CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

NIET OPENBAAR TOT 22 APRIL 2021 Onderzoeksrapport onderzoek joods vastgoed, april 2021.pdf

informatieve raadsbijeenkomst 22 april 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Presentatie onderzoek Joods vastgoed38.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Na een raadsvergadering schreef hij zelf voor de Graafschap-bode het raadsverslag. Enkele jaren later werd Cornelis wethouder. Hij toonde zich een sociaal bewogen man en was op talrijke manieren maatschappelijk betrokken. Hij was in 1893 onder meer medeoprichter van de stichting Vereeniging tot ondersteuning bij ziekte voor den werkenden stand te Doetinchem. In 1907 was de oprichting van de Vereeniging ter verstrekking van voeding en kleeding aan kinderen te Stad Doetinchem waar hij bestuurslid van werd. Het streven van de vereniging was om door de verstrekking van voedsel en kleren het schoolbezoek te stimuleren. Tevens zette hij zich tijdens zijn wethouderschap in voor goede huisvesting voor de allerarmsten. Kees en Henk Misset

Kees Misset

Henk Misset

Kees Misset ging na zijn lagereschooltijd in Doetinchem naar de HBS in Haarlem. Nadat hij daarvoor was geslaagd, vond hij een administratieve baan in Amsterdam. Daarnaast maakte hij veel buiten-landse reizen. In 1909 trad Kees officieel in dienst bij de uitgeverij en drukkerij van zijn vader als chef de bureau. Drie jaar later werd hij mededirecteur. Henk, die twee jaar jonger was dan Kees, ging rechten studeren. In 1913 studeerde hij af. Hij werd in 1917 mededirecteur van het bedrijf.

De Kemnade Enkele kilometers buiten Doetinchem, in Wijnbergen, stond al sinds eeuwen het buitenverblijf De Kemnade. In 1920 kocht Cornelis Misset de prachtig aan de Oude IJssel gelegen historische toren. Hij verbouwde vervolgens de naastgelegen schuur tot woonhuis. Overlijden Cornelis Misset In 1921 stierf Cornelis Misset op 72-jarige leeftijd. Suikerziekte werd hem fataal. Hij werd begraven op het kerkhof aan de Loolaan bij zijn eerste vrouw, Maria Michon. Een graf schuin tegenover de imposante zuil van de laatste rustplaats van dominee Jan van Dijk. De leiding van het bedrijf kwam vanaf dat moment geheel in handen van Kees en Henk.

56

Een jaar na het overlijden van Cornelis Misset besloot de gemeenteraad om in de buurt van het bedrijf een straat naar hem te noemen: de C. Missetstraat. Taakverdeling Kees was overheersend. En evenals zijn vader hield hij er een solistische werkwijze op na. Er bestond weliswaar een taakverdeling tussen Kees en Henk, maar die was niet scherp afgebakend. De vergaderingen van aandeelhouders en commissarissen waren eigenlijk niet meer dan gesprekken tussen Kees, een accountant en zijn zwager Adrianus Borghstijn, die met zijn zus Margaretha was getrouwd. Henk nam zelfs na enige tijd niet eens meer deel aan de vergaderingen. Kees was een gewiekst zakenman. Hij had visie, was fantasierijk en koppelde dat aan een soms roekeloos opportunisme. De belangrijkste taak van Henk was algemeen toezicht houden op de redactionele werkzaamheden. Tevens was hij redacteur van enkele vakbladen. Daarnaast sloot hij advertentiecontracten af en trad hij op bij problemen rond ontslag of salariëring van personeelsleden. Kees hield zich vooral bezig met de Graafschap-bode en de advertentiebladen. Ook zag hij toe op de administratie, het personeelsbeleid en de afdelingen advertenties en abonnementen. Tevens bemoeide hij zich met het aannemen van personeel en regelde hij de zaken van de personeelsfondsen. Henk werd door velen een gentleman genoemd.

Hij woonde in huis bij Bas van Veen en zijn vrouw Petronella. Eerst in Zelhem, daarna aan de Keppelseweg in Doetinchem. Van Veen was redacteur bij Misset. Het drietal was meestal samen te zien en ze maakten geen geheim van hun driehoeksverhouding. Elke ochtend, exact om vijf voor acht, verlieten de mannen het huis. Tot in de puntjes gekleed, compleet met bolhoed en kaarsrecht lopend. Cornelis Misset had echter weinig op met Bas van Veen. Hij had zelfs in zijn testament vast laten leggen dat er geen aandelen van het bedrijf in handen mochten komen van Van Veen en geen inbreng in het bedrijf. Kees verschilde ook qua uiterlijk van zijn broer. Kees was klein, dik en niet aantrekkelijk. Iets waar hij volgens sommigen onder gebukt ging. Ze schreven zijn grote inzet voor het bedrijf dan ook voor een gedeelte toe aan de behoefte om een en ander te compenseren en om zich te bewijzen. Hij kende ook manisch-depressieve periodes. In zijn familie kwamen veel geestesziektes voor. Zijn moeder werd om die reden jarenlang verpleegd in een psychiatrische inrichting in Bloemendaal106. Kees ging vaak naar Duitsland. Voor zakelijk doelen om beurzen te bezoeken of om nieuwe drukapparatuur te bekijken. De unieke drukpersen in Doetinchem waren dan ook van Duitse makelij. Tijdens een van die bezoeken ontmoette hij de jonge Franz Leupold. Hij bood hem een baan aan107.

Daarnaast ging hij geregeld naar Bad Neuheim. Een luxe Duits kuuroord waar talrijke prominente Europeanen verbleven. De vakbladen De aanwezigheid van vele leerlooierijen in de Achterhoek hebben er wellicht toe bijgedragen dat in 1889 Misset zijn eerste vakblad uitgaf: De Nederlandsche leerindustrie, in de volksmond De Looier genoemd. Daarna volgden er meer vakbladen. Zo zag in 1915 De Boerderij het daglicht. Het blad richtte zich op de veeteelt en de land- en tuinbouw. Met de introductie van die vakbladen boorde Misset een nieuwe markt aan die was ontstaan door de toenemende algemene ontwikkeling van de bevolking en de snelle veranderingen op talloze vakgebieden. De vakbladen waren dan ook bestemd voor eenvoudige arbeiders en landbouwers die de ontwikkelingen op hun vakgebied bij wilden houden. Een visie die overeenkwam met het vrijzinnige liberale gedachtegoed van de broers Misset.

Van 1899 tot 1905 verbleef Carolina Misset-Sagleven in het gesticht Meerenberg in Bloemendaal. Margaretha was toen 18 jaar, Kees 16 en Henk 14. 107 Franz Leupold werd fotograaf bij Misset. Zie https://doetinchemherdenkt.nl/woii-onderwerpen/leupold 106

57

Opening van Zwembad Groenendaal door burgemeester Duval Slothouwer. Ontspanningsoord de Vijverberg met zwembad, ijsbaan, kanovijver, vliegveld en manege.

58

Ook richtten ze een slagersvakschool in Utrecht en een kleermakersvakschool en een coupeurs- en coupeuseopleiding in Doetinchem op. Gelijktijdig gaf Misset vakbladen uit met informatie voor die beroepsgroepen om zodoende het peil van het vak te verhogen. Op die manier leidde Misset in feite zelf zijn toekomstige abonnees van zijn vakbladen op. In 1937 werd het blad de Bakkerswereld opgezet. Het plan was om ook een bakkersschool op te richten. Als toekomstig directeur werd Bert Muller aangetrokken. Maar de school kwam er niet. Muller werd daarom redacteur van de Bakkerswereld. Het huwelijk Kees Misset kreeg een relatie met Dinie Hakbijl, de dochter van de directeur van het postkantoor. Een opvallend aantrekkelijke vrouw die twintig jaar jonger was dan de 41-jarige Kees. Het mooiste meisje van de stad, volgens velen. Menig Doetinchemmer vroeg zich dan ook af of er wel sprake was van echte liefde. Volgens hen ging het Dinie vooral om het aanzien en het geld van Kees. Toch besloten Kees en Dinie om te trouwen. Enkele dagen voor de huwelijksvoltrekking was Kees echter plotseling onvindbaar. Vrienden plaatsten daarom een oproep in de krant: Witte Kees gezocht. Op de trouwdag wachtte Dinie op het afgesproken tijdstip in haar trouwjurk voor het ouderlijk huis naast het postkantoor op hem. Evenals vele bewoners van de Van Nispenstraat en een groot gedeelte van de buurt.

