2023-134072 Bijl1- Dongen Groen 2023 v20230921
Tekst van het document
Vervangen bomen en groeiplaats verbetering
Gemiddeld
Middellaan
Ontwikkelen
Gemiddeld
Lage Ham/Beljaartlaan
Groeiplaats verbetering
Gemiddeld
Procureurweg
Groeiplaats verbetering
Gemiddeld
Berlagestraat/Eindsestraat
Ontwikkelen groeiplaats
Gemiddeld
Entree bebouwde kom
68
5 Bomenstructuurplan Nevenstructuur
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Industriestraat
Groeiplaats aanbrengen
Gemiddeld
Metaalstraat
Groeiplaatsen aanbrengen
Laag
Mies van de Rohestraat
Groeiplaats verbetering
Gemiddeld
Parkje Julianastraat, Emmastraat en Prins Hendrikstraat
Groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Park Kanaalstraat Julianastraat
Groeiplaats verbeteren
Gemiddeld
Kruisherenstraat
Groeiplaatsen aanbrengen
Gemiddeld
Waardevolle bomen
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Monumentale bomen
Ardennenpad: Robinia pseudoacacia
groeiplaatsverbetering
Hoog
Monumentale bomen
Kerkstraat Acacia’s en platanen
groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Monumentale bomen
Oranjeplein (park): Liriodendron tulpifera
groeiplaats verbeteren
Hoog
Monumentale bomen
Sint Josephstraat: Robinia pseudoacacia
groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Monumentale bomen
Anjerstraat (berk)
Groeiplaatsverbetering
Hoog
Monumentale bomen
Rijensestraatweg (platanen)
Groeiplaatsverbetering
Hoog
Monumentale bomen
Kanaalstraat
Groeiplaatsverbetering
Hoog
Monumentale bomen
Modestusstraat
Groeiplaatsverbetering
Hoog
Monumentale bomen
Min Ruijs de beerenbrouckstraat (eiken)
Groeiplaatsverbetering
Hoog
Wijkgroen
Foto 21: Verbeteren groeiplaats, hoofdstructuur Oude Baan
69
5 Bomenstructuurplan 5.2.2
Inventarisatie ’s Gravenmoer
70
5 Bomenstructuurplan Hoofdstructuur
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Hoofdstraat / Molendijk
Groeiplaatsverbetering
Hoog
’s Gr. moer Vaartweg
Groeiplaats beuken
Hoog
Kerkebos,
Erosie waterkant
Hoog
Kerkdijk
Groeiplaatsvertering
Hoog
Waspikseweg
Groeiplaats verbeteren
Hoog
Wielstraat
Ontwikkelen
Gemiddeld
Wilhelminalaan
Ontwikkelen
Hoog
Waardevolle bomen
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Monumentale bomen
Kerkdijk 1: Tilia Vulgaris
Groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Bijzondere bomen
Lange Veertel: Quercus palustris
Groeiplaatsverbetering
Laag
Monumentale bomen
Molendijk: Quercus robur
Groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Monumentale bomen
Zwaanstraat: Fagus sylvatica
Groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Monumentale bomen
Kerkdijk: Linden,eiken)
Groeiplaatsverbetering
Hoog
Foto 22: Aan te vullen gaten in structuur, Wielstaat
Foto 23: Te verbeteren groeiplaats, Hoofdstraat ‘s Gravenmoer
71
Foto 24: Te verbeteren groeiplaats, Hoofdstraat ‘s Gravenmoer
5 Bomenstructuurplan 5.2.3
Inventarisatie Klein Dongen & Dongen-Vaart
72
5 Bomenstructuurplan Klein Dongen
Hoofdstructuur
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Belangrrijke lanen
Klein Dongenseweg
Ontwikkelen
Gemiddeld
Hoofdstructuur
Object /straatnaam
Maatregelen
Urgentie
Belangrrijke lanen
Gemeenteweg
Groeiplaatsverbetering
Gemiddeld
Dongen-Vaart
73
6 Van visie naar werkelijkheid Voor de realisatie van de in hoofdstuk 4 genoemde beleidsuitgangspunten zijn beheersinstrumenten nodig. Het gaat daarbij om normen, eisen, inrichtingsprincipes en keuzeen toetsingsschema’s. De gemeente Dongen maakt voor haar beheer gebruik van het ‘Handboek Bomen’ van het Normeninstituut. In dit handboek is voor een breed scala aan beheersonderwerpen een praktisch bruikbare set aan normen en eisen opgenomen. In dit hoofdstuk worden aspecten behandeld die in het handboek niet of onvoldoende aan bod komen om het beleid te kunnen realiseren. Aan de hand van de volgende drie thema’s worden die aspecten behandeld: • Ontwerp en inrichting • Beheer en onderhoud • Bescherming en handhaving 6.1 Ontwerp en inrichting 6.1.1 Soortkeuze Bij de boomsoortkeuze zijn de volgende criteria van belang: • Boven- en ondergrondse groeiruimte; • Diversiteit in soorten ter voorkoming van monoculturen in verband met plaagdierenen ziektegevoeligheid; • Ziekte- en plaaggevoeligheid van boomsoorten; • Belevingsaspecten zoals boomgrootte, kroonvorm, kleur en vorm van blad, herfstkleur, bloesem, vrucht, geur, bloeitijd en eventuele overlast hiervan; • Ecologische waarde; • Geschikt voor de grondsoort waar deze komt te staan; • Bestand tegen klimaatverandering en droogte.
Diversiteit: Diversiteit in het sortiment speelt een belangrijke rol bij de weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Monoculturen zijn bij uitstek kwetsbaar voor de ontwikkeling en snelle verspreiding van ziekten en plagen. Op dit moment bestaat 32 procent van het totale bomenbestand uit de familie ‘Fagacea’ (eiken en beuken). Daarom zal bij uitval en vervanging van bomen eiken en beuken tijdelijk minder worden aangeplant.
SOORTEN VERDELING EIK LINDE
24
ES ESDOORN
2
HAAGBEUK
2
POPULIER
2 2
BEUK ELS
3
PLATAAN
3
WILG
3
4
4
10
Figuur 1: Soortenverdeling bomen
12
29
BERK SIERKERS OVERIGE 59 SOORTEN
74
6 Van visie naar werkelijkheid Inheemse of uitheemse soorten Inheemse bomen hebben een grotere ecologische waarde dan uitheemse soorten. Het inheemse sortiment is echter beperkt, waardoor niet voor alle stedelijke groeiplaatsen een optimaal passende inheemse boomsoort beschikbaar is. De groeiplaatsomstandigheden zijn vaak niet optimaal voor inheemse soorten: te veel verharding, gemiddeld hogere temperaturen en te droog. Ze wijken te veel af van de natuurlijke groeiplaatsen van de inheemse soorten. Uitheemse soorten en cultivars stellen andere eisen aan groeiplaatsomstandigheden en vormen dan ook een welkome aanvulling op het sortiment. Daarnaast hebben deze soorten vaak een hoge belevingswaarde en esthetische waarde. Voor het maken van de juiste keuze is de locatie en vooral ook de functie die de beplanting moet vervullen van essentieel belang. Bij enigszins natuurlijke groeiplaatsen in het buitengebied en in groenstroken en -zones, worden waar mogelijk inheemse bomen geplant. In een meer stedelijke omgeving passen bomen die aangepast zijn aan de plaatselijke omstandigheden en geschikt zijn voor de gewenste functie(s). 6.1.2 Kwaliteit plantmateriaal Herkomst Een belangrijke vuistregel bij de aanschaf van plantmateriaal is: grondsoort bij grondsoort. Er zijn kwekerijen op zandgrond en kwekerijen op kleigrond.
