CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-017387 Bijl3- Bp Noorderbunder Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 13 april 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-017387 Vaststellen Bestemmingsplan Noorderbunder30.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hier liggen diverse onderzoeken aan ten grondslag. De lagenbenadering wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg met de provincie besproken.

34/98

3.3.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Dongen 2020 Om het gemeentelijk ruimtelijk beleid inzichtelijk te maken heeft de gemeente Dongen eind 2009 de ‘Structuurvisie Dongen 2020’ waarin verschillende sociaal-ruimtelijke aspecten aan bod komen en speerpunten worden geformuleerd. De hoofdopgaven voor de gemeente zijn: goed wonen, werken en leven voor iedereen; (cultuur)historisch Dongen; versterken groenblauwe raamwerk. Goed wonen, werken en leven voor iedereen De gemeente wil goed zorgen voor haar inwoners. Een onderdeel daarvan is dat er voor iedereen passende woonruimte beschikbaar moet zijn en dat het aanbod van werk op peil moet blijven. Maar goed wonen doe je niet alleen in een passende woning, daarvoor is ook een woonomgeving met kwaliteit nodig. Dit betekent dat alle inwoners van Dongen goed moeten kunnen leven in de gemeente, met alle onderdelen die hiervoor nodig zijn: voorzieningen op maat, werk, passende detailhandel, maar ook voldoende mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding zoals sporten, cultuur en ontspanning. (Cultuur)historisch Dongen Dongen heeft een aantal (cultuur)historische waarden die gekoesterd worden. Het gaat om de karakteristieke opbouw van Dongen, met veel driehoekige structuren, en de historische linten. De Donge, als naamgever van de gemeente, is een belangrijke waterloop, maar de gemeente wil dat de Donge een prominentere plek krijgt.

In de kernen zelf zijn verschillende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Het gaat hierbij niet alleen om landmarks, maar ook om ‘verborgen plekken’, zoals oude leerlooierijen. Deze zijn van belang voor de geschiedenis, maar ze kunnen ook een grote bijdrage levere aan de kwaliteit van de nieuwe woonomgeving. Verder vindt de gemeente het belangrijk dat zorg wordt gedragen voor het cultuurhistorische landschap (het karakteristieke patroon van slagenlandschap, maar ook de openheid ervan). Met deze structuurvisie wordt gestreefd deze verschillende historische en cultuurhistorische waarden te verstevigen. Versterken groenblauwe raamwerk Dongen heeft verschillende groenblauwe elementen die een grote bijdrage kunnen leveren aan de leefbaarheid. Hierbij denkt de gemeente niet alleen aan de groene gebieden in Dongen en de Donge, maar ook aan het buitengebied en de andere waterlopen. De kwaliteit van het groenblauwe raamwerk staat op verschillende plekken onder druk. De opgave is om dit raamwerk te versterken, zodat een goede basis voor een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving wordt geschapen. Toetsing Het plangebied Noorderlaan is op de structuurvisiekaart (figuur 3.5) aangewezen als potentiële ontwikkellocatie voor woningbouw. Wat betreft het thema water is het plangebied eveneens aangeduid als zoekgebied voor

35/98

lokale inudatie.

Figuur 3.5 Uitsnede structuurvisiekaart gemeente Dongen (Bron: Gemeente Dongen) In de structuurvisie staan meerdere aspecten benoemd, die bij de ontwikkeling van de Noorderlaan een rol (kunnen) spelen: De ruimtelijke structuur van Dongen is divers en beeldbepalend voor de verschillende deelgebieden. Deze moet behouden blijven en waar mogelijk moeten de kwaliteiten worden versterkt. Verder moeten er voldoende aantrekkelijke plekken in dorpen, wijken en buurten zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. De kwaliteiten van het landschap moeten worden versterkt. Daarnaast dient het landschap bij te dragen aan de identiteit van de verschillende deelgebieden binnen Dongen. Denk hierbij onder meer aan: 1. Groene strategische rand: de groene strategische rand is een serieuze en duurzame landschappelijke en ecologische structuur om Dongen, ’s Gravenmoer en Vaart en vormt de overgang van bebouwing / stedelijk gebied naar het aangrenzende landschap. Deze ecologische verbindingszone (EVZ) is van belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de kernen. 2. Buffer Dongen – Oosterhout / Tilburg: de bufferzones tussen Dongen en omliggende gemeenten zorgen ervoor dat de gemeente en de kernen binnen de gemeente hun identiteit behouden.

De groene strategische randen rondom de kernen vervullen deze bufferfunctie, waarbij de buffers aan de west- en oostzijde van Dongen duidelijk een landschappelijk accent moeten krijgen. De verschillende buurten moeten aantrekkelijk zijn om in te wonen. Het aanbod moet goed aansluiten bij de specifieke vraag binnen Dongen en afgestemd zijn op het regionale bouwprogramma, zodat tijdig de juiste woningen worden gerealiseerd. De huisvesting van starters en jonge gezinnen is een aandachtspunt om te kunnen waarborgen, dat er in Dongen ook in de toekomst sprake is van een gemêleerde bevolkingssamenstelling en de instandhouding van het gewenste voorzieningenniveau. Daartoe is het noodzakelijk jonge mensen voor Dongen te behouden. Gestapelde bouw moet hierbij gedoseerd worden toegestaan.

36/98

Ten aanzien van een goede economie en voldoende voorzieningen is het uitgangspunt om in te zetten op het behoud en waar mogelijk versterken van het detailhandelsvoorzieningenniveau in het centrum van Dongen en van ‘s Gravenmoer. Indien de voorzieningen niet op het peil zijn die nodig worden geacht, zal de gemeente tot actie overgaan. Wanneer zich daarnaast vanuit de markt concrete vragen en initiatieven voordoen zal de gemeente zich actief inspannen om aan deze initiatieven op de daarvoor bestemde plekken mee te werken en daarmee in deze gebieden detailhandelsvoorzieningen op een goed niveau te houden. Door marktwerking kan niet in alle wijken en buurten de detailhandel op een hoog niveau blijven. Indien zich in andere wijken of in Vaart initiatieven voordoen, zal de gemeente deze waar mogelijk faciliteren. Behoud en versterking van de huidige sociaal-maatschappelijke voorzieningen is van groot belang, met name in de kleine kernen. In de kleine kernen (vooral Vaart) verdient het aanbeveling te streven naar bundeling van sociaal-maatschappelijke functies: school, buurthuis, kinderopvang, zodat de verschillende voorzieningen elkaar kunnen versterken. Het realiseren dan wel bevorderen van een infrastructuur met een doelmatige en veilige afwikkeling van het verkeer dat noodzakelijk is voor het verrichten van de maatschappelijke activiteiten. Denk daarbij onder meer aan: 1.