Kees kwam echter niet opdagen. Hij was op stap met een vriend in het buitenland. Nadat Kees enkele dagen later weer boven water was gekomen, sprak het paar een nieuwe trouwdatum af: 27 juni 1925. Op die dag wachtte Dinie binnenshuis totdat de auto met Kees daadwerkelijk voor de deur stopte. Op het stadhuis op de Markt gaven ze elkaar vervolgens het ja-woord: op huwelijkse voorwaarden. Dinie werd geen erfgenaam van het bedrijf mocht Kees overlijden. Al snel bleek van wederzijdse liefde inderdaad weinig sprake. Kees hield weliswaar van Dinie, maar andersom was dat amper het geval. Ze leefden dan ook voor een groot deel hun eigen leven en in het grote huis verbleven ze vaak in aparte kamers. Kees was vooral druk met de zaak en Dinie ging door met datgene waar voor haar huwelijk ook een groot deel van haar interesse lag: mannen. Velen hadden dan ook moeite met Dinie. Vooral de familie van Kees meed daarom het contact met het paar. Ook Henk bezocht zijn broer niet. In 1926 kregen Kees en Dinie een dochter: Pineke. Een meisje dat velen ontroerde. Ze leek met haar ronde gezicht veel op haar vader. Zes jaar later was Dinie opnieuw zwanger. In het huis werd een tweede kinderkamer ingericht. In 1933 beviel Dinie van een zoon. Maar het jongetje, de door Kees zo gewenste opvolger van het bedrijf, kwam levenloos ter wereld.

Het personeel Misset kende voor het personeel al vanaf 1916 een pensioenfonds. Tevens was er een weduwen- en wezenfonds en een zieken- en ondersteuningsfonds. Voorzieningen die op dat moment niet algemeen waren. Toen echter in 1937 de overheid besloot de collectieve arbeidsovereenkomsten bindend te verklaren, bleek dat Misset een groot deel van zijn personeel jarenlang had onderbetaald. Ten aanzien van het personeelsbeleid heerste er daarnaast vaak willekeur. Berucht waren de briefjes die een bode in de jaren dertig op zondagavond rondbracht. Menigeen vond dan op de deurmat het bericht: Dat het bedrijf met ingang van morgen helaas van uw diensten geen gebruik meer kan maken. Maar de meeste personeelsleden waren verzekerd van hun baan. Daarnaast gingen ze geregeld op reis. Zo ging het voltallige personeel met partners naar Duitsland en waren er reisjes langs de Rijn en naar België en Noord-Frankrijk. Ook werd Parijs bezocht, geheel verzorgd. Van ene Josephine Baker hadden nog weinigen gehoord, maar het personeel van Misset kende haar al.

59

De crisistijd In 1929 ontstond er wereldwijd een economische crisis toen de wereldhandel instortte. Ook in Doetinchem waren de gevolgen merkbaar. De werkloosheid was groot en er heerste armoede. Veel inwoners hadden het moeilijk. Voor de allerarmsten was er steun van de kerken, het Gasthuisfonds, de vereniging voor Armenzorg en particulieren. Veel middenstanders stonden aan de rand van het faillissement. Maar Misset groeide door. Steeds meer mensen vonden er werk. Als je bij Misset zit dan zit je goed, heette het in de volksmond. Kees Misset hielp veel middenstanders om overeind te blijven. Hij zorgde ervoor dat menigeen aan leveranties verdiende. Dat gold tevens voor diverse kleine ondernemers. Velen bood hij financiële ondersteuning. Als het ’s avonds donker was, liet hij op een handkar levensmiddelenpakketten, kleren, dekens en matrassen op opgegeven adressen bezorgen. Op het kantoor aan de IJsselkade en aan het huis van Kees Misset kwamen elke week vele mensen een kleine toelage afhalen en de jeugd en veel armlastige buurtbewoners klopten nooit tevergeefs bij hem aan. De ontwikkeling van Doetinchem door Misset Misset zorgde op allerlei mogelijke manieren voor promotie van Doetinchem en de Achterhoek. Grote affiches in koperdiepdruk waren bijzonder en bezorgden de stad de nodige bekendheid.

Dat gebeurde ook omdat Kees Misset zich tevens bezighield met de ontwikkeling van de stad. Hij zag in dat zijn onderneming meer kansen had als het met de stad en de streek goed ging. Op 22 augustus 1936 ontving Kees Misset een koninklijke onderscheiding en werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Misset-personeel kon met gunstige voorwaarden een hypotheek via de zaak een eigen huis bouwen. Mede daardoor ontstonden er nieuwe wijken zoals De Pas, het Julianakwartier en De Vijverberg 108. Maar Kees Misset deed meer. In 1934 bijvoorbeeld, nadat de vervallen Havezate Hagen in de Kruisbergse Bossen door brand was verwoest. Door zijn financiële steun werd het historische pand gerestaureerd. En toen de ijzergieterij in Langerak in de problemen kwam, werd ook dat bedrijf met geld van Misset er bovenop geholpen. De ontwikkelingen van de stad en het bedrijf gebeurden uit naam van Kees én Henk, maar het was duidelijk Kees die de leiding had. Henk was afwachtender en kritischer dan zijn broer. Vaak hoorde Henk zelfs pas achteraf van allerlei initiatieven. Wel kwamen de lopende zaken en de afwikkeling van mislukte projecten van Kees op het bordje van Henk te liggen. Het park De Vijverberg, dat al eerder door samenwerking met Bernard Bruil en burgemeester Tenkink was geopend, kreeg door Misset pas echt gestalte.

Het Vijverbergkwartier kreeg een zwembad, een kanovijver, een speeltuin, een vliegveld en een aantal sportvelden. Door de nationale en internationale evenementen die er werden gehouden, kreeg Doetinchem steeds meer bekendheid. Tevens waren er plannen voor een schouwburg, een ambachtsschool en een nieuw gemeentehuis. Ook nam hij het wielerstadion aan de Dennenweg over. In februari 1936 kocht Kees Misset het volledig houten stadion en ging de piste onderdeel uitmaken van het Ontspanningsoord Groenendaal. Zwembad Groenendaal trok van heinde en verre veel bezoekers. Het personeel van Misset had een gratis zwemabonnement. Naast de recreatieve badgasten waren er ook veelvuldig wedstrijdzwemmers. Bijvoorbeeld tijdens de internationale waterpolowedstrijden om de Hortycup waaraan de beste acht waterpololanden van Europa deelnamen. Nadat het bestuur van de pas opgerichte zwemvereniging De Doetinchemse Dolfijnen ter ore was gekomen dat Amsterdam problemen had met de financiering van het aan hen toegewezen evenement, belden ze tijdens een bestuursvergadering Kees Misset op. Hij stemde onmiddellijk toe om het benodigde geldbedrag op tafel te leggen. Toen even later Amsterdam wel voldoende geld had verzameld en het de organisatie alsnog op zich wilde nemen, weigerde Kees Misset daaraan mee te werken. Prins Bernard opende dan ook de Hortycup in Doetinchem.

De Vijverberg kreeg ook een manege die Kees uit wilde bouwen tot een groot internationaal centrum. Misset bouwde ook woningen voor het personeel in de Bloemersstraat, Van Enststraat en in de wijk Schöneveld. 108

60

Ook was er Vliegveld Groenendaal NV. Bij de opening prees burgemeester Duval Slothouwer het bedrijf Misset voor de rol die het speelde in de Doetinchemse samenleving. Het vliegveld werd onder meer gebruikt door een vliegtuig dat eigendom was van Misset. De rode koolhoven had het opschrift PH-CMD dat stond voor Cornelis Misset Doetinchem. Onder de vleugels stond met grote letters Misset vakbladen. De piloot was Hein Bulten. Een sportieve man die tevens redacteur was van het door Misset uitgegeven vakblad De Vliegsport. Daarnaast had hij een relatie met Dinie Misset, de echtgenote van Kees. Dat wist heel Doetinchem. Ook Kees. Eén dag per week was Hein op de redactie aanwezig om het blad in elkaar te zetten. Tevens was hij directeur van het vliegveld en directeur van de Eerste Nederlandsche Luchtreclame Maatschappij. Het zorgde onder andere voor reclameactiviteiten voor de vakbladen. Het vliegtuig, De Rooie van Heintje genoemd, werd ook gebruikt om degenen te belonen die nieuwe abonnees hadden aangebracht. Ook de jubilarissen van Misset mochten met hun partner een rondvlucht boven Doetinchem maken. Maar Hein Bulten was ook jachtvlieger. Toen een Duitse inval dreigde, stond hij met zijn Fokker klaar om Schiphol te verdedigen. Op 10 mei steeg hij op en viel naderende Duitse messerschmitts aan. Hij werd echter geraakt en moest een noodlanding maken.

