2023-134072 Bijl1- Dongen Groen 2023 v20230921
Tekst van het document
33
Tot slot Toepassing Momenteel is uitbreidingwijk Noorderbunder in ontwikkeling. Veel van de beleidsvoornemens die in dit plan genoemd worden, krijgen hun uitwerking in deze nieuwe wijk. De wijk wordt natuurinclusief, wat betekent dat het groen veelal een natuurlijk invulling krijgt door het aanleggen van bloemenweides, struingroen, bijenvriendelijk groen, natuurlijk spelen en andere natuurlijke elementen die de biodiversiteit bevorderen. Daarnaast blijft het regenwater in de wijk en wordt het ter plaatse geïnfiltreerd, waarbij de groenvoorziening een belangrijke rol speelt. Ook woningen worden natuurinclusief gebouwd, door bijvoorbeeld groen daken toe te passen, nestgelegenheid in muren aan te brengen en regenwater te benutten. Hiermee vervult deze wijk een voorbeeldfunctie op welke wijze het groen zich in een meer natuurlijke vorm kan ontwikkelen in bestaande wijken in de gemeente Een beleidsplan staat niet op zich. De visie en doelen die hierin zijn verwoord worden verder uitgewerkt in het groenbeheerplan. Dit groenbeheerplan bevat concretere onderwerpen en beheeraspecten om het beleid ten uitvoer te brengen. Daarnaast wordt in het beheerplan aan gegeven op welke manier en met welke middelen het groen duurzaam in stand gehouden kan worden.
34
Woordenlijst Ambitieniveau: Het niveau waarop plantsoenen onderhouden moeten worden. Dit is vastgelegd in het beleid. We onderscheiden daarin 3 niveau’s: A=verzorgd, B=gemiddeld, C=natuurlijk. Beeldkwaliteitscatalogus: Een beschrijving met normen van de onderhoudsniveau’s ondersteunt met foto’s. Biodiversiteit: Verscheidenheid aan plant- en diersoorten. Biodiversiteit is dus de hoeveelheid verschillende natuur in een gebied. Bovengrondse groeiruimte: De ruimte die een boom voor zijn kroon ter beschikking heeft in zijn directe omgeving. CROW: De afkorting voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Het is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid. Cultuurlijk groen: Groen met een redelijk tot hoge mate van onderhoud. Meestal in de bebouwde kom aanwezig. Dendrologische betekenis: De waarde die bomen als boom(soort) hebben, bijvoorbeeld door hun zeldzaamheid. Groenbeheerplan Een beschrijving over hoe het beheer en onderhoud van de groenvoorziening is georganiseerd. Groenbeleidsplan: Een beschrijving over hoe de groenvoorziening zich de komende jaren moet ontwikkelen. Wat daarin belangrijk is en waarop ingezet moet worden.
Groenstructuurplan Een verouderd plan waarin was vastgesteld welke groenstructuren in Dongen zijn en hoe deze ontwikkeld moeten worden. Is nu niet meer van toepassing. Hittestress: Een verzamelnaam voor ongemakken als gevolg van aanhoudende hitte. Hitte-eiland: Kleine of grotere plekken, meestal in steden, waar de temperatuur, als het elders al heet is, ettelijke graden hoger is. Humeuze grond: Grond die veel plantenresten (organische stof) bevat, waardoor deze beter water en meststoffen vasthoudt. Inboeten: Het vervangen van dode planten of bomen. Inheemse soorten: Bomen en struiken die van oorsprong in Nederland thuishoren. Klimaatadaptatie: Aanpassen aan klimaatverandering. Microklimaat: Het klimaat in een heel beperkt begrensd gebied. Bijvoorbeeld tussen huizen, in een bos, of onder een struik.
35
Woordenlijst Natuurinclusief bouwen: Een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuurinclusief bouwen geeft ruimte aan de natuur, aan dieren en planten Natuurlijk groen: Groen met een laag onderhoudsniveau, zodat het zich op natuurlijke wijze kan ontwikkelen. Ondergrondse groeiplaats: De ruimte die een boom voor zijn wortels ter beschikking heeft. Onderhoudsniveau: Het daadwerkelijke niveau van het onderhoud van het groen, dit zou overeen moeten komen met het afgesproken ambitieniveau. Permacultuur: Met permacultuur werk je met meerdere lagen beplanting en houd je de bodem zo veel mogelijk bedekt met bladeren, houtsnippers en eetbare bodembedekkers. De natuur wordt hiermee zoveel mogelijk nagebootst. Stapsteen: Een groene plek tussen twee natuurgebieden die worden toegepast op plaatsen waar geen doorgaande groene zone kan worden aangelegd, zodat dieren via deze stapstenen de ontbrekende groene verbinding kan overbruggen. Technische kwaliteit: De staat van het groen met betrekking tot de technische aspecten, zoals snoeien en bedekkingsgraad. Visie op openbare Ruimte: Een document dat in 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld en beschrijft wat de komende jaren de belangrijkste ontwikkelpunten voor de openbare ruimte in Dongen zijn.
WADI: Water, Afvoer, Drainage en Infiltratie. Een opslag- en infiltratievoorziening, die tijdelijk gevuld kan zijn met hemelwater, met de bedoeling het water door de ondergrond op te laten nemen. Deze is vaak uitgevoerd als een verlaging in het gazon of beplanting.
36
Bijlagen Groenbeleidsplan Gemeente Dongen
37
Uitkomsten gesprekken gemeenteraad en inwoners Voor het opstellen van dit beleidsplan is tijdens een gespreksavond op 13 januari 2022 aan inwoners en gemeenteraadsleden gevraagd hoe zij over deze onderwerpen denken. Hieronder is kort weergegeven wat de uitkomst van deze gesprekken was. De uitkomsten zijn meegenomen in dit beleidsplan. Biodiversiteit in gras In Dongen is in 2020 kleinschalig gestart met kort gemaaide gazons binnen de bebouwde kom te wijzigen naar kruidenrijke grasvelden. Deze velden worden één tot enkele keren paar jaar gemaaid. Dit komt de biodiversiteit ten goede De gemeente Dongen heeft biodiversiteit hoog in het vaandel staan en de wens is dan ook uitgesproken om hiermee door te gaan. De komende jaren wordt bekeken op welke locaties het wenselijk en mogelijk is om de gazons om te vormen naar kruidenrijke grasvelden.
Visie Openbare ruimte: Op geschikte locaties in de wijk realiseren we meer biodiversiteit door het aanbrengen van bloemrijke grasvelden en natuurlijk groen. Foto 25: Kruidenrijk grasveld
Voor inwoners moet het duidelijk zijn waarom we kiezen voor kruidenrijke grasvelden. Dit zorgt voor draagvlak. Dit kan bijvoorbeeld door de kruidenrijke grasvelden te omkaderen met strak gemaaid gazon. Zo is er een duidelijk onderscheid tussen de verschillende beheertypen en is ook te zien dat dit met een bedoeling zo is ingericht. Als een compleet grasveld niet meer gemaaid wordt, kan de indruk ontstaan dat dit achterstallig onderhoud of bezuinigingen betreft en ziet men dit minder snel als natuurlijk beheer. Daarnaast is communicatie over dit onderwerp van belang. Uitkomst gespreksavond: In de beleids- en beheerplannen wordt opgenomen dat uitbreiding van kruidenrijke grasvelden gewenst is vanwege de hogere biodiversiteit. Bij de locatiebepaling wordt rekening gehouden met uitzichtlocaties (zoals kruispunten), het karakter van de omgeving en sociale veiligheid.
38
Uitkomsten gesprekken gemeenteraad en inwoners Onderhoud particuliere bomen Op dit moment onderhoudt de gemeente circa 70 particuliere bomen. Deze bomen zijn monumentaal of beeldbepalend. Deze bomen zijn erg waardevol voor het uiterlijk van de openbare ruimte. Vaak bepalen deze bomen het beeld van de direct omgeving. Daarnaast zijn ze, door de hoeveelheid bladmassa, ook heel belangrijk voor de gezondheid en het klimaat. Het onderhoud aan deze bomen wordt gratis uitgevoerd, om de drempel om te participeren zo laag mogelijk te houden. Hiermee behouden we de kwaliteit van de bomen. Moeten we deze regeling in stand houden of is dit verantwoordelijkheid voor de boomeigenaar?
