CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

20230525-02 TV CDA MDiepstra ANTW- Bijl2 Dongen Structuurvisie deel B

Besluitvormende raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Ruimte24.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierdoor verdient het de aanbeveling kwalitatief hoogwaardige elementen toe te voegen. Mochten er zich mogelijkheden voordoen dat de gemeente zich actief in de ontwikkeling van dit gebied kan mengen, dan zal dit gebeuren. In de Structuurvisie PLUS is aangegeven dat in de zone tussen het RIMI-complex, de woonwijk Haanse Hoef, de Eindsestraat en de Vierbundersweg landgoederen ontwikkeld kunnen worden. Doel daarvan was om in deze zone een duurzame ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken en verdere versnippering van het ruimtegebruik te voorkomen. Deze ontwikkelingsrichting sluit ook aan bij de ecologische verbindingszone die hier is geprojecteerd. Sinds de vaststelling van de Structuurvisie PLUS hebben zich echter nog geen concrete landgoedinitiatieven aangediend in deze zone. Daarom wordt deze beleidslijn niet verder gehandhaafd. Dat laat echter onverlet dat het gemeentebestuur in specifieke situaties medewerking kan verlenen aan eventuele nieuwe landgoederen, mits gesitueerd op een passende locatie en goed ingepast in de omgeving. In dergelijke gevallen zal een afzonderlijke procedure worden gevolgd.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Ruimtelijke structuur

35

Vanuit de structuurvisie moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten. De kwaliteiten van het lint van de Eindsestraat (geclassificeerd met kwaliteit III). Voorwaarde is dat de verschillende functies zich in milieuhygiënische zin kunnen verdragen, aangezien er op verschillende plaatsen sprake is van milieuhinder. De structurele groengebieden moeten behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Bij de ontwikkeling van het gebied, moet rekening worden gehouden met de ecologische verbindingszone die wordt gerealiseerd aan de zuidzijde van Dongen. Ontwikkelen RIMI-complex Bij het vrijkomen van het RIMI-complex, moet nader worden onderzocht waaraan behoefte bestaat. Ligging, omvang en kenmerken van de locatie zijn bij uitstek geschikt voor invulling met woningbouw, hoogwaardige bedrijven, recreatie of natuur. Overleg met defensie over het geheel of gedeeltelijk afstoten van de locatie is gewenst. Vervolgens dient een heldere stedenbouwkundige visie te worden opgesteld over de gewenste ontwikkeling van het terrein, in relatie met de omgeving. Aandachtspunten bij de invulling van de ontwikkeling zijn het bedrijventerrein aan de Kanaalstraat, de uitbreiding van Tichelrijt aan de overzijde van het Wilhelminakanaal en de relatie met het kanaal zelf.

Bij de daadwerkelijke ontwikkeling van het RIMI-complex moet dit aan de verschillende aspecten die in deze structuurvisie zijn benoemd worden getoetst. Een specifieke invulling hiervan is, gezien de onduidelijkheid over de invulling van de functies, niet mogelijk. Ontwikkelingszone Wilhelminakanaal Het gebied rondom het Wilhelminakanaal verdient nadere aandacht. De huidige invulling geeft niet direct mogelijkheden om op grote schaal ontwikkelingen te realiseren. Het opwaarderen van de zone langs het Wilhelminakanaal, waarbij de uitstraling naar en de relatie met het kanaal een belangrijk item is, is op bescheidener schaal wel mogelijk. Hierdoor kan het Wilhelminakanaal als structuurbepalend element en als ecologische zone meer worden betrokken bij de identiteit van Dongen. Recreatief gezien zal dit een meerwaarde hebben. De ontwikkelingszone is op te delen in een aantal subgebieden. De weg die direct grenst aan het Wilhelminakanaal moet in relatie tot de recreatieve fiets- en wandelroutes verder worden

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

36

Ruimtelijke structuur

verbeterd. De ontwikkeling van de rest van het gebied is met name afhankelijke van andere ontwikkelingen. Het RIMI-complex kan als apart project worden beschouwd, maar heeft een duidelijke samenhang met de ontwikkelingszone Wilhelminakanaal. Verder is ontwikkeling van deze zone alleen mogelijk indien zich ontwikkelingsmogelijkheden voordoen op het bedrijventerrein Kanaalstraat. Bij verdere invulling verdient het parkeerprobleem bij de sportvelden nadere aandacht. De precieze invulling met functies is nog niet duidelijk. Hier wordt onderzoek naar verricht. Vanuit de structuurvisie moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten. De fiets- en wandelroutes moeten bij de ontwikkeling versterkt worden. De visuele en fysieke relatie van de zone met het kanaal moet worden versterkt. De ontwikkeling moet altijd in samenhang met het RIMI-complex en het bedrijventerrein Kanaalstraat worden bekeken. Het Wilhelminakanaal is een natte ecologische verbindingszone. Ten opzichte van het bedrijventerrein Tichelrijt aan de overzijde van het Wilhelminakanaal gelden enkele richtafstanden tot gevoelige bestemmingen. Er kunnen zich problemen voordoen vanuit milieuhygiënisch oogpunt. Hiermee moet expliciet rekening worden gehouden bij de ontwikkeling van de zone. Behoud groengebieden De groengebieden zijn een belangrijk element binnen de gemeente Dongen.

Deze gebieden moeten daarom behouden blijven. Voor de gemeente zijn deze van dusdanig belang voor de ruimtelijke structuur en de leefbaarheid dat ze daarom expliciet op de structuurvisiekaart zijn opgenomen. Het gaat hierbij om Park Vredeoord, De Bergen, De Vennen, Heuvelpark en voetbalvelden.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

5. Water en bodem

37

De opbouw en kwaliteit van bodem en water (de abiotische omstandigheden) zijn bepalend voor een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de verschillende functies in het plangebied. De bodemkundige en hydrologische omstandigheden bepalen in belangrijke mate de gebruiksmogelijkheden en de aanwezigheid van natuur- en landschapswaarden. Ten behoeve van voorliggende structuurvisie is in het kader van de verplichte watertoets wordt in het kader van de terinzagelegging de conceptwaterparagraaf verzonden aan het waterschap De Brabantse Delta. De opmerkingen worden in de vast te stellen structuurvisie verwerkt.

5.1.

Bodem

De gemeente ligt op de overgang van zand naar veen. De grens tussen zand en veen ligt net ten zuiden van 's Gravenmoer. Het zandgebied is in de periode van de laatste ijstijden gevormd door de wind en heeft in hoofdzaak een vlakke ligging: een dekzandvlakte. Door de relatief lage ligging is het gebied later vochtiger geworden; enerzijds door de stijgende zeespiegel na de ijstijden en anderzijds door de afvoer van beken. Door die natte omstandigheden is ten noorden van Dongen een veenpakket gevormd, dat naar het noorden toe steeds dikker werd. Vanaf het eind van de 13e eeuw zijn de veengronden afgegraven (turfwinning) en ontgonnen. Als gevolg daarvan is de betrekkelijk dunne veenlaag ten noordoosten van Dongen verdwenen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

38

Water en bodem

De kern Dongen is gelegen op een hogere dekzandrug. De dekzandrug wordt doorsneden door de Donge. Behalve door de afgraving van het veen is het maaiveld in de loop van de tijd plaatselijk ook opgehoogd. Langs de oude ontginningslinten in Dongen (Lage Ham, Eindsestraat en Groenstraat) zijn in de loop van de tijd oude bouwlanden ontstaan door het opbrengen van een mengsel van mest en plaggen. Daardoor zijn enkeerdgronden ontstaan, die in het landschap herkenbaar zijn door de hogere ligging ten opzichte van de omgeving. Met name aan de Groenstraat zijn deze oude bouwlanden (bolle akkers) nog gaaf. De hoogteligging in de gemeente neemt globaal van zuid naar noord af van zo'n 6 meter boven tot iets onder N.A.P. Bodemkwaliteit Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Dongen kan gesteld worden dat in de gemeente Dongen sprake is van ruimtelijke differentiatie in bodemkwaliteit voor zowel de bovengrond als de ondergrond. Over het algemeen geldt: hoe ouder de bebouwing in een gebied, des te hoger liggen de gemiddelde gehalten en de percentielwaarden. In de ondergrond worden lagere gehalten aangetroffen dan in de bovengrond. Er is provinciaal een inventarisatie uitgevoerd naar de voormalige stortplaatsen. Onder andere aan de Moersedreef ligt een voormalige stortplaatsen. Bij nieuwe ontwikkelingen is van belang dat de risico's voor de volksgezondheid worden geminimaliseerd.