De bezetting Zakelijk ging het Misset na de Duitse inval voor de wind, onder andere door talrijke Duitse opdrachten. Om zijn bedrijf draaiende te houden, manoeuvreerde Kees Misset zich in nogal wat bochten. Hij schonk onder meer grote geldbedragen aan allerlei nationaalsocialistische, Duitse en pro-Duitse organisaties. Op die manier verdween er onder meer 539.952 gulden aan representatiekosten uit de kas van het bedrijf. In het najaar van 1941 reisde Kees Misset naar Den Haag en bood 100.000 gulden krediet aan voor de Agrarische Pers, 35.000 gulden ten benutting voor Front voor Nering en Ambacht en 2500 gulden voor Economisch Front zonder enige voorwaarden te bedingen. In 1943 schonk hij 2800 en 5000 gulden en in 1944 2500 gulden voor de Algemene Dienst WA. Voor het NSBKringhuis in Doetinchem doneerde hij 100 gulden, gevolgd door talloze kleine bedragen. Duitse advertenties plaatste hij Dinie Misset-Hakbijl en Pineke (onder) vaak kosteloos. Toen Pineke Misset op een dag boodschappen deed in het centrum, ontmoette ze een Duitse soldaat: de twintigjarige Rolf von Westernhagen, lid van de Waffen-SS. Hij was op 14 juli 1940 met zijn tankeenheid gearriveerd in Doetinchem, nadat die had deelgenomen aan de inval in Frankrijk. Hij was ondergebracht in de gymzaal naast de Rijkskweekschool. Het bleef niet bij die ene ontmoeting: Rolf en Pineke raakten verliefd.

Na enige tijd bezocht Rolf Pineke ook thuis, in een indrukwekkende patriciërswoning in het centrum. Het huis grensde, slecht gescheiden door een tuin, aan de bedrijfspanden van Misset. Rolf kwam meestal via een zijstraat achterom, via een poortje in de muur rondom de tuin. Hun relatie ontging veel Doetinchemmers niet. Dat gold evenmin voor de diverse verhoudingen van Pinekes moeder Dinie met Duitse militairen. Contacten die leidden tot menig feestje met de Duitsers in de woning en het buitenverblijf De Kemnade. Echtgenoot Kees was daar niet bij. Hij leed zijn eigen leven en voelde zich machteloos over de escapades van zijn vrouw. Hij kende depressieve periodes en dronk meer dan goed voor hem was.

61

Rolf von Westernhagen Rolf von Westernhagen was afkomstig van de adellijke familie Von Westernhagen. Het gezin waar hij deel van uitmaakte, behoorde begin 1900 tot de welgestelde middenklasse van Riga, de hoofdstad van Letland. Zijn vader Max had er een tandartspraktijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in de winter van 1914-1915, kregen alle Duitse inwoners van de Russen het bevel binnen drie dagen de stad te verlaten. Zo niet, dan wachtte deportatie naar Siberië. De familie Von Westernhagen liet alle bezittingen achter en vluchtte via Finland naar Zweden. Daar bleven ze, in de hoop ooit terug te kunnen keren. In 1917, kort voor het uitbreken van de Russische revolutie, keerde het gezin inderdaad terug naar hun huis in Riga. Daar wilden ze hun leven weer opbouwen. Die droom bleek echter van korte duur, want een jaar later, na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werden volgens het Verdrag van Versailles de Baltische staten toegewezen aan de Sovjet-Unie. In januari 1919 bezetten bolsjewieken de Letse hoofdstad en begonnen met een vijf maanden durende terreur. Ze plunderden, verkrachtten en vermoordden duizenden burgers. Daarna veroverden Baltische milities en leden van het Vrije Duitse Korps de stad, maar de familie Von Westernhagen vreesde de terugkeer van de bolsjewieken en verliet in juli met drieduizend andere Duitsers de stad. Ze vluchtten naar Duitsland.

Daar werd op 24 mei 1920 Rolf geboren. Hij groeide op in slechte omstandigheden als gevolg van de verloren oorlog en de herstelbetalingen die Duitsland aan Frankrijk en Groot-Brittannië diende te betalen, heerste er bittere armoede en was de werkloosheid groot. Rolfs vader slaagde er niet in om opnieuw een praktijk op te bouwen, zodat er amper geld was. Nadat Hitler aan de macht was gekomen, werd Rolf ingedeeld bij een artillerieonderdeel van de WaffenSS-divisie Das Reich. Zijn acht jaar oudere broer Heinz was al sinds 1927 bij de Duitse marine. Na zes jaar op zee kwam hij in 1933 weer aan land. Hij had geen baan en werd lid van de NSDAP. In 1934 werd hij omgeschoold bij de SS. Een jaar later kwam hij bij de Sicherheitsdienst. In mei 1938 ging hij met een delegatie met Hitler naar Rome voor het sluiten van een vriendschapsverdrag met Mussolini. Hij moest er contacten leggen in opdracht van het Reichssicherheitshauptamt, het RSHA van Reinhard Heydrich. Nadat de oorlog was uitgebroken, wilde hij een gevechtsfunctie aan het front. In 1940 werd hij ingedeeld bij de Eerste SS-pantserdivisie de Leibstandarte Adolf Hitler, een van de elitekorpsen van het Derde Rijk. Hij nam deel aan de inval in Nederland, België en Frankrijk. Ook Rolf nam deel aan de inval in Frankrijk. Zijn tankonderdeel rukte op tot aan de Spaanse grens.

Van daaruit werd hij met zijn onderdeel verplaatst naar het noorden: naar Doetinchem. De herverschijning van de Graafschap-bode Op 8 november 1941 verscheen ook de Graafschap-bode niet meer. De krant was door de Duitsers verboden. De NSB zag graag dat de Doesburgse Courant dé regionale krant werd in de Achterhoek. De redactie was in hun handen. En dat wist ook de rest van de Achterhoekse bevolking. De krant kwam dan ook niet verder dan 550 abonnees. Henk Misset reisde meerdere malen naar het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten in Den Haag. Daar voerde hij besprekingen met onder meer De Groot en Meyer-Schwencke109. Hij probeerde hen zover te krijgen dat De Graafschap-Bode weer kon verschijnen.

109

A. Meyer-Schwencke was directeur van de Verenigde Grafische Bedrijven.

62

Ook Rolf ging een keer mee. Hij liet weten dat hij de toekomstige schoonzoon van Kees Misset was. Hij dreigde met een aanklacht tegen de autoriteiten als het verschijningverbod niet werd teruggedraaid. Op het departement werden er echter eisen gesteld. Van herverschijning kon alleen sprake zijn indien Misset akkoord zou gaan met een benoeming van twee NSB-redacteuren: de NSB’ers Streng en Thomassen. De lezer zou echter met een vermelding van hun namen onmiddellijk beseffen dat de krant in NSBhanden was. Dat wilde Misset dan ook vermijden. Vandaar dat Kees en Henk Misset Konraad Aartsma vroegen om, net als tot aan het verbod, als hoofredacteur te blijven fungeren. Aartsma weigerde in eerste instantie om met de beide NSB’ers samen te werken. Maar Kees en Henk Misset bleven aandringen. Na enige tijd gaf Aartsma toe. Zijn naam bleef dan ook op de voorpagina staan. De Graafschap-bode kreeg vervolgens de vergunning. En in november 1942 viel de krant plotseling weer bij de abonnees in de bus. Een jaar later liet Max Blokzijl, hoofd van de Persafdeling van het ministerie van Volksvoorlichting en Kunsten, weten dat er te veel regionaal en lokaal nieuws in De Graafschap-bode stond. Dat moest veranderen, vond hij. Tevens liet hij weten dat de krant niet één maar drie keer per week moest verschijnen. Dat is vervolgens ook gebeurd.

In de Graafschap-bode waren in het vervolg wervingsadvertenties te lezen met oproepen aan mannen om zich als goede vaderlanders bij de SS aan te sluiten. Tevens werd opgeroepen om radio’s in te leveren en werden in sommige artikelen onderduikers als misdadigers afgeschilderd. Daarnaast kwamen er steeds meer voorschriften bij waaraan de redactie zich diende te houden. Het waren er op een gegeven moment zelfs zoveel dat ze in 1944 in boekvorm werden uitgegeven. In het boek viel onder meer te lezen dat foto’s van negers en half-negers niet gepubliceerd mochten worden, evenmin als berichten uit Duitse bladen over bombardementen op Duitsland, Engelse en Amerikaanse termen en geboorteberichten met Engelse namen zoals Winston. De opvolger Op 18 augustus 1942 liet Kees Misset zich inschrijven als lid van de Nederlandse Volksdienst. Zijn lidmaatschap ging met terugwerkende kracht op 1 mei 1942 in. Hij kreeg het lidmaatschapsnummer 10833. Hij betaalde een gulden inschrijfgeld en elke maand een gulden contributie.

