CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 17- MER-Hoofdrapport-deelrapport-1-2-en-3-Zuid-West-380-kV-Oost

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV29.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

32

5.8 Moerdijk Tussen Standdaarbuiten en Geertruidenberg liggen momenteel zowel een 380 kV- verbinding als een 150 kV- verbinding naast elkaar. De bestaande 150kV-verbinding wordt afgebroken en met de nieuwe 380kV verbinding gecombineerd ten zuiden van de bestaande 380 kV-verbinding. De nieuwe verbinding buigt bij Standdaarbuiten - net als de bestaande verbinding - naar het noordoosten en loopt zo dicht mogelijk ten zuiden van de bestaande 380 kV-verbinding naar Moerdijk. Tussen de Zevenbergseweg en afrit 25 - Zevenbergen maakt het tracé een knik in oostelijke richting. Het tracé volgt hierbij de knik van de bestaande 380kV-verbinding. De nieuwe verbinding kruist de A17 bij afrit 25. Het tracé loopt verder oostwaarts, parallel aan de zuidzijde van de bestaande 380 kV-verbinding. Ter hoogte van het 150kV-station Moerdijk zijn twee opstijgpunten in de nieuwe verbinding voorzien om de 150kV-verbindingen vanuit Roosendaal en vanuit Geertruidenberg met een ondergrondse kabel te kunnen verbinden met dit 150kV-station. Na de kruising met de Roode Vaart loopt de nieuwe verbinding - net als de bestaande 380 kV-verbinding - in oostelijke richting. Om de scheepvaart niet te hinderen, worden er bij de Roode Vaart hogere masten geplaatst.

Ter hoogte van het 150kV-station Zevenbergschen Hoek is in de nieuwe verbinding een opstijgpunt voorzien om de 150kV-verbinding tussen Moerdijk en Geertruidenberg te verbinden met dit station.

Beeld van de verbinding vanaf de Galgenweg in Zevenbergen in noordelijke richting

33

5.9 Hooge Zwaluwe De nieuwe verbinding loopt na de kruising met de A16/A59 met verhoogde masten over het spoor Breda - Dordrecht en de HSL. Vervolgens loopt de verbinding parallel aan de bestaande 380 kV-verbinding. Ten oosten van de HSL, ter hoogte van de Landekensdijk, buigt het tracé naar het oosten, in de richting van Hooge Zwaluwe. Om de bestaande en de nieuwe 380kV-verbinding ten noorden van Hooge Zwaluwe te kunnen laten lopen, wordt de bestaande 380kV-verbinding gedeeltelijk naar het noorden verplaatst. Hiermee wordt er ruimte gemaakt voor het nieuwe tracé. Beide tracés maken daarom bij de Zwaluwse Pootweg eerst een flauwe knik in noordoostelijke richting en vervolgens ten noorden van Hooge Zwaluwe twee knikken in zuidoostelijke richting. Ter hoogte van de Breede Vaart knikken beide verbindingen naar het oosten en lopen de huidige en nieuwe 380 kV-verbinding parallel verder tot Geertruidenberg.

Beeld van de bundeling ten noorden van Hooge Zwaluwe Bij de verplaatsing van de bestaande 380kV-verbinding aan de westzijde van Hooge Zwaluwe wordt de verbinding tijdens de aanleg in tijdelijke masten gehangen. Ook bij de verplaatsing van de bestaande 380kV-verbinding aan de oostzijde van Hooge Zwaluwe wordt gebruik gemaakt van tijdelijke masten. Op de tijdelijke verbinding die aan de oostzijde van de bestaande 380kV-verbinding geplaatst wordt komt er geen spanning te staan. Op de tijdelijke verbinding aan de westzijde van de bestaande 380kV-verbinding geplaatst wordt komt wel spanning te staan. Aan weerszijden van Hooge Zwaluwe zijn ook tijdelijke verplaatsingen van de bestaande 150kV-verbinding voorzien. Hierbij worden de draden als kabels op of in de grond gelegd. Bij de verplaatsing van de bestaande 380kV-verbinding aan de westzijde van Hooge Zwaluwe wordt de verbinding tijdens de aanleg in tijdelijke masten gehangen. Ook bij de verplaatsing van de bestaande 380kV-verbinding aan de oostzijde van Hooge Zwaluwe wordt gebruik gemaakt van tijdelijke masten. Op de tijdelijke verbinding die aan de oostzijde van de bestaande 380kV-verbinding geplaatst wordt komt er geen spanning te staan. Op de tijdelijke verbinding aan de westzijde van de bestaande 380kV-verbin-

34

ding geplaatst wordt komt wel spanning te staan. Aan weerszijden van Hooge Zwaluwe zijn ook tijdelijke verplaatsingen van de bestaande 150kV-verbinding voorzien. Hierbij worden de draden als kabels op of in de grond gelegd.

Het parkje aan de Wethouder Marcuslaan voor de realisatie van de nieuwe verbinding (boven) en na de realisatie van de nieuwe verbinding (onder)

35

5.10 Geertruidenberg Bij Geertruidenberg kruist de nieuwe 380 kV-verbinding de Amertak en de Donge/het Noordergat als solo 380kV-verbinding. Ten westen van de Amertak en ten zuiden van de Donge is de nieuwe verbinding een gecombineerde 380/150kV-verbinding. Vanwege aanwezige infrastructuur, waaronder kabels en leidingen en aanwezige bedrijven, maakt het tracé een aantal knikken. Om scheepvaart niet te hinderen, worden verhoogde masten geplaatst aan weerszijden van de Amertak en de Donge. Aan de zuidzijde van de Donge / het Noordergat gaat het tracé parallel aan de bestaande 380kV-verbinding Geertruidenberg – Eindhoven verder in zuidelijke richting. De nieuwe verbinding ligt tot het Kromgat aan de westzijde van de bestaande verbinding.

De kruising met het Amerkanaal vanaf de Brandweg Ten westen van de Amertak en ten zuiden van de Donge zijn opstijgpunten voorzien om de 150kV-verbindingen uit de nieuwe verbinding met een ondergrondse kabel aan te kunnen sluiten op het 150kVstation Geertruidenberg. Mede vanwege de verhoogde masten ten behoeve van de kruising van de Amertak en de Donge zijn de opstijgpunten niet tussen de Amertak en de Donge voorzien. De nieuwe verbinding komt bij de kruising van de Donge op het tracé van de nu nog aanwezige bovengrondse 150kV-verbinding te staan. De bovengrondse 150kV-verbinding wordt daarom onder de Donge door geboord. Deze ondergrondse kabel sluit na realisering van de nieuwe 380kV-verbinding aan op het opstijgpunt aan de zuidzijde van de Donge. Totdat deze aansluiting kan worden gerealiseerd wordt de kabel met een tijdelijke aansluiting aan de zuidzijde van de Donge aangesloten op de bovengrondse 150kV-verbinding. Hierbij worden de draden als kabels op of in de grond gelegd.

36

5.11 ’s Gravenmoer Vanaf de kruising met de Donge / het Noordergat volgt het tracé de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Eindhoven aan de zuidzijde in de richting van Oosterhout. Ter plaatse van het Kromgat knikt het tracé in oostelijke richting tot voorbij het dorp 's Gravenmoer. Hierna lopen de tracés van de bestaande en de nieuwe 380 kV-verbinding naar het zuidoosten richting Dongen en De Moer. Bij de knik ter plaatse van het Kromgat kruist de nieuwe 380kV-verbinding de huidige 150kV-verbinding. De bovengrondse 150 kV-verbinding wordt gecombineerd met de nieuwe 380 kV-verbinding. Tijdens de aanleg moet de bestaande 150kV-verbinding in bedrijf blijven. Daarom is een tijdelijke verplaatsing nodig van de bestaande 150kV-verbinding. Hierbij worden de draden als kabels op of in de grond gelegd.

