2021-015164 Bijlage 1- Programmabegroting 2022-2025 definitief
Tekst van het document
Beleidsrisico’s Welke risico’s kunnen onze doelstellingen in de weg staan? Wat betreft de governance-discussie volgen we besluitvorming in de regio. We gaan in regio Hart van Brabant werken met een kernagenda (waaraan alle regiogemeenten deelnemen) en een keuze agenda (waaraan gemeenten kunnen deelnemen). De regionale processen zijn van invloed op het behalen van onze beoogde doelstellingen. Voor het behalen van de doelstellingen op het gebied van communicatie en inwonerparticipatie is het van belang dat in 2022 weer sprake kan zijn van fysieke ontmoeting. Mocht de Corona-crisis in 2022 wederom vragen om crisis-communicatie dan heeft dit invloed op het bereiken van de benoemde doelstellingen op het gebied van communicatie.
56
Wat gaan we daarvoor doen? Belangrijkste reguliere taken We gaan het gesprek aan met inwoners die ideeën hebben waar de gemeente baat bij kan hebben. We ondersteunen onze dorps- en wijkraden. We communiceren duidelijk over onze standpunten en besluitvorming. We zetten extra in op proactieve communicatie door middel van onze structurele omgevingsanalyse. Wat is de informatiebehoefte van onze inwoners, ondernemers, verenigingen? Wat zijn de belangrijkste vragen en welke emoties leven er? Op die manier ontstaat er een betere verbinding tussen samenleving en gemeentehuis. Op basis van deze analyse wordt door de gemeente Dongen sneller, flexibeler en efficiënter gecommuniceerd. We maken de specifieke kwaliteiten en mogelijkheden van Dongen, ’s Gravenmoer en KleinDongen-Vaart zo duidelijk mogelijk zichtbaar voor bezoekers en potentiële nieuwe inwoners en ondernemers. Onze taken voeren we efficiënt en klantgericht uit en we vormen een slagvaardige en flexibele gemeentelijke organisatie, die in staat is om zich aan te passen aan ontwikkelingen in de samenleving; We zoeken samenwerking met partijen waar dat meerwaarde heeft. We nemen actief deel aan samenwerkingsverbanden en bij relevante projecten, in het bijzonder in de regionale Gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant.
We bekijken per project welke schaalgrootte het meest passend is: lokaal, subregionaal of regionaal. Ook wisselende coalities zijn mogelijk; Onze gemeente staat open voor proeftuinen en experimenten. We omarmen nieuwe ontwikkelingen en technologieën die een bijdrage leveren aan onze te bereiken mijlpalen. Verbonden partijen Regio Hart van Brabant: met de andere regiogemeenten werken we actief mee en samen om de regionaal afgesproken opgaven effectief op te pakken. Zie ook de paragraaf verbonden partijen. Accenten in beeld in 2022 Informatiekrant: Op basis van lezersonderzoek gaan we de gemeentelijke informatiekrant optimaliseren, zowel wat betreft inhoud (rubrieken) als uiterlijk (vormgeving). Daarmee willen we de groep inwoners voor wie de papieren krant het favoriete communicatiemiddel is, zo laagdrempelig mogelijk voorzien van gemeentelijke informatie. Omdat de krant huis-aan-huis wordt verspreid, is het ook kwantitatief een belangrijk communicatiemiddel. We geven uitvoering aan de Direct Duidelijk Deal die de gemeente in 2020 ondertekende. We gaan onze medewerkers trainen in het gebruiken van duidelijke taal. Daarbij beginnen we met de medewerkers die de meeste communicatie voor onze inwoners verzorgen. De meest gebruikte standaardbrieven aan inwoners gaan we herschrijven; duidelijk en klantvriendelijk, op B1-niveau.
Democratische vernieuwing: democratische vernieuwing betekent dat we blijven zoeken naar verandering en verbetering. Verbeteren in relaties met (groepen) inwoners, (groepen) ondernemers, sportverenigingen, culturele instellingen, scholen, belangengroepen, ouderen en jongeren. In de zoektocht naar democratische vernieuwing speuren we ook, samen met uw raad, naar een vitale lokale democratie. Met als uitkomst praktische oplossingen om de lokale democratie beter te laten functioneren. Een van de voorbeelden hiervan is het Ronde Tafelgesprek waarmee we het laagdrempelige en kleinschalige gesprek met inwoners faciliteren. We leggen in 2021 het fundament, in 2022 bouwen we door op die opbrengsten. Regionale samenwerking: Democratische vernieuwing maakt onderdeel uit van een breder gesprek dat we in regionaal opzicht al enige tijd voeren: de governance-discussie binnen Hart van Brabant. De regio Hart van Brabant en Midpoint Brabant voelen nog te vaak als een black box, daar gaan we iets aan doen. De uitwerking hiervan loopt door tot in 2022. Het zwaartepunt zal liggen bij verbeteringen in communicatie, het instellen en inrichten van een regio-commissie en het opstellen van een regionale kernagenda en keuzeagenda om focus aan te brengen.
57
Beleidsindicatoren 510 Bestuur Training duidelijke taal
Aantal medewerkers getraind in duidelijke taal bij communicatie met inwoners 2017 2018 2019 2020 Dit is een nieuwe indicator waarover vanaf 2022 wordt gerapporteerd
520 Dienstverlening Strategische doelstellingen Een kwalitatief hoogstaande dienstverlening voor onze klanten, waarbij we een bereikbare gemeente zijn, met kundig en betrokken medewerkers, die zaken slagvaardig, deskundig en snel oppakken en afhandelen. De lijnen tussen de inwoners en ondernemers en de gemeente zijn kort. Wat willen we bereiken? Beleidsdoelstellingen Inwoners zijn tevreden over onze dienstverlening (minimaal een 8) We handelen de producten en diensten af binnen de wettelijke termijnen We beperken het aantal klachten en bezwaren over onze dienstverlening tot een minimum (maximaal 5) Beleidsrisico’s Welke risico’s kunnen onze doelstellingen in de weg staan? De dienstverlening is in grote mate afhankelijke van digitale ondersteuning. Dat geldt zowel voor de digitale dienstverlening als voor de persoonlijke dienstverlening. Uitval van ICT-systemen kan een grote impact hebben op onze dienstverlening aan inwoners en bedrijven. Gezien de Corona crisis kan het aantal klachten over producten en diensten team Burgerzaken toenemen. Dit doordat er huwelijken gecanceld worden of er een tijd gedurende de crisis geen avondopenstelling was. Dit kan leiden tot meer klachten op jaarbasis. Wat gaan we daarvoor doen? Belangrijkste reguliere taken Uitgeven en verzorgen van paspoorten en rijbewijzen. Voltrekken van huwelijken en partnerschapsregistraties.
Het op orde houden van de basisregistraties: de Basisregistratie Personen (BRP), de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO). De kwaliteit van de basisregistraties is cruciaal: afnemers moeten er net als onze eigen medewerkers op kunnen vertrouwen dat hetgeen geregistreerd staat correct is. We doen mee aan landelijke projecten (bijvoorbeeld de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit). Naar aanleiding van signalen door Binnenlandse Zaken bezoeken wij deze adressen. Buiten dit project om worden regelmatig huisbezoeken verricht alles met het doel voor een juiste inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) om de kwaliteit van de BRP te verhogen en om fraude tegen te gaan. Het organiseren van de verkiezingen. Informatie verstrekken aan personen met een niet-Nederlandse nationaliteit die Nederlander willen worden en aanvragen voor de Nederlandse nationaliteit behandelen. Het verlenen van vergunningen, het toezicht houden en handhaven op het gebied van milieu. Verbonden partijen Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant: Bijdragen aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving in de regio Midden- en West-Brabant.
