CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 3- Ontwerp-inpassingsplan-Zuid-West-380kV-Oost

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV29.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.

toepassing van technische maatregelen (zoals toepassen hogere masten bij waterkruisingen);

3.

aanpassen/uitkopen van bestaande elementen/functies (bijvoorbeeld buisleiding verleggen, windturbine uitkopen);

4. 3.7

ondergrondse aanleg.

Geactualiseerde alternatieven en varianten en meest milieuvriendelijk alternatief Op basis van alle tracévarianten en -alternatieven zijn in 2016 vier (bovengrondse) tracéalternatieven ontwikkeld (Blauw, Geel, Paars, Rood) (Tracédocument Zuid-West 380 kV Oost (kenmerk 0473791)). Figuur 3.1 geeft de ligging van de alternatieven weer.

Figuur 3.1 Alternatieven Voor elk van de vier alternatieven zijn op specifieke locaties van het tracé varianten ontwikkeld op het moment dat er op een bepaalde locatie meerdere onderscheidende alternatieven mogelijk waren. Op een aantal locaties waren knelpunten geconstateerd waarvoor, indien mogelijk, ook alternatieven zijn uitgewerkt.

Pagina 31 van 166

Van alle alternatieven en varianten (48 in totaal) zijn door middel van een Integrale effectenanalyse de effecten op de thema's milieu, nettechniek en kosten inzichtelijk gemaakt (Integrale effectenanalyse, Zuid-West 380 kV Oost, Rilland-Tilburg, d.d. 30 maart 2017 (kenmerknummer: 0533466)). 3.8

Bepalen Meest milieuvriendelijke alternatief (MMA) De m.e.r.-procedure die voor Zuid-West 380 kV Oost is doorlopen, is gestart onder de 'oude' m.e.r.-regeling. In 2009 schreef de m.e.r.-regelgeving voor dat in een MER een Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) opgenomen moest worden. Dit is een realistisch uitvoerbaar alternatief, dat voldoet aan de doelstellingen en technisch en financieel haalbaar is, waarbij de nadelige gevolgen voor het milieu zoveel als redelijkerwijs mogelijk worden voorkomen of beperkt. In de Richtlijnen voor ZW 380 is aangegeven dat het MMA zo min mogelijk storende effecten op het landschap en op zo min mogelijk gevoelige bestemmingen moet hebben, bestaande knelpunten van hoogspanningsverbindingen (380 kV en 150 kV) moet verbeteren en schade aan natuurwaarden (zoals draadslachtoffers) en lokale landschappelijke kwaliteiten moet voorkomen of beperken. Op basis van de verschillende tracévarianten en -alternatieven is gekeken naar drie thema's: leefomgeving, landschap & cultuurhistorie en natuur. Ten behoeve van het MMA vindt geen weging tussen de drie thema's plaats. Gelet op de vele varianten en alternatieven, en omdat de scores op de milieueffecten dermate uiteen liepen, kon voor Zuid–West 380 kV Oost niet een eenduidig, realistisch en integraal MMA worden bepaald.

Omdat het niet mogelijk is gebleken om één realistisch en integraal MMA voor het hele tracé te bepalen, is voor elk van de drie onderscheidende milieuthema's een integraal MMA ontwikkeld. Dit heeft geleid tot een MMA Leefomgevingskwaliteit, een MMA Landschap & Cultuurhistorie en een MMA Natuur (Integrale effectenanalyse, Zuid-West 380 kV Oost, Rilland-Tilburg, d.d. 30 maart 2017 (kenmerknummer: 0533466), p. 114-116).

Figuur 3.2 MMA voor de drie onderscheidende milieuthema's

Pagina 32 van 166

Het MMA is niet per definitie het (nieuwe) voorkeursalternatief. Immers, bij het bepalen van een voorkeursalternatief wordt, naast de bij het MMA betrokken thema's, ook gekeken naar (net)technische aspecten, vergunbaarheid, bestuurlijk draagvlak, aspecten samenhangend met een 'goede ruimtelijke ordening' en kosten. 3.9

Voorgenomen tracé 2017 Eind maart 2017 is de Integrale effectenanalyse voorgelegd aan de Samenwerkende Overheden. De Samenwerkende Overheden (SO) zijn alle gemeenten (Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze Rijen, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Reimerswaal, Roosendaal, Steenbergen, Tholen, Tilburg, Waalwijk en Woensdrecht), de twee provincies (Noord-Brabant en Zeeland) en de twee waterschappen (Brabantse Delta en De Dommel) die in het projectgebied zijn gelegen. De minister van Economische Zaken heeft deze SO gevraagd om alle alternatieven en varianten te toetsen op lokale gevolgen en om een integraal advies te geven. Eind mei 2017 hebben de SO hun integrale advies uitgebracht aan de minister van Economische Zaken. In het advies van mei 2017 hebben de SO een aantal criteria gehanteerd, namelijk: a.

geen nieuwe doorsnijding van het landschap (bij een nieuwe doorsnijding wordt niet gebundeld);

b.

combineren met bestaande infrastructuren;

c.

leefomgeving (onder andere gevoelige bestemmingen);

d.

natuur.

Daarnaast hebben de SO aangegeven dat er voor een drietal specifieke onderdelen nader onderzoek nodig is, dan wel een keuze gemaakt moet worden: a.

nadere planstudie voor inpassing tracé bij A16 Zevenbergschen Hoek, met als nadrukkelijke inzet het verminderen van druk op de omgeving en verbetering van de leefomgevingskwaliteit;

b.

verkabeling van de 150 kV-lijn Geertruidenberg-Waalwijk, die loopt door de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer;

c.

onderzoek naar de mogelijkheid tot verkabeling van de 150 kV-lijn door de Bredase wijken Wisselaar en Haagse Beemden.

TenneT onderzoekt dit drietal specifieke onderdelen. Voor dit inpassingsplan is echter alleen de nadere planstudie voor de inpassing van het tracé bij A16 Zevenbergschen Hoek van belang, omdat de overige onderdelen buiten de scope van dit project liggen.

Pagina 33 van 166

In het integrale advies is een meest gedragen tracé voorgesteld als Voorgenomen Voorkeursalternatief (VVKA). Dit VVKA loopt van het nieuwe 380 kV-station Rilland via de Brabantse Wal naar Roosendaal-Borchwerf II, bij Woensdrecht ondergronds. Van Roosendaal-Borchwerf II tot en met Standdaarbuiten loopt de lijn langs de westzijde van de A17. Van Standdaarbuiten tot aan Tilburg volgt de lijn een noordelijk tracé via Hooge Zwaluwe en Geertruidenberg. Om bij Loon op Zand via een zogenoemde Bosroute te eindigen bij een nieuwe 380 kV-stationslocatie ten noorden van Tilburg. In juli 2017 heeft de minister van Economische Zaken het voorgestelde tracé van de SO overgenomen als VVKA.

Figuur 3.3 Voorgenomen tracé 2017 (Bron: TenneT) Op basis van dit tracé is er in september 2017 een Voorbereidingsbesluit Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) genomen door de ministers van Economische Zaken en van Infrastructuur en Milieu (Besluit d.d. 29 september 2017, kenmerk DGETMED/17113640). Met een Voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat er in de periode totdat het definitieve besluit wordt genomen ontwikkelingen die strijdig kunnen zijn met de realisatie van het project toch worden toegestaan. Dit Voorbereidingsbesluit is slecht één jaar geldig. Sindsdien is het Voorbereidingsbesluit meerdere keren opnieuw genomen.

Pagina 34 van 166

3.10

Uitwerking van het voorkeursalternatief Het Voorgenomen Voorkeursalternatief is in juli 2017 door de minister van Economische Zaken en Klimaat gekozen. Dit tracé was nog niet zo gedetailleerd dat het in het Rijksinpassingsplan opgenomen kon worden. Daarom is het tracé, in samenspraak met belanghebbenden, zoals provincie, gemeenten, Rijkswaterstaat, waterschappen, buisleidingeigenaren, grondeigenaren en omwonenden verder uitgewerkt en onderzocht. Hiervoor is eerst samen met gemeentes bekeken op welke tracédelen het tracé nog nader uitgewerkt diende te worden. Deze te onderzoeken tracédelen zijn aangevuld aan de hand van gesprekken die over het tracé zijn gevoerd tijdens informatieavonden en andere contacten met bewoners, organisaties en bedrijven. Dit heeft geleid tot een aantal uitwerkingsgebieden, waarbij per uitwerkingsgebied een opgave is omschreven voor nadere uitwerking van het tracé. De opgave voor de verschillende uitwerkingsgebieden is beschreven in het zogenoemde Projectboek 2, Samen naar een definitief tracé, van december 2017.