Het plantmateriaal is gewend aan de eigenschappen van de bodem waar het gekweekt is. Plantmateriaal afkomstig van een kwekerij op kleigrond zal moeite hebben om zich aan te passen aan een plantlocatie met zandgrond en vice versa. Kwaliteitseisen Plantmateriaal moet bij aflevering voldoen aan de gestelde eisen. Voor de kwaliteitseisen zijn landelijke richtlijnen vastgesteld. De keuring wordt uitgevoerd aan de hand van het ´Handboek bomen´. 6.1.3 Groeiplaatsinrichting, aanplant en nazorg Om te bepalen of een groeiplaats geschikt is voor aanplant wordt gebruikgemaakt van het ‘Toetsingsschema nieuwe aanplant’ (bijlage 4). Bij het inrichten van een nieuwe groeiplaats en het uitvoeren van aanplant en nazorg wordt gebruikgemaakt van de richtlijnen zoals opgenomen in het ´Handboek bomen´. 6.1.4 De kleine kringloop De kleine kringloop is een natuurlijk proces waarin natuurlijk afval dat onder de bomen valt zoals bladeren en takken om worden gezet in opneembare voedingsstoffen voor planten en bomen. Dit proces kan alleen plaats vinden als er voldoende bodemleven en een goed bodemklimaat aanwezig is. Het is dus belangrijk dat er hieraan niets ontbreekt.
Figuur 2: Kleine kringloop
75
6 Van visie naar werkelijkheid Functie kleine kringloop Het bodemleven zorgt dat grof natuurlijk afval om wordt gezet in fijnere fracties, deze worden vervolgens door bacteriën en schimmels omgezet in opneembare voedingsstoffen. Waar het bodemleven ook voor zorgt is dat er gangen en holle ruimtes in de bodem komen hierdoor kan een uitwisseling van water en luchthuishouding plaats vinden. Op deze manier krijg je een betere bodemstructuur, die ook beter vocht vast houdt en opneemt, wat weer een voordeel is voor de grondwaterstand. De kleine kringloop heeft dus grote voordelen. 6.2 Beheer en onderhoud 6.2.1 Boomveiligheidscontrole Als eigenaar van een bomenbestand heeft de gemeente een zorgplicht. De gemeente moet zorgen voor goed beheer. Als ze dit nalaat, kan ze aansprakelijk worden gesteld bij eventuele schade of letsel. Goed beheer kan worden aangetoond door het bomenbestand periodiek te schouwen (boomveiligheidscontrole) en de bevindingen vast te leggen in een rapportage of beheersysteem. De maatregelen die voortkomen uit de schouw moeten binnen een bepaalde termijn worden uitgevoerd. Veiligheid Hoe vaak een boom geschouwd moet worden is afhankelijk van het veiligheidsrisico dat de boom oplevert voor zijn omgeving. Dit risico zit met name in de gevaarzetting van de boom.
Een kleine boom zal bij omwaaien minder schade aanrichten dan een grote boom en een boom langs een drukke verkeersroute levert doorgaans meer gevaar dan een boom in het gazon of in een groenstrook. Uitgangspunt is dat bomen die gevaar kunnen opleveren periodiek een veiligheidscontrole ondergaan en dat de maatregelen die daaruit voortkomen altijd worden uitgevoerd. 6.2.2 Verzoek tot kap of snoeien ‘Toetsingscriteria waarde & overlast’. Deze criteria zijn in bijlage 6 weergegeven. In bijlage 7 staat een toelichting op de toetsingscriteria. Uitgangspunt is dat gemeentelijke bomen in principe niet worden gesnoeid of gekapt vanwege overlast. Hinder van overhangende takken, bladval, vrucht, schaduw of luizen is geen reden voor snoei, tenzij: • takken van bomen directe schade veroorzaken doordat ze de gevel of het dak et cetera raken; • bij toepassing van de toetsingscriteria voor waarde en overlast, de waarde minus de overlast kleiner is dan nul. Eventueel uit te voeren snoei mag er niet toe leiden dat de boom duurzaam in zijn voortbestaan wordt bedreigd of ernstig in zijn vorm wordt aangetast. Zonnepanelen Zonnepanelen wekken stroom op zodat een huis energie neutraler wordt. Dit is gunstig voor het milieu. Bomen geven schaduw en dat kan de opbrengst van zonnepanelen negatief beïnvloeden.
Daarentegen hebben bomen ook verschillende milieu technische voordelen zoals het afvangen van fijnstof, het verkoelen van de aarde en het omzetten van CO2 naar zuurstof en het borgen van hemelwater. Hoe groter en gezonder het kroonoppervlak is des te positiever is het voor het milieu. Regelmatig wordt overlast gemeld door bomen in relatie tot zonnepanelen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • In bestaande situaties is het uitgangspunt dat bestaande bomen worden behouden. De boom gaat vóór en bij de plaatsing van een zonnepaneel moet daar rekening mee gehouden worden. Ook als de boom in de toekomst nog zal groeien. • Op nieuwbouwlocaties waar bomen worden aangeplant wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van zonnepanelen en/of de eventuele plaatsing daarvan.
76
6 Van visie naar werkelijkheid • Bij de herinrichting van gebieden waarbij sowieso al bomen gekapt of gesnoeid zouden moeten worden, gelden bij herplant dezelfde regels als voor nieuwbouwlocaties. • Als het vanuit herinrichtingsplannen niet nodig is om bestaande bomen te kappen of te snoeien, gelden dezelfde regels als voor bestaande situaties. • In nieuwe projecten kan er ook rekening worden gehouden dat er enkele bomen van de 1e grootte worden geplant maar dan zo dat niet de gehele dag het licht weggenomen zal worden. Allergieën Diverse boomsoorten, met name windbestuivers als els en berk, produceren pollen die allergische reacties (hooikoorts) kunnen oproepen. Het kappen van bomen vanwege klachten die samenhangen met dergelijke reacties heeft weinig zin. Overlast gevende pollen verspreiden zich, door middel van wind, over meerdere kilometers. In de wijde omgeving van Dongen staan grote aantallen windbestuivers. Het aantal pollen dat zich lokaal in de lucht bevindt, wordt door kap slechts in zeer beperkte mate verminderd. 6.2.3 Ziekten en plagen Boomziekten zoals de kastanjebloedingsziekte en essentaksterfte zijn momenteel verantwoordelijk voor het afsterven van veel bomen. Maar ook nieuwkomers zoals roetschorsziekte bij voornamelijk esdoorns en massaria bij platanen kunnen zorgen voor gevaarlijke situaties en of zelfs gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
Tussen aantasting en afsterven zitten echter vaak verschillende stadia. Daarnaast sterft niet elke aangetaste boom af. Wat er met een aangetaste boom moet gebeuren, verschilt dan ook per boom en per aantasting. Zo moet er heel voorzichtig omgegaan worden met esdoorns die aangetast zijn door de roetschorsziekte, hier is namelijk een apart verwijderings-protocol voor van toepassing. Voor de meeste aantastingen geldt dat vanaf het moment van waarneming tot het moment van verwijderen jaarlijks een controle vereist is om de ontwikkeling van de aantasting te monitoren. Bij een verhoogd risico op instabiliteit en/of stam- of takbreuk kan er zodoende tijdig worden ingegrepen en is de veiligheid van de omgeving gewaarborgd. Aanplant ziektegevoelige bomen Het aanplanten van de ziektegevoelige kastanjes (Aesculus) en essen (Fraxinus) is momenteel af te raden. Maar omdat niet alle soorten binnen de geslachten Aesculus en Fraxinus vatbaar zijn, kunnen bij (relatief grootschalige) aanplant bewezen immune soorten zoals Aesculus indica of Fraxinus exelsior ‘Atlas’ goed geplant worden. Korte beschrijvingen van de belangrijkste aantasters Kastanjebloedingsziekte De kastanjebloedingsziekte wordt in belangrijke mate veroorzaakt door een bacterie, de Pseudomonas syringea. Ook de larve van de kastanje-mineermot (Cameraria ohridella) lijkt een negatieve rol te spelen in het verloop van de ziekte.
Deze bacterie zorgt ervoor dat bastvaten kapot gaan en er zo dode stukken ontstaan. Door deze aantasting zie je ook uit de stam een soort donkere vloeistof komen wat het bloeden heet. Door deze aantasting verzwakt de boom binnen enkele jaren. Vaak komen er andere aantastingen bij die ervoor zorgen dat de kastanje in zijn geheel afsterft of breekgevoelig maakt. Essentaksterfte Sinds 2010 is essentaksterfte, ook wel essensterfte, in Nederland waargenomen. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de uit Azië afkomstige schimmel Hymenoscyphus fraxineus (oude naam: Chalara fraxinea). Er is op dit moment nog geen adequate oplossing om deze ziekte te bestrijden. Door deze schimmel sterven er in beginsel twijgjes af en in een verder gevorderd stadium sterven er gesteltakken af, en zal de es na verloop van tijd in zijn geheel afsterven. Er zijn wel essen die hier niet gevoelig of minder gevoelig voor zijn.