Foto 26: Particuliere boom Procureurweg
Uitkomst gespreksavond: Het belang van de particuliere monumentale en/of beeldbepalende bomen is groot. Om die reden blijft de gemeente Dongen de eigenaren van dergelijke bomen een regeling aanbieden die die de instandhouding van dergelijke bomen bevordert. De huidige regeling wordt geactualiseerd. Kwaliteitsniveau groenonderhoud Het groenonderhoud binnen de gemeente Dongen wordt uitgevoerd op basis van de Beeldkwaliteitscatalogus van het CROW. In 2016 zijn de ambitieniveaus voor het groenbeheer in de gemeente Dongen vastgesteld op basis van deze catalogus. Uitgangspunt was het groenstructuurplan. Hierin werd aangegeven dat de centra en hoofdwegen het hoogste niveau hebben, de woonwijken gemiddeld niveau en het buitengebied en overige groene gebieden het laagste niveau. In Dongen hanteren we daarbij de A, B en C norm zoals die door het CROW is vastgesteld. Afgelopen jaren is gebleken dat deze onderhoudsniveaus niet altijd Visie Openbare ruimte: gehaald kunnen worden met de capaciteit In het centrum en uitgesproken cultuurlijke waarover de gemeente Dongen beschikt.
gebieden continueren we een hoog onderhoudsniveau en passen we fraaie, bloem- en kleurrijke beplanting toe.
39
Uitkomsten gesprekken gemeenteraad en inwoners Op de avond zijn twee opties voorgelegd. Optie 1 was het huidige ambitieniveau te handhaven. Optie 2 was om het op enkele plekken te versoberen en het kwaliteitsniveau van A naar B bij te stellen.
Optie 1 (huidig ambitieniveau)
Optie 2
Locaties
Niveau
Locaties
Niveau
Centrum, begraafplaatsen en hoofdwegen
A (hoog)
Centrumgebieden en begraafplaatsen
A (hoog)
Woonwijken en bedrijventerreinen
B (basis)
Hoofdwegen, woonwijken en bedrijventerreinen
B (basis)
Buitengebied en natuurlijke groene gebieden
C (laag)
Buitengebied en natuurlijke groengebieden
C (laag)
Binnen deze ambitieniveaus kunnen ook nuanceringen worden aangebracht. Zo zal het bosplantsoen en de bloemrijke grasvelden in een A-gebied op een lager niveau worden onderhouden. Uitkomst gespreksavond: Tijdens de gespreksavond werd geen duidelijke uitspraak gedaan over de te nemen keuze. Hieruit is de conclusie getrokken dat er geen behoefte is om het ambitieniveau te wijzigen.
AMBITIENIVEAUS Legenda AMBITIENIVEAU A AMBITIENIVEAU B AMBITIENIVEAU C
Kaart 2: Ambitieniveau Optie 1
40
2 Feiten en cijfers AMBITIENIVEAUS Legenda AMBITIENIVEAU A AMBITIENIVEAU B AMBITIENIVEAU C
Kaart 2: Ambitieniveau Optie 2 Binnen deze ambitieniveaus kunnen ook nuanceringen worden aangebracht. Zo wordt het bosplantsoen en de bloemrijke grasvelden in een A-gebied op een lager niveau onderhouden.
41
Deel 2 Bomenbeleidsplan Gemeente Dongen “Niet het aantal maar de kwaliteit telt!”
42
Colofon Een samenwerking van: Team Data Team Beheer Team Bedrijfsbureau (boomverzorging) Team Realisatie en verkeer Tekstredactie: Team Communicatie Fotografie: Gemeente Dongen Vormgeving CASE, Kees Wagenaars Dongen, juli 2023
43
Inhoud SAMENVATTING
46
1
INLEIDING
48
1.1
Aanleiding
48
1.2
Doel
48
1.3
Leeswijzer
49
2
3
4
FUNCTIES EN WAARDEN VAN BOMEN
50
2.1
Ecologische waarde (biodiversiteit)
50
2.2
Sociale waarde
50
2.3
Stedenbouwkundige en ruimtelijke functie (esthetische functie)
50
2.4
Milieutechnische functie
51
2.5
Cultuurhistorische waar
51
2.6
Economische waard
51
INVENTARISATIE KNELPUNTEN
53
3.1
Beperkte ondergrondse groeiruimte
53
3.2
Nieuwe ziekten en plagen en klimaatverandering
53
3.3
Conflictsituatie bomen en zonnepanelen
53
3.4
Wortelschade bij graafwerkzaamheden
53
3.5
Overhangende takken
55
VISIE EN BELEID
56
4.1
Visie
56
4.2
Beleidskeuzen
56
4.2.1
Kwaliteit versus kwantiteit
56
4.2.2
Sortiment en (bio)diversiteit
58
4.2.3
Integraal werken
59
4.3
Evaluatie beleidsdoelen 2018-2022
60
4.4
Beleidsdoelen tot 2030
61
5
BOMENSTRUCTUURPLAN
62
5.1
De bomenstructuur
63
5.1.1
Hoofdstructuur
63
5.1.2
Nevenstructuur
64
Inventarisatie bomenstructuur
67
5.2.1
Inventarisatie Dongen
68
5.2.2
Inventarisatie ’s Gravenmoer
70
5.2.3
Inventarisatie Klein Dongen & Dongen-Vaart
72
5.2
44
Inhoud 6
VAN VISIE NAAR WERKELIJKHEID
74
6.1
Ontwerp en inrichting
75
6.1.1
Soortkeuze
75
6.1.2
Kwaliteit plantmateriaal
75
6.1.3
Groeiplaatsinrichting, aanplant en nazorg
75
6.1.4
De kleine kringloop
76
6.2
Beheer en onderhoud
76
6.2.1
Boomveiligheidscontrole
76
6.2.2
Verzoek tot kap of snoei
76
6.2.3
Ziekten en plagen
77
6.2.4
Inboet
78
6.2.5
Groeiplaatsverbetering
78
6.2.6
Snoei
78
6.3
Bescherming & handhaving
79
6.3.1
Bedreiging/schade aan bomen
79
6.3.2
Omgevingsvergunning ‘vellen’
80
Bijlage 1
Overzicht monumentale bomen
83
Bijlage 2
Overzicht Zeer beeldbepalende bomen
85
Bijlage 3
Overzicht Bijzondere bomen
86
Bijlage 4
Toetsingsschema nieuwe aanplant
87
Bijlage 5
Toelichting op toetsingsschema nieuwe aanplant
88
Bijlage 6
Formulier Toetsingscriteria waarde & overlast
89
Bijlage 7
Toelichting Toetsingscriteria waarde & overlast
91
Bijlage 8
Toetsingsschema inboet
95
Bijlage 9
Toelichting op toetsingsschema inboet
96
Bijlage 10
Tabel groeiplaatsverbetering
97
Bijlage 11
Plan van aanpak Roetschorsziekte
98
Bijlage 12
Protocol aanpak Massaria
99
Bijlage 13
Overeenkomst boom onderhoud
101
Bijlagen
45
Samenvatting Het bomenbeleid van de gemeente Dongen is gebaseerd op het bomenbeleidsplan van 2017. Tot de vaststelling van dat plan waren de twee groenstructuurplannen uit 1997 en 1999 de basis in de visievorming rondom bomen. Meer aandacht voor actuele vraagstukken Tot op dit moment is het bomenbeleidsplan uit 2017 leidend bij de vraagstukken omtrent bomen. Ondanks het feit dat het beleidsplan op de meeste vlakken nog steeds voldoet, werd het tijd voor een actualisatie van het plan uit 2017. Ten opzichte van het oude bomenbeleidsplan is in deze geactualiseerde versie meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld het toepassen van een zogenaamde kleine kringloop, het omgaan met ziekten en plagen die steeds vaker voorkomen bij bomen, schaduw van bomen en de plaatsing van zonnepanelen andere beheerkeuzes uit de dagelijkse praktijk. Daarnaast geeft dit plan een terugkoppeling of en hoe de beleidsdoelen uit het vorige plan zijn gerealiseerd. ‘Dongen is groen en moet groen blijven’ Een bomenbeleidsplan maakt de visie van de gemeente op bomenbeleid inzichtelijk voor haar inwoners en geeft duidelijke kaders voor de aanpak van knelpunten en het omgaan met nieuwe ontwikkelingen. De visie die centraal stond bij het bomenbeleidsplan uit 2017 is ook de visie van het nu voor u liggende bomenbeleidsplan: De gemeente Dongen is groen en moet groen blijven.