Bundeling ten noorden van ‘s-Gravenmoer De huidige 150 kV-verbinding loopt vanaf het 150 kV-station Geertruidenberg via het 150 kV-station Oosteind naar het 150 kV-station Tilburg West. Deze bovengrondse 150 kV-verbinding wordt gecombineerd met de nieuwe 380 kV-verbinding. Ter hoogte van de Kijldijk in Oosteind worden twee opstijgpunten gerealiseerd om de 150kV-verbinding uit de nieuwe gecombineerde 380/150kV-verbinding aan te sluiten op het 150 kV-station Oosteind. Ten behoeve van deze aansluiting wordt dit station uitgebreid aan de westzijde van het bestaande station. De bestaande bovengrondse 150kV-verbinding tussen Geertruidenberg, Oosteind en Tilburg-west wordt afgebroken.

37

5.12 Bosroute Ter hoogte van De Moer zou een ligging aan de westzijde en zuidzijde van de bestaande verbinding betekenen dat woningen bij De Moer ingesloten raken tussen de nieuwe en bestaande verbinding. Daarom wordt de bestaande 380 kV-verbinding over een lengte van ongeveer 7,5 kilometer naar het oosten verplaatst en is de nieuwe verbinding met deze bestaande verbinding gebundeld. Dit wordt de Bosroute genoemd. Deze route bestaat uit een nieuwe, dubbele doorsnijding. De huidige doorsnijding door de bestaande 380 kV-verbinding wordt opgeheven. De Bosroute loopt tussen de Baan en de Paalstraat naar het zuidoosten en passeert het vlieggebied van de Radio Vliegclub Brabant aan de westzijde. Ten westen van het vlieggebied knikt het tracé van de nieuwe en de te reconstrueren verbinding ter hoogte van een voormalige vuilstortplaats aan de Veldstraat naar het zuidoosten in de richting van het Kraanven in Loon op Zand. Vanaf daar gaan de nieuwe en de te reconstrueren verbinding na twee kleine knikjes (één bij Kraanven en één bij de Bergstraat) in het tracé verder in één rechte lijn naar het nieuw te realiseren 380 kV-station Tilburg. Hier wordt de nieuwe 380 kV-verbinding gekoppeld aan de landelijke 380 kV-ring. Dit is het eindpunt van de nieuwe verbinding.

De 150kV-verbinding uit het nieuwe tracé wordt vanaf een opstijgpunt nabij het nieuwe 380kV-station Tilburg met een ondergrondse 150kV-kabel verbonden met het 150kV-station Tilburg-west.

Bosroute

Bundeling vanaf het Spinderpad nabij het Blauwe Meer in noordelijke richting

38

6. Milieueffecten 6.1 Inleiding De milieueffecten van het Voorkeursalternatief zijn in beeld gebracht door het tracé te vergelijken met de autonome ontwikkeling. Dit is de situatie die aanwezig is, als het voornemen niet wordt uitgevoerd en uitsluitend het vastgestelde overheidsbeleid en ruimtelijke plannen, zoals de aanleg van wegen, woonwijken of bedrijventerreinen, zijn gerealiseerd. De milieueffecten zijn in beeld gebracht conform het beoordelingskader dat TenneT hanteert bij de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen op land. Het geeft aan welke thema's, deelaspecten en criteria hierbij aan de orde komen en welke beoordelingsmethodiek is toegepast. Tabel 6.1 geeft een overzicht van de effecten die beschreven zijn. In de paragraaf 6.2 tot en met 6.9 worden de effecten beschreven. Nadere toelichting op de effectbeschrijvingen is opgenomen in Deelrapport 3 van dit MER.

Leefomgevingskwaliteit Gevoelige bestemmingen

aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningsverbinding aantal gevoelige bestemmingen dat reeds aanwezig is in de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningsverbinding

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen

aantal gevoelige bestemmingen dat wordt vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van een bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding

Tijdelijke hinder

aantal woningen binnen zone van 250 m van aanleg nieuwe verbinding aantal woningen binnen zone van 250 m van sloop bestaande verbinding

Landschap Tracéniveau

beïnvloeding landschappelijk hoofdpatroon kwaliteit tracé

Lijnniveau

beïnvloeding gebiedskarakteristiek samenhang elementen

Natuur Draadslachtoffers

aantal draadslachtoffers

Bijzondere natuurwaarden

aantasting bijzondere natuurwaarden aantasting leefgebieden vogels aantasting leefgebieden vleermuizen aantasting leefgebieden zoogdieren

Tijdelijke hinder

tijdelijke hinder

Bodem en Water aantasting aardkundige waarden beïnvloeding bodemkwaliteit

Archeologie doorsnijding archeologische rijksmonumenten doorsnijding AMK-terreinen doorsnijding archeologische verwachtingswaarden

Tabel 6.1 Te beschrijven effecten Ruimtegebruik

Ruimtegebruik Bos in zakelijk recht strook (ZRO-strook) Maatgevende functies in zakelijk recht strook (ZRO-strook)

39

Bodem en Water aantasting aardkundige waarden beïnvloeding bodemkwaliteit

Archeologie doorsnijding archeologische rijksmonumenten doorsnijding AMK-terreinen doorsnijding archeologische verwachtingswaarden

Ruimtegebruik Ruimtegebruik Bos in zakelijk recht strook (ZRO-strook) Maatgevende functies in zakelijk recht strook (ZRO-strook)

Tabel 6.1 Te beschrijven effecten

Per thema is een passende omvang van het gebied gehanteerd waarbinnen milieueffecten kunnen optreden. Effecten op vogels reiken bijvoorbeeld verder dan de fysieke ingreep van een mastvoet op het milieuthema bodem. In de effectbeschrijving is onderscheid gemaakt in drie deelgebieden, namelijk: •

Deelgebied 1: Rilland – Roosendaal Borchwerf;

•

Deelgebied 2: Roosendaal Borchwerf – Standdaarbuiten;

•

Deelgebied 3: Standdaarbuiten – Tilburg.

De deelgebieden zijn weergegeven in figuur 6.1.

Figuur 6.1 Indeling van het onderzoeksgebied in drie deelgebieden Het Voorkeursalternatief is gefaseerd tot stand gekomen: •

In 2017 zijn de vier hoofdalternatieven en hun varianten en de milieueffecten hiervan gepubliceerd. Deze informatie is in Deelrapport 1 van dit MER opgenomen. Op basis van een aantal overwegingen is het Voorgenomen tracé in 2017 ontstaan. Op basis van de gepubliceerde gegevens zijn ook de milieueffecten van het Voorgenomen tracé beschreven.

•

Vervolgens is het Voorgenomen tracé geoptimaliseerd en in meer detail uitgewerkt. De manier waarop dit is gebeurd, is in Deelrapport 2 van dit MER beschreven.

•

Op basis van de optimalisatie en detaillering van het Voorgenomen tracé is het Voorkeursalternatief ontstaan en zijn de milieueffecten hiervan beschreven. Deze informatie is opgenomen in Deelrapport 3 van dit MER.

40

In onderstaande paragrafen 6.1 tot en met 6.7 is de effectbeschrijving van het Voorkeursalternatief opgenomen en in paragraaf 6.8 is een samenvattend overzicht opgenomen. In paragraaf 6.9 zijn mitigerende maatregelen beschreven. Bij de verdere uitwerking van het tracé van het Voorgenomen tracé uit 2017 naar het Voorkeursalternatief is duidelijk geworden dat er bij de realisatie mogelijk tijdelijke verbindingen gerealiseerd moeten worden. Het tracé van deze tijdelijke verbindingen en de milieueffecten hiervan komen in hoofdstuk 7 aan de orde.

6.2 Leefomgevingskwaliteit Binnen het aspect Leefomgevingskwaliteit worden aspecten onderzocht die invloed kunnen hebben op gezondheid en welbevinden van personen die wonen, verblijven of werken in de nabijheid van de nieuwe hoogspanningsverbinding.

