CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 19- MER-Deelrapport-4-Passende-Beoordeling-Zuid-West 380 kV-Oost

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV45.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding

5

1.1 Een nieuwe hoogspanningsverbinding 1.2 Het Milieueffectrapport 1.3 Leeswijzer Deelrapport 4

5 6 7

Deel A

9

Deel B

313

Review Passende beoordeling stikstof hoogspanningsleiding Zuid-West 380 kV Oost

581

Verwerking review Ecologische beoordeling stikstof ZW380kV Oost

600

3

4

1. Inleiding 1.1 Een nieuwe hoogspanningsverbinding TenneT TSO B.V., de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, heeft het voornemen een nieuwe 380 kilovolt (kV) hoogspanningsverbinding in Zuidwest-Nederland aan te leggen. Deze verbinding transporteert elektriciteit van de productielocaties in Zeeland en op zee naar Tilburg, vanwaar verder transport via de landelijke 380kV ring plaatsvindt. De aanleg van deze 380kV-hoogspanningsverbinding is nodig om nu en in de toekomst te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Het voornemen om een nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Borssele en Tilburg aan te leggen is al meer dan 10 jaar geleden aangekondigd: in 2009 is de Startnotitie over dit project uitgebracht. Aanvankelijk was dit één groot project. De bouw van het 380 kV-hoogspanningsstation bij Rilland bracht hier verandering in. De besluitvorming en bouw van de verbinding aan weerszijden van dit station is vervolgens afzonderlijk opgepakt. Over het westelijke deel van de verbinding, tussen Borssele en Rilland, heeft besluitvorming plaatsgevonden. De aanleg van dit gedeelte van de verbinding is inmiddels gestart. Momenteel vindt besluitvorming over het nieuwe 380kV-hoogspanningsstation ten noorden van Tilburg plaats, de realisatie hiervan wordt momenteel voorbereid.

Dit station is namelijk zo snel mogelijk nodig om de ontwikkeling van de belasting en de duurzame productie in Brabant op te kunnen vangen. De planvorming van de 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg is nu zo ver gevorderd, dat hierover besluitvorming kan plaatsvinden. De ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bepalen waar de nieuwe verbinding komt te liggen en hoe deze eruit komt te zien. De ministers leggen hun keuze vast in een Rijksinpassingsplan. Hiermee wordt de hoogspanningsverbinding planologisch mogelijk gemaakt. Omdat het Rijksinpassingsplan een besluit is over de aanleg van een nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding in Nederland met een spanning van meer dan 220kV én een lengte van meer dan 15 km, is het verplicht een m.e.r.-procedure te doorlopen en een Milieueffectrapport (MER) op te stellen. Dit volgt uit bijlage C, categorie 24 van het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast is ook sprake van een plan in de zin van de Wet Natuurbescherming, waarvoor een Passende Beoordeling nodig is. Ook dit leidt tot de plicht een MER op te stellen. Dit volgt uit art. 7.2a lid 1 van de Wet Milieubeheer. Het MER kent dus twee grondslagen en is hierdoor een combinatie van een plan-MER en een project-MER.

Met de informatie die is opgenomen in het MER kan het milieubelang volwaardig meegewogen worden in de besluitvorming.

5

1.2 Het Milieueffectrapport Voorliggend MER beschrijft de milieueffecten van het tracé van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen het 380 kV- hoogspanningsstation Rilland en het nieuw te bouwen 380 kV- hoogspanningsstation Tilburg. Het MER bestaat uit een aantal rapporten die verschillende aspecten van het MER in verschillende diepgang behandelen. Het Hoofdrapport van het MER beschrijft de hoofdlijnen van het project en geeft de (milieu)informatie die essentieel is voor de besluitvorming. Er zijn vier deelrapporten opgesteld waarin informatie die in het Hoofdrapport is opgenomen in meer detailniveau wordt beschreven: 1. Deelrapport 1 beschrijft de verschillende tracés die voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Rilland Tilburg die in 2017 zijn ontwikkeld, inclusief hun milieueffecten. In dit deelrapport wordt ook ingegaan op de meest milieuvriendelijke tracés die zijn ontwikkeld. 2. In 2017 is het Voorgenomen tracé voor de nieuwe verbinding bepaald. In Deelrapport 2 staat dit tracé centraal, inclusief de milieueffecten hiervan. Dit deelrapport gaat ook in op mogelijke optimalisaties van het tracé. 3. In Deelrapport 3 staat het Voorkeursalternatief met de milieueffecten hiervan centraal. 4. Deelrapport 4 betreft de Passende Beoordeling die is uitgevoerd. Het Hoofdrapport en de Deelrapporten omvatten veel informatie.

Daarom is een Samenvatting opgesteld die het Voorkeursalternatief en de milieueffecten hiervan kernachtig beschrijft. Onderstaand schema geeft de opbouw van het MER weer, met de onderwerpen die in de verschillende deelrapporten aan de orde komen.

Samenvatting Hoofdrapport

Deelrapport 1

Deelrapport 2

Deelrapport 3

Deelrapport 4

De Essentie van het MER

Tracéalternatieven

Het voorgenomen Tracé

Het voorkeursalternatief

Passende beoordeling

• Inleiding

• Inleiding

• Inleiding

• Inleiding

• Inleiding

• Nut en Noodzaak

• Ontwerpproces

• Voorgenomen Tracé

• Voorkeursalternatief

Deel A: Passende

• Voorgenomen activiteit

• Alternatieven en varianten

- Totstandkoming

- Totstandkoming

beoordeling Wet

- Tracé

- Mastkeuze

natuurbescherming

- Milieueffecten

- Tracé

• Aanwezigheid kwalificerende natuurwaarden

• Voorkeursalternatief - Totstandkoming - Tracé • Milieueffecten - Leefomgevingskwaliteit - Landschap en cultuurhistorie - Natuur - Bodem en water - Archeologie - Ruimtegebruik • Tijdelijke verbindingen • Passende Beoordeling • Mitigerende maatregelen

- Blauw - Geel - Paars - Rood • Milieueffecten - Leefomgevingskwaliteit - Landschap en cultuurhistorie - Natuur - Bodem en water - Archeologie - Ruimtegebruik • Aansluiting deelgebieden • Meest milieuvriendelijk Alternatief

• Optimalisatie

• Milieueffecten, inclusief

- Rilland Markiezaat

vergelijking met het

- Brabantse Wal

Voorgenomen tracé

• Effecten

- Bergen op Zoom

- Leefomgevingskwaliteit

• Toetsing

- Roosendaal Halderberge

- Landschap en cultuurhistorie

• Conclusie

- Oud Gastel Standdaarbuiten

- Natuur

- Moerdijk Zevenbergschen Hoek

- Bodem en water

Deel B: Ecologische beoordeling stikstofdepositie

- Hooge Zwaluwe

- Archeologie - Ruimtegebruik

• Effectbeoordeling stikstofdepositie

- Geertruidenberg - ‘s Gravenmoer - Bosroute

• Effectbeoordeling habitattypen • Beoordeling cumulatie

• Leemten in kennis

• Conclusie

• Monitoring en evaluatie • Procedure en besluitvorming

6

1.3 Leeswijzer Deelrapport 4 Deelrapport 4 bevat de Passende Beoordeling die door ARCADIS is uitgevoerd voor ZW380 Oost. Deze Passende Beoordeling bestaat uit twee delen: deel A en deel B. Deel A bevat een beoordeling in het kader van de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming en beschrijft de effecten op Natura 2000-gebieden en de gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de relevante Natura 2000-gebieden. Deel B geeft een uitgebreide toelichting op de effecten van stikstofdepositie als gevolg van de tijdelijke activiteiten voor de aanleg van de verbinding ZW380 Oost.