In veel gevallen betekent dit dat de afdeklaag opgehoogd zal moeten worden.

5.2.

Het watersysteem

De gemeente is geheel gelegen binnen het stroomgebied van de Donge. De belangrijkste elementen uit het oppervlaktewatersysteem zijn de Donge, het Wilhelminakanaal, de Vaart / 's Gravenmoersevaart, het Molenvaartje, en de Onkelsloot / Fazantenloop. De zandwinning aan de Moersedreef is een geïsoleerd element in het watersysteem. Op basis van het grondwatersysteem zijn er in de gemeente twee deelgebieden te onderscheiden (zie figuur 5.1): kwelgebied met relatief hoge grondwaterstanden: ten zuiden van het Wilhelminakanaal (Tichelrijt) en ten noorden van de Hoge Dijk /Lage Dijk;

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Water en bodem

39

intermediair gebied met periodiek kwel of infiltratie en variërende grondwaterstanden. Het kwelwater in het gebied ten noorden van 's Gravenmoer is vooral regionaal van oorsprong; het kwelwater ten zuiden van Dongen is met name van lokale oorsprong. Ten zuiden van de zandwinning Moersedreef komt in het intermediaire gebied een natter gebied voor. De waterhuishouding (peilbeheer, ont- en afwatering) in het gebied is - overeenkomstig de agrarische hoofdfunctie in het waterbeheer - hoofdzakelijk afgestemd op het landbouwkundig gebruik en op de voorkomende bebouwing. Kwelgebieden Het kwelwater in het gebied ten noorden van 's Gravenmoer is vooral regionaal van oorsprong; het kwelwater ten zuiden van Dongen is met name van lokale oorsprong. Vanuit het huidige watersysteem zijn in deze gebiedenintensieve gebruiksfuncties (stedelijke functies en glastuinbouw) ongewenst. Daarvoor is in het algemeen een grotere drooglegging en een betere ontwatering vereist, wat strijdig is met een duurzaam waterbeheer: vanuit de duurzaamheidsgedachten dient het gebiedseigen water juist te worden vastgehouden. Geschikte functies voor dergelijke gebieden zijn: op de waterhuishouding afgestemde landbouw; natte natuur; vasthouden van gebiedseigen water (retentie); waterbuffering.

Voor het gebied ten zuiden van het Wilhelminakanaal kan een op de natuurwaarden gerichte ontwikkeling aansluiten bij het natuurkerngebied de Lange Rekken. Met name in de overgangsgebieden tussen zand en klei (het kwelgebied ten noorden van de Hoge Dijk) is het, bezien vanuit het watersysteem, gewenst om de kwelpotenties te versterken, door het vasthouden van gebiedseigen water. Deze gebieden lenen zich goed voor voortzetting van een op het watersysteem afgestemd agrarisch gebruik (weidebouw), in combinatie met natuurontwikkeling en waterberging.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

40

Water en bodem

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Water en bodem

41

Intermediair gebied In de intermediaire gebieden is water slechts in beperkte mate sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat diverse ontwikkelingen mogelijk zijn. Wel is vanuit het watersysteem een aantal aanvullende maatregelen gewenst, zoals: vasthouden gebiedseigen water; behoud infiltratiemogelijkheden ten behoeve van grondwateraanvulling; benutting van het oppervlaktewaterstelsel voor berging en afvoer van water wanneer de bergingscapaciteit van de bodem is benut; afvlakken en zoveel mogelijk voorkomen van piekafvoeren; bescherming van de kwaliteit van grond- en opppervlaktewater. In het intermediair gebied met grondwatertrap III 1, aansluitend aan de zandwinning Moersedreef, is bezien vanuit het watersysteem de ontwikkeling van intensieve functies niet gewenst. Voor dit gebied is een inrichting die aansluit bij de plannen voor de zandwinplas (natuur- en beperkte recreatieontwikkeling) denkbaar. Daarbij dient de waterkwaliteit nader te worden bezien. Waterbuffering kan ook worden benut voor de berging van regenwater van kassen, waardoor de piekafvoer als gevolg van het verharde oppervlak wordt afgevlakt. Ook waterconservering kan daarbij een rol spelen als: alternatief voor waterinlaat; berging van regenwater.

Waterconservering is eens te meer van belang nu vanwege de slechte waterkwaliteit voorlopig wordt afgezien van de geplande inlaat van water vanuit het Wilhelminakanaal. Waterbuffering kan bovendien worden benut voor de berging van regenwater van kassen, waardoor het verharde oppervlak (deels) wordt gecompenseerd. Knelpunten in het watersysteem Bij de normalisatie van de Donge is de oorspronkelijke bovenloop afgekoppeld; de bovenloop wordt in het Wilhelminakanaal geloosd. De Donge wordt nu gevoed door de Leij.

1)

Grondwatertrap III houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand hoger is dan 40 cm benden maaiveld, terwijl de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen de 80 en 120 cm benden maaiveld ligt.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

42

Water en bodem

Als gevolg van het normaliseren van de beek, de toegenomen oppervlakte verhardingen en de drainage van de landbouwgronden wordt regenwater snel afgevoerd. Door het jaar heen ontstaan hierdoor grote peilfluctuaties en sterke verschillen in stroomsnelheden. Gevolg van de snelle waterafvoer is dat er in de zomer watertekorten optreden voor de landbouw (verdroging). In het gebied ten noorden van 's Gravenmoer kan in droge perioden (Maas)water worden ingelaten. Dit water heeft een andere chemische samenstelling dan het gebiedseigen water, hetgeen uit het oogpunt van een natuurlijk watersysteem en uit ecologisch oogpunt ongewenst is. In het overige deel van de gemeente is wateraanvoer niet mogelijk. Een groot deel van de oevers van de Donge en andere waterlopen in het gebied is vastgelegd door middel van beschoeiïngen, waardoor (ecologisch waardevolle) natuurlijke oevers en geleidelijke water-land-overgangen schaars zijn geworden. De water(bodem)kwaliteit heeft in het verleden flink te lijden gehad van met name de leerlooierijen, de schoenindustrie, overige industriële activiteiten en de lozing van ongezuiverd huishoudelijk afvalwater. Sinds de jaren 70 zijn veel vervuilingsbronnen gesaneerd en is de waterkwaliteit verbeterd. Daarnaast is door de recente sanering van vrijwel alle vervuilde waterbodems de water(bodem)kwaliteit sterk verbeterd.

Het landelijk gebied ten oosten en noorden van de kern Dongen is aangewezen als doorgroeigebied voor glastuinbouw en landschapsontwikkelingsgebied. Grootschalige glastuinbouw leidt echter tot een forse toename verhard oppervlak, met belangrijke consequenties voor het watersysteem: toename van drainage, extra verdroging en hogere piekafvoeren. Kaderrichtlijn Water In het verleden zijn er vanuit de Europese Unie vele richtlijnen verschenen die (indirect) invloed hebben op water (onder andere Nitraatrichtlijn, Zwemwaterrichtlijn). Om tot een meer integrale Europese aanpak van water te komen is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW stelt doelen voor een goede ecologische en chemische toestand van het oppervlakte- en grondwater in 2015. Het vastleggen van de doelstellingen is verplicht, maar de weg ernaartoe wordt niet centraal gestuurd. Doelstellingen worden vertaald in maatregelen, deze maatregelen worden op maatschappelijke haalbaarheid getoetst en indien noodzakelijk bijgesteld. Vervolgens moeten de maatregelen worden uitgevoerd.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Water en bodem

5.3. Ambitie water Water en waterlopen zijn en blijven beeld- en structuurbepalend voor Dongen. De kansen die er liggen voor de zichtbaarheid en de beleefbaarheid van de Donge binnen de kern Dongen moeten daarbij ten volle worden benut.