Fietsnetwerk versterken: versterking van de routestructuur van het fietsnetwerk is gewenst: logische, doorgaande routes. De routestructuur zoals is aangegeven in deze structuurvisie is het regionaal fietsnetwerk zoals dat is opgenomen in het regionaal fietsplan. Op deze routes wordt de fiets centraal gesteld bij de inrichting van de wegen, waarbij de routes goed toegankelijk en obstakelvrij moeten zijn. Een vloeiende doorstroming voor fietsers is gewenst. 2. Ontsluiting openbaar vervoer: onderzoek naar de lijnverstrakking inclusief haalbare en realistische alternatieven is noodzakelijk om de verschillende wijken in Dongen goed te ontsluiten met het openbaar vervoer. Vrijetijdsvoorzieningen creëren die voor iedereen toegankelijk zijn. Daarnaast worden initiatieven voor vrijetijdsvoorzieningen gestimuleerd die passen bij de identiteit van Dongen, zodat de gemeente kan bijdragen aan de Leisureboulevard Midden-Brabant. 3.4.2 Raamwerk omgevingsvisie 1.0 Dit document vormt het raamwerk voor de nader uit te werken omgevingsvisie van gemeente Dongen. In dit raamwerk schetst de gemeente een beeld van de ambities, stand van zaken en de opgaves waar de komende jaren aan gewerkt gaat worden. Dit raamwerk voor de omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid en brengt, geheel in de geest van de Omgevingswet, meerdere beleidsterreinen samen in één visie.

In het raamwerk omgevingsvisie 1.0 zijn vier lijnen benoemd van waaruit wordt gebouwd aan de gemeente: er wordt ruimte geboden aan het Dongens DNA, de economie van morgen, de (gezonde) leefomgeving en het klimaat. Dongens DNA Om ruimte te bieden aan het Dongens DNA wordt geïnvesteerd in: Het koesteren en versterken van de eigen identiteit van de dorpskernen De gemeente neemt de identiteit van een gebied als een van de pijlers voor de ontwikkelingen in de leefomgeving. Samen met inwoners brengt de gemeente de kwaliteiten en basiswaarden van een gebied in kaart om vervolgens aan de gewenste ontwikkeling te kunnen gaan bouwen.

37/98

Het waarborgen van fysiek Dongens DNA Het Dongens DNA komt niet alleen terug in cultuur, ook in het landschap zijn er fysieke kenmerken terug te vinden die verwijzen naar hoe Dongen zo geworden is. Karakteristieke dorpsgezichten krijgen een nieuwe invulling om zo ons fysiek Dongens DNA te behouden. Ontmoetingsplekken Al jaren is er sprake van een groeiende individuele keuzevrijheid en ruimte voor het individu, ook in de gemeente Dongen. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van en behoefte aan duidelijke collectieve opvattingen en collectief gedrag. De uitdaging ligt in het samenbrengen en faciliteren van beide bewegingen. Ruimte blijven bieden aan verenigingen en evenementen én aandacht hebben voor het faciliteren van individuele ontmoetingen. Initiatieven verbinden en faciliteren De rol van de gemeente verandert. Aan de ene kant wordt van de gemeente gevraagd om zo veel mogelijk ruimte te bieden aan onze initiatiefrijke en vindingrijke inwoners. Aan de andere kant is bij grotere opgaves waar de vindingrijkheid en initiatiefrijkheid goed gebruikt kan worden een sterkere en meer faciliterende rol van de gemeente nodig. Economie van morgen Om ruimte te bieden aan de economie van morgen, wordt geïnvesteerd in: Bedrijvigheid De bedrijven vormen het kloppende hart van de economie.

Er wordt ingezet op kwaliteitsverbetering en efficiënt en duurzaam ruimtegebruik van de huidige bedrijventerreinen met aandacht voor gezondheid. Goed personeel De gemeente Dongen zet daarom in op een samenwerking tussen onderwijsinstelling en bedrijfsleven om maatwerk te leveren in het opleiden, bijscholen en omscholen van (toekomstige) werknemers. Het centrum Het centrum is levendig, het is prettig wonen, winkelen en ontmoeten. De voorzieningen (winkels, horeca, maatschappelijk) zijn afgestemd op de wensen van bewoners en ondernemers. Het centrum heeft een aantrekkelijke openbare ruimte in combinatie met woningbouw. Het centrum is goed bereikbaar met gratis parkeren. Buitengebied en recreatie De ruimtelijke kwaliteiten van het buitengebied - rust, groen en ruimte - zijn van groot belang voor een aantrekkelijke leefomgeving en voor onze gezondheid, maar vormen ook een belangrijke economische factor. De gemeente wenst daarom die kwaliteiten zoveel mogelijk te behouden en te versterken. De ondernemers in het buitengebied worden waar mogelijk geholpen een goede balans te vinden tussen agrarische ontwikkelingen, landbouwfuncties, landschappelijke waarden en ontwikkelingen zoals recreatie.

38/98

Mobiliteit De mobiliteit wordt bevorderd door aan te sluiten op het regionale netwerk van fietsroutes dat inwoners, forenzen en bezoekers kiezen voor vervoer per fiets. Voor het toenemend aanbod van elektrische auto’s wordt voorzien in elektrische laadpalen. Een gezonde leefomgeving Om ruimte te bieden voor een gezonde leefomgeving, wordt geïnvesteerd in: Een goede, duurzame woningvoorraad passend bij de inwoners en hun behoeften Met ruimte voor nieuwe woonconcepten (met onder andere slimme oplossingen voor zorg en ondersteuning), ruimte voor het toenemend aantal eengezinshuishoudens en 75-plussers en ruimte voor nieuwe inwoners (uitbreiding van de woningvoorraad in de periode tot 2030). Een groene leef- en woonomgeving De gemeente investeert in groen in de woon- en leefomgeving. Het groen biedt volop mogelijkheden om in te spelen, sporten, ontspannen en ontmoeten. Het groen draagt bij aan biodiversiteit, klimaatbestendigheid en aantrekkelijkheid van de gemeente. Leefbare en sociale wijken en kernen De gemeente investeert in veiligheid: fysiek en sociaal, vanuit preventie. Met een goed voorzieningenniveau. Gemeente stuurt op multifunctionele voorzieningen en levendige plekken waar inwoners van diverse doelgroepen en leeftijdsgroepen elkaar ontmoeten. Inclusie We investeren in toegankelijkheid van onze voorzieningen voor alle inwoners.

