CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 19- MER-Deelrapport-4-Passende-Beoordeling-Zuid-West 380 kV-Oost

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV45.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Toename geluid, trilling en Ja, de werkzaamheden vinden plaats aan de beweging grens van het Natura 2000-gebied en er wordt onder het gebied door geboord. Daarnaast wordt Toename verlichting Tabel 5: Beoordeling van relevante kwalificerende natuurwaarden voor effectbeoordeling, effect. dede bestaande verbindingper in type het gebied geamoveerd. zijn effecten van geluid, Natura 2000-gebied Mogelijk effect Relevant voorDaarom het Natura 2000-gebied? trilling, beweging en verlichting niet bij voorbaat Brabantse Wal Aanlegfase uitgesloten. Toename geluid, trilling en Ja, de werkzaamheden vinden plaats aan de grens van het Natura 2000-gebied en er wordt beweging Gebruiksfase onder gebied door geboord.als Daarnaast wordt Verandering aantal Ja, hethet gebied is aangewezen Toename verlichting de bestaande verbinding in mogelijk het gebied draadslachtoffers Vogelrichtlijngebied. Het is dat de geamoveerd. zijn effecten geluid, omgeving eenDaarom functie heeft voor devan populatie trilling, en verlichting nietOp bij het voorbaat vogels beweging in het Natura 2000-gebied. moment uitgesloten. dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, is het Gebruiksfase mogelijk dat er een verandering van de populatie Verandering aantal Ja, hetNatura gebied2000-gebied is aangewezen als in het optreedt. draadslachtoffers Vogelrichtlijngebied.

Het is mogelijk dat de omgeving een functie heeft voor de populatie Zoommeer Aanlegfase vogels in Natura het Natura 2000-gebied. Opeen het moment Toename geluid, trilling en Nee, het 2000-gebied ligt op dat vogels met dagelijkse beweging aanzienlijke afstand (zie vliegbewegingen de nieuwe passeren, van is het Tabel 4hoogspanningsverbinding ). Verder is het Natura 2000-gebied Toename verlichting mogelijk dat er een verandering van de populatie de hoogspanningsverbinding gescheiden door de in hetDirecte Natura effecten 2000-gebied optreedt. A58. als gevolg van verstoring op het Natura 2000-gebied zijn uitgesloten. Zoommeer Aanlegfase Toename geluid, trilling en Nee, het Natura 2000-gebied ligt op een Gebruiksfase PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMINGaanzienlijke afstand (zie beweging [DEEL A] Tabel 4). Verder is het Natura 2000-gebied van Toename verlichting de hoogspanningsverbinding gescheiden door de A58. Directe effecten als gevolg van verstoring op het Natura 2000-gebied zijn uitgesloten. Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

Natura 2000-gebied

Mogelijk effect Gebruiksfase Verandering aantal draadslachtoffers

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

Markiezaat

Aanlegfase Toename geluid, trilling en

Relevant voor het Natura 2000-gebied?

17 van 77

Ja, het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de omgeving een functie heeft voor de populatie vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de 17 van 77 nieuwe hoogspanningsverbinding passeren is het mogelijk dat er een verandering van de populatie in het Natura 2000-gebied optreedt. Nee, de werkzaamheden vinden niet plaats in dit

Tabel 5: Beoordeling van relevante kwalificerende natuurwaarden de effectbeoordeling, beweging Natura 2000-gebied. voor De werkzaamheden die dicht per type effect.

Toename verlichting

bij het Natura 2000-gebied uitgevoerd worden, vinden plaats aan de zuidkant van de A58 en de rest van het tracé tot na de Brabantse Wal wordt geboord. Effecten als gevolg van verstoring zijn uitgesloten.

26

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

Natura 2000-gebied

Mogelijk effect

Relevant voor het Natura 2000-gebied?

Verandering aantal draadslachtoffers

Ja, het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de

Natura 2000-gebied

Mogelijk effect

dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de nieuwe hoogspanningsverbinding passeren is het mogelijk dat er een verandering van de populatie in het Natura 2000-gebied optreedt. Relevant voor het Natura 2000-gebied?

Markiezaat

Aanlegfase Verandering aantal Toename geluid, trilling en draadslachtoffers beweging Toename verlichting

Markiezaat

Aanlegfase Toename geluid, trilling en beweging Toename verlichting

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMINGomgeving een functie heeft voor de populatie [DEEL A] vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment

Gebruiksfase Verandering aantal draadslachtoffers

Krammer-Volkerak

Krammer-Volkerak

Gebruiksfase Verandering Aanlegfase aantal draadslachtoffers Toename geluid, trilling en beweging Toename verlichting

Aanlegfase Toename geluid, trilling en beweging Gebruiksfase Toename verlichting Verandering aantal draadslachtoffers

Gebruiksfase

Ja, het gebied is aangewezen als Nee, de werkzaamheden nietdat plaats Vogelrichtlijngebied. Het isvinden mogelijk de in dit Natura 2000-gebied. werkzaamheden die dicht omgeving een functieDe heeft voor de populatie bij het Natura 2000-gebied uitgevoerd worden, vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment vinden plaats de zuidkant van de A58 en dat vogels metaan dagelijkse vliegbewegingen dede rest vanhoogspanningsverbinding het tracé tot na de Brabantse Wal wordt nieuwe passeren is het geboord. Effecten gevolg vanvan verstoring zijn mogelijk dat er eenals verandering de populatie uitgesloten. in het Natura 2000-gebied optreedt. Nee, de werkzaamheden vinden niet plaats in dit Natura 2000-gebied. De werkzaamheden die dicht bij het Natura 2000-gebied uitgevoerd worden, vinden plaats aan de zuidkant van de A58 en de rest van het tracé tot na de Brabantse Wal wordt geboord. Effecten als gevolg van verstoring zijn uitgesloten. Ja, het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de omgeving een functie heeft voor de populatie vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, is het mogelijk dat er een verandering van de populatie in het Natura 2000-gebied optreedt. Ja, het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied.

Het is mogelijk Nee, het Natura 2000-gebied ligt op dat eende omgeving een functie(zie heeft voor de populatie aanzienlijke afstand vogels Natura 2000-gebied. Op het moment Tabel 4in).het Voor dit Natura 2000-gebied dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de kwalificeren naast habitattypen kleine nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, modderkruiper en noordse woelmuis. Op eenis het mogelijk er een verandering van de populatie dergelijk dat afstand hebben werkzaamheden geen in het Natura optreedt. effecten op de2000-gebied populaties van voorgenoemde soorten in het Natura 2000-gebied. Directe effecten als gevolg van verstoring op het Natura 2000-gebied zijn2000-gebied uitgesloten. ligt op een Nee, het Natura aanzienlijke afstand (zie Tabel 4). Voor dit Natura 2000-gebied Ja, het gebied is aangewezen kwalificeren naast habitattypenals kleine Vogelrichtlijngebied. Het is woelmuis. mogelijk dat modderkruiper en noordse Opdeeen omgeving een functie heeft voor de populatie dergelijk afstand hebben werkzaamheden geen vogels hetdeNatura 2000-gebied. Op het moment effecteninop populaties van voorgenoemde dat vogels metNatura dagelijkse vliegbewegingen soorten in het 2000-gebied. Directe de nieuwe hoogspanningsverbinding is het effecten als gevolg van verstoring passeren, op het Natura mogelijk dat er een verandering van de populatie 2000-gebied zijn uitgesloten.

in het Natura 2000-gebied optreedt.