7

8

10

Inhoudsopgave 1. Inleiding

13

2. Projectomschrijving

15

3. Methodiek

18

4. Afbakening van effecten

21

4.1.1. Ruimtebeslag

21

4.1.2. Toename geluid, trilling en beweging

21

4.1.3. Toename verlichting

22

4.1.4. Toename stikstofdepositie

22

4.1.5. Hydrologische effecten

23

4.2 Gebruiksfase (permanente effecten)

23

4.2.1. Ruimtebeslag

23

1.1 Aanleiding 1.2 Doel van Passende Beoordeling 1.3 Opbouw van het rapport

13 13 13

2.1 Aanpassingen aan hoogspanningsverbindingen 2.2 Werkzaamheden

3.1 Beoordelingskader 3.2 Methode 3.3 Uitgangspunten

15 16

18 19 20

4.1 Aanlegfase

21

4.2.2. Verandering aantal draadslachtoffers

23

4.3 Reikwijdte van effecten

25

4.3.1. Relevante effecten

25

4.3.2. Verandering aantal draadslachtoffers

25

4.3.3. Relevante Natura 2000-gebieden en reikwijdte van effecten

26

5. Aanwezigheid kwalificerende natuurwaarden

29

5.1.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels

29

5.2 Zoommeer

32

5.2.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels

32

5.1 Brabantse Wal

29

5.2.2. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

33

5.3 Markiezaat

37

5.3.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels

37

5.3.2. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

38

5.4 Krammer-Volkerak

43

5.4.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels

43

5.4.2. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

43

5.5 Hollands Diep

46

5.5.1. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels

46

5.5.2. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

47

5.6 Biesbosch

51

5.6.1. Habitatrichtlijnsoorten

51

5.6.2. Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels

52

11

5.6.3. Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels

52

5.7 Samenvatting aanwezigheid

55

6. Effecten

57

6.1.1. Brabantse Wal: Geluid, trilling en beweging en verlichting

57

6.1 Toename verstoring

57

6.1.2. Biesbosch: Verlichting

58

6.2 Verandering aantal draadslachtoffers

59

6.2.1. Brabantse Wal

60

6.2.2. Zoommeer

61

6.2.3. Markiezaat

61

6.2.4. Krammer-Volkerak

62

6.2.5. Hollands Diep

62

6.2.6. Biesbosch

62

6.3 Conclusie

63

7. Toetsing

64

7.2.1. Brabantse Wal

64

7.2.2 Biesbosch

66

7.3 Mitigerende maatregelen

68

7.3.1 Brabantse Wal

68

7.1 Inleiding 7.2 Toetsing van effecten aan instandhoudingsdoelstellingen

64 64

7.3.2 Biesbosch

69

7.4 Cumulatie

69

8. Conclusie

70

Bronnen

72

Bijlage A: Wijzigingen tracé

75

Bijlage B: Instandhoudingsdoelstellingen relevante Natura 2000-gebieden

79

8.1 Samenvatting 8.2 Vergunning Wet natuurbescherming

70 70

12

1. Inleiding 1.1 Aanleiding TenneT TSO B.V., de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, heeft het voornemen een nieuwe 380 kilovolt (kV) hoogspanningsverbinding in Zuidwest-Nederland aan te leggen. Het betreft de realisatie van het tracédeel vanaf station Rilland naar de landelijke ring bij Tilburg. Deze verbinding transporteert elektriciteit van productielocaties in Zeeland naar Tilburg, waar verder transport via de landelijke 380kV-ring plaatsvindt. De aanleg van de nieuwe hoogspanningsverbinding is nodig om nu en in de toekomst te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen voor leveringszekerheid van elektriciteit. TenneT heeft dit voornemen in 2009 bekend gemaakt. De besluitvorming over het project en realisatie ervan vindt in verschillende onderdelen plaats: •

Over het deel van de verbinding tussen Borssele en Rilland heeft besluitvorming plaatsgevonden; de aanleg van dit gedeelte van de verbinding is momenteel in voorbereiding.

•

Momenteel vindt besluitvorming plaats over het nieuwe 380kV-hoogspanningsstation ten noorden van Tilburg; de realisatie hiervan wordt momenteel voorbereid.

•

De planvorming van de verbinding tussen Rilland en Tilburg is nu zo ver gevorderd, dat hierover besluitvorming kan plaatsvinden.

Om de hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk te maken wordt een Rijksinpassingsplan voorbereid door de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK). In de aanloop naar dit Rijksinpassingsplan en voor het MER zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. In de voorbereiding van het opstellen van dit inpassingsplan vindt overleg plaats met onder andere gemeenten en andere belanghebbenden. Dit document betreft de Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming.

1.2 Doel van Passende Beoordeling De Passende Beoordeling dient als plantoets ten behoeve van het inpassingspan maar is mede opgesteld ten behoeve van de vergunningaanvraag in het kader van de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). De Passende Beoordeling richt zich op de mogelijke effecten tijdens de aanleg- en gebruiksfase van Zuid-West 380kV tracé Rilland-Tilburg (hierna ZW380 Oost). Dit rapport is een beoordeling in het kader van de gebiedsbescherming van de Wnb en richt zich alleen op de effecten op Natura 2000-gebieden en de gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de relevante Natura 2000-gebieden.

1.3 Opbouw van het rapport Het onderzoek dat is gedaan voor de Passende Beoordeling gaat uit van een zogenoemd trechteringsprincipe. Nadat het beoordelingskader is beschreven worden relevante zaken zodanig ingekaderd dat alleen datgene wat relevant is voor de planprocedure van het Rijksinpassingsplan en later een vergunning in het kader van de Wnb overblijft. In deze Passende Beoordeling worden zeven stappen genomen (stap I tot en met VII). Stap I t/m IV vormen een zogenoemde Voortoets. De stappen V t/m VII vormen de Passende Beoordeling. De uitkomst van elke genomen stap vormt de input van de volgende stap. Alle niet-relevante zaken worden op deze manier geëlimineerd totdat alleen relevante zaken (waarden waar effecten op voorzien zijn) overblijven. In Figuur 1 is deze trechtering schematisch weergegeven. Aan het begin van elk hoofdstuk is het voor dat hoofdstuk relevante deel van het schema weergegeven.

13

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

Figuur 1 Schematische weergave van de opbouw van deze Passende Beoordeling en de relevante vragen voor de trechtering.

Figuur 1 Schematische weergave van de opbouw van deze Passende Beoordeling en de relevante vragen voor de trechtering.

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

6 van 77

14

2. Projectomschrijving PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

2

PROJECTOMSCHRIJVING

In dit hoofdstuk is het project omschreven. Dit is stap I van de toetsing: hoe ziet het plan er uit?

In dit hoofdstuk is het project omschreven. Dit is stap I van de toetsing: hoe ziet het plan er uit?

2.1

Aanpassingen aan hoogspanningsverbindingen

TenneT voorziet in een nieuwe 380kV-verbinding. Het realiseren van de nieuwe verbinding gaat gepaard met het combineren, aanpassen en amoveren van bestaande verbindingen. Hierin is echter niet over de 2.1 Aanpassingen aan hoogspanningsverbindingen volledige lengte van het tracé eenzelfde aanpassing gemaakt, maar leiden verschillende bestaande situaties tot verschillende inrichtingen. In Figuur 2 is een overzicht van 15 onderscheidende situaties weergegeven. De onderscheidde deelverbindingen zijn gekozen op basis van landschapsmorfologie. Hieronder volgt een TenneT voorzietvan in een 380kV-verbinding. Hetinrealiseren van de verbindingbeschrijving gaat gepaard samenvatting dezenieuwe 15 onderscheidende situaties, Bijlage A staat denieuwe meer uitgebreide per deeltracé: met het combineren, aanpassen en amoveren van bestaande verbindingen. Hierin is echter niet over de