6.2.1. Gevoelige bestemmingen Het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningsverbinding is in beeld gebracht. Gevoelige bestemmingen zijn woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen. De indicatieve magneetveldzone is gedefinieerd als het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Deze zone wordt ook de ontwerp magneetveldzone genoemd. Er is daarbij ook aangegeven of deze gevoelige bestemmingen al liggen in de magneetveldzone van een bestaande bovengrondse verbinding. Bij het bepalen van het aantal gevoelige bestemmingen is gebruik gemaakt van het beleidsadvies van VROM uit 2005. In de brief van de minister van EZK aan de Tweede Kamer van 23 maart 2021 wordt een nieuw voorzorgbeleid aangekondigd. Dit nieuwe beleid bestaat op hoofdlijnen uit het nemen van bronmaatregelen en het creëren van afstand tussen elektriciteitsvoorzieningen en nieuwe bestemmingen waarin kinderen onder de 15 jaar langdurig verblijven. Voor ZuidWest 380 kV Oost geldt het huidige voorzorgbeleid, zoals geformuleerd in het beleidsadvies van VROM uit 2005. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations.

Aangezien bij de tracering van ondergrondse kabels afstand tot bebouwing wordt gehouden, kan worden voorkomen dat woningen binnen de magneetveldzone van de nieuwe infrastructuur komen te liggen Hierdoor heeft de ondergrondse ligging geen effect op het aantal gevoelige bestemmingen. Om het effect van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding op het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone te kunnen beoordelen, zijn klassengrenzen bepaald. De situatie dat er geen gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding liggen is neutraal beoordeeld. Het ontstaan van gevoelige bestemmingen wordt in principe aangemerkt als een negatief milieueffect. Het ontstaan van één tot en met 15 gevoelige bestemmingen wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een aantal van 16 tot en met 30 gevoelige bestemmingen wordt als negatief beoordeeld (- -). Het ontstaan van meer dan 30 gevoelige bestemmingen wordt als zeer negatief beoordeeld (- - -).

41

Het Voorkeursalternatief leidt in totaal tot 58 gevoelige bestemmingen, waarvan er zich 24 al binnen de magneetveldzone van een bestaande verbinding bevinden. Tabel 6.2 geeft het aantal gevoelige bestemmingen per deelgebied en de beoordeling aan.

Aantal gevoelige bestemmingen

Waarvan reeds aanwezig

Tussen Bergen op Zoom en Roosendaal-Kruisland

3

1

Roosendaal – Kruisland (vanaf kruising A58)

8

Deelgebied 1

Totaal

11

Beoordeling

-

1

Deelgebied 2 Roosendaal – Kruisland / Borchwerf

1

Oud Gastel – Standdaarbuiten

17

8

Totaal

18

8

Beoordeling

--

Deelgebied 3 Tussen Oud Gastel-Standdaarbuiten en MoerdijkZevenbergschen Hoek

6

3

Moerdijk – Zevenbergschen Hoek

8

4

Hooge Zwaluwe

2

2

Tussen Hooge Zwaluwe en Geertruidenberg

4

1

's-Gravenmoer

3

2

Tussen 's-Gravenmoer en Bosroute

4

3

Bosroute

2 Totaal

29

Beoordeling

--

15

Tabel 6.2 Aantal gevoelige bestemmingen per deelgebied, met de beoordeling daarvan

6.2.2. Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Daar waar de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding op één mast wordt gecombineerd met een bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding wordt de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding afgebroken. Hierdoor worden mogelijk gevoelige bestemmingen vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding. Ook bij de reconstructie van de bestaande 380 kV- verbinding kunnen mogelijk gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding. De situatie dat er geen gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld is neutraal beoordeeld. Het vrijspelen van gevoelige bestemmingen wordt in principe aangemerkt als een positief milieueffect. Het vrijspelen van één tot en met 15 gevoelige bestemmingen wordt als licht positief (+) beoordeeld en het vrijspelen van 16 tot en met 30 gevoelige bestemmingen wordt als positief beoordeeld (++). Het vrijspelen van meer dan 30 gevoelige bestemmingen wordt als zeer positief beoordeeld (+++).

42

Door het Voorkeursalternatief worden er 136 gevoelige bestemmingen vrij gespeeld. In tabel 6.3 zijn de aantallen vrijgespeelde gevoelige bestemmingen per deelgebied en beoordeling daarvan weergegeven.

Aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Deelgebied 1 Brabantse Wal

11

Bergen op Zoom

5

Tussen Bergen op Zoom en Roosendaal-Kruisland

1

Roosendaal – Kruisland (vanaf kruising A58)

1 Totaal

18

Beoordeling

++

Deelgebied 2 Oud Gastel – Standdaarbuiten

12 Totaal

12

Beoordeling

+

Deelgebied 3 Tussen Oud Gastel-Standdaarbuiten en Moerdijk- Zevenbergschen Hoek

5

Tussen Moerdijk – Zevenbergschen Hoek en Hooge Zwaluwe

3

Hooge Zwaluwe

51

Geertruidenberg

1

Amoveren Geertruidenberg – Oosteind

7

Amoveren Oosteind – Tilburg-west

39

Bosroute

2 Totaal

106

Beoordeling

+++

Tabel 6.3 Aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen per deelgebied, met de beoordeling daarvan.

43

Hooge Zwaluwe

51

Tussen Hooge Zwaluwe en Geertruidenberg Geertruidenberg

1

's-Gravenmoer Tussen 's-Gravenmoer en Bosroute Bosroute Amoveren Geertruidenberg – Oosteind

7

Amoveren Oosteind – Tilburg-west

39 Totaal

106

Beoordeling

+++

In de figuren 6.4, 6.5 en 6.6 is de ligging van de vrijgespeelde gevoelige bestemmingen per deelgebied

In de figuren 4.4, 4.5 en 4.6 is de ligging van de vrijgespeelde gevoelige bestemmingen per weergegeven. deelgebied weergegeven.

Figuur Ligging gevoelige van de bestemmingen vrijgespeelde gevoelige Figuur 4.46.4 Vrijgespeelde in deelgebied 1 bestemmingen in deelgebied 1 Figuur 4.5 Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 2

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 35

Figuur 4.6 Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 3

Figuur 6.5 Ligging van de vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 2

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 36

44

Figuur Ligging gevoelige van de bestemmingen vrijgespeelde gevoelige Figuur 4.56.6 Vrijgespeelde in deelgebied 2 bestemmingen in deelgebied 3

6.2.3. Hinder Tijdens de gebruiksfase van de verbinding is er geen sprake van continue geluidshinder. Wel kan rond de verbinding onder bepaalde omstandigheden een licht knetterend geluid optreden. Dit wordt coronageluid genoemd. Dit geluid ontstaat door elektrische ontladingen in de lucht rondom de geleiders. Dit leidt tot een zoemend en soms licht knetterend geluid. Coronageluid kent een laag volume en is op korte afstand van de lijn, circa 40 meter, niet meer hoorbaar. Het geluid doet zich niet continu voor, maar vooral onder bepaalde weersomstandigheden voor: mist, regen of hoge luchtvochtigheid. Onder droge weersomstandigheden is het geluid nauwelijks hoorbaar. Hierdoor is het geluid, net al het geluid van een weg of spoorlijn, niet continu hoorbaar. Het effect van coronageluid is zeer beperkt. Daarom worden deze effecten niet in beeld gebracht. De nieuwe hoogspanningsverbinding kan in de realisatiefase – dus tijdens de aanleg van de nieuwe verbinding en de sloop van de te verwijderen 150 kV-verbinding - tijdelijke hinder veroorzaken door geluid, trillingen of tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van bouwwerkzaamheden, zwaar materieel en vrachtverkeer. Vooral het geluid is bepalend voor de te ervaren hinder.

Tijdens de realisatie is sprake van de volgende geluidsbronnen: Figuur 4.6 Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen inen deelgebied 3 op de bouwplaats. Het betreft constante geluiden, • shovelen kraanwerkzaamheden bemaling

zonder grote piekgeluiden. Deze geluiden vallen op afstand vaak niet op tussen de andere al aanwezige geluidsbronnen. •

verkeer op de bouwwegen. Deze hinder is tijdelijk en treedt alleen op bij de woningen die op zeer korte afstand staan.

•

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 36

heien en slopen. Dit kan gedurende kortere periodes tot piekgeluiden van circa 143 dB(A) leiden. Dit is fors hoger zijn de geluidsniveaus van 129 dB(A) als gevolg van langdurige activiteiten. Deze pieken kunnen hinder veroorzaken.