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING Verandering aantal Ja, het gebied is aangewezen als Hollands Diep Aanlegfase draadslachtoffers Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de [DEEL A] Toename geluid, trilling en Nee, het Natura 2000-gebied ligt op een beweging Toename verlichting

Natura 2000-gebied

Mogelijk effect

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

Hollands Diep

Aanlegfase Toename geluid, trilling en beweging Toename verlichting Gebruiksfase Verandering aantal draadslachtoffers

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

Biesbosch

omgeving een functie heeft voor de populatie aanzienlijke afstand (zie vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment Tabel 4). Het 2000-gebied en de de dat vogels metNatura dagelijkse vliegbewegingen hoogspanningsverbinding zijn van passeren, elkaar nieuwe hoogspanningsverbinding is het gescheiden door hetNatura havengebied van Relevant voor het 2000-gebied? mogelijk dat er een verandering van deMoerdijk. populatie Voor dit Natura 2000-gebied kwalificeren naast in het Naturavogels, 2000-gebied habitattypen vissen,optreedt. bever en noordse

woelmuis. Op een dergelijk afstand hebben 18 van 77 werkzaamheden geen effecten op de populaties van voorgenoemde soorten in het Natura 2000Nee, het Natura 2000-gebied ligt op een gebied. Directe effecten aanzienlijke afstand (zie als gevolg van verstoring op het Natura zijn uitgesloten. Tabel 4). Het 2000-gebied Natura 2000-gebied en de hoogspanningsverbinding zijn van elkaar gescheiden door het havengebied van Moerdijk. Ja, aangewezenkwalificeren als Voorhet ditgebied Naturais2000-gebied naast Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de omgeving een functie heeft voor de populatie 18 van 77 vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, is het mogelijk dat er een verandering van de populatie in het Natura 2000-gebied optreedt.

Aanlegfase

Vervolg tabel 5: Beoordeling relevante natuurwaarden voor deafstand effect­beoordeling, Toenamevan geluid, trilling en kwalificerende Nee, het Natura 2000-gebied ligt op een per type effect.

beweging

van ongeveer 1,2 km. Het Natura 2000-gebied en de hoogspanningsverbinding zijn van elkaar gescheiden door de Drimmelen. Voor dit Natura 2000-gebied kwalificeren verschillende vogelsoorten, vissen, meervleermuis, bever, noordse woelmuis en platte schijfhoren. Op een dergelijk afstand hebben werkzaamheden geen effecten op de populaties van voorgenoemde soorten in het Natura 2000-gebied. Directe effecten als gevolg van verstoring op het Natura 2000-gebied zijn uitgesloten.

Toename verlichting

Ja, hoewel de afstand tot het Natura 2000-gebied 27 is, maakt de meervleermuis gebruik van een groot netwerk in de omgeving. Het is noodzakelijk om

woelmuis. Op een dergelijk afstand hebben werkzaamheden geen effecten op de populaties van voorgenoemde soorten in het Natura 2000gebied. Directe effecten als gevolg van verstoring op het Natura 2000-gebied zijn uitgesloten. Gebruiksfase Verandering aantal draadslachtoffers

Ja, het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMINGomgeving een functie heeft voor de populatie vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment [DEEL A] dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, is het mogelijk dat er een verandering van de populatie in het Natura 2000-gebied optreedt. Natura 2000-gebied Mogelijk effect Relevant voor het Natura 2000-gebied? Biesbosch

Aanlegfase Verandering aantal Toename geluid, trilling en draadslachtoffers beweging

Markiezaat

Aanlegfase Toename geluid, trilling en beweging Toename verlichting Toename verlichting

Ja, het gebied is aangewezen als Nee, het Natura 2000-gebied ligt op dat eende afstand Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk van ongeveer km. heeft Het Natura 2000-gebied omgeving een 1,2 functie voor de populatie en de hoogspanningsverbinding zijn van vogels in het Natura 2000-gebied. Op elkaar het moment gescheiden door de Drimmelen. Voor dit Natura dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de 2000-gebied kwalificeren verschillende nieuwe hoogspanningsverbinding passeren is het vogelsoorten, meervleermuis, bever, mogelijk dat ervissen, een verandering van de populatie noordse woelmuis en platteoptreedt. schijfhoren. Op een in het Natura 2000-gebied dergelijk afstand hebben werkzaamheden geen effecten op de populaties van voorgenoemde soorten het Natura 2000-gebied. Directe Nee, de in werkzaamheden vinden niet plaats in dit effecten2000-gebied. als gevolg van op het Natura Natura Deverstoring werkzaamheden die dicht 2000-gebied uitgesloten. bij het Naturazijn 2000-gebied uitgevoerd worden, vinden plaats aan de zuidkant van de A58 en de Ja, afstand totde het Natura 2000-gebied resthoewel van hetde tracé tot na Brabantse Wal wordt groot is, maakt de als meervleermuis gebruik van een geboord. Effecten gevolg van verstoring zijn netwerk in de omgeving. Het is noodzakelijk om uitgesloten.

de effecten van verlichting op de populatie meervleermuizen in de Biesbosch in ogenschouw te nemen.

Gebruiksfase Verandering aantal draadslachtoffers

Ja, het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de omgeving een functie heeft voor de populatie vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de Gebruiksfase nieuwe hoogspanningsverbinding Verandering aantal Ja, het gebied is aangewezen als passeren, is het mogelijk dat er een verandering van dat de populatie draadslachtoffers Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk de in het Natura Daarnaast is omgeving een2000-gebied functie heeftoptreedt. voor de populatie het gebied aangewezen voor de meervleermuis, vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment ook vogels de effecten op deze soort zijn relevant. de dat met dagelijkse vliegbewegingen nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, is het mogelijk dat er een verandering van de populatie Langstraat Aanlegfase in hethet Natura 2000-gebied optreedt. Toename geluid, trilling en Nee, Natura 2000-gebied ligt op een afstand beweging van ongeveer 1,7 km. Het Natura 2000-gebied en de hoogspanningsverbinding zijn van elkaar Krammer-Volkerak Aanlegfase Toename verlichting gescheiden door2000-gebied de bebouwde van WaspikToename geluid, trilling en Nee, het Natura ligtkom op een Zuid en Nieuwe Vaart. Voor dit Natura 2000beweging aanzienlijke afstand (zie gebied 4kwalificeren naast habitattypen Tabel ).