58
Accenten in beeld in 2022 In 2022 werken we aan het verder optimaliseren van onze dienstverlening door middel van het meten en verbeteren van onze dienstverlening op het gebied van diverse producten en diensten. Ook nieuwe wet- en regelgeving vraagt om aanpassing en uitbreiding van onze digitale dienstverlening. Denk hierbij aan de Wet open overheid en de omgevingswet. Het streven is om inwoners en ondernemers digitaal van dienst te zijn omdat dat gemak biedt aan de klant en efficiënt is voor de gemeente. Ook andere kanalen blijven open waar dat mogelijk en van toegevoegde waarde is. Voor kwetsbare groepen bijvoorbeeld, wordt maatwerk geleverd. In 2021 is het Handhavingsbeleidsplan 2017-2020 en Vergunningenbeleid 2016-2019 structureel herzien, doordat de hierin opgenomen probleem-en risicoanalyse door regionale en landelijke ontwikkelingen was achterhaald. Daarnaast is met de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging ook een andere wijze van benadering van het vergunningverlenings-, toezicht en handhavingsbeleid noodzakelijk. Dit heeft geleid tot het door de teams Openbare orde & veiligheid en Vergunningen, toezicht en handhaving opstellen, van het Preventie-, Vergunningen-, toezichten handhavingsbeleidsplan 2021-2024.
In dit beleidsplan zijn met het oog op het in 2022 in werking treden van de Omgevingswet, de te bereiken doelen binnen de fysieke leefomgeving in Dongen door middel van thema’s verbonden aan voor het bereiken van deze doelen uit te voeren activiteiten. Het beleidsplan is op 26 januari 2021 door het college van B&W vastgesteld en op 25 maart 2021 door de gemeenteraad voor kennisgeving aangenomen. Beleidsindicatoren
Bezwaar- en beroepschriften
Klachten Burgerzaken
Dienstverlening Burgerzaken
520 Dienstverlening Aantal gegrond bezwaar- en beroepschriften op uitgevoerde toetsingen 2017 2018 2019 0 0 1 Aantal klachten over producten en diensten Burgerzaken 2017 2018 2019 0 0 0 Cijfer dienstverlening burgerzaken 2017 2018 2019 De dienstverlening wordt sinds 2021 gemeten
2020 0 2020 0 2020
530 Beheer en onderhoud Strategische doelstellingen De openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen zijn schoon, heel en veilig. Een schoon en net straatbeeld zonder zwerfafval in de openbare ruimte. Een goede benutting en bezetting van het gemeentelijk vastgoed. Wat willen we bereiken? Beleidsdoelstellingen Gemeentelijke gebouwen: De gemeentelijke panden voldoen aan de nen-normen, waarbij we werken met een geactualiseerd onderhoudsplan en we zo efficiënt mogelijk duurzaamheidsmaatregelen toepassen. Openbaar groen: Het openbaar groen en bomen zijn goed onderhouden en dragen bij aan een positieve beleving van de openbare ruimte. Dit bereiken we onder andere door voor de onkruidbestrijding te voldoen aan de niveaus van vastgestelde beeldkwaliteit (streefwaarde A voor het centrum en streefwaarde B voor de wijken). Wegen: Gemeentelijke wegen, straten en pleinen zijn goed begaanbaar, schoon en veilig en voldoen minimaal aan beeldkwaliteit niveau B. Riool: Zorgen voor een adequaat beheer in de openbare ruimte van afvalwater, hemelwater en grondwater. Bij werkzaamheden kijken we of afkoppelen van hemelwater mogelijk is door te infiltreren.
59
Civiele kunstwerken (bruggen en duikers): Zijn goed begaanbaar, schoon en veilig, wat betekent dat ze minimaal voldoen aan niveau B. Openbare verlichting: Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in sociale- en verkeersveiligheid. We richten ons op behoud, verduurzaming en verbetering hiervan. We vervangen verouderde installaties (lichtmasten en armaturen) die hun technische levensduur hebben overschreden, waarbij we zoveel mogelijk het principe van de circulaire economie toepassen en de SER-energieakkoord doelstellingen volgen.
Beleidsrisico’s Welke risico’s kunnen onze doelstellingen in de weg staan? Voor alle infrastructurele werken geldt dat er momenteel sprake van schaarste aan materialen en personeel. Dit leidt enerzijds tot langere levertijden en anderzijds tot gestegen prijzen. Het is onzeker hoe dit zich in 2022 zal ontwikkelen. De onzekerheid rondom de planning kan ertoe leiden dat projecten uitlopen en uitgaven ten laste van een volgend begrotingsjaar komen. De onzekerheid rondom de materiaalprijzen is tevens opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Het realiseren van de kwaliteitsnormen in het openbaar groen is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Bij een natte zomer is het vrijwel onmogelijk deze normen te behalen. Belangrijkste reguliere taken Gemeentelijke gebouwen: We voeren inspecties uit en zorgen ervoor dat door het uitvoeren van preventief en correctief onderhoud de openbare ruimte en gebouwen bruikbaar en toegankelijk zijn. We houden een zinvolle samenstelling van de gemeentelijke vastgoedportefeuille met aansluitende beheer- en onderhoudsplannen. Openbaar groen: Het duurzaam onderhouden van openbaar groen en bomen. We zorgen voor optimale groeiomstandigheden, goed onderhoud en bescherming van de bomen en groenvoorzieningen.
Alle bomen worden een keer per vier jaar geïnspecteerd op vitaliteit en veiligheid en de groenvoorzieningen maandelijks op de onderhoudsstaat. Wegen: Wij voeren tijdig onderhoud uit aan de wegen en alle overige verhardingen zodat de toegankelijkheid, bereikbaarheid en veiligheid voor de gebruikers geborgd blijft. Iedere 2 jaar doen we een weginspectie en op basis van de resultaten wordt het groot onderhoud uitgevoerd. Riool: Naast het reinigen en inspecteren, voeren we preventief en correctief onderhoud aan de gemeentelijke riolering, rioolvoorzieningen en rioolinstallaties uit, zodat inzameling en afvoer van het geproduceerde afvalwater gewaarborgd is. Civiele kunstwerken (bruggen en duikers): Elke 4 jaar voeren we aan alle kunstwerken een inspectie uit. Op basis daarvan bepalen we aan welke civiele kunstwerken onderhoud uitgevoerd moet worden of welke kunstwerken er vervangen moeten worden, zodat een veilig gebruik geborgd is. Openbare verlichting: Middels ons beheersysteem monitoren en bewaken wij het areaal van de openbare verlichting. We verhelpen storingen en schades aan de openbare verlichting. Algemeen: We voeren de projecten uit zoals afgesproken in het investeringsplan. Bij aanpassingen in de openbare ruimte stellen wij de klimaatopgave centraal.