77
6 Van visie naar werkelijkheid Roetschorsziekte Roetschorsziekte is een zeldzame boomziekte veroorzaakt door een schimmel. Toch komt deze ziekte steeds meer voor in Nederland. In Dongen is het in de afgelopen jaren 1 keer voorgekomen. Besmetting met deze schimmel leidt uiteindelijk tot het afsterven van de boom. Niet alleen ontstaat hierdoor het gevaar van het afbreken van takken en het omvallen van de boom. Veelvuldig contact met sporen van de schimmel kan bij mensen ook leiden tot longproblemen. Meer specifiek bestaat de kans op het ontwikkelen van de longaandoening extrinsieke allergische alveolitis (EAA). Een plan van aanpak hoe om te gaan met besmette bomen is in bijlage 11 terug te vinden. Massaria Massaria veroorzaakt een snel optredende houtrot in takken van platanen, met takbreuk als gevolg. De schimmel tast eerst de dunnere takken aan, deze worden aan de bovenzijde van de tak aangetast en zorgen ervoor dat de tak aan de bovenkant afsterft waardoor de tak gevoelig wordt voor breuk. In een later stadium kunnen dikkere takken aangetast worden. Een protocol is hiervoor geschreven en kunt u in bijlage 12 terug vinden. Veranderende grondwaterstand Door de droge zomers van de laatste jaren daalt op vele plaatsen de grondwaterstand. Bepaalde boomsoorten, zoals beuk en berk kunnen daar slecht tegen en gaan in kwaliteit achteruit of sterven zelfs af.
Bij de aanplant van deze soorten dient daar rekening mee gehouden te worden. Dit kan bijvoorbeeld door extra voorzieningen, zoals het aanbrengen van grondwaterpijlers in de groeiplaats. Op droogtegevoelige plaatsen kan er ook voor gekozen worden een soort te kiezen die daar minder problemen van ondervindt. 6.2.4 Inboet Wanneer bomen dood gaan, vindt er eerst een onderzoek plaats naar de reden daarvan. Voordat tot inboet (herplant) wordt overgegaan, worden (indien nodig) de groeiplaatsomstandigheden verbeterd. Om te toetsen of inboet kan plaatsvinden, kan het ‘Toetsingschema inboet’ (bijlage 8) gebruikt worden. 6.2.5 Groeiplaatsverbetering Als een boom uitvalt of een conditievermindering vertoont, ligt de oorzaak vaak bij de groeiplaats. Met een onderzoek kun je vaststellen wat de problemen zijn en of groeiplaatsverbeterende maatregelen gewenst zijn. Aspecten die onderzocht kunnen worden, zijn: • de hoeveelheid doorwortelbare ruimte; • de voedingstoestand van de bodem; • de zuurstofvoorziening; • de vochtvoorziening. Afhankelijk van de aard van de problemen zijn vaak meerdere oplossingen mogelijk. De ‘Tabel groeiplaatsverbetering’ (bijlage 10) geeft een overzicht van veel voorkomende groeiplaatsproblemen, mogelijke oplossingen en een aantal methoden om die te kunnen realiseren.
6.2.6 Snoei Om het bomenbestand veilig en duurzaam te beheren, moeten bomen in het stedelijk gebied in de meeste gevallen periodiek gesnoeid worden. Er zijn verschillende redenen om te snoeien. Veiligheid voor de omgeving is de belangrijkste reden. De boomveiligheidscontrole levert de informatie welke bomen om veiligheidsredenen gesnoeid moeten worden. Verder is de benodigde snoei afhankelijk van de randvoorwaarden vanuit de omgeving, zoals schade aan eigendommen, de gevaarzetting en de doorrijhoogte, de levensfase en conditie van de boom. Na aanplant is de snoei in eerste instantie gericht op het verkrijgen van een solide stam met de gewenste takvrije stamlengte en een goed ontwikkelde, blijvende kroon (begeleidingssnoei). Vervolgens is de snoei gericht op het voorkomen van schade en het zo goed mogelijk
78
6 Van visie naar werkelijkheid behouden van de boom (onderhoudssnoei). Ook het in stand houden van een gewenste vorm kan reden tot snoeien zijn (vormsnoei, bijvoorbeeld bij leilindes). Verzoek om te snoeien Regelmatig ontvangt de gemeente verzoeken van inwoners om bomen te snoeien. Als er buiten bovengenoemde redenen geen aanleiding is om te snoeien, gebeurt dat in principe niet. Als om redenen er wel gesnoeid gaat worden, dan wordt deze maatregel ingepast in het geplande snoeiprogramma, wanneer de betreffende straat aan de beurt is. 6.3 Bescherming & handhaving 6.3.1 Bedreiging/schade aan bomen Bij alle werkzaamheden rondom bomen moet schade aan bomen voorkomen worden. Daartoe moeten de nodige beschermende maatregelen toegepast worden. De toegepaste maatregelen zijn conform de in het ‘Handboek bomen’ gestelde eisen. Werken rondom bomen Bij de uitvoeringsfase is het essentieel dat toezicht gehouden wordt op naleven van de eisen en randvoorwaarden zoals opgenomen in het betreffende bestek of een Bomen Effect Analyse. Bij (zeer) waardevolle bomen is het van belang dat dit toezicht (mede) geschiedt door een European Tree Worker, een European Tree Technician of iemand met aantoonbaar vergelijkbare kennis en ervaring.
Bij inbreidingsplannen die door een ontwikkelaar worden geïnitieerd, dient in de anterieure overeenkomst opgenomen te worden dat er een groenbeschermingsplan wordt opgesteld. Tevens dient er budget vrijgemaakt te worden, zodat gedurende de bouwperiode door de gemeente een bomenwacht ingezet kan worden. Het is te overwegen om bij heel belangrijke bomen een boeteclausule op te nemen in een bestek indien een boom beschadigd wordt. Werkzaamheden waardevolle bomen Bij werken die door de gemeente worden uitgevoerd, moet bij aanwezigheid van waardevolle bomen, voor de start van de werkzaamheden, afspraken zijn gemaakt hoe de bescherming van deze bo(o)m(en) geregeld wordt. In het project dient daarvoor een budget te zijn opgenomen. Bomen Effect Analyse Bij werkzaamheden waarbij een waardevolle boom, die potentieel bedreigd wordt, moet een Bomen Effect Analyse (BEA) worden opgesteld. Hieruit wordt duidelijk wat de impact van de plannen op de te behouden boom is en op welke manier eventuele nadelige gevolgen kunnen worden voorkomen of beperkt. Een BEA moet voldoen aan verplichte inhoudseisen zoals gehanteerd in het ‘Handboek bomen’ en gemaakt worden door een gecertificeerde European Treetechnician of iemand met aantoonbaar vergelijkbare kennis en ervaring. Bronnering Bronnering is vaak nodig om werkzaamheden in de grond uit te kunnen voeren.
Tijdens deze periode van bronneren wordt het grondwater uit de grond gepompt en zal in een respectievelijke omgeving het grondwaterpeil zakken. Voor veel bomen die in de directe omgeving staan wordt dan het opnemen van dit grondwater onmogelijk of sterk benadeeld. Er zal in deze periode, als die langer duurt dan 3 dagen, extra aandacht moeten worden gegeven aan deze bomen. Er moet aan deze bomen extra water gegeven worden.