En hebben ook voor aansluiting en verbinding van doelgroepen die op enige wijze drempels ervaren in het deelnemen in de samenleving. Klimaat Om ruimte te bieden aan het klimaat, wordt geïnvesteerd in: Bewustwording bij inwoners Het verduurzamen van Dongen kan alleen slagen wanneer de gemeente dat met zowel inwoners als bedrijven doet. Dit vraagt om een besef wat er gaande is omtrent het klimaat en dat diverse partijen samen aan zet zijn om dit tij te keren. Er wordt gestreefd om uiteindelijk naar gezamenlijke- en inwonerinitiatieven te komen voor het leefbaar houden van de woonomgeving of verduurzamen van woningen en bedrijven. Verduurzaming van onze woningen, bedrijven, warmte- en energiebronnen Het wordt mogelijk gemaakt om met behulp van duurzame warmtebronnen zoals geo- en aquathermie, warmtenetten en restwarmte van onze bedrijven onze woningen te verwarmen. Er wordt ruimte gemaakt voor de opwek van duurzame energie, er wordt aangesloten bij regionale initiatieven en er wordt voor gezorgd dat iedereen over de kennis kan beschikken om zijn of haar woning te verduurzamen. Een klimaatbestendig Dongen De gemeente zorgt ervoor dat hitte, verdroging of wateroverlast de leefomgeving of gezondheid niet beïnvloeden. Regen- of grondwater is beschikbaar voor plant en dier. Hierbij zet de gemeente in op minder

39/98

verstening en meer ruimte voor waterberging. Samen met een uitgebalanceerd openbaar en particulier groen zorgt dit voor voldoende afkoeling en minder wateroverlast of verdroging. Innovaties op het gebied van verduurzaming en klimaatadaptatie De gemeente staat open voor nieuwe ontwikkelingen en technologieën die een bijdrage leveren aan de klimaatopgave energie en duurzaamheid. Toetsing In de te ontwikkelen woonwijk Noorderbunder dienen onder meer ontmoetingsplekken te komen. De nieuwbouwwijk dient goed ontsloten te worden, kent goede fiets- en voetgangersverbindingen en er zijn voorzieningen voor elektrische auto's. De woonwijk draagt bij aan een goede, duurzame woningvoorraad in een groene omgeving. De wijk draagt bij aan een inclusieve samenleving. Duurzaamheid en klimaatadaptatie staat voorop. Niet alleen in het openbaar gebied maar ook de (toekomstige) inwoners zijn zich hiervan bewust en dragen hier aan bij. Het raamwerk Omgevingsvisie Dongen 1.0 vormt de basis voor de op te stellen Omgevingsvisie Dongen. De vier ambities, te weten 1) het Dongens DNA, 2) de economie van morgen, 3) de gezonde leefomgeving en 4) een duurzame toekomst zijn verder uitwerkt aan de hand van thema's en/of gebieden. De vaststelling van de omgevingsvisie staat gepland medio 2023 en is digitaal raadpleegbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. 3.4.3

Woonvisie Dongen 2017 - 2027

De woonvisie geldt voor een lange termijn en is op onderdelen wat gedateerd geraakt. De strekking van de visie is echter nog altijd actueel en bruikbaar voor de uitvoeringspraktijk. Dongen kent een woningvoorraad van ruim 11.000 woningen die grotendeels bestaat uit eengezinswoningen. Dat is historisch zo gegroeid. Met nieuwbouw voegen we daar jaarlijks ongeveer 100 woningen aan toe. Nog steeds zijn dat veelal eengezinswoningen, terwijl de groei vooral zit in éénpersoonshuishoudens. De bestaande woningvoorraad blijft volgens de woonvisie grotendeels gehandhaafd Er worden beperkt woningen toegevoegd, voor het overgrote deel gebeurt dat in de vorm van nieuwbouw. Uitgangspunt is verder hergebruik en/of transformatie van vrijkomend vastgoed (o.a. zorgvastgoed, religieus vastgoed en kantoor- en schoolgebouwen). De visie gaat nog uit van de provinciale bevolkingsprognoses van 2014 en de woningbehoefte die daarop is gestoeld. Dongen blijkt sterker te groeien dan in die prognoses werd voorzien. Medio 2020 zijn geactualiseerde prognose verschenen, met een doorberekening naar de benodigde woningvoorraad. Die moet uiteindelijk groeien naar zo’n 12.900 woningen in 2040, In de periode 2020 – 2030 zijn de meeste woningen nodig: een uitbreiding met circa 120 woningen per jaar is gewenst. Na 2030 vlakt de groei af en zijn er minder woningen nodig.

Toetsing Volgens de woonvisie gaan noodzakelijke nieuwe woningen grotendeels gebouwd worden op uitbreidingslocaties (Beljaart, Noorderbunder, Waspikse Weg). Om in te kunnen spelen op een veranderende behoefte moet er planologisch zo veel mogelijk flexibiliteit ingebouwd worden (globale eindplannen die snel en flexibel in kunnen spelen op de kwalitatieve behoefte). De woonvisie wijst op het belang om in

40/98

nieuwbouwplannen rekening te houden met de relatief sterke groei van het aantal éénpersoonshuishoudens, die voor een groot deel bestaat uit oudere inwoners. Ook wordt gewezen op de behoefte aan een meer gevarieerd woningaanbod, gelet op de tamelijk eenzijdige woningvoorraad. Voor nieuwbouwplannen stelt de woonvisie een zelfde verdeling in prijsklassen vast (35% sociale sector - 35% middeldure sector - 30% dure sector) als in de woonvisie 2011 - 2015. Met die verdeling wordt recht gedaan aan de inkomenssamenstelling van de Dongense bevolking. De prijsgrenzen per categorie fluctueren en worden jaarlijks samen met de regio en de provincie vastgesteld in het regionaal perspectief op bouwen en wonen. De ontwikkeling sluit aan op deze verdeling van prijsklassen. 3.4.4 Woningbouwplanning De gemeente beschikt over een door de provincie goedgekeurd woningbouwprogramma, dat in de periode 2021-2040 voorziet in de bouw van in totaal 1.610 woningen. De woningbouwontwikkeling Noorderbunder is in de planning opgenomen met in fase 1 op dit moment 142 woningen en in fase 2 (na 2025) op dit moment 150 woningen. 3.4.5 Nota Grondbeleid 2016-2021 Het gemeentelijk grondbeleid is ondersteunend aan het sectorale beleid voor wonen, werken en recreëren in Dongen. Vanuit dit perspectief is het grondbeleid daarom ook van belang voor de uitvoering van het woningbouwplan aan de Noorderlaan.

Op grond van het grondbeleid is de positie aan de Noorderlaan door de gemeente verworven. Door deze positie in te nemen is een actief grondbeleid mogelijk. Dat betekent dat de gemeente, na de grondverwerving, het gebied zelf bouw- en woonrijp maakt of laat maken en dat de bouwpercelen door de gemeente uitgegeven gaan worden. Deze uitgifte zal in principe plaatsvinden in de vorm van verkoop. Daarbij zal de verkoop deels geschieden aan Casade en deels aan nader te selecteren projectontwikkelaars en/of particulieren. Hoe deze selectie verder vormgegeven gaat worden, wordt nader uitgewerkt. Voor de stedenbouwkundige opzet en het op te stellen bestemmingsplan is deze niet van belang. De financiële voortgang van het project zal, conform de Nota Grondbeleid, tweemaal per jaar worden gerapporteerd aan de gemeenteraad door middel van de Voortgangsrapportage Grondexploitatie. 3.4.6 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het gemeentelijk beleid.

41/98

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2.1 Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

4.2.2 Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit het mogelijk maken van maximaal 300 woningen in het plangebied met een oppervlakte van 96.447 m2. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de

42/98

plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenoemde 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling', welke als bijlage 6 is opgenomen bij voorliggend bestemmingsplan. Het bevoegd gezag neemt op basis hiervan een m.e.r.-beoordelingsbeslissing.