43

Ambitie

Water is voor de gemeente Dongen van groot belang. Dit is tot uiting gekomen in één van de hoofdopgaven van de structuurvisie, waarin wordt aangegeven dat het versterken van het groenblauwe raamwerk een grote bijdrage kunnen leveren aan de leefbaarheid. Verder is één van de funderingen van deze structuurvisie de lagenbenadering. De laag bodem en water is hiervoor van groot belang. Hieronder wordt nader ingegaan op het aspect 'water als ordenend principe'. Het Wilhelminakanaal, de 's Gravenmoerse Noordkade en de Donge (buiten Dongen) hebben en krijgen de status van een ecologische verbindingszone. Dit wordt in de komende jaren verder ontwikkeld. De kwaliteit van deze waterlopen blijft hiermee op hoog niveau. De overige waterlopen worden als beeldbepalend aangemerkt. Aangezien de gemeente het van groot belang vindt dat deze als belangrijke beeldbepalers en structuurdragers behouden blijven, zijn deze waterlopen apart op de structuurvisiekaart geduid. Water als ordenend principe Water als ordenend principe stelt belangrijke randvoorwaarden aan de ontwikkeling van andere functies. Deze ontwikkelingen dienen bij te dragen aan ontwikkeling van een hoogwaardig en zo natuurlijk mogelijk watersysteem, in kwantatieve en kwalitatieve zin. Zowel de locatie van een nieuwe ontwikkeling als de wijze waarop ingrepen worden uitgevoerd zijn daarbij van belang.

Wat betreft de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden zijn twee niveaus van belang: de locatiekeuze en de inrichting van nieuwe woon- en werkgebieden. Wat betreft de locatiekeuze zijn vooral de kwelgebieden een aandachtspunt. In kwelgebieden zijn vanuit het watersysteem in beginsel geen nieuwe stedelijke functies gewenst. Stedelijke ontwikkelingen zijn alleen onder strikte voorwaarden mogelijk. Ook in het intermediaire gebied gelden vanuit het watersysteem echter randvoorwaarden aan de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden. Bij alle stedelijke uitbreidingen dient rekening gehouden te worden met de lokale en regionale waterbalans. Deze dient zo min mogelijk te worden beïnvloed (waterneutraal bouwen). Door plaatselijke maatregelen kunnen negatieve effecten van de ontwikkeling worden geneutraliseerd en indien mogelijk en nodig een positieve bijdrage aan de waterbalans leveren. Te

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

44

Water en bodem

denken valt aan afkoppeling, (partieel) ophogen, vegetatiedaken, infiltratievoorzieningen, drinkwaterbesparing, voorzieningen voor de opvang en conservering van regenwater etc. Duurzaam stedelijk waterbeheer kan tevens in belangrijke mate bijdragen aan een hoogwaardige kwaliteit van de leefomgeving. Het inspanningsniveau om waterneutraal te bouwen is in kwelgebieden in het algemeen hoger dan in intermediaire gebieden en zeker dan in infiltratiegebieden. Daarnaast dient zowel in bestaand als in nieuw te ontwikkelen stedelijk gebied zoveel mogelijk te worden aangesloten bij de algemene principes van duurzaam stedelijk waterbeheer. In bestaand stedelijk gebied zijn de mogelijkheden voor duurzaam stedelijk waterbeheer veelal beperkter dan bij nieuwe ontwikkelingen. Echter ook in bestaand stedelijk gebied dient zoveel mogelijk gezocht te worden naar mogelijkheden om aan te sluiten bij duurzaam stedelijk waterbeheer. Gedacht kan worden aan het aanleggen / verbreden van waterlopen en een natuurvriendelijke oeverinrichting. Voorts kunnen de mogelijkheden voor afkoppeling worden onderzocht. Ook in stedelijk gebied wordt gestreefd naar een natuurlijker watersysteem, waarbij niet al het water via de riolering wordt afgevoerd, maar waarbij schoon (regen)water wordt gescheiden van vuil water (afgekoppeld) en waarbij het schone water wordt geïnfiltreerd in de bodem.

Aanleg van natuurvriendelijke oevers, het tegengaan van vervuiling en het weer zichtbaar maken van het watersysteem in het stedelijk gebied zijn eveneens aandachtspunten.

5.4.

Aandachtspunten

De waterbeheerder (Waterschap Brabantse Delta) heeft een visie 1) voor een duurzaam watersysteem in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen ontwikkeld. Uitgangspunt is dat een beter watersysteem voor mensen en voor flora en fauna moet ontstaan. Hiervoor moet het systeem robuuster worden: veiliger; minder kwetsbaar voor regenval en droogte; schoner; natuurlijker; 1)

Het waterbeheerplan 2010-2015 van het waterschap Brabantse Delta heeft tot 15 februari 2009 ter inzage gelegen. In deze structuurvisie is van dit ontwerp plan uitgegaan.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Water en bodem

-

45

beter toegankelijk voor recreanten.

Het beleid van de waterbeheerders is zo veel mogelijk vertaald naar de gemeente Dongen. Wanneer de gebiedsgerichte uitwerking van de waterbeheerders gereed is, kan het aandachtspunten verder worden aangescherpt. Bezien vanuit het watersysteem zijn er drie aandachtsgebieden (zie paragraaf 5.2): het kwelgebied ten zuiden van het Wilhelminakanaal; het kwelgebied ten noorden van 's Gravenmoer; het intermediair gebied met grondwatertrap III ten zuiden van de zandwinning aan de Moersedreef. Het verbeteren van de waterkwaliteit is gewenst, bijvoorbeeld door het aanpassen van overstorten en het afvoeren van hemelwater van daken via het grondwater. Met name voor de Donge is dat van belang. Het huidige landbouwkundige gebruik van het buitengebied is gelet op de agrarische koers voor het gebied in belangrijke mate bepalend voor de waterbeheersing. Dat neemt echter niet weg, dat gelet op de kenmerken van het watersysteem op onderdelen een nadere afstemming van de gebruiksfuncties op het watersysteem gewenst is. Een bijzonder aandachtspunt in het kader van de Structuurvisie is het stedelijk waterbeheer. Het behoud van beeldbepalende waterlopen is voorts van belang. Daarnaast zijn ook de zoekgebieden voor indundatie van belang: zowel regionaal als lokaal.