Voor dit Natura 2000-gebied alleen de Toename verlichting grote en kleine modderkruiper. een dergelijk naast habitattypen Op kleine PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMINGkwalificeren afstand hebbenen werkzaamheden geenOp effecten modderkruiper noordse woelmuis. een op [DEEL A] de populaties vanhebben voorgenoemde soorten in het dergelijk afstand werkzaamheden geen Natura 2000-gebied. Directe als gevolg effecten op de populaties vaneffecten voorgenoemde van verstoring op het 2000-gebied. Natura 2000-gebied soorten in het Natura Directezijn uitgesloten. effecten als gevolg van verstoring op het Natura 2000-gebied zijnhet uitgesloten. Natura 2000-gebied Mogelijk effect Relevant voor Natura 2000-gebied? Gebruiksfase Verandering aantal Nee, dit Natura 2000-gebied is alleen Gebruiksfase draadslachtoffers aangewezen kader van de Verandering Ja, het gebiedinishet aangewezen alsHabitatrichtlijn.19 van 77 Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september aantal 2021 Dit effect is uitgesloten. draadslachtoffers Vogelrichtlijngebied. Het is mogelijk dat de omgeving een functie heeft voor de populatie Loonse en Drunense Aanlegfase vogels in het Natura 2000-gebied. Op het moment Duinen & Leemkuilen Toename geluid, trilling en Nee, het Natura 2000-gebied ligt op een afstand dat vogels met dagelijkse vliegbewegingen de beweging van ongeveer 1,5 km.

Het Natura 2000-gebied en nieuwe hoogspanningsverbinding passeren, is het de hoogspanningsverbinding zijn van elkaar Toename verlichting mogelijk dat er een verandering van de populatie gescheiden de N261. optreedt. Voor dit Natura 2000in het Naturadoor 2000-gebied gebied kwalificeren naast habitattypen kamsalamander en drijvende waterweegbree. Op Hollands Diep Aanlegfase een dergelijke afstand hebben werkzaamheden o de populaties van2000-gebied voorgenoemde soorten Toename geluid, trilling en Nee, het Natura ligt op een in het Natura 2000-gebied. Directe effecten als gevolg beweging aanzienlijke afstand (zie van verstoring op het Natura 2000-gebied Tabel 4). Het Natura 2000-gebied en de zijn Toename verlichting uitgesloten. hoogspanningsverbinding zijn van elkaar gescheiden door het havengebied van Moerdijk. Gebruiksfase Voor dit Natura 2000-gebied kwalificeren naast Verandering aantal Nee, dit Natura 2000-gebied is alleen Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021 draadslachtoffers aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn.18 van 77 Dit effect is uitgesloten.

Vervolg tabel 5: Beoordeling van relevante kwalificerende natuurwaarden voor de effect­beoordeling, per type effect.

28

5. Aanwezigheid kwalificerende natuurwaarden PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

In dit5hoofdstuk AANWEZIGHEID is de aanwezigheid van KWALIFICERENDE kwalificerende natuurwaarden beschreven. Hierbij gaat het

alleen om de Natura 2000-gebieden binnen de reikwijdte, waarbij alleen de kwalificerende natuurwaarNATUURWAARDEN

den In zijn voor instandhoudingsdoelstellingen B) waarvan inhet hetalleen vorige hoofdstuk dit opgenomen hoofdstuk is de(zie aanwezigheid van kwalificerende natuurwaardenBijlage beschreven. Hierbij gaat om deniet Natura de reikwijdte, waarbij alleen de kwalificerende natuurwaarden zijn effecten bij 2000-gebieden voorbaat zijnbinnen uitgesloten.

opgenomen (zie voor instandhoudingsdoelstellingen Bijlage B) waarvan in het vorige hoofdstuk effecten niet bij voorbaat zijn uitgesloten.

In het vorige hoofdstuk is tijdens uitvoering van stap III bepaald wat de reikwijdte van de effecten is. In dit hoofdstuk wordt de volgende stap (IV) uitgevoerd: welke relevante (gevoelig voor de voorziene verandering) natuurwaarden komen voor binnen de reikwijdte? Aan het einde van dit hoofdstuk is duidelijk voor welke In het vorige hoofdstuk is tijdens uitvoering van stap III bepaald wat de reikwijdte van de effecten is. In gebieden en welke soorten een nadere uitwerking in een Passende Beoordeling is vereist. Dit vormt de conclusie van de Voortoets. dit hoofdstuk wordt de volgende stap (IV) uitgevoerd: welke relevante (gevoelig voor de voorziene

verandering) natuurwaarden komen voor binnen de reikwijdte? Aan het einde van dit hoofdstuk is duidelijk voor welke gebieden en welke soorten een nadere uitwerking in een Passende Beoordeling is

5.1

Brabantse Wal

vereist. Dit vormt de conclusie van de Voortoets.

Het Natura 2000-gebied Brabantse Wal is aangewezen in het kader van zowel de Vogel- als Habitatrichtlijn. Het noordelijk deel, waar de verbinding doorheen loopt, is alleen aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (Ministerie van EZ, 2014a).

5.1 OmdatBrabantse werkzaamhedenWal plaatsvinden aan de grens van het gebied, er onderdoor wordt geboord en de

huidige verbinding wordt geamoveerd, is verstoring aan de orde. Habitattypen en leefgebieden van Habitatrichtlijnsoorten liggen in het zuidwestelijk deel van het gebied, buiten de reikwijdte van effecten als Het Natura 2000-gebied Brabantse Wal ishebben aangewezen in het kader omdat van zowel de gebied Vogel-door als Habitagevolg van verstoring. Habitatrichtlijnsoorten geen last van verstoring onder het wordt Het geboord en leefgebieden van de in het doorheen gebied zich loopt, niet tot buiten het gebied strekken. in het kader van trichtlijn. noordelijk deel, waar depopulatie verbinding is alleen aangewezen

de Vogelrichtlijn (Ministerie van EZ, 2014a). Daarnaast zijn effecten als gevolg van een verandering van het aantal draadslachtoffers relevant voor de broedvogels waarvoor het gebied in het kader van de Vogelrichtlijn is aangewezen.