Accenten in beeld in 2022 Om de woonomgeving groener en kleurrijker te maken wordt de aanleg van geveltuintjes gestimuleerd. Dit vergroot tevens de biodiversiteit en levert een bijdrage de aan klimaatadaptatie Voor ’s Gravenmoer maken we een nieuwe systeemberekening van het rioolstelsel. De kwaliteit van de (druk)riolering en aansluitleidingen neemt door veroudering steeds iets af, wat resulteert in een toename van planmatig onderhoud. De lopende regeling ‘particulier boomonderhoud’ die onder voorwaarden mogelijkheden biedt om beeldbepalende particuliere bomen door de gemeente te laten onderhouden wordt in 2022 tegen het licht gehouden en geactualiseerd. De groenmedewerkers van de buitendienst monitoren het onderhoudsniveau van het openbaar groen maandelijks met als doel dat de beoogde kwaliteitsniveaus inzichtelijk wordt gemaakt in een beeldmonitor. Met de uitkomsten van de beeldmonitor willen we in 2022 werken volgens een
60
integraal beheersplan. Hiervoor wordt in het 1e kwartaal een geactualiseerd bomen- en groenbeleidsplan met een groenbeheerplan ter vaststelling aangeboden. Beleidsindicatoren 530 Beheer en onderhoud Kwaliteitsniveau centrum
Kwaliteitsniveau wijken
Buiten beter app. Vanaf mei 2021 is dit Fixi geworden Kwaliteitsniveau verhardingen
Kwaliteitsniveau civiele kunstwerken (bruggen en duikers)
Kwaliteitsniveau van onkruid in beplanting in het centrum (streefwaarde A) 2017 2018 2019 20202 Niveau A 72% 73% Zie toelichting Niveau B 28% 27% Zie toelichting Niveau C Zie toelichting Kwaliteitsniveau van onkruid in beplanting in de wijken (streefwaarde B) 2017 2018 2019 20202 Niveau A 72% 60% Zie toelichting Niveau B 15% 22% Zie toelichting Niveau C 13% 18% Zie toelichting Aantal meldingen buiten beter app 2017 2018 2019 2020 2.871 5.211 Kwaliteitsniveau van verhardingen (streefwaarde CROW B)3 2015 2017 2019 2021 Niveau A+ 58,6% 45% 47,3% 44,4% Niveau A 27,7% 32,5% 37% 34,8% Niveau B 3,7% 5,6% 8,6% 7,8% Niveau C 0,4% 1,9% 1,9% 2,3% Niveau D 3% 4,7% 5,2% 5,6% Halfverhard 6,6% 10,3% 0% 5,1% en onverhard In 2021 zijn alle civiele kunstwerken geïnspecteerd. Het kwaliteitsniveau voor alle civiele kunstwerken wat wordt nagestreefd is CROW B. Op dit moment is de werkelijke kwaliteit nog niet in kaart gebracht. Uitgebreide informatie over het areaal en de kwaliteit hiervan vindt u terug in de beheerrapportage die in september 2021 aan de gemeenteraad is aangeboden.
540 Afval Strategische doelstellingen Bewoners worden gestimuleerd om hun afval beter te scheiden waardoor minder aanbod van restafval en een hoger aanbod grondstoffen wordt gerealiseerd, zowel aan huis, bij centrale verzamellocaties als op de milieustraat. Wat willen we bereiken?
De doelstelling voor 2022 blijft onveranderd: maximaal 100 kg restafval per inwoner. Daarnaast willen we burgers extra stimuleren om grondstoffen apart aan te bieden. Ook wordt extra ingezet op het tegengaan van vervuiling van de grondstoffenstromen zodat afkeur wordt voorkomen.
2
In 2020 zijn de kwaliteitsniveaus niet gemeten. Tot en met 2019 is dit door een extern bureau uitgevoerd. In 2020 zou de buitendienst hiervoor opgeleid worden en zelf gaan monitoren. Vanwege de coronamaatregelen was dit erg lastig en is dat niet gelukt. Vanaf 2021 wordt het nu opgepakt . 3 Uitgebreide informatie over het areaal en de kwaliteit hiervan vindt u terug in de beheerrapportage die in september 2021 aan de gemeenteraad is aangeboden.
61
Beleidsrisico’s Welke risico’s kunnen onze doelstellingen in de weg staan? Om de doelstellingen te halen zijn we afhankelijk van het gedrag van bewoners. Als zij niet of in mindere mate bereid zijn afval te scheiden zullen we de doelstellingen niet halen. Corona heeft voor maatschappelijke veranderingen gezorgd. Gaan we terug naar normaal? Of blijven mensen toch (deels) thuiswerken? Dat zorgt dan voor een blijvende verplaatsing van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval. 100 kilo restafval per inwoner wordt dan nog minder realistisch. Grondstofprijzen. Dit zijn dagkoersen en zijn niet te voorspellen. In de corona-periode zijn de inkomsten flink gedaald. Het is niet te voorspellen of en hoe lang het herstel duurt en of inwoners daardoor financieel beloond worden voor hun scheidingsgedrag. Wat gaan we daarvoor doen? In 2022 worden de resultaten van het eerste jaar van het Uitvoeringsplan Grondstoffen zichtbaar en het jaar waarin het plan volledig operationeel is. De ophaalgegevens en aanbiedgedrag zal worden vergeleken met 2021. Met deze gegevens in de hand kunnen we specifiek op bepaalde afvalstromen gaan bijsturen, bijvoorbeeld door de service aan te passen of door extra communicatie. Door middel van verbeterde toegangscontrole op de milieustraat kunnen we in 2022 bezoekers van buiten de gemeente Dongen en bedrijfsafval weren.
Belangrijkste reguliere taken Het doelmatig inzamelen en innemen van huishoudelijke afvalstromen en grondstoffen op de milieustraat, centrale verzamellocaties en op aangegeven routes huis aan huis. Communicatie over afvalscheiding en het Uitvoeringsplan Grondstoffen. Accenten in beeld in 2022 Doelmatig en efficiënt inzamelen van huishoudelijk restafval en grondstoffen huis-aan-huis en via de milieustraat. Toegangscontrole op de milieustraat om bedrijfsafval en inwoners uit andere gemeenten te weren. Restafval wordt ook in 2022 13 keer per jaar huis-aan-huis opgehaald en gebruikers van ondergrondse containers krijgen maximaal 52 keer per jaar toegang tot de containers. GFT wordt bij hoogbouw ingezameld. De doelstelling voor 2022 is maximaal 100 kg huishoudelijk restafval per inwoner. Het effect van corona was in 2020 en 2021 duidelijk waarneembaar. Mensen werken meer thuis waardoor bedrijfsafval zich verplaatst naar huishoudelijk afval. In 2020 is 183 kg restafval per inwoner opgehaald. In 2021 wordt een flinke stap gezet en zal op basis van de huidige cijfers zo’n 50 kg per inwoner minder opgehaald worden. Doelstelling in 2022 is om ook die laatste stap richting de 100 kg te zetten.
62
Beleidsindicatoren
540 Afval Ingenomen afval Restafval per inwoner (kg) Restafval per huishouden (kg) Scheidingspercentage
Aantal inworpen containers
Bezoekers milieustraat Sorteeranalyse fijn restafval
2017 169
2018 173
2019 170
2020 185
397
402
394
428
2017 73,8%
2018 71,6%
2019 71,6%
2020 71,2%
Gemiddeld aantal inworpen in de ondergrondse restafvalcontainer per actieve pas per jaar 2017 2018 2019 2020 102 92 92 94 2017 2018 2019 2020 51.174 52.225 51.721 55.393 2020 GFT 44,8% Papier en Karton 4% Hygiënisch papier 8,8% Drankkartons 1,2% Kunststoffen 10% Glas 3,1% Metalen 2,1% Textiel 5,2% Puin 3,2% Hout 5,6% Klein chemisch afval 0,3% Elektrische apparaten 0,8% Overig afval 10,9%
63
Wat mag het kosten? Overzicht lasten en baten programma 5 Dongen Dient (x € 1.000) Begroting 2021 Thema
Taakveld
510
Omschrijving Bestuur
0.1 520
Lasten
Begroting 2022
Baten
1.828
Lasten
Begroting 2023
Baten
1.799
Lasten
Begroting 2024
Baten
1.779
1.799
Lasten
Begroting 2025
Baten
1.779
1.779
Lasten
Baten
1.779
Bestuur
1.828
Dienstverlening
1.421
1.087
1.526
976
1.531
937
1.649
1.779 1.229
1.590
1.779 1.154
0.2
Burgerzaken
748
324
775
269
779
229
896
522
839
447
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
126
134
154
134
154
134
156
134
153
134
8.3
Wonen en bouwen
547
629
597
574
597
574
597
574
597
574
7.132
3.167
7.627
2.844
8.037
3.110
7.866
2.892
8.071
2.921
530
Beheer en onderhoud 0.10
Mutaties reserves
3
3
1
3
1
3
1
3
1
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
325
510
390
429
390
494
390
209
390
139
2.1
Verkeer en vervoer
2.153
467
2.346
217
2.477
217
2.493
217
2.570
217
2.2
Parkeren
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
2.261
12
2.452
187
2.480
187
2.482
187
2.496
187
7.2
Riolering
1.692
2.176
1.711
2.009
1.897
2.211
1.953
2.277
2.052
2.376
8.3
Wonen en bouwen
540
Afval 6.5
Arbeidsparticipatie
7.3
Afval Totaal Dongen Dient
1
698
1
725
1
790
1
1
545
560
3.124
3.745
3.318
3.902
3.353
3.894
3.485
3.942
3.516
3.973
3.124
3.745
3.318
3.902
3.353
3.894
3.485
3.942
3.516
3.973
13.506
7.999
14.270
7.723
14.700
7.941
14.779
8.063
14.956
8.048
De meerjarige uitgaven in het thema bestuur zijn stabiel. Binnen thema Dienstverlening is sprake van een structurele doorwerking vanuit Berap 2021-1, waarbij de kosten voor het PVTH-plan en het onderhoud van de begraafplaatsen zijn bijgesteld. Daarbij is aan de batenkant van de begroting de toeristenbelasting naar beneden bijgesteld conform Kadernota 2022. De thema’s Beheer en Onderhoud en Afval zijn bijgesteld als gevolg van het actualiseren van het Investeringsplan (kapitaallasten) en het actualiseren van de onderhoudsbudgetten.