De Nederlandse Volksdienst

Nederlandsche Volksdienst 18 augustus 1942 lidnummer 10833 Hiermee verklaar ik toe te treden tot den Nederlandsche Volksdienst. De doeleinden van den Nederlandsche Volksdienst zal ik naar mijn beste vermogen ondersteunen. Ik verplicht mij tot betaling van f 1,- inschrijvingskosten, alsmede een vaste maandelijks bijdrage van f 1,(de minimumbijdrage is f 1,-, KB)

Met ingang van 1 mei 1942 (ondertekend) Kees Misset

[Citeer hier uw bron.]

63

In juli 1941 werd de Nederlandse Volksdienst opgericht. Als voorbeeld gold de National Socialistische Volkswohfahrt in Duitsland. Opzet was om in de NVD al het sociale werk te bundelen om op die manier het sociaal-maatschappelijk werk te nazificeren. Dat betekende dat alleen ariërs konden rekenen op verzorging. Joden, maar ook gehandicapten en bejaarden vielen buiten de boot. Elke vorm van ondersteuning aan de Nederlandse Volksdienst of Winterhulp Nederland werd dan ook door de Nederlanders gezien als ondersteuning aan een ideologische racistische leer en hulp aan de vijand.

In 1941 nam Heinz von Westernhagen deel aan gevechten op de Balkan en in Griekenland en in 1942 in Rusland. In november 1942 werd door het hoofdkwartier van de SS in Duitsland besloten tot oprichting van een tankcompagnie. In Fallingbostel (Sennelager) werd vervolgens de SS-Panzerabteilung 501geformeerd. In februari 1943 werden hun Tiger I-tanks voor het eerst ingezet aan het oostfront in de buurt van Charkov. De SS-Untersturmführer Michael Wittmann had het bevel. Voor de vernietiging van 138 vijandelijke bewapende voertuigen ontving hij diverse militaire onderscheidingen. Een van zijn commandanten was Heinz von Westernhagen, de broer van Rolf. Rolf maakte ook deel uit van het bataljon. Hij was één van zijn drie pelotonscommandanten in de derde compagnie. In juli 1943 liep Heinz tijdens de operatie Citadel bij Koersk een hoofdwond op. Ondertussen schonk Misset een zweefvliegtuig aan de NSB.

21 Zaaimaaand 1942 Nav een brief van kameraad Hajenus brief aan Cees Misset Keppelseweg 23 van Marius L Magrijn, Kompaan ….. Voor het door hen Misset geschonken zweefvliegtuig was geen plaats. In Vierhouten is een hal gevonden voor het vliegtuig. ….

[Citeer hier uw bron.]

Op 19 december 1942 schreef Rolf een uitgebreide getypte brief aan Kees Misset. Daarin vroeg hij hem om duidelijkheid over zijn toekomst. Hij noemde drie mogelijkheden.

… Ik kan een studie voor vliegtuigingenieur beginnen, ik kan naar de officiersschool gaan of ik kan bij jou in de zaak komen. Weil es wesentliche Frage für das spätere Leben von Pineke und mich. … [Citeer hier uw bron.]

Fragment, deels vertaalde brief van Rolf von Westerhagen aan Kees Misset 14 september 1942 Papa, Du weisst dass diesen Krieg einstens den Sieg bringen wird über die Elemente die uns das Leben als unwürdig stempeln wollten. Kun je mij 10.000 voor kameraden die problemen. Ik weet dat dat een groot bedrag is. Ik vraag het je niet zomaar. Ik heb er lang en goed over nagedacht.

[Citeer hier uw bron.]

Fragment brief van Kees Misset aan Rolf von Westernhagen, antwoord op brief 14-9-1942 30 september 1942 … Wir gehen gerne mit ihrem Vorschlag einig. Ein Teil erhalten Sie in Doetinchem, Rest in belgischen Franken in Antwerpen [Van een rekening die we in Antwerpen hebben]

64

[Citeer hier uw bron.]

Was Kees Misset diep in zijn hart wel echt gelukkig met Pinekes relatie met Rolf? En zag hij Rolf, ondanks zijn benoeming en salariëring, wel echt als zijn opvolger? Blijkbaar twijfelde ook Rolf -getuige onderstaande brief- aan de oprechtheid van Kees Misset.

Fragment vertaalde brief van Rolf von Westernhagen aan Kees Misset … Nu echter bestaat de vraag onder welke voorwaarden ik in het bedrijf wordt opgenomen. Opmerkingen van de laatste vakantie brengen me ertoe ernaar te vragen. Uit bescheidenheid heb ik tot dusver nagelaten ernaar te vragen. Ik moet echter vaststellen dat één en ander niet altijd uitgesproken is. Dat betekende dat in eerste instantie Pineke en uiteindelijk ook ik me onnodig zorgen heb gemaakt. Het valt niet uit te vlakken dat bij mij diverse keren het idee is opgekomen om mij op dit moment omdat men mij nu gebruiken kan- vooruit schuift om op basis van mijn invloed zakelijke kwesties te regelen en mij wellicht later probeert aan de kant te zetten. Papa, neem deze woorden alsjeblieft niet als persoonlijke ondank op. Ik schrijf over dit onderwerp als een zoon aan zijn vader, en ik verzoek je dat ook vanuit hetzelfde gezichtspunt te beoordelen. Dat wat ik tot dusver voor het bedrijf kon doen, heb ik als dank gedaan voor al het goeds dat jullie voor mij deden. … [Citeer hier uw bron.]

Fragement brief van Kees Misset aan Rolf von Westernhagen 8 januari 1943, … Ich werde gut für das liebste was du und ich selber habe, für Pineke, sorgen während der Zeit dass du für dein Ideal dich einsetzt. Dein Vater Handtekening Kees Misset

[Citeer hier uw bron.]

Op 13 oktober schreef Kees Misset aan de NSB adjudant van politie Annink:

13 oktober 1942 Zeer geachte heer Annink, Rolf overhandigt u deze brief. Mijn hartelijke dank van mijn broer voor uw telefoongesprek met Arnhem. Ik heb Rolf ingelicht dat u binnenkort aan de zaak verbonden wordt als directeur van Groenendaal en verbindingspersoon voor het buitenland. Rolf vond dit zeer interessant en juichte het zeer toe. Er openen zich met ons geheel alle soorten mogelijkheden. (U hebt dat altijd voorspeld), Ik koop op het Hamburgerbroek alvast terreinen aan, waarop ik later kleine gezonde industrieën kan plaatsen als de ijzergieterij. Wij grijpen dit aan voordat anderen dit zien. Dat is ook van belang voor uzelf en uw zonen. Het bedrag van Rolf, de 10.000 mark, heb ik hem ter hand gesteld. Hij gaat er donderdag mee op reis. [xxx gedeelte briefpapier uitgeknipt] Met Bruininkweerd regelt u of uw vrouw wel even. (zijn adres is Wetstraat 10, Arnhem Provinciale Waterstaat) Kees Misset

65

[Citeer hier uw bron.]

Het verzet In de drukkerij van Misset werden onder meer stafkaarten gemaakt voor het Duitse leger. Via Henk Misset gingen er ook exemplaren naar het verzet. Ook zagen Kees en Henk oogluikend toe hoe er in de drukkerij valse legitimatiekaarten werden gedrukt. Kees wist echter niet van alle verzetsactiviteiten in de drukkerij af. Het was vooral Henk die de contacten met het verzet onderhield. Mede door zijn militaire opleiding was hij niet bang uitgevallen. In Doetinchem waren zo’n 120 verzetsmensen actief. Ze stonden onder andere onder leiding van Jan Houtsma en huisarts Libbe Tjalma. Gerrit Sevink en Bos waren werkzaam bij Misset en maakten ook deel uit van het verzet. Samen maakten ze valse stempels voor de verzetsgroep Albert en stempels ter vervanging van de Todt-stempels. Daardoor konden velen zich aan het OT-werk onttrekken. Ook maakten ze valse stempels voor de loyaliteitsverklaring voor studenten. Van pamfletten die door de RAF werden uitgeworpen, werden fotonegatieven gemaakt en vervolgens duizenden keren afgedrukt voor verdere verspreiding. Ook dat gebeurde met medeweten en toestemming van Kees en Henk. In het huis aan de Waterstraat Tijdens verlofperiodes reisde Rolf geregeld naar Doetinchem om vervolgens zijn vrije dagen met Pineke door te brengen. Kees Misset was zeer op Rolf gesteld. Sterker, hij zag hem als de ideale schoonzoon en de opvolger voor zijn bedrijf.