Omdat werkzaamheden plaatsvinden aan de grens van het gebied, er onderdoor wordt geboord en de 5.1.1 Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels huidige verbinding is verstoring aan de Habitattypen en leefgebieden van Figuur 4 en Figuurwordt 5 latengeamoveerd, zien op welke locaties nabij het tracé vanorde. de hoogspanningsverbinding

kwalificerende Vogelrichtlijnsoorten voorkomen. Habitatrichtlijnsoorten liggen in het zuidwestelijk deel van het gebied, buiten de reikwijdte van effecten •

Dodaars: de belangrijkste broedplaats van de dodaars betreft het Groote Meer. Als deze droogvalt

moeten broedvogels Habitatrichtlijnsoorten uitwijken naar andere vennen. Bij Zoomland zijn ook vastgesteld als gevolg vandeverstoring. hebben geen last vanterritoria verstoring omdat onder het (Provincie Noord-Brabant, 2018).

gebied door wordt geboord van de populatie ininhet niet tot buiten • Geoorde fuut: de geoordeen fuutleefgebieden komt in de Brabantse Wal alleen voor De gebied Kleine enzich De Groote Meer en het in het Zwaluwmoer. Zowel in De Kleine als De Groote Meer kunnen tientallen paren in los gebied soms strekken.

kolonieverband nestelen wanneer er voldoende water is (Provincie Noord-Brabant, 2018). Dodaars en geoorde fuut zijn gebonden aan de (heide)vennen en komen niet voor in de buurt van de bestaande (Tauw, 2017c). Broedgebieden bevinden zich voornamelijk in het relevant voor Daarnaast zijnhoogspanningsverbinding effecten als gevolg van een verandering van het aantal draadslachtoffers zuidelijk deel van de Brabantse Wal, ten zuiden van Hoogerheide en Huijbergen. Voor dodaars ook in het de broedvogels waarvoor het gebied in het kader van de Vogelrichtlijn is aangewezen. noordelijk deel, bij Zoomland. Deze laatste bevindt zich op minder dan 300 m afstand van het projectgebied, waar werkzaamheden plaatsvinden. Voor de familie waar de dodaars en fuut toe behoren wordt bij verstoring door gemotoriseerde voertuigen een verstoringsafstand van 50 m aangehouden. De 5.1.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels broedgebieden liggen daarmee niet binnen de reikwijdte van effecten door verstoring (Livezey et al., 2016). En ook een verandering in draadslachtoffers is niet aannabij de orde. Figuur 4 en Figuur 5 laten zien op welke locaties het tracé van de hoogspanningsverbinding

kwalificerende Vogelrichtlijnsoorten voorkomen. •

Dodaars: de belangrijkste broedplaats van de dodaars betreft het Groote Meer. Als deze droogvalt van 77 moeten de broedvogels uitwijken naar andere vennen. Bij Zoomland zijn ook territoria 21vastgesteld

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

(Provincie Noord-Brabant, 2018). •

Geoorde fuut: de geoorde fuut komt in de Brabantse Wal alleen voor in De Kleine en De Groote Meer en soms in het Zwaluwmoer. Zowel in De Kleine als De Groote Meer kunnen tientallen paren in los kolonieverband nestelen wanneer er voldoende water is (Provincie Noord-Brabant, 2018).

Dodaars en geoorde fuut zijn gebonden aan de (heide)vennen en komen niet voor in de buurt van de bestaande hoogspanningsverbinding (Tauw, 2017c). Broedgebieden bevinden zich voornamelijk in het zuidelijk deel van de Brabantse Wal, ten zuiden van Hoogerheide en Huijbergen. Voor dodaars ook in

29

het noordelijk deel, bij Zoomland. Deze laatste bevindt zich op minder dan 300 m afstand van het projectgebied, waar werkzaamheden plaatsvinden. Voor de familie waar de dodaars en fuut toe behoren wordt bij verstoring door gemotoriseerde voertuigen een verstoringsafstand van 50 m aangehouden. De broedgebieden liggen daarmee niet binnen de reikwijdte van effecten door verstoring (Livezey et al., 2016). En ook een verandering in draadslachtoffers is niet aan de orde.

Figuur 4. Kaart met aanwezigheid van Vogelrichtlijnsoorten in het noordelijk deel van Brabantse Wal (Provincie Noord-Brabant, 2018) en bij benadering de huidige verbinding (doorgetrokken lijn) en nieuwe verbinding ondergronds (onderbroken lijn) weergegeven ter hoogte van het gebied.

Figuur 5. Kaart met aanwezigheid van Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten in het noordelijk deel van Brabantse Wal (Provincie Noord-Brabant, 2018) en bij benadering de huidige verbinding (doorgetrokken lijn) en nieuwe verbinding ondergronds (onderbroken lijn) weergegeven ter hoogte van het gebied.

30

•

Wespendief: In het beheerplan is genoemd dat de Brabantse Wal momenteel tenminste acht territoria van de wespendief telt. Hiervan bevindt het merendeel zich in het noordelijk gebied, namelijk in bosreservaat Mattemburgh, landgoed Zoomland en de Wouwse Plantage. Daarnaast liggen enkele territoria verspreid over het Nederlands deel van het Grenspark (Provincie NoordBrabant, 2018). Door Tauw is onderzoek gedaan in 2010 en in 2016. Toen zijn geen waarnemingen van wespendieven in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding gedaan. Het is echter wel aannemelijk dat de soort de verbinding kruist, op basis van de ligging van de territoria. Veel vluchten vinden plaats boven de boomkronen, maar ze kunnen ook laag door het bos en over open plekken in het bos vliegen (Tauw, 2018). Territoria liggen binnen de reikwijdte van effecten door verstoring.

•

Nachtzwaluw: de nachtzwaluw komt verspreid voor in de Brabantse Wal, met uitzondering van enkele delen, waaronder de zone bij Bergen op Zoom (landgoed Mattemburgh, Zoomland en Lievensberg) en dus nabij de hoogspanningsverbinding. De belangrijkste gebieden wat betreft aantallen en dichtheden zijn onder andere de Borgvlietsche Duinen en het Woeste Gedeelte van de Wouwse Plantage in het noordelijk deel van de Brabantse Wal. Deze terreinen zijn relatief groot en open met stuifzandheide en stuifzand met veel bosranden en kapvlakten. De nachtzwaluw heeft in West-Brabant een voorkeur voor territoria in bos. Sterk vergraste heideveldjes of kapvlakten worden gemeden (Provincie Noord-Brabant, 2018). De bestaande verbinding doorsnijdt het territorium van een nachtzwaluw. Er zijn tijdens onderzoek twee territoria vastgesteld nabij de huidige verbinding. Deze liggen daarmee binnen de reikwijdte van effecten door verstoring. Tijdens onderzoek bleek dat de vogel de huidige verbinding geregeld kruist (Tauw 2017a).

•

Zwarte specht: De zwarte specht komt verspreid voor in de gehele Brabantse Wal. De soort is hier gebonden aan oud gemengd bos van enige omvang. Op landgoed Mattemburgh is de dichtheid van broedparen vrij hoog met 3 tot 4 paren/100 ha (Provincie Noord-Brabant, 2018). Naar schatting kruisen 2 à 3 paren tijdens voedselvluchten elke dag de huidige verbinding (Tauw, 2010a). Territoria liggen ook binnen de reikwijdte van effecten door verstoring.