64
65
Algemene dekkingsmiddelen en overhead In de begroting nemen we ook het overzicht op van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van overhead. Algemene dekkingsmiddelen geeft inzicht in een aantal algemene inkomstenbronnen van de gemeente, zoals de algemene uitkering. Overhead geeft aan welke kosten samenhangen met de sturing en ondersteuning van de organisatie. Het is geen programma, zoals de vijf pijlers worden weergegeven, maar meer een opsomming van een aantal geldstromen die vanuit hun onderlinge samenhang zijn geordend.
610 Algemene uitkering De algemene uitkering is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De raming van de algemene uitkering in deze begroting is gebaseerd op de meicirculaire 2021. De doorwerking van de septembercirculaire 2021 zal via een raadsinformatiebrief aan de raad worden voorgelegd.
620 Gemeentelijke belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen en heffingen komen uitgebreid aan de orde in paragraaf A "Lokale heffingen". In het overzicht van algemene dekkingsmiddelen worden de gemeentelijke belastingen uitgelicht waarvan de opbrengsten gemeentebreed ingezet kunnen worden. Het gaat dan om de OZB.
630 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien De overige algemene dekkingsmiddelen zijn gerelateerd aan paragraaf D "Financiering" waarbij een onderbouwing wordt gegeven van de financieringsfunctie van de gemeente. Daarnaast maken we hier ook de post onvoorzien en verwachte verplichting ten aanzien van de vennootschapsbelasting inzichtelijk.
640 Overhead Bij het in beeld brengen van de overhead maken we onderscheid in vier categorieën: Directe personeelskosten: Salariskosten van alle ambtenaren in dienst bij de gemeente Dongen. Indirecte personeelskosten: Scholingskosten, reis- en verblijfkosten, arbo- en administratiekosten. Facilitaire ondersteuning: Huisvesting gemeentehuis en -werven, ICT, archief, catering, e.d.. Bestuursondersteuning en kwaliteitszorg: Publieksvoorlichting, kwaliteitszorg concern, bestuursondersteuning, persvoorlichting en representatie. Voor het berekenen van de overhead maken we gebruik van de rekenmethoden die door de Commissie BBV worden voorgeschreven. Dit betekent dat kosten – waar mogelijk – direct worden toegerekend aan producten. De resterende overhead wordt uitgedrukt in een percentage. Dit percentage berekenen we voor zowel de binnen- als de buitendienst. Dit onderscheid wordt gemaakt ten behoeve van een passende toerekening van uurtarieven naar de producten. Percentage overhead =
Overhead binnendienst Directe personeelskosten
in 2022
€ 7.365.407 € 12.356.857
= 60 %
Percentage overhead =
Overhead buitendienst Directe personeelskosten
in 2022
€ 172.630 € 2.139.018*
=8%
* In dit bedrag zijn ook de personeelskosten opgenomen die toegerekend mogen worden aan de producten.
66
Beleidsrisico’s Welke risico’s kunnen onze doelstellingen in de weg staan? De raming van de Algemene Uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2021. Er komen nog 5 circulaires die de werkelijke hoogte van de Algemene Uitkering in 2022 kunnen beïnvloeden. Daarbij is op dit moment nog niet duidelijk of de voorgenomen herijking van de Algemene Uitkering wordt overgenomen door een nieuw kabinet en wat de exacte impact voor de gemeente Dongen zal zijn.
Beleidsindicatoren Lokale heffingen Gemiddelde WOZ-waarde (in € 1.000) % demografische druk
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
De gemiddelde WOZ waarde van woningen. 2017 2018 2019 2020 224 232 245 260 De som van het aantal personen van 0-20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20-65 jaar. 2017 2018 2019 2020 72,9% 73,2% 73,6% 73,8 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. 2017 2018 2019 2020 630 643 648 710 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. 2017 2018 2019 2020 726 740 744 818
Overhead Formatie
Bezetting
Overhead
Apparaatskosten
Externe inhuur
Fte per 1.000 inwoners 2017 2018 2019 7,1 6,7 7,3 Fte per 1.000 inwoners 2017 2018 2019 7,2 7,3 6,7 Als % van de totale lasten 2017 2017 2018 14,0% 12,6% 13,4% Apparaatskosten per inwoner (kosten per inwoner) 2017 2018 2019 € 282 € 273 € 291 Externe inhuurkosten als percentage van de loonsom 2017 2018 2019 8,4% 9,4% 13,03%
2020 7,2 2020 6,8 2020 12% 2020 € 636 2020 9%
67
Wat mag het kosten? Overzicht lasten en baten programma 6 Algemene dekkingsmiddelen en overhead (x € 1.000) Begroting 2021 Thema
Taakveld
610
Omschrijving
Lasten
Algemene uitkeringen 0.7
620
Begroting 2022
Baten
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 222
5.997
0.61
OZB woningen
100
0.62
OZB niet-woningen
109
0.64
Belastingen overig
14
3.4
Economische promotie
6.437
4.119
99
1.879
108
108
4.324
99
4.324
1.973
108
1.973
60
67
109
-246
109
-223
109
-112
109
483
435
483
435
483
435
483
7.831
241
7.499
144
7.385
144
7.456
144
103 7.728
144
115 7.384
144
128 7.257
144
141 7.315
144
8.006
45.470
7.922
45.399
8.109
45.383
Treasury
6
109
0.8
Overige baten en lasten
425
461
0.9
Vennootschapsbelasting (VpB)
7.890
265
7.890
144
56
122 42.784
99
1.973
435
Resultaat van de rekening van baten en lasten
0.5
8.916
4.324
54
6.437
-157
0.11
Totaal Algemene dekkingsmiddelen en overhead
108
38.211 275
140 592
1.000
Mutaties reserves
6.437
379
213
0.10
99
1.973
38.227 268
Baten 38.211
140 592
316
Overhead
4.324
Lasten
269
Mutaties reserves
0.4
38.298 6.437
Baten 38.227
140 592
0.10
Bestuur
Lasten
246
1.334
0.1
Baten 38.298
Begroting 2024
140 592
783
56
Begroting 2024
262
37
803
Overhead
Lasten
39.356 244
Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
640
Baten 39.356
35.738
Gemeentelijke belastingen en heffingen
630
Lasten
35.738
Begroting 2023
56
56
56
97 9.410
46.625
De Algemene Uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2021. Bij de bepaling van de OZB-opbrengst is rekening gehouden met de inflatie en met het vervallen van de incidentele korting op het OZB-tarief uit 2021. Binnen thema 630 vind een storting plaats in de algemene reserve ter verbetering van de solvabiliteit.