Gerelateerde projecten Woningbouwlocaties in voorbereiding Potentiële woningbouwlocaties Versteken beleefbaarheid Donge in Dongen Optimaal ruimtegebruik bestaand bedrijventerrein Versterken centrumgebied

Duurzaam stedelijk waterbeheer Ten aanzien van duurzaam stedelijk waterbeheer zijn er twee aandachtspunten: waterneutraal bouwen en mogelijkheden benutten bij stedelijke uitbreiding / herstructurering; mogelijkheden benutten in bestaand stedelijk gebied. Bij alle nieuwe stedelijke uitbreidingen en herstructureringen (woningbouw en bedrijventerrein), maar ook bij bijvoorbeeld de realisatie van nieuwe glastuinbouw, dient het natuurlijke watersysteem zo min mogelijk beïnvloed te worden en waar mogelijk zelfs te worden hersteld (waterneutraal bouwen). In de intermediaire en infiltratiegebieden betekent dit dat

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

46

Water en bodem

neerslag niet snel wordt afgevoerd, maar de kans krijgt te infiltreren naar het grondwater. Neerslag zal zoveel mogelijk worden afgekoppeld 1 van de riolering en waar dat mogelijk is zullen infiltratievoorzieningen (zoals wadi's) worden aangelegd. Ook het toepassen van doorlatende verharding draagt bij aan waterneutraal bouwen. Met name in intermediaire gebieden kan het daarnaast noodzakelijk zijn dat er extra waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van open water. Andere maatregelen zijn (partieel) ophogen in plaats van onderbemalen, het stimuleren van vegetatiedaken, voorzieningen voor de opvang en conservering van regenwater en dergelijke. Ten behoeve van de waterkwaliteit, de ecologische potenties en de belevingswaarde van water dienen oevers zoveel mogelijk natuurvriendelijk te worden ingericht. Het spreekt voor zich dat afspoeling van verontreinigende stoffen zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Gebieden die van nature nat zijn (onder andere kwelgebieden), zijn minder geschikt voor stedelijk uitbreiding en het realiseren van glastuinbouw. In bestaand stedelijk gebied zijn de mogelijkheden voor het realiseren van een meer duurzaam stedelijk waterbeheer veelal beperkter.

Belangrijke thema's hierbij zijn: aanleg van een verbeterd gescheiden rioolstelsel, afkoppeling, realiseren van infiltratievoorzieningen, toepassen van doorlatende verharding, verbreden van waterlopen en natuurvriendelijke oeverinrichting bij bestaande waterpartijen en waterlopen. Overigens wordt door het Waterschap onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor waterberging. Daarbij wordt aandacht besteed aan bergingscapaciteit en inundatiemogelijkheden. Overig beeldbepalend water De Vaart, de 's Gravenmoerse Vaart en 't Molenvaartje hebben belangrijke cultuurhistorische betekenis in samenhang met de ontginningsgeschiedenis en zijn aangemerkt als beeldbepalend water. Het behoud van de waterlopen, uit cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt wordt gewaarborgd. De Donge, de 's Gravenmoerse Noordkade en het Wilhelminakanaal hebben deze waarde ook voor de gemeente, maar zijn eveneens aangeduid als ecologische verbindingszone. Deze waarde is aangewezen, aangezien één van de hoofdopgaven van deze structuurvisie (cultuur)historisch Dongen is.

1)

Bij afkoppeling wordt schoon regenwater niet langer op de riolering geloosd maar rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater of in de bodem geïnfiltreerd.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Water en bodem

47

Reserveringsgebied voor waterberging De zandwinplan in het lanbouwontwikkelingsgebied (LOG) kan mogelijk dienstdoen voor regionale waterberging. Verder onderzoek moet nog uitwijzen of de inzet van de zandwinplan voor waterberging haalbaar is.

5.5.

Ontwikkelingen

De Donge en het Wilhelminakanaal hebben een functie als ecologische verbindingszone. Binnen de kern heeft de Donge deze functie slechts voor vissen. Inrichting en beheer van beide waterlopen moeten worden afgestemd op deze functie. Voorts in de aanleg van de Donge om Dongen van invloed op het watersysteem. Daarnaast vraagt de ontwikkeling van de Donge en het Wilhelminakanaal tot ecologische verbindingszone (ruimtelijke) aandacht en is de aanleg van de Donge om Dongen van invloed op het watersysteem. Donge om Dongen De Donge moet worden ingericht als een ecologische verbindingszone. Aangezien dit niet haalbaar bleek in de kern zelf, is besloten de Donge om Dongen heen te leiden. De Donge buiten de kern en de Donge om Dongen worden daarmee ingericht als ecologische verbindingszone. Daarnaast is het herstel van de oude Dongeloop van belang: de bovenloop sluit niet aan op de benedenloop van de Dongen. Deze aansluiting dient wel te worden gerealiseerd. Dit is echter een ontwikkeling die zich afspeelt op het grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen. Doordat de Donge om Dongen wordt gerealiseerd, ontstaat een nieuw element dat sterk van invloed is op de structuur van het gebied. In het landelijk gebied ten noorden van Dongen ontstaat zo een onderbreking van de eenheid.

Hierbij moet worden gerealiseerd dat de kans aanwezig kan zijn dat de stedelijke ontwikkelingen van Dongen doorgroeien tot de Donge om Dongen als nieuwe logische harde rand. Dit is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de gemeente. Dit gebied moet fungeren als recreatief uitloopgebied. Wel kan de Donge om Dongen worden gebruikt om de gebruiksmogelijkheden van het platteland voor het stedelijk gebied te versterken. Het is een aantrekkelijk element dat makkelijk

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

48

Water en bodem

kan worden bereikt vanuit het stedelijk gebied. Daarnaast kan in samenhang met een aantal andere aandachtspunten en projecten de meerwaarde van de Donge om Dongen worden verbeterd. Hierbij valt te denken aan: groene strategische rand; versterken beplantings- en verkavelingspatroon. recreatieve routes ontwikkelen.

Relatie Wmo Door de Donge verder in het voetlicht te stellen, kan de leefbaarheid verder worden vergroot. Dit past goed binnen de Wmo.

Versterken beleefbaarheid Donge in Dongen In de ambitie van water is geformuleerd dat de Donge een belangrijk element is binnen Dongen. De Donge heeft een hoge cultuurhistorische waarde (één van de hoofdopgaven van de structuurvisie) voor de kern. Daarnaast heeft de Donge in Dongen een beperkte ecologische functie voor vissen. De leefbaarheid kan versterkt worden door bij verschillende projecten die in de omgeving van de Donge worden ontwikkeld in hoge mate rekening te houden met de Donge (zoals in het Heuvelpark). Op andere plaatsen is het niet mogelijk de beleefbaarheid te versterken, omdat de bebouwing dicht tegen de Donge is gerealiseerd. Het aanleggen van wandel- en fietsroutes langs de Donge kan in hoge mate bijdragen aan de beleefbaarheid van de rivier. Er dient onderzoek plaats te vinden naar de mogelijkheid voor het aanleggen van deze routes. Zoekgebied lokale inundatie De gemeente Dongen heeft een aantal ontwikkelingen waarvoor oppervlaktewater gecompenseerd zal moeten worden. Hiervoor zijn verschillende gebieden aangewezen in de directe nabijheid van de kern Dongen.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

6. Ecologie

6.1.

49

Huidige situatie

In de gemeente komen, behoudens Het Blik ten zuidwesten van Dongen, geen grote natuurgebieden voor. In de interimstructuurvisie Noord-Brabant zijn de natte verbindingen van de Donge (om Dongen), de 's Gravenmoerse Noordkade en het Wilhelminakanaal, evenals de droge verbinding tussen de boswachterij Dorst en Huis ter Heide (via de Lange Rekken) aangewezen als ecologische verbindingszone. Grote natuurgebieden in de omgeving van Dongen zijn de Loonse en Drunense duinen en Boswachterij Dorst. Minder bekend is de Binnenpolder van Capelle, een gebied met bijzondere vochtgebonden natuurwaarden (westelijke Langstraat). Ook het gebied van de Lange Rekken / Lange Hoeven maakt als kerngebied deel uit van de provinciale ecologische hoofdstructuur, als gebied met een bijzondere vochtgebonden vegetatie. Deze gebieden behoren tot de ecologische hoofdstructuur (EHS). Een gedeelte van de Polder van 's Gravenmoer is een belangrijk leefgebied voor amfibieën en reptielen (bron: gedetailleerde kaarten GHS en achterliggende kaarten van biotopen). Amfibieën (salamanders, kikkers en padden) en reptielen (hagedissen en slangen) komen voor in droge milieus zoals zandverstuivingen en heidevelden terwijl andere soorten een voorkeur hebben voor kleine plassen, vennetjes en natte heideterreinen.