79
6 Van visie naar werkelijkheid Schade aan bomen Indien schade aan gemeentelijke bomen wordt toegebracht, wordt deze schade zoveel mogelijk op de veroorzaker verhaald. De schade wordt vastgesteld conform de methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) zoals omschreven in het ‘Handboek Bomen’. 6.3.2 Omgevingsvergunning ‘vellen’ De Algemene wet bestuursrecht (Awb), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bieden het juridisch kader voor het beleid inzake het vellen of doen vellen van houtopstanden. Zoals gesteld in de APV geldt een vergunningsplicht voor houtopstanden met een stamomtrek van 100 cm, gemeten op 1,30 m hoogte. Uitzondering hierop zijn houtopstanden die zijn aangeplant en geregistreerd in het kader van de nota ‘Project Particulier Landschapsbeheer’. Gehele of gedeeltelijke verwijdering daarvan moet vooraf schriftelijk wordt gemeld bij het college. Voor gehele of gedeeltelijke verwijdering van gemeentelijke bomen door particulieren kan een verzoek ingediend worden. De werkwijze voor het aanvragen van een kapvergunning is in Figuur 3 en 4 weergegeven. Een dergelijk verzoek wordt beoordeeld volgens de ‘Toetsingscriteria waarde & overlast’ (bijlage 5 en 6).
Noodkapprocedure Voordat vergunningsplichtige bomen in gemeente Dongen gekapt mogen worden, moet de wettelijke procedure, conform de Algemene wet bestuursrecht en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, doorlopen worden. Er doen zich echter regelmatig omstandigheden voor waarbij veiligheidsrisico’s het doorlopen van deze procedure, met het in acht nemen van de daarbij behorende termijnen, praktisch onmogelijk maken. In die gevallen gaat veiligheid boven alles. Met het oog op zorgvuldigheid moet dan wel, achteraf, aantoonbaar zijn dat het kappen onvermijdelijk en verantwoord was. Vanuit die zorgvuldigheid is het belangrijk dat in dergelijke situaties van noodkap, de procedure goed geregeld is. Deze procedure is met de herziening van de APV begin 2022 opgenomen. moeten worden. Ten aanzien van noodkap geldt in gemeente Dongen de volgende werkwijze: • Zodra een melding over een veiligheidsrisico met betrekking tot bomen binnenkomt, wordt de boom door een deskundige (minimaal gecertificeerd European Treeworker) beoordeeld.
Dit kan zowel een deskundige zijn vanuit de gemeentelijke organisatie als een externe deskundige; • In geval van twijfel, bijvoorbeeld bij een onduidelijke conclusie van de boomdeskundige over de mate van (on)veiligheid, wordt een tweede, onafhankelijk onderzoek in gesteld; • Als blijkt dat de boom een hoog veiligheidsrisico voor de omgeving oplevert dat alleen met kap kan worden opgelost, volgt een advies voor noodkap. • Van de noodkap moet eerst melding gemaakt worden bij de gemandateerde. Deze melding geldt als vergunningsaanvraag met directe inwerkingtreding. • Voor verantwoording van de noodkap dient uiterlijk één week na de kap een rapportage publiek beschikbaar te zijn. • Voor noodkap van bomen met een zwaar maatschappelijk belang of waarbij veel commotie is te verwachten, is het gewenst om direct publiciteit te zoeken en de noodkap te beargumenteren.
80
6 Van visie naar werkelijkheid Wanneer gaat dit proces lopen?
N.A.V. inspectie
Boombeleidsplan (reconstructie/renovatie, herinrichting etc.)
Start
Te kappen boom wordt opegnomen in Excel overzicht met gegevens van de boom
Waarde-overlast formulier invullen door ETT/ETW
Inwoner/dorpsof wijkraad diet verzoek in
Figuur 3: Werkwijze aanvraag kapvergunning deel 1
ETT/ETW ontvangt beschikking automatisch via systeem (6 weken bezwaartermijn gaat nu lopen) en noteert datum aflopen bezwaartermijn in excelbestand
Kapaanvraag komt binnen in RxMission en wordt binnen 1 á 2 werkdagen verwerkt
ETT/ETW doet kapaanvraag via Omgevingswet
ETT/ETW informeert groenbeheerderper email over te kappen bomen
INDIEN NODIG kan groenbeheerder wijk-/ dorpsraden informeren (alleen ter informatie/ geen beslissingsbevoegdheden)
Beschikking wordt gepubliceerd in informatiekrant en via DROP via afdeling communicatie
Figuur 3: Werkwijze aanvraag kapvergunning deel 2
Nee
Boom wordt gekapt en excelbestand wordt bijgewerkt door ETT/ETW, datum voor herplanting wordt genoteerd
Bezwaar?
Ja
Zie proces bezwaar (vergunninghouder en commissie worden geïnformeerd)
Figuur 3a: Werkwijze aanvraag kapvergunning deel 3
81
Beheerpakket aanpassing door bomenploeg en team Data verwijderd boom uit kaart
Einde
Bijlagen Bomenbeleidsplan Gemeente Dongen
82
Bijlagen 1 Monumentale bomen
Plaats
Straatnaam
Aantal
Boomsoort (Ned- Boomsoort erlandse naam ) (Latijnse naam)
'S GRAVENMOER
Algemene Begraafplaats
8
Beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
'S GRAVENMOER
Algemene Begraafplaats
3
Zomereik
Quercus robur
'S GRAVENMOER
Algemene Begraafplaats
1
Beuk
Fagus sylvatica
DONGEN
Ardennenpad
16
Acacia
Robinia pseudoacacia
DONGEN
Biezen
2
Amerikaanse eik
Quercus rubra
DONGEN
Emmastraat
3
Gewone plataan
Platanus acerifolia
DONGEN
Emmastraat
1
Moeraseik
Quercus palustris
DONGEN
Emmastraat
2
Beuk
Fagus sylvatica
DONGEN
Hoge Ham
2
Beuk
Fagus sylvatica 'Atropurpurea'
'S GRAVENMOER
Hoofdstraat
16
Zomereik
Quercus robur
DONGEN
Julianastraat
1
Haagbeuk
Carpinus betulus 'Fastigiata'
DONGEN
Julianastraat
3
Acacia
Robinia pseudoacacia
DONGEN
Julianastraat
1
Linde
Tilia petiolaris
DONGEN
Julianastraat
1
Hollandse linde
Tilia vulgaris
DONGEN
Julianastraat
3
Atlasceder
Cedrus atlantica 'Glauca'
DONGEN
Julianastraat
1
Deodarceder
Cedrus deodara
'S GRAVENMOER
Kerkdijk
1
Hollandse linde
Tilia vulgaris
'S GRAVENMOER
Kerkebos
1
Paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
DONGEN
Kerkstraat
8
Gewone plataan
Platanus acerifolia
DONGEN
Luxemburglaan
1
Acacia
Robinia pseudoacacia
DONGEN
Modestusstraat
6
Amerikaanse eik
Quercus rubra
'S GRAVENMOER
Molendijk
1
Zomereik
Quercus robur
DONGEN
Oude Baan
4
Gewone plataan
Platanus acerifolia
DONGEN
Oude Baan
1
Zomereik
Quercus robur
DONGEN
Park Vredeoord
1
Beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
DONGEN
Park Vredeoord
1
Atlasceder
Cedrus atlantica 'Glauca'
DONGEN
Park Vredeoord
1
Amerikaanse eik
Quercus rubra
DONGEN
Park Vredeoord
1
Beuk
Fagus sylvatica 'Pendula'
DONGEN
Rosariopark
16
Beuk
Fagus sylvatica
DONGEN
Rosariopark
4
Beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
DONGEN
Schoolstraat
2
Gewone plataan
Platanus acerifolia
DONGEN
Sint Josephstraat
3
Acacia
Robinia pseudoacacia
DONGEN
Sint Josephstraat
1
Paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
DONGEN
Vaartweg
265