68
Paragraaf A. Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen geeft een overzicht van de geraamde inkomsten uit de gemeentelijke heffingen en van het beleid in 2022 ten aanzien van deze heffingen. Verder biedt de paragraaf een overzicht van de tariefontwikkelingen, een opgave van de woonlasten, informatie over de kostendekkendheid van tarieven en informatie over kwijtschelding. Beleid ten aanzien van lokale heffingen In het bestuursakkoord 2018 - 2022 is een aantal richtinggevende uitspraken gedaan op het terrein van de lokale heffingen, te weten: De OZB-opbrengst stijgt met het landelijke inflatiepercentage. Bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd. Door lokale en nationale ontwikkelingen kan niet volledig worden aangesloten bij het Bestuursakkoord 2018-2022 en zal de woonlastendruk binnen de gemeente Dongen toenemen. De marktgelden, lijkbezorgingsrechten, retributies en leges volgen de algemene tariefstijging. Het rijk heeft in de meicirculaire van de algemene uitkering een prijsontwikkeling bruto binnenlands product berekend van 1,6%, dit is in de tarieven verwerkt tenzij anders vermeld bij de betreffende heffing. Bij het berekenen van de tarieven worden diverse kosten meegenomen. Voor de kostendekkendheid is allereerst van belang welke kosten toerekenbaar zijn aan de tarieven.
Deze kosten bestaan uit directe en indirecte kosten. Onder directe kosten worden de kosten verstaan die rechtstreeks samenhangen met de verleende dienstverlening. Onder indirecte kosten worden de kosten verstaan die weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband staan met die dienstverlening, ofwel overheadskosten. De overheadkosten betreffen onder meer kosten van arbeid, investeringen, ICT en materieel. Bij de tariefberekening van de afvalstoffen- en rioolheffing wordt de compensabele BTW doorberekend in de tarieven. De belastingverordeningen voor 2022 worden in december aan de raad ter vaststelling aangeboden. De in deze paragraaf opgenomen tarieven voor 2022 zijn onder voorbehoud van besluitvorming door de raad. In de paragraaf worden de volgende onderwerpen toegelicht: 1. Onroerendezaakbelasting (OZB) 2. Afvalstoffenheffing 3. Riool- en Waterzorgheffing 4. Lokale lastendruk 5. Vergelijkend overzicht woonlasten 6. Reclamebelasting 7. Toeristenbelasting 8. Marktgelden 9. Lijkbezorgingsrechten 10. Leges 11. Kwijtscheldingsbeleid 1. Onroerendezaakbelasting De tariefbepaling voor het belastingjaar 2022 is gebaseerd op de OZB-opbrengst 2021 vermeerderd met de eenmalige korting van € 200.000 en met de inflatie-index van 1,6%.
Daarnaast wordt de waardeontwikkeling (stijging of daling) van de onroerende zaken als gevolg van de jaarlijkse waardering gecorrigeerd in de tarieven voor 2022. Voor het jaar 2022 zal de waarde per 1 januari 2021 worden gebruikt bij toepassing van het tarief 2022. Bij de tariefbepaling is de waardeontwikkelingen nog niet bekend maar wordt er gerekend met een geprognosticeerde waardeontwikkeling die wordt afgegeven door de Belastingsamenwerking WestBrabant (BWB). Dit betreft 6,7% voor woningen en 1,97% voor niet-woningen. De verwachte OZB-opbrengst voor het jaar 2022 bedraagt € 6,3 miljoen (in 2021: € 6,0 miljoen). Het verschil ten opzichte van 2021 wordt naast de inflatiecorrectie verklaard door het vervallen van de eenmalige korting in 2021.
69
Tarief onroerende zaakbelasting Eigenaar woning Eigenaar niet-woning Gebruiker niet-woning
2019 0,1322% 0,1539% 0,1409%
2020 0,1412% 0,2300% 0,2106%
2021 0,1293% 0,2104% 0,1926%
2022 0,1269% 0,2270% 0,2065%
2. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing dient ter financiering van de kosten voor inzameling, beheer en verwerking van afval. De afvalstoffenheffing maakt net als de OZB en de rioolheffing onderdeel uit van de woonlasten. De gemeente Dongen maakt onderscheid in de heffing tussen éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Het geheel van afvalinzameling is een gesloten circuit: de inkomsten mogen alleen besteed worden aan de uitvoering van de afvalinzamelingstaak. Er wordt gewerkt met een voorziening afval waarmee over- of onderbestedingen worden geëgaliseerd in het tarief. Het uitgangspunt is dat afvalinzameling volledig kostendekkend is. In de tariefberekeningen van afvalstoffenheffing is rekening gehouden met gemiste inkomsten als gevolg van verleende kwijtschelding. Het aanbieden van afvalstoffen kan leiden tot nevenvervuiling (zwerfvuil) die van invloed is op de kosten van straatreiniging. Als gevolg hiervan wordt 33% doorberekend aan afvalinzameling. Het tarief van afvalstoffenheffing is voor het jaar 2022 gelijk gehouden aan het tarief van heffingsjaar 2021. Tarief afvalstoffenheffing Meerpersoons-huishouden Alleenwonende Inzicht in kostendekkendheid Omschrijving Lasten taakveld 7.3 Lasten taakveld 2.1 Lasten taakveld 6.3 Overhead BTW
2019 € 276,24 € 179,40
2020 € 308,01 € 200,03
Specificatie Exploitatie afvalinzameling Aandeel kosten straatvegen Kwijtschelding afvalstoffenheffing
2021 € 344,97 € 224,03
2022 € 344,97 € 224,03
Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) 2.754 74 100 159 447
Totaal lasten Opbrengst afvalstoffenheffing Onttrekking voorziening
3.535 3.446 89
Dekkingspercentage
100%
3. Rioolheffing Rioolheffing dient ter financiering van de gemeentelijke watertaken, waaronder het beheer en onderhoud van gemeentelijke riolering, afvalwater, hemelwater en grondwater. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan en vanaf 2022 het Water- en Rioleringsplan wordt aangegeven op welke manier de gemeente de gemeentelijke watertaken wil verbeteren, uitbreiden, onderhouden en beheersen en welke middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. De gemeente Dongen heft rioolheffing van de gebruiker van een perceel. De rioolheffing maakt net als de OZB en afvalstoffenheffing onderdeel uit van de woonlasten. Het geheel van riolering is een gesloten circuit: de inkomsten mogen alleen besteed worden aan de uitvoering van de rioleringstaak. Er wordt gewerkt met een voorziening riolering waarmee over- of onderbestedingen worden geëgaliseerd in het tarief. Het uitgangspunt is dat de tarieven van rioolheffing 100% kostendekkend zijn. Voor het goed functioneren van het rioleringsstelsel veegt de gemeente de straten. Hierbij kan gedacht worden aan het vegen van bladafval en zwerfvuil. Dit om te voorkomen dat kolken in het rioleringsstelsel verstopt raken. Als gevolg hiervan wordt 33% doorberekend aan de rioolheffing.