In het MER is het aantal woningen binnen relevante geluidscontouren bepaald. Vanwege de piekgeluiden is op basis van de Circulaire Bouwlawaai een hindergebied van 250 meter aan weerszijden van het tracé bepaald. Dit is een indicatieve afstand die op basis van berekeningen en/of ervaringscijfers tot

45

stand is gekomen. In dit hindergebied van 250 meter aan weerszijden van het nieuw aan te leggen tracé en het te verwijderen bestaande tracé is het aantal woningen bepaald. Dit aantal woningen zegt weinig over de daadwerkelijke hinder die mensen ervaren. Het gaat om tijdelijke hinder, die mede bepaald wordt door eventuele afschermende bebouwing. Uiteraard betekent meer woningen binnen het beschouwde gebied wel dat er meer geluidgehinderden zullen zijn. Gezien deze onbekendheden en onzekerheden is geen beoordeling aan de effecten toegekend. Er staan in totaal 172 woningen in de zone van 250 meter aan weerszijden van de aanleg het Voorkeursalternatief en 784 woningen in de zone rond de te slopen verbinding. Tabel 6.4 geeft het aantal woningen per deelgebied aan.

Deelgebied 1 Woningen binnen 250 m van het aan te leggen tracé

34

Woningen binnen 250 m van de te slopen verbinding

86

Deelgebied 2 Woningen binnen 250 m van het aan te leggen tracé

48

Woningen binnen 250 m van de te slopen verbinding

42

Deelgebied 3 Woningen binnen 250 m van het aan te leggen tracé

90

Woningen binnen 250 m van de te slopen verbinding

656

Tabel 6.4 Het aantal woningen in het hindergebied aan per deelgebied

46

In de figuren 6.7, 6.8 en 6.9 is de ligging van de woningen in het hindergebied van de aan te leggen verbinding per deelgebied weergegeven. De figuren 6.10. 6.11 en 6.12 geven de ligging van de woningen in het hindergebied van de te slopen verbinding per deelgebied weer.

Figuur 4.76.7 Woningen binnen 250woningen meter zone rond de tehindergebied bouwen verbinding in deelgebied 1 leggen verbinding in deelgebied 1 Figuur Ligging vandede in het van de aan te

Figuur 4.86.8 Woningen binnen 250woningen meter zone rond de tehindergebied bouwen verbinding in deelgebied 2 leggen verbinding in deelgebied 2 Figuur Ligging vandede in het van de aan te

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 39

47

Figuur 4.7 Woningen binnen 250woningen meter zone zone rond rond de te tehindergebied bouwen verbinding verbinding in 1 Figuur Ligging vande in het van de aan te Figuur 4.96.9 Woningen binnen dede 250 meter de bouwen in deelgebied deelgebied 3 leggen verbinding in deelgebied 3

Figuur 4.10 Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 1 Figuur 4.86.10 Woningen binnenvan de 250 zone rond te bouwen verbinding van in deelgebied 2 Figuur Ligging demeter woningen indehet hindergebied de te slopen verbinding in deelgebied 1

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 39 40

48

Figuur 4.11 Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 2

Figuur 6.11 Ligging van de woningen in het hindergebied van de te slopen verbinding in deelgebied 2

Figuur 4.11 Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 2

Figuur 4.12 Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 3 Figuur 4.12 Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 3

Figuur 6.12 Ligging van de woningen in het hindergebied van de te slopen verbinding in deelgebied 3

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 41 MER Zuid-West 380 kV Oost, Deelrapport 3, p 41

49

6.3 Landschap en cultuurhistorie De samenhangen tussen functie, vorm en betekenis van de verschillende landschapselementen zijn de basis voor de herkenbaarheid van een plek, voor de beleving van schoonheid en het gevoel zich ergens thuis te voelen. Eigenschappen en kwaliteiten van het landschap liggen verankerd in een stelsel van samenhangen tussen de verschillende landschapselementen. Deze samenhangen zijn de basis voor de specifieke eigenschappen van een bepaald landschap. Ze geven elk landschap haar eigen, unieke karakter. De landschappelijke kwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door onderling sterk samenhangende schaalniveaus.

Tracéniveau Op tracéniveau gaat het om de aansluiting van de verbinding op het landschappelijk hoofdpatroon en om de kwaliteit van de verbinding als bovenregionaal landschapselement.

Lijnniveau Op lijnniveau gaat het om de relatie van de verbinding en het karakter van het landschap met de cultuurhistorische elementen daarin en op specifieke elementen en hun samenhangen.

Mastniveau Op mastniveau gaat het om het effect van de verbinding op specifieke elementen en hun samenhangen op lijnniveau en lokaal schaalniveau. Binnen het thema Landschap en cultuurhistorie worden effecten op het niveau van het tracé, de lijn en mast beschreven en beoordeeld.

6.3.1. Landschappelijk hoofdpatroon (tracéniveau) Het meest voor de hand liggende tracé voor een hoogspanningsverbinding is de rechte lijn; dit is immers de kortste verbinding tussen twee punten. Waar dat niet mogelijk is en richtingsveranderingen of verschillen in masthoogte onvermijdelijk zijn, moet bij voorkeur een samenhang worden gezocht met het landschappelijk hoofdpatroon. Dit bestaat uit het geheel van regionale en bovenregionale landschapselementen zoals rivieren, bovenregionale infrastructuur, dorpen en steden en gebiedstypen in hun onderlinge samenhang. Het wordt onder andere bepaald door de verhouding tussen bijvoorbeeld massa en ruimte of stedelijke gebieden versus open agrarische gebieden of door de afwisseling tussen land en water. Ook bestaande grote infrastructuur kan deel uitmaken van het landschappelijk hoofdpatroon. Het heeft een vergelijkbaar schaalniveau als de hoogspanningsverbinding zelf. De mate waarin de hoogspanningsverbinding structuren op een hoog schaalniveau beïnvloedt bepaalt het effect. Een hoogspanningsverbinding die de landschappelijke structuren op hoog niveau volgt heeft minder invloed op het

50

landschappelijk hoofdpatroon dan een hoogspanningsverbinding die geen logische samenhang met het landschappelijk hoofdpatroon heeft of dit doorkruist. De effecten op het landschappelijk hoofdpatroon zijn kwalitatief in beeld gebracht en beoordeeld. In deelgebied 1 ligt het Voorkeursalternatief over een langere afstand ondergronds. Hierdoor is er bovengronds over een langere afstand geen hoogspanningsverbinding meer zichtbaar. Dit leidt tot een licht positief effect op het landschappelijk hoofdpatroon (+). In deelgebied 2 bundelt het Voorkeursalternatief grotendeels met de bestaande 380 kV-verbinding tot een neutraal effect op het landschappelijk hoofdpatroon (0). In deelgebied 3 bundelt het Voorkeursalternatief grotendeels met de bestaande 380 kV-verbinding. Het landschappelijk hoofdpatroon wordt hierdoor enigszins versterkt, dit is als een licht positief effect beoordeeld (+).

6.3.2. Kwaliteit van het tracé (tracéniveau) De kwaliteit van de boven- en ondergrondse tracédelen betreft de herkenbaarheid van de verbinding als bovenregionaal infrastructuurelement. Het tracé met hoge kwaliteit is een autonome verbinding met beperkte richtingsveranderingen. Gebrek aan kwaliteit kan ontstaan doordat de verbinding met lokale verschijnselen mee beweegt en verschillende uitvoeringswijzen kent. De kwaliteit van de tracés is kwalitatief beschreven aan de hand van projecties op de kaart. De verbinding is als zelfstandig element beoordeeld. Effecten als gevolg van het combineren van een nieuwe verbinding met een bestaande verbinding zijn beschreven bij de effectbeschrijving op het landschappelijk hoofdpatroon en op lijnniveau bij het criterium gebiedskarakteristiek. Omdat het Voorkeursalternatief in deelgebied 1 over een deel ondergronds ligt, zijn beide bovengrondse tracédelen minder goed herkenbaar als één verbinding. Dit heeft een licht negatief (-) effect op de kwaliteit van het tracé. In deelgebied 2 ligt het Voorkeursalternatief aan de westzijde van de snelweg. Hoewel de bestaande 380 kV-verbinding deels wordt gereconstrueerd, is de kwaliteit van het tracé mede bepaald door een aantal richtingsveranderingen. Dit leidt tot een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé (-).