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1 Normstelling en beleid Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren). De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen uit het 'Parapluplan Parkeren Dongen'. Conform dit beleid wordt de bovenkant van de bandbreedte aangehouden. Voor het juiste kencijfer / parkeernorm wordt een ligging in rest bebouwde kom aangehouden, de gemeente heeft een matig stedelijk karakter op basis van de adressendichtheid. 4.3.2 Toetsing 4.3.2.1 Ontsluiting In het kader van de afwikkeling van het auto- en fietsverkeer is d.d. 30 september 2020 in opdracht van de gemeente Dongen een adviesmemo opgesteld. Dit advies is opgenomen als bijlage 2 en heeft de basis gevormd voor de paragraaf verkeer en parkeren in voorliggend bestemmingsplan.

Gemotoriseerd verkeer Het plangebied is gelegen ten noordwesten van de kern Dongen en zal ontsloten worden via de Noorderlaan. Richting het zuidwesten wordt ontsloten op de Westerlaan, waarna ontsluiting mogelijk is via de N629 richting Oosterhout, de A27 (Breda - Knooppunt Hooipolder) en de N632 richting Tilburg. Richting het noordoosten is via de rotonde Noorderlaan - Lage Ham - Beljaartlaan ontsluiting mogelijk in de richtingen van 's-Gravenmoer en Kaatsheuvel. Binnen de bebouwde kom geldt een maximum snelheid van 50 km/h en buiten de kom een maximum snelheid van 60 km/h. De N629 is een gebiedsontsluitingsweg waar momenteel een maximumsnelheid van 80 km/h geldt. De omvang en met name de toekomstige programmatische invulling van het plangebied maakt dat geadviseerd wordt om één hoofdontsluiting en twee nevenontsluitingen te maken. Deze ontsluitingen zijn bovendien gewenst in het kader van incidenten, woongenot en leefbaarheid. Openbaar vervoer

43/98

De dichtstbijzijnde bushalte is op circa 10 minuten loopafstand van het plangebied gesitueerd. Hier halteren buslijnen 231, 327, 328, 631 en 672 in de richtingen van Waalwijk, Tilburg, Rijen, Breda en Oosterhout. Langzaam verkeer Het fietsverkeer op Noorderlaan maakt gebruik van de gearceerde fietsstroken. Er zijn geen vrijliggende fietspaden aanwezig. Voor fietsverkeer richting het zuidwesten geldt dat fietsers in de praktijk gebruik maken van de ventweg van de Westerlaan, de Laagstraat. Wegprofielen Voor de verschillende typen wegen in het plangebied zijn wegprofielen vervaardigd. In figuur 4.1 zijn de posities van deze wegprofielen in beeld gebracht: Profiel 1: Hoofdontsluiting Profiel 2: Hoofdontsluiting Noord Profiel 3: Nevenontsluiting Profiel 4: Overrijdbaar woonpad

Figuur 4.1 Posities van de wegprofielen binnen het plangebied (Bron: Welmers Burg Stedenbouw) In de figuren 4.2 tot en met 4.5 zijn de verschillende wegprofielen in beeld gebracht.

44/98

Figuur 4.2 Profiel 1, hoofdontsluiting (Bron: Welmers Burg Stedenbouw)

Figuur 4.3 Profiel 2, hoofdontsluiting noord (Bron: Welmers Burg Stedenbouw)

45/98

Figuur 4.4 Profiel 3, nevenontsluiting (Bron: Welmers Burg Stedenbouw)

Figuur 4.5 Profiel 4, overrijdbaar woonpad (Bron: Welmers Burg Stedenbouw)

46/98

4.3.2.2 Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is berekend met kencijfers van het CROW (publicatie 381). Volgens het CBS ligt het gemiddelde autobezit in Dongen op 1,3 personenauto per huishouden. Het gemiddelde van Nederland ligt op 1,1 personenauto per huishouden. Doordat het gemiddelde autobezit per huishouden in Dongen vergelijkbaar is met de rest van Nederland, kan er voor het berekenen van de verkeersgeneratie worden uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit agrarische gronden zonder verkeersaantrekkende werking. In de beoogde situatie wordt hier daarom een verkeersgeneratie aan toegevoegd die wordt veroorzaakt door de woningbouwontwikkeling. Omdat het definitieve programma van de beoogde ontwikkeling nog niet vaststaat, is uitgegaan van maximaal 300 woningen waarvan er 50% betaalbare huurwoningen (30% sociale huur en 20% middeldure huur) zullen zijn. Daarnaast is uitgegaan van 22 vrijstaande koopwoningen, 20 twee-onder-een kap woningen, 54 rijwoningen (koop). In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de beoogde woningtypologieën met de bijbehorende normen. Hieruit blijkt dat de verkeersgeneratie uitkomt op 1.626 mvt/etmaal (weekdag).

Tabel 4.1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling Aantal Huur, huis, sociale sector Huur, appartement, midden/goedkoop Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Totaal

90 80 22 20 54 14 20 300

Kencijfers CROW 4,9 3,6 8,2 7,8 7,1 5,6 4,9

Weekdag

Werkdag

441 288 180,4 156 383,4 78,4 98 1.626 mvt/etmaal

489,5 319,7 200,2 173,2 425,6 87,0 108,8 1.804 mvt/etmaal

Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. 4.3.2.3 Parkeren De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen uit het 'Parapluplan Parkeren' van de gemeente Dongen. Hierbij wordt uitgegaan van het maximale van de bandbreedte. Aangezien met de beoogde ontwikkeling het bestaand bebouwd gebied van Dongen wordt uitgebreid kan (vooruitlopend op een actualisatie van de kaart 'Zones parkeren Dongen' uit bijlage 1 van het Parapluplan) voor het plangebied aan de Noorderlaan uit worden gegaan van een ligging in deelgebied 'rest bebouwde kom inclusief 's-Gravenmoer'. In tabel 4.2 is een overzicht gegeven van de beoogde woningtypologieën met bijbehorende maximale parkeerbehoefte. Tabel 4.2 Overzicht beoogde woningtypologieën met bijbehorende parkeernormen Aantal Norm (maximum) Parkeerbehoefte Huur, huis, sociale sector 90 2,0 180,0 Huur, appartement, 80 1,8 144,0 midden/goedkoop

47/98

Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Totaal

22 20 54 14 20 300

2,6 2,5 2,3 2,2 2,0

57,2 50,0 124,2 30,8 40,0 627

In bijlage 3 is het concept plan voor parkeren in het openbaar gebied opgenomen. Het daadwerkelijke aantal parkeerplaatsen en de verdeling in woningtypologieën en het maximaal aantal woningen staat echter nog niet vast. Gemeente Dongen streeft er naar om (al dan niet gefaseerd) in te spelen op de behoefte die er op dat moment is en op basis hiervan een gericht parkeerplan te maken. In artikel 10.1 de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat het definitieve bouwplan moet voorzien in de realisatie van voldoende parkeerplaatsen op basis van de parkeernormen uit het 'Parapluplan Parkeren Dongen' (onherroepelijk op 2 juli 2020) en eventuele opvolgende documenten. 4.3.2.4 Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De Noorderlaan is functioneel een gebiedsontsluitingsweg. De weg verbindt (samen met de Westerlaan) de Lage Ham met de Middellaan, en ontsluit tegelijkertijd het noordwestelijk deel van Dongen. Op een gebiedsontsluitingsweg staat op wegvakken daarom de verkeerstechnische functie 'doorstromen' centraal en op de kruispunten de functie 'uitwisselen'. De inrichting van de Noorderlaan sluit in Dongens perspectief goed aan op die functies: De rijbaan is voldoende breed, maar niet té breed; in geval van tegemoetkomend verkeer zal een automobilist moeten uitwijken naar de fietssuggestiestrook (en indien nodig achter een fietser inhouden).