70
Voor een goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken vinden er baggerwerkzaamheden aan watergangen en onderhoud aan oevers plaats. De werkzaamheden zijn noodzakelijk voor ruiming van slib, inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van ingezameld hemelwater. Als gevolg hiervan wordt 70% doorberekend aan de rioolheffing. Er bestaat in de komende jaren een risico op een verdere stijging van het riooltarief vanwege de grotere vervangingsvraag van oude riolen. Tarief rioolheffing Vastrecht Inzicht in kostendekkendheid Omschrijving Lasten taakveld 7.2 Lasten taakveld 2.1 Lasten taakveld 5.7 Lasten taakveld 6.3 Overhead BTW
2019 € 144,55
2020 € 139,44
Specificatie
2021 € 175,45
2022 € 175,45
Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) 1.369 74 174 61 122 183
Exploitatie en beheer riolering Aandeel kosten straatvegen Aandeel kosten sloten Kwijtschelding rioolheffing
Totaal lasten Opbrengst rioolheffing Dotatie voorziening
1.983 1.999 16
Dekkingspercentage
100%
4. Lokale lastendruk In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de lastenontwikkeling van een meerpersoonshuishouden. De lokale lastendruk bestaat uit drie onderdelen: onroerende zaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de onroerende zaakbelasting wordt uitgegaan van een woning in eigendom met getaxeerde waarde voor het jaar 2022 van € 297.000. Het gemiddelde van € 297.000 is gebaseerd op de gemiddelde geschatte woningwaarde van 2021 gecorrigeerd met de verwachte waardestijging van 6,7%. Tarieven Eigenaar woning Afvalstoffenheffing Rioolheffing Woonlasten meerpersoons-huishouden
2019 € 285 € 276 € 144 € 705
2020 € 367 € 308 € 139 € 814
2021 € 360 € 345 € 175 € 880
2022 € 377 € 345 € 175 € 896
5. Vergelijkend overzicht woonlasten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de lagere Overheden (COELO) geeft jaarlijks de 'Atlas van de lokale lasten' uit. Deze Atlas geeft inzicht in de woonlasten per gemeente. Voor een vergelijkend overzicht van de woonlasten (onroerendezaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing) 2021 zijn van een viertal vergelijkbare regiogemeenten de woonlasten van een meerpersoonshuishouden gebruikt. Gemeente Gilze en Rijen Hilvarenbeek Goirle Dongen Loon op Zand
Woonlasten 2021 € 621 € 804 € 857 € 882 € 935
Noord-Brabant Nederland
€ 776 € 811
Landelijk rangtelnummer 5 157 225 267 316
71
Om de gemeentelijke woonlasten goed met elkaar te kunnen vergelijken, hanteert COELO een eigen berekeningswijze. Deze wijkt af van de waarden die de gemeente Dongen hanteert in de tabel voor de lastendruk. Zo hanteert het COELO voor de OZB-heffing een gestandaardiseerd tarief, terwijl de gemeente Dongen de werkelijke tarieven hanteert. Bij de afvalstoffenheffing gebruikt de gemeente een vastrecht, terwijl het COELO uitgaat van het gemiddeld aantal kilo restafval bij gemeenten met diftar systeem. 6. Reclamebelasting De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging van wie dan wel ten behoeve van wie een reclameobject wordt aangetroffen in het aangewezen gebied in centrum Dongen. De reclamebelasting wordt geheven per vestiging waar een openbare aankondiging is geplaatst of waar een openbare aankondiging is aangebracht. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor Ondernemersvereniging Dongen Promotion. Het bedrag van de belasting is afhankelijk van de locatie: het vastrecht bedraagt € 279,95 in tariefgebied A en € 209,96 in tariefgebied B. Indien het pand zich in tariefgebied A bevindt en de WOZ-waarde meer dan € 110.000 bedraagt, wordt een aanvullend tarief van 0,25% berekend over de WOZ-waarde boven € 110.000.
Indien het pand zich in tariefgebied B bevindt en de WOZ-waarde meer dan € 110.000 bedraagt, wordt een aanvullend tarief van 0,1875% berekend over de WOZwaarde boven € 110.000. 7. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is een directe belasting die geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisadministratie personen van de gemeente zijn opgenomen. De belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. In de verordening toeristenbelasting zal een registratieplicht opgenomen worden, zodat duidelijk is dat de exploitant de verplichting heeft zorg te dragen voor een registratie van het aantal overnachtingen. 8. Marktgelden Onder de naam "marktgeld" wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats op de markt, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Leges Marktgelden Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Opbrengst marktgelden
Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) 9 1 10 6
Dekkingspercentage
66%
9. Lijkbezorgingsrechten Voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats heft de gemeente zogeheten lijkbezorgingrechten. Leges lijkbezorgingsrechten Omschrijving Lasten taakveld 7.5 Overhead Totaal lasten Opbrengst lijkbezorgingsrechten Dekkingspercentage
Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) 154 17 172 134 78%
72
10. Leges Titel 1, 2 en 3 Leges zijn rechten die de gemeente kan heffen in verband met verstrekte dienstverlening aan de inwoners. In een aantal gevallen gaat het om tarieven met wettelijke beperkingen (bijvoorbeeld paspoorten). Leges Titel 1 (algemene dienstverlening - o.a. burgerzaken) Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Opbrengsten Dekkingspercentage Leges Titel 2 (dienstverlening m.b.t. leefomgeving - o.a. omgevingsvergunningen) Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Opbrengsten Dekkingspercentage
Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) 384 170 554 301 54%
Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) 601 339 940 591 63%
Leges Titel 3 (dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn - o.a. evenementen) Omschrijving Begroting 2022 (bedragen x € 1.000) Lasten 92 Overhead 50 Totaal lasten 142 Opbrengsten 16 Dekkingspercentage
11%
11. Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Dongen kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelasting. De kwijtscheldingsnorm is vastgesteld op 100%. Indien een belastingplichtige over onvoldoende financiële middelen beschikt is het mogelijk onder bepaalde voorwaarden in aanmerking te komen kwijtschelding. Voor het belastingjaar 2022 is een bedrag van € 185.000 opgenomen aan kwijtscheldingslast. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verzorgd door de BWB.
73
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt inzicht geboden in de actuele risico’s van de gemeente en de wijze waarop hiermee wordt omgesprongen. Daarnaast wordt aan de hand van de financiële kengetallen ingegaan op de ontwikkeling van het financiële beeld. Beleid omtrent risicomanagement Op 19 december 2019 stelde de gemeenteraad de financiële verordening gemeente Dongen vast. Hierin zijn de kaders voor risicomanagement verwerkt. De uitvoering van het risicomanagement binnen de gemeente is uitgewerkt in een Integrale Aanpak Risicomanagement, die in juni 2021 samen met het accountantsrapport 2020 is aangeboden aan de gemeenteraad. De integrale aanpak van risicomanagement houdt in dat zoveel mogelijk binnen de bestaande processen en structuren wordt nagedacht over mogelijke risico’s en de daarbij behorende beheersmaatregelen. Risicomanagement wordt daarmee nadrukkelijk niet als afzonderlijke of op zichzelf staande activiteit georganiseerd, maar geïntegreerd in de dagelijkse activiteiten. In het denken over risico’s die de organisatie loopt, maken we onderscheid tussen twee typen risico’s: risico’s die de organisatie loopt in het bereiken van haar doelstellingen (beleidsrisico’s) en risico’s die de organisatie loopt in het uitvoeren van reguliere processen (uitvoeringsrisico’s).
De beleidsrisico’s worden geïntegreerd in de P&C-cyclus en de uitvoeringsrisico’s worden meegenomen in de Interne Controles. De raad wordt tweemaal per jaar – bij begroting en bij jaarrekening – geïnformeerd over de belangrijkste, actuele beleidsrisico’s, waarbij tevens wordt ingegaan op de ontwikkelingen rondom deze risico’s. Over de uitvoeringsrisico’s wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd, gekoppeld aan de communicatiemomenten van de accountant. Naast deze risico’s wordt afzonderlijk gerapporteerd over risico’s met een financiële impact. Deze financiële risico’s worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook hierover wordt in de begroting en de jaarrekening gerapporteerd middels deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Vanaf komend jaar zal binnen het risicomanagement ook een rubricering worden aangebracht in de omgang met risico’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het aanvaarden, beheersen of verkleinen van risico’s. Beleidsrisico’s In de programmahoofdstukken van deze begroting geven we per beleidsthema antwoord op de vraag wat we willen bereiken. Nieuw dit jaar is dat we hebben toegevoegd wat het realiseren van die beleidsdoelstellingen in de weg kan staan; dit zijn de beleidsrisico. Hieronder zijn de 5 belangrijkste beleidsrisico’s nader toegelicht: 1.