Figuur 3.4 Uitwerkingsgebieden (Bron: TenneT) Vervolgens is het tracé voor elk uitwerkingsgebied in werkateliers met betrokken partijen besproken en zijn gezamenlijk varianten ontwikkeld. Deze verschillende varianten en inhoudelijke keuzes van de verschillende varianten zijn in maart 2019 opgenomen en beschreven in Projectboek 3.

Pagina 35 van 166

3.11

Voorkeurstracé Op basis van de uitwerking van het voorgenomen voorkeursalternatief in Projectboek 3, heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat in april 2019 aan de Samenwerkende overheden gevraagd om een integraal advies (in het licht van effecten op milieu, nettechniek, kosten en omgeving) uit te brengen over de keuze tussen de uitgewerkte varianten (brief d.d. 8 april 2019, kenmerk DGKEWO/19054291). Hieraan is gehoor gegeven met het advies van de SO*) van juni 2019. Voor de diverse uitwerkingsgebieden is een voorkeur uitgesproken, met uitzondering van het uitwerkingsgebied Bergen op Zoom. Daar hebben de SO verzocht te onderzoeken of de verbinding bij Bergen op Zoom ook als kabelverbinding in de buisleidingenstraat gelegd kan worden. Door een (langere) verkabeling kan schade aan het Natura 2000-bosgebied worden voorkomen. *) De SO die in 2019 hebben geadviseerd waren: - de gemeenten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Geertruidenberg, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Reimerswaal, Roosendaal, Steenbergen, Tholen, Tilburg, Waalwijk en Woensdrecht; - de provincie Noord-Brabant; en de Waterschappen Brabantse Delta en De Dommel.

Advies Samenwerkende Overheden en het voorkeursalternatief In september 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat op basis van het advies van de SO een nadere keuze gemaakt ten aanzien van het tracé tussen Rilland en Tilburg (Brief d.d. 24 september 2019, kenmerk DGKEWO/19224747). Daarbij is voor het overgrote deel van het tracé gekozen voor een voorkeursalternatief per uitwerkingsgebied dat in overeenstemming is met het advies van de SO. Dit voorkeursalternatief is hierna in paragraaf 3.11.1 per uitwerkingsgebied nader toegelicht. Bij de keuze van de minister van Economische Zaken en Klimaat op 24 september 2019 is voor de locatie bij Moerdijk-Zevenbergschen Hoek in afwijking van het advies van de SO gekozen voor een ander alternatief dan geadviseerd. Hierna in paragraaf 3.11.8 is toegelicht waarom hier wordt afgeweken van het advies van de Samenwerkende overheden. De minister heeft TenneT verder gevraagd om het tracé bij uitwerkingsgebied Bergen op Zoom nader uit te werken. Daarnaast heeft de minister gevraagd om bij de uitwerking van het landschapsplan extra aandacht te geven aan het uitwerkingsgebied Moerdijk-Zevenbergschen Hoek. Ten slotte is verzocht om in Pagina 36 van 166

uitwerkingsgebied 's Gravenmoer een 'knikvariant' te onderzoeken. De uitkomsten van deze nadere uitwerkingen en studies zijn in paragraaf 3.11.5, 3.11.8 en 3.11.11 nader toegelicht. Ontwikkelingen in voorkeursalternatief in 2020 en 2021 Naar aanleiding van de verdere uitwerking van het tracé voor uitwerkingsgebied Bergen op Zoom heeft de minister op 28 februari 2020 ingestemd met het verkabelen van de verbinding in uitwerkingsgebied Bergen op Zoom, daarmee is de keuze, gemaakt in september 2019, bijgesteld. Naar aanleiding van de keuze ten aanzien van het tracé tussen Rilland en Tilburg (in september 2019) zijn door de omgeving vragen gesteld over deze keuze en zijn soms ook nadere varianten voorgesteld. In 2020 en 2021 zijn op deze wijze – naast de verkabeling bij Bergen op Zoom – nadere afwegingen gemaakt omtrent het voorkeursalternatief voor het tracé bij bedrijventerrein Borchwerf (uitwerkingsgebied 4: Roosendaal-Halderberge), tracé bij Moerdijk (Uitwerkingsgebied 6: Moerdijk-Zevenbergschen Hoek), tracé bij Geertruidenberg (Uitwerkingsgebied 8: Geertruidenberg), het tracé bij dorpskern 's Gravenmoer (uitwerkingsgebied 9: 's Gravenmoer) en het tracé van de oostzijde van de Bosroute (Uitwerkingsgebied 10: Bosroute). Daarmee is in 2021 een volledig en definitief voorkeursalternatief (VKA 2021) vastgesteld.

Dit VKA 2021 is een bijgewerkte en geactualiseerde versie van het voorgenomen voorkeursalternatief 2017 en komt grotendeels overeen met de tracékeuze die de minister in september 2019 heeft gemaakt. De beschrijving van dit VKA is opgenomen in hoofdstuk 4.

Pagina 37 van 166

Figuur 3.5 VKA 2021 (Bron: TenneT) Hierna wordt een onderbouwing van de tracékeuze voor het VKA 2021 gegeven, waarbij per uitwerkingsgebied de keuze uit de onderzochte varianten is onderbouwd. De realisatie van dit VKA 2021 wordt door de staatssecretaris* van EZK door middel van dit inpassingsplan mogelijk gemaakt. Verder is per uitwerkingsgebied aangegeven hoe met de door de minister gevraagde nadere uitwerkingen en studies (zie hiervoor onder kopje Advies Samenwerkende overheden en het voorkeursalternatief) is omgegaan. *) Tot 12 juli 2021 was de minister van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk voor het project Zuid-West 380 kV Oost. Sinds die datum ligt deze verantwoordelijkheid bij de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat-Klimaat en Energie.

Pagina 38 van 166

3.11.1

Masttype De Samenwerkende Overheden hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat ook vragen gesteld over het masttype waarmee de verbinding wordt uitgevoerd. Daarom heeft de minister TenneT gevraagd om nader te onderzoeken welk masttype in combinatie met het masttype van de in de nabijheid gesitueerde bestaande verbindingen de beste bijdrage zou leveren aan alle milieuaspecten in verhouding tot de proportionele kosten. Aanvankelijk was het uitgangspunt van TenneT om bij nieuwe tracés in principe te kiezen voor wintrackmasten. Naar aanleiding van het verzoek van de minister heeft TenneT onderzocht welke mastsoort in combinatie met het masttype van de bestaande verbindingen de beste bijdrage levert aan de technische functionaliteit, milieu- en omgevingseffecten, landschappelijke inpassing en kosten en zonder dat hierdoor extra gevoelige bestemmingen ontstaan. Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek is een afweging gemaakt tussen de wintrack- en vakwerkmasten. Daarbij is rekening gehouden met de bundeling van het voorkeurstracé met de twee bestaande hoogspanningsverbindingen. Ten behoeve van dit onderzoek is een nieuwe vakwerkmast ontworpen die aan de eisen van de te bouwen verbinding kan voldoen. Deze vakwerkmast is vergeleken met de wintrackmast die als uitgangspunt gold. De conclusie is dat de vakwerkmast beter past.

Op basis hiervan heeft TenneT voorgesteld de ontwikkelde vakwerkmasten toe te passen voor Zuid-West 380 kV Oost. In februari 2020 heeft de minister hiermee ingestemd (kenmerk DGKE-WO/20042544). TenneT heeft de mastvorm vervolgens geoptimaliseerd en technisch verder uitgewerkt tot de zogeheten Moldaumast. Begin augustus 2020 is hierover een onderbouwend rapport gepubliceerd. Dit is bijgevoegd in bijlage 2. In dit rapport is een overzicht gegeven van de aspecten op basis waarvan de Moldaumast is ontworpen en gevalideerd. De Moldaumast is verder uitgewerkt in inpassing en vormgeving, technisch mastontwerp en mastbeelden. De Moldaumast is ontworpen vanuit de eis dat er geen extra gevoelige bestemmingen bij komen. Door de draden in een ton-vorm in de mast te hangen, is een relatief smal magneetveld mogelijk. In 2020 is deze functionele eis geverifieerd (zie bijlage 2 van onderzoek moldaumast). De detailberekeningen zijn uitgevoerd op basis van het ontwerp van de moldaumast dat in 2020 voorhanden was. In deze bijlage wordt aangegeven dat de formele berekening van de specifieke magneetveldzones pas kan worden gemaakt als het Definitief Ontwerp van de mast beschikbaar is.