Hollandse linde
Tilia vulgaris
'S GRAVENMOER
Vaartweg
41
Beuk
Fagus sylvatica
'S GRAVENMOER
Vaartweg
17
Beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
DONGEN
Vaartweg
13
Hollandse linde
Tilia vulgaris
DONGEN
Vaartweg
4
Krimlinde
Tilia euchlora
DONGEN
Vaartweg
7
Hollandse linde
Tilia vulgaris
DONGEN
Vaartweg
2
Amerikaanse linde
Tilia americana
DONGEN
Vaartweg
2
Paardenkastanje
Aesculus hippocastanum 'Baumannii'
83
Bijlagen 1 Monumentale bomen
Plaats
Straatnaam
Aantal
Boomsoort (Ned- Boomsoort erlandse naam ) (Latijnse naam)
'S GRAVENMOER
Vaartweg
35
Zomereik
Quercus robur
'S GRAVENMOER
Vaartweg
4
Schietwilg
Salix alba 'Tristis'
Quercus 'Macon'
'S GRAVENMOER
Vaartweg
1
Hybride tussen de Kaukasische eik en de Hongaarse eik
'S GRAVENMOER
Vaartweg
6
Winterlinde
Tilia cordata
'S GRAVENMOER
Vaartweg
2
Winterlinde
Tilia cordata 'Rancho'
'S GRAVENMOER
Vaartweg
2
Iep
Ulmus 'Dodoens'
'S GRAVENMOER
Wilhelminalaan
55
Amerikaanse eik
Quercus rubra
'S GRAVENMOER
Wilhelminalaan
1
Winterlinde
Tilia cordata
'S GRAVENMOER
Zwaanstraat
5
Zomereik
Quercus robur
'S GRAVENMOER
Zwaanstraat
1
Haagbeuk
Carpinus betulus
'S GRAVENMOER
Zwaanstraat
5
Beuk
Fagus sylvatica
'S GRAVENMOER
Hoofdstraat
51
Trerbeuk
Fagus sylvatica ‘pendula’
84
Bijlagen 2 Zeer beeldbepalende bomen
Plaats
Straatnaam
Aantal
Boomsoort (Ned- Boomsoort erlandse naam ) (Latijnse naam)
DONGEN
Kanaalstraat
5
Gewone plataan
Platanus acerifolia
DONGEN
Rijensestraatweg
43
Gewone plataan
Platanus acerifolia
DONGEN
Bosweg
95
Zomer eik en Amerikaanse eik
Quercus robur,rubra
DONGEN
Julianastraat
1
Amerikaanse eik
Quercus rubra
DONGEN
Lage Ham
91
Plataan
Platanus hispanica
85
Bijlagen 3 Bijzondere bomen
Plaats
Straatnaam
Boomsoort Aan- (Nederlandse tal naam)
DONGEN
Vijver Rooseveltstraat
1
DONGEN
hoek Eksterstraat-Ijsvogelstraat
1
Boomsoort (Latijnse naam)
Opmerking
Quercus palustris
boom ter gelegenheid van de 25.000e inwoner
Tilia vulgaris
K(r)oningslinde, boom ter gelegenheid van de kroning van koning Willem Alexander
Linde
Tilia vulgaris
K(r)oningslinde, boom ter gelegenheid van de kroning van koning Willem Alexander
Linde
Tilia vulgaris
Samen met Kruisbeeld, waardevol
Quercus palustris
Boom ter gelegenheid van 60-jarig huwelijk van de heer en mevrouw De Jong-vd Bleek
Moeraseik
Linde
DONGEN
hoek Hamsesticht-Veenbies
DONGEN
Hoek Kerkstraat-Gerardus Majellastraat
DONGEN
Hoek Mgr. Nolenslaan-Akkermansstraat
DONGEN
Hoek Vennen-Dkn Batenburgstraat
1
Linde
Tilia vulgaris
Prinses Beatrixboom, ter ere van haar 50e verjaardag
Kerk, Kerkdijk/ Zwaanstraat
1
Linde
Tilia vulgaris
Amaliaboom
Lange Veertel
1
Linde
Tilia vulgaris
Millenniumboom
Linde
Tilia vulgaris
K(r)oningslinde, boom ter gelegenheid van de kroning van koning Willem Alexander boom ter gelegenheid van olympisch goud Kelly van Zon
'S GRAVENMOER
1
1
Moeraseik
'S GRAVENMOER
'S GRAVENMOER
Molenvaartje
DONGEN
park aan Nieuwstraat
1
Moerascypres
Metasequoia glyptostroboides 'Goldrush'
DONGEN
Park Vredeoord
1
Amberboom
Liquidambar styraciflua
boom ter gelegenheid van de 20.000e inwoner
Tilia vulgaris
Burgemeester Doskerboom, ter ere van zijn 25-jarig burgemeesterschap
Quercus palustris
7 bomen, geplant ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van 's Gravenmoer
DONGEN
'S GRAVENMOER
Park Vredeoord
Plein 700, 's Gravenmoer
1
1
7
Linde
Moeraseiken
DONGEN
's Gravenhoven
1
Linde
Tilia vulgaris
Prinses Beatrixboom, ter ere van haar 50e verjaardag
DONGEN
Vijver Rooseveltstraat
1
Linde
Tilia vulgaris
Millenniumboom
86
Bijlagen 4 Toetsingsschema nieuwe aanplant
1
Ontwerpfase inrichtingsplan 1
2
Toetsing plan aan groeiplaatsomstandigheden 2
3
Is de gewenste beplanting te realiseren? 3
Voorstellen maatregelen • ontwerptechnisch • soortkeuze • bodemkundig
nee
ja
4
Definitief inrichtingsplan 4
5
Inrichten groeiplaatsen 5
6
Aanplant 6
87
Bijlagen 5 Toelichting op toetsingsschema nieuwe aanplant
1. Aan nieuwbouw gaat een uitgebreid ontwerpproces vooraf, waarbij stedenbouwkundige, civieltechnische en groentechnische aspecten integraal worden afgewogen. Het is belangrijk dat de boombeheerder actief betrokken wordt bij dit proces en kan meepraten en meebeslissen. Aandachtspunten die hierbij een rol kunnen spelen zijn: • Mogelijkheid/wenselijkheid tot behoud van bestaande bomen. • Gewenste boomgroottes in relatie tot de functie van de boombeplanting. • Minimaal benodigde onder- en bovengrondse groeiruimte gekoppeld aan boomgroottes en functies. • Voorkeurssortimenten en het streven naar diversiteit. De uitkomst van dit proces levert onder meer een beplantingsplan op met zowel de te sparen als nieuw te planten bomen. 2. Toetsing plan aan groeiplaatsomstandigheden De groeiplaatsomstandigheden worden vergeleken met de ontworpen situatie. Bij deze toetsing worden zowel de bovengrondse als de ondergrondse groeiplaatsomstandigheden zorgvuldig beoordeeld en/of onderzocht. 3. Als bij de toetsing blijkt dat er knelpunten zijn die maken dat de gewenste beplanting niet duurzaam gerealiseerd kan worden, dan zijn maatregelen nodig om deze knelpunten op te lossen.
De maatregelen kunnen op één of meerdere van onderstaande aspecten van toepassing zijn: • Ontwerptechnisch: Kunnen de groeiomstandigheden in het ontwerp worden verbeterd, bijvoorbeeld door het aanpassen of verleggen van kabel- en leidingtracés of het aanpassen van verhardingen. • Soortkeuze: Zijn er alternatieven voor het beplantingsontwerp en/of de soortkeuze. • Bodemkundig: Is de bodem geschikt als groeiplaats voor de gekozen bomen voor wat betreft de bodemstructuur, de vocht- en luchthuishouding en de beschikbaarheid van voedingselementen. De voorgestelde oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten worden opnieuw getoetst. Voldoet het plan nu wel dan kan het inrichtingsplan definitief worden opgesteld. Als dit niet het geval is zullen, met in achtneming van de gestelde criteria, nieuwe aanpassingen moeten worden voorgesteld. 4. Definitief inrichtingsplan Als bij de toetsing blijkt dat de gewenste beplanting duurzaam kan worden gerealiseerd, dan kan het inrichtingsplan definitief worden opgesteld. 5. Inrichten groeiplaatsen De groeiplaats kan worden ingericht. Bij nieuwe aanleg wordt bij het grondwerk voor de aanleg van verhardingen ook de ondergrondse groeiruimte ingericht.
Afstemming over de gestelde kwaliteitseisen, begeleiding van de uitvoering en/of controle bij oplevering van het grondwerk om zeker te zijn dat aan alle gestelde kwaliteitseisen is voldaan, is van groot belang. 6.
Aanplant De boom wordt geplant.