volledige lengte van het tracé eenzelfde aanpassing gemaakt, maar leiden verschillende bestaande 1. Huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd. situaties tot verschillende inrichtingen.wordt In Figuur 2 is een overzicht van 15 onderscheidende situaties 2. Huidige hoogspanningsverbinding vervangen door een kabelverbinding. Oude verbinding wordt weergegeven. De onderscheidde deelverbindingen zijn gekozen op basis van landschapsmorfologie. geamoveerd; 150kV komt gedeeltelijk in ander kabelbed. 3. Huidige hoogspanningsverbinding Oude verbinding wordt Hieronder volgt een samenvatting vanwordt dezevervangen. 15 onderscheidende situaties, ingeamoveerd. Bijlage A staat de meer 4. Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding (150kV) wordt vervangen door een kabelverbinding. uitgebreide beschrijving per deeltracé: Oude verbinding wordt geamoveerd. Daarnaast wordt een nieuwe verbinding 380kV gerealiseerd. vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd. 1. 5.Huidige Huidigehoogspanningsverbinding hoogspanningsverbindingenwordt blijft gehandhaafd en een nieuwe verbinding wordt gerealiseerd.  HHuidige uidige hoogspanningsverbinding wordt blijft vervangen door een verbinding 2. 6. 380kV-hoogspanningsverbinding gehandhaafd. De kabelverbinding.

bestaande 150kV Oude verbinding wordt wordt gecombineerd150kV met nieuwe 380kV en deinoude verbinding wordt geamoveerd. geamoveerd; komt gedeeltelijk ander kabelbed. 7. Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding wordt gereconstrueerd op een andere locatie. De bestaande 3. Huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd. 150kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. racékomt waareen de huidige hoogspanningsverbinding (150kV) wordt vervangen door een kabelverbinding. 4.  THier tijdelijke 380kV-verbinding ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit Oude verbinding wordt geamoveerd. een nieuwe verbinding 380kV gerealiseerd. betreft masten met de helft aan aantal Daarnaast draden vanwordt de bestaande verbinding. 380kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd. 150kV verbinding wordt HHuidige uidige hoogspanningsverbindingen blijftblijft gehandhaafd en De eenbestaande nieuwe verbinding wordt gerealiseerd. 5. 8. gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. De aansluiting met het station Moerdijk gebeurt 6.  Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding wordt met een korte kabelverbinding. met nieuwe 380kV en de oude verbinding wordt geamoveerd. 9.gecombineerd Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd.

De bestaande 150kV verbinding wordt en de oude verbinding wordtwordt geamoveerd. De aansluiting metandere het station Moerdijk en uidige 380kV-hoogspanningsverbinding gereconstrueerd op een locatie. De bestaande 7. Hgecombineerd Zevenbergschenhoek gebeurt met een korte kabelverbinding. 150kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Hier komt een 10.Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding wordt gereconstrueerd op een andere locatie. De bestaande tijdelijke 380kV-verbinding ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft 150kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. masten meteen de tijdelijke helft aan380kV-verbinding aantal draden van bestaande Hier komt ten de behoeve van deverbinding. ombouw van de bestaande verbinding. Dit met een gelijk aantal dradenblijft als de bestaande verbinding. uidige masten 380kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding wordt 8.  Hbetreft 11.Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. De aansluiting met het station Moerdijk gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. gebeurt met een korte kabelverbinding. Hier komt een tijdelijke 380kV-verbinding ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding.

Dit uidige masten 380kV-hoogspanningsverbinding blijftvan gehandhaafd. bestaande 150kV verbinding wordt 9.  Hbetreft met de helft aan aantal draden de bestaandeDe verbinding. 12. Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijftgeamoveerd. gehandhaafd.De De aansluiting bestaande 150kV verbinding naar gecombineerd en de oude verbinding wordt met het station Moerdijk en Roosendaal en Tilburg West wordt gecombineerd en de oude verbindingen worden geamoveerd. De Zevenbergschenhoek gebeurt met een korte kabelverbinding. verbinding naar Breda (haakse kruising) wordt gedeeltelijk verkabeld. HHuidige uidige 380kV-hoogspanningsverbinding wordt gereconstrueerd op een 150kV andereverbinding locatie. De bestaande 10.13. 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande wordt 150kV verbinding gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Hier komt een gecombineerd en wordt de oude verbinding wordt geamoveerd. 14. Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. Dede bestaande 150kV verbinding tijdelijke 380kV-verbinding ten behoeve van de ombouw van bestaande verbinding. Ditwordt betreft gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Er worden kabels aangelegd richting Oosteind masten met een gelijk aantal draden als de bestaande verbinding. en Tilburg-West en amoveren verbinding tot aan Tilburg-West. 11.

Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding wordt 15.Huidige 380kV hoogspanningsverbinding wordt gereconstrueerd op een andere locatie. De bestaande gecombineerd en de oude verbinding wordt Hier komt een tijdelijke 380kV-verbinding ten 150kV-verbinding wordt gecombineerd en de geamoveerd. oude verbinding wordt geamoveerd. behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft masten met de helft aan aantal draden van de bestaande Onze referentie: D10010204:66 - Datum: verbinding. 6 september 2021

7 van 77

12. Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding naar Roosendaal en Tilburg West wordt gecombineerd en de oude verbindingen worden geamoveerd. De verbinding naar Breda (haakse kruising) wordt gedeeltelijk verkabeld. 13. Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd.

15

14. Huidige 380kV-hoogspanningsverbinding blijft gehandhaafd. De bestaande 150kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Er worden kabels aangelegd richting Oosteind en Tilburg-West en amoveren verbinding tot aan Tilburg-West. 15. Huidige 380kV hoogspanningsverbinding wordt gereconstrueerd op een andere locatie. De bestaan-

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING deA]150kV-verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. [DEEL

Figuur 2: Overzicht nieuwe hoogspanningsverbinding ZuidWest 380kv-Oost tussen Rilland en Tilburg.

Figuur 2: Overzicht nieuwe hoogspanningsverbinding ZuidWest 380kv-Oost tussen Rilland en Tilburg.

2.2

Werkzaamheden

Deze werkzaamheden vinden niet tegelijkertijd over de gehele lengte van het tracé plaats. Op één of 2.2 locaties Werkzaamheden meerdere wordt gewerkt en de werkzaamheden schuiven langs het tracé op. De werkzaamheden, niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde, zijn als volgt: • Vrijmaken ruimte voor tijdelijke wegen en bouwterrein, sloop en bouw van verbindingen. werkzaamheden vinden niet tegelijkertijd over de gehele lengte van het tracé plaats. Op één of •Deze Bouw nieuw 150kV hoogspanningsstation • Aanpassingen aan bestaande 150kV hoogspanningsstations meerdere locaties wordt gewerkt en de werkzaamheden schuiven langs het tracé op. De werkzaamhe• Uitvoeren ondergrondse kabelverbinding in open ontgraving •den, Uitvoeren boring: niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde, zijn als volgt: • Aanleg van intrede- en uittredepunt. Vrijmaken ruimte voor tijdelijke wegen en bouwterrein, sloop en bouw van verbindingen. • • Uitleggen buis. Bij het afpompen bij het hoogspanningsstation in- en uittredepunt wordt water meteen teruggebracht in het gebied waardoor nieuw 150kV • • Bouw de grondwaterstand niet daalt. Aanpassingen aan bestaande 150kV hoogspanningsstations • • Bouw nieuwe gecombineerde verbinding: ondergrondse kabelverbinding open verharding) ontgraving • • Uitvoeren Aanleggen werkwegen en werkterrein (geotextiel /in tijdelijke per mast.