Zij heeft een bomenbestand waarbij bomen volwaardig uit kunnen groeien en optimaal hun functies en waarden kunnen vervullen. Een duurzaam en toekomstbestendig bomenbestand dat blijvend in kwaliteit verbetert, aantrekkelijk is en robuust is. Daarbij gaat kwaliteit voor kwantiteit en staat de juiste boom op de juiste plek. Functies en waarden van bomen De functies en waarden die bomen hebben, staan centraal in dit beleidsplan. Zo is de ecologische waarde belangrijk voor de flora en fauna. Mensen voelen zich prettiger in een groene omgeving met bomen. Aangetoond is dat mensen productiever zijn en sneller genezen als zij uitzicht hebben op een groene omgeving. Daarnaast dragen bomen in hoge mate bij aan de natuurbeleving van volwassenen en kinderen. Dat is de sociale waarde van bomen. Verder hebben bomen een belangrijke stedenbouwkundige en ruimtelijke functie. Ze maken immers een belangrijk onderdeel uit van de buitenruimte. Met het afvangen van fijnstof en het bufferen van water hebben bomen ook een milieutechnische functie. De cultuurtechnische waarde uit zich vaak in een relatie tussen bomen en een gebouw of dat de boom een bijzondere functie in de gemeenschap gehad heeft. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de linde bij een veldkapel. Het kunnen ook grotere structuren zijn, zoals de oude bomenrijen die langs de dijkjes in ’s Gravenmoer aanwezig zijn.
Als laatste bezit een boom ook een economische waarde. De directe waarde is de houtopbrengst na de kap. De indirecte waarde van bomen is het kapitaal dat ze vertegenwoordigen bij leven. Deze wordt bepaald door onder andere de beeldbepalendheid, de waarde voor de leefomgeving en de toekomstverwachting om te zetten in een fictief geldbedrag. De indirecte waarde van een bomenbestand loopt al snel in de miljoenen euro’s. Niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds wordt het steeds drukker met allerlei voorzieningen. Het graafwerk bij het aanbrengen van kabels en leidingen in de wortelzone van een boom, kan het einde betekenen van de boom. De gravende partij is zich daar vaak niet eens bewust van.
46
Knelpunten Door beperkte ondergrondse groeiruimte veroorzaken de wortels overlast door opdruk van de bestrating. Waar bomen bij de aanplant te weinig aandacht hebben gehad voor de plantplaats en min of meer in een bloempot zijn geplant, levert dit vroeg of laat problemen op. Een ander knelpunt is de opkomst van nieuwe ziekten en plagen. Voorbeelden hiervan zijn kastanjebloedingsziekte, essentaksterfte, roetschorsschimmel en de eikenprocessierups. Daarnaast heeft ook de verandering van het klimaat invloed op het bomenbestand. Zo hebben grotere schommelingen in neerslag en perioden van droogte een negatieve invloed op gevoelige bomen als oude beuken. Een knelpunt wat zich de laatste jaren steeds vaker voordoet is de schaduwwerking van bomen op zonnepanelen. In dit beleidsplan is het uitgangspunt dat in situaties waar de boom al aanwezig was, deze niet gekapt wordt ten gunste van de opbrengst van zonnepanelen. In nieuwe situatie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de situering van bomen ten opzicht van zonnepanelen. Visie en beleid De gemeente Dongen is groen en moet groen blijven. Zij heeft een bomenbestand waarbij bomen volwaardig uit kunnen groeien en optimaal hun functies en waarden kunnen vervullen. Een duurzaam en toekomstbestendig bomenbestand dat blijvend in kwaliteit verbetert, aantrekkelijk is en robuust is.
Daarbij gaat kwaliteit voor kwantiteit en staat de juiste boom op de juiste plek. Niet het aantal bomen, maar de kwaliteit van het bomenbestand is het belangrijkste element van het beleid. Boomstructuurplan In dit plan zijn op een kaart alle (gewenste) hoofd- en nevenstructuren weergegeven. Op enkele locaties is nog geen structuur aanwezig, maar is ontwikkeling tot hoofd- of nevenstructuur gewenst. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, bijvoorbeeld bij een herinrichting van een straat of herontwikkeling van een wijk, kunnen dergelijke locaties als hoofdof nevenstructuur ingericht worden. Van visie naar werkelijkheid De gemeente Dongen maakt voor haar beheer gebruik van het ‘Handboek Bomen’ van het Normeninstituut. In dit handboek is voor een breed scala aan beheeronderwerpen een praktisch bruikbare set aan normen en eisen opgenomen. In dit laatste hoofdstuk worden aspecten behandeld die in het handboek niet of onvoldoende aan bod komen om het beleid te kunnen realiseren. Aan de hand van de volgende drie thema’s worden die aspecten behandeld: • Ontwerp en inrichting • Beheer en onderhoud • Bescherming en handhaving Het ontwerp en de inrichting is van groot belang voor een duurzaam bomenbestand. De boom moet een goede groeiplaats met voldoende ruimtr. Waar in het verleden lange bomenrijen van dezelfde soort werd aangeplant gaan we nu over naar meer diversiteit.
Hierdoor is de kwetsbaarheid door ziekten en/of plagen veel minder. Ook het maken van een zogenaamde kleine kringloop en het toepassen van soorten die droogte kunnen weerstaan, zorgt ervoor dat bomen oud en monumentaal kunnen worden. Naast het ontwerp en inrichting is ook een juist beheer en onderhoud van belang. De gemeente heeft een zorgplicht voor zijn bomen. Elke boom krijgt daarom periodiek een veiligheidscontrole, dat wordt vastgelegd in het beheersysteem. Daarnaast wordt er ingegrepen bij ziekten en plagen en moeten er soms bomen gekapt worden ten behoeve van de veiligheid of om andere bomen meer toekomstverwachting te geven. Voor het beoordelen van een kapaanvraag is een formulier opgesteld waarin de waarde van een boom wordt afgewogen tegenover de overlast.
47
1 Inleiding Gemeente Dongen is een kleine gemeente gelegen aan de rivier De Donge in de provincie Noord-Brabant. De gemeente bestaat uit de 4 kernen, Dongen, ’s Gravenmoer, Dongen-Vaart en Klein-Dongen. De gemeente Dongen ligt op het overgangsgebied tussen zand- en veengronden en kent daarmee een grote verscheidenheid aan bodemtypen. Van oudsher kent Dongen door deze grote variatie aan bodemtypen ook een grote variatie aan boomsoorten. Bomen vormen een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Door hun omvang zijn ze opvallende inrichtingselementen in de landschappelijke structuur van het dorp en buitengebied. Bomen hebben tijd en ruimte nodig om gezond en volwaardig uit te kunnen groeien. Naast dat bomen een functie als inrichtingselement vervullen, zijn het levende organismen die groeien, bloeien en zich voortplanten. Ze vertegenwoordigen tijdens hun levenscyclus verschillende functies en waarden. Zo zijn ze op vele manieren belangrijk voor flora en fauna, geven ze schaduw en beïnvloeden ze het microklimaat. Mensen voelen zich prettiger en gezonder in een groene omgeving met bomen. Bomen spelen ook een essentiële rol in het leefbaar houden van dorpen en steden. Met het oog op verwachte klimaatsveranderingen zal het belang van bomen in de toekomst alleen maar toenemen. Bomen worden echter ook bedreigd. In intensief bebouwd gebied is de ruimte schaars.
Hierdoor staat de bovengrondse en ondergrondse ruimte die bomen nodig hebben voor duurzame groei onder druk. Daarnaast doen zich de laatste decennia regelmatig nieuwe boomziekten en aantastingen voor die het bomenbestand bedreigen. Dit vraagt soms om gerichte maatregelen en soms ook om bewuste keuzen als het gaat om het toepassen van sortimenten. Het eerste bomenbeleidsplan van de gemeente Dongen is in 2016 door Storix Boom- & Landschapsbeheer en Prohold Boomtechnisch advies opgesteld. Dat bomenbeleidsplan, dat in juli 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, heeft als basis gediend voor dit geactualiseerde exemplaar. Veel aspecten op het gebied van bomen, die toen belangrijk waren, zijn dat nog steeds en staan daarom onveranderd in dit exemplaar. Ontwikkelingen van de laatste 5 jaar zijn toegevoegd in dit bomenbeleidsplan. Te denken valt aan het belang van bomen voor klimaatadaptatie, de ontwikkelingen die in de bestrijding van de eikenprocessierups hebben plaatsgevonden en de focus op biodiversiteit. 1.1 Aanleiding Het huidige bomenbeleid van de gemeente Dongen is gebaseerd op het ‘Groenstructuurplan Dongen 1997’ en het ‘Groenstructuurplan ´s Gravenmoer 1999’. De functies en waarden die bomen respectievelijk vervullen en vertegenwoordigen zijn de afgelopen twintig jaar sterk ontwikkeld.