Pagina 39 van 166

Ten behoeve van het Rijksinpassingsplan heeft TenneT de mastvorm geoptimaliseerd en is de specifieke magneetveldzone bepaald. Op basis hiervan is het aantal gevoelige bestemmingen opnieuw bepaald. Hierbij bleek dat er toch één extra gevoelige bestemming ontstaat, aan Bergsepolder 7. Om te voorkomen dat deze gevoelige bestemming ontstaat zou een nabijgelegen opstijgpunt naar het westen moeten worden verplaatst. Hierdoor zijn iets hogere masten en een langere 150 kV-kabelverbinding tussen het opstijgpunt en het 150 kV-station Geertruidenberg nodig. Dit brengt aanzienlijke meerkosten en onwenselijke landschappelijke effecten met zich mee. Daarom is het besluit om de verbinding uit te voeren met vakwerkmasten in stand gebleven en is besloten de extra gevoelige bestemming te accepteren. 3.11.2

Geoptimaliseerde VKA 2020 Zoals hiervoor beschreven heeft in september 2019 de minister van Economische Zaken en Klimaat een nadere keuze gemaakt ten aanzien van het tracé tussen Rilland en Tilburg (brief d.d. 4 september 2019, kenmerk DGKE-WO/19224747) (zie bijlage 11), met uitzondering van uitwerkingsgebied Bergen op Zoom. Zoals hiervoor toegelicht zijn in 2020 en 2021 nog nadere keuzes en afwegingen gemaakt: 

in februari 2020 heeft de minister voor uitwerkingsgebied Bergen op Zoom ingestemd met extra verkabeling van de verbinding;

in februari 2020 heeft de minister ingestemd met toepassing van de Moldaumast;

op vier locaties zijn naar aanleiding van de tracékeuze in september 2019 nog vragen gesteld en soms ook nadere varianten voorgesteld. Deze vragen zijn beantwoord en de voorgestelde varianten zijn afgewogen.

De staatssecretaris heeft bij de keuze voor het geoptimaliseerde VKA 2021 een eigenstandige afweging gemaakt op natuur en landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten. Hierbij heeft zij zich gebaseerd op de effectbeschrijving van TenneT (bijlage 11) van de verschillende varianten zoals uitgewerkt per uitwerkingsgebied in het milieueffectrapport. Daarnaast heeft de staatssecretaris bij haar keuze het advies van de SO van 5 juni 2019 betrokken dat als bijlage 11 bij dit inpassingsplan is gevoegd. Ten slotte zijn de hiervoor beschreven ontwikkelingen in 2020 en 2021 bij de keuze betrokken. Aan de keuze van de minister en het advies van de SO is een intensief omgevingsproces vooraf gegaan met onder meer werkateliers met omwonenden en direct betrokkenen waarin varianten zijn ontwikkeld.

Pagina 40 van 166

Hierna staat per uitwerkingsgebied een onderbouwing van de tracékeuze, het voorkeursalternatief 2021. Per uitwerkingsgebied wordt ingegaan op: 

de varianten;

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten. Deze effecten zijn beschreven in het MER (zie bijlage 2);

3.11.3

het advies van SO;

de keuze voor het voorkeursalternatief.

Uitwerkingsgebied 1: Rilland-Markiezaat 

de varianten

Er zijn drie varianten (donkerblauw, geel en bruin) uitgewerkt om de complexe kruising met Spuikanaal en Schelde Rijnkanaal vorm te geven. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

Er zijn onderscheidende effecten op landschap, (net)techniek en kosten. Donkerblauw scoort slechter op (net)techniek en kosten dan geel en bruin. Bruin scoort beter op landschap dan geel en donkerblauw. 

het advies van SO

In het advies van de SO wordt een voorkeur uitgesproken voor bruin. Deze variant ligt op zo groot mogelijke afstand van Völckerdorp en heeft de minste landschappelijke impact (heeft lange rechtstanden). 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande is de keuze voor het voorkeursalternatief variant bruin. Variant bruin scoort op landschap beter dan de alternatieven en op andere effecten niet minder dan de overige varianten. Variant bruin heeft de voorkeur van de SO. De minister volgt dit advies. 3.11.4

Uitwerkingsgebied 2: Brabantse Wal 

de varianten

Er zijn twee varianten (groen en blauw) uitgewerkt om de Brabantse Wal te doorkruisen. Beide varianten gaan uit van een ondergrondse verbinding om effecten op Natura 2000-gebied Brabantse Wal te voorkomen. Bovendien is bovengronds sprake van een vliegfunnel (en daarmee hoogtebeperkingen) van vliegbasis Woensdrecht.

Pagina 41 van 166

Verkabelen in de buisleidingenstraat Om effecten op Natura 2000-gebied Brabantse Wal te voorkomen is in het voorgenomen tracé voor een ondergrondse ligging gekozen. Bij de uitwerking van het voorgenomen tracé is de ligging van het kabeltracé verder onderzocht. Bij de uitwerking bleek de ligging van het tracé niet overal optimaal te zijn: het maakte veel kruisingen met het spoor, er was weinig ruimte tussen woningen en de buisleidingenstraat en lag ongunstig ten opzichte van het knooppunt Markiezaat. Daarom zijn er twee beter ingepaste varianten ontwikkeld: één ten westen van de buisleidingenstraat (variant Blauw, dit is een uitwerking van het tracé van het voorgenomen tracé en één in de buisleidingenstraat (variant Groen). Een traceringsuitgangspunt van TenneT is om een ondergrondse kabelverbinding buiten een buisleidingenstraat te leggen vanwege veiligheid en interferentie. In dit specifieke geval is er echter vanwege het knelpunt van de doorkruising van Natura 2000-gebied Brabantse Wal en beperkte ruimte in het gebied is onderzocht of ligging in de buisleidingenstraat (variant Groen) mogelijk was. Om de ligging in de buisleidingenstraat mogelijk te maken is in overleg met LSNed een maatwerkoplossing bedacht waarmee aan alle technische en veiligheidsvoorwaarden is voldaan.

Uit dit onderzoek is gebleken dat het vanuit het oogpunt van leveringszekerheid mogelijk is om de hoogspanningsverbinding in de buisleidingenstraat te leggen.

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

Er is geen groot onderscheid in effecten. Variant blauw scoort vanwege de ligging buiten de buisleidingenstraat en noodzakelijke boringen slechter op natuur, nettechniek en kosten. 

het advies van SO

In het advies van de SO wordt een voorkeur uitgesproken voor groen. Hiermee kan de hoogspanningsverbinding ondergronds in de bestaande buisleidingenstraat komen te liggen waarmee effecten op leefomgeving, landschap en natuur het meest gering zijn. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande is de keuze voor het voorkeursalternatief variant groen. Deze variant scoort op leefomgeving, landschap en natuur beter dan variant blauw. Variant groen heeft de voorkeur van de SO. De minister volgt dit advies.