Aanbrengenboring: funderingspalen (mogelijk door heien). • • Uitvoeren • Ontgraven bouwput per mast. Aanleg van intrede- en uittredepunt. • -Aanbrengen fundering. • -Aanvoer mast in delen. Uitleggen buis. • Plaatsen masten met een kraan. Bij het afpompen • -Aanbrengen isolatoren. bij het in- en uittredepunt wordt water meteen teruggebracht in het gebied • Indien nodig bouwen van jukken. waardoor de grondwaterstand niet daalt. • Aanbrengen trekdraad. Intrekken geleiders. nieuwe gecombineerde verbinding: • • Bouw • Indien van toepassing: sloop verbinding: - Aanleggen werkwegen en werkterrein (geotextiel / tijdelijke verharding) per mast. • Verwijderen geleiders. Aanbrengen funderingspalen (mogelijk door heien). • -Demonteren masten. • -Afvoeren masten. Ontgraven bouwput per mast. • Vrijleggen mastvoeten (graven). Aanbrengen fundering. • -Verwijderen bovenste deel fundering (tot 2 m diepte). • Aanvullen gaten rond mastvoeten/herstel bouwvoor. - Aanvoer mast in delen. • Opruimen: - Plaatsen masten met een kraan. • Verwijderen tijdelijke verharding en geotextiel. • -Herstel oude maaiveld, watergangen en dergelijke. Aanbrengen isolatoren. • Eventueel inzaaien.

- Indien nodig bouwen van jukken.

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

8 van 77

- Aanbrengen trekdraad. - Intrekken geleiders.

16

•

Indien van toepassing: sloop verbinding: - Verwijderen geleiders. - Demonteren masten. - Afvoeren masten. - Vrijleggen mastvoeten (graven). - Verwijderen bovenste deel fundering (tot 2 m diepte). - Aanvullen gaten rond mastvoeten/herstel bouwvoor.

•

Opruimen: - Verwijderen tijdelijke verharding en geotextiel. - Herstel oude maaiveld, watergangen en dergelijke. - Eventueel inzaaien.

17

3. Methodiek 3.1 Beoordelingskader Beschermde gebieden De Wnb kent voor de Natura 2000-gebieden een toetsingskader. De bescherming van het NNN verloopt via het provinciale ruimtelijke beleid. Ten aanzien van de bescherming van bijzondere nationale en provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen is in de Wnb geen regeling opgenomen. Provincies kunnen -wanneer zij een dergelijk gebied aan zouden wijzen- daarvoor zelf een regeling opstellen. Regels ten aanzien van de bescherming van Natura 2000-gebieden De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst Natura 2000-gebieden aan. In ieder besluit tot aanwijzing van een Natura 2000-gebied zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied beschreven. Daarbij gaat het in ieder geval om instandhoudingsdoelen ten aanzien van de leefgebieden van vogels, voor zover nodig ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of ten aanzien van habitats en habitats van soorten, voor zover nodig ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. Op de aanwijzing of wijziging van de aanwijzing van gebieden is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (deze besluiten staan dus open voor bezwaar en beroep), tenzij het een wijziging van ondergeschikte aard is (artikel 2.1).

Gedeputeerde staten - en in bepaalde gevallen het Ministerie van LNV - zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen ten aanzien van de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten ook -indien daar aanleiding voor bestaat- passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen (artikel 2.2). Daarnaast moet er voor ieder Natura 2000-gebied een beheerplan worden opgesteld (artikel 2.3). Beoordeling Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Voor deze projecten wordt de vergunning alleen verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens op inzichten op kan leveren.

Wanneer de zekerheid dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast niet is verkregen, mag de vergunning alleen worden verleend wanneer er geen alternatieve oplossing is, er een dwingende reden van groot openbaar belang wordt gediend en er compenserende maatregelen worden getroffen (de ADC-toets). Wanneer er sprake is van significante gevolgen voor een prioritair habitat of prioritaire soort en de dwingende reden van groot openbaar belang is een reden van sociale of economische aard, dient in aanvulling op de ADC-toets door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een advies gevraagd te worden aan de Europese Commissie voordat de vergunning wordt verleend. De te nemen compenseren maatregelen moeten onderdeel uitmaken de vergunning voor het betreffende project. Een eventueel in te richten compensatiegebied dient de status van Natura 2000-gebied te krijgen (artikel 2.7 lid 2 en lid 3 en 2.8 lid 1-8).

18

3.2 Methode Gezien de verschillende aard van kwalificerende natuurwaarden worden de volgende methoden toegepast in het rapport. Afbakening In het eerste deel van het rapport worden de effecten afgebakend. Aan de hand van de projectbeschrijving wordt bepaald welke effecten mogelijk optreden. Vervolgens wordt beschreven wat de reikwijdte van die effecten is. Aan de hand daarvan is te bepalen welke Natura 2000-gebieden relevant zijn voor de toetsing. In de vervolgtoetsing (Passende Beoordeling) wordt specifiek gekeken voor de Natura 2000-gebieden binnen de reikwijdte welke effecten optreden op de kwalificerende habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten. Beoordeling habitattypen Voor habitattypen wordt kwantitatief bepaald welk ruimtebeslag is voorzien. Vervolgens wordt de afname gerelateerd aan de huidige staat van instandhouding en wat de afname betekent voor het behalen van de instandhoudingsdoelstelling. Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Voor Habitatrichtlijnsoorten wordt bepaald of de populatie afneemt door directe effecten als doden of verstoren maar ook indirect door afname van leefgebied. Deze beoordeling is kwalitatief en waar mogelijk ook kwantitatief en aan de hand van de beoordeling wordt gekeken of de instandhoudingsdoelstelling in gevaar komt.

Wanneer de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar komen, is er sprake van een significant negatief effect. Beoordeling Vogelrichtlijnsoorten: broedvogels Voor broedvogels wordt bepaald of de populatie afneemt door directe effecten als doden of verstoren maar ook indirect door afname van leefgebied. Deze beoordeling is kwalitatief en waar mogelijk ook kwantitatief. Aan de hand van de beoordeling wordt gekeken of de instandhoudingsdoelstelling in gevaar komt. Wanneer de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar komen, is er sprake van een significant negatief effect. Beoordeling Vogelrichtlijnsoorten: niet-broedvogels Het beoordelen van effecten op niet-broedvogels uit Natura 2000-gebieden gebeurt door te kijken naar: •

of populaties zich in of nabij werkgebieden bevinden en daarom hinder ondervinden van de werkzaamheden;

•

welke kwalificerende vogelsoorten mogelijk een effect ondervinden van de nieuwe hoogspanningsverbinding. Dit is bepaald door van populaties te onderzoeken of deze de oude en de nieuwe verbinding passeren;

•

vervolgens is kwalitatief bepaald er een invloed is op de populatie van het Natura 2000-gebied voor de kwalificerende vogels waarvoor een effect is voorzien.

19

3.3 Uitgangspunten Voor de toetsing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

In dit rapport wordt beoordeeld in welke Natura 2000-gebieden een effect te verwachten is. Vervolgens richt de beoordeling zich op de Natura 2000-gebieden en de natuurwaarden en populaties van deze beschermde natuurgebieden. De Passende beoordeling verschilt hierin wezenlijk van een beoordeling aan de soortbescherming van de Wnb, waarin een meer algemene uitspraak over vogelpopulaties in Nederland wordt gedaan.

•

Over het gehele tracé is in de huidige situatie een bliksemdraad aanwezig. Ook in de toekomstige situatie is langs de volledige lengte voorzien in een bliksemdraad.

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING Voor de toetsing is uitgegaan dat over de gehele lengte van het nieuwe tracé geen retourstroomge• [DEEL A]

leider wordt gerealiseerd.

•

Voor de toetsing wordt uitgegaan dat opgaande begroeiing langs het tracé wordt verwijderd.