Met name de aandacht voor bomen in het kader van klimaatadaptatie, het vastleggen van CO2 en fijnstof, zijn vandaag de dag belangrijke aspecten. Dit heeft geleid tot nieuwe inzichten met betrekking tot de inrichting van het groen en het beheer van bomen. Om daar invulling aan te kunnen geven wordt het huidige bomenbeleid geactualiseerd. 1.2 Doel Het bomenbeleidsplan heeft als doel het verwezenlijken en behouden van een divers en gezond bomenbestand. Het geeft aan hoe de gemeente Dongen de komende jaren om wil gaan met haar bomenbestand. Het beleidsplan functioneert als leidraad voor het beheer en geeft een politiek draagvlak aan de uitvoering ervan. Het maakt de visie van de gemeente op bomenbeleid inzichtelijk voor haar inwoners en reikt duidelijke kaders aan voor de aanpak van knelpunten en het omgaan met nieuwe ontwikkelingen. Om ook in de toekomst te kunnen zorgen voor een duurzaam en vitaal bomenbestand zijn er duidelijke handvatten nodig voor handhaving, zorg, veiligheid, beheer en inrichting van bestaande en nieuwe bomenbestanden. Deze worden in dit bomenbeleidsplan aangereikt.
48
1.3 Leeswijzer Dit plan is opgesteld door de gemeente Dongen. Team Beheer en team Realisatie en Verkeer zijn de kartrekkers. Daarbij zijn collega’s van diverse teams geraadpleegd. Het plan bestaat uit meerdere hoofdstukken: Hoofdstuk 1
heeft een inleidend karakter.
Hoofdstuk 2 beschrijft de functies en waarden die bomen vertegenwoordigen. Het optimaal kunnen vervullen van deze functies en waarden staat centraal in het bomenbeleidsplan. Het vormt de basis van de visie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de geïnventariseerde knelpunten in de huidige situatie. Hoofdstuk 4 beschrijft de visie en de vertaling daarvan naar beleidskeuzen. Aan de hand van drie beleidskeuzen wordt het nieuwe bomenbeleid vormgegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de gewenste bomenstructuur van de gemeente Dongen en geeft een overzicht van de te verbeteren delen van deze bomenstructuur. Hoofdstuk 6
geeft de leidraad voor het beheer om van visie naar werkelijkheid te komen.
49
2 Functies en waarden van bomen Bomen vervullen een belangrijke rol in de landschappelijke structuur van dorp of stad en buitengebied. Ook hebben ze een belangrijke rol in het leefbaar houden van dorpen en steden. Ze vertegenwoordigen een groot aantal verschillende functies en waarden. Het gaat hierbij onder meer om: • ecologische waarde; • sociale waarde; • stedenbouwkundige- en ruimtelijke functie; • milieutechnische functie; • cultuurhistorische waarde; • economische waarde. 2.1 Ecologische waarde (biodiversiteit) De ecologische waarde van bomen is tweeledig. Enerzijds bieden bomen levensruimte aan planten en dieren. Ze functioneren als: • Schuilplaats voor dieren; • voedselbron; • slaapplaats; • overwinteringsplaats; • groeiplaats voor planten, algen en mossen; • broed- en voortplantingsplaats. Daarnaast zijn bomen onderdeel van een ecologische verbindingszone of ecologische structuur. Ze vormen een ‘stapsteen’ tussen gebieden of zijn een oriëntatie-element voor vleermuizen. De ecologische waarde is onder meer afhankelijk van het aantal bomen dat bij elkaar geplant wordt en de ruimte tussen die bomen. Hoe meer bomen er bij elkaar staan, hoe groter het aantal relaties tussen de bomen en de overige planten en dieren is. Daarmee neemt ook de ecologische waarde toe.
Dit gebeurt ook als er meerdere inheemse soorten bij elkaar worden geplant of als bomen gecombineerd worden met struiken en kruidachtigen. 2.2 Sociale waarde Bomen zijn van oudsher belangrijk voor de mens. Al voor de jaartelling werden bomen bij tempels geplant en werden bomen als heilig beschouwd. Ook werd er recht gesproken onder een gerechtsboom. Dit soort sociale waarden vervullen bomen nog steeds. Zo bepalen bomen deels de leefbaarheid van de directe woonomgeving. Mensen voelen zich prettiger in een groene omgeving met bomen. Aangetoond is dat mensen productiever zijn en sneller genezen als zij uitzicht hebben op een groene omgeving. Daarnaast dragen bomen in hoge mate bij aan de natuurbeleving van volwassenen en kinderen. In parken en bossen wordt volop gerecreëerd en op warme dagen zijn bomen gewild vanwege de verkoeling die ze bieden. Bomen zijn onmisbaar voor de groenbeleving, de seizoensbeleving, de gezondheid en het welzijn van mensen. 2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke functie (esthetische functie) Solitaire bomen, boomgroepen, bomenrijen en -lanen zijn de opvallendste groene bouwstenen van de buitenruimte. Bomenkunnen structuren zichtbaarder maken en versterken. Zo accentueren bomen en struiken in het buitengebied bijvoorbeeld een oude structuur als het slagenlandschap. Verkeer Bomen hebben ook verkeerskundige functies.
Ze kunnen routes geleiden, kruisingen en bochten accentueren en een snelheidsremmend effect hebben. De invalswegen en ontsluitingswegen worden vaak geaccentueerd door de bomenstructuur. Beleving Bomen bepalen daarnaast de beleving van een straat. Dorpen danken hun aantrekkingskracht mede aan de (oude) bomen die het dorps¬beeld bepalen. Een duidelijk voorbeeld is de Hoofdstraat in ’s Gravenmoer.
50
2 Functies en waarden van bomen Camouflage Tot slot kunnen bomen een camouflagefunctie hebben door bijvoorbeeld het afschermen of visueel onderbreken van onaantrekkelijke bebouwing. 2.4 Milieutechnische functie Bomen zijn van groot belang voor het leefklimaat. Bomen hebben een verkoelende werking op het microkli¬maat doordat ze voor schaduw, luwte/windbreking en verdamping zorgen. Op plaatsen met veel verhard oppervlak draagt de aanwezigheid van bomen dan ook bij aan een aangenamer leefklimaat. Weersextremen Door verandering van het klimaat treden er steeds vaker weersextremen op. De lange warme zomers van 2020 en 2022 zijn daar een voorbeeld van. De aanwezigheid van bomen in de stedelijke omgeving kan hittestress voorkomen of verminderen. Vermindering fijnstof Bomen leggen op hun bladeren fijnstofdeeltjes vast. Hierdoor vermindert de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Het fijnstof spoelt na elke regenbui van het blad, waarna opnieuw fijnstof vastgelegd kan worden. Minder fijnstof in de lucht heeft een positieve invloed op de volksgezondheid (minder luchtwegproblemen et cetera). Vooral groot uitgegroeide bomen dragen bij aan verbetering van de luchtkwaliteit. Het loofoppervlakte van een honderd jaar oude boom kan wel 1000 m2 groot zijn. Voor eenzelfde loofoppervlak zijn tientallen jonge bomen nodig. Waterbuffer Bomen zijn ook van belang voor de waterbuffering in de stad.
Enerzijds vangt de kroon een deel van de neerslag in de kroon op (interceptie), waardoor er minder water op de grond belandt en er dus minder water hoeft te worden afgevoerd. Aan de andere kant zorgen bomen met hun wortels voor een humeuze en doorwortelbare grond, waardoor de grond het vocht beter vasthoudt en opslaat. 2.5 Cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde van bomen is gekoppeld aan de plek waar de bomen staan. Vaak is er een relatie tussen bomen en een gebouw of heeft de boom een bijzondere functie in de gemeenschap gehad. Ook beplantingen die een vroeger beheer of gebruik uitbeelden kunnen cultuurhistorisch waardevol zijn. In het buitengebied zijn dat bijvoorbeeld knotbomen en hakhout. In de bebouwde kom zijn dat bijvoorbeeld restanten van oude laanstructuren of veedriften. Deze vroegere structuurdragers van het landschap zijn tegenwoordig vaak nog als losse objecten aanwezig. Gedenkbomen Gedenkbomen vertegenwoordigen eveneens een cultuurhistorische waarde. Overal in Nederland zijn bomen te vinden die geplant zijn ter ere van bijzondere gebeurtenissen, zoals kroningsbomen. In bijlage 3 is een lijst met bijzondere bomen in Dongen opgenomen, waartoe de gedenkbomen behoren. 2.6 Economische waarde De economische waarde van bomen wordt vaak onderschat.