In deelgebied 3 bundelt de nieuwe verbinding met de gereconstrueerde bestaande verbinding en kent daardoor grote rechtstanden over lange afstanden. Door deze bundeling is de nieuwe verbinding goed herkenbaar als bovenregionale infrastructuur. Het effect op de kwaliteit van het tracé is neutraal beoordeeld (0).

6.3.3. Gebiedskarakteristiek (lijnniveau) De gebiedskarakteristieken zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van subgebieden, dit zijn geografische eenheden met een eigen gebiedskarakteristiek. De mate waarin hoogspanningsverbindingen en opstijgpunten aanwezig zijn in het landschapsbeeld en al dan niet contrasteren met het landschappelijke karakter is bepalend voor hun effecten op de gebiedskarakteristiek. Het effect van de verbinding is ook afhankelijk van de openheid van het landschap, afwijkingen in richting en complexe situaties in de lijn of opstijgpunten. Daarnaast speelt de forsheid van de bundel mee in het effect van bovengrondse tracédelen. Het Voorkeursalternatief ligt in deelgebied 1 over een langere afstand ondergronds. Daarom is er bovengronds over een langere afstand geen hoogspanningsverbinding meer zichtbaar. Dit leidt tot een neutraal effect op de gebiedskarakteristiek (0). In deelgebied 2 bundelt het Voorkeursalternatief over een lange afstand met de bestaande infrastruc-

51

tuurbundel. Dit leidt tot een licht negatief op de gebiedskarakteristiek(-). In deelgebied 3 bundelt het Voorkeursalternatief met de gereconstrueerde bestaande verbinding en vormt een nieuwe doorsnijding van het landschap. Plaatselijk ontstaan licht positieve effecten door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding, op veel plekken heeft het Voorkeursalternatief echter een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek. De beoordeling van de effecten is licht negatief (-).

6.3.4. Samenhang elementen (mastniveau) Landschapselementen zijn bijvoorbeeld dorps- en stadssilhouetten, verte-kenmerken, bebouwingslinten of bijzondere bosjes of lanen. Wanneer de samenhang tussen deze elementen en het landschap door de verbinding wordt verstoord of landschapselementen worden aangetast is sprake van een negatief effect. Er ontstaat dan als het ware een ruis in het landschappelijke verhaal van de plek. Bij dit criterium kunnen ook positieve effecten optreden, bijvoorbeeld als door het slopen van een bestaande verbinding een verbroken samenhang wordt hersteld en ruis wordt weggehaald. Voor de beoordeling van de effecten op elementen in hun landschappelijke context is in alle gevallen de lokale situatie (waar, welke elementen, welke samenhang) maatgevend voor de beoordeling. In deelgebied 1 heeft het Voorkeursalternatief een positief effect bij de zichtas op de Brabantse Wal door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding. Ook bij Woensdrecht treedt een licht positief effect op, omdat het Voorkeursalternatief hier ondergronds komt te liggen. Het Voorkeursalternatief heeft hierdoor een licht positieve totaalbeoordeling op de samenhang van elementen (+). In deelgebied 2 heeft het Voorkeursalternatief geen effecten op de samenhang van elementen en daarom een neutrale beoordeling (0).

In deelgebied 3 worden door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding de interne samenhangen in het bebouwingslint Oosteind hersteld. Het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding ter hoogte van Hooge Zwaluwe heeft een licht positieve invloed op de samenhangen tussen het silhouet van Hooge Zwaluwe en het omliggende landschap. Ook ontstaat er een licht positieve effect bij bebouwingslint de Moer. Al met al ontstaat een licht positieve totaalbeoordeling op de samenhang van de elementen (+).

6.4. Natuur 6.4.1. Draadslachtoffers Vogels kunnen tegen de geleiders en bliksemdraden van bovengrondse tracédelen aan vliegen en als gevolg daarvan sterven of gewond raken. Dit zijn draadslachtoffers. Hierbij is specifiek ingegaan op vogelsoorten. Ook vleermuizen kunnen in principe in aanraking komen met hoogspanningsdraden. Aangezien zij over echolocatie beschikken zijn zij uitstekend in staat om objecten in de lucht waar te nemen en te vermijden, zijn draadslachtoffers hierdoor niet of nauwelijks te verwachten. De effectbeschrijving van het aantal draadslachtoffers betreft een ecologische benadering van het aantal draadslachtoffers. Hierbij is rekening gehouden met het aantal doorsnijdingen van de verbinding loodrecht op de vliegbewegingen van vogels. Hoe meer doorsnijdingen een vogel moet passeren en hoe langer deze zijn, hoe meer kans deze vogel heeft op een aanvaring. Het aantal vliegbewegingen ter plekke van een verbinding hangt onder meer af van het landschapstype waarin de verbinding staat: in een open, grootschalig landschap zijn meer vogels aanwezig en meer vliegbewegingen dan in meer gesloten landschappen. De kans op een aanvaring is afhankelijk van de zichtbaarheid en draaddichtheid van de verbinding. Voor vogelsoorten die vooral overdag vliegen is de zichtbaarheid van een verbinding

52

van belang; voor vogelsoorten die vooral ’s nachts vliegen is de draaddichtheid van de verbinding van belang. Tot slot zijn soortspecifieke kenmerken van belang, zoals het gezichtsveld, de lichaams¬bouw en gedrag. In de effectbeschrijving is alleen rekening gehouden met soorten die in of nabij het studiegebied voorkomen en een kans hebben om tegen een hoogspanningsdraad aan te vliegen. In deelgebied 1 gaat het Voorkeursalternatief over een deel ondergronds. Op het bovengrondse deel van het Voorgenomen tracé wordt de bestaande verbinding vervangen door een nieuwe verbinding. Dit leidt voor dagvliegers tot een betere zichtbaarheid en een lichte afname van het aantal draadslachtoffers. Voor nachtvliegers leidt dit tot een lichte toename van het aantal draadslachtoffers. Over het geheel genomen leidt dit tot een toename van het aantal draadslachtoffers, die licht negatief is beoordeeld (-). In deelgebied 2 ligt het Voorkeursalternatief aan de westzijde van de A17 op het tracé van de bestaande 380 kV-verbinding. De bestaande 380 kV-verbinding wordt naar het westen verplaatst en vormt daar gedeeltelijk een nieuwe doorsnijding. De bestaande 150 kV-verbinding wordt geamoveerd. Voor dagvliegers leidt dit tot een iets betere zichtbaarheid en minder draadslachtoffers. Voor nachtvliegers zal de toename van de draaddichtheid tot een sterke toename van het aantal draadslachtoffers leiden.

Het effect wordt negatief beoordeeld (- -). In deelgebied 3 volgt het Voorkeursalternatief ter hoogte van Hooge Zwaluwe de bestaande 380 kV-verbinding en in het oostelijk deel de Bosroute. Over het geheel genomen veroorzaakt dit een negatief (- -) effect op draadslachtoffers.

6.4.2. Leefgebieden Bij de effecten op leefgebieden gaat het om effecten op gebieden met bijzondere natuurwaarden en de leefgebieden van vogels, vleermuizen en zoogdieren. Gebieden met een bijzondere natuurwaarden zijn Natura 2000-gebieden en gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De effecten op Natura 2000-gebieden zijn beschreven in de Passende Beoordeling. Deze komt aan de orde in hoofdstuk 7 van voorliggend Hoofdrapport. Daarom wordt uitsluitend ingegaan op effecten in NNN-gebieden. De effecten hierop doen zich voor ter plaatse van mastvoeten en kabels. Een effect op gebieden met bijzondere natuurwaarden van nul tot één hectare wordt als neutraal beoordeeld. Bij een grotere afname nemen de effecten toe. Een afname van één tot tien hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een afname van tien tot 25 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een afname van meer dan 25 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Effecten op leefgebieden van vogels ontstaan door het aantasten van broedlocaties van vogels of locaties waar wordt gefoerageerd of geslapen. Hierbij is specifiek naar gebieden gekeken die zijn aangewezen voor weidevogels, respectievelijk ganzen en smienten. Een effect op leefgebieden van vogels met nul tot één hectare wordt als neutraal beoordeeld. Bij een grotere afname nemen de effecten toe.