•

Boomleeuwerik: De boomleeuwerik komt verspreid voor in de Brabantse Wal op open zandige heideterreinen met verspreide bomen, jonge opstanden van grove den of berk en open oud dennenbos met ijle bodembedekking. Tot de belangrijke gebieden behoren de Wouwse Plantage (Borgvlietsche Duinen) en Woensdrechtse Heide met territoria langs bosranden. De hoogste dichtheden worden echter aangetroffen op het militair oefenterrein Ossendrecht, de handgranaatbaan van de Koningin Wilhelminakazerne, de Staartsche Heide en de drooggevallen oevers van De Groote en De Kleine Meer (Provincie Noord-Brabant, 2018). In 2010 zijn geen territoria nabij de verbinding aangetroffen. In jaren daarvoor (2004 – 2008) zijn wel minimaal 2 broedparen vastgesteld. De vogels kruisen de verbinding tijdens zang- en/of voedselvluchten (Tauw, 2010a). De aanwezigheid van territoria binnen de reikwijdte van effecten is niet uitgesloten.

31

5.2 Zoommeer Het Natura 2000-gebied Zoommeer is alleen aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (Ministerie van EZ, 2017a). Effecten als gevolg van een verandering van het aantal draadslachtoffers zijn relevant voor de broedvogels en niet-broedvogels waarvoor het gebied is aangewezen. Effecten door verstoring zijn niet relevant, omdat het gebied op een afstand van ongeveer 3,5 km ligt en de A58 de hoogspanningsverbinding en het gebied scheidt.

5.2.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels De broedvogels komen op de volgende locaties voor: •

Kluut: het Zoommeer was oorspronkelijk als broedgebied voor de kluut aaneengesloten met de Oosterschelde, maar is nu afgesloten door de Oesterdam. De kluut nestelt op kale of schaars begroeide terreinen (Ministerie van EZ, 2017a). Uit NDFF-gegevens blijkt dat in de laatste vijf jaar geen broedende kluten zijn waargenomen in het Zoommeer. Broedende vogels zijn waargenomen ten noordwesten van het Natura 2000-gebied, in de Oosterschelde (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Binnen het Natura 2000-gebied werd eerder gebroed op de Prinsesseplaat en langs de Oesterdam (Tauw, 2018). Voor vliegbewegingen is echter geen onderscheid gemaakt in broed- en niet-broedvogels omdat er overlap is in beide populaties. Zie de verdere beschrijving onder § 5.2.2.

•

Strandplevier: de strandplevier verblijft vrijwel uitsluitend in kustgebieden (estuaria). Deze soort volgt bij voorkeur het getijdenritme en verplaatst zich tijdens hoogwater naar gemeenschappelijke rustplaatsen. Ook voor deze soort geldt dat de afgesloten zeearm (en daarmee afwezigheid van getij) zorgt dat relatief weinig vogels in het gebied voorkomen (Ministerie van EZ, 2017a). Er zijn geen broedende strandplevieren waargenomen binnen het Natura 2000-gebied (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). De soort broedde op de Prinsesseplaat (Tauw, 2018). Omdat de soort verblijft in kustgebieden en geen dagelijkse vliegbewegingen tussen functies binnen en buiten het Natura 2000-gebied vereist zijn, zijn structurele vliegbewegingen langs de hoogspanningslijn niet voorzien.

•

Zwartkopmeeuw: de nestplaats van deze soort wordt gekenmerkt door een korte vegetatie bij aanvang van het broedseizoen. Ze hebben een voorkeur voor recent aangelegde eilandjes of kunstmatige zandvlaktes van industrieterreinen en vloeivelden. De vogels broeden in kolonies, ook met andere soorten. Leefgebied bestaat uit zoet- en zoutwatergebieden (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt dat in de laatste vijf jaar geen broedende zwartkopmeeuwen zijn waargenomen in het Zoommeer. Broedende vogels zijn gezien ten noordwesten van het Natura 2000-gebied, in de Oosterschelde (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Zwartkopmeeuwen vliegen vrijwel niet door het projectgebied (Tauw, 2017b).

•

Visdief: de visdief broedt vooral in kustgebieden op kale of schaars begroeide terreinen, bij voorkeur op eilanden of kwelders (Ministerie van EZ, 2017a). Uit NDFF-gegevens blijkt dat in de laatste vijf jaar geen broedende visdieven zijn waargenomen in het Zoommeer. Broedende vogels zijn gezien ten noordwesten van het Natura 2000-gebied, in de Oosterschelde (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Door visdieven wordt naar open water gevlogen om te foerageren. Voor de aanwezige kolonie visdieven bij het Tholens Gat is dit naar de Oosterschelde en het Zoommeer. De vogels uit de kolonie vliegen dan ook niet door het projectgebied (Tauw, 2017b).

32

5.2.2. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels De niet-broedvogels komen op de volgende locaties voor: •

Fuut: buiten de broedtijd is het leefgebied van de fuut vooral geconcentreerd op grote, onbeschutte open wateren. De fuut foerageert overdag, in relatief groot, open water, zowel zoet als zout (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). De fuut is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Deze soort kent geen dagelijkse vliegbewegingen waardoor structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde zijn (Tauw, 2017c).

•

Grauwe gans: het gebied heeft voor de grauwe gans een functie als foerageergebied en als slaapplaats. Na de afsluiting met de Oesterdam is de populatie sterk toegenomen (Ministerie van EZ, 2017a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). De landbouwgebieden in West-Brabant vormen belangrijke gebieden voor ganzen om te overwinteren. De vogels foerageren in speciaal daarvoor aangewezen gebieden, maar ook op gras- en akkerlanden die niet als foerageergebied zijn aangewezen. De ganzen vliegen elke dag tussen slaap- en foerageergebieden, zowel over dag als in het donker (Tauw, 2018). Structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied vinden zowel van en naar het noorden, als van en naar het zuiden vanuit het Zoommeer plaats, zie Figuur 6.

•

Rotgans: het gebied heeft voor de rotgans onder andere een functie als foerageergebied en als slaapplaats. De rotgans is een kustgebonden vogel die na de afsluiting met de Oesterdam in aantallen in het gebied is afgenomen (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Het is een kustgebonden vogel die minder ver het binnenland in komt dan andere ganzen, zoals grauwe gans of kolgans. Uit NDFF-gegevens blijkt dat de soort voornamelijk is waargenomen ter plaatse van en ten westen van de Oesterdam (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Direct ten westen van de Oesterdam is een slaapplaats van enkele honderden rotganzen is aanwezig (Tauw, 2010a). Structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied beperken zich tot de noordzijde van het Natura 2000-gebied, zie Figuur 6.