Hij benoemde hem zelfs als mededirecteur van Misset NV en betaalde hem zijn salaris vooruit, terwijl hij nog aan het front zat. Kees Misset eindigde zijn brieven aan Rolf met het onderschrift Dein Vater. In het huis in de Waterstraat waren geregeld feestjes met Duitse militairen. De meeste feesten vonden echter op de Kemnade plaats. Kees was daar nooit bij. Hij leefde, evenals Dinie, een eigen leven. Zelfs in hun huis in de Waterstraat verbleven ze veelal in aparte kamers. Eten deden ze wel samen. Net als bij vele andere Doetinchemmers waren er bij het gezin Misset in de Waterstraat Duitse militairen ingekwartierd. Het grote huis bood onderdak aan een tiental manschappen die behoorden tot de zogenoemde Grüne Teuffels, parachutisten die de landing op Kreta hadden meegemaakt. Als na de bevrijding Dinie de omgang met Duitse militairen wordt verweten, dan verweert ze zich door te zeggen dat het de gemeente zelf was geweest die ze bij haar had ingekwartierd. De bedrijfjes Om onder meer uitzending van personeel naar Duitsland in het kader van de Arbeitseinsatz te voorkomen, richtte Misset een aantal kleine bedrijfjes op. Zo kwam er in het door hem gekochte Beursgebouw aan de Terborgseweg een mandenvlechterij. Een speelgoedfabriekje was er al, evenals een mosterdfabriek en graanproductenfabriek.

Elders aan de Terborgseweg werden in het lederwerkend bedrijfje van Berghstijn voetballen gemaakt. Ook liet Misset het personeel boeken en brochures schrijven. Ze werden gedrukt, maar er was amper belangstelling voor. Waar wel belangstelling voor was, waren de door Misset verzorgde schriftelijke cursussen Schenkingen Kees Misset schonk de Duitse Verwalter Heidemann op 4 juli 1945 2000 gulden. Daarnaast publiceerde Misset voor hem kosteloos Duitse advertenties in de Graafschap-bode. Ook doneerde hij 150 en 100 gulden aan de Winterhulp. Tevens ontvingen diverse NSB-instanties grote bedragen van Misset. Rolf bijvoorbeeld ontving 10.000 gulden voor een SS-Kameradenhaus: een tehuis waar SS’ers weer een beetje op verhaal kunnen komen na gevechten aan het front.

66

Deel uit een interne brief van de NSB met betrekking tot een diefstal binnen de beweging.

29-11-1943 … Van de 17.500 die Misset schonk aan Nering en Ambacht, is 7.500 verdwenen. [Citeer hier uw bron.]

Fragment brief van Kees Misset aan Ortsgruppenleiter Kruse Doetinchem, 24 -9-1943 Wie damals mit Hernn Heidemann verabredet, bringen wir die Anoncen kostenfrei. Auch in der Zukunft können Sie hiermit rechnen.

[Citeer hier uw bron.]

Duitse berichten werden kosteloos in de Graafschap-bode geplaatst. Kees Misset stelde Annink een functie als directeur in het vooruitzicht op Groenedaal.

Brief van Kees Misset aan adjudant van politie Annink Bijgaand schrijfmachine plus papier en carbon. U zult met uw belangrijke relatie bij de SD … … Met Veenink zakenplan besproken. Sportveld uitgebreid onder uw leiding. Uitbreiding met handel in buitenlandse paarden … … Salaris U en Veenink zelfde als Henk en ik 4500,- (rest tentiëm van f1,- tot f 2500,- per jaar

[Citeer hier uw bron.]

67

Een accountantsrapport na de bevrijding gaf een overzicht van een aantal betalingen van Misset NV. Winterhulp Nederland Winterhulp Duitsland WA

Voedselvoorziening Representatiekosten Doetinchem

1941 100,1942 6.565,3.200,94.050,1943 12.000,-13.750,276.757,1944 169.154,______________________________________________ totaal 18.665,16.950,539.961,-

Uit een kasboek van Misset: schenking aan de Jeugdstorm

Het accountantsrapport liet weten dat niet duidelijk was waaruit de representatiekosten bestonden

Terwijl Kees Misset op allerlei manieren zakendeed met de bezetter, liet ook zijn echtgenote Dinie zich niet onbetuigd. In november 1944 leerde ze bijvoorbeeld de waarnemend kampcommandant oberleutnant Willy Taimams kennen. Hij was ingekwartierd op de Esdoornlaan. Dinie belde hem dagelijks op en ze hadden een intieme relatie. Taimans was dan ook vaak op de feestjes van Dinie op de Kemnade. Na de bevrijding werd een brief bezorgd bij het Militair Gezag: … Op de avond van 28 december voer over de Oude IJssel een bootje bij de Kemnade weg met daarin Dinie en Pineke. Ze legden aan op de noordoever. Via een landweggetje gingen ze te voet verder. Uiteindelijk bleek de Duitse bar in de Esdoornlaan het doel. Daar bleven ze de hele nacht. Pas in de ochtend voeren ze met het bootje weer terug110. De aankopen Voor de oorlog had Kees Misset ook de katholieke kerk, de pastorie en het bijbehorend terrein in de Kapoeniestraat aangekocht. De kerk, pal tegenover zijn woning, was aan nieuwbouw toe en Kees Misset had daarom pastoor Amse een stuk grond bij het Pasplein aangeboden. Daar verrees vervolgens een nieuwe, veel grotere Pas-kerk. Tijdens de oorlog kocht Kees Misset als directeur van Uitgevers-maatschappij C. Misset NV -en volgens de koopverdragen ook zijn broer en mededirecteur Henk Misset- (zelfs nog op 2 maart 1944) naast enkele niet-joodse panden ook talloze joodse panden.

Voor vierduizend gulden kocht Kees de synagoge die aan zijn eigen woonhuis grensde. Tevens kocht hij het huis van Van Perlstein, aan de andere kant van zijn woning, aan de overzijde van de Gasthuisstraat. Een pand waarop hij voor de oorlog al zijn oog had laten vallen. De gebouwen van Van

110

Ingekomen brief met naam bekend bij SDH, Nationaal Archief.

68

Perlstein distilleerderij zouden immers goed kunnen dienen voor uitbreiding van zijn bedrijf. Maar eigenaar Van Gendt weigerde consequent om te verkopen. In de Korte Kapoeniestraat kocht hij de woning van de familie Philips, in de Grutstraat het huis van Juda Frank en in de Plantsoenstraat de villa van Sara Themans-Wessel. Tevens kocht hij vijf kleine woningen aan de Rekhemseweg van de familie Mogendorff. Ook kocht hij een woning aan de Hazenlaan en een perceel zandgrond van Sally Levy tussen Doetinchem en Gaanderen. En zelfs in Amsterdam kocht hij een leegstaande joodse woning, eigendom van Cohen. Mevrouw Wilhelmina Stap-Tolk en haar echtgenoot makelaar Johan Stap, lid van de NSB, wonende aan de Wijnbergseweg, kochten 19 joodse huizen, een synagoge en een grondstuk in Doetinchem en 2 woningen en een grondstuk in Gaanderen. Vervolgens verkochten ze tussen februari 1943 en augustus 1944 minstens 13 woningen, de synagoge en het Gaanderense grondstuk door aan Kees en Henk. De broers Misset kochten dus niet direct van de Duitsers, maar via tussenpersoon makelaar Stap. En dat op naam van Uitgevers-maatschappij C. misset NV en met geld van het bedrijf. Dat het bedrijf Misset NV huizen kocht, was op zich niet vreemd. Dat deed het al decennia. Het was dan ook in het bezit van een grote hoeveelheid panden in de stad, waaronder diverse winkelpanden in het centrum.

Ze waren veelal bedoeld als beleggingen voor het voor zijn tijd unieke, eigen pensioenfonds van Misset. Ook kon het personeel voordelig leningen afsluiten en huizen bouwen op grond van Misset zoals rond het Pasplein. Dat betrof vooral kaderleden. Voor het overig personeel kende Misset huurwoningen.