88
Bijlagen 6 Formulier toetsingscriteria waarde & overlast
BoomID
(indien van toepassing)
Locatie:
Datum:
Boomsoort:
Ingevuld door:
Omcirkel de punten die van toepassing zijn en vul onderin de totaalscore in. Waarde
Punten
1. Onderdeel groenstructuur/beschermwaardige boom of boomzone - Staat in groene hoofdstructuur
20
- Staat in groene nevenstructuur
10
- Beschermwaardige particuliere boom of in boomzone
20
2. Onvervangbaar - houtopstand is onvervangbaar
15
- houtopstand is te vervangen
0
3. Relatie t.o.v. openbare omgeving (esthetisch) - Beeldbepalend in het openbare profiel
20
- Weinig beeldbepalend in het openbare profiel
10
- Niet beeldbepalend in het openbare profiel
0
4. Cultuurhistorisch - Cultuurhistorisch waardevol
10
- Cultuurhistorisch niet waardevol
0
5. Ecologisch - Grote ecologische waarde
5
- Geringe ecologische waarde
0
6. Dendrologisch - Dendrologisch waardevol
10
- Dendrologisch niet waardevol
0
7. Toekomstverwachting van de boom - Goede toekomstverwachting (meer dan 15 jaar)
20
- Matige toekomstverwachting (5 tot 15 jaar)
10
- Slechte toekomstverwachting (minder dan 5 jaar)
0
Totaal
89
Bijlagen 6 Formulier toetsingscriteria waarde & overlast
Overlast
Punten
1. Overlastcategorie - Ernstige overlast
30
- Overlast
20
- Enige overlast
10
- Geen overlast
0
2. Afstand tot het object - Minder dan twee meter
25
- 2 tot 5 meter
15
- 5 tot 10 meter
5
- Meer dan tien meter
0
3. Risicofactor / Gevaar voor omgeving - Risicovol en niet oplosbaar
100
- Gering risico
10
- Geen risico
0
4. Tijdsduur van overlast - Gehele jaar
15
- Seizoensgebonden
10
- Enkele weken
5
- Enkele dagen
0
5. Uren overlast per dag - Meer dan 4 uren
10
- Minder dan 4 uren
0
Totaal
Beoordeling Waarde:
….. punten
Overlast:
….. punten
Waarde – Overlast =
….. punten
Conclusie: De omgevingsvergunning ‘vellen’ wordt wel / niet* verleend. * doorhalen wat niet van toepassing is
Motivatie
90
Bijlagen 7 Toelichting op toetsingscriteria waarde & overlast
De ‘Toetsingscriteria waarde & overlast’ worden gebruikt bij overlastsituaties waarbij een particulier het verzoek indient tot snoei of kap van een gemeentelijke boom. Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of snoei of kap gerechtvaardigd is. De toetsingscriteria zijn onderverdeeld in criteria die de waarde van een houtopstand aangeven en criteria die de mate van overlast aangeven. Op ieder van de zeven onderdelen voor de boomwaardering wordt één score toegekend. De som van deze scores bepaalt de boomwaarde. Op ieder van de vijf onderdelen voor de overlastcriteria wordt één score toegekend. De som van deze scores bepaalt de overlast. Toelichting waarde De waarde van een houtopstand wordt bepaald door de volgende criteria: a) onderdeel groenstructuur/beschermwaardige particuliere boom of boomzone; b) onvervangbaar; c) relatie ten opzichte van de openbare omgeving (esthetisch); d) cultuurhistorische waarde; e) ecologische waarde; f) dendrologische waarde; g) toekomstverwachting van de boom. Op ieder van de zeven onderdelen voor de boomwaardering wordt één score toegekend. De som van deze scores bepaalt de boomwaarde. a.
Onderdeel groenstructuur/beschermwaardige particuliere boom of in boomzone Bij dit waardebepalende criterium wordt onderscheid gemaakt in gemeentelijke en particuliere houtopstanden. Gemeentelijke houtopstanden maken onderdeel uit van de groene hoofd- of nevenstructuur. Gemeentelijke houtopstanden maken onderdeel uit van de groene hoofd- of nevenstructuur. Daarnaast zijn monumentale of waardevolle bomen aangemerkt. De status van bomen is in het Groenstructuurplan aangegeven. • • • •
Staat in groene hoofdstructuur Staat in groene nevenstructuur Monumentale of waardevolle boom Overige boom
-> 20 punten -> 10 punten -> 20 punten -> 0 punten
Bij particuliere houtopstanden wordt onderscheid gemaakt in monumentale of waardevolle bomen en overige particuliere bomen. • •
Monumentale of waardevolle particuliere boom of in boomzone Overige particuliere boom
-> 20 punten -> 0 punten
NB: Voor het kappen van overige particuliere bomen dient de APV gevolgd te worden. b.
Onvervangbaar Als bij het wegvallen van de houtopstand ook de groeiplaats voor een nieuwe houtopstand vervalt noem je deze onvervangbaar. Als de houtopstand ter plaatse vervangen kan worden en de functie kan overnemen, dan noem je deze vervangbaar. • •
Onvervangbaar -> 15 punten Vervangbaar -> 0 punten
Met het overnemen van de functie wordt bedoeld dat de vervangende houtopstand aansluit op de bestaande boomstructuur. Bij een hoofdstructuur is een houtopstand vervangbaar als er op die plaats ruimte is voor een houtopstand van de eerste of tweede grootte van dezelfde of een vergelijkbare soort qua habitus. Bij een nevenstructuur is een houtopstand ver-
91
Bijlagen 7 Toelichting op toetsingscriteria waarde & overlast
vangbaar als er op die plaats ruimte is voor een andere houtopstand, ook als deze kleiner blijft of een andere habitus heeft. c. Relatie ten opzichte van de openbare omgeving (beeldbepalend) Vormgeving, omvang en standplaats bepalen de mate waarin een houtopstand een beeldbepalende functie heeft binnen de openbare ruimte. Houtopstanden waarvan meer dan 50% van hun totale omvang zichtbaar is vanaf de openbare weg, worden als beeldbepalend aangemerkt. Houtopstanden waarvan 20 tot 50% van hun totale omvang zichtbaar is vanaf de openbare weg, worden als weinig beeldbepalend aangemerkt. Houtopstanden waarvan minder dan 20% van hun totale omvang zichtbaar is vanaf de openbare weg, worden als niet beeldbepalend aangemerkt. • • •
Beeldbepalend -> 20 punten Weinig beeldbepalend -> 10 punten Niet beeldbepalend -> 0 punten
d. Cultuurhistorisch Een houtopstand is cultuurhistorisch waardevol, als deze een rol van betekenis speelt In de geschiedenis van de omgeving. Denk hierbij aan houtopstanden die herinneren aan gebeurtenissen, (lokale) ontwikkelingen, (lokaal) gebruik en/of houtopstanden die een bepaald punt markeren. Alle overige houtopstanden worden als cultuurhistorisch niet waardevol aangemerkt. • •
Cultuurhistorisch waardevol -> 10 punten Cultuurhistorisch niet waardevol > 0 punten
e. Ecologisch In feite is bijna iedere houtopstand ecologisch interessant. Een houtopstand heeft een grote ecologische waarde als deze wat extra’s toevoegt aan het ecosysteem. Als een dergelijke houtopstand wegvalt, dan zijn er directe gevolgen voor de naaste omgeving. Voorbeelden hiervan zijn een nestelplaats voor (zeldzame) vogels, een slaapplaats of oriënterend element voor vleermuizen. • •
Grote ecologische waarde Geringe ecologische waarde
-> 5 punten -> 0 punten
f. Dendrologisch In het boek ‘Dendrologie van de lage landen’ wordt per boomsoort en variëteit aangegeven of deze (zeer) algemeen of (zeer) zeldzaam is. Een houtopstand is dendrologisch waardevol als de soort of cultivar in het bovengenoemde boek als zeer zeldzaam of zeldzaam is opgenomen. Een houtopstanden is dendrologisch niet waardevol als de soort of cultivar in het bovengenoemde boek als zeer algemeen of algemeen is opgenomen. • •
Dendrologisch waardevol -> 10 punten Dendrologisch niet waardevol -> 0 punten
g. Toekomstverwachting van de houtopstand De toekomstverwachting van de houtopstand wordt gebaseerd op de conditie en de groeiplaatsomstandigheden van de houtopstand. Een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar noem je goed, van 5 tot 15 jaar matig en van minder dan 5 jaar slecht. • • •