•

Bergeend: het Natura 2000-gebied heeft voor de bergeend een functie als foerageergebied. De bergeend foerageert bij voorkeur in zacht sediment of slikken met een dun laagje water. De vogel volgt min of meer het getijdenritme, maar foerageert ook bij vloed (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt dat de soort voornamelijk is waargenomen ter plaatse van en ten westen van de Oesterdam en ten noorden van de Prinsesseplaat (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor de populatie van deze soort binnen het Natura 2000-gebied bevinden leefgebieden zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn bergeenden ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Smient: het gebied heeft voor de smient een functie als slaapplaats en als foerageergebied (Ministerie van EZ, 2017a). Smienten slapen op groot open water zoals in estuaria en vliegen ‘s avonds naar voedselgebieden in cultuurgrasland. Rustplaatsen en voedselgebieden kunnen daarbij ver uit elkaar liggen, tot 10 km afstand (Ministerie van LNV, 2008a). Smienten zijn vooral waargenomen ten noordwesten van het Natura 2000-gebied, in de Oosterschelde (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Vliegende smienten zijn niet waargenomen tijdens onderzoek (Gyimesi, 2010). Voor smienten is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn smienten ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

33

•

Krakeend: het gebied heeft voor de krakeend een functie als foerageergebied. De krakeend heeft een voorkeur voor ondiepe, voedselrijke (eutrofe) zoete wateren. De krakeend foerageert vaak bij of op harde oeversubstraten zoals strekdammen, vooroeververdedigingswerken en betonwanden (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Krakeenden hebben hun leefgebied niet binnen het projectgebied en structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding zijn daarom niet aan de orde.

•

Wintertaling: het gebied heeft voor de wintertaling onder andere een functie als foerageergebied. Het leefgebied van de wintertaling beslaat zowel zoete als zoute wateren. Een belangrijke voorwaarde voor de soort is dynamiek in de water-land overgang (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt ook dat de soort voornamelijk is waargenomen ter plaatse van de Prinsesseplaat (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor wintertalingen is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn wintertalingen ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Pijlstaart: het gebied heeft voor de pijlstaart een functie als foerageergebied. De pijlstaart leeft in zowel zoete als zoute wateren. De vogels rusten overdag op open water en leggen grotere afstanden af om geschikte akkers te vinden om te foerageren. Omdat ze graag foerageren op pionierplanten en de daarin levende bodemfauna in een vochtige tot natte omgeving, vertonen de pijlstaarten voorkeur voor gebieden met dynamiek (door getij of peilfluctuaties) (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt dat de soort voornamelijk is waargenomen ter plaatse van en ten westen van de Oesterdam en ten noordwesten van het gebied, in de Oosterschelde (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor pijlstaarten is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn pijlstaarten ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Slobeend: het gebied heeft voor de slobeend een functie als foerageergebied. De slobeend komt voornamelijk op zoet water voor. De vogel foerageert in zoetwatermoerassen, natte natuurgebieden, rivierarmen, plassen en meren (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFFgegevens blijkt ook dat de soort voornamelijk is waargenomen en ten noordwesten van het Natura 2000-gebied, in de Oosterschelde en ter plaatse van de Prinsesseplaat (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor slobeenden is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn slobeenden ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt

•

Kuifeend: het gebied heeft voor de kuifeend onder andere een functie als foerageergebied. Het leefgebied van de kuifeend bestaat voornamelijk uit zoete wateren. Kuifeenden rusten overdag in de beschutting van dijken of eilanden en vliegen 's nachts naar voedselgebieden die tot op 5 km (met uitschieters tot 15 km) verder liggen. Voedselgebieden bestaan uit wateren tot circa 15 m diep (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-ge-

34

bied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor kuifeenden is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn kuifeenden ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt •

Meerkoet: het gebied heeft voor de meerkoet een functie als foerageergebied. Het leefgebied van de meerkoet kent een grote verscheidenheid aan waterrijke gebieden. Ze zijn gebonden aan ondiepe wateren. Meerkoeten slapen en zoeken voedsel in hetzelfde gebied (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor meerkoeten is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn meerkoeten ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Kluut: het gebied heeft voor de kluut onder andere een functie als foerageergebied. Kluten zoeken in ondiep water en losse, slikkige bodems naar kleine kreeftachtigen, insecten en wormen (Ministerie van EZ, 2017a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt dat de soort voornamelijk is waargenomen en ten noordwesten van het Natura 2000-gebied, in de Oosterschelde en ter plaatse van de Prinsesseplaat (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Steltlopers foerageren grotendeels op slikken en platen in het getijdengebied. Wanneer deze bij hoog water onder water komen te staan, vertrekken de vogels naar zogenoemde hoogwatervluchtplaatsen (HVP’s). Deze grenzen in de meeste gevallen aan de foerageerplaatsen en bevinden zich zowel binnen- als buitendijks ter plaatse van schorren en kwelderstroken aan de voet van de dijk of inlagen en waterrijke natuurgebieden. Afhankelijk van het getij vliegen de vogels hier ’s nachts of overdag naartoe. Hierbij vliegen de steltlopers voornamelijk langs de kustlijn en over open water. Ze vliegen niet ver het binnenland in en afhankelijke van de waterstand overtijen ze op relatief korte afstand van foerageergebieden binnen- of buitendijks. De steltlopers passeren de hoogspanningsverbinding daarbij niet (Tauw, 2018).

35

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

Kolgans Toendrarietgans Brandgans

Kolgans Toendrarietgans Brandgans

Grauwe gans Kolgans

Kolgans Brandgans Grauwe gans

Grauwe gans Brandgans Rotgans Kolgans

Kolgans Toendrarietgans Brandgans Grauwe gans

Figuur 6. Vliegbewegingen ganzen (Tauw, 2010a). Het Zoommeer is aangewezen voor de grauwe gans en rotgans.

Figuur 6. Vliegbewegingen ganzen (Tauw, 2010a). Het Zoommeer is aangewezen voor de grauwe gans en rotgans

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

27 van 77

36

5.3 Markiezaat Het Natura 2000-gebied Markiezaat is alleen aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (Ministerie van ELI, 2010a). Effecten als gevolg van een verandering van het aantal draadslachtoffers zijn relevant voor de broedvogels en niet-broedvogels waarvoor het gebied is aangewezen. Effecten door verstoring zijn niet relevant, omdat werkzaamheden nabij het Natura 2000-gebied zijn afgeschermd door de snelweg A58.