De directe waarde van bomen in een dorp is vaak beperkt, maar de indirecte waarde kan daarentegen bijzonder groot zijn. Directe economische waarde Met de directe waarde van bomen wordt de houtopbrengst na kap of snoei bedoeld. Het merendeel van de bomen eindigt als brandhout of houtsnippers. De houtsnippers komen terecht bij de groenrecycling of worden gebruikt voor de opwekking van groene stroom. Het verwerken van afvalhout tot een hoogwaardig product komt incidenteel voor.
51
2 Functies en waarden van bomen Bomen die gekapt moeten worden, kunnen ook als voorwerpen weer terugkomen in de omgeving waar ze hebben gestaan. Een voorbeeld hiervan zijn de beelden en speeltoestellen die gemaakt zijn van bomen uit park Vredeoord en nu deel uitmaken van het park. Ook gebruikt de gemeente Dongen regelmatig stammen om gazon en groeiplaats te scheiden of sluiproutes te blokkeren. Indirecte economische waarde De indirecte waarde van bomen is het kapitaal dat ze vertegenwoordigen bij leven. Deze wordt bepaald door onder andere de beeldbepalendheid, de waarde voor de leefomgeving en de toekomstverwachting om te zetten in een fictief geldbedrag. De indirecte waarde van een bomenbestand loopt al snel in de miljoenen euro’s. Er zijn diverse modellen ontwikkeld om de waarde van groen in en rond de stedelijke omgeving te beschrijven en financieel te waarderen. Algemeen erkende methoden voor het waarderen van bomen zijn TEEB, I-tree (beide zijn rekentools) en de Richtlijnen van de NVTB ( Nederlandse vereniging van taxateurs van bomen) voor het bepalen van de monetaire waarde van bomen.
52
3 Inventarisatie knelpunten In de gemeente Dongen spelen diverse knelpunten rond het bomenbeheer. Enerzijds zijn die het gevolg van inrichtingskeuzen die in het verleden zijn gemaakt op basis van toen geldende inzichten en regelgeving. Dit levert in het huidige straatbeeld onwenselijke situaties op. Het leidt tot klachten en hoge beheerskosten. Ook ontstaan er knelpunten doordat nieuwe ontwikkelingen zich voordoen, waar niet voldoende op gereageerd wordt of kan worden. Voorbeelden hiervan zijn nieuwe ziekten en plagen en klimaatsveranderingen die negatieve gevolgen hebben voor het bomenbestand. De belangrijkste gesignaleerde knelpunten in de gemeente Dongen worden hier beschreven. In hoofdstuk 6 wordt toegelicht hoe we met deze knelpunten omgaan. 3.1 Beperkte ondergrondse groeiruimte Veel bomen in de gemeente Dongen zijn aangeplant in een tijd dat er weinig aandacht was voor de ondergrondse groeiplaatsomstandigheden. Er werd een gat gegraven en de boom werd geplant met een kruiwagen ‘goede grond’. Na verloop van tijd zijn de wortels op zoek gegaan naar vocht en voeding en vonden dat direct onder de verharding. Door diktegroei van de wortels ontstond wortelopdruk. Op veel plaatsen is daardoor de verharding opgedrukt. Dit leidt tot gevaarlijke situaties, wortelschade en hoge beheerskosten.
3.2 Nieuwe ziekten en plagen en klimaatverandering De laatste decennia is er veel schade in het bomenbestand ontstaan door nieuwe boomziekten en plagen. Voorbeelden hiervan zijn kastanjebloedingsziekte, essentaksterfte, roetschorsschimmel en de eikenprocessierups. Daarnaast heeft ook de verandering van het klimaat invloed op het bomenbestand. Zo hebben grotere schommelingen in neerslag en perioden van droogte een negatieve invloed op gevoelige bomen als oude beuken. 3.3 Conflictsituatie bomen en zonnepanelen De rijksoverheid stimuleert de ontwikkeling van duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie. Bij het plaatsen van zonnepanelen op daken van particulieren kan er echter een conflict ontstaan, waarbij bomen een optimaal rendement van de zonnepanelen in de weg staan. Zowel bomen als zonnepanelen dragen bij aan een gewenste duurzame samenleving. In paragraaf 6.2.2 wordt beschreven hoe we daar als gemeente mee om gaan.
Foto 1: Wortelopdruk
Foto 2: Kastanjebloedingsziekte
3.4 Wortelschade bij graafwerkzaamheden Vanuit het Handboek Kabels en Leidingen van de gemeente Dongen zijn er richtlijnen opgesteld voor het werken rondom bomen om wortelschade te voorkomen. In deze handleiding wordt ook verwezen naar het handboek Bomen. Hierin wordt benoemd hoe men om moet gaan met het graven rondom bomen conform hoofdstuk 2 van het Handboek Bomen 2022 opgestelde eisen. Foto 3: Bomen en zonnepanelen
53
3 Inventarisatie knelpunten Hieronder de richtlijnen vanuit het Handboek Kabels en Leidingen. Werken nabij bomen Bij het passeren van bomen moeten door de grondroerder voorzorgsmaatregelen worden getroffen die schade aan de betreffende boom voorkomt. De maatregelen en aanwijzingen zijn (onder andere) aangegeven op de Bomen poster conform Handboek Bomen. Wanneer er toch een boom wordt beschadigd dient dit direct gemeld te worden bij de toezichthouder. Indien de afstand van te leggen kabels en/of leidingen tot de bomen minder is dan bepaald in artikel 7.2.1, vierde lid, dienen er in ieder geval beschermende maatregelen toegepast te worden of er moeten (gestuurde) boringen worden gemaakt. In het wortelgestel van bomen mag slechts bij hoge uitzondering worden gegraven en in dat geval alleen handmatig, dit is echter alleen toegestaan met goedkeuring van de toezichthouder. Wortels dikker dan 0,025 m in diameter mogen nooit worden verwijderd of beschadigd. Wortels kleiner dan 0,025 m in diameter mogen verwijderd worden door middel van zagen zonder de wortels te breken of eraan te trekken. Ontgraven wortels dienen te worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en andere beschadigingen. Als ten gevolge van de werkzaamheden een boom zoveel schade oploopt dat deze gerooid moet worden dient de grondroerder dit direct te melden bij de toezichthouder.
Er dient dan (indien vereist) alsnog een omgevingsvergunning kap aangevraagd te worden. Het planten van nieuwe bomen wordt verzorgd door de gemeente.
54
3 Inventarisatie knelpunten 3.5 Overhangende takken Bestaande bomen die geïntegreerd worden in een nieuw te ontwikkelen bouwplannen moeten beschermd worden. Deze bomen staan vaak kort tegen de nieuw te ontwikkelen woningen. De bewoners dienen de huidige situatie te respecteren zodat in de toekomst geen verzoeken komen voor snoeien van overhangende takken boven hun woning of tuin. Het is aan te bevelen om hier iets over in de koopovereenkomst op te nemen. Dit gebeurt in overleg tussen de gemeente en projectontwikkelaar.
55
4 Visie en beleid Op basis van de huidige inzichten is een visie op het bomenbeleid vastgesteld die de leidraad vormt voor het beleid en het beheer voor de komende jaren. Deze visie geeft aan in welke richting het bomenbestand van de gemeente Dongen zich moet gaan ontwikkelen. 4.1 Beleidskeuzen Het centrale thema van het groenbeleidsplan is ‘Dongen is groen en moet groen blijven!’. Dit thema is overgenomen in het bomenbeleidsplan en uitgewerkt in de volgende visie. Visie De gemeente Dongen is groen en moet groen blijven. Zij heeft een bomenbestand waarbij bomen volwaardig uit kunnen groeien en optimaal hun functies en waarden kunnen vervullen. Een duurzaam en toekomstbestendig bomenbestand dat blijvend in kwaliteit verbetert, aantrekkelijk is en robuust is. Daarbij gaat kwaliteit voor kwantiteit en staat de juiste boom op de juiste plek.