Op termijn wordt per locatie gekeken waar dit ook echt nodig is. • 3.3 Uitgangspunten

Voor beoordelingen in het kader van gehanteerd: de gebiedsbescherming van de Wnb is het nodig om uit te • Voor de toetsing zijn de volgende uitgangspunten • In gaan dit rapport wordt beoordeeld in welke Natura 2000-gebieden een dat effecthet te verwachten Vervolgensduidelijk is. In van een worst case benadering op het moment effect nietis.helemaal richt de beoordeling zich op de Natura 2000-gebieden en de natuurwaarden en populaties van deze geval geen significant negatief effect is voorzien in de worst case,van dan voor andere scenario’s die beschermde natuurgebieden. De Passende beoordeling verschilt hierin wezenlijk eenisbeoordeling aan de soortbescherming van de Wnb, waarin een meer algemene uitspraak over vogelpopulaties in een kleiner effect hebben, het effect ook uit te sluiten. In het rapport wordt daar waar relevant Nederland wordt gedaan. • Over het gehele tracé in demee huidige situatie een bliksemdraad aanwezig. Ook in de toekomstige situatie aangegeven hoeishier wordt omgegaan. is langs de volledige lengte voorzien in een bliksemdraad. Voor dit rapport is gebruik gemaakt vanlengte het veldonderzoeken en informatie aangeleverd door •• Voor de toetsing is uitgegaan dat over de gehele van het nieuwe tracé geen retourstroomgeleider wordt gerealiseerd. TenneT, zoals opgenomen in de bronnenlijst.

• Voor de toetsing wordt uitgegaan dat opgaande begroeiing langs het tracé wordt verwijderd. de toetsing niet gekeken uitgegaan hetecht toepassen • OpBij termijn wordt peris locatie waarvan dit ook nodig is. van draadmarkeringen. Deze zijn in de huidige • Voor beoordelingen in het kader van de gebiedsbescherming van de Wnb is het nodig om uit te gaan van situatie ook niet aanwezig. Indien uit de toetsing blijkt dat draadmarkering wenselijk is, wordt een worst case benadering op het moment dat het effect niet helemaal duidelijk is. In geval geen significant negatief effect is voorzienen in zal de worst case, dan is voor andere scenario’s kleiner effect draadmarkering toegepast dit als mitigerende maatregel aan die deeen vergunning moeten worden hebben, het effect ook uit te sluiten. In het rapport wordt daar waar relevant aangegeven hoe hier mee verbonden. Voor draadmarkering wordt uitgegaan van het gebruik van ‘varkenskrullen’. Er zijn wordt omgegaan. • Voor dit rapport is gebruik gemaakt van het veldonderzoeken en informatie aangeleverd door TenneT, diverse typen draadmarkering, maar ‘varkenskrullen’ zijn relatief eenvoudige voorzieningen en het zoals opgenomen in de bronnenlijst. dat deze de toepassen afname van de hoeveelheid Deze draadslachtoffers uiteen van 48% • Bijblijkt de toetsing is nieteffectief uitgegaanzijn: van het van draadmarkeringen.

zijn in de huidigeloopt situatie ook aanwezig. uit de toetsing dat draadmarkering is, wordt draadmarkering totniet 100%. Het Indien merendeel van deblijkt studies rapporteert wenselijk een afname van meer dan 70% (Tauw, 2012). toegepast en zal dit als mitigerende maatregel aan de vergunning moeten worden verbonden. Voor Een dergelijke waarde komt uit devan monitoring van de 380 Zuidring (Prinsen, 2017). draadmarkering wordt uitgegaan van ook het gebruik ‘varkenskrullen’. Er Randstad zijn diverse typen draadmarkering, maar ‘varkenskrullen’ zijn relatief eenvoudige voorzieningen en het blijkt dat deze Hoewel in die rapportage ook gesteld wordt dat de daadwerkelijke effectiviteit lastig is te valideren effectief zijn: de afname van de hoeveelheid draadslachtoffers loopt uiteen van 48% tot 100%. Het merendeel vangeen de studies rapporteert een afname van meer dan 70% (Tauw, 2012). Een dergelijke omdat er referentietellingen zijn zonder draadmarkeringen. Een afname is echter wel degelijk waarde komt ook uit de monitoring van de Randstad 380 Zuidring (Prinsen, 2017). Hoewel in die aannemelijk. rapportage ook gesteld wordt dat de daadwerkelijke effectiviteit lastig is te valideren omdat er geen zijn zonder draadmarkeringen. Een afname is echter wel degelijk aannemelijk. De voor de toetsing gebruikte gegevens van het tracé zijn weergegeven in Tabel 1.

• referentietellingen • De voor de toetsing gebruikte gegevens van het tracé zijn weergegeven in Tabel 1. Tabel 1: Gegevens die gebruikt zijn voor de toetsing.

Deelgebied

Versie

Rilland – Tilburg

Shape-files met datum 26 mei 2021, aangeleverd door TenneT op 2 juni 2021.v

Tabel 1: Gegevens die gebruikt zijn voor de toetsing.

20

4. Afbakening van effecten PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

4

AFBAKENING VAN EFFECTEN

Aanleg en gebruik van de nieuwe hoogspanningsverbinding leidt mogelijk tot effecten op Natura 2000-

Aanleggebieden en gebruik van de nieuwe hoogspanningsverbinding mogelijk totbepaald effecten op effecten Natura en bijbehorende populaties van beschermde soorten. In leidt §4.2 en §4.3 wordt welke relevant zijn voor een nadere analyse (stap II): welke aanpassingen zorgen voor een mogelijk effect?

2000-gebieden bijbehorende populaties van beschermde soorten. In §4.2enen bepaald Vervolgens en wordt de reikwijdte bepaald in §4.3 (Stap III): welke effecten zijn relevant wat§4.3 is dewordt reikwijdte.

basis van de beoogde werkzaamheden worden leidt de aanlegfase tot een tijdelijk 1) ruimtebeslag welke Op effecten relevant zijn voor een nadere analyse (stap II): welke aanpassingen zorgenenvoor een toename van 2) geluid, trilling en visuele prikkels door beweging, toename van 3) verlichting, toename van 4)

mogelijk effect? Vervolgens wordt deeffecten. reikwijdte bepaald in §4.3 (Stap welkevan effecten zijn relevant en stikstofdepositie en 5) hydrologische Effecten in de gebruiksfase zijnIII): het gevolg 6) ruimtebeslag en 7) een verandering van het aantal draadslachtoffers. Deze zeven effecten worden in dit

wat is hoofdstuk de reikwijdte. Op basis van de beoogde werkzaamheden worden leidt de aanlegfase tot een behandeld en waar relevant wordt de reikwijdte van het effect bepaald.

tijdelijk 1) ruimtebeslag en toename van 2) geluid, trilling en visuele prikkels door beweging, toename van 3) 4.1 verlichting, Aanlegfase toename van 4) stikstofdepositie en 5) hydrologische effecten. Effecten in de ge-

4.1.1zijn hetRuimtebeslag bruiksfase gevolg van 6) ruimtebeslag en 7) een verandering van het aantal draadslachtoffers. Ruimtebeslag betreft de fysieke bedekking van een oppervlaken door het project. Ruimtebeslag ten kostevan het Deze zeven effecten worden in dit hoofdstuk behandeld waar relevant wordt de kan reikwijdte gaan van de huidige natuurwaarden die aanwezig zijn of leiden tot verlies van de functie die het gebied heeft

effect bepaald. voor soorten die in de omgeving voorkomen. Ruimtebeslag kan leiden tot vermindering van natuurwaarden

en verkleining van het leefgebied. Ruimtebeslag is relevant voor alle natuurwaarden die zich binnen de begrenzing van het ruimtebeslag bevinden. Hierbij gaat het niet alleen om de daadwerkelijke aanwezigheid, maar ook om de functie die de delen binnen het ruimtebeslag hebben voor soorten.