Een afname van één tot tien hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een afname van 10-25 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een afname van meer dan 25 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). De effectbeoordeling op het leefgebied van vleermuizen richt zich op het verlies aan leefgebied door het verdwijnen van bomen en andere groenstructuren. Voor de bepaling van het effect is het aantal doorsnijdingen van lijnvormige elementen met bomen (bomenrijen, singels, houtwallen) geteld.

53

De effecten op het leefgebied van zoogdieren zijn kwalitatief bepaald aan de hand van verspreidingsgegevens en een inschatting van de ligging van (potentieel) leefgebied voor zwaarder beschermde soorten. Het leefgebied voor deze soorten bestaat doorgaans uit bos met (vrij) oude bomen. In deelgebied 1 leidt het Voorkeursalternatief tot een verlies van 27,5 hectare gebied met een bijzondere natuurwaarde, 19,5 hectare daarvan kan worden heringericht doordat er de 150 kV-hoogspanningsverbinding wordt geamoveerd. Het nettoverlies van 8,0 hectare is als licht negatief (-) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief leidt niet tot verstoring van rust- en foerageergebieden van ganzen of van NNN natuurdoeltypen N13.01 of N13.02. Door het amoveren van het 150 kV-tracé komt er 75,7 hectare vrij die niet langer verstoord wordt. Dit effect is zeer positief (+++) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief leidt tot doorsnijdingen van 17 bomenrijen en houtwallen die van belang zijn voor vleermuizen. Dit is als licht negatief (-) beoordeeld. Het oppervlakteverlies van leefgebied van zoogdieren is 2,0 hectare, dit is beoordeeld als licht negatief (-). In deelgebied 2 leidt het Voorkeursalternatief tot een verlies van 2,0 hectare gebied met bijzondere natuurwaarde. Door het amoveren van de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding ontstaat er 0,9 hectare gebied dat kan worden heringericht als natuur.

Het nettoverlies van 1,1 hectare is als licht negatief (-) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief heeft geen effect op weidevogelgebieden, wat leidt tot een neutrale beoordeling (0). Het Voorkeursalternatief leidt tot 6 doorsnijdingen van bomenrijen en houtwallen die van belang zijn voor vleermuizen. Dit effect is beoordeeld als neutraal (0). Het Voorkeursalternatief heeft geen effect op leefgebied van zoogdieren, ook dit effect is als neutraal (0) beoordeeld. In deelgebied 3 leidt het Voorkeursalternatief tot een verlies van 62,0 hectare gebied met bijzondere natuurwaarde. Door het amoveren van de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding ontstaat er weer 43,5 hectare gebied dat kan worden heringericht als natuur. Het nettoverlies van 18,5 hectare is als negatief (- -) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief leidt tot een verstoring van 64,7 hectare rust- en foerageergebieden van ganzen. Door het amoveren van het 150 kV-tracé komt er 62,1 hectare gebied vrij dat als niet langer verstoord wordt. Het nettoverlies is 2,7 hectare, dit is als licht negatief (-) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief leidt tot 62 doorsnijdingen van bomenrijen en houtwallen die van belang zijn voor vleermuizen. Dit effect is beoordeeld als licht negatief (-). Het oppervlakteverlies van leefgebied van zoogdieren is 1,2 hectare, dit is beoordeeld als licht negatief (-).

6.4.3. Tijdelijke effecten Naast permanente effecten treden ook tijdelijke effecten op natuurwaarden op door de aanleg van de nieuwe verbinding of het slopen van de bestaande verbinding. De meeste effecten worden voor¬komen of beperkt door waar nodig mitigerende maatregelen in de aanlegfase toe te passen. Om verstoring van vogels te voorkomen is het uitgangspunt dat er niet wordt gewerkt in de broedperiode. Door alle werkzaamheden bij daglicht uit te voeren kan extra verlichting in de donkerperiode, als vleermuizen actief zijn, worden voorkomen. Tijdelijke effecten zijn daardoor alleen te verwachten op de in het gebied aanwezige amfibieën. In deelgebied 1 kruist het Voorkeursalternatief geen leefgebied van beschermde amfibieën en scoort hierdoor neutraal (0). In deelgebied 2 zijn geen beschermde soorten amfibieën aanwezig. Daarom heeft het voorkeursalternatief een neutraal effect (0). Het voorkeursalternatief kruist in deelgebied 3 het leefgebied van de rugstreeppad. Dit effect is als licht negatief (-) beoordeeld.

54

6.5. Bodem en water 6.5.1. Aardkundige waarden Bij de aanleg van de lijn kunnen aardkundige waarden blijvend worden aangetast. In het Omgevingsplan van de provincie Zeeland en de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant is opgenomen dat aantasting van aardkundige waarden moet worden voorkomen. Per tracéalternatief is bepaald over welk oppervlak de begrensde gebieden worden aangetast. Het vergraven van gebieden met aardkundige waarden wordt in principe aangemerkt als een negatief milieueffect, positieve effecten doen zich niet voor. Een vergraving tot 0,1 hectare wordt als een neutraal effect beoordeeld. Een vergraving van 0,2 tot 5 hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 5-20 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 20 ha wordt als zeer negatief beoordeeld (---). In deelgebied 1 loopt het Voorkeursalternatief door de aardkundig waardevolle gebieden Brabantse Wal / Meersche Duinen en Smalle Beek. De verbinding wordt in de buisleidingenstraat gelegd, hierdoor is het effect weggenomen. De beoordeling van het effect wordt hierdoor neutraal. In deelgebied 2 ligt het aardkundig waardevolle gebied Dintel. Het Voorkeursalternatief leidt tot plaatsing van enkele mastvoeten in dit gebied, dit leidt tot een licht negatief effect (-).

In deelgebied 3 liggen de aardkundig waardevolle gebieden Strijpen / Zwermlaken / Weimeren. Het Voorkeursalternatief doorsnijdt deze gebieden niet en heeft daarom een neutraal effect (0) op aardkundige waarden.

6.5.2. Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit wordt beschermd op basis van de Wet Bodembescherming. In het studiegebied zijn potentiële en/of bestaande bodemverontreinigingen aanwezig. Bestaande verontreinigingen zijn door onderzoek aangetoond. Bij potentiële verontreinigingen bestaat er op basis van historische activiteiten een vermoeden dat er een verontreiniging is, dit vermoeden is echter nog niet geverifieerd. Bij het funderen van de masten worden aanwezige lokale verontreinigingen indien nodig gesaneerd. Het saneren van bodemverontreinigingen wordt in principe aangemerkt als een positief milieueffect, negatieve effecten doen zich niet voor. Het saneren van een verontreiniging ter plaatse van één tot circa tien mastvoeten met een oppervlakte van circa één hectare heeft geringe effecten die neutraal worden beoordeeld (0). Wanneer er verontreinigingen over meer dan één hectare worden verwijderd, dan is dit als licht positief beoordeeld (+). Ruimtebeslag op een groot (>5 hectare) tot zeer groot aantal ha (>20 hectare) wordt als positief (++) of zeer positief (+++) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief doorsnijdt in deelgebied 1 en deelgebied 2 geen (potentiële) verontreinigingslocaties met een oppervlak van meer dan 1 hectare en heeft hierdoor in deze deelgebieden een neutraal effect (0).

In deelgebied 3 doorsnijdt het Voorkeursalternatief nabij Zevenbergen een (potentiële) verontreinigingslocatie. Er is naar gestreefd geen mastvoeten in de voormalige vuilstortplaats te plaatsen. Het totale oppervlak is dermate beperkt (kleiner dan 1 ha), dat dit effect neutraal beoordeeld is (0).

55

6.6 Archeologie Het Voorkeursalternatief kan effect hebben op het archeologisch bodemarchief. Dit betreft bekende waarden, zoals rijksmonumenten en de terreinen van archeologische waarde die op de Archeologische Monumentenkaart staan, de zogenaamde AMK-terreinen. De onbekende waarden betreffen de archeologische verwachtingsgebieden.