Pagina 42 van 166

3.11.5

Uitwerkingsgebied 3: Bergen op Zoom 

de varianten

Er zijn twee varianten (geel en groen) uitgewerkt voor het tracé bij Bergen op Zoom in de nabijheid van de buisleidingenstraat. Geel ligt aan de westzijde van de buisleidingenstraat, groen aan de oostzijde. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

Er is weinig onderscheid in effecten tussen beide varianten op leefomgeving, nettechniek en kosten. Variant groen heeft wel een grotere impact op landschap en leidt tot een nieuwe doorsnijding van Natura 2000-gebied Brabantse Wal (aan de oostzijde van de buisleidingenstraat). 

het advies van SO

De SO hebben gevraagd om een verlengd kabeltracé in de buisleidingenstraat te onderzoeken aan de oostzijde van Bergen op Zoom. Voor dit ondergrondse tracé is breed draagvlak onder omwonenden, de gemeenteraad en betrokken organisaties omdat hiermee de grootschalige aantasting van bestaand bosgebied (Natura 2000gebied) wordt vermeden. Voor Zuid-West 380 kV-Oost is maximaal 10 km ondergrondse 380 kV-kabel beschikbaar om knelpunten in het tracé op te lossen, deze limiet is gesteld onder andere vanwege de hogere aanlegkosten, complexere aanleg en moeilijker onderhoud van een ondergronds uitwerkingsgebied 2: Brabantse Wal was reeds circa 7,5 km ondergrondse van 380 kV-kabel voorzien, zoals hierboven omschreven. In februari 2020 heeft TenneT de minister meegedeeld dat door het extra verkabelen van 2,5 km aan de oostzijde van Bergen op Zoom de effecten op Natura 2000-gebied Brabantse Wal aanzienlijk kunnen worden ontzien. Hiermee is de verbinding vergunbaar, blijkt uit het advies in bijlage 11. Dit heeft geleid tot het extra verkabelen van deze 2,5 km aan de oostzijde van Bergen op Zoom. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande, is de keuze voor het voorkeursalternatief variant geel. Eind februari 2020 heeft de minister ingestemd met de gevraagde verkabeling vanuit de SO, hiermee wordt het voorkeursalternatief variant geel ondergronds. Dit heeft naast draagvlak als belangrijk voordeel dat de effecten op natuur en landschap worden beperkt.

Pagina 43 van 166

3.11.6

Uitwerkingsgebied 4: Roosendaal-Halderberge 

de varianten

Er zijn drie varianten (rood, paars en grijsblauw) uitgewerkt ten oosten en ten westen van drie in het gebied aanwezige windmolens en ten westen en oosten (parallel aan de A17) van bedrijventerrein Borchwerf. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

Variant grijsblauw en paars hebben minder effect op landschap dan rood. Variant grijsblauw bundelt vanaf de kruising met het kanaal Nieuwe Roosendaalsche Vliet met bestaande infrastructuur (de A17). Variant grijsblauw heeft ook minder effect op natuur (natuurnetwerk Brabant). Wel is variant grijsblauw complexer in de aanleg vanwege de nabijheid van de A17 en daarmee ook duurder. Ten slotte wordt de DOW-leiding in de variant grijsblauw verlegd naar de buisleidingenstraat. 

het advies van SO

In het advies van de SO wordt een voorkeur uitgesproken voor grijsblauw. Hiermee is sprake van een lange zichtbare bundeling met bestaande infrastructuur (buisleidingenstraat, rijksweg) en wordt een nieuwe doorsnijding van het landschap voorkomen. Bovendien wordt de bestaande 150 kV-verbinding al eerder verkabeld. Er wordt aandacht gevraagd voor een zorgvuldige uitwerking van de mastposities nabij gevoelige bestemmingen en nabij bedrijventerrein Borchwerf. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande is de keuze voor het voorkeursalternatief variant grijsblauw. Een aantal bewoners heeft in 2020 een verzoek gedaan om het tracé nabij bedrijventerrein Borchwerf (in de gemeenten Roosendaal en Halderberge) te heroverwegen zodat de nieuwe verbinding verder van hun woningen komt te liggen. Ter ondersteuning van dit verzoek is een voorstel gedaan om het tracé aan de oostzijde van de A17 te realiseren. TenneT heeft de effecten van het voorstel onderzocht en vergeleken met de effecten van het voorkeursalternatief (bijlage 11). Daaruit blijkt o.a. dat het door de bewoners voorgestelde tracé beter scoort op leefomgeving (aantal gevoelige bestemmingen), maar minder op natuur (meer bomenkap) en op nettechniek (complexere aanleg). Ook de SO hebben een advies uitgebracht over het ingediende voorstel, waarin zij concluderen dat aan het zorgvuldig gekozen tracé van het voorkeursalternatief moet worden vastgehouden (bijlage 11). Argumenten tegen de bewonersvariant zijn o.a. landschappelijke inpassing (meer knikken, meer masten), regionale economische schade en de afbreuk die zou worden gedaan aan het eerdere participatieproces. De minister heeft op basis van de effectbeschrijving en het advies van de SO geconcludeerd dat Pagina 44 van 166

er onvoldoende reden is om het eerder gekozen tracé aan te passen. Naast dit verzoek is vanuit omwonenden en vanuit het bedrijventerrein Borchwerf gevraagd of de verbinding in dit geval verkabeld kan worden. Uitgangspunt bij nieuwe 380 kV-verbindingen is om deze bovengronds te realiseren. Dit uitgangspunt kan alleen losgelaten worden indien er sprake is van een knelpunt. Hierbij kan gedacht worden aan het niet vergunbaar zijn, te weinig ruimte om de verbinding te bouwen of een grote impact op de leefomgeving, natuur of landschap. Voor het tracé bij de Vlietweg en Borchwerf geldt dat het tracé vergunbaar en maakbaar is. Weliswaar is de ruimte tussen de bedrijven en de A17 beperkt, maar de masten kunnen op een veilige wijze en op voldoende afstand van de snelweg en de bedrijven worden gebouwd. Ook is geen sprake van grote impact op de leefomgeving of natuur, zoals dat wel het geval is bij het kruisen van bijvoorbeeld het Natura 2000-gebied Brabantse Wal bij Bergen op Zoom. Omdat er geen knelpunt is dat noodzaakt tot verkabeling, wordt niet meegegaan in het verzoek om het tracé bij de Vlietweg en Borchwerf te verkabelen. Verkabeling leidt immers tot hogere aanlegkosten, moeilijker onderhoud en een complexere aanleg, waardoor dit slechts voor een beperkt stuk tracé mogelijk is. 3.11.7

Uitwerkingsgebied 5: Oud Gastel-Standdaarbuiten 

de varianten

De opgaven op het tracé van Borchwerf naar Standaardbuiten verschillen zodanig dat voor drie tracédelen afzonderlijke varianten zijn ontwikkeld; a.

Borchwerf-Pietseweg: variant geel en blauw;

b.

Reconstructie bestaande 380 kV-verbinding: variant wit-rood, wit-geel en witblauw;

c.

Pietseweg-Standdaarbuiten: variant geel en blauw.

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

Er zijn vrijwel geen onderscheidende effecten. In deelgebied Borchwerf-Pietseweg kent variant geel meer knikken en hoekmasten dan variant blauw, daarmee heeft blauw iets minder effect op landschap. Voor de reconstructie zijn de varianten witgeel en wit-blauw niet onderscheidend; wit-rood leidt tot meer gevoelige bestemmingen en is prominenter aanwezig in het landschap. En in deelgebied Pietseweg-Standdaarbuiten heeft variant geel minder effect op gevoelige bestemmingen dan variant blauw. 

het advies van SO

Op het deel Borchwerf-Pietseweg spreken de SO geen voorkeur uit aangezien beide varianten weinig onderscheidend zijn. Voor de reconstructie van de bestaande 380 kV-verbinding hebben de SO een voorkeur voor variant wit-geel ten opzichte Pagina 45 van 166

van wit-blauw, vanwege de strakkere bundeling met bestaande infrastructuur (buisleidingenstraat, rijksweg en nieuwe 380 kV-lijn). Op het deel PietsewegStanddaarbuiten gaat de voorkeur van de SO uit naar variant geel omdat het meest gebundeld wordt met de A17, geen nieuwe doorsnijding van landschap plaatsvindt en het minst aantal gevoelige bestemmingen wordt geraakt. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande is de keuze voor het voorkeursalternatief voor het deel Borchwerf-Pietseweg de variant blauw omdat deze variant minder knikken in het tracé heeft. Voor het deel reconstructie van de bestaande 380 kV-verbinding volgt de minister het advies van de SO en is het voorkeursalternatief wit-geel. Op het deel Pietseweg-Standdaarbuiten volgt de minister ook de keuze van de SO en is het voorkeursalternatief variant geel omdat deze het laagste aantal gevoelige bestemmingen kent. 3.11.8