4.1Ruimtebeslag Aanlegfase beperkt zich tot het gebied waar de werkzaamheden plaatsvinden. Het enige Natura 2000-

gebied waar het tracé doorheen loopt is Brabantse Wal. Hier wordt het tracé geboord vanaf buiten de rand van het gebied en is alleen sprake van een ondergrondse ligging van de verbinding. Daarmee is geen

4.1.1.sprake Ruimtebeslag van ruimtebeslag tijdens de aanlegfase. Daarnaast wordt de bestaande verbinding binnen het gebied

geamoveerd. Daarbij werkzaamheden in het gebied plaats endoor is sprake positief ruimtebeslag, kan ten Ruimtebeslag betreft devinden fysieke bedekking van een oppervlak het van project. Ruimtebeslag omdat op de locatie van de masten uitbreiding van natuurwaarden mogelijk is. Dit wordt niet meegenomen in

koste gaan van omdat de huidige natuurwaarden die aanwezig zijn of leiden tot verlies vanwel degetoetst functie die het de toetsing niet bekend is welke natuurwaarden zich ontwikkelen. Het amoveren wordt

(2 & 3).die Ruimtebeslag op Naturavoorkomen. 2000-gebieden is uitgesloten. Dit effect is in de gebiedonder heeftverstoring voor soorten in de omgeving Ruimtebeslag kan leiden totvolgende vermindering van beoordeling niet meegenomen.

natuurwaarden en verkleining van het leefgebied. Ruimtebeslag is relevant voor alle natuurwaarden die

4.1.2de begrenzing Toename trilling en beweging zich binnen vangeluid, het ruimtebeslag bevinden. Hierbij gaat het niet alleen om de daadwerwerkzaamhedenmaar leidenook tot een van geluid bewegingen door van materieel.hebben Bij kelijkeDe aanwezigheid, omtoename de functie die deendelen binnen hetinzet ruimtebeslag voor verstoring door werkzaamheden is vaak niet te onderscheiden of de verstoring wordt veroorzaakt door

soorten. geluid, trilling of beweging. Deze vormen van verstoring treden tegelijkertijd op. De veroorzaakte verstoring

is dan ook een combinatie van geluid, trilling en beweging die leidt tot een reactie. Geluid, trilling en optische Ruimtebeslag beperkt zich tot het gebied waar de werkzaamheden plaatsvinden. Het enige Natura prikkels zijn belangrijke factoren in de verstoring van fauna. Verstoring kan leiden tot stress en/of

vluchtgedrag Dit kan vervolgens tot het verlaten vanwordt het leefgebied of bijvoorbeeld 2000-gebied waarvan hetindividuen. tracé doorheen loopt is leiden Brabantse Wal. Hier het tracé geboord vanaf buiten een afname van het reproductieproces. Er kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continue

de rand van het gebied en is alleen sprake van een ondergrondse ligging van de verbinding. Daarmee verstoring door bijvoorbeeld geluid. Diersoorten zijn gevoelig voor verstoring. is geen sprake van ruimtebeslag tijdens de aanlegfase. Daarnaast wordt de bestaande verbinding De werkzaamheden leiden tot een tijdelijke verandering van geluidsverstoring voor de omgeving. De

binnenaanlegwerkzaamheden het gebied geamoveerd. Daarbij vinden leiden werkzaamheden in hetover gebied plaatslengte en isvan sprake van en aanvoer van materiaal tot geluidsverstoring de volledige tracé en de werkwegen. Dit de leidtlocatie mogelijkvan tot effecten op kwalificerende die in de omgeving positiefhetruimtebeslag, omdat op de masten uitbreidingsoorten van natuurwaarden mogelijk is. voorkomen. Dit effect is daarom in de volgende beoordeling meegenomen.

Dit wordt niet meegenomen in de toetsing omdat niet bekend is welke natuurwaarden zich ontwikkelen. Het amoveren wordt wel getoetst onder verstoring (2 & 3). Ruimtebeslag op Natura 2000-gebieden is uitgesloten. Dit effect is in de volgende beoordeling niet meegenomen. Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

12 van 77

4.1.2. Toename geluid, trilling en beweging De werkzaamheden leiden tot een toename van geluid en bewegingen door inzet van materieel. Bij verstoring door werkzaamheden is vaak niet te onderscheiden of de verstoring wordt veroorzaakt door geluid, trilling of beweging. Deze vormen van verstoring treden tegelijkertijd op. De veroorzaakte verstoring is dan ook een combinatie van geluid, trilling en beweging die leidt tot een reactie. Geluid, trilling en optische prikkels zijn belangrijke factoren in de verstoring van fauna. Verstoring kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. Er kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continue verstoring door bijvoorbeeld geluid. Diersoorten zijn gevoelig voor verstoring.

21

De werkzaamheden leiden tot een tijdelijke verandering van geluidsverstoring voor de omgeving. De aanlegwerkzaamheden en aanvoer van materiaal leiden tot geluidsverstoring over de volledige lengte van het tracé en de werkwegen. Dit leidt mogelijk tot effecten op kwalificerende soorten die in de omgeving voorkomen. Dit effect is daarom in de volgende beoordeling meegenomen.

4.1.3. Toename verlichting Kunstmatige verlichting van de omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. In de huidige situatie is nabij de bebouwing en langs de weg al verlichting aanwezig. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij aangetrokken of juist verdreven worden door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Schemer- en nachtactieve dieren zijn gevoelig voor verlichting. Hierbij moet gedacht worden aan vleermuizen, maar ook kleine grondgebonden roofdieren zijn vaak nachtactief. Ook van vogels is bekend dat deze gevoelig zijn voor verstoring van licht. Het gaat hierbij om broedende (weide)vogels: de effecten zijn echter nog niet bekend. Onderzoek naar de effecten van licht is nog in volle gang, maar in dit onderzoek wordt ervan uitgegaan dat broedende en rustende vogels mogelijk hinder ondervinden van onnatuurlijke lichtbronnen. Tijdens de bouw is mogelijk voorzien in verlichting van het projectgebied. Deze verlichting heeft uitstraling naar de omgeving. Dit effect is in de beoordeling meegenomen.

4.1.4. Toename stikstofdepositie Stikstofdepositie leidt tot vermesting (verrijking) van ecosystemen via de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden). De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen, duinen en heidevelden wordt gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstofdepositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Als de stikstofdepositie boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Vooral (veelal soortenrijke) kruidenvegetaties met plantensoorten die langzaam groeien, klein en laag blijven en die zijn aangepast aan een situatie van permanent ‘voedselgebrek’ zijn gevoelig voor vermesting. Stikstofdepositie kan leiden tot verrijking van de voedselsituatie (vermesting), waardoor grotere, sneller groeiende en meer concurrentiekrachtige planten de soortenrijke vegetaties kunnen overwoekeren (verruiging). Stikstofdepositie kan ook verzurend werken, waarbij bodem en grondwater chemisch van karakter veranderen en waardoor soorten en habitattypen van basische, neutrale en zwak zure omstandigheden kunnen verdwijnen.

De oorspronkelijk aanwezige planten worden daarbij vrijwel geheel verdrongen en/of verdwijnen en er ontstaat dus een ander vegetatietype. In hoeverre en in welke mate effecten door stikstofdepositie optreden, is afhankelijk van lokale factoren als hydrologische conditie, fosforgehalten, zuurgraad en het gevoerde beheer. De toename als gevolg van bouwverkeer leidt tot een eenmalige emissie van in totaal 11,2 ton stikstof (NOx) en daarmee tot depositie, verspreid over de werkperiode. Daarbij wordt uitgegaan van een doorlooptijd van zes jaar voor de realisatie van de hoogspanningsverbinding. Omdat het hier om een eenmalige bijdrage gaat, is dit effect onder de effecten van de aanlegfase ingedeeld. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht, als aanvulling op de Wet natuurbescherming. Als gevolg van deze wet geldt er een vrijstelling op de vergunningplicht van de Wet natuurbescherming voor tijdelijke stikstofdeposities als gevolg van bouwwerkzaamheden en de bijbehorende verkeersbewegingen. De aanleg van de hoogspanningsverbinding vallen onder de vrijgestelde bouwwerkzaamheden.