Uit de Verkaufsbücher blijkt dat Johan Stap en zijn vrouw 23 panden een een stuk grond kochten. Dat deden zij als makelaar. Zij hielden de panden dan ook niet zelf. Een aanzienlijk aantal verkochten zij door aan Misset. Misset kocht echter ook buiten het echtpaar Stap om joodse woningen en panden.

adres

joodse eigenaar

koopdatum bedrag koper

Plantsoenstraat 21 Sara Themans-Wessel 4-5-1943 7.200 Waterstr 15, synagoge Israëlitische gemeente. 15-2-1944 4.000 Hazenlaan 4 B. Gosschalk 1-2-1943 5.000 Hazenlaan 7 E. Weyl 1-2-1943 5.500 Grutstraat 21 Juda Frank 19-8-1943 8.500 K Kapoeniestraat 28 Jacob Philips 1-4-1943 1.050 K Kapoeniestraat 30 Jacob Philips 1-4-1943 ^ K Kapoeniestraat 32 Jacob Philips 1-4-1943 ^ R Rekhemseweg 156a Mogendorff-de Jong 1-2-1943 12.500 R Rekhemseweg 156b Mogendorff-de Jong 1-2-1943 ^ R Rekhemseweg 156c Mogendorff-de Jong 1-2-1943 ^ R Rekhemseweg 156d Mogendorff-de Jong 1-2-1943 ^ R Rekhemseweg 156e Mogendorff-de Jong 1-2-1943 ^ Rijksstraatweg ong (G) Sally Levy (grondstuk) 1-2-1943 1.000 W Waterstraat 9 W Waterstraat 11 Waterstraat 2

Van Perlstein Van Perlstein (Ketjen?)

? ? ?

? ? ?

Stap-Tolk Stap-Tolk Stap-Tolk Stap-Tolk Stap-Tolk Stap-Tolk Stap Tolk Stap-Tolk Stap Stap Stap Stap Stap Stap

voor doorverkocht aan 7.200 4.000

? ? ?

[Ketjen was een kapitein wonende Grutstraat, latere pand tandarts Hut: Grutstraat (?2)]

69

Misset Misset [Misset?] [Misset?] Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset Misset

Het eerste bombardement Doetinchemse verzetsmensen gaven vrijwel dagelijks via de PGEM-telefoonlijnen en zenders berichten door aan de geallieerden die sinds de bevrijding van Nijmegen in september 1944 een post hadden ingericht op de telefooncentrale van de PGEM-elektriciteitscentrale aan de Waal. Het verzet belde onder meer informatie door over vreemde boxen in de torenspits van de Catharinakerk die volgens hen door middel van een kabel in verbinding stonden met een Duits busje dat verscholen stond onder een camouflagenet en een grote boom in de tuin achter het huis van Kees Misset. Ze vermoedden dat de radiowagen zoals ze het noemden, een belangrijk Duits verbindingscentrum was waarmee artilleriebeschietingen werden gecoördineerd111.

De vermeende radiowagen in de tuin van Kees Misset na het bombardement.

Het kantoorgebouw van Misset nadat het door een van de eerste bommen op de stad was getroffen (Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)

111

Lindenhovius, 2005, interview.

70

Op maandagmorgen 19 maart bombardeerden Britse jachtbommenwerpers diverse doelen rond Doetinchem. Een van de vliegtuigen voerde echter plotseling pal boven de binnenstad een duikvlucht uit. De piloot liet twee bommen vallen. Maar waarop? Was het doel het Duitse luchtafweergeschut naast de resten van de oude molen op de Molenberg? Maar dat Flak-geschut was kort ervoor verplaatst. Was het dan garage Hendriksen achter de molen die dienstdeed als Duitse werkplaats? Of was het de Duitse bus in de tuin van Misset, het verbindingscentrum volgens het verzet? Maar, was het eigenlijk wel een verbindingscentrum? Feit is dat de bommen geen van die mogelijke doelen troffen. Wel raakten ze Overling’s Bank en Schoenmakerij Diepenbroek in de Waterstraat, enkele tientallen meters verwijderd van de tuin van Misset. De panden stortten volledig. Daarbij kwamen elf mensen om het leven. Twee dagen later, op 21 maart, volgde wederom een bombardement. De eerste bommen raakten het kantoopand van Misset. Er vielen diverse doden en Henk Misset werd gewond. Ook het busje in de tuin van Kees Misset kreeg een voltreffer. In de Waterstraat brandden veel huizen af. Ook het huis van Kees Misset. Hij zag voor zijn ogen hoe zijn woning volledig in vlammen opging. Een groot gedeelte van de binnenstad lag in puin en er vielen meer dan 150 dodelijke slachtoffers.

Rolf krijgsgevangen Heinz en Rolf von Westernhagen waren in Hongarije tijdens Operatie Frühlingserwachen in gevecht met Amerikaanse troepen. Daarbij werd Heinz door een bomscherf in zijn hoofd dodelijk getroffen en Rolf gevangengenomen. Samen met duizenden anderen werd hij bewaakt. Een afrastering ontbrak echter, zodat hij eenvoudig weg had kunnen lopen. Dat overwoog hij ook, vooral omdat hij bang was dat hij aan de Russen werd overgedragen. Hij bleef echter, omdat een Amerikaanse officier de mannen had bezworen dat dat niet het geval was en ze overgebracht zouden worden naar de westerse zone. Dat gebeurde maar ten dele, want de Amerikanen en Sovjets hadden ook een afspraak gemaakt dat dat niet gold voor SS’ers. Zij hadden immers in de Sovjet-Unie de grootste wandaden op hun geweten. ’s Nachts arriveerden er vrachtwagens die de SS’ers naar treinen brachten. Daar werden Rolf en de overige SS’ers op dezelfde manier als de Joden in dichte wagons afgevoerd. Richting Sovjet-Unie. Na een dagenlange barre treinreis in een veewagon door een verwoest landschap en zwartgeblakerde steden kwam Rolf aan aan in een kamp bij Djepnrprotovsk in Oekraine. In zijn wagon waren velen door uitputting, ziekte of verwondingen gestorven. Hij bleef vervolgens niet lang in het kamp. Na enige tijd volgde een treinreis naar een kamp in de omgeving van de Oerol.

Van daaruit werd hij overgebracht naar een kamp in Siberië. Hij mocht niet schrijven. Zijn Doetinchemse verloofde Pineke Misset wist dan ook niet of hij nog in leven was. Nadat Canadezen de stad na hevige gevechten op 1 en 2 april hadden bevrijd, voer een groep BS’ers met een vlot de Oude IJssel over. Bij de Kemnade aangekomen, arresteerden ze Kees Misset. In een bakfiets werd hij vervolgens naar het politiebureau gebracht. Daar volgde een verhoor door huisarts Libbe Tjalma. Ook Pineke werd samen met haar moeder opgepakt en gevangengezet. Beiden werd ten laste gelegd dat zij relaties hadden onderhouden met Duitse militairen. Ze werden, evenals Kees, opgesloten in de De Kruisberg. Met andere

De volledig afgebrande woning van Kees en Dinie Misset

71

‘foute’ vrouwen werden ze dagelijks gewongen om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten in onder meer scholen. Op 31 mei werden ze vrijgelaten. Kees Misset was kort ervoor vanwege gebrek aan bewijs al in vrijheid gesteld. Twee maanden later werd hij echter opnieuw in bewaring gesteld. In december kwam hij opnieuw vrij en mocht hij naar zijn buitenverblijf De Kemnade. Daar kreeg hij huisarrest opgelegd. Daarna werd hij veroordeeld tot de ontzetting uit het recht werkzaam te zijn in de pers van NV Misset voor de duur van zeven jaar, terwijl hem bij uitzondering werd toegestaan zich op werkdagen tussen 8 en 12 uur te begeven naar de NV Misset. Op 30 april 1948 kreeg De Graafschap-bode van de Commissie voor de Perszuivering een verschijningsverbod voor vijf jaar opgelegd. De commissie vond dat de krant in zeer ernstige mate publicaties had gedaan als bedoeld in artikel 2 van de Wet Noodvoorziening Perswezen. Henk Misset stierf op 11 september 1945 als gevolg van een infectie van de wond die hij tijdens het bombardement had opgelopen. Eenzaam leefde Kees Misset op de Kemnade. Hij was een gebroken man: zijn bedrijf werd zwaar getroffen, zijn woning brandde tot de grond toe af, zijn zwager Borghsteijn112 werd gedood, zijn broer overleed, hij had met zijn gezin gevangen gezeten en hij mocht zijn beroep niet meer uitoefenen en de toegang tot zijn bedrijf was hem ontzegd.