Voor deze diersoorten zijn drie aspecten van belang: kwalitatief goede voortplantingsbiotopen, goede foerageergebieden en veilige en rustige winterverblijfplaatsen. Het streefbeeld bestaat dan ook uit een voortplantingsbiotoop (ven of poel) met in de directe omgeving kleine landschapselementen,

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

50

Ecologie

graslanden en kruidenrijke zomen. Bescherming van kleine landschapselementen levert een belangrijke bijdrage aan de bescherming en uitbreiding van deze diersoorten, zoals die op een aantal plaatsen nog voorkomen in het buitengebied in de vorm van bijvoorbeeld de (elzen)singels tussen de percelen. Daarnaast zijn er kleinschalige elementen in het agrarisch gebied die ecologisch van belang zijn: de singels en houtwallen in het slagenlandschap oostelijk van Dongen en rond 's Gravenmoer; de dijken zoals de Slapende dijk, de Hoge Dijk / Lage Dijk, de Dwarsdijk en Brouwersdijk; oevers en gronden grenzend aan de Donge; wegbeplantingen. Een derde categorie vormt de natuur in de kernen. De kern Dongen bevat ecologisch interessante groengebieden zoals de Bergen en ook 's Gravenmoer heeft met het Kerkebos en 't Bieslant een duidelijk "natuurgezicht" in de kern.

6.2. Ambitie ecologie De potentiële natuurwaarden binnen Dongen moeten ten volle worden benut. Door het creëren van ecologisch waardevolle gebieden en verbindingen, worden aantrekkelijke plekken gemaakt. Relatie Wmo Het benutten van de ecologische potenties van gebieden draagt bij aan prestatieveld 1 van de Wmo.

Ambitie

Door de ecologische waarden in het gebied ten volle te optimaliseren en te benutten, wordt voldaan aan de hoofdopgave van deze structuurvisie om het groenblauwe raamwerk te versterken. Daarnaast rust ecologie duidelijk op twee funderingen: de laag ecologie (lagenbenadering) en het landelijk gebied. Hiermee heeft het thema ecologie een belangrijke plaats binnen de structuurvisie. Het is gewenst het ecologische optimum te realiseren: substantiële natuurontwikkeling, robuuste natuur. Niet op alle plaatsen is dat echter haalbaar. Zo is voor de Donge door Dongen de aanwezige bebouwing een beperkende factor om het ideaalbeeld van een natte ecologische verbindingszone te realiseren. Mede daarom wordt de Donge om Dongen aangelegd. Indien gebieden ecologisch gezien worden ontwikkeld, moet altijd worden bezien of dit kan worden gecombineerd met ondergeschikt extensief recreatief medegebruik in de vorm van wandelen en fietsen.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Ecologie

51

Vanuit de lagenbenadering is het volgende toetsingskader bij nieuwe ontwikkelingen van belang: soortbescherming: Flora- en faunawet; gebiedsbescherming: Natuurbeschermingswet 1998; gebiedsbescherming: provinciale ecologische hoofdstructuur (EHS). Flora- en faunawet (soortbescherming) Wat de soortenbescherming betreft is de Flora- en faunawet van belang. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Flora- en faunawet bevat onder meer verbodsregels met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen "licht" en "zwaar" beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik dan wel van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsregels van de Flora- en faunawet niet. Er is dan sprake van ontheffing op grond van de wet. Voor zover deze ontheffing niet van toepassing is, bestaat de mogelijkheid om van de verbodsregels ontheffing te verkrijgen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Aangezien deze structuurvisie geen ontwikkelingen rechtstreeks mogelijk maakt, is hier volstaan met het globaal nagaan of per project te verwachten is dat de Flora- en faunawet de uitvoering van het project in de weg kan staan. De verwachting is dat dit niet het geval is. Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de gunstige staat van instandhouding van planten- en dierensoorten dienen bij nadere planvorming rechtstreeks aan de Flora- en faunawet te worden getoetst. Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming) De Natuurbeschermingswet staat de uitvoering van een ontwikkeling in de weg, wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet zal kunnen worden verkregen. De Natuurbeschermingswet 1998 houdt – in hoofdzaak – het volgende in. De minister van LNV gaat over tot aanwijzing van gebieden, zoals bedoeld in de Vogel- en Habitatrichtlijn (de zogenoemde Natura 2000- gebieden). In een aanwijzingsbesluit wordt de instandhouding-

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

52

Ecologie

doelstelling voor een bepaalde soort of habitattype bepaald. Hiertoe behoren in ieder geval de instandhouding van natuurlijke leefgebieden van beschermde vogelsoorten (Vogelrichtlijngebieden) en de instandhouding van natuurlijke habitats of populaties van kenmerkende soorten van deze habitattypen (Habitatrichtlijngebieden). De instandhoudingdoelstelling kan echter ook betrekking hebben op behoud, herstel en ontwikkeling van natuurschoon of natuurwetenschappelijke waarden. In de gemeente Dongen zijn geen echter geen Natura 2000 gebieden aangewezen, zodat verdere toetsing en afweging achterwege kan blijven. Provinciale ecologische hoofdstructuur (gebiedsbescherming) De provinciale ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in de Interimstructuurvisie en Paraplunota van de provincie Noord-Brabant. De gronden die door de provincie zijn aangewezen als EHS of natuurontwikkelingsgebieden zijn in de structuurvisie voorzien van een passende aanduiding. De provincie hanteert het compensatiebeginsel voor alle ingrepen in of nabij EHS-gebieden die schade toebrengen aan of negatieve effecten hebben op de natuurwaarden van dit gebied. In beginsel mogen deze ingrepen niet plaatsvinden. Alleen indien een zwaarwegend maatschappelijk belang wordt aangetoond en onderbouwd kan worden dat voor de ingreep geen alternatief / alternatieve locatie beschikbaar is, kan een ingreep worden toegestaan.

Dit "nee-tenzij"-principe en het compensatiebeginsel dienen altijd na elkaar te worden toegepast: pas als de maatschappelijke noodzaak van een ingreep op de betreffende locatie is aangetoond en de voorgenomen ruimtelijke ingreep om die reden wordt toegestaan, is het compensatiebeginsel aan de orde. Uitgangspunt bij toepassing van het compensatiebeginsel is dat door het treffen van mitigerende ("verzachtende") en, indien deze onvoldoende zijn, tevens compenserende ("vervangende") maatregelen geen "netto-verlies" aan aanwezige waarden resteert.

6.3.

Aandachtspunten

Vanuit ecologie is de realisatie van de ecologische hoofdstructuur van groot belang. Deze wordt als eerste behandeld. Vervolgens worden de overige maatregelen benoemd die van belang zijn voor ecologie. In figuur 6.1 zijn de belangrijkste punten aangegeven.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Ecologie

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

53

716.008015.00

54

Gerelateerde projecten Natte ecologische verbindingszone Droge ecologische verbindinszone Donge om Dongen Recreatieve routes ontwikkelen Groene strategische rand Buffer Dongen – Oosterhout/Tilburg Functiedifferentiatie met versterken kwaliteit Potentiële uitbreiding bedrijventerrein De Wildert

Gerelateerde projecten Donge om Dongen Recreatieve routes ontwikkelen Groene strategische rand Buffer Dongen – Oosterhout/Tilburg Ontwikkelen extensieve recreatie Versterken beleefbaarheid Donge in Dongen Versterken van beplantings- en verkavelingspatroon

Ecologie

Ecologische hoofdstructuur De Groene Hoofdstructuur is geconcretiseerd met de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS: bestaande natuur en gebieden voor de ontwikkeling van nieuwe natuur) en de aanwijzing van ecologische verbindingszones (EVZ). De ecologische verbindingszones zijn overgenomen uit de interimstructuurvisie Noord-Brabant. De Dongevallei, het Wilhelminakanaal en de verbindingszone Huis ter Heide-De Rekken vormen ter plaatse van de Reeshofweide en het Rijens Broek een zogeheten 'ecologische knoop'. In Dongen zijn geen gronden voor nieuwe natuur aangewezen. Wel zijn de bestaande groene gebieden als zodanig opgenomen, aangezien ze een belangrijk element vormen voor Dongen. Binnen de gehele EHS (bestaande en nieuw te ontwikkelen natuur) zijn de beoogde natuurdoeltypen benoemd in het Natuurgebiedsplan van de provincie Noord-Brabant. Voor Dongen wordt voor de bestaande bosgebieden met name gestreefd naar multifunctioneel bos (Boswachterij Dorst en bosgebiedjes Vierbundersweg) en natuurvriendelijke oevers langs de Donge. Belangrijk onderdeel van het gebiedsplan en reconstructieplan is de afspraak om deze ecologische verbindingszones versneld te realiseren. Afstemming in regionaal verband is van groot belang. Overlegpartners zijn onder andere de omliggende gemeenten, het Waterschap en terreinbeheerders.