22

Wel is het noodzakelijk om maatregelen te nemen om de emissie van stikstof naar de lucht te beperken. De omvang van deze maatregelen is echter niet vastgesteld. Zolang voorgaande regels gelden, is behalve het vastleggen van de emissiebeperkende maatregelen, geen nadere beoordeling of vergunningsaanvraag voor de werkzaamheden nodig in het kader van stikstofdepositie. Dit effect is in de volgende beoordeling niet meegenomen. NB: Om wel inzicht te geven in hoe stikstof inwerkt op ecosystemen en wat de gevolgen zijn van een eenmalige, lage depositie, is een aparte rapportage opgesteld. Deze is los bijgevoegd bij deze Passende beoordeling: Ecologische beoordeling stikstofdepositie ZuidWest 380kV Oost [Deel B] (Arcadis, 2021).

4.1.5. Hydrologische effecten Hydrologische effecten zijn die effecten die een verandering van de (grond)waterstanden ten opzichte van het maaiveld tot gevolg hebben. Voor het hydrologische effect zijn die soorten relevant die gevoelig zijn voor een verandering van de waterstanden. Dat gaat om soorten die afhankelijk zijn van hoge waterstanden. In dit geval moet gedacht worden aan planten met specifieke eisen aan de groeiplaats, bijvoorbeeld in moerassen en veenweides. Ook voor weidevogels geldt dat deze natte gebieden nodig hebben, omdat alleen bij hoge waterstanden de bodemfauna waar weidevogels afhankelijk van zijn, dusdanig hoog in de bodem voorkomen dat deze te bereiken tijdens het foerageren. Hydrologische effecten treden op als langere tijd geboord moet worden. Voor de duur van de boring kan het noodzakelijk zijn om water af te pompen om het werkgebied droog te houden. De hoogspanningsverbinding wordt onder het Natura 2000-gebied Brabantse Wal door geboord. Er wordt echter van uitgegaan dat bij het afpompen bij het in- en uittredepunt, water meteen wordt teruggebracht in het gebied en de grondwaterstand daarmee niet daalt. Er is derhalve geen sprake van hydrologische effecten op Natura 2000-gebieden. Dit effect is in de volgende beoordeling niet meegenomen.

4.2 Gebruiksfase (permanente effecten) 4.2.1. Ruimtebeslag Ruimtebeslag treedt al op in de aanlegfase en wordt daar behandeld. Zie §4.1.1.

4.2.2. Verandering aantal draadslachtoffers Hoogspanningsverbindingen leiden tot slachtoffers onder vogels die tegen de draden aanvliegen. Het aantal draadslachtoffers is afhankelijk van een aantal factoren, deze zijn aangegeven in Tabel 2.

23

4.2

Gebruiksfase (permanente effecten)

4.2.1

Ruimtebeslag

Ruimtebeslag treedt al op in de aanlegfase en wordt daar behandeld. Zie §4.1.1.

4.2.2

Verandering aantal draadslachtoffers

Hoogspanningsverbindingen leiden tot slachtoffers onder vogels die tegen de draden aanvliegen. Het aantal draadslachtoffers is afhankelijk van een aantal factoren, deze zijn aangegeven in Tabel 2.

Tabel 2: Factoren en invloed op het aantal draadslachtoffers bij elektriciteitsleidingen (zie voor details Tauw, 2014).

Factor

Verandering draadslachtoffers

Soort

De kans op aanvliegen is afhankelijk van de soort: lichaamsbouw bepaalt wendbaarheid. Plaatsing van ogen bepaalt in hoeverre draden kunnen worden waargenomen.

Meteorologie

Bij mist, zware bewolking, veel wind en neerslag is het aantal draadslachtoffers hoger dan bij weer met beter zicht.

Bundeling fasedraden

Het effect van de bundeling van fasedraden is niet significant.

Bliksemdraad

Bliksemdraden zijn slechter zichtbaar dan fasedraden. Deze draden zorgen dan ook voor de meeste slachtoffers. Uit onderzoek blijkt dan ook dat markering van bliksemdraden leidt tot significant minder slachtoffers: ongeveer 60% lager bij vogels die overdag en ’s nachts vliegen. Voor nachtvliegers is dit slechts 10%.

Retourstroomgeleider

Net als bliksemdraad.

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING Bundeling Bundeling van verbindingen leidt mogelijk tot een kleiner aantal draadslachtoffers dan [DEEL A] van verbindingen twee losse verbindingen samen. Bij bundeling wordt uitgegaan van twee, op minimale afstand van elkaar gelegen, verbindingen die parallel lopen. Spanningsniveau Factor

De volgende effecten zijn waargenomen: draadslachtoffers •Verandering In open landschappen meer slachtoffers bij lager spanningsniveau in vergelijking met een hoger spanningsniveau. •

In meer gesloten landschappen meer slachtoffers bij hoger spanningsniveau in vergelijking bij een lager spanningsniveau. • In meer gesloten landschappen zijn minder slachtoffers dan in open landschappen bij Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021 14 van 77 hetzelfde spanningsniveau. Er is geen verklaring gegeven voor bovenstaande zaken, maar dit hangt mogelijk ook samen met dat niet voldoende statistische onderzoeken voor handen zijn en met de biotoop (zie hieronder). Biotoop

Aantal slachtoffers is het hoogst in wetlands, lager in open grasland en het minst in gesloten landschappen. Dit verschil komt mogelijk door aantal vliegbewegingen: in open landschappen zijn meer vliegbewegingen dan in meer gesloten landschappen. Bovendien komen vogels in open landschappen meer geconcentreerd voor. Het bewegen van een concentratie van vogels leidt tot meer draadslachtoffers dan een incidentele vogel die verspreid de lijn passeert. Er is ook een andere verklaring mogelijk: hoewel verbindingen in gesloten landschappen meer verstopt liggen, zijn vogels uit dergelijke landschappen meer gewend om met “hindernissen” als takken en bomen om te gaan.

Vliegrichting

Wanneer de algemene vliegrichting de verbinding loodrecht kruist, zijn er meer slachtoffers dan bij meer parallel gelegen verbindingen.

Tabel 2: Factoren en alinvloed op het aantal draadslachtoffers bijiselektriciteitsleidingen In de huidige situatie zijn hoogspanningsverbindingen aanwezig. De vraag of het nieuwe tracé leidt tot

een significant negatieve verandering van het aantal slachtoffers. Hierbij zijn de volgende zaken van belang:

(zie voordiedetails Tauw, • Soort de leiding kruist2014). (dit hangt samen met vliegbeweging en aanwezigheid van biotopen in de

omgeving). • Lengte van de nieuwe verbinding. In huidige zijn al hoogspanningsverbindingen aanwezig. De vraag is of het nieuwe tracé leidt • de Bundeling vansituatie verbindingen (ligging in het landschap). • Aanwezigheid van draadmarkeringen. tot een significant negatieve verandering van het aantal slachtoffers. Hierbij zijn de volgende zaken van • Aanwezigheid van retourstroomgeleider.

belang: Als gevolg van de nieuwe hoogspanningsverbinding vinden veranderingen plaats van het tweede en derde punt.

•

Soort die de leiding kruist (dit hangt samen met vliegbeweging en aanwezigheid van biotopen in de

Dit betekent dat het aantal draadslachtoffers kan veranderen. Wanneer het gaat om kwalificerende omgeving). vogelsoorten, is het relevant of de populaties van de Natura 2000-gebieden veranderen als gevolg van de Lengte van de nieuwe verbinding. •nieuwe hoogspanningsverbinding.

Bundeling van verbindingen (ligging in het landschap). •Dit effect is in de nadere beoordeling meegenomen. •

Aanwezigheid van draadmarkeringen.

•

Aanwezigheid van retourstroomgeleider.