6.6.1. Archeologische monumenten De aanleg van de mastvoeten en kabels kunnen archeologische waarden in een archeologisch rijksmonument aantasten. Het aantasten van archeologisch rijksmonumenten wordt altijd aangemerkt als een negatief milieueffect. De archeologisch rijksmonumenten zijn de meest waardevolle vindplaatsen in Nederland en hebben het strengste beschermingsregime. Een vergraving tot één m2 wordt als een neutraal effect beoordeeld. Bij het plaatsen van meerdere mastvoeten of bij een ontgraving ten behoeve van het kabelbed wordt een archeologisch monument over een groter oppervlak vergraven en nemen de negatieve effecten toe. Een vergraving van één tot 100 m2 meter wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 100 tot 1.000 m2 wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 1.000 m2 wordt als zeer negatief beoordeeld (---). De archeologische rijksmonumenten die in deelgebied 1 liggen worden niet door het Voorkeursalternatief doorsneden of beschadigd door graafwerkzaamheden. In deelgebied 2 liggen geen archeologische rijksmonumenten. Ook in deelgebied 3 raakt het Voorkeursalternatief de aanwezige archeologische rijksmonumenten niet. Het Voorkeursalternatief heeft daarom in alle deelgebieden een neutraal (0) effect.

6.6.2. AMK-terreinen Bekende vindplaatsen van archeologische resten in Nederland zijn weergegeven op de Archeologische Monumenten Kaart. Deze vindplaatsen worden de AMK-terreinen genoemd. Bij de aanleg van de mastvoeten, opstijgpunten en het graven van een kabelsleuf vindt bodemverstoring plaats. Dit kan de archeologische waarden in een AMK-terrein aantasten. Het vergraven van een AMK-terrein is altijd een negatief effect. Een vergraving van minder dan één m2 is zo beperkt dat dit als neutraal effect wordt beoordeeld. Hoe groter het vergravingsoppervlak binnen een AMK-terrein is, hoe meer archeologische resten aangetast worden. Een vergraving van één tot 1.000 m2 meter wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 1.000 tot 10.000 m2 wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 10.000 m2 wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Het Voorkeursalternatief raakt in geen van de deelgebieden de aanwezige AMK-terreinen. Dit wordt neutraal beoordeeld (0).

6.6.3. Verwachtingsgebieden Bij de aanleg van de mastvoeten, opstijgpunten dan wel ondergrondse tracédelen zullen bodemingrepen plaatsvinden die eventueel aanwezige archeologische waarden in een gebied met bepaalde verwachtingen kunnen aantasten. Om zicht te krijgen op de verwachtingswaarde van het projectgebied is de landschapsontwikkeling van het projectgebied beschreven. Aan de hand daarvan is een beeld ontwikkeld over de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en hun categorie (zeer laag, laag, middelhoog en hoog). Het vergraven van minder dan één hectare is zo beperkt dat dit als neutraal effect wordt beoordeeld. Een vergraving van één tot 15 hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 16 tot 50 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 50 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---).

56

In deelgebied 1 doorsnijdt het Voorkeursalternatief meerdere verwachtingsgebieden met middelhoge en hoge archeologische verwachting, vooral in de omgeving van Wouw en Kruisland. Ook in deelgebied 2 doorsnijdt het Voorkeursalternatief meerdere archeologische verwachtingsgebieden, vooral in de omgeving van Oud Gastel. Het Voorkeursalternatief doorsnijdt in deelgebied 3 meerdere verwachtingsgebieden, vooral in de omgeving van Oosterhout, Dongen en ten noorden van Tilburg. In alle gevallen zijn deze effecten als licht negatief effect (-) beoordeeld. De feitelijke aanwezigheid van archeologische waarden in deze verwachtingsgebieden wordt ten behoeve van de uitvoering nog vastgesteld door middel van archeologisch onderzoek.

6.7 Ruimtegebruik Het ruimtebeslag is inzichtelijk gemaakt door het aantal hectares ruimtebeslag te berekenen van het aantal mastvoeten en opstijgpunten van de nieuwe verbinding en het aantal te verwijderen mastvoeten. Er is onderscheid gemaakt in het fysieke ruimtebeslag, het ruimtebeslag in bos in de ZRO-strook en het ruimtebeslag op maatgevende functies in de ZRO-strook in het gebied. De effecten in de eindsituatie zijn kwantitatief in hectares in beeld gebracht en niet beoordeeld.

Categorie

Deelgebied 1

Deelgebied 2

Deelgebied 3

Fysiek ruimtebeslag

-1,9

-0,6

-4,6

Bos in ZRO-strook

-6,4

0

8,8

0

-0,2

-0,8

Maatgevende functies in ZRO-strook Bedrijven Recreatie

-1,5

0

0,3

Agrarisch

-62,9

15,8

-141,6

Infrastructuur

-4,6

0,5

0,1

57

6.8 Overzicht van de effecten Deelgebied 1

Deelgebied 2

Deelgebied 3

Aantal gevoelige bestemmingen

-

--

--

Aantal vrij te spelen gevoelige bestemmingen

++

+

+++

+

0

+

Leefomgevingskwaliteit

Landschap en cultuurhistorie Tracéniveau landschappelijk hoofdpatroon Kwaliteit tracé

-

-

0

Lijnniveau Gebiedskarakteristiek

0

-

-

Elementen lijnniveau

+

0

+

Effecten op draadslachtoffers

-

--

--

Effecten op leefgebieden: gebieden met bijzondere waarden

-

-

--

Effecten op leefgebieden: leefgebied vogels

+++

0

-

Natuur

Effecten op leefgebieden: leefgebied vleermuizen

-

0

-

Effecten op leefgebieden: leefgebied zoogdieren in onbeschermd bosgebied

-

0

-

Tijdelijke effecten

0

0

-

Aardkundige waarden

0

-

0

Bodemkwaliteit (sanering van bodemverontreinigingen)

0

0

0

Bodem en water

Archeologie Archeologische rijksmonumenten

0

0

0

AMK-terreinen

0

0

0

Verwachtingsgebieden

-

-

-

6.9 Mitigerende maatregelen De aanleg van de nieuwe verbinding en het verwijderen van bestaande verbindingen brengt diverse permanente en tijdelijke effecten met zich mee. Er worden diverse mitigerende maatregelen getroffen om deze effecten te verminderen of te vermijden.

6.9.1. Gevoelige bestemmingen Het aantal gevoelige bestemmingen wordt bepaald door de tracering van de nieuwe verbinding. Het aantal is als gevolg van de optimalisering van het tracé van het Voorgenomen tracé uit 2017 naar het Voorkeursalternatief 2020 gedaald. Met de vastlegging van het tracé zal het aantal gevoelige bestemmingen niet meer dalen. Wel kunnen de huidige gebruikers van de gevoelige bestemmingen kiezen of zij het pand willen blijven bewonen. Hiervoor heeft TenneT de aan- en uitkoopregeling in het leven geroepen. Deze wordt beschreven in paragraaf 12.4 van dit Hoofdrapport. Hierdoor ontstaat een vrijwillige keuze voor huidige of toekomstige bewoners om in de panden die in de magneetveldzone staan te blijven of gaan wonen.

6.9.2. Landschap De nieuwe verbinding leidt tot diverse landschappelijke effecten. Er wordt gewerkt aan de landschappelijke inpassing van de nieuwe verbinding. Hiervoor worden inrichtingsmaatregelen voorbereid die bijdragen aan alle relevante milieuaspecten: landschap en cultuurhistorie, natuur, leefomgeving en

58

water. Het mitigeren van effecten op het landschap gebeurt door het aanbrengen of wijzigen van beplanting en door het versterken van de bestaande landschapsstructuur of elementen daarvan. Hierbij wordt aandacht besteed aan ruimtelijke aspecten zoals locatie, verschijningsvorm en samenhang met andere landschapselementen en landschapsstructuren. Waar mogelijk en zinvol zijn de maatregelen gecombineerd en zijn ‘integrale’ inrichtingsmaatregelen ontworpen die een functie vervullen voor bijvoorbeeld zowel de landschappelijke inpassing als de compensatie van ecologische waarden. Het Landschapsplan wordt ten behoeve van het Inpassingsplan opgesteld.