Uitwerkingsgebied 6: Moerdijk-Zevenbergschen Hoek 

de varianten

Er zijn drie varianten (rood, geel, groen) uitgewerkt. Bij Zevenbergschen Hoek komt veel infrastructuur samen: de A16, de hoge snelheidslijn en het spoor, de opgave voor windenergie en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het Logistiek Park Moerdijk, de geplande aanpassing van de Moerdijkbrug en de nieuwe 380 kVverbinding. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

Variant geel en groen ontzien respectievelijk zeven en acht meer gevoelige bestemmingen dan variant rood. Variant geel en groen hebben door hun knikken en de noodzaak tot een reconstructie van de bestaande 380 kV-verbinding meer effect op landschap dan variant rood. Er zijn geen onderscheidende effecten op natuur. Wat betreft nettechniek en kosten zijn variant geel en groen complex in de aanlegfase, omdat in dat geval tijdelijke 380 kV- en 150 kV-verbindingen over de A16, de HSL en het spoor nodig zijn, en daarmee substantieel kostbaarder dan variant rood. 

het advies van SO

De SO hebben een voorkeur voor variant geel omdat dit zeven gevoelige bestemmingen ontziet. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

De keuze voor het voorkeursalternatief is hier variant rood. De minister heeft hier derhalve een andere afweging gemaakt dan de SO. Pagina 46 van 166

Vanwege de effecten op landschap, tijdelijke overlast voor de bewoners/omgeving, nettechniek en kosten (zie MER, bijlage 2) van de variant geel heeft de minister hier toch voor variant rood gekozen. Dit komt overeen met de eerdere keuze van het Voorgenomen Voorkeursalternatief uit 2017. Vanuit de SO is om een nadere toelichting gevraagd. Deze toelichting is in november 2019 gegeven. Daarbij is teruggevallen op de in 2017 toegezegde planstudie om te onderzoeken op welke wijze een tracéoptimalisatie van de nieuwe 380 kV-verbinding zou kunnen bijdragen aan de verlichting van de ruimtelijke druk in Moerdijk. De uiteindelijke conclusie van de minister was dat er een minimaal verschil is in de ruimtelijke druk tussen de door de SO voorgestane variant geel, en de door de minister gekozen variant rood. De minister concludeerde dat de door de SO voorgestane variant op het aspect leefbaarheid geen aanzienlijk mindere aantasting tot gevolg zou hebben dan de in september 2019 gekozen variant. Vervolgens heeft de gemeente Moerdijk in de reactie op het voorontwerp van het inpassingsplan het verzoek gedaan de keuze voor variant rood te heroverwegen. TenneT heeft daarop een advies uitgebracht om niet te heroverwegen, dit is bijgevoegd in bijlage 11. Mede op basis hiervan heeft de staatssecretaris besloten om vast te houden aan de oorspronkelijke keuze uit 2019. Argumenten hiervoor zijn: 

destijds heeft de minister gekozen voor variant rood, gezien de effecten op landschap (geen 'knik' in het tracé), nettechniek (complexiteit en tijdelijke overlast) en kosten. De situatie is sindsdien niet wezenlijk veranderd, er zijn geen ontwikkelingen die aanleiding geven om nu een andere keuze te maken;

het is aan de verantwoordelijke bewindspersoon om een afweging te maken tussen de verschillende effecten. Beperking van het aantal gevoelige bestemmingen is belangrijk, maar niet het enige effect waar rekening mee moet worden gehouden;

zoals blijkt uit het advies van TenneT zorgt een extra knik niet voor minder ruimtelijke druk, maar zou de lijn hierdoor juist nog nadrukkelijker in het landschap aanwezig zijn;

de ervaring bij andere projecten leert dat door TenneT aangekochte woningen veelal snel weer worden verkocht. Het is daarom de verwachting dat er geen sprake zal zijn van leegstand indien eigenaren van woningen die in de magneetveldzone komen te liggen besluiten hun woning aan TenneT te verkopen.

In de brief aan Tweede Kamer d.d. 24 september 2019 en in de brief aan de SO d.d. 4 november 2019 heeft de minister TenneT gevraagd om bij de verdere uitwerking Pagina 47 van 166

met belanghebbenden en betrokken overheden te verkennen of er andere manieren zijn om bij te dragen aan de leefbaarheid in relatie tot de nieuwe hoogspanningsverbinding. Daarnaast heeft de minister gevraagd bij de uitwerking van het landschapsplan extra aandacht te geven aan dit gebied. Dit is ingevuld in de fase van het ontwerpinpassingsplan, zie hiervoor de inpassingsmaatregelen zoals opgenomen in het landschapsplan (het landschapsplan is toegelicht in paragraaf 6.3.3.). 3.11.9

Uitwerkingsgebied 7: Hooge Zwaluwe 

de varianten

Er zijn 4 varianten (rood, geel, donkerblauw en lichtblauw) uitgewerkt. Bij Hooge Zwaluwe wordt de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Rilland verplaatst/gereconstrueerd. Het tracé van de bestaande te verplaatsen 380 kVhoogspanningsverbinding loopt aan de noordzijde met een aantal knikken langs het dorp Hooge Zwaluwe. De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding bundelt aan de zuidzijde met de bestaande verbinding. De varianten moeten voorkomen dat de nieuwe verbinding te dicht langs het dorp gaat. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

De varianten rood en geel hebben meer impact op het landschap dan de varianten lichtblauw en donkerblauw door de knikken in het tracé. Bij variant donkerblauw zijn de knikken het flauwst en treedt het minste effect op landschap op. De varianten rood en lichtblauw raken drie gevoelige bestemmingen, de varianten geel en donkerblauw raken er twee. Variant rood ten slotte kruist een gebied met zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. Op andere aspecten is er geen onderscheid tussen de varianten. 

het advies van SO

De SO hebben een voorkeur voor variant donkerblauw omdat deze het meest de gevoelige bestemmingen ontziet en met deze variant een aantal scherpe hoeken in het tracé (en daarmee in de bestaande 380 kV-verbinding) vervallen, wat een rustiger beeld in het landschap oplevert. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande is de keuze voor het voorkeursalternatief hier variant donkerblauw. Dit geeft een rustiger beeld in het landschap en heeft één gevoelige bestemming minder, en heeft zowel voor de SO als de minister de voorkeur.

Pagina 48 van 166

3.11.10

Uitwerkingsgebied 8: Geertruidenberg 

de varianten

Bij Geertruidenberg is sprake van een complexe omgeving. Er liggen waterkeringen, een warmteleiding, er bevindt zich een petrochemisch bedrijf en andere hoogspanningsverbindingen en -stations en er moeten rivieren gekruist worden. Het tracé is zodanig uitgewerkt, dat aan alle eisen ten aanzien van inpassing en veiligheid kan worden voldaan. Dit heeft uiteindelijk geleid tot één haalbare variant: variant groen. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

In de onderzoeksfase op basis van de indicatieve magneetveldzone werden geen gevoelige bestemmingen geraakt. Er was een lichte knik in het tracé aangebracht om een woning aan de Bergsepolder buiten de indicatieve magneetveldzone te houden. Wel zijn er door de noodzakelijk hoge hoekmasten bij het kruisen van vaarwegen effecten op het landschap. De effecten op natuurnetwerk Brabant worden gecompenseerd. De beschermingszone van de waterkering wordt niet geraakt. Onderzoek heeft plaatsgevonden naar verstoring van elektrische installaties en elektrische apparaten door de nieuwe hoogspanningsverbinding. Op sommige locaties zullen in verband met mogelijke verstoring extra maatregelen getroffen moeten worden. 

het advies van SO

De SO kunnen zich vinden in de uitgewerkte variant groen. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Het voorkeursalternatief is variant groen. Dit is de enige variant die aan alle eisen ten aanzien van inpassing en veiligheid voldoet. Bij het besluit om de volledige verbinding met Moldau vakwerkmasten in plaats van windtrackmasten uit te voeren is in aanmerking genomen dat de magneetveldzone bij de hiervoor genoemde woning aan de Bergsepolder hierbij kritisch werd (zie voor een nadere toelichting van masttype en magneetveldzone paragraaf 4.6). Bij de uitwerking van de mastposities en het opstijgpunt is gebleken dat deze woning inderdaad in de magneetveldzone komt te liggen. Hierdoor valt één extra gevoelige bestemming binnen de magneetveldzone. Om te voorkomen dat deze gevoelige bestemming ontstaat zou een nabijgelegen opstijgpunt naar het westen moeten worden verplaatst. Hierdoor zijn iets hogere masten en een langere 150 kV-kabelverbinding tussen het opstijgpunt en het 150 kV-station Geertruidenberg nodig. Dit brengt aanzienlijke meerkosten en onwenselijke landschappelijke effecten met zich mee. Daarom is het besluit om de verbinding uit te voeren met vakwerkmasten in stand gebleven en is besloten de extra gevoelige bestemming te accepteren. Dit leidt niet Pagina 49 van 166

tot een ander voorkeursalternatief. 3.11.11

Uitwerkingsgebied 9: 's Gravenmoer 

de varianten

Er zijn drie varianten (rood, geel en blauw) uitgewerkt waarbij gebundeld wordt met de bestaande 380 kV-verbinding. 