De toegestane maximumsnelheid is 50 km/uur. De voorrang is middels uitritconstructies en voorrangskruispunten geregeld. Parkeren vindt plaats in de parkeervakken. Op het kruispunt met De Ruyterstraat zijn snelheidsremmende maatregelen aanwezig. Uit verkeerstellingen (gemeten tussen 14-06-2022 t/m 29-06-2022 en bijgevoegd als bijlage 4) bedraagt de verkeersintensiteit op de Noorderlaan ten hoogste 6.169 mvt/werkdagetmaal. Een gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden kan normaal gesproken tussen de 10.000 en 15.000 mvt/etmaal vlot en veilig verwerken. Aangezien er op de Noorderlaan fietssuggestiestroken aanwezig zijn in plaats van vrijliggende fietspaden komt de capaciteit op de Noorderlaan lager te liggen. Naar verwachting ligt deze capaciteit tussen de 6.000 en 10.000 mvt/etmaal. Als gevolg van de beoogde planontwikkeling zal dit met circa 1.800 mvt/etmaal toenemen. Hiermee bedraagt de verkeersintensiteit na planontwikkeling op circa 8.000 mvt/etmaal. Daarmee kan gesteld worden dat de verwachte verkeersintensiteit op de Noorderlaan dan ook ruim onder de capaciteit van de Noorderlaan (tussen de 6.000 en 10.000 mvt/etmaal) zal zitten. Wanneer de planbijdrage wordt toegevoegd aan de Noorderlaan (1.800 mvt/etmaal) de verkeersafwikkeling dan ook niet tot knelpunten leiden.

Ook voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat de Noorderlaan een relatief lage verkeersintensiteit kent ten opzichte van de capaciteit van de weg, dat de verkeersveiligheid op deze weg na planontwikkeling niet leidt tot knelpunten. Het blijft wel van belang om de komende jaren het verkeer op onder

48/98

andere de Noorderlaan te blijven monitoren. 4.3.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de planrealisatie.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

4.4.1 Normstelling en beleid VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De VNG-publicatie beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder kan optreden ten gevolge van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied).

Indicatieve richtafstanden (voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) voor woningen in de twee te onderscheiden “omgevingen” bij verschillende bedrijfstypes (ingedeeld in milieucategorieën) zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3 Richtafstanden in meters tot omgevingstype

De in tabel 4.3 weergegeven afstanden betreffen de afstanden tussen de perceelgrens van de activiteiten (niet

49/98

de bebouwingsgrens) en de gevel van de (geluid)gevoelige bestemming. De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk, zo volgt ook uit jurisprudentie. Wet geurhinder en veehouderij Voor veehouderijbedrijven gelden met betrekking tot het aspect geur vaste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij. In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. Tabel 4.4 toont de vaste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij. Tabel 4.4 Vaste afstanden vanuit de Wet geurhinder en veehouderij

Naast de vaste afstanden gelden vanuit Wet geurhinder en veehouderij geurnormen voor dieren met een geuremissiefactor. 4.4.2 Toetsing 4.4.2.1 Algemeen Voor zone lintbebouwing aansluitend aan de Lage Ham is in de toetsing uitgegaan van 'gemengd gebied' gezien de aanwezigheid van diverse bedrijven, detailhandel en overige gemengde functies. Met oog op een goede ruimtelijke ordening is voor het overige deel uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk' en de maximale planologische mogelijkheden conform de geldende bestemmingsplannen zoals beschreven in paragraaf 1.3. In figuur 4.6 zijn de relevante hindercontouren weergegeven op basis van de maximale invulling van de diverse geldende bestemmingsplannen. In de omgeving zijn enkele grondgebonden veehouderijen gelegen. Gezien de toekomstige beoogde situatie voor de veehouderijbedrijven is uitgegaan van een vaste afstand van 100 meter (ligging geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom). Ten oosten van het plangebied is een bedrijfsbestemming waar bedrijven uit categorie B1 in een gebied met functiemenging gerealiseerd mogen worden. Categorie B1-bedrijven kunnen direct naast of beneden woningen in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging worden toegestaan. De activiteiten zijn zodanig beperkt milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn.

Zoals hiervoor vermeld is voor de lintbebouwing nabij de Lage ham uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het bedrijf is op basis van de VNG-brochure ingedeeld in milieucategorie 2 met een maximale richtafstand van 10 meter. De afstand tot het plangebied is circa 60 meter waardoor er aan de richtafstand wordt voldaan.

50/98

Figuur 4.6 Hindercontouren op basis van gemengd gebied, de maximale invulling van omliggende bestemmingsplannen en vaste afstanden uit het Activiteitenbesluit In tabel 4.5 is getoetst of het plangebied voldoet aan de maximale planologische richtafstanden en vaste afstanden (veehouderijbedrijven). Hierbij is gemeten vanaf het bouwvlak van een omliggend bedrijf tot het plangebied. Tabel 4.5 Toetsing maximale hindercontouren tot het plangebied

Voor het bedrijf aan de Noorderlaan 46 wordt niet aan de richtafstand voldaan. De woningen dienen op ten minste 10 meter van het perceel van het bedrijf te worden gerealiseerd. Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure en de vaste afstanden uit het Activiteitenbesluit met betrekking tot het aspect geur. Ter plaatse van het bedrijf gelegen de Lage Ham 125 worden ook dieren

51/98

gehouden met een geuremissiefactor. Voor dit bedrijf gelden naast de vaste afstanden ook geurnormen. Aangezien in de bestaande situatie reeds woningen dichterbij zijn gelegen wordt verwacht dat aan de geurnormen kan worden voldaan. Geadviseerd wordt om een nadere verkenning voor het aspect geur uit te voeren op basis van aanwezige vergunningsgegevens en geuronderzoeken behorende bij de vergunning van dit bedrijf. Hierbij dient ook gekeken te worden naar de achtergrondbelasting geur in het gehele gebied op basis van beschikbare informatie of nader cumulatief geuronderzoek. 4.4.2.2 Geitenhouderij Op het adres Klein Dongenseweg 23 worden momenteel feitelijk geen dieren meer gehouden. Er is echter nog een vergunning waaraan rechten ontleend kunnen worden voor het houden van maximaal 500 geiten. De afstand tot de locatie is circa 1,66 kilometer en valt hiermee binnen een straal van 2 kilometer. Uit diverse studies blijkt dat in de omgeving van geitenhouderijen sprake kan zijn om verhoogde gezondheidsrisico's. Tot een afstand van 2 kilometer kunnen negatieve gezondheidseffecten optreden. Gezien de vergunde dieraantallen en de daarmee samenhangende emissies zal de invloed op de milieubelasting (fijn stof, endotoxine en geur) binnen het plangebied beperkt zijn. Bij de beoordeling van de potentiële gezondheidseffecten spelen onder andere de optredende concentraties fijn stof een rol.