Zijn vrouw en dochter hadden inmiddels hem en Doetinchem hem verlaten. Na een jaar mocht Rolf in het kamp af en toe een brief schrijven: 25 woorden per keer. Na enige tijd kreeg hij een brief van Pineke terug. Ze schreef dat ze inmiddels was getrouwd met Jasper Surink en dat ze een zoon had gekregen. Wanhopig vroeg Rolf zich dan af waarom hij nog verder zou moeten leven. In de vroege ochtend van dinsdag 4 februari 1947 werd Kees Misset getroffen door een hersenbloeding. Onmiddellijk werd hij naar het Algemeen ziekenhuis gebracht. Maar hij kwam niet meer bij kennis.Nog diezelde avonds overleed hij. Na zijn overlijden kreeg Jasper Surink de leiding bij Misset. Al snel bleek hij echter niet de geschikte man te zijn om het bedrijf te lijden. Na enige tijd besloot hij om met Pineke Doetinchem de rug toe te keren. Ze verkochten hun aandelen en gingen met hun zoon Nick in Zwitserland wonen, in Lenzerheide in de buurt van Davos. Nadat West-Duitsland in mei 1955 een souverein land was geworden, bezocht de eerste Duitse bondskanselier Conrad Adenauer Moskou113. Hij wilde de politieke betrekkingen herstellen. Daarnaast onderhandelde hij over de vrijlating van de laatste tienduizend Duitse militairen. De Russen gingen akkoord met de vrijlating. Op 14 januari 1956, ruim tien jaar na de oorlog, kwamen ze vrij. Een van hen was Rolf von Westernhagen. Rolf keerde terug naar West-Duitsland.

Hij ging in Hamburg wonen. Na een moeilijke periode slaagde hij er in om ingenieur te worden. Ook trouwde hij. Met Pineke had hij geen contact meer. Midden jaren negentig overleed Pinekes man, Jasper. Niet veel later stierf ook Rolfs vrouw. Kort daarop stond plotseling Pineke bij Rolf in Hamburg op de stoep. Na bijna zestig jaar was hun liefde voor elkaar niet over. Op 15 mei 2000 trouwden ze. Rolf ging bij Pineke in het Lenzeheide wonen. Daar overleed in 2003 haar zoon Nick. Zijn urn werd begraven in de tuin achter het huis in Lenzerheide. Twee jaar later kreeg Pineke kanker. Na een ziekbed van anderhalf jaar overleed ze. Haar urn werd bij het monument naast Nick begraven. In 2016 overleed ook Rolf. Kort daarop werd zijn as en dat van Pineke en Nick, gezamenlijk verstrooid op de berghelling achter hun huis.

Adrianus Borghsteijn, die getrouwd was met Margaretha, de zus van Kees en Henk, werd gedood tijdens het bombardement op 21 maart 1945. Hun huis aan de IJsselkade werd vrijwel volledig verwoest. 113 Adenauers bezoek was van 8 tot 14 september 1955. 112

72

Accountantsrapport Uit een accountantsrapport van Loyens & Volmans van 10 juni 1946 bleek dat door Misset de volgende huizen waren aangekocht. Diverse prijzen wijken echer nogal af van andere informatie. 1941 1942

1943

Oldenhof zwaar beschadigd RK kerk Lairessestraat 127 Amsterdam Plantsoensstraat 21 politiebureau, licht beschadigd Guitstraat (Grutstraat, KB) vernietigd Hazenlaan (Rekkenseweg) (Rekhemse, KB) 1 pand van de 5 zwaar, de overige licht besch Houten huizen Kapoeniestraat enz. Zwaar beschadigd Rekkenseweg (Rekhemseweg, KB) mej. J. Halfman Beursgebouw

27.000 (Cebelee, niet joods) 15.000 (niet joods) 23.000 (joods, Cohen) 10.000 8.000

16.000 11.000 57.000 (28, 30, 32) 14.000 (niet joods) 8.000 (niet joods) totaal 189.000

Op 1 mei 1946 schreef een zekere H. Cohen een brief naar het NBI. Daarin liet hij weten dat hij op de hoogte was van de beschuldigingen aan het adres van Kees Misset ten aanzien van zijn aankoop van joodse huizen. Cohen wilde graag in contact komen met het NBI omdat hij meende dat hij aanspraak had op de woning Lairessestraat 17 in Amsterdam-Zuid114. De huisnummers 17 en 127 staan echter niet op de lijst. Op zijn beurt claimde Kees Misset een schadevergoeding bij de Nederlandse Staat voor zijn vakantiehuisje Ons Trio aan de kust dat door het oorlogsgeweld was verwoest. Waarom deed de firma Misset al deze aankopen? Als vorm van belegging? Of wilde Kees Misset de joodse eigendommen veiligstellen? En kon hij weten dat de weggevoerde Joden naar kampen waren gebracht waaruit ze nooit meer terug zouden keren? De documentaire Meneer Kees en meneer Henk geeft een beeld over Misset in oorlogstijd: https://doetinchemherdenkt.nl/woii-onderwerpen/misset De visionair Kees Misset De kans is groot dat het initiatief voor de koop van het pand Plantsoenstraat 21 door Kees Misset is genomen. Hij was immers voortdurend bezig met het op de kaart zetten van de stad. Daar waar volgens hem de gemeente het af liet weten, sprong hij op de bres. Toen bijvoorbeeld bleek dat de route van het treinstation naar het centrum voor voetgangers soms wel erg modderig was, liet hij een tegelpad aanleggen.

En nadat havezate Hagen door brand was verwoest, financierde hij de wederopbouw. Daarnaast legde hij een vliegveld en een zwembad aan. Ernaast een kanovijver en een ijsbaan waar tijdens schaatswedstrijden werd gestreden om de Graafschap-bode-bokaal: zijn Graafschap-bode. Ook nam hij de wielerbaan over. Daarnaast wilde hij een paardensportcentrum realiseren van internationale allure. En voor zijn buitenverblijf De Kemnade lagen tekeningen klaar voor een kasteel dat qua grootte Huize Bergh moest overtreffen. Ook kocht hij De Waag in Doesburg teneinde er een museum van te maken. Daarnaast waren er plannen voor een bejaardentehuis, een ambachtsschool en vakscholen. Kortom, Kees Misset liet niets na om de Achterhoek en Doetinchem op te stuwen in de vaart der volkeren en overal in het land te promoten. Hij liet in dat verband ook vakantiegidsen en toeristische brochures drukken. En ook liet hij een nieuw gemeentehuis ontwerpen. Multifunctioneel …! 114

De huisnummers 17 en 127 staan echter niet op de lijst van de Verkaufsbücher.

73

Rond 1925 richtten Kees en Henk Misset een naamloze vennootschap op ter exploitatie van de Pasgronden. Diverse leidinggevenden van Misset bouwden daar vervolgens een huis. Uitgevers-maatschappij C. Misset NV stimuleerde dat en zorgde voor gunstige leningen. Het was voor het bedrijf mede een manier om het personeel aan zich te binden.

Het nieuwe gemeentehuis met politiebureau Vrijwel iedereen in Doetinchem was het er in de dertiger Jaren over eens dat het oude gemeentehuis op de Markt niet meer voldeed. Het was voor de sterk groeiende gemeente veel te klein geworden. Vandaar dat de gemeenteraad een prijsvraag uitschreef. Daar zou onder meer uit moeten blijken of er een uitbreiding mogelijk was of dat er elders een nieuw gebouw diende te verrijzen. Ook Kees Misset hield zich al geruime tijd met die materie bezig. Zoals hij dat altijd deed als het ging om de ontwikkeling van de stad. Zo had hij ook al de oude katholieke kerk in de Waterstraat gekocht. De kerk, pal tegenover zijn woning, zou volgens zijn plannen plaats moeten maken voor een rusthuis met park. Met pastoor Amse was hij overeengekomen om een nieuwe kerk te bouwen op de grond van de wijk De Pas dat grotendeels eveneens in zijn bezit was. Nadat de Paskerk aan de Prins Bernardstraat een feit was, leek het Kees Misset een goed idee om op de zogeheten Tweede Pas, het gebied tussen Holterweg, Louise de Colignystraat, Willem de Zwijgerstraat en Wilhelminastraat een gemeentehuis te bouwen. Temeer daar hij het jarenlange getouwtrek over de gemeentehuisplannen van de lokale politici langzamerhand een beetje zat was. Misset vroeg daarom de Bossche architect H. W. Valk in 1936 om een ontwerp te maken.

Valk had immers ook naar volle tevredenheid van Misset en vele andere Doetinchemmers de nieuwe katholieke kerk ontworpen. Tevens had hij al vele gemeentehuizen getekend. Valk kwam tot de conclusie dat de Markt ongeschikt was voor herbouw. Hij maakte daarom een ontwerp waar ook de politie, de gemeenteontvanger en de gemeentespaarbank onderdak zouden vinden. Hij vond de Tweede Pas daarvoor de meest geschikte locatie. Voor slechts honderdduizend gulden kon het volgens hem worden gebouwd. De grond zou Kees Misset daarvoor ter beschikking stellen, liet hij bij het indienen van het plan weten. De raadsleden vergaderden vervolgens in een besloten vergadering over het voorstel. Maar terwijl zij daar volop over discussieerden, verscheen op hetzelfde moment De Graafschap-bode, de krant van Misset. Daarin stond het volledige ontwerp, compleet met plattegronden en rapporten. En dat op een manier alsof alles al beklonken was. Dat schoot de raadsleden volledig in het verkeerde keelgat. Hoe durfde Kees Misset op de zetel van de raad te gaan zitten? Er was immers nog geen raadsbesluit genomen! Kees Misset, de onderkoning van de stad, had zijn hand overspeeld. Want de mannen 115 waren hevig gepikeerd. Zij voelden zich zelfs dusdanig gepasseerd dat zij daarom -en alleen daarom- besloten van het aanbod geen gebruik te maken.