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

De varianten geel en blauw raken één gevoelige bestemming minder dan variant rood. De varianten geel en blauw bundelen strakker met de bestaande 380 kVverbinding Geertruidenberg-Eindhoven dan variant rood. Hierdoor wordt de afstand tot aan de dorpsrand van 's Gravenmoer groter. Variant blauw heeft een extra knik aan de westzijde om een raakvlak tussen de hoekmast en een aanwezige waterkering te voorkomen. Daarmee geeft variant blauw een iets minder rustig beeld in het landschap dan variant geel. Op andere aspecten is er geen onderscheid tussen de varianten. 

het advies van SO

De SO hebben een voorkeur voor variant geel, daarmee ontstaat de grootste afstand tot de dorpskern 's Gravenmoer, worden de minste gevoelige bestemmingen geraakt en is sprake van een zo recht mogelijk tracé. De SO vragen om ook een 'knikvariant' te onderzoeken, om de afstand van de verbinding tot 's Gravenmoer verder te vergroten. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

Gelet op het voorgaande is de keuze voor het voorkeursalternatief hier variant geel. De zogenaamde 'knikvariant' is nader onderzocht maar leidt niet tot minder gevoelige bestemmingen en niet tot minder impact op landschap en natuur. Ook wat betreft nettechniek leidt dit niet tot een betere score. De knik leidt wel tot € 20 miljoen meerkosten. Gelet op het voorgaande is de knikvariant geen proportioneel alternatief en blijft het voorkeursalternatief variant geel. 3.11.12

Uitwerkingsgebied 10: Bosroute 

de varianten

Er is sprake van vier varianten (rood, geel, groen en oranje). Op dit deel wordt de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Eindhoven over ongeveer 7,5 km naar het oosten verlegd om te voorkomen dat diverse woningen aan de Moersedreef worden ingeklemd tussen de nieuwe en de bestaande 380 kV-verbinding. De nieuwe verbinding bundelt met de te verleggen bestaande verbinding. Dit is de Bosroute. De Bosroute sluit aan op het 380 kV-station Tilburg. In een latere fase is hier variant bruin plus aan toegevoegd. Pagina 50 van 166

het onderscheid in effecten op natuur, landschap, leefomgevingskwaliteit, nettechniek en kosten van de varianten

De vier varianten kennen vrijwel geen onderscheid in effecten. Wel is als zoekrichting een zo oostelijk mogelijke ligging van het tracé geformuleerd om daarmee zo min mogelijk schade voor natuur te bewerkstelligen. 

het advies van SO

De SO hebben een voorkeur voor variant oranje, omdat Huis ter Heide (natuurnetwerk Brabant) hierdoor minder wordt doorsneden, het golfterrein van De Efteling niet wordt geraakt en een gevoelige bestemming aan de Galgeneindsestraat wordt ontzien. Deze variant houdt het meest rekening met de omgeving. Wel komt variant oranje over een voormalige nertsenfarm met een bedrijfswoning. 

de keuze voor het voorkeursalternatief

De keuze voor het voorkeursalternatief is hier variant bruin plus. De minister heeft in eerste instantie het advies van de SO gevolgd met een voorkeur voor variant oranje. TenneT is in de eerste helft van 2020 concrete mastposities gaan bepalen. Daarbij is geconstateerd dat ter hoogte van Kraanven (Loon op Zand) aan de oostzijde van de Bosroute één mast in/op een verhoging in het landschap werd gepositioneerd. Door bewoners van Kraanven is gewezen op de waarde van deze verhoging(en) in het landschap. Het betreft een landschappelijk element 'stuifduinen'. Deze stuifduinen zijn niet uit eerdere onderzoeken naar voren gekomen. Bureau Waardenburg heeft vervolgens onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige stuifduinen. Uit dit onderzoek kan worden afgeleid dat de gaafheid van de duinen beschermd moet worden (met daarbij tevens het behoud van de in de duinen aanwezige zomereiken). In deze stuifduinen is daarnaast ten zuiden van het Kraanven een vermoedelijke schuilkelder gebouwd. Ook bleek in 2020 dat de woning aan Kraanven over het hoofd was gezien omdat deze niet als bestemde woning in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Loon op Zand is opgenomen. De bewoners hebben vier veel westelijker gelegen tracévarianten voorgesteld. De bewoners hebben verzocht om te kiezen voor een tracévariant aan de westzijde van het bosgebied.

Ter nadere afweging heeft TenneT een nieuwe effectbeschrijving en effectentabel opgesteld, waarin negen varianten zijn opgenomen. De door de bewoners aangedragen westelijke varianten vielen, ondanks één gevoelige bestemming minder, af omdat deze minder goed scoorden op landschap, natuur Pagina 51 van 166

(veel grotere aantasting van Natuurnetwerk Brabant) en beheer en onderhoud. Ten aanzien van de vijf oostelijke varianten is onderscheid te vinden in de effecten op landschap, natuur en kosten. Variant bruin plus kent daarbij de minste belemmering voor natuur. Variant rood heeft niet de voorkeur. Variant bruin plus geeft invulling aan de optimalisatieopgave zoals opgenomen in Projectboek 1. Deze opgave was een zo oostelijk mogelijk tracé. De opgave voor een zo oostelijk mogelijk tracé was ingegeven door een onderzoek van Arcadis d.d. 22 juni 2018 (bijlage 11). In dit advies wordt voorgesteld om het tracé in het bosgebied tussen de Veldstraat en de Bergstraat/Middelstraat en het half open landschap (broekbos en vennen nabij de Galgeneindsestraat) zo oostelijk mogelijk te situeren. De ministers hechten daarnaast waarde aan het gegeven dat variant rood meer oppervlak NNB kruist dan variant bruin plus (56ha versus 53ha). Varianten bruin plus en rood doorsnijden beide het half open natuurgebied Lobelia. Omdat variant bruin plus het meest aan de oostelijke rand ligt, heeft variant bruin plus de voorkeur boven variant rood. Variant rood doet meer afbreuk aan het half open landschap. Omdat variant rood leidt tot meer schade aan de natuur en niet tot minder gevoelige bestemmingen dan variant bruin plus, heeft variant rood niet de voorkeur.

Op basis van de rapportage van Bureau Waardenburg, de gesprekken met bewoners en overige stakeholders, het advies van de gemeente Loon op Zand (bijlage 11) en de voor alle varianten opgestelde effectbeschrijving (8 februari 2021, kenmerk 0900025) (bijlage 11) is het voorkeursalternatief variant bruin plus. Doorslaggevend hierbij is dat, conform het advies van de gemeente Loon op Zand, het perceel aan de Kraanven niet in de magneetveldzone van de nieuwe verbinding ligt en de stuifduinen in ruimtelijke zin worden ontzien. Ook komen er niet meer gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone te liggen dan bij het oorspronkelijke voorlopige voorkeurstracé 2017 of bij variant oranje. Daarbij heeft variant bruin plus minder effect op de natuur dan de oorspronkelijke varianten. Dit weegt op tegen een kleine knik in het tracé en de hogere investeringskosten bij variant bruin plus.

Pagina 52 van 166

4

Toelichting op tracé

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk is het tracé ZW380 Oost beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 

de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding, al dan niet gebundeld met bestaande 380 kV en gecombineerd met 150 kV;

de aansluiting van de 150 kV-hoogspanningsverbindingen op de 150 kVstations;

de aanpassing van bestaande 150 kV-stations;

het masttype;

tijdelijke verbindingen;

het ruimtebeslag van de werkzaamheden en het beheer en onderhoud van de verbinding;

de reconstructie van de bestaande Zuid West 380kV.