Goede toekomstverwachting (meer dan 15 jaar) Matige toekomstverwachting (5 tot 15 jaar) Slechte toekomstverwachting (minder dan 5 jaar)
92
-> 20 punten -> 10 punten -> 0 punten
Bijlagen 7 Toelichting op toetsingscriteria waarde & overlast
Toelichting overlast De mate van overlast van een houtopstand wordt bepaald door de volgende criteria: a) de overlastcategorie; b) de afstand tot het object; c) de risicofactor/ het gevaar voor de omgeving; d) de tjdsduur van overlast; e) het aantal uren overlast per dag. Op ieder van de vijf onderdelen voor de overlastcriteria wordt één score toegekend. De som van deze scores bepaalt de overlast. a. Overlastcategorie Niet elke overlast is onevenredig. Er bestaat overlast die in redelijkheid tussen naburige erven geduld dient te worden, bijvoorbeeld normale blad- en vruchtval in een boomrijke omgeving. Biologische processen van de houtopstand worden niet als overlast gezien, maar als te dulden overlast (bessenval, vruchten, stuifmeel, pluisvorming, insecten, bladval). Ernstige overlast treedt op bij aantoonbaar wederkerend en onevenredig financieel nadeel. Overlast treedt op bij sterke verduistering van een leef/werkruimte door de houtopstand. Enige overlast treedt op bij een sterk verhoogde frequentie van onderhoud aan eigendommen (goot schonen et cetera). In alle overige gevallen is er sprake van geen overlast. • • • •
Ernstige overlast -> 30 punten Overlast -> 20 punten Enige overlast -> 10 punten Geen overlast -> 0 punten
b. Afstand tot het object De afstand tussen het object wat overlast ondervindt en de houtopstand is mede bepalend voor de mate van overlast. Gemeten wordt vanaf het eerste raakvlak van de boom (stam of kroonprojectie) met het object. Onder een object worden woningen, openbare gebouwen en bedrijfspanden verstaan. • • • •
Minder dan 2 meter 2 tot 5 meter 5 tot 10 meter Meer dan 10 meter
-> 25 punten -> 15 punten -> 5 punten -> 0 punten
c. Risicofactor/ Gevaar voor omgeving De risicofactor geeft de mate van gevaar weer voor de directe omgeving van de houtopstand. Onder risicovol wordt tak- en stambreuk en/of windworp verstaan. Risico’s die met reguliere beheermaatregelen op te lossen zijn, worden aangemerkt als gering risico. Ook worteldopdruk kan een risicofactor zijn, als deze niet zonder omvangrijke schade aan de houtopstand is te verhelpen. Bij wortelopdruk wordt onderscheid gemaakt tussen glooiende opdruk, die niet als risico wordt aangemerkt en randen van meer dan 2 cm hoog, die als gering risico worden aangemerkt. • • •
Risicovol en niet oplosbaar -> 100 punten Gering risico -> 10 punten Geen risico -> 0 punten
93
Bijlagen 7 Toelichting op toetsingscriteria waarde & overlast
d. Tijdsduur van overlast De tijdsduur van de overlast geeft aan hoelang de overlast duurt over de periode van een jaar. Seizoensgebonden overlast is bijvoorbeeld het wegnemen van zonlicht bij bladverliezende houtopstanden. • • • •
Gehele jaar -> 15 punten Seizoensgebonden -> 10 punten Enkele weken -> 5 punten Enkele dagen -> 0 punten
NB: Onder overlast worden allergische aandoeningen en gezondheidsklachten in het algemeen niet meegenomen. Hiervoor is gekozen, omdat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het vellen van overlastgevende houtopstanden met betrekking tot bijvoorbeeld pollen geen enkel positief effect heeft. Overlastgevende pollen verspreiden zich over meerdere kilometers door middel van wind. Ook andere relaties tussen houtopstanden en ziekten zijn wetenschappelijk niet aangetoond. e. Uren overlast per dag Het aantal uren overlast dat iemand per dag kan hebben, is sterk gerelateerd aan de aard van de overlast en de positie van de boom ten opzichte van het object waar men de overlast ervaart. Bij het aantal uren overlast per dag ligt de grens bij 4 uur. • •
Meer dan 4 uren Minder dan 4 uren
-> 10 punten -> 0 punten
Er is doorgaans een relatie tussen het aantal uren overlast per dag en de in het vorige punt aangemerkte tijdsduur van overlast. Afweging Waarde/overlast: De boomwaarde en de mate van overlast worden los van elkaar bepaald. De waarde van de boom wordt bepaald door bij elk van de zeven onderdelen één score toe te kennen en vervolgens de scores bij elkaar op te tellen. De maximale score op waarde bedraagt 100. De mate van overlast van de boom wordt bepaald door bij elk van de vijf onderdelen één score toe te kennen en vervolgens de scores bij elkaar op te tellen. De maximale score op overlast bedraagt ook 100. Vervolgens worden de totale score van de waarde en de totale score van de overlast naast elkaar gezet. Als de waarde minus de overlast groter of gelijk is aan nul wordt het verzoek van de particulier tot kap van een gemeentelijke boom niet toegekend.
94
Bijlagen 8 Toetsingsschema inboet
Inboeten is het vervangen van bomen die zijn doodgegaan.
Vaststellen oorzaak uitval
1
2a
Ondergronds onderzoek
Bovengronds onderzoek
2b
Zijn er maatregelen mogelijk waardoor succesvol kan worden ingeboet? ja
nee
3 Voorstellen maatregelen
Niet boeten
• bodemkundig • sortiment • ontwerptechnisch
4 Maatregelen goedgekeurd?
nee ja
5
6 Uitvoering maatregelen
Inboeten
95
Bijlagen 9 Toelichting op toetsingschema inboet
1. Voordat er kan worden ingeboet, moet de oorzaak van uitval achterhaald worden. Als de uitval is veroorzaakt door knelpunten in de groeiplaatsomstandigheden is de kans groot dat de nieuwe aanplant opnieuw zal uitvallen. Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de uitval alleen door ondergrondse- of alleen door bovengrondse groeiplaatsomstandigheden is veroorzaakt, volstaat het om een van de twee aspecten te onderzoeken. 2.
A. Ondergronds onderzoek moet uitwijzen of er knelpunten zijn ten aanzien van de waterhuishouding, zuurstofhuishouding, voedingssituatie of bewortelbare ruimte. B. Bovengronds onderzoek moet uitwijzen of er sprake is van concurrentie, schade door verkeer of vandalisme. Daarnaast moet er gekeken worden naar (symptomen van) ziekten of aantastingen.
3. Uit het onderzoek kan blijken dat de uitval niet is veroorzaakt door groeiplaats-omstandigheden, maar door bijvoorbeeld weersinvloeden, gebrekkige nazorg of problemen met het plantmateriaal zelf. Als er wel knelpunten zijn aangetroffen in de groeiplaatsomstandigheden, dan zijn maatregelen nodig om deze knelpunten op te lossen. De maatregelen kunnen gericht zijn op een van onderstaande aspecten: • bodemkundig: het verbeteren/aanpassen van de ondergrondse groeiplaats-omstandigheden; • soortkeuze: als de bestaande boomsoort niet geschikt is voor de locatie, kan een andere soort soms uitkomst bieden. • ontwerptechnisch: soms kunnen met (beperkte) aanpassingen in de inrichting de groeiomstandigheden voor bomen aanmerkelijk verbeteren. 4. Als de voorgestelde oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten worden goedgekeurd kan tot uitvoering van de verbeteringsmaatregelen worden overgegaan. Als dit niet het geval is heeft inboet weinig zin, omdat de oorzaak van de uitval niet is weggenomen. 5. Uitvoeren maatregelen De maatregelen die nodig zijn om de oorzaken van de uitval weg te nemen worden uitgevoerd. Afstemming over de gestelde kwaliteitseisen, begeleiding van de uitvoering en/of controle bij oplevering van het werk om zeker te zijn dat aan alle gestelde kwaliteitseisen is voldaan, is van groot belang. 6.