Overige maatregelen Het beleid uit de groenstructuurplannen voor Dongen en 's Gravenmoer dragen in belangrijke mate bij aan het versterken van de groenstructuur in de gemeente. Het ecologisch raamwerk uit de groenstructuurplannen betreft naast de Donge ook de randzone rond de kernen, dijken, parken en lanen. Daarnaast geldt in het kader van de Structuurvisie een aantal specifieke aandachtspunten. Ter versterking / ontwikkeling van het ecologisch netwerk is voorts een aantal maatregelen gewenst. Water en oevers: - verbetering van de ecologische functie van de kleinere waterlopen, oevers en natte gebieden zoals het Molenvaartje, 't Bieslant;

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Ecologie

55

vergroting van de aan grondwater en kwel gebonden natuurwaarden in het gebied ten noorden van 's Gravenmoer en de Lange Rekken ten zuiden van het Wilhelminakanaal; - versterking van de natuurwaarden van plassen en vijvers zoals de zandwinningsplas Moersedreef. Bossen: - versterking coulissenlandschap ten noordoosten van De Wildert in samenhang met het bestaande bosgebied van Huis ter Heide. Beheersmaatregelen in het buitengebied: - de aanleg van landschapsecologische zones ten noorden van de Wildert - het ontwikkelen van een landschapszone tussen de kern Dongen en Oosteind (omgeving Groenstraat); - de aanleg van perceelsrandbeplantingen in de gebieden tussen de Lage Ham en Klein Dongenseweg, Eindsestraat en Fazantenweg en tussen de Klein Dongenseweg / Fazantenweg en de Vaartweg; - ontwikkeling van natuurlijk beheer van grazige vegetaties en ruigten met name in het gebied tussen Dongen en de Moer; - behouden en ontwikkelen van bermbeplanting, erfbeplanting en kleinschalige landschapselementen; - positief stimuleringskader voor agrarisch natuurbeheer. - het beheer van het Kerkebos afstemmen op de natuurwaarden van de Donge; - vergroting van de ecologische functie van de dijken bij 's Gravenmoer. Beheersmaatregelen in de kernen: - ontwikkelen van natuurlijke overgangszone tussen kernen en landelijk gebied; - vergroting van de natuurwaarden van parken, bomenlanen en bermen.

In de kwelgebieden (omgeving Tichelrijt en gebied ten noorden van 's Gravenmoer) is vergroting van de aan kwel gebonden natuurwaarden gewenst. Gelet op het agrarische accent in streekplan en waterhuishoudingsplan is de realisatie van grootschalige retentiegebieden niet aan de orde. Dergelijke ingrepen betekenen een te grote aanslag op het agrarische grondgebruik. Wel is het gewenst om op kleinere schaal te streven naar het vasthouden van gebiedseigen water en het creëren van moerassige oeverstroken. -

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

56

6.4.

Ecologie

Ontwikkelingen

Natte ecologische verbindingszone De Donge, het Wilhelminakanaal en de 's-Gravenmoerse Noordkade zijn de binnen het plangebied gelegen natte ecologische verbindingszones. Behoud en herstel van het natuurlijke karakter van deze verbindingszones en ontwikkeling van natuurwaarden is een belangrijke doelstelling voor het gemeentelijk beleid Inrichting van de Donge als ecologische verbindingszone is in het landelijk gebied in beginsel geen probleem. Wel is het gewenst de bovenloop ten zuidoosten van Tichelrijt weer op de Donge aan te sluiten en de beek zijn oude loop terug te geven. Er worden voorbereidingen getroffen voor het totstandbrengen van deze koppeling. Dit vindt echter plaats op grondgebied van Tilburg. Voorts is het ecologisch functioneren van de Donge in Dongen een knelpunt. Daarom is in samenwerking tussen verschillende partijen (gemeente, Waterschap, ZLTO, natuurverenigingen) een voorstel gedaan de Donge om Dongen heen te leiden. Dit is als exogene ontwikkeling opgenomen in hoofdstuk 3. Het tracé is (globaal) aangegeven op de structuurvisiekaart en eveneens als project opgenomen onder het thema water. Overigens is voor de kern van belang dat het vervallen van de ecologische verbindingsfunctie van de Donge meer kansen biedt om de belevingsmogelijkheden van de Donge te vergroten.

Door Rijkswaterstaat zijn concrete maatregelen aangegeven om het ecologisch functioneren van het Wilhelminakanaal te verbeteren, in relatie tot de Donge en de omliggende natuurgebieden. De inrichtingsmaatregelen zijn gericht op de Kamsalamander als doelsoort. Droge ecologische verbindingszone De droge ecologische verbindingszone Steenoven – Huis ter Heide bestaat uit drie delen: ten zuiden van de Vierbundersweg; Vierbundersweg – Eindsestraat; ten noorden van de Wildert. Ten zuiden van de Vierbundersweg kan de ecologische verbindingszone worden uitgevoerd in de vorm van een bosstrook of kleinere elementen zoals bosjes en landschapselementen, die

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Ecologie

57

worden geïntegreerd in het nieuwe bedrijventerrein. In de zone tussen de Vierbundersweg en de Eindsestraat komen al relatief veel boselementen voor. De ruimtelijke stabiliteit in deze zone moet worden vergroot. Het aspect ecologie kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Ten noorden van de Wildert is sprake van een relatief grootschalig agrarisch produktiegebied. Substantiële bosontwikkeling betekent een aanzienlijke aantasting van de agrarische structuur. Om die reden wordt de ecologische verbindingszone hier door middel van kleinschalige landschapselementen ingevuld. Wanneer hier een glastuinbouwlocatie wordt gerealiseerd, kan de ecologische verbindingszone worden gecombineerd met de landschappelijke inpassing van de kassen. Ten behoeve van de inrichting van de landschapsecologische zone ten noorden van de Wildert (Wildertse Arm) is de verwerving van gronden gestart.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

58

Ecologie

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

7. Landschap

7.1.