115

Er waren op dat moment geen vrouwelijke raadsleden.

74

Het ontwerp in 1936 van architect Valk voor het nieuwe gemeentehuis annex politiebureau in de Graafschap-bode van 14 februari 1936. Duidelijk zijn de overeenkomsten te zien met de eveneens door Valk ontworpen Paskerk. (opmaak: Joop du Plessis)

75

Kees Misset kocht ook villa De Oldenhof aan de Terborgseweg. De woning, met huisnummer 44, werd kort ervoor bewoond door Henk Sebbelee, de directeur van de GTW die in 1939 tijdens zijn vakantie onverwachts was overleden. Tijdens de oorlog verhuurde Kees Misset het pand vervolgens voor 75 gulden per maand via Heidemann aan de NSDAP. Of de huur daadwerkelijk is betaald, is niet duidelijk. Kees Misset en Heidemann regelden immers ook diverse zaken onderling op minder officiële wijze.

De Oldenhof anno 2021

Ook kocht Kees Misset de oude katholieke kerk in de Waterstraat en het Beursgebouw aan de Terborgseweg. Tevens kocht hij de woning van Mina Halfman aan de Rekhemseweg, iemand waar hij geregeld op visite kwam. Welke conclusies vallen er uiteindelijk te trekken? Kees Misset kocht talrijke woningen, panden en andere gebouwen. Ook ontwikkelde hij diverse bouwprojecten. Dat gebeurde met geld van Uitgevers-maatschappij C. Misset NV. Dat deed hij zowel voor als tijdens de oorlog. Soms waren de woningen bestemd voor het personeel, maar ook werden diverse panden gekocht als beleggingen voor het eigen pensioenfonds van Misset. Met diverse andere panden had Kees Misset de meest uiteenlopende plannen. De zaak, opgericht door zijn vader, was alles voor hem. Het had hem waarschijnlijk weinig uitgemaakt of hij met Russen, Chinezen of Duitsers samen had moeten werken. Zakelijk zou hij met alle op een behendige en creatieve manier zaken hebben gedaan. De Duitse bezetting en de Duitsers boden hem volop nieuwe kansen. In de samenwerking met hen en met de NSB ging hij ver. Ten koste van alles -of wellicht van veel- moest het bedrijf blijven draaien. Maar het was té ver, zo werd na de bevrijding geoordeeld. Hij gebruikte de Duitsers en de Duitsers gebruikten hem. Accountants verweten Kees Misset vaak een roekeloze boekhouding.

Zijn broer Henk moest geregeld bepaalde zaken achteraf weer rechtzetten. Door de aankoop van de joodse panden heeft hij waarschijnlijk slechts de zakelijke kant van het verhaal willen zien. Te weinig had hij aandacht voor het menselijke, joodse aspect. Hij was echter geen antisemiet. Hij wist dat de meeste weggevoerde joodse Doetinchemmers niet terug zouden komen. Of hij van plan was om de woningen onmiddellijk weer terug te geven aan hen die wel terugkeerden, zal altijd een vraag blijven. Direct na de bevrijding werd hij gevangengezet en daarna veroordeeld. In het bedrijf had hij niets meer te vertellen. Dat deed een beheerder. In februari 1947 overleed hij. Of met Kees Misset het getouwtrek om Plantsoenstraat 21 ook ruim zes jaar zou hebben geduurd, zal eveneens nooit beantwoord kunnen worden.

76

De Groene Tafel Tijdens mijn onderzoek ten behoeve van de documentaire over Misset, kwam ik in contact met een oud-werknemer van Misset. Hij had ooit van Jan Meinen een boekwerk116 gekregen. Meinen, die inmiddels was overleden, was tijdens de oorlog hoofd van de Teken- en Ontwerpafdeling van Misset. Zijn handgeschreven aantekeningen betreffen verslagen van de vergaderingen van zeven leidinggevenden bij Misset en Kees Misset. Hij was een van hen. De vergaderingen vonden ’s avonds plaats bij Kees Misset thuis in de Waterstraat. De verslagen houden het midden van notulen en een dagboek. Het boekwerk geeft een opzienbarende inkijk in de gang van zaken in het bedrijf, maar ook met betrekking tot talloze plannen, activiteiten en gebeurtenissen in Doetinchem. Immers, Kees Misset bepaalde niet alleen de gang van zaken binnen zijn bedrijf, maar ook voor een niet onaanzienlijk deel in en rond de stad. Hieronder een aantal passages uit de Groene Tafel met betrekking tot de aankoop van joodse panden. - Volgens de gegevens in de Verkaufsbücher heeft de definitieve verkoop van de woning Plantsoenstraat 21 plaatsgevonden op 4 mei 1943. In het boek De Groene Tafel lijkt het echter al veel eerder in bezit van Misset. - Mr C. of de heer C. M. is Kees Misset. Mr H. is zijn broer en mededirecteur Henk. 14 nov.

‘42 … Den heer Misset besluit een vaste kern te vormen en hiermede de derde periode117 in te gaan. De volgende heeren zijn aangezocht deze kern te vormen en leiding en advies te geven in alle groote plannen en ondernemingen die ontworpen zullen worden in het belang van de zaak en gemeenschap: C. Misset, F. Bruininkweerd, G. Bloemers, G. Verhey, G. Eenink, B. Muller en Jan Meinen. Mr. C. Misset zet uiteen wat de doel en streven van dit 6tal zal zijn. De bedoeling is vertrouwelijke gesprekken, geen geheimen en een klare verstandhouding. … Zaterdag 13 Februari 1943 … Besproken wordt de aankoop van eenige vroeger door Joden bewoonde huizen van mevr. Stap, o. a. een blok van vijf118 bij café “Het Vijfje” en twee woningen aan de Hazenlaan119 plus nog 8900 m2 grond aan de Terborgseweg, tegenover het Richtersboschje in Gaanderen120; deze grond voor een bedrag van f 900 (negenhonderd gulden). Deze aankoop, alsmede de uitbreiding der zaak met een derde verdieping en het plan voor den nieuwe schouwburg zijn aan mr. H. Misset voorgelegd. Daarna deelt den Heer C. M. mede dat zijn aangekocht 5 woningen bij Groenendaal, een stuk grond aan de Terb. Weg121 in Gaanderen en dat over pand Philips122 nog onderhandeld wordt. Mr. H. M. weet van deze aankopen tevens van het plan uitbreiding zaak en plan schouwburg.

De avond wordt besloten met een algemeene bespreking naar aanleiding van het feit, dat de inspecteur van politie verzocht heeft het huis van de heer Themans te mogen huren om dit als politiebureau in te richten, terwijl de heer Heidemann123 De Oldehof124 wilde in gebruik nemen om deze voor de N.S.D.A.P125 in te richten. …

Het boekwerk De Groene Tafel is na digitalisering en uittypen geschonken aan het Gelders Archief. Kees Misset noemde de eerste periode van het bedrijf de periode van zijn vader, de oprichter. De tweede periode vormden hij en zijn broer Henk. Toen hij zijn dochter Pineke in de directie had benoemd, noemde hij dat de derde periode. 118 Vijf woningen aan Rekhemseweg, woningen van de firma Mogendorff, Fimodo (vaak -ook in Verkaufsbücherabusievelijk aangeduid als Rekkenseweg). 119 Hazenlaan 4 en 7. 120 Grondstuk van de Terborgse veekoopman Sally Levy waarvan iedereen in Doetinchem eind oktober 1941 al wist dat hij was overleden (zie dagboek Iet Gerritsen, 31 oktober 941, pagina 23). 121 Terborgseweg. 122 Jan Meinen woonde in de Wilhelminastraat 116 (omgedoopt tot Thorbeckestraat). 123 De Duitser Heidemann was Stützpunktleiter van de NSDAP en tevens Verwalter. 124 De Oldehof is het witte herenhuis aan de Terborgseweg waar tot voor kort Gaabs was gevestigd. 125 De NSDAP was afkorting van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei. 116 117

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7479/documents/36494