De bijdrage van geitenhouderijen aan de concentraties fijn stof zijn over het algemeen relatief laag, zeker in vergelijking tot bijvoorbeeld pluimveehouderijen. Er zijn vuistregels beschikbaar om te beoordelen of een veehouderij 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen (Handreiking fijn stof en veehouderijen). Ter illustratie: bij een fijn stof emissie van 581.000 gram per jaar draagt een veehouderij op 100 meter afstand mogelijk 'in betekende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Voor de veehouderij aan de Klein Dongenseweg 23 is sprake van een emissie van 8.990 gram per jaar en de afstand tot het plangebied bedraagt minimaal 1,6 kilometer. De bijdrage van de veehouderij aan de concentraties fijn stof binnen het plangebied zal verwaarloosbaar zijn. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de endotoxinewaarde. Gezien de bedrijfssituatie en de minimale afstand zal deze binnen het plangebied onder de advieswaarde van 30 EU/m3 liggen. Dit aspect vormt derhalve geen belemmeringen voor de planvorming.

52/98

4.4.2.3 Spuitzonering Ter plaatse van de naastgelegen agrarische gronden kan sprake zijn van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan gezondheidsrisico's met zich meebrengen. Bij ruimtelijke plannen in de omgeving van agrarische gronden dienen deze mogelijke gezondheidsrisico's te worden afgewogen. Er gelden geen wettelijke normen of afstandseisen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de omgeving van woningen. Wel zijn in het Activiteitenbesluit voorwaarden opgenomen die zijn gericht op de bescherming van oppervlaktewater. Deze eisen zijn de afgelopen jaren aangescherpt, waardoor het onder andere verplicht om op het hele perceel spuittechnieken te gebruiken die de spuitnevel (drift) met minimaal 75% beperken. Voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen naast oppervlaktewater gelden extra eisen (een strook die niet mag worden bespoten, waarbij de breedte afhankelijk is van het specifieke gewas). Voor een deel van het beoogde woongebied geldt dat er watergangen zijn gelegen tussen de agrarische gronden en de toekomstige woningen. Daarnaast is van belang dat over het algemeen de omvang van de spuitzones bij lage teelten aanzienlijk kleiner is dan bij hoge teelten.

Gezien de situatie ter plaatse zal het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden in de omgeving van het plangebied naar verwachting niet leiden tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's binnen het toekomstige woongebied. 4.4.2.4 Geur Voorgrondbelasting In de directe omgeving zijn geen intensieve veehouderijen gelegen zodat kan worden geconcludeerd dat er geen intensieve veehouderijen worden beperkt in hun mogelijkheden. Wel is op korte afstand een gemengd bedrijf gelegen (Lage Ham 125) waar ook dieren worden gehouden met een geuremissiefactor. Met het programma V-stacks vergunning versie 2020 is een worst-case berekening uitgevoerd. Hierbij is uitgegaan van een emissiepunt op de rand van het bouwvlak van het bedrijf en toetspunten op de rand van het woonvlak. Hierbij is uitgegaan van de huidige vergunde emissie van het bedrijf. Gezien de bestemming van het bedrijf is het immers niet toegestaan om als hoofdtak een intensieve veehouderij te exploiteren. Hierdoor is geen of slechts beperkte groei van dit bedrijf mogelijk ten aanzien van de intensieve veehouderijtak. De berekening is toegevoegd in bijlage 8. Uit de berekening volgt dat ruimschoots aan de geldende geurnorm wordt voldaan. Achtergrondbelasting De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft januari 2021 een geurkaart van de achtergrondbelasting gemaakt, weergegeven in figuur 4.7.

53/98

Figuur 4.7 Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied (Bron: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant) Uit de geurkaart kan worden geconcludeerd dat de achtergrond ter plaatse van het plangebied zeer laag is en zelfs niet is weergegeven. Deze conclusie kan getrokken worden aangezien er geen geurcirkel te zien is op de locatie van het plangebied. De hindercirkels reiken niet verder dan enkele meters. De achtergrondbelasting geur ter plaatse van het plangebied is zeer goed. 4.4.3 Conclusie Uit de voorgaande beschrijving volgt dat in de omgeving geen bedrijven worden gehinderd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wanneer een afstand van 10 meter voor het bedrijf aan de Noorderlaan 46 wordt aangehouden. In de positionering van het bouwvlak is hier rekening mee gehouden.

4.5

Archeologie

4.5.1 Normstelling en beleid Nota Cultureel Erfgoed Dongen (2016-2018) De Nota Cultureel Erfgoed Dongen is vastgelegd op 10 maart 2016. De nota bundelt het huidige en nieuwe beleid omtrent cultureel erfgoed in één erfgoednota. Hierbij is de basis gelegd voor een brede, integrale basis voor behoud en versterking van cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Dongen. De gemeente Dongen maakt in de nota haar beleid en ambities op het gebied omtrent cultureel erfgoed kenbaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van onder andere het provinciaal beleid, dat is vertaald naar gemeentelijk beleid, de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Archeologische beleidsadvieskaart. Erfgoedverordening gemeente Dongen 2016 De erfgoedverordening is op 13 oktober 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Centrale beleidsregel daarin is dat het verboden is om in een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. Op het verbod zijn verstoringen uitgezonderd in een gebied: met een lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50.000 m2; met een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan

54/98

100 m2; waarvoor in het bestemmingsplan reeds bepalingen zijn opgenomen voor archeologische monumentenzorg. Het verbod geldt evenmin indien een rapport is overgelegd waaruit blijkt dat aanwezige archeologische waarden in voldoende mate kunnen worden veiliggesteld of dat deze niet onevenredig worden geschaad dan wel dat in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 4.5.2 Toetsing De gemeenteraad heeft op 10 februari 2011 de archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart moet gelezen worden in relatie tot de vastgestelde Erfgoedverordening. Voor gebieden met op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) een middelhoge of hoge verwachtingswaarde is het uitgangspunt dat onderzoek wordt uitgevoerd als ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd of gepland die de eventuele archeologische waarden kunnen aantasten. Het plangebied Noorderbunder ligt voor het grootste gedeelte in een middelhoge archeologische verwachtingszone. In het oostelijk deel van de planlocatie is een klein ven gelegen, dat gegraven is ten behoeve van de vroegere fruitteelt. Ter plaatse is op de archeologische beleidskaart geen archeologische verwachtingszone meer van kracht, maar geldt een archeologische verstoringszone. In figuur 4.8 is de archeologische beleidsadvieskaart in beeld gebracht.