59

Huidige situatie en waardering

In de gemeente Dongen komen verschillende landschapstypen samen: dekzandlandschap; beekdallandschap; slagenlandschap; polderlandschap; moerlandschap. Hieraan kunnen nog worden toegevoegd de meer verstedelijkte landschappen, zoals het "stadlandschap" en het "glaslandschap". In Dongen komen verschillende landschapstypen samen. Het dekzandlandschap aan de westkant van Dongen toont zich in twee vormen: bos en agrarisch. De combinatie en afwisseling zijn belangrijke kwaliteiten. Typerend voor het agrarische deel van het dekzandlandschap is de kleinschalige afwisseling tussen bosjes, landschapselementen en agrarische gronden. Het beekdallandschap ligt tussen Dongen, Rijen en Tilburg. De Donge, Grote en Kleine Leij zijn de dragers van dit landschapstype. Het beekdallandschap is een relatief nat en open agrarisch cultuurgebied met verspreide wegen en bebouwing. Het slagenlandschap is in omvang en structuur het meest kenmerkend voor het buitengebied van de gemeente. Uit de opstrekkende verkaveling blijkt, ondanks het feit dat sprake is van zandgronden, dat het gebied van oudsher vochtig is. In de loop van de tijd is de waterbeheersing echter verbeterd en zijn de percelen verbreed. Kenmerkend is de knik in de verkaveling ter plaatse van de Fazantenweg. Daaruit blijkt dat het gebied vanuit twee kanten is ontgonnen: de Eind-

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

60

Landschap

sestraat en de Vaartweg. Beide ontginningen botsen bij de Fazantenweg. Het bebouwingspatroon en de singelbeplanting langs paden, wegen en kavels vormen de dragende structuurelementen van dit landschap. Het polderlandschap van de Gecombineerde Willemspolder (Oosterhout) is open en grootschalig, rationeel verkaveld met her en der plukjes bebouwing (agrarische erven). Het moerlandschap bij 's Gravenmoer is een duidelijk veenontginningslandschap, met de smalle opstrekkende verkaveling, de Donge, vaarten en dijken. De oude ontginningslinten zijn kenmerkend voor de landschappelijke opbouw van de gemeente. Deze linten bepalen in belangrijke mate de ruimtelijke structuur van de gemeente. Het lint van de Lage Ham / Hoge Ham / Eindsestraat is in de kern Dongen duidelijk herkenbaar. Het bijzondere karakter van 's Gravenmoer wordt in belangrijke mate bepaald door de waardevolle bebouwingslinten van de Hoofdstraat en de Vaartweg. De linten zijn landschappelijk waardevol door de grote variatie in bebouwing en beplanting. Ten zuiden van 's Gravenmoer is tussen de Hoofdstraat en de Vaartweg sprake van een besloten binnenruimte tussen de linten. Een aantal gebieden is landschappelijk waardevol.

Het gaat daarbij om de grootschalige openheid van de polder ten noorden van 's Gravenmoer en de kleinschaliger en begrensde open ruimten tussen de Hoofdstraat en de Donge en tussen de Vaartweg en de Hoofdstraat. Ook de omgeving van de Groenstraat is landschappelijke waardevol. In het algemeen is de schaal van het landschap de laatste decennia sterk vergroot, door het rooien van kavelgrensbeplantingen en landbouwkundige schaalvergroting. Zo was het slagenlandschap, dat nu relatief open is, vanoudsher een relatief kleinschalig gebied, met veel kavelgrensbeplantingen. Een aantal grootschalige elementen in het landschap detoneren met het oorspronkelijke landschap: hoogspanningsleidingen, kassencomplexen, de zandwinningsplas aan de Moersedreef en het bedrijventerrein De Wildert.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Landschap

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

61

716.008015.00

62

7.2. Ambitie landschap De kwaliteiten van het landschap moeten worden versterkt. Daarnaast dient het landschap bij te dragen aan de identiteit van de verschillende deelgebieden binnen Dongen.

Landschap

Ambitie

De oorspronkelijke landschapsstructuur in de gemeente is voor een belangrijk deel vervaagd. De structuurvisie is gericht op versterking van de dragende structuurelementen zodat de herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen gewaarborgd en versterkt wordt. Het doel hiervan is het behouden van de eigen identiteit van het Dongense landschap, afgestemd op de verschillende landschapstypen en ruimtelijke eenheden. Dit sluit aan bij de lagenbenadering, één van de funderingen van deze structuurvisie. Voor de invulling van de laag landschap binnen deze structuurvisie (en daarmee voor het behouden van de landschapsstructuur) zijn diverse deelgebieden onderscheiden met de volgende doelstellingen. Kern Dongen: - accentuering van wegenstructuur met laanbomen en markering van de entrees; - versterking van de "groene" verbindingen zoals de Donge, het kanaal en de parken; - ontwikkeling van een groene rand rond de kern (verzachting, uitloopgebied). Slagenlandschap: - behoud en herstel lintvorming bebouwingspatroon; - verkleining van de schaal van het landschap door middel van beplantingselementen (heggen, houtwallen, singels, bosjes) en nieuwe functies (bv.

recreatieve steunpunten, landgoederen); - versterking slagenpatroon door lineaire beplantingselementen - versterken groene bufferfunctie tussen Dongen en Tilburg; - ontwikkeling van erf-, kavel- en wegbeplanting in agrarisch gebied ten oosten van 's Gravenmoer. Moerlandschap: - behoud van de openheid aan de noordzijde van 's Gravenmoer; - behoud en versterking van de waardevolle bebouwingslinten met de tussenliggende open - ruimten van 's Gravenmoer; - versterking van de overgang naar het slagenlandschap; - handhaving van dijken en oude wegen.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Landschap

63

Dekzandlandschap: - behoud van het huidig bebouwingspatroon; - ontwikkeling van een groen gebied tussen Dongen en Oosteind /Oosterhout; - ontwikkeling van een besloten buffer tussen Tilburg en Dongen (Veepad) bijvoorbeeld door middel van landgoederen en nieuwe bossen; - instandhouding van het agrarisch en open karakter van het gebied Steenoven. Beekdallandschap: - instandhouding van het open karakter van het gebied Lange Rekken; - ontwikkeling van een besloten karakter langs de zuidrand van Dongen; Behoud van de nog voorkomende onverharde wegen is dringend gewenst; beleid hiervoor is in voorbereiding. -

7.3. Gerelateerde projecten Buffer Dongen – Oosterhout Buffer Dongen – Tilburg Functiedifferentiatie met versterken kwaliteit

Aandachtspunten

Buffers De eigen identiteit van Dongen in de stedelijke ontwikkelingszone moet behouden blijven. Als tegenhanger van de uitbreidingen van het stedelijk gebied van Tilburg en Oosterhout is een stevige groenstructuur gewenst. Dit is overigens het gevolg van een regionale opgave. Het gebied tussen Dongen en Oosterhout bestaat uit een matig kleinschalig agrarisch gebied. Buiten de gemeentegrenzen bepalen de voorkomende kassen bepalen het karakter van dit gebied in belangrijke mate. De zone tussen Tilburg en Dongen staat onder een grotere stedelijke druk, door de ontwikkeling van Vossenberg, het Noordwesttangent en de Eindsestraat / Vierbundersweg die een belangrijke verkeersfunctie heeft. Daarnaast is de ecologische verbindingszone tussen Steenoven en Huis ter Heide van belang. Er spelen derhalve verschillende ruimteclaims in het gebied. Bovendien is sprake van een behoorlijke afwisseling van gebruiksfuncties met alle dynamiek die daarbij hoort. Om die reden is de zone tussen de Vierbundersweg en de Eindsestraat aangemerkt als kernrandzone. Gelet op het voorgaande is versterking van de landschapsstructuur hier gewenst. Daarmee wordt de ruimtelijke stabiliteit vergroot.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

64

Gerelateerde projecten Landbouwontwikkelingsgebied Doorgroeigebied glastuinbouw Overig waardevol water

Landschap

Uitbreidingsmogelijkheden kassen In het gemeentelijk beleid wordt voorts aangesloten bij het beleid dat in het reconstructieplan de Meierij is opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden in de agrarische sector. De doorgroei van bestaande glastuinbouwbedrijven is mogelijk in de doorgroeigebieden glastuinbouw. De bestaande bedrijven kunnen hier uitbreiden. Met het doorgroeigebied voor glastuinbouw dient zeer zorgvuldig te worden omgegaan in relatie tot de bestaande landschapsstructuur. Een bijzonder element in het agrarisch gebied is het landbouwontwikkelingsgebied Moersedreef (dat deels in de gemeente Dongen en deels in de gemeente Loon op Zand is gelegen). In dit gebied worden ontwikkelingsmogelijkheden geboden voor intensieve veehouderij (tot maximaal 20 ha), glastuinbouw en boomteelt (gezamenlijk tot maximaal 60 ha) overeenkomstig het Landschapsplan Moersedreef eo en het Ontwikkelplan 2007. Deze uitbreidingsmogelijkheden voor kassen kunnen een grote impact hebben op de structuur in het landschap. Voor het landbouwontwikkelingsgebied is een inrichtingsplan opgesteld, waarmee dit wordt ondervangen. Er is niet nadrukkelijk gekeken naar de ecologische potentie. De zandwinningsplas bij de Moersedreef heeft, in combinatie met het relatief natte aangrenzende gebied, een ecologische potentie.