6.9.3. Natuur Het Voorkeursalternatief leidt tot diverse effecten op de aanwezige natuur. In het Landschapsplan wordt ingegaan op mogelijkheden om het kappen van bomen en bosschages zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast wordt er ten behoeve van de landschappelijke inpassing ook de nodige beplanting toegepast. Het Voorkeursalternatief leidt tot effecten op beschermde soorten en habitats. In hoofdstuk 8 van dit Hoofdrapport is ingegaan op de mitigerende maatregelen die in Natura 2000 gebieden worden genomen. Tijdens de aanleg van het Voorkeursalternatief kunnen ook effecten ontstaan op andere beschermde soorten. Het gaat hierbij om mogelijke negatieve effecten op vleermuizen, das, roofvogels, steenuil, rugstreeppad, Alpenwater- en vinpootsalamander en beschermde flora en insecten. Hiervoor zijn de volgende mitigerende maatregelen benoemd. •

Het kappen van bomen leidt tot effecten op foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Deze effecten worden gemitigeerd door de werkzaamheden uit te voeren in de winterperiode. In deze periode gebruiken vleermuizen de bomen niet als verblijfplaats. Effecten op vliegroutes worden verminderd door te voorkómen dat de bomenrijen worden aangelicht door bouwverlichting.

•

De werkzaamheden tasten een verblijfplaats en territorium van de das aan. De dassenburcht in het bos van Huis ter Heide wordt in de winterperiode verstoord doordat dekking door bomen wegvalt en het aanliggende foerageergebied niet meer functioneert. Om dit effect te verminderen wordt een verplaatsingsplan opgesteld waarmee de dassenburcht kan worden gecompenseerd. Dit plan voorziet in de aanleg van een nieuwe burcht, het beperken van de verstoring door mensen en het werken buiten de voortplantingsperiode van de das.

•

Door de betreding van het gebied, het verwijderen van vegetatie en kap van bomen verdwijnen buizerdhorsten. In de omgeving zijn voldoende alternatieve potentiele nestlocaties en bosgebieden beschikbaar. Het effect wordt bovendien gemitigeerd door buiten de voortplantingsperiode van de buizerd te werken. Ook overige broedvogels worden door deze werkzaamheden en maatregelen in watergangen negatief beïnvloed. Van belang is buiten het broedseizoen te werken en geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken en houden.

•

Het leefgebied van de levendbarende hagedis en de rugstreeppad wordt negatief beïnvloed door grondwerkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide. Deze effecten worden gemitigeerd door de werkzaamheden buiten de rustperiode en de voortplantingsperiode van deze soorten uit te voeren. Ook kan het werkgebied ontoegankelijk gemaakt worden door het plaatsen van rasters en eventuele aan te treffen exemplaren binnen de rasters te vangen en te verplaatsen naar een ander geschikt leefgebied in de directe omgeving. Als gevolg van de werkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide zijn negatieve effecten op oeverkruid niet op voorhand uit te sluiten. Door de groeiplaatsen visueel te markeren wordt betreding voorkomen.

•

Ten zuiden van Huis ter Heide zijn de beschermde Gevlekte witsnuitlibel, Grote vos en de Kleine ijsvogelvlinder waargenomen. Ten zuidoosten van het voorkeursalternatief zijn ook waarnemingen

59

bekend van de beschermde Grote weerschijnvlinder en Bruine eikenpage. Door de werkzaamheden kan het leefgebied van deze soorten tijdelijk worden verstoord. In de omgeving is momenteel en ook na aanleg van het Voorkeursalternatief voldoende alternatief leefgebied beschikbaar. Van belang is dat het Plakkeven niet gedempt of aangetast wordt, dit is het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel. Negatieve effecten op beschermde insecten zijn dan uitgesloten. •

De nesten van rode mieren in het bosgebied van Huis ter Heide kunnen als gevolg van kapwerkzaamheden benodigde dekking verliezen of vernietigd worden. Door de nesten visueel te markeren en zorgvuldig te werken kunnen de nesten behouden blijven. Wanneer dat niet mogelijk is kunnen de stobben en dood hout gehandhaafd blijven. De kolonies kunnen de stobben gebruiken als fundering voor een nieuw nest of het bestaande nest aanhouden. Het dode hout dient als dekking voor een veelheid aan prooidieren voor de mieren.

Veel van de effecten kunnen ook worden gemitigeerd door zorgvuldig te werken. Dit kan door tijdens de uitvoering in één richting te werken, zodat dieren kunnen vluchten. Ook moet het materieel zorgvuldig en deskundig worden gebruikt om onnodige schade en onnodige verstoring te voorkomen. Daarnaast is een belangrijke mitigerende maatregel de werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige ecoloog. Ook vindt onderzoek plaats om het beheer en onderhoud tijdens de gebruiksfase zo natuurvriendelijk mogelijk uit te voeren.

6.9.4. Bodem en Water en Archeologie De effecten van het Voorkeursalternatief op Bodem en Water en op Archeologie zijn dusdanig beperkt, dat hierop geen mitigerende maatregelen zijn geformuleerd.

60

7. Tijdelijke verbindingen 7.1 Ontwerpproces Er zijn twee typen tijdelijke verbinding: een tijdelijke 380 kV-verbinding om de aanleg of verlegging van een bestaande verbinding mogelijk te maken, en een tijdelijke 150 kV-verbinding. De nieuwe 380 kV-verbinding wordt op vier locaties (deels) op hetzelfde tracé gebouwd als de bestaande 380 kV-verbinding tussen Rilland en Geertruidenberg. Op die locaties worden daarom in de aanlegfase tijdelijke 380 kV-verbindingen aangelegd, zodat er goed en veilig gewerkt kan worden én de stroomvoorziening tijdens de aanleg in stand kan blijven. Bij een tijdelijke 380 kV-verbinding wordt gebruik gemaakt van tijdelijke masten. Deze worden op een tijdelijk verharde ondergrond geplaatst, zoals betonplaten, en worden afgespannen met tuien. Onderstaand beeld geeft een indruk van de tijdelijke masten (rechts op de foto) die zijn toegepast in Diemen.

In een aantal gevallen wordt er spanning op de tijdelijke verbinding gezet, in andere gevallen niet. De tracés voor deze tijdelijke verbindingen liggen: •

nabij de Pietseweg te Oud Gastel, over een lengte van circa 400 meter met 3 masten;

•

nabij de Sluissedijk te Standdaarbuiten, over een lengte van circa 500 meter met 13 masten;

•

aan de westzijde van Hooge Zwaluwe, over een lengte van circa 1 kilometer met 11 masten;

•

aan de oostzijde van Hooge Zwaluwe, over een lengte van circa 400 meter met 6 masten.

61

Onderstaande kaarten geven de locaties weer van de tijdelijke verbindingen, inclusief de mastlocaties en hun tuien.

De totale lengte van de tijdelijke 380 kV-verbindingen betreft circa 2,3 kilometer. Het betreft 33 tijdelijke masten. De effecten zijn vooral lokaal van aard. Ook nadert de nieuwe 380 kV-verbinding op acht locaties bestaande 150 kV-verbindingen zeer dicht, of kruist deze. Deze bestaande 150 kV-verbindingen moeten in bedrijf blijven tijdens de aanlegwerkzaamheden. Daarom wordt het gedeelte van de 150 kV-verbindingen dat in de weg staat tijdelijk verplaatst. Hiervoor worden aan weerszijden van de locaties waar de 150 kV-verbinding in de weg staat tijdelijke opstijgpunten gerealiseerd. Ook deze worden op tijdelijk verharde ondergrond geplaatst, zoals bijvoorbeeld betonplaten en afgespannen met tuien. Tussen de tijdelijke opstijgpunten wordt een tijdelijke 150 kV-kabelverbinding aangelegd. Deze wordt op maaiveld, of - in overleg met de grondgebruiker - (deels) onder maaiveld aangelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11012012/1