Dit wordt bereikt met een bomenbeleid dat: 1. het beheer richting geeft; 2. kosten efficiënt en doelmatig is; 3. transparant en eenduidig is; 4. opgewassen is tegen veranderende omstandigheden. Het streven van de gemeente Dongen is een bomenbeleid dat leidt tot: • een duurzaam boombestand met soorten die aangepast zijn aan de groeiplaats en waar mogelijk, de groeiplaats aangepast is aan de soort. Dit geldt met name voor de bomen die in het bomenstructuurplan (zie hoofdstuk 5) zijn opgenomen. • vermindering van aantastbaarheid van het bomenbestand door een geringere ziektegevoeligheid van de soorten en een betere boom- en groeiplaatsbescherming. • een divers bomenbestand in sortiment en leeftijdsopbouw, passend binnen de gemeente. • een permanente vermindering van overlast en hinder van bomen, zonder dat daar bomen voor gekapt worden. 4.2 Beleidskeuzen Op basis van de geformuleerde visie en de geïnventariseerde knelpunten is een drietal beleidskeuzen uitgewerkt. Deze uitwerkingen geven een goed beeld van het beleid. 1. 2. 3.
Kwaliteit versus kwantiteit Sortiment en diversiteit Integraal werken
4.2.1 Kwaliteit versus kwantiteit Niet het aantal bomen, maar de kwaliteit van het bomenbestand is het belangrijkste element van het beleid. Groeiplaatsomstandigheden De groeiplaatsomstandigheden zijn een bepalende factor voor de kwaliteit van het bomenbestand. Een goede groeiplaats biedt een boom voldoende ruimte (zowel ondergronds als bovengronds) om zich duurzaam te kunnen ontwikkelen. Bij een boom omringd door kabels, leidingen, asfalt, tegels of klinkers is de ruimte daarvoor vaak te beperkt. Bij elke aanplant wordt daarom een goede groeiplaats ingericht die vervolgens langdurig beschermd wordt tegen verstorende invloeden.
56
4 Visie en beleid Terugplaatsen bomen Dit betekent ook dat bomen bij uitval niet meer automatisch één op één teruggeplaatst worden. Bij de planvorming wordt kritisch gekeken of er genoeg ruimte is voor een boom. Is deze ruimte er niet of te weinig, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van kabels en leidingen, dan wordt een kleinere soort of helemaal geen boom geplant. Hoeveelheid bomen De hoeveelheid bomen is niet bepalend voor de toekomstige kwaliteit van het bomenbestand. Eén goed geplaatste boom is waardevoller en duurzamer dan enkele, verkeerd geplaatste, wegkwijnende exemplaren. Dit kan betekenen dat er bij herinrichting in een bestaande straat of wijk minder bomen terugkomen, maar dat de kwaliteit van het bomenbestand en daardoor de groenbeleving vooruitgaat. Deze beleidskeuze draagt bij aan de omlooptijd van de bomen en vermindert de onderhoudskosten.
Foto 4: Juiste boom op de juiste plaats
Foto 5: Te weinig groeiruimte
De juiste boom op de juiste plek De soortspecifieke eigenschappen van een boomsoort worden bij het ontwerp/beplantingsplan op voorhand getoetst op compatibiliteit met de directe omgeving. Bij door inwoners ervaren overlastsituaties wordt op een transparante manier getoetst of er sprake is van de juiste boom op de juiste plaats. Ook wordt een afweging gemaakt tussen de meerwaarde die de boom vertegenwoordigt voor het algemeen belang en de overlast op individueel vlak. Factoren boomkeuze Bij de keuze voor een bepaalde boomsoort spelen meerdere factoren een rol. De functie(s) en de beschikbare groeiruimte zijn echter doorslaggevend voor de keuze. Of een boom volwaardig uit kan groeien, hangt af van de ruimte en de uiteindelijke grootte die een boom kan bereiken. Is de ruimte beperkt, dan wordt er gekozen voor een kleinere soort.
57
4 Visie en beleid Overlast De eigenschappen van een boom bepalen voor een groot deel of deze overlast gaat geven. Bomen die bekend staan als ‘overlastbomen’worden zoveel mogelijk geplant op locaties waar ze geen overlast veroorzaken. Zo worden bomen die veel luis aantrekken en besof vruchtdragende bomen in een gazon of plantsoen geplant en niet bij parkeerplaatsen. Beheermaatregelen Bij het kiezen van bomen voor een bepaalde locatie wordt kritisch gekeken naar de benodigde beheermaatregelen die bomen vragen (denk aan lei- ,vorm- en knotbomen). Er wordt zoveel mogelijk gekozen voor vrij uitgroeiende bomen. Voor de invulling van de maatregel ‘de juiste boom op de juiste plaats’ is het kortom telkens zoeken naar de boom die: • • • • • •
op die groeiplaats volwaardig uit kan groeien; zo min mogelijk ziektegevoelig is; geen overmatige overlast oplevert voor zijn omgeving; geen (verkeers)veiligheidsproblemen veroorzaakt; qua leeftijd, soort en omvang bijdraagt aan de diversiteit; beperkt beheer nodig heeft.
4.2.2 Sortiment en (bio)diversiteit De juiste keuze in sortiment en het toepassen van diversiteit maakt het bomenbestand aantrekkelijk, minder ziektegevoelig en ecologisch waardevol. Een aantrekkelijk en gevarieerd bomenbestand bereik je door diverse soorten en variëteiten aan te planten. De speciale eigenschappen van deze bomen (zoals herfstkleur, bloei, vorm et cetera) hebben een meerwaarde qua beleving en geven ook meerwaarde aan de leefomgeving.
Foto 6: Diversiteit aan bomen
58
4 Visie en beleid Een zo gezond mogelijk bomenbestand bereik je door diversiteit en bomen aan te planten die zo min mogelijk ziekte- en plaaggevoelig zijn. Boomziekten Boomziekten zoals de kastanjebloedingsziekte en essentaksterfte zijn momenteel verantwoordelijk voor het afsterven van veel bomen. Aanplant van hiervoor gevoelige kastanjes en essen is daarom niet wenselijk. Diversiteit Toepassing van diversiteit is vooral op wijkniveau belangrijk. Dit betekent niet dat in elke woonstraat verschillende soorten aanwezig moeten zijn. Foto 7: Ecologische verbindingszone in Dongen Maar als in meerdere straten slechts één boomsoort voorkomt, is dat niet gewenst. Zo’n situatie is namelijk erg plaag- en ziektegevoelig en moet waar dat kan voorkomen worden. Een voorbeeld van aanplant van en gevarieerd bomenbestand is de Vaartweg. In 2019 zijn in Dongen de aanwezige beuken en eiken vervangen door een vijftal soorten die afwisselend in deze straat zijn aangeplant. Inheemse boomsoorten Diversiteit is ook van groot belang voor de ecologische waarde van de omgeving. Inheemse boomsoorten hebben een meerwaarde ten opzichte van uitheemse soorten. Doordat de soorten onderdeel uitmaken van het lokale ecosysteem werken zij versterkend op dit systeem.
Bij meer natuurlijke groeiplaatsen (bijvoorbeeld bosvakken in parken en grotere groenstroken) en buiten de bebouwde kom wordt bij voorkeur gekozen voor inheemse boomsoorten. Sommige uitheemse soorten zijn beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme langdurige droogte of tijdelijke wateroverlast. Dergelijke soorten worden in Dongen zeker ook aangeplant. Voorbeelden zijn Plataan, Acacia, Valse Christusdoorn en Moeraseik. 4.2.3 Integraal werken De verschillende diciplines van het beheer van de openbare ruimte worden, in een vroegtijdig stadium, bij de planvorming voor werkzaamheden in die openbare ruimte betrokken. Wanneer de verschillende disciplines van het beheer van de openbare ruimte samenwerken, ontstaan er realiseerbare en kostenbesparende plannen. Door uitwisseling van kennis, ervaring en inzichten zijn efficiëntere oplossingen voor knelpunten mogelijk. Het vervangen van bomen gebeurt zoveel mogelijk integraal. De verschillende disciplines van het beheer van de openbare ruimte stellen in een multidisciplinair overleg de meerjarenplanning op. Daarnaast leggen we de geplande werkzaamheden over elkaar heen en voeren, waar mogelijk, de werkzaamheden gecombineerd uit. Dit werkt efficiënter en beperkt overlast voor omwonenden en weggebruikers.