4.3 gevolg van Reikwijdte effecten Als de nieuwevan hoogspanningsverbinding vinden veranderingen plaats van het tweede en 4.3.1 punt. Relevante effecten derde

De begrenzing van het studiegebied wordt bepaald door de reikwijdte van effecten. In de vorige twee paragrafen is aangegeven met welke effecten in de nadere beoordeling rekening gehouden moet worden. Dit betekent datoverzicht het aantal draadslachtoffers kan Wanneer hetwaar gaatdeom kwalificerende Tabel 3 geeft een van de mogelijke effecten en de veranderen. kwalificerende natuurwaarden effecten relevant op zijn.

vogelsoorten, is het relevant of de populaties van de Natura 2000-gebieden veranderen als gevolg van de nieuwe hoogspanningsverbinding. Dit effect is in de nadere beoordeling meegenomen.

Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021

15 van 77

24

4.3 Reikwijdte van effecten 4.3.1. Relevante effecten De begrenzing van het studiegebied wordt bepaald door de reikwijdte van effecten. In de vorige twee paragrafen is aangegeven met welke effecten in de nadere beoordeling rekening gehouden moet PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING worden. 3 geeft een overzicht van de mogelijke effecten en de kwalificerende natuurwaarden [DEEL A]Tabel [DEEL A] waar de effecten relevant op zijn. Tabel 3:3:Selectie vanvan mogelijke effecteneffecten en kwalificerende soorten waar soorten deze mogelijk effect op mogelijk hebben. effect op hebben. Tabel Selectie mogelijke en kwalificerende waar deze Kwalificerende waarden

Kwalificerende waarden

Mogelijke effecten

Mogelijke effecten

Habitattypen

Habitatrichtlijnsoorten

Habitattypen

Aanlegfase (tijdelijke effecten)

Vogelrichtlijnsoorten

Habitatrichtlijnsoorten

Aanlegfase (tijdelijke effecten) Toename geluid, trilling en beweging

n

Toename geluid, trilling en beweging Toename verlichting

n

Vogelrichtlijnsoorten

n

n

Gebruiksfase (permanente effecten) Toename verlichting

n

n

n n

Verandering aantal draadslachtoffers

n

Gebruiksfase (permanente effecten)

Tabel 3: Selectie mogelijke effecten en kwalificerende soorten waar deze mogelijk effect op hebben. n Verandering aantalvan draadslachtoffers

4.3.2

Ligging van het projectgebied

In de vorige paragraaf zijn de relevante effecten en soortgroepen bepaald. Vervolgens is het van belang om te kijken welke Natura 2000-gebieden in de omgeving liggen. Figuur 3 laat zien welke Natura 2000-gebieden mogelijk binnen de reikwijdte van de effecten, liggen. In Tabel 4 zijn de afstanden van het tracé tot de Natura 4.3.2. Verandering aantal draadslachtoffers 2000-gebieden opgenomen.

4.3.2

Ligging van het projectgebied

In de vorige paragraaf zijn de relevante effecten en soortgroepen bepaald. Vervolgens is het van belang In de vorige paragraaf zijn de relevante effecten en soortgroepen bepaald. Vervolgens is het van belang om om te kijken welke Natura 2000-gebieden in de omgeving liggen. Figuur 3 laat zien welke Natura te kijken welke Natura 2000-gebieden in deBiesbosch omgeving liggen. Figuur 3 laat zien welke Natura 2000-gebieden 2000-gebieden binnen de effecten, In Tabel 4 zijnvan de het afstanden van mogelijk binnen mogelijk de reikwijdte vandedereikwijdte effecten,van liggen. In Tabelliggen. 4 zijn de afstanden tracé tot de Natura Langstraat 2000-gebieden opgenomen. het tracé tot de NaturaHollands 2000-gebieden opgenomen. Diep Krammer-Volkerak

Biesbosch Langstraat

Hollands Diep

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

Zoommeer Markiezaat Krammer-Volkerak Brabantse Wal

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

Zoommeer

Figuur 3 Ligging van Natura 2000-gebieden (blauw: Vogelrichtlijngebied, geel: Habitatrichtlijngebied, groen: Markiezaat Vogelrichtlijngebied + Habitatrichtlijngebied).

Brabantse Wal

Figuur 3 Ligging van Natura 2000-gebieden (blauw: Vogelrichtlijngebied, Onze referentie: D10010204:66 - Datum: 6 september 2021 Vogelrichtlijngebied + Habitatrichtlijngebied). 16 van 77 geel: Habitatrichtlijngebied, groen: Figuur 3 Ligging van Natura 2000-gebieden (blauw: Vogelrichtlijngebied, geel: Habitatrichtlijngebied, groen: Vogelrichtlijngebied + Habitatrichtlijngebied).

25

PASSENDE BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING [DEEL A]

Tabel 4: Afstanden van tracé tot Natura 2000-gebieden die in de nabijheid van het tracé liggen. Beschermd BEOORDELING natuurgebied Kortste afstand tot tracé PASSENDE WET NATUURBESCHERMING [DEEL A] Brabantse Wal

0 meter

Markiezaat <100 meter Tabel 4: Afstanden van tracé tot Natura 2000-gebieden die in de nabijheid van het tracé liggen. Biesbosch natuurgebied 1,2 km afstand tot tracé Beschermd Kortste Loonse en Wal Drunense Duinen & Leemkuilen Brabantse

km 01,5 meter

Langstraat Markiezaat

1,7 km <100 meter

Hollands Diep Biesbosch

3,3 km km 1,2

Zoommeer Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

3,3 km km 1,5

Krammer-Volkerak Langstraat

9,6 km km 1,7

Hollands Diep 3,3 km Tabel 4: Afstanden van tracé tot Natura 2000-gebieden die in de nabijheid van het tracé liggen.

4.3.3 Zoommeer

Relevante Natura 2000-gebieden en reikwijdte van effecten 3,3 km

Uit de vorige paragrafen blijkt welke effecten relevant zijn en welke beschermde natuurgebieden in de Krammer-Volkerak 9,6 km omgeving liggen. De instandhoudingsdoelstellingen/kwalificerende natuurwaarden voor deze gebieden zijn opgenomen in Bijlage B. Natura Aan de hand van deze informatieen wordt de reikwijdtevan bepaald en welke gebieden 4.3.3. Relevante 2000-gebieden reikwijdte effecten en welke kwalificerende natuurwaarden relevant zijn voor de effectbeoordeling. De reikwijdte verschilt per Uit vorige paragrafen welke effecten relevant zijn en welke beschermde natuurgebieden in de typede effect. In Tabel 5 is dit perblijkt gebied beschreven.

4.3.3

Relevante Natura 2000-gebieden en reikwijdte van effecten

omgeving liggen. De instandhoudingsdoelstellingen/kwalificerende natuurwaarden voor deze gebieden Uit de vorige paragrafen blijkt welke effecten relevant zijn en welke beschermde natuurgebieden in de

zijn ininstandhoudingsdoelstellingen/kwalificerende Bijlage B. Aan de hand van deze wordtvoor detype reikwijdte bepaald en welke Tabelopgenomen 5: Beoordeling relevante kwalificerende natuurwaarden voor informatie de natuurwaarden effectbeoordeling, per effect. omgeving liggen. Devan deze gebieden zijn

opgenomen in Bijlage Aan de hand vannatuurwaarden deze informatie wordt de reikwijdte bepaald welke gebieden Natura 2000-gebied Mogelijk effect Relevant voor Natura 2000-gebied? gebieden en welkeB.kwalificerende relevant zijn het voor de en effectbeoordeling. De reikwijdte en welke kwalificerende natuurwaarden relevant zijn voor de effectbeoordeling. De reikwijdte verschilt per

Brabantse Wal Aanlegfase verschilt type5effect. Tabelbeschreven. 5 is dit per gebied beschreven. type effect.per In Tabel is dit perIngebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11012008/1