij op voorhand niet duidelijk is of ontheffingsmogelijkheden bestaan en wat de kosten voor een eventueel onderzoek zijn. Inmiddels zijn wel de eerste subsidiebedragen toegekend. Ten opzichte van de begroting 2025-2027 zijn de structurele gewogen risicobedragen gelijk gebleven op € 2,3 miljoen. Financiële kengetallen Aan de hand van de voorgeschreven financiële kengetallen, wordt in elke jaarrekening en begroting inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente. De kengetallen moeten in samenhang worden bezien. De gemeente beschouwt hierbij de netto schuldquote, de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte als de primaire kengetallen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële staat van de schuldpositie (netto schuldquote), de vermogenspositie (solvabiliteit) en de begroting (structurele exploitatieruimte). De grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn belangrijk voor de context van de primaire kengetallen. Voor de signaleringswaarden sluiten we aan bij de waarden zoals deze worden gehanteerd door toezichthouders bij gemeenten. Duiding waarden kengetallen Laag risico Netto schuldquote
< 90%
Mate van risico Gemiddeld Hoog risico risico 90% - 130% > 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
< 90%
90% - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20% - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
= 0%
< 0%
Grondexploitatie
< 20%
20% - 35%
> 35%
Belastingcapaciteit
< 95%
95% - 105%
> 105%
Duiding financiële positie In onderstaande tabel is de ontwikkeling weergegeven van financiële kengetallen voor de gemeente Dongen voor de jaren 2022, 2023 en 2024. Het jaar 2024 is daarbij tevens afgezet tegen de verwachte waarden uit de Programmabegroting 2024. Tevens zijn in de tabel de gemiddelde waarden van de Brabantse gemeenten weergegeven voor het jaar 2023. Kengetallen jaarrekening Brabants 2024 gemiddelde Jaarrekening Jaarrekening Begroting Jaarrekening 2023
2022
2023
2024
2024
33%
72%
66%
117%
59%
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
28%
67%
61%
112%
55%
39,9%
19,3%
19,8%
19,2%
23,0%
2,0%
8,9%
5,6%
1,8%
2,6%
10,3%
10,8%
11,5%
16,1%
10,6%
Belastingcapaciteit
96%
106%
104%
100%
95%
Het financiële beeld over 2024 is, op basis van de financiële kengetallen, redelijk vergelijkbaar met 2023. De schuldquote is opnieuw enkele procentpunten lager uitgevallen dan eind 2023. De stijging die in de Begroting 2024 was voorzien, heeft zich (nog) niet voorgedaan. De solvabiliteit is de grens van 20% ruim gepasseerd. De positieve exploitatiesaldi van de afgelopen jaren dragen hieraan bij. Tegelijkertijd groeit de omvang van de schulden (in absolute zin), waardoor de stijging wordt gedempt. De structurele exploitatieruimte van 2,6% is door het positieve resultaat positief. Het kengetal grondexploitatie is gedaald en neemt over meerdere jaren bezien verder af door verkoop van gronden. Dit betekent een afname van het risicoprofiel. De bruto woonlasten in Dongen liggen in 2024 onder het gemiddelde van Nederland. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ook inzichtelijk gemaakt na correctie voor verstrekte leningen. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is in de exploitatie en de schuldenlast.
Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, de komende jaren niet hoger mag zijn dan 140%. In 2028 moet de schuldquote zijn afgebouwd naar (maximaal) 130%. De schuldquote is veel lager uitgevallen dan voorzien in de begroting 2024. De oorzaak hiervan is drieledig. Allereerst zijn de baten fors hoger uitgevallen dan verwacht bij de begroting. De omvang van de schulden, afgezet tegen de baten, valt daardoor lager uit. Tegelijkertijd werken de positieve exploitatiesaldi door in een lagere omvang van de schulden. Ten slotte is het investeringsvolume in 2024 lager uitgevallen dan in de begroting verwacht. Dit houdt onder meer verband met de vertraging
in de bouw van de Integrale Kindcentra. De verwachting is nog altijd dat de schuldquote op termijn gaat stijgen maar onder de 130% blijft. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het drukt de omvang van het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe lager de financiële weerbaarheid van de gemeente is. De solvabiliteit van de gemeente bevindt in 2024 voor het eerst in enige jaren boven de grenswaarde van 20%. Als gevolg van de positieve jaarrekeningresultaten over de laatste jaren, heeft het herstel van het niveau van het eigen vermogen zich voortgezet. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de baten en lasten van de gemeente met elkaar in evenwicht zijn op de lange termijn (dus structureel). De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het meerjarig financieel perspectief uit de inleiding te corrigeren voor incidentele baten en lasten en voor de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves. Door het positieve jaarrekeningresultaat is eveneens sprake van een positief structureel exploitatieresultaat. Overigens betekent de positieve structurele exploitatieruimte niet dat het jaarrekeningresultaat van € 3,1 miljoen in 2024 ook structureel is.
Bij de bepaling van de structurele exploitatieruimte worden baten en lasten die in hun aard incidenteel zijn, gecorrigeerd. Hiermee worden baten en lasten bedoeld die tijdelijk zijn. Het jaarrekeningresultaat 2024 wordt grotendeels verklaard doordat de uitgaven aan structurele lasten incidenteel lager uitvallen. Grondexploitatie en belastingcapaciteit De grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn kengetallen die de voorgaande drie primaire kengetallen in perspectief zetten. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de waarde van de voorraden grond is ten opzichte van de totale baten in de begroting. Een grote waarde van de voorraden grond, zet de schuldpositie in een ander perspectief, maar brengt tevens risico’s met zich mee. Staat grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteit. De verwachting is dat de voorraden grond de komende jaren zullen worden verkocht. De gemeente loopt hierop weinig risico. De belastingcapaciteit geeft een vergelijking tussen de woonlasten van een gemiddeld huishouden in de gemeente Dongen en de landelijk gemiddelde woonlasten. De conclusie hierbij is dat we sinds 2020, door de verhoging van de OZB, boven het landelijk gemiddelde zitten.