59
4 Visie en beleid Groentoets Bij integrale projecten wordt met een ‘Groentoets’ vooraf bepaald of bomen en/of beplantingen behouden kunnen worden. Of behoud mogelijk is, hangt sterk af van het soort werkzaamheden dat plaats gaat vinden en de kwaliteit en conditie van de bomen. Uiteraard is dit afhankelijk van de omstandigheden en betreft het vaak maatwerk. Om ervoor te zorgen dat het belang van bomen bij integraal werken voldoende geborgd is, wordt vaak voorafgaand aan het werk een Bomen Effect Analyse uitgevoerd . Duurzaam bomenbeleid Met een integrale aanpak van de openbare ruimte zijn er meer mogelijkheden om een duurzaam bomenbeleid uit te voeren. Zo kan bijvoorbeeld de herinrichting van het wegprofiel gebruikt worden om groeiplaatsen van bomen duurzaam in te richten door de boven- en ondergrondse groeiruimte van de bomen te vergroten. 4.3 Evaluatie beleidsdoelen 2018-2022 In het vorige beleidsplan dat van 2018 tot 2022 liep, zijn zes beleidsdoelen geformuleerd. Deze beleidsdoelen zijn hieronder weergegeven met daarbij de evaluatie of deze beleids doelen ook zijn bereikt. Beleidsdoel 1 De gewenste bomenstructuur wordt waar mogelijk verder ontwikkeld en versterkt. Resultaat: In de Heiweg en Gemeenteweg zijn bomen aangeplant als nieuwe structuur. Beleidsdoel 2 Groeiplaatsen van nieuw te planten bomen worden duurzaam ingericht.
Groeiplaatsen van bestaande bomen die onderdeel zijn van de bomenstructuur worden zo nodig verbeterd en geoptimaliseerd. Resultaat: De groeiplaatsen in de Vaartweg zijn vernieuwd en ontwikkeld en in de Mgr Nolenslaan, Wilhelminastraat en Mgr. Schaepmanlaan is grondverbetering uitgevoerd Beleidsdoel 3 Bestaande bomen en groeiplaatsen worden bij werken en projecten beschermd. Resultaat: Dit beleidsdoel is nog in ontwikkeling en kan verbeterd worden. Vooral inzetten op meer toezicht tijdens beginfase. Beleidsdoel 4 De diversiteit in soorten en leeftijdsopbouw wordt vergroot. Resultaat: Diversiteit van bomen wordt overal bij nieuwe aanplant en herplant toegepast. Diversiteit in leeftijd is bij nieuwe aanplant moeilijk te verwezenlijken. Wel wordt jonge aanplant tussen oude bomen geplant. Dit is gebeurd aan de Vaartweg, Paul van Ostayenstraat en in de Beljaart. Beleidsdoel 5 Overlast en hinder wordt verminderd. Overlast en hinder wordt objectief beoordeeld (waardebepaling, status, overlast, veiligheid). Resultaat: Overhangende takken over erfgrenzen worden na melding gesnoeid waar dit mogelijk is en geen onherstelbare schade van de boom veroorzaakt. (bosrand Trimbos /Hoge Kant) Beleidsdoel 6 De positie van bomen in integrale inrichtingsprojecten wordt versterkt. Resultaat: Hiervoor is steeds meer aandacht.
Goede voorbeelden zijn park Vredeoord, het Wilhelminaplein en de Hoofdstraat in ‘s Gravenmoer waar de aanwezige bomen bij de nieuwe inrichting een betere groeiplaats hebben gekregen.
60
4 Visie en beleid 4.4 Beleidsdoelen tot 2030 Voorgaande informatie levert samengevat de volgende beleidsdoelen op voor de komende jaren. Deze doelen vormen de basis van het beleid en geven richting aan het beheer. Ze kunnen ingezet worden bij de evaluatie van het beleid. Beleidsdoel 1 De gewenste bomenstructuur wordt waar mogelijk verder ontwikkeld en versterkt. Beleidsdoel 2 Groeiplaatsen van nieuw te planten bomen worden duurzaam ingericht. Groeiplaatsen van bestaande bomen die onderdeel zijn van de bomenstructuur worden zo nodig verbeterd en geoptimaliseerd. Beleidsdoel 3 Bestaande bomen en groeiplaatsen worden bij werken en projecten beschermd. Beleidsdoel 4 Toekomstige groeiruimte voor bomen wordt beschermd en veiliggesteld. Beleidsdoel 5 De diversiteit in boomsoorten in een straat wordt vergroot. Beleidsdoel 6 Overlast en hinder wordt verminderd. Overlast en hinder worden objectief beoordeeld (waardebepaling, status, overlast, veiligheid). Beleidsdoel 7 De positie van bomen in integrale inrichtingsprojecten wordt versterkt.
61
5 Bomenstructuurplan De gemeente Dongen heeft een uitgebreid bomenbestand. Het bomenbestand loopt uiteen van gemakkelijk vervangbare bosjes en straatbomen tot waardevolle boombeplantingen die als belangrijke dragers van het groen gezien worden. Om dergelijke waardevolle boombeplantingen te kunnen beschermen wordt aan deze bomen een bepaalde status toegekend door middel van een bomenstructuurplan. Voor het opstellen van dit bomenstructuurplan is gebruikgemaakt van de Groenstructuurplannen van Dongen (1997) en ’s Gravenmoer (1999). De in deze plannen aanwezige structuren zijn, met enkele aanvullingen, in het veld geïnventariseerd en beoordeeld op aanwezigheid, herkenbaarheid en de mogelijkheid tot ontwikkeling. Dit heeft geleid tot een nieuw bomenstructuurplan waarin hoofdstructuren, nevenstructuren en waardevolle bomen zijn aangegeven. Kaart Op de kaart zijn alle (gewenste) hoofd- en nevenstructuren weergegeven. Op enkele locaties is nog geen structuur aanwezig, maar is ontwikkeling tot hoofd- of nevenstructuur gewenst. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, bijvoorbeeld bij een herinrichting van een straat of herontwikkeling van een wijk, kunnen dergelijke locaties als hoofd- of nevenstructuur ingericht worden. De nog te ontwikkelen locaties zijn met een stippellijn weergegeven.
62
5 Bomenstructuurplan 5.1 De bomenstructuur 5.1.1 Hoofdstructuur Onder de hoofdstructuur vallen waardevolle boombeplantingen die als belangrijke dragers en als ruggengraat van het gemeentelijk groen gezien worden. Deze bomen hebben een wijkoverstijgende functie. De hoofdstructuur bestaat uit: • lange bomenlanen langs wegen in het buitengebied; • ontsluitingswegen in de bebouwde kom; • natuurlijke begroeiingen op ‘oude’ dijken of langs de oevers van de Donge; • grote parken en groengebieden;
Foto 8: Bomenlaan in buitengebied
Foto 9: Ontsluitingsweg binnen bebouwde kom
Foto 10: Oeverzone van de Donge
Foto 11: Oude dijken
Foto 12: Groene parken
Foto 13: Oeverzone Vaarten
63
5 Bomenstructuurplan 5.1.2 Nevenstructuur De nevenstructuur omvat waardevolle boomstructuren die op wijkniveau als belangrijke dragers van het gemeentelijk groen gezien worden. De nevenstructuur bestaat uit: • bomenlanen langs wijkontsluitingswegen, in woonstraten en in het buitengebied; • groene linten; • historische elzenhagen en houtwallen. Groene linten bestaan uit parkachtige groenstructuren in de wijk. Deze worden vaak gecombineerd met speelobjecten, sportveldjes of waterpartijen. Historische elzenhagen en houtwallen zijn met name te vinden in het buitengebied rond ’s Gravenmoer. Hier is het karakteristieke slagenlandschap nog herkenbaar aanwezig.
Foto 14: Groen lint
Foto 15: Wijkontsluitingsweg
Foto 16: Nevenstructuur buitengebied
Foto 17: Historische elzenhaag, slagenlandschap
64
5 Bomenstructuurplan Waardevolle bomen Onder waardevolle bomen vallen bomenlanen, boomgroepen of individuele bomen die, los van de hoofd- en nevenstructuur, een verhoogde status hebben toegekend gekregen. Sommige boombeplantingen hebben hierdoor een dubbele status. De lijst met waardevolle bomen is gebaseerd op de lijst van ‘Monumentale en andere waardevolle bomen’ zoals opgenomen in bijlage VII van de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Dongen (versie d.d. 17 december 2013). Deze lijsten zijn als bijlage 1 t/m 3 in dit rapport opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt in drie groepen, namelijk: • monumentale bomen (A-bomen); • zeer beeldbepalende bomen (B-bomen); • bijzondere bomen (C-bomen). Monumentale bomen (A-bomen) Bomen die vanwege hun grootte, breedte, verschijning en/of plantjaar een onvervangbare status hebben voor de omgeving. De bomen moeten minimaal 80 jaar oud zijn en een levensverwachting van meer dan 10 jaar hebben. Voor monumentale lanen of groepen geldt dat ten minste ¾ van de betreffende bomen aan deze (afzonderlijke) criteria moet voldoen. Hierbij bestaat een laan uit een rij bomen, aan één of elke kant van de weg, met minstens 4 bomen aan één of elke kant. Een bomengroep bestaat uit minimaal 3 bomen die relatief dichtbij elkaar staan en een eenheid vormen.