Als aan alle kwaliteitseisen is voldaan kunnen de bomen worden ingeboet.
96
Bijlagen 10 Tabel groeiplaatsverbetering
Probleem
Oplossing
Methoden
Beperkte doorwortelbare ruimte
Uitbreiden van de doorwortelbare ruimte met gronduitwisseling (onder voetpad / parkeerstrook / rijweg)
• Aanbrengen van voedingssleuven naar doorwortelbare plaatsen • Vergroten van de groeiplaats • Grond uitwisselen tussen wortels door middel van grondzuigtechnieken
Uitbreiden van de doorwortelbare ruimte zonder gronduitwisseling
• Spitten of woelen • Aanbrengen van grondpijlers • Toepassen van luchtcompressiemethoden
Gebrekkige voedingstoestand
Bemesten
• Oppervlakkig bemesten • Aanbrengen van voedingskokers • Injecteren • Bemesten via watergeefsysteem • Toevoegen van bodemorganismen
Problemen met zuurstofvoorziening
Verbeteren van de zuurstofuitwisseling
• Aanpassen van verharding • Aanbrengen van beluchtingssysteem • Toepassen van luchtcompressiemethoden
Problemen met vochtvoorziening
Verbeteren van de vochthuishouding
• Aanpassen van verharding • Aanbrengen van watergeefsysteem • Aanbrengen van grondpijlers tot grondwater • Aanbrengen van drainage
97
Bijlagen 11 Plan van aanpak Roetschorsziekte
Hoe wordt een boom met roetschorsziekte verwijderd? Een boom met de aantasting van de roetschorsziekte moet met voorzichtigheid voor de gezondheid verwijderd worden. Dit houd in dat de juiste BPM’s gebruikt dienen te worden. • • • • • •
Vol gelaatsmasker Asbestoveral Handschoenen Zaagbroek indien nodig Zaagschoenen indien nodig Gehoorbescherming indien nodig
De besmette boom zal ter plaatse begraven moeten worden, in een ondiepe kuil. Is dit niet mogelijk op deze plaats, dan zal de boom ingepakt in een container afgevoerd dienen te worden en direct naar een verbrandingsoven gebracht moeten worden. Let tijdens het verwijderen van de besmette boom op dat omstanders en omwonende ruim uit de buurt blijven en ramen en deuren tijdens deze werkzaamheden gesloten blijven.
98
Bijlagen 12 Protocol aanpak Massaria
In de Gemeente Dongen staan op verschillende locaties Platanen in volwassen stadium. Platanen in een volwassen stadium kunnen last hebben van Massaria; dit is een aantasting die veroorzaakt wordt door een schimmel (“Splanchnonema platani”).Deze schimmel is voor het eerst in 2007 in Nederland in een gewone plataan vastgesteld. Echter is sindsdien deze Massariaziekte op vele plaatsen in Nederland vastgesteld. De Massariaziekte veroorzaakt een snel optredende houtrot in takken van platanen, met takbreuk als gevolg. Afhankelijk van de locatie van de boom kan dit dan ook ernstige problemen met betrekking tot de openbare veiligheid opleveren. Zo ook in de Gemeente Dongen staan deze volwassen platanen op locaties waar druk verkeer plaats vindt. Deze plekken worden dan ook gezien als locaties met een verhoogd veiligheidsrisico en bomen die hier staan worden daarom vaker dan normaal gecontroleerd op gebreken. Deze controle wordt de “bvc” (boomveiligheidscontrole) genoemd, en mag alleen uitgevoerd worden door deskundige personen. De Massariaziekte bevindt zich altijd aan de bovenzijde van takken, waardoor het waarnemen vanaf de grond vrijwel onmogelijk is. De noodzakelijke frequentie van de controle van platanen, alsmede de manier waarop de controle uitgevoerd dient te worden aangepast naar verhoogde controle en op hoogte.
Zelfs dikke takken kunnen in enkele maanden afsterven, waarbij ook het hout wordt aangetast en er dus gevaar van afbreken ontstaat. Bij een voortgezette aantasting zullen de onderste takken van de boom aan de basis afbreken. Groeiplaats van Massaria • Algemeen mag worden gesteld dat stressfactoren als droogte, hitte en te weinig voedingsstoffen een negatieve invloed hebben op de conditie van een boom. • Bomen met een verminderde conditie zijn gevoeliger voor ziektes en aantastingen • Ook de ondergrondse doorwortelbare ruimte die vaak beperkt is speelt een belangrijke rol voor de conditie van de boom. Hoe kun je Massaria herkennen? • De eerste symptomen zijn te zien aan de bovenkant van de tak. Er ontstaan uitgebreide afstervende plekken die roze verkleuren. • Later ontstaan er zwarte plekken en de aangetaste bast vertoont scheuren en schilfert af. • In het hout ontstaat een scherp begrensde bruine verkleuring tot in het merg.
99
Bijlagen 12 Protocol aanpak Massaria
Wat doen wij als Gemeente Dongen De voortgang van Massaria aantasting verloopt erg snel waardoor het verwijderen van de aangetaste takken een belangrijke eerste stap is. Verwijdering voorkomt dat deze takken als gevolg van aantasting aan de bovenzijde van de tak afbreken en zo een risico kunnen vormen voor het verkeer. Na het verwijderen van de aangetaste takken is er nog een vervolg process nodig. Dit houdt in dat er tevens een jaarlijkse controle voor de aangetaste bomen moet plaats vinden. Belangrijk om te benomen is dat de frequentie kan verschillen omder er een onderscheid gemaakt moet worden tussen lichte aantasting en zware aantasting. Classificering • Lichte aantasting - takken met schimmel aantasting tot een dikte van 4 cm of één enkele tak welke dikker is dan 4 cm. • Zware aantasting - meer dan 2 takken met schimmel aantasting dikker dan 4 cm. De aanpak per stadium is als volgt: Lichte aantasting; Bij lichte aantasting zal er een jaarlijkse controle vanaf de grond plaats vinden (Door een bvc-er). Bij twijfel over de mate van aantasting wordt de boom uit voorzorg op hoogte gecontroleerd waarna later pas de classificatie van aantasting wordt bepaald. Zware aantasting; Bij zware aantasting vind er tweemaal per jaar een controle plaats.
Deze zal één keer vanaf de grond worden uitgevoerd door een bvc-er en één keer per jaar op hoogte waarbij vervolgens direct de aangetaste takken worden verwijderd. Bomen waarbij sprake is van zware aantasting moeten een kroonreductie krijgen van 35% om zo een betere lichtinval in de kroon te krijgen. Dit zorgt voor minder kans op verdere aantasting van de schimmel. Bomen waarbij zware aantasting is geconstateerd vereisen een jaarlijkse controle vanaf de grond. Na twee jaar is de eis om deze bomen nogmaals op hoogte te controleren, vervolgens drie jaar na de eerste controle en tenslotte nogmaals na vijf jaar. Zwaar aangetaste bomen blijven tot 10 jaar na de kroonreductie op jaarlijkse controle staan vanaf de grond. Na 10 jaar wordt de boom opnieuw geclassificeerd. Juridisch Om juridisch gegrond goed te staan is het van belang dat de bomenploeg bijhoudt welke bomen zij hebben gecontroleerd en op welke datum dit heeft plaatsgevonden. Op deze manier kan de verslaggeving als grond dienen welke laat zien dat de gemeente volgens de regels heeft gehandeld en daardoor niet aansprakelijk gesteld kan worden. Iedere boom van de gemeente dongen heeft een eigen digitaal boompaspoort, hierin worden alle gegevens van de boom opgeslagen, zoals soort, hoogte, dikte gebreken en ook de staat van de boom.
Ook wordt er dus digitaal een historie opgebouwd zodat gevens altijd inzichtelijk blijven Daarnaast is het van belang dat de bomen alleen gekeurd worden door deskundige medewerkers welke in staat zijn om Massaria te herkennen. Dit houdt in dat de bomeninspecteurs de functie data inspectueur bomen of boomveiligheidscontroleur moeten hebben óf in het bezit zijn van een ETW- of ETT diploma.
100