5.3.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels In het Natura 2000-gebied Markiezaat broeden verschillende vogels die in potentie het projectgebied kruisen tijdens de dagelijkse foerageervluchten. Voor alle broedvogels geldt dat broedgebieden zich buitendijks bevinden. Gedurende het gehele broedseizoen betreffen dit de lepelaars van de broedkolonie in het gebied en de visdieven rondom het Tholense Gat (Tauw, 2017b). De broedvogels komen op de volgende locaties voor: •

Dodaars: het broedbiotoop van de dodaars bestaat uit ondiepe, voedselarme tot matig voedselrijke zoete wateren met een weelderige oevervegetatie, zoals de eerste verlandingsstadia (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De vogel broedt verspreid in het gebied, de randen en de Spuitkop vormen met moerassige omstandigheden geschikt broedgebied voor de vogel (Tauw, 2018). Broedende dieren zijn waargenomen net ten zuiden van Bergse Plaat, in het noordoostelijk deel van het Natura 2000-gebied (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Deze soort kent geen dagelijkse vliegbewegingen waardoor structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde zijn (Tauw, 2017c). Voor dodaars ligt het broedgebied nabij Bergse Plaat op circa 750 m afstand van het projectgebied waar werkzaamheden plaatsvinden. Ook overige geschikte broedgebieden bevinden zich op enkele honderden meters van het projectgebied. Voor de familie waar de dodaars toe behoort, wordt bij verstoring door gemotoriseerde voertuigen een verstoringsafstand van 50 m aangehouden. De broedgebieden liggen daarmee niet binnen de reikwijdte van effecten door verstoring (Livezey et al., 2016).

•

Lepelaar: het leefgebied bestaat uit intergetijdengebied, ondiep water en moeras. Op de Spuitkop is een broedkolonie aanwezig, zie Figuur 7 (Ministerie van ELI, 2010a). Voor vliegbewegingen is geen onderscheid gemaakt in broed- en niet-broedvogels, zie hiervoor onder § 5.3.2. Voor lepelaars bevindt het broedgebied zich op ruim 2,5 km afstand, zie ook Afbeelding 9. Bovendien worden de broedgebieden gescheiden van het projectgebied door de spoorverbinding aan de oost- en zuidzijde en de N289 en A58 aan de zuidoost- en zuidzijde. Deze liggen dan ook niet binnen de reikwijdte van effecten door verstoring.

•

Kluut, bontbekplevier en strandplevier: leefgebieden bestaan uit kale, schaars begroeide gronden in intergetijdengebieden en ondiep water. De vogels volgen bij voorkeur het getijdenritme en verplaatsen zich tijdens hoogwater naar gemeenschappelijke rustplaatsen. Als belangrijkste broedgebieden voor deze soorten gelden het Slik Kraaijenberg en Schor Hogewaardpolder (Tauw, 2018). Het (potentieel) broedareaal van deze soorten is weergegeven in Figuur 7. Voor vliegbewegingen is geen onderscheid gemaakt in broed- en niet-broedvogels, zie hiervoor onder § 5.3.2. Voor de steltlopers is de afstand tussen het projectgebied en broedgebied circa 1 km afstand. Bovendien worden de broedgebieden gescheiden van het projectgebied door de spoorverbinding aan de oost- en zuidzijde en de N289 en A58 aan de zuidoost- en zuidzijde. Deze liggen dan ook niet binnen de reikwijdte van effecten door verstoring.

37

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

Figuur 7. Functies voor vogels in het Natura 2000-gebied Markiezaat (Provincie Noord-Brabant, 2014).

Figuur 7. Functies voor vogels in het Natura 2000-gebied Markiezaat (Provincie Noord-Brabant, 2014).

5.3.2

Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

5.3.2. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

Een mogelijke verandering van het aantal draadslachtoffers is per soort besproken: mogelijke verandering vande het aantal draadslachtoffers is per besproken: Buiten de broedtijd is •Een Fuut: het gebied heeft voor fuut onder andere een functie alssoort foerageergebied. leefgebied van heeft de fuut vooral geconcentreerd grote, onbeschutte open wateren. De de fuut foerageert Fuut: het gebied voor de fuut onder andereop een functie als foerageergebied. Buiten • het overdag, groot, open zowel zoet als zout (Ministerie vanonbeschutte ELI, 2010a; open Ministerie van LNV, broedtijdinisrelatief het leefgebied vanwater, de fuut vooral geconcentreerd op grote, wateren. 2008a). De fuut is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). De fuut foerageert in relatief groot, openwaardoor water, zowel zoet alsvliegbewegingen zout (Ministerie van van individuen ELI, Deze soort kent geenoverdag, dagelijkse vliegbewegingen structurele 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De fuut is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde zijn (Tauw, 2017c). (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Deze soort kent geen dagelijkse vliegbewegingen waardoor • Geoorde fuut: het gebied heeft voor de fuut onder andere een functie als foerageergebied.

Leefgebied structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de bestaat uit zoetwaterplassen, open water (zowel zoet als zout) en moeras. De soort foerageert op hoogspanningsverbinding niet dezout ordewater zijn (Tauw, 2017c). bodemfauna in zoet water en opaan vis in (Provincie Noord-Brabant, 2014; Ministerie van ELI, Geoorde gebied heeft voor de fuut onder andere een functie als foerageergebied. Leefge• 2010a). Defuut: soorthet is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Deze soort kent geen dagelijkse vliegbewegingen waardoor structurele vliegbewegingen van individuen bied bestaat uit zoetwaterplassen, open water (zowel zoet als zout) en moeras. De soort foerageert uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde zijn op bodemfauna in zoet water en op vis in zout water (Provincie Noord-Brabant, 2014; Ministerie van (Tauw, 2017c). ELI, 2010a).het Degebied soort is verspreid in aalscholver het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d.Het 29 augus• Aalscholver: heeft voor de met name een functie als slaapplaats. leefgebied bestaat uit zowel zoet als zout water met een goede vispopulatie. De vogel rust en slaapt op tus 2019).

Deze soort kent geen dagelijkse vliegbewegingen waardoor structurele vliegbewegingen gemeenschappelijke maken overdag voedselvluchten tussen broedkolonies en water waar van individuen uit deplaatsen. populatieZevan het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet zij op vis foerageren. Ze leggen dan grote afstanden af, tot tientallen kilometers. In het Deltagebied aan de orde (Tauw, 2017c). bevinden zich zijn diverse broedkolonies (Ministerie van EZ, 2017b; Tauw, 2018; Ministerie van LNV, 2008a). het gebied voor2000-gebied de aalscholver met name een functie Het • DeAalscholver: soort is verspreid in hetheeft Natura waargenomen (NDFF, d.d.als 29slaapplaats. augustus 2019). Aalscholvers hebben hun leefgebied niet binnen het projectgebied en structurele vliegbewegingen van leefgebied bestaat uit zowel zoet als zout water met een goede vispopulatie. De vogel rust en slaapt individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding zijn daarom op gemeenschappelijke plaatsen. Ze maken overdag voedselvluchten tussen broedkolonies en niet aan de orde. water waar zij op vis foerageren. Ze leggen dan grote afstanden af, tot tientallen kilometers. In het Deltagebied bevinden zich diverse broedkolonies (Ministerie van EZ, 2017b; Tauw, 2018; Ministerie

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

38

29 van 77

van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Aalscholvers hebben hun leefgebied niet binnen het projectgebied en structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding zijn daarom niet aan de orde. •

Lepelaar: het gebied heeft voor de lepelaar onder andere een functie als foerageergebied. Het voedselbiotoop bestaat uit zoete en zoute waterpartijen met veel ondiep (10-30 cm), helder en visrijk water, waaronder in intergetijdengebied (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). De lepelaar vliegt zowel overdag als ’s nachts. Specifiek voor de lepelaarkolonie in het Markiezaat is veldonderzoek gedaan naar onder andere de vliegrichtingen. Van de kolonie in het Markiezaat vertrokken de vogels met name richting het noorden, noordwesten en westen. Slechts enkele vogels vliegen richting het zuiden en zuidoosten. Naar de kolonie toegevlogen kwamen de vogels met name uit het zuidwesten en zuiden. Zie Figuur 8 voor een weergave van de vliegrichtingen (Tauw, 2018).