Ter signalering is in het noordelijk gedeelte conform het bestemmingsplan 'Buitengebied' de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' opgenomen. In het gedeelte waar het bestemmingsplan 'Zuid en West Dongen' geldt, is geen dubbelbestemming in het kader van het aspect archeologie van toepassing.

Figuur 4.8 Archeologische beleidsadvieskaart met aanduiding plangebied (Bron: Gemeente Dongen) Voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachting geldt het volgende: bodemingrepen zijn in principe niet toegestaan; indien een ingreep dieper gaat dan 0,5 meter minus het bestaande maaiveld en een

55/98

planoppervlak heeft van 100 m² (vrijstellingsgrens uit de Monumentenwet) of meer is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Bij voorliggende ontwikkeling aan de Noorderlaan worden deze grenzen overschreden. In het kader hiervan is door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Bijbehorende rapportage is opgenomen als bijlage 7. Hierna wordt volstaan met een beknopte samenvatting. Tijdens het veldonderzoek is binnen het plangebied een door waarschijnlijk ploegen of het gebruik als boomgaard omgewerkte laag aangetroffen met daaronder de natuurlijke ondergrond bestaande uit fluvioperiglaciale afzettingen. De omgewerkte laag is diep verstoord tot in de natuurlijke ondergrond. In enkele boringen is nog een restant van een laag venig zand aangetroffen, die in zijn geheel is omgewerkt. Er zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming of podzolering aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen het plangebied sprake is geweest van een esdek. Op basis van de bevindingen van het booronderzoek kan de archeologische verwachting binnen het plangebied worden bijgesteld naar laag. De kans dat met de geplande werkzaamheden een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad moet als klein worden ingeschat. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom ook geen verdere stappen in het kader van de cyclus Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

Het bevoegd gezag, in dit geval het Monumentenhuis Brabant, heeft in een advies d.d. 10 januari 2022 aangegeven te kunnen instemmen met de bevindingen en het advies van het rapport. Gesteld kan orden het vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wel blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst) van kracht. Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Dongen, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 4.5.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Cultuurhistorie

4.6.1 Normstelling en beleid Nota Cultureel Erfgoed Dongen (2016-2018) De Nota Cultureel Erfgoed Dongen is vastgesteld op 10 maart 2016. De nota bundelt het huidige en nieuwe beleid omtrent cultureel erfgoed in één erfgoednota. Hierbij is de basis gelegd voor een brede, integrale basis voor behoud en versterking van cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Dongen. De gemeente Dongen maakt in de nota haar beleid en ambities op het gebied omtrent cultureel erfgoed kenbaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van onder ander het provinciaal beleid, dat is vertaald naar gemeentelijk beleid, de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Archeologische beleidsadvieskaart. Cultuurhistorische waardenkaart (CHW) De 'Cultuurhistorische waardenkaart' (vastgesteld 26 september 2006) van de provincie Noord-Brabant vormt het

56/98

kader voor het inhoudelijke cultuurhistorische beleid met behulp waarvan dat beleid getoetst en ontwikkeld kan worden. Deze kaart is een doorvertaling van de Interim omgevingsverordening (zie paragraaf 3.3.2). Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn meerdere aanduidingen opgenomen (historische bouwkunst, historische stedenbouw, historische geografie (lijnen en vlakken), historische groenstructuren, historische zichtrelaties, archeologische monumenten en indicatieve archeologische waarden). De Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie is in de gemeente vertaald naar de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Dongen (vastgesteld op 15 januari 2014). Monumentenbeleid en geldende bestemmingsplannen Het plangebied ligt in de nabijheid van molen 'Koningin Wilhelmina'. Bescherming van de molen vindt plaats via het monumentenbeleid. De molen is namelijk een Rijksmonument. Aanvullend op de bescherming via het monumentenbeleid is het voor het behoud van deze molen van belang dat deze technisch kan blijven functioneren. Een zoveel mogelijk onbelemmerde windtoetreding is daarvoor nodig. Bebouwing en begroeiing in de nabijheid van een molen veroorzaken windbelemmeringen, waardoor rendementsverlies ontstaat. Slechts een geringe windsnelheidsreductie heeft al een grote vermindering van het vermogen van de molen tot gevolg.

In de omgeving van een molen moeten dan ook beperkingen worden gesteld aan de hoogte van obstakels. Het gebied waarbinnen deze hoogtebeperkingen gelden, wordt molenbiotoop of molenbeschermingszone genoemd. Dit is opgenomen in geldende bestemmingsplannen. 4.6.2

Toetsing

4.6.2.1 Cultuurhistorie algemeen In figuur 4.9 is het plangebied weergegeven op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Hierop is te zien dat het plangebied gedeeltelijk binnen de molenbiotoop van een Rijksmonument bevindt, namelijk de molen Koningin Wilhelmina aan de Windmolenweg 14. Hier wordt nader op in gegaan in paragraaf 4.6.2.2.

Figuur 4.9 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart met aanduiding plangebied

57/98

(Bron: Provincie Noord-Brabant) In figuur 4.10 is het plangebied weergegeven op de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Dongen. Uit deze waardenkaart blijkt dat het plangebied buiten de aangeduide gebiedstypen ligt.

Figuur 4.10 Cultuurhistorische waardenkaart met aanduiding plangebied (Bron: Gemeente Dongen) In gebieden die niet binnen een aangeduid gebiedstype liggen zijn cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig. Bij ruimtelijke plannen zal daarom alleen gestreefd worden naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren in en in de omgeving van het plangebied. Dit is voor deze gebieden voldoende om verwijzingen naar het verleden levend te houden. 4.6.2.2 Molenbiotoop molen 'Koningin Wilhelmina' De molen 'Koningin Wilhelmina' bevindt zich aan de Windmolenweg, in het noorden van de kern Dongen en ten oosten van het plangebied Noorderbunder. Het betreft een zogeheten ronde stellingmolen. In het noorden, oosten en zuiden wordt de molen omgeven door bedrijventerreinen met onder andere een grote supermarkt, een discountwinkel en een boerderij. Daarnaast zijn er op korte afstand diverse twee-onder-een-kap- en vrijstaande woningen gelegen. Zuidelijk en zuidwestelijk van de molen bevinden zich de grotere en planmatig opgezette woonbuurten van Dongen. Ten westen ligt het plangebied Noorderbunder, bestaande uit agrarische gronden die behoren tot het bestemmingsplan ‘Dongen Buitengebied’. De kortste afstand tussen het plangebied en het middelpunt van de molen bedraagt 130 meter en de grootste afstand circa 680 meter.