Implementatie nieuwe wetgeving: In 2022 treedt een aantal grootschalige (wets)wijzigingen in werking. Het gaat met name om de Omgevingswet, Wet inburgering en de regionale inkoop Wmo begeleiding en Jeugdhulp. Interne processen en werkwijzen dienen aangepast te worden en te worden afgestemd op externe – eveneens veranderende – processen. Na implementatie zal het enige tijd duren voordat de organisatie gewend is aan de veranderde situatie. We beheersen dit risico door een zorgvuldige voorbereiding en nauwlettende monitoring op de uitvoering. 2. Corona: Het is op dit moment nog niet te voorspellen hoe de corona-situatie zich zal ontwikkelen. Komen er nieuwe varianten? Hoe lang blijven mensen beschermd na vaccinatie of besmetting? Daarnaast is het nog onduidelijk wat de gevolgen op korte en middellange termijn zijn. We beheersen dit risico door op ieder moment terug te kunnen schakelen op de crisisorganisatie en een gewijzigde manier van (thuis)werken. Continuïteit van dienstverlening en uitvoering van wettelijke taken zijn hierbij prioriteit. Tevens blijven we in nauw contact met onze inwoners, bedrijven en verenigingen om de vinger aan de pols te houden bij eventuele nadelige gevolgen.
74
3. Schaarste aan materialen: Er is momenteel sprake van schaarste van een groot aantal (bouw)materialen. Dit heeft zijn weerslag op zowel levertijden als kosten. We beheersen dit risico door het maken van goede planningen, rekening te houden met onvoorziene vertraging en goede kosteninschattingen te maken. 4. Draagvlak voor energietransitie: De energietransitie is een ingrijpend maatschappelijk proces, met stevige wereldwijde, nationale en lokale doelstellingen. Realisatie van deze doelstellingen is in grote mate afhankelijk van het verwerven van maatschappelijk draagvlak. We investeren hierin door het creëren van bewustwording en ondersteuning van lokale initiatieven, bijvoorbeeld via het Energieloket. 5. Capaciteit kritieke functies: Op een aantal kritieke functies is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Dit zorgt ervoor dat vacatures langer open kunnen staan dan gebruikelijk. We vangen dit op door snel in te spelen op verwachte mobiliteit (bijvoorbeeld via een traineepool) en door indien nodig extern in te huren. Financiële risico's Voor een goed financieel beheer moeten we weten welke financiële risico's (en kansen) wij hebben en hoe wij deze risico’s kunnen beheersen. Ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen hebben we inzicht in het risicoprofiel nodig. Middels een inventarisatie zijn de risico's verzameld.
Belangrijk daarbij is te onderzoeken welke beheersmaatregelen zijn genomen of alsnog genomen moeten worden. Bij de inventarisatie van de risico's maken we onderscheid in structurele en incidentele (tijdelijke) risico's. Daarbij wordt aangegeven wat het (maximaal) verwachte risicobedrag is en maakt de inhoudelijk specialist een inschatting over de kans van voordoen. We houden daarbij onderstaande inschattingspercentages aan. Score 1. Laag 2. Matig 3. Gemiddeld 4. Hoog 5. Zeer hoog
Risicokans 0% - 20% 20% - 40% 40% - 60% 60% - 80% 80% - 100%
Gemiddelde risicokans 10% 30% 50% 70% 90%
Omdat de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet slechts globaal is aan te geven, wordt met een variatiebreedte van 20% gerekend. Het verwachte (maximale) risicobedrag en de kans op voordoen leiden tot een gewogen risicobedrag. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen zonder dat het bestaande beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het totaal aan gewogen financiële risico's (= benodigde weerstandscapaciteit) wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Uit voorzichtigheidsoverwegingen nemen we bij de bepaling van de weerstandscapaciteit uitsluitend de omvang van de algemene reserve mee. Dit leidt tot de bepaling van een weerstandsratio. Met behulp van de onderstaande tabel beoordelen we de ratio van de gemeente Dongen. Deze normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS). Categorie A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < 2,0 1,0 < 1,4 0,8 < 1,0 0,6 < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
75
Berekening weerstandsratio Aan de hand van de gewogen risicobedragen en weerstandscapaciteit bepalen we hoe de gemeente Dongen ervoor staat. Dat noemen we de weerstandsratio. Weerstandsratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
7.010 2.618
= 2,7
Hiermee kan geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen uitstekend is.
Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2019
2020
2021
1-apr
1-okt
1-apr
1-okt
1-apr
1-okt
Beschikbare weerstandscapaciteit
7.332
6.904
6.007
4.964
4.964
7.010
Benodigde weerstandscapaciteit
4.681
3.456
3.557
3.241
2.251
2.618
1,6
2,0
1,7
1,5
2,2
2,7
Weerstandsratio
In de tabel wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen. Op twee momenten in het jaar worden de dan actuele risico’s afgezet tegen het op dat moment beschikbare weerstandsvermogen. Die twee momenten zijn gekoppeld aan respectievelijk de jaarrekening (1 april) en de begroting (1 oktober) die dan wordt opgesteld. Uit de tabel blijkt dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend is. Aan de schommelingen van de ratio valt op te maken dat risicomanagement een dynamisch proces is, dat continu gemonitord wordt. De mate waarin daadwerkelijk een beroep gedaan moet worden op de algemene reserve om risico's op te vangen is beperkt. Eerder in het proces worden al beheersmaatregelen genomen. Ten opzichte van de vorige peildatum (jaarverslag 2020) is het risicoprofiel aanzienlijk verbeterd. Dit komt door een hogere omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit (toename van € 5,0 miljoen naar € 7,0 miljoen). Het positieve jaarrekeningresultaat 2020 is inmiddels toegevoegd aan de algemene reserve. Daarnaast zijn de voorgenomen onttrekkingen en toevoegingen uit de begroting en bestuursrapportages van 2021 verwerkt in de reserve. Het verwachte resultaat voor 2021 is nog niet in de reserve meegenomen. Tegenover de hogere beschikbare weerstandscapaciteit staat ook een hogere benodigde weerstandscapaciteit.
Het totaal aan gewogen risicobedragen is sinds het jaarverslag 2020 toegenomen van € 2,25 miljoen naar € 2,6 miljoen. Resultaten risicoanalyse De risico’s beschrijven we kort. Daarbij geven we aan of het een nieuw of een bestaand risico betreft. In de hierna volgende tabel is de top 5 van de geïnventariseerde risico’s in beeld gebracht. In de bijlage zijn alle geïnventariseerde risico’s opgenomen.
76
Benodigde weerstandscapaciteit Peildatum 1 oktober 2021
Verwacht maximaal Kansrisicobedrag percentage
Gewogen Nieuw / risicobedrag bestaand
Incidentele risico's (top 5) 1. Waarderingsrisico woningbouwlocaties
€
1.939.000
30%
€
581.700
Bestaand
2. Herverdeling Algemene uitkering
€
600.000
90%
€
540.000
Bestaand
3. Minder opbrengsten bedrijfsterreinen
€
502.000
30%
€
150.600
Bestaand
4. Implementatiekosten Cammeleur-concept €
250.000
50%
€
125.000
Nieuw
5. Corona-effect uitgestelde zorgvraag
€
400.000
30%
€
120.000
Bestaand
Overige incidentele risico's
€
1.658.000
€
297.400
Totaal incidentele risico's
€
5.349.000
€
1.814.700
1. Vacaturedruk kwetsbare functies
€
450.000
50%
€
225.000
Bestaand
2. Complexe zorgcasuïstiek
€
300.000
50%
€
150.000
Bestaand
3. Frauderisico's
€
250.000
30%
€
75.000
Bestaand
4. Stijging rente
€
220.000
30%
€
66.000
Bestaand
5. Uitval ICT
€
1.200.000
5% €
60.000
Bestaand
Overige structurele risico's
€
1.425.000
€
227.500
Totaal structurele risico's
€
3.845.000
€
803.500
Totaal
€
9.194.000
€
2.618.200
Structurele risico's (top 5)
Incidentele risico’s De top vijf aan incidentele risico’s zijn: 1. Als gevolg van economische en marktontwikkelingen kan de uitgifte van gronden voor woonlocaties achterblijven bij de verwachtingen. De nieuwe grondexploitaties (Noorderlaan en Waspikse Weg) kunnen daardoor verlieslatend worden. 2. De besluitvorming over de herijking van de Algemene Uitkering is doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Deze herijking kan nadelige gevolgen hebben voor de gemeente Dongen. Op basis van de huidige inzichten kan het gaan om € 600.000. 3. Uitgifte van grond op bedrijfsterreinen kan achterblijven bij de verwachting. De resultaten van Tichelrijt 2, 3 en Zuid vallen dan lager uit dan verwacht. 4. De implementatie van de uitgangspuntennotitie Cammeleur kan leiden tot transitie/frictiekosten 5. Het is niet duidelijk welke impact Corona heeft gehad op het zorggebruik. Hierdoor is niet goed vast te stellen welke onderliggende, autonome ontwikkeling er onder de zorguitgaven ligt. Hierbij speelt mee dat nog niet duidelijk is of sprake gaat zijn van een inhaaleffect. Ten opzichte van het jaarverslag 2020 zijn de incidentele risico’s toegenomen van € 1,5 miljoen naar € 1,8 miljoen.