In dit hoofdstuk wordt het tracé onderbouwd en beschreven. Een beschrijving van de totstandkoming van het tracé is opgenomen in Hoofdstuk 3. De beschrijving van de effecten van het tracé op de omgeving is opgenomen in Hoofdstuk 6. Een gedetailleerde beschrijving van het tracé is opgenomen in de projectatlas van Zuid-West 380 kV Oost. 4.2

Traceringsprincipes Bij de ontwikkeling van een nieuw hoogspanningstracé worden de traceringsprincipes vanuit SEV III (nu NOVI) en het beleid van TenneT toegepast. Voor dit tracé betekent dit het volgende. 1.

De nieuwe verbinding combineert waar mogelijk en zinvol met een bestaande 150 kV-verbinding. Dat wil zeggen dat de nieuwe verbinding samen met de bestaande verbinding in één nieuwe mast wordt gehangen. De bestaande 150 kV-verbinding wordt na realisatie van de nieuwe verbinding verwijderd. Hierbij zijn een tweetal mogelijkheden: a.

de nieuwe verbinding volgt het tracé van de verbinding waarmee wordt gecombineerd. In dat geval wordt de nieuwe verbinding gebouwd naast een bestaande verbinding die vervolgens wordt verwijderd. In een enkel geval gaat een alternatief deels uit van het volgende: eerst wordt een bestaande verbinding weggehaald en vervolgens wordt in de vrijgekomen ruimte een nieuwe gecombineerde verbinding gebouwd;

Pagina 53 van 166

b.

de nieuwe gecombineerde verbinding bundelt waar mogelijk en zinvol met een bestaande verbinding en/of bovenregionale infrastructuur, zie onder 2 en 3.

2.

De nieuwe verbinding bundelt waar mogelijk en zinvol met een bestaande verbinding (een 380 kV-verbinding of een 150 kV-verbinding). De bestaande verbinding blijft hierbij staan. De nieuwe (gecombineerde) verbinding wordt gebouwd naast een bestaande hoogspanningsverbinding die blijft staan. In dat geval wordt de nieuwe verbinding naast en parallel aan de bestaande verbinding gebouwd. Waar mogelijk worden de masten van de nieuwe verbinding 'in de pas' geplaatst, dat wil zeggen naast de masten van de bestaande verbinding. De veldlengte (afstand tussen twee masten) van de nieuwe verbinding is dan nagenoeg gelijk aan die van de bestaande verbinding.

3.

De nieuwe verbinding bundelt waar mogelijk en zinvol met bovenregionale infrastructuur. De nieuwe (gecombineerde) verbinding wordt hierbij bijvoorbeeld parallel aan een snelweg gebouwd.

4.3

Tracébeschrijving Voor de beschrijving van het tracé van Zuid-Oost 380 kV Oost is het tracé opgedeeld in vier tracédelen, net als in de projectatlas. De delen zijn RillandRoosendaal, Roosendaal-Moerdijk, Moerdijk-Geertruidenberg en GeertruidenbergTilburg. In deze paragraaf wordt het VKA per tracédeel nader toegelicht. Een visualisatie en kaart van het tracé is tevens opgenomen in de projectatlas, in deze projectatlas is via een digitale kaart een gedetailleerde weergave van de verschillende elementen van het tracé terug te vinden: https://ten.projectatlas.app/zuid-west-380kv-oost.

4.3.1

Rilland-Roosendaal Hier loopt het tracé van 380 kV-hoogspanningsstation Rilland tot Roosendaal. In dit deel van het tracé combineert de nieuwe verbinding zo veel als mogelijk en zinvol met de bestaande 150 kV-verbinding Roosendaal-Roosendaal/Borchwerf IIWoensdrecht en het tracé van de bestaande te verwijderen 150 kV-verbinding. Het startpunt van het tracé is het 380 kV-hoogspanningsstation Rilland. Vanaf dit hoogspanningsstation loopt het tracé naar het oosten. Het tracé kruist het ScheldeRijnkanaal en westelijk het Spuikanaal en loopt daarna bovengronds tot het knooppunt Markiezaat. Vanaf het knooppunt Markiezaat wordt een gedeelte van het tracé tussen Rilland en Roosendaal ondergronds aangelegd met een kabelverbinding in de buisleidingenstraat en passeert op deze manier het natuurgebied Brabantse Wal.

Pagina 54 van 166

De nieuwe 380 kV-verbinding kruist in de gemeente Reimerswaal twee maal de huidige 150 kV-verbinding Rilland-Woensdrecht. Om de 150 kV-verbinding in bedrijf te houden, wordt deze eerst als een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding tussen 150 kV-station Rilland en 150 kV-station Woensdrecht aangelegd. Na deze verkabeling wordt de bestaande bovengrondse 150 kV-verbinding tussen Rilland en Woensdrecht afgebroken. Daardoor ontstaat ruimte om de nieuwe 380 kVverbinding op dit tracégedeelte te bouwen. Ten oosten van Bergen op Zoom komt de verbinding nabij het buurtschap Zoomvliet weer bovengronds te liggen. Vanaf dit punt loopt het tracé bovengronds in noordoostelijke richting als een gecombineerde 380/150 kV-verbinding richting Roosendaal. Tussen het 150 kV-station Woensdrecht en het punt waar de 380 kVverbinding boven komt, ligt de 150 kV-verbinding RoosendaalRoosendaal/Borchwerf II-Woensdrecht naast de ondergrondse 380 kVkabelverbinding in de buisleidingenstraat. Vanaf buurtschap Zoomvliet volgt het tracé de bestaande 150 kV-verbinding en de buisleidingenstraat aan de noordzijde. Ten zuiden van Wouw kruist het tracé de A58 bij de afrit Wouwse Plantage. Vanaf deze kruising loopt de gecombineerde verbinding aan de westzijde van de buisleidingenstraat tot aan Roosendaal.

Nabij 150 kV-station Roosendaal/Borchwerf II takt de 150 kV-verbinding af uit de gecombineerde verbinding om aan te sluiten op dit 150 kV-station. De bestaande bovengrondse 150 kV-verbinding tussen het 150 kV-station Woensdrecht en het 150 kV-station Roosendaal/Borchwerf II wordt afgebroken.

Figuur 4.1 Uitsnede Projectatlas tracé Rilland-Roosendaal (Bron: TenneT)

Pagina 55 van 166

4.3.2

Roosendaal-Moerdijk In dit tracédeel combineert het tracé zo veel als mogelijk en zinvol met de bestaande 150 kV-verbinding Roosendaal-Moerdijk en Geertruidenberg-Moerdijk. Tussen Oud Gastel en Geertruidenberg bundelt het tracé met de bestaande 380 kVverbinding Rilland-Geertruidenberg. Het tracé volgt in dit deelgebied het MERalternatief Paars deelgebied 2, variant Westzijde A17 en Paars deelgebied 3, variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe-Bosroute. Bij het 150 kV-station Roosendaal/Borchwerf II knikt het tracé naar het oosten. Het tracé kruist de buisleidingenstraat en het kanaal Nieuwe Roosendaalsche Vliet. Vanaf de kruising met het kanaal ligt het tracé tot aan Standdaarbuiten gebundeld met A17 (aan de westzijde van de snelweg). Tussen 150 kV-station Roosendaal/Borchwerf II tot Oud Gastel gaat het om een 380 kV-verbinding. Bij bedrijventerrein Borchwerf II kruist de nieuwe 380 kV-verbinding het noordoostelijk gedeelte van de 150 kV-verbinding RoosendaalRoosendaal/Borchwerf II-Woensdrecht. Vanwege deze kruising wordt de bestaande 150 kV-verbinding tussen station Roosendaal/Borchwerf II en de eerste mast aan de oostzijde van de A17 verkabeld. Nabij de Slotstraat te Oud Gastel wordt een (ondergrondse) verbinding gemaakt met de bestaande 150 kV-verbinding Moerdijk-Roosendaal.