Foto 17: A-boom, Schoolstraat
Foto 18: A-bomen (Sint Josephstraat)
Zeer beeldbepalende bomen (B-bomen) Bomen die de status monumentaal naderen maar nog niet hebben bereikt, omdat ze nog niet oud genoeg zijn. De bomen moeten minimaal 70 jaar oud zijn en een levensverwachting van meer dan 10 jaar hebben. Voor beeldbepalende lanen of groepen geldt dat ten minste ¾ van de betreffende bomen aan deze (afzonderlijke) criteria moet voldoen. Hierbij bestaat een laan uit een rij bomen, aan één of elke kant van de weg, met minstens 4 bomen aan één of elke kant. Een bomengroep bestaat uit minimaal 3 bomen die relatief dichtbij elkaar staan en een eenheid vormen.
65
5 Bomenstructuurplan Bijzondere bomen (C-bomen) Bomen die qua grootte, breedte, verschijning en leeftijd niet per se onvervangbaar zijn, maar bijzondere status hebben gekregen, omdat zij bijvoorbeeld geplant zijn ter herdenking van een gebeurtenis of geboorte of overlijden van een persoon. De bomen moeten een levensverwachting van meer dan 10 jaar hebben en aan ten minste één van de volgende specifieke kenmerken voldoen: • herdenkingsboom; • cultuurhistorische waarde; • markeringsboom; • kruis- of kapelboom; • bijzondere (snoei)vormen; • dendrologische betekenis; • natuurwaarde; • zeldzame bomen (hoogste, grootste et cetera); • genenreservoir (bomen die een belangrijke vertegenwoordiger van een soort zijn). Gemeenschappelijke bomen Binnen de gemeente Dongen is ook een aantal bomen en bomenlanen gemeenschappelijk. Dit wil zeggen, dat zowel de gemeente als de eigenaar van het perceel waarin de boom (gedeeltelijk) staat, eigenaar zijn. De verantwoordelijkheid en onderhoudskosten voor de boom worden in principe gedeeld. In de meeste gevallen worden deze bomen echter geheel op kosten van de gemeente onderhouden. Dat is overigens zeer verdedigbaar, aangezien de bomen bijna altijd een openbaar karakter hebben en een stempel drukken op de sfeer en beleving van de omgeving. Op deze wijze krijgen ze het onderhoud wat noodzakelijk is.
Bij werkzaamheden om en aan de boom moeten beide eigenaren overleg plegen en tot overeenstemming komen alvorens tot uitvoering over te gaan. Voorbeelden van gemeenschappelijke bomen zijn te vinden langs de Hoofdstraat in ’s Gravenmoer en langs de Vennen in Dongen. Een boom is gemeenschappelijk wanneer (een deel van) de stamvoet van de betreffende boom op zowel gemeentelijke als particuliere grond staat. Particuliere bomen in gemeentelijk onderhoud De gemeente Dongen heeft ook een beperkt aantal particuliere waardevolle bomen in onderhoud. Het initiatief om een particuliere boom door de gemeente te laten onderhouden, ligt bij de burger. De aangemelde particuliere bomen staan op de lijst ‘Monumentale en andere waardevolle bomen’. De boom komt in aanmerking voor deze onderhoudsFoto 20: Gemeenschappelijke bomen, vorm, als hij wordt aangemeld en als hij voldoet aan de Hoofdstraat ‘s Gravenmoer gestelde criteria voor waardevolle en beschermwaardige bomen. Daarnaast moet de boom van beeldbepalende waarde zijn voor de openbare ruimte en moet de boomkroon de openbare ruimte raken. Aangezien deze regeling alweer zestien jaar loopt is het goed om de regeling tegen het licht te houden en te actualiseren. In 2023 wordt dit opgepakt. Op dit moment zijn 80 particuliere bomen in onderhoud bij de gemeente Dongen.
66
5 Bomenstructuurplan 5.2 Inventarisatie bomenstructuur Voor het opstellen van het nieuwe bomenstructuurplan zijn de aanwezige structuren zoals beschreven in de groenstructuurplannen, met enkele aanvullingen, in het veld geïnventariseerd en beoordeeld op aanwezigheid, herkenbaarheid en de mogelijkheid tot ontwikkeling. Uitgangspunt hierbij was het waarborgen en het in stand houden van de kwaliteit van het bomenbestand. Locaties waar verbetering van de structuur gewenst is, zijn in kaart gebracht. Maatregelen Er zijn verschillen maatregelen die je kunt uitvoeren om de structuur te verbeteren. • Aanvullen -Daar waar de structuur geen doorlopende bomenlaan vormt of op andere wijze om aanvulling van de bestaande situatie vraagt, wordt de structuur aangevuld. De maatregel betreft het aanplanten van bomen. Voorbeelden hiervan zijn aan de Eindsestraat, Oude Veepad en Wielstraat. • Dunnen - Voor een kwalitatieve instandhouding van de structuur is dunning gewenst. In de bestaande situatie is sprake van een te hoge onderlinge concurrentie waardoor verzwakking van individuele bomen op kan treden. De maatregel betreft het verwijderen van een deel van de bomen in de structuur. Bij voorkeur zijn dat de minst ontwikkelde en/of meest verzwakte bomen.
• Groeiplaatsverbetering - Voor een aantal locaties is het voor een kwalitatieve instandhouding nodig om groeiplaatsverbetering uit te voeren. In de huidige situatie is er sprake van omstandigheden die het voortbestaan van de structuur bedreigen of hinder veroorzaken voor de gebruiksfuncties binnen de structuur. De maatregelen kunnen bestaan uit het vergroten van boomspiegels, vergroten of verbeteren van de bewortelbare ruimte, bescherming plaatsen om maai- of aanrijdschade te voorkomen, aanpassen van het maaibeheer et cetera. • Ontwikkelen - Een aantal locaties heeft de bestemming hoofdstructuur gekregen, maar zijn in de huidige situatie nog niet als zodanig ingericht. Het kan zijn dat er momenteel nog geen bomen staan. De maatregel bestaat uit het aanvullen of inrichten van de locatie door het aanplanten van bomen. Ook is het mogelijk dat er, in de huidige inrichting, geen ruimte beschikbaar is voor ontwikkeling van de structuur. De maatregel bestaat er dan uit de structuur in te richten zodra de mogelijkheid zich voordoet en hiervoor de middelen beschikbaar zijn. • Vervangen - Daar waar de huidige structuur niet meer te handhaven is, worden bomen vervangen. Een voorbeeld hiervan zijn bomen aan de Paul van Ostayenstraat. Urgentie Afhankelijk van de aard van de benodigde maatregelen en de houdbaarheid van de huidige situatie is aan alle maatregelen een urgentie gekoppeld.
Er zijn drie categorieën onderscheiden: • Hoge urgentie: bij een hoge urgentie is op korte termijn (binnen enkele jaren) ingrijpen nodig om de structuur kwalitatief te kunnen behouden. De maatregelen moeten voor 2025 worden uitgevoerd. • Gemiddelde urgentie: bij een gemiddelde urgentie is het nodig om in te grijpen gedurende de looptermijn van dit beleidsplan. De maatregelen moeten voor 2030 worden uitgevoerd. • Lage urgentie: bij een lage urgentie is het kwalitatief voortbestaan van de structuur niet in gevaar en er is geen sprake van een nog te ontwikkelen structuur. De maatregelen kunnen na 2030 worden uitgevoerd. Achtereenvolgens worden de bomenstructuren van de dorpskernen Dongen, ’s Gravenmoer en Klein-Dongen- Vaart bekeken. De te verbeteren en te ontwikkelen boomstructuren zijn in kaart gebracht en gearceerd. Deze structuren en de waardevolle bomen waarbij groeiplaatsverbetering gewenst is, zijn in de bijbehorende tabellen opgenomen.
67
5 Bomenstructuurplan 5.2.1
Inventarisatie Dongen
Hoofdstructuur
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Belangrijke lanen
Eindsestraat
Groeiplaats linden
Gemiddeld
Bolkensteeg
Groeiplaats verbeteren lindes
Hoog
Rotonde anjerstraat
Groeiplaats berk
Gemiddeld
Steenstraat
Aanvullen
Gemiddeld
Lage Ham van rotonde tot platanen
groeiplaats verbeteren
Gemiddeld
Oude Baan / Kanaalstraat / Deken Batenburgstraat