•

Kleine zwaan: het gebied heeft voor de kleine zwaan onder andere een functie als foerageergebied. De soort is gebonden aan water en uitgestrekte polders of uiterwaarden. Voedselbiotoop bestaat uit akkers en vaak ondergelopen graslanden met korte vegetatie (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is voornamelijk in het zuidelijk deel van het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Leefgebied van de populatie bevindt zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn kleine zwanen ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Grauwe gans en brandgans: het gebied heeft voor de beide soorten een functie als foerageergebied en slaapplaats (Ministerie van ELI, 2010a). Leefgebieden bestaan uit oeverzones, moeras en nat grasland. De soorten foerageren op planten (Provincie Noord-Brabant, 2014). De ganzen vliegen elke dag tussen slaap- en foerageergebieden, zowel over dag als in het donker (Tauw, 2018). Tussen het Markiezaat en het projectgebied zijn enkele duizenden ganzen van verschillende soorten aangetroffen in de Hogerwaardpolder en Reigersbergse polder. Dit is voor de grauwe gans het meest gebruikte gebied in de regio, zie ook Figuur 6 en Figuur 8. Deze passeren de hoogspanningsverbinding niet. Aantallen die vanuit het oosten vliegen zijn verwaarloosbaar klein. Hetzelfde geldt voor de aantallen die vanuit de richting van Bergen op Zoom vliegen (Tauw, 2010; Tauw, 2017b).

•

Bergeend: het gebied heeft voor de bergeend onder andere een functie als foerageergebied. De bergeend foerageert bij voorkeur in zacht sediment of slikken met een dun laagje water. De vogel volgt min of meer het getijdenritme, maar foerageert ook bij vloed (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt ook dat de soort verspreid in het Natura 2000-gebied is waargenomen, met een concentratie in het zuidoostelijk deel (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor bergeenden is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn bergeenden ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Smient: het gebied heeft voor de smient onder andere een functie als slaapplaats en als foerageergebied (Ministerie van ELI, 2010a). Smienten slapen op groot open water zoals in estuaria en vliegen ‘s avonds naar voedselgebieden in cultuurgrasland. Rustplaatsen en voedselgebieden

39

kunnen daarbij ver uit elkaar liggen, tot 10 km afstand (Ministerie van LNV, 2008a). Smienten zijn vooral waargenomen in het noordwestelijk en zuidoostelijk deel van het Natura 2000-gebied (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Vliegende smienten zijn niet waargenomen tijdens onderzoek (Gyimesi, 2010). Voor smienten is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn smienten ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt. •

Krakeend: het gebied heeft voor de krakeend onder andere een functie als foerageergebied. De krakeend heeft een voorkeur voor ondiepe, voedselrijke (eutrofe) zoete wateren. De krakeend foerageert vaak bij of op harde oeversubstraten zoals strekdammen, vooroeververdedigingswerken en betonwanden (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor krakeenden is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn krakeenden ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Wintertaling: het gebied heeft voor de wintertaling onder andere een functie als foerageergebied. Het leefgebied van de wintertaling beslaat zowel zoete als zoute wateren. Een belangrijke voorwaarde voor de soort is dynamiek in de water-land overgang (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt ook dat de soort verspreid in het hele Natura 2000-gebied is waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor wintertalingen is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn wintertalingen ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Pijlstaart: het gebied heeft voor de pijlstaart een functie als slaapplaats. Er komen in het gebied enkele honderden vogels voor die deels ergens anders foerageren. De pijlstaart leeft in zowel zoete als zoute wateren. De vogels rusten overdag op open water en leggen grotere afstanden af om geschikte akkers te vinden om te foerageren. Omdat ze graag foerageren op pionierplanten en de daarin levende bodemfauna in een vochtige tot natte omgeving, vertonen de pijlstaarten voorkeur voor gebieden met dynamiek (door getij of peilfluctuaties) (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt ook dat de soort voornamelijk is waargenomen in het zuidoostelijk deel van het Natura 2000-gebied (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor pijlstaarten is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn pijlstaarten ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt.

•

Slobeend: het gebied heeft voor de slobeend voornamelijk een functie als foerageergebied. De slobeend komt voornamelijk op zoet water voor. De vogel foerageert in zoetwatermoerassen, natte natuurgebieden, rivierarmen, plassen en meren (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV,

40

2008a). Uit NDFF-gegevens blijkt ook dat de soort voornamelijk is waargenomen in het zuidoostelijk en noordoostelijk deel van het Natura 2000-gebied (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Voor slobeenden is het niet noodzakelijk om de hoogspanningsverbinding (een deel van het jaar) dagelijks te kruisen omdat leefgebieden van de populatie van deze soort zich aan dezelfde kant van de hoogspanningsverbinding bevinden. Daarmee zijn structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde. In het onderzoek van Tauw (2017b) zijn slobeenden ook niet genoemd als een soort die de verbinding structureel overvliegt. •

Meerkoet: het gebied heeft voor de meerkoet voornamelijk een functie als foerageergebied. Het leefgebied van de meerkoet kent een grote verscheidenheid aan waterrijke gebieden. Ze zijn gebonden aan ondiepe wateren. Meerkoeten slapen en zoeken voedsel in hetzelfde gebied (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De soort is verspreid in het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019). Deze soort kent geen dagelijkse vliegbewegingen waardoor structurele vliegbewegingen van individuen uit de populatie van het Natura 2000-gebied langs de hoogspanningsverbinding niet aan de orde zijn (Tauw, 2017c).

•

Kluut: het gebied heeft voor de kluut met name een functie als foerageergebied. Kluten zoeken in ondiep water en losse, slikkige bodems naar kleine kreeftachtigen, insecten en wormen (Ministerie van ELI, 2010a; Ministerie van LNV, 2008a). De kluut is voornamelijk in het zuidelijk deel van het Natura 2000-gebied waargenomen (NDFF, d.d. 29 augustus 2019).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11012008/1