Vanaf de Slotstraat te Oud Gastel naar het noorden toe gaat het tracé verder als gecombineerde 380/150 kVverbinding. De bestaande bovengrondse 150 kV-verbinding tussen het 150 kVstation Moerdijk en het 150 kV-station Roosendaal wordt afgebroken tussen het 150 kV-station Roosendaal en de Slotstraat. Tussen Oud Gastel en Standdaarbuiten staat de 380 kV-hoogspanningsverbinding Geertruidenberg-Rilland gebundeld met de A17. Deze bestaande 380 kV-verbinding wordt tussen de Pietseweg te Oud Gastel en de Sluissedijk te Standdaarbuiten verplaatst om ruimte te maken voor de nieuwe 380 kV-verbinding. De 380 kVverbinding Geertruidenberg-Rilland komt na de verplaatsing aan de westzijde van de buisleidingenstraat. De nieuwe 380 kV-verbinding Rilland-Tilburg komt tussen de Pietseweg en de Sluissedijk op (nagenoeg) dezelfde locatie als de te verplaatsen 380 kV-verbinding. Bij Standdaarbuiten knikt het tracé mee met de bocht van de A17 in noordoostelijke richting naar Moerdijk. Het tracé komt tussen de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Rilland en de A17. Ten westen van Zevenbergen kruist het tracé de A17 en loopt vervolgens ten zuiden van de bestaande 380 kV-verbinding verder in oostelijke richting. Pagina 56 van 166

Figuur 4.2 Uitsnede Projectatlas tracé Roosendaal-Moerdijk (Bron: TenneT) 4.3.3

Moerdijk-Geertruidenberg In dit tracédeel combineert het tracé zo veel als mogelijk en zinvol met de bestaande 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Moerdijk. Vanaf Oud Gastel bundelt het tracé met de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Rilland tussen Roosendaal en Geertruidenberg. Het tracé volgt in dit deelgebied het MER-alternatief Paars deelgebied 3, variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe-Bosroute. Ten westen van Zevenbergen kruist het tracé de A17. Het tracé loopt in dit gebied parallel aan de zuidzijde van de bestaande 380 kV-verbinding. Ter hoogte van 150 kV-station Moerdijk zijn twee opstijgpunten in de nieuwe verbinding voorzien om de 150 kV-verbindingen vanuit Roosendaal en vanuit Geertruidenberg met een ondergrondse kabel te kunnen verbinden met dit 150 kV-station. Tussen de twee opstijgpunten is het tracé een 380 kV-verbinding. De bestaande 150 kVverbindingen richting Roosendaal en richting Geertruidenberg worden afgebroken. Na de kruising met de A16/A59, het spoor Breda-Dordrecht en de HSL blijft de verbinding parallel lopen aan de bestaande 380 kV-verbinding. Bij de kruising met de A16/A59 wordt via een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding een aansluiting gemaakt op het 150 kV-station Zevenbergschen Hoek.

Pagina 57 van 166

Ten oosten van de A16/A59 en het spoor Breda-Dordrecht volgt de nieuwe 380 kVverbinding de knik in de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Rilland in oostelijke richting. Bij Hooge Zwaluwe vindt een verplaatsing van de huidige 380 kVverbinding plaats, zodat er aan de noordzijde van Hooge Zwaluwe ruimte is om de nieuwe 380 kV-verbinding te realiseren. Ten oosten van Hooge Zwaluwe loopt de nieuwe 380 kV-verbinding parallel verder aan de zuidzijde van de bestaande 380 kV-verbinding tot aan Geertruidenberg. Bij Geertruidenberg kruist de nieuwe 380 kV-verbinding de Amertak en loopt ten zuiden van het 150 kV-station Geertruidenberg en kruist vervolgens de Donge/het Noordergat. Tussen de Amertak en de Donge is de nieuwe verbinding een 380 kV-verbinding. Tussen de westzijde van de Amertak en het 150 kV-station Geertruidenberg wordt via een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding een aansluiting gemaakt voor de 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Moerdijk. Tussen het 150 kV-station Geertruidenberg en de zuidzijde van de Donge/het Noordergat wordt via een ondergrondse kabelverbinding een aansluiting gemaakt voor de 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg-west. De bestaande bovengrondse 150 kVverbindingen Geertruidenberg-Moerdijk en Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg-west worden afgebroken.

Nabij 150 kV-station Geertruidenberg kruist de nieuwe 380 kV-verbinding de bestaande 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Breda. Om de nieuwe 380 kVverbinding te kunnen realiseren, moet de 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Breda tussen 150 kV-station Geertruidenberg en de eerste mast ten zuidwesten van het station verkabeld worden.

Figuur 4.3 Uitsnede Projectatlas tracé Moerdijk-Geertruidenberg (Bron: TenneT)

Pagina 58 van 166

4.3.4

Geertruidenberg-Tilburg In dit tracédeel combineert het tracé zo veel als mogelijk en zinvol met de bestaande 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg-west. Vanaf Geertruidenberg bundelt het tracé aan de westzijde met de bestaande 380 kVverbinding Geertruidenberg-Eindhoven tussen Geertruidenberg en Tilburg. Het tracé volgt in dit deelgebied het MER-alternatief Paars deelgebied 3, variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe-Bosroute. Tussen Geertruidenberg en Tilburg is voor de gehele lengte van het tracé gekozen voor een bundeling met de bestaande 380 kV-verbinding GeertruidenbergEindhoven. De nieuwe verbinding ligt aan de west- en zuidzijde van deze bestaande verbinding. Vanaf Geertruidenberg loopt het tracé, vanaf de zuidzijde van de Donge/het Noordergat als gecombineerde 380/150 kV-verbinding, in zuidoostelijke richting Oosterhout. Ter plaatse van het Kromgat knikt het tracé oostwaarts, parallel aan de bestaande 380 kV-verbinding tot voorbij de dorpen Oosteind en 's Gravenmoer. Ter hoogte van de Kijldijk te Oosteind zijn twee opstijgpunten in de nieuwe verbinding voorzien om de 150 kV-verbindingen vanuit Geertruidenberg naar Oosteind en vanuit Oosteind naar Tilburg-west met een ondergrondse kabel te kunnen verbinden met het 150 kV-station Oosteind. Tussen de twee opstijgpunten is het tracé een 380 kV-verbinding.

De bestaande bovengrondse 150 kV-verbinding Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg-west wordt afgebroken. Vanaf de noordoostzijde van 's Gravenmoer loopt het tracé naar het zuidoosten richting Dongen en De Moer. Ten noorden van De Moer wordt de bestaande 380 kVverbinding Geertruidenberg-Eindhoven over een lengte van ongeveer 7,5 km naar het oosten verplaatst en is de nieuwe verbinding met deze verplaatste verbinding gebundeld. Dit wordt de Bosroute genoemd. De verbinding sluit aan op het nieuw te bouwen 380 kV-station Tilburg, het eindpunt van het tracé. Tussen de voorlaatste mast voor het 380 kV-station Tilburg wordt een aansluiting gemaakt voor de ondergrondse 150 kV-verbinding tussen deze mast en 150 kV-station Tilburg-west. Daarbij wordt bij deze ondergrondse 150 kV-verbinding ook een 150 kV-verbinding aangelegd tussen 150 kV-station Tilburg-west en 380 kV-station Tilburg. De bestaande 380 kV-verbinding aan de west- en zuidzijde van De Moer wordt afgebroken.

Pagina 59 van 166

Figuur 4.4 Uitsnede Projectatlas tracé Geertruidenberg-Tilburg (Bron: TenneT) 4.4

Aansluiting 150 kV-stations Het tracé loopt van het 380 kV-hoogspanningsstation bij Rilland naar het 380 kVhoogspanningsstation bij Tilburg. Langs het tracé zijn verschillende 150 kV-stations gelegen die ook worden aangesloten op het tracé. Op de meeste stations zijn binnen het hekwerk van deze stations ook aanpassingen nodig voor de aansluiting van de nieuwe verbinding. De bestaande 150 kV-verbindingen komen nu als bovengrondse verbindingen aan bij de 150 kV-stations. Binnen het hekwerk van de stations worden aanpassingen gemaakt om de 150 kV-verbindingen als ondergrondse kabelverbindingen aan te laten komen. Voor het grootste deel passen aanpassingen binnen het hekwerk van de bestaande stations en daarmee ook binnen de geldende bestemmingsplannen. Bij 150 kVstation Oosteind en 150 kV-station Zevenbergschen Hoek is een aanpassing nodig die niet past binnen de bestaande grenzen van het station. Het gaat hierbij om de volgende aanpassingen. 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11011990/1