7.4.

Ontwikkelingen

Groen strategische rand Langs de kernrand van Dongen is verzachting van de huidige - veelal harde - overgang gewenst. Dit betekent niet per se dat een buffer van een aantal meter wordt gerealiseerd. Er kunnen ook bepaalde groene elementen worden toegevoegd om de overgang minder hard te laten zijn. De nieuwe ecologische verbindingszones om Dongen (golfbaan – Lange Rekken – Wildertse Arm – Donge om Dongen) en de landschapsecologische zone langs de Groenstraat maken onderdeel uit van de groene strategische rand van Dongen. De groene strategische rand biedt voorts mogelijkheden om de recreatieve routes verder te ontwikkelen. Hiermee kunnen de gebruiksmogelijkheden tussen het stedelijk en het landelijk gebied worden versterkt. Door het aanleggen van een zacht rand kan het immers aantrekkelijker worden vanuit de stad het landelijk gebied in te gaan.

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Landschap

65

Versterking beplantings- en verkavelingspatroon Naast behoud wordt ook de versterking van het beplantings- en verkavelingspatroon nagestreefd in de gebieden tussen de kern Dongen en de Klein Dongenseweg-Fazantenweg, tussen de Klein Dongenseweg-Fazantenweg en Vaartweg en in de omgeving van de Waspikseweg, Hoofdstraat, Wielstraat in 's Gravenmoer. Op basis van vrijwilligheid en zonder dat hierdoor planologische schaduwwerking ontstaat, wordt de aanleg van nieuwe landschapselementen en eventuele aanpassing van het verkavelingspatroon nagestreefd. Buffer Dongen-Oosterhout De zone ten westen van de Westerlaan is aangemerkt als kernrandzone. Voor deze zone is het beleid gericht op vergroting van de ruimtelijke stabiliteit en het groene karakter, met passende recreatieve ontwikkelingsmogelijkheden. Deze buffer (landschapzone Groenstraat) is geprojecteerd op grondgebied van de gemeenten Oosterhout en Dongen. De planvorming, het overleg over de aanpak en de taakverdeling bevinden zich nog in een beginstadium. Het is nog onduidelijk of de inrichting van deze zone binnen de plantermijn van de structuurvisie verwacht kan worden. Buffer Dongen-Tilburg Ten noorden en westen van de Wildert is realisatie van de ecologische verbindingszone door middel van kleine landschapselementen (singels / houtwallen en bosjes) mogelijk.

Ten behoeve van de inrichting van de landschapsecologische zone ten noorden van de Wildert (Wildertse Arm) is de verwerving van gronden gestart.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

66

Landschap

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

8. Cultuurhistorie

8.1.

67

Huidige situatie

De cultuurhistorische waarden in de gemeente hangen samen met de leesbaarheid van het landschap, de kenmerkende bebouwingslinten en groenstructuur en de voorkomende cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Voorts komen in het buitengebied nog verschillende onverharde wegen voor. Deze wegen en de oude klinkerwegen zijn uit cultuurhistorisch oogpunt waardevol. De ontstaansgeschiedenis van het Dongense landschap is op tal van plaatsen nog duidelijk te herkennen, in het verkavelings- en wegenpatroon, de daarbij behorende beplantingen - die dit patroon versterken - en in de bebouwingslinten. 's Gravenmoer en omgeving is uit cultuurhistorisch oogpunt bijzonder waardevol. Het gaat daarbij om de combinatie van de karakteristieke bebouwingslinten, met waardevolle bebouwing en beplantingen, in relatie tot de achtergelegen agrarische gebieden, de dijken, de Oude Vaart en het Molenvaartje. In Dongen zijn de oude bebouwingslinten van de Lage Ham / Hoge Ham / Eindsestraat, Hoofdstraat / Klein-Dongenseweg / Fazantenweg en Vaartweg van grote waarde. Ook het lint van de Kerkstraat / Heuvel is vanwege de voorkomende oorspronkelijke monumentale en karakteristieke bebouwing en het oorspronkelijke karakter, aangemerkt als bebouwingslint met grote cultuurhistorische waarde.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

68

Cultuurhistorie

716.008015.00

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Cultuurhistorie

69

Ook het bebouwingslint langs de Groenstraat is uit cultuurhistorisch oogpunt waardevol. Verder zijn de Oude Vaart, de Dwarsdijk, het Molenvaartje en de dijken langs de Donge aangemerkt als lijnen met grote cultuurhistorische waarde. De Hoge, Lage en Brouwersdijk en Kerkdijk zijn van belang als oude grenslijnen tussen het Graafschap van Holland en het Hertogdom van Brabant. De bebouwingslinten, van waaruit het gebied is ontgonnen, met de kenmerkende opstrekkende verkaveling en de dijken bepalen samen het nog duidelijk herkenbare ontginningspatroon. Een aantal groenstructuren hangt nog nadrukkelijk samen met de ontginningswijze van het gebied. Het gaat daarbij om de beplanting in de bebouwingslinten en langs de dijken in 's Gravenmoer, het Bieslant, de Vaartweg en de Gemeenteweg. Enkele gebieden hebben een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. In de strook tussen de Westerlaan en de Groenstraat is de kans op archeologische bodemvondsten groot. Ten noorden van 's Gravenmoer, in de noordelijke en oostelijke kernrand van Dongen en enkele gebiedjes langs de Moersedreef is de archeologische verwachtingswaarde en dus de trefkans voor archeologisch waardevolle vondsten middelhoog.

8.2. Ambitie cultuurhistorie De aantrekkelijkheid van Dongen moet worden vergroot door de cultuurhistorisch waardevolle aspecten te versterken, waardoor aantrekkelijke plekken ontstaan.

Ambitie

De cultuurhistorie is van groot belang voor Dongen. Dit komt tot uiting doordat de (cultuur)historie één van de hoofdopgaven is binnen deze structuurvisie. Daarnaast is cultuurhistorie één van de lagen uit de lagenbenadering. Hieronder wordt beschreven hoe met de laag cultuurhistorie om wordt gegaan. Op veel plaatsen in de gemeente is de ontstaansgeschiedenis van het gebied nog herkenbaar: in het patroon van wegen, dijken en percelering, de bebouwingslinten met de karakteristieke bebouwing en groenstructuur, de opbouw van de kernen en de waardevolle en karakteristieke bebouwing. Behoud en herstel van deze elementen en vergroting van de herkenbaarheid is gewenst; niet alleen vanuit de wens om deze waarden te behouden maar ook met het oog op educatieve en recreatieve aspecten.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

716.008015.00

70

Cultuurhistorie

Door verschillende ontwikkelingen kunnen de resterende cultuurhistorische waarden onder druk komen te staan. In de loop van de tijd zijn veel elementen uit het landschap verdwenen (kavelgrensbeplantingen, karakteristieke gebouwen). Daarnaast is bebouwing toegevoegd (uitbreidingswijken, kassen, etc.), die de herkenbaarheid en de cultuurhistorische waarden van bijvoorbeeld de bebouwingslinten aantasten. Tenslotte zijn karakteristieke gebouwen (woningen, boerderijen, leerlooierijen) aangepast of verwaarloosd. Er zijn echter ook veel positieve ontwikkelingen. Het besef van de unieke en onvervangbare cultuurhistorische waarden wordt steeds groter. Als gevolg daarvan wordt veel van het cultuurhistorische erfgoed zorgvuldig beheerd en ingepast in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12773597/1