Dit is het gevolg van het opnemen van een nieuw risico rondom de definitieve toekenning van de arbitragemiddelen Jeugdzorg (de middelen zijn reeds voor 75% verwerkt in de begroting terwijl door het Rijk nog niet definitief is besloten over toekenning), een nieuw risico rondom de implementatie van het Cammeleur-concept en de verhoging van het risicobedrag rondom de herijking van de Algemene Uitkering. Structurele risico’s De top vijf aan structurele risico’s zijn: 1. Als gevolg van samenloop van omstandigheden (mobiliteit, ziekte) kunnen plotseling binnen 1 team op vitale en/of kwetsbare functies vacatures ontstaan die niet intern opgelost kunnen worden.
77
2. Inzet ten aanzien van incidentele complexe casuïstiek waar zwaarste zorgpakketten moeten worden toegekend. Mochten regionale solidariteitsafspraken geen soelaas bieden. 3. Benadeling van de gemeente als gevolg van fraude. 4. Als gevolg van economische omstandigheden kan de rente stijgen, zodat met een hogere rente gerekend moet worden. 5. ICT-systeem raakt onbruikbaar, bijvoorbeeld als gevolg van een hack of ransomware aanval. Ten opzichte van het jaarverslag 2020 zijn de structurele risico’s toegenomen van € 0,7 miljoen naar € 0,8 miljoen. Dit is het gevolg van enkele kleinere aanpassingen van risicobedragen en risicokansen. Financiële kengetallen Aan de hand van de voorgeschreven financiële kengetallen wordt in elke jaarrekening en begroting inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente. De kengetallen moeten in samenhang bezien worden. De gemeente beschouwt hierbij de netto schuldquote, de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte als de primaire kengetallen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële staat van de schuldpositie (netto schuldquote), de vermogenspositie (solvabiliteit) en de begroting (structurele exploitatieruimte). De grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn belangrijk voor de context van de primaire kengetallen.
Voor de signaleringswaarden sluiten we aan bij de waarden zoals deze door toezichthouders bij gemeenten wordt gehanteerd. Duiding waarden kengetallen Laag risico Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
< 70% < 70% > 50% > 0% < 20% < 95%
Mate van risico Gemiddeld risico 90% - 130% 90% - 130% 20% - 50% = 0% 20% - 35% 95% - 105%
Hoog risico > 130% > 130% < 20% < 0% > 35% > 105%
Duiding financiële positie In onderstaande tabel is de ontwikkeling van financiële kengetallen voor de gemeente Dongen weergegeven vanaf de jaarrekening 2020, de begroting 2021 naar de nu voorliggende meerjarenbegroting 2022-2025. Tevens zijn in de tabel de gemiddelde waarden van de Brabantse gemeenten weergegeven voor het jaar 2019. De cijfers in de kolom Begroting 2021 zijn hierbij aangepast aan de actuele inschattingen. Kengetallen begroting 2022-2025
Brabants gemiddelde Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Netto schuldquote
48%
110%
104%
120%
153%
144%
136%
Netto schuldquote gecorrigeerd
42%
102%
97%
113%
146%
138%
131%
Solvabiliteitsratio
36,7%
10,8%
11,0%
12,0%
10,5%
10,9%
11,4%
Structurele exploitatieruimte
0,2%
1,4%
1,5%
1,9%
0,7%
0,5%
0,1%
Grondexploitatie
17,1%
21,1%
14,6%
13,4%
16,1%
10,9%
4,2%
Belastingcapaciteit
98%
105%
113%
110%
110%
110%
110%
Kijkend naar de signaleringswaarden dan kan geconcludeerd worden dat de gemeente Dongen met name wat betreft de solvabiliteit in een hoog risico-situatie zit. De schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor verstrekte leningen) begeeft zich tot en met komend jaar nog onder de grens van hoog risico. Na 2022 ontwikkelen beide schuldratio’s zich in een hoog risico-situatie. De structurele exploitatieruimte ligt door de positieve begrotingssaldi (ruim) boven de 0%.
78
De grondexploitatie is dalend en zal de komende jaren verder dalen, wat een afname van het risicoprofiel betekent. Door de verhoging van de OZB in Dongen is de belastingcapaciteit sinds 2020 gestegen en bevindt zich op de grens van hoog risico. De woonlasten in Dongen liggen 10% hoger dan het landelijk gemiddelde (in 2021). Er wordt gesproken over een hoog risico, omdat een belastingcapaciteit van 110% impliceert dat er weinig ruimte is voor belastingverhogingen. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ook inzichtelijk gemaakt na correctie voor verstrekte leningen. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is in de exploitatie en de schuldenlast. Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen de komende jaren niet hoger mag zijn dan 140%. In 2028 moet de schuldquote zijn afgebouwd naar (maximaal) 130%. Er is reeds enige jaren een toename zichtbaar van de schuldquote. Naar aanleiding van het genoemde Kadernota-besluit heeft de gemeenteraad op 16 september 2021 keuzes gemaakt binnen het investeringsprogramma.
Die keuzes hebben ertoe geleid dat op basis van de huidige inschattingen een afbouw naar 130% haalbaar is. In 2023 valt de schuldquote eenmalig hoger uit dan 140%. Dit is het gevolg van een tijdelijke dip in de grondverkopen in dat jaar. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het drukt de omvang van het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe lager de financiële weerbaarheid van de gemeente is. Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de raad besloten dat tot 1 januari 2028 jaarlijks wordt gestreefd naar een (extra) reservering van € 1 tot 1,5 miljoen om de solvabiliteit te verbeteren. In deze begroting is hiermee een start gemaakt. Ook de positieve begrotingssaldi in de jaren 2022 tot en met 2025 en het verwachte resultaat 2021 (conform bestuursrapportage 2021-2) zijn reeds meegenomen in de raming van het eigen vermogen en verbeteren zodoende de solvabiliteit. Daar staat tegenover dat de verhoging van de schuldenlast (als gevolg van het investeringsprogramma) de solvabiliteit verslechtert (het vreemd vermogen neemt namelijk toe). Per saldo schommelt de solvabiliteit de komende jaren tussen de 10,5% en de 11,9%.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de baten en lasten van de gemeente op de lange termijn (dus structureel) met elkaar in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het meerjarig financieel perspectief uit de inleiding te corrigeren voor incidentele baten en lasten en voor de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves. Door de positieve begrotingssaldi in de voorliggende meerjarenbegroting is in Dongen sprake van structurele exploitatieruimte groter dan nul. Grondexploitatie en belastingcapaciteit De grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn kengetallen die de voorgaande drie primaire kengetallen in perspectief zetten. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de waarde van de voorraden grond is ten opzichte van de totale baten in de begroting. Een grote waarde van de voorraden grond zet de schuldpositie in een ander perspectief, maar brengt tevens risico’s met zich mee. Staat grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteit. De verwachting is dat de voorraden grond de komende jaren zullen worden verkocht. De gemeente loopt hierop weinig risico. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin op de langere termijn financiële tegenvallers opgevangen kunnen worden.