58/98

Voor het behoud van deze molen is het van belang dat deze kan blijven functioneren. Hiervoor is het van belang dat in de omgeving van de molen zo min mogelijk windbelemmeringen zijn. In het kader hiervan is d.d. 8 december 2022, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Noorderbunder, een adviesmemo molenbiotoop opgesteld, opgenomen als bijlage 9 bij voorliggend bestemmingsplan. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen en de bijbehorende opgestelde Nota van zienswijzen is de onderbouwing van het aspect molenbiotoop op onderdelen herzien. In bijlage 10 is in het kader hiervan een aanvullende adviesmemo opgenomen. In deze paragraaf wordt beschreven op welke manier de molenbiotoop wordt toegepast. Onder de omgeving van de molen wordt een afstand van ten hoogste 400 meter verstaan. Bestaande rechten dienen zoveel mogelijk te worden gerespecteerd. In geval van nieuwe (ontwerp)situaties zou de formule zoals beschreven in de handleiding molenbiotoop van vereniging 'De Hollandsche Molen' als uitgangspunt voor de berekening van bouwhoogten kunnen worden genomen. De eerste 100 meter dient vrij te zijn van obstakels, tenzij de molen op een belt, berg of stelling is gesitueerd. In dat geval mag het betreffende obstakel niet hoger zijn dan de belt, berg of stelling.

Vanaf 100 meter geldt een oplopende lijn die met de volgende formule te bepalen is: H(x) = (X/ N + C * Z). H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters) X = afstand van een obstakel tot de molen (in meters). n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Hiervoor worden de volgende voorwaarden gebruikt: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied. c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2. z = askophoogte (helft van lengte gevlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling). De stellinghoogte van molen 'Koningin Wilhelmina' is 7,4 meter. Het gevlucht is 27,90 meter (https://www.molendatabase.nl/nederland/molen.php?nummer=513), dus de helft is 27,90 / 2 = 13,95 meter. Dit betekent dat de askophoogte 13,95 + 7,4 = 21,35 meter is. Het toepassen van voornoemde formule resulteert in richthoogten en richtafstanden, waarvan afwijking mogelijk is. In tabel 4.6 zijn de richthoogten afgezet tegen de afstanden. Tabel 4.6 Richthoogten afgezet tegen afstanden

59/98

Het gaat te allen tijde om een belangenafweging. Bij deze afweging kan worden betrokken dat de stellingmolen niet bedrijfsmatig in gebruik is. Op grond van de handleiding en het geldende bestemmingsplan mogen in de eerste 100 meter rondom de molen de obstakels niet hoger zijn dan de stelling van de molen, ofwel 7,4 meter. De omgeving van de molen is op grond van biotooptechnische criteria te classificeren als “redelijk”. In deze specifieke situatie is de kwaliteit van het molenbiotoop binnen een afstand van 100 meter van de molen bepalend. Binnen deze zone zijn namelijk verschillende gebouwen en bomen aanwezig die hoger zijn. Vooral hoge bomen zijn van grote invloed op het mechaniek en het functioneren van de molen. Voor een goede werking van de molen zouden bomen in een omtrek van 100 meter niet hoger dan 7,4 meter dienen te zijn. In de huidige situatie staan binnen een afstand van 100 meter rondom de molen hoge bomen en obstakels. Deze zijn bepalend voor de werking van de molen, waarmee het toepassen van een constante of richtingscoëfficiënt voor een open gebied niet voorstelbaar is en een erg vergaande beperking oplevert ten aanzien van de maximum bouw- en beplantingshoogten in de nieuwe woonwijk. In het geldende bestemmingsplan Zuid en West Dongen is dit gebied dan ook aangeduid als ruw gebied (n = 75).

Het gebied waar de nieuwe woningbouwlocatie is beoogd, is een open agrarisch gebied zonder enige belemmering in de toevoer van wind naar de molen. Het gebied ten zuidwesten van de molen is intensiever bebouwd en beplant dan het gebied ten noordwesten van de molen. Tevens is de bouw- en beplantingshoogte in het gebied ten zuidwesten van de molen hoger. Hier zijn bijvoorbeeld, direct ten noorden van de Noorderlaan, bomen aanwezig die een hoogte hebben van circa 7 tot 21 meter. Het terugsnoeien van deze laanbomen is om landschappelijke en stedenbouwkundige redenen niet gewenst. Tevens is ten zuidwesten van de molen de woonwijk West II gesitueerd, waar relatief hoge woonbebouwing met een bouwhoogte van circa 10 meter voorkomt. Het is dan ook voorstelbaar dat in het kader van de molenbiotoop, kijkend naar de feitelijke bouw- en beplantingshoogten en dichtheden, dat de constante voor de molenbiotoop tot 400 meter rondom de molen aansluit bij de constante die ook geldt binnen de eerste 100 meter rondom de molen, oftewel de constante voor een ruw gebied (n = 75). Deze ruwheidsklasse past bij bouwland met afwisselend hoge en lage gewassen. Het betreft grote obstakels (rijen bebladerde bomen, lage boomgaarden enzovoort) met onderlinge afstanden van omstreeks tien tot vijftien maal hun hoogte, bijvoorbeeld wijngaarden, maisvelden en dergelijke.

In figuur 4.11 zijn de bijbehorende bouw- en beplantingshoogten, gebaseerd op de feitelijke situatie rondom de molen met daarbij onderscheid in de gebiedstypen ruw en gesloten gebied, weergegeven.

60/98

Hierna is een figuur opgenomen met richthoogten voor bebouwing en beplanting (als die volgroeid is) afgezet tegen een aantal afstanden tot de molen (100, 200, 300 en 400 meter).

Figuur 4.11 Bouw- en beplantingshoogten tot een afstand van 400 meter van de molen gebaseerd op het gebiedstype ruw gebied In deze situatie zijn ten opzichte van de in de figuur opgenomen hoogten iets hogere bouw- en beplantingshoogten denkbaar zonder dat dit grote negatieve gevolgen heeft voor het mechaniek en het functioneren van de molen. In het kader van de molenbiotoop zijn op de verbeelding en in de regels (artikel 7.3) de aanduiding 'vrijwaringszone – molenbiotoop' opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen voor het gebiedstype ruw gebied (n = 75). Op basis hiervan gelden beperkingen voor de maximale bouwhoogtes voor een gedeelte van het plangebied met een afstand van minder dan 400 meter tot de molen.

61/98

4.6.2.3 Zichtlijn molen Vanaf de Laagstraat blijft ter hoogte van de oorspronkelijke sticht (een zandpad waarop men vanaf de Laagstraat naar de Windmolenweg kon) een strook gevrijwaard van bebouwing, weergegeven in figuur 4.12. Hiermee blijft een zichtlijn vanaf de Laagstraat op de molen gewaarborgd. In het stedenbouwkundige plan is deze zichtlijn weergegeven door het voetpad dat in een rechte lijn loopt. De weg verspringt hierbij. Om dit te borgen is in artikel 7.2 van voorliggend bestemmingsplan een regeling opgenomen.

Figuur 4.12 Zichtlijn Laagstraat richting molen (Bron: Welmers Burg Stedenbouw) 4.6.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Relevante cultuurhistorische aandachtspunten en waarden zijn geborgd in de regels en op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12502058/1